‘LES ONZE’ Voetbal en literatuur

Albert_Gleizes,_1912-13,_Les_Joueurs_de_football_(Football_Players),_oil_on_canvas,_225.4_x_183_cm,_National_Gallery_of_Art

Lang geleden, de dieren spraken niet meer, maar toch nog lang genoeg geleden toen ik  de letters van de Franse literatuur leerde proeven, kocht ik in een antiquariaat ‘LES ONZE DEVANT LA PORTE DOREE’ geschreven door Henri de Montherlant, in de serie Les Cahiers Verts, Grasset, Paris 1924.
Het boekje waarvan er zesduizend zevenhonderdveertig genummerde exemplaren gedrukt werden (dit is nummer 6531) moest nog voor de helft opengesneden worden, de lezer(es) was bij Deuxième Olympique gebleven. (Poemes, et l’ histoire de la Petite) Deuxieme Olympique verwijst naar de Olympische spelen die in 1924 in Parijs plaats vonden.
De inhoud bestaat uit twee delen: Deuxième Olympique, en Les onze devant la porte dorée.
Een jonge auteur (Montherlant is dan 29) die over ‘sport’, inzonderheid over voetbal schrijft.
Dat hebben de Franse auteurs Jacques Perret, Albert Camus, Georges Perros en Ediardo Galeano ook gedaan: voetbal beschouwd als een van de zeven kunsten!

football-art-adidas-59220

In mijn jonge jaren was ‘voetbal’ een van de meest gehate bezigheden: een dertigtal dertienjarigen rennen achter een sponsen bal aan, terwijl nog zo’n honderd andere dertienjarigen dat tegelijkertijd ook doen en dit in allerlei richtingen. Zoiets noemden ze toen ‘speeltijd’, en voetbal was ‘verplicht’. Welbevinden of niet.

Dat ik nu een boek uit 1924 over sport, inzonderheid over voetbal beschrijf mag dus wijzen op een lang verwerkt jeugdtrauma. Gedichten over ‘voetbal’ blijven mij echter verbazen.
Ik citeer uit ‘Sur des souliers de foot’ (p82)

‘Gros souliers, base de la jeune jambe, cuir de vache à peine dégrossi,
seule épaisseur sur ce corps qui n’ a contact que de légèretés,
je vous tire du sac en pagaïe, où vous dormiez sous la culotte salie:
sifflets de l’ arbitre dans l’ air coupant, terrain qui claque… je tire tout l’ hiver.
Entre mes mains, outils de la victoire, vus de si près, un peu diminués,
inertes, vous qui voliez, frappiez, vivants et sous les ordres de l’ esprit,
à la fois durs et enfantins, grands et petits, grands et petits,
tels lui-même qui sait bien les larmes à ses yeux bridés de petit condottière!

En dat is nog maar één derde van de lofzang op de voetbalschoen die poisseux de bonne huile; encore croûtés de paquets de terre, force fumante avec votre odeur d’ algue, votre élégance fait de brutalité, zelfs een ‘mystère’ mag genoemd worden.

il_570xN.1335054460_2nho

Het volgende gedicht: Un allier (vleugel-speler, rechts of links buiten heb ik mij laten onderwijzen) est un enfant perdu, een uitdrukking die de auteur uit het voetbal-manuel heeft gehaald.
Ik weet niet wie er bij de Belgen deze rollen vervult, maar hij is volgens de auteur:

‘O majesté légère comme s’ il courait dans l’ ombre d’ un dieu !’
En:
‘Devant lui sautille la bête perfide, à demi-captive, irritée,
qu’ on mêne à coups de caresses rageuses et de l’ interieur du pied,
et ses pieds sont intelligents, et ses genoux sont intelligents.’
En:
‘Ses yeux sont baissés sur le ballon comme sur la page de Virgile.’

maar…
‘Soudain lui qui s ‘ envole; ses omoplates comme la naissance d’ ailes coupées.
Et le claquement musical du cuir, comme le rire de la bête perfide,
parce que c ‘est loupé, loupé, loupé.

Un geste dominateur de l’ arbitre.
Un coup de sifflet plein d’ étendue.
Je songe à une phrase du manuel:
“Un ailier est un enfant perdu…”

adel abdessemed qui a peur du grand mechant loup2012

De voetbaldeskundigen onder ons mogen uitleggen wat er gebeurd is. (buitenspel?)
Maar ik zal dus met andere ogen naar voetbal kijken deze dagen, met ogen die opnieuw ‘On va jouer’ ontdekken, het speelse uit de vroege jaren.
‘Allons, ne pleure plus, bébé. On va jouer.’ zegt Peyrony in het korte toneelstukje Les onze devant la porte dorée.’
Een mooi klein gedichtje, bijna Japans om af te sluiten:

‘La balle frappe contre la barre du haut mouillé de pluie.
Des gouttes me tombent dans les cheveux.

Les Onze hoorde thuis in een groter werk uit dat jaar: ‘Les Olympiades’.
De uitgever Gallimard:
‘De tous ses livres, c’est celui que Montherlant préfère. Il y chante avec un bonheur constant d’inspiration, une grande fraîcheur de ton, les sentiments les plus purs qui soient au cœur de l’homme : la joie de l’effort physique, la camaraderie, le sens de l’équipe. (Galimard bij het her-verschijnen van Les Olympiques’)
Over het korte toneelstuk met die naam misschien later nog een keer, nu tijd voor voetbal!

‘La balle entre en traînant une petite poussièrre.
J’ ai gardé les mains sur les genoux.’

(Uit ‘Fleurs de la Fatigue)

Henri_Rousseau_-_The_Football_Players

kunstwerken:

Boven: The football-players van de kubistische kunstenaar Albert Gleizes (1881-1953) Inderdaad American football, maar zo mooi en intens dat het best bij onze ‘voetbal’ kan horen.

Midden: voetbalhemel van Adidas

Het beeld: De kopstoot van Zidane, een reusachtig beeld (5m hoog!) van de boeiende Algerijnse kunstenaar Adel Abdessemed (°1971) waarover later zeker een bijdrage.

Onderaan: De voetbalspelers van Henri Rousseau. (1844-1910)

Bewegingen in en rond het mode-landschap

Lili-Sumner-by-Sophie-Delaporte-for-Vogue-Turkey-2

Sophie Delaporte, b. 1971, is a French fashion photographer living and working between Paris and New York. The depth of color, staging, gestures and simple fun of her imagery evoke the world of storytelling. Delaporte likes to imagine situations that do not exist, creating a photographic language where sweetness balances innocence, and suggesting an alternative fantasy vision of fashion photography.

(Sous les étoiles gallery, New York)

Sophie Delaporte’s work is frequently featured in numerous books and publications such as Another Magazine; Vogue Germany, Italy, Turkey, Japan, and India; Interview; Harper’s Bazaar; and I-D Magazine, with whom she has regularly collaborated since the 1990s. Her series Needlework was featured in the book “The Art of Fashion Photography” by Patrick Remy, published by Prestel in 2013. Sophie Delaporte studied photography and film at the Ecole nationale supérieure Louis-Lumière.

http://www.sophiedelaporte.com/video/

e64959fd192c0cfc1514c2b939f6ef9a

The famous photography historian and critic Vicki Goldberg wrote about her work in 2011: “Sophie Delaporte is a French photographer who is on permanently good terms with fantasy and a cheerfully offbeat approach. She has a distinctive sense of color, a fabulist’s imagination, an edge of surrealism, and a knack for ambiguous narrative”.

http://www.sophiedelaporte.com

026-sophie-delaporte-for-comme-des-garcons

Als modefotografe je vak laten uitdeinen naar niet utilitaire verbeeldingsmogelijkheden met datzelfde medium foto.
Sinds de vroege jaren 2000 vind je werk van haar niet alleen in diverse modetijdschriften maar net zo goed in kunstgallerijen.
Ik vond dat wel een mooi vertrekpunt: de wereld van je beroepsbezigheden niet alleen vormelijk maar ook inspiratief als bron te gebruiken.
Je kunt met de grenzen spelen, maar ook de ijdelheden of verdwazingen van het vak en de omgeving, de modewereld, betrekken in je vormgeving. De vakvrouw die als kunstenares haar eigen beroepsleven onderzoekt en er al dan niet spelend of vragen mee durft omgaan.

Blind man's bluff 2003

Ze be-weegt, in de letterlijke en figuurlijke zin van het woord haar werk en leven. Be-wegen, niet alleen het afwegen als oordeel, maar ze wil creatief gebieden en grenzen   onderzoeken en schept daarmee een nieuw beelden-alfabet.

5e6c8d7acf52ed4a3d4ef09d407d27e2

VER EN TOCH NABIJ

helene-schjerfbeck-maria-1906

Zoals je op de rug bekeken
met je boek verbonden
in mijn leven ademt
en leest en luistert
en nooit te bang
om een happy end te ontlopen,
zo ben je mijn maatje,
mijn andere,
mijn vergezicht.

Zoals de horizon
van niemand is
en toch in ieders ogen huist:
onbereikbaar ver
en zeer nabij.

1-image0

Schilderijen van de Finse kunstenares Helene Schjerfbeck (1862-1946)  Vul haar naam in bij de zoekfuctie hierboven  om in dit blog meer over deze bijzondere kunstenares te lezen. Kijk alvast naar deze mooie collectie:

DE ANGST, HET SCHILDEREN EN HET DRINKEN, een radiodocumentaire (podcast)

buffet_1

Hij was nog erg jong toen we in de tachtiger jaren van de vorige eeuw deze radiodocumentaire maakten: de angst, het schilderen en het drinken.
Het verband tussen de drie maakt het verhaal duidelijk maar daarom niet minder ingewikkeld voor de betroffen persoon.
De grijze luchten in zijn schilderwerken zijn na al die jaren blauw geworden.
Duidelijk wordt dat lotgenoten in staat zijn elkaar te helpen, vaak beter dan buitenstaanders, hoe gespecialiseerd dan ook.
Verwacht dus geen biecht, maar wel een eerlijke zelf-analyse.
In de samenvatting van het verhaal probeerden we de woorden zelf een ritme-structuur mee te geven. Onze poging om met zijn woorden enkele ritmes te schilderen die onze gemeenschappelijke machteloosheid konden duiden.
De angst, het schilderen en het drinken, een radiodocumentaire. Duurtijd: 34′

The-Drunk george bellow

schilderij van Buffet, ets van Bellow

 

ETT HEMM-ONS HUIS-CARL LARSSON

A2359_Stugan_mellan

Als je als kind uit de Stockholmse sloppenbuurten te horen krijgt dat de dag van je geboorte het ergste was wat je vader kon overkomen dan mogen de goden je goed gezind zijn en je het tekentalent schenken waarmee je op je dertiende door de onderwijzer van de armenschool wordt opgemerkt zodat je een stipendium krijgt waarmee je naar de voorbereidende jaren van de kunstacademie kunt. (Principskolan)

Dat overkwam Carl Larsson, geboren in 1853 met weinig toekomst en nu nog altijd in de hele wereld bekend als schilder van het dagelijkse geluk zoals dat in de beste families wel eens voorkomt. Het eerste huwelijk loopt uit op de vroege dood van zijn twee kinderen terwijl zijn jonge vrouw in het kraambed blijft. Hij verhuist in 1882 naar de Scandinavische kunstenaarskolonie in Grèz-sur-Loing even buiten Parijs en vindt daar het medium, de aquarel en zijn vrouw Katrin, ook een medium overigens die hem acht kinderen zal schenken, de hoofdpersonages van zijn (en haar) artistiek werk.

met brita

Carl and Karin were married in 1883 and had eight children. Karin and the children quickly became Carl’s favourite models.

In 1888 Karin’s father, Adolf Bergöö, gave them Lilla Hyttnäs, a small house in Sundborn. Lilla Hyttnäs became Carl och Karin’s mutual art project in which their artistic talents found expression in a very modern and personal architecture, colour scheme and interior design.

lezend met ma

Carl’s paintings and books have made Lilla Hyttnäs one of the world’s most familiar homes. But not only that. The quality of the light, Karin’s liberated gift for interior design and the lively family life as it is depicted in Carl’s beloved watercolours, has become almost synonymous with our picture of Sweden.

In 1888 Carl och Karin acquired Lilla Hyttnäs from Karin’s father. They moved there in 1891. The paintings of their home quickly became popular and reached a wide public. In 1896 Carl adorned the National Museum with large frescoes, but in 1911 his sketches for Midvinterblot were refused. Over eighty years later, in1992, Midvinterblot finally took its place in The National Museum.

