DE OGEN, een kortverhaal

eyes museum

Er was dus niets van waar.
Je zag geen levensloop in een versneld tempo aan je voorbijtrekken. Geen groot licht. Geen zalig, bevrijdend gevoel. Je zag gewoon de wereld op zijn kop draaien, de achtergevel van de sigarettenfabriek. Hij had zelfs nog de tijd om te bedenken dat de wagen niet zo wegvast was als ze in de folder lieten geloven.
De rechterkant plooide in elkaar. Glas viel in harde korrels over zijn handen. Het zou nu donker worden. Maar ook dat gebeurde niet.
Hij voelde bloed langs zijn wang naar zijn borst druppelen.Tot ver achter zijn hersensen hoorde hij de echo van de klap.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Zijn handen lieten eindelijk het stuurwiel los. Nu val ik in het donker, dacht hij. Nu.
De sirene kwam dichterbij. Hij bleef alles zien wat er gebeurde.
Zijn hoofd leek heel ver van zijn lichaam te liggen.
Zijn voeten hoorden niet meer bij hem.. En waar zijn armen waren, wist hij niet.
Hij miste elk lichaamsdeel.
Alleen zijn ogen. Die keken.
Ze zagen mensen komen, ze zagen gezichten vol afgrijzen naar hem kijken.
De autoweg en daarachter de sigarettenfabriek.

renate rönsch

Zijn ogen overleefden het ongeval.
‘Er zijn dingen waar je niet dadelijk een verklaring voor vindt,’ hadden de artsen gezegd toen ze haar het glazen schrijn gaven.
Proeven wezen uit dat er geen enkele hersenactiviteit meer was. Maar de ogen bleven op prikkels van de omgeving reageren.
Omdat de rest van het lichaam niet te conserveren bleek, besloten de dokters de ogen uit het lichaam te verwijderen. Het leek wel of de ogen de chirurg dankbaar aanstaarden.
Ze werden netjes op een standaard gemonteerd en in een schrijntje gezet.
Feit was dat ze ’s avonds dichtgingen en ’s morgen rond zeven uur -het uur van zijn ontwaken, toen hij er nog helemaal was- openden en rondkeken.

Jono+Dry+Art+Pencil+Drawing+-+Sunset

‘Kijk me niet zo verwijtend aan!’ zei ze, toen ze het schrijn op de schoorsteenmantel zette.
De ogen knipperden heel snel, zoals hij dat vroeger deed als hij goed geluimd was.
Ze betrapte er zich op dat ze met de ogen sprak, net alsof het auto-ongeval nooit had plaats gevonden.
De ogen luisterden.
Ze zegden meer dan wat zijn mond ooit had kunnen uitkramen.
Ze vond het helemaal niet griezelig de ogen mee op reis te nemen als ze voor een weekend naar zee of de Ardennen trok.
‘Kijk maar eens goed rond,’ zei ze dan terwijl ze de ogen op de vensterbank van de hotelkamer met uitzicht op zee zette.
De ogen genoten zichtbaar. Ze keken ook mee televisie, en net zoals vroeger vielen ze dicht bij een praatprogramma of een politiek debat.
’s Avonds stonden de ogen op haar nachtkastje. Ze keken haar met een zekere tederheid aan.
Ze volgden haar tot ze het licht uitknipte.
Het leven met de ogen was best aangenaam. Ze zegden geen woord, namen weinig plaats in en brachten een warme aanwezigheid in haar leven.

jr-picnic-border

Op een avond ontmoette ze een nieuwe vriend. Ze nodigde hem thuis uit.
De ogen had ze in de hobby-kamer gezet.
’s Avonds, terug op het nachtkastje keken de ogen haar verwijtend aan.
‘Je moet niet bezorgd zijn,’ zegde ze. ‘Ik kijk wel uit.’
Dat was klare taal die de ogen goed begrepen.
De boosheid had plaats gemaakt voor een berouwvolle blik.
Ze liet de vriend voor wat hij was en keek voortaan weer elke avond televisie, samen met de ogen.
Toen ze nieuwe kleren ging kopen, liet ze de ogen thuis.
Ze prikte de sportpagina van de krant aan de muur, zette de ogen in de juiste richting en haastte zich naar de stad.
Bij haar thuiskomst waren de ogen er niet meer.
Ook het glazen schrijntje was weg.
Niets wees op een inbraak. Alles lag keurig op zijn plaats.
Het vervelende was dat ze met niemand kon bellen.
Alleen de dokters wisten van de ogen.
Voor de buitenwereld had ze de ogen zorgvuldig geheim gehouden.
Veel bezoek was er nooit geweest.
De sportpagina aan de muur hing er doelloos bij.
Het was de jongen van de wasserij die er haar op wees.
Of ze misschien zo dol op sport was?
Ze wilde een verklaring verzinnen, maar de jongen wees op de stoere voetballer die de helft van de pagina vulde.
Hij knipoogde zoals mannen dat doen als ze over vrouwen praten.
‘O ja, dat is een vriend. Ik bedoel, familie. Verre familie,’ probeerde ze zich te verdedigen.

Onder het dressoir vond ze die avond het schrijntje . In drie stukken.Verschrikt keek ze rond.
Op de zetel lag de poes.
Met iets heel teders in haar anders koude ogen.

paul-klee-cat-and-bird-1

(bij de eerste losse ogen, 5de eeuw voor Chr: “Greek and Roman statues were designed to give a colorful lifelike impression. Marble and wood sculptures were brightly painted, and bronze statues were originally a pale fleshlike brown. Lips and nipples were often inlaid with copper, and teeth with silver. Eyes were usually made separately and set into prepared sockets. This pair, designed for an over-lifesize statue, gives a sense of the potent immediacy that ancient sculpture could convey.”)

 

LOUIS STETTNER ‘Wisdom Cries Out in the Streets’

stettner louis verkeersbord met

Hij heeft veel gezien.
Drieënnegentig geworden, geleefd in de tijdspanne tussen 1922-2016, op straat te vinden vooral in Parijs en New York die hij zijn ‘spirituel mothers’ noemde.
Het dagelijkse leven van dagelijkse mensen als onderwerp voor zijn camera.
Begonnen op zijn dertiende, aangemoedigd door Alfred Steiglitz en Paul Strand vind je nu zijn collecties in het Metropolitan Museum of Art, Museum of Modern Art en in hetVictoria and Albert Museum.
Ondanks de museumtentoonstellingen bleef hij toch lang onbekend bij het grote publiek.

World-Trade-Center_-New-York_-1997

Greatly appreciated by fellow photographers and discerning collectors, the problem as photography critic Kelly Wise aptly states: “rarely is his work shown in breadth.” Which is precisely the purpose of his book Early Joys. Slowly a legend has blossomed about his early photographs (1947 – 1972) that has strongly influenced young photographers. Yet its true scope and depth has been only available to those fortunate enough to visit his print room.

Battery-Park_-New-York_-1979

There is a most stirring and perceptive Introduction by his teacher and lifelong friend, the famous French photographer Brassai (Stettner is the only photographer to be honored): “Stettner has always been fully conscious that the role of the photographer is not to turn away from all reference to reality, but on the contrary to express a profound experience with it.”

penn-girl

Mr. Stettner, a New Yorker, was a product of the ‘Photo League’ and its emphasis on socially conscious, documentary work, exemplified by members and supporters like Weegee, Berenice Abbott and Robert Frank.
“I have never been interested in photographs based solely on aesthetics, divorced from reality,” he wrote in his photo collection “Wisdom Cries Out in the Streets,” published in 1999. “I also doubt very much whether this is possible.”
While living in Paris after World War II, he also found inspiration in a new wave of French photographers, including Robert Doisneau, Brassaï and Henri Cartier-Bresson, whose outlook seemed to dovetail with the league’s. (William Grimes NY Times)

(Hieronder Christmas Eve 1950)

louis-stettner-christmas-eve-1950

He began studying photographs at the print room of the Metropolitan Museum of Art and observing, through the camera’s lens, the streets around him. New York was his subject, the place he described as “a city I love, a city that forgives nothing but accepts everyone — a place of a thousand varied moods and vistas, of countless faces in a moving crowd, each one silently talking to you.” (ibidem)

louis-stettner-american-street-photographerr-07

Stettner’s elaborate shrug is typical of the masters of his form and kind. Photographers tend, vocationally, to understate the intellectual preparation necessary to their work, as other visual artists tend to overstate theirs. The myth of accident – I was there, that’s what I saw, you would have seen the same – remains essential to the form, in part because the element of serendipity really is essential to its beauty: if we try to make photographs too artful, we miss what makes them art. (Adam Gopnik)

20161015stettner-obit-slide-K6XI-superJumbo

Terwijl nu iedereen te beginnen met de lagere school-kinderen minstens één camera op zak heeft, vraag je je af of er van het dagelijkse leven nog foto’s overblijven die niet ontsierd worden door het gezicht van de selfie-fotograaf.
(Voor het tegendeel verwijs ik je graag naar het ‘dagboek’ van Luc Dewaele)
https://lucdewaele.com

20161015stettner-obit-slide-NLP2-superJumbo

Het ogen-blik in elke foto vastgehouden mag zich blijven uitstrekken voor al de ogen die er  later hun blik op richten, en dank zij de kunde van de fotograaf de ruimte herkennen, alsof ze ooit de onze was, en voortaan inderdaad van ons geworden is en zal blijven.

Ons lot aan elkaar verbonden, waar we ook ter wereld verblijven.

20161015stettner-obit-slide-JZU5-superJumbo

(met Franse ondertiteling)

MYSTERIUM MATRIS een apocriefe psalm

boodschap

Nu de dagen korten en de winkellichten vroeger de straten verzachten, duurt het geen weken meer of Kerstmis sluipt in onze oude verlangens binnen.
Onder dat dikke commerciële deken schuilt een verhaal dat mij tot vandaag is blijven ontroeren: de Alwetende stuurt zijn zoon naar de mensen via de meest menselijke weg: de moeder.
Als ik andere goddelijke geneses lees dan kan een bloem of een bliksem bijdragen tot het wonderlijke van de ontologie waarin het goddelijke zich met het menselijke verbindt. In dit oude verhaal is het de meest direkte weg, met inbegrip van wat dit bij de vrouw in kwestie zal teweeg brengen. Zij is geen draagmoeder, als is ze misschien als uitzendkracht begonnen. Zij blijft bij hem tot onder dat slavenkruis waar zij zijn liefste leerling als (pleeg)zoon krijgt toegewezen.
Natuurlijk hou ik van verschillende mythologische verhalen, zeker van de Griekse, maar daar bleven de goden op hun Olympus. Ze trokken zich niets van het menselijk bestaan aan en slechts als het volgens hen de spuigaten uitliep kwamen ze een handje toesteken.

Asamblea-Bodas de Psyche y Eros_1517_RAFFAELLO_Sanzio-VillaFarnesina

Ik hou me dus ver van de theologische consequenties. Ik ben maar een verhalen-verteller. Net zoals ik dat deed bij het radiodrama ‘de schepping volgens Jonas’ zoek ik alleen verhalende elementen die misschien de overbekende inhoud meer vermenselijken.
In het verhaal is er plaats voor verschillende werkelijkheden. Je moet je echter ontdoen van elk vooroordeel. Het is maar een verhaal. Met het nodige respect voor de materie maar ook zonder angst om de cliché’s uit te kleden of een niet voor de hand liggende wending toe te laten.
De logica van het verhaal wijkt voor de suggestie. Oproepen. Niet om iets te doen, maar het voor de geest halen van werkelijkheden die niet onmiddellijk beschikbaar zijn voor de redeneringen van alledag. Zoals je een gestorven geliefde kunt oproepen in de stilte van de nacht. Traagzaam denken, tijd geven aan de opkomende beelden.
Ik hoef geen digitale kijker op te zetten want het woord heeft in zijn mogelijkheden onvoorziene krachten met uitlopers in de muziek.

c6c57-389412184

Daarom wil ik, indien het lukt, enkele kerst-psalmen vertellen. Ik weet het, je kunt met ‘reciteren’ ook dieptebeelden oproepen, maar mijn beelden hoeven niet de herhaling al zal ik ze niet uit de weg gaan.
Het zijn beelden waarin de gewelven van een godsgebouw tot de onze menselijke binnenkamer zijn herleid maar ook van daaruit een eigen diepten kunnen oproepen. Met inbegrip van een glimlach, de mooiste beloning voor een verteld verhaal. al mag in slaap vallen ook voor wie het dromen niet vergeet.
Mysterium Matris, het mysterie van de moeder wil de deur openen.

The_Virgin_with_the_Sleeping_Christ_Child_-_Orazio_Gentileschi_-_orazio gentileschi

MYSTERIUM MATRIS

O moeder van ons, kuddedieren,
seismogram der mensenkaravanen,
bij wie zelfs de God van Abraham
beschutting zocht.

Een zeldzaam woord
schreef hij op portieken,
gaandeweg vervallen
door zijn donderpreken.

Geen ‘mene tekel’ was het,
maar iets op kladpapier
waar Adams naam
bij ‘spraakgebreken’ had gestaan.

Een woord, dun als eierschaal,
een woord
waar engelenzwermen voor weken.

mother-and-child helene schjerfbeck

‘Moeder’,
het spreken kan alleen langs jou,
-God zijn is een hondenbaan-
achter een resem heelallen
was het woord
als hartenkreet bij mij.

Gabriël zei:
‘Het woord was bij God’,
schrijf op, Johan.

Gods goesting kennend
riepen de serafijnen:
‘crêpes suzette’,
‘dierenriemen’,
‘kringgesprek’,
‘ontkiemen’!’

