DE PET, een kortverhaal

figure_with_black_cap_1

Misschien was het om zijn beginnende kaalhoofdigheid te verbergen, al probeerde hij zichzelf te overtuigen dat een pet het onderscheid maakte tussen het gedwongen hoofddeksel van de ordehandhaver en de klassieke uitstraling van een borsalino.
‘Een snapback, een fitted cap of liever een strapback of denkt meneer eerder aan een Gavroche cap?’
‘Euh…’ antwoordde de man.
‘Kijk deze Flat Cap, een platte pet dus, zou u uitstekend staan. We hebben ze in verschillende uitvoeringen. Tijdloos zeg maar.’
‘Wel…’ antwoordde de man.
‘Een gavroche, deze hier is een echte Stetson Hatteras pet. Of verkiest meneer een Net Cap? Een lekker luchtige pet, ideaal voor zomers weer.’
‘Een schipperspet, heeft u dat?’
‘Dan moet u bij de fishermen collectie zijn. Kijk deze ‘hoed voor de zee’.
‘Tja, maar hij is wel erg gedecoreerd. Die lintjes en metalen knopen met een ankertje.’
‘Zeggen we dat deze fijne pet een samenvatting maakt van het begrip ‘schipper’, begrijpt u?’
‘Maar ik wil een pet zonder tralala en…’
‘Dan vrees ik u niet te kunnen helpen.’
‘Die pet helemaal achteraan. Ja, die zwarte.’
‘Dat is een pet die een klant hier heeft achtergelaten na aankoop van een nieuw exemplaar. Maar als ze u past is ze de uwe. Asjeblief. Daar is de spiegel.’
‘Helemaal wat ik zocht!’
‘Dan zijn wij beiden gelukkig. Netjes opgeruimde winkel en een tevreden bezoeker. Dag meneer.’

fisherman-pet-€1295-Zwart-Stoffen-Accessoires-Webshop-Webwinkel-Label-L-Soesterberg-

Nog maar net staat hij op straat of hij hoort een duidelijk stemmetje in zijn hoofd:
‘Wat een dwaze kop,’ zegt het stemmtje terwijl er iemand bijna tegen hem oploopt.
Hij schrikt, rukt de pet van zijn hoofd, zoekt naar een mini-luidsprekertje of een ander apparaatje maar vindt niets. Terwijl hij de pet weer op zet, ziet hij een dame de straat oversteken:
‘Hij doet me toch een beetje aan Josje denken die knul met die pet op zijn kop.’
Toen begreep de man dat hij de gedachten van mensen in zijn nabijheid kon horen en dat de pet daar de oorzaak van was.
Het stemmetje in zijn hoofd klonk uit verschillende richtingen. Meestal kwam het vanuit die kant waar iemand blijkbaar een gedachte formuleerde over hem. Hij zocht niet naar de oorzaken van dit vreemd verschijnsel. Hij had geleerd de dingen te aanvaarden en er zijn voordeel uit te trekken.
Hij was best blij met de pet.
‘Nu kom ik het te weten,’ dacht hij. ‘Hoe ik echt overkom bij anderen.’

hoedzo5

‘Ik wil mijn nieuwe pet wel even ophouden,’ zei de man toen hij thuiskwam. Zijn vrouw bekeek hem aandachtig.
‘Je lijkt er twintig jaar jonger mee! Je doet me denken aan de dagen toen we nog niet getrouwd waren en ongeduldig om…Je weet wel.’
Maar tegelijkertijd hoorde hij het stemmetje: “Beetje zielig toch zo’n man op leeftijd met een pet.’
‘Vind je dat echt?’ vroeg hij haar.
‘Echt waar’, antwoordde zij. ‘ Twintig jaar jonger.’
Maar het stemmetje in zijn hoofd vertaalde:
‘’Nog enkele lieve woorden en hij smelt. Kan ik eindelijk over die diamanten-broche beginnen.’
‘Ik twijfel toch over die pet,’ zei de man. ‘Op mijn leeftijd…’
‘Je doet me denken aan een acteur uit een Franse film.’
Ze streek hem langs zijn wang.
‘Nu begin ik over die broche,’ hoorde hij het stemmetje. En hijzelf, onmiddellijk zonder nadenken:
‘Jaja en nu kom je met die diamanten broche te voorschijn, niet?’
Haar hand bleef even op zijn wang hangen alsof ze twijfelde tussen knijpen en liefkozen.
Ze stotterde.
‘Hoe kom je erbij,’ zei ze tenslotte. Vuurrood hoofd.
‘Mensenkennis.’ antwoordde de man. Het stemmetje in zijn pet zweeg in alle talen.

NTIII_NOST_959521

‘Had ik die pet niet gekocht’, dacht de man, ‘dan had ik haar geloofd. Nu ik weet wat haar echte bedoelingen waren voel ik me niet gelukkig.’
Hij stapte op de lijnbus.
Het stemmetje bleef een hele tijd stil tot er plotseling iemand links van hem begon te denken:
‘Had ik zo’n hoofd, zei het stemmetje, ‘dan kocht ik liever een bolhoed.’
De man keek achteloos naar de kant vanwaar de gedachte kwam.
Even kruisten zijn ogen die van een jonge vrouw. Net uit haar jonge-meisjeskleren gegroeid, op weg naar de boodschappen. Tot zijn ergernis herhaalde ze de gedachte:
‘Het moest toch een bolhoed zijn,’ zei het stemmetje.
De man boog zich naar de vrouw en zei abrupt:
‘Een bolhoed vind ik zelf niet zo leuk. Nogal opzichtig, niet?’
De mond van de vrouw viel langzaam open. Automatisch duwde ze op het stopbelletje, en bij de volgende halte vluchtte ze uit de bus en bleef die nog lang nakijken.
De man zelf begon te beseffen dat hij al meer dan twintig jaar een hoofd meedroeg dat vele mensen te denken gaf.

WE_ART_ANDREA_VENTURA_9

‘Kijk, zei hij tijdens de pauze op het kantoor, ‘dit is mijn nieuwe pet.’
Hij drukte ze vast op zijn hoofd en luisterde.
‘Ze staat u keurig, meneer,’ zei de jongste bediende. En terwijl hoorde hij het stemmtje luid lachen.
‘Ik moet hier dringend weg,’ zei het stemmetje, ‘ik moet hier dringend weg of ik proest het uit.’
Een secretaresse had het over de pettenmode.
‘Maar ze staat wel stoer,’ zei ze.
Het stemmetje vertelde dat ze hem een kalf vond, een kalf met een pet.
‘Een kalf met een pet?’ zei de man plots luidop.
De secretaresse werd helemaal wit rond haar neus.
‘Voelt u zich niet lekker, juffrouw?’
‘Ik…ik ben in mijn moeilijke dagen,’ zei ze. Ze nam haar handtas en verdween samen met de jongste bediende.

Yury_Pen_-_Portrait_of_Marc_Chagall

‘Ik haat die pet,’ dacht de man. ‘Ik haat die pet al wil ik ze toch steeds weer opzetten.’
Hij begon te begrijpen dat hij het stemmetje meestal voor was. Nog voor het in zijn hoofd klonk, kon hij de gedachten die het zou formuleren raden.
In de drukte van de koopjesdagen liep hij door een groot-warenhuis. Het stemmetje bleef zwijgen tot er plots een meisje zijn kant uitkeek.
‘Dat is een leuke pet,’ begon het stemmetje.
De man zuchtte opgelucht. ‘Eindelijk,’ dacht hij.
‘Maar die vent eronder hoort er niet bij. Karel zou er wel leuk mee staan.’
‘Zal ik ze meegeven voor Karel?’ vroeg hij het meisje.
Ze bleef hem secondelang met open mond aanstaren.

Verschillende-soorten-petten-e1456759042628

Ze dronken samen hun wekelijkse trappist.
Hij had zijn pet aan de kapstok gehangen. Een goede vriend mag denken wat hij wil, dat is het mooie van een goede vriend-zijn.
En of hij als pas gekozen burgemeester al een beetje zicht op de zaak had, vroeg hij Jan.
‘Het is niet makkelijk om te weten wat de mensen echt denken. Giswerk.’
‘Vertel me wat! Maar ik denk dat ik je kan helpen. Momentje.’

129293724477340404_ec686079-ced2-4b00-ad31-bf9b4356505d_181874_570

Je zou kunnen denken dat een politicus met een dergelijke wonderpet een blitz-carrière zou maken. Veelvuldig gebruik echter stippelde een andere weg voor hem uit.
Jan is nu abt van een kleine abdij die naast stilte en gebed veel aandacht voor de mensen van alledag heeft. De pet mag niemand nog opzetten. Hij gaat er zondags mee rond in de hoogmis om geld op te halen voor zijn vele goede werken.

De man uit mijn verhaal keerde zonder pet naar huis maar liep toch nog even langs de juwelier.
‘Doe er een mooi kaartje bij. ‘Van een zielige man die jou inderdaad al lang deze mooie broche had moeten schenken.’

Hopper-Self-Portrait-Cropped-5b02fa7230371300372aa17f

To trust our intuition: DEB ACHAK

onder w

Deb Achak NY 1968, fotografe en filmmaakster, heeft iets met water. Maar ook met andere elementen: haar kinderen bijvoorbeeld, haar man, de dagelijkse dingen.
Is ‘beweging’ misschien een beter begrip?
Daarom maakt ze ook film. Vaak met diezelfde elementen. Ze ontwierp een serie mini-movies die net 15 seconden per stuk duren. ‘Mini-monday-movie’, ‘mini-october-movie’, enz. Iets langere filmische expressie in ‘spring memories’ of een vakantie in Tucson Arizona 2015.

Op het eerste gezicht denk je aan huis-en keukenwerk, maar de aandachtige kijker merkt dat net door de montage en het gebruik van muziek en geluiden zij een intuïtie ontwikkelde voor een bijna meditatief beeldgebruik, hoe flitsend ook.
Net door de aandacht voor de inhoud van de spreekwoordelijke seconde maakt ze de weemoed van het voorbijgaan wakker, blijft het na-beeld lang nagloeien, verbindt het zich met onze eigen kleine levens van alledag.
Wat er op een seconde kan gebeuren? Kijk maar:

Raised in New Hampshire, Deb Achak holds a master’s degree in social work and is a self-trained photographer and filmmaker. She lives in Seattle, WA with her husband and sons in a grand old home that was once a bed and breakfast. Deb’s fine art photography explores natural elements of water and grasses – earth elements with clean, simple compositions meant to calm and soothe. Her children are also a growing subject of her fine art work. Her photographs have been exhibited at the Black Box Gallery, Portland, OR; Sante Fe Photographic Workshops, Sante Fe, NM; the SE Center for Photography, Greenville, SC: and Vermont Center for Photography, Brattleboro, VT.

Achak_OmbreWave_2017_DigitalArchivalPrint_20x30_30x45_40x60-1040x694

Through her photography Deb Achak explores her fascination with water and the ways in which we connect with it. She examines the texture, color, and poetry of the ocean, as well as the commonalities across cultures in the way we gather, find joy, relaxation, and contemplation at the beach.

Achak_TheQueue_2016_DigitalArchivalPrint_20x30_30x45_40x60-1040x693

‘My mother’s last words to my siblings and I before she died were “trust your gut instincts”. It’s struck me over the years how profound and revolutionary that one simple phrase is. It has become my mantra – my north star. When we still our mind, free it of conscious thought, intuition can be heard and felt, and becomes the perfect guide.

1487285199moeyxachak_deb_4_

Some years ago, I started to notice that when I am in a deep flow with my art, it becomes a meditation and I am able to hear my inner voice with complete clarity. In this series I use water, color, movement and the human form to express the meditative quality I feel when I am in synch with the flow of creating. I seek to capture that single moment where my camera, my intuition, and the natural world are perfectly aligned, and to give gratitude to my mother for bestowing such a powerful parting gift.’

https://vimeo.com/199740343 the weekend

‘I have been so delighted to discover what a meditative process making films is for me. When I am in the studio editing, I lose track of time and every possible distraction falls away. I can stay in that space for many hours at a time and I love it. It is also become a gratitude practice for me.

1487285199d_1nvachak_deb_1

There is something about making these films that clears away all the tough parts of motherhood (the bickering, the grocery shopping, the long hours!) and extracts just the beautiful bits. I fall head over heals in love with my family and my life every time I make a film. For that reason alone, I would like to make them for as long as possible.’

https://vimeo.com/135636646 spring memories

When we still our mind, free it of conscious thought, intuition can be heard and felt. This is the seat of my creativity. It has always struck me as ironic that I utilize a highly technical piece of equipment to express my intuition, but when I swim with my camera the act of shooting and the resulting images take on a meditative quality. The power and movement of water and the way the human form interacts with it are themes that repeat themselves again and again in my work. I seek to capture that single moment where my intuition, my camera, and the natural world are perfectly aligned. I hope the viewer will experience a sense of joy and awe at the resulting images.’

1487285199zr-s1achak_deb_5

http://www.debachakphotography.com/

Achak_Carlie_2017_DigitalArchivalPrint_20x30_30x45_40x60-1040x693

DOODJE

 

IMG_8771

Blij zijn met een dode mus: met iets van generlei waarde dus, volgens mijn dikke Van Dale? Alle verhoudingen daarvan zijn sowieso zoek, sinds ik dit stervend mussenjonkie in mijn hand heb gehad. Met een bijtwonde onder de rechtervleugel en een gebroken pootje, helemaal uit de haak.

