
De sprookjesschrijver, een kortverhaal
Stel dat je een sprookje wil schrijven als je ontdekt dat het vrijdag is. En niet alleen dat, maar ook nog de dertiende in de gemutileerde februari-maand van het jaar 2026, en die 26 inderdaad ook nog eens de optelling van tweemaal dertien mag zijn. Dan is een lichtelijk kreunen begrijpelijk, ook al is er na drie dagen overleg plotseling een Brusselse regering uit de Belgische lucht gevallen, samen met een meer dan gewone volume neerslag.
Gelukkig zouden we alvast ‘de Internationale Dag van Vrouwen en Meisjes in de Wetenschap’ kunnen vieren en waren er op 4 februari de Nationale Voorleesdagen aan de orde, en wie het nodig heeft, carnaval in alle maten en vaten. Aldus?
De sprookjesschrijver zuchtte.
‘Wie wil weten wat er was?’
Dat klonk ongenadig mooi. maar versleten.
‘Luister naar wat er morgen zou zijn…’
‘Reclame.’
Op het scherm begon AI een sprookje over ‘Vlam’ te vertellen. (AI-Google)
‘Vlam, een draakje, kon, in tegenstelling met zijn grote broers geen vuur spuwen. Alleen een wolkje kleurrijke glitters kwam uit zijn neus.’
De sprookjesschrijver zag steden in vuur en as. De tijd waarin hij geboren was.
‘Glitters zijn niet zo natuurvriendelijk’ typte hij onderaan.
‘Je hebt helemaal gelijk! Traditionele glitters zijn eigenlijk microplastics (meestal van PET) die schadelijk zijn voor dieren en ecosystemen. Sinds 2023 is de verkoop van losse, niet-afbreekbare glitters zelfs verboden in de Europese Unie.’
En dan volgde er een opsomming van soorten glitters: cellulose-glitter, mineralen(Mica), eetbare glitters: voor een draakje dat ze uit zijn neus snuit, zijn glitters van suiker of rijstmeel met natuurlijke kleurstoffen een perfect, onschadelijk alternatief.
Afgesloten werd met ‘Gekleurd zand: voor knutselprojecten in het bos kan gekleurd zand een natuurlijke ‘sparkle’ geven.
Hier was AI nog niet op de hoogte van de net ontstane ‘zand-paniek’ ( asbest!’)
De laatste zin:
‘Vlam snuit dus eigenlijk biologisch afbreekbare confetti van plantenvezels in het rond.’
Met de vraag:
‘Wil je dat ik het verhaal herschrijf zodat de nadruk ligt op zijn milieuvriendelijke superkracht, of zullen we een ander karakter ontdekken dat de natuur juist helpt?’
Neen, dat wilde hij niet! Tenslotte was dat gedoe, die ‘ge-automatiseerde’ sprookjesschrijver met gestolen materiaal gevoed. Dat ‘draakje’, eerst uitgelachen door de grote draken, kon met zijn niezen blijkbaar de dikke grijze mist verdrijven:
‘Het woud was gered, en de bomen glansden mooier dan ooit tevoren. De grote draken bogen hun koppen van schaamte. Vanaf die dag was Vlam de officiële Lichtbewaarder van het bos. Want soms heb je geen vuur nodig om de duisternis te verslaan, maar alleen een beetje schittering.’ (AI)
Tja. ‘Bwah’, zei de sprookjesschrijver. ‘Niet mis. Wel een beetje prekerig, maar…’
Het was een ‘maar’ die als een witte vlag werkte. Of als een wit vlaggetje. Want als hij aan ‘Roodkapje’ of ‘Sneeuwwitje’ dacht, kwam hij tot dezelfde slotsom: een sprookje, samengesteld uit talrijke versies, opgetekend en vaak met erg persoonlijke aanpassingen tot persoonlijke eigendom gemaakt.
Hij zuchtte als een betrapte dief. Tenslotte wie is er eigenaar van de zin: ‘Er was eens…?’
Zal ik eens een nieuwe versie maken van ‘Vlam’? Om u tegen te zeggen?’
‘Begin al maar met ‘jou’ , tenslotte kennen we elkaar’, hoorde hij AI antwoorden.
Enkele maanden later verscheen er rond 13 februari 2027 een mooie, heel persoonlijke (De Standaard) menselijke(NRC) sociaal-geëngaarde(De Morgen) bundel: ‘De geschiedenis van een vlammetje, hedendaagse sprookjes’.
Dat zou zo geweest zijn, mocht er een brand in zijn schrijfkamer het definitieve manuscript inclusief harde schijf niet vernietigd hebben. Oorzaak van de ramp bleef een raadsel. Navraag bij AI leverde niets op. ‘Wie met vuur speelt…Wilt u nog andere uitdrukkingen met ‘vuur’ of ‘vlam?”
We zullen het dus bij Peter Verhelst en zijn bundel ‘Wij, totale vlam’ moeten houden of ‘Vlam’ van Hendrik Marsman moeten citeren. Maar die zijn voor ‘grotere’ kinderen geschreven. Sprookjesschrijvers weten dat toveren niet zo vanzelf sprekend is als meestal wordt aangenomen.

Lees ook een vroegere bijdrage:






























































































































