Schaduw-verlangens, een kortverhaal

Martino Pietropoli. Woman walking with shadow

SCHADUWVERLANGENS, een kortverhaal

‘Weerschijn, dat is het juiste woord. ‘Weerschijn.’ Het weerwerk van het licht. Het teruggekaatste licht. Weerspiegeling. Dat had ik willen zijn.’
‘Schaduw is ook een mooi woord, schaduw.’
‘Kijk, ik zou nu mijn hoofd willen schudden, maar zo lang jij die knikker van jou gelijkhebberig stijf tussen die schoudertjes houdt, blijft er voor een schaduw niets anders over dan je volmaakt te imiteren onder dit schrale lantaarnlicht.’
‘Zoals je wilt.’
Ik schudde mijn hoofd op een bedenkelijke wijze.
‘Flauw.’ probeerde hij mij af te remmen, maar overgeleverd aan mijn bewegingen lukte hem dat niet.
‘Ik sluit eventjes mijn ogen, dan kun jij je stevig uitrekken.’
Even rondkijken of er niemand in de nabijheid was, en dan ogen dicht en luidop tot vijf tellen.
Na vijf wachtte ik nog eventjes. Vijf bonus-seconden.
‘Dankjewel. Die kromme schoudertjes van jou kun je beter laten behandelen. Zou je nog eens even over je eigen schaduw willen springen? Wat denk je?’ Gezond toch?’
‘Ik doe mijn best, maar het is laat en…’
‘…en je bent moe van onze avondwandeling, je wilt nog even in het volle licht de wereld met lettertjes overvallen en…’
‘Wil je dat ik je probeer los te maken?’
‘Een man zonder schaduw? ‘
En verder in het Duits:
‘…die Frau ohne Schatten?’
‘…die is een opera lang op zoek naar een schaduw want zonder is de Keizerin geen mens en kan ze met haar geliefde Keizer geen kinderen hebben.’
Het bleef even stil. Een avondbriesje werd in de kruinen van de parkbomen hoorbaar.
‘Wist ik veel dat je nog eens vader wilde worden, en eerlijk gezegd…’
‘Ik ben omringd door drie prachtige vrouwen, shadow. Een maatje voor het leven, een schat van een dappere dochter en een tedere en inventieve kleindochter.’
‘Er zou dus een kansje bestaan dat jij -hij zweeg deskundig- dat jij … zonder mij kan? Tenslotte ben ik je donkere kant en die is volgens de heer C. Jung geen roze wolk om het vriendelijk uit te drukken.’
‘Niets en niemand is volmaakt maar hetzelfde menselijk gezelschap weet dat wie licht zoekt voortdurend door zijn eigen donkerte moet.’
‘’Angst. Jaja. Een schaduw weet wat angst is. Ik hoef maar even een beetje vreemd te bewegen en overal klinkt gegil. Overigens hoe lang loop je al door die ‘eigen donkerte’?
‘Levenslang. Geboren in de oorlog.’
‘Als geen andere schaduw ken ik je verlangens en angsten. Laat mij gewoon voor een weekje gaan.. Een week zonder je archetype ‘de schaduw’ zoals de heer C. Jung mij beschrijft. Ik ben tenslotte maar een sjabloon waarmee jij je ervaringen leert begrijpen en organiseren, als ik het goed heb. Een boel overgeërfde emoties of gedragspatronen die zich in allerlei kunstgedoe zouden manifesteren. En nog een beetje dichter bij huis: ‘’De schaduw is het archetype dat wij liever verborgen houden voor de buitenwereld en soms ook voor onszelf; alles wat we weigeren te erkennen, maar dat op indirecte of directe manier toch wordt opgedrongen aan onszelf, zoals ‘inferieure karaktertrekken en andere onverenigbare neigingen.‘ om de Heer Jung te citeren. Leuk gezelschap ben ik, niet?’
‘Het is geen recept, maar ik kan mij in zijn wijsheid wel vinden. Weet je wat Jung’s laatste woorden waren?’
‘Ik weet dat jullie de dreiging van de totale vernietiging altijd volledig ontkennen.’
‘Juist, en daarom stimuleerde hij door te gaan met leven alsof de dood niet het einde betekent.’
‘Nog maar eens een fraai stukje schaduw-denken!’
‘Dat betekent niet per se dat er leven na de dood is, alleen dat er iets in ons bestaat dat dat gelooft, om zijn eigen woorden te gebruiken.’
‘Hij was een Zwitser, niet?’
‘En zijn laatste woorden: “Laten we vanavond bij het eten een goede fles wijn opentrekken!”
‘Als schaduw zou ik je aanraden zijn raad ook nog bij het volle leven en welzijn op te volgen. Zonder mij. Wel?’
‘Gedraag je en zondag voor het donker thuis!’

