Between this and that, balance and siege

Kauffmann, Angelica; Self Portrait of the Artist Hesitating between the Arts of Music and Painting; National Trust, Nostell Priory; http://www.artuk.org/artworks/self-portrait-of-the-artist-hesitating-between-the-arts-of-music-and-painting-170660 (klik op ondertiteling om te vergroten)

In het Nederlands klinkt het mooier: Tussen dit en dat, balans en belegering. Een programma, een bedenking, vooral ook een vraag. Hier dwingend gesteld door de Zwitserse artieste Angelica Kauffmann (1741-1807) die zichzelf door twee gepersonaliseerde kunsten belegerd voelt: zal het muziek worden of eerder de schilderkunst? De titel van mijn bijdrage brengt de keuze tussen een balans of een belegering al een beetje dichter bij een mogelijk compromis. Terwijl je deze tekst leest heb je wellicht jezelf herkend of herken je nu wel een situatie waar je voor een keuze werd geplaatst al hoeft ze niet zo dramatisch te zijn als die van Angelica. Het ‘kiezen is verliezen’ of het ‘in medio vir’ (de deugd in het midden) als samenvatting. Bekijk je de gezichten van de twee kunsten dan zie je dat de muziek zich van een ander wapen bedient dan de schilderkunst. Het wordt iets tussen wekerige maar o zo verlangende blik en een overtuigd wijzen naar de hoogten van het succes. Een mannelijk schilder zou dit nooit zo fraai en doordringend in beeld kunnen brengen! Kijk ook naar de blikken: wie kijkt naar wie, en hoe? De linkerhand van Angelica wijst al naar een keuze al houdt ze de linkerhand van de muziek nog stevig omklemd. (Angelica had een prachtige zangstem!)

In Dutch it sounds nicer: Tussen dit en dat, ballans en belegering. A programme, a reflection, and above all a question.  Compellingly posed here by the Swiss artist Angelica Kauffmann (1741-1807), who finds herself besieged by two personalised arts: will it be music or rather painting? The title of my contribution already brings the choice between a balance or a siege a little closer to a possible compromise. As you read this text, you may have recognised yourself or you may now recognise a situation where you were confronted with a choice, although it need not be as dramatic as Angelica's. The 'to choose is to lose' or the 'in medio vir' (the virtue in the middle) summary. If you look at the faces of the two arts, you see that music uses a different weapon than painting.  It becomes something between a wary but oh so longing glance and a convinced pointing to the heights of success.  A male painter would never be able to depict this so beautifully and so penetratingly! Look at the looks: who is looking at whom, and how? Angelica's left hand is already pointing to a choice, although she is still holding the left hand of the music firmly. (Angelica had a beautiful singing voice!)
Distant Thoughts Walter Langley (1852-1922)

Eén van de meest menselijke mogelijkheden bestaat erin ons in gedachten te verplaatsen zoals mensen uit het onderwijs elke dag ervaren als ze hun leerlingen met een gebiedende stem terughalen uit de meest verre en onwaarschijnlijke gebieden. Het is een mooie oefening ’s avonds, op de rand van de nacht, je af te vragen waar je ‘in gedachten’ die dag hebt uitgehangen. Bekwame leermeesters maken gebruik van deze mogelijkheid door hun toehoorders mee te nemen naar die terra incognita en ze nieuwsgierig-naar-meer achter te laten, gesteld dat intussen Netflix en aanverwanten al die terreinen nog niet hebben ingenomen. ‘Zit-niet-te-dromen’ duidt eerder op een tekort aan fantasie bij de leermeester die de vaardigheid mist van het gedroomde leven gebruik te maken om de realiteit niet alleen dragelijk maar ook uitnodigend te maken. Geen enkele serieuze wetenschap kan iets bereiken zonder deze ‘verplaatsingen-in-de-geest’. Zeg maar dat Einstein het gezegd heeft.

Paxton Maroney
One of the most human possibilities is to move in our minds, as educationalists experience every day when they recall their students in a commanding voice from the most distant and unlikely places. It is a great exercise in the evening, at the edge of the night, to ask yourself where you have been 'in thought' that day. Skilled teachers make use of this opportunity by taking their listeners to that terra incognita and leaving them curious-to-more, assuming that Netflix and the like have not already taken over all those terrains. Don't-sit-dreaming' rather points to a lack of imagination on the part of the teacher who lacks the ability to use the dreamed life to make reality not only bearable but also inviting. No serious science can achieve anything without these 'displacements-in-the-mind'.-
Paxton Maroney

Hier laat ik Joshua Rottman van The New Yorker aan het woord:

‘In July of 1838, Charles Darwin was twenty-nine years old and single. Two years earlier, he had returned from his voyage aboard H.M.S. Beagle with the observations that would eventually form the basis of “On the Origin of Species.” In the meantime, he faced a more pressing analytical problem. Darwin was considering proposing to his cousin Emma Wedgwood, but he worried that marriage and children might impede his scientific career. To figure out what to do, he made two lists. “Loss of time,” he wrote on the first. “Perhaps quarreling. . . . Cannot read in the evenings. . . . Anxiety and responsibility. Perhaps my wife won’t like London; then the sentence is banishment and degradation into indolent, idle fool.” On the second, he wrote, “Children (if it Please God). Constant companion (and friend in old age). . . . Home, & someone to take care of house.” He noted that it was “intolerable to think of spending one’s whole life, like a neuter bee, working, working. . . . Only picture to yourself a nice soft wife on a sofa with good fire and books and music perhaps.” (The New Yorker)

Onder zijn lijsten krabbelde Darwin, "Trouwen, Trouwen, Trouwen QED." En toch, schrijft Steven Johnson in "Farsighted: How We Make the Decisions That Matter the Most," "we hebben geen bewijs van hoe hij werkelijk deze concurrerende argumenten tegen elkaar heeft afgewogen." Johnson, de auteur van "How We Got to Now" en andere populaire werken over intellectuele geschiedenis, kan niet anders dan de middelmatigheid van Darwins besluitvormingsproces opmerken. Hij wijst erop dat Benjamin Franklin een meer geavanceerde pro-en-con techniek gebruikte: in wat Franklin "Prudential Algebra" noemde, wordt aan elk opgesomd item een numeriek gewicht toegekend, en tegenstrijdige items worden dan geëlimineerd. ("Als ik een reden pro gelijk aan sommige twee redenen con vind, schrap ik de drie ... en zo ga ik te werk om te ontdekken waar de Balans ligt," verklaarde Franklin aan een vriend). Zelfs deze benadering, schrijft Johnson, is slordig en afhankelijk van intuïtie. "De kunst van het maken van vooruitziende keuzes - beslissingen die lange periodes van overleg vereisen, beslissingen waarvan de gevolgen jaren kunnen duren," concludeert hij, "is een vreemd genoeg ondergewaardeerde vaardigheid." (ibidem)

Lees of luister via de podcast naar deze boeiende bijdrage: The Art of Decision-Making
Your life choices aren’t just about what you want to do; they’re about who you want to be.

https://www.newyorker.com/magazine/2019/01/21/the-art-of-decision-making

Paxton Maroney

Bij allerlei ‘vernieuwingen’ of correcties daarop, worden de mogelijkheden van de ‘zwervende geest’, zeg maar fantasie rijkelijk onderschat. Inlevingsvermogen, om maar één gebied te vermelden, kan niet zonder. Op deze gewone dag, 25 juni, zijn we tussen twee kerstmissen beland: die van zes maanden geleden en de kerst van 2022. Net voorbij de langste dag, midzomer, beginnen de dagen te korten. En wat je ook plant (in de grond of in het hoofd) de zo bekende onvoorziene omstandigheden steken hun klassieke stokken in de wielen waarop we naar het toekomende rollen. Ook zijn wij niet meer de mensen van zes maanden terug en zullen we over zes maanden ook weer andere schepsels zijn. En de schoonheid?

Kunst

Wat we willen:
Momenten
Van helderheid
Of beter nog: van grote
Klaarheid

Schaars zijn die momenten
En ook nog goed verborgen
Zoeken heeft dus
Nauwelijks zin, maar
Vinden wel

De kunst is zo te leven
Dat het je overkomt

Die klaarheid, af en toe

Dit gedicht van Martin Bril komt uit zijn bundel 'Verzameld werk’ - Uitgeverij 521, Amsterdam 2002.

Wassily Kandinsky

Of je keuzes beredeneert zoals in het voorbeeld uit de New Yorker of gebruik maakt van associaties waarin de mogelijkheden zich vaak uit onverwachte hoek aanbieden zullen we in volgende bijdrages vanuit diverse creatieve processen proberen te belichten. Hoe ontstaat een kunstwerk, in hoeverre is de tijd waarin het gemaakt is belangrijk. Bestaat er een kunstgeschiedenis of had Frans Reijnders gelijk toen hij in 1984 ‘Kunst’ en ‘Geschiedenis’ liet verdwijnen. Bestaan er ‘supermarkten van de cultuur’ zoals toen Beaubourg, Documenta en de Biennale werden bestempeld. (om maar te zwijgen van de Veilinghuizen.) Baudrillard om af te sluiten:

'De hypertrofie van het historisch onderzoek, het delirium om alles te verklaren, alles iets toe te schrijven, alles een referentie te geven...Dit alles leidt tot een fantastische overvoering, waarbij de referenties allemaal voor en van elkaar leven.  Ook daar ontstaat een overontwikkeld interpretatiesysteem zonder enige relatie met zijn doelstelling.  Dit alles verheft zich in een vlucht naar voren tegen de achtergrond van het doodbloeden van de objectieve oorzaken.' 
Nou moe...

‘Freedom to do whatever you can imagine’.’ Philip Guston (1913-1980)

Philip Guston ‘Couple in bed’ 1977

Philip Guston bracht een unieke combinatie van morele intensiteit en indringende zelfreflectie in zijn kunst. Hij was de jongste van zeven kinderen, geboren als kind van joodse immigranten uit Odessa in 1913 in Montreal, Canada. Guston – wiens oorspronkelijke achternaam Goldstein was – verhuisde als kind met zijn familie naar Los Angeles. Nadat hij getuige was geweest van zijn vaders depressie en hem had gevonden na zijn zelfmoord, trok de jonge Guston zich terug op een plek van letterlijke isolatie – een kast verlicht door een enkele gloeilamp – en begon een levenslange carrière in de kunst door een intense betrokkenheid met cartoons van eigen vinding. De gloeilamp werd later een overheersend beeld in Gustons volwassen werk. Op de Manual Arts High School in Los Angeles ontmoette Guston Jackson Pollock en werd hij met hem bevriend. (Hauser & Wirth)

Philip Guston, ‘Mother and Child’, 1930 © The Estate of Philip Guston
Guston’s first precocious work, ‘Mother and Child,’ was completed when he was only 17 years of age. Influenced by the social and political landscape of the 1930s, his earliest works evoked the stylized forms of Giorgio de Chirico and Pablo Picasso, social realist motifs of the Mexican muralists, and classical properties of Italian Renaissance frescoes of Piero della Francesca and Masaccio that he had seen only in reproduction. Painted in Mexico with another young artist, the huge fresco ‘The Struggle Against War and Fascism’ drew national attention in the US. Guston’s success continued in the WPA, a Depression-era government program that commissioned American artists to create murals in public buildings. While not widely known today, the young artist’s early experiences as a mural painter allowed a development of narrative and scale that he would draw upon in his late figurative work. (ibidem)
Philip Guston- Martial Memory (1941)

In het begin van de jaren veertig, toen het WPA-programma ten einde liep, vond Guston werk als docent aan universiteiten in het Midwesten van de Verenigde Staten. In zijn atelier werkte hij met olieverf aan schilderijen die persoonlijker en kleinschaliger waren, met de nadruk op portretten en allegorieën, zoals ‘Martial Memory’ en ‘If This Be Not I’. Zijn eerste solotentoonstelling in Iowa werd goed ontvangen, en binnen een paar jaar kreeg hij zijn eerste solotentoonstelling in New York City aangeboden. Guston kreeg een Prix de Rome, waardoor hij het onderwijs kon verlaten en een jaar in Italië kon doorbrengen, waar hij de Italiaanse meesters van wie hij hield uit de eerste hand bestudeerde.

Philip Guston
The Tormentors, 1947-1948
By time he had finished ‘The Tormentors,’ Guston’s move to abstraction was all but complete. On his return from Italy, he continued dividing his time between the artists’ colony of Woodstock in Upstate New York and New York City, which was then emerging as the center of the postwar art world. He rented a studio on 10th Street, where abstract expressionists Jackson Pollock, Willem de Kooning, and Mark Rothko also worked. (ibidem) 

Zijn abstracte schilderijen en tekeningen zijn het resultaat van een intense bijna spontane zoektocht. Als je bovenstaande namen leest dan weet je dat ook dat gezelschap een dankbare bron van een nieuwe eigen verbeeldende taal is geworden. Er is ook de Europese literatuur en de invloed van de existentiële filosofie met namen als Kierkegaard, Kafka en Sartre. Guston is een van de mensen die de Sidney Janis Gallery verlaat in 1962 als protest tegen de Pop Art tentoonstelling die duidelijk de verschuiving naar de commercialisering van kunst als doel had. In 1962 krijgt hij een overzichtstentoonstelling in het Solomon R. Guggenheim Museum in New York.

Philip Guston Painting 1954
Although Guston’s career began and ended with figurative painting, for sixteen years he devoted himself wholly to abstraction. His work of this period is relatively modest in scale when compared to that of his Abstract Expressionist peers. He applied paint in short, thick strokes using small brushes and pigments specially ground to achieve a creamy appearance, working very close to the canvas, often without a predetermined plan. “The desire for direct expression became so strong that even the interval necessary to reach back to the palette beside me became too long,” he said. “… I forced myself to paint the entire work without stepping back to look at it.” (Moma)
Getekend zelfportret 1974
The 1960s was a period of great social upheaval in the United States, characterized by assassinations and violence, by civil rights and anti-war protests. ‘When the 1960s came along I was feeling split, schizophrenic,’ Guston later said. ‘The war, what was happening to America, the brutality of the world. What kind of man am I, sitting at home, reading magazines, going into frustrated fury about everything—and then going into my studio to adjust a red to a blue?’(Hauser & Wirth)
Native’s Return 1957
Solid masses of thick color have been bonded together, without overlapping, within an enveloping atmosphere. Forms of violet-blue, light green, and salmon red are shot through with black pigment, graying the palette and adding weight to the image. An opposing sense of transience, however, is created by the loose white strokes surrounding the more solid mass of the interwoven colors. This duality becomes evident in other abstractions by the artist, who sought to present the extremes found in nature and within himself: oppositions of motion and rest, closed and open, solid and fragile, enduring and transitory.(The Philips Collection)
Philip Guston, ‘The Studio’, 1969 © The Estate of Philip Guston.

Tegen 1968 had Guston de abstractie helemaal achter zich gelaten en herontdekte hij de verhalende kracht die hij als jongeman had gekend in zijn muurschilderingen en vroege figuratieve werken, nieuw geïnformeerd door een schilderkunstige sensibiliteit gesmeed in de abstractie. Deze bevrijding leidde tot de meest productieve periode van zijn creatieve leven.

