Sam Szafran, een ongrijpbare op zoek naar essenties.

werktafel

‘Voor mijn moeder was schilder worden een probleem want voor haar was dat geen ‘métier’.
Het eigenzinnige kind, kunstenaar Sam Szafran -in feite was ‘Berger’ (Samuel) zijn familienaam-, stierf een week geleden in zijn woonplaats bij Parijs. Hij werd bijna 85.
Kind van Joods-Poolse emigrés ontsnapte hij in zijn leven aan de grote razzia in de wintervelodrome en later aan een heroïneverslaving. Zijn familie, met uitzondering van zijn moeder, werd in de nazi-kampen vermoord.

Ontsnappen, je veilig voelen, het atelier. Meteen de drie thema’s van zijn werk in pastel, aquarel of houtskool: de trappen, de wintertuin, het atelier.

2008_PAR_05525_0238_000()

Au début des années 60, il se lie d’amitié avec Alberto Giacometti et entre à la galerie Claude Bernard. Dans les années 70, il adhère un temps au groupe Panique (fondé par Arrabal, Topor et Jodorowsky). Il rencontre aussi Henri Cartier-­Bresson, Martine Franck, Raymond Mason et commence sa série des « Ateliers », puis des « Escaliers ».

tumblr_mt6f78dtjl1qarjnpo4_500

Abritée par les hauts murs de brique d’une ancienne fonderie de Malakoff, elle a pu, à l’image de ce qu’elle représente, laisser grandir à l’aise des arborescences de plus en plus somptueuses et subtiles. Ces tapisseries mille-feuilles, tissées de philodendrons, de caoutchoucs, d’aralias, ces cascades de verdure et de lianes entre lesquelles se glisse la silhouette furtive d’un être humain, ont au premier regard l’enchantement des légendes, des contes pour enfants. Derrière les apparences, un génie du fantastique habite ces feuillages. (Jean Clair dans ‘PrussianBlue)

sam-szafran-a9d15186-082c-4396-b2d6-304aee87966-resize-750

Mais cet univers clos et végétal, la cornue de ces transformations de couleurs et de formes, évoque aussi des images plus lointaines et plus savantes dont nous avons souvent oublié le sens. Cette représentation qui court d’œuvre en œuvre comme un leitmotiv, ces feuillages protégés par des murs au milieu desquels est assise une femme silencieuse, c’est l’image ancienne, protégée par son mu- retin de briques rouges, d’un hortus conclusus. L’œuvre obéit dans l’ordre de l’image peinte, à ce que dans l’ordre de l’esprit on appelait la clôture : un exercice solitaire et rigoureux, à l’abri du monde extérieur et de ses distractions. (ibidem)

Sam-SZAFRAN-Sans-titre.-2005.-Aquarelle-et-pastel-sur-papier.-41-x-315-cm

In mijn eigen ‘hortus conclusus’, mijn besloten binnentuin geef ik hem graag een plaats. Ik herken het trappenhuis dat naar nergens leidt, hou van het atelier waar mijn woorden door pastels, aquarel, en houtskool zijn vervangen en ken de dromerige binnentuin waarin de vrouw van het intense leven thuishoort.

http://www.domaine-chaumont.fr/en/node/1963/sam-szafran

http://www.artnet.com/artists/sam-szafran/7

https://www.connaissancedesarts.com/peinture-et-sculpture/quand-sam-szafran-nous-ouvrait-son-atelier-111069/

sam-szafran-8d5021ae-e80e-426f-8679-3702ba6f3c9-resize-750

‘Le fait que je veuille devenir peintre, c’était un vrai problème pour ma mère, parce qu’elle considérait que ce n’était pas un métier. J’ai découvert l’oeuvre de l’écrivain italien Curzio Malaparte qui décrit les cadavres gelés comme les sculptures de Giacometti, et ça m’a frappé. Je me suis alors passionné pour Giacometti.
Alberto Giacometti cherchait l’émotion première. Il disait souvent : “Je n’y arrive pas. Suis-je dans la bonne voie ?” Il était obsédé par l’idée de trouver l’essentiel. C’est un homme qui avait des lettres. Il se remettait sans cesse en question, comme tous les grands.
Picasso était méchant avec les gens qui avaient du talent. Mais il disait une chose très juste “Giacometti a inventé une chose nouvelle : l’homme dénudé du superflu”.
Au début des années 1960, on a été confrontés à la nouvelle figuration et la peinture américaine. C’était d’une confusion totale. ‘

gia portret

L’escalier qu’il propose devient un trou, un conduit qui ne va ni n’arrive nulle part et se ramifie en éventail ; les philodendrons se transforment en une jungle dévorante où l’on distingue parfois la silhouette de Lilette ou une jarre ; l’imprimerie se change en un monde souterrain écrasé par une verrière nervurée comme les nervures des feuilles ou des marches de l’escalier. Chaque chose semble contenir les autres choses, tout est déjà dans tout. Et dans ces espaces confinés, clos sur eux-mêmestelles des prisons piranésiennes, la nature filtre de partout. La vie du végétal est là, cachée, dans la chlorophylle des feuilles ou le friselis des ramures serpentines, mais elle est aussi dans le bois usé des degrés d’escaliers, dans les lattes de parquet bien alignées, jusque dans les fibres du papier, surtout depuis qu’il utilise un papier de soie chinois fabriqué à base de bambou concassé puis tissé. (Elisabeth Vedrenne)

IMG_2027-copie

“My perspective is closer to the Arab perspective, based on the eye’s oval shape rather than traditional geometric perspective, which is characterised by a horizon line and vanishing points.
Something else results from it, another ambience, another system, another way of seeing. An invention started over and over again.”

“I need chaos; my studio is chaotic, between layers of books, pastels lying around everywhere and piles of this, that and the other. In order to produce something, I need to start out from chaos”.

sam-szafran alpine life

Sam Szafran is an altogether atypical artist, a painter completely without ties, unclassifiable, extraordinary, outside any discernible movement. Possessed of rare sensibility and culture, he has succeeded in converting the many sufferings of a difficult life into a body of work of unique power and virtuosity.

http://www.domaine-chaumont.fr/en/node/1963/sam-szafran

309f383e09b886b78225b5f156bc9b3e

De parabel van de autofiles, een kortverhaal

2chatillon-car-graveyard-abandoned-cars-cemetery-belgium-4

De eerste werkelijke slachtoffers van de autofiles vielen in het jaar waarin het drie weken duurde vooraleer men de rijen auto’s op drie paralel-wegen kon ontwarren na het verlengde pinksterweekend.
De kern van de opstopping, het gebied tussen Brussel en Mainz, leverde naast de klassieke zenuwpatiënten, zestien doden op. Ze stierven aan een infarct tussen de vierde en de zeventiende wachtdag: drie overleden na een hevig gevecht op de daken van hun wagens en zeven pleegden zelfmoord toen ze na achttien dagen nog geen kilometer gevorderd waren.
Vierhonderd andere slachtoffers werden met ernstige letsels in ziekenhuizen opgenomen. Naar schatting van de Europese wegenpolitie bleven er zesduizend lichtgewonden over toen de autowegen weer berijdbaar waren.

AACQmxz.img

De uittocht van de zomervakanties werd ondanks deze ramp nog een groter fiasco. De derde dag al vormden zich files van dertig tot vijfenzeventig kilometer, de negende dag waren alle autowegen met hun op-en afritten potdicht, en zelfs de invalswegen en paralelwegen bleken oververzadigd.
De bevoorrading van de ingesloten wagens kwam traag op gang. Na dertig dagen begonnen de eersten hun auto’s te verlaten toen tussen Koblenz en Baden-Baden een dysenterie-epidemie uitbrak ten gevolge van de hitte en de weinig hygiënische toestanden op en rond de overvolle autowegen.
Reizigers die tot dan zo goed en zo kwaad mogelijk gekampeerd hadden, trokken in grote stoeten langs de stoffige veldwegen naar de voor hen ontruimde secundaire banen.
Na twee maanden konden de wegen vrijgemaakt worden. Veertienduizend zeshonderd eenendertig auto’s bleken totaal vernield. Van dertigduizend kwam er geen bezitter meer opdagen.
De Europese verkeersraad wijdde zijn duizend eeneneveertigste zitting aan de problemen van de verstopte autowegen, maar toen bleek dat slechts de helft van de deelnemers aanwezig was en de andere helft in files van één tot zes dagen in heel Europa werd opgehouden, besloot men de zitting tot het volgende jaar te verdagen.

256

Drie jaar later waren alle autowegen totaal onbruikbaar geworden omdat geen enkele opruimingsdienst er nog in slaagde de achtergebleven wagens weg te slepen en op te bergen. De hele infrastructuur rond de wegen verdween. Weldra werden de autowegen uit de jaren zeventig van de twintigste eeuw woestijnen waar blik en staal elk leven onmogelijk maakte.

405638

Bewoners weken steeds verder uit naar de drooggelegde meren en zeeën. Strenge wetten maakte het gebruik van auto’s bijna onmogelijk.
De chaotische wegen dienden enkele jaren als onderduik-adres voor al diegenen die het in de maatschappij niet konden rooien, maar toen ook de onderwereld van deze chaos gebruik ging maken bleven de wegen verlaten.
De industrie had zich verplaatst, en met de industrie de steden, en met de steden de mensen die hen bevolkten. Op kaarten sprak men van de Europese autowrak-woestijn. Alleen verzamelaars van ‘gezochte’ antiquiteiten vormden wel eens een expeditie naar het woeste gebied.

AACQk7U.img

Tot er een groepje mensen opstond dat naar rust en eenzaamheid verlangde, dat soberheid en een teruggetrokken leven als hoogste doel stelde. Ze verkochten hun bezittingen en trokken naar de autowegen-woestijn. Ze bouwden er zich een een primitief onderkomen met de wrakstukken en probeerden de banen hier en daar vrij te maken van blik, banden en beton om er opnieuw de grond vruchtbaar te maken.

Waren ze in de beginfase slechts met enkelen, weldra groeide hun aantal sterk aan. Ze wilden allen weg van de corruptie en de prestatiemaatschappij. Ze wilden op de puinen van de oude wereld een nieuwe maatschappij stichten. Ze bouwden zich een nieuw onderkomen vaak met de wrakken en achtergelaten materialen en probeerden hier en daar de autowegen vrij te maken.

Zeepkist_(1950)

Er ontstonden al vlug kleine nederzettingen in de woestijn waar vroeger autowegen tussen Parijs en Geneve liepen. Nog enkele jaren later werden de nieuw gestichte dorpen heuse steden. Er groeide een generatie of zes op die nog bezield was met het ideaal der voorvaderen: stilte en eenvoud. Maar veertig jaar later begonnen de kleinkinderen van deze achterkleinkinderen al met een druk handelsverkeer tussen de nieuwe steden waarvan sommige gespecialiseerd waren in het recycleren van oude rubber en anderen uit plastic en metaalslakken meststoffen produceerden die de oogsten vertienvoudigden.
Eerst kwamen er eenvoudige wegen voor paard en kar, daarna bestrate banen voor voertuigen op luchtbanden en weldra bouwde een stad dichtbij de vroegere Nederlandse grens een kleine wagen die door een verbeterde ontploffingsmotor werd aangedreven.

