EEN TUIN, EEN SCHILDER, EEN DICHTERES

DP139631

Celia Thaxter’s Garden, Isles of Shoals, Maine Childe Hassam (1859-1935)

This painting is one of the finest of a series of works that Hassam made during summers in the 1890s on Appledore Island, one of the Isles of Shoals, which lie ten miles east of Portsmouth, New Hampshire. This series portrays the sumptuous wildflower garden cultivated by his friend, poet Celia Thaxter, a garden that provided a marvelous contrast to the rugged terrain of the island itself. In this painting, vibrant red poppies entangled in lush green foliage introduce a view of bleached Babb’s Rock. The painting shows Hassam at the height of his creativity as an American Impressionist.

Van al het werk dat de schilder Hassam maakte gedurende de zomers van de 1890-jaren op het Appledore-eiland (een van de eilanden van de Shoals, tien mijl ten oosten van Portsmouth, New Hampshire) was deze schilderij een van de mooiste.
Het werk portretteert de weelderige wilde-bloementuin aangelegd door zijn vriendin, de dichteres Celia Thaxter. Het is een tuin die een merkwaardig kontrast vormt met het ruige terrein van het eiland zelf.
Op dit schilderij zie je felle rode papaverbloemen verstrengeld tussen levendig groen gebladerte waarachter een zicht op de gebleekte Babb’s Rock. Het is een van de toppunten van Hassam’s creativiteit als een Amerikaans impressionist.
Terug na drie jaar Parijs schildert hij Celia in haar eigen tuin.
Om helemaal volledig te zijn, kun je hier ook haar eerste gepubliceerd gedicht lezen.
Het leven van Celia Thaxter is een roman, maar haar bio met je zelf opzoeken, misschien wel in de tuin op deze prachtige lentedag in april 2018.

Met als extra onderaan: een huizenrijtje uit Antwerpen, van Hassam, op doorreis naar Nederland.

Celia_Thaxter_in_Her_Garden

Land-locked

Black lie the hills; swiftly doth daylight flee;
And, catching gleams of sunset’s dying smile,
Through the dusk land for many a changing mile
The river runneth softly to the sea.

O happy river, could I follow thee!
O yearning heart, that never can be still!
O wistful eyes, that watch the steadfast hill,
Longing for level line of solemn sea!

Have patience; here are flowers and songs of birds,
Beauty and fragrance, wealth of sound and sight,
All summer’s glory thine from morn till night,
And life too full of joy for uttered words.

Neither am I ungrateful; but I dream
Deliciously how twilight falls to-night
Over the glimmering water, how the light
Dies blissfully away, until I seem

To feel the wind, sea-scented, on my cheek,
To catch the sound of dusky flapping sail
And dip of oars, and voices on the gale
Afar off, calling low, — my name they speak!

O Earth! Thy summer song of joy may soar
Ringing to heaven in triumph. I but crave
The sad, caressing murmur of the wave
That breaks in tender music on the shore.
Celia Thaxter

Hassam,_Backyard_in_Antwerp

AL ZEG IK HET ZELF

02-LAtlas

Het zal je niet onbekend zijn, het eindeloos getemer bij zo noodzakelijke vergaderingen, stafbijeenkomsten, overlegcommissies, adviesraden, planningsdiscussies, resultaatbesprekingen, cultuurdebatten en vul maar zelf aan hoe wij hoe dan ook nog aan ‘ieder zijn waarheid’ mogen doen.
Het overkwam mij, bij leven en werken meer dan eens. Ik zag collega’s terwijl indutten, geometrische figuren of zelfportretten tekenen, wegdromen, en achter-de-hand-geeuwen.
Bij een discussie in Stockholm over verschillende internationale radio-documentaires ging er helaas meer tijd naar het eindeloos hetzelfde zeggen in diverse talen dan over ervaringen en voorbeelden van hoe-dan-wel en waarom-niet.
Met nog een tiental sprekers op het lijstje begon ik stiekem een tekst te schrijven: AL ZEG IK HET ZELF.
Een dialoog tussen jagers en raven.
Er ontstaat een eindeloze conversatie rondom het woord: zeggen.
‘Al zeg ik het zelf’ wordt hier gespeeld door: Anton Cogen, Jacky Morel, Paul Cammermans en Oswald Versyp.
Veel luisterplezier bij dit mini-hoorspel uit de vroege jaren negentig. (7’40”)

De mooie letters zijn een ontwerp van Jules Dedet Granel, beter bekend als L’ ATLAS.

Jules Dedet Granel better known as L’Atlas was born in 1978 near Toulouse, but he grew up in Paris where he started street writing and tagging in 1991, being inspired by hip hop and rap emerging culture. The artist studied History of Art and Archeology in Toulouse where he met Smail Bour Quaiba, a traditional calligraphist, on whose invitation he spent three months in Morocco learning classical calligraphy. Then he went to Egypt, where he accidently come to know Munir al Shaarani, a Syrian refugee, known for his modern approach in which he combines three forms, calligraphy, design, and architecture, all in one. Other than that, the author also traveled to Syria, China, Greece and other places where he upgraded his knowledge, but Arabic touch remained dominant in his art. His works remind of an intersection between geometric abstraction and minimalism where every letter is a form, and every form is a letter. Most of his pieces are in black & white combination which he finds as a form of resistance and a binding line between the people and the city. At the same time, this choice when applied to his photos is used as a reading tool, and as a reminder of the things that have disappeared.