Hij begon met het onderzoeken van gewone voorwerpen en ontwikkelde een persoonlijk lexicon van gloeilampen, boeken, klokken, steden, spijkers in hout, sigaretten en schoenen. In de grotere werken die volgden, introduceerde hij surrealistische motieven, waarbij hij zijn nieuwe wereld bevolkte met vreemde, gekapte figuren (The Hooded) in cartooneske vorm. Deels waren ze verwant aan de Ku Klux Klan, een Amerikaanse blanke supremacistische groepering met een lange geschiedenis van lynchen en racistisch geweld. Niet alleen kwaadaardig, maar ook kwetsbaar en zelfs humoristisch, kunnen de capuchons ook gezien worden als representatie van de maskers die we in het openbaar dragen, de tegenstrijdigheden van de menselijke natuur, en de kunstenaar zelf, zoals in ‘The Studio’. (Hauser & Wirth)

Philip Guston, ‘Riding Around’, 1969, oil on canvas, 137.2 x 200.7 cm.

Het waren deze voorstellingen die aanleiding gaven tot het uitstellen van een grote overzichtstentoonstelling in 2021. Dat uitstel veroorzaakte een golf van protesten zeker vanuit kunstenaarskant.

In the strange debate that has played out following this panicked decision, commentators have rushed to reassert Guston’s political credentials, both as someone who had experienced ethnic persecution himself and fought against racism in his work, arguing that his paintings of the cartoonish, white-hooded figures of Ku Klux Klansmen that the artist made at the end of the 1960s should be seen, not hidden, precisely because of their relevance to the politics of anti-racism in 2020. (ArtReview Okt 2020)

Philip Guston – Painting, Smoking, Eating (1972)

Of je het nu ‘abstract expressionisme’ gaat noemen of ‘dat-kan-iedereen’ als bekende slogan die veelvuldig opklonk toen hij in 1970 zijn laat figuratief werk toonde maakt niet veel uit. In de bijlage van Hauser& Wirth vond ik een treffende en naar mijn mening erg afdoende redenering:

Guston’s late figurative paintings were rejected by the art world when first shown in 1970. Despite the growing excitement of younger painters, the art of his last years remained largely misunderstood until after his death in 1980. 

An inspiring teacher, Guston often talked to his students about how crucial an approach of doubt and self-questioning was to his creative process, wherever it might lead. ‘Some of you may wonder, why all these changes,’ he told a group of art students, ‘It’s taken me many years, but I’ve come to the conclusion that the only ‘technique’ one can really learn is the capacity to be able to change.’ 

Guston’s work underwent a radical reappraisal following a traveling retrospective that opened three weeks before his death, at the San Francisco Museum of Modern Art. Other retrospective and solo exhibitions in the United States, Europe, and Australia have followed in the ensuing years. Today, Philip Guston’s paintings and drawings are considered among the most important art of the twentieth century.
Philip Guston: Studio Landscape, 1975
Head and Bottle 1975

Te bezoeken:

https://www.nga.gov/exhibitions/2023/philip-guston-now.html

Geschilderd zelfportret 1944 Private Collection

‘A combination of insight and beauty’ Stephen Dunn-Poet(1939-2021)

Foto Guy Kokken ‘Clouden Aalst 30 March 2019’
Love Poem Near the End of the World

This is the world I’m tethered to:
clouds, lavender- tinged, and below them
russet- going- on- green hillsides.
Everywhere various aspiration
of transcendence, like my fickle heart
wishing to redefine itself
as an instrument of hope and generosity,
and flower bed
swith just enough rain water
to turn cracked soil into a vast blossoming.
Something keeps me holding on
to a future I didn’t think possible.
There’s sweetness and there’s squalor.
There are sad, almost empty towns
occasionally brightened by fireworks.
And there’s you, my love, once volcanic,
beautifully quiet now.

Excerpted from The Not Yet Fallen World: New and Selected Poems. Copyright (c) 2022 by Stephen Dunn. Used with permission of the publisher, W. W. Norton & Company, Inc. All rights reserved.
eigen foto
Liefdesgedicht bij het einde van de wereld

Dit is de wereld waaraan ik ben vastgebonden:
wolken, lavendel getint, en onder hen
roodbruin-gaand-op-groene hellingen.
Overal verschillende aspiraties
van transcendentie, zoals mijn wispelturig hart
dat zichzelf wil herdefiniëren
als een instrument van hoop en vrijgevigheid,
en bloembedden
met net genoeg regenwater
om gebarsten aarde om te toveren in een enorme bloei.
Iets houdt me vast
aan een toekomst die ik niet voor mogelijk hield.
Er is lieflijkheid en er is verloedering.
Er zijn trieste, bijna lege steden
af en toe opgevrolijkt door vuurwerk.
En daar ben jij, mijn lief, ooit vulkanisch,
nu prachtig rustig.
Stephen Dunn (1939–2021) was the author of twenty poetry collections, including the Pulitzer Prize–winning Different Hours. He was a distinguished professor emeritus at Richard Stockton University. Over his six-decade career, he received fellowships from the Guggenheim Foundation and the National Endowment for the Arts, an Academy Award in Literature from the American Academy of Arts and Letters, and a Paterson Award for Sustained Literary Achievement, among many other honors.
Affirmation

The young boys roll down the hill, laughing
like crickets. The grass submits
to them. They take its color
on their white backs. At the bottom,
enthralled with their bodies and their dizziness,
they look up at their mother
who has imagined they have just tumbled
from her womb
into a world less dark. She applauds.
They play dead
as stones, then suddenly burst into boys
once more, running
up that long slope
to where they began.
Beneath a tree, stretched out with my dog,
I spread apart the grass
and kiss the earth.
Bevestiging

De jonge jongens rollen de heuvel af, lachend
als krekels. Het gras onderwerpt zich
aan hen. Ze krijgen zijn kleur
op hun witte ruggen. Op de bodem,
betoverd door hun lichaam en hun duizeligheid,
kijken ze omhoog naar hun moeder
die zich heeft verbeeld dat ze net uit haar baarmoeder zijn getuimeld
uit haar baarmoeder
in een minder donkere wereld. Zij applaudisseert.
Ze spelen dood
als stenen, en barsten dan plotseling in jongens uit
opnieuw, rennend
die lange helling op
naar waar ze begonnen.
Onder een boom, languit met mijn hond,
spreid ik het gras uit
en kus de aarde.

The poetry that ends up mattering speaks to things we half-know but are inarticulate about. It gives us language and the music of language for what we didn’t know we knew. So a combination of insight and beauty. I also liken the writing of it to basketball—you discover that you can be better than yourself for a little while. If you’re writing a good poem, it means you’re discovering things that you didn’t know you knew. In basketball, if you’re hitting your shots, you feel in the realm of the magical. (Stephen Dunn)

Eigen foto
The Man Who Never Loses His Balance

He walks the high wire in his sleep.
The tent is blue, it is perpetual
afternoon. He is walking between
the open legs of his mother
and the grave. Always. The audience knows this
is out of their hands. The audience
is fathers whose kites are lost, children
who want to be terrified into joy.
He is so high above them, so capable
(with a single, calculated move)
of making them care for him
that he’s sick of the risks
he never really takes.
The tent is blue: Outside is a world
that is blue. Inside him
a blueness that could crack
like china if he ever hit bottom.
Every performance, deep down,he tries one real plunge
off to the side, where the net ends.
But it never ends.

De man die nooit zijn evenwicht verliest

Hij loopt over de hoge koord in zijn slaap.
De tent is blauw, het is eeuwigdurend
middag. Hij loopt tussen
de open benen van zijn moeder
en het graf. Altijd. Het publiek weet dat dit
niet meer in hun handen is. Het publiek
zijn vaders wiens vliegers verloren zijn, kinderen
die bang willen worden van vreugde.
Hij is zo hoog boven hen, zo capabel
(met een enkele, berekende beweging)
hen om hem te laten geven
dat hij ziek wordt van de risico’s
die hij nooit echt neemt.
De tent is blauw: Buiten is een wereld
die blauw is. Binnen in hem
een blauwheid die zou kunnen barsten
als porselein als zij ooit de bodem raakt.
Elke voorstelling, diep van binnen,
probeert hij één echte duik
aan de kant, waar het net eindigt.
Maar het houdt nooit op.

De vroege morgen weerspiegelt op het dak Eigen foto
One of the things I always like about both sports and writing, too, is that, if I’m playing shortstop and the ball’s hit to my left, and I run and dive for it, then throw it to first, there’s no awareness that I even did that. It’s a cessation of consciousness, in a way. And writing is almost the same experience, you almost become unconscious of yourself as you’re doing it. A lot of people mention that in the notes that we’re getting for this issue.

Een dichter met beelden:

Gabriele Münter (1877-1962): ‘Unbeschwerter Augenlust’.

Gabriele Münter ‘De Avond 1909 ‘
'Mijn grootste moeilijkheid was dat ik niet snel genoeg kon schilderen. Mijn schilderijen zijn allemaal momenten uit mijn leven - ik bedoel onmiddellijke visuele ervaringen, over het algemeen zeer snel en spontaan genoteerd. Als ik begin te schilderen, is het alsof ik plotseling in diep water spring, en ik weet nooit van tevoren of ik zal kunnen zwemmen. Welnu, het was Kandinsky die mij de techniek van het zwemmen leerde. Ik bedoel dat hij me geleerd heeft snel genoeg te werken, en met genoeg zelfverzekerdheid, om dit soort snelle en spontane vastlegging van momenten uit het leven te kunnen bereiken." 

- (Gabriele Münter Bron: Interview door Edouard Roditi.)
Self-Portrait in front of an easel, ca. 1908–09

Gabriele Münter werd op 19 februari 1877 in Berlijn geboren als jongste van vier kinderen van de tandarts Carl Münter en zijn vrouw Wilhelmine; slechts een jaar na haar geboorte verhuisde het gezin via Herford in Westfalen naar Koblenz. De vroege dood van haar vader in 1886 betekende dat Gabriele opgroeide in relatieve vrijheid, maar ook zonder opvoeding, wat de kunstenares later toeschreef aan haar moeilijkheden in de omgang met andere mensen. Haar grote creatieve gave was al merkbaar toen ze op school zat, zodat ze in 1897 naar de Kunstschool voor vrouwen in Düsseldorf ging, waar Willy Spat de directeur was, maar de dood van haar moeder maakte een voortijdig einde aan haar opleiding, omdat de aspirant-schilderes ervoor koos de geërfde financiële onafhankelijkheid te gebruiken voor een tweejarige reis door de Verenigde Staten. Ze maakte tijdens die reis zo’n 400 foto’s zoals deze mooie observatie waaruit duidelijk haar talent voor compositie bleek.

Gabriele Münter. Little Girl Standing at the Side of a Street Saint Louis, Missouri, 1900. © Gabriele Münter und Johannes Eichner-Stiftung VG Bild-Kunst, Bonn 2018.

In 1901 vestigde Gabrielle zich in München en vervolgde haar studie bij Maximilian Dasio, Angelo Jank, Wilhelm Hüsgen en Waldemar Hecker. Ze ontmoette haar leraar en latere partner, Wassily Kandinsky, in de kunstenaarsgroep Phalanx; de relatie met de getrouwde Kandinsky, elf jaar ouder dan zij, duurde tot 1914.

Gabriele Münter. Woman in Thought II, 1928. Gabriele Münter- und Johannes Eichner-Stiftung, Munich. © VG Bild-Kunst, Bonn 2018. Photo: Lenbachhaus, Munich.

Tijdens haar vroege jaren in Murnau, en haar tijd samen met Kandinsky, was Münter goed bevriend met collega Blaue Reiter-kunstenaars Alexej von Jawlensky (omschreven als een “luisteraar”, in tegenstelling tot Kandinsky, die altijd degene was die uitweidde over onderwerpen als ‘het spirituele in de kunst’) en zijn partner Marianne von Werefkin, die zij beschreef als “pompeus” (zij het schijnbaar zonder bedoelde negatieve connotatie. Beiden waren leerling van de ‘Russische Rembrandt’: Iljan Repin.)

Van de 250 portretten die Münter in de loop van haar carrière schilderde, was ongeveer viervijfde vrouwportret. Haar portret van Werefkin (uit 1909) is wel eens omschreven als “de ster van de show”, zo opvallend en bekend is het vandaag de dag. De felgele achtergrond, de grafische omlijning van de figuur en de groenige tint van haar gezicht zijn allemaal terugkerende kenmerken in het werk van niet alleen Münter, maar ook van haar bevriende kunstenaars.

Gabriele Münter. Portrait of Marianne Werefkin, 1909. Städtische Galerie im Lenbachhaus und Kunstbau München© VG Bild-Kunst, Bonn 2018. Photo: Städtische Galerie im Lenbachhaus und Kunstbau München.

Na het uitbreken van de eerste wereldoorlog keerde Kandinsky, nu een ongewenste vreemdeling, terug naar Moskou, vanwaar hij Münter schreef dat hij alleen woonde en dat hij dat de beste oplossing vond. Zij probeerde tevergeefs hun relatie nieuw leven in te blazen, en in 1915 ontmoetten zij elkaar voor de laatste maal in het neutrale Stockholm. Later ontdekte Münter dat hij met iemand anders getrouwd was. Met het verlies van Kandinsky verloor zij ook haar leermeester en haar artistieke kring. Toch keerde ze in 1920 terug naar Murnau. Kort daarna vroeg Kandinsky zijn spullen terug, waaronder bijna al zijn vooroorlogse werk. Münter spande een rechtszaak aan en eiste compensatie voor de schande die haar was aangedaan. Toen de zaak in 1926 werd geschikt, werd er veel aan Kandinsky teruggegeven, maar Münter behield bijna duizend van zijn werken. Ondanks een relatie met de kunsthistoricus Johannes Eichner in 1929, bleef Kandinsky de liefde van Münter’s leven. Ze zei: “Hij hield van mijn talent, begreep het, beschermde het en bevorderde het. “

Gabriele Münter, Dame im Sessel schreibend (Stenographie. Schweizerin in Pyjama), 1929 © Städtische Galerie im Lenbachhaus und Kunstbau / Gabriele Münter- und Johannes Eichner-Stiftung, München / VG Bild-Kunst, Bonn 2018

In de jaren dertig was Murnau de Nationaal-Socialisten genegen. Meer dan de helft van de inwoners stemde er voor Hitler. Münter’s verontrustende schilderij Procession in Murnau (1934) verbeeldt het feest van Corpus Christi, met nazi-vlaggen die uit alle ramen hangen. Eichner raadde haar aan minder expressionistisch te schilderen om zichzelf niet in de problemen te brengen. Ze moest dus heel voorzichtig haar onderwerpen kiezen wilde ze geen beroepsverbod oplopen. Met taferelen van wegenwerken uit haar serie ‘de blauwe graafmachine’ (aanleg van de Olympiastrasse door het platteland naar Garmisch Partenkirchen voor de Olympische Winterspelen van 1936) nog steeds vrij expressionistisch, werden er twee van haar werken opgenomen in Hitler’s salon van 1937, voor de ‘Große Deutsche Kunstausstellung’.