met dank aan Carl-Gustav Jung

Shadow desires, A short story

‘Reflection, that’s the right word. ‘Reflection.’ The resistance of light. The reflected light. Mirroring. That’s what I had wanted to be.’
‘Shadow is also a nice word, shadow.’
‘Look, I’d like to shake my head now, but as long as you keep that marble of yours equivalently stiff between those little shoulders, there’s nothing left for a shadow but to imitate you perfectly under this meagre lantern light.’
‘As you wish.’
I shook my head dubiously.
‘Faint.’ he tried to slow me down, but at the mercy of my movements he did not succeed.
‘I’ll close my eyes for a while, then you can stretch firmly.’
A quick look around to see if no one was nearby, and then eyes closed and counted to five out loud.
After five, I waited a little longer. Five bonus seconds.
‘Thank you. Those crooked shoulders of yours would be better treated. Would you mind jumping over your own shadow again? What do you think?’ Healthy right?’
‘I try my best, but it’s late and…’
‘…and you’re tired from our evening walk, you want to jump over the world with letters in the full light and…’
‘Do you want me to try to untie you?’
‘A man without a shadow? ‘
And further in German:
‘…die Frau ohne Schatten?’
‘…who is an opera long in search of a shadow because without it, the Empress is not a man and cannot have children with her beloved Emperor.’
There was silence for a while. An evening breeze became audible in the crests of the park trees.
‘Did I know you wanted to be a father again, and honestly…’
‘I am surrounded by three beautiful women, shadow. A mate for life, a darling of a brave daughter and a tender and inventive granddaughter.’
‘So there would be a chance that you -he remained expertly silent- that you could …do without me? After all, I am your dark side and that, according to Mr C. Jung, is not a pink cloud to put it kindly.’
‘Nothing and no one is perfect but the same human company knows that those who seek light must constantly pass through their own darkness.’
”Fear. Yep. A shadow knows what fear is. I only have to move a little strangely and screams can be heard everywhere. By the way, how long have you been walking through that ‘own darkness’?
‘Life sentence. Born in the war.’
‘Like no other shadow, I know your desires and fears. Just let me go for a week.’ A week without your archetype ’the shadow’ as Mr C. Jung describes me. After all, I am just a template by which you learn to understand and organise your experiences, if I am right. A lot of inherited emotions or behavioural patterns that would manifest in all sorts of art stuff. And even a little closer to home: ”The shadow is the archetype that we prefer to keep hidden from the outside world and sometimes from ourselves; anything that we refuse to acknowledge, but which is nevertheless imposed on ourselves in an indirect or direct way, such as ‘inferior character traits and other incompatible tendencies.’’ to quote Mr Jung. Nice company I am, aren’t I?’
‘It’s not a recipe, but I can relate to his wisdom. Do you know what Jung’s last words were?’
‘I know you guys always completely deny the threat of total annihilation.’
‘Right, which is why he encouraged continuing to live as if death is not the end.’
‘Just another fine piece of shadow-thinking!’
‘That doesn’t necessarily mean that there is life after death, just that there is something in us that believes that, to use his own words.’
‘He was a Swiss, wasn’t he?’
‘And his last words: ‘Let’s open a good bottle of wine at dinner tonight!’
‘As a shadow, I would advise you to follow his advice even in the fullness of your life. Without me. Well?
‘Behave yourself and get home before dark on Sunday!’

Courtesy of Carl-Gustav Jung

Martino Pietropoli. Woman walking with shadow


Met dank voor technische inhoud en verwoording aan:

Schaduw, stootkussen van de werkelijkheid

Foto door Stacey Koenitz R op Pexels.com

Twee benaderingen van het begrip ‘schaduw’: Ton Lemaire en Carl Jung.
De schaduw in de kunst als intermezzo.
Aan een kortverhaal daaromtrent wordt nog gewerkt.

“Het is nu precies deze tijdelijk voltooide identiteit van de dingen en van de wereld, die een beproeving is voor het bewustzijn van de mens. Hij die zich ’s middags buitenshuis begeeft, waagt het de dingen in hun volstrektheid te ontmoeten, zonder het stootkussen van hun schaduwen. Alles is zoals het is, want schijn en zijn vallen met elkaar samen. De psychische opluchting die de avond brengt, bestaat er juist in dat de dingen weer anders worden dan ze schijnen en dat hun betekenis, samen met die van andere, zich in het halfdonker van de schaduw verbergt. Schaduw blijkt heilzaam te zijn, niet allen omdat ze verkoeling brengt en het organisme beschermt tegen al te felle zon, maar vooral ook omdat ze het beschermt tegen de absolute identiteit van de wereld.”

Ton Lemaire: De filosofie van het landschap

Eigen Foto Gmt

“De schaduw is eigenlijk de ‘ziel’ van het ding, zoals in veel culturen de ziel van de mens in zijn schaduw wordt geacht te verblijven. Alles wat bestaat werpt schaduw, allen – althans in verschillende sagen en mythen – geesten en tovenaars en dergelijke griezelige wezens hebben geen schaduw. Onze schaduw begeleidt ons overal; zij is de dubbelganger van zowel de mens als van de dingen. Zoals de horizon de structuur van de wereld – namelijk verwijzend naar elders te zijn, niet met zichzelf samenvallend te zijn – voor het oog onmiddellijk zichtbaar maakt, zo betekent de schaduw van iets zijn niet-identiteit met zichzelf, de reserve aan betekenis die het ding zichzelf voorbehoudt.” (ibidem)

The rounded world is fair to see,
 Nine times folded in mystery;
 Though baffled seers cannot impart
 The secret of its labouring heart,
 Throb Thine with Nature's throbtbing breast,
 And all is clear from east to west.

(R.W. Emmerson)

De geronde wereld is eerlijk om te zien,
 Negen keer gevouwen in mysterie;
 Hoewel verbijsterde zieners niet kunnen vertellen
 Het geheim van haar arbeidende hart,
 Droom met de kloppende borst van de natuur,
 En alles is duidelijk van oost naar west.
Foto door Quang Nguyen Vinh

Waarom de schaduw zijn ereplaats weer mag innemen en niet het stralend licht nog maar eens zichzelf in het eigen spreekwoordelijke zonnetje zet? Tom Lemaire neemt hem als de basis van het bestaan, een reserve aan betekenis die het ding zichzelf voorbehoudt. Een niet identiteit met zichzelf terwijl wij blijkbaar in onze paradijselijke verlangens met alles en iedereen willen samenvallen. De eerste was hij die mij leerde vertellen toen ik, als kind, wijs- en middenvinger gestrekt, duimt opgericht, het toehappende monster op de muren liet verschijnen. En daarna met beide handen, een eland. Schaduw, mijn vroegste speelkameraad.