Mooie woorden
uit Gods achtertuin, dat wel,
maar ‘lederwaren’
en ‘kroonjuwelen’
zijn dat ook.

Of ‘rinkelbel’ en
‘luizenkam’.

moeder en kind klimt

‘Moeder’,
sprak hij nu luidop,
sprak
zijn verzwegen vrouwelijk wezen.

En uit de diepten
van zijn rekwisieten
uit zijn eigen keizersnee
kwam een jongen
zachtjes
als een offerlam.

Het sneeuwde kindermeel.

Gods ouderpaar
zond een engel
voor een uitzendkracht.

Zelfs al op weg
zei Gabriël:
‘mens’ zal het woord worden
en wonen onder hen.

Hoofdschuddend.

Als Gods vrouwelijke kant
spreekt
kan men het ergste vrezen.

käthe kollwitz

Voor een wezen met zijn allure
een omweg
die kan tellen.
Voor iemand die een kind
met een vingerknip
uit het niets kon scheppen
een vreemde droom
waarin hij door haar zachte stem gesust,
ontdekt hoe zoet het bij haar
slapen is,
onaangeraakt nog
door het weten
wat hem te wachten staat.

Niets menselijk bleek God vreemd te zijn.
Al zag hij in zijn alwetendheid
niet alleen het geschrokken prille meisje
maar hoorde hij
het Stabat Mater bij haar angstig kijken.

Toch liet hij Gabriël vertrekken.

boodschap2

BILL JACKLIN, licht en beweging

Zoals ikzelf graag de wereld observeerde vanuit het geluid dat ze voortbrengt, geluid waarmee je ook muzikaal aan de slag kunt, zo speelt Bill Jacklin (°1943) met licht en beweging.
Nu de dagen zichtbaar (of zeg ik ‘voelbaar’) korten en het harde zomerlicht zijn strijk-karakter uit de jonge lentedagen terugkrijgt, zo zag ik het werk van Jacklin als een spel met licht dat meer nog dan met een impressionistische statische benadering ook een beweging meedraagt. Licht en beweging zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Schakel ik dat over op het geluid, dan wordt de beweging muziek of alvast een klankcompositie. Jacklin’s werk beweegt.

2016_Embrace-Grand-Central II-2016-48x42

‘As a small child I was taken to Kenwood House on Hampstead Heath and saw the Rembrandt self portrait there. I have a strong memory of him looking directly out at me. Later I became more aware of his interests as an artist but that first impression stuck with me. Not long after that when I was about ten my mother gave me a paint box. I went up to Hampstead Heath and from early morning to late night I painted a complete scene there. I remember the painting well. It was my first serious attempt to capture something from life. When I got back my mother was beside herself as I had been out for twelve hours, it was dark and they had been frantically looking for me.’

31e5593eef4f71b07d666376800ee4ca

Bill Jacklin studied graphics at Walthamstow School of Art, London before working as a graphic designer at Studio Seven in Holborn. Between 1967 and 1975, Jacklin taught at Chelsea School of Art, Hornsey and Royal College of Art and at schools in Kent and Surrey. Initially concerned with abstraction, his work moved to figuration in the mid 1970s, when it became preoccupied with the effects of light and movement.

before the hurricane

The rock star Sting has also long admired the artist and his work: “Bill Jacklin is, like me, an Englishman in New York,” he says. “He sees it with the wonder and objectivity of an outsider. He can appreciate its miracles, and can transfer them to canvas better than anyone I know.” Sting is responsible for one of Jacklin’s once-infrequent excursions from the city and nurtured a memorable series of paintings. Jacklin accompanied the singer to Philadelphia on the first leg of an American tour, with the intention of painting him. The portrait did not materialise, but the series of pictures that did, Audience I-III, are among Jacklin’s finest. As in so much of his work (such as the bathers at Coney Island and the commuters on the concourse of Grand Central Station), the artist thrills to the sheer movement of the crowd. “I enjoy being anonymous,” he declares, and, though he appears to be as much a participator on the streets as an entranced recorder of its anarchy, he becomes, he says, “invisible”.

after the dance

No one has painted the urban sprawl of modern New York quite like him. You have to go back to Edward Hopper to find a similar sensibility, and perhaps, as John Kobal has suggested, to the work of Alfred Stieglitz, too. And there is something photographic – even cinematic – about the broad sweep of Jacklin’s vision. He pulls and pushes the viewer in – and out – of focus like a panning movie camera. Certainly, photographic imagery is as important to him as raw material. He gets different truths from different media; he has drawn straight from the television screen.
(Robin Muir Independent 1997)

Towards the Light Times Square, 1998 (oil on canvas)

“Throughout my career I have had two main preoccupations: studying the changing nature of light and an interest in geometry. From 1968 until 1974 I attempted to channel these concerns into non-representational work, developing systems of painting that paralleled structures I had observed in nature…It was not until 1975 that I became directly involved with describing the effects of light representationally, beginning a series of watercolours of objects on tables using the subject matter as a vehicle to create light and pattern.”

“I now find myself continuing this duality of purpose ­ wishing to convey as simply as possible my observation of something as it is, and the need to experiment with paint. The question is how to find a link between an interest in systems of painting and what I am looking at. Lately the paintings have become more complicated, now including people and places relating to specific situations I have experienced, and in this sense I paint what I know.”

img629

One might almost say that Jacklin and Monet have reached the same point, but approach it from opposite directions: Pursuing his interest in the precise nature of appearances, Monet discovered that in fact they varied from moment to moment — that a simple motif would offer an infinity of variations in the course of a single day. This in turn led him to what we now recognise as a kind of abstraction. Trying to break away from the abstract, trying to particularise his experience, Jacklin tackles a motif which is equally basic, and which in fact still has a very simple geometrical structure. The more one studies these garden paintngs, the more the massive geometric forms thrust forward, and shoulder through the richness of the paint.

(Edward Lucie Smith)

http://www.bjacklin.com/index.html

9f947ddb1642924b3bf458db4db3d49b6826ec9c

DE MAN VAN 30 MILJOEN, een kortverhaal

loterieblindd

Hij glimlachte. Gelaten. Een gelaten glimlachje zoals hij glimlachte als hij op het toilet zat. Door iedereen gerust gelaten en ontdaan van dagelijkse ballast.
Zo glimlachte hij toen hij de cijfers zag. Ze stonden er, alle vijf, in oplopende volgorde. Gevolgd door twee sterren gevuld met een getal.
Hij bekeek nog eens elk cijfertje apart. Om zeker te zijn. Daarna knikte hij.
‘Ik heb dertig miljoen gewonnen,’ zei hij tegen zichzelf.

Hij waste zijn handen. Voelde geen aandrang om met een luide kreet zijn vrouw wakker te maken noch de tweedehands meubeltjes aan diggelen te gooien. Een neiging de buurt op champagne en gerookte zalm te trakteren kwam niet bij hem opzetten.
Hij stapte op zijn gammele fiets en liet het huurhuisje voor wat het was.
Floot deze gelukkige man niet eens een opgewekt deuntje of zong hij luidop een fragment uit Verdi’s slavenkoor? Neen, de man hield zijn lippen stijf op elkaar geklemd en vloekte op de schoolkinderen die het verkeer hinderden.
Wel wiegde hij zachtjes met zijn hoofd als hij voorbij het park kwam, knikte hij herhaaldelijk als hij het station binnenliep en zijn stem trilde even toen hij zich liet doorverbinden met de bedrijfsdirectie.
‘Ja?’ zei de directeur-generaal. ‘Ja?’.
‘Met het secretariaat van de koning,’ zei de man.
‘Oh..’ hoorde hij de directeur-generaal schrikken.
‘Zijne majesteit vraagt zich af waarom u de hele dag zo zuur kijkt?’
‘Pardon?’
‘Inderdaad, tijd om u te verontschuldigen. Een glimlachje kost niks, Jozef.’
‘Maar enfin…’
‘Kusje van de koningin, en denk eraan, eerste plicht een blij gezicht!’
De man klapte zijn goedkoop gsm’tje dicht, bedacht zich, liet zich toen met de personeelsdienst verbinden en geen twee minuten later had verzekeringsmaatschappij Secur een bediende minder uit te betalen. ‘Plotseling naar het buitenland vertrokken wegens dringende familiale omstandigheden’.
De trein naar de hoofdstad arriveerde stipt.

saisissez-la-fortune_grande

In Brussel handelde hij de noodzakelijke geplogenheden af op de zetel van de Nationale Loterij en na een gezellig etentje wandelde hij door het park waar hij zijn dagelijkse boterhammen aan de eendjes voerde. Iets voor half zeven was hij weer thuis.
‘Er is tomantensoep en worst met rode kool!’ riep zijn vrouw vanuit het keukentje.
‘Haha, ‘ antwoordde hij. Niet opgewekt, niet spottend, eerder gelaten, zoals men de loop der dingen aanvaardt, het wisselen der seizoenen, het doodsbericht van een verre groottante.

Elke morgen verliet de man vrouw en huisje, spoorde hij naar Brussel en maakte hij een wandelingetje door het park. Het etentje reserveerde hij voor bijzondere dagen. Hij ontdekte een café met een prachtige biljarttafel, speelde er zijn partijtjes, at er zijn boterhammen en was ’s avonds op tijd thuis voor het avondmaal.
De bank zorgde voor een maandelijkse overschrijving, vakantiegeld en andere extraatjes inbegrepen.
’Vast werk, zegde zijn vrouw, en een zuinige echtgenote, wat willen we nog meer?’
‘Niets,’ antwoordde de man. ‘Helemaal niets.’
En hij meende het nog ook.

lotty_1024x1024

Elke dag verliet hij huis en vrouw om in een Brussels café zijn partijtjes biljart te spelen en in een Brussels park de eendjes te voeren, en elke dag was de man om half zeven thuis, dertig jaar lang.
Hij voelde zich gelukkig en zag met een bang hart zijn pensioen-leeftijd naderen.
Zelfs de rente van zijn dertig mijoen had hij niet eens opgeleefd.
‘Ze laten jou wel heel lang werken,’ zei zijn vrouw toen hij bijna vijfenzestig werd. ‘Je bent zeker onmisbaar?’
Hij knikte.
Toen enkele weken later zijn café in de binnenstad werd gesloten omdat ze voor een reusachtige building plaats moest ruimen en toen ook het park met eendjesvijver verdween omdat de administratie van Europa op die plek zo nodig burelen en vergaderzalen wilde bouwen, besloot hij zichzelf op pensioen te laten gaan.

Ln_17

Hij kocht een vrij goedkope horloge met veel bling-bling, liet in een tinnen schotel zijn naam en een wens graveren (-met dank voor uw inzet-) en kondigde die avond het einde van zijn administratieve loopbaan aan.
‘Voilà, ik moet niet meer gaan werken.’
Zij keurde zijn horloge en las ontroerd de tekst op de schotel.
‘Allemaal echt, hoor,’ zei ze. ‘Echt tin en echt goud, en ook wat erop geschreven staat. Ik ken iets van die dingen.’
Hij zegde niets. Hij dacht aan zijn dagelijks partijtje biljart, de glazen trappist en de eendjesvijver.’
‘Maar ik heb ook een verrassing,’ riep zijn vrouw. ‘Wie is er al die jaren zuinig geweest, wie heeft er beetje bij beetje een flinke som gespaard?’
Hij antwoordde niet.
‘Ik! Ik heb bijna honderdduizend euro gespaard! ‘
‘Neen,’ zei de man gelaten.
‘Jaja! Daar kijk je van op, hé? En dit hier zijn twee vliegtuigticketten voor Benidorm. Kunnen we lekker overwinteren. Ik heb onze centen belegd in een sjieke flat voor oudere mensen. Wonen we gezellig samen met leeftijdsgenoten. Nog een beetje bijsparen en dan wordt die flat helemaal van ons. Ben je niet blij?’
‘Jaja,’ zei de man. ‘Heel blij.’
‘Ga je vlug omkleden want we vertrekken nog deze avond laat.We gaan alvast de buurt verkennen.’
‘Dat zal ik doen, liefste. Maar… -hij keek zijn vrouw lang aan- eerst moet ik nog een pakje sigaretten gaan halen in de winkel om de hoek.’
Bijna aan het winkeltje besefte hij dat hij niet eens rookte.

900_1912 Poster for Lottery of National Unity

Ook als kind

trein august macke

Ook als kind al
was zijn liefde voor de avond
een woorden-vreemd gevoel,
een brug
tussen het niet-weten van de nacht
en het besef
dat het dagelijks gebeuren
achter zijn schouder
in het verleden was weggegleden.

Daartussen
zwom hij
en wie weet
vond hij een meander
waarin de hitte van de dag
en de nachtkoelte
hem als zeemeer-jongen
herkenden.

Nooit thuis op het land
en in het water
een vreemde.

1024px-August_Macke_041

schilderijen van August Macke (1887-1913)

REMBRANDT: Innigheid met enkele pennentrekken

kind leert lopen rembrandt bw

Deze kleine tekening van Rembrandt (c. 1656) Een kind wordt het lopen aangeleerd, past heel mooi bij een eerste schooldag.
Schilder David Hockney besprak het in The Guardian van enkele dagen geleden:

‘The child is being held by her mother and older sister. The mother grips the child firmly, the sister more hesitantly, and Rembrandt observes her looking at the child’s face to see how anxious she is. The lines of her shoulders beautifully indicate this; Rembrandt even turned his pen round and scratched through the ink to emphasise it. It makes me see the child’s face, a hint of worry in it, indicated only by one or two faint marks. One then begins to look at ink, not mothers and sisters, and marks made by a hand, speedily.