The house in Sundbourn still looks the same as it did when Carl and Karin lived there and today’s visitor to Lilla Hyttnäs can almost hear the animated laughter of the children and catch the scent of the artist’s oil paints.

(uit bio van Carl Larsson-stichting in Sundborn die het huis aldaar beheert)

malning_25

Waren de kinderen zijn voornaamste inspiratiebron, het was Karin die het huis inrichtte, zelf tapijten en wanddecoratie ontwierp en uitvoerde (tot zelfs de kledij van de jochies) en instond voor de dagelijkse regie.

Er komen drie invloeden samen als je het werk in zijn historische context wil duiden.
Vooreerst de ‘Gustavische stijl’, genoemd naar Koning Gustav III die in 1780 het paleis van Versailles bezocht en terug in zijn eigen hoofdstad daar zijn Scandinavische versie van neerzette in de architectuur en inrichting van het Haga paleis waar nu de kroonprinses resideert.

linneabylinneanilsson.files_.wordpress.com_
Geënt op het Franse neoclassicisme maar met zachtere heldere kleurpaletten en met gebruik van berk, beuk en dennenhout, in ruime mate ter plaatse aanwezig.
De lange winters vroegen om kleur in het interieur: natuurkleuren, gebleekte tonen. Kleur: het witte, de zachte tonaliteiten van het daglicht. Bij ons sinds de jaren tachtig erg in trek.
Denk aan spiegels, kandelaars. Alles wat het licht in de donkerte kan brengen vindt er een plaats.
Dan is er zeker de Japanse invloed, geciteerd door de kunstenaar als de enige kunstenaars ter wereld. De invloed van hun tekeningen, prenten zou bijdragen in het ontstaan van de jugendstil.

1280px-Carl_Larsson-Lathörnet-1160x480
Hun aandacht voor het ‘lege’, de soberheid en het gebruik van natuurlijke materialen vind je zeker terug in het werk van dit artistieke echtpaar.
Het derde element is zeker de ‘arts en craft’ -beweging die toen opgang maakte. Denk aan William Morris en John Ruskin. Een beweging waarin de toegepaste kunst ook als kunst wordt ervaren en simpele lineaire vormen kenmerkend zijn naast symmetrie en inspiratie uit natuurlijke vormen (planten, dieren, mythes)

aan het raam

Dat het werk van Carl Larsson tot op de dag van vandaag opgang maakte, (denk aan het succes van Ikea, en zelfs H&M inspireert zich dit jaar in haar woonafdeling op Karin!) heeft zeker te maken met onze hunker naar deze dagelijkse schoonheid in ons thuisleven. Uit de drukte, het vloeibare van de moderne tijd naar de zich steeds herhalende gang van de seizoenen waarin het warme nest beschutting en inspiratie biedt voor een andere kijk op het bestaan.

the-crayfish-season-opens-1897(1)

Toch zijn de mensen in zijn werk, naar Scandinavische gewoonte, erg op zichzelf betrokken en spaarzaam met emoties. Hij portretteert ze met respect voor hun eigenheid die ze niet makkelijk aan de buitenwereld meedelen.
Zijn gedetailleerde tekeningen doen me aan Ingres denken, meesterlijk tot in de kleinste details, maar hij bewaart hun geheimen, hun eigen plaats in het gezin waar zij vaak los van de anderen een persoonlijkheid kunnen ontwikkelen zonder al te veel ‘pedagogische’ bekommernis.

carl_020

Neem rustig je tijd om een klein kwartier naar zijn werk te kijken.  In het begin een beetje vaag maar daarna in goede kwaliteit.  Kom thuis in Ett Hem. Gebruik indien mogelijk groot scherm.

AVONDLICHT

Larsson_-_Brita_at_the_Piano

Zachtjes, je linkerhand
onderbouwt je melodie
met ritme zonder hameren,
zonder scherven te maken
van wat je rechter tekent.

Vingervlugheid
bedriegt de luisteraar,
maar niet het avondlicht.

Krullen
of sneeuwvlokjes,
waterdruppels en je ogen
achter de partituur verborgen.

Het avondlicht
legt
hoe alles liggen moet.

avond interieur

Twee aquarellen van de Zweedse kunstenaar Carl Larsson. Dochter Brita achter de piano. En ‘iedereen is naar bed’.

BORD DU RIVIERE

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

VICTOR DIEU (Quaregnon 1873-Mons 1954) Schilder, pastellist, etser. Opleiding aan de Academie te Bergen o.l.v. Danse, Motte en A. Bourlard (1890-1901), aan de Academie te Antwerpen o.l.v. Biot. Prijs van Rome voor de Graveerkunst in 1901. Realiseerde o.m. landschappen, figuren, landelijke taferelen, allegorische composities, genretaferelen. Wordt beschouwd als één van de beste graveerders van de Bergense school. Zijn schilderkunstig oeuvre ontstond hoofdzakelijk in de periode 1931-1934. Zijn werken vertonen vaak een sociale inslag en interesse voor het leven en het werk van de mijnwerkers. Was van 1919 tot 1937 leraar tekenen aan de Academie te Bergen. Werk o.m. in het Museum te Bergen. Vermeld in BAS I en “Twee eeuwen Signaturen van Belgische kunstenaars”. (NOBEL, THE BELGIAN ARTIST DICTIONARY ILLUSTRATED)

In dit mooie doek, gedateerd 1935 en getekend (35 x 46 cm) zijn we aan de oever van een rivier. Wolken, water en landschap verliezen hun betekenis in de combinatie van kleuren en vormen. Achter dit beeld schuilt een gevoelige kunstenaar . Hij houdt van het landschap, maar ook van de luchten. Hij woont op aarde maar verblijft ook in het licht daarboven.

Met houten kader, goud omboord, (57,5 cm x 45 cm)

Victor Dieu est né à Quaregnon en 1873. Peintre et graveur au burin de paysages et de scènes du quotidien dans le borinage. Il entre à l’Académie des Beaux-Arts de Mons et suit les cours de gravure où il est l’élève d’Antoine Bourlard, d’Auguste Danse et d’ Emile Motte. En 1893, il obtient déjà un premier Prix d’Excellence. C’était un départ prometteur. Aussi son milieu familial l’encouragea à poursuivre sur cette voie non sans au préalable l’avoir invité à exercer le métier de son père: marchand-tailleur. Apres le décès de son père, il entra à l’atelier du maître Auguste Danse et se mit à la tâche pour préparer le Prix de Rome en gravure. Tâche ardue mais bien à la mesure de ce tempérament travailleur qui fut récompensé par un Premier Prix qu’il obtint à l’unanimité en 1901. Il avait présenté une gravure fouillée à la réalisation de laquelle il avait mis une patience extraordinaire. Si on fait souvent allusion au fait que Victor Dieu fut un maître graveur, on oublie peut-être qu’il fut aussi un peintre de talent. Il convient de savoir qu’il a réalisé 479 toiles. Quelques oeuvres sont aujourd’hui éparses dans le Borinage et dans d’autres regions, notamment à Bruxelles. Elles sont marquées d’un pinceau décrivant les paysages si harmonieux qu’elles offrent un plaisir toujours renouvelé lorsqu’on examine avec un oeil attentif les détails. Il employa des couleurs chaudes et souvent orchestrées dans des paysages fleurant bon la nature. Une nature au sein de laquelle il aimait se trouver et dont il a tiré le maximum de très bonnes huiles sur toile où il employa avec bonheur le brun, le rouge comme le vert aux tons degradés. Les ciels, dans lesquels se bousculent les nuages qu’il aimait tant scruter, offrent un aspect sentimental et romantique.pianiste et violoniste. (Galerie du Pistolet d’ Or, aan te raden galerie in Bergen)

Te koop in onze collectie: timelessartcollection.eu

DE GEVOLGEN VAN 25 LIEFDESBRIEVEN, een hoorspel

3414730395_7dedac534b_b

Dit hoorspel is een poging om met verhaal- en geluidsstructuren een atmosfeer te creëren waarin een archeologie van tranches hedendaags leven ontstaat zonder ze onmiddellijk te kunnen onderbrengen in bekende literaire genres. Vertellingen?
In uiterst korte story’s horen we allerlei aspecten van een beschaving aan bod komen.
Elke tranche is een uiterst kort verhaal uit een ‘teruggevonden’ bron, een boek met als titel ‘vijfentwintig liefdesbrieven’.
In die verhalen denken de ontdekkers elementen te vinden waarmee de ondergang van een beschaving op een bepaalde planeet te verklaren is.
De elementen liggen niet voor het grijpen, als ze dan al bestaan.
Het is er de maker om te doen geweest vanuit de bestaande short story’s telkens nieuwe verhaalstructuren op te bouwen met zinnen uit de gehoorde verhalen.
Woorden en klanken vormen een sjabloon waarin herkenbare gevoelens uit deze tijd (1987!) een patine van een voorbije beschaving krijgen.
Ook zonder deze ‘bedoeling’ is het best mogelijk naar deze compositie te luisteren.

Met de mooie stem van Oswald Versijp.
Door toenmalige Radio-3 (BRT) geproduceerd, opgenomen en gemonteerd op 5-8 mei 1987 en uitgezonden op 6 oktober van datzelfde jaar.
Met nog steeds intense dank aan de technici en de geluidsregisseur van wie ik de namen niet in de brochure vond, maar van wie ik voortdurend mocht bijleren, een drietal dat intens meedacht en meebouwde aan de vele hoorspelen en documentaires.

Laat je niet afleiden door het begin, de schokkende muziek is met opzet zo gemonteerd na 15 seconden stilte

 

  35’41

508d0-2321032935

DE GEVOLGEN VAN 25 LIEFDESBRIEVEN

Onduidelijke, schokkende muziekfragmenten, afgebroken, gemengd met voetstappen en fluitend iemand, een zingende stem, een flard toespraak, voetbalsupporters en in het uitgalmende decor:

Goede vriend, Aurelius,
Het enige wat we op deze planeet aantroffen was een boek.
‘Vijfentwintig liefdesbrieven’ heette het.
Er waren slechts negen vellen van bewaard.
Ze bevatten waarschijnlijk een code die het uitsterven van deze beschaving verklaart.
Daarom hebben Severus en ik, na elk twee brieven, zinnen geselecteerd die belangrijk konden zijn om het verleden tegemoet te komen.
De documenten hebben we van geluiden voorzien. We troffen ze aan bij een verzamelaar van primitieve geluidsdragers.

Voetstappen in een lege ruimte

Ze hoorde haar eigen voetstappen. Heel duidelijk. Er is niemand meer, dacht ze. Alleen ik ben er. Ikzelf en mijn spoken.

We horen iemand pogingen doen om iets te fluiten.

Ze probeerde iets te fluiten, net zoals haar vader dat vroeger deed toen ze samen wandelden, maar het lukte niet.
Haar spoken brachten haar uit de pas. Haar spoken probeerden haar terug te voeren naar de tijd toen ze haar eigen voetstappen nog niet hoorde.

In de verte zingt een kind

Haar spoken begonnen gevoelens wakker te maken die ze net niet de baas kon. Ze dacht aan haar vader toen ze hem een gouden horlogeketting gaf. Die ketting hangt weldra op zijn buik, dezelfde buik die in de aarde zal liggen, zoals alles naar de aarde terugkeert.

We horen iemand een toespraak houden, zonder te moeten begrijpen waar over hij het heeft.

Dat kon je best zeggen zo lang het niet jezelf of je eigen vader aanging. Maar toen ze hem de horlogeketting gaf, werd het haar duidelijk en ze haatte hem omdat hij niet eeuwig kon blijven leven, omdat hij zich al had verzoend met het bewusteloos liggen.

Een golf massagezang horen we op een voetbalveld.

Het hoorde erbij, zegde hij haar troostend. We moeten plaats maken. Plaats maken? Nu was er plaats genoeg. Plaats voor mensen die eindelijk de aarde leerden verafschuwen.
Ze zouden de lucht bezitten, en niets kon hen naar beneden halen. Ook de tijd niet, die afgeleefde vader van haar.

Muziek mandoline-concerto van Vivaldi, het thema van dit hoorspel, begint.

Ze liep nu rechtop. Als ze haar spoken kon kwijt geraken, dan zou ze vliegen.
Vliegen met onhoorbare vleugelslag. Boven de aarde, deze buik gevuld met miljarden uitgedeinde kinderen.

Muziek verdwijnt in een lange galm.

Er was eens een man die dronken van de lucht werd. Alcohol zei hem niets. Maar de lucht!

Een sissend suizend geluid, een luchtdecor wordt hoorbaar.