Procession im Murnau. (1934) Hakenkruisen zijn niet dadelijk propagandistisch duidelijk!
De Blauwe Graafmachine

Zij had, net als vele tijdsgenoten, aandacht voor wat je als ‘kinder-kunst’ zou kunnen bestempelen: tekeningen en schilderijtjes spontaan door kinderen gemaakt. Vase Rouge (1909) is zo’n voorbeeld, waarvan ze later verklaarde dat het proces nog te “doordacht” was. Zij verzamelde kinderspeelgoed , liet zich inspireren door filmen en tekenfilmen zoals Lotte Reinigers’ Dokter Dolittle en zijn dieren. (1928) Dit lag in de lijn van de manier waarop ze kleuren dadelijk (niet voorbereid op het palet) op doek of blad aanbracht. Vaak werd er haar een soort ‘abstractie’ toebedacht, maar het was vooral het onbedachte, het onmiddellijke waarmee zij een werk opzette dat niet door vooraf geplande constructies zijn levendigheid, zijn oorspronkelijkheid zou verliezen.

Vase Rouge
Throughout her career, Münter showed periods of experimentation with abstraction, including the pair of works shown here in juxtaposition – At the Café and Abstract Interior (both 1914) – where the latter might better be described as “abstracted” than “abstract”, and, from later in her life, in her 70s, Abstract (Middle Light Blue, Oval) (1954) and With Two White Arrows (1952), produced in a period when, along with many other artists, she sought to consider the question of how art might seek to redefine itself postwar. Nevertheless, Münter remained a figurative painter through and through, never allowing herself to be led by others, not even Kandinsky. Often, however, unrecognisable shapes or objects can be seen to dominate the centre of a composition – for example, in Woman in Thought (1917), where the red shape which, on closer observation, can be traced back to being a flower, at first glance bears more similarity to the red lamp alongside which it hangs. This epitomises Münter’s focus on colour and shape, although expression remained the driving force behind all her work, and she spoke of “seeing” as being the key. (Studio International 2018 G.M. Painting to the Point, Anna McNay)
Middle Light Blue, Oval

Het gaat telkens weer om ‘Unbeschwerter Augenlust’, onbezwaard ogenplezier letterlijk vertaald. De liefde voor kleur en beweging.

Gabriele Münter. Boating, 1910. Courtesy of the Milwaukee Art Museum, Gift of Mrs. Harry Lynde Bradley. © VG Bild-Kunst, Bonn 2018. Photo: Efraim Lev-er, © Artists Rights Society (ARS), New York/ADAGP, Paris.

‘In 1949 was de eerste tentoonstelling over de ‘Blaue Reiter’ na de Tweede Wereldoorlog. Kandinsky was in 1944 overleden, Münter werd uitgenodigd voor de opening, maar meer als tijdgenoot dan als kunstenaar. Ze schonk de stad München negentig schilderijen van Kandinsky die dankzij haar de oorlog hadden overleefd. Pas in de laatste jaren van haar leven zou ze als kunstenaar worden opgenomen in Blaue Reiter-tentoonstellingen, in 1992 was de tijd weer rijp voor een eerste grote overzichtstentoonstelling van eigen werk. Over de ideeën achter haar kunst had Münter een passende toelichting: ze volgde geen vaste methodes, belangrijkste drijfveer was een ‘unbeschwerter Augenlust’. Die lust is, zo blijkt in Keulen, vijftig jaar na haar dood nog te voelen.’

Uit Stilleven in de tram’ een artikel van Joke de Wolf in De Groene Amsterdammer nr 39 26 september 2018

Portrait of a young Woman 1909

Haar huis in Murnau, nog steeds te bezoeken, hebben we in dit blog al eens een keertje bezocht toen we het over de schilder Georg Schrimpf hadden. Terug te vinden via:

Een mooie ARTE-film over haar leven en werken kun je bekijken via:

Het huis in Murnau nu als Schlossmuseum Murnau te bezoeken:

https://schlossmuseum-murnau.de/de/home/

Kunst, materiaal en functie: Ann Agee (1959)

Ann Agee: Madonna’s and Handwarmers Pow Gallerie 2021 NY
Art in America critic Lilly Wei describes Agee's later work as "the mischievous, wonderfully misbegotten offspring of sculpture, painting, objet d'art, and kitschy souvenir."

Ann Agee is een Amerikaanse beeldend kunstenares wiens praktijk zich concentreert op keramische beeldjes, objecten en installaties, handgeschilderde behangtekeningen en omvangrijke tentoonstellingen waarin installatiekunst, huiselijke omgeving en showroom samensmelten. Haar kunst viert alledaagse voorwerpen en ervaringen, decoratieve en utilitaire kunst, en de waardigheid van werk en vakmanschap, en houdt zich bezig met kwesties rond gender, arbeid en beeldende kunst met een subversieve, feministische houding. Agee’s werk past binnen een verschuiving van meerdere decennia in de Amerikaanse kunst, waarin keramiek en overwegingen over ambacht en huiselijk leven van een tweederangs status opklommen tot erkenning als “serieuze” kunst.

Agee was born in Philadelphia in 1959. Her mother, Sally Agee, earned an art degree at Syracuse University and exhibited art late in life; her treatment of the home as an ongoing project—rearranging furniture, painting floral designs on bathroom walls or an Abstract Expressionist action-work on the floor—had a strong influence on Ann. Agee studied at the Cooper Union School of Art (BFA, 1981) and Yale School of Art (MFA, 1986) and earned prizes for painting at both. Despite this, she felt stifled by the male-dominated, painting-centric culture at Yale, which conferred presumed status and seriousness on painting over other forms of expression. She turned to work in clay in 1985, drawn by its feel, greater connection to the world, provisional status, and potential as a medium she could lay claim to as a woman.
Ann Agee: Madonna’s and Handwarmers Pow Gallerie 2021 NY

The impetus for Agee’s Madonna series is the rather simple idea she had, years ago, to create an alternative world to that of medieval statuary, which privileges the male child. What if the child were a girl? Agee’s mother was an artist, as is her daughter, and the show is something of a generational tribute, as her daughter has recently left home and her mother passed away. Consequently, all the children in the show are girls, with their sex discreetly marked. They sleep, fidget around, and suckle their mothers, elongated women who convey a barely contained balletic energy and poise. (Faye Hirsch A feminist tale on Medieval Syatuary Hyperallergic)

Raised Curtain Madonna 2020
Sommige Madonna's, zonder kinderen, bieden in plaats daarvan een groot open gat, zoals in "Raised Curtain Madonna" (2020); gemaakt van porselein met een mat blauw glazuur, ze buigt voorover terwijl ze haar rok opent. Het geopende gat suggereert de ruimte van een verdwenen relikwie, of misschien het verdwenen kind, maar toch is ze even robuust als Picasso's portret uit 1906 van Gertrude Stein. Picasso is inderdaad voortdurend aanwezig in de tentoonstelling, in zijn pure speelsheid en vindingrijkheid - of het nu gaat om de lachende, scheve gezichten van "Gesluierde Madonna" en "Volkspietà met druppel" (beide 2020), die doen denken aan zijn keramiek, of de scherp gevouwen verbindingen, in deze en elders, die doen denken aan zijn sculpturen van geslepen metaal, die Agee bewondert. Er zit een macho bravoure in een van de meest serene en mooie werken van de tentoonstelling, de monumentale, hemelsblauwe "Cult of the Penis Madonna" (2021), die een talismanische ketting draagt met een fallusbola, een vorm die gebaseerd is op vruchtbaarheidsvoorwerpen uit het oude Rome die Agee maakte en aan de muren van een eerdere tentoonstelling hing.(ibidem)
Ann Agee, “Cult of the Penis Madonna” (2021), 33.75 x 12 x 9.75 inches
Many of Agee’s works are stamped with Agee Manufacturing Co., a signature of sorts, exemplifying Agee’s desires to replicate, copy and mimic pre-existing forms. The stamp creates a mirage that the work is a multiple and not unique when in fact, replicated or not, all of Agee’s works are unique. This play between art, material and function, is a constant point of exploration for Agee, and much of her work playfully tows the line between object and artwork, form and function, handmade and readymade.
Courtesy of Locks Gallery, Philadelphia “Gross Domestic Product.”

‘Producten’ in en om het huishouden zijn voor haar dankbaar werkmateriaal. Ze gebruikt hun bekende atmosfeer maar door hun nieuwe vormgeving stellen zij vragen naar het individuele van onze ervaringen. Agee’s kunst verstoort het onderscheid tussen kunst en ambacht, tussen decoratief en utilitair. Ze herdenkt werk, het lichamelijke en aspecten van het gewone leven, zoals huishoudelijke voorwerpen, karweitjes, omgevingen en verhalen, fabrieksarbeid en handwerk, industriële processen en consumentenverpakkingen. Schrijvers en curatoren suggereren dat haar werk put uit decoratieve kunst uit verschillende eeuwen (vaak ontdekt door museumstudie), zoals 17de-eeuws Delfts aardewerk met Aziatische invloeden, 18de-eeuwse Meissen beeldjes en Frans textiel, en Rococo ornamentiek, maar ook modernistische en Pop art toe-eigening en industriële keramische technieken. (Wikipedia)

Ann Agee, Lake Michigan Bathroom 1992 2015, detail, porcelain, dimensions variable

Uit: Boxing in the Kitchen 2005

De materialen zijn vertrouwd, je denkt ze te herkennen uit de rijke ‘postuurtjeswereld’ waarmee huiselijke decors werden gedecoreerd, maar hun vormgeving doorbreekt vaak de verwachtingen. De verbeelding verlost ze uit hun louter decoratieve atmosfeer. Ze verliezen hun ‘beeldjes-imago’ en worden flitsen uit herinneringen of verwachtingen.

Uit ‘The Kitchen Sink 2012’

Bezoek haar website: https://www.annageestudio.com

‘In de marge van het leven’ Marjana Savka Oekraïne, gedichten-

Stefaniia and Ihor Kaniuk mourned their son Yurii Kaniuk in Mykolaiv, Ukraine, on Saturday. The 27-year-old soldier was killed on Monday while fighting in the eastern region of Donetsk.Credit…Diego Ibarra Sanchez for The New York Times
On the eve of Ukrainian Orthodox Easter, the poet Marjana Savka posted a poem to her Facebook page about an army volunteer who has been struck down by missile fragments.
Ukrainian Orthodox Christians celebrate Holy Saturday, the day before Easter, as a time marked by the sadness over the tragedy of the crucifixion and the anticipation of the resurrection. It is a day of mourning and of delayed joy. (Litertary Hub)

Here lies the Lord. Slain in a coffin.
The Resurrection, it seems, is off schedule.
He was a volunteer in the last most terrible war.
Drove around the city so calm, unarmored
Delivered bread through the hellish traffic.
Told those around him: don’t live in anger.
After all even a horrible criminal has a chance of repenting.
But the sun was setting over the city, behind the hills’ black ridges
And the buildings were burning like dry masts. And the fight
Between the light and the dark might last a while.
He was struck down by a fragment of a missile to the chest.
Beside him lay twelve others, a child among them.
A good fifty people quickly surrounded them.
And they said, Herods spare no one, not even kids.
But they soon left. Because it was already curfew.
Here lies the Lord. He was kind. He divided the bread.
He came from somewhere—from Izyum, from Bucha, from Popasna.
He’s lying in a coffin. We’re awaiting the wonder of wonders.
He asked us not to kill. He walked here among us.
He will rise again. Casting off his cross and vulnerability.
He will rise again and will join our ranks,
Desperate,
Brave,
Familiar,
Alive.

Marjana Savka (vertaald door Amelia Glaser)
Hier ligt de Heer. Gesneuveld in een kist.
Het lijkt erop dat de wederopstanding niet volgens plan verloopt.
Hij was een vrijwilliger in de laatste meest verschrikkelijke oorlog.
Reed rond in de stad zo kalm, ongewapend.
Bezorgde brood door het helse verkeer.
Vertelde de mensen om hem heen: leef niet in woede.
Zelfs een afschuwelijke misdadiger heeft immers de kans om tot inkeer te komen.
Maar de zon ging onder boven de stad, achter de zwarte bergkammen.
En de gebouwen brandden als droge masten. En de strijd
tussen het licht en het donker zou nog wel even kunnen duren.
Hij werd neergeslagen door een fragment van een raket in de borst.
Naast hem lagen twaalf anderen, waarbij een kind.
Een vijftigtal mensen omringden hen snel.
En zij zeiden: Herodes spaart niemand, zelfs geen kinderen.
Maar ze vertrokken vlug. Want de avondklok was ingegaan.
Hier ligt de Heer. Hij was vriendelijk. Hij verdeelde het brood.
Hij kwam ergens vandaan, uit Izyum, uit Bucha, uit Popasna.
Hij ligt in een kist. We wachten op het wonder der wonderen.
Hij vroeg ons niet te doden. Hij wandelde hier onder ons.
Hij zal weer opstaan. Zijn kruis afwerpen en zijn kwetsbaarheid.
Hij zal herrijzen en zich bij ons voegen,
Wanhopig,
Dapper,
Vertrouwd,
Levend.

Marjana Savka
Marjana Savka is a Ukrainian poet, children’s writer, literary critic, essayist, and editor. She is also the co-founder of the publishing house “Vydavnytvo Starogo Leva.” She published her first poetry collection, Naked Riverbeds, at the age of twenty-one. Eight other books, for which she has received several awards, have appeared since then, including four poetry collections and three children’s books. A former actress and journalist, she edited We and She, an anthology of poems by female writers from Lviv, Ukraine. Savka’s poetry is distinguished by the intricate link between life and literature, resulting in a palimpsest of universal tropes and an intimate picture of love.
We wrote poems. . .

We wrote poems
about love and war,so long ago
we could have gone grey three times over—
in the days before we had war,
it seemed love would never burn out
and pain was in the offing
Yes, there were wounds there,
not just cracks in a chocolate heart,
but they managed to heal
and we went on living.It wasn’t mocking,
or some deliberate game.
We read the signs
on palimpsests of old posters,
on the walls of blackened buildings,
in coffee grounds.
What changed, my sister?
Our hot-air balloon
turned into a lead ball.
The metaphor — died. 

Translated from the Ukrainian by Sibelan Forrester and Mary Kalyna with Bohdan Pechenyak
(A palimpsest is a parchment that has been scratched off and written on again. -codex rescriptus-)
We schreven gedichten. . . .

We schreven gedichten 
over liefde en oorlog, 
zo lang geleden 
dat we wel drie keer grijs waren geworden. 
In de tijd voordat er oorlog was, 
leek het alsof de liefde nooit zou opbranden 
en er pijn op de loer lag. 
Ja, er waren wonden, 
niet alleen scheuren in een chocoladehart, 
maar ze konden genezen 
en we gingen door met leven.
Het was geen schimpscheut, 
of opgezet spel.
We lazen de tekens 
op palimpsests van oude posters, 
op de muren van zwartgeblakerde gebouwen, 
in koffiedik.
Wat is er veranderd, mijn zus?
Onze hete luchtballon 
veranderde in een loden bal.
De metafoor - stierf. 