The trace of Rembrandt’s hand is still alive. Your eye can go back and forth between brown ink: sister; fast mark: mother. How rewarding this is, to move from the physical surface of the paper to its disappearance when you read the “subject”, and then back again. How many marvellous layers does this drawing have?

een kind leer lopen fr1

The mother has a double profile, Picassoesque. (of gewoon de schaduw?) Was it an accident with the pen that he then used as a master would? Both profiles are fascinating about her character. Her skirt is a bit ragged, without any real detail; one seems to know this, and then marvels at how these few lines suggest it. Then, there’s a passing milkmaid, perhaps glancing at a very common scene, and we know the milk pail is full. You can sense the weight. Rembrandt perfectly and economically indicates this with – what? Six marks, the ones indicating her outstretched arm. Very few people could get near this. It is a perfect drawing.’

1923063985

Kijk naar een andere tekening van de meester waarop een vrouw een kindje vasthoudt terwijl de hond geïntresseerd toekijkt: de armen van de vrouw als een perfecte cirkel waarin de baby teder wordt vastgehouden. Kijk naar de blikrichtingen: vrouw en hond naar kind, kind naar de verte. Tegelijkertijd voel je de emoties, de tederheid van de vrouw, de onzekerheid van het kind, de gehoorzaamheid van de grote hond.

Rembrandt_vrouwmetkindoptrap

Je kunt er ook nog een beweging bijdoen zoals op deze mooie prent: Vrouw met baby van de trap komend. Met haar linker arm ondersteunt ze haar kostbaar vrachtje terwijl haar rechter het joch op de rug vasthoudt. Het kind zelf dat de beweging en de onzekerheid van het trappendalen voelt, drukt zich tegen haar en omklemt haar met beide armpjes waarvan slechts één zichtbaar. Beweging en reactie op beweging samengevat in deze prachtige prent.
Tenslotte, hieronder een heel andere beweging van het kind, een beweging die op de eerste schooldag ook wel eens is opgevoerd.
Niet ieder joch is dadelijk bereid tot ‘leren’ of ‘gemeenschapszin’.

6622c96f75e87786aff350db3b669887

JUSTINE KURLAND, meisjes in een landschap

377006

Als kind schreef ik mijn eerste ‘boek’ over een jongen die helemaal alleen achterbleef op een verlaten planeet, onze aarde. De bewoners van de planeet waren vertrokken, uitgeweken of bezweken, en wat overbleef was een totaal lege wereld waarin landschappen en steden langzaam in elkaar overgingen.
Het was dat gevoel van ‘beginnende of uitdeinende wildernis’ dat ik aantrof in de foto’s van Justine Kurland. Een enorme stilte, een verlatenheid maar ook een sterkte (die nu eenmaal vrouwelijk is!) en een niet uitgesproken verbondenheid die onbestemd gevaar kan trotseren.

forest 1998

Justine Kurland is known for her utopian photographs of American landscapes and the fringe communities, both real and imagined, that inhabit them. A lifelong nomad, Kurland takes photographs during cross-country journeys that reveal the double-edged nature of the American dream.  She presents a reality where utopia and dystopia are not polar opposites, but rather fold together in an uneasy coexistence.

Kurland_Bathers

Danger is always just around the corner in Kurland’s work. But what is this danger, exactly? We are used to the teen-age girl who is constitutionally imperilled by virtue of her vulnerable, sexual body. And while there is a rich cultural history of the adolescent who is terrifyingly impervious to the rules of adults—from Kubrick’s futuristic “Clockwork Orange” Droogs to Larry Clark’s spaced-out skaters in “Kids”—such representations rarely put young women front and center. In this way, Kurland’s images of lawless girls, whose menace is a form of power, are almost utopian.
(Naomi Fry-New Yorker)

femine hygiene 2000

Justine Kurland was born in 1969 in Warsaw, New York. She received her BFA from School of Visual Arts, NY in 1996, and her MFA from Yale University in 1998. Her work has been exhibited extensively at museums and galleries in the U.S. and internationally.  Museum exhibitions have included Into the Sunset: Photography’s Image of the American West at the Museum of Modern Art, NY (2009) and Role Models: Feminine Identity in Contemporary American Photography at the National Museum of Women in the Arts in Washington, D.C. (2009). Kurland was also the focus of a solo exhibition at CEPA in Buffalo, NY (2009). Her work is in the public collections of institutions including the Whitney Museum, the Guggenheim Museum, and the ICP, New York; the Corcoran Gallery in Washington, D.C.; and the Museum of Fine Arts, Montreal.

orchard 001 1440x690

“I staged the girls as a standing army of teenaged runaways in resistance to patriarchal
ideals,” she says. “The girls in these photographs have gathered together in solidarity,
claiming territory outside the margins of family and institutions.”

boy torture 1998

Starting in New Haven, where she was finishing her graduate studies at Yale, Kurland drove across the country (with a stint in New Zealand) photographing adolescent girls in scenes that are part bucolic idyll, part Lord of the Flies. A gritty, outlaw narrative connects scenes often photographed with the composition and soft light of 19th-century landscape paintings. (Kurland named her son Caspar, after all, for Caspar David Friedrich.) Three of the images have “Boy Torture” in in their titles, but unless the girls are tormenting one, boys seldom feature. Sex simmers under the surface, not to mention – and more importantly – self-sufficiency. These ad hoc communities of young women are precursors to Kurland’s series a few years later, Of Woman Born, pastoral photographs of naked mothers and their small naked children who seem just as self-reliant.  18644d1dd6a45ae211a075f3e30fccb1

Her photos instead depict a world of American countermyth, one populated by heroes with names like Sandy, Jackie, Lita, Joan, or Cherie instead of Huck and Holden. As a woman living out of her car, perverting the verité tradition of road-trip photography’s male canon day by day, she had one foot planted in that romantic realm. “Behind the camera, I was also somehow in front of it—one of them, a girl made strong by other girls,” she reflects. Her pictures of them appear as glorious establishing shots or pivotal moments in an epic of overlapping plotlines. And taken all together—a rare opportunity that this graceful installation affords—they offer a vivid daydream of widespread revolt and cooperation among girls, a vision as poignant and tantalizing as ever.
(Johanna Fateman is a writer and owner of Seagull salon in New York.)

one red one blue 2001

“I channeled the raw, angry energy of girl bands into my photographs of teenagers,” she writes in the monograph that accompanies the show. “All the power chords we would ever need lay within reach, latent, coiled in wait.”

kurland12

As for the girls themselves:
“None of them live in girl collectives as I imagined. But dreams make way for other dreams. I like to think that no matter what, they sometimes look at the pictures and remember, however briefly, that they were once free.”
(Mitchell-Innes & Nash New York)

snow a,gels 2000

None of these images feature rock stars, though. For her initial experiments
Kurland shot around Manhattan with a boyfriend’s fifteen-year-old daughter as her model, then graduated to total strangers. She would cruise for collaborators near high schools, she recalls, then drive a carload of girls to “a place where the landscape opens up—a place to plant a garden, build a home, picture a world.” (Johanna Fateman)

2016_NYR_13394_0508_000(justine_kurland_clothes_make_the_man_desert_scene_sonoma_desert_arizon)

I grew up in New York, so I didn’t know how to drive. I learned how to drive in Graduate school in New Haven. Dan Torop taught me how to drive. When I was younger, I had this idea of the wind in my hair. The sense of freedom and this idea of going west, the idea of the west was always so exciting. The more you went west, things got bigger and bigger, the mountains, the trees. I remember first getting to California and dancing on the side of the road to music blaring out of my car. This feeling of exhilaration and happiness to be there. There is something else about driving, how slowed down and boring it actually is that there is this real meditative space. Like when the sun passes over the trees in a certain way, you are really in tune with it because you have been so sensorily deprived.

There was this thing about reading Jack Kerouac, something about American identity; it is interesting to think that freedom is one of those words that changes so dramatically.

Mitchell-Innes & Nash 1018 Madison Avenue New York 10075-534 West 26th street New York 10001- www.miandn.com

NYR_3839_0021

kurland17

quotes-typo-botanical-design-justine-kurland-poster-by-jessica

De schepping volgens Jonas, een radio-drama

da9227b8de95e743cd4fd6efc48eb816--christian-art-religious-art

This is a radiodrama ‘The creation according to Jonah, or the siege of the inner city’.
Language is Dutch, but there is an English translation of the text so you can easy follow and enjoy the production where a lot of soundscapes need no further language.
Look for this text and player on the upperbar ‘The creation according Jonah’

Volgens de verhalen in het Oude Testament zou de profeet Jonas zich in een walvis gaan verbergen om te ontlopen aan Gods opdracht de mensen van Ninive te gaan bekeren.
In mijn radio-verhaal ‘De schepping volgens Jonas’ trekt de hoofdpersoon zich terug in zijn zogenaamde doofheid die hij na een ontploffing heeft opgelopen. Hij verschanst zich achter zijn verhalen waarmee hij de betekenis van het dagelijks gedoe probeert te achterhalen.
Hij begrijpt dat god zijn oren wil sluiten voor het menselijk lawaai maar is ook niet mals voor hem en de zijnen als hij het scheppingsverhaal opnieuw vertelt.
De personages aan de buitenkant van zijn leven proberen zijn verstopte ziel te bereiken maar of hun bedoelingen zo edel zijn?
Er blijft tenslotte maar één keuze, het leven weer te leiden en te lijden, met ‘amor fati,’ liefde voor het lot. Verhalen zullen ook daar weer zijn enige manier zijn om zin te geven aan het verschijnen, de dagelijkse pijnen en het uiteindelijk verdwijnen.
Het was mijn laatste productie, ook voor de Futura-prijs in Berlijn gekozen en uitgezonden in 1998.

Wil je dit hoorspel beluisteren dan komt het best tot zijn recht via stereo-opstelling met een beetje kwaliteit of een goede hoofdtelefoon.
Koen de Bouw was mijn verteller, Rita Wouters de vrouwelijke stem en Guy Lavrijsen de mannelijke.
Peter Hermans stond in voor de techniek en Luc Vierendeels was de geluidsregisseur.

10499761_1

44’32”

1. GELUIDEN OMGEKEERD WEERGEGEVEN, VANUIT DE STILTE
 VERTREKKEND DUS NAAR EEN CHAOS VAN STADSLAWAAI, IN REVERSE
 HEVIGER WORDEND, EEN ENORM CRESCENDO DIE IN EEN SOORT 
LANGE GOLF BLIJFT HANGEN EN PLOTSELING WORDT AFGEBROKEN.
 STILTE. DAARIN, IN EEN SOORT INNERLIJKE DOOS SPREEKT DE
 VERTELLER. HIJ VERTELT HET VERHAAL AAN ZICHZELF, INNERLIJK DUS.

VERTELLER

Alles wat ooit zou geschapen worden,
was al aanwezig in gods gedachten.
 Alles. 
Jaja, alles.
 Neem nu het woord ‘krombaangeschut’.

2. ONTPLOFFINGEN VAN MORTIEREN, HOUWITSERS

Hij moest er maar aan denken of mortiervuur
veranderde de marktplaats in een bloedbad.

3. VERTRAAGDE ONTPLOFFING WAARIN AARDE, BROKSTUKKEN TOT
 VLAKBIJ ONS GEHOOR NEERSTORTEN.

‘Het woord is vlees geworden’
 staat er in de bijbel.

4. GILLENDE MENSEN, NADERENDE ZIEKENWAGENS, KORT, HEEL 
FRAGMENTARISCH, BIJNA IN HORTEN EN STOTEN, VANUIT EEN VERRE TE 
HEVIGE HERINNERING, EEN TRAUMA DUS. STILTE.

In een flits van één miljoenste seconde heeft God
 alles geschapen wat er ooit zou bestaan.

5. VANUIT DE STILTE EEN CRESCENDO IN GOEDE VOLGORDE VAN 
GELUIDEN – SNEL MAAR WEL HERKENBAAR, ZEE, INSECTEN, VOGELS,
 HAAN, SCHAAP, KOE, ORGEL, RITUELE DANS.

Vanaf het einde der tijden heeft hij toen 
alles opgerold
-in omgekeerde volgorde dus-
tot hij bij het eerste pluizige draadje was:
 het spinsel uit het niets.

6. VORIGE STROOK NU OMGEKEERD, VAN HEVIG NAAR STILTE

Ook dit verhaal was erbij, 
(en de negen levens van alle katten,)

De doden holden naar de buiken 
van hun moeders, 
 tot alle voorvaderen en moederen
 in Eva’s buik konden schuilen
 en Eva weer Adams ribstuk werd,
 en Adam slib 
in de oerzee waarboven Gods geest zou zweven.

STILTE NU.
DE EERSTE TWEE ZINNEN IN LEGE RUIMTE

Dat alles 
lag in de leegte op de schepping te wachten.

Zo is het gegaan.
In het begin was er alles.

God dacht de schepping open te rollen 
als een feestloper waarop de mensen 
arm in arm de tijd konden ingaan.

Maar Gods alter ego, Lucifer, 
hield van spektakel.
 Van het eerste draadje maakte hij een lont.
 Met een vonk van zijn naam
 zorgde hij voor de big bang.

IMG_3462

7. EEN REUSACHTIGE ONTPLOFFING DIE ERG LANG BLIJFT NAGOLVEN

8. DAARIN IN EEN HEEL NATUURLIJKE STIJL, BIJNA DOKUDRAMA. OP DE 
ACHTERGROND GELUIDEN VAN ANDERE MENSEN, SOMMIGEN IN DE 
VERTE ROEPEND, ANDERE SCHREEUWEND.

MAN

Men zou kunnen zeggen dat hij niets meer ‘wilde’
horen. Ook spreken deed hij niet meer. Wel 
bewogen zijn lippen, maar dan leek het of hij met
 zichzelf sprak, alsof hij ver van ons iets aan zichzelf
 vertelde. Kijk, hij glimlacht.
 Soms schrijft hij enkele letters op een stuk papier.
 Dit heeft hij gisteren geschreven. In hoofdletters .
TUIN. Misschien wilde hij buiten in de tuin zitten.

