
In de luwte, dat wel, de tweede metamorfose van Publius Ovidius Naso (43 voor Chr.-17 na Chr.) gelezen, “Het huis van de Zon”.
“De heerserswoning van de Zon stond op gestrekte zuilen,
hoog, schitterend door goud en vuuruitstralend koperwerk.
glanzend ivoor bedekte tot de top de gevelvelden
en dubbele zilveren deurpanelen straalden in het licht..”
…volgt dan de beschrijving van wat de goden-smid Vulcanus in zijn vurige smidse had gehamerd tot na al dat moois de zoon van de Zon (Helios) thuiskomt, Phaëton. Niet te dichtbij want daar was de lichtgloed niet te verdragen.
“…Daar, gehuld in purperrode mantel
en op een zetel stralend van smaragden zat de Zon.
En links en rechts stonden de Dag, de Maand, het Jaar, de Eeuwen,
de Uren met gelijke tussenruimten opgesteld.’
Ja, Phaëton was een beetje bang, schrijft Ovidius, een vader met allesziende ogen en op de vraag wat hij kwam doen brengt de sluwe jongen dadelijk zijn afkomst in het midden. Hij wil een bewijs van Helios’ vaderschap., Verlos mij asjeblief van elke twijfel. Dus mag hij vragen wat hij wil, en inderdaad, het kind vraagt een ritje met vaders Zonnewagen te mogen rijden.

Helios kan niet weigeren, maar wel waarschuwen.
‘Je bent een mens maar wat jij wenst in niet meer menselijk.
Je reikt in je onnozelheid naar meer dan wat zelfs goden
ooit kunnen krijgen. Iedereen mag doen naar eigen dunk,
maar niemand heeft de kracht de Zonnewagen te besturen
behalve ik! Zelfs onze heerser op de Olympus berg,
die zo vervaarlijk woest met bliksems slingert, kan mijn wagen
niet mennen, en wie is nu machtiger dan Jupiter?”
De bezorgde vader beschrijft zelfs het traject, het eerste stuk, dan het midden en tenslotte het laatste dat snel daalt.
Bedenk ook dat hemel in constante wenteling
rondjaagt en hoge sterren meevoert naar een snelle draaiing.
Ik zwoeg daarentegen , die maalstroom overheerst mij niet
gelijk de rest, ik rijd mijn baan dwars door hun snelle omgang.
Nu stel, jij krijgt mijn wagen. Wat te doen ? Kun jij de draai
der polen langsgaan zonder dat de snelle as je meesleurt?
Dacht je dat daar het lustoord van de goden is
en heilig bosgebied met tempels rijk aan offeranden?
Het is een weg vol hinderlagen tussen monsters door
en zelfs al blijf je in de baan en hou je goede richting
toch zul je een gehoornd tegenstander als de Stier
ontmoeten, en de Schutter, en de Leeuw met felle kaken;
en ook de Schorpioen die wijd zijn scherpe scharen kromt;
daarna de Kreeft, heel anders maar met even scherpe scharen…
En dan mijn snelle dravers, vurig door die vlammengloed
die ze vanbinnen kweken en uit mond en neusgat blazen,
kun jij nooit teugelen: wanneer hun fel gemoed echt kookt,
dulden ze mij al niet en rukken koppig aan de teugels.

En ja, Phaëton krijgt de zonnewagen. Elk uitstel is tevergeefs, elke vaderlijke raad nutteloos. De wagen door Vulcanus zelf gemaakt, met gouden as en gouden distel, en rondom de wielen velgen van goud waarin een rij van zilveren spaken blinkt, topazen langs het juk en lange rijen edelstenen. Mooi hoe dan de noodlottige morgen wordt beschreven.
Als Phaëton heel zelf verzekerd, vol bewondering
dit pronkstuk aanziet, heeft Aurora -altijd vroeg ontwaakt-
de purperen poorten van de rozenzaal in’t lichtend oosten
opengezet. De sterren vluchten heen, met Lucifer
als achterhoededrijver, als ook hij, de laatste ster,
naar de aarde afdaalt en de zon hem ziet , en ziet hoe rood
de wereld kleurt en hoe de bleke Maan haar sikkel kwijtraakt
-zo lijkt het- , geeft hij aan de snelle Horae opdracht om
de paarden in te spannen. De godinnen halen schielijk
de vuurspuwende dieren, die zich bij de hoge ruif
voeden met ambrozijn, en doen het rinkelende tuig om.
De vader heeft zijn zoons gelaat met goddelijke zalf
bestreken om het te beschermen tegen felle hitte,
heeft hem de stralenkrans op’t hoofd gezet en diep bezorgd
met zuchten die verdriet voorspellen, eenmaal nog gesproken.
‘Misschien dat je nu toch luistert naar dit wederwoord…
Wees zuinig met de zweep, gebruik je krachten voor de teugels
Weldra deel 2 en slot

George E. Koronaios – Own workhttps://en.wikipedia.org/wiki/Helios#/media/File:Bust_of_the_sun-god_Helios._2nd_cent._A.D.jpg
De vertaling van deze ‘metamorfose’ is van M’ d’Hane-Scheltema ‘Ovidius Metamorphosen’ Atheneum Amsterdam 27-28ste druk 2026
Lees over dit onderwerp onze aflevering:






































































































