DEBORA VOGEL, fragments of memory

Bernstein-12_summer-2016-1-768x578

Lieve Cecilia,

Enkele weken geleden stuurde ik je, via dit blog, een eerste gedicht van de toen voor ons nog totaal onbekende Debora Vogel.
Je vindt het snel terug met deze link:
https://indestilte.blog/2018/10/25/liefdesgedicht-debora-vogel/
Of hoe je door lectuur van de Frankfürter Algemeine Zeitung (FAZ) een deur openduwt die over Poolse, Oekraïnische en Jiddische cultuur draait.
Ik ben Anna Maja Misiak dankbaar dat zij Vogels werk ‘aus dem Jiddischen und Polnischen’ vertaalde naar het Duits zodat het ook in ons bereik kwam.
Ze bracht het samen in een dik boek: ‘Debora Vogel, Die Geometrie des Verzichts’, Gedichte, Montagen, Essays, Briefe, uitgegeven door Arco-Verlag een initiatief van de http://www.kurt-wolff-stiftung.de
Wuppertal 2016

Na de eerste wereldoorlog trok de familie van Wenen naar Lviv.
Laten we het hedendaagse Lviv bezoeken op zoek naar sporen van Vogel.

Lviv ligt in Galicië aan het riviertje de Poltva, op ongeveer 80 kilometer van de grens met Polen, en is het bestuurlijke centrum van de oblast Lviv. De stad is behalve onder haar Oekraïense naam ook onder een groot aantal andere namen bekend of bekend geweest: Lvov (Russisch: Львов en Armeens: Լվով), Lwów (Pools), Lemberg (Nederlands en Duits), Lemberik (לעמבעריק, Jiddisch) en Léopol (Frans, uit Latijn Leopolis). Deze veelheid aan namen weerspiegelt de bewogen geschiedenis van de stad, die cultuurhistorisch tot de belangrijkste steden van Midden-Europa behoort.

Vanaf haar stichting tot 1945 was de stad een centrum van de Poolse nationale cultuur en het Poolse academische leven. Daarnaast was de stad als hoofdstad van Galicië ook belangrijk voor de West-Oekraïense cultuur en Oekraïense politieke bewegingen.’

gleise-41646_20141210143829790

Fragments of Memory reflects on history and memory in Lemberg/Lwów/Lviv, a city in present-day Western Ukraine what was formerly Austro-Hungarian Empire, Eastern Poland, Soviet Union. The film features the voices of three women from three generations as well as the words of Debora Vogel, an intellectual, writer and art critic of the inter-war Lviv, in her letters to Bruno Schulz. The derelict building of the former Jewish Museum is another character as is the city itself.

***
The project started as an investigation into the circles of Debora Vogel, an overlooked intellectual, writer and art critic of the 1920s-30s Lviv, this inspiring metropolis for modernist thought in arts, literature and science, as well as a place of social and ethnic conflicts. It was among Lviv intellectuals and artists, during the period of rising chauvinism and anti-semitism, that the idea of an inclusive and open culture was formed. Their redemptive and progressive vision was brutally squashed in the Holocaust, and yet not entirely extinguished. Fragments of it survive to be discovered through scavenging, collecting and juxtaposing.

Throughout 2015-2017 Asya Gefter and Olesya Zdorovetska walked the places Vogel inhabited and wrote about, met people who survived the war or who were born long after and reconnected with the vanished world. They encountered the story of the former Lviv Jewish museum (1934-1939), a derelict building at risk at the time they documented it in the Summer 2016.

joods museum lviv

Will be history obliterated and all memory erased yet again by the recent 2017/18 controversial renovation that might result in turning the building into a hotel? What is remembered and what is forgotten? How do you talk about what you can’t know? The work that resulted from this voyage is concerned with the fragmented nature of memory, with the presence and absence of people, with personal stories pointing to Lemberg/Lwów/Lviv for present and future generations.

Debora Vogel war bislang vor allem als Brieffreundin von Bruno Schulz bekannt. Ihrem Freund und Förderer versicherte sie in einem Brief vom Dezember 1938, der Kontakt zu ihm sei „in seiner Färbung einzigartig“. Ganze fünf Briefe des von den Nationalsozialisten ermordeten jüdischen Freundespaares sind erhalten geblieben. Sie hatten sich 1930 in Zakopane kennengelernt, jenem südpolnischen Dorado der Künstler wie des Wintersports. Im galizischen Bursztyn („Bernstein“), das heute zur Westukraine gehört, wurde Vogel 1900 als Tochter einer Gelehrtenfamilie geboren und wuchs in einem jiddisch-deutsch-polnischen Sprachumfeld auf. 1926 promovierte sie an der Krakauer Jagiellonen-Universität über Hegels Philosophie. Später unterrichtete sie Psychologie und Literatur am Hebräischen Lehrerseminar in Lemberg, arbeitete in einem Kinderheim und als Journalistin – unter prekären Bedingungen, wie sie beklagte: „In einigen Zeitungen hat sich zum Beispiel eingebürgert, dass Männer, sogar die geistlosen und graphomanen, honoriert, die Frauen dagegen mit Honneurs anerkannt werden.“

Debora Vogel engagierte sich besonders für den jiddischen Modernismus in Galizien. Sie nahm auch an den Diskussionen der sogenannten Insichisten aus New York teil, die als jiddischsprachige Avantgarde der Zwischenkriegszeit gelten. In diesem Bestreben brachte sie sich selbst das Jiddische bei und übersetzte ihre polnischen Texte in diese wesentlich altmodischere Sprache. Sie reiste quer durch Europa und beschäftigte sich intensiv mit der Malerei des Konstruktivismus und der Neuen Sachlichkeit

Herfstmotief II

Nu komt er niets meer
op niets valt er nog te wachten
en alles wordt onnodig en voor niemand nog

De avond omhult
een lange baal met kostbare doeken der melancholie
bestikt met patronen van verloren dingen.

En grote marineblauwe nachten zijn nog bezaaid
met verre glimmende manen van onbekende dingen.
Dingen die wellicht nog kunnen komen. Misschien.

Maar in perkamentstraten die nu voor niemand bestaan
wordt het nooit gebeurde niets:
bonte fantomen voor schermen van grauwe wachttorens.
Voor de vensters staan roestrode kastanjebomen.
Ze rieken naar was. Naar het wassen rood der dingen
van aanvang al verspeeld, altijd al.

night-view-of-trees-and-streetlamp-burgkc3bchnauer-allee-dessau-1928

harbst-motiv II

its vet gornisht mer kumen
oyf gornisht zol men shoyn vartn
un altsding vert umnoytik un far keynemen.

iber di ovntn viklt zikh oyf
a langer baln fun tayern melankholie-tukh
geshtikt mit mustern fun farloyrene zakhn.

un groyse granatene nekht zenen nokh oysgezets
mit vayte shimerirndike levonos vun eakhn umbakante
vos konen nokh efsher kumen. efsher.

ober in gasn parmetene vos zenen shoyn far keynemen
vern tsu gornisht keynmol nisht gevezene zakhn:
fantomen kolirte oyf fun groen vartn.

far di fenster shteyen zshover-royte kashtanen.
shmekn mit vaks, mit dem vaksenem royt fun zakhn
farshspilte shoyn fun onhoyb, shoyn oyf tomed.

b8ae6b1a8394880d22c4a53398fff7bb

Schoenen

Ter nagedachtenis aan mijn vader

Eerste druppeltjes geel lawaai vallen in straten.
Er vallen rode vette kastanjebloesems
en witte applebloesems. En zuchten.
Vogels zweven.

Dra trekken mensen hun schoenen aan
zwarte schoenen, bruine schoenen…
Velen van hen zullen
langs de Zschulkewska-straat lopen
langs daar tot aan de zompige Bernsteinstraat…
Noch die voeten horen meer bij hem
noch de lijven bij het paar voeten zonder schoenen.

Onder het bed echter staan
twee zwarte schoenen, bijna nog stappend,
met duizend gezichtsrimpels
en twee verlaten en verdraaide hakken:

Twee afgedragen zwarte lederen schoenen
die het plaveisel van Zschulkewska kennen.

old-shoes-vladimiras-nikonovas
shikh

dem andenkn fun mayn tate

ershte tropn fun geln liarm faln in gasn
royte fete kasthan-blumen faln
un vayse epl-blumen. un ziftsn.
feygl shvimen.

bald veln menshn ontun shikh
shvartse shikh, broyne shikh…
asakh fun zey veln geyn
mit der zshulkevska-gas arop
arop biz tsu bernshteyna-gas der plikhiker…

nisht di fis gehern mer tsu im
nisht der guf tsu di por fis on shikh.

untern bet ober shteyen
kimat nokh geyendike tsvey shikh shvartse
mit toyznt ponem-kneytshn
un tsvey farlozte kletlekh oysgedreyte:

tsvey oysgegangene shvartse leder-shikh
vos kenen dem floster fun zshulkevska.

vangoghmuseum-s0011V1962-3840

Anselm Vogel, geb. 1874, stierf in augustus 1927
Vogels vader was in Bursztyn directeur van de Baron-Hirschl-school en medelid van de Israëlische ziekenzorg-vereniging Bikur Cholim.
In Lemberg werkte hij als beambte van de Joodse gemeente en als leraar en directeur van het stedelijke weeshuis in de Zborowskastr. 8.
Na zijn dood werden Debora Vogel en haar moeder Leonia Vogel geb.Ehrenpreis (1874-1942), (toen lerares voor de verhuis naar Lemberg, in de vakschool voor meisjes in Bursztynm), verantwoordelijk voor de administratieve en pedagogische leiding van het weeshuis.

DMf-iJoXcAAAauS

Debora Vogel (1900-1942) was a Polish-Jewish writer, philosopher, art critic, and translator. She was a “wandering star” of Polish and Yiddish Modernisms in Eastern Europe and North America, her writing suggesting comparisons to Gertrude Stein’s in its striking originality. Living in Lviv, she was educated in Vienna and Kraków, and travelled extensively in Paris, Berlin and Stockholm, which is reflected in her work. A friend of Bruno Schulz, she was an extraordinary figure crossing physical, aesthetic, national, linguistic, and cultural borders. Given her engagement with visual arts and avant-garde movements, her highly experimental texts challenged every notion of writing in Yiddish in her own lifetime. Her poems from Day Figures (1930), featured here, provide examples of Cubist-Constructivist experimentation in a language that is at once lyrical and philosophical. Aaron Glanz-Leyeles, an Introspectivist poet, called Day Figures “the ultimate modern book…proving that Lviv is very close to New York.”

PETER HOWSON, a different man

2013PeterHowsonPA-7703678160413-2

‘ A different man’ werd hij in een monografie van Robert Heller genoemd, Peter Howson, Schot, jaartal 1958, opgegroeid in Glasgow in de 1960-er jaren, Glasgow School of art 1975-1979.
Benoemd tot ‘official British war artist for Bosnia door het Imperial War Museum in 1993, asperger syndrome, suffered with depression and addiction for much of his life.
Van arme luis tot schatrijke zestiger, aangetrokken door bijbelse en christelijke verhalen en symbolen naast een meer dan gewone belangstelling voor geweld en horror.
A different man.

Howson, Peter, b.1958; Patriots

In ‘studio international’ vond ik uit 2013 een interview van Emily Spicer met Peter Howson, temidden van zijn werken op een tentoonstelling in de Flowers Gallery.
Met enkele fragmenten van dit gesprek en met de indringende film onderaan die vrienden van hem maakten toen hij aan een grote opdracht voor een kerk werkte, krijg je een mogelijk inzicht in het differente van deze kunstenaar.

the first step

I was keen to ask about one painting in particular, The First Step, arguably one of the most striking in the exhibition. A hunched man, lined, scarred and bent double, carries an animated band of figures on his back through a gloomy landscape of broken glass. One of his unruly passengers goads him on by tearing his thigh with a giant hook. At the front of this group is a young blond girl. “That’s my daughter,” Howson tells me. “My daughter is almost always in my work. I think she’s always kind of leading me, pointing to where I should go. It’s autobiographical. I suppose it’s a bit melodramatic, but that’s the way I feel.”

84ecd4f9a89e3bcdf7646090e9b92690j

While working on The First Step in 2000, the artist was battling with addiction: “I was drinking a lot and taking a lot of drugs at that point. I’d been 25 years on drugs and drink, so that was when I first got better really, I suppose, and I had this incredible spiritual experience in the hospital. I stopped drinking and stopped drug-taking, got myself better and was really happy for a few years – three years I think it was – and then I just suddenly went downhill again. So it’s been up and down all the time; being ill, being well, being hyper, being depressed. I can’t seem to get this level track really.”

ES: You’ve always been interested in conflict and battles and the darker side of things.

PH: I think it’s just the way I’m drawn to things like that, drawn to danger. I don’t know, it’s weird; I can’t really explain it. Ever since I was four I’ve been doing battle scenes and, even though Bosnia was hellish, I really enjoyed it, that’s the weird thing. I really enjoyed being there.

ES: Did Bosnia change your view of conflict? Did you have a slightly glamorised idea of what war was like?

PH: No, I didn’t have any illusions as to what war was like because I’d lived such a violent life before that. Obviously, I hadn’t experienced real warfare before. Bosnia was definitely a shock, but I wouldn’t have missed it for the world. But I suppose it had a knock-on effect.

not_ncmg_1995_51_large

ES: Has painting helped you through the darker times, or is art a source of anxiety in itself?

PH: It’s therapeutic. It’s what I like best. I love being in the studio. I love working. It’s a new experience for me to get back into it. I haven’t been in the studio working hard for a long, long time. I’ve been kneeling on a hospital floor drawing, with the nurses telling me to go back to bed. I was heavily drugged as well. They drugged me up in hospital, so it was one thing after another. I just couldn’t function.

ES: I notice there are a couple of paintings in this exhibition, done this year, that seem different; there’s a change in your work. I’m thinking especially of The Bear.

PH: Well the boxer is just an old subject. They call me the bear because I’m strong and I’m bad.

the bear

ES: Looking at that painting, it seems that, although the boxer appears tough, there’s a kindness in his eyes. Even though he has just taken a swing, there is a gentleness about the face.

PH: Well, it’s kind of the way I feel, maybe. I’m getting my strength back now. I can feel my strength coming back. I used to be really fit. I used to run lots of marathons and be very fit and then I started the drugs and the drink and all that, and then I started getting really unfit, but this is me back again. I feel like the bear again. I feel strong again.

ES: And it seems to be a hopeful picture. The sky is blue and there’s a tinge of sunlight in the clouds. It’s uplifting.

PH: It’s OK. I really can’t stand the painting myself, but everyone else seems to like it. [Laughs.] I find it embarrassing. It’s OK, people like it. I want to get better and better and better, and just really work away. The one I like is Alpha & Omega. I don’t know if many people like that, but I like it, you see. That’s the stuff I want to do.

ES: Can I ask what the title means?

PH: Well, when Jesus appeared to St John the divine on Patmos, he said: “I am the alpha and the omega; the first and the last.” He said, write down what I’m going to tell you now, and that was the Book of Revelation. Jesus appeared resurrected, but it frightened John so much he just about died. He fell on his face, but he wrote down the book. He wrote it all down and it means a lot to me for my faith. I’m obsessed by the face of Jesus and the resurrection.