De oude idealen vergrijsden met de tijd en weldra begonnen andere steden met het ontwerpen van nieuwe types auto die door de bewoners van het gebied VéTé’s werden genoemd, een afkorting van Vlug-Tuig. Vété’s hebben echter wegen nodig, snelle wegen, en weldra liepen er Vété-snelwegen, soms met dubbele baanvakken, drie boven elkaar, door het gebied.

file

Enkele ouderwetse zedenprekers konden de ontwikkeling niet tegenhouden, zelfs niet na de dag toen de eerste file van zes kilometer werd gemeld tussen Zee-stad en Heuvel-city.
Computers zochten uit wat er schortte. Er werden slimme manieren van rekeningrijden voorgesteld maar uit schrik voor de naderende verkiezingen weggestemd. Ook na correcties van sommige invalswegen bleven zich files vormen die weldra uitgroeiden tot een onoverzichtelijke chaos.

De eerste werkelijke slachtoffers van de autofiles vielen in het jaar toen het drie weken duurde vooraleer men de rijen auto’s op de drie paralel-wegen kon ontwarren na het verlengd pinsterweekend. De kern van deze opstopping, het gebied tussen Babylon en Rheinstadt leverde naast de klassieke zenuwpatiënten zestien doden op. Zes stierven aan een infarct tussen de vierde en de zeventiende wachtdag, drie overleden na een hevig gevecht op de daken van hun wagens en zeven pleegden zelfmoord toen ze na achttien dagen nog geen kilometer gevorderd waren. (enz.)

AACQhJG.img

(bewerking van een radio-1 verhaal Pinksteren 1978-foto’s van Danny Bailey, Rosanne de Lange-ANP)

ANTONELLO DA MESSINA, op de drempel van de renaissance

Antonello da Messina (1430–1479), Christ Blessing (Salvator Mundi) (1475), oil on panel, 38.7 x 29.8 cm, The National Gallery, London. Photo © and courtesy of The National Gallery, http://www.nationalgallery.org.uk/paintings/antonello-da-messina-christ-blessing

Met een aantal jaren op de teller kan iemand terugkijken en de nodige en onnodige vragen stellen. Niet alleen zal het onderscheid tussen je jonge jaren en de nu bereikte leeftijd voor meditatiestof zorgen, maar toegepast op een groter tijdperk kan een mens zich afvragen in welk tijdperk hij leeft en hoe zijn voorouders hun tijd hebben ervaren.
Naarmate je ‘tijdperken’ onderzoekt wil je graag weten waar de verschuivingen van het ene naar het andere tijdperk plaatsvonden en hoe die verschuivingen in de tijd van de onderzoeker gedetermineerd worden.
Best doe je dat door voorwerpen, geschriften, die in die tijd gestalte hebben gekregen via een symbolische betekenis en zo in de openbare ruimte zijn gebracht te onderzoeken zodat ze ook voor ons weer een uitgangspunt worden voor onze eigen zelf- en wereldontsluitings-cultuur.
(Ik gebruik even de termen van filosoof Ernst Cassirer waarover later meer)

De ‘Salvator Mundi’, de Redder van de wereld, geschilderd door Siciliaan Antonello da Messina mag als vertrekpunt dienen.
Het is een klein paneeltje, olie op hout circa 40 x 30 cm.
Die afmeting maakt ons duidelijk dat het voor persoonlijke meditatie bedoeld was, een vorm door ‘de Moderne Devotie’ aanbevolen.

‘De Moderne Devotie beoogde een soort religieuze hernieuwing. Dit spirituele reveil moest bewerkstelligd worden door een intensieve private devotie en een zelfonderzoek.’
‘De Devotio Moderna had een ambivalente houding ten opzichte van kunst. Het allerhoogste ideaal was beeldloosheid, hoewel men geen uitgesproken anti-artistieke houding had. Beeldloosheid was een manier waarop mende mystiek in zijn meestzuivere vorm kon ervaren. Vaak werd met dit ideaal in de praktijk echter geen rekening gehouden. Visuele, maar ook mentale beelden waren toegelaten om de devotie te bevorderen, en daar werden ze ook voor gebruikt. Op die manier kreeg de devotionele beleving een soort picturaal kantje.’
(Masterscriptie Beeldtaal voor vrouwelijke religieuzen uit de Moderne devotie, Eilien De Meyere)

Antonello da Messina-detail prentje

‘Antonello used walnut oil to bind his pigments, enabling him to show the sheen of Christ’s curls, for example, as well as the subtle variations of colour that create the illusion of marble in the parapet. This image shows Antonello’s interest in using paint to describe different textures such as the stark pink flesh of Christ’s lower eyelid and the crisp folds of the paper (called a cartellino) attached to the parapet.’

Allerlei elementen verwijzen nog naar Rogier van der Weyden terwijl de technische werkwijze ons bij Jan van Eyck brengt. Wantrouw Vassari als hij het over een Brugs verblijf heeft van deze Siciliaan (hij zou dan elf jaar geweest zijn!), maar de nieuwe werkwijze om met olie te werken in plaats van het vertrouwde tempera duidt duidelijk op een nieuwe tijd die door de grote Brugse meester is ingeluid, of hoe de technische werkwijze een diepgaande verandering in uitbeelding dient. Nog afgezien van de opstelling van de rechterhand die uit het schilderij schijnt te komen vormen de verschillende texturen voor een wonderlijke menselijke verschijning.
De redder van de wereld komt niet meer ‘uit den hoge’ maar heeft als mens onder ons geleefd. Net zoals de Christus aan de pilaar de pijn van een mens verbeeldt.

christus aan de colon

Of hij zijn techniek in Napels opdeed waar hij studeerde, een stad waar deze techniek uit de lage landen samen met de invloed van de Castiliaanse meesters bekend was geworden, of via de wonderlijke schilder Petrus Christus, afkomstig uit Baarle Hertog en later inwoner van Brugge geworden, blijft een open vraag, maar zijn meesterlijke beheersing van deze techniek maakt van hem een renaissance-schilder.
De verbinding Brugge-Napels-Messina was er wel degelijk, bij wijze van voorbeeld deze beschrijving:

The Italians residing in Bruges assumed an especially prominent position as patrons of Flemish pictures, which they often commissioned for display back home. Tommaso Portinari is undoubtedly the most famous of these patrons. He commissioned the Adoration of the Shepherds, better known as the Portinari Altarpiece (Galleria degli Uffizi, Florence), from Hugo van der Goes and shipped it to Florence to be installed in the hospital church of Santa Maria Nuova. Hans Memling painted the Passion of Christ (Galleria Sabauda, Turin) for Tommaso, as well as portraits of him and his wife,
Maria Baroncelli
(The Metropolitan Museum of Art, New York)

site_beursplein

En ook Messina bleek een bruisende handelsstad:

The city (Messina) was a flourishing center for the warehousing and distribution of goods such as sugar and spices that were exported from the East to Flanders, and it also made the products of the South Italian mainland available to the whole of the Mediterranean market. Among the more important of these commodities were textiles-linen, silk, and fustian (or twilled cotton). Messina also produced wine, cotton, and sugar and maintained a shipbuilding industry, which was essential to a seaside city.
Of all these local activities, however, it was the production of silk that predominated. This industry had developed so quickly that by the beginning of the sixteenth century the Lucchese and Venetian silk manufacturers living in Messina requested that a silk consulate be established in the city, and its mid-August trade fair had gained considerable importance. (Gioacchino Barbera)

id-025.-Antonello-da-Messina-Ritratto-duomo-Museo-Fondazione-Culturale-Mandralisca-Cefalu

Het succes van zijn levendige portretten is best te begrijpen als je deze voorbeelden van illustere onbekenden bekijkt: mensen van vlees en bloed die zelfs als portret emoties laten blijken.
Burgers van een nieuwe tijd waarover filosoof Ernst Cassirer schreef in zijn: Individuum und Kosmos in der Philosophie der Renaissance:

‘Het gaat Cassirer om een duidelijke adhesiebetuiging, ja een filosofische viering van de oorsprong van de renaissance als een zo alomvattend mogelijk zelflbevrijdings— en wereldvormingsgebeuren, waarvan de wezenlijke impulsen vanaf de zeventiende eeuw werden overschaduwd door de op abstracties gefixeerde, lichaamsvijandige en zuiver op het bewustzijn gerichte moderne tijd van René Descartes en zijn methodische navolgers met verstrekkend gevolgen tot in de filosofie van de jaren twintig van de twintigste eeuw.
Hoewel elegant hanzeatisch gecamoufleerd, betekent Cassirers Individuum und Kosmos ook een oproep tot een principiële vernieuwing van de moderne filosofie. Hier als een begeerde terugkeer naar de ware oorspronkelijke bronnen ervan: die van de renaissance dus.
Dat komt overeen met het begrijpen in de geest van juist die filosofie die Casirer wil gaan uitwerken in zijn Philosophie der symbolische Formen.’

portrait-of-a-young-gentleman-antonello-da-messina

‘Als belangrijkste kenmerk van de renaissance brengt Cassirer -schijnbaar paradoxaal — het feit naar voren dat de filosofie in het geheel van die herbeleving geen wezenlijke rol heeft gespeeld.
Verstard in de — door kerkelijke instituties beperkte — vormen van de scholastiek bleek ze niet in staat het razendsnelle innovatie—tempo van de veertiende en de vijftiende eeuw — of het nu de kunsten of de wetenschap betrof — theoretisch bij te benen of er maar bevredigend over na te denken. Net als grote delen van de analytische filosofie van tegenwoordig ging ook de scholastiek zich in die tijd liever te buiten aan het fetisjisme van fijne nuances op een schijnbaar veilig fundament dan het avontuur aan te gaan en een relevante interpreterende bijdrage te leveren aan haar eigen tijd, die tot in haar grondvesten aan het veranderen was. In Cassirers bewoordingen: ‘Zo lijkt juist in de filosofie de elementaire kracht van dat tijdperk, de drang naar een scherpe begrenzing en ontwikkeling, naar afzondering en individualisering, nog niet werkzaam geworden te zijn of in elk geval in het beginstadium verlamd te raken.’

crucifiy

‘De verenende centrale motieven van de renaissance schuilen wat Cassirer betreft in een nieuwe bepaling van de plaats van de mens in een door hem nieuw ontsloten kosmos. Vandaar de titel: Individuum und Kosmos. De renaissance-mens ziet zichzelf eerst en vooral als individu, wiens individualiteit zich ontwikkelt en waarmaakt in zijn vermogen of ook zijn openheid zichzelf actief en ondogmatisch te vormen. Maar die kosmos opent zich voor het renaissance-individu als een oneindige ruimte, waarvan de wetmatigheden juist door de praktijk van de actieve, onderzoekende zelfvorming op een bijkans ongelooflijke manier ontsluitbaar blijken te zijn.’

id-035-antonello-16FF15C

‘Wat aan al die bezigheden van de zelf— en wereldontsluiting de eigenlijke basis geeft is voor de renaissance — net als voor Cassirers eigen filosofie — het vermogen aan de eigen ervaring symbolisch uitdrukking te geven, dus aan de eigen geheel individuele wereldvisie in de vorm van een werk (al is het maar fluiten, een gebaar, een tekening of een berekening) gestalte te geven. Als het teken geworden is en daarmee in de openbare ruimte is gebracht, kan een ‘werk’ dan voor anderen die na hen komen weer uitgangspunt worden voor hun eigen zelf- en wereldontsluitings-cultuur als het onophoudelijke proces van een door symbolen geleide oriëntatie of ook ontsluiting in de vorm van het woord, het beeld, de berekening of ook het eigen lichaam. Dat is volgens Cassirer de eigenlijke ‘logica van het onderzoek’ van de renaissance.’