En wil je zijn beeldende mogelijkheden leren kennen dan besef je dat er niet eens enige vorm van dergelijke kunst had bestaan zonder hem, de schaduw. Drie minuten praktijk vertellen meer dan ik in woorden kan neerzetten.



BETWEEN THE SHADOW AND THE SOUL

I do not love you as if you were salt-rose, or topaz,
or the arrow of carnations the fire shoots off.
I love you as certain dark things are to be loved,
in secret, between the shadow and the soul.

I love you as the plant that never blooms
but carries in itself the light of hidden flowers;
thanks to your love a certain solid fragrance,
risen from the earth, lives darkly in my body.

I love you without knowing how, or when, or from where.
I love you straightforwardly, without complexities or pride;
so I love you because I know no other way

than this: where I does not exist, nor you,
so close that your hand on my chest is my hand,
so close that your eyes close as I fall asleep.

Pablo Neruda

Bogdanov-Belsky, Nikolai (1868-1945) – 1910 Symphony (Private Collection)
Tussen de schaduw en de ziel

Ik hou niet van je alsof je zoutroos bent, of topaas,
of de pijl van anjers die het vuur afschiet.
Ik hou van je zoals van bepaalde duistere dingen moet gehouden worden,
in het geheim, tussen de schaduw en de ziel.

Ik hou van je als de plant die nooit bloeit
maar het licht van verborgen bloemen in zich draagt;
dankzij jouw liefde een zekere vaste geur,
opgestaan uit de aarde, duister in mijn lichaam.

Ik hou van je zonder te weten hoe, of wanneer, of van waar.
Ik hou van je zonder omwegen, zonder ingewikkeldheden of trots;
dus ik hou van je omdat ik geen andere manier ken

dan deze: waar ik niet besta, noch jij,
zo dichtbij dat jouw hand op mijn borst mijn hand is,
zo dichtbij dat je ogen dichtvallen als ik in slaap val

Tussen de schaduw en de ziel.

Pablo Neruda

Westrn Gallery Nancy Holt Between Heaven and Earth

De schaduw betekent in de jungiaanse psychologie het deel van het onbewuste, bestaande uit verdrongen zwakheden, tekortkomingen en instincten. Het is een van de drie meest herkenbare archetypen, de andere zijn de anima en animus, en de persona.
De schaduw en creativiteit

"Iedereen draagt een schaduw", zei Jung, "en hoe minder hij is belichaamd in het bewuste leven van het individu, des te zwarter en dichter hij is."Het kan echter ook beschouwd worden als een verbinding met de primitieve dierlijke instincten, die tijdens de vroege kinderjaren door de bewuste geest vervangen zijn. Vandaar dat Jung de schaduw ook met creativiteit in verband brengt. Een beschaafd mens onderdrukt deze dierlijke neigingen, maar dit gaat ten koste van de spontaneïteit, creativiteit, gevoeligheid en inzicht. Dit reservoir van duisternis herbergt dus ook bronnen waaruit de scheppende kunstenaar zijn inspiratie haalt. Inspiraties zijn altijd het werk van de schaduw en een leven zonder schaduw zou saai en oppervlakkig zijn. (Wikipedia)
Foto door drmakete lab

Het ‘onmenselijke’ en ‘deprimerende’ van de wereld op haar climax van zichtbaarheid, waardoor ze zo onherbergzaam als een woestijn schijnt te worden, is hiervan het gevolg, dat ze haar schaduw en daarmee haar ‘ziel’, haar meerwaarde, heeft opgeslokt, waardoor het surplus aan betekenis dat zij aan de mens gewoonlijk te raden en te denken overlaat nu met haar eigen betekenis samenvalt. Het licht van de middag is dodend en verslindend, omdat het de dingen - en daarmee ook de mens, die hun bewustzijn is - absoluut met zichzelf identificeert, hun elke marge van onbepaaldheid ontneemt, hen belet hun betekenis in het ongewisse te houden. Het zonlicht van de zomerse zuidelijke middagen brengt een ‘essentialisatie’ teweeg bij de dingen: het voltooit hun beweging van verschijnen uit het donker van de nacht, maar werkt juist daardoor verstenend, immobiliserend, vereeuwigend.

Ton Lemaire: De filosofie van het landschap

Foto door Frank Cone


“There is no generally effective technique for assimilating the shadow. It is more like diplomacy or statesmanship and it is always an individual matter. First one has to accept and take seriously the existence of the shadow. Second, one has to become aware of its qualities and intentions. This happens through conscientious attention to moods, fantasies and impulses. Third, a long process of negotiation is unavoidable.” (Carl Jung)

“Er is geen algemeen effectieve techniek om de schaduw te assimileren. Het lijkt meer op diplomatie of staatsmanschap en het is altijd een individuele zaak. Eerst moet je het bestaan van de schaduw accepteren en serieus nemen. Ten tweede moet men zich bewust worden van zijn kwaliteiten en bedoelingen. Dit gebeurt door gewetensvolle aandacht voor stemmingen, fantasieën en impulsen. Ten derde is een lang proces van onderhandeling onvermijdelijk.” (Carl Jung)
Foto door Javier Gonzalez

Honderd jaar slapen, bespraakt en besproken

Een vrolijke boodschap deze morgen in de mailbus. Bij de bovenstaande foto: ‘Doornroosje weer te zien na groot onderhoud.’

Voor het eerst sinds de opening in 1952 kun je helemaal rondom het kasteel van de Schone Slaapster wandelen. 

En gaat het hier in het bekende sprookjespark ‘De Efteling’ natuurlijk over- wij citeren-

‘Voor de stimulering van de biodiversiteit in het bos zijn een aantal bomen weggehaald. Hiervoor in de plaats zijn verschillende andere bomen geplant. Ook is de vijver een stuk vergroot en zijn er watervallen toegevoegd.’

