INTRO BIJ PETER HANDKE’ S ‘DE KUNST VAN HET VRAGEN’

411ac8_5b965768594c479bb445ed65c41bd180mv2-600x588

Ze stonden voor de deur.
(Er was geen plaats voor hen in de herberg.)

Het is een bekend opstapje in deze donkere dagen voor kerstmis.
Je kunt het dadelijk op de vluchtelingen-problematiek projecteren, de warmste week erbij halen, het beleid daaromtrent onder de kritische loupe leggen, en met een gerust gevoel de afgepeigerde voeten onder de feestdis steken.

Maar…
Het is mijn deur.
Vreemd genoeg heb ik het gevoel dat ik voor mijn eigen deur sta.
Voor mijn gesloten deur.
Ik heb verschillende sleutels geprobeerd maar door een of ander vreemd toeval past er geen enkele.
Tot daar toe.
Het is geen bijzonder gevoel.
Ik ben er zeker van dat velen zich hierin herkennen.

Er is in dit geval geen gsm, geen laat ontwaakte geliefde die je eindelijk hoort bellen, geen geheime plaats voor een reservesleutel, geen krachtige schouder noch een uit zijn bed gehaalde slotenmaker.
Of het een droom is of een werkelijke situatie doet niets ter zake.
Het publiek wacht. Gek als het is op een dergelijke situatie waar het woord ‘onmogelijk’ is aan vastgeklonken.
Er is de weg van het alternatief: de stal, het hotel, de toevallige voorbijganger, slaapplaats voor daklozen, het meisje met de zwavelstokjes.
Je ontloopt de situatie. Uitgesloten dus.

800px-Pentures_Boulanger_portes_fermées_hôtel_cluny

Nu komen de verbeelders.
Het zouden schilders, beeldhouwers, fotografen, zangers of componisten kunnen zijn die met het thema van de gesloten deur aan het werk gaan.
Bij Peter Handke, auteur en Nobelprijswinnaar, zijn het in zijn toneelstuk ‘De kunst van het vragen, of de reis naar het welluidende land’ onderandere twee acteurs: toneelspeelster en toneelspeler.
Hij laat ze aan het woord.

yellow_russians

TONEELSPEELSTER:
Ik heb nooit iets anders willen zijn dan toneelspeelster.
Mijn blik omhoog naar een boomkruin moet door de ogen van anderen worden gezien. Als ik, alleen in mijn kamer, mij omdraaide, stelde ik mij voor hoe er door de massa’s toeschouwers een rilling ging.
Wanneer ik mijn arm zo uitstrek, dat hij zich werkelijk toont als een uitgestrekte arm, wanneer ik naar iemand zo mijn oren neig, dat ze werkelijk geneigde oren worden, wanneer ik naar je kan kijken met deze ogen, met mijn eigen ogen, hier, dan stel ik mij niet alleen voor, nee, dan voel ik dat wat ik juist dan belichaam — ja, tenslotte doe ik dan niets,’ ik belichaam slechts’ — zich aan jou voorbij terzelfder tijd richt tot een publiek dat tot aan de horizon om me heen is, zich over mijn ware moment verheugt of samen met mij treurt en dat, zo het al niet zegt: ]a, zo is het, tenminste in een gemeenschappelijke ademtocht denkt: ]a, zo is het ooit geweest!
Een toneelspeler, denk ik, moet een waarspeler zijn, iets heel schaars.

TONEELSPELER
]a, zo is het ook bij mij ooit geweest, herinner ik me.
Lukte me eenmaal een waar gevoel, dan wilde ik daarmee, met zijn glans in mijn ogen, met zijn rust op mijn lippen, met zijn trilling in mijn stem, ter plekke worden gefilmd, in close-up, die terzelfder tijd geprojecteerd werd op reusachtige schermen in alle stadions ter wereld.
Niet omdat ik tegen iets wilde ageren en helden uitbeelden moest ik zonodig gaan toneelspelen, maar omdat ik eindelijk langer dan een paar seconden ernstig wilde zijn en dat de wereld ook wilde laten meevoelen. Maar inmiddels heb ik die impuls bijna verloren.

TONEELSPEELSTER
En ik ook. Sedert ik metterdaad optreed gebeurt het nog maar zelden dat ik zoals vroeger, toen het nog niet mijn beroep was, met een juist gebaar op de juiste plaats een wereld omvat.
Hebben je leraren ook aan jou uitgelegd dat hij, van wie elke enkeling in het publiek kan zeggen: “Mijn toneelspeler”, pas zo iemand wordt als hij datgene wat hij sedert zijn vroegste kinderjaren in een onzichtbaar licht voelde gebeuren, in het zichtbare licht op een verfijnde manier herhaalt — als de doorlatendheid in persoon — zodat uiteindelijk niet hij, maar het publiek als toneelspelers naar huis gaat, en wel als mensen die van hun toneelspelersaard overtuigd zijn omdat zij pas door hem, de openingen scheppende, begrepen hebben dat ook zij deze doorlatendheid steeds belichamen en pas op zulke toneelspelersmomenten zowel zichzelf als hun medemensen als de helden en de eenzamen ervaren die wij en onze moeders, onze vaders, onze broers, onze buren in werkelijkheid ook zijn?
En hebben je leraren ook jou erop gewezen dat wij, de toneelspelers van vandaag, tot die doorlatendheid niet meer in staat zijn? Dat onze gebaren alleen nog naar onszelf wijzen in plaats van naar een ruimte ginder?

pink flooooyd

-Het belichamen als probleem. Niet alleen voor een toneelspeler, maar voor elke kunstenaar. Gebaren die niet alleen naar jezelf wijzen in plaats van naar een ruimte ginder: een ruimte waarin je de wereld kunt laten meevoelen.
-Je hebt daarvoor, volgens Handke, een juist gebaar nodig op de juiste plaats de wereld omvattend vanuit onzichtbaar licht dat daarna: ‘doorlatendheid’ wordt genoemd. Even later verklaard: ‘dat deze doorlatendheid’ niet meer lukt omdat wij niet helemaal van vooraf aan weer met het vragen beginnen.’

Das-verborgene-Hauptwerk_big_teaser_article

TONEELSPELER
(Wijst)
Kijk, die haas daar, ons evenbeeld! Kijk naar zijn licht doorlatende lepels!

TONEELSPEELSTER ‘
Dat al die woorden, waarmee de grote oude verhalen verteld werden, -en waarzonder er geen verhalen bestaan, “zegen”, “vloek”, “liefde”, “toorn”, “zee”, “droom”, “waanzin”, “woestijn”, “gejammer”, “zout”, “ellende”, “vrede”, “oorlog”-, voor ons, Tegenwoordigen, vreemde woorden zijn geworden, waarvan wij het laatste restje betekenis nog verder vernietigen doordat wij ze ofwel pijnlijk verkeerd uitspreken ofwel zo maar laten vallen als in het geklets van wandelstraten? Dat wij niet in staat zijn de lange verstrengelde zinnen te vormen waarin uitgerekend die woorden weer monter hun plaats innemen?

TONEELSPELER
(Probeert)
Zoals het geluk bestaat —- want ik heb het ervaren — bestaat ook de ellende — want ik heb haar ervaren —, en ook ik ben ooit van een oorlog huiswaarts gekeerd, waarna de zee mij als haar kind heeft omspeeld, zodat ik de dankbaarheid zelf werd…

TONEELSPEELSTER
Dat onze lichamen vandaag de dag niet langer die stilte om zich heen weten te maken, waarin de toeschouwers elkaar kunnen ontmoeten, maar ofwel onneembare bolwerken zijn ofwel in de kooi lokkende apen?

TONEELSPELER
Ik wilde steeds het derde lichaam zijn!

TONEELSPEELSTER
Dat ons de nederlagen ontbreken, die ons het twijfelen bijbrengen en ons spelen eerst vruchtbaar maken?

TQNEELSPELER
Ik leef van de vrucht van de wonden uit mijn kinderjaren.

TONEELSPEELSTER
Dat wij optreden als de spookbleke reïncarnaties van onze voorgangers?

TONEELSPELER
Zo er al in mij vandaag een kracht is, dan is het wel die van iemand die volledig opnieuw begint.

TONEELSPEELSTER
Dat wij aanspraak maken op het aan ons overgeleverde als op onze kolonie, met een schaamteloze vanzelfsprekendheid?

TONEELSPELER
Zo ik al van’ kindsbeen af, en zonder welke leraar dan ook, iets weet, dan is het dit: dat er niets op deze wereld te bezitten valt, jij niet en niemand. Ik ben een enthousiaste bezitloze. En ook ik ben iemand uit de streek van de verbaasden, voor wie nooit iets vanzelfsprekend zal zijn en die, wanneer hij niets verbazends meer op zijn weg vindt, door heimwee overvallen wordt. En naar nog iets hevigers dan alleen maar verbazing gaat mijn heimwee uit: naar het steeds opnieuw verbijsterd worden. (Beiden staan op)

TONEELSPEELSTER
En ten slotte, en vooral, hebben ook jou de leraren gezegd dat ons, Tegenwoordigen, deze doorlatendheid niet meer lukt omdat wij niet helemaal van vooraf aan weer met het vragen beginnen? Waarbij zij ons echter ten goede houden dat het grondritme van ons ademen, zien en horen, zoals ook bij hen en bij diegenen voor hen, duidelijk nog steeds dat is van een aanhoudend stom-vragen, met de hunkering van een kind onderweg naar de verlossende expressie? Dat zo’n stom-blijven en niet-vragen echter niet weer een van onze onbekwaamheden is, maar veeleer, precies in onze als schaamteloos bekend staande moderne tijd, als het levensteken van een oorspronkelijke schroom? Dat echter deze schroom, waarmee wij Tegenwoordigen op beslissende momenten ofwel de juiste vraag verzwijgen ofwel in de plaats daarvan een schertsvraag stellen, ons vruchtbaarste talent is — onze bijzonderste gave? Dat het echter nu de hoogste tijd is, ons met de schroom als kompas op weg te begeven en met geconcentreerde ernst en de grootst mogelijke lichtvoetigheid tussen de tragedies en komedies eenmaal het ontbrekende drama van het vragen te spelen dat —hebben je leraren dat ook opgemerkt? – geenszins de reeds bestaande leer van een moraliteit of het beetnemende gevraag van een socratische dialoog mag hebben — geen denkvragen, niet het vragen als vallen zetten! —, maar wel, op enkele rustplaatsen tenminste, iets troostends van sprookjes of kluchten? Dat echter de grondtrek in ons drama van het vragen die van een ontdekkingsreis zou moeten zijn, en zijn grondtoon, door alle zoekende en tastende parafrasen heen, de toon van psalmen? Dat wij dit spel van het vragen in elke situatie zouden moeten beschouwen als een aan het licht brengen van onze meest verborgen en veraf gelegen wereld? Dat het daarbij steeds nog beter is, verkeerd te vragen dan helemaal niet meer te vragen: het eerste zou slechts een fout zijn, het laatste echter inmiddels een schuld?

TONEELSPELER
Begin dan maar. Vraag. Speel maar eerst de vragenstelster. Ik ben nog niet zover. Vraag maar in mijn plaats.
Help me voort met je vragen. Maar begin bescheiden, liefst met ons beiden hier. En laat je eerst een keer rustig gaan. Je wordt niet getest. ]e rnedespelers zijn niet je leraren, maar zoeken raad net als wij. Er bestaat geen voorgetekende weg. Het kan zijn dat wij met onze expeditie de zoektocht naar de Noord Westdoorvaart overdoen, die Captain Cook maar niet kon vinden — gewoon, omdat zij niet bestaat. Onze voorgangers zullen wel geweten hebben waarom het vragen voor hen geen stof was voor een drama, want zo het al stof is, dan in zoveel in talloze richtingen uit elkaar lopende vormen dat die ene grondslaggevende of doelgerichte vorm misschien helemaal niet te vinden is. Zo volkomen onmogelijk en zonder zin kan ons vertrek echter niet zijn, want anders zou ik er toch niet zo vol verlangen naar zijn. Tot het vragen behoort het gaan: gaan vragen, buiten, in de open lucht. Mijn voorstelling van onze vraagreis is die van een voetreis der generaties in de lichte lucht van een hoogplateau; zo worden wij weer de oude rondtrekkende toneelspelers en is ons vragen een gelijkmatig voorbijstromende waterloop zonder ondiepe plekken. Licht en lucht, staat ons dus bij. Rol in het vraagdrama, die ik me toch heb gewenst, laat je belichamen. Goede geest van het vragen, sta ons, Tegenwoordigen, een zoekspel met je toe, want wij hebben het nodig. En anders dan vroeger bij monde van je orakeldienaren moet ons op onze vragen dus geen antwoorden geven op je traditionele plek, maar ons slechts dan uit de nood helpen als ieder van ons zich afvraagt welke vragen hij nog heeft. Kom met je vragen, vrouw. En word langzamer, vanaf hier gaat het bergopwaarts. En stel je vragen korter dan tot nog toe, ook dat gaat samen met klimmen. En begin schaamteloos, zoals de kleine kinderen, de bedronkenen en de gekken. En als je niet weet hoe het verder moet, spring dan, of doe het zoals onze haas daar aan de horizon.

12786a

-Het gaat om de mogelijkheid ‘openingen’ te scheppen, en geen gebaren die naar onszelf wijzen in plaats van naar een ruimte ginder.
-Dat al de bekende opgesomde woorden zonder dewelke geen grote verhalen bestaan zelfs nog verkeerd worden uitgesproken.
‘-Dat wij niet in staat zijn de lange verstrengelde zinnen te vormen waarin uitgerekend die woorden weer monter hun plaats innemen?’
-Woorden waarmee de grote oude verhalen verteld werden en zonder dewelke er geen grote verhalen bestaan.
-Als we dan zwijgen, kunnen we dan die lange stilte rond ons maken waarin toeschouwers elkaar kunnen ontmoeten?
-Of blijven we doorgaan als de spookbleke reïncarnaties van onze voorgangers?
-En wat te denken dat niet alleen verbazing telt, maar een heimwee om steeds verbijsterd te worden?
-Je moet dus helemaal vooraan weer met vragen beginnen.
Met de grondtoon van psalmen.
-En wees niet bang: beter verkeerd te vragen dan helemaal niet tevragen. De vragen dus, meneer Handke. Laten we proberen met een dialoog.

closed+door

(een man voor de eigen gesloten deur)

TONEELSPELER:
Nog voor je de straat inkwam wist je dat dit de dag was.
Waarom ik dat wist?
Het is een goedkope verklaring voor ongeluk: ja hoor, altijd geweten!

Of ik wel ooit echt binnen ben geweest?

Was dat huis waar ik gewoon was binnen te komen misschien niet eens mijn eigen huis?
Een spookhuis met gedweeë geesten of het geduldig ratelen van een televisiekok die je vriendelijk leert je eigen potje te koken?
De kinderen op tijd in bed.
De vrouw naar de Spaanse les.
En de mannelijke volwassen bewoner die na een dutje op de zetel wakker schrikt en denkt dat hij een nare droom had terwijl hij iemand op de deur hoort kloppen die binnen wil.
Wat dacht je?

TONEELSPEELSTER:
En hij beseft dat dit niet zijn huis is waarin hij is wakker geworden. Dat hij vreemde kinderen in bed heeft gestopt en dat zijn vrouw nooit Spaanse of Italiaanse les heeft gevolgd. Erger nog dat hij niet eens weet of hij wel een vrouw heeft gehad en als dat zo was, waar ze dan wel gebleven was!

TONEELSPELER:
En of dat geklop inderdaad niet zijn eigen geklop voor de gesloten deur was? En hij dus weigerde om de deur te openen, goed wetend dat de aanblik van de radeloze niet te verdragen zou zijn, zoals zijn gezicht ’s morgens in de spiegel nog de verschikkingen van de nacht droeg en hij haar hoorde vragen of hij geweend had terwijl hij al tien keer ‘vermoeide ogen’ had gezegd, te weinig slaap, te veel achter het scherm en waarschijnlijk een slecht werkende suikerhuishouding. Enfin, de leeftijd.

TONEELSPEELSTER:
Het is dus een rol, denkt hij. Zoals hij vaak zegt als hij van zijn werk komt: zeg mij wie ik ben en hij zal er zijn. Tarzan, Sinterklaas, een Italiaanse bedelmonnik, Tom Doley of Samantha Jones. En hij verwacht dat ik zeemzoet het bij ‘de allerliefste’ hou of hem de kans geef als een huilende jungle-bewoner zijn wilde kreten uit te stoten, bengelend aan een denkbeeldige liaan en hij me zal optillen, pollepel nog in de hand, You Jane en me Tarzan, waarop een kus en een landing in de zetel aldan niet met menselijk al te menselijk mannelijk vervolg en dankuwel mijn honger is al over als ik eindelijk bevrijd en weer naar de keuken moet.