LAtlas-Be-What-You-Are-mural-in-Strasbourg-France-2012

ONDER DE KASTANJELAARS

After Daumier’s death, this drawing came into the hands of the Paris art dealers Boussod & Valadon, where Vincent Van Gogh’s brother, Theo, worked. Vincent seems to have recalled seeing it, writing to his brother on October 22, 1882:
“I remember very well being most impressed by a drawing of Daumier’s: an old man under the chestnut trees in the Champs Elysées. . . . What impressed me so much at the time was something so stout and manly in Daumier’s conception, something that made me think it must be good to think and to feel like that and to overlook or ignore a multitude of things and to concentrate on what makes us sit up and think and what touches us as human beings more directly and personally than meadows or clouds.”

Na Daumier’s dood kwam deze tekening in handen van de parijse kunstdealers Boussod & Valadon waarbij ook Vincent van Gogh’s broer Theo werkte.
Vincent heeft ze ook gezien en schrijft daarover aan zijn broer op 22 oktober 1882:
‘Ik herinner me dat ik ten zeerste onder de indruk was van een tekening van Daumier, een oude man onder de kastanjelaars van de Champs Elysées… Wat me daarbij zo beïndrukte op dat moment was iets, zo gedurfd en mannelijk in Daumier’s conceptie, iets dat me deed denken dat het goed was zo te denken en te voelen zoals dit en een boel dingen te overzien of te ontkennen en je te concentreren op wat ons aanspreekt en wat ons meer direct en persoonlijk raakt als menselijke wezens dan weilanden en wolken.’

( bron: Metropolitan Museum of art NY, Gallery 964)

Watercolor over black chalk, with pen and ink, brush and wash, and lithographic crayon.

daumier man in tuin

Wat Vincent bedoelde wilde ik graag verbinden met de betekenis van dit blog.
‘In de stilte’ zou makkelijk te vertalen zijn als allerlei gratuite bedenkingen vanuit de ‘gevoelige’ sector waarin het zogenaamde vergeestelijken van details of het bereiken van een ander bewustzijn-niveau het haalt op de goorheid van wat wij werkelijkheid noemen.
Het gaat wel degelijk, althans dat is de bedoeling, over hetgeen mij persoonlijk raakt en aanspreekt al ontken ik niet dat wolken en weilanden daar een plaats in kunnen vinden maar dan duidelijk in verband met het waardevolle van het alledaagse waarin ook gedurfde en nog niet algemeen uitgesproken meningen aan bod komen.

De stilte is de atmosfeer waarin ze best kunnen gedijen, uit het gehijg van de actualiteit of le dernier cri.
De stilte schept toewijding en concentratie zodat een zekere durf mogelijk wordt indien nodig maar vooral de blik op de essentie van beeld en taal kan gericht worden.
De essentie laat zich niet vlug vangen in een krantentitel; essentie heeft de stilte broodnodig om zichtbaar te worden.
Dat betrachten is alvast het doel, erin slagen vaak niet meer dan een eerlijke poging die door de lezer kan verder gezet worden.

MEISJES IN HET ZONLICHT

meisjes in zonlicht philip leslie hale

Wij gingen openbloeien,
de meisjes in het licht
en de jongens
kleurenzot
en licht genoeg
om honderd jaar te worden,
riepen:
blijf staan meisjes,
blijf in dat licht
tot het nooit meer licht zal worden.

Gehoorzaam, toen nog wel,
stonden zij in gezelschap
van het duizendkruid terwijl
ligustergeur ons besmette
en wij beseften
dat god alleen een vrouw kon zijn
of in de jonge dagen,
toen de goden nog op de besneeuwde Olympus woonden,
ook een jongen
die durf en sierlijkheid vermengde
tot de botte jaren hem een harnas zouden tuigen.

Winden kwamen en seizoenen smolten
en de meisjes bleven in het geheugen
van de oude mannen
telkens de gierzwaluwen
de zomerluchten opensneden.

Er zijn dan dagen dat het niet donker wordt,
tuinen borrelen van gemurmel en de klank
van glazen waarin vergeten wordt geschonken.

Daar wachten de mannen
op de maan,
en zal er hier en daar een oude wolf
janken als de wijn het cement van jaren
heeft verbrokkeld.
De meisjes
brengen een glaasje water
of een kleenex,
zij zullen morgen weer op post zijn.

MuMA_-_Vallotton_-_La_valse tanz dance dans-580x710

-schilderij: Meisjes in het zonlicht, Philip Leslie Hale 1897 (USA)- en ‘La Valse’ van Felix Valloton, 1893 (Frankrijk).

 

IN WONDERLAND

vanitas-flower-still-life-willem-van-aelst

Alsof rozen hun tijd niet kennen
legde hij op het koude marmer zijn zakhorloge,
-but Alice isn’t here anymore-
zit op school en worstelt met staartdelingen
en de dt als zij tegenwoordig is.
Maar toverde mijn kamer om tot winkel, bediende
onzichtbare klanten, was even station, verkocht
daarna ook ticketten voor verre landen,
hing voor mijn boeken kaarten van Australië
en voor bijna geen geld kon je van daaruit naar Italië.

Leert zoals de rozen luisteren naar het tikken,
kijkt in de spiegel en wil nog niet uit Wonderland,
hoopt dat rozenblaadjes de wijzers lang bedekken,
hamsters een oneindig leven hebben
en allerzielen voor bejaarden voorbehouden blijft.