Toch zagen wij in onze perfide ideeën dat groot onderhoud wel degelijk aan de sprookjesfiguren, incluis de inhoud van het bekende verhaal.

‘Flaming June’. Frederic, Lord Leighton. 1895
Frederic, Lord Leighton schilderde zijn meesterlijke Flaming June rond 1895. Het is een beeld van een onschuldige, slapende vrouw in een oranje, doorschijnende jurk waaronder haar vrouwelijke vormen voorzichtig worden bloot gegeven. De bank waarop ze ligt is bekleed met kussens en rode doeken, op de achtergrond de glinstering van de zon in de zee. Met de weelderige lijnen en warme zonnige kleuren is dit schilderij een voorbeeld van Leightons voorliefde voor klassieke schoonheid en harmonie. 

(Tekst: Kunstmuseum Den Haag, schilderij nu Museo de Artre de Ponce)
Edward Coley Burne Jones. The Sleeping Beauty

Charles Perrault beschreef de schone slaapster als ‘la belle au bois dormant‘, waarbij je je kon afvragen hoe zo’n bois dormant eruit zag terwijl de gebroeders Grimm het over ‘Dornröschen’ hebben, een meisje dat zich in slaap zou prikken.

En…de jaren kwamen, de jaren gingen, de rozen groeiden en groeiden. Honderd jaar slapen.
Marja Pruis schrijft in de Groene Amsterdammer van 18 juli 2012 :

'Een vrouwenlichaam kan een man verleiden om een duivelse wereld binnen te treden. Dat heb ik niet verzonnen, maar dit schreef de Japanse schrijver Yasunari Kawabata in zijn roman Nemureru bijo (1961), in 1968 vertaald door C. Ouwehand als De schone slaapsters, laatstelijk bij Meulenhoff uitgegeven als ‘moderne classic’ (1987). In het nawoord schrijft de vertaler overigens dat de romantitel in een letterlijke vertaling De slapende schonen had moeten luiden. In overleg met de auteur had hij besloten tot De schone slaapsters, immers ‘voor de westerse lezer een bekend motief.’

Op de achterflap van het boek ‘De Schone Slaapsters’ van Yasunari Kawabati

Kawabata is een van de meest geprezen en geliefde Japanse auteurs van de twintigste eeuw en winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur

In een ingetogen, poëtische stijl onderzoekt Yasunari Kawabata in De schone slaapsters de grens tussen fantasie en realiteit in de gedachten van de oude heer Eguchi.

Met een belofte om de regels van het huis te volgen begint Eguchi zijn leven als lid van een geheime club van oudere mannen. In een herberg in de buurt van Tokyo geven ze toe aan een laatste pleziertje: de nacht doorbrengen naast een prachtig, jong, slapend meisje. Eguchi raakt verslaafd aan deze bezoekjes en fantaseert erover de regels te verbreken. Naarmate het verhaal vordert blijkt steeds duidelijker dat de erotische spanning, die zorgvuldig wordt opgebouwd, in het teken staat van de naderende dood. Uitgegeven door Meulenhoff Boekerij B.V.

Slaap en dood, ouderdom en eenzaamheid zijn de belangrijkste thema’s van deze indrukwekkende roman.

De verwantschap van erotiek, slaap en dood wordt door Kawabata met enkele verrassende ontwikkelingen aan het licht gebracht.
Voor oude mannen is die verwantschap niet
 bijzonder, zij beseffen immers dat in alles wat zij zijn de dood nabij is. Kawabata laat dat Eguchi even kort als krachtig verwoorden: ‘Oude mannen zijn buren van de dood.’(Hans van der Heijde)





Doornroosje


Houthakkers, die zich in het bosch verklikken.
Slooten, die op hun bodem staan te roesten.
Je eigen in de hoogte hooren hoesten.
Een edelhert met plotselinge schrikken.

Spechten, als zachte mitrailleuren, tikken
tegen de honderd jaar in eikenknoesten.
Dat wij elkander tegenkomen moesten
was te voorzien met langgeworden blikken.

Hier is het uur. Op deze ronde plek
heeft het tusschen ons plaats, een vuur,
dat niet verglaast. De groene diepte drinkt.

Terwijl de stilte verder openspringt,
met boomen van verbazing opgewekt,
omklemmen wij het eeuwig avontuur.


Gerrit Achterberg
In: Doornroosje (1947).

Foto door Alexandru Cojanu op Pexels.com

Doornroosje,

Je kent me niet.
Ik ben een prins – de prins – die jou wakker zal kussen.
Ik kom naar je toe.
Je slaapt negenennegentig jaar. Je moet, volgens het sprookje waarin je slaapt, nog één jaar slapen. (Maar je sprookje kan het heel goed mis hebben.)
Ik weet niet waar je woont en ik weet helemaal niet waarom ik je wil wakker kussen. Als je wakker bent zal ik, volgens de wetten van sprookjes en legendes, met je moeten trouwen, en wil ik dat wel, wil jij dat wel?
Ik vermoed dat ik je wakker móét kussen. Mijn wil staat daarbuiten. (Ik weet trouwens van niets zo weinig als van mijn wil.)
Je slaapt, dus je kunt deze brief niet lezen.
Ik schrijf alsof je hem wel kunt lezen.