Uitreksels uit het prachtige boek:
Wolfram Eilenberger, Het tijdperk van de tovenaars
Het grote decenium van de filosofie 1919-1929, De Bezige bij 2018
Vertaling: W. Hansen

stjerome

Daarom is ook de heilige Hieronymus in zijn studie, geschilderd in Venetië, een belangrijk werk: als een van de vier kerkvaders die de Bijbel in het latijn vertaalde, wordt zijn denk- en schrijfruimte ‘ingebed’ in een open gebouw dat van de nieuw verworven inzichten getuigt door een doorgedreven liniair perspectief. De veelheid aan voorwerpen, aandacht dus voor details, is heel typisch nog eigen aan de schilderkunst van de Lage Landen, terwijl de ruimtelijke uitwerking eerder in Italië thuishoort. Een dergelijk werk van Jan van Eyck was in 1456 bekend in Napels waar Antonello het wellicht heeft gezien.

Collage_Fotorstudie2

Twee mooie samenvattingen van zijn werk:

He was praised in the same humanist circles for his ability to create figures “so well that they seemed alive and missing only a soul” (Marin Sanudo) since he “made inanimate things seem real and animate creatures seem alive” (F. Maurolico ).

annunciation700-1

His paintings, executed in Sicily, Naples, and Venice, combine a Netherlandish interest in minute descriptive detail, a Provens: al tendency toward stylization of the figure, the emotional timber of Giovanni Bellini’s Venetian colorism, and Piero della Francesca’s synthesis of spatial representation and perspective. (Alessandro Pagano)

st-sebastian-antonello-da-messina

Zijn zoon, ook jong gestorven, tekende zijn werk als: ‘Filius non humanis pictoris’ (zoon van een onsterfelijk schilder)

De hedendaagse kijker kan moeiteloos de eeuwen overschrijden met de gegeven digitale mogelijkheden. Je zou in het beste geval voor een synthese-renaissance kunnen pleiten.
Aansluiten bij de gestelde vragen en ze op onze manier weer vorm geven om de kern van ons mens zijn met kunst en wetenschap menselijker te maken. Een nieuwe (filosofische) renaissance tegemoet.

olv vr met kindje kersjes

In vroeg septemberlicht

In vroeg septemberlicht, maar in de late namiddag:
op de rand van zondagavond
waarop engelen van deze soort zich graag bewegen.
(In feite wil hij een selfie nemen, kijk
hoe hij de juiste stand al in zijn vingers heeft.)

Gezien zijn jaren neemt hij ons de maat.
Zijn lichte glimlach zegt genoeg:
vliegen zal nog voor de duiven zijn,
maar vleugels zijn al jaren in de maak.

Hij vreest de winter niet, vroeg donker
geeft dromen tijd voor een traag verhaal.
Houten wieken geen bezwaar.
Ogen weten zwaarte te bezweren.

In de diepte van de nacht hoor ik hem soms zingen.
‘Nos esprits libres et contents
Vivent en ce doux passe-temps.’
Mijn oude ziel zingt zachtjes mee.

Ironie is hem niet vreemd.

Maurice Sendak: illustreren van de speelruimte

Maurice Sendak (1928-2012), Design for show curtain (Nutcracker), 1983, gouache and graphite pencil on paper. © The Maurice Sendak Foundation. The Morgan Library & Museum, Bequest of Maurice Sendak, 2013.107:262.

‘Waarom zou ‘Where the Wild Things Are’ mijn beste boek zijn? Ik weet het niet. A mystery? Ik hou van mysteries. Dus vragen mensen waar Wild Things 2 blijft na het overweldigende succes van Wild Things.’
Maurice Sendaks antwoord is kort en duidelijk. Kijk maar naar het filmpje hieronder:

Maurice Sendak (1928-2012)

Deze enkele minuten zijn mij bijgebleven. Zijn liefde voor William Blake wiens werk hem een raadsel blijft, but I love it. Zijn plots gegrepen worden door de Duitse romantici, door een slecht geschilderd werk van Runge nog wel, maar het greep hem aan. Hij heeft het gedurfd: to take the dive, al bleef hij lijden aan wat zij lijden.I believe in his passion. Passie, ook al wordt zijn werk vaak als ‘inappropriate’ bestempeld.
Als illustrator van boeken die ook door sommige kinderen kunnen gelezen worden werd hij wereldberoemd. Zijn Wild Things bij ons een beetje raar als ‘Max en de Maxi-monsters’ vertaald verscheen hier in 1968 terwijl het oorspronkelijke ‘Where the Wild Things are’ in 1963 in Amerika het licht zag. Als opera-libretto eerste versie beleefde het in in 1980 in de Muntschouwburg in Brussel zijn première. (Oliver Knussen, componist) en kreeg daar ook de titel Max en de Maximonsters mee.

Maurice Sendak (1928-2012), Diorama of Moishe scrim and flower proscenium (Where the Wild Things Are), 1979-1983, watercolor, pen and ink, and graphite pencil on laminated paperboard. © The Maurice Sendak Foundation. The Morgan Library & Museum, Bequest of Maurice Sendak, 2013.103:69, 70, 71.

En dan komen we bij het eigenlijke onderwerp, een leven van een schrijver verandert einde jaren zeventig in een leven als designer voor opera’s en ballet, thema waaraan The Morgan Library & Museum in New York tot 6 oktober een tentoonstelling wijdt met als titel: Drawing the Curtain: Maurice Sendak’s Designs for Opera and Ballet.

‘The exhibition will include nearly 150 objects drawn primarily from the artist’s bequest to the Morgan of over 900 drawings. Sendak borrowed gleefully from a personal pantheon of artists, some of whom he encountered firsthand at the Morgan. Several such works, by William Blake, Wolfgang Amadeus Mozart, and Domenico and Giambattista Tiepolo, will be displayed alongside his designs. Although less well known than his book illustrations, Sendak’s drawings for the stage embody his singular hand, fantastical mode of storytelling, keen—sometimes bawdy—sense of humor, and profound love of music and art history.’

“Fifty,” he said, “is a good time to either change careers or have a nervous breakdown.” The new midlife career he took on in the late 1970s, it turned out, was that of a designer for music theater.
“I know that if there’s a purpose for life,” he said, “it was for me to hear Mozart.”
Lush vegetation spills over ancient ruins in the drawings. Dioramas created during the design process, three of them on view at the Morgan, show the irresistible combination of Baroque-style scenography, with its receding flats, and Sendak’s inimitable drawing style — old and new, living and dead, in charming balance, teetering delightedly on the edge of kitsch but made with great craftsmanship and earnestness

Maurice Sendak (1928-2012), Design for show scrim (The Magic Flute), 1979-1980, watercolor and graphite pencil on paper on board. © The Maurice Sendak Foundation. The Morgan Library & Museum, Bequest of Maurice Sendak, 2013.104:120.

Maurice Sendak (1928-2012), Study for Wild Things costume, with notes (Where the Wild Things Are), 1979, watercolor, pen and ink, and graphite pencil on paper. © The Maurice Sendak Foundation. The Morgan Library & Museum, Bequest of Maurice Sendak, 2013.103:19.

There is a drawing that gets to the root of Maurice Sendak’s ominous sweetness, his work’s potent mixture of childhood idyll and threatening night. It’s a sketch of a costume for the premiere of Oliver Knussen’s early-1980s operatic adaptation of “Where the Wild Things Are,” the picture book that had made Sendak a publishing sensation two decades earlier. The costume is for one of the maniacally grinning Wild Things, complete with horns and pointy-sharp teeth. But the drawing is a cross-section. Inside the looming beast is just a child, his little hands and feet strapped into the woolly Wild Thing’s, making the character roar by speaking through a tiny cone. The boy in the monster, the monster in the boy: This is the reality Sendak, who died at 83 in 2012, wanted us to see, and understand. (Zachary Woolfe)

Maurice Sendak (1928-2012), Design for Temple of the Sun, finale II (The Magic Flute), 1979-1980, watercolor and graphite pencil on paper on board. © The Maurice Sendak Foundation. The Morgan Library & Museum, Bequest of Maurice Sendak, 2013.104:124.

There is a sense that his opera work renewed and saved him — artistically and personally — at a moment he needed saving, when he felt his creative juices had run dry. His world widened, from the isolation of creating books to the vibrant collaborative spirit of a company.
“When I was working in this situation,” he later said of his time in the theater, “I became the person I want to be.”

Maurice Sendak (1928-2012), Fantasy Sketch (Mozart, Der Schauspieldirektor), 1987, ink and watercolor on paper. © The Maurice Sendak Foundation. Collection of The Maurice Sendak Foundation.

“All composers have different colors, as all artists do, and I pick up the right color from either Haydn or Mozart or Wagner while I’m working. And very often I will switch recordings endlessly until I get the right color or the right note or the right sound.”

Mortality, too, is a presence in Sendak’s work, and one which cast inescapable shadow over him from a young age. On the very day of his Bar Mitzvah, in 1941, he found out that the entire father’s side of his family had been killed overseas in concentration camps. That trauma stuck with him and shines new light on his celebrated book, Into the Night Kitchen (1970), a tale in which the protagonist’s goal is to escape from an oven.

On his own, he took Czech composer Hans Krása’s children’s Holocaust opera Brundibár and remade it for a new age. Sendak’s designs combined with playwright Tony Kushner’s new English version brought a new children’s opera into the repertoire. Brundibár had been written in 1938 for the children at an orphanage in Prague. When the entire orphanage was sent to the Theresienstadt concentration camp, work continued on the opera and it was produced some 55 times at the camp.

A chorus from the original Brundibár can be seen in this documentary starting at 04:41, which had been filmed as part of a German government propaganda film showing the fictitious prosperity of the residents of Theresienstadt.

