Kleine recepten omtrent de leegte, een aanloop (3)

Johannes Hevelius (left) and an assistant observe a partial solar eclipse in 1673.

Die mooie observatie van een gedeeltelijke zonsverduistering in 1673 had blijkbaar al heel wat voeten in de aarde als ik de uitgestalde onderdelen van de kijker bestudeer. Maar deze Duits-Poolse geleerde, Johannes Hevelius, tevens uitstekend bierbrouwer, deinsde ook niet terug om een privé observatorium met de mooie naam Sternenburg boven zijn drie gekoppelde huizen te bouwen met daarbij een zelf ontworpen en uitgevoerde Kepler-telescoop die zo maar eventjes een brandpuntafstand had van 46 meter.

The Large Astronomical Telescope Of Johannes Hevelius 1611-1687 Illustration From Machina Coelestis

Wil je in een klassieke notendop kennismaken met zijn boeiend leven dan verwijs ik je graag o.a. naar:

https://stringfixer.com/nl/Johannes_Hevelius

Hevelius en tweede vrouw Elisabeth observeren de hemel met een koperen sextant (1673)

Hij was mijn vertrekpunt bij mijn kleine zoektochten naar ideeën rondom de leegte. Het leven van een hemelkundige immers maakt gebruik van de grote leegte, en zelfs zijn onderzoek naar de nabije zon vindt best plaats als dit hemellichaam door onderlinge combinaties met bv. de maan onzichtbaar werd. (in feite is het niet de zon maar wel een gedeelte van de aarde dat verduisterd wordt!)

Een ander aspect van dit kijken naar een zogenaamde leegte is het feit dat door uitdijing er steeds ruimte wordt bijgemaakt. Tegelijkertijd kunnen wij in die vroegere ruimte , het verleden, terugkijken. Ruimte en tijd. Dat zijn vier dimensies. Wij staan stil maar de ruimte deint uit in de tijd. (en steeds sneller!)

Het feit dat we in waarnemingen ook het verleden kunnen blijven zien vond ik een boeiende idee om de werkelijkheid te onderzoeken, net zoals de nieuwe ruimte die door uitdijing ontstaat.

De aanwezigheid zoals wij ze ervaren is duidelijk door merkstenen van geboorte en dood afgeboord, wij ervaren onszelf als tijdelijk terwijl wij via voorouders en nazaten in de tijd zijn, die dimensie waarin we het begrip verlies naar het begrip stroming kunnen vertalen.

'Bergson maakt een onderscheid tussen een bewust binnen de kloktijd handelend ‘ik’ en een in de innerlijke tijd ingebed ‘dieper gelegen zelf’. In dit moi profond ligt onze grotendeels vergeten geraakte geschiedenis opgeslagen, inclusief onze pretalige, vroege kindertijd. Want niets van de innerlijk beleefde tijd gaat verloren. Juist omdat het verleden altijd mee blijft resoneren, is geen enkel ogenblik ooit gelijk aan het voorgaande. We stappen dus nooit tweemaal in dezelfde rivier, zoals Heraclitus schreef. Elk nieuw moment komt voort uit alle voorgaande keren en voegt er het specifieke van de nieuwe ervaring aan toe. Tijd baart tijd.' 

(uit: Als het pijn doet gaan we terug naar zekere rivieren  Joke J. Hermsen)
'Ja, de tijd is stromend water, dacht ze, maar haar herinneringen vormden de bodem, met de kleine en grote kiezels, waarlangs het water zijn weg zocht. Elke druppel die aan haar voorbijschoot, had over de bodem van dat verleden geschraapt, over de zachte en de scherp uitstekende stenen en had daar iets losgewoeld en opgenomen in zijn stroom: een stukje mos, een korrel zand, en dit alles bepaalde het moment waarin ze zich nu bevond.' (ibidem)
Geen afloop

nu praat ik tegen u, bij uw bron
in een uithoek van het eiland.

nu ziet u mij tekeergaan met mijn vuisten
tegen de patrijspoort van mijn isolement
en ik roep iets.

nu ziet u mijn behuizing
door de liederlijke uitgestrektheid tollen.
een dobbelsteentje, al hoe kleiner

en nu ziet u mij niet langer maar u weet
dat ik nog altijd op datzelfde raampje bons.

mooi hoor, al dat oude sterrenlicht en geen
planeten, zo ver weg, zo dichtbij.
Alfred Schaffer (1973) is dichter en werkzaam als docent aan de vakgroep Afrikaans en Nederlands van de Universiteit Stellenbosch in Zuid-Afrika. In 2021 ontving hij de P.C. Hooft-prijs voor poëzie en verscheen, zo heb ik u lief. alle gedichten tot nu.

https://www.de-gids.nl/artikelen/ik-sprak-met-de-rivier-en-de-rivier-die-sprak-terug

De bedding. De leegte waardoor de rivier haar weg naar zee vindt. Bestaan er ook beddingen voor begrippen? Of voor ideeën-stromingen? Heb je een ‘stevige bedding’ nodig om je in deze wereld recht te houden? Zit een te nauwe of te brede bedding de durf om je in vraag te stellen in de weg? En in hoeverre vormt het zoeken naar het uiteindelijke doel, de zee, de bedding? Enkele stenen in het water gooien.

Men spreekt over het geweld van de wassende rivier. Maar wie spreekt er over het geweld van de bedding die de rivier insluit?’ (Bertolt Brecht)
 “Het idee van autonoom functionerende individuen is simpelweg een illusie, met als de waanzinnige variant van het westelijke hokjesdenken, van aparte mentale stoornissen tot afzonderlijke gendercategorieën. Leven is versmelting. Dood is ontbinding”.(Uit: 'Intieme Vrienden, Paul Verhaege)
Oude Meander van de Durme (Vilda/Yves Adams)

“Het idee dat de mens maakbaar is, klopt. Maar dat we onszelf maken is een illusie.” “Het dwingende ideaal is steeds meer produceren en consumeren … ‘Als we erin slagen onze kinderen te laten excelleren, dan zal ons kapitaal nog exponentieel groeien’, zo lees ik in de recente Beleidsnota Onderwijs van de Vlaamse onderwijsminister. Wat er vooral groeit is het aantal kinderen én leerkrachten dat uitvalt. Groei is het laatste wat we nodig hebben en kinderen tot kapitaal reduceren is de hedendaagse versie van de negentiende-eeuwse kinderarbeid.” (Intieme Vrienden, Paul Verhaege)

Van Gogh Brug over de Seine in Asnieres
Ik kijk naar het water- en of het stil is
en zwart, of rimpelt, en glinstert, het doet maar
ik denk: zo is het, dit is hoe het moet

er drijven eenden tegen het riet, die eenden
daar, in dat riet, er staan wat wilgen en elzen
die daar, in de bocht van de rivier
alles heeft zijn eigen moment, zijn eigen plek

er waren oneindig veel mogelijkheden om
een landschap met een rivier te zijn
er is gekozen voor deze ene en deze is,goed

Rutger Kopland Verzamelde Gedichten. G.A. van Oorschot, 2006

Tussen het publieke en private leven: Glyn Warren Philpot, schilder (1884-1937)

“Resurgam (Again) 1929 Oil on canvas 86cm x 89cm (Private Collection)

Het duurt wel even eer je tussen de documentatie en afbeeldingen het private van het publieke leven kunt onderscheiden, ook al is dit ‘persoonlijke’ een belangrijke factor bij het benaderen van zijn werk. Dat Glyn Warren Philpot, schilder en beeldhouwer, wel eens meer dan één keer tussen de geschiedenisplooien van de schone kunsten is verdwenen zal dan ook niemand met enige kennis van het leven en laten leven verbazen. Het begint zoals menig schildersleven begonnen is, met waar en wanneer:

Best known for his portraits of contemporary figures, Glyn Warren Philpot was a British painter and sculptor. Born in Chapham, London in 1884, he began studies at the Lambeth School of Art in 1900, under landscape painter Philip Connard. Philpot later studied at the studio of painter and sculptor Jean-Paul Laurens at the Académie Julian in Paris.
In 1904 one of Philpot’s paintings was included in the Royal Academy’s annual Summer Exhibition and this led to his first portrait commission.
Glyn Warren Philpot by Glyn Warren Philpot 1908
Na zijn bekering tot het katholicisme in 1905, verkende Glyn Philpot gedurende zijn hele carrière religieuze en spirituele onderwerpen. Na een eerste bezoek aan Florence en Midden-Italië in het begin van de jaren 1920, nam zijn productie van religieus geïnspireerde schilderijen aanzienlijk toe. Philpot produceerde ook verhalende scènes die minder formeel en met lossere penseelvoering waren uitgevoerd. Sommige daarvan tonen de invloed van de Franse Symbolistische beweging, die in deze tijd over de Europese kunstvormen verspreid was. Deze meer persoonlijke werken van Philpot werden in 1910 getoond maar kregen minder aandacht dan zijn portretten.
Portrait of Lady Benthall 1935

The Edwardian era in the United Kingdom, covering the reign of King Edward VII (1901-1910) allowed for more recognition of women’s and laborers’ rights. The class system was still very strictly defined, and any suspicion of homosexuality was tantamount to social suicide. But in this period the aesthetes and writers, including Oscar Wilde, Aubrey Beardsley, E.M. Forster, and Somerset Maugham, made their mark and were no doubt early influences on Glyn Warren Philpot. (Advocate 2012 Chr. Harrity)

Repose on the Flight into Egypt 1922 Glyn Warren Philpot 1884-1937 Purchased 2004 http://www.tate.org.uk/art/work/T11861

Glyn Philpot geeft een ongebruikelijke interpretatie aan het onderwerp van de rust van de Heilige Familie tijdens de vlucht naar Egypte door er mythologische figuren in te verwerken, waaronder een sfinx, een sater en drie centauren. Philpot’s presentatie van de mythologische wezens zinspeelt op heidense mythen van ongebreidelde seksualiteit, en de implicatie is dat deze zal worden vervangen door de nieuwe religie van het christendom. De Heilige Familie schuilt tegen een enorm beeldhouwwerk van een verwoest gebouw, waarvan op de achtergrond fragmenten te zien zijn. Dit droomachtige werk is geïnterpreteerd als een poging van Philpot om zijn aangenomen katholicisme te verzoenen met zijn seksuele aantrekkingskracht tot andere mannen. (Tate Gallery Label 2018)

Portrait of Vivian Forbes, c.1930 (oil on canvas) by Philpot, Glyn Warren (1884-1937); 101.5×76 cm; Private Collection; (add.info.: Vivian Forbes (1891-1937);); Photo © Peter Nahum at The Leicester Galleries, London.

Je moet al even gaan zoeken om de verbinding tussen schilder Vivian Forbes en Philpot Glyn Warren te vinden al was Vivian ‘longtime partner’ van Glyn. Ze leerden elkaar kennen bij de Royal Fusiliers op een training in Aldershot 1915 en na de oorlog begonnen ze wat beschreven staat als ‘a more serious relationship’.

Forbes also composed poetry, all of it dedicated to Philpot and their relationship. Forbes, Philpot, Ricketts and Shannon all had studios at some point in the Lansdown Road building of the Ladbroke Estate.

Ook al waaierden hun levens soms heel andere kanten uit, toen Vivian de plotse dood van Philpot Glyn Warren (18 december 1937) vernam, verliet hij onmiddellijk Parijs om de begrafenis te kunnen bijwonen en pleegde de dag daarna op 23 december zelfmoord door een grote dosis slaappillen in te nemen.

Vivian Forbes naar tekening van Philpot, Glyn Warren
Shortly after his death, Philpot was accorded a retrospective at the Tate Gallery in 1938, but his fame waned after the Second World War and his work became increasingly marginalised within British art history until a retrospective National Portrait Gallery in 1984. This is due perhaps to the difficulty of classifying an artist whose painterly styles are so various and whose subjects are suggestive and ambivalent, lacking affiliation with other English modernists. Outside his portraiture, the underlying interest in the male body displayed in his work was rarely analysed and it is only since the 2000s that the theme of homosexuality is being properly acknowledged. In 2017, Brighton Museum and Art Gallery opened a retrospective display of Philpot's work in the context of the many LGBTQ exhibitions and events across the museum, celebrating the 50th anniversary of the partial decriminalisation of homosexuality in the UK. (Art UK Jenny Lund, Nicola Coleby)
Philpot, Glyn Warren; The Angel of the Annunciation; Brighton and Hove Museums and Art Galleries; http://www.artuk.org/artworks/the-angel-of-the-annunciation-75376

Op het schilderij De engel van de annunciatie (1925) is de aartsengel Gabriël afgebeeld als een gespierde en sensuele jongeman die knielt voor een portiek van rode baksteen. In plaats van vleugels heeft hij een golvende rode cape, en hij kijkt meelevend naar de Maagd Maria, wier aanwezigheid slechts wordt gesuggereerd door de achtergelaten breipennen en garen. De toeschouwer van het schilderij neemt het perspectief van Maria aan en wordt de ontvanger van de aankondiging van Gabriël. In plaats van de traditionele lelie, die Maria’s toewijding en zuiverheid symboliseert, biedt Gabriël een anemoon aan. In de christelijke iconografie symboliseert de anemoon, een wilde bloem, de zuiverheid en de kortstondigheid van het leven van Christus, en in de klassieke mythologie de tranen van Aphrodite toen zij treurde om de dood van haar jeugdige minnaar Adonis. Volgens Philpots broer Leonard is het decor geïnspireerd op Leonards cottage in Bedham, bij Fittleworth, Sussex, waar Philpot verbleef voordat hij aan De engel van de annunciatie werkte. Philpot’s zeer moderne interpretatie van de Annunciatie kreeg gemengde kritieken in de pers.(ibidem)

Philpot, Glyn Warren; Melancholy Negro; Brighton and Hove Museums and Art Galleries; http://www.artuk.org/artworks/melancholy-negro-75380
Philpot was introduced to Henry Thomas in 1929, after the Jamaican had missed his boat home. He became Philpot's servant and companion, remaining with him until the artist died in 1937, and was the model for all Philpot's paintings of black men from 1932. On visits to America and Paris, Philpot frequented jazz clubs and had made sketches and painted portraits of black men. At a time when few portraits of black men were painted by white artists, Philpot's paintings and drawings display empathy and sensitivity towards his sitters.(ibidem)

IIn Melancholy Man (1936), Henry Thomas’s long torso and limbs are accentuated and the tilt of the head and the open arms and hands suggest a passive gentleness, the gold background accentuating the sensual rendering of the model’s skin. The blue strip at the left gives depth to the painting and makes solid the figure in space. This feminised, languorous portrayal of a black male hints at Philpot seeing black men as ‘other’, onto which he could project a coded homoeroticism otherwise difficult in the censorial society of the 1930s. (ibidem)

https://artuk.org/discover/stories/glyn-philpot-portraiture-and-desire

Glyn Warren Philpot, A Young Breton, 1917, Oil on Canvas, 127 z 101.6 cm, Tate Museum, London

Kijk ook naar een mooie collectie bij:

https://godsandfoolishgrandeur.blogspot.com/2018/01/in-fractured-light-male-portraits-by.html

Kleine recepten omtrent de leegte, een aanloop(2)

eigen foto 2022 3030168 Gmt

Gewend als wij zijn aan het zichtbare, -in bredere betekenis ‘het waarneembare’- is de bron van het zichtbare, het lentelicht, wel te situeren in zijn oorsprong, maar in wezen (mama, waar is licht van gemaakt?) niet dadelijk te ervaren.

