
Om drie uur begon de sirene op het stadhuis luid te loeien. Dat was dus het uur. Meestal nog op school kon meester of broeder ons wijzen op dat heilig moment waarop Jezus aan het kruis was gestorven. Wij waren enkele minuten werkelijk stil.
Goede Vrijdag 1952. Ik was dat jaar in februari acht geworden. En overmorgen zou het Pasen zijn, de dertiende april. Was dat geen ongeluksgetal, die dertien? Churchill liet op de radio horen dat zij, de Engelsen, ook een atoombom hadden. En de Russen al een tijdje daarvoor hun atoomwapen, ‘Eerste Bliksem’ gedoopt. Pasen 1952 bleef de wereld stil. De gekruisigde was verrezen. Op stille zaterdag waren de klokken terug uit Rome. Mijn broertje en ik vonden kleine en enkele grote chocolade eieren in de tuin. Het was helemaal geen ongeluksdag. Half bewolkt was het en het bleef droog.

Het dagelijks gebeuren heeft -soms weinig zichtbaar- de geschiedenis in of achter de rug. De betekenis van ‘achter de rug’ lijkt op het voorbije te duiden, maar al wordt geschiedenis meestal na afloop zichtbaar, haar aanwezigheid in het heden, al dan niet verdrongen, is, vooral na afloop, zichtbaar te maken door de verhalen van getuigen, documenten en beeld- en klankmateriaal.
De verteller herinnert zich zijn eigen kleine maar ook elementen van de wezenlijke geschiedenis. Geboren in de uitlopers van de tweede wereldoorlog is hij als baby, peuter en kleuter aanwezig in de weinig ordelijke natijd van de tweede wereldoorlog. Het jaar na de beschreven paastijd zal ook de televisie een rol gaan spelen in het dagelijks leven.(1953)
Zo zal het tot 1963 duren, het begin van de Frankfürter-Auschwitz processen, de gruwelmachine van de kampen door getuigenissen zal doordringen tot in de huiskamer al was tijdens het Eichmann proces in Jerusalem 1961 al een beklemmend beeld ontstaan van het mechanisme, de banaliteit van het kwaad, om Hanna Arendt te citeren. Toch moet je die banaliteit niet als excuus beschouwen, de misdaden van Eichmann vloeiden rechtstreeks voort uit de extremistische ideeën van het nationaal-socialisme, waar hij vol overtuiging in geloofde. Arendt heeft van een extreme SS’er een gehoorzame ambtenaar gemaakt.’ (ik citeer Tom Bouwmeester in ‘Het kwaad: banaal of demonisch?’ in Filosofie Magazine 4 december 2012).

Red chalk (two shades) | 21.9 x 32.3 cm (sheet of paper) (vergroot door op onderschrift te klikken.)
Steeds gedwongen tot ‘verlaten’ is heimwee niet uit te sluiten.
Wil je leven dan komt er een moment dat je je moeder ‘letterlijk’ verlaat. Je wordt geboren. Je blijft mogelijk levenslang in haar innerlijk, maar het uitstappen hoort bij het wezenlijke. Op stap naar/met de anderen. Het verlaten of verlaten worden door geliefden, denkbeelden of het tekort aan inzichten, elementen die een mens tot mens maken. Begrijp dus de ontroering en de wanhoop bij de woorden van een liefhebbend mens op het slavenkruis: “Mijn God waarom heb je mij verlaten?”
Het is een fragment uit psalm 22:
Mijn God, mijn God
waarom hebt U mij verlaten?
U blijft ver weg en redt mij niet,
ook al schreeuw ik het uit.
In het Hebreeuws klinkt de eerste regel ongeveer als dit: ‘Eli, Eli, lama sabachtani?’
Een wondermooie uitvoering Psalm 22 Felix Mendelssohn ‘Mein Gott, warum hast du mich verlassen SWR Vokalensemble
Mendelssohn schreef het werk “Mein Gott, warum hast du mich verlassen” (opus 78 nr 3) in een turbulente fase van zijn leven. Een van de beroemdste musici van die tijd 1843-1844 maar verscheurd tussen verschillende verantwoordelijkheden.
-Conflict met Berlijn: Mendelssohn was door de Pruisische koning Friedrich Wilhelm IV aangesteld als Generalmusikdirektor voor kerkmuziek. Hoewel hij deze psalm specifiek voor het koor van de Berliner Dom schreef, was hij diep gefrustreerd door de bureaucratie en de starre houding van de geestelijkheid in Berlijn.
-In 1843 en 1844 pendelde hij voortdurend tussen Berlijn (voor zijn koninklijke verplichtingen) en Leipzig (waar hij het Gewandhausorchester leidde en het conservatorium had opgericht). Deze periode was fysiek en mentaal uitputtend voor hem.
Hoewel Mendelssohn lutheraan was gedoopt, bleef hij trots op zijn joodse afkomst. Zijn werk met de psalmen was een poging om de protestantse liturgie te vernieuwen door terug te grijpen naar de wortels van de bijbelteksten en de polyfonie van Johann Sebastian Bach.
Een mengeling van succes en tragiek, zo zou je deze periode tot aan zijn dood in 1847 kunnen noemen. Succes in 1846 met zijn oratorium ‘Elijah’ in 1846, (premiere in Birmingham Engeland) maar als het jaar daarop in 1847 zijn geliefde zus Fanny sterft zal hij niet lang daarna een beroerte krijgen en datzelfde jaar overlijden. Zijn laatste grote werk, het Strijkkwartet nr. 6 in f-mineur, schreef hij als een rauw en emotioneel eerbetoon aan zijn zus.
(samengesteld met hulp van AI Google)

De Christusdoorn
In mijn toren van vergaan ivoor
Staat een oude Christusdoorn; hij bouwt
Met zijn stekels bars een wenteltrap
Naar de hemel; daaglijks, voet voor voet,
Volg ik hem, soms met het blote oog
Bijna rakend aan zijn pantsertuig:
Zwaarden worden dan zijn stekeldoornen,
Zwaardviszwaarden, lemmeten van wilden,
Messen van nomaden, Moorse dolken;
Maar naarmate, hoger in de hemel,
Klimmend, kleiner wordend, klauterende
Ik hem volg, verschraalt geheel, verschrompelt
't Wapenarsenaal en 'k zie de bloem
Als een spijker in de top geslagen,
Als een rode spijker die hij kleurt
Met zijn bloed: o raadsel der genade.
Bertus Aafjes (1914-1993)

‘Ik ben omdat wij zijn’
Dat is een gezegde van de Zuid Afrikaanse filosoof Mogebe Ramose.(1950)
Denk je vanuit het wij dan komt het ik pas echt tot zijn recht.
Dat klinkt wonderlijk zo:
Umuntu ngmuntu ngabantu: Ik ben omdat wij zijn.
umuntu = een persoon
umuntu ngmuntu = een persoon is een persoon
ngbantu = door mensen
Luidop kun je er makkelijk een vinnig ritme van maken.
Met begeleiding allerhande. Vanuit het hart.
Zalige paasdagen gewenst.































































