Terwijl, ondertussen, inmiddels, niettemin: zo mooi die oogjes, alsof met piepkleine kraaltjes rommedom. Die veertjes, zo zorgvuldig gerangschikt tot vleugeltjes. Dat bekje alsof van ivoor, gevat in een gele rubberen rand. Die flinterdunne pootjes, met teentjes & nageltjes zo doorzichtig, alsof het schilfertjes van melkglas zijn. Zo donzig dat kopje, zo hulpeloos dat piepje.

9052106576_E7

Versus die dikke volgestouwde katten, met hun vaak ronduit lachwekkende trilbekken, als ze zo’n vogeltje over zien vliegen maar er niet bij kunnen. Kwijlend van de goesting, alsof ze dat vliegwondertje al tussen hun tanden voelen zitten. Alsof ze de fladderende vleugeltjes al tegen hun bek horen slaan. Katten killen honderde miljoenen vogels? Even geen genade dus, ik jaag ze voorlopig allemaal de boom in. Had ik mijn Apeschrik nog maar met z’n pijnlijke schubben. Want wat een ongelijke strijd, zeker als het om nestvliedertjes gaat. En je zult maar net Max Porter willen gaan lezen: ‘Verdriet is het ding met veren’. Maar dàt blijkt bij nader toezien een reusachtige kraai te zijn.

sparrowfledgling2012 (1)

Achtergelaten op de mat voor de keukendeur. De rosse kat van de buren? Of die reusachtige ruigmans, waarvan wij onlangs even gedacht hebben dat daar een leeuwenwelp bij de vijver zat? Een kattecadeautje, zoals wordt beweerd, een lesje vogeljacht: voilà, zo moet je dat doen, mens? Laat me niet lachen, de volgende dagen krijgen ze allemaal de volle laag van mijn waterkanon. Ik laat mij niet meer bedriegen.

original

Beter een mus in de hand dan een kraai op het dak? Laat die kraai daar maar zitten, want die mus in de hand is meestal een doodje, of legt even later alsnog het loodje. En dat moet dan met z’n vlijtige vlerkjes de hongerige grond in. Dezelfde grond, waarin uitgerekend die vetkatten straks weer hun hemeltergend gevoeg komen doen.

pen-3

Doodje ligt nog in de koelkast, in uitgesteld verval. Met z’n radeloze schoonheid waarmee ik mij gisteren geen raad wist. Vandaag laat ik het weer vrij, op figuurlijk ‘letterlijke’  wijze. Gevleugelde woorden, ze bestaan, maar ze laten zich niet beschrijven, dus hier laat het maar bij. Echter, met een punt erachter als een gat in de grond, zo diep als de put van Vrouw Holle. Doch dat kan Doodje gelukkig niet meer deren.

IMG_8768

Een bijdrage uit het blog:  https://mariehuana.blog/

Al kun je verschrikkelijk boos zijn op het wollig rovertje, je kunt er ook bewonderend naar kijken en bij het afscheid een dierbare huisvriend betreuren, ‘the pain now is part of hapiness then’.
Lees het mooie requiem voor ‘Lieve kleine Kattekop’ in datzelfde blog:

LIEVE KLEINE KATTEKOP

lattekop

 

Langs Steinbeck’s stad met Jessie Chernetsky

White-Bus026

Je laten meenemen.
De eerste voorwaarde als je mooie dingen, landschappen, gebouwen, foto’s bekijkt.
Niet te veel tegenstand.
Niet te veel rationaliseren.
Mooie foto’s van een jonge Amerikaanse fotografe uit Salinas, Californië USA.
Jessie Chernetsky en één foto van fotograaf Gary Beeber waarover in een andere bijlage meer.
Salinas: East of Eden van John Steinbeck. Zijn hometown dus. Het huis waar hij zijn jeugd doorbracht, een heus gerestaureerd Queen Anne-stijl-huis, is nu een restaurant.

SteinbeckHouse

“It’s strange,” he wrote, “how I keep the tone of Salinas in my head, like a remembered symphony.” But he also wrote, “Salinas was never a pretty town. … The mountains on both sides of the valley were beautiful, but Salinas was not, and we knew it.”

En dan, de fotografe uit die stad:

Photographer Jessie Chernetsky was born and raised in Salinas, California. She received her BA in Art, with an emphasis in photography, from the University of California at Santa Cruz. In 2009, she received the William Hyde Irwin and Susan Benteen Irwin Scholarship, the university art departmentʼs most prestigious award given by faculty-nomination only for excellence in creative work. Chernetskyʼs Portraits of Salinas, her series of street scenes from her hometown, was displayed at the National Steinbeck Center in 2013. Her photography has been featured in numerous galleries inCalifornia, New York, and Illinois. She currently lives and works in Santa Cruz, California.

ttle jchernetsky

En haar statement:

For a brief time as a child I saw a grief counselor, where I was introduced to different methods of creating artwork to remember and honor my grandpa, as well as many unique ways that other people memorialize those theyʼve lost. The ways in which others make their memories into visual artifacts was particularly interesting to me. The creation of altars using a lost loved one’s favorite foods and belongings; the collection, reproduction, and manipulation of old photographs; and the public display of emotions by those left behind have all inspired my artwork.

4.-Highway-129-Watsonville-CA

The losses that Iʼve experienced have presented me with the desire to create portraits of people without having their physical body present for the image. Instead I focus on, for example, the things people display around their home and hang on their fridge; the settings in which important moments in someone’s life have occurred; and the imagery on a card that someone sends to a sick or grieving friend.

201-main-street

(201 Main street, Oldtown Salinas 2013)

De foto’s die mij ‘meevoerden’ brachten mij geheel toevallig langs Gary Beeber bij Salinas en Steinbeck. In haar statement zegt Jessy Chernetsky dat ze in plaats van portretten rond ‘their physical body’ te centreren zij eerder focust op dingen in en rond hun huis. Een keuze die ik ook heel intrigerend heb gevonden. Opschriften, etalages, nagelaten wanorde, toevallige combinaties: ze laten de kijker ruimte genoeg om via deze tekens van leven personages te leren kennen die via het alledaagse bereikbaar zijn of die aanleiding geven tot mee-voelen, ja zelfs meespelen.
Dus werden haar foto’s en eentje van Gary Beeber aanleiding tot het ontwerpen van een kleine monoloog die nog allerlei kanten uitkan.
Haar foto’s zijn meer dan toevallige incidenten, grapjes of gekke combinaties: ze drukken een ‘public display of emotions’ uit van de achterblijvenden. Maar eerst Gary Beeber, met:

Gary Beeber Call-JESUS

(Gary Beeber)

In trouble?
Wie niet, meneer Jezus? Wie niet?
U wil inderdaad bereikbaar zijn, dat siert u.
Maar u vraagt wel heel veel geloof als u het mij toestaat.
Niet dat het met een toestel zo eenvoudig is.
Maar zelfs met een mobieltje zou een nummer mooi zijn.
Ja natuurlijk:
U heeft een rechtstreekse verbinding met ieder van ons.
Ik moet gewoon bij het naar huis wandelen ‘hallo’ zeggen.
Of denken.
‘Hallo’ denken, dat hoort niemand.
Maar u hoort het.
Zou u iets in de wolken willen schrijven?
De ‘h’ van hallo.
Dat is een lus naar boven en daaronder een bankje.
Kwestie van zekerheid.
Stel dat ik iemand anders uit de hemel aan de lijn heb.

2.-Sangs-Cafe

(Chernetsky Jessie, Sang’s Café, 2012)

Misschien kan ik u iets aanbieden bij Sang’s
‘where John Steinbeck ate’
Er staat wel een bordje met ‘closed’ achter het raam,
maar voor u zullen ze graag opendoen, Jezus.
‘If you’re in trouble, or hurt or need – go to the poor people.
They’re the only ones that’ll help – the only ones.’
Uit de Grapes of Wrath, een boek van John.
Dat klinkt bekend nietwaar?

1.-No-Solicitors

Maar nu ik een beetje verder ben, bij 102,
zie ik op een deur ‘no solicitors’
naast een foto van je moeder Maria zoals ze in Fatima verscheen
en volgens de prent een boontje voor een zekere Nell zou hebben.
Die Nell wil gerust gelaten worden,
en huis-aan-huis verkopers kunnen haar niet helpen.
Of wordt ze met datzelfde vurige hart van de moeder maagd bemind?
Of ‘werd’ ze omdat ‘worden’ niet meer kan?

5.-161-Main-Street

John, ex-dominee Jim Casey, niet toevallig met dezelfde initialen
als de man met de telefoon-zonder telefoon,
had het in jouw druiven der gramschap over zoveel heiligheid:
«En ik begon te denken, alleen was het geen denken, het ging veel dieper dan denken. Ik begon te denken hoe heilig we waren toen we één waren, en hoe de mensheid heilig was toen ze een eenheid was. En ze wordt alleen maar onheilig als één rampzalige kleine mens een ander de brokken uit de mond wegpikt, ermee vandoor gaat, om zich heen slaat en ruzie zoekt. Zo iemand vernietigt de heiligheid. “ (vertaling Alice Snijder, uitg Contact)

1854965

Dat veel dieper dan denken, Jezus en Jim,
Daar beginnen de troubles als we het denken overslagen
om dadelijk in de heiligheid te belanden.
Maar laten we samen logeren in hotel Franciscan
eens we de tijd achter ons hebben gelaten:
dat beetje heiligheid heb jij John wel verdiend
na een jeugd van sla, broccoli en ajuinen.

Missen we de hemel dan is er die mooie zonnige ochtend van John:

‘Wanneer de glinsterende dauw op het onkruid ligt, bevat elk blad een juweel dat prachtig is, zo niet waardevol. Dit is niet de tijd voor gehaast of drukte. Gedachten zijn in de ochtend langzaam en diep en glanzen als goud.”
“When the glittery dew is on the mallow weeds, each leaf holds a jewel which is beautiful if not valuable. This is no time for hurry or for bustle. Thoughts are slow and deep and golden in the morning.” (Tortilla Flat)

Voor trage gedachten doen we alles.

(Met dank aan de beelden van Jessie en Gary die ons op pad hebben gezet.)

born lost

Bio

https://www.garybeeber.com/

Gary Beeber is an award-winning American photographer/filmmaker who has exhibited in galleries and museums throughout the United States and Europe. Solo exhibitions include two at Generous Miracles Gallery NYC and “Personalities” (summer, 2017) at Griffin Museum of Photography, Winchester, MA. Beeber’s work has also been included in juried exhibitions throughout the country. Among Fortune 500 companies who collect his work are Pfizer Pharmaceutical, Goldman Sachs and Chase Bank.

I’m sort of a hunter/gatherer, I find subject matter that speaks out to me. I’ll often see something as I drive around and either stop or return to take pictures. Sometimes I return several times. Although the process is digital (and fast) I put time into thinking about each image. I’ll start by making sketches (if you will) with my iPhone, then once I feel that I’m going in the right direction I’ll start using the camera. As I work I’ll scroll through the images and eliminate what’s not working.

proxy.duckduckgo.com

(Gary Beeber)

KAMER IN OOSTENDE: radio-juweeltjes

Berghe-Permeke

Ze hebben een onderzoeksmethode die ze ironisch ‘het perspectivisme’ noemen, een manier om het verleden van hun personages binnen te kunnen stappen. Je moet het horen om het te begrijpen. (Klara-vermelding)

de_slapers_1_

Klara-Kamer in Oostende 6-Constant Permeke

8’14”

de_slapers_2

Het decor is Oostende.
Het boek ‘Kamer in Oostende’ van Koen Peeters. (uitgave De Bezige Bij)
Het medium: radio. (Klara)
De hoorbare makers: Koen Peeters, auteur, Koen Broucke, historicus, schilder en pianist.
De methode:
Ze spreken af in Oostendse hotels, flaneren urenlang op de dijk, en gaan in achterafstraatjes en oude huizen op zoek naar sporen van mensen die ofwel in Oostende woonden, of er aanspoelden. Van Ensor tot Claus, van Snoek tot Proust. In de reeks ‘Kamer in Oostende’, naar het gelijknamige boek, volgen we schrijver Koen Peeters en schilder, pianist en historicus Koen Broucke langs hun eigenaardige zwerftochten.(Klara vermelding)
Elke zondag omstreeks 9.30u een aflevering tijdens ‘Espresso’ op Klara.
Duurtijd: circa 10’ Hierboven de 6de aflevering: Constant Permeke.