Terwijl zij de treinen naar Mongolië omroept,
bloeien in de laatste uren van de zomertijd
rozen in mijn hoofd.

P1000968_Fotor

(het schilderij bovenaan is van de Hollandse schilder Willem van Aelst, 1626-1683)

Toen ik deze tekst schreef, was die kleindochter bijna tien, nu wordt ze achttien en reist ze de wereld rond zoals wij al eens van Turnhout naar Kasterlee fietsten.

SCHILDERS-TUINEN (2)

bonnard tuin

Hier verbleef Pierre Bonnard (1867-1947) op een bucolische zomerdag op het familie-goed in Le Grand-Lemps, een klein stadje in de Isère-regio, noordwest van Grenoble.
Hij was erg  aan deze plek gehecht die aan zijn moeder Elisabeth Mertzdorff toebehoorde.
Bij de eerst landschappen die Bonnard schilderde, en ook tijdens het ontstaan van dit schilderij, brachten zijn zus Andrée en haar echtgenoot, de toondichter Claude Terasse, hier de zomermaanden door.
Van de vijf kinderen spelend met twee honden en een kat kun je een glimp door en over de ballustrade opvangen.

cross

De kunst van Henri-Edmond Cross (Henri-Edmond Delacroix) (1856-1910) behoort tot de latere jaren van het Neo-Impressionisme. Hij begon pas met het pure landschapschilderen in olie en aquarel toen hij naar Saint-Clair verhuisde, een uithoek aan de Cote d’ Azur dichtbij Saint Tropez. Hij kon er zich bevrijden van de rigoureuze optische arrangementen van het Divisionisme (pointilisme, stipjes die in elkaar overvloeien) en werkte er met lange blokvormige borstelstreken in decoratieve op mozaiek lijkende patronen.
Hij schilderde er menig stralend aquarel van zijn semi-tropische tuin in Saint-Clair, waar hij Paul Signack, Pierre Matisse, André Derain en Albert Marquet (later samen in de Fauve-beweging) vaak als gasten ontving.
Deze aquarel ontstond er rond 1904-5.

SCHILDERS-TUINEN

vuillard garden.jpg

Een jaar gedrenkt in donkerte en hemelwater.
Een vrij korte omschrijving van het jaar 2018, tot en met vandaag 5 april.
Dus reisde ik met het internet en via de boeken naar Vaucresson in 1920, een residentieel stadje dichtbij Parijs waar schilder Edouard Vuillard zijn vriendin Lucy en Josse (Jos) Hessel bezoekt.
Ze hebben net het huis gekocht dat je hierboven op de achtergrond ziet.
Jos, partner in de kunsthandel van Bernheim-Jeune werd Vuillard’s dealer in 1912.  Zijn vrouw Lucy was een van Veuillard’s grote liefdes.  Hun relatie duurde meer dan drie decades tot aan de dood van de schilder in 1940.
De vrouw rechts is Lucy’s nicht Marcelle Aron.  Lucy knielt recht tegenover haar, links gecamoufleerd door een van de grote rozenstruiken die als decoratief scherm dient op de voorgrond.

manet garden.jpg

In augsutus 1874 was Manet op vakantie in zijn familiehuis in Gennevilliers, net over de Seine tegenover het verblijf van Monet in Argenteuil.  De twee schilders ontmoetten elkaar vaak in de zomer en dan was ook Renoir wel eens in hun gezelschap.
Terwijl Manet zijn schilderij van Monet met vrouw Camille en zoon Jean schilderde, schilderde Monet Manet aan de schildersezel (locatie onbekend).
Renoir die net aankwam toen Manet begon te werken ontleende verf, borstels en canvas, zette zich naast Manet en schilderde mevrouw Monet en haar zoon.
Hierbij dus de Monet-familie geschilderd door Manet.

EN BIJ DE DODE

majolica dode jezus.jpg

 

En bij de dode
-gisteren nog bereikbaar per e-mail-
staan wij verstomd,
delen wij ’t verdriet
voor de aflijvige
met het treuren
voor ’t moment van ’t eigen liggen.

Harde spiegel van verdwijnen
en eeuwig verdwenen zijn.

Hoor hoe in ons stemmen van
voorouders en geliefden huisden,
spraken door het dodelijk zwijgen,
dachten wat voor hen ondenkbaar werd.

Hoe nakomenden, steeds groter in getal,
ook die woordenschat tot de hunne maken
en wij, eens uitgesproken, het zwijgen
over onze uitgeraasde hoofden voelen
vallen tot de stilte het liggen lichter maakt.

En bij de dode
-gisteren nog bereikbaar per e-mail-
staan zij verstomd
delen zij ’t verdriet
voor de aflijvige met het treuren
voor ’t moment van ’t eigen liggen.

Harde spiegel van verdwijnen
en eeuwig verdwenen zijn.