Marjana Savka

(een palimpsest is een afgekrabd en weer beschreven perkament. -codex rescriptus-)

Somewhere on the shore of days
between yesterday and tomorrow
we strain our ears to hear
night is the time for listening
we let all the words out of our head—
let them fly
dark little angels
a strange trajectory
navigating between dreams and reality
it’s here somewhere
a stream pool of total silence
we step into it
naked and mute
and silence encroaches
first to the knees
then to the breast
consuming the shoulders
submerging you entirely
god what’s the word
from which everything was born?
… sometimes it’s enough to emerge from your own silence

Marjana Savka
Translated, from the Ukrainian, by Amelia Glaser and Yuliya Ilchu


Ergens aan de kust der dagen
tussen gisteren en morgen
spitsen wij onze oren om te horen
de nacht is de tijd om te luisteren
we laten alle woorden uit ons hoofd-
laat ze vliegen
donkere kleine engelen
een vreemd traject
laverend tussen dromen en werkelijkheid
 Hier is er ergens
een stromende poel van totale stilte
we stappen erin
naakt en met stomheid geslagen
en de stilte dringt binnen
eerst tot aan de knieën
dan naar de borst
en verteert de schouders
je helemaal onderdompelend
god wat is het woord
waaruit alles is geboren?
...soms is het genoeg om uit je eigen stilte tevoorschijn te komen

Marjana Savka
Forgive me, darling, I’m not a fighter. . .

Forgive me, darling, I’m not a fighter.
Every time you gaze into my face,
I tell you:
I have a knife to cut willow twigs —
I can weave you a basket —
If you like, I can weave you a bird,
And plant violets in its eyes.
I’m not a fighter, darling,
I have a knife to prune branches
On the young trees.
You haven’t come out to the garden for so long.
The cherries are coming in.
Darling, why have you gone so grey?


Vergeef me, schat, ik ben geen vechter. . . .

Vergeef me, schat, ik ben geen vechter.
Elke keer als je in mijn gezicht kijkt, zeg ik je:
Ik heb een mes om wilgentwijgen te snijden…
Ik kan een mand voor je weven.
Als je wilt, kan ik een vogel voor je weven,
En viooltjes in zijn ogen planten.
Ik ben geen vechter, schat,
Ik heb een mes om takken te snoeien
Van de jonge bomen.
Je bent al zo lang niet meer in de tuin geweest.
De kersen komen eraan.
Lieverd, waarom ben je zo grijs geworden?

Marjana Savka
Translated from the Ukrainian by Sibelan Forrester and Mary Kalyna with Bohdan Pechenyak
The armed conflict in the east of Ukraine brought about an emergence of a distinctive trend in contemporary Ukrainian poetry: the poetry of war. Directly and indirectly, the poems collected in this volume engage with the events and experiences of war, reflecting on the themes of alienation, loss, dislocation, and disability; as well as justice, heroism, courage, resilience, generosity, and forgiveness. In addressing these themes, the poems also raise questions about art, politics, citizenship, and moral responsibility. The anthology brings together some of the most compelling poetic voices from different regions of Ukraine. Young and old, female and male, somber and ironic, tragic and playful, filled with extraordinary terror and ordinary human delights, the voices recreate the human sounds of war in its tragic complexity.

https://www.wordsforwar.com/
Published by Academic Studies Press (Boston, MA) and Harvard Ukrainian Research Institute (Cambridge, MA), Words for War: New Poems from Ukraine is available in hardback, paperback, and digital ebook formats. We highly recommend purchasing the book directly from your local, independent bookstore or through bookshop.org, an online bookstore with a mission to financially support local, independent bookstores.

Kleine recepten omtrent de leegte, een aanloop (4)

Sumi-e- werk van Marjon de Jong

Een eerste stap:

Een gedachte die ik onthou uit de film, hieronder met een simpel klikje te bereiken, is dat het niet-tekenen belangrijker kan zijn dan wat je met inkt (Sumi = inkt) aanbrengt, het respect voor de leegte. Het wit.

Marjon de Jong ontdekte Sumi-e, een oorspronkelijk Chinese, traditionele schilderkunst die rond 1200 naar Japan was overgewaaid. Sumi-e betekent letterlijk: met zwarte inkt schilderen. In deze traditie worden voorstellingen als landschappen met enkele penseelstreken tot de essentie teruggebracht. Bij het aanbrengen van de streek moet je nergens naar streven. De streek zelf is de essentie, de weg naar het uiteindelijke werk. We spreken haar over haar leven. Hoe haar jeugd haar leven heeft bepaald en hoe het schilderen haar helpt om met haar verleden om te gaan.

En dat zie je in deze mooie, ontroerende documentaire (33:00) waarin kunst en het niet zo rooskleurige leven elkaar raken. Bekijk hem op een stil moment waarin je niet gestoord kunt worden.  Hij, de documentaire en zij, de kunstenares zullen je lang bijblijven. Kijk hier:

https://www.npostart.nl/de-boeddhistische-blik/24-10-2021/KN_1727631

Zen- en Sumi-e meester Beppe Mokuza

In de documentaire ervaar je het ongemakkelijke, pijnlijke leven van de kunstenares en hoe haar werk, haar kunst haar hielp, bijna als therapie. Het wondere, maar vooral het reële. De leegte als een voortdurend zoeken naar de essentie.

Haar website:

https://www.marjondejong.eu/nl/

Marjon de Jong Acryl op doek, The quantum leap

Vervolgens:

Probeer wat je gezien hebt te toetsen aan jezelf, aan je omgeving. Dus wandel je, fototoestel in de hand, op deze woensdagnamiddag door het huis, net voor het feest van hemelvaart, en je kijkt naar onbedoelde combinaties die je iets van dezelfde tegenstelling ‘verlies en essentie’ meegeven.

eigen foto

Niet gerangschikt, gewoon een hoekje uit een werkkamer. Gevuld met foto’s en herinneringen aan geliefde wezens waarvan de meesten helaas voor altijd lijfelijk afwezig, met uitzondering van mijn twee beminde vrouwen. Een klein hemeltje, een ‘blijf bij ons want het wordt het al donker buiten.’

eigen foto

De zelf gekweekte Kaapse viooltjes, kwetsbaar en kortstondig. Niet te veel in de zon, zeker niet in de regen. De rug van de dame uit de Jugendstil-tijd. De veranda spiegelt in het glas van de eetkamer. Niet van marmer helaas voelen we ons ook verbonden met de viooltjes. Niet te veel van dit maar ook niet te weinig van dat. Je herkent het gezochte evenwicht. Essences en essenties in handbereik.

eigen foto

De gedroogde granaatappelen. Punica Granatum. Deze vruchten hebben talloze referenties in de literatuur en de kunst geïnspireerd, en de vrucht van de granaatappel wordt al lang beschouwd als een symbool van schoonheid en vruchtbaarheid. Alleen de pitten van de vrucht zijn eetbaar en bevinden zich in kamertjes in het vruchtvlees. De pitten zijn sappig en zitten boordevol vitaminen. Als een rijpe vrucht op de grond valt en opengaat springen de zaden alle kanten op, vandaar de naam granaatappel.

De kleur van granaatappels: Sobere, symbolische film over de  legendarische dichter-musicus Sayat Nova (1712-1795) uit Armenië. Kort na het uitbrengen ervan in 1969 werd de film door de Russische autoriteiten in beslag genomen. Paradjanov kwam na jaren van gedwongen werkloosheid uiteindelijk in een werkkamp terecht. Sinds 1981 is de film vrijgegeven, hoewel het naar alle waarschijnlijkheid om een bewerkte versie gaat. Scenario van de regisseur. Camerawerk van Suren Schachbasjan. Een fragment.(11:20) 
Gerrit Achterberg - Merel

De morgenmerel gorgelt

bekers bittere wijn:

droom, die tot pijn verkorrelt

In vogelkelen

omdat het dag moet zijn;

omdat het grote hele

donker niet langer dicht kan zijn.

(Uit: Verzamelde gedichten (1979)

Het lieve grote hele donker, als het heimwee van een merel, of hoe de vormeloosheid van de nacht ons naar de scherpte van de dag dwingt. Maar dan is er zijn troostend gezang. Wij zorgen ervoor dat hij zijn dagelijkse appel krijgt die hij vaak met ekster en kauwen moet delen. Maar zijn prachtig gezang versiert de tuinen tot het donker wordt en bij het eerste licht hoor je hem al. (tot begin juli als de rui begint). Voor degenen die ver van de open natuur wonen hebben we nog een uur lang merelgezang en bosgeluiden in het allermooiste van wat natuur heet, nu overal te kijk. Een prachtige video als troost voor wie moet thuisblijven.

Nog later ontdekt, een mooi gedicht over de granaatappel van Kahlil Gibran. (1883-1931) Het mocht hier nog graag een schuilplaats vinden.

Eens, toen ik in het hart van een granaatappel woonde, hoorde ik een zaadje
zeggen: "Op een dag zal ik een boom worden, en de wind zal zingen in
mijn takken, en de zon zal dansen op mijn bladeren, en ik zal
sterk en mooi zijn door alle seizoenen heen."
 
Toen sprak een ander zaadje en zei: "Toen ik zo jong was als jij 
dacht ik dat ook, maar nu ik de dingen kan wegen en meten,
zie ik dat mijn hoop ijdel was."
 
En een derde zaadje sprak ook: "Ik zie in ons niets dat zo'n
grote toekomst belooft."
 
En een vierde zei: "Maar wat een aanfluiting zou ons leven zijn, zonder
een grotere toekomst!"
 
Een vijfde zei: "Waarom zouden we twisten over wat we zullen worden, als we niet eens weten wat we zijn."
 
Maar een zesde antwoordde: "Wat we ook zijn,
dat zullen we blijven zijn."
 
En een zevende zei: "Ik heb zo'n duidelijk idee hoe alles zal zijn, 
maar ik kan het niet onder woorden brengen."
 
Toen sprak een achtste, en een negende, en een tiende, en toen vele, 
totdat allen spraken, en ik de vele stemmen niet uit elkaar kon houden. 

En zo verhuisde ik nog diezelfde dag naar het hart van een kweepeer, waar de
zaden schaars zijn en bijna altijd stil. 
Madonna of the Pomegranate Alessandro Botticelli 1445-1510
Daar zit je dan vol jaloezie in die kweepeer terwijl de 'zagers' het toch maar voor elkaar hebben gekregen bij Botticelli. Abonneren kan ook hier, geheel gratis en naar eigen 'goesting' wat de duur betreft.

 

Kleine recepten omtrent de leegte, een aanloop (3)

Johannes Hevelius (left) and an assistant observe a partial solar eclipse in 1673.

Die mooie observatie van een gedeeltelijke zonsverduistering in 1673 had blijkbaar al heel wat voeten in de aarde als ik de uitgestalde onderdelen van de kijker bestudeer. Maar deze Duits-Poolse geleerde, Johannes Hevelius, tevens uitstekend bierbrouwer, deinsde ook niet terug om een privé observatorium met de mooie naam Sternenburg boven zijn drie gekoppelde huizen te bouwen met daarbij een zelf ontworpen en uitgevoerde Kepler-telescoop die zo maar eventjes een brandpuntafstand had van 46 meter.

The Large Astronomical Telescope Of Johannes Hevelius 1611-1687 Illustration From Machina Coelestis

Wil je in een klassieke notendop kennismaken met zijn boeiend leven dan verwijs ik je graag o.a. naar:

https://stringfixer.com/nl/Johannes_Hevelius

Hevelius en tweede vrouw Elisabeth observeren de hemel met een koperen sextant (1673)

Hij was mijn vertrekpunt bij mijn kleine zoektochten naar ideeën rondom de leegte. Het leven van een hemelkundige immers maakt gebruik van de grote leegte, en zelfs zijn onderzoek naar de nabije zon vindt best plaats als dit hemellichaam door onderlinge combinaties met bv. de maan onzichtbaar werd. (in feite is het niet de zon maar wel een gedeelte van de aarde dat verduisterd wordt!)

Een ander aspect van dit kijken naar een zogenaamde leegte is het feit dat door uitdijing er steeds ruimte wordt bijgemaakt. Tegelijkertijd kunnen wij in die vroegere ruimte , het verleden, terugkijken. Ruimte en tijd. Dat zijn vier dimensies. Wij staan stil maar de ruimte deint uit in de tijd. (en steeds sneller!)

Het feit dat we in waarnemingen ook het verleden kunnen blijven zien vond ik een boeiende idee om de werkelijkheid te onderzoeken, net zoals de nieuwe ruimte die door uitdijing ontstaat.

De aanwezigheid zoals wij ze ervaren is duidelijk door merkstenen van geboorte en dood afgeboord, wij ervaren onszelf als tijdelijk terwijl wij via voorouders en nazaten in de tijd zijn, die dimensie waarin we het begrip verlies naar het begrip stroming kunnen vertalen.

'Bergson maakt een onderscheid tussen een bewust binnen de kloktijd handelend ‘ik’ en een in de innerlijke tijd ingebed ‘dieper gelegen zelf’. In dit moi profond ligt onze grotendeels vergeten geraakte geschiedenis opgeslagen, inclusief onze pretalige, vroege kindertijd. Want niets van de innerlijk beleefde tijd gaat verloren. Juist omdat het verleden altijd mee blijft resoneren, is geen enkel ogenblik ooit gelijk aan het voorgaande. We stappen dus nooit tweemaal in dezelfde rivier, zoals Heraclitus schreef. Elk nieuw moment komt voort uit alle voorgaande keren en voegt er het specifieke van de nieuwe ervaring aan toe. Tijd baart tijd.' 

(uit: Als het pijn doet gaan we terug naar zekere rivieren  Joke J. Hermsen)
'Ja, de tijd is stromend water, dacht ze, maar haar herinneringen vormden de bodem, met de kleine en grote kiezels, waarlangs het water zijn weg zocht. Elke druppel die aan haar voorbijschoot, had over de bodem van dat verleden geschraapt, over de zachte en de scherp uitstekende stenen en had daar iets losgewoeld en opgenomen in zijn stroom: een stukje mos, een korrel zand, en dit alles bepaalde het moment waarin ze zich nu bevond.' (ibidem)
Geen afloop

nu praat ik tegen u, bij uw bron
in een uithoek van het eiland.

nu ziet u mij tekeergaan met mijn vuisten
tegen de patrijspoort van mijn isolement
en ik roep iets.

nu ziet u mijn behuizing
door de liederlijke uitgestrektheid tollen.
een dobbelsteentje, al hoe kleiner

en nu ziet u mij niet langer maar u weet
dat ik nog altijd op datzelfde raampje bons.

mooi hoor, al dat oude sterrenlicht en geen
planeten, zo ver weg, zo dichtbij.
Alfred Schaffer (1973) is dichter en werkzaam als docent aan de vakgroep Afrikaans en Nederlands van de Universiteit Stellenbosch in Zuid-Afrika. In 2021 ontving hij de P.C. Hooft-prijs voor poëzie en verscheen, zo heb ik u lief. alle gedichten tot nu.

https://www.de-gids.nl/artikelen/ik-sprak-met-de-rivier-en-de-rivier-die-sprak-terug

De bedding. De leegte waardoor de rivier haar weg naar zee vindt. Bestaan er ook beddingen voor begrippen? Of voor ideeën-stromingen? Heb je een ‘stevige bedding’ nodig om je in deze wereld recht te houden? Zit een te nauwe of te brede bedding de durf om je in vraag te stellen in de weg? En in hoeverre vormt het zoeken naar het uiteindelijke doel, de zee, de bedding? Enkele stenen in het water gooien.

