TINTORETTO, een andere werkelijkheid (3)

3mark

In 1562 Tintoretto was commissioned by the Guardian Grande, Tommaso Rangone to complete the decoration of the School of St Mark. This work from the Sala Capitolare relates the episode in which the Christians of Alexandria, taking advantage of a sudden hurricane, take possession of the Michelangelesque body of the saint which was about to be burned by the pagans. The group in the foreground (where Rangone himself is depicted bearing the head of the saint) stands out sculpturally from the vertiginous depth of the background created by the use of light and by the obsessive architectural sequence of arcades and mullioned windows which terminate in the phosphorescence of the construction outlined against a reddish sky heavy with clouds. Light assumes an elemental role in this phantasmagoric scene. A curiously prominent role is played by the dromedary that has escaped from his owner.

Te bekijken: https://www.wga.hu/html/t/tintoret/3a/3mark.html

Bijna is dit een droomtafereel, een tafereel dat net zo goed bij Dali thuis kon zijn. In de bleke weerschijn van gebouwen in de nacht torsen drie mannen een dood lichaam terwijl achter hen een drommedaris losbreekt. Het is een goed voorbeeld van een ongewone sfeerschepping uit de zestiende eeuw. Maar er is ook vrolijkheid, kijk naar dit vrouwelijk muzikaal sextet.

4women_p

Tintoretto was een familieman. Van de acht kinderen die hij bij Faustino Episcopi verwekte zouden er drie zijn vaste medewerkers worden: Marietta, Domenico en Marco vond je dagelijks in zijn atelier-werkhuis.
Natuurlijk waren er ook contacten met verschillende artistieke persoonlijkheden zoals met de schilder Paolo Veronese die voor en met hem in het Doge-paleis had gewerkt.
Het is een intense periode: zijn kleuren winnen aan helderheid en zijn voorkeur voor een bontgekleurd perspectief verhoogt de kwaliteit van zijn decoratieve mogelijkheden.

Hij zocht naar kleuren die het licht absorbeerden zodat je daarmee beter de ruimte kon suggereren, een ruimte die niet alleen gestructureerd werd door het perspectief. Een ruimte waarin een menigte mensen een evenwicht vond met de rest van de voorstelling. Dat evenwicht werd een nieuw element in de Venetiaanse kunst.
Je kunt dat goed zien in zijn bijdrage (die tien jaar in beslag zou nemen!) bij de decoratie van de Madonna dell’ Orto-kerk, de privé-kapel van de adelijke Contarini-familie waar in 1563 de grote kardinaal Gasparo werd begraven, diplomaat, ambassadeur en verzoener, verdediger van het Venetiaanse bestuursmodel.
‘De presentatie van Maria’ was volgens kunstenaar en kunstkenner Vasari ‘ “a highly finished work, and the best executed and most successful painting that there is in the place”.

1prese

in hoge kwaliteit te bekijken via:
https://www.wga.hu/html/t/tintoret/2a/1prese.html

Kijk naar de mooi opgebouwde trappenscene. Centraal beneden een vrouw met leeftijdsgenootje van de jonge Maria die naar het kind boven wijst.
Het licht! De kunstenaar heeft het licht verdeeld op de juist vernoemde personages. Je kunt ze in een mooie driehoek samenbrengen, de vrouwen met kinderen en boven ‘het’ kind, Maria. De statige hogepriester en zeker het publiek langs de trappen baadt in een mystieke schemer.

1prese1

This painting, consisting of two vertical halves now stitched together in the middle, once adorned the outsides of two organ wings. The monumental stairway indicates the musical connection; its 15 steps or “grades” refer to the 15 graduals, the psalms sung by pilgrims in annual temple processions. The singers’ gallery above the organ was also painted by Tintoretto. The dark carving of the breastwork and the frames of the wings were partly gilded, like the stairway in the painting; Tintoretto picked out its undulating ornamentation in gold leaf. This “Byzantine” stylistic element is particularly effective in the shadowy area on the left, where it produces a sense of mystic illumination. The richly decorated steps on Mary’s way into the temple are reminiscent of the Scala dei Giganti in the interior courtyard of the Ducal Palace, the lower section of which, like the stairway up to the temple, has 15 steps. Like the high priest in Tintoretto’s picture, the Doge used to receive important guests on this staircase.

2st_paul

Helemaal in hemels licht, ‘de marteldood van Paulus’.
https://www.wga.hu/html/t/tintoret/2a/2st_paul.html

Net voor het zoeven van het zwaard, de wapenrusting verlaten, maar de engel met zegekrans en laurier hangt in de lucht. Vier meter hoog, twee meter veertig basis.

Just before he is beheaded with a huge two-handed sword, Paul raises his bound hands in a last prayer. An angel is bringing him a laurel wreath and the palm of martyrdom. The armour, which appears much too powerful for his emaciated old body, is an armour in the ancient Roman style.

betsada
Proof of this is, above all, the dramatic style in which the scenes are executed, a style that firmly impresses their romantic pathos on the beholder. Tintoretto’s spatial conception has a dynamic character. As a modern critic has noted, Tintoretto conveys a feeling of an almost precipitate falling forward or of an equally swift rise. The contrasted movements give the figures a similar instability. To achieve such effects Tintoretto used formulas that were invariably different: in The Pool of Bethesda in the church of San Rocco (1559) the evangelical episode is realized in a compressed space through which the foreshortened ceiling seems to weigh upon the milling crowd; in St. George and the Dragon Tintoretto sets the fable in a landscape of considerable depth, intersected by the white walls of the city. A series of canvases that the philosopher and physician Tommaso Rangone, grand guardian of the Scuola di San Marco, commissioned from Tintoretto in 1562 contains similar elements.

draak02
Je kunt via onze links zelf de gehele collectie bekijken in de beste kwaliteit.
Eén van de meest indrukwekkende werken vind ik persoonlijk: ‘Het beklimmen van de Calvarie-berg’ in de Scuola Grande di San Rocco. (Sala dell’Albergo)
Alvast zelf te bekijken via:

kruisw

https://www.wga.hu/html/t/tintoret/3b/1albergo/2/1carry.html

In datzelfde licht en donker trekt de trage stoet naar de top van de berg. De dramatische opstelling laat die pijnlijke klim in 2 opstijgende lijnen zien: boven Jezus, onderaan de twee mede-gekruisigden.
Pure pijn en ontzetting in het verspreide licht en donker.

Neem de tijd om zijn oeuvre geduldig te bekijken, werk dat in Venetië zelf pas tot zijn recht komt als je’t in ware grootte kunt zien.
Tintoretto was een bevlogen schilder. Hij bleef tot op hoge ouderdom aan het werk. Het geld was niet zo belangrijk. Vaak ging hij onder de prijs werken of vrijwel gratis om wat hij in zijn verbeelding had gezien aan zoveel mogelijk mensen mee te delen.
Het bevlogene, het vermoeden dat er meer was dan het bekende of vaak vertelde, het verkennen van grenzen waarachter zelfs de vorm vervaagt omdat de essentie voelbaar werd.

Tintoretto was a painter with a wholly personal, constantly evolving technique and vision. Although it is almost certain that his family was originally from Lucca, Tintoretto (a nickname meaning “little dyer,” after his father’s profession of silk dyer, or tintore) is considered a Venetian painter, not only by birth but because he always lived in Venice and because with his innumerable works he contributed to creating the face of that city. He was not only an exponent of the witness to the life of the city, of the sacred and profane complex pictorial developments of Venetian art, but of the myths of a society that formed a part of the dramatic history of 16th-century Italy.

Met dank aan Rodolfo Pallucchini, Director, Institute of Art History, Giorgio Cini Foundation, Venice, 1972–89. Author of Disegni di Giambattista Tiepolo; La giovinezza del Tintoretto; Veronese; and others. (Gebruik de Britannica!)

3lastsup

Te bekijken via: https://www.wga.hu/html/t/tintoret/5_1580s/3lastsup.html

Tintoretto painted the Last Supper several times in his life. This version can be described as the fest of the poors, in which the figure of Christ mingles with the crowds of apostles. However, a supernatural scene with winged figures comes into sight by the light around his head. This endows the painting with a visional character clearly differentiating it from paintings of the same subject made by earlier painters like Leonardo.

The curious diagonal position of the table for the Last Supper is explained by the installation of the painting on the right wall of the presbytery of San Giorgio Maggiore. The table was to be perceived by visitors to the church as an extension in perspective of the high altar, or conversely the high altar was to be seen as a prolongation of the table for the Last Supper. The priestly bearing of Christ and the liturgical utensils on the small side table play on the same connection. The winged apparitions characterize the Eucharist as the “bread of angels” (St Thomas Aquinas) and in their non-material, other-worldly nature indicate the mystery of transubstantiation (the transformation of bread and wine into the body and blood of Christ). While the composition of The Last Supper as a whole follows a wall hanging by Giulio Romano depicting the Passover, the detail of the eerily flickering candlestick was suggested by a Crowning with Thorns by Titian (Alte Pinakothek, Munich), which Tintoretto had acquired from the master’s estate when he died.

TINTORETTO, temperamentvolle jonge man (2)

sin gregorius draak

(St. George doodt de draak)

Vaak ‘weten we niet veel’ over het leven van beroemdheden uit het verre verleden, laat staan schilders, en wat we weten duidt meteen op de functie van hun werk, namelijk in hoeverre zij de machtigen (welstellenden) van toen in politiek en religie, dienden of gebruikten voor de zogenaamde dagelijkse boterham met beleg.

De kunst zoals wij die nu ervaren was vooral een ambacht. Een kunnen. Talent was uiteraard noodzakelijk maar het technisch verwerven van een aantal vaardigheden kwam daarna op de eerste plaats terwijl ‘de inspiratie’, het creatief proces, sterk met dat ‘kunnen’ verbonden was. Wie de technieken meester was, kon zich nieuwe standpunten en hun realisatie in het kunstwerk veroorloven, iets wat in de hedendaagse kunst niet altijd zo vanzelfsprekend is waar de eigenzinnigheid (of noem het ‘een persoonlijk interpretatie) zich ontdoet van enige kennis omtrent het materiaal  en er van de toeschouwer verwacht wordt door deze onkunde heen te kijken of het als arte povera letterlijk voor lief te nemen en bevrijd van de vorm bij de essentie uit te komen. (zuivere geest zijn, wordt dan wel verondersteld…)

In een bericht uit 1539 (hij is dan 21) noemt hij zichzelf ‘een onafhankelijke, professionele man’.
Niet verwonderlijk want zijn temperament wordt in mijn bronnen:  ‘his imposing and forceful personality’ genoemd, in het Venetiaans: ‘Il Furioso’.
De manier dus waarop hij de verf op het doek aanbracht getuigt daarvan, en meteen ontdekken schilders dat de penseelvoering ook een medium is, dat je niet enkel met kleurenvlakken, maar ook met ‘borstel-ritmes’ kunt werken.

Volgens een andere bron zou hij een tijdje bij Titiaan hebben gewerkt als leerling, maar daar zijn nergens geloofwaardige aanduidingen voor gevonden. Het is een redenering die uitgaat van een gelijkenis van formele elementen eigen aan de Toscaanse school, net zo goed als zijn werk invloeden van Michelangelo laat zien.

2emmaus

Kijk naar de levendige houdingen bij het nochthans intieme onderwerp: ‘de ontmoeting in Emmaüs’ De leerlingen zijn zo druk met elkaar bezig dat zij de verrezen Jezus niet herkennen tot hij het brood breekt.  Het moment na deze drukte mag iedereen in zijn eigen innerlijk voorstellen.  De drukte valt stil, en…’zij herkenden hem’. In plaats van het centrale thema, de Jezusfiguur, zet hij de druktemakers op de voorgrond en benadrukt hij hun ‘blindheid’ Zelfs de poes onderaan is door de drukte gestoord.

Net zo goed zouden dit echter de reacties kunnen zijn op het breken van het brood en vertellen ze elkaar dat ze hem wel degelijk als Jezus herkennen.  Deze dubbelzinnigheid maakt het kunstwerk meerlagig en nodigt de beschouwer uit om niet bij een vlugge oogopslag te blijven maar in het verhaal te komen en zijn/haar eigen rol te spelen.

Groter te bekijken via: https://www.wga.hu/html/t/tintoret/1_1540s/2emmaus.html

2emmaus1

‘Most probably, Jacopo’s precocious talent prompted his father to place him in the workshop of some undistinguished painter, but one with a solid artisan tradition so that his son might learn the foundations of his craft. Traces of an absolute style in his youthful works tend to corroborate this hypothesis. But he soon became aware of the variety of approaches tried by painters working between 1530 and 1540 in Venice and already reacting against the style of Giorgione, who was the first to merge forms and to subordinate local colour to its pervading tone. The emigration of Roman artists to Venice in 1527 after the sack of Rome by imperial troops, as well as subsequent contacts with painters from Tuscany and Bologna, induced the painters of the Venetian school to return to greater plasticism, without altering the fundamental chromatic nature of the Venetian tradition.’
(Britannica)

Tintoretto-Sacra-Conversazione-Molin

Hier boven een vroeg werk (1540) Een ‘Sacre Conversazioni’ de Maagd omringd door zes heiligen met het kind op haar knieën dat zich duidelijk van haar afwendt. Hier merk je nog heel duidelijk een Titiaanse invloed via verschillende kenmerken van de Venetiaanse school (kleurenpalet, opstelling), en is ook Michelangelo niet ver weg.