51e9bc86-23e2-4152-bfdd-fb988930da88_570

ES: So you don’t need someone in front of you to do that?

PH: No, I never use people. I do every now and then use a life model if I need to practise something, but not very often. I don’t really enjoy it. I just enjoy using my imagination. I suppose my hero is William Blake because he really hated academic art. He wanted to use the imagination totally and that’s what I want to do. The thing is, he could only do small things and I can do great big canvases and I love doing them. I love cramming figures into them and I love the whole figure and the human face. To me, there’s nothing ugly in the physical world; it’s always spiritual things that are ugly for me. So the ugliest person for me would be beautiful. I love beauty, but I also see beauty in ugliness, even in the most tragic of places, of situations. You can get physical beauty, even in the worst of things, but not spiritual beauty. So obviously the rape scene is a terrible subject, but the actual painting – and this is the weird thing about art – can turn something horrible into something powerful and moving, and it changes people’s lives and there is a kind of beauty about it as well. So rape is not beauty, it’s evil, but the actual painting itself moves someone to want to buy it and there is a kind of beauty in the paint and the way it’s used. It’s very strange; it’s almost like an irony, a kind of terrible, awful beauty about things. Look at the subject matter of Bosch – they’re awful subjects of hell and yet they’re beautiful. To me, they look beautiful.

photo

ES: Is it true that you’re not a fan of Lucian Freud?

PH: No, I’m not really, no. Definitely not. I don’t know why, probably because it’s just academic for me, it’s just people and it’s not really imagination. It’s very cold and unemotional and slightly falsely bohemian and all that kind of stuff. You’re not a relation of Freud, are you?

ES: No.

PH: Thank goodness for that. I find him quite an interesting person. But he couldn’t paint anything he didn’t see. I suppose my whole philosophy is based on the Trinity theory, which relates to everything in life. For painting, it’s like three circles and in the middle is the main part. The first circle is God, which is the idea; the second circle is Jesus Christ, which is the technique; and the third circle is the Holy Spirit, which is the message. You have to balance out these things in your painting, so unless they’re all balanced, you don’t get a good painting. So you can actually tell what’s a good painting and what’s not. It’s not to do with whether or not you like it: you might like it, you might not. I like a lot of bad art as well, but I know that if it’s not good, it’s not good. I don’t like conceptual art because you can’t tell whether it’s good or bad. That’s what I try to get into my painting. I try to get the idea, and the technique has to be great, and the composition and everything, and the message. You have to convey the message. If a painting or a piece of work doesn’t convey an instant message, or even a hidden message that comes out at some point, it doesn’t mean anything

66_1_1

ES: It strikes me that you must be an incredibly resilient person to have come so far, given the challenges you have faced.

PH: I’m a survivor, I suppose. I had nothing at all in 1984, nothing. I didn’t have a penny. I was homeless for a year in Glasgow – I lived on the streets – and then suddenly I met this woman and she took me home and said: “Look, why don’t you just start drawing again.” So I started drawing and about a year later everything changed, the whole thing blew up and it was all about money coming in and fame and whatever, and then it all went wrong again. Theoretically, I shouldn’t be here because I’ve nearly died so many times, either with overdoses or with fights or violence or whatever, but I’m still here. There must be a reason for it.

05Outcast-e1457644757280

This film follows Peter over two difficult years, a journey that took him to the brink of bankruptcy, and also to the edge of his sanity. Productie van BBC Two Art Works Scotland. (uitgezonden 2011 op BBC Four )

 

 

https://www.studiointernational.com/index.php/peter-howson-in-conversation

https://www.studiointernational.com/index.php/peter-howson-a-survey-of-prints-flowers-gallery-review

saint-john-ogilvie__Crop

NAAMLOZE NAMEN (11 november)

wwi_detailpage_1200x1280_040517_v1

De dagen van het nooit voltooide.

 Schimmen:
dode jongens met hun gevolg.

Bij iedere dode soldaat
schimmen van hun nooit geboren
kinderen
kleinkinderen
achterkleinkinderen
achter achterkleinkinderen
achter achter achter achter enz.

Ze roepen stilte
loodzware stilte
de miljoenen naamlozen
van de stilste stilte.

Aftermath-Christopher-Richard-Wynne-Nevinson-Ypres-After-the-First-Bombardment-1916

Schrijf hun naamloze namen
op jullie oorlogsspeelgoed.

Voor elke F35
kun je 47 scholen bouwen:

de enige hoop
om oorlogen te vermijden.

merlin_142680912_38674fc9-01fd-4476-b86e-df2aacc1b51a-articleLarge

A painting by Zhang Xiaogang that is to be included in an exhibition at the Pace Gallery in New York in September. As a work originating in China, it could eventually be subject to new tariffs. (NY Times)

beelden boven:

-Christopher Richard Wynne Nevinson (British, 1889–1946). Returning to the Trenches (detail), 1916.
-Christopher Richard Wynne Nevinson, Ypres After the First Bombardement 1916 (museum Sheffield)

main-tomio-miki-ear-unit-106

Enkele uitreksels uit een boeiend gesprek van redacteur Wouter Woussen met Geert Mak (In Europa) in de Standaard van 10 november, met verwijzing voor betalende abonnementen (een mooie investering overigens)

Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog wordt ook vaak vergeleken met een machinerie die onhoudbaar afstevent op een resultaat dat niemand wil.

‘De grootmachten van 1914 hadden oorlogsdraaiboeken, die niet afhingen van politieke beslissingen. Zodra die in gang waren gezet, maalden ze door tot een oorlog onvermijdelijk werd. Het ziet er niet naar uit dat de Brexit tot oorlog zal leiden, wel tot een hoop ellende die niemand wil. De Britse historicus Timothy Garton Ash heeft er al voor gewaarschuwd: we krijgen aan de rand van Europa een verbitterd, verarmd land, dat nog steeds een militaire grootmacht zal zijn. Dat is vergelijkbaar met het Duitsland van de jaren dertig. Alleen als je op heel korte termijn denkt, kun je vinden dat het goed is dat het Verenigd Koninkrijk eens een lesje krijgt. Het is van geopolitiek belang om een Brexit te regelen waar het VK redelijk goed uitkomt.’

intelligenza-sociale-e-voto-Nuovo-e-Utile-1

Waarin lijkt de retoriek van de Brexit op die van de Eerste Wereldoorlog?
‘De Eerste Wereldoorlog was geïnspireerd door negentiende-eeuwse idealen van nationale trots, heldenmoed, lansen, vlaggen en cavalerie. In combinatie met de technische mogelijkheden van de twintigste eeuw leidde dat tot een slachting op industriële schaal. De idealen achter de Brexit tonen een vergelijkbare nostalgie naar een mythische Britse grootsheid. Een andere overeenkomst is dat de gewone man die enthousiast is dat er eindelijk schot in de zaak komt, er de grootste dupe van zal zijn. De Britse boer die zijn Europese subsidie kwijtspeelt, de bedrijfsleider die zijn continentale afzetmarkt verliest, ze lijken op die jonge soldaten die in 1914 enthousiast ten strijde trokken. Ik heb deze zomer in Engeland rondgereisd. De mensen denken dat een paar Europese belastingen zullen verdwijnen en dat de zaak voor de rest zowat hetzelfde blijft. Ze hebben geen idee. Ik zie maar één positieve kant: de Brexit doet de andere lidstaten inzien hoe sterk ze verbonden zijn door gemeenschappelijke belangen.’

ghost

U merkte net op dat Europa weinig militaire macht heeft. Is dat een probleem?
‘Europa moet zijn bewapening razendsnel in orde brengen, niet om andere landen aan te vallen, maar omdat we een veel te smakelijk hapje worden voor landen die wél zouden aanvallen.’

Kan bewapening ook niet tot oorlog leiden?
‘Een zwakke verdediging kan ook een oorlog uitlokken. We kunnen nog behoorlijk wat extra inspanning doen zonder dat we meegesleurd worden in een blinde wapenwedloop. En uiteraard moet je die bewapening omkaderen met verdragen en bondgenootschappen.’

Nederland heeft, net als België, Amerikaanse F-35-gevechtsvliegtuigen gekocht. Vindt u dat een goede zaak?
‘Wie wil dat het licht aanblijft, zal daar een inspanning voor moeten doen, al is het maar door verstandig te stemmen, niet als een consument die kiest wat hij het lekkerste vindt’

‘Ik spreek weleens mensen van de luchtmacht, en zij zeggen mij dat de F-35 het perfecte vliegtuig is om de vorige oorlog te winnen. Het doet denken aan een Franse cavalerieformatie die ten strijde trekt tegen Duitse machinegeweren in de Eerste Wereldoorlog. De vliegende bommen die we nu hebben, kunnen prima zonder zo’n vliegtuig om een berg heen vliegen. Waarom zou je dan investeren in een peperduur bemand toestel dat nog vijf of zes decennia mee moet gaan en dat alleen door de Amerikanen onderhouden kan worden? Gezien de veranderende verhoudingen tussen de trans-Atlantische bondgenoten kan dat nog weleens een vervelende afhankelijkheid worden, zeker met Donald Trump in het Witte Huis.’

The_Journey2

lees helemaal: http://www.standaard.be/cnt/dmf20181109_03930740 ‘Optimisme kan tot rampen leiden.’

Een boeiend en degelijk onderbouwd artikel als kanttekening bij de eeuwherdenking van de Eerste Wereldoorlog in Vlaanderen: Ingehaald door het heden? Maarten Alstein.
Te lezen op website van Streven: https://streventijdschrift.be/ingehaald-door-het-heden/

 

GUIDO GUIDI, fotograferen om te begrijpen

domus-00-guido-guidi-facciate.jpg.foto.rmedium

Net buiten Cesena woont hij, Guido Guidi, 77 jaar. Hier heeft hij altijd gewoond, een stad in het noord-oosten van Italië tussen Rimini en Bologna. Het is er plat, boerenbuiten, een landschap in rechte lijnen, beploegde velden en een brede horizon, draden boven je hoofd en de lange bedding van de oude Romeinse heirbaan, de ‘Via Aemilia, pararel met de A14 autoweg.
Dit is ook het landschap van zijn foto-werk waarin hij niet de postkaart-versie van Italië heeft gekozen, met zijn frisse platteland en middeleeuwse stadjes, maar de periferie, het vergetene en het ordinaire: de vlug opgetrokken schuren vlakbij de snelweg, het hoopje gebouwen aan de rand van de stad waar de vreemdeling snel voorbijloopt.

In zijn nieuwe boek ‘Per Strada’ (Langs de wegen) nu met een kleine tentoonstelling in Londen, brengt hij meer dan 200 foto’s bij elkaar gemaakt tussen 1980 en 1990 over zijn van dichtbij bekeken territorium.

Al jaren gebruikt hij het grote 25 x 20 cm formaat met zijn oude camera, de grootste en zwaarste die hij kan dragen. (om niet te vlug toe te geven aan de gemakkelijke digitale wijze van werken)
Zijn negatieven zijn dus net zo groot als de afgedrukte foto.
Door die kwaliteiteit van het negatief zijn de details tot en met zichtbaar, de afgebladerde verf van een deur, een detail van een klink, weerspiegelingen.

scarpa008-17142-copia-750x420

Guido Guidi (1941, Cesena, bij Ravenna) volgde in Venetië opleidingen architectuur (aan het IUAV, het Istituto Universitario di Architettura di Venezia) en industrieel ontwerpen (de Corso Superiore di Disegno Industriale). Bij het maken van foto’s raakte hij zo geboeid door het medium dat fotografie zijn leven werd. Guidi groeide uit tot een van de belangrijkste figuren van de hedendaagse Italiaanse fotografie. Zijn huis in Ronta is behalve uitgangspunt en inspiratiebron voor zijn omvangrijke werk ook de plaats waar hij zijn oeuvre archiveert. Dit laatste speelt in op de geschiedenis van de schilderkunst, de architectuur en de fotografie. Guidi’s landschappen, portretten en stillevens zijn op de meest uiteenlopende manieren visuele parallellen of tegenhangers van wat op deze gebieden te vinden is in de hedendaagse architectuur, de renaissanceschilderkunst, het Italiaanse neorealisme, de conceptuele kunst…

“The history of the city is like an egg,” he says. “The ancient city was like a boiled egg, with clear edges bound by walls. Then the city became a fried egg, its edges spread out. Nowadays, it is a scrambled egg, with no form.” When he was a student, studying design and architecture in Venice in the 50s, “we used to talk about this non-shape of the contemporary city. We were thinking about how to represent this city without form in art.” Anyway, he points out, the periphery is not an objective point: one person’s periphery is another’s centre, and “the centre is where you are”. He adds: “If you want, there is a subtle political message – though I would put it no more strongly than that – in my choosing to photograph this room, or one of my neighbour’s houses.”

In this age of the scrambled-egg town, the centre is where the old monuments are, but not, for the most part, people’s lives. And, while he acknowledges the importance of photography that captures great historical dramas – political speeches, wars – his work insists on the importance, even transcendence, of the apparently unremarkable.

55_cittadellapd-84-cmyk

Above all, the photographs argue against the idea of a “decisive moment”, to quote the title of Henri Cartier-Bresson’s most famous book – they refute the notion that the photographer’s job is to capture a turning point, a denouement, to depress the shutter at the moment that captures the essence of an event or scene. According to Guidi: “All moments are decisive – and none.” His work is not about the decisive moment but the “provisional moment” – the idea that this moment is one of a procession of many. Very often, they show some kind of aperture – a doorway, a window, the arches of a portico, even the edge of the lens itself. “It’s part of the game,” he says. “After all, a photograph is a frame, and if you put a frame in the picture, you are suggesting that this is not the whole world, that there is something outside.” It’s another form of honesty. With these gentle reminders that the picture is just a picture, he is showing his workings and hinting at his own subjectivity.

3487

One of the photographs in the book and exhibition stands apart from the others. It’s not a landscape, but a still life: a dish of impossibly scarlet cherries sitting on a copy of the newspaper La Repubblica. You can’t see the date on the paper, deliberately (though in fact the photograph was taken in 1985, and one of the headlines refers to that year’s Italian presidential election). At one point, Guidi says that he considered using the image as a kind of frontispiece for the whole book. The image is a memento mori: those cherries will rot, that paper will be out of date tomorrow. That effect is all the more accentuated because, like all of the photos in the book, it was taken several decades ago: these other things too have passed, long ago. It’s a reminder that memory and the photographic image are inextricably bound together. As Susan Sontag once wrote: “To remember is, more and more, not to recall a story but to be able to call up a picture.” Guidi says: “All photographs are monuments. If you photograph this cup on the table, for example, it gives it importance. And over time, photographs become more and more like monuments.” In the case of Guidi’s pictures, modest monuments to the dignity of the everyday. (Charlotte Higgins, The Guardian)

3880

In their transience, Guidi’s views show what common place is, sites not yet completed or in ruins, neglected spaces, where the human beings who sometimes appear in the series either pose conspicuously within a well-defined frame or pass by accidentally in the distance. Guidi uses the expression ‘momentary decision’ to describe the way he shoots, with no pretence of decisiveness, a relationship to time which is just the opposite of the ‘guillotine blade’ of photographers intent on capturing the rapid instant. Guidi’s eye is looking for something pure; in the end, he does not really know whether this is documentary or fiction but it is anchored in the real.

