EVELYN HOFER: a timeless message

EH_col_scan_dub-girl 001

Evelyn Hofer. Ze werd 86. Dan heb je veel gezien.
Een bijna klassiek kunstenaarsleven, met vlucht uit nazi-Duitsland inbegrepen.
Van Marburg (1922) naar Mexico City (2009)

When Hofer was eleven her family fled Nazi Germany for Switzerland. She decided she wanted to be a photographer and set about it methodically. She began with an apprenticeship at the Studio Bettina, a portrait studio, and took private lessons with Hans Finsler, one of the pioneers of the “New Objectivity” movement.’

Niet alleen compositie als leerstof, maar haar opleiding omvatte alle fotografische technieken tot en met ‘art theory’ en ‘chemistry’ nodig om mooie afdrukken te kunnen maken.

004-evelyn-hofer-theredlist

‘Her career began in earnest after she arrived in New York in 1946 and began working with Alexey Brodovitch, the great art director of Harper’s Bazaar. In New York she became friends with the artist Richard Lindner, a fellow German émigré, who took her artistic education in hand and, she later said, “showed me how to look.” Another close friend was the artist and cartoonist Saul Steinberg.’

Par_Roofs_7117

Hofer’s work has influenced such photographers as Thomas Struth, Joel Sternfeld, Adam Bartos, Rineke Dijkstra, Judith Joy Ross, and Alex Soth. There have been retrospectives of her work at the Musée de l’Elysée in Lausanne (1994); the Aarggauer Kunsthaus in Switzerland (2004); and the Fotomuseum The Hague (2006). Last year (2008) her work was shown in Munich’s Villa Stuck as part of the Goetz Collection in the exhibition “Street Life and Home Stories” alongside the work of the photographers William Eggleston, August Sander, Diane Arbus, Thomas Struth, and Nan Goldin.

dublin

‘Working with a cumbersome 4 x 5 inch viewfinder camera, Hofer always photographed her subjects where she found them, but favored carefully composed scenes with a still, timeless aura. Almost in opposition to the on-the-fly work of her contemporaries Eggleston and William Klein, Hofer used extraordinary patience to slow the world down, examine its conditions, and capture the exact image that she envisioned, searching for an “inside value, some interior respect” in the people she photographed.’

NY_HarlemChurch_7109-815x1024

Late in her life, when asked for her thoughts on being called “the most famous unknown photographer in America.” she said she liked it. She understood that what mattered was the work, not personal fame.

De mengeling van ‘the spirit of time’ met ‘a timeless message’ is een mooie samenvatting van haar omvangrijk werk.
‘Her trades-people and toffs, her families and social groups are more than just intimate portraits – they epitomize the possibilities and restrictions of the human condition.’

(citaten uit bio te vinden in Danziger Gallery NY’)
http://www.danzigergallery.com/artists/evelyn-hofer

7_PewterGrapes_5171

DE ZWAAN, een kortverhaal

crane 2
Eén zwaan was mooier dan alle andere, dacht ze.
Hij was iets statiger, zwom ook trager, voornamer zou je kunnen denken.
Die ene zwaan keek haar voortdurend aan, dacht ze. Alsof hij haar iets wilde duidelijk maken. Een soort smekende tinteling in zijn ogen. Een vraag om hulp.
‘Kon ik je maar begrijpen, kon ik maar raden wat je verlangt.’
Alsof de zwaan haar gedachten las, maakte hij zich los van de brood zoekende collega’s en schoof plechtig naar de oever, tot bij Adèle’s voeten. Hij keek niet eens naar het brood. Hij richtte zijn lange hals op en keek haar met zijn linkeroog zo doordringend aan dat ze een koude rilling over haar rug voelde.
‘Dit is geen zwaan,’ dacht Adèle. Dit is een mens.’

Het theater zei haar niets, televisie was al welletjes. Maar nu reisde ze naar de hoofdstad om er een opvoering van ‘het Zwanenmeer’ bij te wonen. Volgens de critici een middelmatige vertoning, Adèle’s verdere leven zou voortaan in het teken staan van deze gebeurtenis.
‘Hij is een prins,’ dacht ze toen ze de volgende dag tijdens de middagpauze weer naar de zwanen wandelde. ‘Hij is een prins en hij heeft mij herkend.’
Ook nu kwam de grote statige zwaan dadelijk haar kant op gezwommen.
‘Geduld, liefste, ik zal je redden.,’ zei ze bijna luidop.
‘Spreekt u met de zwanen?’ vroeg een oud mevrouwtje naast haar.
‘Ik dacht aan iemand die..Enfin, de lente, begrijpt u?’
Zij begreep het volkomen.
‘Het duurt geen maand meer of er zwemmen kleine zwaantjes in de vijver, ook dat is de lente,’ probeerde het mevrouwtje een gesprek te beginnen.
De grote zwaan had zijn lange hals heel hoog gestrekt om hem dan met een zachte buiging tot bij zijn borst te plooien.’
‘Dat doen ze als ze verliefd zijn,’ zei het mevrouwtje.
‘Jaja, antwoordde Adèle, zo gaat dat.’

bodo meier

Haar vriendin kende een kaartlegster die zelfs door een bekende voetballer werd bezocht met het oog op de komende wereldkampioenschappen waarvan zij nauwkeurig de afloop had voorspeld.
‘Er wacht iemand op jou, juffrouwtje.’ zei de kaartlegster, en als ik mag verder zoeken -dat betekende een opleg van 75 euro- dan zal  ik je zelfs zijn profiel duidelijk maken.’
Dat profiel bleek op rijkdom en zelfs een vermogend mens te duiden, en jawel hoor, het kon best iemand van adel zijn.’
‘Ik denk dat het een zwaan is,’ zei Adèle door de voorspellingen aangemoedigd.
‘Ik ken iemand die op een vlinder verliefd was, juffrouw. Dat komt voor.’
‘Ja, maar…ik denk dat die zwaan onder invloed van een of andere boze macht een zwaan geworden is en voordien wellicht een…mens was.’
‘Bedoelt u..?’
‘Ja, dat bedoel ik: die zwaan is geen zwaan.’
De kaartlegster zuchtte.
‘Ik ken een wijze man die zich verdiept heeft in de leer der veranderingen, de metamorfosen. Men zegt zelfs dat hij zijn vrouw in een eekhoorntje heeft veranderd, maar dat zijn waarschijnlijk prietpraatjes. Zal ik hem voor u opbellen, we werken wel eens meer samen in dergelijke gevallen?’

‘Een zwaan is van nature uit een dier voorbestemd om een menselijke ziel te herbergen,’ zei de man toen ze hem haar voorgevoel had verteld.
Hij keek haar daarbij met uitpuilende ogen aan alsof hij elk ogenblik in een kikker kon transformeren.
Hij nam een stoffig boek uit een net zo stoffig rek.
‘’Wie ontdekt plotseling het contact dat het dierlijke overstijgt? Hij of zij die voorbestemd is om de betovering te verbreken.’ Wat zegt u daarvan?’
‘Dat is heel mooi,’ zei Adèle, ‘maar hoe moet ik het doen?’
‘Het is een kwestie van verlangen. De natuur leeft van verlangens. Verlang zo hevig dat uiteindelijk de vorm die wij waarnemen verandert in de vorm die wij verlangen. Verschijningsvormen doen zich voor zoals wij ze verlangen waar te nemen, dat is quantum-fysica, mevrouw. Kijk naar mij. U ziet een man. Maar kijk eens goed.’
Adèle dacht aan het eekhoorntje waarover de kaartlegster had gesproken. Plotseling zag ze een reusachtige eekhoorn voor haar opdoemen. Ze gilde. Toen ze weer bijkwam, zag ze opnieuw de man met de kikker-ogen.
‘Was u echt een…?’
‘Wat is ‘echt’, mevrouw. Wat is ‘echt’?’

Felix-Hilaire_Buhot

Na zestien dagen intens concentreren voelde ze dat het die avond zou gebeuren. Ze liet de laatste bus vertrekken, en eens het helemaal donker was, haastte ze zich naar de vijver. De volle maan zorgde voor een aangepaste sfeer.
Inderdaad. De grote zwaan wachtte haar op. Ze dreef naar de oever en kwam op het droge.
‘Ik verlang naar jou,’ dacht Adèle. Al wat ze ooit aan haar verlangens had gekoesterd, concentreerde zij in de witte gestalte die haar kant opwaggelde.
En zie, de pluimen vielen van hem af. Uit het zwanenlijf verscheen een jonge man, nog enkele donzige pluimpjes achter zijn oren maar voor de rest helemaal een man.
Op het moment dat Adèle haar mond wilde openen om ‘oooo!’ te stamelen, om ‘kom’ te roepen, voelde ze dat ze niet meer kon spreken. Haar lippen bleven op elkaar geperst. Hard waren ze en vooruitgeschoven. Haar armen die ze wilde openen om hem rond de prachtige hals te vliegen kon ze niet eens meer optillen. Ze waren zwaar en… Ze voelde dat de wereld wegzonk. Haar benen krompen onder haar lijf, en twee harde poten met zwemvliezen kwamen in de plaats.
Haar hals rekte zich tot ver boven haar lijf, en terwijl de jonge man wenend toekeek en teleurgesteld zijn armen liet zakken, verdween zij in het water.
‘Wacht!’ riep de man. ‘Wacht!’
Maar de zwaan hoorde hem niet.

jan-asselijn

maar wat was het mooi, dat duivels spel!

images1.persgroep.net

Een ferm uitgegroeide jongensgroep
met talent en techniek gezegend,
uit alle hoeken van de wereld
onder vaderlijke vleugels
moed en inzicht bijgebracht,
speelt weer sport, toont voetbal
met de joligheid van jeugd,
verzoent het noeste met het nederige,
verzet de bakens van vedettenspel
naar vertoon van vrienden
en moet dan op de kermis in Sint Petersburg
de flosj uit handen geven.

Maar wat was het mooi!

Recht de ruggen!
Jaren spelplezier groeien
boven het getoeter en het bot gesjot,
-er was weer voetbal, en dat waren zij!-

En wie de beker heft
zal -als hij eerlijk is-
alleen op jullie kunnen toasten!

Want wat is het mooi
dat duivels-spel!
Pure poëzie spat van het scherm.

Europa wacht.

(Amelie LM)

Roberto-Martinez-bondscoach-Rode-Duivels

 

Een jager zonder wild: Iwan Sergejewitsj Toergenjev

800px-Chalet_d'Ivan_Tourgueniev

Zelfs het kleinste familietje had (heeft) in Rusland een datcha, een buitenverblijf. Weg uit de stad, weg uit de drukte en het dagelijks gedoe. Een buiten-verblijf.
De buiten-verblijver ‘ontvlucht’ de stad. Zelfs als hij lange tijd in het buitenland verblijft, is de drang naar een datcha groot. Einde jaren 1870, terug in Frankrijk, bouwt schrijver Ivan Tourgenjev deze datcha in Bougival in de Yvelines, nu museum. Hij zal er eerst ’s winters dan daarna het hele jaar tot aan zijn dood in 1883 verblijven. Emile Zola, Alphone Daudet, Goncourt, Henry James zullen hem zoals andere Russische auteurs daar bezoeken. Ook de componisten Camille Saint-Saëns en Gabriel Fauré waren er te gast.
Hij was in mijn Parijse hoofdstukken van ‘Spiritus’ op de achtergrond aanwezig als mijn geliefd hoofdpersonage Emilie Pauline Viardot bezoekt in Parijs. (1874)

‘Le blog du Musée Tourgueniev’ heeft als onderschrift: ‘Association des amis d’ Ivan Tourgueniev, Pauline Viardot et Maria Malibran’. Geheel toevallig kwam ik ze vandaag weer op het spoor.
http://www.tourgueniev.fr/
Net zo toevallig ondekte ik via de blogweg we dit jaar de 200ste verjaardag van de Russische auteur (1818-1883) gedenken. Een taart met een menigte kaarsjes is hem gegund.
Ik wil je alvast een mooi portretje van de man, geschreven door Edmond de Goncourt in zijn ‘Journal’ niet onthouden:

turgenev_repin

‘Tourguéniev, le doux géant, l’aimable barbare avec ses blancs cheveux lui tombant sur les yeux, le pli profond qui creuse son front d’une tempe à l’autre, pareil à un sillon de charrue, avec son parler enfantin nous charme, nous enguirlande, suivant l’expression russe, par ce mélange de naïveté et de finesse – la séduction de la race slave, relevée chez lui par l’originalité d’un esprit supérieur, par un savoir immense et cosmopolite.’