Tintoretto’ s schetsen zijn naar model  of naar beelden gemaakt, maar hij gebruikte ook kleine wassen beeldjes die in allerlei poses en met verschillende belichtingen hem de kans gaven om invloed van houdingen en lichtinval te bestuderen. Een soort miniatuur theatertjes waaruit hij onderdelen voor zijn werk kon uittesten.
Na zijn vroeg werk, fresco’s (14 achthoekige zoldering-schilderingen met mythologische thema’s, oorsprokelijk ontworpen voor een Venetiaans paleis, -verloren gegaan en alleen nog zichtbaar via 18de eeuwse prenten-) werkte hij in 1645 aan de decoratie van Pietro Aretino’s huis, dichter, dramatist, vriend van Titiaan, een scherpe satirische pen die vooral de Romeinen niet spaarde. (Ze hadden hem immers verplicht ‘uit te wijken’ naar Venetië)

01adult1
Hij gebruikte er bijbelse en mythologische verhalen, zoals Christus en de overspelige vrouw. (hierboven- soms ook aan een volgeling van de schilder toegeschreven) Eigenzinnige perspectieven, zijn duidelijke penseelvoering, en belichting, je vindt ze terug in dat vroege werk waarin zijn ‘bevlogenheid’ al zeer zichtbaar is. Bekijk in groot formaat via deze link, met Engelse beschrijving

https://www.wga.hu/html/t/tintoret/2_1550s/01adult1.html

Kijk ook boven deze bijdrage hoe de heilige George de draak (het kwaad) te lijf gaat, een hallucinante vertoning.
Helemaal in het centrum van de aandacht komt hij even later met ‘Sint Marcus die een slaaf bevrijdt’. (Galleria dell’ Accademia) Een reusachtig schilderij uit 1548, 415 cm x 541 cm. Een schouwspel!

The painting is the first of a series of works, painted in 1548 for the Scuola Grande di San Marco while Marco Episcopi, his future father-in-law was Grand Guardian of the School.

The subject of the huge canvas is the miraculous appearence of St Mark to rescue one of his devotees, a servant of a knight of Provence, who had been condemned to having his legs broken and his eyes put out for worshipping the relics of the saint against his master’s will. The scenes takes place on a kind of proscenium which seems to force the action out of the painting towards the spectator who is thus involved in the amazement of the crowd standing in a semi-circle around the protagonists: the fore-shortened figure of the slave lying on the ground, the dumbfounded executioner holding aloft the broken implements of torture, the knight of Provence starting up from his seat out of the shadow into the light, while the figure of St Mark swoops down from above.

In keeping with the drama of the action is the tight construction of the painting, the dramatic fore-shortening of the forms and sudden strong contrast of light and shade.

Bekijk in groot formaat via deze link:  (klik schilderij aan op de aangeduide pagina)

https://www.wga.hu/html_m/t/tintoret/3a/1mark.html

1mark
Het werk is zo rijk aan structurele elementen van de post-Michalangeleske Romeinse kunst dat men een bezoek aan Rome vermoedt. Bekijk enkele inserts van dit schouwspel:

1mark5

 

1mark2

1mark3

en tenslotte de gruwelijke man die op zoek is naar nog een bijkomende beul:

1markbb

Uit zijn vroeg werk is ‘Suzanna en de ouderlingen’ een absoluut hoogtepunt.

spieglein-spieglein-vor-dem

Plezierig is de opstelling van de twee gluurders, aan beide kanten van de muur. En de kuise Suzanna die zichzelf bekijkt temidden van de bling-bling die na het bad haar welig lijf zal sieren.

06susan1

06susan2

Te bekijken door plaatje aan te klikken op:

https://www.wga.hu/html/t/tintoret/6/06susan1.html

Wordt nog vervolgd.

TINTORETTO, een jarige met omgeving (1)

A13783.jpg

 

Je 500ste verjaardag vieren is niet iedereen gegeven tenzij je Jacopo Robusti heet en overal ter wereld als Tintoretto bekend werd, een roepnaam die verwijst naar je vaders beroepsbezigheid, het kleuren van zijdestoffen. Je bent dus als het ‘ververtje’ de geschiedenis ingegaan.
Dat ververtje uit de dogenstad Venetië wordt momenteel in zijn geboortestad met twee tentoonstellingen vereerd: eentje omtrent zijn vroegste werk en een andere die de jaren daarna belicht, terwijl al dat werk in de 27 kerken en paleizen in zijn oorspronkelijke en bedoelde omgeving in Venetië ook te bekijken was maar, volgens de Frankfürter Algemeine, wilde men aldaar water en brandstof besparen en kan de liefhebber in twee overzichtscollecties een idee vormen van je kunst.

selbstportraet-tintorettos

Cijfers: ca 1518 het levenslicht dat op 31 mei 1594 doofde maar voldoende licht en donker naliet voor de vijfhonderd en meer volgende jaren.
Begrip: De Venetiaanse school.

Jacopo Bellini en zonen Gentile en Giovanni als stichters (c.1400-1470), Jacopo, een leerling van Gentile da Fabriano
Daarna: Giorgione (1477-1510), Titiaan (1488/90-1576), Jacopo Vechio (c. 1480-1528) en Sebastiano del Piombo (ca 1485-1547)

1280px-Giovanni_bellini,_madonna_del_prato_01

Giovanni Bellini, as well as being the foremost painter in the Republic, was one of the most inventive and original. He was receptive to the interest in landscape that was so integral a part of the contemporary Flemish works then arriving in Venice, and in his many Madonna paintings he used bits and pieces of the natural world to vary and embroider his theme. Bellini’s late style is pure High Renaissance. He managed to make a transition that few masters of his generation achieved. Although the circle around Bellini was the most successful and progressive, there were other painters such as Vittore Carpaccio (1460–1525/26), and painter families such as the Vivarini and, later, the Bassano who were not as closely allied to him yet were also an integral part of the Venetian school.

giorgione_019

The early death of the mysterious Giorgione deprived the Venetian school of its most promising master. There are few paintings by him, and even some of those are thought to have been finished by Titian or Sebastiano del Piombo. His remaining works are filled with a hazy, brownish light that serves to enhance the romance of their moodiness.

Bacchus-and-Ariadne-Titian

(Daphne & Ariadne, Titiaan)

Upon Giovanni Bellini’s death, Titian became painter to the Republic and the dominant force in Venetian painting for the next half century. His rich colours and painterly technique were widely imitated. Although interested in both religious and classical subjects, Titian was most sought after for his psychologically penetrating portraits. In 1533 he was knighted and made court painter to the emperor Charles V.

Dan komt onze Jacopo en Paolo Veronese (1528-88) beiden door Titiaan beïnvloed, en laten we volledig zijn met latere kunstenaars als Canaletto (1697-1768) en mijn geliefde Giovanni Battista Tiepolo (1696-1770) en Francesco Guardi (1712-93) te vermelden

tiepolo

(G.D. Tiepolo)

(Venetian school.” Encyclopædia Britannica. Encyclopædia Britannica Ultimate Reference Suite. Chicago: Encyclopædia Britannica, 2015.)

In een volgende bijlage gaan op zoek naar de jarige zelf.

299_fo_tefaf_tintoretto_self_portrait3

((Tintoretto, zelfportret)

WE ZOUDEN…

fd2978f0b166e4395c0c39b1fd5760ce

We zouden ons bekeren,
de liefde demonstreren, woestijnen irrigeren,
of voor het vaderland
brood en beleg ontberen.

We zouden u adviseren,
uw goedheid te cultiveren, uw driften te couperen,
of voor het latere leven
goed uw les te leren.

We zouden zeker sterk ageren,
tegen onrecht protesteren, de massa’ s alarmeren,
of wie onwetend is
dringend alfabetiseren.

demoncollage

We zouden ons analyseren,
onze fouten annuleren, op wilskracht appeleren,
en voor de nieuwe mens
heel krachtig applaudisseren.

We zouden ons verweren,
onszelf bekritiseren, problemen bestuderen,
en dag na dag
het kwaad in ons bezweren.

Wij zouden nooit capituleren,
elke storm trotseren, onze ikzucht camoufleren,
of voor de zieke mensen
geld en goederen collecteren.

We zouden de tirannen contesteren,
een vredeslied componeren, onze roddels controleren,
en voor elke goede zaak
ons honderd procent engageren.

Luchtkastelen-sky-3238050_640

Maar het regende, en om goed te functioneren,
succes te garanderen, onszelf te humaniseren
waren wij te moe
en lagen wij in bed te fantaseren.

NP-59

ITHACA, een lange reis gewenst

Er bestaan talrijke vertalingen van het mooie gedicht ‘Ithaca’ in 1911 door de Griekse dichter Kafavis geschreven.
Voor wie vandaag en al de volgende dagen in Ithaca aankomen heb ik graag mijn eigen versie vanuit de Griekse tekst gemaakt, als een werelds kaddisj voor alle liefhebbende vertrekkende en aangekomen zielen.

rots-zee

Vertrekkensklaar voor een vaart naar Ithaca,
bid de goden voor een lange reis
vol avontuur en kennis, het weten waard.
Voor Lestrygonen hoef je niet bang te zijn,
noch voor Cyclopen en een boze Poseidon.
Bij het verfijnde denken horen ze niet thuis,
als trots je lijf en geest vervult.
Lestrygonen zul je nooit treffen,
noch de Cyclopen of de grimmige Poseidon,
als ze niet huizen in je ziel
of in je eigen geest gaan spoken.

Vraag daarom dat de weg lang mag zijn,
een zomermorgen zich eindeloos mag herhalen,
en je, vervuld van vreugde en genieten
nooit eerder geziene havens kunt bezoeken.
Loop rond op Phoenicische pleisterplaatsen,
koop er mooie waren:
parelmoer en koralen, amber en ebbenhout,
etherische parfums van verschillende geuren,
koop alle mogelijke verkrijgbare geurstoffen.
Bezoek tal van Egyptische steden
om er te leren, te leren van geleerden.

Hou je steevast op Ithaca gericht,
Je bestemming is je aankomst daar.
Overhaast je vooral niet.
Beter is het jaren en jaren te reizen.
Werp het anker pas bij hoge ouderdom uit,
rijk van wat je onderweg aan wijsheid hebt vergaard,
zonder nog rijkdom van Ithaca te verwachten.

Je mooie reis was Ithaca’s geschenk,
zonder was je nooit vertrokken
en verder heeft ze niets te geven.
Vind je er niets, toch heeft ze je niet bedrogen:
met al je vergaarde wijsheid, met zoveel ervaring
begrijp je best wat Ithaca’s vervullen.

P. Kavafis

Best-Greek-islands-for-families-Crete-Rhodes-Corfu-Naxos-Mykonos-Santorini-Kea-Hydra-Lefkada-kidslovegreece-3

ithaka-kavafis-grieks

joop mijsbergen

Ithaka
Brichst du auf gen Ithaka,
wünsch dir eine lange Fahrt,
voller Abenteuer und Erkenntnisse.
Die Lästrygonen und Zyklopen,
den zornigen Poseidon fürchte nicht,
solcherlei wirst du auf deiner Fahrt nie finden,
wenn dein Denken hochgespannt, wenn edle
Regung deinen Geist und Körper anrührt.
Den Lästrygonen und Zyklopen,
dem wütenden Poseidon wirst du nicht begegnen,
falls du sie nicht in deiner Seele mit dir trägst,
falls deine Seele sie nicht vor dir aufbaut.

Wünsch dir eine lange Fahrt.
Der Sommermorgen möchten viele sein,
da du, mit welcher Freude und Zufriedenheit!
In nie zuvor gesehene Häfen einfährst;
Halte ein bei Handelsplätzen der Phönizier
Und erwirb die schönen Waren,
Perlmutter und Korallen, Bernstein, Ebenholz
Und erregende Essenzen aller Art,
so reichlich du vermagst, erregende Essenzen,
besuche viele Städte in Ägypten,
damit du von den Eingeweihten lernst und wieder lernst.

Immer halte Ithaka im Sinn.
Dort anzukommen ist dir vorbestimmt.
Doch beeile nur nicht deine Reise.
Besser ist, sie dauere viele Jahre;
Und alt geworden lege auf der Insel an,
reich an dem, was du auf deiner Fahrt gewannst,
und hoffe nicht, dass Ithaka dir Reichtum gäbe.

Ithaka gab dir die schöne Reise.
Du wärest ohne es nicht auf die Fahrt gegangen.
Nun hat es dir nicht mehr zu geben.

Auch wenn es sich dir ärmlich zeigt, Ithaka betrog dich nicht.
So weise, wie du wurdest, in solchem Maße erfahren,
wirst du ohnedies verstanden haben, was die Ithakas bedeuten.

ExploreIthacaHikingGreece5-740x480

Ithaka

Translated by Edmund Keeley

As you set out for Ithaka
hope your road is a long one,
full of adventure, full of discovery.
Laistrygonians, Cyclops,
angry Poseidon—don’t be afraid of them:
you’ll never find things like that on your way
as long as you keep your thoughts raised high,
as long as a rare excitement
stirs your spirit and your body.
Laistrygonians, Cyclops,
wild Poseidon—you won’t encounter them
unless you bring them along inside your soul,
unless your soul sets them up in front of you.

Hope your road is a long one.
May there be many summer mornings when,
with what pleasure, what joy,
you enter harbors you’re seeing for the first time;
may you stop at Phoenician trading stations
to buy fine things,
mother of pearl and coral, amber and ebony,
sensual perfume of every kind—
as many sensual perfumes as you can;
and may you visit many Egyptian cities
to learn and go on learning from their scholars.