552e6b4570ca8

What interests him is the very brief moment when the view becomes an image; for Guidi, this is where beauty lies, when the infinite possibilities offered by peri-urban spaces take form and become visible. This is a new form of radicalism in the history of the medium, a radicalism of involvement and solidarity with what he photographs, as if it were the very expression of his genes. Indeed, Pasolini and Antonioni had already acquired the freedom of post-war Neorealism by regularly filming in these undefined spaces.

Klat_Guido_Guidi_Via_Romea_Km_246700_vicino_a_Borgo_Faina_Ravenna_1991

LORENZO LOTTO: het portret als kunstwerk

bisschop

Een tijd was het waarin artiesten en doktoren onder het oppervlak van het menselijk leven speurden. Leonardo da Vinci spendeerde zijn nachten aan het dissecteren van lichamen en het tekenen van de doden. De met Padua verbonden chirurg Vesalius zou in 1543 een revolutionair en uitvoerig geïllustreerd boek schrijven over de menselijke anatomie. De invloed van die nieuwe wetenschap is al merkbaar in de portretten van Lorenzo Lotto.
De portretten van deze vaak misprezen kunstenaar zijn het onderwerp van een tentoonstelling in The National Gallery, London. Nog tot 10 februari 2019.

lukrecia

Intensity blazes in the eyes of all of Lotto’s dreamers, lovers and zealots. A young woman with her brown hair flattened under a fluffy white headdress, wearing a puffy tan and green dress that spreads out to fill the canvas, is holding up a print of the Roman heroine Lucretia, who stands, almost naked, preparing to stab herself. The Roman historian Livy told how Lucretia killed herself after being raped by the tyrant Tarquin. This painting is a study in the very possibility of action by women in a world that saw them as powerless. The role of Lucretia is ambiguous: at once an example of autonomy, and of loyalty to the patriarchal value of female chastity. What makes Lotto’s great portrait so subtle is that this woman is acting the part, trying it on for size. She has been reading – or writing out – Livy’s history in Latin, for it is quoted on a sheet of paper on her table, next to a sprig of flowers that could be a lover’s gift. So it looks as if she is asserting her purity in the context of a love affair. Cocking her head and engaging us with a direct and challenging look, she uses history to invent herself.

Lotto-Portraits-X9418-A5

What is a self, anyway? The art of this Renaissance portraitist goes beyond copying what people looked like. Famous faces are few in this exhibition – many of the names are lost to time. It’s not like looking at Holbein’s portraits and marvelling at Henry VIII’s codpiece. The thrill of this exhibition is philosophical. Lotto is our contemporary. He is fascinated by identity – by what makes us who we are. Do we make ourselves or are we born this way?

Lotto was born in Venice in about 1480 and grew up as the portrait itself did. In 1501-02 his Venetian elder Giovanni Bellini painted a revolutionary portrait of Leonardo Loredan. In 1503, Leonardo da Vinci started the Mona Lisa. Lotto built on their examples to paint people with acute psychological drama and sophisticated realism. His earliest surviving portrait dates from the end of the 15th century. This sensual face of a dreamy-eyed young man imitates Bellini so closely it even captures his ethereal homoeroticism. Or is it Lotto’s own sensibility we’re seeing?

That’s hard to tell. While gossips wrote down salacious details about the sex lives of Leonardo, Bellini, and other stars of the Renaissance, no biographer was following Lotto on his patchy career in small north Italian cities. He never really made it in Venice and spent much of his career painting prominent locals in its subject city Bergamo. Sporadic successes never bought him security. There’s even a painting here that he gave his landlord in lieu of rent. He lived until 1556-57, dying in a religious community where he sought refuge from poverty.

andrea odone

His masterpiece is one of the greatest portraits ever painted. Andrea Odoni, a Venetian art collector, stands with his hand on his heart among an array of ancient Roman sculptures. Odoni is painted with sensual warmth, his beard and long hair softly swaddling his face. He looks out of the painting with rapt passion as if willing us to share his love of antiquity. Like the woman posing as Lucretia, this is a proclamation of the classical ideal that inspired the Renaissance. Yet Lotto makes the stones and casts that surround Odoni as individual as he is. A head of the Emperor Hadrian rests by a headless, armless Venus. The muscular back of Hercules can be seen just behind Odoni. The nudes and fragments all seem components of Odini’s personality: the stuff out of which he sculpts himself. Is the head of a famously gay Roman ruler also a clue? Or are these just Lotto’s whimsies? This an exhibition of an artist with both intelligence and heart. Odoni has shored these fragments against his ruin. Lotto preserves him forever as a character in a play that is both comic and tragic in the theatre at which we’re all players.

(Jonathan Jones, The Guardian)

Lorenzo_Lotto_044

Lotto built on their examples to paint people with acute psychological drama and sophisticated realism. His earliest surviving portrait dates from the end of the 15th century. This sensual face of a dreamy-eyed young man imitates Bellini so closely it even captures his ethereal homoeroticism. Or is it Lotto’s own sensibility we’re seeing?

Lorenzo-Lotto-Portraits-The-National-Gallery

 

IN MEMORIAM MATRIS, 3 gedichten

f22a1f435aa17d78e4b381fa9067340d

Ze was al heel erg oud. Daar riep een meisje:
‘Kijk, oma, het is winter!’ En zij zei:
‘Ik zou zo graag gaan spelen, weer spelen
in de sneeuw.’ De lente kwam, een lente
later zou ze sterven. Maar ze zei:
“Ik zou zo graag gaan lopen, lopen door
de regen, al die druppels op mijn gezicht,’

De zomer was voorbij, voorbij. Ze zei:
‘Die appeltjes rook ik zo graag, vooral
wat in het gras lag, in de grote tuin van
mijn pa. Dat rook zo goed, zo goed.’ Haar rimpels
betoveren haar glimlach, het verleden
staat op een kier. Heel even kijkt een meisje
naar een oude meisje in een hof van Eden.

Geert van Istendael (Het geduld van de dingen, 1996)

6de2a-709274700

1
Als ik vanavond thuiskom ben je weg.
Ik zal de tuin inlopen rokend en verdrietig
om al het liefs dat ik je wilde zeggen.
Je zwarte stoel staat in het erwtenbed.

Je zat er vaak tussen twee beurten in
nog met je handen aan de groene lussen
een uur vol gras en vogels uit te rusten,
de druppels zweet al haastig weggewist.

Een fijne sluier zand ligt op je stoel.
Ik zal hem in spiraaltjes openblazen.
Want je bent weg, ik moet mij nooit meer haasten.
Voor hoeveel jaren is dat nu voorgoed.

II

Ik keek door het venster maar je was er niet.
De kamer schijnt eensklaps te groot geworden
met weggeschoven stoelen, lege borden.
Je bril ligt in je boek, vergeet hem niet.

Van ergens dringt je stem nog tot mij door.
Ik weet het al, je bent waarschijnlijk boven,
ik zal het kraken van de treden horen,
je woorden zijn je altijd even voor.

De deur staat op een kier, je komt terug
je was alleen maar weg om iets te halen.
Het duurt wel lang, mijn ogen staan vol tranen,
een onverdacht verdriet achter je rug.

Anton van Wilderode
uit: De dag van Eden.
Hasselt: Heideland 1964

b7f2b5e1655d94be5101bcaedda6f678

Dat uw gebeente werd verzameld,
uw bekken dat mijn slaapplaats was,
het hoofd dat zong en heeft gestameld
dat ik uw allerliefste kindje was.

Uw armen waarin ik woonde,
uw schouderblad waarop ik sliep,
uw vingers die de wereld toonden,
uw stem waarop ik angstig riep.

Dat uit uw dodenwieg geschud,
gij in de aarde moet verdwalen.
Verschuil u dan in mij en stut
mijn woorden in al uw moedertalen.

gmt 2008

6889d-1141728185

HET GROTE-WITTE-BUIK-BEEST, een kortverhaal

d7d0153952336538a01b79150a223539

Wie had het grote-witte-buik-beest het eerst gezien?
Wie had het voor de eerste keer in een wetenschappelijk tijdschrift beschreven, nog voor er allerlei roddelverhalen in bla-bla-bladen over het dier verschenen waren?
En wie had het-grote-witte-buik-beest beladen met alle mogelijke gevaren die de wereld en haar bewoners kunnen treffen?
En welke politieke partij, of welke godsdienst had het dier verheven tot het symbool van de verworpen en onderdrukte broeder of zuster?

Niemand zal ooit die vraag kunnen beantwoorden. En niemand stelde die vraag. Het grote-witte-buik-beest bestond. Daar was iedereen rotsvast van overtuigd.
Alleen zegden de enen dat het dier een ondier was, een bedreiging voor het goede op aarde, de duivel zelf dus. Beroemde dier-bestudeerders hadden het zelfs horen brullen van pijn en woede als ze nog maar de naam van de Allerhoogste uitspraken.

Voor anderen was het dier een voorbeeld van politiek geweld, van het extreem linkse of het extreem rechtse, en zelfs het extreem midden durfde wel eens met de vlag van het dier zwaaien.

Het grote-witte-buik-beest hield de hele wereld in zijn grote witte-buik-beestenklauw.
Mensen vielen voor het dier op de knieën of trokken in zijn naam ten strijde. Ze stichtten leefgemeenschappen om de leer en de werken van het witte-buik-beest te bestuderen en te verkondigen.
Alles wat de mensen niet op hun eigen smalle schoudertjes konden laden, legden ze met geloof en vertrouwen op de mythische schoften van het dier.

03e6a966a5a922f3a98a51a7e92c9264--kawaii-art-halloween-images

Wie in bepaalde landen ‘beest’ zei in plaats van ‘dier’ kon rekenen op een strenge gevangenisstraf terwijl in andere landen het geloof in het dier vervolgd werd en het nog maar het lispelen van zijn naam volstond om een kopje kleiner te worden gemaakt.

Vermeende aanhangers verloren hun betrekking en konden zich alleen nog aansluiten bij de duizenden splinterbewegingen die ieder op hun manier het dier wilden bestrijden.
In sommige streken vermeden de mensen met opzet elk zonnestraaltje om helemaal blank en wit te blijven zoals hun heilig dier terwijl in andere gewesten mensen zich tot op de bilnaad lieten bruinen als teken van opperste vrijheid, als lijfelijk symbool van hun misprijzen voor de regels en de wetten van het grote-witte-buik-beest.

Maar hoe zag het grote-witte-buik-beest er eigenlijk uit? Had het wel een buik, en was die dan wit? Was het wel een beest of eerder een geest?

In oude verhalen kon men de meest verschillende gedaanteverwisselingen lezen die het beest in de loop der tijden zou hebben aangenomen.
Het werd gezien als een ietwat bleke jonge vrouw in wapperende kleren, als een jonge man met schitterende gouden ogen, als zwarte hengst, als eenhoorn, als waanzinnige kluizenaar, als liedjeszanger, als profeet, als vuur, ja sommigen beweerden dat het beest zelfs een tijdje als een geliefd televisiepresentator onder hen verbleven had.

De heilige geschriften verhaalden dat heel, heel lang geleden, toen de dieren nog spraken en de mensen zwegen, het grote-witte-buik-beest werkelijk een dier was geweest.
Het zou een witte, zijige buik hebben gehad, kwetsbaar als een pasgeboren kind, maar daardoor juist zo overweldigend.

495980-2

In diezelfde boeken kon men lezen dat het dier een keer of vijf voor de mensen was gestorven omdat zoveel blankheid het kwaad niet kon verdragen.
Anderen noemden het dier een symbool en verwezen de heldhaftige sterfverhalen naar het rijk der fabeltjes.

Om zich goed van de rest te onderscheiden kozen zij een dier met een anders gekleurde buik. Hun symbool werd het grote-roze-buik-beest.
Zoals men kon verwachten waren er weldra nog andere groepen mensen, ieder met HUN eigen dier.
Kenmerk voor al deze dieren was dat zij het enige echte dier waren terwijl de rest voor valseriken en hersenspinsels werd uitgescholden.
Hun dier, en hun dier alleen kon voor het heil der mensen zorgen.

In naam van het dier werd er recht gesproken, verdwenen mensen voor altijd naar onbekende oorden, werden kinderen opgevoed en predikten de machthebbers rust en orde telkens hun onderdanen uit een diepe slaap dreigden te ontwaken.

‘Denk aan vroeger,’ zegden ze. ‘Toen hadden wij nog respect voor ons dier, toen was er discipline, wisten de mensen waar hun plaats was.’

EddiE-haRA-Do-you-like-my-kinky-underwear-we-dont-need-another-hero-150x200cm-aoc-2014

Op een dag werd er in een groot gezin een jongetje geboren. Het werd streng en degelijk opgevoed. Zijn ouders leerden hem van kindsbeen af het grote-witte-buikdier te vereren.
Ze vertelden hem de verhalen en alles wat de jongen over het heilige dier moest weten.
Maar. Ja, inderdaad. Maar.
De jongen wilde helemaal niets van het witte-buik-dier weten! Hij wilde zien wat er elders in de wereld gebeurde. Hij wilde de andere dieren leren kennen, en verre horizonten bereiken.
Hij nam een bundeltje ondergoed en een warme trui voor frisse avonden. Zijn stapschoenen trok hij aan en hij vertrok.

Eerst sloot hij zich aan bij degenen die het witte-buik-beest verketterden, die het bestreden als de onderdrukker van hun vrijheid. Maar lang bleef hij niet bij hen, want hij bemerkte dat zij nog meer wetten en straffen hadden dan degenen die ze te vuur en te zwaard bestreden.

Dus nam de jongen zijn intussen tot staatseigendom verklaarde bundeltje ondergoed, zijn warme trui en zijn stapschoenen en trok hij verder.

En zo zag hij de wereld: de landen waar het blauwe-buik-dier als ideaal gold, een dier waaraan geld en goed moest geofferd worden en waarin rijkdom het hoogste ideaal was.
Het land van het dier-met-de-vleeskleurige buik waar wellust en wilde spelletjes nodig waren om het dier te eren.
Om maar te zwijgen van het dier-met-het-voetbalshirt, een land dat om zijn brutale massazangen bekend stond.

stinkfish empty boy

Toen zijn stapschoenen versleten waren dacht de jongen:
‘De mensen moeten hun lasten en lusten op hun eigen schouders laden!’ En dat verkondigde hij overal waar hij kwam.
Hij maakte wel indruk.
Zijn gescheurde trui, zijn stuk gelopen schoenen werden een symbool voor zijn boodschap.
Een groepje jongelui met gescheurde truien en stuk gelopen schoenen sloot zich bij hem aan.
Zijn aanhang groeide. Het duurde niet lang of men sprak zelfs van een nieuwe beweging.
Door enkelen werd de jongen tot een wonderdoener uitgeroepen. Ook al beweerde hij dat hij een gewoon mens was, dat hij juist tegen de wonderen van de andere dieren wilde reageren, dat het wondere in iedere mens zelf lag, en andere goed bedoelde nederigheid, het mocht niet baten!