Ik heb zijn ‘Jagersverhalen’ (1852) in de oude editie van ‘de Boekenschat’, vertaald door Wils Huisman, in licentie van Geert van Oorschot’s Russische bibliotheek’ bovengehaald en schrijf nu eerbiedig zijn naam in Nederlandse uitspraak: I.S. TOERGENJEV. In feite was ‘Aantekeningen van een jager’ de oorspronkelijke benaming en verschenen ze in 1948 bij Contact voor het eerst in Nederlandse vertaling.
Deze Jagersverhalen moet men zich niet voorstellen als een serie jachtavonturen, waar de liefhebbers van de jacht hun hart aan zouden kunnen ophalen. Eigenlijk is de titel niet duidelijk vertaald; hij luidt in het Russisch: Aantekeningen – of: Memoires – van een jager

‘In het jaar 1846 zond Toergenjew op verzoek van één der redacteuren van het tijdschrift De Tijdgenoot een korte schets in, die hij genoemd had: Chor en Kalinytsj. Toen dit opstel werd afgedrukt, was Toergenjew afwezig en de redacteur schreef er ter verduidelijking bij: Uit de aantekeningen van een jager. Het opstel viel bij het publiek in de smaak en had een groot succes. De criticus Bjelinski uitte zich zeer geestdriftig. Toergenjew, hierdoor aangemoedigd, ging voort een hele reeks van dergelijke korte verhalen of schetsen in De Tijdgenoot te publiceren, die in 1852 in boekvorm verschenen onder de dus eigenlijk toevallig ontstane titel Aantekeningen van een jager. De meeste dezer verhalen heeft hij in Parijs geschreven. In de memoires van Toergenjew uit het jaar 1868 lezen wij: ‘Ik zou de Jagersverhalen niet geschreven hebben, als ik in Rusland was gebleven.’ Zeker zou hij ze dan niet de warme, nostalgische toon hebben kunnen geven, die nu zo sterk in deze verhalen treft. Het verblijf in het buitenland heeft de klank van het Toergenjew zo eigen elegische verlangen versterkt, maar zijn Russische scherpe observatievermogen en realisme hebben hem gelukkig behoed voor een vlucht in de romantiek.’
(Charles B. Timmer in het tijdschrift ‘Libertinage’ jaargang 2 (1949)

Om de warmte van deze dagen met zijn werk te verbinden, schrijf ik je graag het begin van zijn verhaal ‘De Bezjin-weide’ over. (met lichte wijzingen in de intussen wat verstarde vertaling) Om te proeven:

orlovskaya-oblast-nature

‘Het was een prachtige julidag, een van die dagen, die je alleen dan hebt, wanneer het weer lang vast is. Al van vroeg in de morgen is de hemel helder; de opkomende zon is niet vlammend rood, alleen verspreidt er zich een zachtrose gloed over de hemel. De zon is niet vurig, niet gloeiensrood, zoals op hete, droge dagen, niet dof donkerrood, als voor storm, maar zij straalt licht en helder; vredig klimt zij onder een smalle, langgerekte wolk, schijnt een ogenblik helder en verdwijnt dan in de paarse schaduw. De ijle bovenrand van de smalle wolkenbank wordt een blinkend slangetje met de glans van gedreven zilver…’

En dat gaat zo nog zo’n veertig, vijftig zinnen verder voor hij aan zijn verhaal begint. (Het zal ook met een uitgebreide natuurevokatie eindigen!) Je voelt je inderdaad in de omgeving van de impressionisten en hun nazaten.

Om op deze manier over de natuur te schrijven moet je niet in de stad zijn, maar zoals de auteur door bossen en weides trekken, ja zelfs verdwalen en de nacht doorbrengen bij het vuur in gezelschap van vijf boerenjongens die er op de paarden letten (overdag hadden de dieren te veel last van vliegen) en elkaar spookachtige verhalen vertellen. Hij schetst in ditzelfde verhaal vijf mooie portretjes van de heel verschillende jongenskarakters vanuit zijn zwijgende observatie bij het vuur. In het vroege morgenlicht verlaat hij de intussen slapende kinderen.

‘Alles bewoog, ontwaakte, begon te zingen, te lawaaien, te praten. Overal kleurden grote dauwdruppels als stralende diamanten; helder en klaar als gewassen door de ochtendkoelte, kwam klokkengelui mij tegmoet, en plotseling liepen de opgejaagde uitgeruste paarden mij voorbij, voortgejaagd door mijn kameraadjes.
Tot mijn spijt moet ik hier bijvoegen dat Pavel (een van de kinderen) nog datzelfde jaar stierf. Hij verdronk niet: (zoals in een van de spookverhalen) hij viel van zijn paard. Jammer, het was zo’n aardige jongen.’

‘Een der kenmerken van Toergenjew’s kunst is zijn uiterste soberheid en gereserveerdheid. De schrijver ziet zijn taak in het aanduiden, in het uitbeelden van ervaringen, maar waakt er schroomvallig voor zich in commentaar daarop te verliezen. Maar, in het bezit van alle gegevens, wordt de lezer, onder de suggestie van Toergenjew’s proza, tot dit commentaar gedwongen, dwz. hij wordt met een aantal feiten alleen gelaten: trek nu zelf maar je conclusies! – zegt de schrijver.’
(Charles B. Timmer ibidem)

spassky-lutovinovo-turgenev-estate-near-oryol-russia-october-museum-manor-i-s-fall-78892884

(het landgoed van de familie in Orol)

Het ‘buitenleven’ van deze auteur is net zo merkwaardig als zijn literatuur. Aan de goede lezer zijn bio te ontdekken. Want zijn wonderlijke ménage à trois met de Viardots ontplooit zich met dezelfde natuurlijkheid als zijn jagersverhalen op papier.
Hij dacht, geboren in 1818, in 1881 te zullen sterven, volgens een voorspelling van zijn vrij barse moeder. Maar het werd 1883, door kanker geveld. Moeders hebben niet altijd gelijk. (althans wat voorspellingen betreft.)

Over Toergenjevs Jagersverhalen schreef Karel van het Reve: ‘Het zijn zeer eenvoudige verhalen: de verteller ontmoet op zijn tochten – meestal op jacht, een eigen huis heeft hij niet – mensen en praat met ze, en gaat dan weer verder. (…) De ellende der lijfeigenschap, de gruwelijke afhankelijkheid der lijfeigen boeren – en vooral het huispersoneel – van de grillen van hun eigenaren wordt ad oculos gedemonstreerd, terwijl tegelijk bijna ieder verhaal een juweel is van harmonie en stilte. Berusting en protest zijn niet van elkaar te onderscheiden.’

https://www.dbnl.org/tekst/_lib001194901_01/_lib001194901_01_0034.php (Charles B. Timmer: Een jager zonder wild)

orlovskaya-oblast-winter-scenery

WIJ MET DE WOLKEN

red-balloon-paul-klee

Toen wij nog
met de wolken
zusjes en broertjes waren,
het open raam
een deur op de hemel,

helden
in het niemandsland,
geen mene tekel
op wit gepleisterde muren,
zelfs god
stond aan onze kant.

B-NimbusSanktPeter

Schemerlicht
onder oude platanen
waar slaapwandelaars
verdwaalden.

Toen wij
hun trukendozen
in geschenkverpakking kregen,
hun verdroogde dromen
in kinderchappelure
ontvingen,
sloten wij
de ramen
en lieten wij
het touwtje los.

Balonnen
boven de stad,
een kartonnetje
met de schatkaart
van een verloren kindertijd
hoog boven de donkere wolken.

ParkeHarrison-1

Kunstwerken:

-Ballon Rouge Paul Klee

Le Ballon rouge est l’une des œuvres de Klee relevant du cubisme, marquée par la déconstruction des formes et des points de vue, jouant entre l’abstrait et le figuratif. Les lignes tranchantes, les couleurs éclatantes et les formes géométriques donnes au Ballon rouge un souffle de vie original et novateur. Musée Solomon R. Guggenheim, New York, Etats-Unis.

— BERNDNAUT Smilde (né en 1978), Nimbus Sankt Peter, 2014,
tirage digital C-Print, 75×109 cm et 125×181 cm, Cologne, Sankt Peter Kunst-Station.

– PARKEHARRISON Robert (né en 1968) et Shana (née en 1964), Suspension, 1999,
Earth Elegies series, tirage noir et blanc, 104,5×123,8 cm.

Les deux artistes collaborent pour créer cet univers photographique poétique et brumeux à partir de dessins préparatoires,
d’objets et de décors peints qu’ils réalisent intégralement.
Robert ParkeHarrison se met en scène en tant que personnage solitaire occupant la fonction immense et impossible de réorganiser,
réparer et nettoyer un monde abîmé et sali.

Ronan_Bouroullec_1_RGB

Erwan & Ronan Bouroullec, « Clouds »

MOMENT EN TIJDLOOSHEID: In de boomgaard van Theo van Rysselberghe.

helene en michette guinotte

Tik je de naam ‘Rysselberghe’ in bij de zoekfunctie van dit blog dan ben je alvast een tijdje zoet met een aantal bijdrages uit 2008 maar dan vooral in verband met ‘la petite dame’, de vrouw van Theo Van Rysselberghe die een omvangrijk dagboek bijhield van haar leven met de figuren die zich om en rond de auteur André Gide bewogen.
Vandaag heb ik het vooral over Theo. Schilder. (1862-1926) en medestichter van de beweging les XX (les Vingt) (1883) en later de Libre Esthétique (1887) waarmee zijn banden met Parijs en de ‘Neo-Impressionisten’ duidelijk werden.
De naam Neo-Impressionisten was in feite een vervangnaam voor de ‘pointilisten’ een strekking die rond schilders als Georges Seurat (1859-1891) en Paul Signac (1863-1935) opgeld maakte in de late jaren 80 van de 19de eeuw.

lapsseggiata

De Franse wetenschapper Michel-Eugène Chevreul schreef in 1839 een verhandeling ‘De la loi de contraste simultané des couleurs (Over de wet van het gelijktijdig contrast der kleuren)
Hij stelt dat er een harmonie mogelijk is door contrasterende en gelijkwaardige kleuren naast elkaar te zetten, en dat koppels van kleuren die in de kleurencirkel tegenover elkaar liggen (complementaire kleuren) elkaar versterken en intenser lijken: rood-groen, oranje-blauw, geel-paars.
Een Amerikaanse natuurkundige Ogden Rood schreef een in het Frans vertaalde verhandeling ‘Théorie scientifique des couleurs’. Hij stelt vast dat verf als materie zich anders gedraagt dan gekleurde lichtstralen. De mengeling van pigmenten geel en blauw geeft de kleur groen maar er ontstaat na een menging van geel en blauw licht grijswit licht.

Theo-Van-Rysselberghe-Three-Children-in-Blue

De schilders van het pointillisme mengen dus geen verf op het palet maar brengen pure verf in stippen (pointilles) naast elkaar aan op het doek. Het zijn de ogen van de toeschouwers die de kleuren vermengen, onze hersenen interpreteren de stippen als kleurvlakken en ze wekken bovendien de indruk licht uit te stralen.