Keep Ithaka always in your mind.
Arriving there is what you’re destined for.
But don’t hurry the journey at all.
Better if it lasts for years,
so you’re old by the time you reach the island,
wealthy with all you’ve gained on the way,
not expecting Ithaka to make you rich.

Ithaka gave you the marvelous journey.
Without her you wouldn’t have set out.
She has nothing left to give you now.

And if you find her poor, Ithaka won’t have fooled you.
Wise as you will have become, so full of experience,
you’ll have understood by then what these Ithakas mean.

C. P. Cavafy, “The City” from C.P. Cavafy: Collected Poems. Translated by Edmund Keeley and Philip Sherrard. Translation Copyright © 1975, 1992 by Edmund Keeley and Philip Sherrard. Reproduced with permission of Princeton University Press.

crique-1024x640

Ithaque

Texte (traduction) :

Quand tu partiras pour Ithaque,
souhaite que le chemin soit long,
riche en péripéties et en expériences.

Ne crains ni les Lestrygons, ni les Cyclopes,
ni la colère de Neptune.
Tu ne verras rien de pareil sur ta route si tes pensées restent hautes, s
i ton corps et ton âme ne se laissent effleurer
que par des émotions sans bassesse.

Tu ne rencontreras ni les Lestrygons, ni les Cyclopes,
ni le farouche Neptune,
si tu ne les portes pas en toi-même,
si ton cœur ne les dresse pas devant toi.

Souhaite que le chemin soit long,
que nombreux soient les matins d’été,
où (avec quelles délices !) tu pénètreras
dans des ports vus pour la première fois.

Fais escale à des comptoirs phéniciens,
et acquiers de belles marchandises :
nacre et corail, ambre et ébène,
et mille sortes d’entêtants parfums.
Acquiers le plus possible de ces entêtants parfums.

Visite de nombreuses cités égyptiennes,
et instruis-toi avidement auprès de leurs sages.
Garde sans cesse Ithaque présente à ton esprit.
Ton but final est d’y parvenir,

mais n’écourte pas ton voyage :
mieux vaut qu’il dure de longues années,
et que tu abordes enfin dans ton île aux jours de ta vieillesse,
riche de tout ce que tu as gagné en chemin,
sans attendre qu’Ithaque t’enrichisse.

Ithaque t’a donné le beau voyage :
sans elle, tu ne te serais pas mis en route.
Elle n’a plus rien d’autre à te donner.

Même si tu la trouves pauvre, Ithaque ne t’a pas trompé.
Sage comme tu l’es devenu à la suite de tant d’expériences,
tu as enfin compris ce que signifient les Ithaques.

Traduction de Marguerite Yourcenar

84d16-ithaka

(

hidden-things

Departure_of_Ulysses_from_the_Land_of_the_Pheacians

LOTTE LASERSTEIN: licht in de donkerte van de Weimar-republiek

Laserstein_ich-und-mein-modell_1929-30_olLw_49,4x69,5_GB

Wat de Duitsers zo mooi ‘Kleinstadt’ noemen, geldt zeker voor het stadje ‘Preussisch-Holland’ (Oost-Pruisen, nu Pelsak, Polen) waar apotheker Hugo Laserstein en zijn vrouw Meta, geboren Birnbaum in 1898 een eerste dochter verwelkomen, Lotte.
Na de dood van haar vader in 1902 verhuist de familie naar Danzig waar Meta met haar twee dochtertjes Lotte en Käte (1900-1965) samen een gezin vormen met Meta’s moeder Ida en haar zus, de schilderes Elsa Birnbaum.
Elsa geeft Lotte, 11 jaar, haar eerste schilderslessen in haar privé-schooltje.

In 1912 verhuist de familie naar Berlijn.
Lotte zal zich inschrijven in de Friedrich-Wilhelms-universiteit om er filosofie en kunstgeschiedenis te studeren.
Van 1920-21 privé-lessen bij Leo von König.
Van 1921-1927 studeert ze aan de Akademische Hochschule für die bildende Künste (die in 1924 wordt omgedoopt tot Vereinigte Staatsschulen für freie und angewandte Kunst) in Berlijn bij Erich Wolfsfeld van wie ze van 1925 tot 1927 ‘Meisterschülerin’ is.
Met de inflatiejaren 1922-1924 verliest de familie een groot deel van het familievermogen. Om haar studies te financieren werkt Lotte deelswijze als illustratrice en als ‘Gebrauchsgrahphikerin’
In 1925 ontvangt ze, samen met haar model Traute Rose een zogenaamde Ministermedaille des Preussischen Ministeriums für Wissenschaft, Kunst und Volksbildung.

laserstein_im-gasthaus_1927

In 1927 heeft ze haar eerste atelier waar ze ook een privé-schildersleergang inricht.
Tussen 1928-1931 neemt ze aan 22 tentoonstellingen deel en laat ze zich bij wedstrijden opmerken. In 1928 verkoopt ze aan de magistraat van de stad Berlijn haar schilderij ‘Im Gasthaus’.
In 1929 is ze lid van het Verein der Berliner Künstlerinnen waar ze ook nu en dan in de jury zit.
Ze stelt in 1931 in een Einzelaustellung ten toon de galerie Gurlitt in Berlijn.
Tussen 1931-1935 maakt ze in de zomermaanden ‘ausgedehnte’ reizen naar het platteland met haar leerlingen.

lotte-laserstein

Omdat ze geen lid van de Reichskulturkammer is, kan ze alleen met de hulp van vrienden schildersmaterialen aankopen
Haar prive-‘Schüleratelier’ wordt gesloten. Ze is nog even kunstlerares in de Joodse privé-school van Helene Zickel.
Ze emigreert in 1937 naar Zweden.
Om de Zweedse nationaliteit te kunnen verkrijgen gaat ze met Sven Marcus een schijnhuwelijk aan, zonder daarna met hem samen te leven. Ze probeert tevergeefs haar moeder en zusje met levengsgezellin uit Duitsland weg te halen.
Meta Laserstein zal in 1943 sterven in KZ Ravensbrück, haar zus kan onderduiken en overleeft zo de oorlog.

4.1.1

Na de oorlog komen er moeilijke jaren. Ze neemt opnieuw contact met haar vriendin Traute Rose en haar man Ernst. Ze verhuist van Stockholm naar de zuidwestelijke stad Kalmar/ Smaland.
In de vijftig- zestiger jaren maakt ze reizen naar Spanje, Zwitserland en naar de USA.(1954)
In 1987 is er een tentoonstelling bij Agnew’s en de Belgrave Gallery, het begin van internationale belangstelling voor haar werk. Ook in 1990 volgt nog een tentoonstelling samen met werk van haar leerlingen.
Op 94-jarige leeftijd sterft ze in Kalmar.

selbstportraet-im-atelier

Fundamental von allen männlichen Malern aber unterscheidet sich Laserstein durch die Zärtlichkeit, mit der die Frauenliebhaberin ihren Modellen mit dem Pinsel über die gemalten Wangen und Gesichter streicht. Für die Porträts nutzt sie fast durchgängig Holz als Bildträger anstelle von Leinwand, so dass sich den Pinselhaaren mit der Holzmaserung tatsächlich ein größerer Widerstand entgegenstellt. Nackenhaarsträubend gut eingesetzt ist dies auf dem „Rückenakt“ von 1930, wo sie in der hypersensiblen Halspartie des ansonsten sehr diskret nackten Rückens ihrer Muse Traute Rose ihren Pinsel eindrückt, mit nur einem Hauch brauner Haarfarbe als zartem Hinweis auf Verbundenheit.

WIRECENTER

Asche auf das Haupt der Kunstgeschichte: Eine Malerin wie Lotte Laserstein, 1937 nach Schweden exiliert, die sich schon 1930 mit dem monumentalen „Abend über Potsdam“ im Aufgriff von Leonardos Letztem Abendmahl, aber mit bedenklich schiefstehendem Tisch und einem grellgelb jüdischen Ausgegrenzten-Gewand im Zentrum, als melancholischem Abgesang in die Geschichte der Kunst einschreibt, die in ihren Akten Giorgione und Tizian ebenso gekonnt zitiert wie bei ihren Bekleideten Courbet oder Daumier und doch stets etwas Eigenständiges daraus formt – eine solche Malbegabung also bis zu einer ersten Ausstellung 2003 im Berliner „Verborgenen Museum“ zu vergessen, dazu gehört etwas.
(Stefan Trinks)

abend-ueber-potsdam-im

Sie malt weniger die „Neue Frau“, nach der in der Weimarer Republik mit ihrer „Neu“-Manie alle suchen, auch wenn ihre Porträtierten Bubikopf und Zeitkostüm tragen – vielmehr die Frau an sich. Was aber ist dann das Alleinstellungsmerkmal und die Stärke dieser Malerin? Anders als etwa ihre Berliner Kollegin Jeanne Mammen stürzt sie sich nicht in das Nachtleben der Roaring Twenties, ist keine Gesellschafts-Chronistin, sondern aus der Distanz (an)teilnehmende Betrachterin, die sich für die innere Wandlung der Menschen in ebendieser Gesellschaft interessiert.

23989701067_0f12d79cdb_b

Gemeinhin wird Lotte Lasersteins Werk der Berliner Jahre, d. h. die zwischen 1928 und 1937 entstandenen Gemälde, der Neuen Sachlichkeit zugeordnet (→ Neue Sachlichkeit). Doch statt Gesellschaftskritik in Form von unterkühlten Porträts, bissigen Kommentaren oder sezierender Brutalität zum aktuellen Geschehen auf den Straßen der Großstädte, wandte sie sich der „Neuen Frau“ auf gänzlich anderer Art zu. Lotte Laserstein schrieb sich in die Kunstgeschichte von der Renaissance bis zum Realismus des späten 19. Jahrhunderts ein. Anstelle von Karikatur und Überzeichnung findet man in ihrem Werk einfühlsame Bildnisse selbstbewusster Frauen, anstelle von gewerbsmäßiger Erotik eine sinnliche Behandlung von Nacktheit. Alle ihre Bilder sind in stuppender Maltechnik ausgeführt, sowohl in glatter Lasurmalerei wie auch in – an deutschen Impressionismus und mehr noch an den Realismus (Adolph von Menzel, Wilhelm Leibl, Wilhelm Trübner, Carl Schuch) gemahnender – Fleckigkeit. Lasersteins Bilder entfalten durch ausgeklügelte Blickführungen und Blickachsen, durch formale und kompositorische Lösungen eine Monumentalität, die den Anspruch ihrer Malerei widerspiegelt. Die karriereorientierte „Alte Meisterin“ zeigt ihre Kunst allerdings in modernem Gewand. Sie präsentiert bildfüllende Tennisspielerinnen, Gasthausbesucherinnen, sonnenbeschienene Akte, berühmte Akteurinnen der Berliner Szene, Freundinnen und anonyme Modelle – und immer wieder das eigene Konterfei.

auch-das-bild-tennisspielerin

Warum diese intime malerische Annährung an eine Porträtierte (es gibt von Laserstein nur zwei Porträts von Männern aus der Berliner Zeit) an keiner Stelle ins Süßlich-Schwülstige abgleitet, zeigt Lasersteins Bild „In meinem Atelier“, erneut mit Traute als ins Querformat gelagertem Akt: Während die Malerin links im Hintergrund vor ihrer schräggestellten Staffelei sitzt, ohne dass wir das Bild sehen, kippt sie die Frau auf der ebenfalls diagonal in den Raum ziehenden Chaiselongue optisch zum Betrachter und suggeriert damit, dass dies das Bild ist, das wir uns in genau diesem Moment von der Nackten machen – ein deutlicher Verweis, das jeder Aktfleischbeschauer immer auch Akteur und Voyeur ist.

Kein gefälliges Bild: Das ohnehin androgyne Gesicht der Muse ist hier noch etwas herber als gewöhnlich. Die Malerin mit ihrem schwarzen Bubikopf und der wie ein Ritterschild wirkenden dunklen Riesenpalette mit markanter Maserung vor ihrem steril weißen Kittel erscheint wie die Leiterin einer Experimentalanordnung des Sehens. In unsere Richtung reicht, fast versöhnlich, die Hand von Michelangelos sixtinischer „Beseelung Adams“, kunstvoll verkürzt.

Laserstein_In_meinem_Atelier_

Vergeet niet de besneeuwde daken te zien, de tegenstelling tussen het koude buiten en de warmte van het lichaam te ervaren. Wie het beeld bij ‘de nieuwe zakelijkheid’ wil klasseren ontgaat de kwetsbaarheid van haar hoofdpersoon, de mogelijkheid om haar aanwezigheid te bewaren, om ons er zelfs deelgenoot van te maken.  Het zal inderdaad koud worden in de volgende jaren, en dan blijft er de schoonheid van de geliefde, de band tussen hen beiden, als poging om hart en ziel te verwarmen.

portraet-russisches-maedchen

Am sichtbarsten sind diese dezenten Annäherungen Lasersteins wie auch ihr malerisches Können in dem Porträt „Russisches Mädchen“ von 1928, das sie kontraststark wie Schneewittchen mit schwarzem Haar, heller Haut, kirschrotem Mund und dunkelroter Kappe typisiert, mit einem überzeichneten Oval als Kopfform wie bei Jawlenskys Ikonengesichtern. Es scheint unmöglich, hinter die Fassade dieses maskenhaften Gesichts zu dringen, aber Laserstein schreibt der Oberfläche alles Wissenswerte ein. Das Bildnis ist ein überraschend miniaturhaftes Konzentrat, in das sich der Kopf gerade so zu zwängen scheint.
Das glatt lasierte Gesicht ist gleichmäßig wie von feinem Puder überstäubt; gut erkennt man, dass Laserstein innerhalb der Gesichtsfläche nahezu überall die Pinselstriche abrupt gegeneinandersetzt, indem sie etwa den Pinsel unterhalb des Auges vertikal und dreiecksförmig nach unten zieht, um diagonal von links und von rechts horizontal dagegen zu malen. Am extremsten vollzieht sie dieses Gegeneinandermalen in der grellroten Mundpartie, auf die von allen Seiten die Pinselstriche wie Lemminge zulaufen, um ins Schwarz des leicht geöffneten Mundes zu stürzen. Durch diese bei aller Glätte reliefhaften Oberflächen besitzen ihre Porträts eine Dynamik, wie sie vergleichbar nur sehr wenige andere Maler in den Zwanzigern erzeugten.

