Een poëtisch leven, een kortverhaal

6563151197_f6b351584d_b

‘Neen, neen,’ zei de oude dichter, ‘gedichten zijn totaal nutteloos.’
Sprakeloos was ik.
Want had ik niet met Jonkermans gepraat, de nestor, de hoeksteen van hetgeen hier te lande als poëzie doorgaat?
‘Ik heb het laat ontdekt. Nog maar net. Ik zat weer eens op het toilet, wachtte op de wat moeilijk komende ontlasting en op inspiratie. Ja, ik word spottend wel eens een ‘analist’ genoemd. Maar mensen met ervaring zullen mij begrijpen: het moment dat nutteloze resten het lichaam verlaten is een lekkere belevenis. Opluchting. Op die manier heb ik ongeveer zeventig jaar lang gedichten uit mijn lijf zitten duwen. Zeventig jaar.’

bacon29_orig
Hij keek met weemoedige ogen naar de tweeëndertig bundels boven zijn hoofd.
‘Bloemen op de tovermuur, gedichten, nummer één, twee, drie tot en met tien. Het lied der azuren einders, een en twee. De engelengreep van nummer één tot negentien voor ik mij uit hun klemmende armen kon bevrijden. En tenslotte: Land in zicht.’
‘En dat zou allemaal nutteloos zijn geweest?’
‘Poëzie is per definitie nutteloos. Poëzie geeft je wellicht het gevoel dat je boven de gewone sterveling bent verheven. En die sterveling laat hem of haar rustig zweven. De lucht hangt vol met dichters en dichteressen. Als er te veel samentroepen kun je van een ware zonsverduistering spreken. Dan kun je ze alleen met subsidies uit elkaar drijven.’
‘Maar hoe ontdekte u dat uw gedichten nutteloos waren?’
‘Ik zat op het toilet en schreef in spoedtempo iets over het kind en de tijd. Bij het optrekken van mijn broek sukkelt mijn vers bij het andere vers..Enfin, u begrijpt? Was ik eerst geschrokken: mijn kostbare ideeën temidden van het onbruikbare, het ultiem menselijke. Maar toen ik doorspoelde – de geur was wel een beetje hinderlijk geworden- toen voelde ik een grote opluchting. Een metafysische opluchting mag ik zeggen. Om dat gevoel te bestendigen besloot ik al mijn nieuwe verzen op die manier te laten verdwijnen.’
‘Dat kon wel eens voor prozaïsche problemen zorgen, niet?’
‘Ja, inderdaad. Er moest een loodgieter bij te pas komen want ze begonnen het te rieken bij de onderburen. Verstopte leidingen.’
‘U moet maar eens zachter papier gebruiken als u op die manier uw verzen wilt blijven publiceren,’ zei de man. ‘Humoristen, hé, die handwerklieden van vandaag. En zo schrijf ik met een speciale stift al mijn verzen op dubbel gelaagd toiletpapier om er vervolgens…’
Hij maakte een duidelijk gebaar naar de plaats waar zijn billen de rug afrondden. Ik begreep het.
‘Maar onderstel nu eens dat alle dichters en dichteressen op die manier hun product doorspoelen?’ probeerde ik de poëzie te redden.
‘Dat zou een mooie zaak zijn! Spaart bergen papier uit. Bedrukt papier, laten we nauwkeurig zijn. Geen genummerde en gesigneerde exemplaren meer in de kast, in de kelder of op de zolder. Geen gedrein meer om een bundeltje te verkopen bij elk familie- of vriendenbezoek. Mochten er dan nog literaire tijdschriften bestaan dan zou ik ze uitgeven op zacht toiletpapier. Dat spaart ruimte uit en dan zijn ze voelbaar nuttig.’

ready-for-the-snow-george-lucas
‘Wat is een wereld zonder poëzie?’ vroeg ik hem vertwijfeld.
De dichter Jonkermans schudde het hoofd.
‘Kan poëzie iets? Kan ze een deur openmaken? Kan ze aardappelen uit de grond doen groeien? Neen. Een beetje gekreun en gesteun, kamasoutra-standjes van woorden en zinnen, dan heb je ’t wel gehad. Poëzie is een uitvlucht. Een gefriemel op zogenaamd niveau.’
‘Maar waarvoor heeft u dan geleefd?’
De dichter keek door het raam van zijn schrijfkamer. Het liep tegen kerstmis. Zwangere wolken stapelden zich boven de dennenbossen.