Als hij nog maar zeven minuten buiten was, kreeg hij dat rare gevoel al in zijn hoofd. Pure dronkenschap. Hij begon te lallen, te zingen. Hij liep schots en scheef, begroette iedereen overdadig en deelde zijn geld uit aan de armen. Pas als hij weer binnen zat ging die dronkenschap over. Dan werd hij langzaam nuchter.
Een pet dragen, stevige overkleren, het hielp allemaal niets. Kwam hij buiten dan volgde de onvermijdelijke dronkenschap. Het was de lucht.

Vooral de vroege februarilucht deed hem veel kwaad. Dunne lucht was het, vliezig van de vrieskou maar toch al met de eerste geuren uit het zuiden.
Van die lucht werd hij binnen de vijf minuten zo dronken als een kanon.

Binnenblijven was ook geen leven. Dat kon nog in de oktober- of novemberlucht, maar met de lente in de lucht…

Een dokter kon hem ook niet helpen. Die zegde dat het iets met de stofwisseling te maken had en met zijn gevoelige lever, maar verder dan warme melk en goed slapen geraakte hij niet.

Omdat de mensen voortdurende dronkenschap aanstootgevend vonden, sloten ze de man op.
In zijn cel was hij nooit meer dronken. Werd hij gelucht dan kreeg hij even het vroegere gevoel, maar gevangenislucht is te dunnetjes om iemands nuchterheid te bedreigen.
Hij schreef gedichten en liederen over de lucht en die vonden hun weg naar het publiek.

Toen de man na jaren weer buiten mocht, was hij te suf om nog diep te kunnen inademen. Hij reisde naar de bergen, beleefde er een korte maar intense dronkenschap en stortte van een hoge bergtop. Zijn laatste adem smaakte naar armagnac en Ierse whisky.
En zijn ziel baadde in lucht, tot het einde der tijden.

muziek neemt het luchtdecor over, valt weg in lange galm.

study-in-black-and-green

Deze vrouw was te mooi.

We horen een onbekend liefdesliedje van lang geleden , veertiger, vijftiger jaren, chanson.

Haar schoonheid straalde en wie door die straling werd aangetast, stierf een langzame pijnlijke liefdesdood.

Deze vrouw werd het symbool van een natie, van een continent. Na twee jaar was de halve aardbol ziek van haar.

Deze vrouw liet kerkhoven aanbidders na, bibliotheken gedichten, paleizen vol beelden, kortom: zij zorgde voor laaiende creativiteit, vonkende strijd, overvolle gekkenhuizen en nieuwe kloosterorden.

Deze vrouw gaf haar naam aan vulkanische gebergten op Mars, luidde een nieuw litterair tijdperk in en schonk de filmwereld meer dan tweehonderd prenten over liefde en dood.
Oorlogen werden om haar ontketend. De wereld die de eerste waanzin-golf overleefde, stierf in een nucleair conflict.
Deze vrouw bleef alleen over, samen met de bijna gepensioneerde generaals van de grote legers.

Ritmische trommels stapelen zich op

Uit hun nageslacht kwamen de nieuwe aardbewoners. Stralend van schoonheid en strijdzucht, geprogrammeerd voor verwoestende liefde, barstend van creativiteit, bulkend van zielenpijn.
Tekens weer overleefde zij de strijd.
Hitsige generaals weten wat het is om haar te treffen in de tuin van Eden. Hun slangengezichten verbergen zij tussen het lover van de grote boom.

Trommels heviger en weg.

-Haar spoken begonnen gevoelens los te maken die ze niet de baas kon.
-Als hij nog maar zeven minuten buiten was, kreeg hij dat rare gevoel al in zijn hoofd. Pure dronkenschap.

stilte
muziekthema cello

Niemand hield meer van cello’s dan hij.

Zijn huis was een cello, zijn bed, om maar eens iets te noemen, zijn zeepbakje, zijn schrijfmachine, zijn toekomst. Ze hadden allen de vorm van een cello.
Omdat vrouwen niet dadelijk in deze vorm te verkrijgen of te verwringen zijn, was hij nooit op hen verliefd geweest.
Even kreeg een welgeschapen vrouw met een stem als een cello zijn aandacht maar toen ze verder geen enkele gelijkenis met zijn passie vertoonde, vergat hij haar, dromend de wereld in één reusachtige sonore cello te herbouwen.

Ook in het gekkenhuis was hij niet te houden en weldra verklaarde hij dat god een cello was.
Dit ging te ver. De wereld bleek oud genoeg en daarom:

trompet in volle klaarte met lange nagalm-tijd

en daarom liet god zijn engelen verschijnen, blazend op het zuiverste koper dat ooit werd geschapen.

Het einde der tijden brak aan. Goeden en kwaden werden gescheiden, en wie overbleef mocht opnieuw de aarde bevolken.

voetbalsupporters bij het maken van een goal

In zijn gekkenhuis schreef de man gedichten op de muren. De volgende oordeelsdag zouden het cello’ s zijn die de tijden overbodig maakten.

Omdat gekken niet geoordeeld, laat staan veroordeeld mogen worden, bevolkten zij de lege aarde, en het was niet Columbus, maar de man die eeuwen later Amerika ontdekte en daarmee bewees dat de aarde de vorm van een cello had.

Cellothema
Geweer geladen, schot, gil, trein die voorbijkomt.

Ze wachtte.
Ze wachtte tot het morgen zou worden.
Niets is zo mooi als een morgen om de hand aan zichzelf te slaan.

Herhaling laden, schot, kreet, treinen.

Nog voor de middag zou ze gevonden worden. Hier ligt, enz. enz.
Een heel leven lang kon hij haar mond op mond beademen. Zij bleef wat ze was: dood.

Muziekthema tussen de volgende zinnen.

Een heel leven lang zou hij elke morgen aan haar moeten denken, tot hijzelf de ogen sloot.

Niets is zo machtig als de dood, dacht zij.
Ze zag zich in zijn gezelschap oud worden.
Ze wist wat het zou zijn.

Geluidenmix huishoudtoestellen en dito

Ze wist wat het zou zijn: de verveling, het trage verraad, de ontgoocheling, het vervreemden.
Terwijl de dood…

De dood bracht hen voor meer dan een tijdperk samen. Ze zou hen fixeren als toppunten van liefde, als eeuwig stervenden terwille van elkaar.
En als ze naar het mes zocht, hoorde ze zacht geritsel in de populieren en drie jonge knapen schudden hun goudgelokte hoofden.
Nu herinnerde zij zich Mozart. Zij wist wat ze zou zingen, nauwkeurig. Woord voor woord kwam haar voor de geest.

fragment van de 3 knapen uit de Toverfluit, deel 1

En ze wist ook dat de dood in dit leven werkelijk de dood zou zijn. Later, veel later dus.
Hun stemmen liepen over in de eerste morgenkleuren.
Een volgende keer was zij Pamina niet, maar Julietta. En dan…
De jongetjes sprongen uit de bomen en begonnen aan hun taak.
Wolfgang zag ze vliegen.
Net boven de grond eindigde het voorspel. Een prachtige finale.

24f5d-ernstvl7

Zang van de drie knapen, met daarna toilet dat doorspoelt. Daarna de woorden uit de herinnering:

-Vliegen met onhoorbare vleugelslag. Boven de aarde, deze buik met miljarden uitgedeinde kinderen.
-Hij schreef gedichten en liederen over de lucht.
-Deze vrouw bleef alleen over, samen met de bijna gepensioneerde generaals van de grote legers. -In zijn gekkenhuis schreef de man gedichten op de muren.
-De jongetjes sprongen uit de bomen en begonnen aan hun taak.

Venetiaans thema mandoline-concerto (Andante) plots afgebroken.

Toen alle gedichten tot dezelfde woorden waren herleid, kwam de periode van de dichters zonder woorden over de wereld.
Hun zwijgzaamheid werd geprezen.

Buitendecor met koekoek en vogels.

Hun zwijgzaamheid werd geprezen.
Om die zwijgzaamheid vorm te geven, drukten ze lege bundels met daarin de omtrekken van een gedicht, aangeduid door een open of gesloten lijn. Zo ontstond de tekenkunst.

Buitendecor gaat over in klankgroepen

En toen de aardbewoners bemerkten dat de werkelijkheid bijna zo mooi als de gravure of kleurencompositie was, begonnen ze woorden te gebruiken om hun verbazing uit te drukken.
Met die woorden maakten ze gedichten, en toen alle gedichten tot dezelfde woorden waren herleid, kwam de tweede periode van de dichters zonder woorden over de wereld.

Om niet in herhaling te vallen, werd nu de muziek uitgevonden en men zong in liederen zonder woorden wat er aan persoonlijke gevoelens te koop was.

Woordeloos gezang van Broeder Jacob

De ramen naar de tuin stonden ver open. Gezang van vogels lokte ons naar buiten.

Natuurdecor met merel

Het was inderdaad Venetië waar we ons bevonden. We sloten de ogen. In gondels gezeten bezochten we de lagune.

Vogelgezang is in mandoline-thema overgegaan.

Later vertelden we over deze tocht. Kinderen keken ons verbaasd aan. Ouderlingen schudden het hoofd. Toch kon men nog de zeelucht in onze kleren rieken, het oosten in onze ogen zien.

Hun verbeelding? Te gek meneer. Elk cliché herkauwen zij, en als ze bellen blazen lacht de goegemeente.
Met citaten zijn hun zuinige mondjes gevuld.
Tsjechov herschrijven zij en Shakespeare was toch maar een mens.
Ze kunnen niet meer tekenen en haasten zich om toneel te spelen, en waar vroeger de volksdansgroepen, naar het buitenland trokken, verbazen deze nieuwe gildebroeders het internationaal publiek met de nieuwe kleren van de keizer.
Als kostschoolmeisjes blijven zij gibberen.
Oh, maar dit is grappig.
Te gek, meneer.

dde15d9dccb73a8f916c0e3409a1761f

Dus zei het kind: (en de mannenstem)

Kind: Bij gebrek aan fabels, door tekort aan stadsverhalen, zal ik ze voor jullie uitvinden.
Ik ben.
Ik ben degene die jullie niet krijgen.
Timmer jullie theaters dicht, hou jullie gallereien gesloten
Ik kom.
Ik zal heel luid roepen, zonder schaamte, zonder pardon.
De keizer is bloot!
En pas op.
Ik laat me niet gebruiken door de uitgeleefde vertellers.
Ik laat me niet voor de kar van ‘vroeger-was-een-mooie tijd- spannen.
Ik ben.
Ik kom.
Ik vertel de verhalen over de geesten van de flatgebouwen.
De graal, gevonden na een lange zoektocht door de stadsriolen.
Wat uitgevonden is, zal ik weer uitvinden.

Venetiaans thema, 2de deel.

Woorden uit de herinnering:

-Het hoort erbij, zegde hij haar troostend. We moeten plaats maken.
-Toen de man na jaren weer buiten mocht, was hij te suf om nog diep te kunnen inademen.
-Uit hun nageslacht kwamen de nieuwe aardbewoners.
-Omdat gekken niet geoordeeld, laat staan veroordeeld mogen worden, bevolkten zij de lege aarde.
-Ze zag zich in zijn gezelschap ouder worden.
-Een volgende keer was zij Pamina niet maar Julietta , en dan…
-De ramen naar de tuin stonden ver open.

Verschillende soorten gongen en bellen als signalen

Degenen die nu de pest nog niet hadden, verzamelden zich op de heuvels buiten de stad.
Degenen die nu de pest nog niet hadden, sloten zich bij de verhalenvertellers aan.

Als het regende gooiden ze hun kleren weg en smeekten de goden om reiniging.
De epidemie bevolkte de hemel met lang vergane machten.
De vertellers bekeerden zich.
Hun schunnige verhalen ruilden ze tegen gebeden in.
Hun laatste restje trots verkochten ze voor wierook op de altaren.
Ze sloegen hun lichamen en lieten hun geslacht verdorren.
De lente overwoekerde hun gebeenten.
Nu de mensen verdwenen, staat ook de hemel weer te koop.

Bellen. Stilte.
Geluiden van roeiboot in grot, fakkels.

We steken de fakkels aan nu we de grotten invaren.
Gruwelijke tekeningen zijn zichtbaar.
Een kind wordt geofferd aan kennis en macht.
Het vaderschap vertrappelt vrouwen met vleugels.
Woeste Bachanten stenigen Orfeus, de beminnelijke zanger.
Het stalen tijdperk wordt door de draak gevreten.

Wie waren de bewoners van deze planeet?