Sendak was also a sickly child, near-terminally so. In Where the Wild Things Are, which he conceived of while sitting shiva, it’s speculated that the white pajamas the protagonist Max wears reference an all-white outfit that Sendak’s grandmother once dressed him in as a young boy—she hoped that the Angel of Death would spare his life if he already looked like an angel. Max’s pajamas in turn went on to heavily inspire Sendak’s costumes in Cunning Little Vixen (1981), an opera he did with Corsaro, the plot of which takes place in a world of gaiety, with anthropomorphic foxes and badgers, all while leaning heavily into the rhythms of life and death. In a study on view at the Morgan, the vixen expounds a speech with her finger pointed up and her hand on her hip, recalling Max’s posture with uncanny likeness. (Wallace Ludel Artsy net)

Maurice Sendak (1928-2012), Costume study for Fox Golden-Stripe (The Cunning Little Vixen), 1981, watercolor and graphite pencil on paper. © The Maurice Sendak Foundation. The Morgan Library & Museum, Bequest of Maurice Sendak, 2013.105:77.

His parents were immigrants from Poland and his father’s entire family was murdered in the Holocaust; his mother was racked with guilt and trauma. For all his ambivalence, Sendak said that the round white moon that illuminates almost all his books represented his mother’s face and her love. It’s well known that her relatives, Sendak’s elderly aunts and uncles, were inadvertent models for the Wild Things. Refugees from the old country, they spoke broken English; with their bulbous noses and crooked teeth, they exemplified the hideousness that children see in adults. The relatives would come for Sunday supper and while they waited for the meal to be cooked, they pinched the children’s cheeks and said what people said in those days: “We could eat you up, we love you so.” In the libretto for the opera, the Wild Things are given proper names: Moishe, Bernard, Aaron, Zippy and Emile. They fly, swim and breath fire, sputtering in a variant of what seems like broken English with a little Yiddish tossed in. “Kkka!” they say and, not to miss the point that this is a Jewish geschrei, the phrase “Vilde-chai ah mi-mah-mee-ooh!” weaves in and out as a refrain.(Frances Brent, Moment Magazine)

Maurice Sendak (1928-2012), Storyboard (The Love for Three Oranges), 1981-1982, watercolor, ink, and graphite pencil on board. © The Maurice Sendak Foundation. The Morgan Library & Museum, Bequest of Maurice Sendak, 2013.106:169.

https://www.themorgan.org/exhibitions/sendak

The naughty scribbles of a precocious boy: Aubrey Beardsley (1872-1898)

la ballerina

1. Een tijdsbeeld

Wil je zijn werk begrijpen dan moet je terug naar het Verenigd Koninkrijk in de 1890-jaren. Hij heeft ze in zijn bijna zesentwintigjarig bestaan niet eens helemaal uitgedaan, maar zijn toonaard, onderwerpen en vormgeving die Aubrey Beardsley tot de kunstenaar maakten zoals hij nu nog steeds uit zijn werk naar voren komt, zijn duidelijk in het doen en laten van dat tijdperk terug te vinden.

Nooit was de macht van het imperium zo groot. Maar de vragen naar het onderhouden van die sterkte brachten twijfelachtige antwoorden mee.
Darwin’s ‘survival of the fittest’ maakte angsten wakker waarop door wetenschappers als Francis Galton, Darwins neef, driftig op zoek werd gegaan naar de genetische stock van de natie, een project door hem gemunt als ‘eugenics’.

Mirror_of_love

Een andere ‘denker’ uit die decade, de Oostenrijker Max Nordau: de oorzaken van de Britse morele degeneratie moet je zoeken bij kunst en cultuur beoefenaars inzonderheid de estheten en de decadenten met Oscar Wilde als ‘chief corrupting influence’, en om nog te zwijgen van Aubrey Beardsley, de grootste decadent van het tijdperk. ‘Degeneration’ heet zijn succesboek. Zeven drukken in enkele maanden.

Vanuit deze praktijken is Oscar Wilde’s ‘portret van Dorian Gray’ (1890) beter te begrijpen waar het kunstwerk veroudert terwijl de kunstenaar eeuwig jong blijft. Een zelfportret?

aubrey-beardsley-lysistrata-illustration-aubrey-beardsley

Voor ‘eugenetics’ was een van de methodes om een ‘degenerate’ working class te bemeesteren ‘isolatie’, niet in een gevangenis maar in een asiel. Sommigen verloren hun vrijheid door ‘hereditary influence’, andere door de zogenoemde ‘sexual transgression’.
De ‘ondeugd’ van masturbatie werd gezien als het ondermijnen van de vitaliteit van de natie. En het idee van ‘sexual transgressie’ drong in het Victoriaanse bewustzijn nooit meer door dan toen in 1895 Oscar Wilde schuldig werd bevonden ‘of gross indecency’ en tot twee jaar dwangarbeid werd veroordeeld.

under the hill

2. Leven en werk

Zijn vader erfde een flinke som van zijn grootvader, maar beheerde zijn inkomen slecht.
Zijn moeder, pianiste en schilder van silhouettes, kwam uit een gegoede familie en ervaarde haar huwelijk als een mesalliance, een huwelijk beneden haar stand.
In 1872 werd hij geboren, zijn zusje Mabel ieen jaartje vroeger.
Uitgebreide gegevens zijn op het net rijkelijk aanwezig.
Een mooie samenvatting van zijn jonge jaren:

Little Aubrey’s talents showed quickly and equally quickly were they put to use to make the living for his family. Together with his sister Mabel, he performed piano concerts. At school he enjoyed literature and drawing: he drew caricatures of his teachers, aged 14 he published in school magazine his first poem (called The Valiant) as well as a series of sketches titled The Jubilee Cricket Analysis. However, he often didn’t attend school as he suffered from tuberculosis from the age of 7 and needed to stay in bed to rest, as depicted in this self-portrait, accompanied by a note in French “By the gods not all monsters are in Africa.” (Very dark humour, don’t you think? A thing typical of Aubrey, as you will see.)
(Magda Michalska Daily Art magazine)

1727f1ff2f0b10e8fbd86be0adbab89a

Financiële problemen dwingen het gezin de kinderen bij een grootoom onder te brengen. Ze maken lange wandelingen en ontdekken er een kerk met prachtige Pre-Raphaelitische glasramen (Dante Gabriël Rosetti)
Ook bellen ze aan bij de bekende Edward Burne-Jones die in Fulham zijn studio heeft.
“His kindness was wonderful as we were perfect strangers, he not even knowing our names.”
Hij bekijkt het werk van de jonge kunstenaar:
“There is no doubt about your gift, one day you will most assuredly paint very great and beautiful pictures…All [these drawings] are full of thought, poetry and imagination. Nature has given you every gift which is necessary to become a great artist. I seldom or never advise anyone to take up art as a profession, but in your case I can do nothing else.”
Burne Jones wordt zijn mentor en introduceert hem bij renaissance-kunstenaars als Sandro Botticelli en Andrea Mantegna.
En er komen de opdrachten. Te beginnen met Le morte d’Arthur.

la mort

Overall, it is calculated that Aubrey drew about 362 designs for Le Morte d’Arthur, some of them now considered among his best work. When Aubrey first began working on the illustrations, he tended to create figures reminiscent of Burne-Jones’s artwork, however as time went on, his interest in Japanese woodblock prints began to show through. This combination of influences created an interesting amalgamation of Medievalism and Japonisme, as can be seen in How Sir Tristram drank of the Love Drink (1893). (Corryn Kosik 2018)

how-sir-tristram-drank-of-the-love-drink

He realized that the nascent poster genre offered a new potential outlet for artists and inspired by the modern developments of theatre, he wrote an essay The Art of the Hoarding (1894) that the advertisements should be beautiful since they seem unavoidable in modern life: “London… resplendent with advertisements, and, against a leaden sky, sky-signs will trace their formal arabesque. Beauty has laid siege to the city, and telegraph wires shall no longer be the sole joy of our aesthetic perceptions.”
(Magda Michalska Daily art Magazine)

salome_beardsley11

The “Beardsley Boom” of April 1893 began when Aubrey was featured in the keynote article of The Studio, an art publication in London, titled “A New Illustrator: Aubrey Beardsley.” Within this article was also a drawing from “The Climax” of Oscar Wilde’s Salomé entitled J’ai baisé ta bouche, Iokanaan. When planning their English translation of the play from its original French, Wilde and his publisher, John Lane, already thought of Aubrey for the job because “he had grasped the essential nature of what was required.” (ibidem)

aubrey-beardsley-salome

En ‘The yellow Book, een viermaandelijks art-magazine (1894)
Beardsley became the art editor of the quarterly and managed to persuade William Rothenstein, Charles Conder, John Singer Sargent, Philip Wilson Steer, Frederic Leighton and Walter Sickert to contribute material for the journal. Harland also commissioned H. G. Wells, William Butler Yeats, Arnold Bennett, Max Beerbohm, George Gissing, Henry James, Edmund Gosse and Arthur Symons for the new venture. (John Simkin)

When The Yellow Book was first published, in April 1894, the Times referred to the ‘repulsiveness and insolence’ of the first cover and went on to describe it as ‘a combination of English rowdyism and French lubricity’ (quoted in Slessor, p.53).

Bij Wilde’s proces echter wordt de beschuldigde vaak ‘in het bezit van een geel boek’ vernoemd dat verkeerdelijk als een nummer van The Yellow Book wordt aanzien. Door de publieke ophef moet Beardsley zijn geliefde ‘Yellow Book’ verlaten.

assorted-yellow-B20129-18
Alan Crawford has pointed out: “By the spring of 1892 he had begun to draw in the linear style which would make him famous, though nothing was published at this stage. He would sketch a design in pencil and then work over it in black ink, producing images of the strongest contrast: black, white, and no greys. He seems to have grasped the potential of the new process blocks, which were replacing wood-engravings at this time as a medium for reproducing images alongside letterpress. Process blocks were made, not of wood, but of metal, on to which the image was transferred photographically. Being stronger than woodblocks, they could sustain finer lines without breaking down in the printing press. The thin, isolated black lines which sweep so voluptuously across the white in some of Beardsley’s most famous drawings are a tribute to the process block, which no other illustrator of the 1890s exploited quite so tellingly.” (Simkin)

von einen novizen

That, classically, is the purport of lyrical art. Aubrey Beardsley was above all a lyrical artist — but one who was pounded and buckled into an ironist by the pressure of knowing, which he did virtually from the outset, that for him death would be not later but sooner. (Brigid Brophy)

Beardsley is lyrical by virtue of his gift of line, which resembles the gift of melodic invention. Sheerly, Beardsley’s lines, like great tunes, go up and down in beautiful places… A Beardsley sequence is like a sonnet sequence. Yet it is never the literary content of an image that concerns him. His portraits, including those of himself, are less portraits than icons. He is drawing not persons but personages; he is dramatizing not the relationships between personalities but the pure, geometric essence of relationship. He is out to capture sheer tension: tension contained within, and summed up by, his always ambivalent images. (Simkin)

salome_beardsley12

Instead, Beardsley approached his art as an act of complementary interpretation rather than literal visual translation — his drawings are in intimate dialogue with Wilde’s text, often talking back with their own subversive symbolism. Wilde himself likened Beardsley’s drawings to “the naughty scribbles a precocious boy makes on the margins of his copybook,” which he meant as admiring praise rather than belittlement. (idem)

It is the characteristic of precocious children that, in childhood, they are astonishing because they resemble adults. In adulthood, they are often — like Mozart and Beardsley — astonishing because they resemble children. (idem)

Wilde’s biographer, Richard Ellmann has argued: “The young man (Beardsley) was strange, cruel, disobedient. He was making his way from a Japanese style towards and eighteenth English one. Wilde had expected a Byzantine style like Gustave Moreau’s. Instead Beardsley combined jocular impressions of Wilde’s face, as in the moon or in the face of Herod, with sinister, sensual overtones.” Wilde described the drawings as “quite wonderful”. However, he could not resist making a joke about his influences: “Aubrey is almost too Parisian, he cannot forget that he has been to Dieppe – once.”