‘Een leven lang heb ik geleefd om Anne-Marie te bereiken. Ik zag haar de eerste keer bij mijn plechtige communie. Toen al las ze gedichten van Wies Moens: ‘De oude gewaden zijn afgelegd,’ zei ze zachtjes voor zich uit. Ik zag het gebeuren, hoe ze daar stond zonder die oude gewaden.
‘Ik aanbid dichters,’ zei ze enkele jaren later na het drinken van een ruime hoeveelheid geestrijke drank. Omdat ik geen spieren noch de zogenaamde uiterlijke schoonheid bezat, gooide ik mij op de dichtkunst. Is het u al opgevallen dat de meeste dichters lelijkerds zijn? U begrijpt? Maar Anne-Marie verhuisde naar Zuid-Amerika om met haar vader koffie te gaan planten, iets wat ze nu ontwikkelings-samenwerking zouden noemen. Ik stuurde haar al mijn bundels. Al die jaren schreef ik mij naar haar prachtige armen, naar haar dunne maar gulzige lippen. Ik heb me te pletter geschreven.’

915c9a40bc1f8780da008e534479ccca
De dichter wreef een traan weg en trok een schuifje open naast zijn bureel.
‘Haar eerste en tevens haar laatste brief.’
Hij keek me hoofdschuddend aan en las:
‘Beste Karel. Tot mijn spijt heb ik slechts vandaag, op mijn vierenzeventigste verjaardag ontdekt dat die dunne dure boekjes van jou waren. Ik heb altijd gedacht dat het reclame was voor medicijnen. Meestal ook duur uitgegeven met woorden die niemand begrijpt. Je laatste boekje ‘Land in zicht’ lijkt wel een liefdesverklaring te zijn. Is die voor mij bedoeld? Maar Karel toch! Ik ben een oude vrouw. Ik mank een beetje, snurk in mijn slaap en ik ben een beetje uitgedeind. Had je me dat veertig jaar eerder geschreven, heel gewoon, iets in de aard van: ik zie je graag, ik was dadelijk naar je toe gekomen.’

hart

De dichter legde het briefje voorzichtig op zijn werktafel en keek naar zijn dichtbundels. Hij plukte er eentje uit het rek en betastte een pagina tussen duim en wijsvinger.
‘Dat zou best kunnen dienen,’ zegde hij opgelucht. ‘Niet te hard, kleine handzame blaadjes, en je hebt nog wat te lezen in afwachting van het resultaat.’
‘Wilt u ze allemaal als toiletpapier gebruiken?’
De dichter knikte.
‘Met uitzondering van enkele vroeg na-oorlogse edities. Dat papier lijkt nergens op. Te ruw.’
Ik zag hem rondkijken. Zijn ogen lichtten op bij de open haard.
‘Misschien zal ik Anne zien in de vlammen. De eeuwig jonge Marie-Anne.’
Zijn besluit spaarde alvast de loodgieters-kosten uit, maar daarmee kun je een diep ongelukkige dichter niet troosten.
‘Het vuur reinigt al onze dwaze verlangens. Zullen we?’
En wat denk je? Tot mijn diepe schaamte moet ik bekennen dat ik als een beulsknecht heb meegewerkt aan een boekenverbranding. De eerste edities wilde hij nog voorlezen voor hij ze aan het vuur toevertrouwde maar na ‘Bloemen op de tovermuur nummer drie’ hebben we de rest in één keer opgeofferd. De oude gewaden, weet je nog.  Morgen begint hij immers opnieuw.  Herinneringen mengen zich graag met dromen. Om ze uit te geven heb ik ook al een idee opgedaan.

202723f4280c10b07583319adadc4eb0
(En wat de schrijver in 1978 schreef en vandaag tot dit verhaal herwerkte is blijkbaar al werkelijkheid geworden. Met een suggestie om ook het rolletje creatief te gebruiken. Dichters, aan de slag!)