Alleen nog de roeiboot hoorbaar

-Boven de aarde, deze buik gevuld met miljarden uitgedeinde kinderen.
-Zijn ziel baadde in lucht, tot het einde der tijden.
-Hun slangengezichten verbergen zij tussen het lover van de grote boom.
-Het was niet Columbus maar de man die eeuwen later Amerika ontdekte en daarmee bewees dat de aarde de vorm van een cello had.
-Een prachtige finale.
-Toch kon me nog de zeelucht in onze kleren rieken, het oosten in onze ogen zien.
-Wat uitgevonden is, zal ik weer uitvinden.
-Nu de mensen verdwenen staat ook de hemel te koop.
Wie waren de bewoners van deze planeet?

Muziekthema

60d96551f4faa4c5829d8b2eddb16327--art-vintage-vintage-prints

Mijn moeder vloog

dyn010_original_364_467_jpeg_2661635_f75f2520b2a0efc74a3236fa264b2ff6

Mijn moeder
vloog
de wereld rond
en
voor de avond viel
was zij weer thuis
en kookte
zij wolken
tot een brei
waarin nu en dan
gevallen-engelenvoeten
bovendreven.
De vleugeltjes
waren voor mijn vader.

Na de vaat
wilde ze nog
onder de sterren
vliegen.
Mijn vader
vond het best
en zei
dat hij me wel naar school
zou brengen
met de fiets.

Levenslang
heb ik uitgekeken
naar de eerste leeuwerik.
Het zou wel eens
mijn moeder
kunnen zijn, dacht ik.

 

 

TOEGANG TOT DE PERRONS, een radio-compositie

d5fab66aa4fed77b6b4f664f7fe39255--trains-cars

Antwerpen Centraal, 1979.
De toegang tot de perrons kostte je de prijs van een ‘perronkaartje’.
Ticketten werden nogal luidruchtig met een soort hefboom-apparaat afgedrukt.
Wilde je binnen of buiten het station dan duwde de reiziger een serie piepende en kreunende deuren open die net zo luidruchtig weer dichtzwiepten.
De roltrappen kreunden onder het gewicht van de aankomenden en vertrekkenden.
In het buffet klonk elke handeling als in een kerk.
Sissende dieseltreinen brachten het volk aan en voerden het weg.

Dat waren de werkelijkheden in en rond het station Antwerpen Centraal.
Er was een mooie traditional en de muziek van Ludwig van Beethoven die mij voortdurend aan rijdende treinstellen deed denken.
Door de luidsprekers klonken totaal onverstaanbare namen en mededelingen.
Zowel de muziek als de geluiden liepen in mijn hoofd in elkaar over.
Aankomen en vertrekken.
Het werd een korte radiocompositie, toegang tot de perrons.
De maker geeft eerst een korte inleiding en laat je daarna onderduiken in het aankomen en vertrekken van alle tijden. Antwerpen Centraal.   Uitstekend te beluisteren per hoofdtelefoon of met degelijke boxen, volume ruim open. Zoek niet naar de betekenis van elke geluid maar luister naar de geluidsgolven als naar muziek. Duw maar op het pijltje.

 

 

duurtijd: 17’51

Een station is een vergaarbak van geluiden zoals een orkeststuk een verzameling klanken is.
Wij wilden daarom dit korte verhaal alleen maar vertellen in geluiden, afgewisseld met muziek van Ludwig von Beethoven.
Beide verzamelingen zijn met elkaar verwant. De eerste noemen wij meestal ‘lawaai’ en de tweede krijgt de eretitel ‘muziek’ opgeplakt.
Ook de functies van onze beide elementen zijn verwant: zowel het station als de muziek zijn ontsnappingsplaatsen, vertrekpunten.
Toegang tot de perrsons vertolkt de alledaagse realiteit maar heeft ook aandacht voor de dromen zoals ze exemplarisch gedroomd werden tussen Bonn en Wenen.
Nemen de alledaagse klanken een structuur aan dan begint men plots een heel eigen muziek te ontdekken.
In deze korte radiodocumentaire kunt u luisteren naar de volgende deeltjes:
-Fuga voor stationsdeuren
-Staccato voor perronkaartjesautomaat, geldstuk en stemmen.
-Een vivace voor geluiden in een stationsbuffet
-Kleine cantate voor dieseltreinen en stationsfluitjes
-En tenslotte een voetenscherzo voor vertrekkende en thuiskomende reizigers.

chair-car-edward-hopper

HANNAH ARENDT: REPRESENTATIEF DENKEN

hannah_hist

Wellicht zijn de aanwezige teksten, hoorspelen en documentaires een aanwijzing dat ‘in de stilte’ geen beeld is voor een vereenzaamd, teruggetrokken leven.
Ik las deze morgen, en dat op tweede Pinksterdag, nog een mooi fragment dat de filosofe Joke J. Hermsen aanhaalt in haar boek ‘Heimwee naar de mens’ waar ze over Hannah Arendt praat, de Duits-Amerikaans-Joodse filosofe die zich Israels ongenoegen op de hals haalde bij haar bedenkingen over het proces Eichmann:

‘De aanwezigheid van anderen is voor Arendt een van de belangrijkste voorwaarden voor het denken, of althans voor die vorm van denken die haar voor ogen staat. Ze noemt dat denken met een ‘verbreed bewustzijn’. Deze vorm van denken, een denken dat steeds de standpunten van anderen bij de eigen oordeelsvorming betrekt, staat haaks op het totalitaire denken, dat de meningen en standpunten van anderen bij voorbaat negeert. Denken is voor Arendt altijd representatief denken, dat wil zeggen, dat we geacht worden ons de mogelijke standpunten van anderen voor te stellen door middel van ons verbeeldings- en inlevingsvermogen. Hoe meer standpunten iemand zich kan voorstellen, des te groter het vermogen tot representatief denken.’
(o.c p.123)

En ietsje verder:
‘Denken, zo zouden we de filosofie van Arendt kunnen samenvatten, kan alleen op grond van verschil. Het denkproces komt pas in beweging als het eigen standpunt door een ander wordt uitgedaagd of in twijfel getrokken. De voorwaarde voor het denkproces is het onderling kunnen en mogen verschillen van mensen. Zonder deze pluraliteit stokt het denken. En als het denken stokt, verdwijnt ook het oordeelsvermogen. Dan wordt de mens tot niet veel meer dan een ding , een machine gereduceerd. (..)’
(o.c. p.124)

En nog even terugspringend naar het al dan niet samengaan van filosofie en politiek:

‘De grote belangstelling voor Arendts werk heeft volgens mij hiermee te maken: in deze tijden van verregaande individualisering biedt haar werk, dat de nadruk op onze gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor de wereld legt, nog enig tegenwicht. Daarnaast heeft Arendt onophoudelijk een antwoord gezocht op een van de belangrijkste vragen van de twintigste eeuw, de vraag namelijk waarom westerse filosofen zo vaak geplaagd worden door een ‘hang naar het tirannieke’. Met name Heidegger, met wie Arendt als studente een verhouding had, heeft deze beschuldiging de afgelopen jaren regelmatig voor de voeten geworpen gekregen. De Belgische filosoof Jacques Taminiaux besteedt in zijn boek over Arendt en Heidegger, Het Thracische meisje en de professionele denker, waarin hij de filosofische interesses en meningsverschillen tussen hen zorgvuldig in kaart brengt, ook aandacht aan deze vraag.
De titel van zijn boek verwijst naar een anekdote van Plato, waarin deze het verschil tussen filosofen en ‘gewone’ mensen beschrijft. Deze anekdote wordt door Arendt met veel genoegen in Denken (1971) gememoreerd. Het verhaal gaat dat een Thracisch boerenmeisje op een dag in lachen uitbarst, als ze de filosoof Thales in een bron ziet vallen op het moment dat hij aandachtig de bewegingen van de hemellichamen gadeslaat. ‘Zo’n vurige ijver om te weten wat er in de hemel omgaat en niet eens zien wat zich vlak voor zijn voeten bevindt!’ De filosoof houdt zich kortom veel te veel met verheven, metafysische zaken bezig en heeft (levens)gevaarlijk weinig belangstelling voor de zaken van het dagelijks leven.
(o.c. p. 207-208)

40b7cc62147393b9557793ab3e3e83e3

Wat zich voor onze voeten afspeelt heeft mij ten zeerste geïnteresseerd, en de verschillende portretten en teksten in mijn radiowerk mogen in die richting wijzen. Niet alleen het vermakelijke dat zich daar afspeelt maar vooral ook de ervaringsdeskundigheid om een modewoord te gebruiken van mijn onderwerpen. Ik heb als mens veel van hen opgestoken.
Het veelzijdige van ons bestaan, de uit angsten geboren drang om ons bij een ‘grote’ groep ‘thuis’ te voelen en de gevolgen daarvan, gecombineerd met de ervaring van het dagelijkse leven bieden nog steeds mooie perspectieven. Je hebt alleen de stilte blijvend nodig om ze te laten neerdalen, vormt te geven en plaats in de openbare ruimte te bieden.

48af5-art-crea-dieu-croix-rousse-lyon-6-720x540-3

‘The gap, though we hear about it fist as a nunc stans, the “standing now” in medieval philosophy, where it serverd, in the form of nunc aeternaitatis, as model and metaphor for divine eternity, is not a historical datum; it seems to be coeval with the existence of man on earth. Using a different methaphor, we call it the region of the spirit, but it is perhaps rather the path paved by thinking, the small inconspicuous track of non-time beaten by the activity of thought within the time-space given to natal and mortal men. Following that course, the thought-trains, remembrance and anticipation, save whatever they touch from the ruin of historical and biographical time.’
Hannah Arendt, The Life of the Mind

Beluister een gesprek met Günter Grauss en Hannah Arendt hieronder, een opname uit 1964.
De Engelse ondertitels zijn niet altijd nauwkeurig, en het roken van beide personen moet je als tijdsfenomeen zien. Belangrijk is de inhoud die beetje bij beetje, al sprekend en denkend ontstaat. Een kostbaar document.

(Het boek van Joke J. Hermsen Heimwee naar de mens, essays over kunst, literatuur en filosofie, is uitgegeven door De Arbeiderspers, Amsterdam, Antwerpen 2003.)

NACHTELIJK

c8518cb6a5968ba4f7ed81516be786c9

De nachten, zei mijn kind,
de nachten zijn belachelijk dun
en soms ook afgelikt paars,
of van bladerdeeg
zoals de maan.

Onderwaterzwemmen:
-de wereld kopje onder-
Op veel te dure schepen
liggen matrozen
voor pampus
terwijl sterren
vruchteloos wenken.

In de gele buik van een tram
wil ik de stad uitrijden
en de nachtegaal loslaten
die jij in de piano hebt opgesloten.

Iedereen bewusteloos,
maar wij roeien op de vijver
waar de morgen slaapt.
Heb je wel gebeden, vraagt hij,
want zonder bidden
wierookt de mist als gifgas.

Ze heeft gezongen, zegt ze de nachtegaal,
de hazelaar knikte tevreden,
zelfs de kranten waren over haar te spreken.

Op haar schouder
wacht hij op de leeuwerik
om met een duet
uit de parelvissers
de ontwakenden gerust te stellen.

 Young-Hopper-Drawing
Above you can find Exhibit A from the collection. A picture that young Hopper, only 9 years old, drew on the back of his 3rd grade report card. A sure early sign of his talents.
Helemaal bovenaan ‘Boy and Moon van Edward Hopper (1906-1907)
Pen, brush and ink, and transparent and opaque watercolor on paper

VANUIT DE STILTE NAAR GELUIDS-GENOT

a92fa-brown3

Stilte is niet het ontbreken van geluid, net zo min als lawaai luid moet klinken om lawaai te zijn.
Stilte is de mogelijkheid om dichtbij, midden en verder weg geluiden te kunnen waarnemen die samen een ‘soundscape’ vormen of waarmee je zelf een soundscape kunt maken.
De sterkte doet er niet toe want lawaai is niet meer dan ‘ongewenst’ geluid, en dat kan net zo goed de venijnige klank van de tandartsboor zijn als de stoomhamer uit de walserij.