48505

Lotte Laserstein stellt eine sich im Spiegel kontrollierende Frau dar. Zum einen basiert ihre Komposition auf einer langen Tradition von Venus in der Toilette-Darstellungen (Rubens, Velázquez), zum anderen empfahl sich die Malerin dem auslobenden Kosmetikunternehmen als Entwerferin eines werbeträchtigen Gemäldes: Die moderne Frau ist Herrin ihres Schicksal, dem mit Hilfe von Makeup und Lippenstift noch nachgeholfen werden kann. Allerdings ist dafür ständige Selbstkontrolle nötig, mag die heutige Kritikerin an der Bildidee feststellen. Dass die Berliner Malerin gerade mit einem Bildnis zum Thema Schminken ihren Durchbruch feiern konnte, scheint da schon weniger weit hergeholt. Wurde in vergangenen Jahrhunderten das Herstellen eines Porträts durch eine Malerin als Weiterführung des Schminkprozesses abgetan, erzielte die Künstlerin Laserstein mit dieser als weiblich konnotierten Tätigkeit einen beachtlichen Erfolg. In vielen Bildern spielt der Spiegel als Mittel zur Verdoppelung, als Medium der Selbsterkenntnis eine bedeutende Rolle. Daraus lässt sich vielleicht ableiten, dass es Lotte Laserstein mitnichten um Äußerlichkeiten ging, sondern die Selbstanalyse und auch die Erkenntnis über andere Menschen zentral in ihrem Werk verankert sind.

Laserstein, Lotte, Dame in Blau mit Schleierhut

Lotte Laserstein, born in East Prussia in 1898, grew up in a bourgeois environment. After the premature death of her father, her mother moved with her and her younger sister Käte to their widowed grandmother in Gdansk. She received her first drawing lessons in 1908 from her aunt Elsa Birnbaum, who ran a private painting school. From 1921 to 1927, she attended the Berlin Academy of Fine Arts, where she was one of the first women to complete her master studies. Through her participation in the spring exhibition of the Prussian Academy of Arts in 1928, she received widespread recognition and sold her first work to a public institution, namely the Berlin City Council. The painting “In the Tavern” (1927) was later confiscated as “degenerate art” within the context of National Socialist propaganda.

131206-1444-948-0960-122065

Since the late 1920s, Laserstein participated regularly in various exhibitions. She soon succeeded in building a reputation, and the arts pages and critics wrote downright eulogistically about her art. In 1928, Laserstein participated in the competition “The Most Beautiful German Portrait of a Woman”, organized by the cosmetics company Elida in cooperation with the Reich Association of Visual Artists. Out of the 365 works submitted, the painting “Russian Girl with Compact”, now in the collection of the Städel Museum, was nominated for the final round and exhibited together with twenty-five works by almost exclusively male artists in the prestigious gallery of Fritz Gurlitt in Berlin, where her first solo exhibition also took place in 1931.

am motorrad

After the seizure of power by the National Socialists, Laserstein’s nascent career ended abruptly. She was dismissed from the board of the Association of Berlin Women Artists and was only able to exhibit in 1935 within the frameworks of the Kulturbund Deutscher Juden (Cultural League of German Jews). The small painting school, which she had run for financial security since 1927, was also forced to close. Political restrictions made her living and working conditions increasingly difficult. An exhibition in the Galerie Moderne in Stockholm in 1937 offered her the opportunity to leave Germany. Although Laserstein remained extremely productive in Swedish exile and made her living through commissioned work, she was unable to recapture her early success, and her work largely disappeared from public perception.

57078
Künstler: Laserstein, Lotte,1898-1993 Titel: Junge mit Kasper-Puppe (Wolfgang Karger). 1933,57078 Technik: Öl auf Holz Maße: 46 x 38 cm Standort: Städel Museum, Frankfurt am Main

https://www.hessenschau.de/tv-sendung/staedel-museum-zeigt-lotte-laserstein,video-72278.html

HYE-RYOUNG MIN, de lens als spiegel

dagboek achter venst

Haar werk is een kruispunt tussen menselijke relaties en de persoonlijke binnenwereld. Of ze nu het alledaagse leven van onbekenden in de straat observeert, het komen en gaan van de buren door de 5 ramen van haar huis (ze noemt die ramen haar televisiekanaal channel 247), het veranderende landschap van een stad, of haar meer dan 70 dagboeken die ze de laatste 26 jaar heeft bijgehouden, Hye-Ryoung vindt telkens in verschillende onderwerpen weer andere mogelijkheden als een reflectie van haar ‘deeper self’.

Hye-Ryoung Min is a South Korean photographer living and working in NYC. She received her MPS from School of Visual Arts in New York City.

Her work explores the intersection between human relations and the inner self. Whether she is observing the mundane lives of strangers on the street; the comings and goings of her neighbors as seen through the windows of her home; the fleeting expressions of her niece; the evolving landscape of a city or the more than seventy diaries, which she has kept over the past twenty-six years, Hye-Ryoung continues to find in different subjects a reflection of her deeper self.

Among other shows, her work has been exhibited at: The Bronx Documentary Center; NEWSPACE Center for Photography; the Detroit Center for Contemporary Photography; The Center for Fine Art Photography; Griffin Museum of Photography; Photoville in US; Benaki Museum in Greece; Seoul Museum of Art; Sejong Art Center; Gallery Lux and Gallery Comma, in Seoul; GoEun Museum of Photography in Busan; Benaki Museum in Greece.

Her first monograph ‘Re-membrance of the Remembrance’ was published by Datz Press in 2018.

Channel247_Hye-Ryoung+Min_027

What matters in life is not what happens to you but what you remember and how you remember it”

Two boxes tightly sealed were left hidden from my sight and transferred to new places between moves in my mother’s house. Although they were in my home country, their weight and the trace of times gone past persisted in those seventy diaries kept in the boxes, which never stopped chasing me across the Pacific Ocean. A desire lingered to look far back into the paths I’ve come through, as I have climbed up a number of slopes and now arrived at a rolling hill. It didn’t seem like I could continue walking forward without facing what was left behind me, regardless of how it was shaped, what kind of scent or odor it had, or whether there were unbroken thorns underneath a thick layering of dust.

dagboek en rugzijde

My journey of tracking back twenty years into my past started at a hundred-year-old barn in the middle of the forest at Byrdcliffe Woodstock residency, where I could almost hear the sound of the spider weaving the spider web. The diaries I’ve written since I was twelve were read one by one.

Each one of the diaries required a long walk after its reading. On the way back to my studio, I collected a tribute to dedicate to each diary. This took the shape of a stone, flower, leaf or sometimes a piece of bark. Once read, those diaries went back to sleep on the floor in the middle of the studio with the tribute placed on top. Their voices felt conspicuously calmer and more tranquil after taking off the heavy winter dust.

During my residence, I devoted many hours to creating a series of self-portraits on the grounds at Byrdcliffe. Subsequently, having returned to New York City, I carefully chose specific pages and passages from the diaries to anchor a series of still lifes. For the final component of this project, I traveled to Korea to re-visit particular locations that held significant meaning for me at the time I wrote my diaries. I searched for the time and space that might still be there or possibly vanished.

spin en dagb

These photographs are visual diaries dedicated to my written diaries and evidence of those times coursing through me once more, where my expectations mingled with regret, compassion collided with fear, and scars ached and lingered. They are an act of earnest yearning, consolation, forgiveness and resignation. Facing myself in the moments of brooding light I met the gleaming shadow of my past re-membered into my new diaries.

In the words of García Márquez, my life, which was fallibly set down in younger years was re-visited and re-cast in photographs. Perhaps with one more reinterpretation I would move forward with the memories of the memories that I made.

dagboek en was oph

When I first came to New York, I spent a lot of time wandering around the city thinking of my hometown, which, ironically, I had wanted to leave for long time. I was looking to find a tiny corner shop where I used to frequent everyday as a child while I was turning a corner in NY. I often looked up expecting to see the mountains, which are everywhere surrounding Seoul instead of the skyscrapers of Manhattan. More than ever before, I came to believe that I belonged in my native country. I found myself pining away for the place, which I once desired to escape. However at one point when I visited my country, I realized that it took more and more time to readjust to the city and find my bearings. I began aching for the comfort of my bed, my desk, and the streets that I could walk eyes-closed from force of habit. I concluded that my native country had started pushing me away to a region where I would be called a stranger.

PersonalLandscape_HYE-RYOUNG_MIN06
The city that made me an outlander for the first time in my life also gave me a sense of belonging. Like it or not, the streets, smells and people become something that I grew accustomed to. On the other hand, the land that my blood belongs to, the wind where my past is alive, and the very air that my family is breathing is all leaving my body. The emptier I feel, the more I want to return.
The similarity and unfamiliarity of these two places have started to intermingle and balance each other out. Have I become a stranger and a native daughter to both places at the same time?
In this series, I envisioned the third city that only exists in me. Taking apart and reassembling the two cities where I am rooted made these personal cityscapes. I built this cityscape to reconcile and call a truce to the contest they wage inside of me.

PersonalLandscape_HYE-RYOUNG_MIN18

I had five television sets at home. Three of them were in the living room and two were in the back, one in the bedroom and the other one in the kitchen. By “televisions” I actually mean windows. The three windows in the living room had the most interesting and varied shows and actors, since they give out on the main boulevard with its constant flow of people and situations. But I also enjoyed the daily shows in the backyard featuring a more regular cast of actors and private moments.

Channel247_Hye-Ryoung+Min_011

This kind of programming had a loose schedule and no guarantees that shows would play on time.
For the most part, it was all silent film and the story lines were pretty much repetitive. However, I started noticing subtle nuances and differences from day to day. Repetition helped me understand actors’ basic characters; nuance and difference offered me clues into their hidden stories.

Before I knew it I was addicted and fell into the channel 247 day by day and for several months. Sometimes the channel had special seasonal broadcasts such as J’Ouvert, the West Indian American Day Parade at 4 o’clock in the morning; Mister Softy’s ice-cream truck during the summer, or middle-of-the-night backyard parties where illegal tattoo services were offered to ex-convicts who were full of confidence, laughter and loud cursing.

Channel247_Hye-Ryoung+Min_012

In Korea we have a saying: ‘naughty 7 years old’. We think a child of six or seven is at their most mischievous, which is when I started photographing my niece, Yeonsoo.

Every kid is special but she was simply the most impressionable and sensitive girl and it made me want to look at her more closely.

This process of observation required much delicate care. It was a fragile journey to the life and heart of a most unpredictable and sensitive girl, into her relationship with those around her: her family and friends –although they remain unseen in the photographs- and also to my own childhood. It came as a surprise for me to see how the little girl managed to express herself and react to the world. It took a while for me to understand that a kid has a character that hasn’t settled down yet, so she can be the sweetest girl at one moment and yet bitter or outrageous in the next. Her experience of the world is very limited by her young age, so that my sister is at once Yeonsoo’s best-loved companion and her biggest rival. And yet, a kid’s imagination is unlimited; they can be anybody they want to be.

Yeonsoo_Hye-Ryoung_Min_07

Nowadays, Yeonsoo is going to school. I knew that the stage of being 7 years old would not last long. A period of transition was inevitable, which means moving from the family setting to the society of school. She has started learning how to live with others, and this has brought much laughter and tears as well. Young kids are like very soft clay or sponges, which become harder as they find their direction. It is how we learn to find our way in life. What I didn’t want to miss were these fragile moments of being a little girl, which all women went through.

Beyond my interest in her, there is also a reciprocal relationship between us. Looking at her, I often felt as if I was looking at myself as a child. It allowed me to meditate about how I came to be the woman I am today, and indeed what sort of person I’ve become.

Yeonsoo_Hye-Ryoung_Min_29

Je vindt al deze informatie en veel meer terug op haar eigen website: http://hyeryoungmin.com/

Channel247_Hye-Ryoung+Min_053

SCHOONSCHRIFT, pleidooi voor een pen

1280px-Fountain_pen_writing

Nu ik je eindelijk terugvond, jaren later, was je helemaal uitgedroogd, een stille getuige tussen de potloden en de helemaal leeg geschreven stylo’s. Ik heb je grondig gespoeld, al het oude, aangekoekte zwart uit de pennenhouder gewassen. Het duurde minuten voor je weer helemaal ‘proper(‘ (of zeg ik ‘zuiver) was en ik met een droge klik een nieuwe inktkoker boven het gouden pennetje duwde en ik deze woorden ‘neerpende’ om terecht weer eens je echte naam te kunnen gebruiken. Een(vul-) pen.

vulpen-op-brief-40798138
Het was wennen. Van vingertoppen naar een hand waarin jij thuishoorde. Je zachte, bijna glijdende gouden punt die deze letters schrijft en ikzelf met mijn verbaasde kop daarboven. Verbaasd, met uitzondering van het beetje dagboek, elke avond met een goedkope stylo geschreven (vaak geeuwend), onwennig dus, het ritme te zien verschijnen van wat ik voel en denk. Als een grafiek van een zekere levenskoorts, of het gebrek daaraan.