De eerste acht afleveringen zijn nog allemaal te beluisteren en te downladen:
https://klara.be/tijdens-de-zomer-espresso-kamer-oostende

marine kl

Terwijl de landelijke televisie (1 en Canvas) is ingedommeld of meer belang hecht aan herhaalde aankondigingen van oeroude overbekende filmen in plaats van boeiende onbekende prenten te zoeken en in te leiden, brengt radio Klara elke zondagmorgen rond 9.30u in Espresso beeldrijke radio in ‘Kamer in Oostende’
Met aangepaste en goed gemonteerde muziek, geluiden en live-stemmen brengen beide heren beeldrijke radio die je best meer dan één keer kunt beluisteren.
Ze zijn voorzichtig met het onderwerp, verliezen zich niet in eindeloze weetjes, maar brengen net die details naar boven die kenmerkend voor het onderwerp zijn.
Ze kunnen ook heel mooi zwijgen en de stilte of muziek en geluiden laten spreken. De goed gedoseerde combinatie vormt de kern van een reeks zeldzame radio-juweeltjes.
Zouden ook best nog eens in de nachtradio een plaatsje kunnen vinden.
De technische montage is helemaal wat ze moet zijn: verzorgd tot in de puntjes. Ere ook aan die medewerkers.
Ze zijn simpel te downladen zodat je ze meermaals kunt beluisteren op alle mogelijke plaatsen.

ensoroostende

Om het nog eens hier te bewijzen hun mooie eerste aflevering over James Ensor.’

‘Broucke begint weer over zijn schedels, zijn obessie. Dat Ensor als kind in de duinen groef en plots op menselijke beenderen stootte.
Broucke vermoedt in Oostende een geheim ossuarium, een onbekend ondergronds reservoir.’ (Uit Kamer in Oostende, Koen Peeters)

Klara Kamer in Oostende aflevering 1 James Ensor

10’23”

christ-s-entry-into-brussels-in-1889-1888

Met bewondering! (inclusief voor het boek!)

ROTATIE, een gedicht van Dunya Mikhail

rotation-polaire

ROTATIE

Ik voel de rotatie niet van de Aarde,
zelfs niet als ik de steden
achterwaarts zie bewegen
door het treinvenster,
een na een.

Zelfs niet als ik terugkeer
telkens weer naar dezelfde plaats
waar vogels de morgenden oppikken
met hun bekken en ze openspreiden
als nieuwe cirkels van licht.

Zelfs niet als ik slaap
en jou levend zie in mijn droom
en dan wakker wetend dat de doden
nu niet opstaan uit hun dood.

Zelfs niet als ik mezelf
hetzelfde hoor zeggen keer op keer
alsof deze woorden roeiriemen waren
snijdend door de rivier
die we de een na de ander doorkruisen
met onze onvertelde verhalen
naar diezelfde kust, in stilte.

mc-escher-day-and-night-ESCHER0618

ROTATION

I don’t feel the rotation of the Earth,
not even when I see
the cities moving backward
through the train’s window,
one by one.

Not even when I return
each time to the same place
where birds pick up the mornings
with their beaks and spread them away
as new circles of light.

Not even when I sleep
and see you alive in my dream
and then wake knowing the dead
didn’t rise yet from their death.

Not even when I find myself
saying the same thing over and over
as if those words were oars
cutting through a river
we cross in turns
with our untold stories
to that same shore, in silence.

A Poem by Dunya Mikhail
From Her Collection In ‘Her Feminine Sign’

Oppervlakte-ruwheid-Rotation

Dunya Mikhail was born in Iraq (Baghdad) in 1965 and came to the United States thirty years later. She’s renowned in the Arab world for her subversive, innovative, and satirical poetry. After graduation from the University of Baghdad, she worked as a journalist and translator for the Baghdad Observer. Facing censorship and interrogation, she left Iraq, first to Jordan and then to America (Detroit).

Welcome

In an NPR interview, Mikhail said, “I feel that poetry is not medicine- it’s an X-ray. It helps you see the wound and understand it. We all feel alienated because of this continues violence in the world. We feel alone, but we feel also together. So we resort to poetry as a possibility for survival. However, to say I survived is not so final. We wake up to find that the war survived with us.”

image-dunya1

hein gravenhorst lichtreflex

 

Prentjes, prints en collages

Natalya Goncharova The Three kings web res_0

(costume dsign for one of the three kings in ‘La Liturgie’, 1915 Natalia Goncharova)

Het gebeurde meermaals dat kranten en tijdschriften de familieronde deden voor ze bij het oud papier belandden of als goedkoop inpakpapier werden bewaard. De laatste lezer(es) kreeg wel eens ‘getransformeerde’ beelden voor ogen. Met stylo, potlood of stift verschenen de plaatselijke afgebeelden met snor, baard en zonnbril of werden neus en oren lichtlijk vergroot om van lager gelegen gebieden nog te zwijgen.
Bij verkiezingsaffiches en reclameborden waren ‘artistieke’ aanpassingen op groot formaat mogelijk al moest je voorzichtig zijn als één van de voorbijgangers partij-of familieleden bewerkt zag worden.
Ook borstbeelden en museumstukken werden niet gespaard. Guido Gezelle’s omvangrijke bronzen hoofd kon makkelijk met hoed en sjaal worden aangekleed. Hij belandde ook wel eens na een logeerpartij in bed waar de plaats van het afwezige dichterlijke lichaam met kussens onder de dekens werd aangevuld. De opgezette wolf uit het schoolmuseum verscheen dreigend in de deuropening van de lift terwijl een schaars geklede heilige man in de kerk best een t-shirt kon verdragen.
Het beeld spreekt duidelijk onze (primitieve) verbeelding aan.

ruimtevaart jacques

Anderzijds was het een gewild verzamelobject: het snoepen van chocolade kon je nog goedpraten omdat je de ‘prentjes’ verzamelde die in een fraai album geplakt werden, nodig voor je ‘kennis van de wereld’. Op allerlei producten verzamelde het gezin punten. Historia-boeken hadden een hogere oplage dan welk ander boek ook in Vlaanderen. Je kon prentjes ‘verwisselen’, er zelfs op school handel mee drijven of ze liefdevol wegschenken al was ook dat gebaar niet altijd belangeloos. Op het vakantie-speelplein waren ze heuse betaalmiddelen bij het kaarten.

f5988f69-d692-4bc0-a296-af20c163238d
Opvoedkundig echter bleven beeld- en stripboeken duidelijk minder waard dan leesboeken. Je werd er lui van, beweerden de volwassenen. In die waardering klonk nog altijd de angst voor het beeld. Het beeld immers nam geen blad voor de mond, en lager evenmin: bij de herdenkings-beeldengroep ter ere van de oorlogs-gevallenen waren het vooral de vrij naakte treurende achtergeblevenen, meestal zeer jonge vrouwen en niet de heldhaftig liggenden die de meeste aandacht kregen.

il_794xN.1411689063_o0ul

De wereld van de prentjes had het over auto’s, onze Kongo, de koninklijke familie, ja zelfs ruimtevaart en mensenrassen. De prentjes uit de tijdschriften dienden om je schoolwerk te illustreren.
En daar begon het boeiende werk: de gewone afbeeldingen hadden niet dat mystieke van de verzamelchromo’s. Was je enkele dagen (school)ziek dan kreeg je oude tijdschriften, een schaar en bijvoorbeeld een uitgediend behangersalbum (met stalen van de verschillende decoraties). Begon je te zoeken naar bepaalde onderwerpen dan ontdekte je vlug dat met stukken van de ene en onderdelen van een andere prent er een nieuwe wereld ontstond. De auto werd bedolven onder een lading snoepjes, een voetballer trapte niet de bal maar de deur open, een ruimteschip landde tussen joelende supporters. Geen enkel beeld was heilig. Voor kunstenaars een gedroomd medium om vanuit demontage nieuwe werkelijkheden samen te stellen.

ea7177683893f8cc5984133edfa70935--picasso-collage-pablo-picasso-cubism

(Pablo Picasso ‘Glass and bottle 1912)

Uit de demontage van de werkelijkheid kon je je eigen werkelijkheid creëren. Een wereld waarin er andere verhoudingen heersten, waarin je spotte met tijd en afmetingen, waar je aanvullingen kon bijtekenen of schilderen. Je ontdekte de collage. Een ontdekking die kunstenaars al lang voordien hadden gemaakt en uitgewerkt.
Het beeld met eigen onderdelen te lijf gaan.

Raoul Hausmann The Art Critic 1919-20 900px

((The art critic, 1919-20 Raoul Hausmann)

Cut and Paste, 400 Years of Collage (Scottish National Gallery of Modern art (Modern two) Until sun 27 Oct 2019 Edinburgh

Anonymous_BabyCollage 900px_0

The importance of collage as a form of protest in the 1960s and 70s will be shown in the work of feminist artists such as Carolee Schneemann, Linder and Hannah Wilke; Punk artists, such as Jamie Reid, whose original collages for the Sex Pistols’ album and posters will feature; and the famously subversive collages of Monty Python founder Terry Gilliam.

jamie-reid-08

The exhibition also features the legendary library book covers which the playwright Joe Orton and his lover Kenneth Halliwell doctored with collages, and put back on Islington Library’s shelves – a move which landed them in prison for six months. In addition, the exhibition also demonstrates how collage remains important for the practice of many artists working today. Owing to the fragility of much of the work, the exhibition will not tour: it can only be seen at the Scottish National Gallery of Modern Art in Edinburgh.

matisse clown

A huge range of approaches is on show, from sixteenth-century anatomical ‘flap prints’, to computer-based images; work by amateur, professional and unknown artists; collages by children and revolutionary cubist masterpieces by Pablo Picasso and Juan Gris; from nineteenth century do-it-yourself collage kits to collage films of the 1960s. Highlights include a three-metre-long folding collage screen, purportedly made in part by Charles Dickens; a major group of Dada and Surrealist collages, by artists such as Kurt Schwitters, Joan Miró, Hannah Höch and Max Ernst; and major postwar works by Henri Matisse, Robert Rauschenberg, and Peter Blake, including the only surviving original source photographs for Blake’s and Jann Haworth’s iconic, collaged cover for the Beatles’ album Sergeant Pepper’s Lonely Hearts Club Band.

Enkele fraai voorbeelden van collage als kunstwerk:

http://www.lisakokin.com/

http://www.lisakokin.com/book-art-collages-one.html

https://sarachristova.wordpress.com/tag/collage-art

https://www.nationalgalleries.org/exhibition/cut-and-paste-400-years-collage?

in-the-house-without-folds-the-anonymous-circuit-of-the-Other-intercalates-with-the-living-on-the-inside-960x935

Edward H. Potthast: liefde voor het lichtende

water-lilies-edward-henry-potthast

Om in de omgeving van mijn zomers onderwerp te komen kun je hier, terwijl je leest, naar de zee luisteren terwijl de onderwerpen van het werk dat ik wil belichten hoorbaar zijn.
Ook het gehoor wil wat.
Onderaan de zee zonder al te veel menselijke aanwezigheid. Alleen water, heel ver enkele meeuwen. En helemaal beneden de zee in grootbeeld.
In het midden het zichtbare:
Werk van Edward Henry Potthast. (1857-1927)
Helemaal onderaan dertig minuten schoonheid: een verzameling van een leven waar de liefde voor het lichtende een herkenning was.

(kinderen en hun gevolg aan zee, 6’33”)

1280px-Edward_Henry_Potthast_-_Summer_day,_Brighton_Beach

Potthast made his first trip to Europe in 1881. After a visit to Antwerp, where he studied with Polydore Beaufaux and Charles Verlat, Potthast proceeded to Munich perhaps on a visit that had been prearranged with Noble, who was also in Munich in the early 1880s. Munich and its Royal Academy strongly had long been a destination for Cincinnati artists. Potthast and Noble had been preceded by fellow Cincinnatians John Henry Twachtman, Robert Blum, Joseph De Camp, and Frank Duveneck, who alternately taught in Munich and Cincinnati. At the Royal Academy, Potthast studied with the American-born instructor Carl Marr (von Marr, after 1909), who was known for his adroit handling of light and shadow in realistically rendered works. Potthast completed his European tour with a visit to Paris, where he studied for about a month and a half at the Academie Julian.

1-at-the-beach-edward-henry-potthast

After his move to New York, Potthast made scenes of people enjoying leisurely holidays at the beach and rocky harbor views his specialty. He spent summer months in any one of a number of seaside art colonies, including Gloucester, Rockport and Cape Cod in Massachusetts, and Ogunquit and Monhegan Island, Maine. Such was his love of the beach that, when he resided in New York, he would journey out on fair days to Coney Island or Far Rockaway with his easel, paintbox, and a few panels.

Potthast never married. He was an extremely private person, though he was close to his nephew and namesake, Edward Henry Potthast II (1880-1941), who also was an artist. Potthast died alone in his New York studio on March 9, 1927.

2018_NYR_16472_0179_000(edward_henry_potthast_children_on_the_beach)

Er wordt makkelijk gezwaaid met de uitdrukking ‘ode aan het licht’ als men het over ‘impressionisme’ heeft (of post impressionisme)
Bekijk het werk van de Amerikaan Edward Henry Potthast (1857-1927) dan wordt het duidelijk dat ‘licht’ wel een aparte energie is, een resultaat van een proces, maar dat het zonder het ‘lichtgevende’ en het ‘licht nemende’ niet waarneembaar is.
Het lichtgevende, de bron van waaruit het dagelijkse licht afkomstig is, de zon, maan, sterren, maar net zo goed de voorwerpen, mensen, landschappen zelf kunnen een ‘lichtend’ karakter hebben. Niet alleen door een externe bron, maar ook door een innerlijke bron, een betekenis-bron zou ik het kunnen noemen, het licht nemende vanuit het onderwerp, de beweging, de verhouding, het standpunt.
Tenslotte is het de waarnemer, de kijker, die ondanks alle goede en kundige bedoeling van de kunstenaar, voor het ‘licht in de ogen’ moet zorgen. In het oude testament klaagt de psalmist al: ze hebben ogen, maar ze zien geen steek.