Paper Cut Zoo Girafea, 2010 by Anastassia Elias
foto boven:  Sarah Horrigan, schilderij Triptych Francis Bacon

Judit en Holofernes, een succesverhaal (2)

2-orazio-gentileschi-giuditta-e-l-ancella-1610-1612-collpriv-665x883

Op zoek naar een verklaring voor het succes in de kunst van dit bijbelse verhaal wordt meestal gewezen op de allegorische veelvuldige in- en uitgangen van het scenario. Voor katholieken was het nu eenmaal een onderdeel van de heilige schrift terwijl het voor hedendaagse voorvechters van vrouwenrechten ook duidelijke mogelijkheden tot interpretatie biedt.
Was Judit(h) niet een symbool voor Maria die het tegen de duistere machten van de duivel opnam, of voor de Kerk als bruidegom van Christus?
De tekst uit het verhaal: ‘De Heer heeft hem neergeslagen door de hand van een vrouw,’
wijst in die richting maar laat de dubbelzinnigheid open of ‘de hand van een vrouw’ hier als troostprijs of statement bedoeld is, zoals: ‘zelfs de kracht van een vrouw volstond om het kwade te overwinnen’ – uiteraard met hulp van hogerhand-.

17593a0b1ce8b236d1adeb8ff99cced1

‘Toch is het ongetwijfeld zo, dat Judith in de middeleeuwse christelijke wereld een bekende figuur is geweest, een bekendheid die ze in de eerste plaats te danken had aan haar symbolische betekenis. Het is immers vooral door de gangbare typologische verklaring van het Oude Testament dat de bijbelse heldin een vertrouwd beeld is geworden in de iconografie van de middeleeuwen en daardoor reeds vroeg op de gemoederen inwerkte. In de religieus geïnspireerde literatuur zowel als in de beeldende kunsten wordt Judith, dikwijls samen met Jaël en Esther, in verband gebracht met Maria, of zelfs uitsluitend als prototype van de moedermaagd geciteerd: haar overwinning op Holofernes symboliseert de overwinning op de duivel.’

gravure judith

(Het Judith-thema in de Nederlandse lettrkunde De rederijkersperiode, Anne Marie Musschoot, Jaarboek De Fonteine Jaargang 1969-1970 (1972) )

https://www.dbnl.org/tekst/_jaa005196901_01/_jaa005196901_01_0002.php

In datzelfde artikel hierboven geciteerd las ik dat een van de opvallende kenmerken van het toneel der rederijkers in de 16de eeuw de vermenging is van abstracte redeneerzucht en verheven aspiraties met plat realisme. Bij een spektakel ter ere van de intocht van de Spaanse kroonprins in 1549 in Doornik werd de rol van Holofernes gespeeld door een ter dood veroordeelde die van zijn ‘tegenspeelster’ enkele rake klappen kreeg en hem daarna resoluut het hoofd afhakte met een kromzwaard. (!) Filips II glimlachte ‘discreet’ en wendde zelfs het hoofd niet af, vertelt de kroniek.

Judith-and-Holofernes-Matteo-Rosselli-Oil-Painting-510x713

Honderd jaar later voert Vivaldi in zijn Juditha Triumphans als allegorie ten tonele:

‘Judith blijkt ook in de tijd van Vivaldi een veelgebruikt icoon te zijn geweest voor uiteenlopende doeleinden. Vivaldi heeft zijn oratorium geschreven als allegorie op de oorlog van zijn geboorteplaats Venetië tegen de Turken, die Corfu belegerd hielden. Judith staat daarin symbool voor Venetië, terwijl Holofernes de Turkse sjah representeert. Vivaldi maakt van Judith een heldin in een Christelijke context en gebruikt haar vanuit zijn eigen politieke overtuigingen, waarin hij Judith neerzet als strijdster, femme forte en deugdzame vrouw.(uit samenvatting van master scriptie J.A.M. Dekker, universiteit A’dam.)’

gravure hendrik goltzius

Natuurlijk krijgt ook de lijfelijke figuur van Judith alsmede haar nacht met Holofernes de nodige pictorale aandacht, vooral bij Noord Europese kunstenaars. (Vlaanderen, Nederland, Duitsland) Het uitbeelden van haar naaktheid was in de zestiende eeuw in Italië nog onmogelijk gebleken:

Judit.Mattijsjpg_1417421037

‘In Italien dagegen war es im 16. Jahrhundert offenbar kaum möglich gewesen, Judith als Akt darzustellen; selbst von Künstlern des 17. Jahrhunderts wurde sie allenfalls in Venedig mit entblößter Brust gezeigt. Dagegen stößt man in Deutschland und den Niederlanden auf zahlreiche Wiedergaben der entblößten Heldinstößt. Dabei machte es keinen Unterschied, ob die Auftraggeber oder Künstler der katholischen Kirche oder der protestantischen Konfession angehörten; in beiden wurde die Heldentat Judiths – trotz Luthers Degradierung zur Parabel – als vorbildhaft angesehen und sowohl bildnerisch als auch in Predigten gepriesen, wobei sie v.a. durchihre Frömmigkeit wie ihre Entscheidung zum politischen Handeln zur Leitfigur wurde.
Beham_Judith_servant2
Die ikonographische Innovation der nackten Judith-Darstellung schreibt Straten dem künstlerischen Bedürfnis zu, Personen unbekleidet zeigen zu wollen. Dabei wird die Heldin auf ihren Körper sowie ihre Attribute reduziert. Die Bedeutung der Aktdarstellung soll somit ambivalent sein: zwar knüpft die Nacktheit sowie die zumeist kontrapostische Haltung der Dargestellten an antike Ideale an, gleichzeitig wird Judith dem Betrachter durch eben diesen Umstand des Unbekleidet seins auch näher gerückt. Dabei sei die „Widersprüchlichkeit zwischen Realitätsbezogenheit und deren gleichzeitiger Transzendierung“ typisch für das Zeitalter der beginnenden Renaissance. In dem die nackte Judith in die Nähe antiker Göttinnen rückt, wird zugleich die Tugend der Castitas, die in ihrer Personifizierung gesehen wurde, in frage gestellt. Einige Darstellungen zeigen Judith mit verrutschter, ungeordneter Kleidung oder sogar in engem Kontakt mit Holofernes, wodurch die Darstellungen etwas Anzügliches bekommen.’
(Die Gestalt der biblischen Judith in der Kunst des 19.Jahrhunderts – von der Heldin zur femme fatale, Magisturarbeit zur Kunstgeschichte, Kathrin Reining)

https://asw-verlage.de/getmedia.php/_media/201409/12270v0-orig.pdf

Judith-and-Holofernes-Ambrosius-Benson-Oil-Painting-510x703

Dat eeuwige gevecht tussen ‘Realitätsbezogenheit’ en haar ‘Transzendierung’ stelt zich zeker bij het begin van de rennaissance.
In tegenstelling met de beeldvijandige protestantische opvatting beroept de kunstenaar zich op het antieke voorbeeld en benadert Judith de antieke godinnen, maar wordt tegelijkertijd de deugd van kuisheid die in haar personificatie werd gelegd in vraag gesteld.
Enkele voorstellingen tonen Judith in wegglijdende, ongeordende kledij, of zelfs in nauw contact met Holofernes waardoor die voorstellingen een beetje een aanstootgevend karakter krijgen. Wordt in Noord Europa Judith als naakt voorgesteld dan komt de bijbelse betekenis op de tweede plaats.
Het spel van de verleiding, de belangstelling voor anatomisch in detail getrouwe vrouwenlichamen en de erotische blik – zowel van Holofernes als die van degene die Judith bekijkt, komen op de voorgrond.

giovanni baglione

Een andere tendens in Noord Europa is een nieuwe interpretatie als iemand van de zogenaamde ‘sluwe vrouwtjes’. (‘listigen Weiber)
Sinds de zestiende eeuw duiken daar in zeer geliefde gravures Judith-voorstellingen op die noodlottige gevolgen van vrouwelijke macht en list schilderen. Hiervoor worden bijbelse en wereldlijke verhalen als die van Adam en Eva, Samson en Delila, David en Batsheba, Salome en Johannes de Doper, Phyllis en Aristoteles alsook de raadselen van de koningin van Saba en de verleiding van koning Salomon gebruikt als idolatrie door hun heidense vrouwen als illustratie van vrouwelijke macht en mannengekte te gebruiken.

unnamed
Naast deze voorbeelden waar de verbinding met mannen door de genoemde vrouwen gevaarlijk wordt, voert men ook vrouwen op die het geloof van hun volk in gevaar brengen. Judith, Esther en Suzanna werden hiervoor gekozen.
Daarbij werden grenzen die het onderscheid tussen als ‘listig’ aangeduide vrouwen en diegenen die door godsvrucht hun doel bereikten in de opvattingen van de 16de eeuw, niet duidelijk omlijnd.
Judith bleef meestal in hoofdzaak positief voorgesteld omdat haar dapper en godvrezend optreden niet zo vlug als ‘listig’ maar meer als moedig werd geduid.