Bij Theo Van Rysselberghe zal het tot 1889 duren eer zijn eerste pointillistische werken verschijnen, lees ik in een uitgave van 1962 ‘Le groupe des XX et son temps’ naar aanleiding van een tentoonstelling in Brussel die daarna naar Kröller-Müller verhuist in Otterlo NL.
De schilder komt dan terug van zijn derde Marokaanse reis die hem niet veel nieuws had gebracht ‘Je sens de moins en moins ce pays,’ schrijft hij.
Net na 1900, ‘…Met en effet, jusqu’après 1900, Van Rysselberghe continuera à travailler dans cette technique, qui était pour lui un langage précis, une méthode dont la rigeur bridait sa sensualité et sa facilité naturelle: le réaliste flamand avait trouvé son style. Dès lors, chaque année, il expose aux XX des portraits et des paysages. Si, dans ces derniers, il est souvent proche de Seurat, il est par contre très personel dans ses portraits.’
(ibidem)

summer afternoon

Maar bij deze warme dagen ben ik natuurlijk graag bij de familie in de boomgaard, ‘Famille dans le verger’ te zien in het Kröller-Müller-museum.
In een grote tentoonstelling ‘Post-Impressionism’ Cross-Currents in European Painting’ in de Royal Academy of Arts in Londen, 1979-80 lees ik daarover in de fraaie catalogus:

family i the orchard

‘This picture is set in the manor house on the estate of the ancient Abbaye d’ Aulnes, which was rented by Van Rysselberghe’s mother-in-law, seen on the left with her back tot the spectator; the woman with her face half turned on the right is Marie-Sèthe, the future Madame Henri Van de Velde.
In a sense this painting belongs to Van Rysselberghe’ s series of Neo-Impressionist portraits, a genre to which he devoted more energy than any other Divisionist artist.(Divisionism: Divisionism, in painting, the practice of separating colour into individual dots or strokes of pigment.)
However, this painting is more notable for its green-violet colour mix, as opposed to the red-green or blue-orange colours of the French Neo-Impressionism.
Van Rysselberghe has here adopted the spectral theory in preference to the pigmental division of coleur, which Van de Velde had already used in Bathing Huts on the Beach at Blankenberghe. (1888)

bathing huts blankenb

Vreemd dus dat hij een techniek gebruikt die niet alleen ‘rejected by Seurat and Signac in favour of the more conventional system of pigment complementaries maar ook door hemzelf in 1889 in La Pointe de Per Kirdec.

le-per-kiridy-mar-e-haute-th-o-van-rysselberghe-51099-copyright-kroller-muller-museum
Je zou kunnen zeggen dat het licht het haalt op de techniek: de ervaring van het moment laat zich niet in jasje wringen, hoe pointilistisch ook.
Want het ging om het licht, het licht dat de impressionisten uit de academische verledens naar boven haalden. En met het licht kwam ook de atmosfeer naar boven. Niet de anekdote, maar het besef dat wij ons het licht van een gebeuren, een tijd, herinneren waarin wij tegenover het bestaan geen verweer vonden tenzij de gloed, zachtheid, overvloed of spaarzaamheid van dat fenomeen licht ervaarden.
Zo zijn we in de boomgaard van deze rijkelijke zonnedagen die zich moeiteloos naar het verleden en de toekomst uitstrekken. We herinneren ons als kind in allerlei soorten licht, en ik zie mijn lang overleden ouders heel dichtbij in atmosferen van licht en donker waarin de lang vervlogen dagen zich hulden zoals onze kinderen en kleinkinderen ons in diverse lichtsferen memoriseren.

We zien vrijwel geen gezichten in de boomgaard. De vrouwen handwerken, zijn met bloemstukjes bezig, terwijl er eentje achter de boomstam onzichtbaar is en de vrouw achteraan naar de verte kijkt. Tegelijkertijd is het een moment en een eeuwigheid en in zo’n combinatie is beweging overbodig. Laten we van het licht uit die en deze dagen genieten.

Bathers-1920-Theo-Van-Rysselberghe-oil-painting-1

In het warm aanbevolen boek van Eric Min ‘Biografie van een wereldstad, 1850-1914 De eeuw van Brussel’, De Bezige Bij, Antwerpen 2013 vertelt de auteur over de persreacties op deze nieuwe ‘stippelkunst’. In een verwijzing:

‘Op 22 februari 1891 meldt het blad Clair de Lune dat drie bezoekers bezweken zijn aan de pokken, die ze hebben opgedaan in de buurt van een pointillistisch doek. Een jongedame uit de betere kringen is gek geworden. Na de expo beviel de vrouw van een burgemeester uit de provincie van een getatoeeëerde baby.’ (p371)

Een mooi voorbeeld om de tijdssfeer aan te duiden:
‘Bij een gistende wereld horen beelden die de klassieke codes geweld aan doen en de blik van het publiek op de proef stellen: de overbelichte olieverf van de impressionisten, stippels, onvermengde kleur, het zichtbare spoor van de kwast op het canvas, gebroken of dartele lijnen, wankelend perspectief, droomgestalten, snapshots en fotografische beeldkaders, die passanten net op tijd betrappen voor zij uit het zicht verdwijnen, sculpturen met een hoek af, elegant vormgegeven gebruiksvoorwerpen – en dit alles is precies wat in de Brusselse salons wordt geserveerd. Waar anders kun je Ensors maskers zien, en het zotte geweld van Rops en Rodin? Het beste van onze bodem tussen het sterkste werk dat in de Europese ateliers wordt opgezet?’
(ibidem p. 132)

Theo-Van-Rysselberghe-Moonlight-Night-in-Boulogne

‘HET GELUID’, een hoorspel (1988)

2991584-mikrofon-radiowy

In vakantiestemming?
Misschien het moment om te luisteren naar het hoorspel ‘Het Geluid’.
Het mag de aandachtige luisteraar duidelijk worden dat ‘Het Geluid’ het medium is waarmee hoorspelen al zo’n eeuw lang gemaakt worden. Het beeld ontstaat in het hoofd. Ieder zijn/haar eigen beeld.
Als selectie voor de Prix Italia 1988 schreef en regisseerde ik dit hoorspel waarin dat hoofdbestanddeel, het geluid, een heel eigen invulling kreeg.
De hoofdpersoon is gek op ‘geluiden’. Vijftien bandrecorders, vijftienduizend tapes, vijf miljoen geluiden bezit hij, verzamelt hij nog steeds.
Hij ziet met zijn oren, zegt hij. En daar levert hij ook dadelijk het bewijs van.
Hij kan wel erg veel ‘horen’ in iemands stappen of stem, zelfs karaktereigenschappen zijn daarin te ontdekken.
Maar met al zijn geluiden voelt hij zich wel alleen.
Tot hij op een dag…

Ugo Prinsen speelde de hoofdrol, bijgestaan door Ann Tuts, Alex Wilequet, Anton Cogen
Geluidsregie: Desiré Helgesen.
Technische begeleiding: Ward Weis en Kris Vanstechelman.
In dankbare herinnering aan hun talent, toewijding en vriendschap.

Bijna 40 minuten verblijf in een ‘geluiden-land’ (39’02) Druk op het pijltje.

 

soundsculpture-2

SF_Aug_04-0912-F2IqPPqdOwPLLRX_ZqWdq5w9qBXfblGt

‘LES ONZE’ Voetbal en literatuur

Albert_Gleizes,_1912-13,_Les_Joueurs_de_football_(Football_Players),_oil_on_canvas,_225.4_x_183_cm,_National_Gallery_of_Art

Lang geleden, de dieren spraken niet meer, maar toch nog lang genoeg geleden toen ik  de letters van de Franse literatuur leerde proeven, kocht ik in een antiquariaat ‘LES ONZE DEVANT LA PORTE DOREE’ geschreven door Henri de Montherlant, in de serie Les Cahiers Verts, Grasset, Paris 1924.
Het boekje waarvan er zesduizend zevenhonderdveertig genummerde exemplaren gedrukt werden (dit is nummer 6531) moest nog voor de helft opengesneden worden, de lezer(es) was bij Deuxième Olympique gebleven. (Poemes, et l’ histoire de la Petite) Deuxieme Olympique verwijst naar de Olympische spelen die in 1924 in Parijs plaats vonden.
De inhoud bestaat uit twee delen: Deuxième Olympique, en Les onze devant la porte dorée.
Een jonge auteur (Montherlant is dan 29) die over ‘sport’, inzonderheid over voetbal schrijft.
Dat hebben de Franse auteurs Jacques Perret, Albert Camus, Georges Perros en de Uruguaan Eduardo Galeano ook gedaan: voetbal beschouwd als een van de zeven kunsten!

football-art-adidas-59220

In mijn jonge jaren was ‘voetbal’ een van de meest gehate bezigheden: een dertigtal dertienjarigen rennen achter een sponsen bal aan, terwijl nog zo’n honderd andere dertienjarigen dat tegelijkertijd ook doen en dit in allerlei richtingen. Zoiets noemden ze toen ‘speeltijd’, en voetbal was ‘verplicht’. Welbevinden of niet.

Dat ik nu een boek uit 1924 over sport, inzonderheid over voetbal beschrijf mag dus wijzen op een lang verwerkt jeugdtrauma. Gedichten over ‘voetbal’ blijven mij echter verbazen.
Ik citeer uit ‘Sur des souliers de foot’ (p82)

‘Gros souliers, base de la jeune jambe, cuir de vache à peine dégrossi,
seule épaisseur sur ce corps qui n’ a contact que de légèretés,
je vous tire du sac en pagaïe, où vous dormiez sous la culotte salie:
sifflets de l’ arbitre dans l’ air coupant, terrain qui claque… je tire tout l’ hiver.
Entre mes mains, outils de la victoire, vus de si près, un peu diminués,
inertes, vous qui voliez, frappiez, vivants et sous les ordres de l’ esprit,
à la fois durs et enfantins, grands et petits, grands et petits,
tels lui-même qui sait bien les larmes à ses yeux bridés de petit condottière!

En dat is nog maar één derde van de lofzang op de voetbalschoen die poisseux de bonne huile; encore croûtés de paquets de terre, force fumante avec votre odeur d’ algue, votre élégance fait de brutalité, zelfs een ‘mystère’ mag genoemd worden.

il_570xN.1335054460_2nho

Het volgende gedicht: Un allier (vleugel-speler, rechts of links buiten heb ik mij laten onderwijzen) est un enfant perdu, een uitdrukking die de auteur uit het voetbal-manuel heeft gehaald.
Ik weet niet wie er bij de Belgen deze rollen vervult, maar hij is volgens de auteur:

‘O majesté légère comme s’ il courait dans l’ ombre d’ un dieu !’
En:
‘Devant lui sautille la bête perfide, à demi-captive, irritée,
qu’ on mêne à coups de caresses rageuses et de l’ interieur du pied,
et ses pieds sont intelligents, et ses genoux sont intelligents.’
En:
‘Ses yeux sont baissés sur le ballon comme sur la page de Virgile.’

maar…
‘Soudain lui qui s ‘ envole; ses omoplates comme la naissance d’ ailes coupées.
Et le claquement musical du cuir, comme le rire de la bête perfide,
parce que c ‘est loupé, loupé, loupé.

Un geste dominateur de l’ arbitre.
Un coup de sifflet plein d’ étendue.
Je songe à une phrase du manuel:
“Un ailier est un enfant perdu…”

adel abdessemed qui a peur du grand mechant loup2012

De voetbaldeskundigen onder ons mogen uitleggen wat er gebeurd is. (buitenspel?)
Maar ik zal dus met andere ogen naar voetbal kijken deze dagen, met ogen die opnieuw ‘On va jouer’ ontdekken, het speelse uit de vroege jaren.
‘Allons, ne pleure plus, bébé. On va jouer.’ zegt Peyrony in het korte toneelstukje Les onze devant la porte dorée.’
Een mooi klein gedichtje, bijna Japans om af te sluiten:

‘La balle frappe contre la barre du haut mouillé de pluie.
Des gouttes me tombent dans les cheveux.

Les Onze hoorde thuis in een groter werk uit dat jaar: ‘Les Olympiades’.
De uitgever Gallimard:
‘De tous ses livres, c’est celui que Montherlant préfère. Il y chante avec un bonheur constant d’inspiration, une grande fraîcheur de ton, les sentiments les plus purs qui soient au cœur de l’homme : la joie de l’effort physique, la camaraderie, le sens de l’équipe. (Galimard bij het her-verschijnen van Les Olympiques’)
Over het korte toneelstuk met die naam misschien later nog een keer, nu tijd voor voetbal!