TONEELSPELER:
‘Met zinnen uit de werkelijkheid’ terwijl het verhaal er al lang niet meer toe doet. Best mogelijk dat hij het later verzint eens ze de deur achter zich heeft dicht geslagen en hij zijn intussen volwassen kinderen zijn kleurrijke thuiskomsten opdist terwijl hij zijn broodje botert.

TONEELSPEELSTER:
Blijft de vraag waarom hij zijn biografie van dergelijke vermakelijke anekdoten voorziet terwijl zij zelden thuis was toen, al naar de nachtdienst was of met vriendinnen winkelen.
Kinderen hadden ze niet -in spookbleke reïncarnaties zou hij zo’n teder vroeg gestorven jochie verzinnen waarop zij het ongenadig kon afpakken, hem met één zin ook deze droom als een versleten fietsband kon aflaten met veel gesis en o, de tranen van de toeschouwers en hoe het zo ver was kunnen komen, en…

TONEELSPELER:
Kom met je vragen, vrouw. Hou op met kloppen, man.
We zullen dadelijk de woorden zingen om het geslotene los te wrikken. Een zoekspel zoals we eens de meubels kozen, en de kleur van elke kamer bespraken. Lopen we de vragers achterna of wordt het nestelen?

(de cursieve gedeelten komen uit het ‘De kunst van het vragen’, vertaling van Leonard Nolens, een uitgave van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg.)

B9721639251Z.1_20191119132038_000+GVIETIIBC.1-0

PETER HANDKE ZELF:

Ik had bijvoorbeeld nooit gedacht dat ik ooit stukken zou schrijven. Het theater zoals het toen was, was voor mij een relict uit een vervlogen tijd. Ook aan Beckett en Brecht had ik geen boodschap. De verhalen op het toneel gingen mij niet aan, in plaats van eenvoudig te zijn, waren het steeds alleen maar vereenvoudigingen. De mogelijkheden van de werkelijkheid waren door de onmogelijkheden van het theater beperkt. (…) In plaats van een nieuwe methode zag ik dramaturgie. De fatale betekenisruimte (het toneel betekent de wereld) bleef buiten beschouwing en leidde tot voor mij lachwekkend eenduidige symbolismen zoals die van Becketts pantomime, die op het toneel geworpen wordt, dat was voor mij geen nieuwigheid, maar een terugval naar de oude betekenis van het toneel.

De methode van mijn eerste stukken is daarom een beperking van de theatrale handeling tot woorden, waarvan de tegenstrijdige betekenis een handeling en een individueel verhaal onmogelijk maakten. De methode bestond erin dat niet langer een beeld van de werkelijkheid werd gegeven, dat de werkelijkheid niet langer gespeeld en voorgespiegeld werd, maar dat met woorden en zinnen uit de werkelijkheid gespeeld werd. De methode van mijn eerste stuk bestond erin dat alle methodes totnogtoe ontkend werden.

Street-Art-Saint-Brieuc-8-854x502

En in een bespreking:

De methode bestond erin dat niet langer een beeld van de werkelijkheid werd gegeven, dat de werkelijkheid niet langer gespeeld en voorgespiegeld werd, maar dat met woorden en zinnen uit de werkelijkheid gespeeld werd. De methode van mijn eerste stuk bestond erin dat alle methodes totnogtoe ontkend werden.”

We moeten met een schone lei beginnen, zegt de Toneelspeelster, alle oude vragen vergeten, net als alle ingesleten wetten van het theater. Het theater als metafoor voor de wereld, voor de natuur, voor de kunst. En inderdaad, Handke gooit alle bestaande theatertradities overboord en zoekt naar iets nieuws. Geen plot, geen dramatische lijn, alleen een reeks incidenten..(Volkskrant Marian Buys)

De schrijver zet zeven mensen op het toneel die op weg gaan naar het Achterland, waarin alleen de dichter de weg weet. En daar is hij, de Ingezetene, in kuitbroek met een klein hoedje op, gids van dit wonderlijke gezelschap: een oud echtpaar, twee jonge, verliefde toneelspelers en een komisch, filosofisch koppel dat als twee tegenpolen bij elkaar hoort, de één geniet van al het schone terwijl de ander een notoire zwartkijker is.

Dan is er nog een verstekeling, Parcival, die de taal niet machtig is. Hij is de personificatie van de onschuld, de onbedorven ziel die zich nog kan verwonderen. En bij monde van al deze personages horen we de dichter zelf hardop denken in zijn behoefte aan nieuwe vragen, want ‘verdwijnt het vragen, dan verdwijnt ook de scheppingsdrift’. (De Volkskrant Marian Buys)

ob_87e32f_chirico-conversation-1927
Nadat Handke in 1974 met Die Unvernünftigen sterben aus een theateradempauze heeft ingelast, verschijnt in 1982 een zogenaamd dramatisch gedicht: Über die Dörfer. De boodschap van het stuk is: ‘geht über die Dörfer’, ga de langzame weg, onttrek je aan de taal van het systeem, de ‘moderne leugen’, en probeer de vrijheid te vinden in de stilte. Leg de wereld niet vast in eenduidige woorden, maar gebruik de taal onbevangen en creatief. Gebruik het woord in zijn magische, bezwerende en mythische kracht. In 1996 regisseert Lucas Vandervorst dit toneelstuk bij De Tijd, een jaar na zijn regie van De kunst van het vragen (Das Spiel vom Fragen oder Die Reise zum sonoren Land, geschreven in 1989) in samenwerking met de KVS.

9-Copier-1

 

THE TURN OF THE SCREW (1)

DS543338_942long

Einde juli en verder in augustus 2007 publiceerden we een 23-delige serie ‘The turn of the screw’.  Het verhaal van Henry James, geschreven in 1897,  bleef auteurs , cineasten en componisten boeien tot op de dag van vandaag. (een nieuwe filmversie ‘The Turning’ met Floria Sigismondi als regisseuse komt in 2020 in de filmzalen.) In deze donkere dagen willen we even terugkeren naar het onderwerp. Een goede gelegenheid om de serie te lezen of te herlezen in de wintersfeer waarin het oorspronkelijke verhaal ooit ontstaan is..


 


We komen nu echt op het terrein van de 19de eeuwse geesten en spoken, al wil ik niet dadelijk Edgar Allen Poe citeren maar wel het wonderlijke verhaal ‘THE TURN OF THE SCREW’ van Williams James’ broer Henry.

Ernst Braches schreef er een boeiende studie over: ‘Engel en afgrond’, Over the turn of the screw van Henry James, Meulenhoff, A’dam 1983

In 1961 was er een verfilming gebaseerd op dit verhaal met in de hoofdrol Deborah Kerr.
Het kreeg de partijdige naam ‘The Innocents’ mee, en ik ben er zeker van dat Henry James deze titel ten zeerste had afgekeurd. Daarna kwamen er talrijke verfilmingen en bewerkingen, ook voor theater en opera.

turn01

Maar al is het scherm klein, de mooie zwart-wit fotografie van Freddy Francis blijft bekoren.
Deborah speelt een gouvernante die op het afgelegen landgoed Bly de hoede over een meisje (Flora) en een jongen (Miles) krijgt.

Maar zijn ‘the innocents’ wel zo onschuldig als ze zich voordoen, en wat gebeurde er met de vorige gouvernante en de verdwenen meid en knecht?

turn02

Het lijkt een typisch 19de eeuws spookverhaal, maar het feit dat er een bibliotheek boeken met commentaar over is verschenen, laat toch iets anders vermoeden.

Nu is het gewoon even kijken naar het korte filmfragment, want de tocht naar de ware betekenis ligt zoals altijd verborgen.

En lectuur van het verhaal dat in 1898 verscheen kan zeker helpen.
Het is een dunne novelle, in de unieke stijl van Henri James.

Benjamin Britten maakte er een opera van, en zowel de opera als de film The Innocents zijn op DVD terug te vinden of via you tube te bekijken. En weldra een nieuwe film: ‘The Turning’ (2020)

Je kunt verder met deze link ‘The Turn of the Screw (2) Het Begin, en daarna onderaan volgende aflevering kiezen of naar onze WEGWIJZER gaan vanaf 27 juli 2007 elke aflevering apart aanklikken.


Waar de hemel de aarde zou raken: een mystiek kerstverhaal uit 1500

De afmetingen van een raam, 108,5cm x 74,9cm, en wellicht zou je het in dit geval als een binnen-kijken in een mystieke wereld kunnen beschouwen. Mystiek: raakpunten van het hemelse met het ons vertrouwde aardse. Het hangt in de National Gallery in London en een aandachtige waarnemer zou menig keer een ingehouden kreetje kunnen horen: mooi, (al zal dat meestal van buitenlanders zijn, een venijnig grapje in tijden van brexit-mood, sorry).
Mooi?
Kijk maar:

ishot-18

Wacht nog even met wat je op school of daarbuiten hebt geleerd, gewoon bekijken. Je ogen ‘laten gaan’. Van boven naar onder en omgekeerd, van links naar rechts en omgekeerd.
Bovenaan , onder een geopende gouden hemel dansen twaalf engelen, olijftakken in de hand, omgeven met banderollen waaraan kronen hangen.
Daaronder op het dak van de luifel voor een grot, omgeven door bomen, een drietal engelen twee met olijftakken, de middenste leest voor uit een boek. Centraal, en uitvergroot, Maria, Jozef en kind. Links de koningen (zonder geschenken), rechts de herders, beiden door engelen gescorteerd. Op de achtergrond os en ezel.
Helemaal onderaan drie engelen die telkens een mens omhelzen met op de achtergrond kleine en middelgrote duiveltjes doorboord of gewoon zieltogend.

Dit werk is het enige dat hij zelf bovenaan in het Grieks heeft getekend en van commentaar heeft voorzien.
‘Deze schilderij, gemaakt in het najaar van 1500, tijdens troebele tijden in Italië. Ik, Alessandro…’
Hij heeft het daarna over het elfde en twaalfde hoofdstuk uit de Openbaring van Johannes en de apocalyps waarin de duivel voor drie en een half jaar wordt losgelaten en verslagen, zoals je kunt zien in dit schilderij.
Een feest van beweging en kleuren maar een eerder ongewone afbeelding van een voor de schilderkunst overbekend tafereel, de geboorte van Jezus en de aanbidding van herders en wijzen (koningen).

Sandro_Botticelli_083

De schilder, ‘Alessandro’, afgekort Sandro met roepnaam Botticelli ( =’het tonnetje’, omdat zijn broer duidelijk deze lichaamsvorm vertoonde, benaming die blijkbaar op de familie in zijn geheel afstraalde) zal je eerder bekend zijn door een andere ‘geboorte’, namelijk die van Venus. Te vinden tot op koffiebekers, t-shirts, boodschappentassen en dies meer. (1445-1510)

9200000096841160_1
Zijn de personages in zijn zwierige stijl en markante gezichten dadelijk te herkennen, het thema, de mystieke geboorte is een zeldzaam onderwerp niet vreemd aan ‘de rumoerige tijd in Italië dichtbij het grote millenium waarmee de zestiende eeuw zou aanvangen.

De tekst bovenaan, enkele beelden uit het elfde en twaalfde hoofdstuk van de Openbaring doen niet veel goeds vermoeden. Dat kun je al zien door verwijzingen naar het latere leven van dit pas geboren kind. Het doek waarop het ligt is een voorafbeelding van de latere lijkwade waarin het lichaam van de gekruisigde zal gewikkeld worden, en zo is ook de grot een voorafbeelding van de plaats waar hij zal begraven worden.
Ik citeer uit een samenvatting van wikipedia afschuwelijk vertaald naar het Nederlands door een vertaalmachine, vandaar de oorspronkelijke tekst:

ishot-11-2
The painting emerged from the city of Florence in a time when the fanatical preacher Girolamo Savonarola held the city in its grip. He had arrived in Florence in 1490 but had been repelled by the artistic glory and enormous wealth that so impressed the world. He preached that this was a corrupt and vice-ridden place. A great scourge was approaching – and then his words had assumed a terrifying reality: the Italian War of 1494–1498. In 1494 a huge French army invaded Italy and 10,000 troops entered Florence so that the Florentines feared the King of France meant to sack the city. Savonarola stepped into the political vacuum, he met with the French king and persuaded him to leave Florence peacefully. In their gratitude and relief the Florentines increasingly saw the friar as a prophet and his preaching attracted huge crowds to Florence Cathedral. Savonarola claimed that Florence could become the new Jerusalem if the citizens would repent and abandon their sinful luxuries – and that included much of their art. His beliefs were made real as groups of evangelical youths went on to the streets to encourage people to parwith their luxuries, their lewd pictures, and books, their vanities, combs, mirrors. Botticelli may well have seen his own paintings fed to the flames. Yet the artist might not have objected because, like much of the city, he too had come under the sway of Savonarola. It seems that a sermon preached by Savonarola bears directly upon the Mystical Nativity.

ishot-3det

In one sermon Savonarola preached he set forth a vision that had come to him in which he saw an extraordinary heavenly crown. At its base were twelve hearts with twelve ribbons wrapped around them and written on these in Latin were the unique mystical qualities or privileges of the Virgin Mary – she is ‘mother of her father’, ‘daughter of her son’, ‘bride of God’ etc. Though much of the writing on the ribbons held by the dancing angels is now invisible to the naked eye, infra-red reflectography has shown that the original words on the angels ribbons correspond exactly to Savonarola’s 12 privileges of the Virgin. In his sermon, preached on Assumption Day, Savonarola went on to explore the 11th and 12th chapters of the Book of Revelation – the precise chapters mentioned in the painting’s inscription. He connected the glory of Mary with the imminent coming of the power of Christ on earth

Savonarola

Vier jaar zal Savonarola over Florence heersen, een moreel maar ook charismatisch (schrik)bewind dat best vergelijkbaar is met wat sommige extremisten nu van een religie willen maken. Tot Paus en tegenstanders ter plekke er genoeg van krijgen en de monnik met twee kompanen wegens ketterij worden opgehangen en hun lichamen verbrand  en hun asse in de Arno-rivier verdwijnt.

Hanging_and_burning_of_Girolamo_Savonarola_in_Florence

‘Some see the figures of the three men at the bottom of the painting as representatives of the three executed holy men, raised up and restored to grace – but persecution not peace awaited Savonarola’s followers and it was in an atmosphere of oppression that Botticelli set out to create the Mystical Nativity.

ishot-13

The painting is on canvas – normally he would have used wood panel – perhaps for a painting with a dangerous message, canvas had the advantage that it could be rolled up and hidden. With his canvas prepared he would sketch a detailed design on paper, then he transferred this to canvas. He drew on many sources – the dancing angels echo his own three graces of Primavera, the scurrying devil was inspired by a German woodcut. X-rays show that very little of the original design changed – only an angel’s wing was adjusted and trees added over the roof of the stable. Botticelli was now ready to build up the image using tempera paint – the canvas was an experimental medium. To create the heavenly dome Botticelli called on the goldsmith’s craft he had learned as a boy. “The symbolism of the gold is to do with the unchanging, untarnished nature of heaven – gold doesn’t decay, it doesn’t darken like silver. Botticelli would have used an adhesive layer made of oil mixed with resin – not burnished, the gold just patted down on to the surface, following the surface irregularities of the canvas – a glitter, intricate, it would have helped the jewel like quality of the painting – it would have drawn the eye upwards from the Nativity into Heaven. Faith, hope and charity, [the angels clothed in] white, green and red – but the copper based green pigment has discoloured with time, to bronze. Originally it would have been vibrant.”

ishot-18det

Dat de figuur van Savonarola mensen inspireerde kan ik me voorstellen, zeker in de atmosfeer van oorlog, pest en een millennium-mystiek.
Hij was alvast een voorloper van meerdere nieuwe religieuze hervormers in de zestiende eeuw. Zijn leven was het onderwerp van boeken, filmen en zelfs een voorstel tot (afgewezen) heiligverklaring.
De schoonheid van dit werk blijft mij echter ook nu ontroeren, los van een mogelijke ontstaansgeschiedenis.

ishot-12det2
Kijk naar de gehurkte Jozef, -meestal afgebeeld als een oudere man- die door zijn houding duidelijk maakt dat hij er maar weinig van begrijpt. De ezel in zijn nabijheid kijkt al etend naar het kind maar de os bekijkt de koningen en de engel met olijftak.
Die blikwisseling vind ik bij Botticelli vaak terug: zijn personages hebben aandacht voor elkaar of zoeken de kijker op, alsof ze vanuit de breuklijn van de vijftiende-zestiende eeuw ons bevragen, nieuwsgierig zijn hoe wij het hier stellen met de grote klimaatconferentie die ook in deze tijd voor verschillende politieke en andere reacties zal zorgen op zoek naar ons nieuwe Jerusalem al heeft die uitspraak in Israel dan weer heel andere politeke betekenissen.

ishot-14det

Ik denk dat de personages, hoe hemels ook de aarde van toen en nu blijven raken. We hebben onze eigen duiveltjes, of we creëren ze wat graag. We zijn nog steeds op zoek naar de plaatsen of tijden waar het hemelse en het aardse elkaar kunnen raken.
Dat we in de donkerste dagen van het jaar graag diezelfde engelen boven onze hoofden zien bewegen, het oude kerstverhaal in zijn diverse vormen willen herscheppen, brengt ons eerder samen al mag de warmste week zich ook over het ganse prachtige jaar 2020 uitstrekken.

ishot-17det

ishot-15det

Voor wie even bij het prachtige werk van deze kunstenaar wil verblijven deze fraaie collectie in 4K, zonder muziek. Gewoon het beeld het scherm laten vullen, en thuiskomen in zijn wondere wereld.