Italian School; Judith and Holofernes
Italian School; Judith and Holofernes; Leeds Museums and Galleries; http://www.artuk.org/artworks/judith-and-holofernes-38796

De ambivalantie van Judith’s reddende daad, die door het uitspelen van haar vrouwelijke aantrekkingskracht als door het gebruik van een list haar opdracht vervulde, maakte van haar in de Vroegmoderne tijd een moeilijk personage.
Zowel haar schoonheid en haar erotische uitstraling als het ‘subversieve potentieel’ van Judith lieten kunstenaars aansluitend op haar terugvallen. Omdat Judith’s daad niet alleen de redding van haar volk maar tegelijkertijd het in gevaar brengen van mannelijke overheersing inhoudt, werd ze een ambigue figuur en dat door haar uitzonderingspositie onder de vrouwen als door haar eenmalig aktief optreden zoals het bijbelverhaal aantoont.
Zo speelt Judith, in tegenstelling met David, na haar reddingsoperatie geen rol meer in het openbare leven en trekt ze zich weer in haar privé-leven terug.

5bis-Cristofano-Allori-giuditta-con-la-testa-di-oloferne-1613.royal-collection-trust-Uk-665x799

Door de populariteit van het thema werd het voorstellingsspectrum van het bijbelverhaal weer verbreed: naast het geïsoleerde beeld van Judith met Holofernes’ hoofd koos men ook voor de voorbereiding van haar tocht naar het vijandelijk kamp, de onthoofding, de terugweg van Judith met haar dienstmaagd, alsook de triomfantelijke terugkeer naar Betulia waar het hoofd van de vijand werd tentoongesteld, tot het verdrijven van de vijand, vaak in hetzelfde beeld als de het centrale gebeuren.

slag

In een boeiende studie: ‘The sword of Judith, Judith studies across the disciplines’, te raadplegen via ‘Open book publishers’ (onderaan de verwijzing) wordt o.a. gewezen op ‘Judith imagery as Catholic Orthodoxy in Counter-Reformation Italy. Een invalshoek die hier zeer het vermelden waard is, of hoe een reeks van 28 Lateraanse Judith- fresco’s van Guerra en Nebbia een duidelijke ‘programma’-bedoeling heeft:
‘The point is clear: Judith is a historical personage and a prototype of both Ecclesia Militans and its pope, who will ensure the defeat of their heretical enemies.’
Ook de Maria-typologie komt hier uitvoerig ter sprake.

https://books.openedition.org/obp/972

detail6-artemisia-gentileschi-giuditta-e-la-sua-ancella-1618-1619-galleria-palatina-palazzo-pitti-firenzepart-665x611

En zo merken we dat het ’verbeelden’ van een discutabel bijbelverhaal ons meeneemt naar wat de mens dreef, drijft en zal blijven drijven: zijn wedervaren als een reis naar talrijke essenties vorm geven zodat het de korte tijd van ons verblijf overstijgen kan en ook de komenden weer aansluiting biedt en zin om de reis verder te zetten. De vragen blijven dezelfde, de antwoorden moeten telkens weer opnieuw gevonden worden.

248-bernardo-cavallino-giuditta-con-la-testa-di-oloferne-XVII-sec-nationalmuseum-stoccolma-665x871

‘Once, quite by accident, I opened a Bible with a postcard stuck in it at the story of Judith in the Apocrypha. Judith was the Jewish heroine who saved the Jews by killing Holofernes who was the general of the army besieging them. She dressed up as a prostitute and went to his tent and murdered him. And I was always amazed that she was considered to be a good woman – her motivation too in doing this. And then I discovered reading the story that her husband had died and she was in a state of grief and the rage of grief and somehow she had nothing to lose and she used the power of that grief and anger to carry out this incredibly brave act. So I wrote the poem in her voice’

Judith (1994)
Vicki Feaver (1943-)

Wondering how a good woman can murder
I enter the tent of Holofernes,
holding in one hand his long oiled hair
and in the other, raised above
his sleeping, wine-flushed face,
his falchion with its unsheathed
curved blade. And I feel a rush
of tenderness, a longing
to put down my weapon, to lie
sheltered and safe in a warrior’s
fumy sweat, under the emerald stars
of his purple and gold canopy,
to melt like a sweet on his tongue
to nothing. And I remember the glare
of the barley field; my husband
pushing away the sponge I pressed
to his burning head; the stubble
puncturing my feet as I ran,
flinging myself on a body
that was already cooling
and stiffening; and the nights
when I lay on the roof – my emptiness
like the emptiness of a temple
with the doors kicked in; and the mornings
when I rolled in the ash of the fire
just to be touched and dirtied
by something. And I bring my blade
down on his neck – and it’s easy
like slicing through fish.
And I bring it down again,
cleaving the bone.