800px-1910_painting_by_Edward_Henry_Potthast

Licht krijgt een dynamische betekenis: beweging. Loskomen uit het tijdstip.
Dat heeft deze, bij ons nog vrij onbekende kunstenaar, Edward Henry Potthast goed begrepen. Vaak ontleent men een zekere ‘stilstand’, een ‘meditatieve’ eigenschap aan een visueel kunstwerk. Het bevriest de tijd, centreert zich op een ‘pris de vue’ dat door de keuze van de kunstenaar miljoenen andere gezichtspunten uitsluit. Het wordt dan het 1/60ste tot 1/6000ste van een seconde, bekend in de fotografie.
Met opzet heb ik hier de mooie stereo-BBC-opnames uit hun geluidsarchief gebruikt. Ze verlopen in enkele minuten, maar de atmosfeer wordt door de luisteraar onmiddellijk vergeleken met zijn/haar eigen ervaringen, ver of dichtbij.

a-family-outing-edward-henry-potthast
De kinderen aan zee van de schilder -ze hebben de leeftijd van mijn ouders als ik de tijd laat meespelen waarin ze geschilderd zijn- ontsnappen aan het moment. Ze dringen in ons collectief geheugen binnen, en terwijl je luistert zie je je eigen beelden ver of dichtbij waar je of als kind of met kinderen aan de zee was.(of wilde zijn)

Happy Days
Ik denk dat de kunstenaar zijn werk met dezelfde intenties heeft gemaakt: niet alleen de herinnering maar het blijvend genieten van deze ontmoetingen voorop heeft gesteld, een weghalen uit het moment omdat ze net dat lichtende bezitten waarin de beweging van de aanwezigen en het landschap zich op één seconde lijkt toe te spitsen maar door de uitwerking ervan ons samenbrengt in een gemeenschappelijke tijd waarin we kind waren, kinderen hadden, of ervaarden geen kind meer te zijn, of…
Dat is nu net ‘het lichtende’. Niet alleen de zon of andere bronnen, maar de herkenning, het meevoelen, het genieten licht op, verbindt ons met de doeken van deze intense schilder.

Making Friends
De ‘impressie’ waaraan het impressionisme zijn (spot)naam ontleent moet je begrijpen als een moment dat zowel naar het verleden als naar de toekomst onze emoties aanspreekt. Wellicht is het een zeldzame poort die tot dit vreemde land toegang biedt. Niet het losgerukte moment, maar een verhaal dat tijdloos is geworden en daardoor nieuwe generaties blijft aanspreken, kinderen die zich verzamelen op de rand van het water. Alsof ze nooit zijn weg geweest.

Edward-Henry-Potthast-At-Rockaway-Beach

aanspoelende zee 3’30”

https://www.edwardhenrypotthast.org/biography.html

https://www.the-athenaeum.org/art/list.php?s=tu&m=a&aid=434&p=1

 

de zee, eigen melodie 5’06”

Een poëtisch leven, een kortverhaal

6563151197_f6b351584d_b

‘Neen, neen,’ zei de oude dichter, ‘gedichten zijn totaal nutteloos.’
Sprakeloos was ik.
Want had ik niet met Jonkermans gepraat, de nestor, de hoeksteen van hetgeen hier te lande als poëzie doorgaat?
‘Ik heb het laat ontdekt. Nog maar net. Ik zat weer eens op het toilet, wachtte op de wat moeilijk komende ontlasting en op inspiratie. Ja, ik word spottend wel eens een ‘analist’ genoemd. Maar mensen met ervaring zullen mij begrijpen: het moment dat nutteloze resten het lichaam verlaten is een lekkere belevenis. Opluchting. Op die manier heb ik ongeveer zeventig jaar lang gedichten uit mijn lijf zitten duwen. Zeventig jaar.’

bacon29_orig
Hij keek met weemoedige ogen naar de tweeëndertig bundels boven zijn hoofd.
‘Bloemen op de tovermuur, gedichten, nummer één, twee, drie tot en met tien. Het lied der azuren einders, een en twee. De engelengreep van nummer één tot negentien voor ik mij uit hun klemmende armen kon bevrijden. En tenslotte: Land in zicht.’
‘En dat zou allemaal nutteloos zijn geweest?’
‘Poëzie is per definitie nutteloos. Poëzie geeft je wellicht het gevoel dat je boven de gewone sterveling bent verheven. En die sterveling laat hem of haar rustig zweven. De lucht hangt vol met dichters en dichteressen. Als er te veel samentroepen kun je van een ware zonsverduistering spreken. Dan kun je ze alleen met subsidies uit elkaar drijven.’
‘Maar hoe ontdekte u dat uw gedichten nutteloos waren?’
‘Ik zat op het toilet en schreef in spoedtempo iets over het kind en de tijd. Bij het optrekken van mijn broek sukkelt mijn vers bij het andere vers..Enfin, u begrijpt? Was ik eerst geschrokken: mijn kostbare ideeën temidden van het onbruikbare, het ultiem menselijke. Maar toen ik doorspoelde – de geur was wel een beetje hinderlijk geworden- toen voelde ik een grote opluchting. Een metafysische opluchting mag ik zeggen. Om dat gevoel te bestendigen besloot ik al mijn nieuwe verzen op die manier te laten verdwijnen.’
‘Dat kon wel eens voor prozaïsche problemen zorgen, niet?’
‘Ja, inderdaad. Er moest een loodgieter bij te pas komen want ze begonnen het te rieken bij de onderburen. Verstopte leidingen.’
‘U moet maar eens zachter papier gebruiken als u op die manier uw verzen wilt blijven publiceren,’ zei de man. ‘Humoristen, hé, die handwerklieden van vandaag. En zo schrijf ik met een speciale stift al mijn verzen op dubbel gelaagd toiletpapier om er vervolgens…’
Hij maakte een duidelijk gebaar naar de plaats waar zijn billen de rug afrondden. Ik begreep het.
‘Maar onderstel nu eens dat alle dichters en dichteressen op die manier hun product doorspoelen?’ probeerde ik de poëzie te redden.
‘Dat zou een mooie zaak zijn! Spaart bergen papier uit. Bedrukt papier, laten we nauwkeurig zijn. Geen genummerde en gesigneerde exemplaren meer in de kast, in de kelder of op de zolder. Geen gedrein meer om een bundeltje te verkopen bij elk familie- of vriendenbezoek. Mochten er dan nog literaire tijdschriften bestaan dan zou ik ze uitgeven op zacht toiletpapier. Dat spaart ruimte uit en dan zijn ze voelbaar nuttig.’

ready-for-the-snow-george-lucas
‘Wat is een wereld zonder poëzie?’ vroeg ik hem vertwijfeld.
De dichter Jonkermans schudde het hoofd.
‘Kan poëzie iets? Kan ze een deur openmaken? Kan ze aardappelen uit de grond doen groeien? Neen. Een beetje gekreun en gesteun, kamasoutra-standjes van woorden en zinnen, dan heb je ’t wel gehad. Poëzie is een uitvlucht. Een gefriemel op zogenaamd niveau.’
‘Maar waarvoor heeft u dan geleefd?’
De dichter keek door het raam van zijn schrijfkamer. Het liep tegen kerstmis. Zwangere wolken stapelden zich boven de dennenbossen.

‘Een leven lang heb ik geleefd om Anne-Marie te bereiken. Ik zag haar de eerste keer bij mijn plechtige communie. Toen al las ze gedichten van Wies Moens: ‘De oude gewaden zijn afgelegd,’ zei ze zachtjes voor zich uit. Ik zag het gebeuren, hoe ze daar stond zonder die oude gewaden.
‘Ik aanbid dichters,’ zei ze enkele jaren later na het drinken van een ruime hoeveelheid geestrijke drank. Omdat ik geen spieren noch de zogenaamde uiterlijke schoonheid bezat, gooide ik mij op de dichtkunst. Is het u al opgevallen dat de meeste dichters lelijkerds zijn? U begrijpt? Maar Anne-Marie verhuisde naar Zuid-Amerika om met haar vader koffie te gaan planten, iets wat ze nu ontwikkelings-samenwerking zouden noemen. Ik stuurde haar al mijn bundels. Al die jaren schreef ik mij naar haar prachtige armen, naar haar dunne maar gulzige lippen. Ik heb me te pletter geschreven.’

915c9a40bc1f8780da008e534479ccca
De dichter wreef een traan weg en trok een schuifje open naast zijn bureel.
‘Haar eerste en tevens haar laatste brief.’
Hij keek me hoofdschuddend aan en las:
‘Beste Karel. Tot mijn spijt heb ik slechts vandaag, op mijn vierenzeventigste verjaardag ontdekt dat die dunne dure boekjes van jou waren. Ik heb altijd gedacht dat het reclame was voor medicijnen. Meestal ook duur uitgegeven met woorden die niemand begrijpt. Je laatste boekje ‘Land in zicht’ lijkt wel een liefdesverklaring te zijn. Is die voor mij bedoeld? Maar Karel toch! Ik ben een oude vrouw. Ik mank lichtjes, snurk in mijn slaap en ik ben een beetje uitgedeind. Had je me dat veertig jaar eerder geschreven, heel gewoon, iets in de aard van: ik zie je graag, ik was dadelijk naar je toe gekomen.’

hart

De dichter legde het briefje voorzichtig op zijn werktafel en keek naar zijn dichtbundels. Hij plukte er eentje uit het rek en betastte een pagina tussen duim en wijsvinger.
‘Dat zou best kunnen dienen,’ zegde hij opgelucht. ‘Niet te hard, kleine handzame blaadjes, en je hebt nog wat te lezen in afwachting van het resultaat.’
‘Wilt u ze allemaal als toiletpapier gebruiken?’
De dichter knikte.
‘Met uitzondering van enkele vroeg na-oorlogse edities. Dat papier lijkt nergens op. Te ruw.’
Ik zag hem rondkijken. Zijn ogen lichtten op bij de open haard.
‘Misschien zal ik Anne zien in de vlammen. De eeuwig jonge Marie-Anne.’
Zijn besluit spaarde alvast de loodgieters-kosten uit, maar daarmee kun je een diep ongelukkige dichter niet troosten.
‘Het vuur reinigt al onze dwaze verlangens. Zullen we?’
En wat denk je? Tot mijn diepe schaamte moet ik bekennen dat ik als een beulsknecht heb meegewerkt aan een boekenverbranding. De eerste edities wilde hij nog voorlezen voor hij ze aan het vuur toevertrouwde maar na ‘Bloemen op de tovermuur nummer drie’ hebben we de rest in één keer opgeofferd. De oude gewaden, weet je nog.  Morgen begint hij immers opnieuw.  Herinneringen mengen zich graag met dromen. Om ze uit te geven heb ik ook al een idee opgedaan.

202723f4280c10b07583319adadc4eb0
(En wat de schrijver in 1978 schreef en vandaag tot dit verhaal herwerkte is blijkbaar al werkelijkheid geworden. Met een suggestie om ook het rolletje creatief te gebruiken. Dichters, aan de slag!)

Paper Cut Zoo Girafea, 2010 by Anastassia Elias
foto boven:  Sarah Horrigan, schilderij Triptych Francis Bacon

Judit en Holofernes, een succesverhaal (2)

2-orazio-gentileschi-giuditta-e-l-ancella-1610-1612-collpriv-665x883

Op zoek naar een verklaring voor het succes in de kunst van dit bijbelse verhaal wordt meestal gewezen op de allegorische veelvuldige in- en uitgangen van het scenario. Voor katholieken was het nu eenmaal een onderdeel van de heilige schrift terwijl het voor hedendaagse voorvechters van vrouwenrechten ook duidelijke mogelijkheden tot interpretatie biedt.
Was Judit(h) niet een symbool voor Maria die het tegen de duistere machten van de duivel opnam, of voor de Kerk als bruidegom van Christus?
De tekst uit het verhaal: ‘De Heer heeft hem neergeslagen door de hand van een vrouw,’
wijst in die richting maar laat de dubbelzinnigheid open of ‘de hand van een vrouw’ hier als troostprijs of statement bedoeld is, zoals: ‘zelfs de kracht van een vrouw volstond om het kwade te overwinnen’ – uiteraard met hulp van hogerhand-.