Nog maar één dag na zijn dood werd hij teruggezien als een wollen-buiken-dier (als herinnering aan zijn gescheurde trui!) en aldus vereerd. Wie niet in het grote-wollen-buikendier geloofde, kon niet alleen rekenen op de boze blikken van zijn medebroeders en zusters, maar wist dat hij geen plaats zou krijgen in de scholen of instellingen die door de machtig geworden aanhangers van het wollen-buik-dier waren opgericht. Kinderen die geen gescheurde truien droegen werden naar een tuchtschool gestuurd, want iedereen moest gelukkig worden, het koste wat het kost.

Zoals je kunt vermoeden zou dat nog even duren.

(GMT radio-kortverhalen voor de dinsdagmiddag op radio-1- 1977)

40938625c1e98e65799094c8617bdbe1

‘LIEFDESGEDICHT’ Debora Vogel

 

145-11

 

Je bent stil en langzaam
zoals een heel lang vlot
dat geurige dennen vervoert
van een berg in blauwe nevelen
naar een verre stad met lantarens

door dagen met gele zonnen
door dagen met grauwe hemelen.

Je bent droevig als een vlot
stil en treurig zoals het geluk.

Met jou zullen jaren vergaan
wie gedenkt de verloren jaren…

Aus dem Jiddischen von Anna Maja Misiak.
Debora Vogel (1900 Schtetl Bursztyn – 1942 ghetto Lviv -Lemberg-)
Debora Vogel: „Die Geometrie des Verzichts“. Gedichte, Montagen, Essays, Briefe. Aus dem Jiddischen und Polnischen übersetzt und herausgegeben von Anna Maja Misiak. Arco Verlag, Wuppertal 2016. 671 S., geb., 32,– €.

birds

Ihr merkwürdiges „Liebesgedicht“ plazierte Vogel im trüben „Trinklieder“-Zyklus, der zwischen den Zyklen „Schneiderpuppen“ und „Schundballaden“ das Herzstück ihres zweiten Lyrikbandes „manekinen. lider“ (Schneiderpuppen. Gedichte, jiddisch 1934) bildet. Dem Gedicht folgen zwei sehr persönliche Texte: In „Matzewa-Inschrift“ fragt die Dichterin im Gedenken an ihre geliebte, früh verstorbene Cousine nach dem Sinn des Lebens, in „Schuhen“ verarbeitet sie die Trauer über den Tod ihres Vaters. In diesem Kontext erinnert das Bild vom stillen und langsamen Floß mit frischgefällten Tannen an Klagelieder und Totengesänge, in denen Tannen als Symbol für Treue, Ernst des Lebens und Wiedergeburt ein häufiges Motiv waren, auch daran, dass Tannenholz in polnischen Berggebieten das bevorzugte Baumaterial für Särge war. (Frankfürter Alg. Zeitung)

aug01.TA14.vlotten

Het beeld van de lange met hout geladen vlotten die zich door de stroming van de rivier van de nevelige berglandschappen naar die verre nachtelijke steden laten drijven, straalt een diepe rust uit.
Om de gekapte dennen van de Karpaten naar Danzig te transporteren construeerden de begeleiders in de dertiger jaren tot zeventig meter lange houtconstructies waarop ze weken met elkaar doorbrachten.

OE-mor_Ruine-Maria_Himmelfahrt_Pappenberg

Debora Vogel: „Liebesgedicht“

Du bist leise und langsam
wie ein sehr langes Floß
das duftende Tannen führt
von einem Berg mit blauen Nebeln
in eine ferne Stadt mit Laternen

durch Tage mit gelben Sonnen
durch Tage mit grauen Himmeln.

Du bist traurig wie ein Floß
still und traurig wie das Glück.

Mit dir werden Jahre vergehen
wer gedenkt der verlorenen Jahre…

(Aus dem Jiddischen von Anna Maja Misiak)

94f785190f642357b111f836735c3158_original

libe-lid

du bizt shtil un langzam
vi a zeyer lange tratve
vos firt shmekndike yodles
fun a barg mit bloe neplen
in a shot a vayter mit lamterns

iber teg mit gele zunen
iber teg mit groe himlen.

du bist troyerik vi a tratve
shtil un troyerik vi dos glik.

mit vir veln yorn fargeyn
ver gedenkt di farloyrene yorn…

joods museum lviv

IFIGENEIA CONTRA EURIPIDES, met Dora van der Groen

dora2

Voor Dora Van der Groen schreef ik drie radio-monologen rondom de menselijke stem.
-‘Een dame speelt toneel’, tekst en uitvoering vind je al op dit blog. (titel gewoon intikken in de zoekfunctie)
-‘Euredice verbreekt het stilzwijgen

‘’Ifigeneia contra Euripides

Euripides, Grieks toneelschrijver schreef vlak voor zijn dood een toneelstuk (406 voor Chr.) ‘Ifigeneia in Aulis’.

De Griekse vloot wacht in Aulis op gunstige wind om onder leiding van Agamemnon naar Troje te vertrekken. Maar die wind blijft uit en daar zou Agamemnon zelf de schuld van zijn omdat hij een offer aan Artemis verwaarloosd had.
Alleen als hij zijn dochter Ifigeneia offert kunnen de troepen naar de oorlog.
Het meisje en haar moeder Klytaimnestra worden onder voorwendsel van een huwelijk met Achilles naar Aulis gelokt.
In het stuk zal de dochter zich uit intense vaderliefde als offer aanbieden.
Hier, in dit radiodrama uit 1987 neemt Ifigeneia het op tegen de Griekse auteur.
Ze vertelt het verhaal vanuit haar persoonlijk standpunt.
Dora Van der Groen speelt de rol van Ifigeneia. Ze vertelt haar versie met de afstandelijke intensiteit haar eigen.
Het blijft voor mij, ook na 31 jaar een mooie herinnering aan een actrice die vanuit de tekst haar eigenzinnigheid durfde tonen zonder ook maar één ogenblik de essentie uit het oog te verliezen.
Dora ter ere. Nog steeds.

Iphigenia_in_Tauris_by_V.Serov_1893

Druk op pijltje, even wachten en je bent In Griekenland of…

34’16”

Muziek, dan alleen de zee.

Ifigeneia:

Euripides heeft mij ten hemel laten varen.
Mijn spel is uit.
Ik ben Ifigeneia, dochter van Agamemnon en Klytaimnestra.
Ik ben geofferd door mijn vader
zodat de Grieken de wind in de zeilen kregen van de goden.
Over de Egeïsche zee bereikten ze Troje
en daar stonden dichters en dramaschrijvers klaar
om hun verdere belevenissen te vertellen.

Jaja, ik mocht nog even meespelen in de Krim.
Daar moest ik als priesteres van Artemis iedere Griek doden
die Taurus bezocht.
Toen m’n broer Orestes en zijn vriend voet aan wal zetten,
worden ze naar mij gebracht.
Ikzelf, geofferd door mijn vader moest nu mijn broer offeren.

130312001_13001

Meneer Euripides wat heeft u bezield bij het schrijven van deze stukken?

Ok. U is tweemaal getrouwd, zegt men.
Al gaf uw eerste vrouw u drie zonen, nog meer zorgen kreeg u van haar.
En de tweede vond vooral de andere mannen heel aantrekkelijk.

Inderdaad, al schreef U tweeënnegentig stukken,
slechts vier maal was de eerste prijs voor u.
Roddels in de stad bleven beweren dat uw moeder een groentevrouw was,
terwijl u uit de upper class geboren werd.

U had de goden niet erg lief. De mens als maat der dingen,
schreef uw vriend Protagoras.
Het koste hem verbanning net zoals Anaxagoras verbannen werd
toen hij de goddelijke zon degradeerde tot een vurige massa “spermata”.
Een andere vriend, Sokrates, kreeg enkele jaren later de gifbeker
omdat hij de jeugd bederven zou met het oprecht losmaken van de waarheid.

U had een uitgebreide bibliotheek, en kwade tongen
fluisterden dat u de boeken meer liefhad dan de vrouwen.

En ook uw levenseinde kwam meer uit een saterspel
dan dat het zou afkomstig zijn uit Sofocles’ pen.
Wilde honden van uw hoge gastheer koning Archelaos
hebben u verslonden, net vijfenzeventig geworden en uit Athene weggevlucht.

Ja, Euripides, wat op papier komt schuwt het leven niet, en vaak
overtreft de kleine dramatiek de wildste fantasie.
Maar waarom mij dan offeren? Een mooi meisje verruilen voor wind?

wind hoorbaar

sacrifice-of-iphigenia

We zijn bijna tweeduizend vijfhonderd jaar verder.
Jij een marmeren buste en leerstof voor uitgegroeide pubers.
Ik een naam, een inspiratiebron voor de heren Racine,Goethe, Gluck
en goden van minder allooi.
Feministen kunnen mij als slachtoffer vereren,
en het duurt niet lang of er zal een schrijver zijn
die mijn rituele dood als incest weet aan te grijpen.
Rechtse rakkers kiezen mij als modelmeid. Zij die het vaderland
verkoos boven haar eigen levensdrift.
Genoeg daarvan.

Ik vertel mijn verhaal, meneer Euripides.
Voor dramaschrijvers is het ongeschikt, maar dat zal mij een zorg zijn
Ik gebruik uw eigen woorden, Agamemnon in de mond gelegd:
“Ik wil u eens flink de waarheid zeggen.
Met korte woorden en zonder al te driest op u neer te zien,
doch met mate, omdat gij mijn broeder zijt:
een fatsoenlijk man immers hoeft zich niet te schamen.”

muziek

Helena! Mijn tante.

Uitzonderlijke schoonheid verdwaast de mannen.
En ze was mooi. De perfectie. Zonder de koelheid van het volmaakte.
Verder een domme meid.
Maar haar borsten en haar lippen verdreven de vraag
naar kunst of wetenschappen.
De honger van de man vergeeft de domheid tot op’t moment
dat het bedplezier routine is geworden en ’t lijf de sporen
van de hollende tijd vertoont.
De leegte die dan overblijft, drijft hen naar kroegen of bordelen,
waar hij opnieuw de honger stilt zonder de smaak te proeven.
De gulzigheid van een man beent een vrouw uit tot op het bot.

muziek

Helena’s vader, Tundareos, wilde niemand voor het hoofd stoten.
Gaf hij haar als bruid aan de ene held dan was de andere zwaar beledigd,
en schonk hij haar aan de andere dan zwoer de eerste eeuwige vijandschap!
Hij besloot dus een club op te richten van al degenen die Helena’s hand
en hart bedongen .De vurige hengsten die ieder hun eigen weg wilden gaan,
spande hij voor zijn eigen kar!
De slimmerik baatte hun hartstochten uit om zijn rijk te verdedigen.
Want wie één vinger naar de schone Helena uitstak,
kon rekenen op de wraak van ’t vrijersgild.

muziek

Nog maar net zijn ze terug van de notaris of Menelaos, vaders broer,
mag zijn aanspraak op Helena hard maken. Wat een stel!
Hij, een pronkhans, zij een dwaze schoonheid.
Als Menelaos naar Kreta moet, laat Tundareos de mooie meid ontvoeren,
en verdwijnt met haar naar zijn weide op de Ida.
Menelaos roept de bondgenoten bij elkaar. Wapens en schepen,
schilden en paarden, komen in de nauwe zeestraat van Aulis aan.
Om Menelaos te plezieren kozen ze zijn broer , mijn vader dus, Agamemnon ,
tot baas.

muziek

Als iedereen klaar is om af te varen, blijft het windstil.
Hoe zijn soldaten! Ze willen zo snel mogelijk vechten
om de dwingende gedachte aan een spoedige dood te verdringen.
Ze beginnen te rumoeren, hebben de mond vol over een teken van de goden
en besluiten Kalchas, de ziener te raadplegen.
Artemis vraagt een offer, zegt deze.
De godin van de jacht wil een meisje als buit.
En die buit zou ikzelf zijn, Ifigeneia, de dochter van Agamemnon.
Dat was natuurlijk een handige zet om mijn vader in diskrediet te brengen.
De goden hebben al wel eens meer gediend om menselijke belangen te
verdedigen.
Achter de Olympus houdt Menelaos zich schuil. Hij wil de baas zijn.
Hij weet dat Agamemnon zijn dochter niet zal slachtofferen.
Hij kent het gepeupel.
Ze houden aan de goden omdat ze zichzelf niet vertrouwen.
Eerst wilde m’n vader het leger naar huis sturen.
Maar Menelaos, niet om een woordje verlegen
overhaalde hem om het staatsbelang boven zijn privé-geluk te verkiezen
Dus stuurde hij een brief en schreef daarin dat de held Achilles
mij wou huwen nog voor hij naar de oorlog zou vertrekken.
Mama die wist dat deze held niet alleen zijn goede naam
maar ook een flinke bankrekening bezat, aarzelde geen moment.
Het werd inpakken en wegwezen geblazen.
Familiezaken! Geen enkele staat zou ooit slecht worden gediend
als hij met de ijver van kapitaal vergarende clans omgeven werd.
Vaders.
Hun carrière verslindt hun eenzame kinderen.
Nooit thuis dienen zij het hoger belang,
en dat alles tot eer en geluk van het eigen kroost.
Zo ver gaat hun verblinding dat zij ons offeren
want welk kind kan aanspraak maken op een helden—verering?

Moeders.
Hun bezorgdheid verlaagt de kinderen tot piepkuikens.
In hun bittere angst hen tegen de vaderlijke wereld te beschermen
drukken zij ze plat in een comfortabel nest waarin de toekomst
tot de aspiraties van een damesblad is teruggebracht.
De warmte van hun vleugels verstikt elke drang tot vliegen.

muziek

En vader. De martelaar. De schouders geschaafd door het gezag.
Nog voor hij de aanvoerder was, ontving hij iedereen op elk moment.
De boulevard-pers was net zo welkom als de bourgeois-kranten.
Maar eens hij benoemd werd, sloot hij zich op en kende hij niemand meer.