 

ivoor .jpg

BIJ EERSTE AFBEELDING:

This work is the largest and most spectacular surviving example of sculptural maiolica from the Renaissance. The standing figures are set in high relief against a landscape of rocky yellow earth and green grass. Conceived as an altarpiece, the scene depicts the moment of grief and reflection after Christ’s body is taken down from the cross. It allowed the artist—a highly skilled potter—to explore the expressive potential of his medium.(Italy 1487)

BIJ DE TWEEDE AFBEELDING:

Christ, portrayed as at once dead and alive, is supported by Mary, his mother, and the apostle John. The flanking figures, witnesses to the Crucifixion, offer a model to emulate, during meditation. (Italy 1620-30)

 

 

HET LAATSTE AVONDMAAL (2)

Collage_Fotorugolino.jpg

Ugolino di Siena omringt Jezus met ‘heiligen’, inclusief met gouden stralenkrans achter het hoofd, de ouderen bebaard, de jongeren netjes geschoren en allen in mantels met fraaie kleuren, zoals dat bij ‘hemelvolk’ hoort.
Is de ruimte nog herkenbaar, de tafel gedekt met als hoofdschotel een miniem boutje, de sfeer straalt letterlijk en figuurlijk van onaardsheid al vergeet hij niet menselijke details in de diverse handgebaartjes en zoekende blikken.
Je denkt zeker niet aan een stelletje vissers of landlieden, de schilder maakt hun status duidelijk: buiten Judas hebben ze als ‘gekozen’ gezelschap van Jezus hun plaats in het hemelrijk verdiend.

Kun je nog de Byzantijnse vormgeving vermoeden in de laat-gotiek, bij Daniele Crespi, barokschilder, zijn het duidelijk mensen.  Niet de gewone man die je in de Italiaanse straten van de zeventiende eeuw zou aantreffen, maar welstellende burgers die echter hun emoties duidelijk laten blijken.
In feite werkt hij met kleine driehoekjes waarin telkens twee of drie leerlingen met elkaar krijgen te maken.  De gemanieerde vingers komen eraan te pas, maar als je goed kijkt zie je telkens een sprekende en een luisterende kant. Dat is al erg beschaafd want ook toen al bestonden er in Italië alleen sprekers bij disputen:  iedereen sprak tegelijkertijd en vrij luid.
Johannes noch Jezus zijn in deze fysische ruimte aanwezig.  Jezus weet duidelijk wat hem te wachten staat en de bijna slapende Johannes-figuur kan hem voorlopig niet bijstaan.

Het is een druk avondmaal.  Op de achtergrond brengt een bediende de volgende gang binnen.
De tegenstelling tussen de druktemakers en de twee centrale figuren is groot.  Je denkt al vlug dat ze er niets van begrijpen.
Judas kijkt meer dan symbolisch onze kant uit, de linkerhand stevig rond de geldbeurs onder zijn mantel. Heeft hij net in zijn rechterhand  het stukje brood gekregen van Jezus dat de verrader zou aanduiden? Hij wendt zich af van het gebeuren. Hij zou een van ons kunnen zijn.

Zoek je met als zoekterm ‘last supper in art’ op het net, zul je toch wel een honderd verschillende vormen en stijlen tegenkomen, satirisch, uitdagend, stil, kortom de hele wereld zit samen aan tafel.  Het gaat dan meer om de vorm, de samenzittende leerlingen rond Jezus, niet om de inhoud.
Je weet dat ze weldra buiten in slaap zullen vallen terwijl hun meester doodsangsten uitstaat, dat Judas maar ook Petrus hem zal verraden, dat de meesten het op een lopen zullen zetten.
Het is die tragiek die mij in deze beide werken zo sterk aansprak: stuur iemand die ons zal verlossen van de ellende en wij zullen hem/haar in kortste keren aan het kruis timmeren.  
Zijn moeder en de jonge Johannes zullen bij het kruis staan volgens de Schrift terwijl de soldaten dobbelen om zijn kleren.

Collage_Fotorcrespi06.jpg

HET LAATSTE AVONDMAAL

 

lavondmaal.jpg

 

In mijn kinderfantasie was ‘het laatste avondmaal’ een plechtig veroberen van boterhammen met kaas en /of confituur.  Er kon ook wel een beetje chocolade bij geweest zijn, vooral omdat het een ‘laatste’ avondmaal was, dan kon een extra best verantwoord zijn. ’t Avondeten in de jaren vijftig was althans in de Kempen een broodmaaltijd want warme kost werd ’s middags opgediend.
Iets ouder hoorde ik de Engelse term ‘Last Supper’ gebruiken; de landelijke uitdrukking voor ‘soupé’ was vooral bij vieringen van verenigingen gebruikelijk om via uitvoerig eten de kas te spijzigen.


Toch had hoofdpersoon het over ‘brood’ en ‘wijn’, en dan waren in mijn kinderlijke fantasie ‘pistolé’s en sandwiches aangewezen, ons zondags ontbijt of in belegde vorm de hoofdmoot bij familie-koffies. Wijn werd door de volwassenen alleen met de nieuwjaarsdagen gedegusteerd en als kind mocht je dan al eens proeven van een soort ‘fruitwijn’, iets waar je maanden naar uitkeek maar voor diepe teleurstelling zorgde na het consumeren ervan.
Ik zag de hoofdpersoon van het laatste avondmaal wel eens terwijl hij, zoals mijn moeder, met het grote mes een kruis maakte op de zijkant van het brood en dan een snede aan elke leerling gaf die zelf voor boter en beleg zouden zorgen.
Met zijn dertienen werd het best gezellig zoals het plezierige rumoer bij een feesttafel in afwachting van het opdienen.