‘La balle entre en traînant une petite poussièrre.
J’ ai gardé les mains sur les genoux.’

(Uit ‘Fleurs de la Fatigue)

R_Delaunay_La_Relève_du_matin

En uit een klassieker van de Uruguaanse auteur Eduardo Galeano: El futbol a sol y sombra, of Soccer in Sun and Shadow deze mooie quotes:

In soccer, as in everything else, consumers are far more numerous than producers. Asphalt covers the empty lots where people used to pick up a game, and work devours our leisure time. Most people don’t play, they just watch others play on television or from stands that lie ever farther from the field. Like carnival, soccer has become a mass spectator sport. But just like the carnival spectators who start dancing in the streets, in soccer there are always a few admiring fans who kick the ball every so often out of sheer joy. And not only children. For better or for worse, though the fields are as far away as could be, friends from the neighborhood or workmates from the factory, the office of the faculty still get together to play for fun until they collapse exhausted, and then the winners and losers go off together to drink and smoke and share a good meal, pleasures denied the professional athlete.
— Galeano Eduardo  describing how consumerism has transformed the game, and how it hasn’t. (Soccer in Sun and Shadow)

Years have gone by and I’ve finally learned to accept myself for who I am: a beggar for good soccer.I go about the world, hand outstretched, and in the stadiums I plead: ‘A pretty move, for the love of God.’ And when good soccer happens, I give thanks for the miracle and I don’t give a damn which team or country performs it.
—Galeano Eduardo on his love for the sport exceeding his love for any one team. (Soccer in Sun and Shadow)

neo rauch

En in onze eigen taal Nico Scheepmakers in 1955:

In het Stedelijk Museum
hangt een Klee

Ik vind het mooi
maar ik kan er niets mee doen
Een warme violist
speelt Händel
in ’t Concertgebouw

Ik vind het mooi
maar ik kan er niets mee doen

En midden in het Vondelpark
een beeld,
in een vogelvrije boom
in de natuur

Ik vind het mooi
maar ik kan er niets mee doen

Alleen als Abe Lenstra
zwijgend speelt
met tegenstanders en een
oerbesef, –

laat ik een traan
op ’t asfalt van de kunst

Want ik vind het mooi
ik kan er niets aan doen.

bary pirovano

En vergeet zeker Willem Wilmink niet in 1971:

eens toen ik in floodlight
voetballers een doelpunt
zag spinnen zich bewegend
als elven over het gras,
wist ik dat uit deze hoek
de verlosser ophanden was
 en zie: Johan Cruyff de danser
de faun de adelaar
der dalen
 maar toen we zijn bergrede kwamen halen
had hij het over belasting betalen.

Henri_Rousseau_-_The_Football_Players

Uit 2000 een prachtig lang artikel te vinden in bnl, bibliotheek voor de Nederlandse letteren: Literatuur met een doel.  Schrijvers over voetbal, auteurs: Erik Brouwer, Aad Meinderts, Henk Spaan, Erna Staal.

http://www.dbnl.org/tekst/mein002lite01_01/index.php

kunstwerken:

Boven: The football-players van de kubistische kunstenaar Albert Gleizes (1881-1953) Inderdaad American football, maar zo mooi en intens dat het best bij onze ‘voetbal’ kan horen.

Midden: voetbalhemel van Adidas

Originele tekening uit La releve du Matin van Montherlant.

Een zwevende keeper van de Russische kunstenaar Aleksandr Deyneka (1899-1969)

Het beeld: De kopstoot van Zidane, een reusachtig beeld (5m hoog!) van de boeiende Algerijnse kunstenaar Adel Abdessemed (°1971) waarover later zeker een bijdrage.

Een werk van Bary Pirovano

Onderaan: De voetbalspelers van Henri Rousseau. (1844-1910)

Bewegingen in en rond het mode-landschap

Lili-Sumner-by-Sophie-Delaporte-for-Vogue-Turkey-2

Sophie Delaporte, b. 1971, is a French fashion photographer living and working between Paris and New York. The depth of color, staging, gestures and simple fun of her imagery evoke the world of storytelling. Delaporte likes to imagine situations that do not exist, creating a photographic language where sweetness balances innocence, and suggesting an alternative fantasy vision of fashion photography.

(Sous les étoiles gallery, New York)

Sophie Delaporte’s work is frequently featured in numerous books and publications such as Another Magazine; Vogue Germany, Italy, Turkey, Japan, and India; Interview; Harper’s Bazaar; and I-D Magazine, with whom she has regularly collaborated since the 1990s. Her series Needlework was featured in the book “The Art of Fashion Photography” by Patrick Remy, published by Prestel in 2013. Sophie Delaporte studied photography and film at the Ecole nationale supérieure Louis-Lumière.

http://www.sophiedelaporte.com/video/

e64959fd192c0cfc1514c2b939f6ef9a

The famous photography historian and critic Vicki Goldberg wrote about her work in 2011: “Sophie Delaporte is a French photographer who is on permanently good terms with fantasy and a cheerfully offbeat approach. She has a distinctive sense of color, a fabulist’s imagination, an edge of surrealism, and a knack for ambiguous narrative”.

http://www.sophiedelaporte.com

026-sophie-delaporte-for-comme-des-garcons

Als modefotografe je vak laten uitdeinen naar niet utilitaire verbeeldingsmogelijkheden met datzelfde medium foto.
Sinds de vroege jaren 2000 vind je werk van haar niet alleen in diverse modetijdschriften maar net zo goed in kunstgallerijen.
Ik vond dat wel een mooi vertrekpunt: de wereld van je beroepsbezigheden niet alleen vormelijk maar ook inspiratief als bron te gebruiken.
Je kunt met de grenzen spelen, maar ook de ijdelheden of verdwazingen van het vak en de omgeving, de modewereld, betrekken in je vormgeving. De vakvrouw die als kunstenares haar eigen beroepsleven onderzoekt en er al dan niet spelend of vragen mee durft omgaan.

Blind man's bluff 2003

Ze be-weegt, in de letterlijke en figuurlijke zin van het woord haar werk en leven. Be-wegen, niet alleen het afwegen als oordeel, maar ze wil creatief gebieden en grenzen   onderzoeken en schept daarmee een nieuw beelden-alfabet.

5e6c8d7acf52ed4a3d4ef09d407d27e2

VER EN TOCH NABIJ

helene-schjerfbeck-maria-1906

Zoals je op de rug bekeken
met je boek verbonden
in mijn leven ademt
en leest en luistert
en nooit te bang
om een happy end te ontlopen,
zo ben je mijn maatje,
mijn andere,
mijn vergezicht.

Zoals de horizon
van niemand is
en toch in ieders ogen huist:
onbereikbaar ver
en zeer nabij.

1-image0

Schilderijen van de Finse kunstenares Helene Schjerfbeck (1862-1946)  Vul haar naam in bij de zoekfuctie hierboven  om in dit blog meer over deze bijzondere kunstenares te lezen. Kijk alvast naar deze mooie collectie:

DE ANGST, HET SCHILDEREN EN HET DRINKEN, een radiodocumentaire (podcast)

buffet_1

Hij was nog erg jong toen we in de tachtiger jaren van de vorige eeuw deze radiodocumentaire maakten: de angst, het schilderen en het drinken.
Het verband tussen de drie maakt het verhaal duidelijk maar daarom niet minder ingewikkeld voor de betroffen persoon.
De grijze luchten in zijn schilderwerken zijn na al die jaren blauw geworden.
Duidelijk wordt dat lotgenoten in staat zijn elkaar te helpen, vaak beter dan buitenstaanders, hoe gespecialiseerd dan ook.
Verwacht dus geen biecht, maar wel een eerlijke zelf-analyse.
In de samenvatting van het verhaal probeerden we de woorden zelf een ritme-structuur mee te geven. Onze poging om met zijn woorden enkele ritmes te schilderen die onze gemeenschappelijke machteloosheid konden duiden.
De angst, het schilderen en het drinken, een radiodocumentaire. Duurtijd: 34′

The-Drunk george bellow

schilderij van Buffet, ets van Bellow

 

ETT HEMM-ONS HUIS-CARL LARSSON

A2359_Stugan_mellan

Als je als kind uit de Stockholmse sloppenbuurten te horen krijgt dat de dag van je geboorte het ergste was wat je vader kon overkomen dan mogen de goden je goed gezind zijn en je het tekentalent schenken waarmee je op je dertiende door de onderwijzer van de armenschool wordt opgemerkt zodat je een stipendium krijgt waarmee je naar de voorbereidende jaren van de kunstacademie kunt. (Principskolan)

Dat overkwam Carl Larsson, geboren in 1853 met weinig toekomst en nu nog altijd in de hele wereld bekend als schilder van het dagelijkse geluk zoals dat in de beste families wel eens voorkomt. Het eerste huwelijk loopt uit op de vroege dood van zijn twee kinderen terwijl zijn jonge vrouw in het kraambed blijft. Hij verhuist in 1882 naar de Scandinavische kunstenaarskolonie in Grèz-sur-Loing even buiten Parijs en vindt daar het medium, de aquarel en zijn vrouw Katrin, ook een medium overigens die hem acht kinderen zal schenken, de hoofdpersonages van zijn (en haar) artistiek werk.

met brita

Carl and Karin were married in 1883 and had eight children. Karin and the children quickly became Carl’s favourite models.

In 1888 Karin’s father, Adolf Bergöö, gave them Lilla Hyttnäs, a small house in Sundborn. Lilla Hyttnäs became Carl och Karin’s mutual art project in which their artistic talents found expression in a very modern and personal architecture, colour scheme and interior design.

lezend met ma

Carl’s paintings and books have made Lilla Hyttnäs one of the world’s most familiar homes. But not only that. The quality of the light, Karin’s liberated gift for interior design and the lively family life as it is depicted in Carl’s beloved watercolours, has become almost synonymous with our picture of Sweden.

In 1888 Carl och Karin acquired Lilla Hyttnäs from Karin’s father. They moved there in 1891. The paintings of their home quickly became popular and reached a wide public. In 1896 Carl adorned the National Museum with large frescoes, but in 1911 his sketches for Midvinterblot were refused. Over eighty years later, in1992, Midvinterblot finally took its place in The National Museum.

The house in Sundbourn still looks the same as it did when Carl and Karin lived there and today’s visitor to Lilla Hyttnäs can almost hear the animated laughter of the children and catch the scent of the artist’s oil paints.

(uit bio van Carl Larsson-stichting in Sundborn die het huis aldaar beheert)

malning_25

Waren de kinderen zijn voornaamste inspiratiebron, het was Karin die het huis inrichtte, zelf tapijten en wanddecoratie ontwierp en uitvoerde (tot zelfs de kledij van de jochies) en instond voor de dagelijkse regie.

Er komen drie invloeden samen als je het werk in zijn historische context wil duiden.
Vooreerst de ‘Gustavische stijl’, genoemd naar Koning Gustav III die in 1780 het paleis van Versailles bezocht en terug in zijn eigen hoofdstad daar zijn Scandinavische versie van neerzette in de architectuur en inrichting van het Haga paleis waar nu de kroonprinses resideert.

linneabylinneanilsson.files_.wordpress.com_
Geënt op het Franse neoclassicisme maar met zachtere heldere kleurpaletten en met gebruik van berk, beuk en dennenhout, in ruime mate ter plaatse aanwezig.
De lange winters vroegen om kleur in het interieur: natuurkleuren, gebleekte tonen. Kleur: het witte, de zachte tonaliteiten van het daglicht. Bij ons sinds de jaren tachtig erg in trek.
Denk aan spiegels, kandelaars. Alles wat het licht in de donkerte kan brengen vindt er een plaats.
Dan is er zeker de Japanse invloed, geciteerd door de kunstenaar als de enige kunstenaars ter wereld. De invloed van hun tekeningen, prenten zou bijdragen in het ontstaan van de jugendstil.