Toon Tellegen uit ‘ Brieven aan Doornroosje’

 In 365 brieven schildert de prins het openhartige zelfportret van een tobber, maar een tobber met een rijke verbeelding en een goed gevoel voor de absurditeiten van het sprookjesleven. Deze eigenschappen voorkomen dat de brieven gaan vervelen, al is het waarschijnlijk geen goed idee om ze allemaal achter elkaar te lezen. De prins schreef zijn Brieven aan Doornroosje beetje bij beetje, en het resultaat laat zich ook het prettigst beetje bij beetje lezen. Wie vanaf vandaag één brief per dag leest, heeft over een jaar de bladzijde bereikt waarop de prins eindelijk zelf eens post krijgt. (Literair Nederland)

Meestal is slapen in je kindertijd een opdracht die volbracht moet worden om mooie dagen en gebeurtenissen te bereiken: nog drieëndertig keer slapen. Slapen als kind is een uitzonderlijke genade. Een slaapje als tijdseenheid (in de auto) tussen het huis van opa en oma en je eigen thuis. Het overbruggen van afstanden.Slapen moet altijd te vroeg, net zoals opstaan als je ouder wordt. Een mooie versie van Doornroosje uit Sesamstraat wil ik je niet onthouden.




Doornroosje is een sprookje van dood, slaap en opwekking uit de slaap. De roos is steeds een geheimzinnig beeld, enerzijds de liefde, anderzijds het dodende van de dorens. Over de betekenis van het sprookje is in de loop der tijd veel geschreven. Het sprookje wordt geduid als het verhaal van de levenscyclus: het jaarritme en de zonnecyclus. Opvallend hierbij is dat vooral wordt uitgegaan van de Grimm versie en deze min of meer als oerversie wordt beschouwd, terwijl zowel Grimm als Perrault in hun tijd een stevige literaire en inhoudelijke redactie aanbrachten. Vooral het seksuele motief uit oudere versies is door beiden geheel weggelaten.

Meer psychologische interpretaties zien in het sprookje het rijpingsproces van een jong meisje uitgebeeld. Tijdens de puberteit (de honderdjarige slaap) schermt ze zich af tegen het mannelijk geslacht (de doornhaag) en ontwikkelt ze zich tot vrouw. Men kan er ook meer in het algemeen het rijpingsproces van de menselijke ziel in zien, waarin tegenslagen zowel kunnen leiden tot desoriëntatie en inactiviteit als tot grotere kracht. In een aantal sprookjes/mythologieën komt het spinnewiel voor als symbool van het rad van Fortuin.
(Volksverhalen Almanak )

Lees meer:

https://www.beleven.org/verhaal/doornroosje

Edward F. Brewtnall (1546-1902) Sleeping Beauty

Dichtbij het grote slapen
ontdekken
dat ontwaken in letters
en het smaken van verten
de ware ogen wekken.
[The Prince arrives at the castle]. Walter Crane, RWS (1845-1915). Engraved and printed in colour by Edmund Evans. The Sleeping Beauty, pp. 4-5. 1898 ed., but the tale with these illustrations was originally published separately by Routledge in 1876.

De reacties hieronder zijn door hun bleekheid moeilijk leesbaar.  Wil zo goed zijn er even met je cursor over te gaan zodat ze leesbaarder worden.  We zoeken een betere oplossing!

Voorlezen en verbeelding (Reading aloud and imagination)

Jales Jebusa Shannon (1862-1923) ‘Jungle Tales’ 1895

Shannon studied in London during the 1880s and remained there, enjoying success as a society portraitist and figure painter. (In 1922 he renounced his United States citizenship in order to accept a knighthood.)
"Jungle Tales" portrays the artist’s wife reading to their daughter, Kitty, shown in profile, and another child. The painting’s title and date and its London origin suggest that the little group is captivated by Rudyard Kipling’s Jungle Book, which had appeared in 1894. The intensely realistic faces contrast with the decorative patterns of the dottedmuslin and lace costumes and the elaborate design on the brilliant blue backdrop.

Mother and Child (Lady Shannon and Kitty)-1929

And Yet the Books

And yet the books will be there on the shelves, separate beings,
That appeared once, still wet
As shining chestnuts under a tree in autumn,
And, touched, coddled, began to live
In spite of fires on the horizon, castles blown up,
Tribes on the march, planets in motion.
“We are,” they said, even as their pages
Were being torn out, or a buzzing flame
Licked away their letters. So much more durable
Than we are, whose frail warmth
Cools down with memory, disperses, perishes.
I imagine the earth when I am no more:
Nothing happens, no loss, it’s still a strange pageant,
Women’s dresses, dewy lilacs, a song in the valley.
Yet the books will be there on the shelves, well born,
Derived from people, but also from radiance, heights.
Berkeley, 1986
Czeslaw Milosz, translated by Czeslaw Milosz and Robert Haas

Reading Aloud by Hanna Hirsch-Pauli, public domain

En toch de boeken


En toch zullen de boeken daar op de planken staan, aparte wezens,
Die ooit verschenen, nog nat
Als glanzende kastanjes onder een boom in de herfst,
En, aangeraakt, vertroeteld, begonnen te leven
Ondanks branden aan de horizon, opgeblazen kastelen,
Stammen in opmars, planeten in beweging.
"Wij zijn," zeiden ze, zelfs als hun pagina's
werden uitgescheurd, of een zoemende vlam
hun letters weglikte, zoveel duurzamer
Dan wij, wiens broze warmte
Afkoelt met de herinnering, zich verspreidt, vergaat.
Ik stel me de aarde voor als ik er niet meer ben:
Er gebeurt niets, geen verlies, het blijft een vreemd schouwspel,
Vrouwenjurken, bedauwde seringen, een lied in de vallei.
Toch zullen de boeken daar op de planken staan, welgeboren,
Van mensen afgeleid, maar ook van uitstraling, hoogten.
William Oliphant Hutchison. (1889-1970). Reading Aloud, Margery and the Boys (The Fleming Collection)

En neen, er moeten niet altijd ‘prentjes’ in, hoe fraai en inspirerend ook. Kijk maar. De begeleidende tovenaar echter..