De sfeer die ik terugvond bij het mooie schilderij hierboven van Ugolino da Siena, of ook bekend als Ugolina di Nerio. Als altaarpaneel gemaakt (een predella) rond 1325 in het atelier waar ook zijn vader en broers Guido en Muccio werkten, maakt het  zijn functie als een echte kijkprent waar.
Wilde je weten wie van de twaalf Judas Iskariot was dan keek je naar de hoofden en vond je vlakbij Jezus een persoon zonder gouden ‘halo’. Daar zat dus de toekomstige verrader.
De jonge Johannes ligt op de schouder van  zijn geliefde meester zoals beschreven in het evangelie. De anderen kijken toe, eten of drinken of praten met elkaar.
Het is een mooi stuk, vol details zoals de bewerkte zoldering, de gedekte tafel, de brede bank vooraan, de mooi gekleurde mantels.
Jezus heeft net gezegd: Een van jullie zal mij deze nacht verraden, en je ziet Judas’ hand zijn vraag begeleiden:  Ben ik het Heer? Anderen kijken elkaar aan, of richten hun blik op iemand die zij verdenken, of wijzen naar zichzelf.
Het is een intens werkstuk vol ingehouden drama ook al ken je het vervolg.


Driehonderd jaar later, rond 1624 schildert een andere Italiaan, Daniele Crespi (niet verwarren met Giuseppi) datzelfde tafereel zoals afgebeeld hieronder.
Hier zijn we bij een rijkelijk ‘soupé’ aanwezig, vis en vlees, ook al spreekt de tekst bovenaan over ‘het brood der engelen’ (citaat uit psalm 77) dat op tafel matig aanwezig is.
Dezelfde vraag:  ben ik het, Heer, leidt tot allerlei reacties. Er wordt met een mes gezwaaid. Een van de disgenoten rechts onderaan kijkt zelfs ons aan, moet hij het misschien bij de kijker gaan zoeken, of zou deze persoon Judas zijn? (zie de groene beurs die, in zijn linkerhand,  onder zijn mantel tevoorschijn komt. (Judas was immers de man die de centen bijhield, en had net 30 zilverlingen gekregen voor zijn verraderswerk.) 

In de innigheid van de cirkelopstelling zie je hier mensen uit de zeventiende eeuw, druk bezig  terwijl de vrouwelijke Jezus in zichzelf lijkt verzonken.
Driehonderd jaar zijn er verstreken tussen beide kunstwerken.


Nog eens driehonderd jaar en we zouden even na de eerste wereldoorlog terechtkomen, of op de vooravond van de tweede. De wilde twintigerjaren?
In beide kunstwerken gaat het over ‘afscheid’, maar ook over ‘verraad’. Eens hij er niet meer zal zijn wordt het mensenwerk en we weten uit eigen ervaring hoe dat kan verlopen.
Het laatste avondmaal, en de nacht die daarop volgt om over Goede Vrijdag nog te zwijgen. Gelukkig zal het ook Pasen worden. Al eeuwenlang.

 

Dcrespi.jpg

NOEM HET LENTE

11.116.4                                  .jpg

Binnenskamers lieten we wel eens woorden op waarin bloesems en bloeien
eeuwige zomers in tuinmeubel-boekjes voorspelden:
gestileerde dromen voor mateloos stoeien in uitgerokken warme dagen,
en geuren van verleiden en vervulling het wintermoeë hart genezen.

Echter, eens de vroege nevels verdampten en schaarse merels
aarzelend de verten openzongen, zag ik het wondere ontwaken:
het fijnste wit van wolken gesprenkeld over wintertakken,
het hemelse dat gul zijn vleugels over het grauw versnipperde.

Pond at Milton on the Hudson

schilderijen van de Amerikaanse schilder George Innes (1825-1894)

 

EEN ZEVENTIENHOEK EN EEN DWERGPLANEET

 

800px-Carl_Friedrich_Gauss.jpg

 

 Hij was nog een tiener, negentien, Johann Carl Friedrich Gauss, toen hij op 30 mei 1796, de manier ontdekte om een regelmatige zeventienhoek, of ‘heptadecagoon’, te maken.
Later, in 1832 werd er zelfs een 257-hoek geconstrueerd maar zelfs op latere leeftijd beschouwde Gauss zijn zeventienhoek nog altijd als één van zijn grootste prestaties.
Hij wilde er zelfs eentje als grafsteen hebben, maar de steenhouwer weigerde want  zo’n zeventienhoek was veel te moeilijk om te maken en zou er als een cirkel uitzien. Ook een steenhouwer heeft zijn fierheid.

704_feature_1600x900_ceres.jpg

 

 In 1801, op nieuwjaarsdag,  ontdekte de Siciliaanse astronoom Giuseppi Piazzi de dwergplaneet Ceres waar 24 collegae driftig naar op zoek waren. Nog voor hij zijn vondst kon bewijzen was Ceres te dicht bij de Zon om zijn observaties te bevestigen.
Het was datzelfde wonderkind Gauss dat in enkele weken de baan van de dwergplaneet voorspelde en jawel, de laatste dag van 1801 vonden Zach en Heinrich Wilhelm Olbers Ceres dichtbij de voorspelde locatie.
In september 2015 maakte de ruimtesonde Dawn foto’s van deze geheimzinnige dwerg die zelfs een lichtgevende ‘ijsvulkaan’ zou bezitten (Ahuna Mons, 4km hoog en 17 kilometer lang) en zelfs een zwakke veranderlijke atmosfeer.
In Science van 2 september 2016 wordt ze bijna lyrisch beschreven:

‘On 6 March 2015, Dawn arrived at Ceres to find a dark, desiccated surface punctuated by small, bright areas. Parts of Ceres’ surface are heavily cratered, but the largest expected craters are absent. Ceres appears gravitationally relaxed at only the longest wavelengths, implying a mechanically strong lithosphere with a weaker deep interior. Ceres’ dry exterior displays hydroxylated silicates, including ammoniated clays of endogenous origin. The possibility of abundant volatiles at depth is supported by geomorphologic features such as flat crater floors with pits, lobate flows of materials, and a singular mountain that appears to be an extrusive cryovolcanic dome. On one occasion, Ceres temporarily interacted with the solar wind, producing a bow shock accelerating electrons to energies of tens of kilovolts.’