Men spreekt over het geweld van de wassende rivier. Maar wie spreekt er over het geweld van de bedding die de rivier insluit?’ (Bertolt Brecht)
 “Het idee van autonoom functionerende individuen is simpelweg een illusie, met als de waanzinnige variant van het westelijke hokjesdenken, van aparte mentale stoornissen tot afzonderlijke gendercategorieën. Leven is versmelting. Dood is ontbinding”.(Uit: 'Intieme Vrienden, Paul Verhaege)
Oude Meander van de Durme (Vilda/Yves Adams)

“Het idee dat de mens maakbaar is, klopt. Maar dat we onszelf maken is een illusie.” “Het dwingende ideaal is steeds meer produceren en consumeren … ‘Als we erin slagen onze kinderen te laten excelleren, dan zal ons kapitaal nog exponentieel groeien’, zo lees ik in de recente Beleidsnota Onderwijs van de Vlaamse onderwijsminister. Wat er vooral groeit is het aantal kinderen én leerkrachten dat uitvalt. Groei is het laatste wat we nodig hebben en kinderen tot kapitaal reduceren is de hedendaagse versie van de negentiende-eeuwse kinderarbeid.” (Intieme Vrienden, Paul Verhaege)

Van Gogh Brug over de Seine in Asnieres
Ik kijk naar het water- en of het stil is
en zwart, of rimpelt, en glinstert, het doet maar
ik denk: zo is het, dit is hoe het moet

er drijven eenden tegen het riet, die eenden
daar, in dat riet, er staan wat wilgen en elzen
die daar, in de bocht van de rivier
alles heeft zijn eigen moment, zijn eigen plek

er waren oneindig veel mogelijkheden om
een landschap met een rivier te zijn
er is gekozen voor deze ene en deze is,goed

Rutger Kopland Verzamelde Gedichten. G.A. van Oorschot, 2006

Tussen het publieke en private leven: Glyn Warren Philpot, schilder (1884-1937)

“Resurgam (Again) 1929 Oil on canvas 86cm x 89cm (Private Collection)

Het duurt wel even eer je tussen de documentatie en afbeeldingen het private van het publieke leven kunt onderscheiden, ook al is dit ‘persoonlijke’ een belangrijke factor bij het benaderen van zijn werk. Dat Glyn Warren Philpot, schilder en beeldhouwer, wel eens meer dan één keer tussen de geschiedenisplooien van de schone kunsten is verdwenen zal dan ook niemand met enige kennis van het leven en laten leven verbazen. Het begint zoals menig schildersleven begonnen is, met waar en wanneer:

Best known for his portraits of contemporary figures, Glyn Warren Philpot was a British painter and sculptor. Born in Chapham, London in 1884, he began studies at the Lambeth School of Art in 1900, under landscape painter Philip Connard. Philpot later studied at the studio of painter and sculptor Jean-Paul Laurens at the Académie Julian in Paris.
In 1904 one of Philpot’s paintings was included in the Royal Academy’s annual Summer Exhibition and this led to his first portrait commission.
Glyn Warren Philpot by Glyn Warren Philpot 1908
Na zijn bekering tot het katholicisme in 1905, verkende Glyn Philpot gedurende zijn hele carrière religieuze en spirituele onderwerpen. Na een eerste bezoek aan Florence en Midden-Italië in het begin van de jaren 1920, nam zijn productie van religieus geïnspireerde schilderijen aanzienlijk toe. Philpot produceerde ook verhalende scènes die minder formeel en met lossere penseelvoering waren uitgevoerd. Sommige daarvan tonen de invloed van de Franse Symbolistische beweging, die in deze tijd over de Europese kunstvormen verspreid was. Deze meer persoonlijke werken van Philpot werden in 1910 getoond maar kregen minder aandacht dan zijn portretten.
Portrait of Lady Benthall 1935

The Edwardian era in the United Kingdom, covering the reign of King Edward VII (1901-1910) allowed for more recognition of women’s and laborers’ rights. The class system was still very strictly defined, and any suspicion of homosexuality was tantamount to social suicide. But in this period the aesthetes and writers, including Oscar Wilde, Aubrey Beardsley, E.M. Forster, and Somerset Maugham, made their mark and were no doubt early influences on Glyn Warren Philpot. (Advocate 2012 Chr. Harrity)

Repose on the Flight into Egypt 1922 Glyn Warren Philpot 1884-1937 Purchased 2004 http://www.tate.org.uk/art/work/T11861

Glyn Philpot geeft een ongebruikelijke interpretatie aan het onderwerp van de rust van de Heilige Familie tijdens de vlucht naar Egypte door er mythologische figuren in te verwerken, waaronder een sfinx, een sater en drie centauren. Philpot’s presentatie van de mythologische wezens zinspeelt op heidense mythen van ongebreidelde seksualiteit, en de implicatie is dat deze zal worden vervangen door de nieuwe religie van het christendom. De Heilige Familie schuilt tegen een enorm beeldhouwwerk van een verwoest gebouw, waarvan op de achtergrond fragmenten te zien zijn. Dit droomachtige werk is geïnterpreteerd als een poging van Philpot om zijn aangenomen katholicisme te verzoenen met zijn seksuele aantrekkingskracht tot andere mannen. (Tate Gallery Label 2018)

Portrait of Vivian Forbes, c.1930 (oil on canvas) by Philpot, Glyn Warren (1884-1937); 101.5×76 cm; Private Collection; (add.info.: Vivian Forbes (1891-1937);); Photo © Peter Nahum at The Leicester Galleries, London.

Je moet al even gaan zoeken om de verbinding tussen schilder Vivian Forbes en Philpot Glyn Warren te vinden al was Vivian ‘longtime partner’ van Glyn. Ze leerden elkaar kennen bij de Royal Fusiliers op een training in Aldershot 1915 en na de oorlog begonnen ze wat beschreven staat als ‘a more serious relationship’.

Forbes also composed poetry, all of it dedicated to Philpot and their relationship. Forbes, Philpot, Ricketts and Shannon all had studios at some point in the Lansdown Road building of the Ladbroke Estate.

Ook al waaierden hun levens soms heel andere kanten uit, toen Vivian de plotse dood van Philpot Glyn Warren (18 december 1937) vernam, verliet hij onmiddellijk Parijs om de begrafenis te kunnen bijwonen en pleegde de dag daarna op 23 december zelfmoord door een grote dosis slaappillen in te nemen.

Vivian Forbes naar tekening van Philpot, Glyn Warren
Shortly after his death, Philpot was accorded a retrospective at the Tate Gallery in 1938, but his fame waned after the Second World War and his work became increasingly marginalised within British art history until a retrospective National Portrait Gallery in 1984. This is due perhaps to the difficulty of classifying an artist whose painterly styles are so various and whose subjects are suggestive and ambivalent, lacking affiliation with other English modernists. Outside his portraiture, the underlying interest in the male body displayed in his work was rarely analysed and it is only since the 2000s that the theme of homosexuality is being properly acknowledged. In 2017, Brighton Museum and Art Gallery opened a retrospective display of Philpot's work in the context of the many LGBTQ exhibitions and events across the museum, celebrating the 50th anniversary of the partial decriminalisation of homosexuality in the UK. (Art UK Jenny Lund, Nicola Coleby)
Philpot, Glyn Warren; The Angel of the Annunciation; Brighton and Hove Museums and Art Galleries; http://www.artuk.org/artworks/the-angel-of-the-annunciation-75376

Op het schilderij De engel van de annunciatie (1925) is de aartsengel Gabriël afgebeeld als een gespierde en sensuele jongeman die knielt voor een portiek van rode baksteen. In plaats van vleugels heeft hij een golvende rode cape, en hij kijkt meelevend naar de Maagd Maria, wier aanwezigheid slechts wordt gesuggereerd door de achtergelaten breipennen en garen. De toeschouwer van het schilderij neemt het perspectief van Maria aan en wordt de ontvanger van de aankondiging van Gabriël. In plaats van de traditionele lelie, die Maria’s toewijding en zuiverheid symboliseert, biedt Gabriël een anemoon aan. In de christelijke iconografie symboliseert de anemoon, een wilde bloem, de zuiverheid en de kortstondigheid van het leven van Christus, en in de klassieke mythologie de tranen van Aphrodite toen zij treurde om de dood van haar jeugdige minnaar Adonis. Volgens Philpots broer Leonard is het decor geïnspireerd op Leonards cottage in Bedham, bij Fittleworth, Sussex, waar Philpot verbleef voordat hij aan De engel van de annunciatie werkte. Philpot’s zeer moderne interpretatie van de Annunciatie kreeg gemengde kritieken in de pers.(ibidem)

Philpot, Glyn Warren; Melancholy Negro; Brighton and Hove Museums and Art Galleries; http://www.artuk.org/artworks/melancholy-negro-75380
Philpot was introduced to Henry Thomas in 1929, after the Jamaican had missed his boat home. He became Philpot's servant and companion, remaining with him until the artist died in 1937, and was the model for all Philpot's paintings of black men from 1932. On visits to America and Paris, Philpot frequented jazz clubs and had made sketches and painted portraits of black men. At a time when few portraits of black men were painted by white artists, Philpot's paintings and drawings display empathy and sensitivity towards his sitters.(ibidem)

IIn Melancholy Man (1936), Henry Thomas’s long torso and limbs are accentuated and the tilt of the head and the open arms and hands suggest a passive gentleness, the gold background accentuating the sensual rendering of the model’s skin. The blue strip at the left gives depth to the painting and makes solid the figure in space. This feminised, languorous portrayal of a black male hints at Philpot seeing black men as ‘other’, onto which he could project a coded homoeroticism otherwise difficult in the censorial society of the 1930s. (ibidem)

https://artuk.org/discover/stories/glyn-philpot-portraiture-and-desire

Glyn Warren Philpot, A Young Breton, 1917, Oil on Canvas, 127 z 101.6 cm, Tate Museum, London

Kijk ook naar een mooie collectie bij:

https://godsandfoolishgrandeur.blogspot.com/2018/01/in-fractured-light-male-portraits-by.html

Kleine recepten omtrent de leegte, een aanloop(2)

eigen foto 2022 3030168 Gmt

Gewend als wij zijn aan het zichtbare, -in bredere betekenis ‘het waarneembare’- is de bron van het zichtbare, het lentelicht, wel te situeren in zijn oorsprong, maar in wezen (mama, waar is licht van gemaakt?) niet dadelijk te ervaren.

Schept het de aanwezigheid van een ruimte waarin je deze tekst leest, het landschap waar je zo dadelijk naar kunt kijken, of de herinneringen aan de gestalte van een geliefd wezen, hoe minder het licht zelf in evidentie komt. In een lege, nachtelijke kamer echter is het kleinste kaarsvlammetje het centrum. De leegte als noodzakelijkheid om essenties waar te nemen zou je met dit beeld kunnen omschrijven. Lao-tse zei het zo:

De leegte

De band van een wiel wordt vastgehouden door de spaken,
maar de leegte tussen hen is wat zin geeft voor het gebruik.
Vaten worden gevormd uit natte klei,
maar de leegte binnenin maakt het mogelijk om de kruiken te vullen.
Hout wordt gebruikt om deuren en ramen te maken,
maar de leegte tussen hen maakt het huis bewoonbaar.
Dus het zichtbare is van nut,
maar het essentiële blijft onzichtbaar.

Lao-tse
Rene Magritte The human Condition
The void

The tyre of a wheel is held by the spokes,
but the emptiness between them is what makes sense in use.
Vessels are formed from wet clay,
but the emptiness within them makes it possible to fill the jars.
Wood is used to make doors and windows,
but the emptiness in them makes the house habitable.
Thus the visible is of use,
but the essential remains invisible.

Lao-tse

We zijn vlug geneigd om die ‘leegte’ tot iets mysterieus of zelfs heiligs te verheffen, maar ze is gewoon de (denk)ruimte waarin we waarnemingen en ideeën tot hun recht laten komen. Luister maar naar deze kleine BBC-soundscape waarin een bezige koekoek hoorbaar is. Sluit je ogen en je bent 1’39” in een landschap waar de roep van de vogel de diepte hoorbaar maakt. Met je volumeknop je kun je dichterbij of verder weg zijn.

Common Cuckoo (Cuculus Canorus) – territorial calls with reed warbler, etc

Camille Saint Saëns heeft er in zijn dierencarnaval een muzikale aanwezigheid van gemaakt. De diepte van het woud laat zijn roep ver weg klinken en schept een onzichtbare maar hoorbare ruimte. Je kunt zelfs de twee klankbeelden proberen samen af te spelen, dat zorgt hier en daar voor wonderlijke combinaties.

Het zou mooi zijn al die landschappen die je je als luisteraar verbeeld hebt bij elkaar te brengen en ze met je eigen ervaringen te verbinden. Het mag duidelijk zijn dat je de leegte nodig hebt om de wereld van anderen toe te laten. Leegte schept ruimte voor het andere en anderen. Dat kan ook met letters. Zijn brieven voor velen al verschijnselen uit een ver verleden, dan blijven verhalen en gedichten een andere mogelijkheid om bv. vanuit het jaar 1837 een juni-nacht te proeven. Nuits de juin. Geschreven door Victor Hugo. Beetje zachtjes luidop meelezen maakt de muzikaliteit hoorbaarder, inderdaad. Daaronder kun je Jupiter volgen bij zijn reis door de zomernacht terwijl een heuse nachtegaal zijn mooiste muziek maakt voor degenen die wakker zijn gebleven. Les yeux fermés, l’ oreille aux rumeurs entrouverte.

Nuits de juin

L’été, lorsque le jour a fui, de fleurs couverte
La plaine verse au loin un parfum enivrant ;
Les yeux fermés, l’oreille aux rumeurs entrouverte,
On ne dort qu’à demi d’un sommeil transparent.

Les astres sont plus purs, l’ombre paraît meilleure ;
Un vague demi-jour teint le dôme éternel ;
Et l’aube douce et pâle, en attendant son heure,
Semble toute la nuit errer au bas du ciel.

Victor Hugo 28 septembre 1837

En terwijl ik deze reis uitstippel hoor ik dat auteur Jeroen Brouwers is overleden. Laat de diepte van de sterrennachten een waardige slaapplaats zijn terwijl wij, achterblijvers, zijn woorden lezen en herlezen voorbij de langste nacht in de geduldige duur van de ons gegunde dagen in geheime kamers en bezonken rood. On ne dort qu’a demi d’un sommeil transparant.