Schept het de aanwezigheid van een ruimte waarin je deze tekst leest, het landschap waar je zo dadelijk naar kunt kijken, of de herinneringen aan de gestalte van een geliefd wezen, hoe minder het licht zelf in evidentie komt. In een lege, nachtelijke kamer echter is het kleinste kaarsvlammetje het centrum. De leegte als noodzakelijkheid om essenties waar te nemen zou je met dit beeld kunnen omschrijven. Lao-tse zei het zo:

De leegte

De band van een wiel wordt vastgehouden door de spaken,
maar de leegte tussen hen is wat zin geeft voor het gebruik.
Vaten worden gevormd uit natte klei,
maar de leegte binnenin maakt het mogelijk om de kruiken te vullen.
Hout wordt gebruikt om deuren en ramen te maken,
maar de leegte tussen hen maakt het huis bewoonbaar.
Dus het zichtbare is van nut,
maar het essentiële blijft onzichtbaar.

Lao-tse
Rene Magritte The human Condition
The void

The tyre of a wheel is held by the spokes,
but the emptiness between them is what makes sense in use.
Vessels are formed from wet clay,
but the emptiness within them makes it possible to fill the jars.
Wood is used to make doors and windows,
but the emptiness in them makes the house habitable.
Thus the visible is of use,
but the essential remains invisible.

Lao-tse

We zijn vlug geneigd om die ‘leegte’ tot iets mysterieus of zelfs heiligs te verheffen, maar ze is gewoon de (denk)ruimte waarin we waarnemingen en ideeën tot hun recht laten komen. Luister maar naar deze kleine BBC-soundscape waarin een bezige koekoek hoorbaar is. Sluit je ogen en je bent 1’39” in een landschap waar de roep van de vogel de diepte hoorbaar maakt. Met je volumeknop je kun je dichterbij of verder weg zijn.

Common Cuckoo (Cuculus Canorus) – territorial calls with reed warbler, etc

Camille Saint Saëns heeft er in zijn dierencarnaval een muzikale aanwezigheid van gemaakt. De diepte van het woud laat zijn roep ver weg klinken en schept een onzichtbare maar hoorbare ruimte. Je kunt zelfs de twee klankbeelden proberen samen af te spelen, dat zorgt hier en daar voor wonderlijke combinaties.

Het zou mooi zijn al die landschappen die je je als luisteraar verbeeld hebt bij elkaar te brengen en ze met je eigen ervaringen te verbinden. Het mag duidelijk zijn dat je de leegte nodig hebt om de wereld van anderen toe te laten. Leegte schept ruimte voor het andere en anderen. Dat kan ook met letters. Zijn brieven voor velen al verschijnselen uit een ver verleden, dan blijven verhalen en gedichten een andere mogelijkheid om bv. vanuit het jaar 1837 een juni-nacht te proeven. Nuits de juin. Geschreven door Victor Hugo. Beetje zachtjes luidop meelezen maakt de muzikaliteit hoorbaarder, inderdaad. Daaronder kun je Jupiter volgen bij zijn reis door de zomernacht terwijl een heuse nachtegaal zijn mooiste muziek maakt voor degenen die wakker zijn gebleven. Les yeux fermés, l’ oreille aux rumeurs entrouverte.

Nuits de juin

L’été, lorsque le jour a fui, de fleurs couverte
La plaine verse au loin un parfum enivrant ;
Les yeux fermés, l’oreille aux rumeurs entrouverte,
On ne dort qu’à demi d’un sommeil transparent.

Les astres sont plus purs, l’ombre paraît meilleure ;
Un vague demi-jour teint le dôme éternel ;
Et l’aube douce et pâle, en attendant son heure,
Semble toute la nuit errer au bas du ciel.

Victor Hugo 28 septembre 1837

En terwijl ik deze reis uitstippel hoor ik dat auteur Jeroen Brouwers is overleden. Laat de diepte van de sterrennachten een waardige slaapplaats zijn terwijl wij, achterblijvers, zijn woorden lezen en herlezen voorbij de langste nacht in de geduldige duur van de ons gegunde dagen in geheime kamers en bezonken rood. On ne dort qu’a demi d’un sommeil transparant.

Maait mei niet? ‘De ongrijpbaarheid van het kwaad’ (Nelleke Noordervliet)

eigen foto

Het mag duidelijk zijn dat deze bijdrage geen vragen wil stellen bij het mooie initiatief de wildgroei in de tuinen te bevorderen maar eerder vanuit data als de net voorbije 4de en de komende 9de en 10de meidag een ander ‘maaien’ zichtbaar te maken dat -dachten wij- nu wel tot de ‘geschiedenis’ is gaan behoren, maar weer volop in de bloedigste betekenis van het woord dagelijks tot in Europa bloesem en bloed verenigt. Wilde ik dit jaar de weelde van de blauwe regen in beeld brengen dan kon dat alleen vanuit de zwarte schaduw van zijn knoestige stammen.

It should be clear that this contribution does not seek to question the fine initiative of promoting sprawl in the gardens but rather to make visible, from dates such as the just-passed 4th and the coming 9th and 10th May, another 'mowing' that we thought belonged to 'history', but which, in the bloodiest sense of the word, unites blossom and blood daily in Europe. If I wanted to picture the opulence of the wisteria this year, I could only do so from the black shadows of its gnarled trunks. 

In de mooie verzameling teksten van Nelleke Noordervliet ‘Schatplicht’ (Uitgeverij Augustus A’dam-Antwerpen 2013) vond ik in de late uren een prachtige tekst ‘De ongrijpbaarheid van het kwaad’ , de neerslag van een toespraak ter gelegenheid van de herdenking van 4 mei in de Nieuwe Kerk te Amsterdam in 2006. Haar woorden zijn actueler dan ooit. Ze verspreiden is dan niet alleen een eerbetoon maar pure noodzakelijkheid.

Russian state media are now highlighting Russia’s capture of almost all of Mariupol as a long-anticipated victory in Mr. Putin’s pledge to “denazify” Ukraine.Credit…Alexander Ermochenko/Reuters NY Times

‘Hoe kon het gebeuren? In Europa. In Duitsland. In Azië. In Japan. Hoe kon de zucht tot veroveren en onderdrukken bezit nemen van zovelen? Hoe kon een misplaatst gevoel van superioriteit leiden tot vervolging en vernietiging van miljoenen medemensen? Waarom is er niet eerder ingegrepen?
Het is allemaal beschreven. Geschiedschrijving helpt een overzicht te krijgen. Optimist als de mens vaak is, meent hij van de geschiedenis te zullen Ieren. De voornaamste les is dat de mens niets leert van de geschiedenis, althans geen consequenties verbindt aan de lessen. Als dat wel zo was, leefden we nu in het paradijs. Nee, nu val ik ons iets te hard. Het is waar: oorlog is helaas gangbaarder dan vrede, maar is er nu ergens ter wereld oorlog of heerst ergens ter wereld een mensonterend regime, dan sluiten we onze ogen niet. Niet altijd. In sommige gevallen heeft de internationale gemeenschap na ampele beraadslagingen een vredesmissie naar een dergelijk gebied gestuurd. En ook daarvan is geleerd. Door schade en schande. Er is geen schone oorlog, er is geen zuivere vrede. Geschiedschrijving maakt ons bewust van onze feilbaarheid.
Ze maakt ons alert op nieuwe verschijningsvormen van onrecht, terreur, misleiding. Niet alleen in anderen maar ook in onszelf.

Olga Podust, 28, surveyed the damage to her apartment in Kramatorsk on Thursday. An early-morning Russian airstrike severely damaged the residential complex where Ms. Podust lived. Credit…Lynsey Addario for The New York Times

De grote totalitaire regimes zijn verdwenen uit Europa. Dat wil niet zeggen dat de voorwaarden waaronder ze konden ontstaan met hen zijn verdwenen. Hannah Arendt heeft dat in haar diepgravende analyse van het totalitarisme afdoende duidelijk gemaakt. Wat me blijft intrigeren is hoe in een mens, die onder normale omstandigheden niet geneigd is tot crimineel gedrag, die niet erfelijk is belast of andere tekortkomingen in zijn systeem vertoont, de besmetting met het kwaad plaatsvindt, hoe het komt dat mensen bereid zijn hun individualiteit en kritisch oordeelsvermogen op te geven, uit eigen vrije wil, en actief een rol te gaan vervullen in een machinerie van haat en vernietiging. Hoezeer ook een totalitaire beweging welhaast een natuurverschijnsel lijkt dat alles en iedereen op zijn verwoestende weg meesleept: elke beweging bestaat uit mensen, individuen, verblind, hongerig, vervuld van eigenbelang, wraakzucht, jaloezie en wat al niet, maar altijd eenlingen, met het vermogen te denken en lief te hebben. Mij intrigeert dat omslagpunt waarop een individu zijn keuze maakt: mee te gaan of weerstand te bieden. Velen buigen, maar sommigen niet. Sommigen niet. Weten we van onszelf of we de moed zullen opbrengen? Ik durf mijn hand niet voor mijzelf in het vuur te steken. Van niemand valt te voorspellen of hij in de beproeving stand kan houden.

Ik stel me voor hoe het gaat. Er zijn problemen in een gemeenschap. Er heerst onrust, verwarring. Er zijn smeulende conflicten.
In het zoeken naar een uitweg wordt een idee voor een oplossing geopperd. Het klinkt plausibel. Verlossend zelfs. De visie wint aan populariteit en wordt krachtiger, radicaler. ]e hele omgeving spreekt zich uit voor die kijk op de kwestie, met wat mitsen en maren, maar toch. ]e discussieert. Stelt vragen. Argumenteert. Geeft toe. Of niet. Of een beetje. ]e twijfelt. Er zit misschien wel wat in. Of niet. De anderen twijfelen steeds minder. Wie is nou gek, zij of jij? De visie wordt steeds meer absoluut. De taal verandert. De betekenis van woorden verandert. Bijna ongemerkt. Al spoedig schaam je je voor je twijfel. ]e spreekt hem niet meer uit.
Tegenstand wordt steeds minder geduld. Mensen die je hoog had zijn de ideologie toegedaan. ]e wordt een buitenstaander. Dat wil je niet zijn. ]e vreest de eenzaamheid, de uitsluiting. En ach, als zovelen de nieuwe politiek aanhangen, wat maakt jouw protest dan nog uit? En als je je aansluit ben je ook maar een onaanzienlijke druppel in de oceaan. Wat doe je ertoe, jij klein mens? Alles om je heen is veranderd, je verandert zelf. Tot je jezelf niet meer herkent.

Men zegt dat juist de geleidelijke, stapsgewijze voortschrijding van het kwaad de betrekkelijke meegaandheid van mensen onder een totalitair regime tekent. Mensen worden heel langzaam ontmenselijkt. Onmerkbaar verliezen ze het beeld van de ander als gelijke. Hun individualiteit wordt hun ontnomen. In ruil daarvoor krijgen ze angst.
‘Wil een totalitaire heerschappij het gedrag van haar onderdanen leiden,’ schrijft Hannah Arendt, ‘dan moet elk van hen erop voorbereid worden dat hij even geschikt is voor de rol van uitvoerder als voor de rol van slachtoffer.’ Je kunt niet meer kiezen. De staat kiest voor jou. De openheid van de toekomst houdt op te bestaan.

Ik blijf zoeken naar het moment van twijfel, het moment van toegeven, het beslissende moment, waarop een mens zich laat gaan in overgave en zelfverlies, het moment waarop het kwaad vat krijgt op een individu. Hoe is het kwaad als kwaad te herkennen? Wie jong is gelooft maar al te graag in de neiging van de mens tot het goede; hij begint zijn leven net en dan is moedeloosheid of cynisme geen vrolijke metgezel. Geleidelijk aan wordt hij wijzer en ontkiemt in zijn hart het zaad van de twijfel. Is de mens wel geneigd tot het goede? De werkelijkheid dwingt hem onder ogen te zien dat het ‘goede’ niet makkelijk herkenbaar is. Zelfs het kwaad dient zich aan in de mantel van het goede. Woorden als vrijheid en waarheid worden maar al te vaak misbruikt.

‘Do not go gentle into that good night, rage, rage against the dying of the light.’

We verzetten ons tegen de duisternis. We verzetten ons tegen het vergeten. Maar hoe kunnen we ons verzetten als de verhalen van de oorlog verstenen tot mythen? Als we het lied zo vaak hebben gehoord dat de betekenis uit de tekst is verdwenen. We moeten ons allereerst verzetten tegen gemakzucht en afstomping in onszelf. Blijf luisteren. Naar alle verhalen van oorlog.Verhalen van kinderen die een geweer in de hand gedrukt krijgen.Verhalen van vluchtelingen. Verhalen van gemartelden en gegijzelden. Verhalen van vermoeide soldaten. Verhalen van verdwenen dorpen. Verzamel verhalen en wordt niet moe. Luister naar verhalen van toen en naar verhalen van nu. Luister naar de stem van je eigen vrijheid. Maar hoor ook je uitvluchten, je excuses, je drogredenen. Volg niet klakkeloos leiders. Durf alleen te staan. Durf je uit te spreken. Wees moedig. Wie goed luistert neemt geen wapens op, behalve om de menselijkheid te verdedigen.

Toen Rotterdam brandde, op 14mei 1940, stonden mijn grootouders van moederszijde, een oom, een tante en mijn moeder in de etagewoning van opa en oma in Crooswijk, niet ver van de Jonker Fransstraat waar het vuur woedde. Ze waren erg bang. Zomaar was vier dagen tevoren de oorlog uitgebroken. Vliegtuigen lieten parachutisten vallen. Geruisloos zweefden ze door een hemelsblauwe lucht naar beneden, herauten van strijd en van dood. Nu kwamen de vliegtuigen met brandbommen aanronken, vlogen over, lieten hun loodzware last vallen. Elk ogenblik kon een voltreffer het dak van opa’s en oma’s huis raken. Ze hadden de armen om elkaar heen geslagen. Ik weet niet of ze gesproken hebben of gebeden, gevloekt of gehuild. Ze hebben gedacht te zullen sterven, zomaar op een dag in mei. Ze stonden als een menselijk schild over mijn nichtje heen, dat toen een paar maanden oud was. Het enige wapen dat ze hadden om de menselijkheid te verdedigen was hun eigen lichaam. Dat ene kleine jongen mensenleven telde. Ze moesten de toekomst redden. Ze moesten de toekomst redden.

Nellke Noordervliet, fragmenten uit 'De Ongrijpbaarheid van het Kwaad' Gebundeld in 'Schatplicht' Uitgeverij Augustus Amsterdam-Antwerpen 2013 

‘Tussen Rusland en Europa’, pogingen tot verstandhouding

Ukraine-army soldier

Als kind uit de tweede wereldoorlog is mij de geschiedenis dierbaar gebleven die ons, meer dan de begrijpelijke vooringenomenheid, wegen tot verstandhouding kan zichtbaar maken. Herinneringen aan een fantastische geschiedenisleraar die voor ons het ontstaan van een verenigd Europa zichtbaar maakte in de vroege jaren zestig en de snelheid waarmee commentatoren allerhande dagelijks hun stellingen (moeten) poneren, vormen een goede combinatie om te proberen waan en werkelijkheid van elkaar te scheiden. Lectuur is daarbij een goede gezel, in dit geval een boek van historica Janine Henriëtte Jager ‘Tussen Rusland en Europa’, ‘Russische debatten over de intelligentsia, de staat en de natie in de jaren 1908-1912’, uitgeverij Jan Mets Amsterdam, 1998. De datum verraadt de toenmalige actualiteit waarin na 1989 een ‘ander’ Rusland vorm zou krijgen na het verdwijnen van de Sovjet-Unie. Het begrip ‘tussen Rusland en Europa’ heeft een duidelijk historisch verloop. Het brengt ons enige klaarheid in de soms ‘vreemde’ uitdrukkingen die de huidige machthebber(s) in allerlei uitspraken debiteert. Wil je de hoofdrolspelers begrijpen dan is enige kennis van het (historisch) decor wellicht nuttig ook al is de aanblik van het echte decor onmenselijk en in onze ogen onbegrijpelijk.