9. WE ZIJN OPNIEUW IN DE INNERLIJKE RUIMTE WAAR WE VANUIT DE 
VERTELLER DE MAN VER BUITEN HEM HOREN PRATEN. EVENTUEEL 
LATEN WE BEIDEN EVEN SAMENKLINKEN.

VERTELLER

Soms schrijft hij enkele letters op een stuk papier.
 Dit heeft hij gisteren geschreven. In hoofdletters.T UI N. Tuin.

10. CD MUZIEK INSULAE FEMINARUM: 3 GOLVEN KOMEN HEEL HELDER 
IN BEELD, TUSSEN ELKE GOLF ZEGT DE VERTELLER, VAAK IRONISCH, IN
 ZIJN INNERLIJKE RUIMTE.

VERTELLER

Nu pas begin ik je te horen.

VER WEG WORDT KLOP VAN HART HOORBAAR.
MUZIEK

VERTELLER

Negen maanden in jouw aquarium.

11. HIERONDER IS HARTSLAG HOORBAAR GEWORDEN DIE STEEDS
 LUIDER WORDT NAARMATE DE GEBOORTE NADERT.

12. GEBOORTESCHREEUW VALT SAMEN MET LANCERING. NA DE MUZIEK

VERTELLER

De big bang van mijn geboorte.

13. ZACHTJES IN DE LAATSTE GOLVEN:

VERTELLER

Op haar buik Iiggend.
 Op de schil van mijn firmament,
 wist ik dat ik nooit meer terugkon.
 Mijn woede.
 Mijn heimwee.
 Mijn verlatenheid.

14. WENEN BORELING CENTRAAL IN BEELD, BLIJFT EVEN DUREN, WORDT
 RITMISCH, BIJNA HOUSE RITME . DAN UITSTERVEND, VER WEG
 NAKLINKEND. ADEM DICHTBIJ.

15. ADEM KOMT OP VOORGROND EN CROSSFAADT IN EEN RUSTIGE ZEE.

16. IN DIE ZEE IS EEN STEM HOORBAAR GEWORDEN, VROUW ROEPT OP 
DE VERTELLER MAAR KLINKT DOOR EEN ONDOORDRINGBAAR SCHERM

VROUW

Meneer Jonas, u zult kou vatten. De avonden zijn 
nog te fris om zo laat alleen in uw hemd buiten te
 zitten. (enz.)

16B. DE STEM KLINKT VERDER WEG EN VERLIEST ZICH IN EEN KLEIN
 PUNT DAT ALLEEN NOG MAAR EEN SOORT TOONTJE VORMT OM DAARNA 
HELEMAAL UIT TE DOVEN.

VERTELLER

In feite was de aarde Gods oor.
 God naaide de schepping zijn oor aan.
 Dat oor was de aarde.
 Volgens brave nonnen waren de sterren 
Gods ogen,
maar niets is minder waar. 
De sterren zijn Gods acne. Gods puisten.
 De sterren stammen nog uit de tijd dat God een 
puber was.
 Het ritme van de sterren is duidelijk herkenbaar.

17. PURE HOUSE-BEAT ZINDERT MEE.

Wie de pulsars beluistert, hoort Gods apenjaren.
BEAT OP VOORGROND

18. UIT DAT RITME KOMT DE STEM VAN MAN OF VROUW, EERST EEN
 PUNTJE DAN STEEDS VERSTAANBAARDER, MAAR NOOIT DICHTBIJ.

VROUW

…kom, u kunt op uw kamer naar de sterren kijken.
 Het zal een heldere nacht worden. Weet u meneer 
Jonas dat de sterren in feite Gods ogen zijn? Ja, hij
 ziet alles wat er op aarde gebeurt. Zelfs dat u hier zo
 dwaas met uw hoofd staat te schudden dat ziet hij.
 Hij denkt wat staat die dove meneer Jonas daar nu 
met zijn hoofd te schudden! Wilt u misschien de 
stoppen uit uw oren schudden? Zal ik even met u 
mee schudden?

MUZIEK STOPT.

VERTELLER

Hoort u deze muziek dan ook?

DE STEM VAN DE VROUW BLIJFT VER WEG KLINKEN

VROUW

Maar meneer Jonas, u.. heeft gesproken. Zegt u het
 nog eens? Zegt u het nog eens. lk zal mijn best
 doen om u te begrijpen. Kom, flink zijn. U maakt 
werkelijk vorderingen. lk zei het nog. Dokter, zei ik.
 Meneer Jonas begrijpt alles wat er gezegd wordt. Hij
 wil ons niet horen, dat zei ik. Maar er komt een dag,
dokter, zei ik, er komt een dag dat hij weer wil geboren worden en…

19. DE MUZIEK STOPT PLOTSELING. ALLERLEI DEUREN WORDEN
 GESLOTEN ZODAT DAARDOOR DE ZINNEN VAN DE VROUW ONHOORBAAR 
WORDEN EN TENSLOTTE VERDWIJNEN. STILTE.

dana schuts ear on fire
VERTELLER 
(heel gejaagd, een gefluisterde psalm)

God kan zijn oren sluiten.
 Net zoals ik mijn ogen dicht kan doen, zo kan God
 zijn oren sluiten.
 Duizend deuren slaat hij dicht tot hij niets meer hoort.
 Hij is te oud geworden, he.
 Hij kan het niet meer hebben, he.
 Eerst die gruwelijke big bang
 en toen dat geroep op hem.
 Shut up, zegt God. Houd uw bakkes dicht.

20. ENKELE FLARDEN RELGIEUZE MUZIEK: PSALM, MANTRA, APENDANS 
UIT INDONESIE: EEN GOLF GEBEDEN DUS.

Genoeg gezeverd, trek uw plan. 
Ja, ik heb u geschapen naar mijn beeld en 
gelijkenis.
 Ge zoudt dus moeten weten dat ge een en al oor zijt.

20B. OPNIEUW EEN GOLF GEBEDEN, MIX.

lk heb u een mond gegeven om te ademen en te
 kussen, niet om te jammeren. Of hoort ge niet goed?

20C. EEN LAATSTE GOLF GEBEDEN

Hou op met uzelf pijn te doen. Wees vruchtbaar.
 Leg uw oor te luisteren op het lijf van uw geliefde.

Zo kon God nog wel een uur doorgaan.
 Hij was werkelijk boos. 
Die gebeden en gezangen, ok dat was goed
 bedoeld -
maar dat gekerm, dat gereutel,
 dat onophoudelijke imiteren van de big bang
 dat kinderlijk pang-pang-pang en boem-boem-boem 
tot in de ontploffingsmotoren van de miljoenen 
auto’s,
 tot in de harde woorden van wacht ik zal u wel eens 
hebben en wie denkt ge wel dat ge zijt
 gij smeerlap, homo, hoer en vuile jood!

Gij hebt van mijn oor een riool gemaakt, zei God.
 lk heb u mijn oor geleend, wel geef het nu maar 
terug.
 Het oor van God is gesloten.
 Het oor van God is gesloten.
 Het oor van God is gesloten.

21. DE DEUREN SLAAN DICHT TOT DE LAATSTE ZIN HELEMAAL
VERDWENEN IS.

22. VER IN HET KLANKBEELD GAAT EEN DEUR OPEN EN DE VROUW ZEGT,
 DOOR DE DIKKE WAND VAN DE ONBEREIKBAARHEID

VROUW

Maar meneer Jonas, zit u nog altijd naar buiten te 
staren? Het is voorbij middernacht.

VERTELLER

Ook mijn oren heefl hij gesloten.

VROUW

Wilt u iets zeggen? Heeft u pijn?

VERTELLER

Ik heb mijn geboorte niet overleefd.

VROUW

Ik zie uw lippen bewegen, maar ik hoor u niet. Kom,
 kleed u uit. Ja, het is een heldere nacht. Miljoenen
 sterren.

23. DE HOUSE MUZIEK WORDT HOORBAAR

VERTELLER

Voor de big bang, toen God nog een jongen was…

MUZIEK
…dreunde het ongeschapene in zijn oren.

MUZIEK
Dit wordt wat, dacht God. Dit wordt wat.

MUZIEK
Hij kon nauwelijks wachten. Hij begon te scheppen
en te scheppen en…

MUZIEK
Het heelal sprong uit ogen.

EEN LANGE GALM EN DAARIN:

Neen, niet zo’n donker en duister heelal zoals nu,
 maar een berg van licht, wat zeg ik, een fontein, ~
een orgasme van kleuren en smaken.

24. DE MUZIEK HERNEEMT

Neen, niet kleuren voor de ogen, geen smaak voor 
de tong,
maar puur ritme en klank,
de muziek der sferen, dames en heren.

24B. EEN LANGE GALM EN DAARIN:

Tenslotte is de mens uit zand gemaakt en niet uit klei
-dat is een latere versie die we zelf verzonnen
 hebben- uit zand dus, wit zand, en wat wordt er uit 
wit zand gemaakt na hevige verhitting?
lnderdaad. Glas. Glas. Glasssss.

WGD-Verrophon

25. DE HELE KLANKCOLLAGE KOMT IN EEN MOOIE SUITE VOOR
 GLASHARMONIKA TERECHT (MOZART)

Adam was een glazen mens.

Adam was een glazen mens.
 Zo doorzichtig kan zand zijn.

lk geef toe. Het was een jongensdroom.

26. GLASMUZIEK DIE BLIJFT HANGEN.

VROUW

Slaap lekker meneer Jonas. Zal ik het licht uitdoen?

26B. STILTE.

27. IN DE STILTE HOREN WE ZACHTJES REGELMATIG ADEMEN; DIT 
ADEMEN WORDT EEN GOLFSLAG, DAAROP FLUIT DE VERTELLER
 ZACHTJES, DAN:

VERTELLER

Als kind floot ik mij in slaap.

FLUIT NOG EVENTJES DAN GECROSST MET GOLFSLAG, DAN ONDER
WATER.

Ik wilde mezelf zo lang mogelijk blijven horen.
 Het was ook een waarschuwing voor de kidnappers.
(fluit) Attentie, al ligt deze persoon in bed, hij is
 waakzaam. (fluit)

Als dat niet hielp, Iiet ik me zinken. Twintigduizend
 mijlen onder zee.

HET ONDERWATERGELUID IS NU HEEL AANWEZIG GEWORDEN.

Dit was mijn glazen wereld.

28. SONARSIGNALEN WORDEN HOORBAAR

Atlantis.
 Glazen huizen die naarmate ik ouder werd de kleur
 van lood kregen.
 Glazen tuinen die verdonkerden met de jaren.

Hier was ik thuis.
 Elk huis had zijn geluid. Als ik er binnenzwom 
verdronk ik in de klanken uit mijn kinderjaren.

Naut_cutaway4000

29. HET WATER VERGLIJDT IN HEVIG SPELEN VAN KINDEREN IN DE 
BOSSEN DIE ER VERSTOPPERTJE SPELEN, TOT AAN ‘PETER, ERAAN’

KINDEREN
REPORTAGE:
Hier, 1,2,3 bedot! 1,2,3, bedot!

lk heb bedot he jongen! Blijf zitten!

Ik ken die nieuwe niet.

Ene bedotter terug eraan.
 Die nieuwe, hoe heet die?  Peter!
 Peter, eraan!

VERTELLER

Na elk bezoek aan Atlantis verschraalden de kreten.
 Bleven er woorden hangen 
aan de kale takken van het vergeten.
 Moest ik ze zelf invullen. 
Moest ik hun loden Iijfjes smelten 
tot ik weer glas kon bIazen-
gekrakkeleerd wellicht, maar nog doorzichtig-
tot er een dag zou komen dat ik van dit spelen
 alleen de inventaris neer kon schrijven:
 2 kinderen. Zomer. Dennenbomen. Verbergen.
 Blijft in uw holleke en piept niet! Peter eraan!

EVEN TERUG HERHALEN VAN EINDFRAGMENT SPELENDE KINDEREN
GEWELDIGE ONTPLOFFING MET ZANDBROKKEN DIE OPSTUIVEN

30. IN DE STILTE DIE ONTSTAAN IS, HOREN WE DE VERTELLER OPNIEUW 
FLUITEN.

VERTELLER

Als ik nu de film kon terugdraaien.
 Duizend stukjes Peter
 worden weer een jongen.

31. ONTPLOFFING IN REVERSE, OOK LAATSTE WOORDEN ‘PETER,
ERAAN’, DAN AFGEBROKEN.

VERTELLER

In een flits van één miljoenste seconde heeft God 
alles geschapen wat er ooit zou bestaan.

32. DE KINDEREN WEER HOORBAAR TOT AAN ‘PETER, ERAAN!’ HET BLIJFT 
STIL. EEN FLARDJE GLASHARMONIKA

VERTELLER

God schudde zijn tijdloze kop.
 Hij schreef in het zand: mannekes, schreef hij, gij zijt
 van glas.
 Althans, dat was de bedoeling.

32B EEN VLIEGTUIG WORDT HOORBAAR.

lk maak mijn Goddelijke vingers nat en probeer mijn 
melodietje uit u hoorbaar te maken.
 Maar ik ben nog maar aan de eerste noot, de 
kindertijd dus, en ge zijt weer bezig.