Stilte is dus openheid om waar te nemen, in dit geval met de oren, al wordt klank met het hele lichaam waargenomen.
Je aandacht richten op de geluiden uit je omgeving is een mooie begin-oefening voor jonge componisten en radio-makers.
Stel je voor dat je alleen thuis bent.
Het was een uitgangspunt voor een kleine radio-productie uit de jaren tachtig. We namen enkele uren thuis geluiden op die in en om het huis aanwezig waren en gingen daarmee aan het werk in de studio. Het werd een soort ‘verdroming’ van de alledaagse geluiden die eigen ritmes en associaties gingen vormen tot ze door een wekker werden verlost en terugkeerden naar hun alledaagsheid.
Natuurlijk hadden we nog geen digitale mogelijkheden. We waren al heel fier op de aankoop van een heuse ‘vocoder’ waarmee geluiden bewerkt konden worden en die ons de kans gaf de kleuren te onderzoeken en te gebruiken.
Luister maar mee, ietsje meer dan zestien minuten ‘Alleen thuis’. (16’38)

 

mdj_peter_serling_2010_web_0423

Enkele dagen geleden vond ik in de USA een mooie cd van een groep met een erg aansprekende naam. ‘BANG ON A CAN’. Ze verzamelden nummers onder de al even sprekende titel voor een radiomaker: ‘Field Recordings’.
Hieronder stellen ze zichzelf voor en volgen er twee nummers waarin alledaagse geluiden prachtig zijn geïntegreerd in hun totaalproductie.
Het geluid wordt een deel van de totaalklank die we dan bijvoorbeeld muziek kunnen noemen maar net zo goed een eigen dramatisch verhaal vertelt.

Veel luister-werk, koptelefoons of goede boxen aan te raden om je in de ruimte zelf terug te vinden. Gebruik een zo groot mogelijk scherm.

Bang on a Can is dedicated to making music new. Since its first Marathon concert in 1987, Bang on a Can has been creating an international community dedicated to innovative music, wherever it is found. With adventurous programs, it commissions new composers, performs, presents, and records new work, develops new audiences, and educates the musicians of the future. Bang on a Can is building a world in which powerful new musical ideas flow freely across all genres and borders. Bang on a Can plays “a central role in fostering a new kind of audience that doesn’t concern itself with boundaries. If music is made with originality and integrity, these listeners will come.” (The New York Times)

Bang on a Can has grown from a one-day New York-based Marathon concert (on Mother’s Day in 1987 in a SoHo art gallery) to a multi-faceted performing arts organization with a broad range of year-round international activities. “When we started Bang on a Can, we never imagined that our 12-hour marathon festival of mostly unknown music would morph into a giant international organization dedicated to the support of experimental music, wherever we would find it,” write Bang on a Can Co-Founders Michael Gordon, David Lang and Julia Wolfe. “But it has, and we are so gratified to be still hard at work, all these years later. The reason is really clear to us – we started this organization because we believed that making new music is a utopian act – that people needed to hear this music and they needed to hear it presented in the most persuasive way, with the best players, with the best programs, for the best listeners, in the best context. Our commitment to changing the environment for this music has kept us busy and growing, and we are not done yet.”

Current projects include the annual Bang on a Can Marathon; The People’s Commissioning Fund, a membership program to commission emerging composers; the Bang on a Can All-Stars, who tour to major festivals and concert venues around the world every year; recording projects; the Bang on a Can Summer Music Festival at MASS MoCA – a professional development program for young composers and performers led by today’s pioneers of experimental music; Asphalt Orchestra, Bang on a Can’s extreme street band that offers mobile performances re-contextualizing unusual music; Found Sound Nation, a new technology-based musical outreach program now partnering with the State Department of the United States of America to create OneBeat, a revolutionary, post-political residency program that uses music to bridge the gulf between young American musicians and young musicians from around the world; cross-disciplinary collaborations and projects with DJs, visual artists, choreographers, filmmakers and more. Each new program has evolved to answer specific challenges faced by today’s musicians, composers and audiences, in order to make innovative music widely accessible and wildly received. Bang on a Can’s inventive and aggressive approach to programming and presentation has created a large and vibrant international audience made up of people of all ages who are rediscovering the value of contemporary music.

 

EEN MAN EN EEN PAARD, een radiodocumentaire

DP122028

Een man en een paard, een radiodocumentaire uit de vroege tachtiger jaren van de 20ste eeuw.
Hij was 67 toen we deze documentaire maakten: een man met een bewogen leven waarin paarden een voorname rol hebben gespeeld.
Man en paard behouden hun zelfstandigheid.
Maar er is een band.
Ze respecteren elkaars eigenheid en zelfstandigheid.
De nauwe band die hen verbindt of verbonden heeft kwam langzaam tot stand.

Beluister zijn verhaal.

duurtijd: 27’40

 

agostini

Het bovenste beeldje komt uit de Hellinistische periode, 3de eeuw voor  V.C., de tekening is van de Amerikaanse kunstenaar Peter Agostini (1913-1993) Gedateerd: 1941.

 

WENDINGEN

Wendingen-1931_1280x500

 

Waarom

draait de rivier,

sterft het kind,

staan de koeien, gat naar de wind,

breekt een vriend je de nek,

kust een onbekende je op de lippen,

ratelt de regen,

verblijven wij op aarde,

zingen de monniken,

stinken kranten naar leugens,

stijgt de temperatuur,

gooien mensen zich op de grond voor god,

grijpen wij naar goud en zilver,

verbergen wij onze angsten

lezen we op het toilet,

en verlaten wij het leven,

terwijl de merels zwijgen.

 

Wendingen zijn het, kind,

wendingen die ons

tot een roerloos cocon omwinden.

Wat gisteren was, zal morgen zijn.

 

Het regent sterren terwijl je slaapt.

 

kopjewendingen

 

DORPSIDYLLE HEINRICH SEEPOLT

seepolt01

Merkwaardig en boeiend doek van merkwaardige en boeiende kunstenaar.
Heinrich Seepolt werd in 1903 in Duisburg (DE) geboren en bezocht de Kunstgewerbeschule in Essen, was medestichter van de ‘Duisburger Künstlerbundes’ en bezocht geregeld de Kunstacademie in Düsseldorf. Als Meisterschüler van Paul Klee zoekt hij naar zijn eigen stijl.
Vanaf 1932 gaf hij samen met andere Duisburgse kunstenaars atelier (in kamers van een politiebureau!) waarin het ‘zien’ werd verdiept: ‘Schulung des Sehens und Gestaltens’.
Het kenmerkt hem als kunstenaar dat hij eerder pedagoog dan artiest wilde zijn, denk ik.
Als de nazi’s aan de macht komen wordt één van zijn werken in beslag genomen als ‘Entartete Kunst’ (1937) en gaat hij ondergronds. In 1942 huwt een halfjoodse pianiste, Wilhelmine Schlüter.
In Zwitserland wordt zijn zoon geboren en in 1944 werd zijn Duisburgs atelier ‘ausgebombt’ en gaat veel werk verloren.
In 1950 komt hij totaal verarmd in Kirchheim wonen, een wijk van Euskirchen en ontwerp hij er mooie glasramen voor de Sint Martinuskerk. Hij sluit er vriendschap met plaatselijke deken Joseph Emonds die tijdens de oorlog een Joods gezin opnam in zijn woning. Hij werd zijn ‘Freund im Geiste und der Gesinnung’.
Beide mannen waren werkzaam in de toen pas ontstane ‘Friedensbewegung’.

seepolt02

Op zoek naar zijn werk vond ik alleen uiteenlopende kwalitatief middelmatige werken.
Dit doek echter, genoemd ‘Dorpsidylle’ toont een jonge originele expressionist. Het draagt het jaartal 1924, nog voor zijn scholing in Dusseldorf, maar als je goed kijkt (ik zag zijn 4 ook nog op een ander werk) dan zie je dat het ook wel eens een 7 zou kunnen zijn en 1927 lijkt me waarschijnlijker in zijn biografie passen.

Het is de weergave van een dorp van binnen-uit, het dorp zelf leeft als personage.
Man en vrouw met kindje keren terug van het veld, vrouwen bij een baby, iemand wast its in een teil, een vrouwtje komt ons tegemoet.
In de diepte liggen de heuvels, maar vooraan het schamele huis waar je langs allerlei trappen naar binnen kunt. Uit de schoorsteen komt een beetje rook.
De werkelijkheid is de werkelijkheid zoals de kunstenaar ze doorvoelt: een plaats voor schamele mensen maar die bij elkaar steun vinden met het huis als toevlucht en vertrekpunt.
De aardetonen houden het geheel ver van de ‘idylle’ al kreeg het een beetje ironisch die naam, een dorpsidylle, of komt die naam van een kunsthandelaar die geen ogen in zijn hoofd had?

Een prachtig werk is het, om levenslang te koesteren.

Olie op doek 49 cm x 60 cm
links onder gesigneerd en gedateerd
In een grote mooie zwarte kader, beschadigd aan de zijkanten maar zeker de moeite om te restaureren.
67 cm x 77 cm

Als Sohn eines Dekorationsmalers wurde Heinrich Seepolt am 26. September 1903 in Duisburg geboren. Er war Maler und Graphiker, ließ sich ab 1920 an der Kunstgewerbeschule Essen ausbilden und studierte von 1926 bis 1931 an der Kunstakademie Düsseldorf. Als Meisterschüler von Paul Klee entwickelte er einen persönlichen Stil, den er in der Nachkriegszeit in Kirchheim bei Euskirchen fachlich und mit persönlichen Akzenten weiter entwickelte. (…)

Und nachdem erstmals im Jahre 1937 eins seiner Werke aus einem Museum entfernt wurde, lebte er wegen drohender Verhaftung im Untergrund.
Da er ab 1950 mit seiner Familie verarmt in Kirchheim wohnte, fand er in dem dort wirkenden Dechant Joseph Emonds einen Freund, der anfangs nicht nur seine Familie mit Kleidung und Nahrung unterstützte, sondern sich auch als „Freund im Geiste und der Gesinnung“ zeigte. Beide Männer gehörten seit den 1950er Jahren – in verschiedenen Positionen – zur neu entstandenen Friedensbewegung.

( ‘Heinrich Seepolt (1903-1989) aus Kirchheim, ein activer Künstler in der Zeit der westdeutschen Friedensbewegung, Blog von Hans Dieter Arntz)

“Dorfidylle” Gemälde Öl/Leinwand, 49 cm x 60 cm, links unten signiert und datiert 24 /(27?) “Village idyll” painting oil/canvas, 49 cm x 60 cm, (67 cm x 77 cm) signed and dated 24 down left

 

In onze collectie nog te koop. Bij belangstelling gebruik ‘contact’. You can buy this beautiful painting. Please use ‘contact’.

 

HELENA, DE CASSETTES EN DE KINDEREN, een radio-portret

Helena heeft al een bewogen leven achter de rug. Maar ze heeft zoals ze zelf zegt een ‘manmoedige moed’. Wat ze denkt, zegt ze ook, en ze kan net zo snel spreken als denken. En dat in verschillende lagen en op hetzelfde moment.
Haar grote vreugde zijn haar kleinkinderen met wie ze liedjes opneemt op een cassette (we zijn in de vroege jaren 80!) en die dan daarna weer beluistert en meezingt.
Ze heeft haar manier van leven gevonden al blijft er ook nog een grote droomwens.
Een zeer levendig portret van een moedige vrouw met een groot hart.
Een uitzending in de serie ‘Het is kwart over twaalf en alles is rustig’ (1980-jaren)

(32′)

huyunju kim small memory

MARIA, liederen onder de perelaar. Twee radio-chromo’s.

 

b198781_polska_swietokrzyskie

Maria uit Polen. Als jonge vrouw is ze in België achtergebleven. Door bemiddeling van het OCMW had ze in het Gents Begijnhof een huisje gekregen waar ze haar eigen wereld heeft opgebouwd. Ze is dan al tegen de tachtig. Vol heimwee naar de landerijen in het thuisland, zingt ze elke dag zichzelf begeleidend op haar accordeon. Nu, veertig jaar later beluister ik nog vaak haar lied. Soms zingen we zelfs samen. We overbruggen tijd en afstand.

 

Bij problemen met de waterput wilden de gemeente-arbeiders de perelaar in haar tuintje omhakken om bij de leiding te kunnen. Wat ze ook beweerde, hoe ze ook wilde aantonen dat de put niet onder de geliefde boom te vinden was, het mocht niet baten. Maar ze zou haar geliefde perelaar redden!

pologne01

YVONNE IN DE STAD twee radio-chromo’s

dyn004_original_400_493_jpeg_20344_a6e45f124dc41f3fcf612bf36d8c16f2

(VRT) Radio-1 had de traditie plaats te bieden aan persoonlijke verhalen, alledaagse gebeurtenissen van alledaagse mensen die echter door hun persoonlijkheid merkwaardig waren.
Zo was er het programma ‘Het is kwart over twaalf en alles is rustig’, (later kwart over tien ’s avonds) waarin er voldoende tijd werd geboden om die persoonlijke ervaringen hoorbaar te maken.
Uit die programma’s en uit vroege radiodocumentaires maakte ik later een aantal ‘radio-chromo’s’, korte fragmenten, radiofonische prentjes, waamee je toch alvast een idee kreeg van degene die aan het woord was.
Vandaag twee chromo’s uit een documentaire: ‘Yvonne in de stad’.
We zijn duidelijk in het Antwerpse, al bij de eerste woorden merkbaar. Het zijn de vroege jaren tachtig van de vorige eeuw.
Of er intussen veel veranderd is?