'Het Russische Europabeeld was in veel opzichten het spiegelbeeld van het Europese Ruslandbeeld.  Ook in de Russische denkbeelden van Europa kwamen emoties van minachting, vrees en bewondering voor, maar in een andere rangorde.  In het Russische geval was eerder sprake van een minderwaardigheidscomplex.  Respect en vrees voor Europa voerden meestal de boventoon.  Daarbij was echter tegelijkertijd een soort basso continuo hoorbaar waarin zelfoverschatting, minachting voor het Westen en een messianistisch zendingsbewustzijn naar voren kwamen. 

De verdeeldheid in Europa over Rusland vond haar parallel in vaak nog grotere Russische onenigheid over Europa.  Evenmin als de andere Europeanen waren de Russen het onderling eens of hun vaderland tot Europa gerekend moest worden. Europa was een voorbeeld maar niet zelden van de afschrikwekkende soort. Ook hier vond partijvorming plaats en stonden de aanhangers van het Westen tegenover de slavofiele tegenstanders ervan.  De denkbeelden van Europeanen over Rusland en van Russen over Europa werkten op elkaar in en versterkten het ingewikkelde karakter van hun onderlinge verstandhouding.' (p17-18)
Illumination from 1673 representing a crowd at the Ipatiev Monastery imploring Michael Romanov’s reluctant mother to let him go to Moscow and become their Tsar (public domain).
‘Het Europese Ruslandbeeld en het Russische Europabeeld werden gekenmerkt door een sterke overdrijving van de verschillen tussen Rusland en het Westen. Deze verschillen waren echter aanzienlijk en vonden hun oorsprong in de Middeleeuwen. 
De eerste Russische staat, het Rijk van Kiev, kon zich omstreeks 1100 nog als een gelijkwaardige partner beschouwen van de staten in westelijk Europa. Het onderhield daarmee ook levendige culturele en economische contacten en was door huwelijkse banden gelieerd aan andere Europese vorstenhuizen. Voor de latere verhouding tussen Rusland en het Westen was het van grote betekenis dat Rusland in de 10de eeuw vanuit Byzantium gekerstend was en deel zou blijven uitmaken van het oosterse christendom. Het werd door Byzantium ondergedompeld in een religieus-politieke cultuur, gekenmerkt door autocratisch bestuur en een hooghartige afkeer van het Latijns-katholieke Westen. ‘ (p.18)
Annunciatie. Mozaïek uit de Kiëvse periode in de Sofia-Kathedraal, Kiev; alle opschriften zijn toch nog in het Grieks.(!) Maar… (zie hieronder)
'Rusland bleef echter verstoken van directe deelname aan de Grieks- Byzantijnse beschaving omdat het christendom in de volkstaal aan de Slaven werd verkondigd. Voor 1700 waren er nauwelijks Russen die Grieks, laat staan Latijn kenden. Rusland kwam daardoor gemakkelijk in een cultureel isolement terecht. De invloed van de scholastiek, de renaissance, het humanisme en de reformatie drong er nauwelijks door. Door de Mongoolse verovering in de 13de eeuw was Rusland grotendeels afgesneden geraakt van contacten met het Westen en Byzantium. In de daaropvolgende twee eeuwen ontwikkelde Moskovië zich in een langdurige strijd tegen de Mongolen en de andere Russische vorstendommen tot de machtigste staat in dit gebied. 

Het christelijke Moskovië had in de ogen van westerse waarnemers die het land tussen 1500 en 1700 bezochten, meer weg van een oosterse of Aziatische despotie dan van een Europees land. Deze indruk werd nog versterkt doordat de Russen behagen schiepen in hun culturele apartheid en nationaal—religieuze exclusiviteit. Na de val van Constantinopel in 1453 pretendeerde Moskou de enig overgebleven hoeder van het ware geloof te zijn. De Moskouse grootvorst liet merken dat hij zich als de opvolger van de Byzantijnse keizer beschouwde en noemde zich voortaan tsaar (caesar). De Byzantijnse dubbele adelaar werd als staatkundig embleem overgenomen. De Russen zagen hun Moskou als het ‘Derde en laatste Rome’. Hoewel zulke messianistische en antiwesterse denkbeelden zich niet werkelijk ontwikkelden tot een invloedrijke staatkundige ideologie, bleef een behoudende, in zichzelf gekeerde, xenofobe mentaliteit lang kenmerkend voor het Russische geestesleven.' (p18-19)
Michael I, Tsaar van Rusland (1613-1645) Eerste tsaar van het huis Romanov
'Bij de culturele verschillen hadden zich rond 1600 vele andere gevoegd. Het oostelijke deel van Europa, en Rusland in het bijzonder, was in de late Middeleeuwen in sociaal, economisch en technisch opzicht sterk achter geraakt bij het Westen, dat op het gebied van handel, nijverheid en urbanisatie een grote bloei doormaakte. De Oost-Europese steden boeten aan belang in, de boeren raakten in lijfeigenschap. Alle westerse reizigers naar Rusland berichtten over de bekrompen achterlijkheid, de smerige armoede en de barbaarse hardheid van het Russische leven, maar ook over de overvloed aan natuurlijke rijkdommen van dit onmetelijke land. Deze verschillen zorgden ervoor dat het Westen en Rusland een steeds intensiever contact met elkaar zochten. De Russische heersers beseften dat hun land zich niet tegenover Europese mogendheden als Polen of Zweden kon handhaven zonder westerse wapens en techniek. Voor het Westen zou Rusland een belangrijke leverancier van grondstoffen zijn. Het vormde ook een potentiële bondgenoot tegen Europa’s voornaamste vijand, de Turken.'(p.19)
Oorlog van Rusland tegen de Turken (klik hier om te vergroten)
'De dubbele identiteit van Rusland als Europees en als Aziatisch land vond haar neerslag in de imperiale ideologie die onder de opvolgers van Peter de Grote verder werd uitgewerkt. In de 18de eeuw ontstond naast het Woord roesski (‘Russisch' in engere zin) ook de term rossiski, ter aanduiding van alles wat tot het Russische imperium behoorde. Het contrast tussen Aziatisch Rusland als een ver en vreemd wingewest en het Europese Russische moederland werd versterkt door de verschillen in geografische,etnografische en culturele gesteldheid zoveel mogelijk te accentueren. In de I8de-eeuwse Russische atlassen en geografische literatuur werd het uitgestrekte gebied ten oosten van de Oeral meestal ook niet met zijn oorspronkelijk Russische naam Sibir (Siberië) aangeduid, maar bij voorkeur met de veel exotischer klinkende en uit de westerse geografische terminologie afkomstige naam Groot Tatarije. Hoever deze Russische imitatie van het Europese kolonialisme ging, bleek bijvoorbeeld uit de wijze waarop in Rusland tot ver in de 19de eeuw over Siberië werd geschreven als ‘ons Mexico’, het ‘Russische Brazilië’ of ‘ons Oost-Indië’.'(P.20)
De onverwachte terugkomst van de revolutionair uit ballingschap in Siberië. Ilja Repin
'Als gevolg van Peter (de Grote)'s hervormingen in de 18de eeuw ontstonden er grote tegenstellingen binnen de Russische samenleving. Een kleine aristocratische bovenlaag had kunnen profiteren van de hervormingen en verwesterde. Daardoor vervreemdde zij steeds meer van de rest van de bevolking,die voornamelijk bestond uit ongeletterde en arme boeren-lijfeigenen. De hervormingen hadden hen alleen meer ellende gebracht en zij bleven vasthouden aan de oude Russische tradities en levenswijze. Niet alleen tussen elite en volk, ook tussen elite en staat ontstond een diepe kloof. Peter (de Grote) had de adel tot levenslange dienst aan de staat gedwongen. Toen deze verplichting in 1762 verviel, ontstonden er politieke meningsverschillen tussen de aristocratische leisure class en de eveneens aristocratische kaste van professionele bureaucraten. De verwesterlijking veroorzaakte een groeiende behoefte aan meer vrijheid en sommige edellieden begonnen de almacht van de autocratische staat en de schrijnende sociale en politieke misstanden te bekritiseren.'(p.22)
Catharina de Grote (1762-1796 aan de macht)

‘Catharina de Grote heeft tijdens haar heerschappij (1762-1796) geprobeerd dit ‘denkend deel van de natie’ voor zich te winnen door Rusland open te stellen voor de ideeën van de Franse Verlichting. De massale boerenopstand in 1772-1774 onder leiding van de Donkozak Jemeljan Poegatsjov , die vooral tegen haar bewind was gericht, deed haar echter weer terugkrabbelen tot een veel behoudener politiek. Van haar pogingen om Rusland een moderne staatkundige en maatschappelijke structuur te geven kwam weinig terecht. Catherina verloor haar enthousiasme voor verlichte idealen volledig toen bleek dat zij in Frankrijk tot een grote revolutie hadden geleid waarbij de koning werd onthoofd. Aan het einde van haar regeerperiode gedroeg zij zich als een fervent bestrijdster van westerse politieke en maatschappelijke denkbeelden en was Rusland het meest conservatieve bolwerk op het vasteland in Europa.’

'Ideeën laten zich echter moeilijk uitroeien.  De Verlichting was de eerste westerse geestelijke beweging die Rusland diepgaand heeft beïnvloed.  Dit was mogelijk omdat er tegen het eind van de 18de eeuw een aristocratische intelligentsia was ontstaan die zich, naar Europees voorbeeld, verlicht en kosmopolitisch opstelde, zich ook niet noodzakelijk met de belangen van de Russische staat identificeerde en eigen gedachten ontwikkelde over Ruslands toekomst en plaats in de wereld. De hervormingen van de 18de eeuw legden zo de kiemen voor het ontstaan van een fundamentele controverse over Ruslands nationale identiteit en de noodzaak tot een modernisering naar Europees model.'  (p 23)
A serio-comic map of Europe 1900 (klik hier om te vergroten)

Enkele belangrijke ideeën uit het boek van Janine Henriëtte Jager, ‘Tussen Rusland en Europa ‘ om het conflict tussen twee buurlanden, met Europa op de achtergrond, te benaderen. Hopen we maar dat in onze scholen en universiteiten weer dezelfde bevlogen leraars de kans krijgen om met het vak geschiedenis de toekomenden te helpen bij het begrijpen van elkaars verleden om een vredevolle toekomst te bevorderen. Niet op het slagveld wordt de toekomst beslist maar in scholen en universiteiten is het te doen met alle gevolgen vandien als het ‘gelaten’ wordt.

De oorlog in Oekraïne is ook een taal-oorlog

Odessa Potemkin-Stairs

De oorlog in Oekraïne vecht ook tegen of voor een taal. Vladimir Poetin voerde de verdediging van de ‘Russisch sprekenden’ aan ter rechtvaardiging voor een campagne van culturele en politieke overheersing, aldus Amelia Glaser, Associate Professor for Russian and Comparative Literature aan U.C. San Diego USA. In een artikel op de Kremlin-website van vorig jaar juli vergeleek hij het institutionaliseren van de Oekraïense taal en cultuur zelfs met “massavernietigingswapens”. De metafoor uitbreidend, vervolgt hij: “Zo’n ruwe, kunstmatige tweedeling tussen Russen en Oekraïners kan de totale Russische bevolking met honderdduizenden, of zelfs miljoenen, hebben doen afnemen.”

In one very real sense, the current war in Ukraine is about language. Vladimir Putin has presented the defense of Russian-speakers in Ukraine as justification for a campaign of cultural and political domination. In an article posted to the Kremlin website last July, he went so far as to compare the institutionalizing of Ukrainian language and culture to “weapons of mass destruction.” Extending the metaphor, he continues: “Such a crude, artificial dichotomy between Russians and Ukrainians may have caused the total Russian population to decrease by hundreds of thousands, or even millions.”

This accusation is no less chilling for its absurdity: Ukraine, the argument goes, has robbed Russia of ethnic Russians by compelling them to speak Ukrainian. This cultural shift from Russian towards Ukrainian is what Putin seems to mean when he evokes the term genocide, as a perverse pretext for the mass killing of Ukrainian civilians. (Literary Hub April 8  2022)

‘Niets heeft het Oekraïense volk zo verenigd rond een enkele taal als de aanval van Rusland op zijn soevereiniteit. In een in 2017 gepubliceerd artikel stelde de politicoloog Volodymyr Kulyk vast dat na de annexatie van de Krim in 2014 en het uitbreken van de Donbas-oorlog meer mensen in heel Oekraïne “willen dat de staat helpt de Oekraïense taal op grotere schaal te gebruiken, in overeenstemming met zowel zijn wettelijke status als zijn symbolische rol als de nationale taal.” Afgelopen januari 2022, toen Russische troepen zich opmaakten voor een invasie, nam Oekraïne een taalwet aan die verplichtte Oekraïens te gebruiken in officiële contexten, waaronder scholen.’ (ibidem)

Aan het eind van de 19e eeuw was het vrijwel onmogelijk geworden Oekraïense literatuur te publiceren. De Valuev Doctrine van 1863 en de daaropvolgende Ems Ukase van 1873 verboden de publicatie van de meeste literatuur in het Oekraïens. Dichters als Lesia Ukrainka moesten in Galicië worden gepubliceerd, toen nog in het Habsburgse Rijk, en hun werk moest naar het tsaristische Rusland worden gesmokkeld. Veel schrijvers en geleerden in West-Oekraïne legden volksliederen en toespraken van boeren vast als een manier om de taal en cultuur te behouden.

Laten we de taal eren, zij het dan in vertaling, door op de mooie teksten van de dichteres Kateryna Kalytko in te zoemen. Haar teksten lezen vaak als liefdeslyriek aan de Oekraïense taal. Ongeneerd roepen ze de liefde op om de passie van het geheugen uit te leggen, het verkennen van de cultuur, aldus Amelia Glaser.

Kateryna Kalytko is a poet, prose writer, and translator. She has published nine collections of poetry and books of short stories. She has received many literary awards and fellowships, among them the Central European Initiative Fellowship for Writers in Residence, KulturKontakt Austria, Reading Balkans, Vilenica Crystal Award, Joseph Conrad-Korzeniowski Literary Prize, BBC Book of the year and Women in Arts Award from UN Women. Striking imagery emerges in her recent poetry like puzzle pieces that create a violent and shocking picture of war, conveying the loss and pain that is experienced during a search for safety and identity amidst the war.
To love in a time of war is
to wear earrings in spite of everything,
so the holes don’t close,
the ones you pierced with Grandma
at the old beauty parlor.

The darning needle punctures
the pink baby flesh still
untouched by trauma.
The sound with which the needle slowly
breaks through
is too soft to call
a crunch or a crack,
but it’s there.
Why isn’t she crying?—The hairdresser
looks at Grandma.
—She isn’t going to cry,—
Grandma answers
Liefhebben in een tijd van oorlog is
oorbellen te dragen ondanks alles,
zodat de gaatjes niet dichtgroeien,
die je met oma hebt gepierced
in het oude schoonheidssalon.