DK6L-wPUMAA2WND

In het verleden was er natuurlijk de schrijfmachine, van handig meeneem-model tot zwaar tweedehands elektrisch meubel, van vastzittende over elkaar geklemde letters tot de flitsend snel draaiende IBM-letterbollen (met bijhorende correctielint-casette), en als kers op de schrijftaart de eerste grote machine die al een zinnetje in haar geheugen kon onthouden.
Tenslotte het klavier met bijbehorend schermpje en een metalen bak waarin een grote nog plooibare floppydisk kon verdwijnen waarop je tekst bewaard werd en ten alle tijde kon opgeroepen worden.

geschreven boek

Al die jaren, de triomf van de vingertoppen, wachtte jij geduldig. Goed wetend dat je tijd zou (terug)komen. En nu was hij daar.
Nu betaal ik mijn ontrouw door als een kind te moeten zoeken naar het vloeiende en regelmatige van de letterlijnen.
Dwing ik mezelf te vertragen dan voel ik opnieuw de zachte dril waarmee ik in de laatste kleuterklas letters hun geheimen mocht ontfutselen. Die mysterieuze letters die zich niet dadelijk lieten dwingen tussen de onderste twee smalle en de hoge bovenleiding.
Zou ik nu mensen, jong of oud, leren schrijven dan liet ik ze eerst de letters dansen en daarna zo groot mogelijk met hun handen in de lucht schrijven.

Wij begonnen nog als laatste generatie met lei en griffel en het bijbehorende sponsje in een bakelieten doosje. Daarna het potlood om tenslotte de kroontjes-pen in het inktpotje te mogen dopen, de overtollige inkt er voorzichtig af te schrapen en dan het wonder waar te maken op het wachtende papier, eerst bij de zusters van de Beekstraat, daarna bij de broeders van Sint Victor.

1d80fbc13e77533bfb906968f929d749

Het begon met de eenvoudige letters zoals een ‘e’, een ‘i’, een c, daarna iets moeilijker: een ‘u’ die geen ‘v’ mocht zijn, en natuurlijk was er gelukkig nog de ‘o’ als troostprijs. Daarna kwamen de boven-rondingen van een ’n’ en de dubbele van een ‘m’, om van de krullen maar te zwijgen bij een ‘f’ en een ‘k’.
Leek de ‘r’ makkelijk, je moest toch goed oefenen om de buiging in de aanloop en de buiging van de ‘r’ zelf in één schrijfritme te kunnen uitvoeren. Probeer het nu nog maar eens!

Het zwierige van het schrijven, het ritme in de verbindingen van de letters, woorden, en het beeld van geschreven zinnen. Van het hart naar de hand.
De dag van de eerste letters in inkt geschreven. Was er iets mooiers uitgevonden dan het ‘vloeipapier’ dat rozig zacht je letters en woorden beveiligde?
De eerste zinnetjes, hoe idioot ze ook klonken.
En al vlug, de macht van het schrijven gebruiken: beste sint.

YSP_JP_JW_Delood-09

Letters ratelen, worden op het scherm geklopt, maar met de pen zijn het tekeningen, bewegen ze de strakke lijn met krullen, strikjes en buigingen. Schrijf je traag en aandachtig dan is er een kans dat je het de volgende dag zelf nog kunt lezen.
In het dagboekje van mijn moeder zaliger, vaak met allerlei werktuig geschreven, potlood, pen en ja zelfs vulpen (onderwijzeres!) laat de tijd zich lezen.

‘Donderdag 11 augustus 1938: Alles lang reeds voorbij. Als een droom was m’n verblijf in Lourdes. Een droom die helaas te gauw eindigde. Neen, zoiets kan men niet vertellen, dat moet men beleefd hebben. En nu ik weer thuis ben is ’t weer het oude liedje. En ik had zo gehoopt dat alles beter zou gaan. Wat een dag weeral vandaag. Een dag van kwaadheid, van verlangen en afwachting en van teleurstelling. Bertje, wanneer zie ik je eindelijk eens weer?’

De inkt is gebruind door de tijd. Bertje is in de tijd verdwenen. Ze bleek nog te jong (19!) te zijn om Bertje te mogen liefhebben.

‘Kunnen wij dan eens nooit ongestoord gelukkig zijn. Had ik je niet zo lief dan zou ik je kunnen vergeten, maar neen, Bertje. Ik houd te veel van jou om dat te kunnen.’ lees ik in een mooi potlood-geschrift.
Je voelt het verlangen, ja je ziet het in de dynamiek van het geschrift.
Onmacht, ons zo eigen, overbrugt met bewegingen van een pen en potlood tachtig jaar.
Ik weet niet of er over tachtig jaar (het jaar 2100) nog iemand een harde schijf uit 2020 of daaromtrent kan ontcijferen.
Hopen we dus dat er weer pen en potlood overblijft om nu en dan een teken van leven achter te laten, het hoeft niet in ‘schoonschrift’ te zijn.
Zullen we elkaar nog eens een brief schrijven, met de beweging van de pen die als een seismograaf van ons kortstondig verblijf een teken van leven en overleven achterlaat?
Het jonge meisje van negentien glimlacht, net voor de wereld in brand zou vliegen.

alphabet-1782-nthe-comical-hotch-potch-or-the-alpahbet-turnd-posture-FFB16G

B. SPINOZA, een signalement

Spinoza-BarendGraat-ski-1900X1141px

Filosofen zijn vaak ‘in’ omdat ze door hun geschriften een breed spectrum aan interpretaties mogelijk maken.
Bento (Baruch, Benedictus) Spinoza’s oorspronkelijke geschriften, allen verschenen na zijn korte leven (1632-1677) zijn in hun oorspronkelijke gebalde vorm geen makkelijke lectuur, vandaar ook de menigte verklaarders en toelichters.
Als oudere medemens met een binnentuin die onder de hemel van stilte niet dadelijk hevige trillingen van de actualiteit registreert, kwam ik bij mijn zoektocht een mooi boek tegen:

Door Spinoza’s lens’, een oefening in levensfilosofie’ van filosofe en publiciste Tineke Beeckman (°1976) uitgegeven door Polis, een onderdeel van Pelckmans nv. Kalmthout, 2012 en in mijn editie al aan de zesde druk toe (2016).

Op haar website dit fragment met haar eigen verklaring:

‘Dat boek schrijven beschouw ik als een van de beste ideeën die ik ooit had – het heeft zovele paden voor me geopend. Jarenlang had ik Spinoza’s bijna onleesbare werk de Ethica bestudeerd. Maar ik ontdekte dat hij eigenlijk een erg praktische filosoof is.
Wat heb ik dan van Spinoza geleerd? Je hoeft niet bang te zijn om een buitenbeentje te zijn. Wees niet bang voor isolement. Als je probeert ‘blij te zijn en het goede te doen’, zoals Spinoza’s motto ‘bene agere et laetari’ klinkt, dan kruisen fijne mensen en goede gebeurtenissen je pad.
Spinoza’s eigen leven geldt hier als een sterk voorbeeld. Hij werd geboren in de Joodse gemeenschap in Amsterdam, aan het begin van de zeventiende eeuw, als zoon van een koopman. De streng gelovige Joodse gemeenschap mocht in vrijheid haar geloof beleven, maar was tegelijkertijd erg op zichzelf gericht. Spinoza kreeg echter ernstige twijfels bij de basisprincipes van de Joodse leer, en wilde zich met wetenschappelijke ontwikkelingen bezighouden. Toen hij 24 jaar oud was, werd een uitzonderlijk strenge banvloek over hem uitsproken wegens ketterij – hij werd uit de Joodse gemeenschap verbannen. Geen enkele Jood mocht nog contact met hem hebben. Maar Spinoza belandde niet in eenzaamheid. Hij vond eensgezinde geesten. Ook dit is een wenk: omring je met mensen die het beste in je naar boven brengen. En liefst niet met mensen die je angst, je onzekerheid versterken.
Zo werd Spinoza wie hij wilde worden: geen handelaar die eer, roem en geld nastreefde, maar iemand die zijn eigen visie op geluk trachtte te verwezenlijken. Hij leefde als lenzenslijper en vrije geest in Nederland. Hij nam de vrijheid om te denken en te schrijven wat hij wilde, al publiceerde hij maar weinig van zijn werk.’

 

9200000057187026

Het tweede hoofdstuk, ‘Revolte’ heeft het over de hedendaagse onrust in de wereld en vervolgt met die revolte tijdens Spinoza’s leven, de uitlopers van de tachtigjarige oorlog.
Een gedeelte daarvan heb ik bij wijze van eigen-maken in de eerste persoon enkelvoud gezet alsof Spinoza zelf aan het woord is en op dit ogenblik terugkijkt op zijn leven. Het gaat dan niet meer over hem, maar hijzelf is letterlijk en figuurlijk de eerste persoon. Een fragment uit een hedendaags interview.
Ikzelf kreeg daardoor een beter beeld van wat de auteur uit zijn oorspronkelijk werk puurde.
Omdat ikzelf niet filosofisch geschoold ben, geeft deze werkwijze mij een mogelijkheid de kern van de tekst ook langere tijd dan bij lectuur alleen bij te houden. Waarvoor dank.

Spinoza's_Emoties

‘Ik heb uitvoerig over de democratie geschreven.
Ik leefde in de Nederlandse Republiek die na de Grote Opstand of de tachtigjarige Oorlog ontstond (1568-1648)
De Nederlanden tegen het machtige Habsburgse Rijk. Mag ik even naar Friedrich Schiller verwijzen die in zijn werk, ‘Don Karlos, Infant von Spanien’ de opstand niet alleen als belangrijk moment voor de Nederlanden aanduidt maar ook voor de mensheid. Beethoven componeert de Egmontsymfonie uit verzet tegen de Napoleontische heerszucht ter ere van Egmont. Hij voert hem op als een nobele, inspirerende verzetsfiguur. De Grote Opstand vertegenwoordigt de hoop dat de kracht van een groep burgers verregaande verandering kan brengen. Dat ze eisen kan afdwingen en zelf vorm kan geven aan de toekomst.
Toen de opstand in Brussel begon, verenigden mensen zich in bedelaar verkleed. Het ging tegen de Spaanse bezetter en de macht van de rooms-katholieke kerk. Inzet: vrijheid van godsdienst.
Met de pacificatie van Gent in 1576 werd er in de westerse geschiedenis een stap gezet naar de vrijheid van geweten en de vrijheid van denken. Al werden de Nederlanden later opgedeeld in katholieke en protestantse gebieden (wat ook de macht van de Kerk brak, toch was er ook de afspraak dat mensen niet zouden vervolgd worden voor hun geloof. (als ze het privé beleden)
Ik kon me moeilijk de macht van het kapitalisme van nu voorstellen waarin banken met belastinggeld worden gered maar ik was ervoor dat armenzorg op de gehele maatschappij moest berusten, en er een gestructureerde maatschappelijke herverdeling van de welvaart nodig was. Met Machiavelli heb ik voor de politieke gevaren van de corruptie gewaarschuwd: de relatie tussen geld en politiek kan beter strikt worden geregeld.

HZT_18-19_Spinoza_Web

Waarom verenigen mensen zich in een politieke gemeenschap? Waarop baseer je het best politieke macht? Aan wie dragen burgers het best hun politieke inspraak over? Hoe breng je recht op veiligheid in evenwicht met verlangen naar vrijheid?

Ik kende het werk van Thomas Hobbes. Hij had het over ‘een natuurtoestand’ om over de voorwaarden van een politieke gemeenschap na te denken. In die toestand voeren ze voortdurend strijd met elkaar. Dat komt omdat ze ambitieus, hebzuchtig, heerszuchtig, wantrouwend en ijdel zijn. (poneert hij)
Ze worden daarbij vooral gedreven door angst, voor elkaar en voor de dood. Tegelijk willen ze hun zelfbehoud verzekeren.
Bij afwezigheid van wetten, veiligheid en garanties op bezit gaan mensen in die natuurtoestand een vrij, maar vreselijk leven leiden.
Beter was dus een contract af te sluiten.
Een maatschappelijk verdrag ontstaat dus niet door de openbaring van een goddelijk rechtssysteem. Integendeel. De samenleving komt tot stand omdat mensen de voorschriften van hun eigen rede volgen: omdat ze inzien dat samenwerking en aanvaarding van de wet hun overlevingskansen doen toenemen. In dat funderende contract dragen ze hun politieke macht over op een sterk centraal gezag, een ‘Leviathan’. Bij Hobbes verliezen burgers dan veel van hun natuurlijke vrijheid, maar ze krijgen veiligheid in ruil. De macht van de monarch maakt een einde aan de onderlinge strijd. Op hun beurt moeten de burgers zich aan het maatschappelijke verdrag houden.

Fascinerend vond ik dat idee zoals je dat kunt lezen in het Tractatus Theologicus-Politicus (1670) maar in mijn Tractatus Politicus laat ik elke allusie op een contractidee verdwijnen.
Als ik in 1677 overlijd blijft dat werk onvoltooid achter.
Tussen beide werken ligt het rampjaar 1672. Franse troepen vallen de Nederlanden binnen en er komt een einde aan het republikeins bestuur onder leiding van Johan de Witt. De raadspensionaris wordt door een koningsgezinde massa vermoord.