33. VLIEGTUIG IN VERTRAAGDE GOLF DOOR HET BEELD.

En wat zegt ge dan? “
Hoe is ‘t in ‘Godsnaam’ mogelijk, dat zegt ge dan.
 Hoe is’t in ‘Godsnaam’ mogelijk dat God zoiets kan 
toelaten.
 Maar wat wilt ge?
 Dat ik uw handjes blijf vasthouden?
 Dat ik mijn bliksems door uw schietgrage lijven jaag?
 Dat ik na elke oorlog de tijd terugdraai,
 het zand met al dat jongensvlees weer tot glaspasta 
smelt
en voor de honderd miljoenste keer opnieuw begin
 een glazen mens te blazen?
 Zeg, ik ben aan mijn zevende dag. En wat deed God
 de zevende dag?  lnderdaad, de zevende dag rustte 
God. Salu.

34. ALLERLEI DEUREN SLAAN WEER DICHT EN EEN DIEP ADEMEN KOMT
OP DE VOORGROND.

MAN

Heeft hij een slaapmiddel genomen?

VROUW

Neen. Maar het was voorbij middernacht toen ik
 hem naar zijn kamer heb gebracht.

MAN

Hij slaapt erg diep. Zoals een baby.

VROUW

Juist. Hij wacht op zijn geboorte.

MAN

Hij zou beter hier blijven.

VROUW

Als hij wakker is, bewegen zijn lippen voortdurend.

MAN

Hij spreekt met zichzelf.

VROUW

Hij hoort ons, maar hij luistert niet.

MAN

Schrijft hij nog?

VROUW

Hij tekent soms.

35. HIER WORDT DE ONDERWATER-WERELD WEER HOORBAAR, OOK
 SONARSIGNALEN KOMEN ZACHTJES IN HET KLANKBEELD EN WORDEN
 STERKER NAARMATE DE DIALOOG VORDERT.

MAN

Zo? En…?‘

VROUW

Kijk, doet dit niet aan een duikboot denken?

MAN

lnderdaad.

VROUW

Hij is ondergedoken. Hij zal nooit weer terug willen.

MAN

Er moet ergens een ingang zijn.

VROUW

Hij zendt signalen uit, maar wij kunnen ze niet 
ontcijferen.

36. ONDERWATERWERELD STERKER EN DE STEMMEN VAN MAN EN 
VROUW KLINKEN STEEDS VERDER WEG, VERVORMD NA EEN TIJDJE TOT
 ZE IN DE DROOM VAN DE MAN VERGLIJDEN.

MAN

lk wist niet dat de muren zo hoog zouden zijn..

VROUW

Hi] glimlacht veel.

MAN

Hij heeft zich in zijn binnenstad teruggetrokken.

VROUW

We kunnen de belegering stop zetten.

MAN

Maar hij reageerde toen u de rol van ziekenzuster
 speelde?

VROUW

lk heb hem voor de eerste keer horen spreken.
  Onverstaanbaar, maar hij sprak.

MAN

Hij reageert dus op onze prikkels?

VROUW

..
Zal ik een andere rol spelen?

MAN

Probeert u eens zijn moeder te zijn.

NU ZIJN WE HELEMAAL ONDER WATER. DE SIGNALEN ZIJN DUIDELIJK 
HOORBAAR TERWIJL DE STEMMEN VERDWENEN ZIJN.

37. DE SONAR GAAT OVER IN DRUPPELS DIE TRAAG IN EEN PLAS, IN
 WATER VALLEN.

VERTELLER

Ping.
 Plong.

Dit is de waterachtige ballade van Turnhout city.

Pang.
 Ploeng.

In de uitgedroogde moerassen van Taxandria lag 
Turnhout city.

Pong.
 Pling.

Alle volkeren van Europa zijn er voorbijgetrokken.
 Nu hebben de Hollanders het gekoloniseerd.
 Blokker, V en D, C en A, P en C.

Ik was er kind voor hun komst.
 De natte zomers 
met de honderden kinderen van de vakantiekolonie.

38. HET DRUPPELEN VERHEVIGT, KLINKT ALSOF WE IN EEN GROT ZIJN.

Ik, de verhalenverteller.
 Geen spaander bleef er heel van het troosteloze
 stadje.

Met de Iaatste kinderbendes gingen we op
 kruistocht, net toen de televisie de straten begon te 
Iegen.

39. BELLETJES WORDEN HOORBAAR, MUZIEK UIT DE LAUDAE . DE STEM
 VAN DE VERTELLER KLINKT ALSOF HIJ IN DE KERK IS.

De houten engelen in de Sint-Pieterskerk spraken
 over verre vluchten. 
lk zag ze bewegen.
 De Ievensgrote Christus liep er onder de preekstoel
werkelijk over het houten water terwijl de apostelen 
na eeuwen wachten eindelijk hun netten ophaalden.
 Ik zat bij hen terwijl ze de wonderbare visvangst 
verdeelden.
 We stookten een vuurtje en spraken Turnhouts en
Aramees door elkaar.
De bastaard van Jezus en Maria Magdalena, dat was ik.
Terwijl kapitein Nemo aan het orgel zat, maakten we
 een hoogmis lang tochten, twintigduizend mijlen
 onder zee.

preekst beste

40. ORGEL TOCCATA NR 18 (SNELLE UITVOERING!) TOT 49″ MIX MET
 BREKENDE STENEN, GOLVEN ZODAT WE DE INDRUK KRIJGEN DAT DE
 KERK ECHT ONDERDUIKT.

41. IN DE VOLGENDE TEKST HOREN WE BRIESENDE PAARDEN BIJ DE 
SNELLE MUZIEK, EERST EVEN HOORBARE HOEVEN IN HOLLE RUIMTE,
 DAN VLEUGELSLAGEN. ORGEL.

VERTELLER

Eens we terug boven waren kwamen de 
kermispaarden de kerk in gehold. Kom mannen, riep 
ik. Spring erop!

Mijn straatbende steeg hoog boven de woedende
 menigte tot we langs de galmgaten de lucht in
gingen.

42. IN DE GALM VOLGENDE SCENE.
43. INT. KAMER. ZE KLINKT NU EN DAN DUIDELIJK, DAN WEER VER WEG

VROUW

En kijk eens wat ik voor mijn kleine Jonas heb
 klaargemaakt? Vers fruitsapje. Een zacht gekookt 
eitje en twee knapperige toastjes. Of wil mijn 
jongetje misschien buiten ontbijten?

VERTELLER

‘
ls het u nog niet opgevallen dat God een tricheur is,
 een bedrieger?

VROUW

Het is een prachtige dag. Zal ik het raam
 openzetten?

VERTELLER

Het klinkt oneerbiedig, maar het is de waarheid.  lk
 heb me Iaten bedriegen.

VROUW

Voelt die schat van mij zich al wat beter? Luister de 
tuin zit vol merels. Kom, hier aan tafel bij het open
 raam.

VERTELLER

In een miljoenste seconde had hij alles geschapen.
 Een paradijs met daarin Gods oor, de aarde, en de
 glazen mensen die als zuivere klanken zijn 
trommelvlies zouden strelen.

VROUW

En wat gaan we vandaag doen? Wandelen? Pas 
op, dat is…

44. GLAS VALT IN STUKKEN. STERK OP DE VOORGROND.

Maar Jonasje toch. Waar ben je met je gedachten?

VERTELLER

Toen rolde hij alles voorzichtig op, te beginnen met 
het einde der tijden tot aan het licht en donker…

VROUW

Dat zal mama dadelijk voor je opkuisen. Blijven
 zitten. Niet rondlopen. De vloer ligt vol glassplinters.
 Eet maar braafjes je eitje op.

VERTELLER

En dan laat hij zijn alter ego de vrije hand. Lucifer.
 Pang, boem.
 Al zijn glazen mensen die nog moesten geboren 
worden, versplinterd.
 Alleen hun ogen waren gespaard.
 En helemaal vooraan Adam en Eva, en de tuin van
 Eden, zonder één barstje. Alsof er niets was
 gebeurd.
Begrijpt u zijn probleem?
 Zo doorzichtig als ZIJ waren, zo versplinterd zouden 
hun nakomelingen zijn.

VROUW

..oh, maar dat is flink, Jonasje. Zo zul je heel snel
 een grote, sterke jongen worden. Hef je voetjes 
even op.

VERTELLER

De vragen dringen zich op.
Waarom heeft God zijn alter ego de vrije loop
 gelaten?

Wat moest hij met die twee glazen mensen zonder
toekomst doen?

Hoe moest hij zijn geheime verlangen naar 
spektakel goedpraten?

VROUW

Ziezo. Zet je voetjes maar terug op de grond,
 Jonasje. Zal mama jou alleen laten?  Of wil je nog 
even slapen en zal mama voor jou een wiegeliedje
 zingen?

45. ZE ZINGT EEN LIEDJE (SLAAP KINDJE SLAAP) ENKELE DEUREN 
SLAAN DICHT. STILTE.

VERTELLER

Die boosheid van God, dat besluit zijn oor te sluiten,
 begrijpt u het nu? Zo Goddelijk was dat niet.

Die zevende dag van God, die zogezegde
 welverdiende rust? Zo Goddelijk was die niet.

En het scenario dat hij daarna verzon? Zo Goddelijk 
was dat ook al niet. Luister. Het begon allemaal 
heel mooi.

De tuin van Eden in het Oosten.
46. WE HOREN HET STROMEN VAN EEN RIVIER, ZACHTE WIND.

Uit de bodem van de tuin Iiet God allerlei prachtige
 bomen opschieten, met heerlijke vruchten.
 Er ontsprong een rivier die de tuin bevloeide.

En nu komt de aap uit de mouw.

Tussen al die kerselaars en mangostruiken, tussen
de appelaars en cocospalmen, tussen de 
kastanjeiaars en bananenplanten, zette God de
 boom der kennis van goed en kwaad.

En tegen de allereerste glazen mens, Adam, zei hij:
 Je mag de vruchten van alle bomen eten, maar van
 die van de boom der kennis van goed en kwaad
 moet je afblijven.

Let op, God sprak in de je-vorm. Het wat stroevere
 gij-gedoe hield hij voor later.

47. ER ONTSTAAT EEN DECOR VAN DIEREN NAARMATE HET VERHAAL 
VORDERT.

En ‘t is niet goed dat je hier alleen rondloopt, zei
 God. lk zal je een hulp geven die je past.
 En uit dezelfde glaspasta blies hij de dieren van het
 paradijs. 
Geef ze maar namen, zei God.
 En Adam gaf ze namen. Dat dier daar is een…paard,
 en die vierpoter noem ik…euh…een koe. Dit hier
 zijn…kippen, ja. Daar, in de takken van de
 atlas-ceders zitten…eksters en ..-laat eens kijken…en 
merels.

48 GEGROM VAN LEEUWEN
Jaja, een beetje geduld aub. Zie je daar dat kleine
 vogeltje met dat rode borstje. Dat is dus een 
roodborstje.

48B NOG HEVIGER GEGROM
Jaja zeg. Jullie zijn dadelijk aan de beurt.

49. GESCHETTER VAN OLIFANTEN
En jullie, als ik jullie nu eens…euh…varkens zou
 noemen. Neen. Wacht. Ik weet iets leukers.
Olifanten. Ja, dat is het. Jullie heten olifanten.

50. GEGROM LEEUWEN, DICHTBIJ NU.
Jaja, nu jullie. Euh…Leeuwen. Leeuwen zullen jullie 
heten. Eén leeuw, twee leeuwen.

51. GEBLAAT LAMMETJE DOOR AL DE DRUKTE
Natuurlijk, hoe kon ik jou vergeten, jij bent het
 lammetje. Kom, leg je hier maar dichtbij deze leeuw
te slapen.

52. WATER, DIEREN, KORTOM EEN PARADIJS, EEN GOLF VAN HET INSULA
 FEMINARUM CROSST IN HET RUSTIGE ADEMEN VAN DE VERTELLER.

53. EEN OMGEVING WAARIN EEN DONKERE ONDERTOON HOORBAAR IS,
 HET BESTAAN VAN DE TIJD. DAARNA STEMMEN IN EEN GESLOTEN
 RUIMTE.

MAN

Kijk, de film van iemands levensloop geeft hem of
 haar de kans het voorbije te wissen, zich klaar te
maken voor een volgend verblijf…

VROUW

Hij wil niet meer.

MAN

Hij heeft niet te willen. Wij willen.

VROUW

Hij heeft niet alleen moeite met het ‘wissen’, maar hij
 verzet zich tegen onze mythologie.

MAN

Er is anders keus genoeg.

VROUW

Hij wil Ios van de oude verhalen.

MAN

Hij is Jezus niet, of Boeddha.

VROUW

Hij wil de architect zijn van zijn eigen binnenstad.

MAN

De appel plukken dus en daarna ongelukkig zijn als 
hij uit het paradijs verdreven wordt.

VROUW

Hij hoort nu eenmaal bij de ‘waan’-zinnigen.

MAN

Autisme of schizofrenie?

VROUW

U begrijpt me verkeerd. De werkelijke 
waan-zinnigen, bedoel ik. Een hoog ontwikkeld
 gevoel voor waan.

MAN

U denkt dat ik bang ben?

VROUW

Bang?

MAN

…omdat hij verdacht dicht in onze buurt begint te 
komen.

VROUW

Juist. Hij is tenslotte God niet.

54. UIT LANGE GOLF KLANKEN DIE REEDS ONDER DE VORIGE SCENE
 BEGONNEN WAS, KOMT ER EEN IDYLLISCH LANDSCHAP

VERTELLER

Hij vond het zalig de dieren een naam te geven.

lk spreek nu wel van ‘hij’, maar in feite was de eerste 
glazen mens net zoveel zij als hij.
 De weerspiegeling in een heldere plas zou volstaan 
om een gezel te hebben.

Ook groot en klein waren niet voorzien omdat de tijd 
nog niet liep.
 En dat Eva Adams ribstuk was, kwam uit de  
mannentijd daarna.