Mystic_Nativity,_Sandro_Botticelli-2

 

Respectvol verzoek tot Heer Dood

P3020303

Heer Dood,

Op uw tafel ligt de oogst van dode bladeren
na een regenbui. Eind november, niets aan de hand.
Het sterven is een extra van het seizoen,
weldra gewijd aan een boreling in een stal.

Wat bij zomertijd voor ons koelte was,
laat hier, ongewild zijn volle schoonheid
los: vorm van ’t blad, getand of afgerond
en nervenlijnen, riviertjes vanuit de steel
op tedere kleurentinten van ’t vergaan.

P3020309

Onder het bladerdak zaten wij in zomertijd
tot het zachte donker van uitgerokken dagen,
vertelden over toen wij kinderen waren en
wat wij in wintertijden zouden doen of zwegen
eens een nachtelijke bries hen hoorbaar maakte.

Laat ons eerder dan op uw tafel, heer, het speelse
van de lente in elkanders ogen vinden: het zijn
zoals wij zijn niet verdorren in een dwaze dromendwang
en elkander naar het korte leven staan. Het wintert
vlug en verhalen wachten om verteld te worden.

P3020310

Weet dat weldra de dagen weer gaan lengen:
elke dag een hanenschreeuw langer licht, of lang als

het roepen van een kind dat thuiskomt na een schooldag,
het verlossend uitademen na een verwerkt verdrietje,
het schrijven van je naam op een bedampt raam na een vriesnacht,
het loswikkelen van een praline uit zijn zilveren verpakking,
het inschenken van een glas champagne,
het verzinnen van een uitvlucht,
het uitschoppen van je schoenen,
het lanceren van een papieren vliegertje,
het zwijgen net voor je (een al lang besloten) ‘ja’ zult zeggen,
het aflopen van de trappen om voor de geliefde de deur te openen,
het…

Gelieve dus, donkere heer,
met deze herfst genoegen te nemen.
Het liefste licht is in aantocht.

P1050147

(tekst en foto’ s Gmt.)

Anne Carson: Sappho Drives Upstate

sappho

Sappho Drives Upstate

I saw two old white horses in a field,
in the corner of a field,
in the shade,
who had sought the shade,
thoughtfully.
glancing not quite at each other but past,
holding their heads close, their heads aligned,
standing
as they had stood many times,
a thousand times,
standing so,
weak moments, strong moments,
shivering slightly,
a cool breeze sliding down the apple branches or
All this—
you tore a hole, pushed your arm through, hit the switch.

animals-farm-grass-grazing

‘Sappho rijdt de stad uit

Ik zag twee oude witte paarden op een veld,
in de hoek van een veld,
in de schaduw,
die de schaduw hadden opgezocht,
bedachtzaam.
niet dadelijk naar maar langs elkaar kijkend,
hun hoofden dichtbij elkaar, hun hoofden in dezelfde lijn,
staande
zoals ze vaak stonden,
een duizend keer,
zo staande,
zwakke momenten, sterke momenten,
lichtelijk rillend,
een koel briesje daalt langs de de appel -takken of
Dit alles –
je maakte een holte, stak er je arm door, drukte op de schakelaar.

2 paarden

Anne Carson (1950-) is a Canadian poet, essayist, translator and professor of Classics. She is the recipient of a Guggenheim Fellowship, a MacArthur Fellowship, and the PEN Award for Poetry in Translation. Her most recent book is Iphigenia among the Taurians.
A professor of the classics, with background in classical languages, comparative literature, anthropology, history, and commercial art, Carson blends ideas and themes from many fields in her writing. She is influenced by Ancient Greek literature, Sappho, Simone Weil, Homer, Virginia Woolf, Emily Brontë, and Thucydides. She frequently references, modernizes, and translates Ancient Greek literature. She has published twenty books as of 2016, most of which blend the forms of poetry, essay, prose, criticism, translation, dramatic dialogue, fiction, and non-fiction.

17carson1-superJumbo-v3

In 1986, Carson published her first book, Eros the Bittersweet. Named one of the 100 best nonfiction books of all time by the Modern Library, the book traces the concept of “eros” in ancient Greece through its representations in poetry of the time. Carson considers seriously how triangular and mimetic desires have been represented in the poetry of Sappho, as well as the relationship of eros to solitude. Famously, Carson analyzes Sappho’s Fragment 31 as representing “eros as deferred, defied, obstructed, hungry, organized around a radiant absence – to represent eros as lack.”

roger-de-la-fresnaye-the-magician-207469_thumb

‘Autobiography of red‘, verschenen in 1998, is een uit zevenenveertig episodes bestaande roman in verzen. Voor haar hoofdpersoon liet Carson zich inspireren door een Griekse mythe: Geryon was een gevleugeld rood monster, hij hoedde een kudde rood vee en werd door Herakles gedood. In de roman is Geryon een jongen met een rode huid, een rode schaduw en vleugels op zijn rug, en is Herakles zijn minnaar. Vertaald ook naar het Nederlands. Een fragment als kennismaking: de woordzetting is van de auteur.

Virgil and Dante Riding Geryon, Divine Comedy

‘Geryon vond het als kind fijn om te slapen maar wakker worden vond hij nog fijner.
Dan rende hij in pyjama
naar buiten. De ochtendwind bestormde de lucht met levensflitsen zo blauw dat
elk een eigen wereld beginnen kon.
Het woord elk waaide zijn kant op en viel op de wind uiteen. Geryon had daar altijd
moeite mee – een woord als elk
viel, als hij ernaar staarde, in aparte letters uiteen en was dan weg. De ruimte voor
betekenis bleef maar was leeg.
Je kon de losse letters zien hangen aan takken of meubels in de buurt.
Wat betekent elk?
had Geryon aan zijn moeder gevraagd. Ze loog nooit tegen hem. Als zij de betekenis zei
ging die niet weg.
Ze antwoordde: Het betekent dat jij en je broer elk een eigen kamer hebben bijvoorbeeld.
Hij hulde zich in dit sterke woord elk.
Hij schreef het op school met rood zijdezacht krijt (foutloos) op het bord.
Hij dacht zachtjes aan andere
woorden die hij nu bij zich kon houden zoals kelk en welk. Toen moest Geryon
verhuizen naar de kamer van zijn broer.
Een ongelukkige samenloop. Geryons oma kwam op bezoek en viel van de treeplank
van de bus. De dokters maakten haar weer
met een grote zilveren pen aan elkaar. Erna moesten zij en haar pen vele maanden stil
in Geryons kamer liggen. Zo begon zijn nachtbestaan.
Voordien had Geryon ’s nachts niet geleefd alleen overdag en in de rode tijden ertussen.
Wat stinkt er hier in je kamer zo? vroeg Geryon.
Geryon en zijn broer lagen in het donker in hun stapelbed Geryon boven.
Als Geryon zijn armen of benen bewoog
klonk uit de veren een prettig ge-PING TJONK-TJONK PING dat hem van beneden omsloot als een dik schoon verband.
Het stinkt hier niet, zei Geryons broer. Misschien zijn het je sokken,
of de kikker heb je
de kikker mee naar binnen genomen? vroeg Geryon. Jij stinkt hier zo Geryon.
Geryon zweeg.
Hij eerbiedigde feiten misschien was dit er één. Hij hoorde nu van beneden
een ander geluid.

TJONK-TJONK PING PING PING PING PING PING PING PING PING PING PING PING
PING PING PING PING PING PING PING PING PING.’

(vertaling Marijke Emeis, het boek verscheen in 2000 Autobiografie van rood, Meulenhoff Boekerij)

9905920_20170331-102254-2

Apostle Town – Poem by Anne Carson

After your death.
It was windy every day.
Every day.
Opposed us like a wall.
We went.
Shouting sideways at one another.
Along the road.
It was useless.
The spaces between us.
Got hard.
They are empty spaces.
And yet they are solid.
And black and grievous.
As gaps between the teeth.
Of an old woman.
You knew years ago.
When she was.
Beautiful the nerves pouring around in her like palace fire.

0846e-the-woman-and-the-child-1922

Short Talk on Major and Minor

Major things are wind, evil, a good fighting horse,
prepositions, inexhaustible love, the way people
choose their king. Minor things include dirt,
the names of schools of philosophy, mood and
not having a mood, the correct time. There
are more major things than minor things
overall, yet there are more minor things
than I have written here, but it is
disheartening to list them. When I
think of you reading this I do not
want you to be taken captive,
separated by a wire mesh lined with glass
from your life itself, like some Elektra.

japanese-beauty-soaking-in-the-onsen-all-things-japan-gallery

“We know from childhood that play can be serious. And it requires the freedom to play. Writing, like play, is an exercise of the imagination, and as such an exercise of desire that, Carson writes, teaches us “something about edges.” As does her work, which peers over precipices into error with error’s breath also on the back of its neck. Her brinkmanship addresses the point at which language’s tools are no longer adequate to the job—to death, heartbreak, betrayal, physical and mental trauma, absence, untranslatability—yet remain “an unfortunate necessity.” In the work’s desire to analyze what it knows defies analysis, to use its logic on the illogical, is felt the life force of curiosity. Curiosity and its procedures do not allow contingency to harden into a last word, and so are not much appreciated by systems that prefer power remain stable. As Ilhan Inan has noted, curiosity “can only take place in the absence of certainty.”(Karen Solie)

EKEZPRoWoAALq3E.jpg large

Self-Portrait of Other: Tetsuya Ishida

Ishida_RETURN_JOURNEY_96dpi-720x861

“Kiro” (“Return Journey,” 2003), acrylic and oil on canvas, 17.9 x 15 inches

Zoals Franz Schubert, is de kunstenaar die ik je vandaag graag voorstel, ook slechts eenendertig geworden: Tetsuya Ishida, Japan 1973-2005.
Een merkwaardige tentoonstelling reisde van Madrid, Spanje naar Chicago USA onder de titel: ‘Self-Portrait of Other’ om het werk van deze bijzondere kunstenaar voor te stellen.
Dat hij in Madrid door 350.000 bezoekers werd bezocht, maakt zijn aantrekkingskracht duidelijk.
Het is via het museo Reina Sofia, Madrid dat de tentoonstelling van zijn werk nog tot 14 december in Wrightwood 659 Chicago USA te bekijken is.

tetsuya-ishida-self-portrait-of-another-designboom-5

“Conveyor belt for people”, 1996. Acrylic on board. Private collection,

Toen in 1992 mijn hoorspel ‘Heen en terug’ een prijs van de ‘Television and radio writers association of Japan’, The Morishige Award, kreeg, mocht ik na het feestelijk gedoe nog zo’n tiental dagen in Tokio en grote omstreken verblijven, begeleid door collegae auteurs. Was de belangstelling voor dat land en zijn cultuur al in vroegere dagen aanwezig het verblijf aldaar en de contacten met de Japanse auteurs wakkerden het vlammetje terdege aan dat tot op de dag van vandaag, is blijven branden zoals in dit blog meermaals is gebleken.

H0027-L08907944

Hoe kort ook, door de lange gesprekken in alle mogelijke talen (Nl naar Frans, Frans naar Japans en vice versa) leerde ik de eerste stappen zetten in die sterk gelaagde wereld waarin uitersten en nabijheden sterk van de onze verschilden maar ook elkaar raakten. De zin voor detail, het sterk betrokken zijn bij de natuur, de bezielde kern der dingen, aandacht voor elkaar, het zijn maar enkele gebieden die na mijn thuiskomst verder onderzoek aanmoedigden. Onderaan wil ik dit idee nog even verder uitwerken. De vraag:  hoe moet je als westerling leren kijken naar wat een Japans kunstenaar wilde uitdrukken in zijn beelden-alfabet? Je kijkt immers met de ogen van je eigen cultuurgeschiedenis en die wil in dit geval niet alleen van geschreven alfabet verschillen, maar ook grondig van beeldentaal. Beginnen we met zijn bio?

Tetsuya-Ishida-Untitled-1997

(zonder titel 2003 73 x 91)

Few biographical details about Ishida have been published. He was born and brought up in a coastal town in Shizuoka Prefecture, in south-central Japan. His father was a politician, and his mother was a homemaker; they were not pleased with their son’s decision to go to art school and declined to help him financially during his university years.
With his friend Hirabayashi, Ishida founded a company to produce art- and film-related projects, but with the economic downturn of the 1990s in the aftermath of the big bust that abruptly ended Japan’s long-running, postwar boom, the young partners’ enterprise became more of a conventional graphic-design studio, which Ishida eventually left in order to concentrate on his painting.

Ishida_ON_HOLIDAY_96dpi-720x638

(“Kyūka-chū” (“On Holiday,” 1999), acrylic on board, 18 x 21 inches)

The collapse of Japan’s “bubble economy,” which was largely fueled by wildly speculative real-estate deals, led to a “lost decade” of stagnation and uncertainty. With it came “Where-did-we-go-wrong?” soul-searching throughout Japan, whose industries’ legendary promise of lifetime employment faded; layoffs and bleak prospects for university graduates like Ishida prevailed.

Ishida_REFUEL_MEAL_96dpi-720x509

(Tetsuya Ishida, “Nenryō Hokyū no yō-na Shokuji” (“Refuel Meal,” 1996), acrylic on board, 57.3 x 81.1 inches)

In chilling paintings like “Nenryō Hokyū no yō-na Shokuji” (“Refuel Meal,” 1996, acrylic on board), Ishida nailed the anonymity and anomie of the life of the typical Japanese sarariman (salaryman), or corporate office worker, whose mission in life is to meet sales quotas, pledge fidelity to his employer, and, if necessary, labor to the point of karōshi (death from overwork). Much of Japan’s postwar “economic miracle” was delivered on the backs of such nameless organization men. Ishida’s picture shows a row of men in suits seated at a lunch counter, where servers use gasoline-pump nozzles to inject food-fuel directly into their mouths. (Edward M. Gomez 2019)

tetsuya-ishida-self-portrait-of-another-designboom-4

Toch even remmen:
Als ik de verschillende commentaren in mijn collectie samenleg dan zal het je niet verbazen dat onze reactie op zijn werk eerder vanuit onze westerse bedenkingen dan uit de Japanse ervaring zijn ontstaan.
De ‘crisis’ van de jaren negentig was inderdaad niet alleen een economische maar stelde aan de samenleving aldaar indringende vragen. Toch moet je onze opvattingen over die zgn. karoshi ((過労死) -dood door overwerken- eerder vanuit onze cliché’ s omtrent arbeid bekijken. Als individu kijk je anders naar het dagelijkse werk dan als de man of vrouw die vanuit een gemeenschap denkt en oordeelt. Het arbeid-ethos wordt in Japan net zo goed beïnvloed door de angst om ontslagen te worden of niet te voldoen aan een ideaalbeeld als aan een soort ‘opoffering’ voor het gemeenschapsideaal! Een slechte bedrijfsorganisatie verschuilt zich vlug achter de zgn. ethos als ze overwerk wil camoufleren in ‘gemeenschapszin’. Dat daar paal en perk aan gesteld wordt is logisch. Tetsuya Ishida raakt de kern aan: je vergroeit letterlijk met het materiële, in zoverre waar je vroeger van enige sublimering kon spreken door je ten dienste te stellen, nu de concentratie op consumeren ligt -het enige middel om uit de stagnatie te geraken werd gezegd- en je zelf ontmenselijkt wordt, -het menselijke als hindernis-, als zwakste schakel, bij economische planning en realisatie.

untitle4s01

Van de weinig auto-biografische documenten zegt deze zin waar het hem om ging:

‘At first, it was a self-portrait. I tried to make myself–my weak self, my pitiful self, my anxious self–into a joke or something funny that could be laughed at…It was sometimes seen as a parody or satire referring to contemporary people. As I continued to think about this, I expanded it to include consumers, city-dwellers, workers, and the Japanese people.’
–Tetsuya Ishida-

Tetsuya-Ishida-Awakening-1998

( Awakening145.6 x 206.0 1998)

Een andere te westerse invalshoek bij de bespreking van zijn werk is een dubieuze term als ‘surrealisme’:

There is nothing polemical about Ishida’s art. Its poetry is unhesitatingly candid, its emotion raw, like that of Osamu Dazai’s prose. His images, in their oddness, exude the radical air that wafts through such iconic Japanese modernist works of the immediate postwar period as those of Tetsumi Kudō (mixed-media creations evoking wartime destruction in the nuclear age), On Kawara (whose “Bathroom” drawings (1953-54) featured peg-like, naked humans in disorienting, tiled rooms), and Shūsaku Arakawa (whose early sculptures featured corpse-like cement blobs placed in elegant, fabric-lined, coffin-like boxes).