De stopnaald prikt
het roze baby-vlees nog steeds
onaangetast door trauma.
Het geluid waarmee de naald langzaam
doorbreekt
is te zacht om het een
een knak of een krak te noemen,
maar het is er.
Waarom huilt ze niet? De kapster
kijkt naar oma.
-Ze gaat niet huilen,-
antwoordt oma 

“Ondanks de hele prachtige erfenis van de Oekraïense literatuur, hebben we nog steeds niet genoeg woorden om te beschrijven wat er nu met ons gebeurt
In addition to her original poetry of war, Kalytko has translated Croatian and Bosnian poets of the Balkan war. At thirty-nine, she has published nine books of poetry of fiction, which have won prizes in Ukraine and internationally. The language of her poetry informs her prose. Her 2019 collection, Nobody knows us here and we are nobody, for example, combines poems and poetic vignettes, many of which describe the disorienting feeling of internal displacement.(Amelia Glaser)
Here, take this language, woman,
Use it to shoot.
Defend yourself to your last breath—and whatever you do
don’t let them near you. Use
the radio interception system
and the night vision riflescope.
These are included. And don’t pretend you don’t know how to use it.
Keep your eye trained
on the enemy’s location and on his slightest advance.
Let him come within shooting range—then strike the target and
don’t hesitate.
There are plenty of bullets, don’t spare them,
if they run out—
make new ones out of words,
only slender feminine fingers are suited to such maneuvers.
And come what may, don’t let them near
the old border, where father’s plums lie ripe and heavy.
When they cross it—you must confront them, hand to hand.
Then pierce them with your bayonet, slit them ear to ear,
slash, smash, and scalp them
until the light dims before your eyes.
When you wake up, you’ll stroke the prickly nape
of your recruit-son, hand your husband his crutches,
and then, you’ll start over.
Who said we left you to your fate?
We’ve armed you as best we could.

(–Translated from the Ukrainian by Amelia Glaser and Yuliya Ilchuk. )

But these things happen:
heroes have died, enemies survive,
and people, regular people, neither one nor the other,
string and scatter the beads of happiness—
celebrating love, somebody’s birthday,
A house-warming party,
while you’ve filled an earth pie with your flesh.
The planets haven’t ceased their orbit,
even the trams haven’t changed their schedules.
Outside the hospital window there’s a construction site,
hammering stakes, knocking like distant artillery,
and a boy, grasping a piece of rebar, hits it against the asphalt,
the way a night rail worker hits the wheels of the train,
that you ride in oblivion across the whole country,
falling hard, your belly sticking in the earth pie,
that’s been stuffed to the brim with people.

–Translated from the Ukrainian by Amelia Glaser and Yuliya Ilchuk. 
Maar deze dingen gebeuren:
helden zijn gestorven, vijanden overleven,
en mensen, gewone mensen, noch het een, noch het ander,
rijgen en strooien de kralen van geluk-
de liefde vieren, iemands verjaardag,
Een house-warming party,
terwijl je een aardse taart hebt gevuld met je vlees.
De planeten zijn niet gestopt met hun baan,
zelfs de trams hebben hun dienstregeling niet veranderd.
Buiten het ziekenhuis raam is er een bouwplaats,
hamerende palen, kloppend als verre artillerie,
en een jongen, grijpt een stuk betonijzer, slaat het tegen het asfalt,
zoals een nachtspoorwegwerker tegen de wielen van de trein slaat,
die je in vergetelheid door het hele land rijdt,
hard vallend, je buik stekend in de aarde-taart,
die tot de rand toe gevuld is met mensen
They asked Passiflora for her passport at the entrance to the garden,
but she didn’t have one.
What she had was a thorny and knotted stalk of sorrow,
and a flower with a full array of passions, nails in stigmata,
a crown of thorns, but no passport.
Where are you taking all this pain, it’s contraband,—
they ask with jeering smiles;
They’re probably mocking me,—she thinks quietly.
The fog lifts from the river channel, making it so homeless.
In the garden sturdy apple trees are weighed down, resting their branches on the earth,
like runners at the starting line.
You can hear the delicate peony dropping its flower, petal by petal, to the grass.
A bit further, an intrepid army of currants, raspberries,
And a stray ivy, having crept in through the backdoor, pushes them from the wall.
But she was seeking a gate that barred access to her alone.
Well what can I do, she says, I’m sorry, I’ll just wait here;
She clutched a stone and has held on for five years,
her blue eyes blossoming, bearing heart-shaped fruits.

–Translated, from the Ukrainian by Amelia Glaser and Yilia Ilchuk-
Ze vroegen Passiflora om haar paspoort bij de ingang van de tuin,
maar dat had ze niet.
Wat ze had was een doornige en geknoopte stengel van verdriet,
en een bloem met een hele reeks passies, nagels in stigmata,
een doornenkroon, maar geen paspoort.
Waar haal je al die pijn vandaan, het is smokkelwaar,-
vragen ze met een spottende glimlach;
Ze bespotten me waarschijnlijk,- denkt ze stilletjes.
De mist trekt op uit het rivierkanaal, waardoor het zo dakloos wordt.
In de tuin staan stevige appelbomen, hun takken rustend op de aarde,
als hardlopers aan de startlijn.
Je hoort de tere pioenroos haar bloem, bloemblaadje voor bloemblaadje, op het gras laten vallen.
Een beetje verder, een onverschrokken leger van aalbessen, frambozen,
En een verdwaalde klimop, die door de achterdeur naar binnen is geslopen, duwt ze van de muur.
Maar ze was op zoek naar een poort die alleen voor haar de toegang versperde.
Nu wat kan ik doen, zegt ze, het spijt me, ik zal hier gewoon wachten;
Ze greep een steen vast en heeft het vijf jaar volgehouden,
haar blauwe ogen bloeiden, hartvormige vruchten dragend.
Kateryna Kalytko is a poet, prose writer, and translator. She has published nine collections of poetry and books of short stories. She has received many literary awards and fellowships, among them the Central European Initiative Fellowship for Writers in Residence, KulturKontakt Austria, Reading Balkans, Vilenica Crystal Award, Joseph Conrad-Korzeniowski Literary Prize, BBC Book of the year and Women in Arts Award from UN Women. Striking imagery emerges in her recent poetry like puzzle pieces that create a violent and shocking picture of war, conveying the loss and pain that is experienced during a search for safety and identity amidst the war.

Amelia Glaser is Associate Professor of Russian and Comparative Literature at U.C. San Diego. She is the author of Jews and Ukrainians in Russia’s Literary Borderlands (2012) and Songs in Dark Times: Yiddish Poetry of Struggle from Scottsboro to Palestine (2020). She is currently a fellow at the Radcliffe Institute for Advanced Study.

Yuliya Ilchuk is Assistant Professor of Slavic Languages and Literatures at Stanford University. She is the author of Nikolai Gogol: Performing Hybrid Identity (2021). She is currently researching memory and identity in post-Soviet Russian and Ukrainian literature.

Oorspronkelijke versie in het boeiende magazine: Literary Hub, ten zeerste aan te raden.

“The Mushrooms of Donbas’ a poem by Serhiy Zhadan, Oekraïne

We publiceerden eerder gedichten van deze bekende Oekraïense dichter (1974) die ook al bij de eerste oorlogen in zijn land van zich liet horen. Tijdens de Oranje-revolutie van 2004 organiseerde hij een tentenstad in Kharkiv waar demonstranten twee maanden verbleven. Zhadan, die zichzelf beschouwt als een vreedzame anarchist, is trots op de Oekraïense anarchistische traditie, die zich uitstrekt van de Oekraïense Kozakken uit de zestiende en zeventiende eeuw tot Makhnovia, een semi-officiële anarchistische republiek die van 1918 tot 1921 bestond in een regio net ten noorden van de Krim. (Een van Zhadans reisverslagen, “Anarchie in de UKR”, documenteert een reis van Kharkiv naar Makhnovia).

“Donbass Mushrooms,” describes the regrets of a macho pump-factory worker (“We were the élite of the proletariat”) about his post-Communist career growing hallucinogenic mushrooms. “He sees himself as a voice of the underprivileged,” said Chernetsky.
THE MUSHROOMS OF DONBAS

In spring Donbas disappears in the fog, and the sun hides behind heaps of earth.
So you need to know where you’re going,
you need to know the man who can make the arrangements.

This man was a worker in the former pumping station
worn down by alcohol.
When we met, he said, “We, the workers of the pumping station,
were always considered the elite of the proletariat, yeah, the elite.
When everything fell the f___ apart, many
just put their hands down. But not the workers
of the pumping station, not us.
We organized an independent mining union,
we took over three buildings of the former plant
and started to grow mushrooms there.”

“Mushrooms?” I couldn’t believe it.
“Yes. Mushrooms. We wanted to grow cactus with mescaline, but
cactus won’t grow here in Donbas.

You know what’s important when you grow mushrooms?
It’s important to get high, that’s right, friend – it’s important to get high.
We get high, believe me, even now we have to get high, maybe it’s because
we are the elite of the proletariat.

And so – we take over three buildings and start our mushrooms.
Well, there’s – the joy of work, elbow grease,
you know – the heady feeling of work and accomplishment.
And what’s more important – everyone gets high! Everyone’s high even without mushrooms!

The problems began a few months later. This is gangland
territory, you know, recently a gas station was burnt down,
they were so eager to burn it down, they didn’t even manage to
fill up, so of course the police caught them.
And so, one gang decides to take us on, decides to take away
our mushrooms, can you believe it? I think in our place anyone else
would have bent over, that’s the way it is – everyone bends over here,
according to the social hierarchy.

But we get together and think – well, mushrooms – this is a good thing,
it’s not a matter of mushrooms, or elbow grease,
or even the pumping station, although this was one of the arguments.
We just thought – they are coming up, they will grow
our mushrooms will grow, you could say they’ll ripen to harvest
and what are we going to tell our children, how are we going to look them in the eye?
There are just things you have to answer for, things
you can’t just let go.
You are responsible for your penicillin,
and I am responsible for mine.

In a word, we just fought for our mushroom plantations. There we
beat them. And when they fell on the warm hearts of the mushrooms
we thought:

Everything that you make with your hands, works for you.
Everything that reaches your conscience beats
in rhythm with your heart.
We stayed on this land, so that it wouldn’t be far
for our children to visit our graves.
This is our island of freedom
our expanded
village consciousness.
Penicillin and Kalashnikovs – two symbols of struggle,
the Castro of Donbas leads the partisans
through the fog-covered mushroom plantations
to the Azov Sea.

“You know,” he told me, “at night, when everyone falls asleep
and the dark land sucks up the fog,
I feel how the earth moves around the sun, even in my dreams
I listen, listen to how they grow –

the mushrooms of Donbas, silent chimeras of the night,
emerging out of the emptiness, growing out of hard coal,
till hearts stand still, like elevators in buildings at night,
the mushrooms of Donbas grow and grow, never letting the discouraged
and condemned die of grief,
because, man, as long as we’re together,
there’s someone to dig up this earth,
and find in its warm innards
the black stuff of death
the black stuff of life.


© Translation: 2011, Virlana Tkacz and Wanda Phipps
Publisher: First published on PIW, , 2011
Bodies of civilians that Ukrainian authorities say were killed by Russian forces lay in a mass grave outside St. Andrew’s Church in Bucha on April 3. NY Times Daniel Berehulak
De paddenstoelen van Donbas

In de lente verdwijnt Donbas in de mist, en de zon verbergt zich achter hopen aarde.
Dus je moet weten waarheen je gaat,
je moet de man kennen die alles kan arrangeren.

Deze man was een arbeider in het voormalig pompstation
versleten door alcohol.
Toen we elkaar ontmoetten, zei hij: "Wij, de arbeiders van het pompstation,
werden altijd beschouwd als de elite van het proletariaat, ja, de elite.
Toen alles in duigen viel...
gewoon hun handen naar beneden. Maar niet de arbeiders...
van het pompstation, wij niet.
We organiseerden een onafhankelijke mijnwerkersvakbond,
we namen drie gebouwen van de voormalige fabriek over
en begonnen daar champignons te kweken."

"Paddenstoelen?" Ik kon het niet geloven.
"Ja. Paddenstoelen. We wilden cactussen met mescaline kweken, maar
 hier in Donbas groeien cactussen niet.

Weet je wat belangrijk is als je paddo's kweekt?
Het is belangrijk om high te worden, dat klopt, vriend - het is belangrijk om high te worden.
We worden high, geloof me, zelfs nu moeten we high worden, misschien is het omdat we de elite zijn van het proletariaat.

En dus - we nemen drie gebouwen over en beginnen met onze paddenstoelen.
Nou, er is - de vreugde van het werk, elleboogvet,
weet je - het bedwelmende gevoel van werk en prestatie.
En wat nog belangrijker is, iedereen wordt high! Iedereen high, zelfs zonder paddo's!

De problemen begonnen een paar maanden later. Dit is gangland-gebied
weet je, onlangs is er een benzinestation afgebrand,
ze wilden het zo graag platbranden dat ze niet eens konden tanken,
dus natuurlijk heeft de politie ze gepakt.
En dus besluit een bende om ons aan te pakken, besluit ze 
onze paddenstoelen af te pakken,
kun je dat geloven? Ik denk dat in onze plaats ieder ander
zou gebogen hebben, zo is het nu eenmaal - iedereen buigt hier,
volgens de sociale hiërarchie.

Maar we komen samen en denken, nou, champignons, dit is een goede zaak,
het is geen kwestie van champignons, of elleboog vet,
of zelfs van het pompstation, hoewel dat een van de argumenten was.
We dachten gewoon - ze komen op, ze zullen groeien,
onze champignons zullen groeien, je zou kunnen zeggen dat ze zullen rijpen om te geoogst te worden en wat gaan we onze kinderen vertellen, hoe gaan we ze in de ogen kijken?
Er zijn gewoon dingen die je moet verantwoorden, dingen
die je niet zomaar kunt laten gaan.
Jij bent verantwoordelijk voor jouw penicilline,
en ik ben verantwoordelijk voor de mijne.

In één woord, we hebben net gevochten voor onze champignonplantages. Daar nekken we hen.
En toen ze op de warme harten van de champignons vielen
dachten we:

Alles wat je met je handen maakt, werkt voor jou.
Alles wat je geweten bereikt, slaat
op het ritme van je hart.
We bleven in dit land, zodat het niet ver zou zijn
voor onze kinderen om onze graven te bezoeken.
Dit is ons eiland van vrijheid
ons uitgebreide
dorpsbewustzijn.
Penicilline en Kalashnikovs - twee symbolen van strijd,
de Castro van Donbas leidt de partizanen
door de met mist bedekte champignonplantages
naar de Azov Zee.


"Weet je," vertelde hij me, "'s nachts, als iedereen in slaap valt
en het donkere land de mist opzuigt,
voel ik hoe de aarde rond de zon beweegt, zelfs in mijn dromen
Ik luister, luister naar hoe ze groeien -

de paddenstoelen van Donbas, stille hersenschimmen van de nacht,
oprijzend uit de leegte, groeiend uit harde steenkool,
tot harten stilstaan, zoals liften in gebouwen 's nachts,
de paddenstoelen van Donbas groeien en groeien, laten nooit de ontmoedigden
en veroordeelden sterven van verdriet,
want, man, zolang we samen zijn,
is er iemand om deze aarde op te graven,
en in zijn warme ingewanden
het zwarte spul te vinden van de dood
het zwarte spul van het leven.
Four freshly dug graves, for an early-morning funeral, at a cemetery in Irpin on April 16. David Guttenfelder/The New York Times
Serhiy Zhadan’s poem ‘The Mushrooms of Donbas’ sounds so contemporary that it could have been written just yesterday. It tells the story of a worker at a former mining pumping station in Donbas (the coal-rich region in eastern Ukraine, which is now the center of armed hostilities), who starts to grow psychedelic mushrooms after the collapse of the Ukrainian economy post-1991. A local gang (Donbas was and still is notorious for its criminal networks) wants to take the protagonist’s new business away, but he fights back, because ‘There are just things you have to answer for, things / you can’t just let go’. This little mushroom enterprise, this little ‘island of freedom’, becomes the true homeland: not some theoretical nationalist idea of a country or an imagined community, but a specific plot of land that one owns and works daily. It is, to paraphrase John Locke, property that becomes private through one’s own investment of labor into it. And this property, this personal plot of land, is the only land worth fighting for.