Ik zou als reactie daarop een plakkaat uithangen met daarop ‘ultimi barbarorum’ (jullie zijn de ergsten der barbaren) Maar dat is een verhaal.

DTMZH2bXkAA4vos

Waarom ik elke suggestie van een maatschappelijk verdrag heb verlaten? Het veronderstelt dat mensen vanuit een rede beslissen om in gemeenschap te leven, en ondanks zijn passionele mensbeeld houdt Hobbes nog vast aan een instrumentele rede. Een rede die mensen in staat stelt op lange termijn te denken en hun gevoelens opzij te schuiven.
Mijn vertrekpunt echter is dat wie politiek wil begrijpen niet kan uitgaan van het idee dat mensen redelijk zijn. Mensen streven naar zelfbehoud maar dat vermindert hun passies niet.
De natuurlijke oorzaken en fundamenten van de staat kunnen niet worden afgeleid uit het onderricht van de rede, maar uit de natuur of de gemeenschappelijke conditie van de mensen. Kortom uit de passies.

52spinoza

Ik kies voor democratie omdat ik de erkenning van een transcendente, goddelijke macht niet politiek legitiem vind. Een democratie waarin de wetenschap dat de mens tot de natuur behoort, de kern is, zorgt het best voor de natuurlijke gelijkheid en vrijheid tussen mensen.
Een democratie dient het beste het doel van de staat: ze promoot vrede, veiligheid en vrijheid. Ze bevordert eendracht, wat niet kan in een staat waar alleen terreur burgers ervan weerhoudt om de wapens te grijpen, of waar slechts vrede heerst doordat de burgers tot weerloze schapen zijn gereduceerd. Democratie garandeert dus het juiste evenwicht tussen vrijheid voor de bevolking en macht voor de overheid.
Hobbes meent dat een samenleving een monarch nodig heeft om de veiligheid te bewaren. Vrijheid wordt verruild voor veiligheid.
Ik denk echter dat vrijheid en veiligheid wederzijds afhankelijk zijn. Ze bestaan samen, of niet.

spinoza-0

Welke gevoelens het meest het samenleven bepalen? Gedeelde hoop, gedeelde angst en het verlangen zich te wreken voor gedeelde schade.
Verder leeft ieder in angst voor de eenzaamheid. Menselijke relaties worden ook overheerst door medelijden, eerzucht, heerszucht en jaloezie.
Gevoelens zijn belangrijk omdat mensen van nature geneigd zijn elkaars affecten na te bootsen. Welke passies belangrijk zijn wordt vanuit een sociale context bepaald.
Het gaat hier vooral om de actieve passies zoals de generositeit, die bevordert het samenleven.

spinoza grav

In een democratie waarover ik het heb leven de mensen volgens de rede. Dankzij de rede kunnen mensen inzien dat ze belang hebben bij een vreedzame samenwerking. Democratie vergroot de kans dat mensen actief met hun passies omgaan, dat welvaart, vrijheid, kunsten en wetenschappen bloeien. Een vrije bevolking wordt eerder door hoop dan door vrees geleid. De eerste tracht een leven op te bouwen, de tweede tracht de dood te vermijden.
Politiek bestuur maakt een wereld van verschil: democratie maakt het mogelijk het leven als een project voor zelfverwezenlijking te zien, tirannie reduceert het leven tot een poging om te overleven.

Verontwaardiging en angst horen bij de tirannie al kunnen die gevoelens ook in andere politieke systemen voorkomen. Maar de invloed op de passies toont aan waarom democratie te verkiezen valt: minder aanleiding voor emoties als haat, vergelding, wraak, ressentiment, jaloezie.
Wie handelt volgens de rede, of handelt vanuit naastenliefde, heeft politiek hetzelfde effect.
In beide gevallen wordt een spiraal van conflict, haat en geweld gestopt, en omgezet in een beweging van wederzijdse steun.
Wie de rede gebruikt, beseft dat elke andere (redelijke) mens hem tot nut is en wenst niets voor de ander dat hij voor zichzelf niet zou wensen. De wijze mens handelt nooit ter kwader trouw.
Ik meen dat actieve affecten, zoals de edelmoedigheid, een spiraal van geweld kunnen beëindigen.’

spinoza beeld

Tenslotte nog een mooi zwierig boek voor jongeren en jong gezinden over deze filosoof: Spinoza’s achtbaan van Dirk Bindervoet & Saskia Pfaeltzer, uitgegeven door Wereldbibliotheel, A’dam

9200000016514955

Janus Dullemondt, een slimme maar enigszins onzekere leraar wiskunde aan een middelbare school, is groot bewonderaar en kenner van Spinoza’s Ethica. Hij wil zijn leerlingen duidelijk maken wie Spinoza was, wat hij ons kan leren en waarom dat belangrijk is. Hij neemt ze mee in een filosofische achtbaan die hen langs leven en leer van Spinoza voert. Dat laat hen uiteindelijk niet onberoerd.

– Tering! Wat een kapot goed verhaal!

– Dank je, Evert. Ik denk dat ik er zelf ook wel wat van heb opgestoken.

Saskia Pfaeltzer en Erik Bindervoet laten zien waarom de leer van Spinoza nog altijd actueel is. In tekst en beeld vertrekken ze vanaf het standbeeld van Spinoza vlak bij zijn geboortehuis, komen langs bekende en minder bekende gebeurtenissen uit zijn leven, en als ze zijn aanbeland in de klas van Janus Dullemondt, laten ze hem op zijn karakteristieke manier de leerlingen vertellen hoe en waarom Spinoza’s Ethica een rol speelt in hun eigen leven.

ethica111

PAUL VIRILIO (1932-2018) vooruitgang en catastrophe

738_gettyimages-98585919

Paul Virilio, urbanist en filosoof. Overleden op 10 september, maar vandaag bekend gemaakt en voorlopig afwezig in onze Nederlandstalige media.

Marqué par l’expérience de la guerre – il est né en 1932 à Paris – et notamment le bombardement de Nantes, en 1943, où il dit avoir pour la première fois éprouvé ce qu’un jour il appellera l’« esthétique de la disparition », il fut aussi un philosophe de la désintégration des territoires.

Dans un entretien accordé à Libération en 2010, le philosophe estimait que « nous vivons une synchronisation de l’émotion, une mondialisation des affects ». « Au même moment, n’importe où sur la planète, chacun peut ressentir la même terreur, la même inquiétude pour l’avenir ou éprouver la même panique. C’est quand même incroyable ! Nous sommes passés de la standardisation des opinions – rendue possible grâce à la liberté de la presse – à la synchronisation des émotions (…) Nos sociétés vivaient sur une communauté d’intérêts, elles vivent désormais un communisme des affects », analysait-il.

Il a publié plus d’une trentaine d’essais et collaboré aux revues Esprit, Cause commune, Critique, Traverses, Architecture d’aujourd’hui, Urbanisme…

Dans les années 1980, aux côtés du père Patrick Giros (mort en 2002), il s’était engagé en faveur des sans-logis et des exclus. En 1992, il fait ainsi partie du Haut Comité pour le logement des personnes défavorisées.

‘Je ne suis pas opposé au grand accélérateur du Cern. Ce qui m’inquiète, c’est qu’on nie la réalité scientifique du risque. Comme le disait la philosophe Hannah Arendt, le progrès et la catastrophe sont l’avers et le revers d’une même médaille : inventer le train, c’est inventer le déraillement ; inventer l’avion, c’est inventer le crash. Inventer le grand accélérateur, c’est inventer quoi ? On ne peut pas nier l’accident. De même, quand on recherche l’antimatière, on crée un risque bien supérieur à celui de l’accident de la centrale nucléaire de Tchernobyl. Pourquoi refuse-t-on de l’admettre ? Pourquoi traiter ceux qui en parlent de ” rigolos ” ? Pourtant, les chercheurs du Cern assurent ne courir après aucune application… Je ne le conteste pas. Leur recherche me passionne. Je suis un amateur de science et de technique, j’ai lu Heisenberg, de Broglie, Einstein… Ce que je leur reproche, c’est de ne pas regarder, en même temps, les conséquences potentielles de leur travail. Cela vient du divorce entre philosophes et savants qui remonte selon moi à l’échec de la rencontre, dans les années 20, entre Bergson et Einstein. Or, on ne peut pas nier qu’inventer un objet ou une substance, c’est inventer sa catastrophe. Toute l’histoire pose cette question, c’est une évidence.’

3301-1-Custom1

In verband met kunst en esthetica leverde Virilio in de jaren ’70 en ’80 commentaar op het “openbare beeld”, dat een animatiebeeld is en zijn oorsprong vindt in de fotografie en de film. Virilio spreekt van een “esthétique de la disparition” die de esthetiek van het verschijnen verdringt. Esthetica is nu gebouwd op de tijdsduur van de menselijke waarneming, de tijdsspanne dat een beeld op het netvlies blijft. Dit resulteert in een instabiliteit die verband houdt met de revolutie van de snelheid zoals hierboven beschreven. De lichtsnelheid heeft onze waarneming veranderd – de afstand tussen de toeschouwer en het beeld verdwijnt; in het geval van de televisie wordt het beeld voor onze ogen gebracht, een ontwikkeling die een belangrijke invloed uitoefent op ons leven en op de openbare ruimte.

38df5-3007119021

De werkelijkheid, aldus Virilio, wordt gedupliceerd in een concrete en een virtuele realiteit. We zijn nu in staat om van op afstand te handelen, hetgeen een absolute desoriëntering met zich meebrengt, een proces van delokalisering en een ontworteling van het bestaan, dat nu door onmiddellijke handelingen gekenmerkt wordt. “Real time” primeert boven ruimte en afstand, en verdringt het belang van de driedimensionele perspectiefconceptie uit de Renaissance. We worden geconfronteerd met een verlies aan oriëntatie ten opzichte van de ander en de wereld. Technologie doet de afstand tussen de toeschouwer en het geobserveerde teniet, waardoor onze vertrouwde waarnemingspatronen geen houvast meer bieden – in deze context introduceert Virilio de termen “Small Optics” en “Big Optics”. “Small Optics” zijn gebaseerd op geometrisch perspectief en impliceren het onderscheid tussen dichtbij en ver, tussen een object en de horizon. “Big Optics” is de real-time transmissie van informatie aan lichtsnelheid, over de elektronische netwerken.

9f75e-3807565300

‘Overal zijn er ‘ogen’, er is geen blinde plaats overgebleven. Wat zullen we dan dromen als alles zichtbaar is geworden? We zullen dromen wat het is blind te zijn.’

«Au même moment, n’importe où sur la planète, chacun peut ressentir la même terreur, la même inquiétude pour l’avenir ou éprouver la même panique. C’est quand même incroyable! Nous sommes passés de la standardisation des opinions – rendue possible grâce à la liberté de la presse – à la synchronisation des émotions (…). Nos sociétés vivaient sur une communauté d’intérêt, elles vivent désormais un communisme des affects»

Van De Witte Raaf neem ik deze biografische schets over:

– Urbanist en filosoof Paul Virilio werd in 1932 geboren. Hij studeerde aan de École des métiers d’art in Parijs, en volgde ook cursussen van filosofen Vladimir Jankélévitch en Raymond Aron aan de Sorbonne. De jonge Virilio werkte mee aan de glasramen van Henri Matisse in Saint-Paul-de-Vence en van Georges Braque in Varengeville.

In 1950 bekeerde hij zich tot het katholicisme (zijn moeder was katholiek, zijn vader communist). In 1958 bestudeerde hij de bunkers van de Atlantikwall, wat uiteindelijk leidde tot de publicatie Bunker Archeologie (1975). Met Claude Parent richtte hij in 1963 de groep Architecture Principe op. Ze gaven allebei les aan de École spéciale d’architecture in Parijs.

penn-station-louis-stettner-06

Een van hun leerlingen was Jean Nouvel. Virilio’s onderwijs evolueerde naar urbanisme en de theorie van de snelheid – wat hij dromologie noemt: Vitesse et politique (1975) is een studie over de politieke gevolgen van de transportrevolutie. 1984 was een bijzonder druk jaar voor Virilio: hij publiceerde drie belangrijke teksten. In L’espace critique legt hij de band tussen de (architecturale) ruimte en de audiovisuele media. In Logistique de la Perception – Guerre et Cinéma I belicht hij de rol van fotografie en cinema in de militaire conflicten in de 20ste eeuw. In L’horizon négatif – essai de dromoscopie (in 1989 in het Nederlands vertaald als Het Horizon-Negatief, Amsterdam, Uitgeverij Duizend en Een) vat hij zijn opvattingen over snelheid samen: ‘Snelheid was vroeger de essentie van de oorlog, nu is ze de absolute vorm ervan geworden.’