“Reading aloud recaptures the physicality of words. To read with your lungs and diaphragm, with your tongue and lips, is very different than reading with your eyes alone. The language becomes a part of the body, which is why there is always a curious tenderness, almost an erotic quality, in those 18th- and 19th-century literary scenes where a book is being read aloud in mixed company. The words are not mere words. They are the breath and mind, perhaps even the soul, of the person who is reading.

No one understood this better than Jane Austen. One of the late turning points in “Mansfield Park” comes when Henry Crawford picks up a volume of Shakespeare, “which had the air of being very recently closed,” and begins to read aloud to the young Bertrams and their cousin, Fanny Price. Fanny discovers in Crawford’s reading “a variety of excellence beyond what she had ever met with.” And yet his ability to do every part “with equal beauty” is a clear sign to us, if not entirely to Fanny, of his superficiality.”

Verlyn Klinkenborg. The New York Times. May 16, 2009

Albert Anker Voorlezen voor opa

Hardop lezen brengt de lichamelijkheid van woorden terug. Lezen met je longen en middenrif, met je tong en lippen, is heel anders dan lezen met je ogen alleen. De taal wordt een deel van het lichaam en daarom is er altijd een merkwaardige tederheid, bijna een erotische kwaliteit, in die 18e- en 19e-eeuwse literaire scènes waarin een boek wordt voorgelezen in gemengd gezelschap. De woorden zijn niet louter woorden. Ze zijn de adem en de geest, misschien zelfs de ziel, van de persoon die aan het lezen is.

Niemand begreep dit beter dan Jane Austen. Een van de late keerpunten in Mansfield Park is wanneer Henry Crawford een boek van Shakespeare oppakt, “dat eruit zag alsof het zeer recentelijk was gesloten”, en hardop begint voor te lezen aan de jonge Bertrams en hun nichtje Fanny Price. Fanny ontdekt in Crawfords voordracht “een variëteit van uitmuntendheid die ze nog nooit had gezien”. En toch is zijn vermogen om elk deel “met gelijke schoonheid” te doen voor ons een duidelijk teken, zo niet helemaal voor Fanny, van zijn oppervlakkigheid.

Verlyn Klinkenborg. The New York Times. May 16, 2009

Moritz Unna Denemarken ‘A Schoolmaster Reading Aloud a Letter to an Old Couple from Their Son Abroad

De voortreffelijke voorlezer-verteller is bijna uitgestorven. Lezers nemen gretig bezit van een verhaal, je hoort ze gniffelen of zuchten, ze schudden wel eens het moeë hoofd, maar de zeldzame voorlezer-verteller is als een volleerde schenker bereid tot meedelen. Een goede voorlezer houdt van stilte. Hij of zij begint met een leeg theater waar niet alleen de personages maar ook de luisteraar(s) thuis horen. De voorlezer wacht geduldig, kijkt over het boek naar de luisteraars en geeft dan enkele zinnen prijs en zwijgt nog ietsje langer. Dat is een techniek die ‘in de lucht hangen’ heet. Er hangt bijvoorbeeld spanning in de lucht of een raadsel, ook een niet gehouden belofte of een afgesproken handeling. Hij bundelt die onzekerheid met een slecht karakter, een nog onduidelijk gevaar en zwijgt weer even. Tijd voor de mengeling van ingrediënten. Bekwame voorlezers kiezen dan voor de onverwachte hoek, ongeschoolden doen het door met de deur in huis te vallen of moeten het van bliksemschichten en monstergegrol hebben.

Volleerde voorlezers slagen er zelfs in het middelmatige boek te verlaten en het eerder flauwe verhaal tot een heus raadselachtig sprookje om te bouwen.
Toen ik als kind mijn voorleesboeken terugvond, leken het onbekende slappe aftreksels van wat diep in mijn geheugen door de vertellende opa geborgen was.

De voortreffelijke voorlezer laat zich leiden. Niet dat hij op de verwachtingen en goedkope voorstellen van de luisterenden ingaat. Integendeel. Je laten leiden is net het tegenovergestelde van het verwachte debiteren. Op het juiste moment. Voorlezers die dat doen zijn later in menig politiek halfrond terug te vinden. Diep in elke luisteraar is het gemene knulletje thuis. Het ventje denkt op voorhand de afloop van elk verhaal te kennen, en na driehonderd sessies is dat ook niet verwonderlijk. Maar de goede voorlezer geeft er telkens een ferme draai aan. Niet te bruut, integendeel. Het gemene is meestal erg verzorgd. De voorlezer mag dus best zijn afkeuring laten horen maar een grammetje of tien gegniffel om de held die met de smoel in het vervuilde slotwater valt kan zeker nog door de spreekwoordelijke beugel.

Het zal je dus niet verwonderen dat ik na de dood van de heerlijke vertellende opa jaargangen van de Kempische Kippenkweker heb gevonden waar hij prachtige verhalen van had gemaakt die voortdurend van inhoud waren veranderd. De kennis van de succesvolle rassen, de Leghorn en Blue de Landes, heb ik pas op latere leeftijd ontdekt. Net op tijd om een kippenhokje te bouwen en mij van voedzame eieren en vlees te voorzien. Stel je voor dat het oorlog zou worden.

Padua-hen (kun je als schrijver niet bedenken!)

The exquisite read-aloud narrator is almost extinct. Readers eagerly take possession of a story, you can hear them chuckle or sigh, they sometimes shake their tired heads, but the rare pre-reader-teller is ready to share like a consummate giver. A good pre-reader loves silence. He or she starts with an empty theatre where not only the characters but also the listener(s) belong. The pre-reader waits patiently, looks across the book at the listeners and then reveals a few sentences and remains silent a little longer. This is a technique called ‘hanging in the air’. There is tension in the air, for example, or a riddle, also an unkept promise or an agreed action. He bundles that uncertainty with a bad character, a still unclear danger and shuts up again for a while. Time for the mixture of ingredients. Skilled readers then opt for the unexpected angle, unskilled ones do it by being straightforward or have to make do with lightning bolts and monster snarls.