Dichtbij een donker Paasfeest, een kleine kruisweg

Zie je deze foto's
dan is de moeder onder de vernederde gekruisigde dichtbij.
Goede-Vrijdag.
Mannen in Moskou en waar ook ter aarde,
de donkere hemel
als triomf?
In de nacht van dit bestaan
zie onze zielen:
bevende lichtjes .
Pasen
is door Vladimir opgeëist
Welke zaak ter wereld
kan dit ontelbare sterven
verdragen?
Nooit meer thuiskomen
terwijl een man met zijn gevolg
de passie preekt.

En de hemel werd donker
Na zijn dood
was er zelfs geen graf voor hem.
Kom vanavond met verhalen 
hoe de oorlog is verdwenen 
en herhaal ze honderd malen 
alle malen zal ik wenen..  

( uit Vrede van Leo Vroman)

'Kijk, zei Merkel,
ik begrijp waarom hij dit doen moest:
Om te bewijzen dat hij een man was.'

"I understand why he has to do this", Merkel said.  "To prove he's a man."

Bij een bezoek van Merkel bracht Putin zijn hond mee 
omdat hij wist dat zij het niet voor honden had.
During one of Merkel's visits, Putin brought his dog along 
because he knew she did not like dogs.
Elkanders jeugd dragen wij ten grave.
Nooit zal het voor ons nog Pasen zijn.

Only one thing remained reachable, close and secure amid all losses: language. Yes, language. In spite of everything, it remained secure against loss. But it had to go through its own lack of answers, through terrifying silence, through the thousand darknesses of murderous speech. It went through. It gave me no words for what was happening, but went through it. Went through and could resurface, “enriched” by it all.’
(Paul Celan)

Slechts één ding bleef bereikbaar, dichtbij en veilig te midden van alle verliezen: taal. Ja, taal. En ondanks alles, bleef het veilig tegen verlies. Maar het moest door zijn eigen gebrek aan antwoorden, door angstaanjagend zwijgen, door de duizend duisternissen van moorddadige spraak. Het ging… door. Het gaf me geen woorden voor wat er gebeurde, maar ging er doorheen. Ging er doorheen en kon weer opduiken, “verrijkt” door dit alles. (Paul Celan)

Dit citaat is een onderdeel van de speech die Paul Celan gaf bij het ontvangen van de Literature Prize of the Free Hanseatic City of Bremen, in 1958.

After “song of songs”, een hedendaagse foto-collage

Onder het lawaai van sirenes en gedreun van vliegtuigeskaders heb ik onbewust de eerste jaren op deze planeet doorgebracht. Mijn jonge ouders hadden een kist klaarstaan die in het dagelijkse leven voor schoolboeken was bestemd, en daarin werd de baby kelderwaarts een verdieping lager in vermeende veiligheid gebracht. Eens de jaren van het biografisch geheugen begonnen, was die oorlog al even voorbij en alleen waarneembaar in de schaarse verhalen van volwassenen, vooral bij gezeur wanneer de jochies een duidelijke afkeer voor een bepaald gerecht lieten horen.

In de zogenoemde laatste levensfase (wie bepaalt waar die begint?) beleef ik die taferelen in de dagelijkse berichten helemaal niet onbewust en zie ik mezelf aan de hand van mijn moeder op de vlucht gaan. Dagelijks.

Opgroeiend dacht je dat zo’n oorlog nooit meer zou plaatsvinden. Op schoolreis naar Aken stonden we als knaapjes te gapen naar de anti-tank-bouwsels, de laatste ruïnes, en de begeleidende onderwijzende zei ons: ‘…alsof zo’n dingen de oorlog konden tegenhouden.’ Dat er weinig was dat een oorlog kon tegenhouden kon ik dagelijks bij mijn grootvader observeren. Waren de forten rond Namen bedoeld om de vijand op enige afstand te houden, een stevige obus van dezelfde makers als de wapens waarmee die forten waren uitgerust liet de boel ontploffen. Zijn zwarte bril verborg zijn voor altijd beschadigde ogen en zijn kromme hand met stramme vingers was voor mij een warme vertrouwde hand als we samen naar het stadspark wandelden waar een helikopter van Sabena de post kwam ophalen. Maar als we thuiskwamen waren onze huizen er nog. Binnen brandde een gezellig licht.

Toch duurde het lang eer de voorbije tweede wereldoorlog tot de werkelijkheid van het dagelijks leven, begon door te dringen. Eerst na de Frankfürter Auschwitz-processen tussen 1963-1965 begonnen de ware verschikkingen zichtbaar te worden. De processtukken die Peter Weiss in zijn toneelstuk ‘Die Ermittlung’ gebruikte waren duidelijk. Ze zijn mij levenslang bijgebleven. Dit zou nooit meer gebeuren!

Het verhaal vertelt zichzelf deze dagen. Wij zien ze voor onze eigen ogen gebeuren of horen hun verhaal vertellen. Ik verzamelde foto’s van grote internationale nieuwsagentschappen en de foto’s die eerder in dit blog verschenen, foto’s van Nadia Sablin en Lida Suchy, fotografen geboren in Rusland en Oekraine en later uitgeweken naar de Verenigde Staten. Daar woont en werkt ook fotografe Sarah Blesener die Russisch leerde om foto’s te maken in jeugdkampen in Rusland en Oekraine en ook in eigen land, USA waar het patriotisme een leidraad was. Te herlezen en te bekijken in dit blog. Met die foto’s, aangevuld met landschappen uit Oekraine, heb ik een week gewerkt, ze geschikt en herschikt om ze als collage te gebruiken op de bezwerende muziek en tekst van David Lang (USA) naar de Song of Songs, het Hooglied, te vinden in het Oude Testament waarin op een erg zinnelijke wijze de liefde tussen een man een vrouw wordt beschreven.

Song of Songs Marc Chagall
De Hebreeuwse naam שִׁיר הַשִּׁירִים, Sjir ha-Sjirim betekent letterlijk "lied der liederen". De uitdrukking is een voorbeeld van een Hebreeuwse genitief, waarmee een overtreffende trap aangeduid wordt: 'het mooiste van alle liederen'. Deze betekenis zette zich voort in de Griekse Septuaginta Ἄσμα Ἀσμάτων, ásma asmátōn en in de Latijnse Vulgaat Canticum canticorum, wat beide ook "lied der liederen" betekent.

Maarten Luther vertaalde de titel als Hohes Lied en daaruit ontstond de gebruikelijke Nederlandse naam "Hooglied". 

Met die tekst ging Lang aan het werk. Zijn compositie duurt ongeveer 12″, ik heb er de eerste acht minuten en enkele seconden van gebruikt. De betekenis echter van de woorden ‘beloved one’ en andere tedere benamingen verandert duidelijk door ze te mengen met de beelden waarover ik hierboven sprak. De woorden krijgen iets bezwerend, ze roepen herinneringen op, zoeken naar het duiden van verlangens, naar onzegbaar spijt, pijn en verlangen.Verlatenheid. Op YouTube is de beeldkwaliteit natuurlijk een stuk minder dan de hoge resolutie van de computermontage, maar die was praktisch in een blog niet te gebruiken om niet in één klap al mijn geheugen-reserves te verliezen. Ik hoop dat ze nog even blijft staan en zichtbaar is. Hier vind je ze, ook via kijken op You Tube zelf in iets groter formaat nog kwalitatief te bekijken.

"Just (After Song of Songs)" is a 2014 song written by composer David Lang. The song was performed by the Norwegian vocal group Trio Mediaeval, violist Garth Knox, cellist Agnes Vèsterman, percussionist Sylvain Lemêtre. In 2015, it was adapted for use in the soundtrack for the comedy-drama film Youth, directed by Paolo Sorrentino.

The song is based on language from the Song of Songs in the Old Testament. It has received widespread acclaim from various news sources and music review websites, including The New York Times, The Guardian, and New York Public Radio.

Bij Apple music te koop voor…1,49 euro!

Kleine recepten omtrent de leegte, een aanloop.

Fran Angelico Annunciatie
Fra Angelico (1395 – 1455) werd door Vasari in zijn Vite beschreven als zijnde “een zeldzaam en perfect talent”. Dit talent is zeker zichtbaar in de Annunciatie die hij schilderde in het Convento di San Marco in het noorden van Florence. In de Christelijke iconografie verbeeldt de annunciatie het moment waarop de aartsengel Gabriël aan Maria verschijnt en haar de geboorte van Jezus verkondigt, zoals beschreven in het Evangelie van Sint-Lucas 1:26-35. Het fresco is nog steeds daar te vinden waar Fra Angelico het oorspronkelijk schilderde; het is het eerste fresco dat je ziet wanneer je in het Convento di San Marco de trappen oploopt naar de eerste verdieping van het klooster, naar de cellen van de monniken waar de kunstenaar zijn beroemde fresco’s schilderde. (Aniek Rooderkerken)

Waarom ik vaak terugkeer naar dit prachtige werk van dit ‘zeldzaam’ en ‘perfect’ talent, Fra Angelico, heeft alles met leegte te maken. Geen decoratie noch symbolen. Links is er de tuin. Centraal de overkoepelde ruimte waarin twee wezens, de handen eerbiedig gekruist, elkaar aankijken. De confrontatie van het hemelse met het aardse verdraagt alleen stilte en leegte.

Mensen hebben het niet voor de leegte. Het Horror Vacui, de schrik voor de leegte, is net daarom zo spreekwoordelijk. (Je zou beter van een terreur van de leegte spreken.) Kijk je naar een schilderij van de Zwitserse schilder Adolf Wölfli (1864-1930) dan wordt die leegte met een soort doodshoofden en notatie van muziekschrift gevuld. Er is geen doorkomen aan. Zou je zoiets hoorbaar kunnen maken?

Horror Vacui

Uit de geluidscollectie van de BBC koos ik een geluid, beschreven als Electronically Generated Sounds – Pulsating pink noise. (Futuristic Spot Effect.) van 1’13” Het geeft een geluidsbeeld van dat overvolle. Niet de sterkte telt maar de pulsatie zoals die ook grafisch werkt op het schilderij hierboven.

Je kunt vanuit deze soundscape vertrekken om zelf een wit blad te vullen al dan niet door gebruik te maken van het pulserende ritme. Het dwingende. En als tegenstelling hieronder in de leegte van een landschap een beekje : Gently running stream with birdsong, season unknown.

Ze zijn beiden ongeveer net zo sterk maar laat je de leegte, het wijdse meespelen dan roepen de geluiden heel andere beelden op: rust, traagheid.

Wandel daarna even mee in de sneeuw. (Beluister geluiden met gesloten ogen) Walking In Snow Atmosphere – sound of walking thru snow as man walks his dog thru open woodland.

Je kunt dat wandelen in de sneeuw ook zichtbaar maken. Mooi idee. Maar het mag ook speelser blijven.

Natuurlijk voelde je dadelijk herinneringen bij dat lopen door de sneeuw: je kindertijd, een uitstap naar de sneeuw, de verwondering, de dagen van het alles-wit. Ook een grote mooie leegte.

Net zoals dat kan gebeuren als je de tijd neemt om naar het beekje te luisteren. Hier bevindt zich het wijdse, het lege, in je herinneringen zelf: best mogelijk dat het mooie kabbelen bijna of helemaal vergeten beekjes en omstandigheden wakker maakt. Net zoals Schubert het zich herinnerde toen hij de liederencyclus ‘Die schöne Müllerin’ schreef en daarin een beekje wakker maakte dat het molenrad in beweging bracht. Het lied: Ich hört ein Bächlein rauschen. Ik maak het hoorbaar en zelfs zichtbaar, kijk:

Ich hört' ein Bächlein rauschen wohl aus dem Felsenquell,
hinab zum Tale rauschen, so frisch und wunderhell.
Ich weiß nicht, wie mir wurde, nicht, wer den Rat mir gab:
ich mußte auch hinunter mit meinem Wanderstab.

Hinunter und immer weiter, und immer dem Bache nach.
Und immer frischer rauschte, und immer heller der Bach.

Ist das denn meine Straße? O Bächlein sprich, wohin?
Du hast mit deinem Rauschen mir ganz berauscht den Sinn.

Was sag' ich denn vom Rauschen? Das kann kein Rauschen sein:
Es singen wohl die Nixen dort unten ihren Reig'n:

"Laß singen, Gesell', laß rauschen, und wand're fröhlich nach!
Es geh'n ja Mühlenräder in jedem klaren Bach."

Dat magische woord ‘Wohin’, ‘Waarheen’? En of dat ruisen echt wel ruisen was of waren het de stemmen van de Nixen, een soort rivier-meerminnen die zich toen in romantische Duitse en Oostenrijkse wateren ophielden? Of was het toch de tocht naar die schöne Müllerin? Die oude vraag ‘Wohin’ die zelfs tot in het ruisen van het beekje hoorbaar werd. (De tekst van het lied was van Wilhelm Müller die ook de prachtige tekst van ‘Der Lindenbaum’ maakte, ‘Am Brunnen vor dem Tore.’ (1794-1827) Net als de toondichter Schubert (1797-1828) als jonge dertiger gestorven.)

Vincent Van Gogh Het beekje 1890 Auvers-sur-Oise

Voor mezelf opende het lied van Schubert de poorten naar de muziek toen ik het als dertienjarige hoorde zingen door een iets oudere schoolgenoot met de prachtige pianobegeleiding van een begaafd muziekleraar. Van het paard geworpen. Het jaar voor de wereldtentoonstelling, de wereld op een kier. Ja, wohin? Een vraag die ook deze dagen hoorbaar blijft.

Vanuit het begrip ‘leegte’ probeerden we een tocht te maken naar sluimerende bronnen die ons dichter bij essenties kunnen brengen. Voor westerlingen is ‘leegte’ een vrij moeilijk begrip gezien de dynamische opvattingen die wij koesteren omtrent vooruitgang en wij elke leegte onmiddellijk met die vermeende vooruitgang willen vullen. Laten we dus nog even langslopen bij Rumi, (1207-1273)

Een mooie vertaling van een gedicht van Rumi, in dit blog al eens uitvoerig besproken.

VOLTOOIING

Ik was altijd verlegen;
jij bracht me aan het zingen.

Ik beheerste me altijd aan tafel,
nu roep ik om meer wijn.

In sombere waardigheid zat ik altijd
op mijn mat en zei mijn gebeden.

Nu rennen er overal kinderen rond
en steken de draak met me.

Barks, C: The essential Rumi. Edison 1997, p. 238

De ondraaglijke werkelijkheid: Bernard Meninsky (1891-1950) schilder

The arrival of the leave train, Victoria Station 1918 Bernard Meninsky 1919
A group of British soldiers, wearing uniform and carrying their kit, stand at the canteen on a platform of a railway station. They are holding mugs, smoking and chatting with a table full of mugs to the left. Most of the men where Scottish-style bonnet caps.

De aankomst van de ‘verlof-trein’ in Victoria Station tijdens de eerste wereldoorlog. Een opdracht was het. Hijzelf, Bernard Meninsky was in 1891 in Konotop, Oekraïne geboren en zijn echte (Joodse) naam ‘Menushkin’ werd door de Engelse douane-ambtenaar ingevoerd als ‘Menisky’ naam waarbij hij zelf een tweede ‘n’ invoerde zodat hij voortaan in zijn nieuwe vaderland als Meninsky bekend zou zijn.