55. IN DE VERTE IS DE RIVIER HOORBAAR GEWORDEN, NACHTGELUIDEN

Adam – het is maar een naam- de eerste glazen 
mens dus- keek in een maanlichte nacht in een
 meander van de grote rivier die de tuin bevloeide, en 
hij had toen maar zijn hand uit te steken om zijn
 gezel aan land te trekken die net zoveel hij en zij
 was als hij- of zijzelf.
 Pas op, hij was geen duplicaat al leken ze erg op
 elkaar. Zij waren elkaars spiegelbeeld.
Wat voor de ene rechts was, noemde de andere links
 en omgekeerd.
 Zo ontstond de diepte.
 Het samenvloeien van links en rechts in een 
tijdeloos perspectief.

56. EVEN EEN GOLF UIT DE HOUSE BEATS

Het leek wel of Gods jongensdromen waarheid 
werden.

MUZIEK VERDER EN PLOTS AFGEBROKEN.
Het woord jongensdromen komt uit de versplinterde 
tijd. Mijn excuses. Jongens-en meisjesdromen 
dus, om de vrede te bewaren.

MUZIEK VERDER EN DAN STOP.
57. DE MAN VIA EEN MEGAFOONSTEM.

MAN

Als je nu luistert, beloof ik jou het leven van een 
prins. Wel?

VERTELLER

Stel je voor. Het protoype van Gods schepping, de 
demo van zijn voortijdse plannen, de witdruk van zijn 
dromen avant la Iettre, het watermerk van zijn 
goddelijke geest.

MAN

Als rijkdom je niet interesseert dan mag je een 
nieuwe wereIdgodsdienst stichten.

VERTELLER

Stel je voor. De eeuwige weerspiegeling van zijn
 schoonheid. En dat in een decor waarin lam en 
leeuw elkaars gezel zijn, het mannelijke en het
 vrouwelijke zelfs geen naam hebben omdat ze uit
 louter licht bestaan.

MAN

Of trekt een wetenschappelijke carrière je aan? Of
 een artistieke loopbaan? Luister naar mij en je hebt
 maar te kiezen.

VERTELLER

Groot en klein elkaar opheffen zoals links en rechts.
De tuin van Eden die toen nog de tuin van Heden
 heette. Nu. Eén ogenblik. Hic et nunc.

MAN

Of is het de macht over de volkeren die ik je cadeau
 kan doen? Een duizendjarig rijk?

VERTELLER

En omdat er in het begin alles al was, wist God wat
er weldra zou komen. De tijd van de versplintering.
 Het werk van zijn alter ego die het vuur van
 Auschwitz zou brandend houden, om maar één
 voorbeeld te geven dat me nu te binnen schiet.

MAN

Of wil je heiligheid, of kracht voor topsport, of een lijf
 voor duizend lusten?
 Open de poorten van de stad en de keuze is aan jou.

VERTELLER

En in plaats van schuld te bekennen legde hij de 
verantwoordelijkheid op de glazen schouders van
 het eerste mensenpaar. De slang van dienst komt 
eraan.
Geef hier die megafoon.

58. NU KLINKT ZIJN STEM SISSEND DOOR DE MEGAFOON ALS HIJ DE
 SLANGENROL SPEELT EN GEWOON ALS HIJ DE ANDERE STEM IS.

Zoveel Goddelijkheid laat jullie toch toe de 
vruchten uit de boom der kennis van goed en
 kwaad te eten?

-Wie ben jij?

Je hebt me zelf een naam gegeven.

-lk niet, dat was mijn spiegelbeeld.

-Ja, ik was dat. Jij bent…een slang. Omdat je met
een s spreekt en Iang bent, dus s-Iang.

Kom, pluk een appel of een mango.

-De boom geeft ons schaduw. Als je in zijn takken 
klimt, kun je de rivier zien.

Met die poézie probeert God jullie er onder te 
houden, geloof mij.

-Waarom zou hij?

Omdat jullie niet eens weten wat goed en 
kwaad is. Nietwaar?

-Goed en kwaad. lnderdaad, daar hebben we nog 
nooit van gehoord. Jij?

Voila. Eén beet van zijn vruchten en je weet
 het. Dan ben je Gods gelijke.

-Dat zijn we nu ook al. We zijn naar zijn beeld en
 gelijkenis geschapen.

Ik bedoel niet dat je een kopie zult blijven,
maar net zo’n spiegelbeeld als jullie van 
elkaar zijn.

-Maar hij heeft het ons verboden.

Een grapje van hem, een verrassing.
Surprise, surprise. Als jullie er niet van
 mochten eten had hij die boom toch gewoon
 weggelaten!

-Hmm, ja, dat is zo.

En lap, het was te laat. De val werkte zoals voorzien.
 Een ware zondeval.

59. EEN GEWELDIGE REEKS BREKEN VAN GLAS TOT ALLES IN FIJNE
 SPLINTERS UIT ELKAAR IS GEVALLEN.

60. EEN DONKERE GOLF MET OSCILLERENDE TONEN IS HOORBAAR
 GEWORDEN. DE VROUW IS OP WISSELENDE PLAATSEN IN HET
 KLANKBEELD AANWEZIG.

VERTELLER

Links was nu wel degelijk links en rechts
 onherroepelijk rechts.

VROUW

We kunnen u de tijd insturen met een niet erg
 geapprecieerde seksuele geaardheid, als u dat
 verkiest.

VERTELLER

Het mannelijke was wanhopig op zoek naar zijn 
vrouwelijk complement en omgekeerd. Belachelijke 
paringsrituelen werden als toppunt van schoonheid
 en liefde aangeprezen.

VROUW

Een lang verblijf in een gevangenis of in een
 psychiatrische inrichting kan dus ook.

VERTELLER

In de naam van God, de eeuwige, moordden zijn
 schepsels elkander uit.

VROUW

Een leven lang honger hebben, een slaaf zijn, het
 slachtoffer van geraffineerde beulen?

VERTELLER

Hun witte dromen over onschuld, het ophemelen van 
de kindertijd, het wazige verlangen naar het
 doorschijnende.

VROUW

Begiftigd met spasmen of traag sluipende ziekten,
 goed gecamoufleerde armoede of een 
moederskindje met de toekomst van een 
seriemoordenaar.

VERTELLER

Hun blind geloof in leiders, hun dwaze hoop op 
betere tijden, hun angstige liefde volgens de 
boekjes, hun goed gespeeld berouw .

61. NU SPREEKT DE MAN HEEL OPEN, DIREKT. FLUISTEREND, GEJAAGD.

VERTELLER

Er was eens een man.
 Een jongen die de gestalte van een man had
 aangenomen
 maar onderhuids een jongen was gebleven.

Een verhalenverteller.
 Een waan-zinnige.
 Een fantast.

Van de oude verhalen maakte hij brandhout
 om er zijn versplinterde ziel mee te verwarmen.

Weeskind. (bid voor ons)
Zonder leider. (bid voor ons.)
Ongelovig en hopeloos. (bid voor ons.)
Eindeloos verliefd. (bid voor ons.)
Zonder berouw. (bid voor ons.)

Een te groot hoofd vol fabeltjes
 als enige bagage.

62. DE GEWELDIGE ONTPLOFFING. ZAND TOT IN ONZE OREN. STILTE. IN
 DE VOLGENDE TEKST WORDT DE HARTENKLOP HOORBAAR.

VROUW

We hebben hem zijn onzalige jeugd in Turnhout-city
 voorgespeeld.

MAN

Hem gouden bergen beloofd.

VERTELLER

Nu pas begin ik je te horen.

VROUW

Hem alle mogelijke rampen voorgehouden.

MAN

Het mocht niet baten.

VERTELLER

Negen maanden in jouw aquarium.

MAN

We proberen hem met subsidies te paaien. Nu en
 dan een prijs van het etablissement zet hem buiten
spel.

VROUW

Er zal niemand naar hem luisteren.

VERTELLER

De big bang van mijn geboorte.

63. HET KIND WEENT, UITSTERVEND IN DE VERTE. STILTE. DAN HOREN
 WE HET WATER VAN DE ZEE EN DAARIN:

VERTELLER

Toen God het water van het land had gescheiden,
 dacht hij: nu wordt het tijd om te gaan zwemmen.

Hij wist al dat het water weldra met kwallen en
 haaien zou bevolkt worden.

Hij wist dat weldra het strand vol bruinende mensen
 zou liggen.
 Dat reuzentankers er hun smurrie zouden in
 achterlaten.
 Duikboten er zich zouden verschuilen.
 Schepen er hun graf in zullen vinden.
 Walvissen met profeten in hun buik er koers naar de 
post-modernistische steden zetten.

Hij Iiet het water over zijn goddelijke tenen lopen en 
liep over het water de zee in.

64. HET WATER HEVIG OP DE VOORGROND EN DAN IN DE VERTE EEN 
STEM

VROUW

Jonas! Jonas, Bij opa blijven!

65. DE GOLVEN WORDEN DOOR DE LAATSTE GOLF UIT DE INSULAE
 OVERSTEMD.

grosz tafel

UITZICHT MET INZICHT: het oog van de meester (slot)

Die Pomagagnonwände mit Cortina d'Ampezzo

In 1881 maakt Rudolf Alt een ontwerp van de Pomagagnon-top in de Dolomieten met onderaan Cortina d’ Ampezzo. Het is een schets, je kijkt nog door de twee bewoners met karretje. We zijn ver weg van het gladde werk waarmee vader Jakob beroemd is geworden.
Luchten en bergen bewegen in het steeds veranderende licht, het dal wordt in onscherpe vlakjes weergegeven want het is het schouwspel van de natuur dat telt. Het blauw-paars van de wolken vind je terug in de onderste uitlopers van de bergen. Het is september, de gloed van de zomer zal plaats maken voor de schakeringen van de herfst.

Ein Ausflug der Familie Dumba in der Sommerfrische in Liezen

In een andere schets (aquarel) echter is het nog volop zomer: Ein Ausflug der Familie Dumba in der Sommerfrische Liezen. (1879)
De omgeving moet je er nog bij denken, maar het ritme waarin de familie even uitrust is mooi om te zien: in een opstijgende diagonaal rusten vijf leden van de Dumba’s uit van een tocht door dat sommerfrische Liezen terwijl de achtergrond voorlopig uit twee boom-strepen en een vlek bestaat. Mooi detail: onderaan wordt door dochter Louise von Alt bevestigd dat het Rudolfs werk is. Ook de verkoop heeft zijn rechten.
In een brief schrijft hij over die tijd bij de Dumba’s (Grieks-Oostenrijkse industriëlen) die een villa in Liezen hadden:
“Ja, selbst mit meinen Arbeiten geht es sehr langsam, weil zu viel spazierengegangen wird, von dem ich mich leider nicht so leicht zurückziehen kann … Seelos hat ein Bild für Dumba hier gemacht, Pischinger gibt den Damen Unterricht, und ich male an meinen Studien – und so leben wir in Freundschaft und Eintracht, nähren uns gut, und nachdem Abends Dumba eine Reihe Schubertscher Lieder sehr schön vorgetragen, wird zu den Taroktischen gegangen.”
(de aquarel die dit tafereeltje uitbeeldt werd op een veiling aangeboden met een waardeschatting tussen de 12.000-20.000 euro) De mooie schets bevindt zich in de Albertina.

praterallee

Waarschijnlijk uit diezelfde periode, een schets uit Wenen ‘Praterallee”, in feite de kleine weg naast de Hauptallee die overgaat in het park en in het landschap.
Het is een aanzet, vertrekkend rechts vanuit de grote boomstam en uitwaaierend over de weg die door dunnere boomstammen worden begrensd. Het ritme van de stammen en de frisse chaos van het gebladerte nodigen je uit om er langs te lopen. Of je nu in Wenen bent of in het laantje achter het plaatselijke kerkhof, je komt in een ritme dat je meeneemt naar rust, stilte.

papierfabriek

Maar net zo goed ging zijn belangstelling uit naar een papierfabriek: ‘Die Papierfabrik in Kneusiedl bei Fischamend gemaakt in 1873. Een grote papierfabriek in een piepklein dorpje (werkte tot in de dertiger jaren van de 20ste eeuw) waarin naast het handgeschepte papier ook mechanische mogelijkheden om papier te vervaardigen bestonden.
Of kijk je naar de metaalsmelterij in de straat waar hij verbleef, werkte en stierf, de Skodagasse. Je kijkt op de binnenplaats waar het oud ijzer rommelig door elkaar ligt.
Je zou het inderdaad ‘nach der Natur’ kunnen noemen zoals de Albertina das Wiener Aquarell inzonderheid het werk van Rudolf bespreekt.

Rudolf-von-Alt-Die-Eisengießerei-Kitschelt-in-der-Skodagasse-B

Wellicht moet je zijn visie op het menselijk gedoe ook langs de interieurs van grote gebouwen bekijken, inzonderheid van kerken. Daar loopt de mens verloren, kijkt hij vreemd om zich heen, knielt hij eerbiedig of zoekt hij naar woorden. De speling van het licht in deze gebouwen geeft de kunstenaar de mogelijkheid om het beste van zijn kunnen te tonen. Ik neem je mee naar Salzburg, de binnenkant van de franciskaner-kerk. Een jonge man die de kerkbank verlaat kijkt even nog onze kant uit, maar voor de rest verguldt het licht ons klein bestaan.

interior-of-the-franciscan-church-salzburg-rudolf-von-alt

Hij is oud geworden, 93. Hij werd geridderd, geëerd en geprezen, vergeleken, en zelfs door de nazi’s gegeerd in hun jacht naar kunstschatten. Werd hij bij leven uit geldnood gedwongen zijn werk te goedkoop aan kunsthandelaars te verkopen, later zouden dan weer andere handelaars, vooral Joodse, gedwongen worden zijn werk voor een prikje uit handen te geven. Momenteel loopt er nog een teruggave-project in Wenen. Maar hijzelf kijkt ons via zijn zelfportret vriendelijk en gelaten aan. Hij is door Europa gereisd, en door een eeuw waarin het geliefde landschap onder stoom en andere wolken is verdonkerd.
Maar zijn mooie blik blijf je in zijn talrijke werken terugvinden.