Zo zie je dat het ontwerpen en uitvoeren van een zeventienhoek de blik op het universum niet uitsluit, integendeel.

 

HET OPPERVLAK VAN WERNER BOY 1901

boy_large.jpg

Eénzijdig zijn en zelfs geen randen hebben, waardoor
de plaats van gebeuren niet oriënteerbaar is; zou je dus
een tweedimensionaal wezen zijn, dan ben je na een tocht
over het oppervlak, eens bij je startpunt teruggekeerd,
ervan overtuigd dat links en rechts met elkaar verwisseld zijn.

Dompel een projectief vlak onder in een driedimensionele ruimte
zonder singulariteiten,  (-hier voor te stellen als scherpe randen-),
en rek het, door het vlak langs de rand van een Moebiusband
te plakken: het oppervlak mag zichzelf wel doorsnijden maar
niet worden gescheurd, drievoudig rotatiesymmetrisch,
een as waarlangs het oppervlak over 120 graden wordt gedraaid
en er dan precies weer uitziet als tevoren, alsof er niets is gebeurd.

Is in de politiek voor tweedimensionelen links vaak rechts
na het bekend geharrewar, en voor hetzelfde geld ook omgekeerd,
in de wonderen van de wiskunde bepaalde de blinde Bernard Morin
deze wonderlijke projectie van Werner Boy in wiskundige vergelijkingen.
Urenlang betastte hij een model om het in zijn geheugen jarenlang
te bewaren en door van buiten naar binnen  te ‘kijken’ begreep hij
beter dan de zienden ook de binnenkant en drukte in fraaie vergelijkingen
(met hulp van de computer dat moet gezegd) de schoonheid in
wiskundige werkelijkheden zodat ook de cijferaars tevreden waren.

 

oppervlak van boy.png


Met het ‘minimaaloppervlak (1774), de Mobiusband (1858) en de Fles van Klein (1882)
met Bol binnenstebuiten (1958) en de Hyperbolische 3-ruimte van Weeks (1985)
beseffen wij dat binnen ook buiten en links blijkbaar verwisseld kan worden met rechts
en dat de versimpeling niets met de vereenvoudiging heeft te maken maar het wondere zelfs
in wiskundige vergelijkingen kan worden uitgedrukt.

Gebuisd in wiskunde tot in het verre nageslacht moeten we toch maar eens de muren afbreken die verschillende inhouden ‘schoonheid’ van elkaar afschermen en ons in vakjes duwen die in geen enkele wiskundige vergelijking doenbaar zijn.
Wie graag een boek leest, hoeft daarom nog geen auteur te zijn, en wie op een of andere manier geraakt wordt door wiskundige schoonheid hoeft daarom nog geen wiskundige te zijn.  Gelukkig.
Wetenschap kan ook gebruik maken van menselijke intuïtie, iets wat wiskundige Pieten en Mieten wel eens vergeten.
Het oppervlak van Werner Boy (1901) en Bernard Morin (1978) heeft mij ontroerd.  Ja, dat is het goede woord.

Bovenste foto:

The Boy surface is named after Werner Boy, who constructed this surface, which is an immersion of the real projective plane in Euclidean 3-space, in 1901 in his thesis. The doctoral adviser was David Hilbert. The model of the Boy surface in front of the Institute’s library building has 3-fold rotational symmetry and minimizes the Willmore functional which measures elastic energy.

On January 28th, 1991, it was installed at the MFO in Oberwolfacht (Germany) as a gift of Mercedes Benz. Some technical data

Made by steel plate V4A, thickness 2 mm.
Weight: 84 kg.
Fixed with 772 rivets through 1650 holes.

WOORDEN (6) VER KUNNEN KIJKEN

 

e93f21581170be1cba1ec10f64f76d80--open-window-window-view.jpg

 

Je zult het wel begrijpen, moeder,

sinds ik thuis ben moeten alle ramen open,

drinken mijn ogen zich zat aan verten,

proef ik buitenlucht liever

dan de zoetste vruchten van het seizoen,

zijn de sterren mijn zuinige lampjes

terwijl de maan

met koude wangen langs mijn hart strijkt,

 kind aan huis werd, mijn kale hemelhond.

 

Zo lang buitenkijken

waar kastelen en gestolde heuvels net

voor de horizon zich te slapen legden,

is voor een kinderziel genoeg,

is eindeloos je armen strekken

-je weet hoe goed ik daarin was terwijl ik je naam riep-

en einderloos opgaan

in zachte avonden waar vertellers thuis zijn

en schemer mijn jongenskrullen wast.

 

Wat waren we goed in hunkeren;

-reuzen in pyjamaatjes-

op het puin van Jericho kropen we

om ver genoeg te kunnen kijken.