Perfect read-alouds even manage to leave the mediocre book and turn the rather bland story into a real enigmatic fairy tale.
When I retrieved my read-aloud books as a child, they seemed to be unfamiliar bland excerpts of what had been salvaged deep in my memory by the narrating grandfather. Therefore, hide the children’s books you read aloud to avoid trauma and today’s abundant backpacks.

The exquisite pre-reader allows himself to be guided. Not that he acts on the expectations and cheap suggestions of the listeners. On the contrary. Being led is just the opposite of expected debating. At the right time. Readers who do that can later be found in many political arenas. Deep inside every listener is the mean little lad at home. The little guy thinks he knows the outcome of every story in advance, and after three hundred sessions, this is not surprising. But the good pre-reader gives it a firm twist every time. Not too brutal, on the contrary. The nastiness is usually very neat. So the reader may well voice his disapproval but an ounce or ten of chuckle at the hero falling with his mug in the polluted final water can certainly still pass the proverbial test.

So it won’t surprise you to learn that after the death of the delightful storytelling grandfather, I found annual issues of the ‘Kempische Kippenkweker'(Kempen chicken grower) from which he had produced wonderful stories that had constantly changed content. I only discovered the knowledge of the successful breeds, the Leghorn and Blue de Landes, later in life. Just in time to build a chicken coop and provide me with nutritious eggs and meat. Imagine if it went to war.

Gmt (Thank you DeepL)

‘Cautiously Optistic’ (or Chicken|Man) Ron Mueck

Een zachter regel

Edvard Munch – Four Women in the Garden, 1926


Spraakzaam in de spreuken


In het dialekt van een mus hoor ik
mijn moeder roepen; verdwaald tussen
de bloemen moet ik haar zoeken. Purper
valt haar mantel op het koningskruid.

Zij is mijn moeder: hoe bedrijvig
waren de mieren in het handwerk
van haar vreugde.

Ik heb mij vaak in haar huis betrapt.

In niets werd zij misleid: aan de wijnkleur
van de daken was de liefde te herkennen.

Nog wiedt zij een hemel van kers
en radijs, op zachte knieën maakt zij
onderscheid tussen waarheid en leugen.
En waar zij van loutere goedheid spreekt,
wordt haar tong met laurier bedekt.

Een zachter regel heeft de liefde niet.

Gwij Mandelinck (1937-2024)
Uit: De wijzers bij elkaar (1974)
Moeder en dochter in de tuin. Edvard Munch 1920

Mandelinck was de vader van de journalist en schrijver Jan Haerynck (1964-2023) en van de kinderimmunoloog Filomeen Haerynck (1972). Zijn pseudoniem komt van de rivier de Mandel die te Wakken in de Leie vloeit. Paul Snoek zou hem hebben opgedragen een pseudoniem te kiezen, omdat die één vissennaam in de Vlaamse literatuur wel genoeg vond.

Hij overleed op 5 april 2024 (Wikipedia)


Schemerzone

Dat er sterren
 
Dat er sterren boven ons gespijkerd staan,
 het gehamer aanhoudt in ons hoofd;
 dat de wereld ons te buiten gaat alsof men
 op het kookpunt van het water naar
 
 ons fluit; dat wij van dorst vergaan,
 er dode vissen op de rugkant drijven;
 dat je een hand verheft die voor een zee van
 tijd het zoute van het zoete water scheidt.

Gwij Mandelinck
Douviehoeve Kunstenfestival Watou foto: Onzekopthee. Leny & Chris

In liefdevolle herinnering?
Zou het kunnen dat het een te verwerven kunst is, liefdevol herinneren?
Wacht.
Je moet een stapje achteruit zetten, weg uit de spiegeling van jezelf.
Weg van wat anderen je hebben gezegd wat liefdevol was en wat niet.
Dat is een grote stap.
Uit de cirkel van het geraas en gemurmel.
Uit de koepel van nu naar de aanwezigheid van toen.
Tussen Proust die het verleden opnieuw wil beleven en Walter Benjamin het verleden als voorteken van wat er nog moet gebeuren ontleedt. Je kunt beiden idealiseren of verdoemen. Het nu als de ellendige plaats van een verloren paradijs of een verdoemd voorteken van rampen allerlei.


Hannah Arendt omschrijft de eindigheid van de mens als iets dat onherroepelijk gegeven is door de korte duur die we doorbrengen binnen de oneindige tijd. Zij strekt zich oneindig ver uit naar het verleden, en in tegenovergestelde richting, oneindig ver naar de toekomst. Zodra we met onze geboorte de ruimte van de wereld binnenkomen, zijn we ook in de tijd. We herinneren, we verzamelen en, zoals Augustinus dat zegt: we halen uit de buik van het geheugen terug wat niet meer tegenwoordig is. We denken echter niet alleen na over het verleden, over wat is geweest, we denken ook vooruit de toekomst in en maken plannen voor wat nog niet is. (De herinnering en de herhaling, (Heidi Dorudi)




We mogen niet vergeten dat een herinnering zich altijd in het heden afspeelt. We mogen niet vergeten dat telkens wanneer we een herinnering oproepen, die aan verandering onderhevig is, maar we mogen ook niet vergeten dat er in het kielzog van die veranderingen waarheden kunnen komen bovendrijven.

En:

Iedereen zeult zijn verleden met zich mee naar een stoel en gaat naast iemand zitten die haar verleden ook bij zich heeft – moeders en vaders en tantes en ooms en vrienden en vijanden en geboorteplaatsen en wegen en brievenbussen en straten en etentjes en wolkenkrabbers en bushaltes zijn allemaal aanwezig in de gebeurtenissen die hem of haar zijn bijgebleven omdat ze pijn of plezier of angst of schaamte veroorzaken.