1280px-Carl_Larsson-Lathörnet-1160x480
Hun aandacht voor het ‘lege’, de soberheid en het gebruik van natuurlijke materialen vind je zeker terug in het werk van dit artistieke echtpaar.
Het derde element is zeker de ‘arts en craft’ -beweging die toen opgang maakte. Denk aan William Morris en John Ruskin. Een beweging waarin de toegepaste kunst ook als kunst wordt ervaren en simpele lineaire vormen kenmerkend zijn naast symmetrie en inspiratie uit natuurlijke vormen (planten, dieren, mythes)

aan het raam

Dat het werk van Carl Larsson tot op de dag van vandaag opgang maakte, (denk aan het succes van Ikea, en zelfs H&M inspireert zich dit jaar in haar woonafdeling op Karin!) heeft zeker te maken met onze hunker naar deze dagelijkse schoonheid in ons thuisleven. Uit de drukte, het vloeibare van de moderne tijd naar de zich steeds herhalende gang van de seizoenen waarin het warme nest beschutting en inspiratie biedt voor een andere kijk op het bestaan.

the-crayfish-season-opens-1897(1)

Toch zijn de mensen in zijn werk, naar Scandinavische gewoonte, erg op zichzelf betrokken en spaarzaam met emoties. Hij portretteert ze met respect voor hun eigenheid die ze niet makkelijk aan de buitenwereld meedelen.
Zijn gedetailleerde tekeningen doen me aan Ingres denken, meesterlijk tot in de kleinste details, maar hij bewaart hun geheimen, hun eigen plaats in het gezin waar zij vaak los van de anderen een persoonlijkheid kunnen ontwikkelen zonder al te veel ‘pedagogische’ bekommernis.

carl_020

Neem rustig je tijd om een klein kwartier naar zijn werk te kijken.  In het begin een beetje vaag maar daarna in goede kwaliteit.  Kom thuis in Ett Hem. Gebruik indien mogelijk groot scherm.

AVONDLICHT

Larsson_-_Brita_at_the_Piano

Zachtjes, je linkerhand
onderbouwt je melodie
met ritme zonder hameren,
zonder scherven te maken
van wat je rechter tekent.

Vingervlugheid
bedriegt de luisteraar,
maar niet het avondlicht.

Krullen
of sneeuwvlokjes,
waterdruppels en je ogen
achter de partituur verborgen.

Het avondlicht
legt
hoe alles liggen moet.

avond interieur

Twee aquarellen van de Zweedse kunstenaar Carl Larsson. Dochter Brita achter de piano. En ‘iedereen is naar bed’.

BORD DU RIVIERE

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

VICTOR DIEU (Quaregnon 1873-Mons 1954) Schilder, pastellist, etser. Opleiding aan de Academie te Bergen o.l.v. Danse, Motte en A. Bourlard (1890-1901), aan de Academie te Antwerpen o.l.v. Biot. Prijs van Rome voor de Graveerkunst in 1901. Realiseerde o.m. landschappen, figuren, landelijke taferelen, allegorische composities, genretaferelen. Wordt beschouwd als één van de beste graveerders van de Bergense school. Zijn schilderkunstig oeuvre ontstond hoofdzakelijk in de periode 1931-1934. Zijn werken vertonen vaak een sociale inslag en interesse voor het leven en het werk van de mijnwerkers. Was van 1919 tot 1937 leraar tekenen aan de Academie te Bergen. Werk o.m. in het Museum te Bergen. Vermeld in BAS I en “Twee eeuwen Signaturen van Belgische kunstenaars”. (NOBEL, THE BELGIAN ARTIST DICTIONARY ILLUSTRATED)

In dit mooie doek, gedateerd 1935 en getekend (35 x 46 cm) zijn we aan de oever van een rivier. Wolken, water en landschap verliezen hun betekenis in de combinatie van kleuren en vormen. Achter dit beeld schuilt een gevoelige kunstenaar . Hij houdt van het landschap, maar ook van de luchten. Hij woont op aarde maar verblijft ook in het licht daarboven.

Met houten kader, goud omboord, (57,5 cm x 45 cm)

Victor Dieu est né à Quaregnon en 1873. Peintre et graveur au burin de paysages et de scènes du quotidien dans le borinage. Il entre à l’Académie des Beaux-Arts de Mons et suit les cours de gravure où il est l’élève d’Antoine Bourlard, d’Auguste Danse et d’ Emile Motte. En 1893, il obtient déjà un premier Prix d’Excellence. C’était un départ prometteur. Aussi son milieu familial l’encouragea à poursuivre sur cette voie non sans au préalable l’avoir invité à exercer le métier de son père: marchand-tailleur. Apres le décès de son père, il entra à l’atelier du maître Auguste Danse et se mit à la tâche pour préparer le Prix de Rome en gravure. Tâche ardue mais bien à la mesure de ce tempérament travailleur qui fut récompensé par un Premier Prix qu’il obtint à l’unanimité en 1901. Il avait présenté une gravure fouillée à la réalisation de laquelle il avait mis une patience extraordinaire. Si on fait souvent allusion au fait que Victor Dieu fut un maître graveur, on oublie peut-être qu’il fut aussi un peintre de talent. Il convient de savoir qu’il a réalisé 479 toiles. Quelques oeuvres sont aujourd’hui éparses dans le Borinage et dans d’autres regions, notamment à Bruxelles. Elles sont marquées d’un pinceau décrivant les paysages si harmonieux qu’elles offrent un plaisir toujours renouvelé lorsqu’on examine avec un oeil attentif les détails. Il employa des couleurs chaudes et souvent orchestrées dans des paysages fleurant bon la nature. Une nature au sein de laquelle il aimait se trouver et dont il a tiré le maximum de très bonnes huiles sur toile où il employa avec bonheur le brun, le rouge comme le vert aux tons degradés. Les ciels, dans lesquels se bousculent les nuages qu’il aimait tant scruter, offrent un aspect sentimental et romantique.pianiste et violoniste. (Galerie du Pistolet d’ Or, aan te raden galerie in Bergen)

Te koop in onze collectie: timelessartcollection.eu

DE GEVOLGEN VAN 25 LIEFDESBRIEVEN, een hoorspel

3414730395_7dedac534b_b

Dit hoorspel is een poging om met verhaal- en geluidsstructuren een atmosfeer te creëren waarin een archeologie van tranches hedendaags leven ontstaat zonder ze onmiddellijk te kunnen onderbrengen in bekende literaire genres. Vertellingen?
In uiterst korte story’s horen we allerlei aspecten van een beschaving aan bod komen.
Elke tranche is een uiterst kort verhaal uit een ‘teruggevonden’ bron, een boek met als titel ‘vijfentwintig liefdesbrieven’.
In die verhalen denken de ontdekkers elementen te vinden waarmee de ondergang van een beschaving op een bepaalde planeet te verklaren is.
De elementen liggen niet voor het grijpen, als ze dan al bestaan.
Het is er de maker om te doen geweest vanuit de bestaande short story’s telkens nieuwe verhaalstructuren op te bouwen met zinnen uit de gehoorde verhalen.
Woorden en klanken vormen een sjabloon waarin herkenbare gevoelens uit deze tijd (1987!) een patine van een voorbije beschaving krijgen.
Ook zonder deze ‘bedoeling’ is het best mogelijk naar deze compositie te luisteren.

Met de mooie stem van Oswald Versijp.
Door toenmalige Radio-3 (BRT) geproduceerd, opgenomen en gemonteerd op 5-8 mei 1987 en uitgezonden op 6 oktober van datzelfde jaar.
Met nog steeds intense dank aan de technici en de geluidsregisseur van wie ik de namen niet in de brochure vond, maar van wie ik voortdurend mocht bijleren, een drietal dat intens meedacht en meebouwde aan de vele hoorspelen en documentaires.

Laat je niet afleiden door het begin, de schokkende muziek is met opzet zo gemonteerd na 15 seconden stilte

 

  35’41

508d0-2321032935

DE GEVOLGEN VAN 25 LIEFDESBRIEVEN

Onduidelijke, schokkende muziekfragmenten, afgebroken, gemengd met voetstappen en fluitend iemand, een zingende stem, een flard toespraak, voetbalsupporters en in het uitgalmende decor:

Goede vriend, Aurelius,
Het enige wat we op deze planeet aantroffen was een boek.
‘Vijfentwintig liefdesbrieven’ heette het.
Er waren slechts negen vellen van bewaard.
Ze bevatten waarschijnlijk een code die het uitsterven van deze beschaving verklaart.
Daarom hebben Severus en ik, na elk twee brieven, zinnen geselecteerd die belangrijk konden zijn om het verleden tegemoet te komen.
De documenten hebben we van geluiden voorzien. We troffen ze aan bij een verzamelaar van primitieve geluidsdragers.

Voetstappen in een lege ruimte

Ze hoorde haar eigen voetstappen. Heel duidelijk. Er is niemand meer, dacht ze. Alleen ik ben er. Ikzelf en mijn spoken.

We horen iemand pogingen doen om iets te fluiten.

Ze probeerde iets te fluiten, net zoals haar vader dat vroeger deed toen ze samen wandelden, maar het lukte niet.
Haar spoken brachten haar uit de pas. Haar spoken probeerden haar terug te voeren naar de tijd toen ze haar eigen voetstappen nog niet hoorde.

In de verte zingt een kind

Haar spoken begonnen gevoelens wakker te maken die ze net niet de baas kon. Ze dacht aan haar vader toen ze hem een gouden horlogeketting gaf. Die ketting hangt weldra op zijn buik, dezelfde buik die in de aarde zal liggen, zoals alles naar de aarde terugkeert.

We horen iemand een toespraak houden, zonder te moeten begrijpen waar over hij het heeft.

Dat kon je best zeggen zo lang het niet jezelf of je eigen vader aanging. Maar toen ze hem de horlogeketting gaf, werd het haar duidelijk en ze haatte hem omdat hij niet eeuwig kon blijven leven, omdat hij zich al had verzoend met het bewusteloos liggen.

Een golf massagezang horen we op een voetbalveld.

Het hoorde erbij, zegde hij haar troostend. We moeten plaats maken. Plaats maken? Nu was er plaats genoeg. Plaats voor mensen die eindelijk de aarde leerden verafschuwen.
Ze zouden de lucht bezitten, en niets kon hen naar beneden halen. Ook de tijd niet, die afgeleefde vader van haar.

Muziek mandoline-concerto van Vivaldi, het thema van dit hoorspel, begint.

Ze liep nu rechtop. Als ze haar spoken kon kwijt geraken, dan zou ze vliegen.
Vliegen met onhoorbare vleugelslag. Boven de aarde, deze buik gevuld met miljarden uitgedeinde kinderen.

Muziek verdwijnt in een lange galm.

Er was eens een man die dronken van de lucht werd. Alcohol zei hem niets. Maar de lucht!

Een sissend suizend geluid, een luchtdecor wordt hoorbaar.

Als hij nog maar zeven minuten buiten was, kreeg hij dat rare gevoel al in zijn hoofd. Pure dronkenschap. Hij begon te lallen, te zingen. Hij liep schots en scheef, begroette iedereen overdadig en deelde zijn geld uit aan de armen. Pas als hij weer binnen zat ging die dronkenschap over. Dan werd hij langzaam nuchter.
Een pet dragen, stevige overkleren, het hielp allemaal niets. Kwam hij buiten dan volgde de onvermijdelijke dronkenschap. Het was de lucht.

Vooral de vroege februarilucht deed hem veel kwaad. Dunne lucht was het, vliezig van de vrieskou maar toch al met de eerste geuren uit het zuiden.
Van die lucht werd hij binnen de vijf minuten zo dronken als een kanon.

Binnenblijven was ook geen leven. Dat kon nog in de oktober- of novemberlucht, maar met de lente in de lucht…

Een dokter kon hem ook niet helpen. Die zegde dat het iets met de stofwisseling te maken had en met zijn gevoelige lever, maar verder dan warme melk en goed slapen geraakte hij niet.