11833-4098893280

L’architecture oblique, c’est celle du mouvement des corps. (… ) Ce qu’il craignait beaucoup avec l’explosion des technologies nouvelles, ce n’est pas seulement la dématérialisation mais la déréalisation du corps. Cette espèce d’explication du monde par la guerre, on va la retrouver tout au long de son œuvre.  
(Thierry Paquot)

Paul Virilio is the author of dozens of books, many of which have now been translated into English: Speed and Politics: An Essay on Dromology (1977); War and Cinema: The Logistics of Perception (1989); Popular Defense and Ecological Struggles (1990); Lost Dimension (1991); The Aesthetics of Disappearance (1991); Bunker Archaeology (1994); The Vision Machine (1994); The Art of the Motor (1995); Pure War (1997); Open Sky (1997); Polar Inertia (1999); Politics of the Very Worst (1999); Strategy of Deception (2000); The Information Bomb (2000); A Landscape of Events (2000); Virilio Live: Selected Interviews (2001); Crepuscular Dawn (2002); Desert Screen: War at the Speed of Light (2002); Ground Zero (2002); Unknown Quantity (2003); Art and Fear (2003); Negative Horizon: An Essay in Dromoscopy (2005); The Accident of Art (2005); City of Panic (2005); The Original Accident (2007); and Art as Far as the Eye Can See (2007).

stettner_louis_boys 1977 ny

(de zwart-wit foto’s zijn van Louis Stettner)

Beluister radio-uitzending France Culture: Paul Virilio, penseur de la vitesse.

https://www.franceculture.fr/player/export-reecouter?content=16fd86d8-b5de-4a24-9ce6-f5123e78fabe

stettner_louis_2008_manhattan

DE OGEN, een kortverhaal

eyes museum

Er was dus niets van waar.
Je zag geen levensloop in een versneld tempo aan je voorbijtrekken. Geen groot licht. Geen zalig, bevrijdend gevoel. Je zag gewoon de wereld op zijn kop draaien, de achtergevel van de sigarettenfabriek. Hij had zelfs nog de tijd om te bedenken dat de wagen niet zo wegvast was als ze in de folder lieten geloven.
De rechterkant plooide in elkaar. Glas viel in harde korrels over zijn handen. Het zou nu donker worden. Maar ook dat gebeurde niet.
Hij voelde bloed langs zijn wang naar zijn borst druppelen.Tot ver achter zijn hersensen hoorde hij de echo van de klap.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Zijn handen lieten eindelijk het stuurwiel los. Nu val ik in het donker, dacht hij. Nu.
De sirene kwam dichterbij. Hij bleef alles zien wat er gebeurde.
Zijn hoofd leek heel ver van zijn lichaam te liggen.
Zijn voeten hoorden niet meer bij hem.. En waar zijn armen waren, wist hij niet.
Hij miste elk lichaamsdeel.
Alleen zijn ogen. Die keken.
Ze zagen mensen komen, ze zagen gezichten vol afgrijzen naar hem kijken.
De autoweg en daarachter de sigarettenfabriek.

renate rönsch

Zijn ogen overleefden het ongeval.
‘Er zijn dingen waar je niet dadelijk een verklaring voor vindt,’ hadden de artsen gezegd toen ze haar het glazen schrijn gaven.
Proeven wezen uit dat er geen enkele hersenactiviteit meer was. Maar de ogen bleven op prikkels van de omgeving reageren.
Omdat de rest van het lichaam niet te conserveren bleek, besloten de dokters de ogen uit het lichaam te verwijderen. Het leek wel of de ogen de chirurg dankbaar aanstaarden.
Ze werden netjes op een standaard gemonteerd en in een schrijntje gezet.
Feit was dat ze ’s avonds dichtgingen en ’s morgen rond zeven uur -het uur van zijn ontwaken, toen hij er nog helemaal was- openden en rondkeken.

Jono+Dry+Art+Pencil+Drawing+-+Sunset

‘Kijk me niet zo verwijtend aan!’ zei ze, toen ze het schrijn op de schoorsteenmantel zette.
De ogen knipperden heel snel, zoals hij dat vroeger deed als hij goed geluimd was.
Ze betrapte er zich op dat ze met de ogen sprak, net alsof het auto-ongeval nooit had plaats gevonden.
De ogen luisterden.
Ze zegden meer dan wat zijn mond ooit had kunnen uitkramen.
Ze vond het helemaal niet griezelig de ogen mee op reis te nemen als ze voor een weekend naar zee of de Ardennen trok.
‘Kijk maar eens goed rond,’ zei ze dan terwijl ze de ogen op de vensterbank van de hotelkamer met uitzicht op zee zette.
De ogen genoten zichtbaar. Ze keken ook mee televisie, en net zoals vroeger vielen ze dicht bij een praatprogramma of een politiek debat.
’s Avonds stonden de ogen op haar nachtkastje. Ze keken haar met een zekere tederheid aan.
Ze volgden haar tot ze het licht uitknipte.
Het leven met de ogen was best aangenaam. Ze zegden geen woord, namen weinig plaats in en brachten een warme aanwezigheid in haar leven.

jr-picnic-border

Op een avond ontmoette ze een nieuwe vriend. Ze nodigde hem thuis uit.
De ogen had ze in de hobby-kamer gezet.
’s Avonds, terug op het nachtkastje keken de ogen haar verwijtend aan.
‘Je moet niet bezorgd zijn,’ zegde ze. ‘Ik kijk wel uit.’
Dat was klare taal die de ogen goed begrepen.
De boosheid had plaats gemaakt voor een berouwvolle blik.
Ze liet de vriend voor wat hij was en keek voortaan weer elke avond televisie, samen met de ogen.
Toen ze nieuwe kleren ging kopen, liet ze de ogen thuis.
Ze prikte de sportpagina van de krant aan de muur, zette de ogen in de juiste richting en haastte zich naar de stad.
Bij haar thuiskomst waren de ogen er niet meer.
Ook het glazen schrijntje was weg.
Niets wees op een inbraak. Alles lag keurig op zijn plaats.
Het vervelende was dat ze met niemand kon bellen.
Alleen de dokters wisten van de ogen.
Voor de buitenwereld had ze de ogen zorgvuldig geheim gehouden.
Veel bezoek was er nooit geweest.
De sportpagina aan de muur hing er doelloos bij.
Het was de jongen van de wasserij die er haar op wees.
Of ze misschien zo dol op sport was?
Ze wilde een verklaring verzinnen, maar de jongen wees op de stoere voetballer die de helft van de pagina vulde.
Hij knipoogde zoals mannen dat doen als ze over vrouwen praten.
‘O ja, dat is een vriend. Ik bedoel, familie. Verre familie,’ probeerde ze zich te verdedigen.

Onder het dressoir vond ze die avond het schrijntje . In drie stukken.Verschrikt keek ze rond.
Op de zetel lag de poes.
Met iets heel teders in haar anders koude ogen.

paul-klee-cat-and-bird-1

(bij de eerste losse ogen, 5de eeuw voor Chr: “Greek and Roman statues were designed to give a colorful lifelike impression. Marble and wood sculptures were brightly painted, and bronze statues were originally a pale fleshlike brown. Lips and nipples were often inlaid with copper, and teeth with silver. Eyes were usually made separately and set into prepared sockets. This pair, designed for an over-lifesize statue, gives a sense of the potent immediacy that ancient sculpture could convey.”)

 

LOUIS STETTNER ‘Wisdom Cries Out in the Streets’

stettner louis verkeersbord met

Hij heeft veel gezien.
Drieënnegentig geworden, geleefd in de tijdspanne tussen 1922-2016, op straat te vinden vooral in Parijs en New York die hij zijn ‘spirituel mothers’ noemde.
Het dagelijkse leven van dagelijkse mensen als onderwerp voor zijn camera.
Begonnen op zijn dertiende, aangemoedigd door Alfred Steiglitz en Paul Strand vind je nu zijn collecties in het Metropolitan Museum of Art, Museum of Modern Art en in hetVictoria and Albert Museum.
Ondanks de museumtentoonstellingen bleef hij toch lang onbekend bij het grote publiek.

World-Trade-Center_-New-York_-1997

Greatly appreciated by fellow photographers and discerning collectors, the problem as photography critic Kelly Wise aptly states: “rarely is his work shown in breadth.” Which is precisely the purpose of his book Early Joys. Slowly a legend has blossomed about his early photographs (1947 – 1972) that has strongly influenced young photographers. Yet its true scope and depth has been only available to those fortunate enough to visit his print room.

Battery-Park_-New-York_-1979

There is a most stirring and perceptive Introduction by his teacher and lifelong friend, the famous French photographer Brassai (Stettner is the only photographer to be honored): “Stettner has always been fully conscious that the role of the photographer is not to turn away from all reference to reality, but on the contrary to express a profound experience with it.”

penn-girl

Mr. Stettner, a New Yorker, was a product of the ‘Photo League’ and its emphasis on socially conscious, documentary work, exemplified by members and supporters like Weegee, Berenice Abbott and Robert Frank.
“I have never been interested in photographs based solely on aesthetics, divorced from reality,” he wrote in his photo collection “Wisdom Cries Out in the Streets,” published in 1999. “I also doubt very much whether this is possible.”
While living in Paris after World War II, he also found inspiration in a new wave of French photographers, including Robert Doisneau, Brassaï and Henri Cartier-Bresson, whose outlook seemed to dovetail with the league’s. (William Grimes NY Times)

(Hieronder Christmas Eve 1950)

louis-stettner-christmas-eve-1950

He began studying photographs at the print room of the Metropolitan Museum of Art and observing, through the camera’s lens, the streets around him. New York was his subject, the place he described as “a city I love, a city that forgives nothing but accepts everyone — a place of a thousand varied moods and vistas, of countless faces in a moving crowd, each one silently talking to you.” (ibidem)

louis-stettner-american-street-photographerr-07

Stettner’s elaborate shrug is typical of the masters of his form and kind. Photographers tend, vocationally, to understate the intellectual preparation necessary to their work, as other visual artists tend to overstate theirs. The myth of accident – I was there, that’s what I saw, you would have seen the same – remains essential to the form, in part because the element of serendipity really is essential to its beauty: if we try to make photographs too artful, we miss what makes them art. (Adam Gopnik)

20161015stettner-obit-slide-K6XI-superJumbo

Terwijl nu iedereen te beginnen met de lagere school-kinderen minstens één camera op zak heeft, vraag je je af of er van het dagelijkse leven nog foto’s overblijven die niet ontsierd worden door het gezicht van de selfie-fotograaf.
(Voor het tegendeel verwijs ik je graag naar het ‘dagboek’ van Luc Dewaele)
https://lucdewaele.com

20161015stettner-obit-slide-NLP2-superJumbo

Het ogen-blik in elke foto vastgehouden mag zich blijven uitstrekken voor al de ogen die er  later hun blik op richten, en dank zij de kunde van de fotograaf de ruimte herkennen, alsof ze ooit de onze was, en voortaan inderdaad van ons geworden is en zal blijven.

Ons lot aan elkaar verbonden, waar we ook ter wereld verblijven.

20161015stettner-obit-slide-JZU5-superJumbo

(met Franse ondertiteling)

MYSTERIUM MATRIS een apocriefe psalm

boodschap

Nu de dagen korten en de winkellichten vroeger de straten verzachten, duurt het geen weken meer of Kerstmis sluipt in onze oude verlangens binnen.
Onder dat dikke commerciële deken schuilt een verhaal dat mij tot vandaag is blijven ontroeren: de Alwetende stuurt zijn zoon naar de mensen via de meest menselijke weg: de moeder.
Als ik andere goddelijke geneses lees dan kan een bloem of een bliksem bijdragen tot het wonderlijke van de ontologie waarin het goddelijke zich met het menselijke verbindt. In dit oude verhaal is het de meest direkte weg, met inbegrip van wat dit bij de vrouw in kwestie zal teweeg brengen. Zij is geen draagmoeder, als is ze misschien als uitzendkracht begonnen. Zij blijft bij hem tot onder dat slavenkruis waar zij zijn liefste leerling als (pleeg)zoon krijgt toegewezen.
Natuurlijk hou ik van verschillende mythologische verhalen, zeker van de Griekse, maar daar bleven de goden op hun Olympus. Ze trokken zich niets van het menselijk bestaan aan en slechts als het volgens hen de spuigaten uitliep kwamen ze een handje toesteken.

Asamblea-Bodas de Psyche y Eros_1517_RAFFAELLO_Sanzio-VillaFarnesina

Ik hou me dus ver van de theologische consequenties. Ik ben maar een verhalen-verteller. Net zoals ik dat deed bij het radiodrama ‘de schepping volgens Jonas’ zoek ik alleen verhalende elementen die misschien de overbekende inhoud meer vermenselijken.
In het verhaal is er plaats voor verschillende werkelijkheden. Je moet je echter ontdoen van elk vooroordeel. Het is maar een verhaal. Met het nodige respect voor de materie maar ook zonder angst om de cliché’s uit te kleden of een niet voor de hand liggende wending toe te laten.
De logica van het verhaal wijkt voor de suggestie. Oproepen. Niet om iets te doen, maar het voor de geest halen van werkelijkheden die niet onmiddellijk beschikbaar zijn voor de redeneringen van alledag. Zoals je een gestorven geliefde kunt oproepen in de stilte van de nacht. Traagzaam denken, tijd geven aan de opkomende beelden.
Ik hoef geen digitale kijker op te zetten want het woord heeft in zijn mogelijkheden onvoorziene krachten met uitlopers in de muziek.

c6c57-389412184

Daarom wil ik, indien het lukt, enkele kerst-psalmen vertellen. Ik weet het, je kunt met ‘reciteren’ ook dieptebeelden oproepen, maar mijn beelden hoeven niet de herhaling al zal ik ze niet uit de weg gaan.
Het zijn beelden waarin de gewelven van een godsgebouw tot de onze menselijke binnenkamer zijn herleid maar ook van daaruit een eigen diepten kunnen oproepen. Met inbegrip van een glimlach, de mooiste beloning voor een verteld verhaal. al mag in slaap vallen ook voor wie het dromen niet vergeet.
Mysterium Matris, het mysterie van de moeder wil de deur openen.