17593a0b1ce8b236d1adeb8ff99cced1

‘Toch is het ongetwijfeld zo, dat Judith in de middeleeuwse christelijke wereld een bekende figuur is geweest, een bekendheid die ze in de eerste plaats te danken had aan haar symbolische betekenis. Het is immers vooral door de gangbare typologische verklaring van het Oude Testament dat de bijbelse heldin een vertrouwd beeld is geworden in de iconografie van de middeleeuwen en daardoor reeds vroeg op de gemoederen inwerkte. In de religieus geïnspireerde literatuur zowel als in de beeldende kunsten wordt Judith, dikwijls samen met Jaël en Esther, in verband gebracht met Maria, of zelfs uitsluitend als prototype van de moedermaagd geciteerd: haar overwinning op Holofernes symboliseert de overwinning op de duivel.’

gravure judith

(Het Judith-thema in de Nederlandse lettrkunde De rederijkersperiode, Anne Marie Musschoot, Jaarboek De Fonteine Jaargang 1969-1970 (1972) )

https://www.dbnl.org/tekst/_jaa005196901_01/_jaa005196901_01_0002.php

In datzelfde artikel hierboven geciteerd las ik dat een van de opvallende kenmerken van het toneel der rederijkers in de 16de eeuw de vermenging is van abstracte redeneerzucht en verheven aspiraties met plat realisme. Bij een spektakel ter ere van de intocht van de Spaanse kroonprins in 1549 in Doornik werd de rol van Holofernes gespeeld door een ter dood veroordeelde die van zijn ‘tegenspeelster’ enkele rake klappen kreeg en hem daarna resoluut het hoofd afhakte met een kromzwaard. (!) Filips II glimlachte ‘discreet’ en wendde zelfs het hoofd niet af, vertelt de kroniek.

Judith-and-Holofernes-Matteo-Rosselli-Oil-Painting-510x713

Honderd jaar later voert Vivaldi in zijn Juditha Triumphans als allegorie ten tonele:

‘Judith blijkt ook in de tijd van Vivaldi een veelgebruikt icoon te zijn geweest voor uiteenlopende doeleinden. Vivaldi heeft zijn oratorium geschreven als allegorie op de oorlog van zijn geboorteplaats Venetië tegen de Turken, die Corfu belegerd hielden. Judith staat daarin symbool voor Venetië, terwijl Holofernes de Turkse sjah representeert. Vivaldi maakt van Judith een heldin in een Christelijke context en gebruikt haar vanuit zijn eigen politieke overtuigingen, waarin hij Judith neerzet als strijdster, femme forte en deugdzame vrouw.(uit samenvatting van master scriptie J.A.M. Dekker, universiteit A’dam.)’

gravure hendrik goltzius

Natuurlijk krijgt ook de lijfelijke figuur van Judith alsmede haar nacht met Holofernes de nodige pictorale aandacht, vooral bij Noord Europese kunstenaars. (Vlaanderen, Nederland, Duitsland) Het uitbeelden van haar naaktheid was in de zestiende eeuw in Italië nog onmogelijk gebleken:

Judit.Mattijsjpg_1417421037

‘In Italien dagegen war es im 16. Jahrhundert offenbar kaum möglich gewesen, Judith als Akt darzustellen; selbst von Künstlern des 17. Jahrhunderts wurde sie allenfalls in Venedig mit entblößter Brust gezeigt. Dagegen stößt man in Deutschland und den Niederlanden auf zahlreiche Wiedergaben der entblößten Heldinstößt. Dabei machte es keinen Unterschied, ob die Auftraggeber oder Künstler der katholischen Kirche oder der protestantischen Konfession angehörten; in beiden wurde die Heldentat Judiths – trotz Luthers Degradierung zur Parabel – als vorbildhaft angesehen und sowohl bildnerisch als auch in Predigten gepriesen, wobei sie v.a. durchihre Frömmigkeit wie ihre Entscheidung zum politischen Handeln zur Leitfigur wurde.
Beham_Judith_servant2
Die ikonographische Innovation der nackten Judith-Darstellung schreibt Straten dem künstlerischen Bedürfnis zu, Personen unbekleidet zeigen zu wollen. Dabei wird die Heldin auf ihren Körper sowie ihre Attribute reduziert. Die Bedeutung der Aktdarstellung soll somit ambivalent sein: zwar knüpft die Nacktheit sowie die zumeist kontrapostische Haltung der Dargestellten an antike Ideale an, gleichzeitig wird Judith dem Betrachter durch eben diesen Umstand des Unbekleidet seins auch näher gerückt. Dabei sei die „Widersprüchlichkeit zwischen Realitätsbezogenheit und deren gleichzeitiger Transzendierung“ typisch für das Zeitalter der beginnenden Renaissance. In dem die nackte Judith in die Nähe antiker Göttinnen rückt, wird zugleich die Tugend der Castitas, die in ihrer Personifizierung gesehen wurde, in frage gestellt. Einige Darstellungen zeigen Judith mit verrutschter, ungeordneter Kleidung oder sogar in engem Kontakt mit Holofernes, wodurch die Darstellungen etwas Anzügliches bekommen.’
(Die Gestalt der biblischen Judith in der Kunst des 19.Jahrhunderts – von der Heldin zur femme fatale, Magisturarbeit zur Kunstgeschichte, Kathrin Reining)

https://asw-verlage.de/getmedia.php/_media/201409/12270v0-orig.pdf

Judith-and-Holofernes-Ambrosius-Benson-Oil-Painting-510x703

Dat eeuwige gevecht tussen ‘Realitätsbezogenheit’ en haar ‘Transzendierung’ stelt zich zeker bij het begin van de rennaissance.
In tegenstelling met de beeldvijandige protestantische opvatting beroept de kunstenaar zich op het antieke voorbeeld en benadert Judith de antieke godinnen, maar wordt tegelijkertijd de deugd van kuisheid die in haar personificatie werd gelegd in vraag gesteld.
Enkele voorstellingen tonen Judith in wegglijdende, ongeordende kledij, of zelfs in nauw contact met Holofernes waardoor die voorstellingen een beetje een aanstootgevend karakter krijgen. Wordt in Noord Europa Judith als naakt voorgesteld dan komt de bijbelse betekenis op de tweede plaats.
Het spel van de verleiding, de belangstelling voor anatomisch in detail getrouwe vrouwenlichamen en de erotische blik – zowel van Holofernes als die van degene die Judith bekijkt, komen op de voorgrond.

giovanni baglione

Een andere tendens in Noord Europa is een nieuwe interpretatie als iemand van de zogenaamde ‘sluwe vrouwtjes’. (‘listigen Weiber)
Sinds de zestiende eeuw duiken daar in zeer geliefde gravures Judith-voorstellingen op die noodlottige gevolgen van vrouwelijke macht en list schilderen. Hiervoor worden bijbelse en wereldlijke verhalen als die van Adam en Eva, Samson en Delila, David en Batsheba, Salome en Johannes de Doper, Phyllis en Aristoteles alsook de raadselen van de koningin van Saba en de verleiding van koning Salomon gebruikt als idolatrie door hun heidense vrouwen als illustratie van vrouwelijke macht en mannengekte te gebruiken.

unnamed
Naast deze voorbeelden waar de verbinding met mannen door de genoemde vrouwen gevaarlijk wordt, voert men ook vrouwen op die het geloof van hun volk in gevaar brengen. Judith, Esther en Suzanna werden hiervoor gekozen.
Daarbij werden grenzen die het onderscheid tussen als ‘listig’ aangeduide vrouwen en diegenen die door godsvrucht hun doel bereikten in de opvattingen van de 16de eeuw, niet duidelijk omlijnd.
Judith bleef meestal in hoofdzaak positief voorgesteld omdat haar dapper en godvrezend optreden niet zo vlug als ‘listig’ maar meer als moedig werd geduid.

Italian School; Judith and Holofernes
Italian School; Judith and Holofernes; Leeds Museums and Galleries; http://www.artuk.org/artworks/judith-and-holofernes-38796

De ambivalantie van Judith’s reddende daad, die door het uitspelen van haar vrouwelijke aantrekkingskracht als door het gebruik van een list haar opdracht vervulde, maakte van haar in de Vroegmoderne tijd een moeilijk personage.
Zowel haar schoonheid en haar erotische uitstraling als het ‘subversieve potentieel’ van Judith lieten kunstenaars aansluitend op haar terugvallen. Omdat Judith’s daad niet alleen de redding van haar volk maar tegelijkertijd het in gevaar brengen van mannelijke overheersing inhoudt, werd ze een ambigue figuur en dat door haar uitzonderingspositie onder de vrouwen als door haar eenmalig aktief optreden zoals het bijbelverhaal aantoont.
Zo speelt Judith, in tegenstelling met David, na haar reddingsoperatie geen rol meer in het openbare leven en trekt ze zich weer in haar privé-leven terug.

5bis-Cristofano-Allori-giuditta-con-la-testa-di-oloferne-1613.royal-collection-trust-Uk-665x799

Door de populariteit van het thema werd het voorstellingsspectrum van het bijbelverhaal weer verbreed: naast het geïsoleerde beeld van Judith met Holofernes’ hoofd koos men ook voor de voorbereiding van haar tocht naar het vijandelijk kamp, de onthoofding, de terugweg van Judith met haar dienstmaagd, alsook de triomfantelijke terugkeer naar Betulia waar het hoofd van de vijand werd tentoongesteld, tot het verdrijven van de vijand, vaak in hetzelfde beeld als de het centrale gebeuren.

slag

In een boeiende studie: ‘The sword of Judith, Judith studies across the disciplines’, te raadplegen via ‘Open book publishers’ (onderaan de verwijzing) wordt o.a. gewezen op ‘Judith imagery as Catholic Orthodoxy in Counter-Reformation Italy. Een invalshoek die hier zeer het vermelden waard is, of hoe een reeks van 28 Lateraanse Judith- fresco’s van Guerra en Nebbia een duidelijke ‘programma’-bedoeling heeft:
‘The point is clear: Judith is a historical personage and a prototype of both Ecclesia Militans and its pope, who will ensure the defeat of their heretical enemies.’
Ook de Maria-typologie komt hier uitvoerig ter sprake.

https://books.openedition.org/obp/972

detail6-artemisia-gentileschi-giuditta-e-la-sua-ancella-1618-1619-galleria-palatina-palazzo-pitti-firenzepart-665x611

En zo merken we dat het ’verbeelden’ van een discutabel bijbelverhaal ons meeneemt naar wat de mens dreef, drijft en zal blijven drijven: zijn wedervaren als een reis naar talrijke essenties vorm geven zodat het de korte tijd van ons verblijf overstijgen kan en ook de komenden weer aansluiting biedt en zin om de reis verder te zetten. De vragen blijven dezelfde, de antwoorden moeten telkens weer opnieuw gevonden worden.

248-bernardo-cavallino-giuditta-con-la-testa-di-oloferne-XVII-sec-nationalmuseum-stoccolma-665x871

‘Once, quite by accident, I opened a Bible with a postcard stuck in it at the story of Judith in the Apocrypha. Judith was the Jewish heroine who saved the Jews by killing Holofernes who was the general of the army besieging them. She dressed up as a prostitute and went to his tent and murdered him. And I was always amazed that she was considered to be a good woman – her motivation too in doing this. And then I discovered reading the story that her husband had died and she was in a state of grief and the rage of grief and somehow she had nothing to lose and she used the power of that grief and anger to carry out this incredibly brave act. So I wrote the poem in her voice’

Judith (1994)
Vicki Feaver (1943-)

Wondering how a good woman can murder
I enter the tent of Holofernes,
holding in one hand his long oiled hair
and in the other, raised above
his sleeping, wine-flushed face,
his falchion with its unsheathed
curved blade. And I feel a rush
of tenderness, a longing
to put down my weapon, to lie
sheltered and safe in a warrior’s
fumy sweat, under the emerald stars
of his purple and gold canopy,
to melt like a sweet on his tongue
to nothing. And I remember the glare
of the barley field; my husband
pushing away the sponge I pressed
to his burning head; the stubble
puncturing my feet as I ran,
flinging myself on a body
that was already cooling
and stiffening; and the nights
when I lay on the roof – my emptiness
like the emptiness of a temple
with the doors kicked in; and the mornings
when I rolled in the ash of the fire
just to be touched and dirtied
by something. And I bring my blade
down on his neck – and it’s easy
like slicing through fish.
And I bring it down again,
cleaving the bone.

The poetry Archive: https://www.poetryarchive.org/poem/judith

Screen-Shot-2018-09-27-at-4.49.21-PM

Judit en Holofernes, een succesverhaal (1)

4526

Bij het ‘koppenrollen’ van de laatste dagen, of zelfs ‘in ’t algemeen’ dacht ik dadelijk aan een treffend doek van een Nederduitse schilder Johann Liss, (of ook als ‘Jan Lys’ geschreven), die het thema van Judit en Holofernes moet illustreren, een apocrief bijbelboek -door de protestanten niet aanvaard maar opgenomen in het Oude Testament- waarin een mooie weduwe, Judit (zonder ‘h’!) haar stad bevrijdt van een boosaardige generaal Holofernes door met hem aan te pappen en hem in zijn dronken slaap te onthoofden, en vervolgens het hoofd op de stadsmuren ten toon te stellen waarop het vijandelijke leger op de vlucht slaat eens de belegerden op hen afstormen en de weduwe daarna als een heldin wordt gefêteerd.

detail jan lys

Dat Jan Lys Carravaggio ten zeerste bewonderde mag blijken als je deze versie met de zijne vergelijkt.
Waar de bewonderde nog volop aan de arbeid is, laat Jan Lys het resultaat zien terwijl het hoofd op de achtergrond in een zak, opengehouden door haar bediende, verdwijnt en Judit nog even omkijkt om de gedane arbeid te controleren of zeggen we oneerbiedig ervan te genieten?