Bernard Meninsky Family group Gouache on paper
Hij ging vanaf 1906 naar de Liverpool School of Art, nadat hij eerst avondlessen in kunst had gevolgd. Hij won de King's Medal in 1911 en studeerde daarna korte tijd aan het Royal College of Art in Londen en de Académie Julian in Parijs. Nadat hij een beurs had gekregen, kon Meninsky in 1912-13 aan de Slade School of Fine Art studeren. In 1913 werkte hij voor Edward Gordon Craig aan diens theaterschool in Florence, later keerde hij terug om les te geven aan de Central School of Arts and Crafts, waar hij van 1913 tot 1940 schilder- en tekenlessen gaf.

Belgian Café

Tijdens de Eerste Wereldoorlog diende Meninsky in de Royal Fusiliers, vechtend onder leiding van Generaal Edmund Allenby in Palestina. Het Ministerie van Informatie gaf Meninsky in mei 1918 de opdracht een serie schilderijen te maken gebaseerd op de ‘aankomst van een verloftrein van het front’ bij een Londens spoorwegstation. Hij werd in 1918 genaturaliseerd tot Brits staatsburger, maar kreeg een zenuwinzinking en werd na zes maanden als oorlogskunstenaar van het Ministerie van Informatie uit de dienst ontslagen.

Woman with the golden hair
In 1920 werd hij aangesteld als docent tekenen naar het leven aan de Westminster School of Art, waar hij bekend werd als een uitmuntend figuurtekenaar. In deze periode werd hij ook geassocieerd met de bohemienachtige Bloomsbury Group en de gezusters Garman. Hij publiceerde Mother and Child: 28 Drawings in 1928 en illustreerde in 1946 de bundel met Milton's gedichten L'Allegro en Il Penseroso. In 1935 ontwierp hij decors voor het ballet 'David' voor de Markova-Dolin Company. In 1940 verhuisde hij naar de Oxford City School of Art, en keerde in 1945 terug naar de Central School.
Portrait of his son (?)
The sitter is probably one of the artist’s sons David (b.1918) or Philip (b.1919). Meninsky’s wife left him before the boys were 2 years old and they were bought up by relatives. Meninsky was an affectionate father and his very tender series of drawings of the Mother and Child theme exhibited in 1920 established his reputation. 
The Surprise circa 1949
Two Women and Child (1913)
‘Two Women and Child’ (1913) by Bernard Meninsky (1891 – 1950)
coloured pencil on paper
‘Two Women and Child’ was produced in 1913, very much in the Slade style, as Bernard was changing from art student to working artist. He used pencil to outline his picture on paper, with shading for the women’s hair, their clothes and the tree trunks. Colours were used to bring attention to the buildings, the tree leaves, grass and plants. The drawing brings together two of Bernard’s artistic strengths: figurative painting (showing people) and landscape work. He portrays the tenderness shown by the two women to a baby. They are located outdoors and the three figures are centrally placed in the picture, and details such as loose hair escaping from each woman’s plaits are shown. The baby’s face and toes are also detailed. (www.jewsfww.london)
Study of the artist’s son

Like so many who survived the horrors of the First World War Meninsky was
left with considerable issues and his marriage suffered. In 1919 his wife Peggy left him for another man in France and took both boys with her which left Meninsky utterly distraught. Although pregnant with her lover’s child the relationship did not last and she returned but Meninsky refused to accept her back and she returned to France but died in childbirth.

Sleeping Woman in a Landscape c.1945-50 Bernard Meninsky 1891-1950 Purchased 1982 http://www.tate.org.uk/art/work/T03348
Bathers in a landscape 1930-40
Meninsky begon in de jaren 1930 een monumentale schilderstijl te hanteren (een stijl die in dezelfde periode ook door zijn vroegere tijdgenoot Mark Gertler van de Slade School werd toegepast). Meninsky's baadsters zijn geëtst in zijn zogenaamde 'Miltonische stijl', waarin de kunstenaar een geïdealiseerde, veralgemeende, pastorale setting hanteerde, bevolkt door monumentale figuren, waarvan zijn illustraties bij Milton's gedichten 'L'Allegro' en 'Il Penseroso' (gepubliceerd 1946) het bekendst zijn. Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werden de Londense kunstscholen gesloten. Meninsky (die les had gegeven aan de Westminster School of Art), vond een betrekking aan de Oxford City School of Art en verhuisde naar Oxford om daar zijn functie op te nemen. Uit deze periode stammen vele schilderijen, tekeningen en lithografieën in de Miltoniaanse stijl, beïnvloed door Picasso maar ook door Samuel Palmer, die in de jaren veertig een nieuwe generatie van 'neoromantici' inspireerde (Kunstmatrix benuri.org)
Meninsky, Bernard; Boy with a Cat; Brighton and Hove Museums and Art Galleries; http://www.artuk.org/artworks/boy-with-a-cat-75237

Het is een beetje zelf ordenen en zoeken want het werk van deze kunstenaar is danig verspreid en graag gezien (en verkocht) op de kunstmarkt. Zo is de mooie compositie ‘Hampstead house’ een kijk vanop een dak naar prille jonge bomen in tuinen afgeboord door de achterkant van huizen. Het is er stil. Deuren en vrijwel geen ramen. De bomen zijn de enigen die boven de vakjes kunnen kijken.

Hampstead house
The Green Dress
This portrait of The Green Dress shows exceptional draughtsmanship and classical dignity illustrating his sitter, deep in thought and pensive, but with a great sereneness upon her face, almost other worldliness. The backdrop has a treatment similar to the Bloomsbury Group style and painted very freely with Fauvist blocks of colour in earthy tones. Meninsky painted numerous portraits but this could arguably be one of his finest, a relatively early work, dated ’30, a period when he worked at his best before his life-long mental illness of depression, worsened. It is an outstanding example of his portraiture and uses the original keyed wooden stretcher for the canvas. The sitter bears a striking resemblance to his second wife, Nora and can be compared to the charcoal drawing Portrait of Nora, 1944 in John Russell Taylor’s biography of the artist. Meninsky worked both in oils, watercolour and gouache, a figurative artist, also with works depicting figures in pastoral landscapes later in his life. The majority of his portrait paintings show the sitter in a pensive pose with eyes cast down, head turned to the right, rarely face on. The Green Dress is a typical example of this stance.
(Kynance Fine Art)
Portrait of a boy

De donkere werkelijkheid, de steeds terugkerende onrust doet hem naar een ander leven verlangen dat hij achter de dood denkt te kunnen vinden. Op 16 februari 1950 beëindigt hij zelf zijn leven.

Troubled throughout his life by mental illness he committed suicide. Meninsky is central to the great generation of 20th Century Anglo -Jewish artists such as Bomberg, Gertler and Kramer. This exuberant still life in superb condition is a reminder that many of his obituarists refer to his ‘Fauve palette’ and this picture is close to the work of his fellow Francophile Matthew Smith.

Dromen in de schuilkelder-Dreaming in the shelter

In tijden van oorlog is dromen moeilijk maar begrijpbaar. De ‘Surreal Photography’ van Erik Johansson inspireerde mij tot enkele teksten om even aan die oorlog te ontkomen. De Engelse vertalingen zijn voorlopige pogingen om deelname aan de inhoud te bevorderen.

Erik Johansson ‘Cumulus & Thunder 2017
Je vader,
de schapenwolken-scheerder
-cirrocumuli-
schoor het gekrulde schapenwit
de hoge hemel in.
'Het wordt kouder, kind.'
Zwart broertje 'Donder'
heeft zijn tijd gehad.

Voor het donker
moet de kudde de luchten leeg eten.
Je moeders manen
willen 
in heldere hemelnachten.
schitteren.
Erik Johansson Ful lMoon Service 2017
Your father,
the sheep-shearer
-cirrocumuli-
sheared the curly white sheep
into the high heavens.
'It is getting colder, child.'
Black brother 'Thunder'
has had his time.

Before dark
the herd must eat the skies dry.
Your mother's moons
want sparkle
in bright sky nights.
Erik Johansson The reset 2020 ‘Something that could just make things go back to normal
Reset.
Nog net voor hij zal drukken
vraagt hij haar
of het terug naar vroeger moet:
het rennen
tegen het rukken van de tijd.
Of spijt:
dat grijs normale
dat alle dromen
splijt.
Eerst betalen
voor enkele scherven gespiegelde
eeuwigheid.
Erik Johansson Impact 2016
Reset.
Just before he will press
he asks her
if it has to go back to the old days:
the running
against the tug of time.
Or regret:
that grey normal
that splits all dreams
First pay
for a few shards of mirrored
eternity.
Erik Johansson Second Attic 2021
Toch is er boven de zolder
nog een tweede 
zoals in het hoofd
het denken
een trapje hoger
zingen wordt
en nog een zolder daarboven
met onzegbare dromen
is gestapeld.

Door dat laatste zolderraam
ontsnap je,
vleugels overbodig.

Een beetje schrik voor het donker
vertraagt
het vallen.
Erik Johansson Falling Asleep 2018
Yet above the attic
another one 
as in the head
thinking
a step higher
becomes singing
and another attic above
with unspeakable dreams
is piled up.

Through that last attic window
you escape,
wings superfluous.

A little fear of the dark
slows down
the fall.
Erik Johansson Leap of Faith 2018

WHO IS ERIK JOHANSSON?

Erik Johansson (born 1985) is a photographer and visual artist from Sweden based in Prague, Czech Republic. His work can be described as surreal world created by combining photographs. Erik mainly works on personal projects and doing exhibitions around the world. In contrast to traditional photography he doesn’t capture moments, he captures ideas with the help of his camera and imagination. The goal is to capture a story in a single frame and to make it look as realistic as possible even if the scene itself contains impossible elements. In the end it all comes down to problem solving, finding a way to capture the impossible. (website)

Website:

https://www.erikjo.com/

Erik Johansson Office Escape 2019

Fotografe Sarah Blesener: ‘…how beliefs are formed.’

ToySoldiers_10

We publiceerden deze bijdrage (nu verder uitgewerkt) begin januari 2020. Ze is nu volop actueel en kan ons helpen het verschijnsel 'oorlog' te kaderen in het begrip 'opvoeding'. Opvoeden tot vaderlandsliefde en vredelievendheid, een moeilijke combinatie? Heeft het vaderland te weinig met 'moederlijke kwaliteiten' te maken of zou een dergelijke visie de begrippen 'moed en volharding' aantasten? Is er in opvoeding plaats nodig voor het militaire zoals vaak door vooral ouderen met heimwee naar hun legerdienst wordt gevraagd, of kan het specifieke ervan door bekwame goed opgeleide beroepstechnici vervuld worden? 
Wisconsin Army Cadet students wait outside of a vacant motel to begin training active shooter drills in Appleton, Wisconsin, 20 April 2018. After recent school shootings across the nation, many students involved in the Army Cadet non-profit feel the need to prepare in confidence and skills to be prepared for an active shooter.

Meer nog dan letters zijn beelden onderhevig aan eenzijdige, of zeggen we beter ‘enkelvoudige’ interpretaties. Zo zou je met enkele beelden van deze vrij jonge documentaire-fotografe Sarah Blesener, geboren in 1991, Minneapolis Minnesota USA, kunnen denken aan een activiste die het over de kwalijke gevolgen van ‘nationalisme’ zou kunnen hebben, terwijl zij met haar werk meer geïnteresseerd is in het ontstaan van wat mensen geloven en hoe ze via hun families, jongerenjaren en toekomstmogelijkheden met allerlei geloofsvormen en overtuigingen in contact komen, gebonden aan het tijdperk waarin zij (wij) leven.

The Historical War Camp in Borodino, Russia.
Sarah Blesener is a documentary photographer based in New York City. Born in Minneapolis, Minnesota, she studied Linguistics and Youth Development. While in University, she worked as a photographer for the organization Healing Haiti based in Port au Prince, Haiti, covering events surrounding the 2010 earthquake. Upon graduation, she studied at Bookvar Russian Academy in Minneapolis, concentrating on the Russian language. She is a graduate of the Visual Journalism and Documentary Practice program at the International Center of Photography in New York. Her latest work revolves around ideologies amongst youth in Russia, Eastern Europe, and the United States. She was recipient of the Alexia Foundation grant for her 2017 work in the United States, and was also a 2017 fellow with Catchlight, working with Reveal from The Center for Investigative Reporting. In 2018, she was a recipient of the Eugene Smith Fellowship. In 2019, her personal project, Beckon Us From Home, received a first place prize in the Long-Term Project category of World Press Photo.
Students in the south Bronx of the Mott Haven neighbourhood, New York City.

‘I am interested in how beliefs are formed at a young age, how young people identify in their political atmosphere, and how it shapes them as individuals. On a different note, this also has to do with militarization of youth and the thin line between patriotism and nationalism. While issues affecting youth and youth culture are underreported, I find the same to be true with women and warfare. The reason I decided to photograph women soldiers in Ukraine had to do with the same themes I mentioned: identity, belief, and tradition. However, I also wanted to see a perspective of the story I had not witnessed before – how women were fighting not only in the war, but also for equal treatment as soldiers and for the right to fight on the front line of combat.’

Foto uit de serie ‘Toy Soldiers’

‘Ik ben geïnteresseerd in hoe overtuigingen worden gevormd op jonge leeftijd, hoe jongeren zich identificeren in hun politieke sfeer, en hoe dit hen vormt als individuen. Op een ander vlak heeft dit ook te maken met de militarisering van de jeugd en de dunne lijn tussen patriottisme en nationalisme. Terwijl kwesties die de jeugd en de jeugdcultuur betreffen onderbelicht blijven, vind ik dat hetzelfde geldt voor vrouwen en oorlogvoering. De reden waarom ik besloot om vrouwelijke soldaten in Oekraïne te fotograferen had te maken met dezelfde thema’s die ik noemde: identiteit, geloof en traditie. Ik wilde echter ook een perspectief van het verhaal zien dat ik nog niet eerder had gezien – hoe vrouwen niet alleen in de oorlog vochten, maar ook voor gelijke behandeling als soldaten en voor het recht om in de frontlinie van de strijd te vechten.’

The Historical War Camp in Borodino, Russia.
Uit de serie ‘Toy Soldiers’

My interest in “nationalism” as an ideology rather than “Russian nationalism” in particular is what led me to work on this project. I had spent a few years studying the Russian language, and a few years living in Eastern Europe and Russia. At the time when I was studying at the ICP, in the United States we were going through what I would call an historical election year. Rhetoric of patriotism, border protection, xenophobia, and immigration filled the news not only in the United States but also across the globe. I saw a lot of similarities in Russia, and decided to try to photograph, or at least understand, patriotism amongst youth in Russia.

Uit de serie ‘Toy Soldiers’

‘Mijn belangstelling voor “nationalisme” als ideologie, en niet zozeer voor “Russisch nationalisme” in het bijzonder, is de reden waarom ik aan dit project ben gaan werken. Ik had een paar jaar Russisch gestudeerd en een paar jaar in Oost-Europa en Rusland gewoond. In de tijd dat ik aan het ICP studeerde, beleefden we in de Verenigde Staten wat ik een historisch verkiezingsjaar zou willen noemen. Retoriek over patriottisme, grensbewaking, vreemdelingenhaat en immigratie vulde het nieuws, niet alleen in de Verenigde Staten, maar ook over de hele wereld. Ik zag veel gelijkenissen in Rusland, en besloot te proberen het patriottisme onder jongeren in Rusland te fotograferen, of op zijn minst te begrijpen.’

Students at the Inspection of Singing and Marching competition in Dmitrov, Russia.