The_Virgin_with_the_Sleeping_Christ_Child_-_Orazio_Gentileschi_-_orazio gentileschi

MYSTERIUM MATRIS

O moeder van ons, kuddedieren,
seismogram der mensenkaravanen,
bij wie zelfs de God van Abraham
beschutting zocht.

Een zeldzaam woord
schreef hij op portieken,
gaandeweg vervallen
door zijn donderpreken.

Geen ‘mene tekel’ was het,
maar iets op kladpapier
waar Adams naam
bij ‘spraakgebreken’ had gestaan.

Een woord, dun als eierschaal,
een woord
waar engelenzwermen voor weken.

mother-and-child helene schjerfbeck

‘Moeder’,
het spreken kan alleen langs jou,
-God zijn is een hondenbaan-
achter een resem heelallen
was het woord
als hartenkreet bij mij.

Gabriël zei:
‘Het woord was bij God’,
schrijf op, Johan.

Gods goesting kennend
riepen de serafijnen:
‘crêpes suzette’,
‘dierenriemen’,
‘kringgesprek’,
‘ontkiemen’!’

Mooie woorden
uit Gods achtertuin, dat wel,
maar ‘lederwaren’
en ‘kroonjuwelen’
zijn dat ook.

Of ‘rinkelbel’ en
‘luizenkam’.

moeder en kind klimt

‘Moeder’,
sprak hij nu luidop,
sprak
zijn verzwegen vrouwelijk wezen.

En uit de diepten
van zijn rekwisieten
uit zijn eigen keizersnee
kwam een jongen
zachtjes
als een offerlam.

Het sneeuwde kindermeel.

Gods ouderpaar
zond een engel
voor een uitzendkracht.

Zelfs al op weg
zei Gabriël:
‘mens’ zal het woord worden
en wonen onder hen.

Hoofdschuddend.

Als Gods vrouwelijke kant
spreekt
kan men het ergste vrezen.

käthe kollwitz

Voor een wezen met zijn allure
een omweg
die kan tellen.
Voor iemand die een kind
met een vingerknip
uit het niets kon scheppen
een vreemde droom
waarin hij door haar zachte stem gesust,
ontdekt hoe zoet het bij haar
slapen is,
onaangeraakt nog
door het weten
wat hem te wachten staat.

Niets menselijk bleek God vreemd te zijn.
Al zag hij in zijn alwetendheid
niet alleen het geschrokken prille meisje
maar hoorde hij
het Stabat Mater bij haar angstig kijken.

Toch liet hij Gabriël vertrekken.

boodschap2

BILL JACKLIN, licht en beweging

Zoals ikzelf graag de wereld observeerde vanuit het geluid dat ze voortbrengt, geluid waarmee je ook muzikaal aan de slag kunt, zo speelt Bill Jacklin (°1943) met licht en beweging.
Nu de dagen zichtbaar (of zeg ik ‘voelbaar’) korten en het harde zomerlicht zijn strijk-karakter uit de jonge lentedagen terugkrijgt, zo zag ik het werk van Jacklin als een spel met licht dat meer nog dan met een impressionistische statische benadering ook een beweging meedraagt. Licht en beweging zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Schakel ik dat over op het geluid, dan wordt de beweging muziek of alvast een klankcompositie. Jacklin’s werk beweegt.

2016_Embrace-Grand-Central II-2016-48x42

‘As a small child I was taken to Kenwood House on Hampstead Heath and saw the Rembrandt self portrait there. I have a strong memory of him looking directly out at me. Later I became more aware of his interests as an artist but that first impression stuck with me. Not long after that when I was about ten my mother gave me a paint box. I went up to Hampstead Heath and from early morning to late night I painted a complete scene there. I remember the painting well. It was my first serious attempt to capture something from life. When I got back my mother was beside herself as I had been out for twelve hours, it was dark and they had been frantically looking for me.’

31e5593eef4f71b07d666376800ee4ca

Bill Jacklin studied graphics at Walthamstow School of Art, London before working as a graphic designer at Studio Seven in Holborn. Between 1967 and 1975, Jacklin taught at Chelsea School of Art, Hornsey and Royal College of Art and at schools in Kent and Surrey. Initially concerned with abstraction, his work moved to figuration in the mid 1970s, when it became preoccupied with the effects of light and movement.

before the hurricane

The rock star Sting has also long admired the artist and his work: “Bill Jacklin is, like me, an Englishman in New York,” he says. “He sees it with the wonder and objectivity of an outsider. He can appreciate its miracles, and can transfer them to canvas better than anyone I know.” Sting is responsible for one of Jacklin’s once-infrequent excursions from the city and nurtured a memorable series of paintings. Jacklin accompanied the singer to Philadelphia on the first leg of an American tour, with the intention of painting him. The portrait did not materialise, but the series of pictures that did, Audience I-III, are among Jacklin’s finest. As in so much of his work (such as the bathers at Coney Island and the commuters on the concourse of Grand Central Station), the artist thrills to the sheer movement of the crowd. “I enjoy being anonymous,” he declares, and, though he appears to be as much a participator on the streets as an entranced recorder of its anarchy, he becomes, he says, “invisible”.

after the dance

No one has painted the urban sprawl of modern New York quite like him. You have to go back to Edward Hopper to find a similar sensibility, and perhaps, as John Kobal has suggested, to the work of Alfred Stieglitz, too. And there is something photographic – even cinematic – about the broad sweep of Jacklin’s vision. He pulls and pushes the viewer in – and out – of focus like a panning movie camera. Certainly, photographic imagery is as important to him as raw material. He gets different truths from different media; he has drawn straight from the television screen.
(Robin Muir Independent 1997)

Towards the Light Times Square, 1998 (oil on canvas)

“Throughout my career I have had two main preoccupations: studying the changing nature of light and an interest in geometry. From 1968 until 1974 I attempted to channel these concerns into non-representational work, developing systems of painting that paralleled structures I had observed in nature…It was not until 1975 that I became directly involved with describing the effects of light representationally, beginning a series of watercolours of objects on tables using the subject matter as a vehicle to create light and pattern.”

“I now find myself continuing this duality of purpose ­ wishing to convey as simply as possible my observation of something as it is, and the need to experiment with paint. The question is how to find a link between an interest in systems of painting and what I am looking at. Lately the paintings have become more complicated, now including people and places relating to specific situations I have experienced, and in this sense I paint what I know.”

img629

One might almost say that Jacklin and Monet have reached the same point, but approach it from opposite directions: Pursuing his interest in the precise nature of appearances, Monet discovered that in fact they varied from moment to moment — that a simple motif would offer an infinity of variations in the course of a single day. This in turn led him to what we now recognise as a kind of abstraction. Trying to break away from the abstract, trying to particularise his experience, Jacklin tackles a motif which is equally basic, and which in fact still has a very simple geometrical structure. The more one studies these garden paintngs, the more the massive geometric forms thrust forward, and shoulder through the richness of the paint.

(Edward Lucie Smith)

http://www.bjacklin.com/index.html

9f947ddb1642924b3bf458db4db3d49b6826ec9c

DE MAN VAN 30 MILJOEN, een kortverhaal

loterieblindd

Hij glimlachte. Gelaten. Een gelaten glimlachje zoals hij glimlachte als hij op het toilet zat. Door iedereen gerust gelaten en ontdaan van dagelijkse ballast.
Zo glimlachte hij toen hij de cijfers zag. Ze stonden er, alle vijf, in oplopende volgorde. Gevolgd door twee sterren gevuld met een getal.
Hij bekeek nog eens elk cijfertje apart. Om zeker te zijn. Daarna knikte hij.
‘Ik heb dertig miljoen gewonnen,’ zei hij tegen zichzelf.

Hij waste zijn handen. Voelde geen aandrang om met een luide kreet zijn vrouw wakker te maken noch de tweedehands meubeltjes aan diggelen te gooien. Een neiging de buurt op champagne en gerookte zalm te trakteren kwam niet bij hem opzetten.
Hij stapte op zijn gammele fiets en liet het huurhuisje voor wat het was.
Floot deze gelukkige man niet eens een opgewekt deuntje of zong hij luidop een fragment uit Verdi’s slavenkoor? Neen, de man hield zijn lippen stijf op elkaar geklemd en vloekte op de schoolkinderen die het verkeer hinderden.
Wel wiegde hij zachtjes met zijn hoofd als hij voorbij het park kwam, knikte hij herhaaldelijk als hij het station binnenliep en zijn stem trilde even toen hij zich liet doorverbinden met de bedrijfsdirectie.
‘Ja?’ zei de directeur-generaal. ‘Ja?’.
‘Met het secretariaat van de koning,’ zei de man.
‘Oh..’ hoorde hij de directeur-generaal schrikken.
‘Zijne majesteit vraagt zich af waarom u de hele dag zo zuur kijkt?’
‘Pardon?’
‘Inderdaad, tijd om u te verontschuldigen. Een glimlachje kost niks, Jozef.’
‘Maar enfin…’
‘Kusje van de koningin, en denk eraan, eerste plicht een blij gezicht!’
De man klapte zijn goedkoop gsm’tje dicht, bedacht zich, liet zich toen met de personeelsdienst verbinden en geen twee minuten later had verzekeringsmaatschappij Secur een bediende minder uit te betalen. ‘Plotseling naar het buitenland vertrokken wegens dringende familiale omstandigheden’.
De trein naar de hoofdstad arriveerde stipt.

saisissez-la-fortune_grande

In Brussel handelde hij de noodzakelijke geplogenheden af op de zetel van de Nationale Loterij en na een gezellig etentje wandelde hij door het park waar hij zijn dagelijkse boterhammen aan de eendjes voerde. Iets voor half zeven was hij weer thuis.
‘Er is tomantensoep en worst met rode kool!’ riep zijn vrouw vanuit het keukentje.
‘Haha, ‘ antwoordde hij. Niet opgewekt, niet spottend, eerder gelaten, zoals men de loop der dingen aanvaardt, het wisselen der seizoenen, het doodsbericht van een verre groottante.

Elke morgen verliet de man vrouw en huisje, spoorde hij naar Brussel en maakte hij een wandelingetje door het park. Het etentje reserveerde hij voor bijzondere dagen. Hij ontdekte een café met een prachtige biljarttafel, speelde er zijn partijtjes, at er zijn boterhammen en was ’s avonds op tijd thuis voor het avondmaal.
De bank zorgde voor een maandelijkse overschrijving, vakantiegeld en andere extraatjes inbegrepen.
’Vast werk, zegde zijn vrouw, en een zuinige echtgenote, wat willen we nog meer?’
‘Niets,’ antwoordde de man. ‘Helemaal niets.’
En hij meende het nog ook.

lotty_1024x1024

Elke dag verliet hij huis en vrouw om in een Brussels café zijn partijtjes biljart te spelen en in een Brussels park de eendjes te voeren, en elke dag was de man om half zeven thuis, dertig jaar lang.
Hij voelde zich gelukkig en zag met een bang hart zijn pensioen-leeftijd naderen.
Zelfs de rente van zijn dertig mijoen had hij niet eens opgeleefd.
‘Ze laten jou wel heel lang werken,’ zei zijn vrouw toen hij bijna vijfenzestig werd. ‘Je bent zeker onmisbaar?’
Hij knikte.
Toen enkele weken later zijn café in de binnenstad werd gesloten omdat ze voor een reusachtige building plaats moest ruimen en toen ook het park met eendjesvijver verdween omdat de administratie van Europa op die plek zo nodig burelen en vergaderzalen wilde bouwen, besloot hij zichzelf op pensioen te laten gaan.

Ln_17

Hij kocht een vrij goedkope horloge met veel bling-bling, liet in een tinnen schotel zijn naam en een wens graveren (-met dank voor uw inzet-) en kondigde die avond het einde van zijn administratieve loopbaan aan.
‘Voilà, ik moet niet meer gaan werken.’
Zij keurde zijn horloge en las ontroerd de tekst op de schotel.
‘Allemaal echt, hoor,’ zei ze. ‘Echt tin en echt goud, en ook wat erop geschreven staat. Ik ken iets van die dingen.’
Hij zegde niets. Hij dacht aan zijn dagelijks partijtje biljart, de glazen trappist en de eendjesvijver.’
‘Maar ik heb ook een verrassing,’ riep zijn vrouw. ‘Wie is er al die jaren zuinig geweest, wie heeft er beetje bij beetje een flinke som gespaard?’
Hij antwoordde niet.
‘Ik! Ik heb bijna honderdduizend euro gespaard! ‘
‘Neen,’ zei de man gelaten.
‘Jaja! Daar kijk je van op, hé? En dit hier zijn twee vliegtuigticketten voor Benidorm. Kunnen we lekker overwinteren. Ik heb onze centen belegd in een sjieke flat voor oudere mensen. Wonen we gezellig samen met leeftijdsgenoten. Nog een beetje bijsparen en dan wordt die flat helemaal van ons. Ben je niet blij?’
‘Jaja,’ zei de man. ‘Heel blij.’
‘Ga je vlug omkleden want we vertrekken nog deze avond laat.We gaan alvast de buurt verkennen.’
‘Dat zal ik doen, liefste. Maar… -hij keek zijn vrouw lang aan- eerst moet ik nog een pakje sigaretten gaan halen in de winkel om de hoek.’
Bijna aan het winkeltje besefte hij dat hij niet eens rookte.

900_1912 Poster for Lottery of National Unity