Judith-Beheading-Holofernes-by-Caravaggio-1598-1599
Jan Lys (1597-1629-30?) wordt door zijn biograaf Arnold Houbraken in ‘De groote schouburgh der nederlandse konstschilders en schilderessen’ (3 delen) als een druk baasje beschreven die drie dagen en na nachten na elkaar kon doorwerken, ‘en al werd hem gezegd dat ‘zulke wijze van leven schadelyk en zijne gezontheid nadeelig was, ’t mogt niet helpen,’ schrijft Arnold. In Venetië staat hij klaar om naar Rome te vertrekken maar de pest ‘die toen te Venetien toenam dit voornemen belette en hem in steê van naar Rome naar de eeuwigheid deed reizen, in den bloei van zijn leven.’
Verder vermeldt de biograaf dat hij niemand iets naliet, want hij had zig gedragen naar de Italiaansche spreuk, welke op deze zin uitkomt: Zoo lang men van melk voor geld gerieft kan worden, hoeft men geen koe op stal te houden.’

fdetail carravaggio
De versie van Carravaggio toont nog enige terughoudendheid bij de uitvoerster: het verhaal gaat dat ze twee slagen nodig had om het hoofd van het lichaam te scheiden. De belichting is echter duidelijk: fel wit van bovenkledij is zij als heldin toch ook nog een vrouw gebleven die met enige afkeer haar plicht vervult, waar een man brutaler en direkter zou zijn afgebeeld.

GENTILESCHI_Judith

Maar ook een vrouwelijke kunstenaar heeft haar gepenseeld, Artemisia Gentileschi (1593-1652) (ook haar vader maakte een versie die een ‘vriendelijker’ karakter had dan die van zijn zijn dochter hierboven.) Hier is van ‘terughoudendheid’ veel minder sprake, eerder afkeer lees je op haar gezicht. Wie haar biografie leest zal begrijpen waarom:

‘Gentileschi kreeg haar opleiding in eerste instantie bij haar vader, Orazio Gentileschi, in Rome, waar zij meer talent bleek te hebben dan haar broers. Daarna werd zij in 1611 leerlinge van Agostino Tassi, een landschapsschilder, die haar het perspectieftekenen leerde, maar die haar ook verkrachtte. In de periode hierna bleef zij een seksuele relatie met Tassi houden, in de verwachting dat hij haar zou huwen en haar eer zou herstellen. Toen dat negen maanden na de verkrachting nog niet was gebeurd, diende haar vader een klacht in tegen Tassi, waarbij hij ook aangaf dat Tassi een schilderij van Judith uit het huishouden van de Gentileschi familie had gestolen. Tijdens het proces werd Artemisia Gentileschi onderworpen aan een gynaecologisch onderzoek en werd zij ook gemarteld met duimschroeven om haar verklaringen te verifiëren.’ (Wikipedia)

fragment GENTILESCHI_Judith

Agostino Carracci maakt rond 1590-1595 een portret waarin de dame, Olimpia Luna als Judit wordt afgebeeld en het hoofd van Holofernes als Melchiorre Zoppio, bijkbaar haar man. Deze interpretatie wordt sterk in twijfel getrokken. Leuk zou het wel zijn dat je kon poseren als moedige Judit en Holofernes de trekken van je aartsvijand kon krijgen. Ik merk dat er ook al handtassen en dito bestaan met deze afbeelding.
Nog een mogelijkheid:
En effet, le fait que Agostino Carracci a fait un portrait de Olimpia Luna est documentée par des sources et surtout de prière récitée par Lucio Faberi funérailles (ou Faberio), le notaire Société des peintres à Bologne, lors de la commémoration solennelle qui a été accordé Agostino Carracci en Janvier 1603, environ un an après sa mort.

portrait-of-olimpia-luna-and-melchiorre-zoppio-as-judith-and-holofernes-agostino-carracci-

Il a dit dans cette prière – joué par Carlo Cesare Malvasia dans le chapitre sur les funérailles d’Augustin Felsina Peintre (1678) – qui à Olimpia Luna était un portrait à titre posthume. Considérez le fait que Faberi “bien que beaucoup se fait en présence bien dépeindre le naturel, si le plus à même dans absenza; grand et merveilleux, il est sans doute de le faire par la peinture personne déjà morte, enterrée, jamais vu sans dessein ou impronto, mais pour une relation simple des autres. […] Donc, pour le rapport de mari [Agostino Carracci] il a fait le portrait de sa femme Olimpia Luna, qui était la plus excellente femme Melchiorre Zoppio». (Bookwiki: Portrait d’une dame que Judith)

http://boowiki.info/art/peintures-par-agostino-carracci/portrait-d-une-dame-que-judith.html

detail portrait-of-olimpia-luna-and-melchiorre-zoppio-as-judith-and-holofernes-agostino-carracci-

Uit een vers van Melchiorre Zoppio zou je kunnen uitmaken dat hij terugdacht aan zijn gestorven vrouw Olimpia die hem op een nacht in een visioen een bezoek bracht. Hij beschrijft haar kledij in dit vers, een beschrijving die in hoge mate overeenkomt met het schilderij. Of hij zichzelf als Holofernes zag vermelden de bronnen niet.
Ik zie dat het portret bij Christie’s recent voor $869.000 verkocht is. Je zou van minder je hoofd verliezen.

Terug naar het midden van de zestiende eeuw voor de versie van Giorgio Vasari (1511-1574)

Giorgo_Vasari_-_Judith_and_Holofernes
Giorgio Vasari, perhaps best known as the author of the Lives of the Artists, painted an extraordinary image of Judith and Holofernes in ca. 1554 (Fig. 18.4).18 A student of Michelangelo and an admirer of Donatello, Vasari combined visual quotations from both masters’ works with his own special ”twist” in the presentation and meaning of Judith’s ”ornaments.” Dressed in a garment composed of a pale pink cuirass with gold trim at the neck, shoulders, and sleeves, Vasari’s Judith sports a multi-tiered, high-waisted, pale green skirt clasped with an extraordinary girdle. My initial attention is given over to the elegant girdle studded with cameos and the partially unhooked high-waisted skirt. The former is, of course, new in Judith iconography. I believe that Vasari is the first artist to incorporate the cameo so prominently in this theme, while Artemisia Gentileschi transports this ornament to its highest artistic presentation. ( Diane Apostolos-Cappadona)

Alsof ze krullen van Kronos vastheeft vormt haar gestrekte houding een dwarsdiagonaal bovenaan gerond door het blinkend zwaard. Alles is compositie in dit beeld.

Dat hij een student van Michelangelo is geweest kun je zien door de vergelijking te maken met de houding van de Libische Sibille in de Sixtijnse kapel

libische sybille

This classical prophetess sits across the ceiling from her Hebraic counterpart, Jeremiah, as they frame the center episode of the Separation of the Light from the Dark. This is an appropriate partnership as the Libyan Sibyl prophesied the ”Coming of the day when that which is hidden shall be revealed.” Initially interpreted as a reference to Alexander the Great as the conqueror and ruler of Egypt, the Church Fathers understood it as foretelling Christ as the ”Light of the World.” (ibidem)

sybille groot

Michelangelo’s sibyl – clearly inspired by the powerful movement and dimensionality of Hellenistic sculptures, such as the Belvedere torso – is seated, like Vasari’s Judith, with her back turned toward the audience. Further, both women have naked shoulders and upper backs to emphasize their muscularity and their freedom of movement. Similarly, both wear that high-waisted skirt which is unhooked above the girdle, thereby drawing attention to this section of the painting. The elegant coiffures of braided and bound blonde hair provide another visual connector between the Christian Judith and the classical world. (ibidem)

Lucas_Cranach_d._Ä._-_Judith_Victorious_-_WGA05720

De zegevierende Judith van Lucas Cranach de Oudere (1472-1553) bevindt zich in het Grunewald Jagdschloss in Berlijn terwijl een andere versie in Kassel verblijft. De Berlijnse is coquetter, ze draait meer naar links en bekijkt ons vanuit haar ooghoeken. De Kasselse is meer naar het midden gedraaid, lijkt eenvoudiger en beter uitgelicht. In het Kunsthistorisch Museum in Wenen kun je de derde versie bekijken, een combinatie van de Berlijnse en de Kasselse met Judith gekleed naar de mode van 1530. In het Metropolitan Museum of Art in New York hangt er nog een versie. Blijkbaar was hij zeer begaan met het thema want in zijn werk is er nog een maaltijd en een scene van het gebeuren zelf. De vraag naar het onderwerp was duidelijk aanwezig!

2judith1 de kasselse
We hebben meteen een brug gemaakt vanuit de late middeleeuwen naar de rennaissance. De mythologische figuren en heiligen zijn duidelijk herkenbare (welstellende) wereldse vrouwen geworden. (hieronder: Vincent Sellaer, late 16de eeuw)

Vincent-Sellaer-Judith-with-the-head-of-Holofernes-late-16th-century-Oil-on-panel-Long-term-loan

In een volgende bijlage onderzoeken we achtergronden en de allegorische in- en uitgangen van dit verhaal in de beeldende kunst van rennaissance en barok. Het gedicht hieronder belicht een van de vele hedendaagse benaderingen.

john-graham-judith-beheading-holofernes-by-john-graham-after-caravaggio-bluethumb-d8a1

https://www.bbc.co.uk/sounds/play/m0002hl7

Like Judith Slaying Holofernes

Paul Tran

I know better than to leave the house
without my good dress, my good knife

like Excalibur between my stone breasts.
Mother would have me whipped,

would have me kneeling on rice until
I shrilled so loud I rang the church

bells. Didn’t I tell you that elegance is our revenge,
that there are neither victims nor victors

but the bitch we envy in the end? I am that bitch.
I am dogged. I am so damned

not even Death wanted me. He sent me back
after you sacked my body

the way your armies sacked my village, stacked
our headless idols in the river

where our children impaled themselves
on rocks. I exit night and enter your tent

gilded in a bolt of stubborn sunlight. My sleeves
already rolled up. I know they will say

I am a slut for showing this much skin, this
irreverence for what is seen

when I ask to be seen. Look at me now: my thighs
lift from your thighs, my mouth

spits poison into your mouth. You nasty beauty.
I am no beast, but my blade

sliding clean through your thick neck
while my maid keeps your blood off

me and my good dress will be a song
the parish sings for centuries. Tell Mary.

Tell Eve. Tell Salome and David about me.
Watch their faces, like yours, turn green.

Judith-and-Holofernes-Ambrosius-Benson-Oil-Painting-510x703

(Ambrosius Benson Lombardije1495- Brugge 1550)

botticelli_judith_holo2_grt

Sandro Botticelli, de terugkeer van Judith

Ivon Hitchens, painted to be listened to

Hitchens_FlowerPiece43_Sheffield-670x1024

Flower Piece 43 Sheffield 670 x 1024

Hij woont in de stad. Hij koopt een stuk land op het platteland. Daarop zet hij een primitieve caravan. Daarna bouwt hij er een atelier, gevolgd door een huis. Hij woont er er met vrouw en zoon en werkt er.
De geschiedenis van Ivon Hitchens (1893-1979) schilder die door het (te) vele werk dat hij produceerde het beste van zijn oeuvre camoufleerde.
Zeventig van zijn doeken worden nu in de Pallant House Gallery in Chicester UK tentoongesteld met ‘Space through colour’ als motto.

Ivon-Hitchens-Mixed-Poppies-web

Mixed Poppies

Bekijk het filmpje: zijn naaste medewerker vertelt er over de werkwijze van de schilder terwijl enkele van zijn merkwaardige doeken worden belicht.
Je kunt heel moeilijke woorden gaan zoeken om compositie, kleurgebruik, inzicht en uitzicht te omschrijven. Je kunt hem linken of op zoek gaan naar multiple verschijningsvormen van het abstracte.

De schilder zelf: ‘My pictures are painted to be listened to and its dance plays off depth against width.’
Beter kan ik het niet omschrijven.
Schilderwerk om ook te beluisteren en de beweging er in speelt diepte en breedte tegen elkaar uit.

page_1

A Standing Jar of Flowers 64.8 x 88.3 cm

Natuurlijk is er de ruimte door het licht van zijn penseel: niet alleen de kleuren die op zichzelf en hun vormelijkheid aanwezig zijn, maar door hun onderlinge wisselwerking voor tonaliteiten zorgen waarin de structuur  gaat meespelen.

ivon-hitchens_cloud-study_c1948oil-on-canvas_41x87cm

Cloud study c1948 oil on canvas 14×87 cm

De liefde voor het licht laat je  geluiden vermoeden, tussen het bewegen van de wind in de bomen en muziek die de verte met het heel nabije verzoent. Het intieme met het wijdse van het landschap.

Studio-with-Open-Doors-c.1942-by-Ivon-Hitchens-Private-Collection-©-The-Estate-of-Ivon-Hitchens.-All-rights-reserved-DACS-2019

Studio-with-open-door c.1942

Ivon Hitchens (1893 – 1979) is much-loved for his landscape paintings featuring swathes of bright colour, many painted in the open air surrounding his secluded Sussex home. Yet there is more to the artist than the post-war work for which he is best known. This exhibition, the largest on Hitchens since 1989, considers the whole scope of the British painter’s career, which spanned a remarkable six decades.