Aubrey_Beardsley_-_The_Eyes_of_Herod

“People hate to see their darting vices depicted but vice is terrible and it should be depicted.”
All humanity inspires me. Every passer-by is my unconscious sitter; and as strange as it may seem, I really draw folk as I see them. Surely it is not my fault that they fall into certain lines and angles.

I see everything in a grotesque way. When I go to the theatre, for example, things shape themselves before my eyes just as a I draw them — the people on the stage, the footlights, the queer faces and garb of the audience in the boxes and stalls. They all seem weird and strange to me. Things have always impressed me in this way.
(From an interview given in 1894, as quoted in Aubrey Beardsley : A Biography (1999) by Matthew Sturgis, p. 220)

922-Black-Coffee-768x747

In December 1896, Beardsley suffered a violent hemorrhage while walking with his mother at Boscombe. Afterwards, he moved to the nearby town of Bournemouth to dwell in the mild climate. On March 31, 1897 Beardsley chose to be received by the Catholic Church before his death, and as repentance for what he felt were his sins, he wrote to Leonard Smithers imploring him to destroy all copies of Lysistrata in addition to any other obscene drawings. Smithers ignored Beardsley’s request.

2013ga5124_cropped

During the last year of his life, Aubrey Beardsley moved to the French Riviera where he died on March 16, 1898.

“There were great possibilities in the cavern of his soul, and there is something macabre and tragic in the fact that one who added another terror to life should have died at the age of a flower.” (Oscar Wilde)

Aubrey_Beardsley_by_Frederick_Hollyer,_1893

https://www.theartstory.org/artist/beardsley-aubrey/

https://archive.org/details/underhillotheres00bearrich

Tate Britain: 4 March-25 May 2020: The largest exhibition of his drawings for 50 years.

Aubrey Beardsley shocked and delighted late-Victorian London with his sinuous black and white drawings. He explored the erotic and the elegant, the humorous and grotesque, winning admirers around the world with his distinctive style.

Spanning seven years, this exhibition will cover Beardsley’s intense and prolific career as a draughtsman and illustrator, cut short by his untimely death from tuberculosis, aged 25. Beardsley’s charismatic, enigmatic persona played a part in the phenomenon that he and his art generated, so much so that Max Beerbohm dubbed the 1890s the ‘Beardsley Period’.

This will be the first exhibition dedicated to Beardsley at Tate since 1923, and the largest display of his original drawings in Europe since the seminal 1966 exhibition at the V&A, which triggered a Beardsley revival.

The over 200 works include his celebrated illustrations for Le Morte d’Arthur, Lysistrata and Oscar Wilde’s Salomé. It will also show artworks that were key inspirations for Beardsley, including Japanese scrolls and watercolours by Edward Burne-Jones and Gustave Moreau.

https://www.tate.org.uk/whats-on/tate-britain/exhibition/aubrey-beardsley

Beardsley-New-Star_1943_FINAL

Net voor een zomerregen (2)

P3020140

Bedenkend:
Langs het verlaten wandelpad kwam ik in de bijna uitgebloeide rozentuin terecht.
Ontstond Venus uit het schuim van de zee, het schuim veranderde op aarde in de eerste rozen.
Of wil je geloven dat zij ontstond uit de ster van Venus, de avondster (Stella Veneris)?
Rood geworden omdat Eros, zoon van Afrodite, tijdens zijn dans wijn morste op de bloem.
In Zwitserland wordt de dodenakker van de kinderen het rozentuintje genoemd.

P3020136

Eenvoudige aanzet tot een liedje:

Je kunt de rozen bezingen, maar zij zijn het lied.
Zie je: hoe moet de stamelaar een liedje zingen
terwijl het voor zijn ogen klankloos de ogen en het hart vult?
Gertrude Stein wist het al: ‘Rose is a rose is a rose.’

Ook de camera wist het.
Net voor de zomerregen langskwam.
Zag scherper dan de loslopende de vogel-veer
die een wandelaar bij het rozenboompje had gestoken.

Om haar vleugels te geven voor haar rozenziel?
Om met de vogels over de winter te vliegen
en in de kille dagen achter onze ogen open te bloeien?

Gevleugelde roos.
Leg een vogel-veer bij wie je lief is geweest.

P3020135

Toen, alsof een kostbaar moment kort moet blijven,
zong de zomerregen een korte maar voelbare aria:

Johann Sebastiaan B. op zijn manier, voor de Pinksterzondag. Hij laat het water golven!
Door de lieve lezer(es) in drogere omstandigheden te beluisteren, ter ere van God of de Schoonheid ad libitum.
(BWV 165: Aria. O heil’ges Geist- und Wasserbad)

O heilges Geist- und Wasserbad,
das Gottes Reich uns einverleibet
und uns ins Buch des Lebens schreibet!
O Flut, die alle Missetat
durch ihre Wunderkraft ertränket
und uns das neue Leben schenket!
O heilges Geist- und Wasserbad!

O heilig bad van geest en water
dat ons inlijft bij Gods rijk
en ons in het boek des levens schrijft!
O vloed die met wonderkracht
alle het verkeerde verdrinkt
en ons het nieuwe leven schenkt!
O heilig bad van geest en water!

P3020134

Nawoordje:

En zo kwam de duivenveer weer bij de (Heilige) Geest terecht.
Wees lief voor de duiven: zij hebben veel gezien.
Hoog vliegend zien zij ons gedoe en gejakker
in een juist perspectief, wetend dat de Geest waait waar hij wil.
Geef de rozen hun vleugelslag om in onze bange zielen thuis te komen.

P3020133

(eigen foto’s gmt)

Net voor een zomerregen (1)

P3020123

Net voor een zomerregen.
Langskomen, zoals een mooie uitdrukking zegt:
ik kom wel even langs, een bekende vorm van afstandelijke vertrouwelijkheid.
Wandelen tussen de broeders en zusters van het dahlia-wezen.

P3020118 close

Je denkt: het is de veelvuldigheid in een niet verbeterbare ordening.
Dat is een goed begin.
Maar er is meer.
De nauwelijks aangezette paarse tinten op het bijna doorzichtig wit.
Of het glazige geel.
Ook het nog verborgen zijn in de zwellende knoppen.
Hoe je zoveel schoonheid opbouwt en samenvouwt
tot het licht haar verlossend zichtbaar maakt,
en loslopende wezens de pas inhouden, stilstaan en kijken.
Net voor een zomerregen langsgekomen.

O, zeggen hun ogen.
O, voor het oude hart.
O, voor de korstondigheid.
(De Forficula auricularia -oorwormen- zeggen niets maar verschuilen zich in hun talrijke compartimentjes)

P3020118

(eigen foto’s gmt)

 

DE PET, een kortverhaal

figure_with_black_cap_1

Misschien was het om zijn beginnende kaalhoofdigheid te verbergen, al probeerde hij zichzelf te overtuigen dat een pet het onderscheid maakte tussen het gedwongen hoofddeksel van de ordehandhaver en de klassieke uitstraling van een borsalino.
‘Een snapback, een fitted cap of liever een strapback of denkt meneer eerder aan een Gavroche cap?’
‘Euh…’ antwoordde de man.
‘Kijk deze Flat Cap, een platte pet dus, zou u uitstekend staan. We hebben ze in verschillende uitvoeringen. Tijdloos zeg maar.’
‘Wel…’ antwoordde de man.
‘Een gavroche, deze hier is een echte Stetson Hatteras pet. Of verkiest meneer een Net Cap? Een lekker luchtige pet, ideaal voor zomers weer.’
‘Een schipperspet, heeft u dat?’
‘Dan moet u bij de fishermen collectie zijn. Kijk deze ‘hoed voor de zee’.
‘Tja, maar hij is wel erg gedecoreerd. Die lintjes en metalen knopen met een ankertje.’
‘Zeggen we dat deze fijne pet een samenvatting maakt van het begrip ‘schipper’, begrijpt u?’
‘Maar ik wil een pet zonder tralala en…’
‘Dan vrees ik u niet te kunnen helpen.’
‘Die pet helemaal achteraan. Ja, die zwarte.’
‘Dat is een pet die een klant hier heeft achtergelaten na aankoop van een nieuw exemplaar. Maar als ze u past is ze de uwe. Asjeblief. Daar is de spiegel.’
‘Helemaal wat ik zocht!’
‘Dan zijn wij beiden gelukkig. Netjes opgeruimde winkel en een tevreden bezoeker. Dag meneer.’

fisherman-pet-€1295-Zwart-Stoffen-Accessoires-Webshop-Webwinkel-Label-L-Soesterberg-

Nog maar net staat hij op straat of hij hoort een duidelijk stemmetje in zijn hoofd:
‘Wat een dwaze kop,’ zegt het stemmtje terwijl er iemand bijna tegen hem oploopt.
Hij schrikt, rukt de pet van zijn hoofd, zoekt naar een mini-luidsprekertje of een ander apparaatje maar vindt niets. Terwijl hij de pet weer op zet, ziet hij een dame de straat oversteken:
‘Hij doet me toch een beetje aan Josje denken die knul met die pet op zijn kop.’
Toen begreep de man dat hij de gedachten van mensen in zijn nabijheid kon horen en dat de pet daar de oorzaak van was.
Het stemmetje in zijn hoofd klonk uit verschillende richtingen. Meestal kwam het vanuit die kant waar iemand blijkbaar een gedachte formuleerde over hem. Hij zocht niet naar de oorzaken van dit vreemd verschijnsel. Hij had geleerd de dingen te aanvaarden en er zijn voordeel uit te trekken.
Hij was best blij met de pet.
‘Nu kom ik het te weten,’ dacht hij. ‘Hoe ik echt overkom bij anderen.’

hoedzo5

‘Ik wil mijn nieuwe pet wel even ophouden,’ zei de man toen hij thuiskwam. Zijn vrouw bekeek hem aandachtig.
‘Je lijkt er twintig jaar jonger mee! Je doet me denken aan de dagen toen we nog niet getrouwd waren en ongeduldig om…Je weet wel.’
Maar tegelijkertijd hoorde hij het stemmetje: “Beetje zielig toch zo’n man op leeftijd met een pet.’
‘Vind je dat echt?’ vroeg hij haar.
‘Echt waar’, antwoordde zij. ‘ Twintig jaar jonger.’
Maar het stemmetje in zijn hoofd vertaalde:
‘’Nog enkele lieve woorden en hij smelt. Kan ik eindelijk over die diamanten-broche beginnen.’
‘Ik twijfel toch over die pet,’ zei de man. ‘Op mijn leeftijd…’
‘Je doet me denken aan een acteur uit een Franse film.’
Ze streek hem langs zijn wang.
‘Nu begin ik over die broche,’ hoorde hij het stemmetje. En hijzelf, onmiddellijk zonder nadenken:
‘Jaja en nu kom je met die diamanten broche te voorschijn, niet?’
Haar hand bleef even op zijn wang hangen alsof ze twijfelde tussen knijpen en liefkozen.
Ze stotterde.
‘Hoe kom je erbij,’ zei ze tenslotte. Vuurrood hoofd.
‘Mensenkennis.’ antwoordde de man. Het stemmetje in zijn pet zweeg in alle talen.