 

denissarazin12a_orig.jpg

WOORDEN (5): EEN STROFISCH BESTAAN

kaart2.jpg

(EIGEN FOTO’ S)

 

distichon:
Met vingerverf geschreven woorden waarin een koekoek
het onbereikbare herhaalt, monotoon maar in reliëf gezongen.

terzine:
Besluit dus  met  voorgeschreven rijmen van ’t kwatrijn,
en laat de laatste lijn  uit wat alleen de vogels weten
in verstaanbare stilte van gesloten ogen uitgegoten zijn.

kwatrijn:
De wind huisde in de hoge toppen van de dennenbomen
waaronder ik als kind een veelheid van stemmen hoorde,
Gestamel van bange wezens die, nooit thuisgekomen,
zich verkleedden in de lompen van mijn verlamde woorden.

 

file30095_Fotor.jpg

WOORDEN (5) ENGELEN OP BEZOEK

France-Nice-Marc-Chagall-Painting-Abraham-and-Three-Angels-1440x954.jpg

 

Vaak heb ik met hen gedineerd, ik, de engelenzot.

Niet dat ze veeleisend waren of heilig-heilig-heilig hijgden,

-het kruim der heerscharen wist zich te gedragen-

maar hun jaloerse blik was nauwelijks te bedwingen

eens ze hun boodschappenlijstje verkondigd hadden.

 

Het ene woord gevleugder dan al de anderen, gezang

hun taal, hun beminnelijkheid boven alle twijfel,

-de juiste mengeling tussen vrouw en man was ook niet mis-

maar dat sissen als ze’ t over mensen hadden,

die domme speeltjes van hun goddelijke opperheer.

 

Volmaaktheid is vermoeiend hier op aarde, muziek

der sferen zoet het oor en ’t ruisen van hun pluimen vleugels,

-duizend duiven verven trillingen van de wereldzee-

ronden de big bang maar zetten ook de tijd aan ’t werk,

terwijl zij in het eeuwig nu vervulling vinden.

 

Verwachten en vergeten is alle mensen ingegoten

toen zij de tuin verlaten moesten.

-Het gisteren en het morgen dus,-

daarover praten maakt engelen onrustiger dan god vervloeken.

Lucifer zocht niet de macht, maar het ogenblik

waarin hij god vergeten kon en weer verlangen

naar zijn verbijsterend licht ontstond.

Die dodelijke mengeling die engelen ontberen.

 

ludwig-ix-18-f-11r-Abraham-and-the-Three-Angels-door-gerard-horenbout-kopie.jpg

WOORDEN (4): LOS GESCHEURD

 

P1040642_Fotorgevallen.jpg

Als maar dit beetje licht dat na een koud gesneden dag
in de geschonden tuinen achterblijft een letter schrijft
waarmee je over het ontelbare van de dagen even nog
mijn hand vasthoudt, net voor je in het vroeger verdwijnt,
zal ik dapper woorden oplaten in het onmetelijk later.

Kleinhandelaar in wensen , lichtgevoelige schrootverkoper,
windvanger nog voor een zoute bries de zee verraadt,
ben ik een rumoerig pleegkind van vergeten vaders,
eindeloos op wacht bij de sinistere kusten van Ithaca.

(met foto’s van een afgebroken tak van de atlasceder na de december-dag van sneeuw-ijs-wind, een dodelijke drievuldigheid)

 

P1040294.jpg

WOORDEN (3) HER-DENKING

Allison+and+Noelle+Reclining+v4-L-L-Bob+Clyatt+Sculpture.jpg

 

her-denking

In aarzeling van licht uit nacht gekropen, vogels
weten daar hun eerste zinnen wonen, verzoenen verte
met onschuldige leegte van het later, verscholen
in wat dageraad heet, of in het broze van het onbestemde.

Besneeuwd, bevroren, met wintergaten in ’t geheugen
waar jij met weinig letters het vergeten overschrijft,
spel ik een irrealis van achterlaten met voor een habbekrats
wezens als demonen opgedolven, verguld, verheven

in het dal van koningen, gebalsemd en op altaren bijgezet.
Onmacht verkocht met gesoldeerde woede, het soortelijk
gewicht van tranen als lettersaus op papier uitgesmeerd:
burgers boeren en braken, een intens bewijs van medeleven.

Een psalm in nachtelijk donker tekent reeds je schaduw.
De gouden zon, alwetend waar zij schuil moet gaan.’
Woordeloos worden want uw engelen zijn als wind,
als vuurvlammen uw dienaren die herinnering heten

en tergend traag intens door mijn schraalheid breken,
( -een te grote luminantie kan men mij verwijten, ja-)
ogenblikken als jaren of eeuwen weerkaatsen, projectie
van volmaakt geronde schoonheid op mijn vlakke ziel.

 

martakiss7_orig.jpg

 

werken van Bob Clyat en Marta Kiss (USA)

WOORDEN (2) DE WARE NACHT

quandvientlanuit john kviar.jpg

Dieven, dichters en drinkebroers  logeren in de nacht, geliefden
Trekken kroonkurken van de donkerte, baden zich met huurlingen
In een overschot aan trekkebekken en woordenpraal, kliefden
Jouw uitgegroeide stilte in gemakkelijke poëtische hebbedingen.