 

Ze is blijven dromen. Ze wilde graag ‘schrijfster’ worden. Maar…

 

Twee chromo’s van een merkwaardige stem uit de stad.

Edward_Hopper_-_Girl_at_a_Sewing_Machine_(1921)

TOY, een radiocompositie

1005364_00_LI01110_Large1

Ze was vijf, zes jaar denk ik, dus rond 1978, 1979.
Terwijl we op haar mama wachtten speelden we vaak leeuw of vertelde ze voor mijn microfoon verhaaltjes.
Zo was er op een late namiddag het verhaal over god en de ‘engels’ (engelen)
Gewend aan de Nagra (professionele bandrecorder uit die dagen) vertelde ze zonder dat ik al te veel vragen moest stellen.

Daarna trok ik naar de toenmalige speelgoedwinkel Christiaensen en verbaasde daar menig bezoeker met het uittesten van allerlei geluiden door het hanteren van speelgoedjes die geluid maakten.
We zijn nog een eind van het computertijdperk, er was dus nog een draaitol met muziek, een gewoon kinderpianootje, staafjes met belletjes en ratels, enz.
Met dat speelgoed trokken we een week naar de studio.
Probeerde de kleine Sofie vat te krijgen op de bovennatuurlijke wereld met haar verhaaltjes, wij wilden met speelgoed een compositie maken waarin we konden deelnemen aan dat wondere.

Ons instrumentarium:

-draaitol met muziektonen
-speelgoedtrompetje
-gummifiguurtjes met geluid
-ratel
-kinderpiano
-speelgoed-ambulance
-speeldoosje met gekend melodietje.
-autootjes met geluid
-staaf met belletjes
-houten fluitje

We maakten eerst de onderdelen, vaak nog via lange lussen tape, probeerden ruimtelijke en toen nog zuinige elektronische mogelijkheden en brachten daarin de stem van het kind.
We wilden vooral niet illustratief te werk gaan, maar onze kinderlijke verbeelding opnieuw opzoeken. Een heuse compositie maken waarin de stem een onderdeel was van een gemeenschappelijke wereld.
Zo ontstond ‘Toy’, een samenbrengen van verbeelding. Een radio-compositie.
De Finse radio zond deze compositie later uit met over de kinderstem een Fins jochie.
Het kind van toen wordt dit jaar vijfenveertig maar dat wondere, die verbinding met het kind van toen, heeft ze nog altijd. Graag dus aan haar opgedragen.

Druk op het pijltje om te beluisteren.

seraphim2

 

Als de god dood is dan komt er altijd een nieuwe god,
maar niet anders,
want als de god dood is dan komt er niet direkt een andere god
maar het moet nog jaren duren voordat de andere god komt,
want deze god die doodgegaan is, dat was een heel goeie god
want die had ons bedankt voor de feeën in de hemel,
dat bestaat wel, hoor.

electronische stem: TOY Thau Omega Upsilon

Als je een hele lange wolk ziet, dat is de fee.
De god kan de fee, die lange wolk, betoveren in een fee,
dus alles is in de wereld,
en daarboven in de lucht dat wil je ook wel weten,
daar zal ik nu over vertellen.

Waar ’s morgens of ’s middags de maan naar toe is
en de sterren die zitten ergens anders,
wel in Spanje.

Als mijn zusje dood zou zijn dan had ik ook wel veel verdriet
en de god ook natuurlijk,
want de god die kent iedereen,
iedereen op de wereld.
Hoe kan dat? Dat weet ik.
Ik zal het zeggen als iedereen stil zal zijn,
want anders kunt je ’t niet horen
en dan weet je niets over de wereld.

O, de god, Jezus.
Jezus, zo ziet die eruit,
en Jezus die ziet eruit
-ge kent wel he, zo’n klein Jezuskes op een taart, he,
zo ziet de god eruit.

O, in de hemel,
heel hoog, nog hoger dan de lucht
daar woont hij, of ook in een ander land
maar je kan hem wel zien, dus de god is dan wel groot.

Ik zal nu over de engels vertellen (engelen)
De engels die dienen om… het leven goed te maken,
want de engels die komen van de god en Jezus,
daar waar die wonen dat is in een stalletje;
die hebben twee vleugels en een …kopke
en een ..buikje, en dat buikje dat ziet voor altijd, altijd…
blauw! Blauw.

Omdat ik de wereld al ken van vroeger
toen ik nog een babytje was,
toen zat ik nog in de buik van mama,en toen wist ik alles en daarom weet ik het nu.
En toen groeide ik en zei het:
‘Ik zal u vertellen wat er was.’

3V9A2348

BLAUW- EN PAARS GETINT

P1050120

Blauw- en paarsgetint, lilla-tonen, zo oud als de tuin en het huis (ze moeten in hun 84ste jaar zijn) de blauwe regen en de seringenbomen.
Ze willen hoger, de lucht in.
De blauwe regen zwiept zo lang met zijn tentakels tot hij een takje van een boom vindt en kruipt dan langs de Atlas-ceder hoger op of gebruikt de hedera om de muur te veroveren.
De seringen zijn steeds hoger gaan wonen bij gebrek aan deskundig terugsnoeien, maar zijn daardoor een rustpunt als je vanuit de werkkamer van Marie de tuin inkijkt: toortsen paars en achteraan een witte soort.
Kortstondig.
Vooral de geur van seringen.
Zacht, en toch doordringend.
Maar kortstondig zoals alles wat mooi en kwetsbaar is.

In de late namiddag maakte ik enkele foto’ s.
Voorbij het hoogtepunt alvast, althans de seringen, op de terugweg.
Maar met de ontrollende varens een belofte van lange avonden.
In juni zou de liguster geuren, maar een winterstorm met sneeuw en ijs brak een reusachtige tak van de ceder en die verwoestte de (al zieke) liguster. Toch staan er nog enkele staken-bossen en tegen de afgesneden stokken aan de grond schieten scheuten op, onbedwingbaar.

Twee markante eigenschappen:
Kortstondigheid.
Het onbedwingbare groeien.
Ze lijken een tegenstelling te zijn, maar vullen voortdurend elkaar aan.
Dat het verschijnsel ‘mens’ daarin soms moeilijk is te plaatsen kan ik begrijpen.
Al wordt het nog oneindig lang weer lente, het verhaal van het uitgebloeide als voorwaarde voor nieuw leven klinkt aannemelijker als je dertien bent dan op je vierenzeventigste.
We zullen het dus bij ‘wijsheid’ houden als we over ouderdom spreken al laat het woord zelf iets anders vermoeden.

P1050117

 

P1050127

EEN DAME SPEELT TONEEL (met Dora van der Groen)

dora

In de jaren tachtig van de vorige eeuw schreef ik voor Dora van der Groen 3 radio-monologen rondom de menselijke stem.
Eén ervan, ‘een dame speelt toneel’ kun je hier lezen en horen. (maart 1987)
Er zijn duidelijk twee ruimtes: de ruimte op het toneel, de innerlijke ruimte.

Klik hieronder op het pijltje om Dora te beluisteren:

Ismael-Nery-0331

Stel nu dat ik niet de naam van een sterveling zou dragen, maar bekend zou zijn onder de naam Psyche, de jongste van de drie koningsdochters.

(Hier draait de actrice zich langzaam om. Ze kijkt naar het publiek dat nog niet is uitgekucht. Ze zwijgt en schudt het hoofd. Zou zij de woorden herhalen, of kan ze gewoon verder? Zonder misprijzen herhaalt ze dus de eerste twee zinnen.)

Stel nu dat ik niet de naam van een sterveling zou dragen, maar bekend zou zijn onder de naam Psyche, de jongste van de drie koningsdochters.

(Men is in het hedendaagse theater meer gewend dan een nodeloze herhaling, dus ook nu nog kijken alle ogen vol verwachting naar de actrice.)

Mooier dan de godin Afrodite noemde men mij, al waren ook mijn zussen graag geziene foto’s in de sjieke boulevardbladen.

(Het publiek vergeeft je veel. Onder het mom van verbeelding zijn ze bereid je de schoonheid te schenken waar je om gesmeekt hebt. Wat ze zelf niet bezitten, kunnen ze moeiteloos weggeven.)

Het verwonderde dan ook niemand dat men tempels voor mij oprichtte,terwijl Afrodites bedeplaatsen leeg liepen.

(Als ik nu de zaal inkijk, zie ik ze de vergelijking met de goddeloosheid van deze tijd maken. Vergis je niet, toeschouwer. Ik speel Monroe niet, en heb geen nood de lege kerken te verdedigen.)

Kwam ik in de stad, dan liepen de mensen buiten, en strooiden ze bloemen op mijn weg. Fotografen en drukdoende nepjournalisten hoorden van in mijn kindertijd bij het straatbeeld.

(Kom nou, denken ze. Je kunt best heel mooi zijn geweest, maar maak het niet te grof. We zien een rijpere vrouw voor ons die in nog heel weinig aan de regels van de voorgeschreven schoonheid beantwoordt. Natuurlijk, er zijn er enkelen die het over uitstraling zullen hebben en hun eigen lelijkheid al jaren met zielen-adel en innerlijke rijkdom trachten te camoufleren.)

Zoveel eer en mondaine aanhankelijkheid werd Afrodite een beetje te veel. Ze riep haar zoon Eros. Eros is de god met de gouden vleugels. Hij schiet pijlen in de harten van de mensen. Onzichtbaar zijn ze voor het oog, maar des te meer voelbaar. Wie erdoor getroffen werd, ontstak in vurige liefde, en dat betekende geluk voor de enen en bittere smart voor de anderen.

(Hier wacht de actrice. De toeschouwers weten vooruit dat de jonge god op Psyche verliefd zal worden, maar ze hebben tijd nodig om hun eigen bekrompen verliefdheidjes voor de burgelrijke geest te roepen.)

DP122072

Je moet naar de koningsdochter Psyche, zoon.
Ze laat zich als een godin vereren. Nu de moraal zoek is geraakt en de kerken tot vriendelijke eilanden zijn verworden, zal men haar op aarde nog heel weinig in de weg leggen. Verwond haar met een pijl zodat ze stapel verliefd wordt op de verachterlijkste man die op aarde rondloopt.
We kunnen niet wachten tot ze rimpels begint te krijgen of door een overdosis drugs een einde aan haar leven maakt. Juist dan zal ze een mythe worden terwijl ik haar uit de gedachten van de mensen wil verbannen zodat de offervuren weer zullen opvlammen in mijn tempels.

(Dus toch, denkt het publiek. Dus toch Marilyn. Dus toch een parabel over de kerkelijke leegloop die wel zal gestraft worden eens het mensdom onder aids of het boze communisme ligt te zuchten!
Vergis je maar niet, kunstbroeders en -zusters. Het theater is geen strijdplaats, geen nest voor revoluties. Het is uit de religie geboren, dichtbij de dodenspelen. Het leven van goden en helden in de mond van stervelingen.)

En Eros streek neer in een boom dichtbij het paleis van Psyche’s vader. Hij nam pijl en boog en wachtte. Toen verscheen Psyche.
Langzaam liet Eros zijn boog zinken en keek. Hij keek tot ze zich weer in het paleis terugtrok. Toen stak hij zijn pijl weer in de koker en vloog weg. Voor het eerst had hij een bevel van zijn moeder in de wind geslagen.

(De actrice verdwijnt in het donker; het noodlot is bekend. Goden en mensen zullen met elkaar willen paren. Alsof de fruitbloesems verlangden door het zaad van de weidende kuddes de appel of peer te vermijden, het rottingsproces van de herfst te ontvluchten. Dom als bloesems zijn, zien zij het slachthuis niet, het einde van het vermeende eeuwige leven.)

muziek

Gebeden en offers, maar geen man, terwijl mijn zusters uitgehuwelijkt zijn. Te grote schoonheid schrikt de liefde af.

(Hier wacht de actrice even. Zij kijkt in de zaal zodat de toeschouwers de tijd krijgen om hun vroegere verlangens te toetsen met het leven dat ze nu leiden.)