NTIII_NOST_959521

‘Had ik die pet niet gekocht’, dacht de man, ‘dan had ik haar geloofd. Nu ik weet wat haar echte bedoelingen waren voel ik me niet gelukkig.’
Hij stapte op de lijnbus.
Het stemmetje bleef een hele tijd stil tot er plotseling iemand links van hem begon te denken:
‘Had ik zo’n hoofd, zei het stemmetje, ‘dan kocht ik liever een bolhoed.’
De man keek achteloos naar de kant vanwaar de gedachte kwam.
Even kruisten zijn ogen die van een jonge vrouw. Net uit haar jonge-meisjeskleren gegroeid, op weg naar de boodschappen. Tot zijn ergernis herhaalde ze de gedachte:
‘Het moest toch een bolhoed zijn,’ zei het stemmetje.
De man boog zich naar de vrouw en zei abrupt:
‘Een bolhoed vind ik zelf niet zo leuk. Nogal opzichtig, niet?’
De mond van de vrouw viel langzaam open. Automatisch duwde ze op het stopbelletje, en bij de volgende halte vluchtte ze uit de bus en bleef die nog lang nakijken.
De man zelf begon te beseffen dat hij al meer dan twintig jaar een hoofd meedroeg dat vele mensen te denken gaf.

WE_ART_ANDREA_VENTURA_9

‘Kijk, zei hij tijdens de pauze op het kantoor, ‘dit is mijn nieuwe pet.’
Hij drukte ze vast op zijn hoofd en luisterde.
‘Ze staat u keurig, meneer,’ zei de jongste bediende. En terwijl hoorde hij het stemmtje luid lachen.
‘Ik moet hier dringend weg,’ zei het stemmetje, ‘ik moet hier dringend weg of ik proest het uit.’
Een secretaresse had het over de pettenmode.
‘Maar ze staat wel stoer,’ zei ze.
Het stemmetje vertelde dat ze hem een kalf vond, een kalf met een pet.
‘Een kalf met een pet?’ zei de man plots luidop.
De secretaresse werd helemaal wit rond haar neus.
‘Voelt u zich niet lekker, juffrouw?’
‘Ik…ik ben in mijn moeilijke dagen,’ zei ze. Ze nam haar handtas en verdween samen met de jongste bediende.

Yury_Pen_-_Portrait_of_Marc_Chagall

‘Ik haat die pet,’ dacht de man. ‘Ik haat die pet al wil ik ze toch steeds weer opzetten.’
Hij begon te begrijpen dat hij het stemmetje meestal voor was. Nog voor het in zijn hoofd klonk, kon hij de gedachten die het zou formuleren raden.
In de drukte van de koopjesdagen liep hij door een groot-warenhuis. Het stemmetje bleef zwijgen tot er plots een meisje zijn kant uitkeek.
‘Dat is een leuke pet,’ begon het stemmetje.
De man zuchtte opgelucht. ‘Eindelijk,’ dacht hij.
‘Maar die vent eronder hoort er niet bij. Karel zou er wel leuk mee staan.’
‘Zal ik ze meegeven voor Karel?’ vroeg hij het meisje.
Ze bleef hem secondelang met open mond aanstaren.

Verschillende-soorten-petten-e1456759042628

Ze dronken samen hun wekelijkse trappist.
Hij had zijn pet aan de kapstok gehangen. Een goede vriend mag denken wat hij wil, dat is het mooie van een goede vriend-zijn.
En of hij als pas gekozen burgemeester al een beetje zicht op de zaak had, vroeg hij Jan.
‘Het is niet makkelijk om te weten wat de mensen echt denken. Giswerk.’
‘Vertel me wat! Maar ik denk dat ik je kan helpen. Momentje.’

129293724477340404_ec686079-ced2-4b00-ad31-bf9b4356505d_181874_570

Je zou kunnen denken dat een politicus met een dergelijke wonderpet een blitz-carrière zou maken. Veelvuldig gebruik echter stippelde een andere weg voor hem uit.
Jan is nu abt van een kleine abdij die naast stilte en gebed veel aandacht voor de mensen van alledag heeft. De pet mag niemand nog opzetten. Hij gaat er zondags mee rond in de hoogmis om geld op te halen voor zijn vele goede werken.

De man uit mijn verhaal keerde zonder pet naar huis maar liep toch nog even langs de juwelier.
‘Doe er een mooi kaartje bij. ‘Van een zielige man die jou inderdaad al lang deze mooie broche had moeten schenken.’

Hopper-Self-Portrait-Cropped-5b02fa7230371300372aa17f

To trust our intuition: DEB ACHAK

onder w

Deb Achak NY 1968, fotografe en filmmaakster, heeft iets met water. Maar ook met andere elementen: haar kinderen bijvoorbeeld, haar man, de dagelijkse dingen.
Is ‘beweging’ misschien een beter begrip?
Daarom maakt ze ook film. Vaak met diezelfde elementen. Ze ontwierp een serie mini-movies die net 15 seconden per stuk duren. ‘Mini-monday-movie’, ‘mini-october-movie’, enz. Iets langere filmische expressie in ‘spring memories’ of een vakantie in Tucson Arizona 2015.

Op het eerste gezicht denk je aan huis-en keukenwerk, maar de aandachtige kijker merkt dat net door de montage en het gebruik van muziek en geluiden zij een intuïtie ontwikkelde voor een bijna meditatief beeldgebruik, hoe flitsend ook.
Net door de aandacht voor de inhoud van de spreekwoordelijke seconde maakt ze de weemoed van het voorbijgaan wakker, blijft het na-beeld lang nagloeien, verbindt het zich met onze eigen kleine levens van alledag.
Wat er op een seconde kan gebeuren? Kijk maar:

Raised in New Hampshire, Deb Achak holds a master’s degree in social work and is a self-trained photographer and filmmaker. She lives in Seattle, WA with her husband and sons in a grand old home that was once a bed and breakfast. Deb’s fine art photography explores natural elements of water and grasses – earth elements with clean, simple compositions meant to calm and soothe. Her children are also a growing subject of her fine art work. Her photographs have been exhibited at the Black Box Gallery, Portland, OR; Sante Fe Photographic Workshops, Sante Fe, NM; the SE Center for Photography, Greenville, SC: and Vermont Center for Photography, Brattleboro, VT.

Achak_OmbreWave_2017_DigitalArchivalPrint_20x30_30x45_40x60-1040x694

Through her photography Deb Achak explores her fascination with water and the ways in which we connect with it. She examines the texture, color, and poetry of the ocean, as well as the commonalities across cultures in the way we gather, find joy, relaxation, and contemplation at the beach.

Achak_TheQueue_2016_DigitalArchivalPrint_20x30_30x45_40x60-1040x693

‘My mother’s last words to my siblings and I before she died were “trust your gut instincts”. It’s struck me over the years how profound and revolutionary that one simple phrase is. It has become my mantra – my north star. When we still our mind, free it of conscious thought, intuition can be heard and felt, and becomes the perfect guide.

1487285199moeyxachak_deb_4_

Some years ago, I started to notice that when I am in a deep flow with my art, it becomes a meditation and I am able to hear my inner voice with complete clarity. In this series I use water, color, movement and the human form to express the meditative quality I feel when I am in synch with the flow of creating. I seek to capture that single moment where my camera, my intuition, and the natural world are perfectly aligned, and to give gratitude to my mother for bestowing such a powerful parting gift.’

https://vimeo.com/199740343 the weekend

‘I have been so delighted to discover what a meditative process making films is for me. When I am in the studio editing, I lose track of time and every possible distraction falls away. I can stay in that space for many hours at a time and I love it. It is also become a gratitude practice for me.

1487285199d_1nvachak_deb_1

There is something about making these films that clears away all the tough parts of motherhood (the bickering, the grocery shopping, the long hours!) and extracts just the beautiful bits. I fall head over heals in love with my family and my life every time I make a film. For that reason alone, I would like to make them for as long as possible.’

https://vimeo.com/135636646 spring memories

When we still our mind, free it of conscious thought, intuition can be heard and felt. This is the seat of my creativity. It has always struck me as ironic that I utilize a highly technical piece of equipment to express my intuition, but when I swim with my camera the act of shooting and the resulting images take on a meditative quality. The power and movement of water and the way the human form interacts with it are themes that repeat themselves again and again in my work. I seek to capture that single moment where my intuition, my camera, and the natural world are perfectly aligned. I hope the viewer will experience a sense of joy and awe at the resulting images.’

1487285199zr-s1achak_deb_5

http://www.debachakphotography.com/

Achak_Carlie_2017_DigitalArchivalPrint_20x30_30x45_40x60-1040x693

DOODJE

 

IMG_8771

Blij zijn met een dode mus: met iets van generlei waarde dus, volgens mijn dikke Van Dale? Alle verhoudingen daarvan zijn sowieso zoek, sinds ik dit stervend mussenjonkie in mijn hand heb gehad. Met een bijtwonde onder de rechtervleugel en een gebroken pootje, helemaal uit de haak.

Terwijl, ondertussen, inmiddels, niettemin: zo mooi die oogjes, alsof met piepkleine kraaltjes rommedom. Die veertjes, zo zorgvuldig gerangschikt tot vleugeltjes. Dat bekje alsof van ivoor, gevat in een gele rubberen rand. Die flinterdunne pootjes, met teentjes & nageltjes zo doorzichtig, alsof het schilfertjes van melkglas zijn. Zo donzig dat kopje, zo hulpeloos dat piepje.