Hitchens_Flowers_Pallant-940x1024

Flowers Pallant 940 x 1024

Hitchens was a progressive artist in the 1920s and ‘30s. He was one of the earliest members of the experimental Seven and Five Society alongside Ben Nicholson, Henry Moore and Barbara Hepworth. He also tapped into what was happening on the continent, particularly in France. Whilst looking to Cèzanne and Matisse in particular, Hitchens chose to focus on the subject matter right in front of him – the landscapes of Sussex, as well as flower paintings, interiors and studies of the nude and of family members.

Hitchens_Spring-Mood33_JonathanClark-1024x721

Hitchens Spring Mood 33 Joanthan Clarck 1024 x 721

His retreat from London to Sussex at the outset of the Second World War gave rise to an extraordinary body of paintings that were international in spirit despite being rooted in the English landscape. During this time he painted repeatedly at his home near Petworth, and at surrounding locations in the South Downs – Heyshott, Didling and Iping Common in particular. The last decade of his life saw a heightening of his palette, as he spent more and more time at his holiday coastal cottage at Selsey.

https://pallant.org.uk/whats-on/ivon-hitchens-space-through-colour/

Hitchens_BorderDay25_Ashmolean-1024x917

Border Days 25 Ashmolean 1024 x 917

“The constant transition of natural light provided him with endless inspiration; subtle tonal divisions contrasting with white areas of the canvas that allow the eye to rest. They are works defined by an astonishing structural integrity.” (Lambirth)

113

Woodland Walk and Farm Fields 1972  42 x105,5 cm

“When you look at Hitchens’ landscapes, you’re also looking at rhythm and different divisions going through the image. That’s why he favoured working on long, thin canvases, because they could be split up into three or four sections that played out visually like movements in a symphony.” (Lambirth)

Hitchens, Ivon, 1893-1979; River Scene at Holbrook and Molly in a Boat

River scene at Hoolbrook and Molly in a Boat

“What I see and feel, I try to reduce to patches and lines of pigment, which have an effect on our aesthetic consciousness, independent of (though interpreting) the facts of nature in terms of a relationship of all the parts.”

Autumn Composition, Flowers on a Table 1932 by Ivon Hitchens 1893-1979

Autumn Composition, Flowers on a table 1932

In art historical terms, the biggest influence felt in Hitchens’ work is that of Cezanne. Not only did he find Cezanne’s approach to deconstructing the motif helpful to his own work but in the same way that Cezanne was able to paint his own artistic vision of Provence, Hitchens dedicated much of his career to depicting his beloved East Sussex. His approach to painting is enormously indebted, as with the majority of twentieth century artists to Cezanne’s insistence on conveying the underlying structure of his motif. The viewer is always aware of the backbone of the subject matter and how all components fit together. (Charlotte Riordan)

BV154-980x1200

Woman playing the piano, ca 1932 (57 x 46cm)

In a conscious effort to distract the viewer from immediately and instinctively seeking a recognizable figurative pattern, a conventional three dimensional object, Hitchens paints in a way which first demands that we explore the two dimensional canvas: the juxtaposition of cool and warm shades, light and dark tones, a variety of edges, textures and organic lines. Then and only then do we identify the flowers bowing their heads towards the viewer, perhaps the blue sky seen through a window on the left. It is not three-dimensional shading that conveys the presence of the flowers in conventional perspective but rather the layering of fields of colour one on top of each other that implies recession into space. The compositional elements in this flower piece take on a general structural role, and Hitchens, not unlike Cezanne, blurs the lines between still life and landscape, the area on the left becomes a general sign for the sky whereas the dark linear shape on the right could be a wall by a country lane or a fence.
(Charlotte Riordan)

422 - Ivor Hitchins

Still Life 1932 (sold for £79.250)

“I love flowers for painting. One can read into a good flower picture the same problems that one faces with a landscape, near and far, meaning and movements of shapes and brush strokes. You keep playing with the object.” 

Hitchens_CurvedBarn22_Pallant-1024x689

Curved Barn 22 Pallant 1024 x 689

1.-Garland-N37768-Foamex-outside-doors

De vreemde tuin, geschilderd door Jozef Mehoffer

Józef_Mehoffer_-_Dziwny_ogród

‘De vreemde tuin’ kreeg het werk als naam. (217 x 208cm) Geschilderd door de Poolse kunstenaar Jozef Mehoffer. (1869-1946) Goede vriend van Stanislaw Wyspianski, die een mooi portret van hem tekende, zie onze bijdrage: https://indestilte.blog/2018/01/11/prentjes-kijken9-onsterfelijk/

Józef_Mehoffer_by_Wyspiański,_1898

Het werd geschilderd tijdens de zomervakantie in 1902 in Siedlec, een dorpje in de omgeving van Krakow waar hij verbleef met zijn familie. Hij voltooide het in 1903 zoals je bij de handtekening kunt lezen. De volgende drie jaar werd het tentoongesteld in Wenen, St. Louis, Chicago en München, waar het erg geapprecieerd werd door bezoekers en jurie’s. Nu te zien in het Nationaal Museum, Warchau.

3 personages

Je ziet er drie personages: de vrouw van de schilder, zijn zoon en de nannie.
De aslijn van de composite wordt gevormd door de diagonaal die ontstaat door de passage die door de tuin loopt.
De figuren komen uit de boomgaard tevoorschijn, een gang beschaduwd door de kruinen van appelbomen en komen ons tegemoet, stappend in een open door een verblindende zon overgoten ruimte.

kind alleen
Op de gulden snede zie je het gouden bijna overbelichte naakte kind met lange stelen van rozerode stokrozen in de hand. Het is duidelijk de gids van de stoet.
Houding en belichting benadrukken zijn charme en onschuld.

vrouw alleen
Hij wordt gevolgd door de moeder in een elegant saffierkleurig kleed met dito hoed. In de diepe lommerd lijkt ze eerder uit een portretstudie te komen. Het onderste gedeelte van haar kleed is nog zon belicht, de stoflagen glanzen. Terwijl ze het gebladerte van een appelaar aanraakt kijkt ze naar ons of naar haar man, de schilder.. Op de achtergrond de nannie in traditionele kledij van de Krakow-streek.
Het is duidelijke volle zomer. Het overdadig groen van de bomen en het gras, de kleurrijke bloemen, de volle zon, takken die doorwegen onder het rijpend fruit.
Het kleurenpalet loopt van groen met bruin doorweven met dunne tinten van de stammen en kleuren van weidegrond tot grotere vlekken van bloemenkleuren door het kind gedragen naar lichtende guirlandes aan de bomen opgehangen. De verschillende kleuren die elke figuur omgeven breken de frisse en vrolijke natuurtonen terwijl het geheel van het schilderwerk samengehouden wordt door een heel eigen bijzondere gloed.

Heel eigen aan de compositie is het gelimiteerde gezichtsveld. De kijker kijkt in de tuin van dichtbij en heeft geen zicht op de begrenzing ervan. Het schilderij toont enkel een fragment van de ruimte die dicht begroeid is met overvloedige beplantingen.
De figuren worden van bovenuit bekeken en de verheven invalshoek komt in tegenbalans met de verhoging van het landschap op de achtergrond. Het werk bezit een vredevol innerlijk ritme dat de kijker meeneemt van de figuren op de voorgrond naar het beschaduwde tuinpad. Deze beweging door de diagonale as wordt nog verhevigd bij de bloemenguirlandes langs beide zijden opgehangen en het ritme van de boomstammen in de verte.

insect alleen

Zijn we de reusachtige libelle vergeten die blijkbaar moeilijk met de opgeroepen vrede te harmoniëren is? Noch naar schaal noch naar perspectief van het schilderij kun je de aanwezigheid ervan verklaren. Al is haar verschijning in de tuin natuurlijk toch lijkt ze een vreemd lichaam, niet in overeenstemming te brengen bij het decor en de figuren die haar niet eens lijken op te merken.
Is het de schilder zelf, die reageert op het idyllische waarin hij zijn vrouw en kind heeft afgebeeld?
Een commentator:
‘The dragonfly could also be considered an element denuding the conventionality of the depiction. The insect is completely flat and doesn’t fit the painting’s space, which seems to negate the rules of its construction.’ (Magdalena Wroblewska Culture PL.)
Een andere bron citeert de schilder in een brief aan zijn vrouw:
“Now, you are to me practically synonymous with the colour of sapphire, and holding you close, though across such a distance, I immerse myself in that colour.”
De libelle als behoeder van de familie?
In zijn dagboek noteert hij:
“I can’t say that I know what to paint, the idea is a general one: an idea of life, delight, pleasure, joy, light, sunshine and warmth.”
Een perfect schilderij dus om de zomer te vieren.

Bron: Mooie tekst van Zuzanna Stanska (2017):
(https://www.dailyartmagazine.com/jozef-mehoffer-strange-garden/)

Autoportret_Jozefa_Mehoffera
Een kleine collectie van zijn werken:
http://thewomangallery.com/jozef-mehoffer-1869-1946/

Op zoek naar meer betekenissen voor de reusachtige libelle, nog deze bemerkingen.

De Poolse naam ważki różnoskrzydłe slaat op de vleugels en betekent vrij vertaald ‘echte andersvleugeligen’.
De larven worden nimfen genoemd.(naiaden, najaden)

Libellen duiken op vele verschillende manieren op in de cultuur. In Egypte zijn libellen sinds het Middenrijk (2040 tot 1783 voor Christus) bekend als onderdeel van amuletten.

In West-Europa werden libellen vroeger gezien als vertegenwoordigers van de godin voor de vruchtbaarheid Freya. Toen het christendom zijn intrede deed werden heidense goden en symbolen -waaronder libellen- als duivels beschouwd en dit komt tot vandaag de dag terug in de naamgeving van libellen in verschillende talen. In het Duits werd wel de naam teuffelsnadeln (duivelsnaalden) gebruikt. De Zweedse naam trollsländor (trollenvliegen) slaat op de folklore in het land waarin libellen als een instrument van de Duivel werden gezien om de ziel te wegen door over iemand heen te vliegen.

Libellen worden echter ook wel aangeduid met enkele meer liefkozende benamingen vanwege hun opvallende verschijning. De Duitse dichter en zoöloog Hermann Löns beschreef ze eens als ‘boden van de zomer’ en ‘herauten van de zon’.

SONY DSC

(foto Ron Poot)

Libellen spelen een belangrijke rol in de Japanse cultuur, waar ze worden aangeduid met tombo. De oude naam van Japan is Akitsushima, dit betekent letterlijk vertaald libellen (akitsu) -eiland (shima). Afbeeldingen van libellen duiken op in oude Japanse kunst, zoals tekeningen en in haiku, een Japanse dichtvorm. Libellen worden gezien als een symbool voor de herfst. Van de eerste Japanse Keizer Jinmu wordt vermeld dat hij, staand op een hoge berg, de vorm van Japan erg op een libel vond lijken.
Een andere mythe betreft de 21e keizer van Japan Yuryaku die eens gebeten werd door een steekvlieg. Een libel kwam echter tevoorschijn die de keizer bevrijdde van het insect door het te doden.
Een bekend en populair Japans kinderliedje is Aka Tombo, wat vertaald kan worden als ‘rode libel’. Het werd geschreven als een gedicht door Rofu Miki in 1921 en werd in 1927 door Kosaka Yamada bewerkt tot een lied. (Wikipedia en dergelijken)

deva-darshan-458931-unsplash-1170x780

Bij naderend onweer, een herinnering met geluiden

JAPANESE-VILLAGE-and-Villagers-Rain-Storm-Art-Postcard

6’32”

(Zet bovenstaande BBC-geluidsopname op voor je aan de tekst begint, en luister een minuutje.)

Herinner je
de zomer in je kindertijd.

Warme dagen in overvloed
en bij het donker worden
de eerste druppels
met in de verte
aankomend gedreun in de dreigende lucht.

Luister.
Het komt dichterbij, papa.

Je telt de afstand in seonden
tussen bliksem
en de rollende wolkentrein.

De boomgaard lekt,
wordt hevig opgelicht:
je dacht een geest te zien.

Iemand tilt je op
en laat je veilig landen
op zijn schoot.

Luister naar de regen, zegt hij.
Alles vertelt hij
als je zijn letters kunt horen.

(en luister dan naar de regen en herinner je de letters)

6’24”

76.2553.63_ph_web-1

Met dank aan het BBC-geluidsarchief. Bij de geluiden kun je ook je eigen herinneringen schrijven of schilderen of…

De mooie regensonate van Brahms als voorbeeld.

 

Ludwig von Hofmann, heimwee naar Arcadië

Ludwig_von_Hofmann,_Die_Quelle_(1913)

In het zesde hoofdstuk van Thomas Mann’s ‘Toverberg’ verdwaalt Hans Castorp bij een wandeling in een sneeuwstorm.
Aan de beschuttende kant van een hooi-opper valt hij in slaap.
Terwijl de storm woedt, ziet hij in zijn droom een landschap „in wachsender Verklärung“, een zee-inham „von tiefer Himmelsreinheit“ waar edele jongemannen en mooie meisjes in „verständiger Frömmigkeit“ volop in de weer zijn, sommigen met het mennen van paarden, anderen met boogschieten, om fraaie reidansenden niet te vergeten.
Een visioen van een wereld die baadt in onschuld, geschilderd door Ludwig von Hofmann.(1861-1945)
De schrijver uit Lübeck had de schilder uit Darmstadt op het hoogtepunt van de Jugendstil-beweging voor de eerste wereldoorlog ontdekt. Hofmann’s schilderij ‘Die Quelle’  (zie hierboven) aangekocht in 1914 hing tot aan Thomas Mann’s dood boven zijn schrijftafel; en behoort nu bij het Mann-archief ETH Zürich.
Twintig jaar daarvoor kwam de toen 28-jarige schilder in Berlijn in contact met een breder publiek. (Andreas Kilb F.A.Z.)