Dansers, dromers en dijenkletsers likken de hielen van de nacht,
Verknoeien toegangswegen tot het niemandsland met verzinnen
Van amoureus hartezeer voor weinig kopergeld gratis thuisgebracht,
Op zilverschermen uitgesmeerd en eindeloos te herbeginnen.

Geen allegorie maar een alleenverkoop is de ware nacht,  duisternis
Met een afschuwelijk gehalte aan gemis, jouw dood als nom de guerre.
Wat in de donkere kamer nog zichtbaar wordt, jouw opalen beeltenis
Verbrandt het heimwee niet. Bloemetje uit het verdoemde vers van Baudelaire.

(Un soir fait de rose et de bleu mystique,
Nous échangerons un éclair unique,
Comme un long sanglot, tout chargé d’adieux ;

Et plus tard un Ange, entr’ouvrant les portes,
Viendra ranimer, fidèle et joyeux,
Les miroirs ternis et les flammes mortes.

Uit: La morts des amants, Charels Baudelaire)

 

full_1414370561883624725.jpg

Bovenste prent is van John Kviar, de onderste van Gabrielle Desrossiers

WOORDEN (1)

3b055cb806_1413464536_Deze-oud-Nederlandse-woorden-mogen-eigenlijk-NOOIT-verloren-gaan__shre.jpg

Met twee woorden spreken
Mag het ook iets meer zijn?

Woorden
die uit hun verband ontsnapten,
woorden
waarmee je niets mag vuil maken,
het halve woord
voor de goede verstaander,

het woord
dat nooit te veel is,
zelfs het laatste woord
dat iedereen wil hebben;

zuinig
met het gevleugelde woord
tenzij het met de p van Pegasus
begint
en vergeet het hoge woord niet
dat eruit moet,
en het gebroken of gevoerde
woord.

Wissel woorden
ook al kun je er niet uitkomen.

Het wacht-woord
is
‘stilte’.

Laat het niet bij woorden  blijven.

P1030601.jpg

PRENTJES KIJKEN (17) VLOEIBAAR

17hr15m30seg.jpg

Patricia Claro was born in Santiago, Chile (1960). She studied Visual Arts (2006) and Design (1983), both at Pontificia Universidad Católica de Chile. From 1981 to 2009, she participated in workshops by various artists where she studied painting and engraving techniques. The decision to study a second major (Visual Arts), after a long period of experimenting with different techniques, consolidated a stage of artistic and theoretic formation. This incited a painting and video work which lead to a new approach towards the theme of landscape.

She is conducting a visual investigation on the theme of landscape and water as the infinite source of images. Her personal interpretation of this scenario in movement is the result of a rigorous experimental study of the dual quality of water and its reflections. She proposes new expressive possibilities, emphasizing her particular vertical view towards landscape which demonstrate the capacity of water to reflect the environment.

Aguagramas-II.jpg

Water is an infinite source of images, a stage of movement that second to second reflects its surface like a mirror. Besides, that characteristics of its materiality allows me to abstract, play and change its rules, giving me the artistic freedom necessary to follow my aesthetic objective. I fix my gaze on water with a close environment that fills with color, transparent water, with capacity to mirror and reflect. This allows me to work the duality between light and shade, achieving the unity of the image representing the landscape.

PRENTJES KIJKEN (16) BESPIEGELING

6374-image-1100-660-fit.jpg

Michael Taylor was born in Sussex and studied at the Worthing School of Art (1969-70) and Goldsmiths School of Art (1970-73). He has received many awards for his paintings including The National Portrait Gallery Portrait Prize, The Holburne Contemporary Portrait Prize and The Royal Society of Portrait Painters Changing Faces Award. He has undertaken a number of important portrait commissions including from the House of Lords to paint the portrait of the last Lord Chancellor, Lord Falconer. He was recently commissioned by the Hollywood director Wes Anderson to paint a ‘renaissance’ portrait of Boy with apple for his film The Grand Budapest Hotel. The authorship of the painting was kept a closely guarded secret until the film release and has subsequently generated a great deal of press interest in the artist.

Four of Taylor’s works are in the National Portrait Gallery, London: portraits of the musician Julian Bream, the composer Sir John Tavener, the writer P D James and a self portrait in pencil. He has been represented by Waterhouse & Dodd for ten years, holding 2 full solo exhibitions and exhibiting at numerous international art fairs. Taylor produces no more than 3 or 4 oil paintings a year.

 

11691-image-1100-660-fit.jpg

 

PRENTJES KIJKEN (15) DE KUNST VAN HET STAPELEN

IMG_1199_openWith_openWithFULL.jpg

Justin Lieberman, That Part of My Life is Over 2, 2012, wooden sculpture with archive, dimensions variable; Bunker Oasis, 2011, 53 x 39 x 32 in.

 

Op een kundig gecamoufleerd

bed van ijs

ligt na jaren stapelen

en verzamelen

wat wij de dierbare noemen.

 

Eens het vuur voorbij

gaat het ons allen voor de wind.

JL_TravelFictionandSelfHelpSectionBookshelf08_detail2_S.jpgJustin Lieberman
Travel, Fiction and Self-Help Section Bookshelf (Psychological Portrait) with Gutenberg Bible Placeholder (detail), 2008
Mixed media
Collection: 55 x 33 x 15 inches 139.7 x 83.8 x 38.1 cm
Placeholder: 47 x 31 x 18 inches 119.4 x 78.7 x 45.7 cm