Hijzelf:

“What I am seeking (now) is an expression of anguish, but not something depressing that ends in self-pity…not to show off my anguished feelings but a form of humor that laughs off such emotions. It is close to nonsense.”

Ishida_SEARCH_96dpi-720x495

Tetsuya Ishida, “Sōsaku” (“Search,” 2001), acrylic on canvas, 44.1 x 63.8 inches

Unlike some such works, though, Ishida’s images never flirt with the grotesque; they have often been referred to as “surreal,” but they could easily be described as a kind of bizarre, reportorial history painting, too, for they are certainly vivid documents of the spirit of their time. (ibidem)

tetsuya-ishida-self-portrait-of-another-designboom-7

“When I think about what to paint, I close my eyes and imagine myself from birth to death. But what then appears is human beings, the pain and anguish of society, its anxiety and loneliness, things that go far beyond me.”

Tetsuya-Ishida-Collater.al-2-1024x817

Ishida left some clues to the thoughts and feelings that informed his peculiar images. In a 1996 notebook entry, he wrote, “I’m strongly drawn to saintly artists. I mean people who believe that each brushstroke will save the world or will represent the suffering of humanity in the face of a sheep. They make me aware that I’m just a philistine.” He also became interested in outsider art, whose creators, he felt, embodied a kind of authenticity to which he could not measure up. (ibidem)

Ishida_PRISONER_96dpi-720x512

(“Prisoner,” 1999), acrylic on board, 40.5 x 57.3 inches (private collection;)

Ishida was born in Yaizu, a port city known for its fishing industry and as the home port of the Lucky Dragon 5. In March 1954 a fishing boat by that name was caught in the fallout of a U.S. thermonuclear test at Bikini Atoll. Those on board suffered acute radiation syndrome and one crew member died. U.S. artist Ben Shahn drew attention to the disaster in a series of works that were shown decades later in Yaizu when Ishida was eight years old. After seeing Shahn’s pieces, Ishida wrote in his diary that he would become a painter. Thus, the experience that brought him to figure painting was also a lesson in technology weaponizing and torturing the human body. In a school essay the young Ishida wrote that victims “were in pain and could not get up to go to work.” (Lauren Moya Ford Mousse Magazine)

Tetsuya-Ishida-Cargo-1997

Across a short ten-year career, Ishida produced a formidable body of work centred on isolation and alienation in a world dominated by uncontrollable forces, where recurring images of school children and office workers would become a platform for asserting a forthright critique of education and labour systems driven by the imperatives of productivity and competitiveness. The metamorphosis of the human body merges with different insects, technological devices and means of transportation; claustrophobic situations see the body become physically trapped in holes and constructions or become part of an assembly line, like cogs in a machine; the search for identity, bound to the elementary need to return to childhood and a repressed eschatological component; the lost glow of amusement parks and the sadness that pervades wastelands, working to form a backdrop to the apathy of a society which has yielded to the machinery of production and infinite consumption.

ichibas01

“When I think about what to paint, I close my eyes and imagine my- self from birth to death. But what then appears is human beings, the pain and anguish of society, its anxiety and loneliness, things that go far beyond me.”

Ishida_PUBLIC_PROPERTY_96dpi-720x621

Tetsuya Ishida, “Kōkyōbutsu” (“Public Property,” 1999), acrylic on canvas, 17.9 x 20.9 inches

“There’s no creating anything original anymore,” Ishida once told his close friend, the filmmaker Isamu Hirabayashi, who was a fellow student at Musashino Art University in Tokyo in the 1990s. Apparently, Ishida felt fatigued by the too-easy postmodernist appropriationist gestures and style-quoting pastiches he saw over and over again in the art of his time.

tetsuya_ishida_22

(Tetsuya Ishida, Recalled, 1998, Acrylic on wood , 145,6 x 206 cm, Nick Taylor Collection,)

Nor was he fond of the creations of such international Japanese superstars as Takashi Murakami, which he dismissed as “all just a marketing ploy,” or the older Yayoi Kusama, about whom he remarked, “That stuff about some psychological disability behind her offbeat behavior; it’s all just an act.” (Hirabayashi quotes his late friend in a reminiscence published in the exhibition’s catalogue.)
In retrospect, such comments might have sounded churlish if they had been provoked by envy or insecurity. On the strength of the evidence of Ishida’s talent and artistic intellect, however, he was in a secure position from which to have criticized what he did not like or, on the other hand, to have embraced, to his friend’s bemusement, the colorful, charming pictures of the painter-illustrator Rokurō Taniuchi (1955-1981), who was known for his covers for Japanese culture magazines.(ibidem)

c253c64aba1855955c73776afaec930c

Tetsuya Ishida, Waiting for a Chance, 1999 Acrylic on board, 57 5/16 × 81 ⅛ inches (145.6 × 206 cm)

 

Ishida also admired the work of Vincent Van Gogh and, in his choice of books, he favored Dostoyevsky’s The Idiot and the novels of such Japanese modernists as Kōbō Abe and Osamu Dazai, the latter of whom was known for his numerous suicide attempts (he finally did kill himself, in 1948) and his brutally candid tales of debauchery and renegade antics.

tetsuya_ishida_04

Ishida died in 2005 when he was struck by a passing train at a railroad crossing; some have said his death was a suicide. It cut short the evolution of some of the most distinctive recent art to have been created anywhere in the industrialized world.

steam_locomotives01

Who became a SL
A man transformed into a steam locomotive
85.8 x 60.7 1995

Brutale tederheid. Misschien is deze combinatie een mogelijke ingang.
De personages zijn ontdaan van hun strict persoonlijke kenmerken. Daardoor passen ze in elk van ons.
De wanhoop die je bevangt als je denkt ‘uitverteld’ te zijn dreef hem wellicht naar een zelf gekozen einde, maar zijn verhalen beginnen nu hun weg te vinden.
Of hij geloofde dat we ze kunnen vermijden, weet ik niet.

tetsuya_ishida_16

‘Als je besluit je eigen pad te volgen, zal je eerst duizend kilometers alleen zijn.’
Een Japans spreekwoord.

2015_HGK_03410_0049_000tetsuya_ishida_untitled

untitled 103 x 1456 cm 1998

Life-and-Death Paintings, From a Career Cut Short

https://tetsuyaishida.jp/71843/gallery/

In het Japans wordt het woord kagami ((かがみ) gebruikt: spiegel, maar het heeft ook andere betekenissen: かがみ = 神が身: vergoddelijk jezelf. Zo zie je in alle schrijnen spiegels, duidelijk om te laten zien dat jij je eigen god bent. Denken wij aan narcisme, voor een Japanner is het een begrip dat je vooral in jezelf moet geloven. Tegelijkertijd zijn objecten bezield door ‘kami’, een goddelijke kracht die je in alle voorwerpen kunt aantreffen. Het werk van Tetsuya Ishida laat duidelijk zien dat de levenswijze van het toenmalige Japan (de negentiger jaren) het vrijwel onmogelijk maakte om welke positieve kracht dan ook te ervaren. Hij gebruikt  de transformatie van mensen in levenloze voorwerpen of machines als een symbool. Door het diep gewortelde groepsbesef wordt juist die mooie kracht voortdurend in dienst van de commerciële prestatie gesteld, een creatie van een kapitalistish systeem zonder innerlijke waarden, enkel op winst gericht van een naamloze maatschappij, letterlijk en figuurlijk. Het bijzondere van elke persoon, het vergoddelijkte, wordt er net door vernietigd. Het animisme dat ons vreemd is (maar bv. wel in weer andere maar zeer aanwezige vormen ook in de Afrikaanse culturen aanwezig is, blijft ten zeerste in de diepere lagen van Shinto aanwezig. De hedendaagse Japanse samenleving ervaart sterker dan wij het ‘geestdodende’ want niet alleen staat onze eigen persoonlijke geest centraal maar nog steeds de geest van een groep, familie, bedrijf, vereniging.

3fb902eb7daf9516d119ba5876df14c9
Dat geestdodende is het onderwerp van deze kunstenaar dat hij echter vaak door beelden of hun inhoud eindeloos uit te vergroten verbeeldt zodat de consequenties van de moderniteit gewoon als pure nonsens verschijnen. Bij ons gaat al vlug het ethische vingertje in de lucht. In Japan vergroot je de uitbeelding tot vaak haar wanstaltigheid (of omgekeerd haar vertederend karakter) zodat ze niet ethisch maar eerder uitvergrotend (animistisch) verschijnt, waardoor de onzin haar werkelijk karakter verliest maar in het denken daardoor juist een meer geloofwaardige (symbolische) plaats krijg, waar ze ons in het westen zal verlammen of in een depressie duwen.
De liefelijkheid en de horror tonen zich in Japan in deze vorm die ons vreemd is. Wij klasseren ze bij de kindertijd (liefelijkheid) of bij de misdaad (power, kracht) waar ze al dadelijk een onschuldig of schuldig uitzicht verdienen.
Ik moet toegeven dat het slechts het begin van een idee is, een richting die ik wil aangeven. Zeker zal ik het nog met mijn goede Japanse vriendin, eens ze terug uit Tokio is, daarover hebben. En aandachtig luisteren.

hikidashis01 a market place

Drawer

48456434387_aa5c40f4a2_b

lost child 2004

In de stilte van de zondag: 8 Impromptus van Franz Schubert

space-calendar-leonids-superJumbo

A meteor from the Leonids streaking through the sky, seen between the arms of a cactus in Tucson, Ariz., in 2001.Credit…James S. Wood/Arizona Daily Star, via Associated Press

Je kunt terwijl je leest hieronder het notenbeeld volgen en/of de 4 eerste impromptus (opus 90) beluisteren.

 

 Met het begrip ‘schoonheid’ kun je inderdaad alle kanten op, ook nu, op ditzelfde moment –ik wil eerst het allegro molto moderato van een impromptu in C minor Opus 90 nr 1 van Franz Schubert opleggen-en luisteren:

Na een indringende noot lopen de klanken zachtjes op blote voeten, daarna met antwoorden die er niet om liegen, jammerend maar weer opgevangen ook al is het molto moderato.
En meteen zit ik in de sterrenregen van de Leoniden die vooral deze nacht (17-18/11) zichtbaar overtrekken naar jaarlijkse gewoonte terwijl de oplichtende snippers van hun ijsklonters al jaren of misschien een eeuw geleden los gelaten hebben en nu eindelijk (en voor de laatste keer) zichtbaar worden in hun lichtend verdwijnen in onze dampkring.
In die kringloop van het kleine korte kunstenaarsleven en de loop van de planeten rond de ster die we zon noemen is elke verhouding zo overbodig dat ze in aanmerking komt om in haar gedachten-omvang een plaats te krijgen bij het begrip ‘schoonheid’. Het moelijk noembare, aanleunend bij wetenschap en mystiek, het numineuze.

abstract-nature-peggy-bowie-davis

Na negen minuten en zevenentwintig seconden een vloeiend Allegro.
Je moet nog niet zoveel associërend vermogen hebben om waterstromen in allerlei vormen doorheen je verbeelding te voelen lopen. Wie water zegt, herkent ook dadelijk het licht dat erin weerkaatst, net zoals in de muziek van Schubert de weerkaatsing telt.
En het mag een herkenning zijn, o ja, dat fragment, als je daarna het prachtige andante en allegretto in dezelfde onderstroom door je heen laat gaan. Met berusting zou ik erbij schrijven, maar ik ben al oud en wellicht zou mijn kleindochter van negentien het hebben over ‘afwachtend’ wat meteen duidelijk maakt dat schoonheid niet te vangen is met woorden of zelfs niet met interpretaties of verwachtingen.
Wellicht moeten we in dat onderwijs veel meer plaats maken voor het associërend denken, want daarmee open je niet alleen de verwondering die het smaken ervan vergemakkelijkt maar zonder die associërende sterkte hadden grote wetenschappers nooit hun ontdekkingen waar gemaakt.
Tijd om verder te luisteren. Aan jou de innerlijke beelden.

maan schilderen

Nu de vier impromptus opus 142. Impromptu in F minor opus 142, het allegro moderato.

Hier is het vloeiende, het impregnerende, weer aan de beurt. De behoorlijke vlotheid van de rechterhand-vingers moet naast het aanvoelen gewoon technisch langdurig ontwikkeld worden. Ook de verbeelding kan enige opleiding of aanmoediging gebruiken.
En net als je denkt dat het thema een andere deur gaat openduwen herneemt de heer Schubert zijn druppelende klanken en mag je er hoogtes of laagtes zelf bijdenken want het water is weer licht geworden, tussen de herfstbladeren, om het melancholische sterven nog onbegrijpelijker te maken.
In het tweede gedeelte is de dynamiek ondergrondser maar je moet niet te lang op vleugels wachten om over het kalende landschap van het voorbije te trekken en je herinneringen bij de wintervoorraad te proeven zoals ze bedoeld waren: een palet van tegengestelde smaken, bitterzoet maar ook nog steeds romig-verwonderd of met een kruidige afdronk.
Ook het momentele, het ogen-blik, heeft zijn innerlijke warmte in de herinnering: net zoals je ooit heel vroeg buitenkeek en het eerste licht uit de donkerte zag kruipen, zo is de herinnering aan de kleinste schoonheid (de welving van je arm, een elkaar aankijken, een tot ziens wuiven) voorzien van een grote innerlijke uitstraling die nooit uitdooft maar in haar ver-innerlijking de essentie laat gloeien.
Ik verzamel graag deze ogen-blikken. Al luisterend zul je er zeker ook herinneren.

03.RedCurtains

foto Cig Harvey

In het Allegretto vind je dadelijk een eenvoudige optelsom, een fraai A dat met een logisch B beantwoord wordt, maar heb geduld voor de brug tussen beide werelden: wat je dacht en hoe het echt verliep. De uitkomst verschuift wel eens, dus niet te voorzien en daar zit de toonaard A flat major voor iets tussen: de verraderlijke vraag met het onverwachte antwoord.
Zet de deuren maar open of de vervreemding komt door de kieren van je goed gebouwde verdediging: ook Franz moest meermaals aan den lijve de smaak van teleurstelling en radeloosheid wegspoelen met deze ogenschijnlijke vanzelfsprekendheid.
(Dat is de zin van de herhalingen, je leert het verloop beter begrijpen!)

P3020265

En dan is het natuurlijk tijd voor Rosamunde (Andante mit Variationen) de toneelmuziek die het gebeuren van het verhaal overleefde.
Ze is ook heel mooi georkestreerd maar in de piano-versie eerlijker, ontdaan van het toneelmatige. Het was één van de eerste stukken van mijn muzikale collectie. (met Bruno Walter als dirigent)
Er gaat een geruststellende atmosfeer van uit: het variëren op het thema. Dat herkennen we. Dacht je vaak aan een geheel nieuwe ervaring dan bleek ze bij enige introspectie een variatie op het (al te bekende) thema. Elke variatie maakt andere werkelijkheden zichtbaar. Heb je nu tijd om buiten te kijken, al mag je ook je ogen sluiten en binnen-kijken uiteraard.
Het wordt ook wel feestelijk, zeker nu het uitgeleefde jaar zijn lichtende dagen als uitgang in petto heeft. Ook dit is een functie van schoonheid: je hebt te veel op dezelfde manier gekeken, gevoeld, geluisterd, gesmaakt, dus leer je vanuit het thema de eerst onzichtbare binnenkanten van het thema ontdekken, en die zijn er zowel in de diepte, in de accentuering als in de ogenschijnlijk speelse variaties waarin bijna kinderlijke uitroepjes verborgen zijn.
Maar al vlug druppelt het regenboogjes, of bedoel je bellen blazen? Uiteenspatten inbegrepen.
En dan die seconde stilte om weer bij het begin van Rosamunde uit te komen.
Ook dat onverwachte dat je langs de cliché’s toch bij een essentie kunt uitkomen hoort bij de mysterieuze schoonheid.

920x920

In het allegro vivace van opus 142 mag je met de slede door het wijdse sneeuwlanschap. Bellen rinkelen. Durf je nog sneller. jawel. En net voor je denkt thuis aan te komen blijkt elke weerkaatsing net zo lang als de aanslag van een toets te duren.
Het worden cirkels die naar de hoogste tonen uitrollen en weer terug. Alleen nog de linkerhand en stiltes worden ingebouwd als leesteken. Vragen en antwoorden in overvloed.
Tot het ritme je eerst aarzelend maar dan zelfzeker meeneemt naar het gooien van feestelijke pijlen in de roos van elke verwachting. (een soort aanloop voor de sprongen in de verte)
En zo donder je de stilte in.