Omdat de mensen voortdurende dronkenschap aanstootgevend vonden, sloten ze de man op.
In zijn cel was hij nooit meer dronken. Werd hij gelucht dan kreeg hij even het vroegere gevoel, maar gevangenislucht is te dunnetjes om iemands nuchterheid te bedreigen.
Hij schreef gedichten en liederen over de lucht en die vonden hun weg naar het publiek.

Toen de man na jaren weer buiten mocht, was hij te suf om nog diep te kunnen inademen. Hij reisde naar de bergen, beleefde er een korte maar intense dronkenschap en stortte van een hoge bergtop. Zijn laatste adem smaakte naar armagnac en Ierse whisky.
En zijn ziel baadde in lucht, tot het einde der tijden.

muziek neemt het luchtdecor over, valt weg in lange galm.

study-in-black-and-green

Deze vrouw was te mooi.

We horen een onbekend liefdesliedje van lang geleden , veertiger, vijftiger jaren, chanson.

Haar schoonheid straalde en wie door die straling werd aangetast, stierf een langzame pijnlijke liefdesdood.

Deze vrouw werd het symbool van een natie, van een continent. Na twee jaar was de halve aardbol ziek van haar.

Deze vrouw liet kerkhoven aanbidders na, bibliotheken gedichten, paleizen vol beelden, kortom: zij zorgde voor laaiende creativiteit, vonkende strijd, overvolle gekkenhuizen en nieuwe kloosterorden.

Deze vrouw gaf haar naam aan vulkanische gebergten op Mars, luidde een nieuw litterair tijdperk in en schonk de filmwereld meer dan tweehonderd prenten over liefde en dood.
Oorlogen werden om haar ontketend. De wereld die de eerste waanzin-golf overleefde, stierf in een nucleair conflict.
Deze vrouw bleef alleen over, samen met de bijna gepensioneerde generaals van de grote legers.

Ritmische trommels stapelen zich op

Uit hun nageslacht kwamen de nieuwe aardbewoners. Stralend van schoonheid en strijdzucht, geprogrammeerd voor verwoestende liefde, barstend van creativiteit, bulkend van zielenpijn.
Tekens weer overleefde zij de strijd.
Hitsige generaals weten wat het is om haar te treffen in de tuin van Eden. Hun slangengezichten verbergen zij tussen het lover van de grote boom.

Trommels heviger en weg.

-Haar spoken begonnen gevoelens los te maken die ze niet de baas kon.
-Als hij nog maar zeven minuten buiten was, kreeg hij dat rare gevoel al in zijn hoofd. Pure dronkenschap.

stilte
muziekthema cello

Niemand hield meer van cello’s dan hij.

Zijn huis was een cello, zijn bed, om maar eens iets te noemen, zijn zeepbakje, zijn schrijfmachine, zijn toekomst. Ze hadden allen de vorm van een cello.
Omdat vrouwen niet dadelijk in deze vorm te verkrijgen of te verwringen zijn, was hij nooit op hen verliefd geweest.
Even kreeg een welgeschapen vrouw met een stem als een cello zijn aandacht maar toen ze verder geen enkele gelijkenis met zijn passie vertoonde, vergat hij haar, dromend de wereld in één reusachtige sonore cello te herbouwen.

Ook in het gekkenhuis was hij niet te houden en weldra verklaarde hij dat god een cello was.
Dit ging te ver. De wereld bleek oud genoeg en daarom:

trompet in volle klaarte met lange nagalm-tijd

en daarom liet god zijn engelen verschijnen, blazend op het zuiverste koper dat ooit werd geschapen.

Het einde der tijden brak aan. Goeden en kwaden werden gescheiden, en wie overbleef mocht opnieuw de aarde bevolken.

voetbalsupporters bij het maken van een goal

In zijn gekkenhuis schreef de man gedichten op de muren. De volgende oordeelsdag zouden het cello’ s zijn die de tijden overbodig maakten.

Omdat gekken niet geoordeeld, laat staan veroordeeld mogen worden, bevolkten zij de lege aarde, en het was niet Columbus, maar de man die eeuwen later Amerika ontdekte en daarmee bewees dat de aarde de vorm van een cello had.

Cellothema
Geweer geladen, schot, gil, trein die voorbijkomt.

Ze wachtte.
Ze wachtte tot het morgen zou worden.
Niets is zo mooi als een morgen om de hand aan zichzelf te slaan.

Herhaling laden, schot, kreet, treinen.

Nog voor de middag zou ze gevonden worden. Hier ligt, enz. enz.
Een heel leven lang kon hij haar mond op mond beademen. Zij bleef wat ze was: dood.

Muziekthema tussen de volgende zinnen.

Een heel leven lang zou hij elke morgen aan haar moeten denken, tot hijzelf de ogen sloot.

Niets is zo machtig als de dood, dacht zij.
Ze zag zich in zijn gezelschap oud worden.
Ze wist wat het zou zijn.

Geluidenmix huishoudtoestellen en dito

Ze wist wat het zou zijn: de verveling, het trage verraad, de ontgoocheling, het vervreemden.
Terwijl de dood…

De dood bracht hen voor meer dan een tijdperk samen. Ze zou hen fixeren als toppunten van liefde, als eeuwig stervenden terwille van elkaar.
En als ze naar het mes zocht, hoorde ze zacht geritsel in de populieren en drie jonge knapen schudden hun goudgelokte hoofden.
Nu herinnerde zij zich Mozart. Zij wist wat ze zou zingen, nauwkeurig. Woord voor woord kwam haar voor de geest.

fragment van de 3 knapen uit de Toverfluit, deel 1

En ze wist ook dat de dood in dit leven werkelijk de dood zou zijn. Later, veel later dus.
Hun stemmen liepen over in de eerste morgenkleuren.
Een volgende keer was zij Pamina niet, maar Julietta. En dan…
De jongetjes sprongen uit de bomen en begonnen aan hun taak.
Wolfgang zag ze vliegen.
Net boven de grond eindigde het voorspel. Een prachtige finale.

24f5d-ernstvl7

Zang van de drie knapen, met daarna toilet dat doorspoelt. Daarna de woorden uit de herinnering:

-Vliegen met onhoorbare vleugelslag. Boven de aarde, deze buik met miljarden uitgedeinde kinderen.
-Hij schreef gedichten en liederen over de lucht.
-Deze vrouw bleef alleen over, samen met de bijna gepensioneerde generaals van de grote legers. -In zijn gekkenhuis schreef de man gedichten op de muren.
-De jongetjes sprongen uit de bomen en begonnen aan hun taak.

Venetiaans thema mandoline-concerto (Andante) plots afgebroken.

Toen alle gedichten tot dezelfde woorden waren herleid, kwam de periode van de dichters zonder woorden over de wereld.
Hun zwijgzaamheid werd geprezen.

Buitendecor met koekoek en vogels.

Hun zwijgzaamheid werd geprezen.
Om die zwijgzaamheid vorm te geven, drukten ze lege bundels met daarin de omtrekken van een gedicht, aangeduid door een open of gesloten lijn. Zo ontstond de tekenkunst.

Buitendecor gaat over in klankgroepen

En toen de aardbewoners bemerkten dat de werkelijkheid bijna zo mooi als de gravure of kleurencompositie was, begonnen ze woorden te gebruiken om hun verbazing uit te drukken.
Met die woorden maakten ze gedichten, en toen alle gedichten tot dezelfde woorden waren herleid, kwam de tweede periode van de dichters zonder woorden over de wereld.

Om niet in herhaling te vallen, werd nu de muziek uitgevonden en men zong in liederen zonder woorden wat er aan persoonlijke gevoelens te koop was.

Woordeloos gezang van Broeder Jacob

De ramen naar de tuin stonden ver open. Gezang van vogels lokte ons naar buiten.

Natuurdecor met merel

Het was inderdaad Venetië waar we ons bevonden. We sloten de ogen. In gondels gezeten bezochten we de lagune.

Vogelgezang is in mandoline-thema overgegaan.

Later vertelden we over deze tocht. Kinderen keken ons verbaasd aan. Ouderlingen schudden het hoofd. Toch kon men nog de zeelucht in onze kleren rieken, het oosten in onze ogen zien.

Hun verbeelding? Te gek meneer. Elk cliché herkauwen zij, en als ze bellen blazen lacht de goegemeente.
Met citaten zijn hun zuinige mondjes gevuld.
Tsjechov herschrijven zij en Shakespeare was toch maar een mens.
Ze kunnen niet meer tekenen en haasten zich om toneel te spelen, en waar vroeger de volksdansgroepen, naar het buitenland trokken, verbazen deze nieuwe gildebroeders het internationaal publiek met de nieuwe kleren van de keizer.
Als kostschoolmeisjes blijven zij gibberen.
Oh, maar dit is grappig.
Te gek, meneer.

dde15d9dccb73a8f916c0e3409a1761f

Dus zei het kind: (en de mannenstem)

Kind: Bij gebrek aan fabels, door tekort aan stadsverhalen, zal ik ze voor jullie uitvinden.
Ik ben.
Ik ben degene die jullie niet krijgen.
Timmer jullie theaters dicht, hou jullie gallereien gesloten
Ik kom.
Ik zal heel luid roepen, zonder schaamte, zonder pardon.
De keizer is bloot!
En pas op.
Ik laat me niet gebruiken door de uitgeleefde vertellers.
Ik laat me niet voor de kar van ‘vroeger-was-een-mooie tijd- spannen.
Ik ben.
Ik kom.
Ik vertel de verhalen over de geesten van de flatgebouwen.
De graal, gevonden na een lange zoektocht door de stadsriolen.
Wat uitgevonden is, zal ik weer uitvinden.

Venetiaans thema, 2de deel.

Woorden uit de herinnering:

-Het hoort erbij, zegde hij haar troostend. We moeten plaats maken.
-Toen de man na jaren weer buiten mocht, was hij te suf om nog diep te kunnen inademen.
-Uit hun nageslacht kwamen de nieuwe aardbewoners.
-Omdat gekken niet geoordeeld, laat staan veroordeeld mogen worden, bevolkten zij de lege aarde.
-Ze zag zich in zijn gezelschap ouder worden.
-Een volgende keer was zij Pamina niet maar Julietta , en dan…
-De ramen naar de tuin stonden ver open.

Verschillende soorten gongen en bellen als signalen

Degenen die nu de pest nog niet hadden, verzamelden zich op de heuvels buiten de stad.
Degenen die nu de pest nog niet hadden, sloten zich bij de verhalenvertellers aan.

Als het regende gooiden ze hun kleren weg en smeekten de goden om reiniging.
De epidemie bevolkte de hemel met lang vergane machten.
De vertellers bekeerden zich.
Hun schunnige verhalen ruilden ze tegen gebeden in.
Hun laatste restje trots verkochten ze voor wierook op de altaren.
Ze sloegen hun lichamen en lieten hun geslacht verdorren.
De lente overwoekerde hun gebeenten.
Nu de mensen verdwenen, staat ook de hemel weer te koop.

Bellen. Stilte.
Geluiden van roeiboot in grot, fakkels.

We steken de fakkels aan nu we de grotten invaren.
Gruwelijke tekeningen zijn zichtbaar.
Een kind wordt geofferd aan kennis en macht.
Het vaderschap vertrappelt vrouwen met vleugels.
Woeste Bachanten stenigen Orfeus, de beminnelijke zanger.
Het stalen tijdperk wordt door de draak gevreten.

Wie waren de bewoners van deze planeet?

Alleen nog de roeiboot hoorbaar

-Boven de aarde, deze buik gevuld met miljarden uitgedeinde kinderen.
-Zijn ziel baadde in lucht, tot het einde der tijden.
-Hun slangengezichten verbergen zij tussen het lover van de grote boom.
-Het was niet Columbus maar de man die eeuwen later Amerika ontdekte en daarmee bewees dat de aarde de vorm van een cello had.
-Een prachtige finale.
-Toch kon me nog de zeelucht in onze kleren rieken, het oosten in onze ogen zien.
-Wat uitgevonden is, zal ik weer uitvinden.
-Nu de mensen verdwenen staat ook de hemel te koop.
Wie waren de bewoners van deze planeet?