Je eigen officieren, vader, wilden iedereen naar huis sturen
toen men mij als offer vroeg.
Je had je broer niet nodig om je te laten overtuigen, want zonder mij
werd je een aanvoerder zonder oorlog, een generaal
die alleen nog in de wapenindustrie zijn belangen kon verdedigen.
Voor de schone schijn verzon je het huwelijk met Achilles,
en wellicht had je slimme plannetjes om mij en je oorlog te redden.
Je projecteerde je schuld op Menelaos. Je riep dat hij de troon wildel
Er kwam een heuse broederruzie van die niet op bloedvergieten uitliep
omdat men onze komst meldde.
Wij dan, de vrouwen en mijn jonger broertje Orestes.
Toen we aankwamen begrepen we niets van de bedrukte gezichten.
Soldaten houden van feesten, en hier zag ik rijen bekenden
die me hoofdschuddend aankeken, sommigen met tranen in de ogen,
anderen wendden het hoofd af en keken naar de zee.

b9a552d9ac25cc9770f98b52bd4a960e

Menelaos speelde echter zijn nummertje als een volleerd politicus.
Meneer Euripides laat hem spijt hebben van zijn ruzie met mijn vader.
In feite echter maakte hij met honing de punt van zijn pijlen zoet
zonder dat ze iets aan scherpte zouden inboeten.
Wie het opneemt voor de zwakken vindt allicht genade
eens de geschiedenis haar koers gelopen heeft
en de nakomenden hun oordeel over onze daden vellen.
Hij stelde mijn vader voor de ziener Kalchas om te brengen
zodat niemand zijn droevige boodschap zou vernemen,
terwijl hij natuurlijk wist dat ook Odysseus op de hoogte was.
En wie Odysseus zegt, moet niet meer verder spreken
want die man kan pas het volk mennen zonder dat het de lidtekens
van de teugels herkent. Hij weet ze zo naar de mond te praten
dat de bloedigste striemen als geboortevlekken worden weggewuifd.

De kleine Orestes was in slaap gevallen. Mijn moeder wuifde,
vroeg vriendelijk om hulp om ons uit de koets te helpen.
Ze liet de geschenken uit de wagens halen, begon heel druk te doen
zodat ik niet meer wachten wilde en naar m’n vader liep.
Hij was heel lief maar kon zijn verdriet natuurlijk niet verbergen.

Meneer Euripides is een man. In zijn stuk laat hij mijn vader
heel listig antwoorden op mijn onschuldige meisjesvragen.
Als ik hem smeek om thuis te blijven, laat hij hem zeggen:
“Ook jou wacht een reis, kind. Een reis die je aan je vader zal doen
denken.”
Waarop ik, heel literair, nietwaar meneer Euripides,
“Zal ik met moeder meevaren of alleen reizen?”
En zijn antwoord:
“Alleen, ver verwijderd van je vader en je moeder.”
En om het helemaal fraai te maken legt meneer Euripides mijn vader
deze zin in de mond eens ik gezegd heb
graag bij het te brengen offer aanwezig te willen zijn:
“Jij zal het dichtst bij het wijwater staan.”

Men kan de stilte in het theater horen, nietwaar.
Iedereen weet immers wat er mij te wachten staat.
Als ik dan, bijna een kind nog, mijzelf aanbied
en mijn vader wenend de scene verlaat, is het hek van de dam.
Slim gedaan, meneer Euripides.
Want medelijden bevangt de toeschouwer. Medelijden voor vader EN dochter!
Dat is een knap staaltje van mannen—schrijverij.
De dochter gebruiken om de misdaden van de oorlog goed te praten.
Hier stelt meneer Euripides het onafwendbaar lot ten toon.
Mijn vader, een rasechte schurk wordt verheven tot de uitvoerder
van bevelen. Heilige bevelen. Innerlijke bevelen.
Zou men niet één vrouw kunnen slachten om het vaderland te redden?
Laat het dan zijn eigen dochter zijn zodat de vader zichtbaar lijdt
en wij als toeschouwers hem troostend op de schouders kunnen kloppen.
Gelukkig komt dan mijn moeder binnen. Met haar domme praatjes
verstoort ze het mannentafereel. Ze wijt Agamemnon’s verdriet
aan het uithuwelijken van zijn geliefde dochter. U kent dat wel:
vaders die hun dochters mishandelen en dan in tranen baden
als datzelfde kind voor het altaar staat.
Hij probeert haar naar huis te sturen en gebruikt daarvoor
al zijn mannenmacht. Maar ze weet van geen wijken.
Zelfs als ze verneemt dat het feestmaal voor de vrouwen
bij de schepen zal plaatshebben, een armoedige bedoening dus,
is ze vastbesloten. Ze wil het feest meemaken, zeker nu ze
vernomen heeft dat Achilles van goede huize is.

muziek

Meneer Euripides!
Ik kan begrijpen dat boeken u liever dan vrouwen waren.
Maar de waarheid heeft haar rechten.
We kwamen aan. Mijn moeder wist onmiddellijk dat er iets fouts ging.
Haar druk gedoe was nog niet zo dom.
Vaak hebben vrouwen geen andere uitweg voor hun leed
dan dagelijkse beslommeringen.
Ze speelde het spel van aanstaande schoonmoeder
tot ze dicht genoeg bij mijn vader was om hem recht in de ogen te kijken
Weinig mannen spelen zo goed toneel dat ze daaraan kunnen ontkomen.
Hij begon te stotteren, had het nog over Achilles,
excuseerde zich voor de spoedbestelling,
mummelde dat de bruiloft best nog wat kon wachten,
informeerde naar onze gezondheid, keuvelde over het weer
en liep dan de tent uit.

Achilles, door allerlei geruchten nieuwsgierig gemaakt,
botst bijna tegen hem op. Hij begroet ons vriendelijk.
Een zachte macho. Stoer gedoe om een marsepeinen hart te camoufleren.
Mijn moeder stelt mij voor als zijn toekomstige bruid.
Hij glimlacht.

Meneer Euripides laat de man verontwaardigd doen
eens hij vernomen heeft dat hij, als man, zo maar is uitgehuwelijkt.
Hij begint bijna te razen en neemt het dan heel lankmoedig op voor mij.
In feite speelde hij het spelletje mee omdat hij van Odysseus had gehoord
dat hij als lokaas dienen moest.
Ook laat meneer Euripides mijn moeder Achilles knieën omvatten
alsof zij het was die dit slecht scenario had geschreven.
Ach, meneer Euripides. Ik weet hoe leuk het is je woede naar papieren
tegenstanders om te buigen. Heel hygiënisch voor je eigen geest,
maar de toeschouwers krijgen een dwaze vrouw te zien
die zich voor een halfzachte superman vernedert.
En dan zegt het koor der vrouwen:
“Moederschap is iets wonderbaars.
Allen bedeelt het gelijk met een liefde zo machtig
dat men voor zijn kinderen wil lijden.”
Dat ontken ik niet, meneer Euripides, maar lijden is daarom nog niet
de mannenspelletjes spelen. De werkelijkheid was heel anders:

“Ik kan haar redden.” zei die slimme Achilles. En hij keek me aan.
Wij vroegen hem welk gevaar ons dan wel boven het hoofd hing.
Hij legde het hele spelletje uit en herhaalde dan dan hij mij redden kon.
Meneer Euripides laat hem meer dan honderd verzen in de mond nemen
om zijn moed te bewijzen. Hij wil haar redden, met het zwaard,
niet om haar daarna te trouwen want zo zegt de held:
“Duizend meisjes willen mij als echtgenoot.”
Maar hij komt voor mij op omdat hij notabene beledigd is!
Agamemnon heeft niet eens zijn toelating gevraagd
om zijn naam te gebruiken. En dat moet gewroken worden.

Horen jullie dat allemaal goed.
Al eeuwen hebben jullie de overigens fraaie tekst
van meneer Euripides bewierookt
en niemand heeft het ooit voor de vrouwen opgenomen
en die kakjanus op zijn plaats gezet.

Ten onrechte beschuldig ik meneer Euripides, want hij heeft Achilles
ten voeten uit geschilderd.
Hij laat hem zelfs verklaren dat hij later
nog wel eens een grote god kan worden. Wij kennen zijn lot.
Maar is letterkunde dan een plaats voor onkwetsbaarheid
zoals de net genoemde held onkwetsbaar was?
Of heeft ook meneer Euripides een kwetsbare hiel vrijgelaten
omdat hij hoopte dat iemand zijn geschriften zou doorzien?
Te veel eer voor deze mooie trukendoos.
Want in feite zei Achilles dit:
“Ik kan haar redden als ik haar als maîtresse mag hebben.
Dan zorg ik voor een fraaie verdwijn-act
zodat de soldaten hun amusement hadden
en ook Kalchas zijn eer niet is gekrenkt.
Want wind komt er toch. Dan hebben mijn kabinetsmedewerkers mij voorspeld.
En al vertrouw ik hen niet meer dan een dwaze goochelaar,
ik heb al genoeg politieke spelletjes gespeeld
om de afloop niet zelf in de hand te houden.

image-20150611-11437-8wcchq

Mijn moeder schrok. Had ze tegen een wettelijk huwelijk geen bezwaar,
het vooruitzicht van een weinig winstgevende relatie redde haar moraal.
Ze begon te roepen en te schelden. Achilles kon de pot op!
Nog liever zou ze mij, haar oogappel, overleveren
aan de ambitieuze plannen van mijn vader.

Aan mij werd niets gevraagd.
Nog voor het offeren was ik al offerdier.
Zonder één steek was ik al neergestoken. Zonder één klap al doodgeslagen.
Mijn broertje kwam binnen en vroeg of ik met hem wilde spelen.
Ze spelen nu met mij, zei ik. En hij vroeg lachend welk spel dan wel.
Diefje met verlos, zei ik hem. Hij vroeg of hij mee mocht spelen.
Liever niet. Het is een ernstig spel. Degene die verliest wordt geslacht.
Hij begon te lachen. Tot hij de tranen in de ogen van moeder zag.

Meneer Euripides. In jouw toneelstuk laat u nu de moeder klagen.
Ze verwijt haar man alles wat een vrouw een man verwijten kan.
Ikzelf doe er nog een schepje boven op en smeek mijn vader als een slaaf.
Bang voor de dood heeft u mij gemaakt.
Ik die sterven als een verlossing zag.
Natuurlijk een vrouw heeft alleen maar haar sentimenten als reddingsboei.
Een man kan zich op nobele daden beroepen, of op krijgersfaam.
In werkelijkheid droogden beiden hun tranen, trokken ze zich terug
en kwamen dan bijna opgewekt mij troosten.
Achilles was toch een knappe man, zei vader.
Misschien zou hij zich bedenken en mij werkelijk als bruid kiezen,
en deed hij dat niet dan bleef ik toch nog vrij
om zelf een wettig huwelijk te sluiten dat voor mijn inkomsten zou zorgen
Dat was moeders taal.
We hebben geen andere keuze, begon mijn vader weer.
De Grieken wilden een offer.
Of moest hij soms zijn carrière offeren voor een ideaal vaderbeeld?
Wie politiek bedrijft, moet zich aan de omstandigheden kunnen aanpassen.
En ik kon beter de maîtresse van een held zijn
dan de wettige vrouw van een nulliteit.
Mijn moeder zei dat liefde hier niet ter sprake kwam.
Mijn aandeel was het nu om zonder morren het lot te dragen.
Achilles kende een bekwame vuurwerkmaker die voor spektakel zou zorgen.
Ik bleef ongedeerd, net als mijn vaders reputatie en het oorlogsdoel.

Meneer Euripides, hier laat jij mij kiezen voor de offerdood.
Jouw fraaie zin zou nog door menig dictator worden geciteerd:
“In zekere zin past het trouwens niet dat ik te veel van het leven houd.
Want dit leven dat jullie mij geschonken hebben is niet van mij alleen
maar is gemeengoed van alle Grieken.” Einde citaat.
Ik koos de dood, inderdaad. Maar niet uit vaderlandsliefde of ouder-eer.
Ik zei:”Bespaar mij het vuurwerk. Als ik dan het offer ben,
laat me dan ook helemaal het offer zijn. Ik wil dood.
Want nog voor de ziener mij doorsteekt ben ik al door mijn ouders geofferd.

Als kind offert men zijn persoonlijkheid voor melk en liefde.
En is men aangepast en ingevuld begint men op zijn beurt
zijn eigen kinderen op te offeren.
Verbaas je daarom niet, vader, dat je soldaten een offer vragen.
Ze weten dat ze op hun beurt een offer voor jouw ambities zijn.

Mijn besluit is geen wraak, noch minder een wanhoopsdaad.
Ik wil sterven omdat een leven met deze ouders geen leven is.
Mijn toekomst is al opgeofferd, waarom dan niet het lichaam laten volgen?
Laat de Grieken geloven dat ik voor het vaderland mijn leven geef.
Voor jullie kan mijn motief ouderliefde zijn.

Ze werden boos en jammerden. Heel erg overtuigend klonk het niet.
Zoals de storm vlug gaat liggen na de eerste aanval,
zo veranderden hun klachten in twijfels,
en die gingen over in goedkope sentimenten
waardoor tenslotte hun goedkeuring klonk voor mijn besluit.

Meneer Euripides. In uw stuk klinkt de heldhaftigheid van het offer
boven het innerlijk verdriet. Men blijft waardig.
Ik zeg zelfs: Voedt Orestes op tot een ware man.
U zult u nu verdedigen dat u de inhoud van het begrip “ware man” openlaat.
Maar ook hier zal stoer gedoe boven persoonlijkheid staan.
De buik van de aarde barst open: de dode geofferde mannen kijken ons aan.
Ze hebben geen boodschap meer aan een bloemenhulde.
Elke siersteen is tevergeefs, meneer Euripides.

muziek

De bode komt het verhaal vertellen van mijn wonderlijke redding.
Eerst worden mijn schouders gekromd onder nationalistische gevoelens,
en sta ik op de dunne lijn die het leven scheidt van de dood
dan grijpen de goden in en word ik gered.
Ik weet het, meneer Euripides. Dat verlangt het publiek.
Iemand die zijn leven voor de staat wil geven, mag niet verdwijnen.
Zij moet bij de goden eeuwig verder leven zodat de jonge mannen
voor wie zij haar leven veil had zonder schroom de dood kunnen ingaan.
Het voorhang valt. Gesterkt voelen de krijgers hun wapens.

muziek verder

Toen ik buitenkwam was er van al dat feestgedoe niet veel te zien.
Soldaten lopen samen. Een grote stilte. _
Mijn vader stelt zich rouwend op. Hij heeft gevoel voor pathetiek.
Men hoort mijn moeder krijsen in haar tent.
Ook haar hysterie dient de goede zaak.
Zelfs mijn broertje heeft men in het wit gekleed.
Hij kijkt wat nukkig omdat hij zijn speeltjes mist.
Achilles schudt zijn krullen.
Zoveel heldhaftigheid staat zijn stierenlust in de weg.
Odysseus buigt het hoofd. Hij bekent zijn nederlaag.
De anderen zijn geil op bloed en wachten.
De goden blijken voor hun sadisme een dankbaar alibi.
Als Kalchas het ritueel begint, laat ik mijn wit gewaad vallen.
Naakt kijk ik de mannen aan. Niemand durft dichter komen.
Heel langzaam dan het mes dat ik verborgen hield.
Het mes van schitterend metaal, sierlijk van lemmet
schuift traagjes in mijn buik.
Niet de goden, noch de herinneringen vullen mijn laatste blik
Ik zie soldaten braken, net voor het donker m’n ogen bereikt.

wind is opgestoken over grote droge vlakte

Wie in Aulis komt, hoort geen schallende klaroenen.
Noch zal het koor der dapperen tegen de bergen weerklinken.
Het geluid van de oorlog is het braken van bloed.
Bloed dat uit de prachtige mannen gulpt: deze steriele poging
van het offer om zichzelf te bevruchten.
Meneer Europides.