Laat best even naklinken zei de klanken-apotheker. Een volle minuut of twee stilte voor de nasmaak mogen oren best hebben in deze tijd van het jaar.
(mijn pianist: Martijn van den Hoek, in de vroege zomer van het jaar 2000 opgenomen)

telling

https://en.wikipedia.org/wiki/Impromptus_(Schubert)

Wenn András Schiff seinen Studenten in einem Meisterkurs Schuberts Impromptus erklärt, dann spricht er von nahen und fernen Klängen, von wechselnden Perspektiven, von Wolken und Landschaften. Wer diese Musik technisch bewältigt hat, was auch schon keine kleine Sache ist, kann sie deshalb noch lange nicht spielen. Entscheidend ist die poetische Ebene, die Bilder und Assoziationen im Kopf des Hörers auslöst, so András Schiff: “Die Poesie, die Literatur, die Geschichte, die Philosophie, die Bildenden Künste – wer nicht neugierig ist auf diese Erkenntnisse, der kommt nicht weiter. Und das hat mit Üben nichts zu tun.”

Die Vier Impromptus Deutschverzeichnis 899 (opus 90) schrieb Schubert im Sommer 1827, ein Jahr vor seinem Tod. In ihrer Abfolge erinnern die Stücke durchaus an eine Sonate: Zu Beginn ein balladenhaftes Allegro, dann ein tänzerisches Scherzo, das Chopins “Minutenwalzer” vorwegzunehmen scheint. Als dritter Satz folgt ein Andante, das wie Schubert’sches Lied klingt – ein Lied ohne Worte. Und als Finale ein bewegliches Allegretto, dessen Sechzehntel-Kaskaden an einen Wasserfall erinnern, bei dem die Tropfen in der Sonne funkeln. “Da sieht man wirklich die Natur”, erklärt András Schiff. “Es ist sehr bildhaft komponiert. Man weiß, dass Schubert ein sehr naturliebender Mensch war, der sehr gern wanderte. Diese Musik findet draußen statt, nicht im Zimmer.” (Bernard Neuhoff)

http://art-klimt.com

Eerzame mensen, een kortverhaal

daisy Patton_Untitled_(The_Gardener)_newwebsite_1170_922_s

Er was eens een land. In dat land was er een groot bedrijf. Een staatsbedrijf. En bij dat bedrijf was er een plaats vacant. De tweede tuinman had immers de pensioenleeftijd bereikt, en daar het tuinbeheer van het bedrijf niet alleen door de eerste tuinman en de tuiningenieur onderhouden kon worden, kwam de betrekking van tweede tuinman vrij. Een derde tuinman was er niet, wel een legertje van tweeëntwintig gewone anonieme alledaagse tuinlieden.

HamptonCourtPalaceTicket

Eerst moesten de kandidaat-tweede tuinmannen die aan het uitgeschreven examen deelnamen, tweehonderd verschillende planten kunnen herkennen en beschrijven. Bij die tweehonderd planten waren er uitheemse en zelfs uitgestorven planten, maar vermits een leidinggevende tuinman bij een groot staatsbedrijf voor alle mogelijke situaties een oplossing moest kunnen bedenken, mocht een uitheemse of onbestaande plant geen probleem zijn.
De ene plant is de andere niet, zei de tuiningenieur en dus moesten zelfs tweede tuinmannen de ene plant van de andere kunnen onderscheiden terwijl een eerste tuinman ook de latijnse naam uit het hoofd moest kennen. (Bij het legertje anonieme tuinmannen volstond hard werken en je mond houden.)
De volgende proef toetste de scherpzinnigheid van de overgebleven kandidaten. Er kwam een hoogleraar plantkunde praten over tuinen en hun sociale functies. Na zijn betoog moesten de kandidaat-tweede tuinmannen zijn causerie samenvatten en becommentariëren.
Dat is diepte-werk, zei de tuiningenieur. Weten waarmee je bezig bent. Je plaats kennen in het grote plaatje van het tuinieren.

G._Caillebotte_-_Les_jardiniers

Het lijkt een beetje op een sprookje maar ik kan je verzekeren dat ik het voor waarheid heb horen vertellen. Er waren immers nog een reeks andere proeven voor de geselecteerden. Zo moesten de overblijvenden -het groepje werd steeds kleiner- een toekomst-tuin ontwerpen, een verhandeling schrijven over plastic- en/of polyesterbloemen en dito planten en tenslotte een reeks dikke boeken lezen over de geheimen, achtergronden en theorieën van de tuin door de eeuwen heen.
Nog slechts een beperkt aantal geslaagden verscheen dan voor een jurie van plantkundigen met naam en faam en werden daar ondervraagd over hun inzichten, opgestoken bij deze lectuur. Ook hun familiale omstandigheden en toekomstplannen kwamen aan bod, gesteld dat ze het eens het ambt van tweede tuinman zouden betrekken.

a-victorian-gardener-in-the-midst-mary-evans-picture-library

Van de zeshonderd oorspronkelijke kandidaten bleven er nog een veertigtal over. Anderen waren intussen uitgeweken naar vreemde landen, enkelen hadden een rustkuur nodig in een psychiatrische instelling (waar ze hun behandeling betaalden met zorg voor de ziekenhuistuinen) en de wanhoopigsten hadden zichzelf in een stille tuin verhangen of waren uit pure ellende spontaan overleden.

Na lang wikken en wegen bleven er nog tien kandidaten tweede-tuinman over. Tien mannen, want vrouwen kwamen in dat land niet in aanmerking gezien de aard van de arbeid en de inzichten van het land waar dit verhaal zich afspeelde.
Ik moet er u op wijzen dat deze functie alleen voor een eerzame burger is weggelegd, zei de tuiningenieur. Daarom, en alleen daarom werd het verleden van de uitverkorenen uitgepluisd en vielen er dadelijk acht kandidaten door de morele mand.

Royal_Gardener_John_Rose_and_King_Charles_II_-_Hendrick_Danckerts_1675
Eén van hen had een grootvader die tijdens de jongste wereldoorlog salade aan de vijand had geleverd. Een tweede was bij het begin van zijn tuinman-studies mee opgestapt bij een betoging toen belangrijke subsidies voor land- en tuinbouw werden ingetrokken. Een derde maakte enkele reizen naar landen die ideologisch verschilden van het land waar deze selectie plaatsvond, al was zijn reisdoel slechts het bestuderen van de suikerbiet geweest. (Beta vulgaris subsp. vulgaris convar. vulgaris var. altissima)
Een vierde hield zich niet altijd bij zijn eigen bloemetjes. Hij had de naam dat hij ze wel eens buitenzette, een activiteit die met braspartijen en luid gezang gepaard ging.
Een vijfde bleek meer van tuinmannen te houden dan voor natuurlijk werd aangenomen in dat land. (Al was dit geen strafbaar feit, de faam van een staatsbedrijf mocht door niets, maar dan ook door niets besmet worden, aldus een betrouwbare bron.) Een zesde had een niet te verklaren interesse voor rode bloemsoorten, en vermits deze kleur in het land geen geliefde kleur was gezien een aloude ideologie en enkel bij het woelige voetbalspel mocht worden gebruikt om een speler uit te sluiten kwam ook deze kandidaat niet verder in aanmerking.
De zevende had tijdens zijn jonge jaren een tuintje met hasj-planten gehad en de achtste schreef gedichten die volgens de bekende instanties wel iets verder gingen dan de beschrijvingen van bloemen en seizoenen. (‘..uw borsten als vurige paeonia lactiflora ) (= –geurende pioenen, bladverliezend, winterhard, kalkminnend-)

paeonia_lactiflora_dr_alexander_fleming_roze_pioenroos_rosa_pfingstrose_pink_peony

Tenslotte bleven er nog twee kandidaten over. Twee eerzame burgers op wie niets viel aan te merken, wiens leven, hart en ziel door geen herkenbare smet bezoedeld was.Tja, zei de tuiningenieur, eerzaam is eerzaam. Ze hadden vrouw en kinderen, eerbiedigden de verkeersregels, leefden onopgemerkt en zegden steeds meneer als ze een onbekende meerdere groetten.

music_of_the_medieval_garden
De tuiningenieur ontbood de twee kandidaten. Er is helaas maar één plaats tweede-tuinman. Daar kan ik niets aan veranderen.
Zo is het, meneer de tuiningenieur, zegden de twee kandidaten.
Daarbij in aanmerking genomen dat een van u erg gelovig is terwijl de andere een vrijdenker mag genoemd worden.
Zo is het, meneer de tuiningenieur, zegden de twee kandidaten.
Spreek ik dus mijn voorkeur uit voor één van u dan zal men zeggen: kijk, het is weer een … -en dan mag u zelf de overtuiging invullen die u aankleeft.
Zo is het, meneer de tuiningenieur, zegden de twee kandidaten.
Een robbertje vechten tot er een van u het loodje legt is ook niet dadelijk humaan te noemen, niet?
Neen, meneer de tuiningenieur, zegden de twee kandidaten.
Jullie doktersverslagen hebben het niet over een oprukkend kankergezwel of een te hoge bloeddruk, dus wachten op natuurlijke afvloeing is ook uitgesloten.
Jaja, meneer de tuiningenieur, zegden de twee kandidaten.
Maar, en ik zeg maar. Er zijn wel twee plaatsen vakant voor de functie van tweede portier bij het ruim gesubsidieerd museum voor nationaal erfgoed. Eentje bij het beheer van de ingang en eentje bij het beheer van de uitgang. En in afwachting dat er fondsen vrijkomen om een tweede tweede tuinman te financieren kunnen we de eerste tuinlman een rang hoger betalen om het werk van tweede tuinman erbij te nemen en hebben we tevens twee tweede portiers zonder al te veel gedoe in het museum voor nationaal erfgoed. Kunnen jullie mijn redenering volgen?
Dat kunnen we, meneer de hoofdingenieur, zegden de twee kandidaten.
Daarbij komt dat onze eerste tuinman al een zekere leeftijd heeft en we dus binnen afzienbare tijd een nieuwe eerste tuinman nodig hebben. Dan halen we jullie weer terug. Eén maand ben jij eerste tuinman en de volgende maand jij. Geduld zal dus lonen! Begrijp je nu waarom ik tuiningenieur geworden ben?
Ze knikten en hielden heel professioneel de deur voor hem open.
Dat de eerse tuinman een week later in de waterput sukkelde, werd in alle media een spijtig ongeval genoemd.
Bij het erfgoedmuseum zijn ze op zoek naar twee tweede portiers, zo druk is het daar. Eerzame mensen wel te verstaan.

1280px-Abel_Grimmer_001

Gillian Jagger: natuur als medium

merlin_163912416_7c01dcf2-f63d-4d74-b7f5-97857638f4ef-superJumbo

Boomtronken, karkassen van dieren, de natuur als medium.
Wat ons verbindt, humans, animals and the earth om de New York Times te citeren.
Werk van Gillian Jagger, op 21 oktober van dit jaar in Ellenville, upstate New York overleden. Ze werd 88. (°1930 UK)

De manier om instinct en visie te combineren als een onafhankelijk kunstenaar verbonden met feministische kunst, Land Art en Post-Minimalisme, maar nergens bij een beweging of groep van die aard te klasseren.

‘She hit upon one of her signature methods while living on the Upper West Side of Manhattan in the 1960s. She began capturing direct impressions of the world around her by casting unlikely forms in plaster, like a cat that had been stoned to death by children and, most famously, manhole covers.’ (Jillian Steinhauer NY Times 8/11/2019)

merlin_163962852_5f597d2c-5cea-4965-bcef-8a37eaf5bacf-superJumbo

“I was casting facts, because I couldn’t believe in arty metaphors.”

“Since the late 1950s, I’ve been inspired by prehistoric cave art. In 1967, I drew and exhibited an outline of an actual horse’s body, and it looked like a cave drawing. I had two shows, “Matrice” and “Rift,” in 1998 and 1999, in which I showed works in which I had “drawn” with barbed wire and used the remains of real animal bodies. Last year, I traveled to the Dordogne region of southern France, where I visited L’Abri de Cap Blanc in the Eyzies Caves. What I saw there completely and profoundly moved me to another place. I stayed in that rock shelter for two days.

gj_cull_ex

There, in a single open space, a carved wall relief featured nearly a dozen wild animals emerging from the left and from the right. In the center of the composition there was a deep indentation. In front of this hole lay the skeletal remains of a curled-up human figure, which is believed to be that of a young woman. Researchers have credited her as the sole sculptor of these animals, which were created some 17,000 years ago. Through her powerful work, this ancient, unknown artist convinced me that she had felt and had believed in the power of empathy to give life meaning. What she knew was significant then, I know is significant now.

wonder 2009

After I came back from France, for eight months I drew massive animals with the same yellow color that had been used at L’Abri de Cap Blanc. I wanted to make a sculpture, but it seemed somehow false to me to try to respond to that prehistoric art-maker using my usual weighty materials or the materials of her time. My experience in creating “And Then, And Now,” my newest work, which is the central piece in the current exhibition, felt to me something like the fleeting sense of the presence of someone you know who has died but to whom you are still calling out—and then suddenly sensing that she heard you. I felt that if I were to reach back 17,000 years in time and space, I would have to use a very light material. So came the wires.

WIRE-1_USE-768x1024

I began working with pieces of chicken wire and threaded the parts together with all sorts of electrical wires. With them, in real space, I traced lines of gesture or movement, sometimes implying anatomy, or sometimes describing the nervous system or the blood system. I never thought about where to put the wires, exactly; it was as though I had become a spider, making something from inside of me, instinctively. As this new sculpture developed, I felt I had to rush to keep up with it, because it was evolving with or without me. I knew it was truly something that mattered unto itself. It has helped me define art and to once again let me know what art is for.”

merlin_10453505_faf20731-9d4b-45fa-b71d-7193c8c7c596-superJumbo

bekijk:

FOLLOWING GILLIAN • GILLIAN JAGGERS

‘It’s always been as if it was split. And I think for the first time I realized it never was split. It was just split in my head. I don’t think it ever was split in its own right. It’s a prejudice, in a way, of my own conditioning. I think Durer’s fashion conditioned him too. But not the dying stag, which I think nothing conditioned. He was conditioned by his time, and I thought, “Well I’m conditioned by mine,” and my conditioning said, “You don’t do work like this. ” And I took a long time to realize.’

merlin_163858926_f4cf3151-b61b-4457-bf3f-48d8d8803491-superJumbo

bekijk:

REVEAL: A SCULPTURE

lees:

https://www.pmsa.org.uk/news/2019/4/25/gillian-jagger-in-conversation

https://brooklynrail.org/2011/09/art/gillian-jagger-with-ben-la-rocco

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

bekijk:

FROM THE HORSE’S BODY

Een kunstenaarsleven in stripvorm, Artemisia Gentileschi

corr original-i-know-what-i-am-3d

Natuurlijk wil je een nieuwe inkijk in het leven van een merkwaardige zeventiende eeuwse kunstenares uit de vroege barok, Artemisia Gentileschi, (1593-1653) lezen, zeker als het getekend en geschreven is door een hedendaagse jonge kunstenares, Gina Siciliano.
( Gina Siciliano graduated from Pacific Northwest College of Art in 2007. She is an artist, a bookseller, and the drummer and vocalist for two rock bands. She’s been self-publishing her comics for many years, and I Know What I Am is her first book published by Fantagraphics. She lives in Seattle, WA.)

‘I know What I Am, The life and Times of Artemisia Gentileschi, Fantagraphics books, Seattle, 2019. ($ 29.99)

gina_siciliano_wp-458x600

We hebben haar al eens vernoemd in enkele bijdrages over de figuratie van het Judith en Holofernes verhaal.
(https://indestilte.blog/2019/07/14/judit-en-holofernes-een-succesverhaal/)

Het is een stevig album, 280 pagina’s, mooi gekartonneerd in langwerpig formaat (30 x 20 cm). Niet alleen een bio en tijdsbeeld, maar tevens voorzien van een geïllustreerd notendeel, makkelijk ook apart te raadplegen, en een uitvoerige bibliografie.
Uit ‘Historiek’ deze korte bio:

Artemisia groeide op als enig meisje tussen drie broers in het Rome van de zeventiende eeuw. Al op zeer jonge leeftijd maakte zij via het schildersatelier van haar vader, Orazio Gentileschi zelf een begenadigd schilder, kennis met de schilderkunst. Vrij gauw werd haar uitzonderlijk talent duidelijk, maar omdat ze een meisje was, kon ze niet toegelaten worden tot de schilderacademie. Haar vader besloot dan maar om haar in de leer te laten bij een bevriende gildebroeder, Agostino Tassi (1578-1644).
Dit laatste had hij beter niet kunnen doen, want Tassi vergreep zich binnen de kortste keren aan Artemisia. Hoewel hij beloofde haar te huwen kwam Tassi zijn belofte niet na waardoor het tot een langdurig en ingewikkeld proces kwam waarbij Artemisia onderworpen werd aan een vernederend gynaecologisch onderzoek. Het trauma dat zij door de ganse zaak hierbij opliep zal later als een rode draad in haar werk aanwezig blijven.