Maait mei niet? ‘De ongrijpbaarheid van het kwaad’ (Nelleke Noordervliet)

eigen foto

Het mag duidelijk zijn dat deze bijdrage geen vragen wil stellen bij het mooie initiatief de wildgroei in de tuinen te bevorderen maar eerder vanuit data als de net voorbije 4de en de komende 9de en 10de meidag een ander ‘maaien’ zichtbaar te maken dat -dachten wij- nu wel tot de ‘geschiedenis’ is gaan behoren, maar weer volop in de bloedigste betekenis van het woord dagelijks tot in Europa bloesem en bloed verenigt. Wilde ik dit jaar de weelde van de blauwe regen in beeld brengen dan kon dat alleen vanuit de zwarte schaduw van zijn knoestige stammen.

It should be clear that this contribution does not seek to question the fine initiative of promoting sprawl in the gardens but rather to make visible, from dates such as the just-passed 4th and the coming 9th and 10th May, another 'mowing' that we thought belonged to 'history', but which, in the bloodiest sense of the word, unites blossom and blood daily in Europe. If I wanted to picture the opulence of the wisteria this year, I could only do so from the black shadows of its gnarled trunks. 

In de mooie verzameling teksten van Nelleke Noordervliet ‘Schatplicht’ (Uitgeverij Augustus A’dam-Antwerpen 2013) vond ik in de late uren een prachtige tekst ‘De ongrijpbaarheid van het kwaad’ , de neerslag van een toespraak ter gelegenheid van de herdenking van 4 mei in de Nieuwe Kerk te Amsterdam in 2006. Haar woorden zijn actueler dan ooit. Ze verspreiden is dan niet alleen een eerbetoon maar pure noodzakelijkheid.

Russian state media are now highlighting Russia’s capture of almost all of Mariupol as a long-anticipated victory in Mr. Putin’s pledge to “denazify” Ukraine.Credit…Alexander Ermochenko/Reuters NY Times

‘Hoe kon het gebeuren? In Europa. In Duitsland. In Azië. In Japan. Hoe kon de zucht tot veroveren en onderdrukken bezit nemen van zovelen? Hoe kon een misplaatst gevoel van superioriteit leiden tot vervolging en vernietiging van miljoenen medemensen? Waarom is er niet eerder ingegrepen?
Het is allemaal beschreven. Geschiedschrijving helpt een overzicht te krijgen. Optimist als de mens vaak is, meent hij van de geschiedenis te zullen Ieren. De voornaamste les is dat de mens niets leert van de geschiedenis, althans geen consequenties verbindt aan de lessen. Als dat wel zo was, leefden we nu in het paradijs. Nee, nu val ik ons iets te hard. Het is waar: oorlog is helaas gangbaarder dan vrede, maar is er nu ergens ter wereld oorlog of heerst ergens ter wereld een mensonterend regime, dan sluiten we onze ogen niet. Niet altijd. In sommige gevallen heeft de internationale gemeenschap na ampele beraadslagingen een vredesmissie naar een dergelijk gebied gestuurd. En ook daarvan is geleerd. Door schade en schande. Er is geen schone oorlog, er is geen zuivere vrede. Geschiedschrijving maakt ons bewust van onze feilbaarheid.
Ze maakt ons alert op nieuwe verschijningsvormen van onrecht, terreur, misleiding. Niet alleen in anderen maar ook in onszelf.

Olga Podust, 28, surveyed the damage to her apartment in Kramatorsk on Thursday. An early-morning Russian airstrike severely damaged the residential complex where Ms. Podust lived. Credit…Lynsey Addario for The New York Times

De grote totalitaire regimes zijn verdwenen uit Europa. Dat wil niet zeggen dat de voorwaarden waaronder ze konden ontstaan met hen zijn verdwenen. Hannah Arendt heeft dat in haar diepgravende analyse van het totalitarisme afdoende duidelijk gemaakt. Wat me blijft intrigeren is hoe in een mens, die onder normale omstandigheden niet geneigd is tot crimineel gedrag, die niet erfelijk is belast of andere tekortkomingen in zijn systeem vertoont, de besmetting met het kwaad plaatsvindt, hoe het komt dat mensen bereid zijn hun individualiteit en kritisch oordeelsvermogen op te geven, uit eigen vrije wil, en actief een rol te gaan vervullen in een machinerie van haat en vernietiging. Hoezeer ook een totalitaire beweging welhaast een natuurverschijnsel lijkt dat alles en iedereen op zijn verwoestende weg meesleept: elke beweging bestaat uit mensen, individuen, verblind, hongerig, vervuld van eigenbelang, wraakzucht, jaloezie en wat al niet, maar altijd eenlingen, met het vermogen te denken en lief te hebben. Mij intrigeert dat omslagpunt waarop een individu zijn keuze maakt: mee te gaan of weerstand te bieden. Velen buigen, maar sommigen niet. Sommigen niet. Weten we van onszelf of we de moed zullen opbrengen? Ik durf mijn hand niet voor mijzelf in het vuur te steken. Van niemand valt te voorspellen of hij in de beproeving stand kan houden.

Ik stel me voor hoe het gaat. Er zijn problemen in een gemeenschap. Er heerst onrust, verwarring. Er zijn smeulende conflicten.
In het zoeken naar een uitweg wordt een idee voor een oplossing geopperd. Het klinkt plausibel. Verlossend zelfs. De visie wint aan populariteit en wordt krachtiger, radicaler. ]e hele omgeving spreekt zich uit voor die kijk op de kwestie, met wat mitsen en maren, maar toch. ]e discussieert. Stelt vragen. Argumenteert. Geeft toe. Of niet. Of een beetje. ]e twijfelt. Er zit misschien wel wat in. Of niet. De anderen twijfelen steeds minder. Wie is nou gek, zij of jij? De visie wordt steeds meer absoluut. De taal verandert. De betekenis van woorden verandert. Bijna ongemerkt. Al spoedig schaam je je voor je twijfel. ]e spreekt hem niet meer uit.
Tegenstand wordt steeds minder geduld. Mensen die je hoog had zijn de ideologie toegedaan. ]e wordt een buitenstaander. Dat wil je niet zijn. ]e vreest de eenzaamheid, de uitsluiting. En ach, als zovelen de nieuwe politiek aanhangen, wat maakt jouw protest dan nog uit? En als je je aansluit ben je ook maar een onaanzienlijke druppel in de oceaan. Wat doe je ertoe, jij klein mens? Alles om je heen is veranderd, je verandert zelf. Tot je jezelf niet meer herkent.

Men zegt dat juist de geleidelijke, stapsgewijze voortschrijding van het kwaad de betrekkelijke meegaandheid van mensen onder een totalitair regime tekent. Mensen worden heel langzaam ontmenselijkt. Onmerkbaar verliezen ze het beeld van de ander als gelijke. Hun individualiteit wordt hun ontnomen. In ruil daarvoor krijgen ze angst.
‘Wil een totalitaire heerschappij het gedrag van haar onderdanen leiden,’ schrijft Hannah Arendt, ‘dan moet elk van hen erop voorbereid worden dat hij even geschikt is voor de rol van uitvoerder als voor de rol van slachtoffer.’ Je kunt niet meer kiezen. De staat kiest voor jou. De openheid van de toekomst houdt op te bestaan.

Ik blijf zoeken naar het moment van twijfel, het moment van toegeven, het beslissende moment, waarop een mens zich laat gaan in overgave en zelfverlies, het moment waarop het kwaad vat krijgt op een individu. Hoe is het kwaad als kwaad te herkennen? Wie jong is gelooft maar al te graag in de neiging van de mens tot het goede; hij begint zijn leven net en dan is moedeloosheid of cynisme geen vrolijke metgezel. Geleidelijk aan wordt hij wijzer en ontkiemt in zijn hart het zaad van de twijfel. Is de mens wel geneigd tot het goede? De werkelijkheid dwingt hem onder ogen te zien dat het ‘goede’ niet makkelijk herkenbaar is. Zelfs het kwaad dient zich aan in de mantel van het goede. Woorden als vrijheid en waarheid worden maar al te vaak misbruikt.

‘Do not go gentle into that good night, rage, rage against the dying of the light.’

We verzetten ons tegen de duisternis. We verzetten ons tegen het vergeten. Maar hoe kunnen we ons verzetten als de verhalen van de oorlog verstenen tot mythen? Als we het lied zo vaak hebben gehoord dat de betekenis uit de tekst is verdwenen. We moeten ons allereerst verzetten tegen gemakzucht en afstomping in onszelf. Blijf luisteren. Naar alle verhalen van oorlog.Verhalen van kinderen die een geweer in de hand gedrukt krijgen.Verhalen van vluchtelingen. Verhalen van gemartelden en gegijzelden. Verhalen van vermoeide soldaten. Verhalen van verdwenen dorpen. Verzamel verhalen en wordt niet moe. Luister naar verhalen van toen en naar verhalen van nu. Luister naar de stem van je eigen vrijheid. Maar hoor ook je uitvluchten, je excuses, je drogredenen. Volg niet klakkeloos leiders. Durf alleen te staan. Durf je uit te spreken. Wees moedig. Wie goed luistert neemt geen wapens op, behalve om de menselijkheid te verdedigen.

Toen Rotterdam brandde, op 14mei 1940, stonden mijn grootouders van moederszijde, een oom, een tante en mijn moeder in de etagewoning van opa en oma in Crooswijk, niet ver van de Jonker Fransstraat waar het vuur woedde. Ze waren erg bang. Zomaar was vier dagen tevoren de oorlog uitgebroken. Vliegtuigen lieten parachutisten vallen. Geruisloos zweefden ze door een hemelsblauwe lucht naar beneden, herauten van strijd en van dood. Nu kwamen de vliegtuigen met brandbommen aanronken, vlogen over, lieten hun loodzware last vallen. Elk ogenblik kon een voltreffer het dak van opa’s en oma’s huis raken. Ze hadden de armen om elkaar heen geslagen. Ik weet niet of ze gesproken hebben of gebeden, gevloekt of gehuild. Ze hebben gedacht te zullen sterven, zomaar op een dag in mei. Ze stonden als een menselijk schild over mijn nichtje heen, dat toen een paar maanden oud was. Het enige wapen dat ze hadden om de menselijkheid te verdedigen was hun eigen lichaam. Dat ene kleine jongen mensenleven telde. Ze moesten de toekomst redden. Ze moesten de toekomst redden.

Nellke Noordervliet, fragmenten uit 'De Ongrijpbaarheid van het Kwaad' Gebundeld in 'Schatplicht' Uitgeverij Augustus Amsterdam-Antwerpen 2013 

‘Tussen Rusland en Europa’, pogingen tot verstandhouding

Ukraine-army soldier

Als kind uit de tweede wereldoorlog is mij de geschiedenis dierbaar gebleven die ons, meer dan de begrijpelijke vooringenomenheid, wegen tot verstandhouding kan zichtbaar maken. Herinneringen aan een fantastische geschiedenisleraar die voor ons het ontstaan van een verenigd Europa zichtbaar maakte in de vroege jaren zestig en de snelheid waarmee commentatoren allerhande dagelijks hun stellingen (moeten) poneren, vormen een goede combinatie om te proberen waan en werkelijkheid van elkaar te scheiden. Lectuur is daarbij een goede gezel, in dit geval een boek van historica Janine Henriëtte Jager ‘Tussen Rusland en Europa’, ‘Russische debatten over de intelligentsia, de staat en de natie in de jaren 1908-1912’, uitgeverij Jan Mets Amsterdam, 1998. De datum verraadt de toenmalige actualiteit waarin na 1989 een ‘ander’ Rusland vorm zou krijgen na het verdwijnen van de Sovjet-Unie. Het begrip ‘tussen Rusland en Europa’ heeft een duidelijk historisch verloop. Het brengt ons enige klaarheid in de soms ‘vreemde’ uitdrukkingen die de huidige machthebber(s) in allerlei uitspraken debiteert. Wil je de hoofdrolspelers begrijpen dan is enige kennis van het (historisch) decor wellicht nuttig ook al is de aanblik van het echte decor onmenselijk en in onze ogen onbegrijpelijk.

'Het Russische Europabeeld was in veel opzichten het spiegelbeeld van het Europese Ruslandbeeld.  Ook in de Russische denkbeelden van Europa kwamen emoties van minachting, vrees en bewondering voor, maar in een andere rangorde.  In het Russische geval was eerder sprake van een minderwaardigheidscomplex.  Respect en vrees voor Europa voerden meestal de boventoon.  Daarbij was echter tegelijkertijd een soort basso continuo hoorbaar waarin zelfoverschatting, minachting voor het Westen en een messianistisch zendingsbewustzijn naar voren kwamen. 

De verdeeldheid in Europa over Rusland vond haar parallel in vaak nog grotere Russische onenigheid over Europa.  Evenmin als de andere Europeanen waren de Russen het onderling eens of hun vaderland tot Europa gerekend moest worden. Europa was een voorbeeld maar niet zelden van de afschrikwekkende soort. Ook hier vond partijvorming plaats en stonden de aanhangers van het Westen tegenover de slavofiele tegenstanders ervan.  De denkbeelden van Europeanen over Rusland en van Russen over Europa werkten op elkaar in en versterkten het ingewikkelde karakter van hun onderlinge verstandhouding.' (p17-18)
Illumination from 1673 representing a crowd at the Ipatiev Monastery imploring Michael Romanov’s reluctant mother to let him go to Moscow and become their Tsar (public domain).
‘Het Europese Ruslandbeeld en het Russische Europabeeld werden gekenmerkt door een sterke overdrijving van de verschillen tussen Rusland en het Westen. Deze verschillen waren echter aanzienlijk en vonden hun oorsprong in de Middeleeuwen. 
De eerste Russische staat, het Rijk van Kiev, kon zich omstreeks 1100 nog als een gelijkwaardige partner beschouwen van de staten in westelijk Europa. Het onderhield daarmee ook levendige culturele en economische contacten en was door huwelijkse banden gelieerd aan andere Europese vorstenhuizen. Voor de latere verhouding tussen Rusland en het Westen was het van grote betekenis dat Rusland in de 10de eeuw vanuit Byzantium gekerstend was en deel zou blijven uitmaken van het oosterse christendom. Het werd door Byzantium ondergedompeld in een religieus-politieke cultuur, gekenmerkt door autocratisch bestuur en een hooghartige afkeer van het Latijns-katholieke Westen. ‘ (p.18)
Annunciatie. Mozaïek uit de Kiëvse periode in de Sofia-Kathedraal, Kiev; alle opschriften zijn toch nog in het Grieks.(!) Maar… (zie hieronder)
'Rusland bleef echter verstoken van directe deelname aan de Grieks- Byzantijnse beschaving omdat het christendom in de volkstaal aan de Slaven werd verkondigd. Voor 1700 waren er nauwelijks Russen die Grieks, laat staan Latijn kenden. Rusland kwam daardoor gemakkelijk in een cultureel isolement terecht. De invloed van de scholastiek, de renaissance, het humanisme en de reformatie drong er nauwelijks door. Door de Mongoolse verovering in de 13de eeuw was Rusland grotendeels afgesneden geraakt van contacten met het Westen en Byzantium. In de daaropvolgende twee eeuwen ontwikkelde Moskovië zich in een langdurige strijd tegen de Mongolen en de andere Russische vorstendommen tot de machtigste staat in dit gebied. 