Muziekthema

60d96551f4faa4c5829d8b2eddb16327--art-vintage-vintage-prints

Mijn moeder vloog

dyn010_original_364_467_jpeg_2661635_f75f2520b2a0efc74a3236fa264b2ff6

Mijn moeder
vloog
de wereld rond
en
voor de avond viel
was zij weer thuis
en kookte
zij wolken
tot een brei
waarin nu en dan
gevallen-engelenvoeten
bovendreven.
De vleugeltjes
waren voor mijn vader.

Na de vaat
wilde ze nog
onder de sterren
vliegen.
Mijn vader
vond het best
en zei
dat hij me wel naar school
zou brengen
met de fiets.

Levenslang
heb ik uitgekeken
naar de eerste leeuwerik.
Het zou wel eens
mijn moeder
kunnen zijn, dacht ik.

 

 

TOEGANG TOT DE PERRONS, een radio-compositie

d5fab66aa4fed77b6b4f664f7fe39255--trains-cars

Antwerpen Centraal, 1979.
De toegang tot de perrons kostte je de prijs van een ‘perronkaartje’.
Ticketten werden nogal luidruchtig met een soort hefboom-apparaat afgedrukt.
Wilde je binnen of buiten het station dan duwde de reiziger een serie piepende en kreunende deuren open die net zo luidruchtig weer dichtzwiepten.
De roltrappen kreunden onder het gewicht van de aankomenden en vertrekkenden.
In het buffet klonk elke handeling als in een kerk.
Sissende dieseltreinen brachten het volk aan en voerden het weg.

Dat waren de werkelijkheden in en rond het station Antwerpen Centraal.
Er was een mooie traditional en de muziek van Ludwig van Beethoven die mij voortdurend aan rijdende treinstellen deed denken.
Door de luidsprekers klonken totaal onverstaanbare namen en mededelingen.
Zowel de muziek als de geluiden liepen in mijn hoofd in elkaar over.
Aankomen en vertrekken.
Het werd een korte radiocompositie, toegang tot de perrons.
De maker geeft eerst een korte inleiding en laat je daarna onderduiken in het aankomen en vertrekken van alle tijden. Antwerpen Centraal.   Uitstekend te beluisteren per hoofdtelefoon of met degelijke boxen, volume ruim open. Zoek niet naar de betekenis van elke geluid maar luister naar de geluidsgolven als naar muziek. Duw maar op het pijltje.

 

 

duurtijd: 17’51

Een station is een vergaarbak van geluiden zoals een orkeststuk een verzameling klanken is.
Wij wilden daarom dit korte verhaal alleen maar vertellen in geluiden, afgewisseld met muziek van Ludwig von Beethoven.
Beide verzamelingen zijn met elkaar verwant. De eerste noemen wij meestal ‘lawaai’ en de tweede krijgt de eretitel ‘muziek’ opgeplakt.
Ook de functies van onze beide elementen zijn verwant: zowel het station als de muziek zijn ontsnappingsplaatsen, vertrekpunten.
Toegang tot de perrsons vertolkt de alledaagse realiteit maar heeft ook aandacht voor de dromen zoals ze exemplarisch gedroomd werden tussen Bonn en Wenen.
Nemen de alledaagse klanken een structuur aan dan begint men plots een heel eigen muziek te ontdekken.
In deze korte radiodocumentaire kunt u luisteren naar de volgende deeltjes:
-Fuga voor stationsdeuren
-Staccato voor perronkaartjesautomaat, geldstuk en stemmen.
-Een vivace voor geluiden in een stationsbuffet
-Kleine cantate voor dieseltreinen en stationsfluitjes
-En tenslotte een voetenscherzo voor vertrekkende en thuiskomende reizigers.

chair-car-edward-hopper

HANNAH ARENDT: REPRESENTATIEF DENKEN

hannah_hist

Wellicht zijn de aanwezige teksten, hoorspelen en documentaires een aanwijzing dat ‘in de stilte’ geen beeld is voor een vereenzaamd, teruggetrokken leven.
Ik las deze morgen, en dat op tweede Pinksterdag, nog een mooi fragment dat de filosofe Joke J. Hermsen aanhaalt in haar boek ‘Heimwee naar de mens’ waar ze over Hannah Arendt praat, de Duits-Amerikaans-Joodse filosofe die zich Israels ongenoegen op de hals haalde bij haar bedenkingen over het proces Eichmann:

‘De aanwezigheid van anderen is voor Arendt een van de belangrijkste voorwaarden voor het denken, of althans voor die vorm van denken die haar voor ogen staat. Ze noemt dat denken met een ‘verbreed bewustzijn’. Deze vorm van denken, een denken dat steeds de standpunten van anderen bij de eigen oordeelsvorming betrekt, staat haaks op het totalitaire denken, dat de meningen en standpunten van anderen bij voorbaat negeert. Denken is voor Arendt altijd representatief denken, dat wil zeggen, dat we geacht worden ons de mogelijke standpunten van anderen voor te stellen door middel van ons verbeeldings- en inlevingsvermogen. Hoe meer standpunten iemand zich kan voorstellen, des te groter het vermogen tot representatief denken.’
(o.c p.123)

En ietsje verder:
‘Denken, zo zouden we de filosofie van Arendt kunnen samenvatten, kan alleen op grond van verschil. Het denkproces komt pas in beweging als het eigen standpunt door een ander wordt uitgedaagd of in twijfel getrokken. De voorwaarde voor het denkproces is het onderling kunnen en mogen verschillen van mensen. Zonder deze pluraliteit stokt het denken. En als het denken stokt, verdwijnt ook het oordeelsvermogen. Dan wordt de mens tot niet veel meer dan een ding , een machine gereduceerd. (..)’
(o.c. p.124)

En nog even terugspringend naar het al dan niet samengaan van filosofie en politiek:

‘De grote belangstelling voor Arendts werk heeft volgens mij hiermee te maken: in deze tijden van verregaande individualisering biedt haar werk, dat de nadruk op onze gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor de wereld legt, nog enig tegenwicht. Daarnaast heeft Arendt onophoudelijk een antwoord gezocht op een van de belangrijkste vragen van de twintigste eeuw, de vraag namelijk waarom westerse filosofen zo vaak geplaagd worden door een ‘hang naar het tirannieke’. Met name Heidegger, met wie Arendt als studente een verhouding had, heeft deze beschuldiging de afgelopen jaren regelmatig voor de voeten geworpen gekregen. De Belgische filosoof Jacques Taminiaux besteedt in zijn boek over Arendt en Heidegger, Het Thracische meisje en de professionele denker, waarin hij de filosofische interesses en meningsverschillen tussen hen zorgvuldig in kaart brengt, ook aandacht aan deze vraag.
De titel van zijn boek verwijst naar een anekdote van Plato, waarin deze het verschil tussen filosofen en ‘gewone’ mensen beschrijft. Deze anekdote wordt door Arendt met veel genoegen in Denken (1971) gememoreerd. Het verhaal gaat dat een Thracisch boerenmeisje op een dag in lachen uitbarst, als ze de filosoof Thales in een bron ziet vallen op het moment dat hij aandachtig de bewegingen van de hemellichamen gadeslaat. ‘Zo’n vurige ijver om te weten wat er in de hemel omgaat en niet eens zien wat zich vlak voor zijn voeten bevindt!’ De filosoof houdt zich kortom veel te veel met verheven, metafysische zaken bezig en heeft (levens)gevaarlijk weinig belangstelling voor de zaken van het dagelijks leven.
(o.c. p. 207-208)

40b7cc62147393b9557793ab3e3e83e3

Wat zich voor onze voeten afspeelt heeft mij ten zeerste geïnteresseerd, en de verschillende portretten en teksten in mijn radiowerk mogen in die richting wijzen. Niet alleen het vermakelijke dat zich daar afspeelt maar vooral ook de ervaringsdeskundigheid om een modewoord te gebruiken van mijn onderwerpen. Ik heb als mens veel van hen opgestoken.
Het veelzijdige van ons bestaan, de uit angsten geboren drang om ons bij een ‘grote’ groep ‘thuis’ te voelen en de gevolgen daarvan, gecombineerd met de ervaring van het dagelijkse leven bieden nog steeds mooie perspectieven. Je hebt alleen de stilte blijvend nodig om ze te laten neerdalen, vormt te geven en plaats in de openbare ruimte te bieden.

48af5-art-crea-dieu-croix-rousse-lyon-6-720x540-3

‘The gap, though we hear about it fist as a nunc stans, the “standing now” in medieval philosophy, where it serverd, in the form of nunc aeternaitatis, as model and metaphor for divine eternity, is not a historical datum; it seems to be coeval with the existence of man on earth. Using a different methaphor, we call it the region of the spirit, but it is perhaps rather the path paved by thinking, the small inconspicuous track of non-time beaten by the activity of thought within the time-space given to natal and mortal men. Following that course, the thought-trains, remembrance and anticipation, save whatever they touch from the ruin of historical and biographical time.’
Hannah Arendt, The Life of the Mind

Beluister een gesprek met Günter Grauss en Hannah Arendt hieronder, een opname uit 1964.
De Engelse ondertitels zijn niet altijd nauwkeurig, en het roken van beide personen moet je als tijdsfenomeen zien. Belangrijk is de inhoud die beetje bij beetje, al sprekend en denkend ontstaat. Een kostbaar document.

(Het boek van Joke J. Hermsen Heimwee naar de mens, essays over kunst, literatuur en filosofie, is uitgegeven door De Arbeiderspers, Amsterdam, Antwerpen 2003.)

NACHTELIJK

c8518cb6a5968ba4f7ed81516be786c9

De nachten, zei mijn kind,
de nachten zijn belachelijk dun
en soms ook afgelikt paars,
of van bladerdeeg
zoals de maan.

Onderwaterzwemmen:
-de wereld kopje onder-
Op veel te dure schepen
liggen matrozen
voor pampus
terwijl sterren
vruchteloos wenken.

In de gele buik van een tram
wil ik de stad uitrijden
en de nachtegaal loslaten
die jij in de piano hebt opgesloten.

Iedereen bewusteloos,
maar wij roeien op de vijver
waar de morgen slaapt.
Heb je wel gebeden, vraagt hij,
want zonder bidden
wierookt de mist als gifgas.

Ze heeft gezongen, zegt ze de nachtegaal,
de hazelaar knikte tevreden,
zelfs de kranten waren over haar te spreken.

Op haar schouder
wacht hij op de leeuwerik
om met een duet
uit de parelvissers
de ontwakenden gerust te stellen.

 Young-Hopper-Drawing
Above you can find Exhibit A from the collection. A picture that young Hopper, only 9 years old, drew on the back of his 3rd grade report card. A sure early sign of his talents.
Helemaal bovenaan ‘Boy and Moon van Edward Hopper (1906-1907)
Pen, brush and ink, and transparent and opaque watercolor on paper

VANUIT DE STILTE NAAR GELUIDS-GENOT

a92fa-brown3

Stilte is niet het ontbreken van geluid, net zo min als lawaai luid moet klinken om lawaai te zijn.
Stilte is de mogelijkheid om dichtbij, midden en verder weg geluiden te kunnen waarnemen die samen een ‘soundscape’ vormen of waarmee je zelf een soundscape kunt maken.
De sterkte doet er niet toe want lawaai is niet meer dan ‘ongewenst’ geluid, en dat kan net zo goed de venijnige klank van de tandartsboor zijn als de stoomhamer uit de walserij.