Ondertussen zorgde haar vader vlug voor een huwelijk om haar eer te redden. Pietro Stiattesi, een wat middelmatige schilder wordt de uitverkorene en het jonge paar vestigt zich in Florence. Daar maakt ze kennis met Galileo Galilei (1564-1642) en begint te werken voor de machtige familie de Medeci. In 1616 wordt ze als eerste vrouw toegelaten tot de Accademia dell’Arte del designo en kan ze eindelijk een volwaardige schildersopleiding genieten.

Artemisia_Gentileschi_Self-Portrait_as_the_Allegory_of_Painting_(26218694687)

Na enige tijd botert het niet goed meer met haar Pietro en eind 1620 keert Artemisia terug naar Rome waar ze met haar indringende schilderwerken veel lof oogst. Na een kort verblijf in Genua en Venetië, verhuist ze naar Napels. Enkele jaren later reist ze op uitnodiging van de Engelse koning Karel I (1600-1649) naar Londen waar ze opnieuw het schilderspenseel hanteert samen met haar vader Orazio die daar ondertussen tot hofschilder is aangesteld. Na diens dood in 1639, verlaat ze Engeland om zich opnieuw, ditmaal definitief, in Napels te vestigen waar ze tot aan haar dood actief blijft als schilderes. Van haar ongetwijfeld grote oeuvre blijven er vandaag de dag echter amper 34 werken over.

https://historiek.net/artemisia-gentileschi-1593-1653/8644/

Catherine

Voor vertellers is het tumultueuze aantrekkelijk, voor historici het probleem om de tijd van toen nu begrijpelijk te maken, voor hedendaagse feministische interpreteerders de toestand van vrouwen in het artistiek milieu van de vroege barok met duidelijke het hedendaagse ‘ook-nu-nog’.

Omdat ik zelf nog te weinig kennis ter zake heb en wacht op enkele reprints en een nieuw werk over haar wezen en werk en de tijd waarin ze leefde, laat ik enkele stemmen horen uit de talrijke engelstalige besprekers van dit boek, en natuurlijk enkele quotes van Siciliano zelf.
Mij heeft het urenlang geboeid en het zat vol papiertjes met vragen en verwijzingen.
Het kan wellicht ook onze graphic novel -kunstenaars inspireren om via hun kunde ons een inkijk in het verleden te laten beleven. Geschiedenis kan ook op deze hedendaagse manier tot leven komen.

I-KNOW-WHAT-I-AM-guts-ToPrint-56

For Gina Siciliano, her adventure with Artemisia Gentileschi started in 2007 when she saw Judith Slaying Holofernes, at the Uffizi in Florence. The painting resonated with her so much that she spent the next seven years immersed in the research. The fruit of her work is this book. A balancing act between conveying as much information as possible and keeping the book interesting and visually pleasing. To make this happen without interrupting the reader’s flow Siciliano added abundant notes at the end of the book, that provide additional in-depth information, they are not your typical footnotes, so do not skip them!
Siciliano does not focus solely on Artemisia. In fact, she creates an entire world around her. We get to know the political situation at the time, the situation of women in the society, the struggles of painters and their patrons. What I found fascinating was the environment where artists not only wield a brush and a palette but often also a knife and a sword. An environment that was very different from the 19th-century notions of poor, suffering artistic souls that often feed our imagination. (daily artmagazine)

I-KNOW-WHAT-I-AM-173-copy-720x1135

Siciliano’s ballpoint versions of classical paintings breathe of thousands of hours of hand-cramping work to recreate the originals. While her meticulously penned panels, often featuring a scowling Gentileschi, are a bit crowded by dense hand-written expository, they carry thoughtful historical context, and emotional urgency. This impressive debut is the detailed, passionate scholarly portrait that Gentileschi deserves

The graphic novel format integrates Gentileschi’s paintings with descriptions and interpretations of her artworks, and a narrative of her life. Siciliano’s renditions of the paintings reflect the importance of copying as a primary means of artistic study in the Renaissance. She writes in the preface, “When we see her work on a page alongside images of events in her life and/or the sociopolitical landscape, our eyes absorb a more comprehensive picture.”
Gentileschi was raised primarily by her father, an artist who trained her to assist him. “With humanism came some renewed respect for women, but they were legally considered minors, owned by fathers and husbands, or else destined to spend their lives in convents,” Siciliano explains. Gentileschi grew up in this atmosphere, under the eyes of her father’s leering patrons. She was aware of her talent, but she also knew the danger of being an unmarried woman whose value was tied not only to the dowry her father could offer, but to her prized virginity. Siciliano captures the discomfort of these realities in her tightly packed spreads, replete with written accounts of historical context that fill the pages with text, with only a few visual scenes illustrated — making this history as visually oppressive as the events described.

holofernes

The scenes she painted, in the dark, shadowy tradition of Caravaggio, were unconventional, alluring, and sexual; she was unafraid to embrace women’s desires. One of her earliest subjects was the story of Susanna, a young woman who was attacked while bathing. “Susanna was often an excuse to paint a partially naked lady in a lush, suggestive Garden of Eden,” Siciliano writes. She juxtaposes this background with a full-page drawn copy of Gentileschi’s “Susanna and the Elders” (1610), showing a fleshy woman cowering beneath two lecherous men. “Her gesture — awkward pain. The two elders bore the dark curls of Agostino Tassi and the balding sleaziness of Cosimo Quorli” — her father’s friends from the previous spread, one of whom would eventually rape her and sully her honor.  (Megan N. Liberty Hyperallergic)

suzanna078

I learned a lot by copying the paintings into the book. It required deep, intense hours of concentrating on looking and studying the images, so of course things I didn’t notice before came up in all kinds of ways. And not just in Artemisia’s paintings, but many others as well. There’s a big difference between looking at a painting for five minutes and looking at a painting for five hours!
I started seeing different objects and figures emerging from the dark areas. I learned a lot about how these artists handled clothing and drapery. And I was also confronted with the great mysteries of this art—the areas of the paintings that haven’t survived as well through all these years. Also, the expressions of the figures in the paintings took on new life—at times I felt as if I was seeing the models trying to hold the poses for the artists, like glimmers of their expressions. A lot of this made me want to see more of the paintings in person so badly.

48bfee721d4f13e691ccfd9e61f2be21._SX1280_QL80_TTD_
Also, on a more practical level, I’ve never had the money or resources to dig through far-away archives, so all my sources are secondary. That means that I used a lot of other people’s research, so I really need to give credit where credit is due, and the notes section/bibliography is a great spot for that. In addition, the notes are an extension of my feeling that people need to reconnect with history, and history is always biased depending on who is telling it. So we need to constantly analyze where our history comes from and how it’s told.

handen
To me, that’s a big component of feminism, and our efforts to rethink race, class, and gender. Another way to think about it, especially regarding the retelling of the sexual abuse, is that we can piece together Artemisia’s story through research, but a lot of times we piece together Artemisia’s history through gut feelings and emotional responses to her life and work. I wanted to do something based on research, but without completely disregarding the gut feelings and emotional responses.
In my opinion, we need to utilize both of these—If we are only driven by emotional responses and gut instincts, then we’re missing the big picture and we aren’t doing justice to Artemisa and her legacy. On the other hand, if we totally disregard the gut instincts and emotional responses, then it’s harder to feel deeply connected to and inspired by Artemisia and her legacy. I really hope this makes sense. (interview met Ann Foster in Bookriot)

Left-Judith-and-Her-Maidservant-1614-20-Galleria-Palatina-Palazzo-Pitti-Florence-Right-Susanna-and-the-Elders-1610-Schloss-Weissenstein-Pommersfelden

 

 

 

Moeder-ziel

fanny-nushka-moreaux-leaving

Mama,

Met Allerzielen jou voorbijlopen, terwijl de nacht tussen Allerheiligen en Allerzielen van jouw diep slapen is vervuld?
Voorzichtig, alsof ik bang ben je wakker te maken, open ik een wellicht bedampt vensterje van het ‘hiernamaals’ en ik zie je op de foto aan de rand van de zee in Oostende naar mij kijken. Eén oog een beetje dichtgeknepen voor het hevige licht, het andere waarin ik bijna onmiddellijk de blik van mijn volwassen dochter in herken.
De bloemen op het graf, het Allerheiligen-ritueel, vond geen genade in jouw ogen. Dat geld kon beter aan een heilige mis ter ere van de geliefde afgestorvene besteed worden. Nu, na één vriesnacht, was al dat chrysanten-wit in droevig ros verkleurd.
Als kind al vermoedde ik dat die uitspraak een mantel voor een te groot verdriet kon zijn. Een uitweg zoals wij allen een uitweg uit dat onbegrijpelijk sterven zoeken.

66347424_168201880888574_3731283623017670399_n

Het ouderlijk huis lag op de weg naar de stedelijke begraafplaats. Mijn vader stak ’s morgens het kleine kolenkacheltje in de voorste kamer aan zodat de voobijkomenden vanuit de bijgeschoven zetels alle aandacht konden krijgen. Na Allerzielen werd wegens economische redenen de dubbele deur van die kamer weer gesloten en alleen bij het neerlaten van het rolluik ’s avonds nog betreden.

Ik laat je zelf aan het woord, mama.
Uit je dagboekje in ouderwets linnen kaft nam ik een fragment dat even na Allerzielen in potlood werd geschreven, na je terugkeer uit het ouderlijk huis in de kostschool waar je tot onderwijzeres werd klaargestoomd. Je bent dan nog een jaartje jonger dan onze kleindochter of net zo oud, 18-19 jaar. Maandenlang had je uitgekeken naar die enkele dagen thuis.

Ivon-Hitchens-Mixed-Poppies-web

‘4-11-1935

‘Enfin, ’t is voorbij en ik zit hier in de studie met m’n groot heimwee, m’n groot verlangen. Ik zou een opstel moeten maken: Allerzielen. Maar ik heb geen gedachten.
Wat zijn die dagen toch voorbijgevlogen! En toch zoo plezant geweest. Eerst en vooral zo’n heerlijk weer met Allerheiligen en Allerzielen. Zelfs met korte mouwen in de boschen gerakkerd. Alle interessante “iemanden” gezien. En heimwee nu, heimwee onbeschrijfelijk. M’n hartje is geen boontje groot, ineengekrompen van heimwee. Ik zou het uit kunnen schreien. Luidop maar zulke flauwiteiten zullen we maar liever laten. Al het heimwee verbergen, diep in mijn hart.’

Screen-shot-2015-01-11-at-10.06.21-AM

Vijfenvijftig jaar later zou je de avond van Allerheiligen de mensen van het rusthuis slaapwel wensen en niet meer wakker worden.
We hadden altijd glimlachend commentaar geleverd bij je ‘novenen voor een goede dood’ en je dagelijkse kerkgang, maar zowel tijdstip als manier waarop doen mijn vrijdenken geen goed. Je won alvast op punten.
Maar ik zoek troost bij Hans Lodeizen die zelf niet lang van dit bestaan mocht genieten maar in prachtige weemoedige woorden de achterblijvers betovert:

natuurlijk is er veel meer
dan enkel het lichaam

er is het oog dat alle
lichamen omsingelt en
een overwinnaar is voor de
spelende handen

alles is maar spel tenslotte
waar maak je je druk over
en waarom dans je niet

de lente maakt deuren
de wind is een open hand
wij moeten nog beginnen te leven

als ik in de gele nacht sta
op het blauwe tapijt van mijn hart

Marc-Chagall

En tenslotte sluit ik me aan bij Judith Herzberg uit haar bundel ‘Het vrolijkt’ uit 2008.

Hiernamaals

Als ik, nadat ik dood ben, nog
ergens rond mag dolen, laat het dan
op de markt zijn, in geur en kleur.
En mag die markt dan open zijn
onder de blote hemel. En mag ik dan
als vroeger met mijn moeder
zo’n puntzak gloeiend hete frites
(met veel zout uit zo’n gebutste
strooibus) met haar delen.

Waarschijnlijk zou het voor mijn moeder een ‘dame blanche’ zijn, ze was gek op ijs en ze zou me vertederd aankijken zoals ze dat deed enkele maanden voor haar weggaan en me vragen: ‘Jongen, studeer je nog?’
‘Ja ma, zeg ik, nog altijd. Ik begrijp het nog altijd niet, maar het interesseert me in hoge mate.’
Nu, bij de eerste mooie dag, in korte mouwen in de boschen gaan rakkeren.  Samen.

ivon-hitchens_cloud-study_c1948oil-on-canvas_41x87cm

Cig Harvey, stories behind the pictures

KENDALL-AT-BEAUCHAMP-ROCKPORT-MAINE-2014-by-CIG-HARVEY-BHC1877MA

Cig Harvey, geboren in 1973 in Zuid Engeland en via Boston nu levend en werkend in Maine (USA). Fotografe, auteur, moeder van dochter Scout en echtgenote van Doug.

Ik raak soms gefrustreerd doordat ik steeds gevraagd wordt naar mijn rollen als vrouw en een moeder zijn – wat twee verschillende dingen zijn. En niet omdat het geen rol speelt in mijn leven, maar gewoon omdat het een deel is van wie ik ben als mens en als kunstenaar.”

Ze is het eens met het feit dat haar werk een bepaalde vrouwelijkheid in zich heeft, en dat als mensen haar via e-mail benaderen en haar aanspreken als ‘meneer Harvey’ ze geschokt is dat mensen niet weten dat ze een vrouw is. Toch gaat haar werk in de eerste plaats over menselijkheid.

41.FirstLooseTooth

Niet alleen zo maar mooie dingen maar het inbrengen van dingen die op haar betrekking hadden.
En voor wie waren dan die beelden bedoeld? Wel voor haarzelf. Niemand moest die bekijken.
Maar je kon het geplande, wat je had opgeschreven ook vergeten, weg met alles wat je gebrainstormd had, en open voor wat er zou gebeuren.

De thema’s, vorm gegeven in een publicatie: (elk onderdeel is gelinkt met website van Cig Harvey)

You Look At Me Like An Emergency
Gardening at Night
You An Orchestra You A Bomb
Pink is a Touch Red is a Stare

32.Scout&TheWagoneer

Harvey said each photo is a contrast between the darkness of the world outside—the misery of the news cycle, the struggles of interior life—and the way a child sees the world—all brightness and glitter, curiosity, and wonder. Each sunny picture has a shadowy counterpoint. The contrast seems to say, “This is what I have,” and “This is how it almost disappeared.”
“We’re dealing with this minutiae of time and talking about these really grand ideas of the business of being human,” Harvey said. Much of her work is concerned with the nature of relationships, the fragility of existence, the general experience of being human.” ( (Elyssa Goodman in Vice 2018)

30.GoldFinch

“I feel sometimes frustrated about being asked about the role of a mother—of being a woman and a mother—which are two completely separate things. And not because it doesn’t play a role in my life, but it’s just one part of who I am as a human and an artist,” she said. She acknowledged that there is an inherently feminine quality to her work, and when she’s addressed via email as “Mr. Harvey,” which frequently happens, she is shocked that strangers don’t realize she’s a woman. But even so, her work is first and foremost about humanity. (Elyssa Goodman in Vice 2018)

HopeChest

Cig Harvey

Cig Harvey (born 1973) is a photographer whose practice seeks to find the magical in everyday life. Rich in implied narrative, Harvey’s work is deeply rooted in the natural environment, and offers explorations of belonging and familial relationships. She is represented in the United Kingdom by Huxley-Parlour Gallery.

Her photographs tap into universal elements of the human experience including love, loss, and belonging. Harvey has introduced a greater spontaneity into her more recent work, using models such as her daughter and husband to create visual narratives of her life in Maine. Her second monograph, Gardening at Night, published in 2015, focused on quieter moments of the everyday to which Harvey adds her symbolic and rich use of colour.

https://www.cigharvey.com/

Harvey reminds us that the camera shutter suspends only what is fleetingly in front of it: “We are only this moment, the length of a photograph.” This paradox, due to the longevity of a photograph, pairs beautifully with the bittersweet theme of ephemerality, which is both ‘Orchestra’ – creative and joyful – and ‘Bomb’ – destructive and fearful. In the last pages, a man glows red in front of a blazing bonfire and two boys point a toy gun at the viewer. It’s a mature and sobering terminus; one in which we are reminded that, inside and out, we are all orchestras and bombs. (Sellna Oakes This is tomorrow 2017)

TWO-BROTHERS-ROCKLAND-MAINE-2015-by-CIG-HARVEY-BHC1892MA

“I became a better photographer when I became mother, and by better, I mean the work got more complicated and less decorative, because my world became more complicated. The world became more beautiful, and it also became more terrifying. This book is about those two extremes.”