Wind overstemd door zeegolven op de kust.

augustus 1987
met Dora van der Groen
7-10 september 1987 opgenomen.
Radio-3 Dienst drama

IPHIGENIE--4-

TINTORETTO, een andere werkelijkheid (3)

3mark

In 1562 Tintoretto was commissioned by the Guardian Grande, Tommaso Rangone to complete the decoration of the School of St Mark. This work from the Sala Capitolare relates the episode in which the Christians of Alexandria, taking advantage of a sudden hurricane, take possession of the Michelangelesque body of the saint which was about to be burned by the pagans. The group in the foreground (where Rangone himself is depicted bearing the head of the saint) stands out sculpturally from the vertiginous depth of the background created by the use of light and by the obsessive architectural sequence of arcades and mullioned windows which terminate in the phosphorescence of the construction outlined against a reddish sky heavy with clouds. Light assumes an elemental role in this phantasmagoric scene. A curiously prominent role is played by the dromedary that has escaped from his owner.

Te bekijken: https://www.wga.hu/html/t/tintoret/3a/3mark.html

Bijna is dit een droomtafereel, een tafereel dat net zo goed bij Dali thuis kon zijn. In de bleke weerschijn van gebouwen in de nacht torsen drie mannen een dood lichaam terwijl achter hen een drommedaris losbreekt. Het is een goed voorbeeld van een ongewone sfeerschepping uit de zestiende eeuw. Maar er is ook vrolijkheid, kijk naar dit vrouwelijk muzikaal sextet.

4women_p

Tintoretto was een familieman. Van de acht kinderen die hij bij Faustino Episcopi verwekte zouden er drie zijn vaste medewerkers worden: Marietta, Domenico en Marco vond je dagelijks in zijn atelier-werkhuis.
Natuurlijk waren er ook contacten met verschillende artistieke persoonlijkheden zoals met de schilder Paolo Veronese die voor en met hem in het Doge-paleis had gewerkt.
Het is een intense periode: zijn kleuren winnen aan helderheid en zijn voorkeur voor een bontgekleurd perspectief verhoogt de kwaliteit van zijn decoratieve mogelijkheden.

Hij zocht naar kleuren die het licht absorbeerden zodat je daarmee beter de ruimte kon suggereren, een ruimte die niet alleen gestructureerd werd door het perspectief. Een ruimte waarin een menigte mensen een evenwicht vond met de rest van de voorstelling. Dat evenwicht werd een nieuw element in de Venetiaanse kunst.
Je kunt dat goed zien in zijn bijdrage (die tien jaar in beslag zou nemen!) bij de decoratie van de Madonna dell’ Orto-kerk, de privé-kapel van de adelijke Contarini-familie waar in 1563 de grote kardinaal Gasparo werd begraven, diplomaat, ambassadeur en verzoener, verdediger van het Venetiaanse bestuursmodel.
‘De presentatie van Maria’ was volgens kunstenaar en kunstkenner Vasari ‘ “a highly finished work, and the best executed and most successful painting that there is in the place”.

1prese

in hoge kwaliteit te bekijken via:
https://www.wga.hu/html/t/tintoret/2a/1prese.html

Kijk naar de mooi opgebouwde trappenscene. Centraal beneden een vrouw met leeftijdsgenootje van de jonge Maria die naar het kind boven wijst.
Het licht! De kunstenaar heeft het licht verdeeld op de juist vernoemde personages. Je kunt ze in een mooie driehoek samenbrengen, de vrouwen met kinderen en boven ‘het’ kind, Maria. De statige hogepriester en zeker het publiek langs de trappen baadt in een mystieke schemer.

1prese1

This painting, consisting of two vertical halves now stitched together in the middle, once adorned the outsides of two organ wings. The monumental stairway indicates the musical connection; its 15 steps or “grades” refer to the 15 graduals, the psalms sung by pilgrims in annual temple processions. The singers’ gallery above the organ was also painted by Tintoretto. The dark carving of the breastwork and the frames of the wings were partly gilded, like the stairway in the painting; Tintoretto picked out its undulating ornamentation in gold leaf. This “Byzantine” stylistic element is particularly effective in the shadowy area on the left, where it produces a sense of mystic illumination. The richly decorated steps on Mary’s way into the temple are reminiscent of the Scala dei Giganti in the interior courtyard of the Ducal Palace, the lower section of which, like the stairway up to the temple, has 15 steps. Like the high priest in Tintoretto’s picture, the Doge used to receive important guests on this staircase.

2st_paul

Helemaal in hemels licht, ‘de marteldood van Paulus’.
https://www.wga.hu/html/t/tintoret/2a/2st_paul.html

Net voor het zoeven van het zwaard, de wapenrusting verlaten, maar de engel met zegekrans en laurier hangt in de lucht. Vier meter hoog, twee meter veertig basis.

Just before he is beheaded with a huge two-handed sword, Paul raises his bound hands in a last prayer. An angel is bringing him a laurel wreath and the palm of martyrdom. The armour, which appears much too powerful for his emaciated old body, is an armour in the ancient Roman style.

betsada
Proof of this is, above all, the dramatic style in which the scenes are executed, a style that firmly impresses their romantic pathos on the beholder. Tintoretto’s spatial conception has a dynamic character. As a modern critic has noted, Tintoretto conveys a feeling of an almost precipitate falling forward or of an equally swift rise. The contrasted movements give the figures a similar instability. To achieve such effects Tintoretto used formulas that were invariably different: in The Pool of Bethesda in the church of San Rocco (1559) the evangelical episode is realized in a compressed space through which the foreshortened ceiling seems to weigh upon the milling crowd; in St. George and the Dragon Tintoretto sets the fable in a landscape of considerable depth, intersected by the white walls of the city. A series of canvases that the philosopher and physician Tommaso Rangone, grand guardian of the Scuola di San Marco, commissioned from Tintoretto in 1562 contains similar elements.

draak02
Je kunt via onze links zelf de gehele collectie bekijken in de beste kwaliteit.
Eén van de meest indrukwekkende werken vind ik persoonlijk: ‘Het beklimmen van de Calvarie-berg’ in de Scuola Grande di San Rocco. (Sala dell’Albergo)
Alvast zelf te bekijken via:

kruisw

https://www.wga.hu/html/t/tintoret/3b/1albergo/2/1carry.html

In datzelfde licht en donker trekt de trage stoet naar de top van de berg. De dramatische opstelling laat die pijnlijke klim in 2 opstijgende lijnen zien: boven Jezus, onderaan de twee mede-gekruisigden.
Pure pijn en ontzetting in het verspreide licht en donker.

Neem de tijd om zijn oeuvre geduldig te bekijken, werk dat in Venetië zelf pas tot zijn recht komt als je’t in ware grootte kunt zien.
Tintoretto was een bevlogen schilder. Hij bleef tot op hoge ouderdom aan het werk. Het geld was niet zo belangrijk. Vaak ging hij onder de prijs werken of vrijwel gratis om wat hij in zijn verbeelding had gezien aan zoveel mogelijk mensen mee te delen.
Het bevlogene, het vermoeden dat er meer was dan het bekende of vaak vertelde, het verkennen van grenzen waarachter zelfs de vorm vervaagt omdat de essentie voelbaar werd.

Tintoretto was a painter with a wholly personal, constantly evolving technique and vision. Although it is almost certain that his family was originally from Lucca, Tintoretto (a nickname meaning “little dyer,” after his father’s profession of silk dyer, or tintore) is considered a Venetian painter, not only by birth but because he always lived in Venice and because with his innumerable works he contributed to creating the face of that city. He was not only an exponent of the witness to the life of the city, of the sacred and profane complex pictorial developments of Venetian art, but of the myths of a society that formed a part of the dramatic history of 16th-century Italy.

Met dank aan Rodolfo Pallucchini, Director, Institute of Art History, Giorgio Cini Foundation, Venice, 1972–89. Author of Disegni di Giambattista Tiepolo; La giovinezza del Tintoretto; Veronese; and others. (Gebruik de Britannica!)

3lastsup

Te bekijken via: https://www.wga.hu/html/t/tintoret/5_1580s/3lastsup.html

Tintoretto painted the Last Supper several times in his life. This version can be described as the fest of the poors, in which the figure of Christ mingles with the crowds of apostles. However, a supernatural scene with winged figures comes into sight by the light around his head. This endows the painting with a visional character clearly differentiating it from paintings of the same subject made by earlier painters like Leonardo.

The curious diagonal position of the table for the Last Supper is explained by the installation of the painting on the right wall of the presbytery of San Giorgio Maggiore. The table was to be perceived by visitors to the church as an extension in perspective of the high altar, or conversely the high altar was to be seen as a prolongation of the table for the Last Supper. The priestly bearing of Christ and the liturgical utensils on the small side table play on the same connection. The winged apparitions characterize the Eucharist as the “bread of angels” (St Thomas Aquinas) and in their non-material, other-worldly nature indicate the mystery of transubstantiation (the transformation of bread and wine into the body and blood of Christ). While the composition of The Last Supper as a whole follows a wall hanging by Giulio Romano depicting the Passover, the detail of the eerily flickering candlestick was suggested by a Crowning with Thorns by Titian (Alte Pinakothek, Munich), which Tintoretto had acquired from the master’s estate when he died.

TINTORETTO, temperamentvolle jonge man (2)

sin gregorius draak

(St. George doodt de draak)

Vaak ‘weten we niet veel’ over het leven van beroemdheden uit het verre verleden, laat staan schilders, en wat we weten duidt meteen op de functie van hun werk, namelijk in hoeverre zij de machtigen (welstellenden) van toen in politiek en religie, dienden of gebruikten voor de zogenaamde dagelijkse boterham met beleg.

De kunst zoals wij die nu ervaren was vooral een ambacht. Een kunnen. Talent was uiteraard noodzakelijk maar het technisch verwerven van een aantal vaardigheden kwam daarna op de eerste plaats terwijl ‘de inspiratie’, het creatief proces, sterk met dat ‘kunnen’ verbonden was. Wie de technieken meester was, kon zich nieuwe standpunten en hun realisatie in het kunstwerk veroorloven, iets wat in de hedendaagse kunst niet altijd zo vanzelfsprekend is waar de eigenzinnigheid (of noem het ‘een persoonlijk interpretatie) zich ontdoet van enige kennis omtrent het materiaal  en er van de toeschouwer verwacht wordt door deze onkunde heen te kijken of het als arte povera letterlijk voor lief te nemen en bevrijd van de vorm bij de essentie uit te komen. (zuivere geest zijn, wordt dan wel verondersteld…)

In een bericht uit 1539 (hij is dan 21) noemt hij zichzelf ‘een onafhankelijke, professionele man’.
Niet verwonderlijk want zijn temperament wordt in mijn bronnen:  ‘his imposing and forceful personality’ genoemd, in het Venetiaans: ‘Il Furioso’.
De manier dus waarop hij de verf op het doek aanbracht getuigt daarvan, en meteen ontdekken schilders dat de penseelvoering ook een medium is, dat je niet enkel met kleurenvlakken, maar ook met ‘borstel-ritmes’ kunt werken.

Volgens een andere bron zou hij een tijdje bij Titiaan hebben gewerkt als leerling, maar daar zijn nergens geloofwaardige aanduidingen voor gevonden. Het is een redenering die uitgaat van een gelijkenis van formele elementen eigen aan de Toscaanse school, net zo goed als zijn werk invloeden van Michelangelo laat zien.

2emmaus

Kijk naar de levendige houdingen bij het nochthans intieme onderwerp: ‘de ontmoeting in Emmaüs’ De leerlingen zijn zo druk met elkaar bezig dat zij de verrezen Jezus niet herkennen tot hij het brood breekt.  Het moment na deze drukte mag iedereen in zijn eigen innerlijk voorstellen.  De drukte valt stil, en…’zij herkenden hem’. In plaats van het centrale thema, de Jezusfiguur, zet hij de druktemakers op de voorgrond en benadrukt hij hun ‘blindheid’ Zelfs de poes onderaan is door de drukte gestoord.

Net zo goed zouden dit echter de reacties kunnen zijn op het breken van het brood en vertellen ze elkaar dat ze hem wel degelijk als Jezus herkennen.  Deze dubbelzinnigheid maakt het kunstwerk meerlagig en nodigt de beschouwer uit om niet bij een vlugge oogopslag te blijven maar in het verhaal te komen en zijn/haar eigen rol te spelen.

Groter te bekijken via: https://www.wga.hu/html/t/tintoret/1_1540s/2emmaus.html

2emmaus1

‘Most probably, Jacopo’s precocious talent prompted his father to place him in the workshop of some undistinguished painter, but one with a solid artisan tradition so that his son might learn the foundations of his craft. Traces of an absolute style in his youthful works tend to corroborate this hypothesis. But he soon became aware of the variety of approaches tried by painters working between 1530 and 1540 in Venice and already reacting against the style of Giorgione, who was the first to merge forms and to subordinate local colour to its pervading tone. The emigration of Roman artists to Venice in 1527 after the sack of Rome by imperial troops, as well as subsequent contacts with painters from Tuscany and Bologna, induced the painters of the Venetian school to return to greater plasticism, without altering the fundamental chromatic nature of the Venetian tradition.’
(Britannica)

Tintoretto-Sacra-Conversazione-Molin

Hier boven een vroeg werk (1540) Een ‘Sacre Conversazioni’ de Maagd omringd door zes heiligen met het kind op haar knieën dat zich duidelijk van haar afwendt. Hier merk je nog heel duidelijk een Titiaanse invloed via verschillende kenmerken van de Venetiaanse school (kleurenpalet, opstelling), en is ook Michelangelo niet ver weg.

Tintoretto’ s schetsen zijn naar model  of naar beelden gemaakt, maar hij gebruikte ook kleine wassen beeldjes die in allerlei poses en met verschillende belichtingen hem de kans gaven om invloed van houdingen en lichtinval te bestuderen. Een soort miniatuur theatertjes waaruit hij onderdelen voor zijn werk kon uittesten.
Na zijn vroeg werk, fresco’s (14 achthoekige zoldering-schilderingen met mythologische thema’s, oorsprokelijk ontworpen voor een Venetiaans paleis, -verloren gegaan en alleen nog zichtbaar via 18de eeuwse prenten-) werkte hij in 1645 aan de decoratie van Pietro Aretino’s huis, dichter, dramatist, vriend van Titiaan, een scherpe satirische pen die vooral de Romeinen niet spaarde. (Ze hadden hem immers verplicht ‘uit te wijken’ naar Venetië)

01adult1
Hij gebruikte er bijbelse en mythologische verhalen, zoals Christus en de overspelige vrouw. (hierboven- soms ook aan een volgeling van de schilder toegeschreven) Eigenzinnige perspectieven, zijn duidelijke penseelvoering, en belichting, je vindt ze terug in dat vroege werk waarin zijn ‘bevlogenheid’ al zeer zichtbaar is. Bekijk in groot formaat via deze link, met Engelse beschrijving

https://www.wga.hu/html/t/tintoret/2_1550s/01adult1.html

Kijk ook boven deze bijdrage hoe de heilige George de draak (het kwaad) te lijf gaat, een hallucinante vertoning.
Helemaal in het centrum van de aandacht komt hij even later met ‘Sint Marcus die een slaaf bevrijdt’. (Galleria dell’ Accademia) Een reusachtig schilderij uit 1548, 415 cm x 541 cm. Een schouwspel!