3 mädchen am waldbach

Auf der zweiten Gruppenausstellung der Vereinigung der XI im Palais Redern – an dessen Stelle heute das Hotel Adlon steht – waren Hofmanns zartfarbene Frühlingsphantasien das Tagesgespräch. Ein Jahr später, als die Ausstellung der Elfergruppe in der Berliner Kunstszene fest etabliert war, zeigte Hofmann mit „Frühlingserwachen“ und „Drei Mädchen am Waldbach“ zwei seiner Hauptwerke. Zarte, skizzenhaft umrissene Mädchen- und Jungenkörper lagern an Wiesenbächen oder pflücken Blumen am Teich. Die Reaktion auf die Ankunft des Jugendstils in der kaiserlichen Metropole war gespalten: Während ein Kunstkritiker den Maler als „Genie ohne Arme“ verspottete, pries Walter Leistikow, der Sprecher der elf, Hofmann als den eigentlichen Neuerer der Gruppe. (Andreas Kilb F.A.Z.)
In het ons geliefde Berlijn kun je nu in het Bröhan- museum gaan kijken naar een verzameling van de toenmalige ‘Vereinigung der XI’.

15076771725_8351bd7115_b

‘Der Elferbund’ gesticht in de lente van 1892 als tegenbeweging op de reactionaire koers van de Pruisische Kunstacademie en de vereniging van de Berlijnse kunstenaars, was een kort leven beschoren. Al in 1899 loste hij op in de stichting van de Berliner Secession. Toch waren de elf belangrijk als weg-bereiders van de Duitse kunstbewegingen uit de twintigste eeuw.
Toen de eerste groepstentoonstelling in de zalen van van de Galerie Schülte op de Pariser Platz werd geopend, waren er vier van de belangrijkste latere Secessionisten bij – Leistikow, Hofmann, Skarbina en Max Liebermann.
Geen van hen was tot dan in de hoofdstad bekend geworden. Het impressionisme was in de hoofdstad nog slechts een gerucht, het symbolisme slechts een ver gefluister. Daarom had ieder van de vier de opmerkzaamheid van de media nodig ‘für einen marktgerechten Auftrit’. (ibidem)

Ludwig_von_Hofmann_-_Narcyz

Graag bespreek ik in deze bijdrage werk van Ludwig von Hofmann en in een volgende  werk van Max Liebermann. (In bijdrages uit 2006 hebben we reeds een benadering beschreven. Ook uit die artikelen citeren we hier.)
Ludwig von Hofmann’s kunst heeft bronnen van het symbolisme gemengd met Jugendstil-invloeden (o.a. beïnvloed door Pierre Puvis de Chavannes en Maurice Denis) , werd daarna wel eens geduid met de term ‘with an Uranian inclination in his art’ wegens de aanwezigheid van vooral naakte mannen- en jongensfiguren, maar naarmate het doel dat de bespreker voor ogen had zou je hem net zo goed als paardenliefhebber of sportfanaat naar voren kunnen schuiven. (ze worden in die werelden ook decoratief gebruikt overigens)

the-athenaeum-adam-and-eve-ludwig-von-hofmann-1465675817_org

Ik denk dat hij vooral zijn bewondering voor de Klassieken als bron gebruikte -hij verbracht het meeste van zijn tijd in Rome en in zijn villa bij Fiesole- , en de creatie van een nieuw Arcadië voor ogen had waarin spelers en speelsters het meer van ritme en beweging en het ideële landschap moesten hebben dan van een bestaande werkelijkheid. Ze drukken een idee van ‘onschuld’ uit en ontsnappen daardoor aan een bepaalde tijdsinvulling. Ze worden een decor, beter nog een atmosfeer. Het verbeelden van een gemoed, een reactie op de versteedsing in Duitsland einde 19de eeuw. (jenseits von Eisenwalzwerk und Salon.)
Een ander element, het decoratieve, vind je door zijn tijd in Weimar te bekijken waar hij samenwerkte met Harry Graf Kessler en Henry van de Velde en waar zijn kunst ten dienste stond van een architectonische ruimte, en er inderdaad ook een decoratieve functie vervulde . (zoals zijn tekeningen in het tijdschrift Pan waarvan hij mede-beheerder was.)

pan
Bij zijn leerlingen aan de Grossherzogliche Kunstschule in Weimar hoorden Hans Arp en Ivo Hauptmann. (zoon van literatuur-Nobelprijswinnaar Gerhart Hauptman, waarmee hij zeer bevriend was.)

Je zou belangstelling voor dergelijke ideële figuratie ten dele ook bij de nazi-kunst kunnen terugvinden, maar dan zijn de jongemannen en dito vrouwen stoer en stevig, ver van Arcadië. De droomwereld echter, nauw aansluitend bij vertellingen, sprookjes en mythes, kreeg daar nog een grotere a-seksuele en vooral strijdvaardige invulling waar ze bij von Hofmann toch nog het frele, speelse en vooral het kwetsbare toont, eigen aan elke schoonheid van betekenis. Ze is gemakkelijk te vernietigen.
(Toch vind je ook bij Thomas Mann bij het einde van het Hans Castorps droombeelden een scène uit de heksenkeuken waarbij twee ‘zottelhaarige Weiber’ boven het open vuur een zuigeling braden. Uit schrik begint de dromer over dat visioen na te denken en ontsnapt zo aan de ondergangsfantasieën van zijn tijd.)

L. v. Hofmann, Frühling

In der Kunstkritik schon der 1920er und 1930er Jahre – und erst recht der Nachkriegszeit ab 1945 – wurde Hofmann wie viele Jugendstilkünstler kaum beachtet, sein Wirken geriet immer mehr in Vergessenheit. Seit den 1990er Jahren ist eine vermehrte Auseinandersetzung mit seinem Werk durch die kunsthistorische Wissenschaft und durch Ausstellungen zu verzeichnen. Der bisherige Höhepunkt dieser Renaissance ist die große Hofmann-Ausstellung „Arkadische Utopien in der Moderne“ in seiner Geburtsstadt Darmstadt 2005, deren umfangreicher Katalog in zahlreichen Aufsätzen verschiedenste Aspekte von Hofmanns Werk beleuchtet. (Wikipedia)

Weimar,_Schlossmuseum,_Ludwig_von_Hofmann,_Musik_und_Tanz

Anders dan zijn filosofische tijdgenoten Gottfried Benn, Walter Benjamin en Martin Heidegger nam hij een standpunt in waarin juist dat kwetsbare de waarde uitmaakte: ‘Tegenover de natuur voel ik me nederig, ik wil hem niet vernietigen.’ (bij zijn werk Lente-storm, zie hieronder.) „Ich fühle mich der Natur gegenüber demütig, will sie nicht vergewaltigen“

Ludwig von Hofmann traf den Nerv seiner Zeit. Denn die saturierte wilhelminische Welt sehnte sich immer stärker auch nach dem Anderen, jenseits von prosperierender Industrialisierung im Machtstaat, jenseits von Eisenwalzwerk und Salon. Im „Frühlingssturm“ konnte Hofmann da wie niemand sonst die Herzen Gleichgesinnter erobern: die der grossen Dichter und Autoren seiner Zeit. Er brachte die Wortkünstler dazu, in Bildern zu empfinden und regte deren visuelle Phantasie an wie kein anderer zeitgenössischer Maler. (Alexander Cammann)

4038303_1

Immerhin gehörte er um 1900 zur künstlerischen Avantgarde und zählte neben Walter Leistikow, Max Liebermann oder Lovis Corinth zu den bedeutendsten Akteuren der Berliner Kunstszene. Einer, für den sich die Dichter begeisterten: Hugo von Hofmannsthal, Thomas Mann, Rainer Maria Rilke; mit Gerhart Hauptmann verband ihn eine lebenslange Freundschaft. Als Mitherausgeber der Kunstzeitschrift “Pan” schuf er den bekannten Einband mit dem Motiv des geflügelten Götterboten Hermes und als Mitglied der Gruppe der “Elf” lehnte er sich gegen die zur Schau getragene Prüderie der Wilhelminischen Epoche auf. (Marion Zipfel, Die Welt)

L. v. Hofmann, Felsenufer mit Jünglingen

Figuren zoals Van de Velde, Ludwig von Hofmann, Hugo von Hofmannsthal zullen de kunst als een soort innerlijk theater vorm geven en daarom naast schilderijen, tekeningen, ook interieurs, meubels, boekillustraties en wandschilderingen maken.
Enerzijds willen ze de afstand tussen kunst en kunstgenieter verkleinen door de kunst in het dagelijks leven te integreren, anderzijds zoeken ze naar een verloren gegane eenheid tussen natuur en mens, en wordt de organische natuur ook in de kunst verder gezet, gekopieerd, of dient de natuur als inspiratiebron.

800px-Ludwig_von_Hofmann_-_Bacchantenzug

In 1896 schrijft Walter Leistikow:

„Was uns zusammenführte, war allein der Wunsch, eine kleine gemeinsame Ausstellung zu arrangieren, in der jeder frei und ungeniert, ohne Rücksicht auf Wünsche und Liebhabereien des kaufenden Publikums, ohne ängstliches Schielen auf Paragraphen der Ausstellungsprogramme sich geben konnte. […] Von dieser Idee versprachen wir uns Vergnügen und der Kunst der Hauptstadt […] nun ja, vielleicht ein bisschen Erfrischung, ein bisschen Erregung – und damit: Leben.“(Walter Leistikow, 1896)

Leben dus. Leven.
En een bijna naïef geloof in het schone, in de zekerheid dat de psychische bevrijding tot een nieuwe wereld zal leiden, et in arcadia ego? De geschiedenis zorgt met twee wereldoorlogen voor een heel ander verhaal.

28070053297_48952b2ee4_b

“…Ludwig von Hofmann gilt als kreativer Schöpfer einer idealistischen, arkadischen Bildwelt, in der jene humanen Utopien und zivilisationskritischen Ausstiegssehnsüchte sichtbar erlebt werden können, die für die Epoche der Stilkunst um 1900 zielführend waren. Seine Bilder entfalten eine symbolistische, ästhetische Wirkung und künden von einer utopischen Vorstellung einer zum aktuellen Stand der Zivilisation alternativen Welt.”

Nu kan ik het woord “zivilisationskritischen” nog net uitspreken, maar probeer maar eens “Ausstiegssehnsüchte” daarbij te voegen, en als je op een vernissage deze uitdrukking hanteert dan vallen wellicht de bekken open, want het is een sleutel die op alle artistieke sloten past en anderzijds toch verklaart wat hij moet verklaren.
Maar je mag het woordje “idealistischen” niet vergeten.
Het is een woord dat na twee wereldoorlogen een verdachte bijsmaak heeft gekregen, maar het was in die tijd een woord dat een uitgang bood uit de grote Wilhelminische geïndustrialiseerde stadsculturen, de bevroren classici uit de vroeg 19de eeuw, de inleiding tot een nieuw tijdperk, een inleiding die nog slechts een nawoord zou verdienen in 1945 als Ludwig in Dresden (jawel!) sterft.

347b5cedeb258697d083acb3033e173b93e1a3bc_lvh

De art nouveau, De Stil, volgens sommigen een bevroren esthetische wereld maar in die tijd een wereld waarin mensen via de dans (de Aufdrückdans) jong en naakt (onschuldig) bleven in een teruggevonden paradijs.
Ritme is dus belangrijk, beweging ook.
De aanzet tot de wanstaltige kunst van de nazi’ s zit er helaas ook al in verborgen, maar in dit werk zijn de mensen nog volgens menselijke maatstaven geschilderd, hebben ze niets übermenschlich”, bewegen ze zich zoals ze ooit in de droomtijd waren gepland.

53c57d9c46528

Deze nieuwe kunst slaat aan, wordt erkend en herkend.
Al vlug stromen de bestellingen binnen, en dit is een kritiek uit 1893 bij een tentoonstelling in Praag:

„Hofmann hat sich auch hergewagt, als einziger von den Modernsten. Er schickte den schönen dekorativen Entwurf ‚Arkadien’, rechts und links von Traumesmeer begrenzt. (…) Wer klug ist, wird zugreifen, damit er nicht nach einigen Jahren bereut, die Gelegenheit verpasst zu haben.“

L. v. Hofmann, Sommer (Frauen am Teich)

Het warme zomerlicht ontdekken we graag in een volgende bijdrage over Max Liebermann.

9906_1127

Voor deze bijdrage vertaalden we enkele fragmenten uit een bijdrage van Andreas Kilb uit de Frankfürter Algemeine Zeitung. Te raadplegen:

https://www.faz.net/aktuell/feuilleton/kunst/ausstellung-der-vereinigung-der-xi-in-berlin-16217669.html

books-and-art-newspaper-reading-1890-1893-ludwig-von-hofmann-1465156794_b

( de lezende, ook een werk van Ludwig von Hofmann)