A few of my Russian friends were very active in politics, and mentioned to me that they had a large number of young friends who were growing increasingly interested in patriotism and the military. In April of 2016, I happened to witness a cadet class that taught students to dismantle AK47s and to quickly dress and undress in biohazard suits. This became the first photograph I took for what would become a long-term project about patriotic education.

School #7

There is nothing inherently wrong with patriotism. However, these two terms (nationalism and patriotism) easily blur, and patriotic rhetoric can lead to nationalistic thinking. This is why I decided to focus on patriotic education, starting with patriotic clubs, patriotic classes and patriotic camps throughout the year. Access was difficult, but I had the advantage of speaking Russian, of having prior experience living in the country, and also I was a student at the time. Being young and a student in New York opened many doors for me. The individuals I met were curious about my life, why I spoke their language, and how I ended up in the middle of patriotic and historical war camps.

Portraits photographed at the Borodino Historical War Camp in Borodino, Russia Borodino is famous for a battle fought on 7 Sep 1812 – the deadliest day of the Napoleonic Wars. Each summer, Borodino hosts an historical war camp for students from around Russia. 350 adolescents are in attendance, ranging in ages from 11 to 16, and lasts throughout the summer. The project statement of the camp states: “To awaken in the younger generation a keen interest in the history of the Fatherland, the glorious deeds of our ancestors, to facilitate the expansion of military-historical knowledge.

‘Er is niets inherent mis met patriottisme. Deze twee termen (nationalisme en patriottisme) lopen echter gemakkelijk in elkaar over, en patriottische retoriek kan leiden tot nationalistisch denken. Daarom besloot ik mij te concentreren op patriottisch onderwijs, te beginnen met patriottische clubs, patriottische klassen en patriottische kampen gedurende het hele jaar. De toegang was moeilijk, maar ik had het voordeel dat ik Russisch sprak, dat ik al eerder in het land had gewoond, en bovendien was ik toen nog student. Jong zijn en student in New York opende vele deuren voor mij. De mensen die ik ontmoette waren nieuwsgierig naar mijn leven, waarom ik hun taal sprak, en hoe ik midden in patriottische en historische oorlogskampen terecht was gekomen.’

Firearm Drill

My aim is to continue along the same theme of my prior project in Russia, but here in the United States, focusing on patriotism among youth. While I was photographing and working in Russia, I saw many parallels to my own country. I think the phenomenon I see happening in Russia is not unique to itself, but it is global and widespread, and something that Americans can relate to. While we do not have the same style of patriotic camps or club, on an ideological level, the rhetoric is very similar, which is why I am dedicating this year and next to work on these themes and topics.

Uit de serie Beckon uw from home

‘Mijn doel is door te gaan met hetzelfde thema als mijn vorige project in Rusland, maar dan hier in de Verenigde Staten, met de nadruk op patriottisme onder jongeren. Toen ik in Rusland aan het fotograferen en werken was, zag ik veel parallellen met mijn eigen land. Ik denk dat het fenomeen dat ik in Rusland zie gebeuren niet uniek is voor zichzelf, maar dat het wereldwijd en wijdverspreid is, en iets waar Amerikanen zich mee kunnen identificeren. Hoewel we niet dezelfde stijl van patriottische kampen of clubs hebben, is de retoriek op ideologisch niveau zeer vergelijkbaar, en daarom wijd ik dit jaar en volgend jaar aan het werken rond deze thema’s en onderwerpen.’

Utah Patriot Camp takes place in Herriman, Utah.

I want to continue to explore motivations and issues surrounding nationalism and patriotic fervor. I want to focus on how youth are taught these ideologies. Personally, I think this year in particular is an incredibly interesting to time to have a conversation about what it means to be patriotic, and how young people are responding to their political atmosphere.

Young Marines in Hanover, PA.

I also believe that in order to create significant media and photographs that create change, it is necessary to engage in long-term research and commitment to a region and topic, and this is my goal in photography – to commit myself to long-term projects and work. This fellowship with Reveal allows for the freedom to do just that.

Blesener_Anastasia_0016

‘I grew up fascinated by communication – linguistics and music in particular. Incredibly introverted, I was always interested in listening to those around me, and I think I realized early on in life how easily verbal communication fails. I found what I was looking for immediately with music and literature. As a teenager, I had a friend give me a camera and introduce me to photography. And photography became a different form of listening to those around me, a more private form. Unlike my experience with instruments, my camera became something I used in solitude as more of an escape. I began to experiment with photographing those closest to me, starting with my siblings. My older sister had been struggling with an eating disorder for a few years, and had begun to open up to me about her experiences. I decided to photograph her while she shared her feelings with me, something I was incredibly nervous to do. I was unsure how she would respond, how it would affect our relationship, and how the images would feel. However, the experience of seeing my sister through my camera, the vulnerability on both ends, was monumental for me. It was an experience that allowed me to hear her in a different volume. I could expand on this for a long time – but this, really, is how I became truly fascinated with photography.

The dual messages of “America first” and “Americanism” can be found not only at the forefront of current political movements, but in the pages of literature and education taught at camps and clubs across the United States. Here, in this microcosm of a changing nation, youth straddle the vulnerability of adolescence and simultaneous stripping of individuality. In these settings, around 400,000 American youth are taught annually, often with military subtext, what it means to be an American. Photographed in twelve different states across a divided country, Beckon Us From Home is an ongoing photography project investigating the ideology of patriotism.

13692997_10154387907504540_5110365207526932932_o

This work examines themes surrounding the interplay of statehood and adolescent identity, looking at topics such as the anxiety surrounding high school shootings, the role of social media and empathy, and the impact of coming of age in a polarized nation. The aim is to open dialogue around the nuanced and complicated ideas instilled in future generations of Americans. How are young people responding to our contemporary society, with all of its changes in belief systems?

http://www.sarah-blesener.com/

Haar geloof in ‘long term research’ houdt ons van gemakkelijke krantenkreten en social-media-getwieter verwijderd.  Ze is nu volop Duits aan ’t studeren dus mogen we zeker nieuw werk van haar in die richting verwachten.  Ook in dit kleine landje hebben wij het voortdurend over deze termen en beschieten we elkaar al dan niet met de nodige en vooral onnodige culturele canons terwijl er waarschijnlijk meer verbindingen bestaan dan wij vermoeden. Maar ook dat is long term werk waard.   Misschien wordt het tijd om oudere lijnen die ons verwijderen in meer gemeenschappelijke speel- en werkvelden op te lossen en elkaar beter te leren kennen in allerlei projecten waarvan dit blog hoopt een miniem onderdeel te mogen zijn.

Homeschool family living in Watford, ND.
Curtis, Kate and Jude, siblings, lay in their backyard in Watford, North Dakota. 6 July 2017. The Long family has five children whom they homeschool. Western North Dakota attracted families from across the nation during the recent oil boom. Watford, like other rural towns in the region, is now facing unemployment and overdevelopment since the decline of the oil industry.

Here, in this microcosm of a changing nation, youth straddle the vulnerability of adolescence and the simultaneous stripping of individuality.

Het ‘gebruiken’ van de typische eigenschappen eigen aan de adolescentenjaren is niet nieuw.  We zouden kunnen verwijzen naar een studie over ‘soldaten’ van 13-17 jaar in de Eerste Wereldoorlog, een bijzondere studie die nauw bij dit onderzoek aansluit.  ‘L’ appel de la guerre, des adolescent au combat, 1914-1918, Manon Pignot, editions Anamosa, 2019.  Het boek opent met een citaat van Victor Hugo uit ‘Les Orientales’:

‘Veux tu, pour me sourire, un bel oiseau des bois,
Qui chante avec un chant plus doux que le hautbois,
Plus éclatants que les cymbales?
Que veux-tu? Fleur, beau fruit, ou l’ oiseau merveilleux?
-Ami, dit l’ enfant grec, dit l’ enfant aux yeux bleus,
Je veux de la poudre et des balles.’

Young Survivalist
Artyom Baklashkin (17), a student of the local secondary school in the village of Diveevo, stands guard in an abandoned building with a group known as the “Survivalists”, 6 Apr 2016, Russia. Survivalists train young adults to survive future wars and post-apocolyptic life and meet weekly for tactical drills. They are using air-soft guns for the practice and competition. Air-soft is a sport that replicates military action, but fires non-metallic pellets

 ‘At the beginning of this project, I was looking for a standard definition of patriotism and nationalism to measure against. In the end, I found a myriad of contradicting perspectives and definitions that greatly differed from one another. I learned that these contradicting viewpoints contribute to a uniquely American perspective on patriotism, and also shows our divide, but at the same time allows room for the many counter-narratives across the country. These counter-narratives directly contradict and complicate the classic binary that is presented in the media. The classic binary of left vs. right /good vs. bad has been further elevated by the use of click-bait and easily digestible social media platforms, as well as the media organizations that have to adjust to ideas of likes, shares, and social redistribution. All of this has, in my opinion, reduced rather than expanded our content creation. This younger generation is incredibly mistrustful of media, questions every source, and is more fluid in their perceptions of politics. In general, they are far less polarized as the adults, and I hope it remains this way.

Marine Military Academy summer camp in Harlingen, TX.
Marine Military Academy, an all-boys institution, hosts a summer camp on their academic campus in Harlingen, Texas, 17 July 2017. The camp hosts boys from around the world, ages 12-18, with around 300 cadets in attendance.

I learned the kinds of questions I am interested in asking, and the kinds of questions I believe are important to be asking, rather than these strictly left vs. right dichotomies that we are often presenting: are we as societies fracturing? Where are we at in terms of empathy? How are youth responding to our contemporary society, with all of its changes in belief systems? The purpose is not to provide answers or to lay out a narrative that can be easily digested. I hope the images and stories are complex enough for my audience to struggle with them. I hope these stories will bridge black and white thinking around these issues, and to bring nuanced to many subjects that remain cloaked in stereotype and presuppositions. I want to encourage dialogue about larger issues at hand and to push back against trends of nationalism and xenophobia. And I want these images to encourage critical self-reflection. I want these images to pose tough questions to our own identities, our own ideas of nationhood, our own childhood and experiences of coming of age, and our own struggles with all of these themes.

Orthodox Warrior Camp, Diveevo, Russia.
A group from Stavropol escapes the heat at a lake in Diveevo during an afternoon off. 2 August 2016. “Orthodox Warrior” camp takes place in Diveevo, the center of pilgrimage for Orthodox Christians in Russia. The relics of one of the most revered saints, St. Seraphim, are celebrated on the 1 of August, attracting pilgrims from all across the country. The participants of the camp train not only in martial arts and tactical training, but unite under their Orthodox faith.

‘Beste Telemakje’: Een na-oorlogsgedicht van Joseph Brodsky.

A Taube C-R-W Nevinson 1915

‘Oorlog is slechts een laffe vlucht uit de problemen van de vrede.’ Het citaat is van Thomas Mann. Waarom verlaten wij de onderhandelingen, besprekingen, overlegorganen? En, schrijft Victor Hugo al in de negentiende eeuw: ‘Een oorlog tussen Europeanen is een burgeroorlog.’ Hoe graag de huidige Russische leider(s) ook van de Aziatische steppevolkeren wil afstammen, de werkelijke geschiedenis van dat boeiende land is hoe dan ook voor een belangrijk deel een Europese geschiedenis. Of…? Moet nu het grote rijk ‘gezuiverd’ worden van die a-patriotische Europese invloeden?

Lang geleden in die Europese geschiedenis, in mythische tijden, werd er al oorlog gevoerd na de ontvoering van een mooie vrouw.

Telemachus, het zoontje van Odysseus blijft bij zijn moeder Penelope terwijl zijn vader naar Troje ten oorlog trekt. De reden?  Een vrouw. De Russische dichter Joseph Brodsky (1940-1996) schreef er in 1972 een mooi gedicht over:Одиссей Телемаку, Odysseus aan Telemakje. De Engelse vertaling:

My dear Telemachus,                                  
The Trojan War
is over now; I don’t recall who won it.
The Greeks, no doubt, for only they would leave
so many dead so far from their own homeland.
But still, my homeward way has proved too long.
While we were wasting time there, old Poseidon,
it almost seems, stretched and extended space.

I don’t know where I am or what this place
can be. It would appear some filthy island,
with bushes, buildings, and great grunting pigs.
A garden choked with weeds; some queen or other.
Grass and huge stones . . . Telemachus, my son!
To a wanderer the faces of all islands
resemble one another. And the mind
trips, numbering waves; eyes, sore from sea horizons,
run; and the flesh of water stuffs the ears.
I can’t remember how the war came out;
even how old you are — I can’t remember.

Grow up, then, my Telemachus, grow strong.
Only the gods know if we’ll see each other
again. You’ve long since ceased to be that babe
before whom I reined in the plowing bullocks.
Had it not been for Palamedes trick
we two would still be living in one household.
But maybe he was right; away from me
you are quite safe from all Oedipal passions,
and your dreams, my Telemachus, are blameless.

(Translated by George L. Kline)
C.R.W. Nevinson 1914
Mijn Telemakje, 
de Trojaanse oorlog 
is voorbij. Ik weet niet meer wie er gewonnen heeft.
Het moeten de Grieken geweest zijn: 
alleen Grieken kunnen zoveel doden  
ver van hun eigen land buiten laten liggen... 
En toch was de weg naar huis te lang, 
alsof Poseidon, terwijl wij daar tijd aan 't verspillen waren, 
de ruimte had opgerekt.

Ik weet niet waar ik ben, wat er voor me ligt. 
Een of ander vies eiland, 
met struiken, gebouwen, geknor van varkens, 
een overwoekerde tuin, wat koningin, 
gras en stenen...Telemachus, mijn zoon,
alle eilanden lijken op elkaar, 
als je zo lang ronddwaalt 
en hersenen verward van het golven tellen,
o oog, verstopt met horizon, 
kreten en vlees van water verduisteren het gehoor.
Ik weet niet meer hoe de oorlog eindigde, 
en hoe oud je nu bent, weet ik ook niet meer.

Word groot, mijn Telemachus, word groot.
Alleen de goden weten of we elkaar terug zullen zien.
Zelfs nu ben je niet meer het jochie 
voor wie ik de stieren in bedwang heb gehouden.
Als Palamedes' truc er niet was geweest, 
hadden wij twee nog steeds in één huis gewoond.
Maar misschien heeft hij gelijk: ver van mij 
ben je vrij van Oedipale passies, 
en je dromen, mijn Telemakje, zijn zondeloos.

(noot: Palamedes (Grieks: Παλαμήδης) was in de Griekse mythologie de zoon van Nauplius en Clymene, en broer van Oeax. Hij was een van de Griekse aanvoerders bij de Trojaanse Oorlog.  In het verhaal werd beschreven hoe Palamedes het plan opvatte Odysseus te ontmaskeren toen deze veinsde krankzinnig te zijn om zo niet mee te hoeven doen aan de oorlog tegen Troje. Hij werd door Odysseus vals beschuldigd van verraad en door de Grieken ter dood gebracht. )
C.R.W.Nevinson The return of the Trenches 1917
Иосиф Бродский Одиссей Телемаку

Мой Телемак,                      
 Троянская война
окончена. Кто победил — не помню.
Должно быть, греки: столько мертвецов
вне дома бросить могут только греки…
И все-таки ведущая домой
дорога оказалась слишком длинной,
как будто Посейдон, пока мы там
теряли время, растянул пространство.

Мне неизвестно, где я нахожусь,
что предо мной. Какой-то грязный остров,
кусты, постройки, хрюканье свиней,
заросший сад, какая-то царица,
трава да камни… Милый Телемак,
все острова похожи друг на друга,
когда так долго странствуешь, и мозг
уже сбивается, считая волны,
глаз, засоренный горизонтом, плачет,
и водяное мясо застит слух.
Не помню я, чем кончилась война,
и сколько лет тебе сейчас, не помню.