The painting is the first of a series of works, painted in 1548 for the Scuola Grande di San Marco while Marco Episcopi, his future father-in-law was Grand Guardian of the School.

The subject of the huge canvas is the miraculous appearence of St Mark to rescue one of his devotees, a servant of a knight of Provence, who had been condemned to having his legs broken and his eyes put out for worshipping the relics of the saint against his master’s will. The scenes takes place on a kind of proscenium which seems to force the action out of the painting towards the spectator who is thus involved in the amazement of the crowd standing in a semi-circle around the protagonists: the fore-shortened figure of the slave lying on the ground, the dumbfounded executioner holding aloft the broken implements of torture, the knight of Provence starting up from his seat out of the shadow into the light, while the figure of St Mark swoops down from above.

In keeping with the drama of the action is the tight construction of the painting, the dramatic fore-shortening of the forms and sudden strong contrast of light and shade.

Bekijk in groot formaat via deze link:  (klik schilderij aan op de aangeduide pagina)

https://www.wga.hu/html_m/t/tintoret/3a/1mark.html

1mark
Het werk is zo rijk aan structurele elementen van de post-Michalangeleske Romeinse kunst dat men een bezoek aan Rome vermoedt. Bekijk enkele inserts van dit schouwspel:

1mark5

 

1mark2

1mark3

en tenslotte de gruwelijke man die op zoek is naar nog een bijkomende beul:

1markbb

Uit zijn vroeg werk is ‘Suzanna en de ouderlingen’ een absoluut hoogtepunt.

spieglein-spieglein-vor-dem

Plezierig is de opstelling van de twee gluurders, aan beide kanten van de muur. En de kuise Suzanna die zichzelf bekijkt temidden van de bling-bling die na het bad haar welig lijf zal sieren.

06susan1

06susan2

Te bekijken door plaatje aan te klikken op:

https://www.wga.hu/html/t/tintoret/6/06susan1.html

Wordt nog vervolgd.

TINTORETTO, een jarige met omgeving (1)

A13783.jpg

 

Je 500ste verjaardag vieren is niet iedereen gegeven tenzij je Jacopo Robusti heet en overal ter wereld als Tintoretto bekend werd, een roepnaam die verwijst naar je vaders beroepsbezigheid, het kleuren van zijdestoffen. Je bent dus als het ‘ververtje’ de geschiedenis ingegaan.
Dat ververtje uit de dogenstad Venetië wordt momenteel in zijn geboortestad met twee tentoonstellingen vereerd: eentje omtrent zijn vroegste werk en een andere die de jaren daarna belicht, terwijl al dat werk in de 27 kerken en paleizen in zijn oorspronkelijke en bedoelde omgeving in Venetië ook te bekijken was maar, volgens de Frankfürter Algemeine, wilde men aldaar water en brandstof besparen en kan de liefhebber in twee overzichtscollecties een idee vormen van je kunst.

selbstportraet-tintorettos

Cijfers: ca 1518 het levenslicht dat op 31 mei 1594 doofde maar voldoende licht en donker naliet voor de vijfhonderd en meer volgende jaren.
Begrip: De Venetiaanse school.

Jacopo Bellini en zonen Gentile en Giovanni als stichters (c.1400-1470), Jacopo, een leerling van Gentile da Fabriano
Daarna: Giorgione (1477-1510), Titiaan (1488/90-1576), Jacopo Vechio (c. 1480-1528) en Sebastiano del Piombo (ca 1485-1547)

1280px-Giovanni_bellini,_madonna_del_prato_01

Giovanni Bellini, as well as being the foremost painter in the Republic, was one of the most inventive and original. He was receptive to the interest in landscape that was so integral a part of the contemporary Flemish works then arriving in Venice, and in his many Madonna paintings he used bits and pieces of the natural world to vary and embroider his theme. Bellini’s late style is pure High Renaissance. He managed to make a transition that few masters of his generation achieved. Although the circle around Bellini was the most successful and progressive, there were other painters such as Vittore Carpaccio (1460–1525/26), and painter families such as the Vivarini and, later, the Bassano who were not as closely allied to him yet were also an integral part of the Venetian school.

giorgione_019

The early death of the mysterious Giorgione deprived the Venetian school of its most promising master. There are few paintings by him, and even some of those are thought to have been finished by Titian or Sebastiano del Piombo. His remaining works are filled with a hazy, brownish light that serves to enhance the romance of their moodiness.

Bacchus-and-Ariadne-Titian

(Daphne & Ariadne, Titiaan)

Upon Giovanni Bellini’s death, Titian became painter to the Republic and the dominant force in Venetian painting for the next half century. His rich colours and painterly technique were widely imitated. Although interested in both religious and classical subjects, Titian was most sought after for his psychologically penetrating portraits. In 1533 he was knighted and made court painter to the emperor Charles V.

Dan komt onze Jacopo en Paolo Veronese (1528-88) beiden door Titiaan beïnvloed, en laten we volledig zijn met latere kunstenaars als Canaletto (1697-1768) en mijn geliefde Giovanni Battista Tiepolo (1696-1770) en Francesco Guardi (1712-93) te vermelden

tiepolo

(G.D. Tiepolo)

(Venetian school.” Encyclopædia Britannica. Encyclopædia Britannica Ultimate Reference Suite. Chicago: Encyclopædia Britannica, 2015.)

In een volgende bijlage gaan op zoek naar de jarige zelf.

299_fo_tefaf_tintoretto_self_portrait3

((Tintoretto, zelfportret)

WE ZOUDEN…

fd2978f0b166e4395c0c39b1fd5760ce

We zouden ons bekeren,
de liefde demonstreren, woestijnen irrigeren,
of voor het vaderland
brood en beleg ontberen.

We zouden u adviseren,
uw goedheid te cultiveren, uw driften te couperen,
of voor het latere leven
goed uw les te leren.

We zouden zeker sterk ageren,
tegen onrecht protesteren, de massa’ s alarmeren,
of wie onwetend is
dringend alfabetiseren.

demoncollage

We zouden ons analyseren,
onze fouten annuleren, op wilskracht appeleren,
en voor de nieuwe mens
heel krachtig applaudisseren.

We zouden ons verweren,
onszelf bekritiseren, problemen bestuderen,
en dag na dag
het kwaad in ons bezweren.

Wij zouden nooit capituleren,
elke storm trotseren, onze ikzucht camoufleren,
of voor de zieke mensen
geld en goederen collecteren.

We zouden de tirannen contesteren,
een vredeslied componeren, onze roddels controleren,
en voor elke goede zaak
ons honderd procent engageren.

Luchtkastelen-sky-3238050_640

Maar het regende, en om goed te functioneren,
succes te garanderen, onszelf te humaniseren
waren wij te moe
en lagen wij in bed te fantaseren.

NP-59

ITHACA, een lange reis gewenst

Er bestaan talrijke vertalingen van het mooie gedicht ‘Ithaca’ in 1911 door de Griekse dichter Kafavis geschreven.
Voor wie vandaag en al de volgende dagen in Ithaca aankomen heb ik graag mijn eigen versie vanuit de Griekse tekst gemaakt, als een werelds kaddisj voor alle liefhebbende vertrekkende en aangekomen zielen.

rots-zee

Vertrekkensklaar voor een vaart naar Ithaca,
bid de goden voor een lange reis
vol avontuur en kennis, het weten waard.
Voor Lestrygonen hoef je niet bang te zijn,
noch voor Cyclopen en een boze Poseidon.
Bij het verfijnde denken horen ze niet thuis,
als trots je lijf en geest vervult.
Lestrygonen zul je nooit treffen,
noch de Cyclopen of de grimmige Poseidon,
als ze niet huizen in je ziel
of in je eigen geest gaan spoken.

Vraag daarom dat de weg lang mag zijn,
een zomermorgen zich eindeloos mag herhalen,
en je, vervuld van vreugde en genieten
nooit eerder geziene havens kunt bezoeken.
Loop rond op Phoenicische pleisterplaatsen,
koop er mooie waren:
parelmoer en koralen, amber en ebbenhout,
etherische parfums van verschillende geuren,
koop alle mogelijke verkrijgbare geurstoffen.
Bezoek tal van Egyptische steden
om er te leren, te leren van geleerden.

Hou je steevast op Ithaca gericht,
Je bestemming is je aankomst daar.
Overhaast je vooral niet.
Beter is het jaren en jaren te reizen.
Werp het anker pas bij hoge ouderdom uit,
rijk van wat je onderweg aan wijsheid hebt vergaard,
zonder nog rijkdom van Ithaca te verwachten.

Je mooie reis was Ithaca’s geschenk,
zonder was je nooit vertrokken
en verder heeft ze niets te geven.
Vind je er niets, toch heeft ze je niet bedrogen:
met al je vergaarde wijsheid, met zoveel ervaring
begrijp je best wat Ithaca’s vervullen.

P. Kavafis

Best-Greek-islands-for-families-Crete-Rhodes-Corfu-Naxos-Mykonos-Santorini-Kea-Hydra-Lefkada-kidslovegreece-3

ithaka-kavafis-grieks

joop mijsbergen

Ithaka
Brichst du auf gen Ithaka,
wünsch dir eine lange Fahrt,
voller Abenteuer und Erkenntnisse.
Die Lästrygonen und Zyklopen,
den zornigen Poseidon fürchte nicht,
solcherlei wirst du auf deiner Fahrt nie finden,
wenn dein Denken hochgespannt, wenn edle
Regung deinen Geist und Körper anrührt.
Den Lästrygonen und Zyklopen,
dem wütenden Poseidon wirst du nicht begegnen,
falls du sie nicht in deiner Seele mit dir trägst,
falls deine Seele sie nicht vor dir aufbaut.

Wünsch dir eine lange Fahrt.
Der Sommermorgen möchten viele sein,
da du, mit welcher Freude und Zufriedenheit!
In nie zuvor gesehene Häfen einfährst;
Halte ein bei Handelsplätzen der Phönizier
Und erwirb die schönen Waren,
Perlmutter und Korallen, Bernstein, Ebenholz
Und erregende Essenzen aller Art,
so reichlich du vermagst, erregende Essenzen,
besuche viele Städte in Ägypten,
damit du von den Eingeweihten lernst und wieder lernst.

Immer halte Ithaka im Sinn.
Dort anzukommen ist dir vorbestimmt.
Doch beeile nur nicht deine Reise.
Besser ist, sie dauere viele Jahre;
Und alt geworden lege auf der Insel an,
reich an dem, was du auf deiner Fahrt gewannst,
und hoffe nicht, dass Ithaka dir Reichtum gäbe.

Ithaka gab dir die schöne Reise.
Du wärest ohne es nicht auf die Fahrt gegangen.
Nun hat es dir nicht mehr zu geben.

Auch wenn es sich dir ärmlich zeigt, Ithaka betrog dich nicht.
So weise, wie du wurdest, in solchem Maße erfahren,
wirst du ohnedies verstanden haben, was die Ithakas bedeuten.

ExploreIthacaHikingGreece5-740x480

Ithaka

Translated by Edmund Keeley

As you set out for Ithaka
hope your road is a long one,
full of adventure, full of discovery.
Laistrygonians, Cyclops,
angry Poseidon—don’t be afraid of them:
you’ll never find things like that on your way
as long as you keep your thoughts raised high,
as long as a rare excitement
stirs your spirit and your body.
Laistrygonians, Cyclops,
wild Poseidon—you won’t encounter them
unless you bring them along inside your soul,
unless your soul sets them up in front of you.

Hope your road is a long one.
May there be many summer mornings when,
with what pleasure, what joy,
you enter harbors you’re seeing for the first time;
may you stop at Phoenician trading stations
to buy fine things,
mother of pearl and coral, amber and ebony,
sensual perfume of every kind—
as many sensual perfumes as you can;
and may you visit many Egyptian cities
to learn and go on learning from their scholars.

Keep Ithaka always in your mind.
Arriving there is what you’re destined for.
But don’t hurry the journey at all.
Better if it lasts for years,
so you’re old by the time you reach the island,
wealthy with all you’ve gained on the way,
not expecting Ithaka to make you rich.

Ithaka gave you the marvelous journey.
Without her you wouldn’t have set out.
She has nothing left to give you now.

And if you find her poor, Ithaka won’t have fooled you.
Wise as you will have become, so full of experience,
you’ll have understood by then what these Ithakas mean.

C. P. Cavafy, “The City” from C.P. Cavafy: Collected Poems. Translated by Edmund Keeley and Philip Sherrard. Translation Copyright © 1975, 1992 by Edmund Keeley and Philip Sherrard. Reproduced with permission of Princeton University Press.

crique-1024x640

Ithaque

Texte (traduction) :

Quand tu partiras pour Ithaque,
souhaite que le chemin soit long,
riche en péripéties et en expériences.

Ne crains ni les Lestrygons, ni les Cyclopes,
ni la colère de Neptune.
Tu ne verras rien de pareil sur ta route si tes pensées restent hautes, s
i ton corps et ton âme ne se laissent effleurer
que par des émotions sans bassesse.

Tu ne rencontreras ni les Lestrygons, ni les Cyclopes,
ni le farouche Neptune,
si tu ne les portes pas en toi-même,
si ton cœur ne les dresse pas devant toi.

Souhaite que le chemin soit long,
que nombreux soient les matins d’été,
où (avec quelles délices !) tu pénètreras
dans des ports vus pour la première fois.

Fais escale à des comptoirs phéniciens,
et acquiers de belles marchandises :
nacre et corail, ambre et ébène,
et mille sortes d’entêtants parfums.
Acquiers le plus possible de ces entêtants parfums.

Visite de nombreuses cités égyptiennes,
et instruis-toi avidement auprès de leurs sages.
Garde sans cesse Ithaque présente à ton esprit.
Ton but final est d’y parvenir,

mais n’écourte pas ton voyage :
mieux vaut qu’il dure de longues années,
et que tu abordes enfin dans ton île aux jours de ta vieillesse,
riche de tout ce que tu as gagné en chemin,
sans attendre qu’Ithaque t’enrichisse.

Ithaque t’a donné le beau voyage :
sans elle, tu ne te serais pas mis en route.
Elle n’a plus rien d’autre à te donner.

Même si tu la trouves pauvre, Ithaque ne t’a pas trompé.
Sage comme tu l’es devenu à la suite de tant d’expériences,
tu as enfin compris ce que signifient les Ithaques.

Traduction de Marguerite Yourcenar

84d16-ithaka

(

hidden-things

Departure_of_Ulysses_from_the_Land_of_the_Pheacians

LOTTE LASERSTEIN: licht in de donkerte van de Weimar-republiek

Laserstein_ich-und-mein-modell_1929-30_olLw_49,4x69,5_GB

Wat de Duitsers zo mooi ‘Kleinstadt’ noemen, geldt zeker voor het stadje ‘Preussisch-Holland’ (Oost-Pruisen, nu Pelsak, Polen) waar apotheker Hugo Laserstein en zijn vrouw Meta, geboren Birnbaum in 1898 een eerste dochter verwelkomen, Lotte.
Na de dood van haar vader in 1902 verhuist de familie naar Danzig waar Meta met haar twee dochtertjes Lotte en Käte (1900-1965) samen een gezin vormen met Meta’s moeder Ida en haar zus, de schilderes Elsa Birnbaum.
Elsa geeft Lotte, 11 jaar, haar eerste schilderslessen in haar privé-schooltje.