Het christelijke Moskovië had in de ogen van westerse waarnemers die het land tussen 1500 en 1700 bezochten, meer weg van een oosterse of Aziatische despotie dan van een Europees land. Deze indruk werd nog versterkt doordat de Russen behagen schiepen in hun culturele apartheid en nationaal—religieuze exclusiviteit. Na de val van Constantinopel in 1453 pretendeerde Moskou de enig overgebleven hoeder van het ware geloof te zijn. De Moskouse grootvorst liet merken dat hij zich als de opvolger van de Byzantijnse keizer beschouwde en noemde zich voortaan tsaar (caesar). De Byzantijnse dubbele adelaar werd als staatkundig embleem overgenomen. De Russen zagen hun Moskou als het ‘Derde en laatste Rome’. Hoewel zulke messianistische en antiwesterse denkbeelden zich niet werkelijk ontwikkelden tot een invloedrijke staatkundige ideologie, bleef een behoudende, in zichzelf gekeerde, xenofobe mentaliteit lang kenmerkend voor het Russische geestesleven.' (p18-19)
Michael I, Tsaar van Rusland (1613-1645) Eerste tsaar van het huis Romanov
'Bij de culturele verschillen hadden zich rond 1600 vele andere gevoegd. Het oostelijke deel van Europa, en Rusland in het bijzonder, was in de late Middeleeuwen in sociaal, economisch en technisch opzicht sterk achter geraakt bij het Westen, dat op het gebied van handel, nijverheid en urbanisatie een grote bloei doormaakte. De Oost-Europese steden boeten aan belang in, de boeren raakten in lijfeigenschap. Alle westerse reizigers naar Rusland berichtten over de bekrompen achterlijkheid, de smerige armoede en de barbaarse hardheid van het Russische leven, maar ook over de overvloed aan natuurlijke rijkdommen van dit onmetelijke land. Deze verschillen zorgden ervoor dat het Westen en Rusland een steeds intensiever contact met elkaar zochten. De Russische heersers beseften dat hun land zich niet tegenover Europese mogendheden als Polen of Zweden kon handhaven zonder westerse wapens en techniek. Voor het Westen zou Rusland een belangrijke leverancier van grondstoffen zijn. Het vormde ook een potentiële bondgenoot tegen Europa’s voornaamste vijand, de Turken.'(p.19)
Oorlog van Rusland tegen de Turken (klik hier om te vergroten)
'De dubbele identiteit van Rusland als Europees en als Aziatisch land vond haar neerslag in de imperiale ideologie die onder de opvolgers van Peter de Grote verder werd uitgewerkt. In de 18de eeuw ontstond naast het Woord roesski (‘Russisch' in engere zin) ook de term rossiski, ter aanduiding van alles wat tot het Russische imperium behoorde. Het contrast tussen Aziatisch Rusland als een ver en vreemd wingewest en het Europese Russische moederland werd versterkt door de verschillen in geografische,etnografische en culturele gesteldheid zoveel mogelijk te accentueren. In de I8de-eeuwse Russische atlassen en geografische literatuur werd het uitgestrekte gebied ten oosten van de Oeral meestal ook niet met zijn oorspronkelijk Russische naam Sibir (Siberië) aangeduid, maar bij voorkeur met de veel exotischer klinkende en uit de westerse geografische terminologie afkomstige naam Groot Tatarije. Hoever deze Russische imitatie van het Europese kolonialisme ging, bleek bijvoorbeeld uit de wijze waarop in Rusland tot ver in de 19de eeuw over Siberië werd geschreven als ‘ons Mexico’, het ‘Russische Brazilië’ of ‘ons Oost-Indië’.'(P.20)
De onverwachte terugkomst van de revolutionair uit ballingschap in Siberië. Ilja Repin
'Als gevolg van Peter (de Grote)'s hervormingen in de 18de eeuw ontstonden er grote tegenstellingen binnen de Russische samenleving. Een kleine aristocratische bovenlaag had kunnen profiteren van de hervormingen en verwesterde. Daardoor vervreemdde zij steeds meer van de rest van de bevolking,die voornamelijk bestond uit ongeletterde en arme boeren-lijfeigenen. De hervormingen hadden hen alleen meer ellende gebracht en zij bleven vasthouden aan de oude Russische tradities en levenswijze. Niet alleen tussen elite en volk, ook tussen elite en staat ontstond een diepe kloof. Peter (de Grote) had de adel tot levenslange dienst aan de staat gedwongen. Toen deze verplichting in 1762 verviel, ontstonden er politieke meningsverschillen tussen de aristocratische leisure class en de eveneens aristocratische kaste van professionele bureaucraten. De verwesterlijking veroorzaakte een groeiende behoefte aan meer vrijheid en sommige edellieden begonnen de almacht van de autocratische staat en de schrijnende sociale en politieke misstanden te bekritiseren.'(p.22)
Catharina de Grote (1762-1796 aan de macht)

‘Catharina de Grote heeft tijdens haar heerschappij (1762-1796) geprobeerd dit ‘denkend deel van de natie’ voor zich te winnen door Rusland open te stellen voor de ideeën van de Franse Verlichting. De massale boerenopstand in 1772-1774 onder leiding van de Donkozak Jemeljan Poegatsjov , die vooral tegen haar bewind was gericht, deed haar echter weer terugkrabbelen tot een veel behoudener politiek. Van haar pogingen om Rusland een moderne staatkundige en maatschappelijke structuur te geven kwam weinig terecht. Catherina verloor haar enthousiasme voor verlichte idealen volledig toen bleek dat zij in Frankrijk tot een grote revolutie hadden geleid waarbij de koning werd onthoofd. Aan het einde van haar regeerperiode gedroeg zij zich als een fervent bestrijdster van westerse politieke en maatschappelijke denkbeelden en was Rusland het meest conservatieve bolwerk op het vasteland in Europa.’

'Ideeën laten zich echter moeilijk uitroeien.  De Verlichting was de eerste westerse geestelijke beweging die Rusland diepgaand heeft beïnvloed.  Dit was mogelijk omdat er tegen het eind van de 18de eeuw een aristocratische intelligentsia was ontstaan die zich, naar Europees voorbeeld, verlicht en kosmopolitisch opstelde, zich ook niet noodzakelijk met de belangen van de Russische staat identificeerde en eigen gedachten ontwikkelde over Ruslands toekomst en plaats in de wereld. De hervormingen van de 18de eeuw legden zo de kiemen voor het ontstaan van een fundamentele controverse over Ruslands nationale identiteit en de noodzaak tot een modernisering naar Europees model.'  (p 23)
A serio-comic map of Europe 1900 (klik hier om te vergroten)

Enkele belangrijke ideeën uit het boek van Janine Henriëtte Jager, ‘Tussen Rusland en Europa ‘ om het conflict tussen twee buurlanden, met Europa op de achtergrond, te benaderen. Hopen we maar dat in onze scholen en universiteiten weer dezelfde bevlogen leraars de kans krijgen om met het vak geschiedenis de toekomenden te helpen bij het begrijpen van elkaars verleden om een vredevolle toekomst te bevorderen. Niet op het slagveld wordt de toekomst beslist maar in scholen en universiteiten is het te doen met alle gevolgen vandien als het ‘gelaten’ wordt.

De oorlog in Oekraïne is ook een taal-oorlog

Odessa Potemkin-Stairs

De oorlog in Oekraïne vecht ook tegen of voor een taal. Vladimir Poetin voerde de verdediging van de ‘Russisch sprekenden’ aan ter rechtvaardiging voor een campagne van culturele en politieke overheersing, aldus Amelia Glaser, Associate Professor for Russian and Comparative Literature aan U.C. San Diego USA. In een artikel op de Kremlin-website van vorig jaar juli vergeleek hij het institutionaliseren van de Oekraïense taal en cultuur zelfs met “massavernietigingswapens”. De metafoor uitbreidend, vervolgt hij: “Zo’n ruwe, kunstmatige tweedeling tussen Russen en Oekraïners kan de totale Russische bevolking met honderdduizenden, of zelfs miljoenen, hebben doen afnemen.”

In one very real sense, the current war in Ukraine is about language. Vladimir Putin has presented the defense of Russian-speakers in Ukraine as justification for a campaign of cultural and political domination. In an article posted to the Kremlin website last July, he went so far as to compare the institutionalizing of Ukrainian language and culture to “weapons of mass destruction.” Extending the metaphor, he continues: “Such a crude, artificial dichotomy between Russians and Ukrainians may have caused the total Russian population to decrease by hundreds of thousands, or even millions.”

This accusation is no less chilling for its absurdity: Ukraine, the argument goes, has robbed Russia of ethnic Russians by compelling them to speak Ukrainian. This cultural shift from Russian towards Ukrainian is what Putin seems to mean when he evokes the term genocide, as a perverse pretext for the mass killing of Ukrainian civilians. (Literary Hub April 8  2022)

‘Niets heeft het Oekraïense volk zo verenigd rond een enkele taal als de aanval van Rusland op zijn soevereiniteit. In een in 2017 gepubliceerd artikel stelde de politicoloog Volodymyr Kulyk vast dat na de annexatie van de Krim in 2014 en het uitbreken van de Donbas-oorlog meer mensen in heel Oekraïne “willen dat de staat helpt de Oekraïense taal op grotere schaal te gebruiken, in overeenstemming met zowel zijn wettelijke status als zijn symbolische rol als de nationale taal.” Afgelopen januari 2022, toen Russische troepen zich opmaakten voor een invasie, nam Oekraïne een taalwet aan die verplichtte Oekraïens te gebruiken in officiële contexten, waaronder scholen.’ (ibidem)

Aan het eind van de 19e eeuw was het vrijwel onmogelijk geworden Oekraïense literatuur te publiceren. De Valuev Doctrine van 1863 en de daaropvolgende Ems Ukase van 1873 verboden de publicatie van de meeste literatuur in het Oekraïens. Dichters als Lesia Ukrainka moesten in Galicië worden gepubliceerd, toen nog in het Habsburgse Rijk, en hun werk moest naar het tsaristische Rusland worden gesmokkeld. Veel schrijvers en geleerden in West-Oekraïne legden volksliederen en toespraken van boeren vast als een manier om de taal en cultuur te behouden.

Laten we de taal eren, zij het dan in vertaling, door op de mooie teksten van de dichteres Kateryna Kalytko in te zoemen. Haar teksten lezen vaak als liefdeslyriek aan de Oekraïense taal. Ongeneerd roepen ze de liefde op om de passie van het geheugen uit te leggen, het verkennen van de cultuur, aldus Amelia Glaser.

Kateryna Kalytko is a poet, prose writer, and translator. She has published nine collections of poetry and books of short stories. She has received many literary awards and fellowships, among them the Central European Initiative Fellowship for Writers in Residence, KulturKontakt Austria, Reading Balkans, Vilenica Crystal Award, Joseph Conrad-Korzeniowski Literary Prize, BBC Book of the year and Women in Arts Award from UN Women. Striking imagery emerges in her recent poetry like puzzle pieces that create a violent and shocking picture of war, conveying the loss and pain that is experienced during a search for safety and identity amidst the war.
To love in a time of war is
to wear earrings in spite of everything,
so the holes don’t close,
the ones you pierced with Grandma
at the old beauty parlor.

The darning needle punctures
the pink baby flesh still
untouched by trauma.
The sound with which the needle slowly
breaks through
is too soft to call
a crunch or a crack,
but it’s there.
Why isn’t she crying?—The hairdresser
looks at Grandma.
—She isn’t going to cry,—
Grandma answers
Liefhebben in een tijd van oorlog is
oorbellen te dragen ondanks alles,
zodat de gaatjes niet dichtgroeien,
die je met oma hebt gepierced
in het oude schoonheidssalon.

De stopnaald prikt
het roze baby-vlees nog steeds
onaangetast door trauma.
Het geluid waarmee de naald langzaam
doorbreekt
is te zacht om het een
een knak of een krak te noemen,
maar het is er.
Waarom huilt ze niet? De kapster
kijkt naar oma.
-Ze gaat niet huilen,-
antwoordt oma 

“Ondanks de hele prachtige erfenis van de Oekraïense literatuur, hebben we nog steeds niet genoeg woorden om te beschrijven wat er nu met ons gebeurt
In addition to her original poetry of war, Kalytko has translated Croatian and Bosnian poets of the Balkan war. At thirty-nine, she has published nine books of poetry of fiction, which have won prizes in Ukraine and internationally. The language of her poetry informs her prose. Her 2019 collection, Nobody knows us here and we are nobody, for example, combines poems and poetic vignettes, many of which describe the disorienting feeling of internal displacement.(Amelia Glaser)
Here, take this language, woman,
Use it to shoot.
Defend yourself to your last breath—and whatever you do
don’t let them near you. Use
the radio interception system
and the night vision riflescope.
These are included. And don’t pretend you don’t know how to use it.
Keep your eye trained
on the enemy’s location and on his slightest advance.
Let him come within shooting range—then strike the target and
don’t hesitate.
There are plenty of bullets, don’t spare them,
if they run out—
make new ones out of words,
only slender feminine fingers are suited to such maneuvers.
And come what may, don’t let them near
the old border, where father’s plums lie ripe and heavy.
When they cross it—you must confront them, hand to hand.
Then pierce them with your bayonet, slit them ear to ear,
slash, smash, and scalp them
until the light dims before your eyes.
When you wake up, you’ll stroke the prickly nape
of your recruit-son, hand your husband his crutches,
and then, you’ll start over.
Who said we left you to your fate?
We’ve armed you as best we could.

(–Translated from the Ukrainian by Amelia Glaser and Yuliya Ilchuk. )

But these things happen:
heroes have died, enemies survive,
and people, regular people, neither one nor the other,
string and scatter the beads of happiness—
celebrating love, somebody’s birthday,
A house-warming party,
while you’ve filled an earth pie with your flesh.
The planets haven’t ceased their orbit,
even the trams haven’t changed their schedules.
Outside the hospital window there’s a construction site,
hammering stakes, knocking like distant artillery,
and a boy, grasping a piece of rebar, hits it against the asphalt,
the way a night rail worker hits the wheels of the train,
that you ride in oblivion across the whole country,
falling hard, your belly sticking in the earth pie,
that’s been stuffed to the brim with people.

–Translated from the Ukrainian by Amelia Glaser and Yuliya Ilchuk. 
Maar deze dingen gebeuren:
helden zijn gestorven, vijanden overleven,
en mensen, gewone mensen, noch het een, noch het ander,
rijgen en strooien de kralen van geluk-
de liefde vieren, iemands verjaardag,
Een house-warming party,
terwijl je een aardse taart hebt gevuld met je vlees.
De planeten zijn niet gestopt met hun baan,
zelfs de trams hebben hun dienstregeling niet veranderd.
Buiten het ziekenhuis raam is er een bouwplaats,
hamerende palen, kloppend als verre artillerie,
en een jongen, grijpt een stuk betonijzer, slaat het tegen het asfalt,
zoals een nachtspoorwegwerker tegen de wielen van de trein slaat,
die je in vergetelheid door het hele land rijdt,
hard vallend, je buik stekend in de aarde-taart,
die tot de rand toe gevuld is met mensen
They asked Passiflora for her passport at the entrance to the garden,
but she didn’t have one.
What she had was a thorny and knotted stalk of sorrow,
and a flower with a full array of passions, nails in stigmata,
a crown of thorns, but no passport.
Where are you taking all this pain, it’s contraband,—
they ask with jeering smiles;
They’re probably mocking me,—she thinks quietly.
The fog lifts from the river channel, making it so homeless.
In the garden sturdy apple trees are weighed down, resting their branches on the earth,
like runners at the starting line.
You can hear the delicate peony dropping its flower, petal by petal, to the grass.
A bit further, an intrepid army of currants, raspberries,
And a stray ivy, having crept in through the backdoor, pushes them from the wall.
But she was seeking a gate that barred access to her alone.
Well what can I do, she says, I’m sorry, I’ll just wait here;
She clutched a stone and has held on for five years,
her blue eyes blossoming, bearing heart-shaped fruits.