Расти большой, мой Телемак, расти.
Лишь боги знают, свидимся ли снова.
Ты и сейчас уже не тот младенец,
перед которым я сдержал быков.
Когда б не Паламед, мы жили вместе.
Но может быть и прав он: без меня
ты от страстей Эдиповых избавлен,
и сны твои, мой Телемак, безгрешны.

Иосиф Бродский
(de Nederlandse voorlopige vertaling werd vanuit de Russische tekst gemaakt)
La Mitrailleuse 1915 Christopher Richard Wynne Nevinson 1889-1946 Presented by the Contemporary Art Society 1917 http://www.tate.org.uk/art/work/N03177
Josif Brodski (Joseph Brodsky) (1940-1996)
Russisch dichter, vertaler en essayist. Hij kreeg in 1987 de Nobelprijs voor de literatuur. Hij werd geboren in Leningrad, het huidige Sint-Petersburg. Maakte de middelbare school niet af, nam achtereenvolgens verschillende banen aan terwijl hij zichzelf onderwees in de wereldliteratuur. Hij werd in 1964 veroordeeld wegens ‘sociaal parasitisme’ en gedurende ruim een jaar verplicht tewerkgesteld op een kolchoze in het hoge noorden. In 1972 werd hij uit de Sovjetunie verbannen en bracht de rest van zijn leven in Amerika door waar hij literatuur doceerde aan de universiteit. In zijn werk overheerst een nostalgische toon. Zijn belangrijkste thema is het afscheid, het vertrek. Kort na zijn aankomst in het Westen, waar hij te gast was bij W.H. Auden, zei hij: ‘Dichters keren altijd naar hun land terug, hetzij in eigen persoon, hetzij op papier’
Joseph Brodsky: Tyranny will make an entire population into readers of poetry.
Painter C.R.W. Nevinson:  With the flair of a journalist, Nevinson was quick to grasp the greatness of the opportunity offered by the war. He was one of the first British artists to go on active service in the autumn of 1914, volunteering with a Red Cross unit, based at Dunkirk. The unit served in the rear of the French forces in the early months of the war when the worst slaughter occurred (almost half of French war losses came in the first 18 months of the war).  Nevinson’s health broke down under the stress, but back in Britain he painted a series of pictures reflecting his experiences. (gerryco23.wordpress.com)

In his autobiography, Paint and Prejudice, Nevinson described the scene that had inspired the first painting:
Dunkirk was one of the first towns to suffer aerial bombardment, and I was one of the first men to see a child who had been killed by it. There the small boy lay before me, a symbol of all that was to come. (zie bovenste afbeelding)
Christopher Nevinson 1940

‘Waar ze jou begrijpen, dat is thuis’: gedichten uit Oekraine van Serhiy Zhadan(3)

A family fleeing the invasion arrive at the Polish-Ukrainian border in Medyka, Poland
How did we build our homes?

How did we build our homes?
When you stand under a winter sky
where clouds turn and float away,
you know you must live where you’re not afraid to die.

Build walls out of reeds and grass,
dig great pits, hollow out trenches.
Get used to living shoulder to shoulder, day after day.
Home is where they understand you, even when you talk in your sleep.

Put stone next to stone, build your home
on this hard dark dirt,
dig coal and salt out of the pockets of earth.
We all need a roof for our weddings and funerals.

Everyone needs a place they’ll miss—that matters.
Water matters more when you miss it.
If you want someone to blame, it’s not us.
All we did all our lives was build our homes.

Brick by brick, nail by nail, wall by wall.
If you can stop me, then stop me.
But if you don’t want me here,
then you have to tear down my home.

In the sun, far from the emptiness
trees and children will grow.
Dew appears on the leaves after a long night.
We only built to raise the sky higher and higher.

Determining the height,
we filled the language of space with words.
Giving names again to everything,
We called brick brick, nail nail, wall wall.

The voice is given to the strong for singing and to the weak for praying,
A language disappears when no one speaks of love.
Nights are not nights without darkness
Shine over us, black sun, shine on.

Serhiy Zhadan
Translated from the Ukrainian by Virlana Tkacz and Wanda Phipps
Hoe hebben wij onze huizen gebouwd?

Hoe hebben wij onze huizen gebouwd?
Als je onder een winterhemel staat
waar wolken draaien en wegdrijven,
weet je dat je moet leven waar je niet bang bent om te sterven.

Muren bouwen van riet en gras,
graaf grote kuilen, hol loopgraven uit.
Raak eraan gewend om schouder aan schouder te leven, dag na dag.
Thuis is waar ze je begrijpen, zelfs als je praat in je slaap.

Zet steen naast steen, bouw je huis
op deze harde donkere aarde,
Graaf steenkool en zout uit de zakken aarde.
We hebben allemaal een dak nodig voor onze bruiloften en begrafenissen.

Iedereen heeft een plek nodig die ze zullen missen, dat doet er toe.
Water is belangrijker als je het mist.
Als je iemand de schuld wilt geven, zijn wij het niet.
Alles wat we ons hele leven deden was het bouwen van onze huizen.

Steen voor steen, nagel voor nagel, muur na muur.
Als je me kunt stoppen, stop me dan.
Maar als je me hier niet wilt,
dan moet je mijn huis afbreken.

In de zon, ver van de leegte
zullen bomen en kinderen groeien.
Dauw verschijnt op de bladeren na een lange nacht.
We hebben alleen gebouwd om de hemel hoger en hoger te maken.

De hoogte bepalend,
vulden we de taal van de ruimte met woorden.
Alles weer namen gevend,
We noemden baksteen baksteen, spijker spijker, muur muur.

De stem wordt gegeven aan de sterken om te zingen en aan de zwakken om te bidden,
Een taal verdwijnt als niemand meer spreekt van liefde.
Nachten zijn geen nachten zonder duisternis
Schijn over ons, zwarte zon, schijn.

Serhiy Zhadan Oekraine
Як ми будували свої доми?

Як ми будували свої доми?
Коли стоїш під небесами зими,
і небеса розвертаються й відпливають геть,
розумієш, що жити потрібно там, де тебе не лякає смерть.

Будуй стіни з водоростей і трави,
рий вовчі ями й рови.
Звикай жити разом з усіма день при дні.
Батьківщина—це там, де тебе розуміють, коли ти говориш вві сні.

Клади камінь при камені, будуй свій дім,
на глині, на чорноземі твердім,
вибирай у землі з кишень вугілля й сіль.
Кожен повинен мати дах для поминків і весіль.

Потрібно мати місце, якого буде шкода.
Вода чогось варта, якщо це питна вода.
Коли справді шукаєш винних, то це не ми.
Все життя ми будували свої доми.

Брила до брили, цвях по цвяху, стіна до стіни.
Якщо можеш мене спинити, ну то спини.
Але якщо хочеш, щоби мене тут не було,
доведеться крім мене забрати й моє житло.

Поближче до сонця, подалі від пустоти.
Дерева будуть рости, діти будуть рости.
На тютюновому листі виступає роса.
Ми будували так, ніби вивершували небеса.

Мов упорядковували висоту.
Ніби словами наповнювали мову пусту.
Ніби повертали речам імена.
До брили брила, по цвяху цвях, до стіни стіна.

Голос сильним дається для співу, слабким для молитов.
Мова зникає, коли нею не говориться про любов.
Ночі не мають сенсу без темноти.
Світи наді мною, чорне сонце, світи.
HISTORY OF CULTURE AT THE TURN OF THIS CENTURY - Serhiy Zhadan

You will reply today, touching warm letters,
leafing through them in the dark, confusing vowels with consonants,
like a typewriter in an old Warsaw office.
The heavy honeycombs
glisten with gold from which language is spun.
Don't stop, just write,
type over the empty white space, stamp through the black silent trail.
No one will return from ramblings through the long night,
and forgotten snails will die on wet grass.

Central Europe lies under tissue white snow.
I always believed in the lazy movements of Gypsies,
not everyone has inherited this worn coin.
If you look at their passports,
which smell of mustard and saffron,
if you hear their worn-out accordions,
which reek of leather and Arabic spices -
you'd hear them say that when you leave - no matter where you go -
you only create more distance and will never be any closer than you are now;
when the songs of old gramophones die,
a residue seeps out
like tomatoes
from damaged cans.

The overburdened heart of the epoch bursts every morning,
but not behind these doors, not in cities burnt by the sun.
Time passes, but it passes so near that if you
look closely, you can see its heavy warp,
and you whisper overheard sentences
and want someone someday to recognize your voice and say -
this is how the era began,
this is how it turned - awkward, heavy like a munitions truck,
leaving behind dead planets and burnt-out transmitters,
scattering wild ducks in the pond,
that fly off and call louder
than the truckers,
god,
barges.

When choosing your course of studies you should find out
among other things -
if the culture at the turn of this century
has already pressed itself into the veins of your slow arm,
rooted itself in the whorls of your thick hair,
carelessly blown by the wind,
and tousled by fingers
like streams of warm water in a basin,
like colored clay beads over cups and ashtrays,
like a vast autumn sky
over a cornfield. 
The storm at sunset over Drobyshevo village, Chernigov region, Ukraine
GESCHIEDENIS VAN DE CULTUUR AAN HET BEGIN VAN DEZE EEUW Serhiy Zhadan
Je zult vandaag antwoorden, warme brieven aanraken,
ze doorbladeren in het donker, klinkers verwarren met medeklinkers,
zoals een typemachine in een oud Warschau's kantoor.
De zware honingraten
glinsteren van goud waaruit taal wordt gesponnen.
Niet stoppen, gewoon schrijven,
typ over de lege witte ruimte, stamp door het zwarte stille spoor.
Niemand zal terugkeren van de omzwervingen door de lange nacht,
en vergeten slakken zullen sterven op nat gras.
Midden-Europa ligt onder weefselwitte sneeuw.
Ik heb altijd geloofd in de luie bewegingen van zigeuners,
maar niet iedereen heeft deze versleten munt geërfd.
Als je naar hun paspoorten kijkt,
die ruiken naar mosterd en saffraan,
als je hun versleten accordeons hoort,
die ruiken naar leer en Arabische kruiden…
zou je ze horen zeggen dat als je weggaat - waar je ook heen gaat -
je alleen maar meer afstand creëert en nooit dichterbij zult zijn dan je nu bent;
wanneer de liedjes van oude grammofoons sterven,
sijpelt er een residu uit
zoals tomaten
uit beschadigde blikken.
Het overbelaste hart van het tijdperk barst elke morgen,
maar niet achter deze deuren, niet in steden verbrand door de zon.
De tijd gaat voorbij, maar zo dichtbij dat als je
goed kijkt, je zijn zware kromming kunt zien,
en je fluistert afgeluisterde zinnen
en wil dat iemand op een dag je stem herkent en zegt -
dit is hoe het tijdperk begon,
dit is hoe het veranderde - onhandig, zwaar als een vrachtwagen met munitie,
dode planeten en uitgebrande zenders achterlatend,
verstrooiing van wilde eenden in de vijver,
die wegvliegen en luider roepen
dan de truckers,
god,
aken.
Bij het kiezen van je studie moet je uitvinden
onder andere -
of de cultuur van het begin van deze eeuw
zich al in de aderen van je trage arm heeft geperst,
zich heeft geworteld in de krullen van je dikke haar,
achteloos geblazen door de wind,
en door de vingers gekamd
als stromen warm water in een bekken,
als gekleurde kleikralen over kopjes en asbakken,
als een uitgestrekte herfstlucht
boven een korenveld.
A wheat field is pictured near the village of Zhovtneve, Ukraine, July 14, 2016. REUTERS/Valentyn Ogirenko

FUNERAL ORCHESTRA

Stories connected with murders, knife wounds,
suicides, botched abortions, in general –
stories connected with crimes interest
people because they’re parables, in these stories
men are manly and dutiful while children
braid roses of the lord’s omniscience
into their hair. In these stories
death always runs ahead, wanting to see
how it all ends, many people like the fact
that in these stories death begins in life
so you can glance into its adolescent
face.

In such stories sooner or later there appear musicians
who play funeral marches, they jump out of a dilapidated
bus onto the grounds of the cemetery and pull out
bagpipes, trombones and hunter’s horns from under their coats, roll out
drums and hurdy-gurdies and blow great cemetery jazz
over the deceased, the bloody unrestrained music of despair
and disobedience, heart-wrenching gangster melodies, melodies of old
tunes popular with sailors and prostitutes,
and then everyone who came to see the deceased on his last
journey starts to breathe easier, because these are the rules,
this is the ritual, or something like that, in a word
they’re not afraid of the dead – but of becoming one of them.

Also, as a rule, there are women in these stories,
they deserve a separate discussion – those
forty-year-old women who still display
the passion and indecisiveness of seventeen-year-old girls,
they cry about every senseless life spent on such
trivialities as love and faith, they remember how
the great depression began in our country
and still whisper the words
that were said to them in parting:

 everything is OK, girl, drugs won’t help me now
    I want to love you more than you want to have children
    life has not stopped, as we assumed, see – in the morning
    couriers will arrive from the train station and lovers will part on the stairs as usual,
    I will stay with you, watch
    when praying mantises sit in your palm and move over your
    sleeping body, send them patience, heavens,
    on their journey without end.
BEGRAFENISORKEST

Verhalen in verband met moorden, messteken,
zelfmoorden, mislukte abortussen, in het algemeen -
verhalen die verband houden met misdaden interesseren
mensen omdat het parabels zijn, in deze verhalen
zijn mannen mannelijk en plichtsgetrouw terwijl kinderen
rozen vlechten van de alwetendheid van de Heer
in hun haar. In deze verhalen
loopt de dood altijd vooruit, om te zien
hoe het allemaal afloopt, veel mensen houden van het feit
dat in deze verhalen de dood begint in het leven
zodat je een blik kunt werpen op zijn adolescenten-
gezicht.

In zulke verhalen verschijnen vroeg of laat muzikanten
die begrafenismarsen spelen, ze springen uit een aftandse
bus op het terrein van de begraafplaats en trekken
doedelzakken, trombones en jachthoorns onder hun jassen vandaan, rollen
trommels en draailieren en blazen grote kerkhof jazz
over de overledenen, de bloedige ongeremde muziek van wanhoop
en ongehoorzaamheid, hartverscheurende gangstermelodieën, melodieën van oude
melodieën populair bij zeelieden en prostituees,
en dan iedereen die kwam om de overledene te zien op zijn laatste
dag begint makkelijker te ademen, want dit zijn de regels,
dit is het ritueel, of iets dergelijks, in één woord
ze zijn niet bang voor de doden - maar wel om één van hen te worden.

In de regel zijn er ook vrouwen in deze verhalen,
ze verdienen een aparte discussie - die
veertig jaar oude vrouwen die nog steeds
de passie en besluiteloosheid van zeventienjarige meisjes vertonen,
ze huilen over elk zinloos leven besteed aan zulke
trivialiteiten als liefde en geloof, ze herinneren zich hoe
de grote depressie in ons land begon
en fluisteren nog steeds de woorden
die tegen hen werden gezegd bij het afscheid:

    alles is in orde, meisje, drugs zullen me nu niet helpen
    ik wil meer van je houden dan dat jij kinderen wilt krijgen
    het leven is niet gestopt, zoals we veronderstelden, zie - in de ochtend
    zullen koeriers aankomen van het treinstation en geliefden zullen vertrekken op de         
    trappen zoals gewoonlijk,
    Ik zal bij je blijven, kijken
    wanneer bidsprinkhanen in je handpalm zitten en over je
    slapend lichaam bewegen, stuur ze geduld, hemel,
    op hun reis zonder einde.