9052106576_E7

Versus die dikke volgestouwde katten, met hun vaak ronduit lachwekkende trilbekken, als ze zo’n vogeltje over zien vliegen maar er niet bij kunnen. Kwijlend van de goesting, alsof ze dat vliegwondertje al tussen hun tanden voelen zitten. Alsof ze de fladderende vleugeltjes al tegen hun bek horen slaan. Katten killen honderde miljoenen vogels? Even geen genade dus, ik jaag ze voorlopig allemaal de boom in. Had ik mijn Apeschrik nog maar met z’n pijnlijke schubben. Want wat een ongelijke strijd, zeker als het om nestvliedertjes gaat. En je zult maar net Max Porter willen gaan lezen: ‘Verdriet is het ding met veren’. Maar dàt blijkt bij nader toezien een reusachtige kraai te zijn.

sparrowfledgling2012 (1)

Achtergelaten op de mat voor de keukendeur. De rosse kat van de buren? Of die reusachtige ruigmans, waarvan wij onlangs even gedacht hebben dat daar een leeuwenwelp bij de vijver zat? Een kattecadeautje, zoals wordt beweerd, een lesje vogeljacht: voilà, zo moet je dat doen, mens? Laat me niet lachen, de volgende dagen krijgen ze allemaal de volle laag van mijn waterkanon. Ik laat mij niet meer bedriegen.

original

Beter een mus in de hand dan een kraai op het dak? Laat die kraai daar maar zitten, want die mus in de hand is meestal een doodje, of legt even later alsnog het loodje. En dat moet dan met z’n vlijtige vlerkjes de hongerige grond in. Dezelfde grond, waarin uitgerekend die vetkatten straks weer hun hemeltergend gevoeg komen doen.

pen-3

Doodje ligt nog in de koelkast, in uitgesteld verval. Met z’n radeloze schoonheid waarmee ik mij gisteren geen raad wist. Vandaag laat ik het weer vrij, op figuurlijk ‘letterlijke’  wijze. Gevleugelde woorden, ze bestaan, maar ze laten zich niet beschrijven, dus hier laat het maar bij. Echter, met een punt erachter als een gat in de grond, zo diep als de put van Vrouw Holle. Doch dat kan Doodje gelukkig niet meer deren.

IMG_8768

Een bijdrage uit het blog:  https://mariehuana.blog/

Al kun je verschrikkelijk boos zijn op het wollig rovertje, je kunt er ook bewonderend naar kijken en bij het afscheid een dierbare huisvriend betreuren, ‘the pain now is part of hapiness then’.
Lees het mooie requiem voor ‘Lieve kleine Kattekop’ in datzelfde blog:

LIEVE KLEINE KATTEKOP

lattekop

 

Langs Steinbeck’s stad met Jessie Chernetsky

White-Bus026

Je laten meenemen.
De eerste voorwaarde als je mooie dingen, landschappen, gebouwen, foto’s bekijkt.
Niet te veel tegenstand.
Niet te veel rationaliseren.
Mooie foto’s van een jonge Amerikaanse fotografe uit Salinas, Californië USA.
Jessie Chernetsky en één foto van fotograaf Gary Beeber waarover in een andere bijlage meer.
Salinas: East of Eden van John Steinbeck. Zijn hometown dus. Het huis waar hij zijn jeugd doorbracht, een heus gerestaureerd Queen Anne-stijl-huis, is nu een restaurant.

SteinbeckHouse

“It’s strange,” he wrote, “how I keep the tone of Salinas in my head, like a remembered symphony.” But he also wrote, “Salinas was never a pretty town. … The mountains on both sides of the valley were beautiful, but Salinas was not, and we knew it.”

En dan, de fotografe uit die stad:

Photographer Jessie Chernetsky was born and raised in Salinas, California. She received her BA in Art, with an emphasis in photography, from the University of California at Santa Cruz. In 2009, she received the William Hyde Irwin and Susan Benteen Irwin Scholarship, the university art departmentʼs most prestigious award given by faculty-nomination only for excellence in creative work. Chernetskyʼs Portraits of Salinas, her series of street scenes from her hometown, was displayed at the National Steinbeck Center in 2013. Her photography has been featured in numerous galleries inCalifornia, New York, and Illinois. She currently lives and works in Santa Cruz, California.

ttle jchernetsky

En haar statement:

For a brief time as a child I saw a grief counselor, where I was introduced to different methods of creating artwork to remember and honor my grandpa, as well as many unique ways that other people memorialize those theyʼve lost. The ways in which others make their memories into visual artifacts was particularly interesting to me. The creation of altars using a lost loved one’s favorite foods and belongings; the collection, reproduction, and manipulation of old photographs; and the public display of emotions by those left behind have all inspired my artwork.

4.-Highway-129-Watsonville-CA

The losses that Iʼve experienced have presented me with the desire to create portraits of people without having their physical body present for the image. Instead I focus on, for example, the things people display around their home and hang on their fridge; the settings in which important moments in someone’s life have occurred; and the imagery on a card that someone sends to a sick or grieving friend.

201-main-street

(201 Main street, Oldtown Salinas 2013)

De foto’s die mij ‘meevoerden’ brachten mij geheel toevallig langs Gary Beeber bij Salinas en Steinbeck. In haar statement zegt Jessy Chernetsky dat ze in plaats van portretten rond ‘their physical body’ te centreren zij eerder focust op dingen in en rond hun huis. Een keuze die ik ook heel intrigerend heb gevonden. Opschriften, etalages, nagelaten wanorde, toevallige combinaties: ze laten de kijker ruimte genoeg om via deze tekens van leven personages te leren kennen die via het alledaagse bereikbaar zijn of die aanleiding geven tot mee-voelen, ja zelfs meespelen.
Dus werden haar foto’s en eentje van Gary Beeber aanleiding tot het ontwerpen van een kleine monoloog die nog allerlei kanten uitkan.
Haar foto’s zijn meer dan toevallige incidenten, grapjes of gekke combinaties: ze drukken een ‘public display of emotions’ uit van de achterblijvenden. Maar eerst Gary Beeber, met:

Gary Beeber Call-JESUS

(Gary Beeber)

In trouble?
Wie niet, meneer Jezus? Wie niet?
U wil inderdaad bereikbaar zijn, dat siert u.
Maar u vraagt wel heel veel geloof als u het mij toestaat.
Niet dat het met een toestel zo eenvoudig is.
Maar zelfs met een mobieltje zou een nummer mooi zijn.
Ja natuurlijk:
U heeft een rechtstreekse verbinding met ieder van ons.
Ik moet gewoon bij het naar huis wandelen ‘hallo’ zeggen.
Of denken.
‘Hallo’ denken, dat hoort niemand.
Maar u hoort het.
Zou u iets in de wolken willen schrijven?
De ‘h’ van hallo.
Dat is een lus naar boven en daaronder een bankje.
Kwestie van zekerheid.
Stel dat ik iemand anders uit de hemel aan de lijn heb.

2.-Sangs-Cafe

(Chernetsky Jessie, Sang’s Café, 2012)

Misschien kan ik u iets aanbieden bij Sang’s
‘where John Steinbeck ate’
Er staat wel een bordje met ‘closed’ achter het raam,
maar voor u zullen ze graag opendoen, Jezus.
‘If you’re in trouble, or hurt or need – go to the poor people.
They’re the only ones that’ll help – the only ones.’
Uit de Grapes of Wrath, een boek van John.
Dat klinkt bekend nietwaar?

1.-No-Solicitors

Maar nu ik een beetje verder ben, bij 102,
zie ik op een deur ‘no solicitors’
naast een foto van je moeder Maria zoals ze in Fatima verscheen
en volgens de prent een boontje voor een zekere Nell zou hebben.
Die Nell wil gerust gelaten worden,
en huis-aan-huis verkopers kunnen haar niet helpen.
Of wordt ze met datzelfde vurige hart van de moeder maagd bemind?
Of ‘werd’ ze omdat ‘worden’ niet meer kan?

5.-161-Main-Street

John, ex-dominee Jim Casey, niet toevallig met dezelfde initialen
als de man met de telefoon-zonder telefoon,
had het in jouw druiven der gramschap over zoveel heiligheid:
«En ik begon te denken, alleen was het geen denken, het ging veel dieper dan denken. Ik begon te denken hoe heilig we waren toen we één waren, en hoe de mensheid heilig was toen ze een eenheid was. En ze wordt alleen maar onheilig als één rampzalige kleine mens een ander de brokken uit de mond wegpikt, ermee vandoor gaat, om zich heen slaat en ruzie zoekt. Zo iemand vernietigt de heiligheid. “ (vertaling Alice Snijder, uitg Contact)

1854965

Dat veel dieper dan denken, Jezus en Jim,
Daar beginnen de troubles als we het denken overslagen
om dadelijk in de heiligheid te belanden.
Maar laten we samen logeren in hotel Franciscan
eens we de tijd achter ons hebben gelaten:
dat beetje heiligheid heb jij John wel verdiend
na een jeugd van sla, broccoli en ajuinen.

Missen we de hemel dan is er die mooie zonnige ochtend van John:

‘Wanneer de glinsterende dauw op het onkruid ligt, bevat elk blad een juweel dat prachtig is, zo niet waardevol. Dit is niet de tijd voor gehaast of drukte. Gedachten zijn in de ochtend langzaam en diep en glanzen als goud.”
“When the glittery dew is on the mallow weeds, each leaf holds a jewel which is beautiful if not valuable. This is no time for hurry or for bustle. Thoughts are slow and deep and golden in the morning.” (Tortilla Flat)

Voor trage gedachten doen we alles.

(Met dank aan de beelden van Jessie en Gary die ons op pad hebben gezet.)

born lost

Bio

https://www.garybeeber.com/

Gary Beeber is an award-winning American photographer/filmmaker who has exhibited in galleries and museums throughout the United States and Europe. Solo exhibitions include two at Generous Miracles Gallery NYC and “Personalities” (summer, 2017) at Griffin Museum of Photography, Winchester, MA. Beeber’s work has also been included in juried exhibitions throughout the country. Among Fortune 500 companies who collect his work are Pfizer Pharmaceutical, Goldman Sachs and Chase Bank.

I’m sort of a hunter/gatherer, I find subject matter that speaks out to me. I’ll often see something as I drive around and either stop or return to take pictures. Sometimes I return several times. Although the process is digital (and fast) I put time into thinking about each image. I’ll start by making sketches (if you will) with my iPhone, then once I feel that I’m going in the right direction I’ll start using the camera. As I work I’ll scroll through the images and eliminate what’s not working.

proxy.duckduckgo.com

(Gary Beeber)

KAMER IN OOSTENDE: radio-juweeltjes

Berghe-Permeke

Ze hebben een onderzoeksmethode die ze ironisch ‘het perspectivisme’ noemen, een manier om het verleden van hun personages binnen te kunnen stappen. Je moet het horen om het te begrijpen. (Klara-vermelding)

de_slapers_1_

Klara-Kamer in Oostende 6-Constant Permeke

8’14”

de_slapers_2

Het decor is Oostende.
Het boek ‘Kamer in Oostende’ van Koen Peeters. (uitgave De Bezige Bij)
Het medium: radio. (Klara)
De hoorbare makers: Koen Peeters, auteur, Koen Broucke, historicus, schilder en pianist.
De methode:
Ze spreken af in Oostendse hotels, flaneren urenlang op de dijk, en gaan in achterafstraatjes en oude huizen op zoek naar sporen van mensen die ofwel in Oostende woonden, of er aanspoelden. Van Ensor tot Claus, van Snoek tot Proust. In de reeks ‘Kamer in Oostende’, naar het gelijknamige boek, volgen we schrijver Koen Peeters en schilder, pianist en historicus Koen Broucke langs hun eigenaardige zwerftochten.(Klara vermelding)
Elke zondag omstreeks 9.30u een aflevering tijdens ‘Espresso’ op Klara.
Duurtijd: circa 10’ Hierboven de 6de aflevering: Constant Permeke.