Te grote schoonheid schrikt de liefde af.
Dus stuurde mijn vader een bode naar het orakel om de grillen van de goden te leren kennen.
‘Kleed je dochter in een doodskleed dat haar bruidsjapon zal zijn. Voer haar dan naar de top van de hoge rots achter het paleis. Daar zal haar bruidegom haar komen halen. Een bovennatuurlijk wezen is hij voor wie zelfs de goden beven.’

Dat was het antwoord van het orakel.

1981.52

(De actrice slaat een zwart doek om haar lichaam. Een monster zal haar levensgezel zijn, la belle et la bête. Beginnen de toeschouwers te begrijpen dat dit te verkiezen is boven het alledaagse leven met de geliefde die gedoemd is het huisdier te worden?)

Boven. Alleen met de sombere wind en de grijze wolken. Maar Zefyros, de westenwind was mij niet slecht gezind. Hij nam mij op en droeg me naar een liefelijke vallei waar hij me neerlegde tussen fluweelzacht gras temidden geurende bloemen. Ik hoorde een bron en door het wuivende gebladerte van oude bomen zag ik de omtrekken van een schitterend paleis met muren van gedreven zilver en een dak van goud en ivoor.
Een verblindende glans straalde mij door de wijdopen poort tegemoet.

(Hier wordt door contrejour en wat kleurlicht het paleis verbeeld dat de ontvoerde zal binnengaan. Hoe worden zij door de stralen aangegrepen, het publiek. De zon achter de wolken, een bundel licht in een kerk, het theater. Was het niet de god Eros die de naam droeg van de alles-aan-het-licht-brengende?)

Een villa met alles erop en eraan. En nog niet van mijn verbazing bekomen, hoorde ik een stem uit een lege ruimte boven mijn hoofd:
‘Welkom, Psyche, welkom in het paleis. Alle schatten in dit huis behoren jou toe. Mijn dienaren zullen elke wens die je uitspreekt vervullen.
‘Ik zou graag baden’, zei ik. Onzichtbare handen hadden in een oogwenk een dampend bad klaargezet en daarna vond ik de tafel gedekt. Een onzichtbare zanger, begeleid door onzichtbare muzikanten zong een wondermooi lied, tot ik moe werd en ik mijn bed gespreid vond in een andere zaal.

(hier legt de actrice zich neer op een rustbed; het bed is een beetje opgericht zodat het publiek de vermoeide maar nog niet slapende Psyche kan zien. Al weten zij dat zij de enige actrice is in deze productie, zij willen graag de verwachte minnaar erbij denken. Zo is een spot de stralenbundel van het bovennatuurlijke, en een onuitgesproken woord de aanwezigheid van een niet bestaand. Theater is dus toch een rite, een mysteriespel.)

Hier lig ik in het beginnend donker, de radeloosheid van mijn ouders en vriendinnen in het hoofd, de wondere gebeurtenissen van deze dag nog in de ziel. Overvol dus, zodat er geen plaats voor de slaap is. Nu het nacht wordt, hoor ik een ruisende vleugelslag. Iemand nadert mijn bed en vlak bij mijn hoofdkussen hoor ik zijn stem. Dat ik niet bang moet zijn, zegt een mannenstem met nog het roze van een jongen in de intonatie. Dat ik een leven van vorstin zal leiden in zijn paleis. Dat hij mijn man is en me elke nacht zal bezoeken.
Maar zien zal ik hem nooit.

(Nu speelt de actrice in enkele sobere bewegingen het zalige van het liefdesspel met een ongeziene minnaar. Theater is kuis. Het marmer blijkt van piepschuim, de kussen beperken zich tot een lichte neiging, het minnespel verschraalt tot hetgene de toeschouwers van een minnespel verwachten: licht gekreun, een diep gezucht, een kortstondige hevigheid, en dan zoveel geluk voor zo weinig moeite. Het is het gemiddelde van al de liefdesspelen overal ter wereld: men kan niet meer verwachten als men zijn minnaar wel te zien krijgt, opgesloten in zijn jacht naar een orgasme, zijn lichaam in dezelfde standjes, zijn vingers naar dezelfde plekjes. Dit verklaart het succes van de grote liefdesverhalen en de kleine slippertjes.)

Zo leefde ik heel eenzaam, half slapend tijdens de dag in mijn paleis. ’s Nachts bezocht hij mij. Wat deed hij overdag? Was hij piloot, werkte hij als monster in een circus? Zijn vaardigheid in de liefde lieten mij aanvankelijk het ergste vermoeden: had hij nog een aantal van deze droompaleizen en was ik maar een onderdeel van zijn programma? Ik verzweeg mijn angst en gaf me over aan de listen en de lusten van de ongeziene minnaar.

muziek

Op een morgen hoorde ik heel ver mijn naam schreeuwen. Het waren mijn zusters die op een hoge rots stonden en jammerden. Mijn onzichtbare had me daarvoor gewaarschuwd. Maar ik verlangde heel erg naar de mensen uit mijn vroeger leven en had hem gesmeekt hen te mogen ontvangen.
Je kunt ze geschenken geven, maar spreek niet over mij, had hij gezegd. Ik riep dus de westenwind, Zefyros en vroeg hem mijn zussen af te halen. Na enkele ogenblikken stonden ze voor mij.

Hoe vals is de voorbije tijd. Hij maakt de gehate huisgenoten tot edele mensen. We kusten elkaar en babbelden over de gewone dingen. Maar toen ik hen rondleidde verging het lachen hen helemaal. Ze baadden zich, aten en vroegen jaloers naar mijn echtgenoot. Ik deed alsof ik hen niet hoorde, maar ze bleven aandringen en plagen, en tenslotte zei ik: hij is nog heel jong en verzot op jagen. de hele dag zwerft hij in de bossen. Ik gaf hen gouden munten en zilveren hangers en vroeg Zefyros hen weer thuis te brengen.

Fragonard_psyche

(Hier kijkt de actrice naar de richting waarin haar zussen zouden verdwenen zijn. Heeft ze heimwee naar het banale leven? Verlangt ze weer naar de bewondering van het grote publiek? Tenslotte was zij een actrice zonder rol, een personage zonder roman. Of is ze fier haar zussen jaloers te hebben gemaakt? Ze zucht en wacht op de nacht. Zijn haar toeschouwers nog gelovig? Ook daaraan kan ze denken. Blijft haar naam op de affiche, of verwijnt deze productie naar de goed bedoelde pogingen? Hoort ze niet te veel schuifelen? Is de laatste rij ook bezet? Kwam vandaag niet de criticus van dat belangrijke tijdschrift?)

Je hebt je goed uit de slag getrokken, zei mijn onzichtbare. Maar of ze ze de volgende keer ook nog zo slim af zult kunnen zijn? Ze zijn half gek van jaloezie. Maar denk eraan: ze mogen niets over mij vernemen, zoals jij ook niet mag vernemen wie ik ben. Als je ook maar éénmaal mijn gezicht zou zien, moeten wij uit elkaar, voor altijd.

(Wil de actrice zich omdraaien? Net zoals Orfeus niet meer kunnen wachten? Je ziet haar twijfelen. Het publiek moet begrijpen dat ze zijn lichaam wil zien, dat ze de onzichtbare minnaar een gestalte wil geven. Ze moeten hun eigen leven vergeten. Hun vaak banaal op elkaar liggen, hun pogingen tot onttrekken. Hun gekluisterd zijn in één bed, levenslang. Mannen en vrouwen moeten door haar woorden de warmte van de geliefde in de rug voelen, nu, op dit ogenblik.)

Heel ongeduldig waren mijn zussen om me weer te zien. Ze wachten niet eens op Zefyros maar sprongen van de rots. Gelukkig was hij in de buurt en ving hij hen op en bracht ze naar mij. Toen ze weer eens over mijn man begonnen, zei ik zonder nadenken: ‘Ach, hij is al oud en dan gaat de ernst van het leven doorwegen. Hij is meestal op reis voor zaken. Ze kuchten.
‘We hebben het jou niet dadelijk willen zeggen, maar we hebben jouw ‘man’ gezien.’ zei de oudste.
‘Weet je wel met wie je getrouwd bent? Met een monster. Een paar herders hebben hem zien vliegen in de buurt van de rots waar jij ontvoerd bent,’ zei de andere.
‘Waarschijnlijk mest hij jou vet om je daarna te verslinden.’
‘Maar hij is zo zacht en zo lief,’ probeerde ik me te verdedigen.
‘Hij wil je niet verliezen.’
Ik begon werkelijk bang te worden.
‘We zullen je helpen, zusje. Hou een lamp verborgen onder je bed en een scherp mes. Eens hij slaapt neem je de lamp en je snijdt hem bliksemsnel de keelf af. Wij zullen zorgen dat je thuiskomt. We zijn toch je zusjes.’
Toen Zefyros met de zusters was weggevlogen, bracht ik alles in gereedheid.

(Nu gaat de actrice naar het rustbed. Ze heeft een zaklamp bij en een mes. Ze verbergt ze onder de lakens. Het publiek begint zich af te vragen hoe een onzichtbare, niet aanwezige man in beeld zal gebracht worden. De truckendoos. Zal zijn stem via de bandrecorder komen? Horen we hem via haar stem? Gebruikt de regisseur een symbool, een kussen bv. of een vangnet? Het publiek wacht nooit op een verhaal. Het wil spektakel. Ook de criticus volgt niet meer. Hij vraagt om een intellectueel spektakel. Hij vergelijkt deze voorstelling met andere voorstellingen. Hij laat zich niet meer innemen. Hij kan alleen nog overdonderd worden door een knappe montage. En de actrice? Denkt zij aan de nacht die op deze voorstelling zal volgen? Is zij bezorgd over de afbetalingen van het te dure appartement? Zal ze straks gaan eten met Raymond, de jongeman van de belichting? Denkt zij aan de komende vakantiedagen? Vraagt zij zich af of er nog een volgend speeljaar komt?
Of werpt ze zich in het spel, vecht ze tegen de honger, het gerommel in haar maag, de pijn in de onderbenen? De actrice gaat liggen. Vleugels in de nacht worden hoorbaar. Ze rilt. Het publiek weet dat ze de schoonheid zal vermoorden. Het roept niet zoals de kinderen dat nog doen. Het is opgevoed, dit publiek. Het bezoekt schouwburgen en musea. Het heeft de mond vol over de subsidieringspoilitiek van de cultuurminister. Het wacht de gebeurtenissen af om daarna te oordelen. Iedereen heeft zich gepansterd. Waarom zou Eros nog verschijnen? De zussen hebben al lang hun slag thuisgehaald!)

Zijn ademhaling. Heel regelmatig en diep. Hij ligt dicht tegen me aan. Hij was moe vandaag.
Ik knip de lamp aan, het mes onder handbereik. Zijn gouden vleugels. Zijn jongensgezicht. Zijn sterk-slank lichaam. Eros slapend. De lamp schiet uit mijn hand. In het donker hoor ik hem ontwaken. De kamer licht op als hij zijn vleugels spreidt. Hij kijkt mij aan. Zonder een woord te zeggen vliegt hij door het raam de nacht in.

muziek

(De actrice verdwijnt uit de lichtcirkel. Het effect dooft. Eros als contrejour uit de diepte van het rustbed. Onzichtbaar gemaakt door licht. In het programma-boekje staat dan iets als: zodat de toeschouwer een eigen projectie kan maken van het geliefde wezen. Of iets dergelijks. De actrice komt nu naar de voorscene. Haar haren hangen los. Het is haar aan te zien dat ze pijn heeft. Haar lippen zijn droog. Haar stem hees van zijn naam te roepen. Haar kleren verhakkeld.)

Als ik nog een beetje kracht heb in mijn mondspieren, gebruik ik het dan om water te vragen, om voedsel te bedelen? Neen. Het dient om zijn naam te vormen. Eros. Ik heb bijna geen stem meer. Maar in mijn mond blijft ze de zoete letters vormen: Eros. Straks schrijf ik zijn naam in het zand, of tatoeëer ik hem op mijn voorhoofd. Iedereen klamp ik aan. Eros. Zeg ik dan. Mijn man. Sommigen zijn vriendelijk. Anderen spotten.
Iedereen denkt met een waanzinnige te doen te hebben. Eros. Eros.

41b61eec3f1bd97153a13111d00b6e75

(Nu is het publiek stil. Het is verslingerd op gekken en dronkaards. Ook stervenden gooien hoge ogen. Komt er dan nog een afscheid bij, een zoeken naar de verdwenen geliefde, dan is succes helemaal verzekerd. Wij houden van de afwezigen. Onze innigste band hebben met de doden, dan degenen die vertrokken uit ons leven en met anderen hun aardse dagen slijten.