Selbstbildnis des Künstlers; Brustbild im Profil nach rechts

Een tenslotte zijn werkkamer.
Hij schilderde ze nog het jaar van zijn dood, 1905.
Daar waar hij aan het werk moest zijn, is er een witte vlek.
De meester immers is niet meer in zijn werkkamer maar in al zijn werken overduidelijk aanwezig.

rudolf-von-alt-das-arbeitszimmer-des-kuenstlers

UITZICHT MET INZICHT: een zoon zoekt zijn weg. (3)

skodagasse wien rudolf

Ook in Wenen ging het jaar 1848 niet onopgemerkt voorbij. Net zoals in 1830 waren er in verschillende staten en steden opstanden die een meer liberaal systeem, een liberale grondwet moesten mogelijk maken na de duidelijk conservatieve en autoritaire opvattingen die na het Kongres van Wenen in 1815 door de toenmalige heersers in Europa werden doorgevoerd. (hierboven de Skodagasse in Wenen waar de kunstenaar woonde en werkte)

rudolf_von_alt_blick_in_die_alservorstadt-_1872_albertina-_wien.990x0

In 1846 was Rudolf (von) Alt na de vroege dood van zijn eerste vrouw en zijn twee kinderen in 1843 opnieuw in het huwelijk getreden en wilde hij duidelijk zijn eigen accenten aanbrengen in het vaak nog gemeenschappelijke werk van vader en zoon.
Hij had zich in dat befaamde jaar 1848 als ‘Bürgergardist’ laten inschrijven maar stuurde voor alle zekerheid zijn familie naar zijn schoonouders in Tropau.
Toen midden oktober 1848 de gebeurtenissen in de hoofdstad een erg radikaal karakter kregen verliet hij samen met de toen zestienjarige Ludwig Passini (1832-1903) Wenen en vluchtte hij naar het nederoostenrijkse Traismauer om er in het Gasthof Hofkirchner (nu Gasthof zum Schwan) onderdak te krijgen. (Zijn jonge gezel zou later naar Venetië trekken er zijn leven lang blijven wonen en werken als schilder zoals hieronder blijkt)

Passini_Ludwig_-_Eine_Brücke_in_Venedig
Hijzelf schrijft over de gebeurtenissen:
‘Ich war im Jahr 1848 National-Gardist, aber ich ging sehr bald nach Traismauer, wo meine Leute wohnten“.

72f1b3e87c485d0d94b2a2971a5e5767

Hij maakte er dat jaar deze prent, een atmosfeer die enigzins verschilde met de Weense wereld.
Wel werd hij na zijn terugkeer datzelfde jaar lid van de Weense Akademie maar het zou toch tot 1866 duren eer deze benoeming ‘keizerlijk’ bevestig werd. (Frans-Jozef I)

blik op salzburg

In de kunstwereld wordt het tijd voor de proto-impressionistische invloeden, gevoeligheid voor lichtinval, het moment, het direkte. Ook bij Rudolf merk je die invloeden. Hij wil zijn eigen vormentaal gestalte geven. Al blijft hij immens populair met zijn ‘Veduten-werk’ uit de de diverse streken van de monarchie, zijn pogingen om aan te sluiten bij die nieuwe beeldentaal krijgen weinig weerklank. Hierboven ‘een blik op Salzburg’ (1869) Hieronder een plekje waar ook ter wereld.

rudolf boom

Was de vroege dood van zijn eerste vrouw en kinderen al niet licht om te verwerken, de financiële problemen ‘en surplus’ zorgden voor een heuse depressie.
In 1863 reist hij in opdracht van de tsarenfamilie naar de Krim maar de beloning en behandeling zijn eerder magertjes. Gebeurtenissen die niet dadelijk het vriendschappelijk klimaat tussen ouders en broer Franz (ook schilder) bevorderen.
Hij krijgt ook last van een soort beven, ‘ein Tremor’. Het schilderen wordt er nauwelijks door gehinderd. Slechts op latere leeftijd zou het hem schilderen onmogelijk maken. Het geeft hem wel de gelegenheid om zijn schilderstechniek opener te maken, direkter.

Rudolf_von_Alt_010

Toch zullen de zestiger jaren hem erkenning bijbrengen, zeker als lid en lesgever aan de Weense akademie. Ook ambtelijk krijgt hij weer opdrachten ‘van hogerhand’. (Presentatieblad van het Kaisersforum, Makart-Atelier)
Als zijn gezondheid na de dood van zijn ouders (1872) en zijn zijn tweede vrouw in 1881 niet te best meer is, wordt hij door dochter Louise verzorgd en blijft hij toch op zoek gaan naar nieuwe beeldentaal.
De natuur, vooral de bomen en ‘de vruchten van het veld’ zullen nieuwe onderwerpen zijn samen met de interieurs van zijn gegoede klanten.

groenten rudolf

Terwijl de negentiende eeuw een ongekende wetenschappelijke ontwikkeling in gang heeft gezet zal het geliefde landschap tot op deze dagen daaronder lijden.
In een laatste aflevering zullen we enkele tegenstellingen zichtbaar maken, het landschap proberen te verzoenen met wat ‘vooruitgang’ heet. Het heimwee voorbij.

1280px-Rudolf_von_Alt_-_Motiv_aus_Goisern_-_1903

UITZICHT MET INZICHT, een geschiedenis van vader en zoon Alt (2)

jakob-alt-regensburg-katedrali-1 kopie

Natuurlijk, de beide spitsen op de kathedraal van Regensburg zijn pas tussen 1859 en 1872 voltooid, en het mooie werk van vader Jakob Alt is 1837 gedateerd, dus had hij op dat moment een probleem minder om het gotische gebouw via een aquarel op papier te brengen. Hij kon vanuit een zeker evenwicht tussen opstaande en strekkende massa vertrekken en een afstand suggereren die nu door gebouwen is ingenomen.
Het snijvlak van voorgevel en zijgevel is het centrum van de compositie. De huizen links en rechts versterken de blikrichting en de diepte wordt nog eens extra door het achterliggende gebouw (rechts achteraan in rechthoekje) benadrukt.
Het dramatiseren van deze ruimte toont al dadelijk de meesterhand.

rudolf-stephansplatz-in-vienna-with-the-cathedral-rudolf-von-alt

Zoon Rudolf (von) Alt zal zijn werk een jaartje later (1838) met zijn aquarel van de Stephansplatz-met-kathedraal (Wenen) nog een extra atmosfeer meegeven.
Meteen wordt ook het aanvoelen duidelijk. Waren de mensenstipjes op vaders Regensburger aquarel eerder nog maatstaven om het majestatische van het gebouw te beklemtonen, hier zijn mensen duidelijk een centraal gebeuren, het leven in  een hoofdstad.
Het vreemde ‘sfumato’ waarin de tekening is gehuld is ook al een voorloper van Rudolfs’ werkwijze: het gebruik van het natuurlijke licht beklemtonen, wolkenpartijen of lichtinval bepalen meer dan de realiteit nodig heeft, een atmosfeer. De veduten-schilder op weg om de algemeenheid van zijn beeld, de tijdloosheid,  aan te vullen met het ogenblik of het moment van de dag.

1280px-Rudolf_von_Alt_-_Das_Rathaus_in_Mödling,_1842

In de prachtige nog niet afgewerkte aquarel ‘Das Rathaus in Mödling’ uit 1842 (dankjewel digitale Albertina in Wenen) zie je duidelijk dat naast en rond het gebouw de ‘bezigheid des mensen’ al net zo belangrijk is geworden. Deze studieschets geeft je een goed idee van zijn opbouw-methode en de meerlagigheid van het aquareleren.

1280px-Rudolf_von_Alt_-_Das_Rathaus_in_Mödling,_1842
Kijk ook naar een jeugdwerk uit 1835 ‘Blick vom Kloster Onofrio auf Rom’ uit 1835, op reis met zijn vader gemaakt.

1280px-Rudolf_von_Alt_-_Blick_vom_Kloster_Sant'_Onofrio_auf_Rom_-_1835

Standpunt, licht en schaduw, de zomerse Italiaanse lucht waaronder Rome zich uitstrekt, de koelte onder het ritme van de bogen, enkele spaarzame aanwezigen en het grazende ezeltje. Het inlevingsvermogen van deze nog jonge meester ( hij is dan 23 jaar) reikt verder dan het plaatje voor de thuisblijvers. Door zijn vader opgeleid zal hij in kunde en emotie hem overvleugelen, met alle problemen vandien.
Kijk hieronder naar zijn prachtige aquarel ‘Der Graben in Wien’ van drie jaar later. Arm en rijk, jong en oud ontmoeten er elkaar. Het licht wordt door mooie wolkenmassa’s getemperd. Naast de aandacht voor de architectuur is er de menselijke beweging en dat alles onder het milde licht van een lentedag.
Rustig? Tien jaar later wordt het 1848, een jaar van Europese opstanden. Ook de kunstenaar zal het niet ontgaan. Dat is voor een volgende aflevering.

233 - Olga

 

UITZICHT MET INZICHT, een geschiedenis van vader en zoon Alt

115bc8d125973175b5359cbcc312911c--artist-studios-architecture-art

In 1789 geboren in Frankfurt am Main als zoon van een schrijnwerker wilde Jakob Alt in die stad zich bekwamen als ’Veduten-maler’, een plan dat hij in 1811 aan de Weense academie zou verder zetten.
Het Italiaanse woord ‘Veduta’ betekent uitzicht.
‘Eine Vedute ist in der bildenden Kunst die wirklichkeitsgetreue Darstellung einer Landschaft oder eines Stadtbildes. Gemäß der Kunsttheorie der Zeit ist das Ziel die Wiedererkennbarkeit, alle anderen Aspekte der Bildgestaltung sind weniger wichtig.’
Begrijpelijk dat het woord ‘postkaarten-kunst’ of ‘souvenirprentjes’ de minderwaardige toon beklemtonen.
Maar het gaat om dat ‘wirklichkeitsgetreue’ en de opmerking dat ‘alle anderen Aspekte der Bildgestaltung’ weniger wichtig sind. Het zou om het ‘herkennen’ gaan, je, dat is inderdaad Wenen, en hier zijn we inderdaad in Venetië. En in Venetië spreken we dadelijk over Canaletto, en daar gaat het ook om heel wat meer dan ‘herkenning’. Het gaat over ‘Uitzicht met inzicht’. (hieronder: bij het strand van Amalfi)

A View from Amalfi, c.1837, Watercolor on Parchment-Jakob -Rolled Canvas
Daar was het bij Jakob Alt ook om te doen: ja, een herkenning oproepen, maar vanuit zijn persoonlijk standpunt. En waarom niet vanuit de lucht zoals de drie prachtige prenten van waaruit hij Wenen vanuit drie verschillende richtingen uit een luchtballon weergeeft.

jakob_alt_ballonfahrt_ueber_wien_aquarell_1847_original
Zijn geplande studie aan de Weense akademie moest hij te vlug vergeten wegens familie-uitbreiding en familie kost geld. Zelfstudie dus. Vooral door onmiddellijk materiaal te leveren aan Kunstverlag Artaria: ‘Mahlerische und merkwürdige Ansichten d. verschiedenen Provinzen der österreichischen Monarchie und der benachbarten Länder’ (1813-1820)

Jakob_Alt_-_Panoramaansicht_von_Venedig_-_ca_1835.jpeg
Rondreizen in de Oostenrijkse Donau-en Alpenomgevingen en daarna in 1828 en 1833 tweemaal de bovengebieden van Italië en een dubbel verblijf in Venetië en Rome.
Hij werkte eerst als aquarelist (Ansichten von Rom voor keizer Ferdinand en met een groot deel steendrukken (lithografieën) voor het vezamelwerk door Adolf Friedrich Kunike uitgegeven: ‘264 Donau-Ansichten nach dem Laufe des Donaustromes vom Ursprung bis zur Mündung ins Schwarze Meer’)

066s034a

Van de acht kinderen die hij met zijn vrouw op de wereld zette was zoon Rudolf (1812) al vlug vaders medereiziger en medewerker onderandere als twaalfjarige inkleurder van de talrijke lithografieën. (Hieronder: Duomo di Verona)

Albertina-Duomo-di-Verona-Jacob-von-Alt-18451

‘Im Zentrum der Zusammenstellung stehen neben dem musischen und vielseitig begabten Kaiser Ferdinand I. vor allem zwei Künstlerpersönlichkeiten: Jakob und Rudolf von Alt. Die Ausstellung erzählt somit nebenbei auch die Geschichte von der erfolgreichen Teamarbeit eines kongenialen Vater/Sohn-Duos. Gemeinsam reisten die beiden Maler im Auftrag des Kaisers über zehn Jahre lang durch Italien, Ungarn und Dalmatien und skizzierten direkt vor dem Motiv ihre „Veduten“. Zu Beginn der Zusammenarbeit übte der Vater, dem mit dem Blatt „Blick auf Wien von der Spinnerin am Kreuz“ 1839 (zie hieronder) erstmals eine detailgetreue und dennoch stimmungsvolle Darstellung der Stadt Wien gelungen war, enormen Einfluss auf den Sohn aus. Später kam es zu einer Umkehrung. Da fand Jakob von Alt, beeinflusst vom herausragenden Talent des Sohnes, zu neuen Darstellungsweisen. Mitunter ist heute nicht mehr festzustellen, welcher der beiden Alts ein Blatt gemalt hat.’ (Johanna Schwanberg)

jakob_alt_blick_auf_wien_von_der_spinnerin_am_kreuz-_1817_albertina-_wien.990x0
Een mooie combinatie: zoon leert van de vader, vader bekwaamt zich door de zoon.
In een volgende bijdrage meer over het standpunt van de kunstenaar (blikpunten) en zoon Rudolf die einde negentiende eeuw een ‘von’ voor zijn naam krijgt: Rudolf von Alt. (Hieronder: Regensburg Kathedral)

jakob-alt-regensburg-katedrali-1

DE HOROSCOOP, een kortverhaal

CNM-aquarius

‘Met jouw fantasie, zei de hoofdredacteur, zou je voor mijn krant best een horoscoop kunnen schrijven, niet?’
‘Tja’, had hij geantwoord. ‘Tja. Wat weet ik van horoscopen?’
‘Juist daarom. We zijn een krant, geen wetenschappelijk tijdschrift. Een horoscoop is als een stripverhaal. Niemand gelooft erin maar iedereen leest hem. Kwestie van klantenbinding zoals ze dat noemen.’
‘Elke dag?’ had hij nog geprobeerd terug te krabbelen. ‘Elke dag!’
‘Och, je schrijft ze natuurlijk voor een week! Met een beetje fantasie, zalvende woorden en opgestoken vingertje kom je een heel eind.’
‘Vooruit dan maar.’
‘En zorg een beetje voor jezelf, zei de hoofdredacteur, net voor hij buiten een sigaret ging roken.’
‘Voor mezelf?’
‘Weinig mensen hebben hun eigen toekomst zo in de hand als de auteur van een horoscoop! Je bent toch een waterman, niet? Kun je elke dag voorspellen wat je te wachten staat. Zo simpel is dat.’