De eerste acht afleveringen zijn nog allemaal te beluisteren en te downladen:
https://klara.be/tijdens-de-zomer-espresso-kamer-oostende

marine kl

Terwijl de landelijke televisie (1 en Canvas) is ingedommeld of meer belang hecht aan herhaalde aankondigingen van oeroude overbekende filmen in plaats van boeiende onbekende prenten te zoeken en in te leiden, brengt radio Klara elke zondagmorgen rond 9.30u in Espresso beeldrijke radio in ‘Kamer in Oostende’
Met aangepaste en goed gemonteerde muziek, geluiden en live-stemmen brengen beide heren beeldrijke radio die je best meer dan één keer kunt beluisteren.
Ze zijn voorzichtig met het onderwerp, verliezen zich niet in eindeloze weetjes, maar brengen net die details naar boven die kenmerkend voor het onderwerp zijn.
Ze kunnen ook heel mooi zwijgen en de stilte of muziek en geluiden laten spreken. De goed gedoseerde combinatie vormt de kern van een reeks zeldzame radio-juweeltjes.
Zouden ook best nog eens in de nachtradio een plaatsje kunnen vinden.
De technische montage is helemaal wat ze moet zijn: verzorgd tot in de puntjes. Ere ook aan die medewerkers.
Ze zijn simpel te downladen zodat je ze meermaals kunt beluisteren op alle mogelijke plaatsen.

ensoroostende

Om het nog eens hier te bewijzen hun mooie eerste aflevering over James Ensor.’

‘Broucke begint weer over zijn schedels, zijn obessie. Dat Ensor als kind in de duinen groef en plots op menselijke beenderen stootte.
Broucke vermoedt in Oostende een geheim ossuarium, een onbekend ondergronds reservoir.’ (Uit Kamer in Oostende, Koen Peeters)

Klara Kamer in Oostende aflevering 1 James Ensor

10’23”

christ-s-entry-into-brussels-in-1889-1888

Met bewondering! (inclusief voor het boek!)

ROTATIE, een gedicht van Dunya Mikhail

rotation-polaire

ROTATIE

Ik voel de rotatie niet van de Aarde,
zelfs niet als ik de steden
achterwaarts zie bewegen
door het treinvenster,
een na een.

Zelfs niet als ik terugkeer
telkens weer naar dezelfde plaats
waar vogels de morgenden oppikken
met hun bekken en ze openspreiden
als nieuwe cirkels van licht.

Zelfs niet als ik slaap
en jou levend zie in mijn droom
en dan wakker wetend dat de doden
nu niet opstaan uit hun dood.

Zelfs niet als ik mezelf
hetzelfde hoor zeggen keer op keer
alsof deze woorden roeiriemen waren
snijdend door de rivier
die we de een na de ander doorkruisen
met onze onvertelde verhalen
naar diezelfde kust, in stilte.

mc-escher-day-and-night-ESCHER0618

ROTATION

I don’t feel the rotation of the Earth,
not even when I see
the cities moving backward
through the train’s window,
one by one.

Not even when I return
each time to the same place
where birds pick up the mornings
with their beaks and spread them away
as new circles of light.

Not even when I sleep
and see you alive in my dream
and then wake knowing the dead
didn’t rise yet from their death.

Not even when I find myself
saying the same thing over and over
as if those words were oars
cutting through a river
we cross in turns
with our untold stories
to that same shore, in silence.

A Poem by Dunya Mikhail
From Her Collection In ‘Her Feminine Sign’

Oppervlakte-ruwheid-Rotation

Dunya Mikhail was born in Iraq (Baghdad) in 1965 and came to the United States thirty years later. She’s renowned in the Arab world for her subversive, innovative, and satirical poetry. After graduation from the University of Baghdad, she worked as a journalist and translator for the Baghdad Observer. Facing censorship and interrogation, she left Iraq, first to Jordan and then to America (Detroit).

Welcome

In an NPR interview, Mikhail said, “I feel that poetry is not medicine- it’s an X-ray. It helps you see the wound and understand it. We all feel alienated because of this continues violence in the world. We feel alone, but we feel also together. So we resort to poetry as a possibility for survival. However, to say I survived is not so final. We wake up to find that the war survived with us.”

image-dunya1

hein gravenhorst lichtreflex

 

Prentjes, prints en collages

Natalya Goncharova The Three kings web res_0

(costume dsign for one of the three kings in ‘La Liturgie’, 1915 Natalia Goncharova)

Het gebeurde meermaals dat kranten en tijdschriften de familieronde deden voor ze bij het oud papier belandden of als goedkoop inpakpapier werden bewaard. De laatste lezer(es) kreeg wel eens ‘getransformeerde’ beelden voor ogen. Met stylo, potlood of stift verschenen de plaatselijke afgebeelden met snor, baard en zonnbril of werden neus en oren lichtlijk vergroot om van lager gelegen gebieden nog te zwijgen.
Bij verkiezingsaffiches en reclameborden waren ‘artistieke’ aanpassingen op groot formaat mogelijk al moest je voorzichtig zijn als één van de voorbijgangers partij-of familieleden bewerkt zag worden.
Ook borstbeelden en museumstukken werden niet gespaard. Guido Gezelle’s omvangrijke bronzen hoofd kon makkelijk met hoed en sjaal worden aangekleed. Hij belandde ook wel eens na een logeerpartij in bed waar de plaats van het afwezige dichterlijke lichaam met kussens onder de dekens werd aangevuld. De opgezette wolf uit het schoolmuseum verscheen dreigend in de deuropening van de lift terwijl een schaars geklede heilige man in de kerk best een t-shirt kon verdragen.
Het beeld spreekt duidelijk onze (primitieve) verbeelding aan.

ruimtevaart jacques

Anderzijds was het een gewild verzamelobject: het snoepen van chocolade kon je nog goedpraten omdat je de ‘prentjes’ verzamelde die in een fraai album geplakt werden, nodig voor je ‘kennis van de wereld’. Op allerlei producten verzamelde het gezin punten. Historia-boeken hadden een hogere oplage dan welk ander boek ook in Vlaanderen. Je kon prentjes ‘verwisselen’, er zelfs op school handel mee drijven of ze liefdevol wegschenken al was ook dat gebaar niet altijd belangeloos. Op het vakantie-speelplein waren ze heuse betaalmiddelen bij het kaarten.

f5988f69-d692-4bc0-a296-af20c163238d
Opvoedkundig echter bleven beeld- en stripboeken duidelijk minder waard dan leesboeken. Je werd er lui van, beweerden de volwassenen. In die waardering klonk nog altijd de angst voor het beeld. Het beeld immers nam geen blad voor de mond, en lager evenmin: bij de herdenkings-beeldengroep ter ere van de oorlogs-gevallenen waren het vooral de vrij naakte treurende achtergeblevenen, meestal zeer jonge vrouwen en niet de heldhaftig liggenden die de meeste aandacht kregen.

il_794xN.1411689063_o0ul

De wereld van de prentjes had het over auto’s, onze Kongo, de koninklijke familie, ja zelfs ruimtevaart en mensenrassen. De prentjes uit de tijdschriften dienden om je schoolwerk te illustreren.
En daar begon het boeiende werk: de gewone afbeeldingen hadden niet dat mystieke van de verzamelchromo’s. Was je enkele dagen (school)ziek dan kreeg je oude tijdschriften, een schaar en bijvoorbeeld een uitgediend behangersalbum (met stalen van de verschillende decoraties). Begon je te zoeken naar bepaalde onderwerpen dan ontdekte je vlug dat met stukken van de ene en onderdelen van een andere prent er een nieuwe wereld ontstond. De auto werd bedolven onder een lading snoepjes, een voetballer trapte niet de bal maar de deur open, een ruimteschip landde tussen joelende supporters. Geen enkel beeld was heilig. Voor kunstenaars een gedroomd medium om vanuit demontage nieuwe werkelijkheden samen te stellen.

ea7177683893f8cc5984133edfa70935--picasso-collage-pablo-picasso-cubism

(Pablo Picasso ‘Glass and bottle 1912)

Uit de demontage van de werkelijkheid kon je je eigen werkelijkheid creëren. Een wereld waarin er andere verhoudingen heersten, waarin je spotte met tijd en afmetingen, waar je aanvullingen kon bijtekenen of schilderen. Je ontdekte de collage. Een ontdekking die kunstenaars al lang voordien hadden gemaakt en uitgewerkt.
Het beeld met eigen onderdelen te lijf gaan.

Raoul Hausmann The Art Critic 1919-20 900px

((The art critic, 1919-20 Raoul Hausmann)

Cut and Paste, 400 Years of Collage (Scottish National Gallery of Modern art (Modern two) Until sun 27 Oct 2019 Edinburgh

Anonymous_BabyCollage 900px_0

The importance of collage as a form of protest in the 1960s and 70s will be shown in the work of feminist artists such as Carolee Schneemann, Linder and Hannah Wilke; Punk artists, such as Jamie Reid, whose original collages for the Sex Pistols’ album and posters will feature; and the famously subversive collages of Monty Python founder Terry Gilliam.

jamie-reid-08

The exhibition also features the legendary library book covers which the playwright Joe Orton and his lover Kenneth Halliwell doctored with collages, and put back on Islington Library’s shelves – a move which landed them in prison for six months. In addition, the exhibition also demonstrates how collage remains important for the practice of many artists working today. Owing to the fragility of much of the work, the exhibition will not tour: it can only be seen at the Scottish National Gallery of Modern Art in Edinburgh.

matisse clown

A huge range of approaches is on show, from sixteenth-century anatomical ‘flap prints’, to computer-based images; work by amateur, professional and unknown artists; collages by children and revolutionary cubist masterpieces by Pablo Picasso and Juan Gris; from nineteenth century do-it-yourself collage kits to collage films of the 1960s. Highlights include a three-metre-long folding collage screen, purportedly made in part by Charles Dickens; a major group of Dada and Surrealist collages, by artists such as Kurt Schwitters, Joan Miró, Hannah Höch and Max Ernst; and major postwar works by Henri Matisse, Robert Rauschenberg, and Peter Blake, including the only surviving original source photographs for Blake’s and Jann Haworth’s iconic, collaged cover for the Beatles’ album Sergeant Pepper’s Lonely Hearts Club Band.

Enkele fraai voorbeelden van collage als kunstwerk:

http://www.lisakokin.com/

http://www.lisakokin.com/book-art-collages-one.html

https://sarachristova.wordpress.com/tag/collage-art

https://www.nationalgalleries.org/exhibition/cut-and-paste-400-years-collage?

in-the-house-without-folds-the-anonymous-circuit-of-the-Other-intercalates-with-the-living-on-the-inside-960x935