De actrice vertelt over de dood van haar twee zusters. Ze sprongen van de rots in de hoop dat Zefyros hen zou opvangen om dan met Eros te trouwen. maar Zefyros was er niet. Met toonloze stem doet de actrice het verhaal van hun dwaze dood.)

Zo liggen ze daar. Aan de voet van de rots. In bruidskleren. De ware gemalinnen van Eros. Vogels pikken hun vlees, de zon bleekt hun gebeente. De ware gemalinnen van Eros

(De actrice ontmoet de bodes van Afrodite. Al ziet zij niemand, en ook het publiek heeft niet dadelijk iemand in de gaten, toch roept zij de gestalte op van een dienares die haar aanmaant naar het paleis van de liefdesgodin te komen. Ze bindt haar haren bij elkaar, werpt een witte mantel om en draait het bed om dat nu een troon geworden is. Fel licht verbeeldt de godin.)

Zo Psyche. Word je nog altijd als een godin vereerd? Eros ligt ziek in zijn kamer.  De deur op slot. Geen tedere ontmoetingen meer.  Jij bent de schuld van zijn kwaal.

(De actrice heeft deze zinnen gezegd met de rug naar het publiek, zodat de stem vanuit de troon scheen te komen. Nu draait ze zich om en kijkt bijna wenend de zaal in.)

Zakken graan, gierst en papaverzaad, erwten, linzen en bonen werden op de grond uitgestort. Ik kreeg de opdracht de zaden soort bij soort te leggen nog voor het morgen werd. Moedeloos legde ik me neer. Maar toevallig kwam er een mier langs en die haalde een leger soortgenoten en nog voor het licht werd lagen er zeven doorten zaden netjes bij elkaar.

(De actrice is opgewekt. het licht op de troon flitst aan. Al weet het publiek dat er nog drie proeven zullen volgen. Het staat aan haar kant.)

Eerst haalde ik gouden wol van gevaarlijke schapen, dan beklom ik de hoogste toppen om water uit de zwarte bron te halen, en tenslotte zond Afrodite mij naar de onderwereld om bij Persefone een zalfje te halen dat Eros moest genezen.

(De actrice schudt het hoofd. zij weet dat zij bij de doden moet horen om in de Hades te komen, maar eens dood de onderwereld niet meer kan verlaten. Het publiek wacht op nieuwe wonderen. Het publiek wacht altijd. De actrice besluit haar laatste verhaal.)

Toen ik me van een hoge toren wilde werpen om als dode bij de doden te komen, kregen de stenen medelijden. Je moet de ingang van het dodenrijk zoeken, ver in het Westen, een donkere kloof tussen zwarte rotsen. Ga er niet met lege handen binnen.  Neem in elke hand een honingkoek mee en steek twee kleine munten in je mond, onder je tong.  Denk eraan, je mag er met niemand spreken.  Kereberos, de hellehond, zal je de weg versperren, maar als je hem een koek geeft, laat hij je door.  En Charoon, de veerman die de doden over de Styx brengt, is tevreden met een gouden munt.  Heb je de zalf, keer dan zo vlug mogelijk terug en gebruik de overige munt en koek om weer buiten te geraken.  En zo gebeurde het.

(De actrice loopt nu naar de jardin-kant van de scene.  Ze is blij. Het publiek begint te kuchen.  Ze vermoeden het einde.  De actrice twijfelt.)

Terug in het licht maakte ik het doosje open. Ik zonk in een diepe slaap, of was dit de dood?

(Het witte kleed spreidt zij als een dodenmantel om haar heen. Ze is in de aarde gegroeid. Heel langzaam open ze weer de ogen, kijkt in de donkerte van de zaal en begint zich om te kleden.)

Volgens het verhaal zou Eros me gevonden hebben. Hij maakte me wakker met een van zijn pijlen en vloog dan weg. In het paleis stond de mooie god naast zijn moeder en smeekte om Psyche genadig te zijn. Toen ook nog Zeus zijn stem liet horen werd ik bij de goden van de Olympus opgenomen. Er werd een bruiloftsfeest gevierd op de godenberg waaraan alle goden deelnamen. Ze aten ambrozijn en dronken nectar en de negen muzen zongen het bruiloftslied.

(De actrice lacht. ze heeft een bevallig mantelpakje aan. Haar psyche-spullen liggen wanordelijk op de planken.)

Dat heb ik dus niet gedaan. Ik ben wakker geworden. Werkelijk wakker geworden. Waarom zou ik achter Eros aanjagen? Bijna een jaar heeft hij mij in zijn paleis verborgen. De bijslaap is geen betaalmiddel voor zoveel verlies van vrijheid. Dan heb ik eindelijk omgedraaid, dank zij mijn stomme zusters, en daarvoor werd ik met waanzin gestraft en kreeg ik de moeilijkste proeven uit te voeren om weer in de gunst van de goden te komen.
En waarom?
Omdat ik mooi ben.
Omdat de mensen mij als een godin vereerden.

(De actrice ontschminkt zich, zittende op de nu donkere troon van Afrodite, het vroegere liefdesbed.)

Het is niet makkelijk je van de goden te bevrijden. Nog moeilijker blijkt het je van de liefde voor een man te ontdoen. Maar wie zich verliest voor goden en mannen wint alleen een kortstondige droom. Ik ben naar mijn vader teruggekeerd en nam na zijn dood de kroon.

(De actrice poseert als een hedendaagse koningin.  Het publiek fungeert als fotograaf.  Het publiek wordt daardoor van zijn voyeurrol verlost.  Het ontspant zich.  Uit het nabije restaurant komt de geur van gebraden kipfilet. De voorstelling is bijna afgelopen.)

Ik heb de wijsheid en de schoonheid tot burgerdeugden verheven.  De orakels zijn te bezichtigen in het folklore-museum, en Zefyros brengt de kinderen rond in het plaatselijk pretpark.  Wel laat ik nog altijd het raam van mijn slaapkamer open.  Bij heldere nachten denk ik soms zijn vleugelslag te horen, maar het blijkt een duif te zijn of het geluid van een verre straaljager.

(De actrice raapt de kleren van Psyche op. Ze twijfelt. ze kijkt in het publiek. Alsof ze een kandidate zoekt om haar rol over te nemen.)

Ik ben ouder geworden. In mijn rijk is het goed om wonen. Er heerst een betrekkelijke rust. Wijze mannen en vrouwen worden door het volk gekozen om hen te regeren. Iedereen heeft voldoende te eten. Er is muziek en toneel.

(De actrice schikt de Psyche-kleren op een kapstok. Ze doet dat met een zekere tederheid. Wil ze het publiek laten geloven dat het niet helemaal een droom was. Wil ze Eros terug laten keren en met hem naar de godenberg vliegen?)

Ik had graag een zoon gehad. Of een dochter. Maar de drukte van het regeren was niet te rijmen met de zorg voor een kind. Als het een jongen was, had ik hem Eros genoemd.

(Het is donker geworden op het toneel. Aan de koer-kant schijnt er nog wat licht door een openstaand raam. Heel langzaam loopt ze naar het raam. Ze sluit het.)

Muziek

Voor Dora van der Groen
maart 1987

exh2006_B-19

 

EEN TUIN, EEN SCHILDER, EEN DICHTERES

DP139631

Celia Thaxter’s Garden, Isles of Shoals, Maine Childe Hassam (1859-1935)

This painting is one of the finest of a series of works that Hassam made during summers in the 1890s on Appledore Island, one of the Isles of Shoals, which lie ten miles east of Portsmouth, New Hampshire. This series portrays the sumptuous wildflower garden cultivated by his friend, poet Celia Thaxter, a garden that provided a marvelous contrast to the rugged terrain of the island itself. In this painting, vibrant red poppies entangled in lush green foliage introduce a view of bleached Babb’s Rock. The painting shows Hassam at the height of his creativity as an American Impressionist.

Van al het werk dat de schilder Hassam maakte gedurende de zomers van de 1890-jaren op het Appledore-eiland (een van de eilanden van de Shoals, tien mijl ten oosten van Portsmouth, New Hampshire) was deze schilderij een van de mooiste.
Het werk portretteert de weelderige wilde-bloementuin aangelegd door zijn vriendin, de dichteres Celia Thaxter. Het is een tuin die een merkwaardig kontrast vormt met het ruige terrein van het eiland zelf.
Op dit schilderij zie je felle rode papaverbloemen verstrengeld tussen levendig groen gebladerte waarachter een zicht op de gebleekte Babb’s Rock. Het is een van de toppunten van Hassam’s creativiteit als een Amerikaans impressionist.
Terug na drie jaar Parijs schildert hij Celia in haar eigen tuin.
Om helemaal volledig te zijn, kun je hier ook haar eerste gepubliceerd gedicht lezen.
Het leven van Celia Thaxter is een roman, maar haar bio met je zelf opzoeken, misschien wel in de tuin op deze prachtige lentedag in april 2018.

Met als extra onderaan: een huizenrijtje uit Antwerpen, van Hassam, op doorreis naar Nederland.

Celia_Thaxter_in_Her_Garden

Land-locked

Black lie the hills; swiftly doth daylight flee;
And, catching gleams of sunset’s dying smile,
Through the dusk land for many a changing mile
The river runneth softly to the sea.

O happy river, could I follow thee!
O yearning heart, that never can be still!
O wistful eyes, that watch the steadfast hill,
Longing for level line of solemn sea!

Have patience; here are flowers and songs of birds,
Beauty and fragrance, wealth of sound and sight,
All summer’s glory thine from morn till night,
And life too full of joy for uttered words.

Neither am I ungrateful; but I dream
Deliciously how twilight falls to-night
Over the glimmering water, how the light
Dies blissfully away, until I seem

To feel the wind, sea-scented, on my cheek,
To catch the sound of dusky flapping sail
And dip of oars, and voices on the gale
Afar off, calling low, — my name they speak!

O Earth! Thy summer song of joy may soar
Ringing to heaven in triumph. I but crave
The sad, caressing murmur of the wave
That breaks in tender music on the shore.
Celia Thaxter

Hassam,_Backyard_in_Antwerp

AL ZEG IK HET ZELF

02-LAtlas

Het zal je niet onbekend zijn, het eindeloos getemer bij zo noodzakelijke vergaderingen, stafbijeenkomsten, overlegcommissies, adviesraden, planningsdiscussies, resultaatbesprekingen, cultuurdebatten en vul maar zelf aan hoe wij hoe dan ook nog aan ‘ieder zijn waarheid’ mogen doen.
Het overkwam mij, bij leven en werken meer dan eens. Ik zag collega’s terwijl indutten, geometrische figuren of zelfportretten tekenen, wegdromen, en achter-de-hand-geeuwen.
Bij een discussie in Stockholm over verschillende internationale radio-documentaires ging er helaas meer tijd naar het eindeloos hetzelfde zeggen in diverse talen dan over ervaringen en voorbeelden van hoe-dan-wel en waarom-niet.
Met nog een tiental sprekers op het lijstje begon ik stiekem een tekst te schrijven: AL ZEG IK HET ZELF.
Een dialoog tussen jagers en raven.
Er ontstaat een eindeloze conversatie rondom het woord: zeggen.
‘Al zeg ik het zelf’ wordt hier gespeeld door: Anton Cogen, Jacky Morel, Paul Cammermans en Oswald Versyp.
Veel luisterplezier bij dit mini-hoorspel uit de vroege jaren negentig. (7’40”)

De mooie letters zijn een ontwerp van Jules Dedet Granel, beter bekend als L’ ATLAS.

Jules Dedet Granel better known as L’Atlas was born in 1978 near Toulouse, but he grew up in Paris where he started street writing and tagging in 1991, being inspired by hip hop and rap emerging culture. The artist studied History of Art and Archeology in Toulouse where he met Smail Bour Quaiba, a traditional calligraphist, on whose invitation he spent three months in Morocco learning classical calligraphy. Then he went to Egypt, where he accidently come to know Munir al Shaarani, a Syrian refugee, known for his modern approach in which he combines three forms, calligraphy, design, and architecture, all in one. Other than that, the author also traveled to Syria, China, Greece and other places where he upgraded his knowledge, but Arabic touch remained dominant in his art. His works remind of an intersection between geometric abstraction and minimalism where every letter is a form, and every form is a letter. Most of his pieces are in black & white combination which he finds as a form of resistance and a binding line between the people and the city. At the same time, this choice when applied to his photos is used as a reading tool, and as a reminder of the things that have disappeared.

LAtlas-Be-What-You-Are-mural-in-Strasbourg-France-2012