“Everything feels very temporary. We have these short lives. How can we pack as much into them, and love fiercely, protect fiercely, give fiercely, deal with difficult things, and come through other side?”

cig-harvey-03

‘For me, it’s never been about the pictures, it’s always about the stories behind the pictures. So if there’s always new stories to tell because I just had this new, awesome experience today that I’ve not had before, then there’s always new excitement behind the work. So I think it’s living that is exciting, and then trying to turn that story into pictures. And that’s why it never feels old. And sometimes I’ll make an image where I feel like I’m repeating myself, you know that, like “uhhh alright.” And then, because you know you’re not being brave enough. So I’m always trying to make work that I haven’t made before, and that’s a good challenge.’

26.Sisters

‘When you travel, you get really excited, and everything smells different, your senses come alive, and sounds, visuals: everything is heightened. So how would it be to live like that in your everyday, I love that idea, and I try and live by it. Because I think that being more aware of my everyday makes me a better person. And I think that’s what so many of us, I don’t want to make assumptions, you know, we’re very different photographers, what we’re trying to do, we’re trying to bear witness to the world, and our work is this sort of evidence. “We’re here!” We’re all hopeless romantics, most photographers, because we’re all trying to stop time. Say that “this happened, and this happened,” we’re slowing time down.’

02.ScoutinTheBlizzard

‘I rarely feel like I need a new direction, but I might feel like I want a different light, or you know, when it’s been winter for months and months and months. So often what I’ll do, because I construct a lot, and I have these mind maps, and I think about the pictures I want to make, but I often just get in my car and drive, too. Let the camera lead the way. Whatever I’m drawn to, there’s a reason for that.’ (Interview by Lou Noble The photographic Journal 2016)

01.BirdsOfNewEngland

‘Should and creativity never work, it ends up, you make things that either are boring or inauthentic, or yeah. Again, if you come back to that idea of what are you trying to say, I say this to all my students and all my talks, the camera is just an expensive pencil: what have you got to say? So what I do, I make them sit down and free write for twenty minutes non-stop. It can’t be edited, you’ve got to burn it afterwards, I literally set fire to it. So it can be as if you’re writing it for your grandmother to see, or someone else, it has to be really from the gut, really honest, and you burn it afterwards. So you write, and you figure out what comes out, and you would be amazed that something really honest comes out, and that you try and assign one word to. One word, whether it’s a date, a name, try to make it not about, don’t make it a broad word, make it as specific word that triggers something in you, and then I’ll have them mind-map it.’(ibidem)

BOWL-OF-CHERRIES-ROCKPORT-MAINE-2007-by-CIG-HARVEY-BHC1873MA

‘I live a simple life in Maine, my mortgage isn’t crazy, so I can weather those storms quite well. The way I think about things is a bit like the early questions, I just have to go back out and make pictures, it doesn’t matter what’s in fashion in fine art, or what’s changing, or if I haven’t been hired commercially. My job is to go out and make pictures. And as long as I’m doing that, then I’m doing my job. And hopefully, they’re selling the art, but that’s the gallery’s world, or hopefully my agent will get me work. My job is to make pictures, and that’s what I always come down to, and that actually gives me a great sense of reward and peace, because that’s my job, and to not get too distracted with all the other stuff.’ (ibidem)

WeatherVane1

014-Gardening-at-Night-Cig-Harvey-text

BAY/SKY: werk van Joel Meyerowitz

3825a91389f53da6de34239a4a49ad5a

Het mysterieuze licht van deze beginnende herfstdag.
Onze foto-apparaten zijn getraind om dit hoogst persoonlijke licht te vervormen in hun voorgeprogrammeerde algemene instellingen al dan niet aan te vullen met modieuze filters.
Ook al probeer je de fabrieksinstellingen uit te schakelen en zelf het vrij ingewikkelde mechanisme te besturen met de gekende handmatige ingrepen, het licht wacht niet.
Tot je, met het grondig opruimen van de intussen bovenmenselijk uitgegroeide boekenschat, je in de vroege uren een album terugvindt dat je ooit met het helaas ter ziele gegane ‘Boekenvoordeel’ aanschafte en wegens zijn uitzonderlijk formaat (35 cm x 30 cm) helemaal onderaan een stapel klasseerde en nu, na al die jaren, als een eerder begraven schat op ‘herontdekking’ lag te wachten.
‘Bay/Sky’ gespiegeld met de naam van de fotograaf ‘Joel Meyerowitz’.
Het kostte je toen 285 Bfr oftewel 15 H.Fl, ongeveer 7,13 euro, met aanpassing van de levensduurte een 10 euro terwijl je het bij Bol tweede hands terugvindt voor 99 euro (!) en voor wie even verder kijkt dan zijn bol rond is, ook voor tien tot vijftien euro kan aangeschaft worden.

bay sky boek

In mijn collectie bewonderde fotografen vind ik Joel Meyerowitz (1938) terug als straatfotograaf, als uitzonderlijk enig toegelaten fotograaf op Ground Zero in NY en in tal van andere publicaties. Een bezige bij, nu vooraan in de tachtig.
Je vindt in dit artikel de weg naar zijn website. De foto’s hier zijn slechts ‘aanduidingen’ om ze op ware grootte te kunnen bekijken.

‘One of the most highly regarded color photographers of the second half of the twentieth century, Joel Meyerowitz published his first book of photographs, Cape Light, in 1978. His glowing images of the coast and towns of Cape Cod struck a popular chord, and the book went on to sell 150,000 copies. A follow-up project, the Bay/Sky series, was produced in the 1980s near Meyerowitz’s summer home in Provincetown. Like the images in Cape Light, the Bay/Sky series was shot with a large format Deardorff camera that resulted in detailed, meditative images.

ishot-8

He also started experimenting with photography equipment; in 1976, he switched from using a 35mm camera to the elephantine Deardorff. The pictures in this exhibit were taken with the Deardorff between 1979 to 1989.’

Norman Mailer schreef een voorwoord, maar het werkelijke programma bij dit visuele feest is van de fotograaf zelf, als slotpagina van het boek, nog gedrukt in Milaan en gebonden in Verona.

ishot-7
The sea is mystery. lt is with wonder that we come to her shore. The works presented here form a response to my own sense of wonder. lt occurred to me, after years of feeling the siren’s call to the water’s edge, that l must try to photograph what it is that draws me back. There is no story. This is simply a book of days.
Today was crystalline, this day was dark, one day brings to mind a flower petal, another the inside of a shell. Some days are metal: steely, leaden, silver, golden. Other days are minerals or gems: emerald, turquoise, jade, crystal.
Strange that density and hardness are used to describe something fluid and translucent. Always a mystery.

deardorff-v8-zeiss-protar-series-vii_0369__28438.1529593693.1280.1280
I have used a type of camera that is an anachronism in this time when speed and immediate satisfaction are in demand. My instrument, an 8 x 10 view camera, is large and slow and capable of describing everything without slurring any detail in sight can look at the footprint on the shoreline and the distant horizon at the same time with equal clarity. lt parses the light through all its nuance. lts fidelity is breathtaking. When l have this camera with me l feel awake to everything around me. When the question of how to photograph the sea and sky arose, l was caught. lt’s not as easy as you might think.

ishot-4

Photography reduces our deep three dimensional world to the plane of two: up and down, left and right. Near and far are an illusion, once that the laws of Renaissance perspective have conditioned us to accept by something close appearing larger than something far away. This is emphasized by streets and trees and buildings arrowing away from us, growing smaller and drawing together as they diminish.
Facing the deep bowl of space of sea and sky, one is struck by the absence of landmarks with which to measure distance. One can briefly feel what it was like to navigate the open sea with stars alone for reckoning.

ishot-5

As I faced this space l recognized the irony of my question. Here with a camera that looks hard at everything l would try to photograph emptiness. Often nothing is happening. lt is as it is. A breeze creates a rill on the water. The horizon is erased by atmosphere, the tide changes direction, the azimuth of the light shifts with the season, clouds come and go. Simple everyday phenomena occurring right here, right now, are what there is to work with. l think of these works as field photographs in which attention is paid to everything in the frame and everything has equal importance. These were moments of brief duration when the siren’s call drew me out of my reverie and showed me once again the mystery of reality.

ishot-2
Met dat mysterie van de werkelijkheid is ook de kwetsbaarheid van dit project duidelijk gemaakt. Mijn copies van het werk, als schermafbeeldingen ontleend uit zijn website, zijn al andere interpretaties door kleine tonaliteitsverschillen in de mengeling van de fragiele tinten. Op de afgedrukte papieren versie -inderaad degelijk Italiaans vakwerk uit 1993- zijn ze het dichtsbij het uiteindelijk ‘amen’ van de kunstenaar, maar op de heldere schermen krijgen ze dan weer een ongewilde maar een bijna doorzichtig karakter.
De vraag of wij deze formaten (22,5cm x 29cm) kwalitatief nog herkennen op onze meestal kleinere tot zeer kleine schermen kan gesteld worden.
Terug naar het papier! Leve de heuse monitoren.

De platen zijn achteraan genummerd en krijgen een summiere inhoudelijke aanduiding. Enkele voorbeelden:

1 Down/Hard Line Fall 1984
2 Midmorning/Silver Early Fall 1988
3 Early Morning Midsummer 1988
4 Afternoon Midsummer 1986
5 First Light Fall 1987
6 Late Afternoon/No Horizon Late Summer 1985
7 Noon Summer 1981
8 Morning-Leaden/Passing Storm Summer1983
9 Midafternoon/Furled Cloud Winter 1992
10 Late Afternoon/Black Bar Summer 1984

ishot-3

Ze blijven echter ongebonden aan hun vastgelegd moment want de aandachtige kijker voelt bijna de rillingen van het water, de fluctuerende lichtinval, het sfumato van de wolken. Ik bedoel: al zijn het moment-opnames ze symboliseren voortdurend andere kwaliteiten en emoties van het licht.
Juist door hun voorbijgaan, -het voortdurend veranderen- vindt de kijker een aansluiting met zijn eigen ‘voorbijgaan’ in alle betekenissen van het woord.
Wat overblijft is het licht. Een troostend licht waarvan de diepte en omvang ons mee opneemt in de stroom van het leven waaruit wij even zichtbaar werden en weer opgaan in dat mysterie van de werkelijkheid.

https://www.joelmeyerowitz.com/baysky

ishot-4

Rumi (1207-1273): nooit vult de wereld de zadeltassen

dansenden

A new translation of a poem by Rumi‘, dat was de ondertitel van een gedicht: ‘In all of love has there ever a lover as you?’ Rumi: unseens Poems. (2019)
Ik weet wel dat een doos Rumi wel eens wordt opengetrokken bij zwevende zielen op zoek naar een onbestemde landingsplaats, dat zelfs nu gezagvoerders zijn volgers of zijn persoon gebruiken ter meerdere eer van het regime bij een derwisj-festival, of hem neerbliksemen wegens ‘perversies’. (naarmate het seizoen en de gebeurtenissen)
Ook een artikel van Brad Grooch over ‘on of the World’s Great Poets in ‘Literary Hub’, met als titel: Master of the one liner bracht enige opheldering:

‘Rumi was a master of the one-liner, or, in the parlance of classical Persian poetry, pearls. Of all the one-line pearls he strung into ghazals—short, intense lyric poems about as long as sonnets—my personal favorite, at least this month, as they are always on shuffle in my brain, tells much about the source of all the others, the irritant in the oyster: “Out of love for you, every strand of my hair turned into lines of poetry.”

En jawel, geschreven in de vorm van de ‘ghazal’, een traditioneel liefdesgedicht over ‘young men’ -‘curly haired wine servers or Turk soldiers, maar nu gewijd aan zijn ‘spirituel mentor’ Shams al-din. (Shams betekent in het Arabisch ‘zon’.)
Goddelijke liefde dus op de manier van een werelds liefdesgedicht.

‘The love he sings dare not speak its name because its contrariness as both divine and human makes it impossible to voice except in double talk.’

1*NAHwfCCvgP460ohPYDTScQ

‘The event that triggered Rumi’s transformation from scholar and preacher into poet and lover was the appearance in his life—or even more exactly, ensuing disappearance from his life—of Shams of Tabriz, an itinerant mystic traveling the Middle East, about twenty years Rumi’s senior. Though the pair didn’t fit the model of older, wiser Sufi sheikh and beardless young disciple, Shams did encourage the already successful religious teacher to leave behind wife, family, and students, for months at a time, to trade in his prayer beads for a reed flute, and learn the ways of poetry, music, and a trance-inducing whirling dance.’

En tenslotte mijn vertaalde tekst die je hopelijk nieuwsgierig maakt naar andere teksten uit dit zo vaak genegeerd literair paradijs waar nu weer eens de wereld in brand dreigt te vliegen.
Mijn zadeltassen met honger naar meer gevuld.

blauw lang

In het alles van liefde, was er ooit zo’n minnaar als jij?
Rumi

Vanuit het Engels vertaald door Brad Gooch
(Naar het Nederlands door Gmt.)

In het alles van liefde, was er ooit zo’n minnaar als jij?
Uit verlangen naar jou, dragen zelfs koningen verhakkelde mantels.

Salomon staat op ieder van de vier hoeken van jouw tafelkleed,
Dronken van jouw gezelschap, zijn maal delend met de armen.

Uit verlangen naar jou, verandert de ongelovige in een gelovig boek.
Zijn ziel is uitverkoren. De koning van het ware geloof wordt hij.

Hij is het juweel van de ziel, de inspiratie voor een redevoering,
De bergtop die de weg bekijkt, de ogen die de koning zien.

Iedereen dronken die jouw wijn dronk, handen in gebed geheven,
Biddend om deze liefde te versterken, zegt tenslotte ‘Amen’.

Ze zeggen, ‘Reciteer heilige verzen tot jouw liefde met vrede is gevuld.’
Voor de ziel vermoeid van leven, wat is het nut heilige verzen te reciteren?

Zonder liefde, de minnaar kust de grond.
In jouw koninkrijk, gooit hij zijn zadel over de rug van de lucht.

Zo’n geluk, het hart onscheidbaar van de ziel,
Soms hunkerend naar de wijn van de ziel, soms naar het zwarte haar.

Nooit vult de wereld de zadeltassen van mijn reizende ziel.
Zadeltassen alleen gevuld door Shams, de waarheid van Tabriz.

1800-trtworld-gallery-129928-161347

(From Rumi: Unseen Poems, translated and edited by Brad Gooch and Maryam Mortaz. Translation copyright © 2019 by Brad Gooch and Maryam Mortaz. Reprinted by permissions of Everyman’s Library, an imprint of the Knopf Doubleday Publishing Group, a division of Penguin Random House LLC.)

rumi unseen

Ik ben dus gaan opzoeken wie die Shams was, en naarmate de bronnen kreeg ik heel verschillende bio’s. En wie was Rumi nu ook weer?
Bij dergelijke vraagtekens raadpleeg ik graag Karen Armstrongs onvolprezen boek ‘Een geschiedenis van God’, Vierduizend jaar jodendom, christendom en islam. (Bezige Bij 2006)

505b765beab8eaef3b000000-750-563

‘De beroemdste soefi-broederschap was de Mevlevi-orde waarvan de leden in het Westen bekend staan als de ‘dansende derwisjen’. Hun statige en waardige dans was hun manier om zich te concentreren. Terwijl de soefi rond- en ronddraaide en met zijn dans versmolt, voelde hij de grenzen van zijn ik vervagen en zette hij de eerste stappen op weg naar fani’, dc ontwording van de eigen persoon. Deze broederschap was gesticht door Djalil ad-Din Roemi (1207-I273), bij zijn volgelingen bekend onder de naam Maulana, onze Meester. Hij was geboren in het Centraal-aziatische Choerasaan,
maar had voor het oprukkende Mongoolse leger de wijk genomen naar Konja, een stad in het huidige Turkije. Zijn mystieke leer kan worden beschouwd als het islamitische antwoord op deze gesel die voor velen de reden geweest zou kunnen zijn waarom ze hun geloof in Allah verloren.
Roemi’s ideeën verschilden niet van die van zijn tijdgenoot Ibn Arabi, maar zijn epos, ‘Mathnawi-i- ma’ navi’ beter bekend als de Soefibijbel, sprak de gewone man meer aan en droeg bij tot de verbreiding van het mystieke godsbeeld onder de gewone moslims die geen soefi waren.