1.28

Naar de geldelijke opbrengst had hij niet geïnformeerd, de idee dat er eindelijk iets van zijn hand in een krant zou verschijnen, dat idee volstond. Zo kreeg hij een week later zijn eerste publicatie onder ogen.
‘Waterman: je krijgt een brief die je zeker zal verrassen,’ las hij luidop.
‘Natuurlijk is het toeval, maar als toeval heel toevallig…,’ dacht hij terwijl hij nieuwsgierig zijn post doornam. Reclame, weekblad voor de groene vingers, herinnering van de bibliotheek, uitnodiging voor een gehoortest, en…Ja, een brief. Een bekende omslag. Vierduizend en zoveel achterstallige belastingen te betalen voor…
‘Je krijgt een brief die je zeker zal verrassen!’
Gelukkig had hij zijn horoscopen voor de volgende dagen nog niet geschreven. Dus tartte hij het lot met:
‘Waterman. Een ontmoeting met iemand die al een tijdje uit je leven is verdwenen. Een bijzonder prettige ontmoeting, best mogelijk met een Kreeft.’
Hij herlas zijn toekomst en begon dadelijk met nare dingen voor de Steenbok en een beetje mystiek voor de Tweelingen. Bij de Kreeft echter:
‘Kreeft. Voor sommigen, de geluksvogels, een bijzondere ontmoeting met een Waterman.’
Zo las hij het ook de volgende dag: zwart op wit. Zijzelf bracht de krant mee binnen.
‘Dat had je niet verwacht, hé?’
Ze had nog altijd van die ogen met puntjes rond de iris en ze sprak nog altijd met dat frele stemmetje also ze elk ogenblik zou gaan zingen.
Neen, dat had hij niet verwacht.
Ze kusten elkaar, lieten de dag de dag en zagen dat het donker begon te worden toen ze honger kregen.
‘Gotjes, zei hij. Ik moet mijn horoscopen nog doortelefoneren.’
Ze trok het laken hoog boven haar hoofd en vroeg hem iets leuk voor de kreeft te verzinnen. ‘Een prachtige toekomst!’ klonk het vanonder de witte tent.
Twee keer kon nog toeval zijn, dacht hij. Maar laten we de proef op de som nemen. Waterman: let op in het verkeer. Een onvoorzichtigheid in het verkeer van een bekend iemand kan je heel wat geld kosten!
Zou hij het wagen? Ach, hij ging het toch niet zelf geloven! Morgen hoefde hij niet eens zijn auto te gebruiken. Hij zou de hele dag binnenblijven nu zijn Kreeftje terug was. Een vliegtuig kon op zijn dak een noodlanding maken, of een ufo! Doen dus!

ICON-Online-Sternzeichen-Woman-in-French-11

Maar het lot liet zich niet verschalken. Nog voor hij die morgen goed wakker was, reed zijn lief Kreeftje zijn niet eens afbetaalde wagen aan diggelen.
‘Ik wilde naar de bakker om je met appeltaart te verrassen,’ klonk het iets minder minder zangerig toen ze terug uit het ziekenhuis was.
Na een dag snikjes en klaagzangen vertrok ze voor lange tijd.

‘Waterman: u wint vandaag een groot bedrag dat je uitstekend van pas komt!’
Hij schreef iets heel naars voor de Kreeft en nadat hij zijn teksten had binnen geleverd kocht hij een biljet van de Staatsloterij.
‘Vijftien miljoen, meneer!’ zei de winkelier lachend.
De volgende dag legde hij het biljet voor de verbaasde ogen van de man en zei ‘Vijftien miljoen, inderdaad, zoals je gezegd hebt!’
Ze keken elk nummer drie keer na.
‘Vijftien miljoen,’ zuchtte de verkoper.
De horoscoop-schrijver schoof enkele biljetten van honderd over de toonbank.
‘Kun je een paar lekkere flesjes voor kopen! Enne…je bent toch niet toevallig een Waterman?’
Hij was een Waterman.
‘Een bedrag dat je uitstekend van pas komt,’ citeerde hij zijn eigen tekst uit de krant.

‘Ik ben breed van begrip,’ zei de hoofdredacteur, ‘maar het is toch niet omdat je plotseling vijftien miljoen wint dat je geen horoscopen meer wilt schrijven?’
‘Ze maken me bang! Al wat ik voor mezelf voorspel komt letterlijk uit.’
Het bleef even stil aan de andere kant van de lijn.
‘Heb je champagne gedronken?’ vroeg de hoofdredacteur.
‘Koffie. Wil je het merk weten?’
‘Hou nog een weekje vol dan heb ik de tijd om een vervanger te vinden.’
‘Maar niet langer dan die ene week. Afgesproken?’

shutterstock_371021159-1-1

Zo begon hij heel voorzichtig zijn week te voorspellen.
Eerst dag. Waterman: u heeft een bijzonder rustige dag. Tijd om na te denken en een verstandige investering te doen.
Tweede dag. Waterman: geniet met volle teugen van het leven.
Derde dag. Waterman: een goede daad zal je innerlijke rust brengen.
Vierde en vijfde dag. Alles rustig.
En voor de zesde en laatste dag: Waterman, wees maar niet bang. U zult lang en gelukkig leven.
Hij stuurde zijn kopij door, kocht daarna een lot vrij dure maar lekkere wijn en genoot zoals hij voorspeld had met volle teugen van het leven nadat hij zijn centen had toevertrouwd aan bankinstellingen met filialen in Koeweit en de Arabische emiraten.
De derde dag schonk hij één miljoen aan een werk voor verlaten vrouwen, en voelde zich tevreden zoals mensen na een heerlijke maaltijd of een leuke vrijpartij.
De vierde en vijfde dag bleef alles rustig en de lichte angsten die de vijfde dag ’s avonds de kop hadden opgestoken zouden vanzelf verdwijnen als zijn voorspellingen zouden kloppen.
Toen hij de zesde dag zijn horoscoop wilde nalezen overviel hem een duizelig gevoel.
In ééntiende seconde besefte hij dat dit het einde van alles was. En de volgende negentiende van diezelfde seconde lag hij dood op de vloer.
‘De emoties van de laatste dagen,’ zou de dokter zeggen.
Toen rinkelde de telefoon.
‘Hallo,’ zei de dokter. ‘Neen, die is er niet meer. Ik bedoel, hij is er inderdaad echt niet meer. Wat zegt u? Een drukfout? En wat moet ik daarmee? Ik ben een dokter en zou u dringend rust aanraden. Horoscoop, horoscoop, wie verzint die onzin!’
Toch las hij de krant waarop het lichaam van zijn patient was gevonden.
‘Waterman: u zult niet lang leven, gelukkig. Wees maar bang.’

De volgende dag ging de bank failliet waar de horoscoop-schrijver zijn miljoenen had geïnvesteerd. En nog later ontdekte men dat hij al jaren de btw voor het lapje had gehouden. Nog een dag later kwam zijn geliefd Kreeftje jammerlijk om het leven bij een vliegtuigongeval.
Om volledig te zijn: de dag daarna brak de derde wereldoorlog uit.

horoscope_by_inkie_art-d2c5e9o

‘FALLEN MONUMENTS’ Phyllida Barlow (°1944)

5434

Toeval.
Een vreemd woord, en als je’t vaak herleest, niet te vertrouwen: toe-val. Een onvoorziene gebeurtenis die dichtklapt, niet meer terug te draaien (val!) ontsnappen uitgesloten.
Ik zwerf vaak langs de gallery’s in NY, zei het dan via de computer.
Ik klik op ‘Artists’ en begin dan prentjes te bekijken, bio’s te lezen en notities te maken.
Toeval.
Mocht je verhalen verzamelen waarin ‘toeval’ een hoofdrol heeft gespeeld, dan zou je verbaasd zijn hoe ‘gevierd’ en ‘vergeten’ elkanders neef en nicht zijn.
Ik wil niet zo ver gaan als geschiedkundige Frank Ankersmit in zijn intervieuw-boek (‘De erfenis is op) dat zonder de nierstenen van Napoleon III er geen eerste werldoorlog zou geweest zijn, geen Hitler, geen tweede wereldoorlog en ook geen genocide. Geveld door die kwaal liet de toenmalige Franse keizer het bestuur aan zijn vrouw Eugenie over die, gebeten als ze was op de Duitsers in de val van Bismarck trapte en… Terwijl, zegt men, de keizer zelf nooit zo’n oorlog zou begonnen zijn.)
Maar.
Geboren in 1944. Dat herken ik.
Achter-achterkleinkind van Darwin, dat is vast boeiend. Haar grootvader psychiater bij Queen Victoria en zij was verwant met Josiah Wedgwood.
Phyllida Barlow

4000
‘The little girl grew up in London, but one very different from the shining, skyscraper-studded capital that we know today – a city in ruins, where children played in bombed-out buildings, and where the sides of houses had been blown off to reveal staircases leading to nowhere, and incongruous patches of wallpaper were still attached to walls that were now open to the sky.’ (The Guardian, Charlotte Higgins)

Ze studeert kunst, ze huwt met een kunstenaar, krijgen samen vijf kinderen.
zal kunst als bekwame lerares tot haar 65ste onderwijzen aan jonge kunstenaars en begint na haar pensionering op haar 65ste aan een carrierre.

SIEGE 2012
All at once, the very clever curators and the very shrewd and canny people who ran galleries saw that Barlow was, after all, a very good artist. The proof that it was magic was that some of the people who now thought her work was very good had known her for many years.
At once, many invitations arrived: would Barlow make an exhibition here, and here? People came from far and wide to knock on the door of her house in that shabby London street. Her visitors included the owners of one of the grandest and richest galleries in the country. She was nominated for awards and travelled to many places around the world for exhibitions. Now, for the first time in her life, she could make sculptures that were bigger, and more stupendous and formidable than she had ever dreamed.’ (ibidem)
Bekijk de mooie documentaire van de BBC en geniet.

‘All our lives are about constantly losing. The moment is always disappearing, like sand between our fingers. So what is it, we are actually left with?,’ asks British sculptor Phyllida Barlow.

The language of sculpture is not about perfection or exactness, according to Phyllida Barlow (b. 1944). It’s about approximation, about recovering moments. ‘I like the language of sculpture which is about space and time, smell and temperature. Opposite photography, sculpture constantly rejects the single image because of the way you walk around it. Oddly enough sculpture, despite it’s physicality, constantly disappears. You walk past it and it’s gone. You come back to it and you discover it in a new way. The powerful emotional impact is all in the moment.’ (Marc-Christoph Wagner)

THE ENCYCLOPEDIC PALACE 2013

‘My grandmother’s under-stairs cupboard was filled with beautifully folded brown paper, navy blue sugar paper that grocers used, and neatly assembled piles of reusable stuff like black rubber bands and old matchboxes. I’ve a vivid memory of these accumulations, so it’s possible they left a subconscious impact. My father kept yogurt pots and anything made of glass. My mother cut up old clothes to make new clothes and taught us, as children, to make things from remnants. We continued to use Christmas decorations made during the wartime years well into the 1950s—strange, rather abject pieces of cardboard with paint on them. But it all seemed wonderful to us. Then there was an explosion of materialism in the 1960s, and that making-do and getting-by approach was swept away. We entered the world of disposable objects, which has now created appalling long-term natural disasters.’ (ibidem)

One day, talking in her studio, Barlow compared the art world to an iceberg. Below the waterline are those who work unseen. They have a certain kind of freedom. Above the waterline are the recognised, the successful, who have another kind of freedom, the kind conferred by support and money and encouragement and invitations from museums. Good, indifferent and bad art is made either side of the waterline; and, just as an iceberg conceals most of its mass beneath the surface, most art-making happens unremarked upon and out of sight. (The Guardian, Charlotte Higgins)

2012 KIEV