(Uit: Siri Hustvedt, Herinneringen aan de toekomst.)

Herinneringen aan de tuin van Etten. Vincent van Gogh (Ladies of Arles) 1888

Die ene mooie versregel ‘Een zachter regel heeft de liefde niet’ uit het gedicht ‘Spraakzaam in de spreuken’ van de gisteren overleden dichter Gwij Mandelinck was de aanleiding om het mysterieuze van herinneringen en verwachtingen te belichten, en de betovering ervan te smaken. Elke kunstwerk kan andere woorden en beelden oproepen, biedt plaats aan onze eigen ervaringen, en schenkt het niet altijd troost, het verzekert ons dat we niet alleen zijn met onze herinneringen en verwachtingen maar wij bij elkaar kunnen te rade gaan met de zekerheid dat ons verblijf in de tijd steeds weer door vroeger en later gedragen wordt. Wij zijn niet tijdelijk maar met velen van gisteren en morgen in de tijd. ‘Een zachter regel heeft de liefde niet.’

Laten wij zacht zijn voor elkaar.

Twee jongetjes, kunstwerk van Clemens Bierings.

Het werk ‘Mother and Child gardening’ bij de titel is van de Amerikaanse schilder Frederick Carl Gottwald 1858-1941

Vliegers in de voorjaarslucht

Foto door Quang Nguyen Vinh op Pexels.com


Wat ik zou willen kunnen, zei je mij, en nog niet kan, is dichter bij het licht komen. Kijk, het is de duiven gegeven, de musjes zelfs, en ook de kleinste vliegjes verlaten moeiteloos de aarde. Waarom zijn wij zo zwaar?

In het moderne tijdperk is ‘kunst’ een van de meest actieve metaforen voor het spirituele project. De activiteiten van de schilder, de musicus, de dichter en de danser zijn, toen ze eenmaal samengebracht waren onder die generieke naam (een relatief recente stap), een bijzonder geschikte plek gebleken om de formele drama’s die het bewustzijn teisteren op te voeren, waarbij elk individueel kunstwerk een meer of minder scherpzinnig paradigma is om deze tegenstellingen te reguleren of te verzoenen. Natuurlijk moet de site voortdurend worden opgeknapt. Welk doel er ook voor de kunst wordt gesteld, uiteindelijk blijkt het beperkend te zijn, afgezet tegen de breedste doelen van het bewustzijn. Kunst, zelf een vorm van mystificatie, ondergaat een opeenvolging van demystificatiecrises; oudere artistieke doelen worden aangevallen en ogenschijnlijk vervangen; verouderde kaarten van het bewustzijn worden hertekend. (Susan Sonntag)

In the modern era, one of the most active metaphors for the spiritual project is “art.” The activities of the painter, the musician, the poet, the dancer, once they were grouped together under that generic name (a relatively recent move), have proved a particularly adaptable site on which to stage the formal dramas besetting consciousness, each individual work of art being a more or less astute paradigm for regulating or reconciling these contradictions. Of course, the site needs continual refurbishing. Whatever goal is set for art eventually proves restrictive, matched against the widest goals of consciousness. Art, itself a form of mystification, endures a succession of crises of demystification; older artistic goals are assailed and, ostensibly, replaced; outworn maps of consciousness are redrawn. (Susan Sonntag)
Foto door Quang Nguyen Vinh op Pexels.com
DE VLIEGERS
Het zijn de zielen die je ter aarde bestelt
en de lichamen die ten hemel stijgen
verpakt in hun armzalige houten maatkostuum.
Zo zie je wel eens doodskisten
als grote vliegers door de lucht zweven

(waar ’s nachts verbluft de honden tegen blaffen).

© Vertaling: 2007, John Fenoghen
André Schmitz
Belgie 1929

Foto door Jozef Fehu00e9r op Pexels.com

Draak
 
Ik was de meeuw, ik hing
 aan het touwtje van een jongen,
 die in De Panne van op 't strand,
 mijn vleugeling hield in de hand
 en langs de draad een boodschap zond
 omhoog en 't antwoord niet verstond
 omdat de wind het zelf wou horen.
 
 Gedrieën zijn ze in zee gesprongen,
 Met wind en al, een buiteling,
 De meeuw had beet, een sprieteling,
 de vlieger ging voorgoed verloren.
 
 Ik was de draak, ik was de jongen,
 die heb ik niet teruggevonden,
 het was zijn moeder die hem vond.
 't Touw had zich rond zijn pols gewonden.
 
 Ik ben 't die 't liedje heb gezongen.
 
 uit: Kornoeljebloed. Gedichten (2000)
Hubert van Herreweghen
Foto door Ketan Shekhar op Pexels.com
If I Must Die

If I must die,
you must live
to tell my story
to sell my things
to buy a piece of cloth
and some strings,
(make it white with a long tail)
so that a child, somewhere in Gaza
while looking heaven in the eye
awaiting his dad who left in a blaze —
and bid no one farewell
not even to his flesh
not even to himself —
sees the kite, my kite you made, flying up above,
and thinks for a moment an angel is there
bringing back love.
If I must die
let it bring hope,
let it be a story.
Refaat Alareer (1979–2023) was a professor of world literature and creative writing at the Islamic University of Gaza and the editor of Gaza Writes Back: Short Stories from Young Writers in Gaza, Palestine (2013). He was killed by an IDF airstrike on December 6, 2023, along with his brother, nephew, his sister, and three of her children.

What I would like to be able to do, you told me, and cannot yet do, is get closer to the light. Look, it is given to the pigeons, the sparrows even, and even the smallest flies leave the earth effortlessly. Why are we so heavy?

Saeed Ashraf bought this kite for himself and his younger brother, Murad [Ruwaida Amer/Al Jazeera]