Şebi-Arus-800x1200
In 1244 was Roemi onder invloed gekomen van de rondtrekkende derwisj Sjams al-Din Tabrizi, een man in wie hij de Volmaakte Mens van zijn generatie zag.
Sjams zelf geloofde inderdaad dat hij een reïncarnatie van de Profeet was en stond erop dat hij met ‘Mohammed’ werd aangesproken. Hij had een dubieuze reputatie en stond erom bekend dat hij zich niet aan de sjari’a of heilige islamitische wet hield, omdat hij vond dat hij boven zulke trivialiteiten verheven was. Roemi’s volgelingen maakten zich begrijpelijk zorgen over de duidelijke idolatrie die hun leermeester voor hem aan de dag legde.
Toen Sjams bij een oproer werd gedood, was Roemi ontroostbaar en hij wijdde zich meer dan ooit aan mystieke muziek en dans. Hij wist zijn verdriet te transformeren tot het verbeeldingsvolle symbool van de liefde voor God — van het verlangen van God naar de mensheid en het verlangen van de mensheid naar Allah. Ieder mens was, of hij het besefte of niet, op zoek naar de afwezige God, zich diep in zijn hart ervan bewust dat hij van de oorsprong van het bestaan was gescheiden:

Luister naar het riet, het vertelt een verhaal, een klaagzang van gescheidenheid. Sinds ik werd gescheiden van het rietbed, heeft mijn jammerzang een weeklacht op de lippen van mannen en vrouwen gebracht. Ik zoek een boezem, door scheiding verscheurd, opdat ik deze [persoon] de kracht van mijn liefdesverlangen kan tonen; eenieder die ver van zijn oorsprong vertoeft, verlangt terug naar de tijd dat hij ermee was verenigd.’

De Volmaakte Mens zou de gewone stervelingen de inspiratie geven om God te zoeken. Sjams al-Din had aan Roemi de dichtregels van zijn Math-nawi ontlokt, het spirituele epos waarin over deze martelende scheiding werd verhaald. Net als andere soefi’s beschouwde Roemi het universum als een theofanie van Gods ontelbare Namen. Sommige Namen verwezen naar Gods toorn of strengheid, andere waren de uitdrukking van het erbarmen dat aan de goddelijke natuur inherent was. De mysticus was verwikkeld in een eindeloze strijd (dji’had) om slechts oog te hebben voor Gods erbarmen, liefde en schoonheid die in alle dingen aanwezig waren en om de rest ervan af te pellen. De Mathnawi daagde de moslims uit om de transcendente dimensie van het menselijk leven te vinden en om, dwars door de buitenkant heen, de verborgen, innerlijke werkelijkheid te ontwaren.

800px-Meeting_of_Jalal_al-Din_Rumi_and_Molla_Shams_al-DinCROP-1

Ons eigen ik beneemt ons het zicht op het innerlijke mysterie van de dingen, maar is het ons eenmaal gelukt er voorbij te kijken, dan zijn we geen geïsoleerde, gescheiden wezens meer, maar zijn we één met de zijnsgrond van alles wat is. Ook nu weer zei Roemi nadrukkelijk dat God slechts een subjectieve ervaring kon zijn. Hij vertelt het komische verhaal van Mozes en de schaapherder, ter illustratie van zijn stelling dat we respect moeten hebben voor de godsvoorstelling van een ander.

Op een dag ving Mozes een gemoedelijk gesprek op dat een schaapherder met God voerde. De man zei dat hij God wilde helpen, onverschillig waar Hij was – hij wilde Gods kleren wassen, Hem ontluizen, zijn handen en voeten kussen voordat Hij ging slapen. ‘Wanneer ik aan U denk, ’ zo besloot hij zijn gebed, ‘kan ik alleen maar aiii en ahhh zeggen. ’
Mozes was ontzet. Hoe kon die schaapherder zo tegen de Schepper van hemel en aarde praten? Wat verbeeldde hij zich wel! Hij deed of hij het tegen zijn oom had!
De schaapherder zei dat hij het nooit meer zou doen en trok ontroostbaar de woestijn in, maar God gaf Mozes een schrobbering. God verlangde geen rechtzinnige woorden, maar vurige liefde en nederigheid. Er bestond geen correcte manier om over God te spreken:

Wat in jouw ogen verkeerd is, is goed in de zijne,
Wat honing is voor de een, is gif voor de ander.
Zuiver of onzuiver, laks of toegewijd in de aanbidding,
Daar geef Ik niet om, daar sta Ik boven.
De ene aanbidding is niet beter dan de andere.
Hindoes doen wat hindoes doen.
En Dravidische moslims in India wat zij doen.
Het zijn lofprijzingen allemaal, en het is goed allemaal.
Ik ben niet degeen die vereerd wordt in die gebeden.
Het zijn de aanbidders zelf. Ik hoor de woorden niet
Die zij spreken. Ik kijk in hun hart naar hun nederigheid.
Hun braakliggende deemoed — want die is echt, Niet de taal. Vergeet
toch die mooie woorden.
Ik wil vurige, vurige liefde.
Sluit vriendschap met je vurige liefde.
Verbrand je gedachten, verbrand je mooie zinnen.

Karen Armstong, Een geschiedenis van God
Vierduizend jaar jodendom christendom en islam.
Vertaling Ronald Cohen
De Bezige Bij, 1993, 22ste druk 2006

moroccan-art1

Shams’ first encounter with Rumi

On 15 November 1244, a man in a black suit from head to toe came to the famous inn of Sugar Merchants of Konya. His name was Shams Tabrizi. He was claiming to be a travelling merchant. As it was said in Haji Bektash Veli’s book, “Makalat”, he was looking for something which he was going to find in Konya. Eventually he found Rumi riding a horse.

One day Rumi was reading next to a large stack of books. Shams Tabriz, passing by, asked him, “What are you doing?” Rumi scoffingly replied, “Something you cannot understand.” (This is knowledge that cannot be understood by the unlearned.) On hearing this, Shams threw the stack of books into a nearby pool of water. Rumi hastily rescued the books and to his surprise they were all dry. Rumi then asked Shams, “What is this?” To which Shams replied, “Mowlana, this is what you cannot understand.” (This is knowledge that cannot be understood by the learned.)

916t-6+ap3L

En tot slot enkele pareltjes uit de geschriften van Rumi.
We zijn te lang vreemden gebleven, we hebben zeker te weinig oog gehad voor de beeldende kunst, architectuur en literatuur van de Islam-landen.
Hun culturele rijkdom kan ons verenigen. Bronnen voor het verdroogde Avondland, en als hulp dienen bij het zoeken naar een uitweg uit hun eigen verwoestende etnische conflicten.

Leeg.

Als je met iedereen bent,
behalve met mij,
ben je met niemand.
Als je met niemand bent,
behalve met mij,
ben je met iedereen.

Wees iedereen,
in plaats van dat je druk bent met iedereen.
Als je zoveel wordt, ben je niets.
Ben je leeg.

blauw lang

Ode

Teruggekeerd is die maan
die de hemel zelfs in zijn dromen nooit heeft gezien.
Zij bracht een vuur dat geen water kan blussen.
Zie het huis van mijn lichaam en aanschouw mijn ziel –
de een in vervoering door de beker van Zijn liefde,
de ander erdoor verwoest.
Toen de herbergier de metgezel werd van mijn hart,
veranderde mijn bloed in wijn,
mijn hart in gebraden vlees.
Wanneer het oog vol is van Zijn beeld, verkondigt een stem:
`Leve de beker, leve de wijn!’
Toen mijn hart de oceaan van de Liefde aanschouwde,
dook het erin en zei: `Zoek me dan als je kan!’
Het gelaat van Sjams oed-Din, de trots van Tabriz, is de zon –
Alle harten zeilen als wolken achter hem aan.

Rumi (vertaling Sipko de Boer)

birds50_qsf0h8
Gevangen in het Vuur van Liefde

Mijn hart staat in brand!
Als een krankzinnige
zwerf ik door de woestijn.

Het vuur van mijn hartstocht
Verzengt wind en atmosfeer.
Mijn kreten van verlangen
en mijn weeklachten
snijden als messen door mijn ziel.

Jij wacht op mij
vol geduld
en kijkt in mijn bedwelmde ogen.
Jij accepteert mijn hartstocht
met een gelijkmoedigheid, de liefde eigen.
Jij bent de meester van het bestaan.

Ooit zal ik zo kunnen liefhebben als jij.

Ali-The-Erasure-of-Islam-from-the-Poetry-of-Rumi
Gaarne zou ik je kussen
De prijs van kussen is je leven
Nu loopt mijn liefde mijn leven tegemoet
en schreeuwt het uit:
Wat een koopje, laten we het doen!

800px-Casket_ivory_Louvre_UCAD4417
Een Pers, een Turk, een Arabier en een Griek waren samen op reis naar
een ver land.
Ze kregen ruzie over de vraag waar ze het enige muntstuk
dat ze samen bezaten, moesten uitgeven.
Alle vier wilden ze er eten van kopen,
maar de Pers dacht aan angoer,
de Turk aan oezoem,
de Arabier aan inab
en de Griek aan stafil.

De ruzie liep hoog op, want
niemand begreep wat de anderen wilden.
Toevallig kwam een taalkundige voorbij, die en hoorde ruziën.
‘Geef de munt maar aan mij’, zei hij.
‘Dan zal ik zorgen dat jullie allemaal je zin krijgen.’

De taalkundige kreeg de munt en liep naar een winkeltje,
waar hij vier trosjes druiven kocht.

Vervolgens gaf hij alle mannen een trosje.
‘Dat is nu een angoer!’ riep de Pers.
‘Ik noem dit oezoem!’ zei de Turk.
‘U hebt inab voor me meegenomen’, zei de Arabier.
‘Niet waar! In mijn taal heet dit stafil’, riep de Griek.

Opeens kwamen de mannen tot het besef
dat ze allemaal hetzelfde hadden gewild,
maar dit niet aan elkaar duidelijk hadden kunnen maken.

louvre-monzon-lion-800-2x1

Als nawoord dit fragment uit Karen Armstrong’s boek ‘Een geschiedenis van God, vierduizend jaar jodendom, christendom en islam’ waarin zij de rol van de verbeelding in mystiek en wetenschap duidelijk maakt.

‘Toch zou het evident moeten zijn dat de verbeelding ons belangrijkste religieuze vermogen is. Jean-Paul Sartre noemde haar het vermogen om te denken aan wat er niet is. De mens is het enige dier dat in staat is zich iets voor te stellen wat niet concreet aanwezig is of wat nog niet bestaat, maar wat slechts tot de mogelijkheden behoort. Daarom is de verbeelding niet alleen de motor van onze belangrijkste prestaties op wetenschappelijk en technisch gebied geweest, maar ook op dat van de kunst en de religie. God, hoe Hij ook wordt gedefinieerd, is misschien wel het beste voorbeeld van een afwezige werkelijkheid die ondanks de inherente problemen mannen en vrouwen duizenden jaren is blijven inspireren. De enige manier om zich een beeld te kunnen vormen van zo’n God die ontoegankelijk blijft voor de zintuigen en het logische bewijs, is door middel van symbolen, en de interpretatie daarvan is de belangrijkste functie van de verbeelding. Soehrawardi (voorloper van Rumi) waagde zich aan een fantasierijke verklaring van die symbolen die zo’n cruciale invloed op het leven van de mens hebben gehad, ook al blijven de werkelijkheden waar ze naar verwijzen elusief. Een symbool kan worden gedefinieerd als een object of een denkbeeld dat we met onze zintuigen kunnen waarnemen of met ons verstand begrijpen, maar waar we iets anders in zien dan het ding zelf. De rede alleen zal ons niet in staat stellen dat speciale, dat universele of dat eeuwige in een bepaald vergankelijk object waar te nemen. Dat is de taak van de creatieve verbeelding waar mystici, net als kunstenaars, hun inzichten aan toeschrijven. Net als in de kunst zijn de effectiefste religieuze symbolen die welke zijn onderbouwd met intelligente kennis van en inzicht in de menselijke situatie.’ (p. 263)

Schreeuwende schilderijen: Brendekilde en Munch

Brendekilde Woudpad 1902

Odense, Denemarken was de geboorteplaats van Hans Andersen -inderdaad een verre verwant van de sprookjesschrijver. Het jaar: 1857. Om verwarring te voorkomen met zijn vriend Laurits Andersen Ring, nam hij, net als Ring, de naam van zijn geboorteplaats aan, Brendekilde. Het lijkt er vredig, bijna hemels zoals de sfeer die uit zijn herfstwoud straalt.
Kom je op een dag voor zijn meest beroemde doek ‘Afgemat’ (207 cm x 270 cm) te staan word je in één ruk teruggeslingerd naar de bitterste armoede en uitbuiting in het nu erg progressieve Denemarken. Je kunt er niet naast kijken, levensgroot is het. En je hoort de vrouw schreeuwen.
Deze schreeuw brengt je dadelijk naar het werk van de Noor Edvard Munch. Een toeval?

Edvard Munch had enkele goede Deense vrienden en bezocht vaak Kopenhagen. Een van zijn beste vrienden was de schilder en ontwerper Johan Rohde.

Summer_night_at_Tönning_(Johan_Rohde)-_Nationalmuseum-_1851

In zijn gezelschap bezocht hij de grote tentoonstelling van Noordse Schilders in Kopenhagen in 1888 waar de Deense schilder Brendekilde vertegenwoordigd was met vijf schilderijen waaronder het vrij grote impressionistische ‘Lente’ (Forar), een bos met anemonen en een jong koppel,gemonteerd in een impressieve arts and crafts lijst.
Munch was er met twee schilderijen aanwezig.

Munch was in een naturalistische-impressionistische periode en hij moet zeker de indrukwekkende grote doeken van Brendekilde gezien hebben.
In 1889 was Brendekilde in Parijs met het grote doek ‘Uitgeput’ en drie andere werken. Van Munch hing er één doek.
Edvard Munch leefde toen in Parijs en bezocht verschillende malen de Wereldtentoonstelling. Ook Brendekilde deed dat.
De schilderijen van beide schilders hingen in hetzelfde gebouw, op de eerste verdieping van het ‘Palais des Beaux Arts’.
‘Afgemat’ hing in de zaal ‘Denmark’ en Munch’s schilderij ‘Morgend’ in de ‘Norway’ zaal. Dezelfde ingang leidde naar deze twee zalen. Er was geen deur tussen hen. Dus Munch kon niet naast ‘Afgemat’ kijken, het monumentale werk met ‘de schreeuw’ in het centrum. (‘Afgemat’ kreeg zelfs een zilveren medaille.)

‘Morgen’ Edward Munch

Munch was levenslang bang van de dood. Zijn moeder stierf in 1868, zijn zus in 1877 en zijn vader in november 1889, dezelfde tijd toen ‘Afgemat’ met de dode man en schreeuwende vrouw in Kopenhagen werd tentoongesteld.
Munch heeft dus het schilderij een of tweemaal gezien, ook op gedrukte copies en besprak het met zijn vriend Johan Rohde in Denemarken.

Edvard Munch Dode moeder

‘Afgemat’werd in 1890 in Kopenhagen tentoongesteld, en het is niet zeker dat Munch de tentoonstelling bezocht. In 1891 stelde hij het werk in München tentoon samen met één van zijn winterlandschappen. Hij kreeg er een gouden medaille voor. Munch had 3 schildrijen in deze tentoonstelling en waarschijnlijk heeft hij ‘Afgemat’ toen gezien.
‘Schreeuwen’ waren sinds de renaissance -waar ze toen wellicht bij mythologische wezens hoorden- geen vertrouwd onderwerp voor schilderijen


Master of the furies, Furienmeister

According to the theories of G.E. Lessing and Arthur Schopenhauer the reasons for this is partly aesthetical, i.d. it is not beautiful and partly illogical as you cannot hear the scream, i.d. the sound is a most important part of a scream.
Brendekilde´s scream seems to be the first scream of a living person mentioned by name in the history of painting. It depicts a living person´s reaction to a state of society. The names of both models are well known and they were wife and husband. In 1889-91 (probably 1889) Munch made a preliminary sketch for the scream – “ Mann som går langs en vei” – with a lonely old worn out man walking with a stick alone in a road in a flat Danish landscape with trees in the background, reminding one very much of Worn Out.

One can also compare it with the preliminary study to Worn Out. This preliminary study is Stensamlere or Stone Collectors, painted between 1883-1887.

On Stone Collectors you see three persons and an old man standing between furrows similar to the road lines in Munch´s sketch.

Four years passed after the painting of Worn Out (1889) before Munch painted his world famous The Scream (“Skrik”) in 1893. Munch had many strange explanations of the background for The Scream.

Studies of letters, notes and sketches by Munch do not give much information concerning other artists. To art historians and Munch specialists this research and theory is totally new. Munch was from the beginning inspired by Brendekilde´s original scream in Worn Out, which he transformed into his symbolistic scream of desperation, alienation and anxiety in the new state of society. It is probably a self-portrait. There is a direct line from Munch´s Scream to the well-known screams later in the 19. century (Pablo Picasso, Francis Bacon, Asger Jorn, Andy Warhol etc.). In 2007 Max Ginsburg painted War Pieta, which reminds one of Worn Out. (Wikipedia)

Max Ginsburg War Pieta

Het is niet stiller geworden in deze tijd.
Misschien is de schreeuw op doek vervangen door digitaal rumoer.
Maar de doeken uit 1889-1893 zijn nog steeds hoorbaar. Oorverdovend.