–Translated, from the Ukrainian by Amelia Glaser and Yilia Ilchuk-
Ze vroegen Passiflora om haar paspoort bij de ingang van de tuin,
maar dat had ze niet.
Wat ze had was een doornige en geknoopte stengel van verdriet,
en een bloem met een hele reeks passies, nagels in stigmata,
een doornenkroon, maar geen paspoort.
Waar haal je al die pijn vandaan, het is smokkelwaar,-
vragen ze met een spottende glimlach;
Ze bespotten me waarschijnlijk,- denkt ze stilletjes.
De mist trekt op uit het rivierkanaal, waardoor het zo dakloos wordt.
In de tuin staan stevige appelbomen, hun takken rustend op de aarde,
als hardlopers aan de startlijn.
Je hoort de tere pioenroos haar bloem, bloemblaadje voor bloemblaadje, op het gras laten vallen.
Een beetje verder, een onverschrokken leger van aalbessen, frambozen,
En een verdwaalde klimop, die door de achterdeur naar binnen is geslopen, duwt ze van de muur.
Maar ze was op zoek naar een poort die alleen voor haar de toegang versperde.
Nu wat kan ik doen, zegt ze, het spijt me, ik zal hier gewoon wachten;
Ze greep een steen vast en heeft het vijf jaar volgehouden,
haar blauwe ogen bloeiden, hartvormige vruchten dragend.
Kateryna Kalytko is a poet, prose writer, and translator. She has published nine collections of poetry and books of short stories. She has received many literary awards and fellowships, among them the Central European Initiative Fellowship for Writers in Residence, KulturKontakt Austria, Reading Balkans, Vilenica Crystal Award, Joseph Conrad-Korzeniowski Literary Prize, BBC Book of the year and Women in Arts Award from UN Women. Striking imagery emerges in her recent poetry like puzzle pieces that create a violent and shocking picture of war, conveying the loss and pain that is experienced during a search for safety and identity amidst the war.

Amelia Glaser is Associate Professor of Russian and Comparative Literature at U.C. San Diego. She is the author of Jews and Ukrainians in Russia’s Literary Borderlands (2012) and Songs in Dark Times: Yiddish Poetry of Struggle from Scottsboro to Palestine (2020). She is currently a fellow at the Radcliffe Institute for Advanced Study.

Yuliya Ilchuk is Assistant Professor of Slavic Languages and Literatures at Stanford University. She is the author of Nikolai Gogol: Performing Hybrid Identity (2021). She is currently researching memory and identity in post-Soviet Russian and Ukrainian literature.

Oorspronkelijke versie in het boeiende magazine: Literary Hub, ten zeerste aan te raden.

“The Mushrooms of Donbas’ a poem by Serhiy Zhadan, Oekraïne

We publiceerden eerder gedichten van deze bekende Oekraïense dichter (1974) die ook al bij de eerste oorlogen in zijn land van zich liet horen. Tijdens de Oranje-revolutie van 2004 organiseerde hij een tentenstad in Kharkiv waar demonstranten twee maanden verbleven. Zhadan, die zichzelf beschouwt als een vreedzame anarchist, is trots op de Oekraïense anarchistische traditie, die zich uitstrekt van de Oekraïense Kozakken uit de zestiende en zeventiende eeuw tot Makhnovia, een semi-officiële anarchistische republiek die van 1918 tot 1921 bestond in een regio net ten noorden van de Krim. (Een van Zhadans reisverslagen, “Anarchie in de UKR”, documenteert een reis van Kharkiv naar Makhnovia).

“Donbass Mushrooms,” describes the regrets of a macho pump-factory worker (“We were the élite of the proletariat”) about his post-Communist career growing hallucinogenic mushrooms. “He sees himself as a voice of the underprivileged,” said Chernetsky.
THE MUSHROOMS OF DONBAS

In spring Donbas disappears in the fog, and the sun hides behind heaps of earth.
So you need to know where you’re going,
you need to know the man who can make the arrangements.

This man was a worker in the former pumping station
worn down by alcohol.
When we met, he said, “We, the workers of the pumping station,
were always considered the elite of the proletariat, yeah, the elite.
When everything fell the f___ apart, many
just put their hands down. But not the workers
of the pumping station, not us.
We organized an independent mining union,
we took over three buildings of the former plant
and started to grow mushrooms there.”

“Mushrooms?” I couldn’t believe it.
“Yes. Mushrooms. We wanted to grow cactus with mescaline, but
cactus won’t grow here in Donbas.

You know what’s important when you grow mushrooms?
It’s important to get high, that’s right, friend – it’s important to get high.
We get high, believe me, even now we have to get high, maybe it’s because
we are the elite of the proletariat.

And so – we take over three buildings and start our mushrooms.
Well, there’s – the joy of work, elbow grease,
you know – the heady feeling of work and accomplishment.
And what’s more important – everyone gets high! Everyone’s high even without mushrooms!

The problems began a few months later. This is gangland
territory, you know, recently a gas station was burnt down,
they were so eager to burn it down, they didn’t even manage to
fill up, so of course the police caught them.
And so, one gang decides to take us on, decides to take away
our mushrooms, can you believe it? I think in our place anyone else
would have bent over, that’s the way it is – everyone bends over here,
according to the social hierarchy.

But we get together and think – well, mushrooms – this is a good thing,
it’s not a matter of mushrooms, or elbow grease,
or even the pumping station, although this was one of the arguments.
We just thought – they are coming up, they will grow
our mushrooms will grow, you could say they’ll ripen to harvest
and what are we going to tell our children, how are we going to look them in the eye?
There are just things you have to answer for, things
you can’t just let go.
You are responsible for your penicillin,
and I am responsible for mine.

In a word, we just fought for our mushroom plantations. There we
beat them. And when they fell on the warm hearts of the mushrooms
we thought:

Everything that you make with your hands, works for you.
Everything that reaches your conscience beats
in rhythm with your heart.
We stayed on this land, so that it wouldn’t be far
for our children to visit our graves.
This is our island of freedom
our expanded
village consciousness.
Penicillin and Kalashnikovs – two symbols of struggle,
the Castro of Donbas leads the partisans
through the fog-covered mushroom plantations
to the Azov Sea.

“You know,” he told me, “at night, when everyone falls asleep
and the dark land sucks up the fog,
I feel how the earth moves around the sun, even in my dreams
I listen, listen to how they grow –

the mushrooms of Donbas, silent chimeras of the night,
emerging out of the emptiness, growing out of hard coal,
till hearts stand still, like elevators in buildings at night,
the mushrooms of Donbas grow and grow, never letting the discouraged
and condemned die of grief,
because, man, as long as we’re together,
there’s someone to dig up this earth,
and find in its warm innards
the black stuff of death
the black stuff of life.


© Translation: 2011, Virlana Tkacz and Wanda Phipps
Publisher: First published on PIW, , 2011
Bodies of civilians that Ukrainian authorities say were killed by Russian forces lay in a mass grave outside St. Andrew’s Church in Bucha on April 3. NY Times Daniel Berehulak
De paddenstoelen van Donbas

In de lente verdwijnt Donbas in de mist, en de zon verbergt zich achter hopen aarde.
Dus je moet weten waarheen je gaat,
je moet de man kennen die alles kan arrangeren.

Deze man was een arbeider in het voormalig pompstation
versleten door alcohol.
Toen we elkaar ontmoetten, zei hij: "Wij, de arbeiders van het pompstation,
werden altijd beschouwd als de elite van het proletariaat, ja, de elite.
Toen alles in duigen viel...
gewoon hun handen naar beneden. Maar niet de arbeiders...
van het pompstation, wij niet.
We organiseerden een onafhankelijke mijnwerkersvakbond,
we namen drie gebouwen van de voormalige fabriek over
en begonnen daar champignons te kweken."

"Paddenstoelen?" Ik kon het niet geloven.
"Ja. Paddenstoelen. We wilden cactussen met mescaline kweken, maar
 hier in Donbas groeien cactussen niet.

Weet je wat belangrijk is als je paddo's kweekt?
Het is belangrijk om high te worden, dat klopt, vriend - het is belangrijk om high te worden.
We worden high, geloof me, zelfs nu moeten we high worden, misschien is het omdat we de elite zijn van het proletariaat.

En dus - we nemen drie gebouwen over en beginnen met onze paddenstoelen.
Nou, er is - de vreugde van het werk, elleboogvet,
weet je - het bedwelmende gevoel van werk en prestatie.
En wat nog belangrijker is, iedereen wordt high! Iedereen high, zelfs zonder paddo's!

De problemen begonnen een paar maanden later. Dit is gangland-gebied
weet je, onlangs is er een benzinestation afgebrand,
ze wilden het zo graag platbranden dat ze niet eens konden tanken,
dus natuurlijk heeft de politie ze gepakt.
En dus besluit een bende om ons aan te pakken, besluit ze 
onze paddenstoelen af te pakken,
kun je dat geloven? Ik denk dat in onze plaats ieder ander
zou gebogen hebben, zo is het nu eenmaal - iedereen buigt hier,
volgens de sociale hiërarchie.

Maar we komen samen en denken, nou, champignons, dit is een goede zaak,
het is geen kwestie van champignons, of elleboog vet,
of zelfs van het pompstation, hoewel dat een van de argumenten was.
We dachten gewoon - ze komen op, ze zullen groeien,
onze champignons zullen groeien, je zou kunnen zeggen dat ze zullen rijpen om te geoogst te worden en wat gaan we onze kinderen vertellen, hoe gaan we ze in de ogen kijken?
Er zijn gewoon dingen die je moet verantwoorden, dingen
die je niet zomaar kunt laten gaan.
Jij bent verantwoordelijk voor jouw penicilline,
en ik ben verantwoordelijk voor de mijne.

In één woord, we hebben net gevochten voor onze champignonplantages. Daar nekken we hen.
En toen ze op de warme harten van de champignons vielen
dachten we:

Alles wat je met je handen maakt, werkt voor jou.
Alles wat je geweten bereikt, slaat
op het ritme van je hart.
We bleven in dit land, zodat het niet ver zou zijn
voor onze kinderen om onze graven te bezoeken.
Dit is ons eiland van vrijheid
ons uitgebreide
dorpsbewustzijn.
Penicilline en Kalashnikovs - twee symbolen van strijd,
de Castro van Donbas leidt de partizanen
door de met mist bedekte champignonplantages
naar de Azov Zee.


"Weet je," vertelde hij me, "'s nachts, als iedereen in slaap valt
en het donkere land de mist opzuigt,
voel ik hoe de aarde rond de zon beweegt, zelfs in mijn dromen
Ik luister, luister naar hoe ze groeien -

de paddenstoelen van Donbas, stille hersenschimmen van de nacht,
oprijzend uit de leegte, groeiend uit harde steenkool,
tot harten stilstaan, zoals liften in gebouwen 's nachts,
de paddenstoelen van Donbas groeien en groeien, laten nooit de ontmoedigden
en veroordeelden sterven van verdriet,
want, man, zolang we samen zijn,
is er iemand om deze aarde op te graven,
en in zijn warme ingewanden
het zwarte spul te vinden van de dood
het zwarte spul van het leven.
Four freshly dug graves, for an early-morning funeral, at a cemetery in Irpin on April 16. David Guttenfelder/The New York Times
Serhiy Zhadan’s poem ‘The Mushrooms of Donbas’ sounds so contemporary that it could have been written just yesterday. It tells the story of a worker at a former mining pumping station in Donbas (the coal-rich region in eastern Ukraine, which is now the center of armed hostilities), who starts to grow psychedelic mushrooms after the collapse of the Ukrainian economy post-1991. A local gang (Donbas was and still is notorious for its criminal networks) wants to take the protagonist’s new business away, but he fights back, because ‘There are just things you have to answer for, things / you can’t just let go’. This little mushroom enterprise, this little ‘island of freedom’, becomes the true homeland: not some theoretical nationalist idea of a country or an imagined community, but a specific plot of land that one owns and works daily. It is, to paraphrase John Locke, property that becomes private through one’s own investment of labor into it. And this property, this personal plot of land, is the only land worth fighting for.

Dichtbij een donker Paasfeest, een kleine kruisweg

Zie je deze foto's
dan is de moeder onder de vernederde gekruisigde dichtbij.
Goede-Vrijdag.
Mannen in Moskou en waar ook ter aarde,
de donkere hemel
als triomf?
In de nacht van dit bestaan
zie onze zielen:
bevende lichtjes .
Pasen
is door Vladimir opgeëist
Welke zaak ter wereld
kan dit ontelbare sterven
verdragen?
Nooit meer thuiskomen
terwijl een man met zijn gevolg
de passie preekt.

En de hemel werd donker
Na zijn dood
was er zelfs geen graf voor hem.
Kom vanavond met verhalen 
hoe de oorlog is verdwenen 
en herhaal ze honderd malen 
alle malen zal ik wenen..  

( uit Vrede van Leo Vroman)

'Kijk, zei Merkel,
ik begrijp waarom hij dit doen moest:
Om te bewijzen dat hij een man was.'

"I understand why he has to do this", Merkel said.  "To prove he's a man."

Bij een bezoek van Merkel bracht Putin zijn hond mee 
omdat hij wist dat zij het niet voor honden had.
During one of Merkel's visits, Putin brought his dog along 
because he knew she did not like dogs.
Elkanders jeugd dragen wij ten grave.
Nooit zal het voor ons nog Pasen zijn.

Only one thing remained reachable, close and secure amid all losses: language. Yes, language. In spite of everything, it remained secure against loss. But it had to go through its own lack of answers, through terrifying silence, through the thousand darknesses of murderous speech. It went through. It gave me no words for what was happening, but went through it. Went through and could resurface, “enriched” by it all.’
(Paul Celan)

Slechts één ding bleef bereikbaar, dichtbij en veilig te midden van alle verliezen: taal. Ja, taal. En ondanks alles, bleef het veilig tegen verlies. Maar het moest door zijn eigen gebrek aan antwoorden, door angstaanjagend zwijgen, door de duizend duisternissen van moorddadige spraak. Het ging… door. Het gaf me geen woorden voor wat er gebeurde, maar ging er doorheen. Ging er doorheen en kon weer opduiken, “verrijkt” door dit alles. (Paul Celan)

Dit citaat is een onderdeel van de speech die Paul Celan gaf bij het ontvangen van de Literature Prize of the Free Hanseatic City of Bremen, in 1958.