In 1912 verhuist de familie naar Berlijn.
Lotte zal zich inschrijven in de Friedrich-Wilhelms-universiteit om er filosofie en kunstgeschiedenis te studeren.
Van 1920-21 privé-lessen bij Leo von König.
Van 1921-1927 studeert ze aan de Akademische Hochschule für die bildende Künste (die in 1924 wordt omgedoopt tot Vereinigte Staatsschulen für freie und angewandte Kunst) in Berlijn bij Erich Wolfsfeld van wie ze van 1925 tot 1927 ‘Meisterschülerin’ is.
Met de inflatiejaren 1922-1924 verliest de familie een groot deel van het familievermogen. Om haar studies te financieren werkt Lotte deelswijze als illustratrice en als ‘Gebrauchsgrahphikerin’
In 1925 ontvangt ze, samen met haar model Traute Rose een zogenaamde Ministermedaille des Preussischen Ministeriums für Wissenschaft, Kunst und Volksbildung.

laserstein_im-gasthaus_1927

In 1927 heeft ze haar eerste atelier waar ze ook een privé-schildersleergang inricht.
Tussen 1928-1931 neemt ze aan 22 tentoonstellingen deel en laat ze zich bij wedstrijden opmerken. In 1928 verkoopt ze aan de magistraat van de stad Berlijn haar schilderij ‘Im Gasthaus’.
In 1929 is ze lid van het Verein der Berliner Künstlerinnen waar ze ook nu en dan in de jury zit.
Ze stelt in 1931 in een Einzelaustellung ten toon de galerie Gurlitt in Berlijn.
Tussen 1931-1935 maakt ze in de zomermaanden ‘ausgedehnte’ reizen naar het platteland met haar leerlingen.

lotte-laserstein

Omdat ze geen lid van de Reichskulturkammer is, kan ze alleen met de hulp van vrienden schildersmaterialen aankopen
Haar prive-‘Schüleratelier’ wordt gesloten. Ze is nog even kunstlerares in de Joodse privé-school van Helene Zickel.
Ze emigreert in 1937 naar Zweden.
Om de Zweedse nationaliteit te kunnen verkrijgen gaat ze met Sven Marcus een schijnhuwelijk aan, zonder daarna met hem samen te leven. Ze probeert tevergeefs haar moeder en zusje met levengsgezellin uit Duitsland weg te halen.
Meta Laserstein zal in 1943 sterven in KZ Ravensbrück, haar zus kan onderduiken en overleeft zo de oorlog.

4.1.1

Na de oorlog komen er moeilijke jaren. Ze neemt opnieuw contact met haar vriendin Traute Rose en haar man Ernst. Ze verhuist van Stockholm naar de zuidwestelijke stad Kalmar/ Smaland.
In de vijftig- zestiger jaren maakt ze reizen naar Spanje, Zwitserland en naar de USA.(1954)
In 1987 is er een tentoonstelling bij Agnew’s en de Belgrave Gallery, het begin van internationale belangstelling voor haar werk. Ook in 1990 volgt nog een tentoonstelling samen met werk van haar leerlingen.
Op 94-jarige leeftijd sterft ze in Kalmar.

selbstportraet-im-atelier

Fundamental von allen männlichen Malern aber unterscheidet sich Laserstein durch die Zärtlichkeit, mit der die Frauenliebhaberin ihren Modellen mit dem Pinsel über die gemalten Wangen und Gesichter streicht. Für die Porträts nutzt sie fast durchgängig Holz als Bildträger anstelle von Leinwand, so dass sich den Pinselhaaren mit der Holzmaserung tatsächlich ein größerer Widerstand entgegenstellt. Nackenhaarsträubend gut eingesetzt ist dies auf dem „Rückenakt“ von 1930, wo sie in der hypersensiblen Halspartie des ansonsten sehr diskret nackten Rückens ihrer Muse Traute Rose ihren Pinsel eindrückt, mit nur einem Hauch brauner Haarfarbe als zartem Hinweis auf Verbundenheit.

WIRECENTER

Asche auf das Haupt der Kunstgeschichte: Eine Malerin wie Lotte Laserstein, 1937 nach Schweden exiliert, die sich schon 1930 mit dem monumentalen „Abend über Potsdam“ im Aufgriff von Leonardos Letztem Abendmahl, aber mit bedenklich schiefstehendem Tisch und einem grellgelb jüdischen Ausgegrenzten-Gewand im Zentrum, als melancholischem Abgesang in die Geschichte der Kunst einschreibt, die in ihren Akten Giorgione und Tizian ebenso gekonnt zitiert wie bei ihren Bekleideten Courbet oder Daumier und doch stets etwas Eigenständiges daraus formt – eine solche Malbegabung also bis zu einer ersten Ausstellung 2003 im Berliner „Verborgenen Museum“ zu vergessen, dazu gehört etwas.
(Stefan Trinks)

abend-ueber-potsdam-im

Sie malt weniger die „Neue Frau“, nach der in der Weimarer Republik mit ihrer „Neu“-Manie alle suchen, auch wenn ihre Porträtierten Bubikopf und Zeitkostüm tragen – vielmehr die Frau an sich. Was aber ist dann das Alleinstellungsmerkmal und die Stärke dieser Malerin? Anders als etwa ihre Berliner Kollegin Jeanne Mammen stürzt sie sich nicht in das Nachtleben der Roaring Twenties, ist keine Gesellschafts-Chronistin, sondern aus der Distanz (an)teilnehmende Betrachterin, die sich für die innere Wandlung der Menschen in ebendieser Gesellschaft interessiert.

23989701067_0f12d79cdb_b

Gemeinhin wird Lotte Lasersteins Werk der Berliner Jahre, d. h. die zwischen 1928 und 1937 entstandenen Gemälde, der Neuen Sachlichkeit zugeordnet (→ Neue Sachlichkeit). Doch statt Gesellschaftskritik in Form von unterkühlten Porträts, bissigen Kommentaren oder sezierender Brutalität zum aktuellen Geschehen auf den Straßen der Großstädte, wandte sie sich der „Neuen Frau“ auf gänzlich anderer Art zu. Lotte Laserstein schrieb sich in die Kunstgeschichte von der Renaissance bis zum Realismus des späten 19. Jahrhunderts ein. Anstelle von Karikatur und Überzeichnung findet man in ihrem Werk einfühlsame Bildnisse selbstbewusster Frauen, anstelle von gewerbsmäßiger Erotik eine sinnliche Behandlung von Nacktheit. Alle ihre Bilder sind in stuppender Maltechnik ausgeführt, sowohl in glatter Lasurmalerei wie auch in – an deutschen Impressionismus und mehr noch an den Realismus (Adolph von Menzel, Wilhelm Leibl, Wilhelm Trübner, Carl Schuch) gemahnender – Fleckigkeit. Lasersteins Bilder entfalten durch ausgeklügelte Blickführungen und Blickachsen, durch formale und kompositorische Lösungen eine Monumentalität, die den Anspruch ihrer Malerei widerspiegelt. Die karriereorientierte „Alte Meisterin“ zeigt ihre Kunst allerdings in modernem Gewand. Sie präsentiert bildfüllende Tennisspielerinnen, Gasthausbesucherinnen, sonnenbeschienene Akte, berühmte Akteurinnen der Berliner Szene, Freundinnen und anonyme Modelle – und immer wieder das eigene Konterfei.

auch-das-bild-tennisspielerin

Warum diese intime malerische Annährung an eine Porträtierte (es gibt von Laserstein nur zwei Porträts von Männern aus der Berliner Zeit) an keiner Stelle ins Süßlich-Schwülstige abgleitet, zeigt Lasersteins Bild „In meinem Atelier“, erneut mit Traute als ins Querformat gelagertem Akt: Während die Malerin links im Hintergrund vor ihrer schräggestellten Staffelei sitzt, ohne dass wir das Bild sehen, kippt sie die Frau auf der ebenfalls diagonal in den Raum ziehenden Chaiselongue optisch zum Betrachter und suggeriert damit, dass dies das Bild ist, das wir uns in genau diesem Moment von der Nackten machen – ein deutlicher Verweis, das jeder Aktfleischbeschauer immer auch Akteur und Voyeur ist.

Kein gefälliges Bild: Das ohnehin androgyne Gesicht der Muse ist hier noch etwas herber als gewöhnlich. Die Malerin mit ihrem schwarzen Bubikopf und der wie ein Ritterschild wirkenden dunklen Riesenpalette mit markanter Maserung vor ihrem steril weißen Kittel erscheint wie die Leiterin einer Experimentalanordnung des Sehens. In unsere Richtung reicht, fast versöhnlich, die Hand von Michelangelos sixtinischer „Beseelung Adams“, kunstvoll verkürzt.

Laserstein_In_meinem_Atelier_

Vergeet niet de besneeuwde daken te zien, de tegenstelling tussen het koude buiten en de warmte van het lichaam te ervaren. Wie het beeld bij ‘de nieuwe zakelijkheid’ wil klasseren ontgaat de kwetsbaarheid van haar hoofdpersoon, de mogelijkheid om haar aanwezigheid te bewaren, om ons er zelfs deelgenoot van te maken.  Het zal inderdaad koud worden in de volgende jaren, en dan blijft er de schoonheid van de geliefde, de band tussen hen beiden, als poging om hart en ziel te verwarmen.

portraet-russisches-maedchen

Am sichtbarsten sind diese dezenten Annäherungen Lasersteins wie auch ihr malerisches Können in dem Porträt „Russisches Mädchen“ von 1928, das sie kontraststark wie Schneewittchen mit schwarzem Haar, heller Haut, kirschrotem Mund und dunkelroter Kappe typisiert, mit einem überzeichneten Oval als Kopfform wie bei Jawlenskys Ikonengesichtern. Es scheint unmöglich, hinter die Fassade dieses maskenhaften Gesichts zu dringen, aber Laserstein schreibt der Oberfläche alles Wissenswerte ein. Das Bildnis ist ein überraschend miniaturhaftes Konzentrat, in das sich der Kopf gerade so zu zwängen scheint.
Das glatt lasierte Gesicht ist gleichmäßig wie von feinem Puder überstäubt; gut erkennt man, dass Laserstein innerhalb der Gesichtsfläche nahezu überall die Pinselstriche abrupt gegeneinandersetzt, indem sie etwa den Pinsel unterhalb des Auges vertikal und dreiecksförmig nach unten zieht, um diagonal von links und von rechts horizontal dagegen zu malen. Am extremsten vollzieht sie dieses Gegeneinandermalen in der grellroten Mundpartie, auf die von allen Seiten die Pinselstriche wie Lemminge zulaufen, um ins Schwarz des leicht geöffneten Mundes zu stürzen. Durch diese bei aller Glätte reliefhaften Oberflächen besitzen ihre Porträts eine Dynamik, wie sie vergleichbar nur sehr wenige andere Maler in den Zwanzigern erzeugten.

48505

Lotte Laserstein stellt eine sich im Spiegel kontrollierende Frau dar. Zum einen basiert ihre Komposition auf einer langen Tradition von Venus in der Toilette-Darstellungen (Rubens, Velázquez), zum anderen empfahl sich die Malerin dem auslobenden Kosmetikunternehmen als Entwerferin eines werbeträchtigen Gemäldes: Die moderne Frau ist Herrin ihres Schicksal, dem mit Hilfe von Makeup und Lippenstift noch nachgeholfen werden kann. Allerdings ist dafür ständige Selbstkontrolle nötig, mag die heutige Kritikerin an der Bildidee feststellen. Dass die Berliner Malerin gerade mit einem Bildnis zum Thema Schminken ihren Durchbruch feiern konnte, scheint da schon weniger weit hergeholt. Wurde in vergangenen Jahrhunderten das Herstellen eines Porträts durch eine Malerin als Weiterführung des Schminkprozesses abgetan, erzielte die Künstlerin Laserstein mit dieser als weiblich konnotierten Tätigkeit einen beachtlichen Erfolg. In vielen Bildern spielt der Spiegel als Mittel zur Verdoppelung, als Medium der Selbsterkenntnis eine bedeutende Rolle. Daraus lässt sich vielleicht ableiten, dass es Lotte Laserstein mitnichten um Äußerlichkeiten ging, sondern die Selbstanalyse und auch die Erkenntnis über andere Menschen zentral in ihrem Werk verankert sind.

Laserstein, Lotte, Dame in Blau mit Schleierhut

Lotte Laserstein, born in East Prussia in 1898, grew up in a bourgeois environment. After the premature death of her father, her mother moved with her and her younger sister Käte to their widowed grandmother in Gdansk. She received her first drawing lessons in 1908 from her aunt Elsa Birnbaum, who ran a private painting school. From 1921 to 1927, she attended the Berlin Academy of Fine Arts, where she was one of the first women to complete her master studies. Through her participation in the spring exhibition of the Prussian Academy of Arts in 1928, she received widespread recognition and sold her first work to a public institution, namely the Berlin City Council. The painting “In the Tavern” (1927) was later confiscated as “degenerate art” within the context of National Socialist propaganda.

131206-1444-948-0960-122065

Since the late 1920s, Laserstein participated regularly in various exhibitions. She soon succeeded in building a reputation, and the arts pages and critics wrote downright eulogistically about her art. In 1928, Laserstein participated in the competition “The Most Beautiful German Portrait of a Woman”, organized by the cosmetics company Elida in cooperation with the Reich Association of Visual Artists. Out of the 365 works submitted, the painting “Russian Girl with Compact”, now in the collection of the Städel Museum, was nominated for the final round and exhibited together with twenty-five works by almost exclusively male artists in the prestigious gallery of Fritz Gurlitt in Berlin, where her first solo exhibition also took place in 1931.

am motorrad

After the seizure of power by the National Socialists, Laserstein’s nascent career ended abruptly. She was dismissed from the board of the Association of Berlin Women Artists and was only able to exhibit in 1935 within the frameworks of the Kulturbund Deutscher Juden (Cultural League of German Jews). The small painting school, which she had run for financial security since 1927, was also forced to close. Political restrictions made her living and working conditions increasingly difficult. An exhibition in the Galerie Moderne in Stockholm in 1937 offered her the opportunity to leave Germany. Although Laserstein remained extremely productive in Swedish exile and made her living through commissioned work, she was unable to recapture her early success, and her work largely disappeared from public perception.

57078
Künstler: Laserstein, Lotte,1898-1993 Titel: Junge mit Kasper-Puppe (Wolfgang Karger). 1933,57078 Technik: Öl auf Holz Maße: 46 x 38 cm Standort: Städel Museum, Frankfurt am Main

https://www.hessenschau.de/tv-sendung/staedel-museum-zeigt-lotte-laserstein,video-72278.html