Stilte is dus openheid om waar te nemen, in dit geval met de oren, al wordt klank met het hele lichaam waargenomen.
Je aandacht richten op de geluiden uit je omgeving is een mooie begin-oefening voor jonge componisten en radio-makers.
Stel je voor dat je alleen thuis bent.
Het was een uitgangspunt voor een kleine radio-productie uit de jaren tachtig. We namen enkele uren thuis geluiden op die in en om het huis aanwezig waren en gingen daarmee aan het werk in de studio. Het werd een soort ‘verdroming’ van de alledaagse geluiden die eigen ritmes en associaties gingen vormen tot ze door een wekker werden verlost en terugkeerden naar hun alledaagsheid.
Natuurlijk hadden we nog geen digitale mogelijkheden. We waren al heel fier op de aankoop van een heuse ‘vocoder’ waarmee geluiden bewerkt konden worden en die ons de kans gaf de kleuren te onderzoeken en te gebruiken.
Luister maar mee, ietsje meer dan zestien minuten ‘Alleen thuis’. (16’38)

 

mdj_peter_serling_2010_web_0423

Enkele dagen geleden vond ik in de USA een mooie cd van een groep met een erg aansprekende naam. ‘BANG ON A CAN’. Ze verzamelden nummers onder de al even sprekende titel voor een radiomaker: ‘Field Recordings’.
Hieronder stellen ze zichzelf voor en volgen er twee nummers waarin alledaagse geluiden prachtig zijn geïntegreerd in hun totaalproductie.
Het geluid wordt een deel van de totaalklank die we dan bijvoorbeeld muziek kunnen noemen maar net zo goed een eigen dramatisch verhaal vertelt.

Veel luister-werk, koptelefoons of goede boxen aan te raden om je in de ruimte zelf terug te vinden. Gebruik een zo groot mogelijk scherm.

Bang on a Can is dedicated to making music new. Since its first Marathon concert in 1987, Bang on a Can has been creating an international community dedicated to innovative music, wherever it is found. With adventurous programs, it commissions new composers, performs, presents, and records new work, develops new audiences, and educates the musicians of the future. Bang on a Can is building a world in which powerful new musical ideas flow freely across all genres and borders. Bang on a Can plays “a central role in fostering a new kind of audience that doesn’t concern itself with boundaries. If music is made with originality and integrity, these listeners will come.” (The New York Times)

Bang on a Can has grown from a one-day New York-based Marathon concert (on Mother’s Day in 1987 in a SoHo art gallery) to a multi-faceted performing arts organization with a broad range of year-round international activities. “When we started Bang on a Can, we never imagined that our 12-hour marathon festival of mostly unknown music would morph into a giant international organization dedicated to the support of experimental music, wherever we would find it,” write Bang on a Can Co-Founders Michael Gordon, David Lang and Julia Wolfe. “But it has, and we are so gratified to be still hard at work, all these years later. The reason is really clear to us – we started this organization because we believed that making new music is a utopian act – that people needed to hear this music and they needed to hear it presented in the most persuasive way, with the best players, with the best programs, for the best listeners, in the best context. Our commitment to changing the environment for this music has kept us busy and growing, and we are not done yet.”

Current projects include the annual Bang on a Can Marathon; The People’s Commissioning Fund, a membership program to commission emerging composers; the Bang on a Can All-Stars, who tour to major festivals and concert venues around the world every year; recording projects; the Bang on a Can Summer Music Festival at MASS MoCA – a professional development program for young composers and performers led by today’s pioneers of experimental music; Asphalt Orchestra, Bang on a Can’s extreme street band that offers mobile performances re-contextualizing unusual music; Found Sound Nation, a new technology-based musical outreach program now partnering with the State Department of the United States of America to create OneBeat, a revolutionary, post-political residency program that uses music to bridge the gulf between young American musicians and young musicians from around the world; cross-disciplinary collaborations and projects with DJs, visual artists, choreographers, filmmakers and more. Each new program has evolved to answer specific challenges faced by today’s musicians, composers and audiences, in order to make innovative music widely accessible and wildly received. Bang on a Can’s inventive and aggressive approach to programming and presentation has created a large and vibrant international audience made up of people of all ages who are rediscovering the value of contemporary music.

 

EEN MAN EN EEN PAARD, een radiodocumentaire

DP122028

Een man en een paard, een radiodocumentaire uit de vroege tachtiger jaren van de 20ste eeuw.
Hij was 67 toen we deze documentaire maakten: een man met een bewogen leven waarin paarden een voorname rol hebben gespeeld.
Man en paard behouden hun zelfstandigheid.
Maar er is een band.
Ze respecteren elkaars eigenheid en zelfstandigheid.
De nauwe band die hen verbindt of verbonden heeft kwam langzaam tot stand.

Beluister zijn verhaal.

duurtijd: 27’40

 

agostini

Het bovenste beeldje komt uit de Hellinistische periode, 3de eeuw voor  V.C., de tekening is van de Amerikaanse kunstenaar Peter Agostini (1913-1993) Gedateerd: 1941.

 

WENDINGEN

Wendingen-1931_1280x500

 

Waarom

draait de rivier,

sterft het kind,

staan de koeien, gat naar de wind,

breekt een vriend je de nek,

kust een onbekende je op de lippen,

ratelt de regen,

verblijven wij op aarde,

zingen de monniken,

stinken kranten naar leugens,

stijgt de temperatuur,

gooien mensen zich op de grond voor god,

grijpen wij naar goud en zilver,

verbergen wij onze angsten

lezen we op het toilet,

en verlaten wij het leven,

terwijl de merels zwijgen.

 

Wendingen zijn het, kind,

wendingen die ons

tot een roerloos cocon omwinden.

Wat gisteren was, zal morgen zijn.

 

Het regent sterren terwijl je slaapt.

 

kopjewendingen

 

DORPSIDYLLE HEINRICH SEEPOLT

seepolt01

Merkwaardig en boeiend doek van merkwaardige en boeiende kunstenaar.
Heinrich Seepolt werd in 1903 in Duisburg (DE) geboren en bezocht de Kunstgewerbeschule in Essen, was medestichter van de ‘Duisburger Künstlerbundes’ en bezocht geregeld de Kunstacademie in Düsseldorf. Als Meisterschüler van Paul Klee zoekt hij naar zijn eigen stijl.
Vanaf 1932 gaf hij samen met andere Duisburgse kunstenaars atelier (in kamers van een politiebureau!) waarin het ‘zien’ werd verdiept: ‘Schulung des Sehens und Gestaltens’.
Het kenmerkt hem als kunstenaar dat hij eerder pedagoog dan artiest wilde zijn, denk ik.
Als de nazi’s aan de macht komen wordt één van zijn werken in beslag genomen als ‘Entartete Kunst’ (1937) en gaat hij ondergronds. In 1942 huwt een halfjoodse pianiste, Wilhelmine Schlüter.
In Zwitserland wordt zijn zoon geboren en in 1944 werd zijn Duisburgs atelier ‘ausgebombt’ en gaat veel werk verloren.
In 1950 komt hij totaal verarmd in Kirchheim wonen, een wijk van Euskirchen en ontwerp hij er mooie glasramen voor de Sint Martinuskerk. Hij sluit er vriendschap met plaatselijke deken Joseph Emonds die tijdens de oorlog een Joods gezin opnam in zijn woning. Hij werd zijn ‘Freund im Geiste und der Gesinnung’.
Beide mannen waren werkzaam in de toen pas ontstane ‘Friedensbewegung’.

seepolt02

Op zoek naar zijn werk vond ik alleen uiteenlopende kwalitatief middelmatige werken.
Dit doek echter, genoemd ‘Dorpsidylle’ toont een jonge originele expressionist. Het draagt het jaartal 1924, nog voor zijn scholing in Dusseldorf, maar als je goed kijkt (ik zag zijn 4 ook nog op een ander werk) dan zie je dat het ook wel eens een 7 zou kunnen zijn en 1927 lijkt me waarschijnlijker in zijn biografie passen.

Het is de weergave van een dorp van binnen-uit, het dorp zelf leeft als personage.
Man en vrouw met kindje keren terug van het veld, vrouwen bij een baby, iemand wast its in een teil, een vrouwtje komt ons tegemoet.
In de diepte liggen de heuvels, maar vooraan het schamele huis waar je langs allerlei trappen naar binnen kunt. Uit de schoorsteen komt een beetje rook.
De werkelijkheid is de werkelijkheid zoals de kunstenaar ze doorvoelt: een plaats voor schamele mensen maar die bij elkaar steun vinden met het huis als toevlucht en vertrekpunt.
De aardetonen houden het geheel ver van de ‘idylle’ al kreeg het een beetje ironisch die naam, een dorpsidylle, of komt die naam van een kunsthandelaar die geen ogen in zijn hoofd had?

Een prachtig werk is het, om levenslang te koesteren.

Olie op doek 49 cm x 60 cm
links onder gesigneerd en gedateerd
In een grote mooie zwarte kader, beschadigd aan de zijkanten maar zeker de moeite om te restaureren.
67 cm x 77 cm

Als Sohn eines Dekorationsmalers wurde Heinrich Seepolt am 26. September 1903 in Duisburg geboren. Er war Maler und Graphiker, ließ sich ab 1920 an der Kunstgewerbeschule Essen ausbilden und studierte von 1926 bis 1931 an der Kunstakademie Düsseldorf. Als Meisterschüler von Paul Klee entwickelte er einen persönlichen Stil, den er in der Nachkriegszeit in Kirchheim bei Euskirchen fachlich und mit persönlichen Akzenten weiter entwickelte. (…)

Und nachdem erstmals im Jahre 1937 eins seiner Werke aus einem Museum entfernt wurde, lebte er wegen drohender Verhaftung im Untergrund.
Da er ab 1950 mit seiner Familie verarmt in Kirchheim wohnte, fand er in dem dort wirkenden Dechant Joseph Emonds einen Freund, der anfangs nicht nur seine Familie mit Kleidung und Nahrung unterstützte, sondern sich auch als „Freund im Geiste und der Gesinnung“ zeigte. Beide Männer gehörten seit den 1950er Jahren – in verschiedenen Positionen – zur neu entstandenen Friedensbewegung.

( ‘Heinrich Seepolt (1903-1989) aus Kirchheim, ein activer Künstler in der Zeit der westdeutschen Friedensbewegung, Blog von Hans Dieter Arntz)

“Dorfidylle” Gemälde Öl/Leinwand, 49 cm x 60 cm, links unten signiert und datiert 24 /(27?) “Village idyll” painting oil/canvas, 49 cm x 60 cm, (67 cm x 77 cm) signed and dated 24 down left

 

In onze collectie nog te koop. Bij belangstelling gebruik ‘contact’. You can buy this beautiful painting. Please use ‘contact’.

 

HELENA, DE CASSETTES EN DE KINDEREN, een radio-portret

Helena heeft al een bewogen leven achter de rug. Maar ze heeft zoals ze zelf zegt een ‘manmoedige moed’. Wat ze denkt, zegt ze ook, en ze kan net zo snel spreken als denken. En dat in verschillende lagen en op hetzelfde moment.
Haar grote vreugde zijn haar kleinkinderen met wie ze liedjes opneemt op een cassette (we zijn in de vroege jaren 80!) en die dan daarna weer beluistert en meezingt.
Ze heeft haar manier van leven gevonden al blijft er ook nog een grote droomwens.
Een zeer levendig portret van een moedige vrouw met een groot hart.
Een uitzending in de serie ‘Het is kwart over twaalf en alles is rustig’ (1980-jaren)

(32′)

huyunju kim small memory

MARIA, liederen onder de perelaar. Twee radio-chromo’s.

 

b198781_polska_swietokrzyskie

Maria uit Polen. Als jonge vrouw is ze in België achtergebleven. Door bemiddeling van het OCMW had ze in het Gents Begijnhof een huisje gekregen waar ze haar eigen wereld heeft opgebouwd. Ze is dan al tegen de tachtig. Vol heimwee naar de landerijen in het thuisland, zingt ze elke dag zichzelf begeleidend op haar accordeon. Nu, veertig jaar later beluister ik nog vaak haar lied. Soms zingen we zelfs samen. We overbruggen tijd en afstand.

 

Bij problemen met de waterput wilden de gemeente-arbeiders de perelaar in haar tuintje omhakken om bij de leiding te kunnen. Wat ze ook beweerde, hoe ze ook wilde aantonen dat de put niet onder de geliefde boom te vinden was, het mocht niet baten. Maar ze zou haar geliefde perelaar redden!

pologne01