The poetry Archive: https://www.poetryarchive.org/poem/judith

Screen-Shot-2018-09-27-at-4.49.21-PM

Judit en Holofernes, een succesverhaal (1)

4526

Bij het ‘koppenrollen’ van de laatste dagen, of zelfs ‘in ’t algemeen’ dacht ik dadelijk aan een treffend doek van een Nederduitse schilder Johann Liss, (of ook als ‘Jan Lys’ geschreven), die het thema van Judit en Holofernes moet illustreren, een apocrief bijbelboek -door de protestanten niet aanvaard maar opgenomen in het Oude Testament- waarin een mooie weduwe, Judit (zonder ‘h’!) haar stad bevrijdt van een boosaardige generaal Holofernes door met hem aan te pappen en hem in zijn dronken slaap te onthoofden, en vervolgens het hoofd op de stadsmuren ten toon te stellen waarop het vijandelijke leger op de vlucht slaat eens de belegerden op hen afstormen en de weduwe daarna als een heldin wordt gefêteerd.

detail jan lys

Dat Jan Lys Carravaggio ten zeerste bewonderde mag blijken als je deze versie met de zijne vergelijkt.
Waar de bewonderde nog volop aan de arbeid is, laat Jan Lys het resultaat zien terwijl het hoofd op de achtergrond in een zak, opengehouden door haar bediende, verdwijnt en Judit nog even omkijkt om de gedane arbeid te controleren of zeggen we oneerbiedig ervan te genieten?

Judith-Beheading-Holofernes-by-Caravaggio-1598-1599
Jan Lys (1597-1629-30?) wordt door zijn biograaf Arnold Houbraken in ‘De groote schouburgh der nederlandse konstschilders en schilderessen’ (3 delen) als een druk baasje beschreven die drie dagen en na nachten na elkaar kon doorwerken, ‘en al werd hem gezegd dat ‘zulke wijze van leven schadelyk en zijne gezontheid nadeelig was, ’t mogt niet helpen,’ schrijft Arnold. In Venetië staat hij klaar om naar Rome te vertrekken maar de pest ‘die toen te Venetien toenam dit voornemen belette en hem in steê van naar Rome naar de eeuwigheid deed reizen, in den bloei van zijn leven.’
Verder vermeldt de biograaf dat hij niemand iets naliet, want hij had zig gedragen naar de Italiaansche spreuk, welke op deze zin uitkomt: Zoo lang men van melk voor geld gerieft kan worden, hoeft men geen koe op stal te houden.’

fdetail carravaggio
De versie van Carravaggio toont nog enige terughoudendheid bij de uitvoerster: het verhaal gaat dat ze twee slagen nodig had om het hoofd van het lichaam te scheiden. De belichting is echter duidelijk: fel wit van bovenkledij is zij als heldin toch ook nog een vrouw gebleven die met enige afkeer haar plicht vervult, waar een man brutaler en direkter zou zijn afgebeeld.

GENTILESCHI_Judith

Maar ook een vrouwelijke kunstenaar heeft haar gepenseeld, Artemisia Gentileschi (1593-1652) (ook haar vader maakte een versie die een ‘vriendelijker’ karakter had dan die van zijn zijn dochter hierboven.) Hier is van ‘terughoudendheid’ veel minder sprake, eerder afkeer lees je op haar gezicht. Wie haar biografie leest zal begrijpen waarom:

‘Gentileschi kreeg haar opleiding in eerste instantie bij haar vader, Orazio Gentileschi, in Rome, waar zij meer talent bleek te hebben dan haar broers. Daarna werd zij in 1611 leerlinge van Agostino Tassi, een landschapsschilder, die haar het perspectieftekenen leerde, maar die haar ook verkrachtte. In de periode hierna bleef zij een seksuele relatie met Tassi houden, in de verwachting dat hij haar zou huwen en haar eer zou herstellen. Toen dat negen maanden na de verkrachting nog niet was gebeurd, diende haar vader een klacht in tegen Tassi, waarbij hij ook aangaf dat Tassi een schilderij van Judith uit het huishouden van de Gentileschi familie had gestolen. Tijdens het proces werd Artemisia Gentileschi onderworpen aan een gynaecologisch onderzoek en werd zij ook gemarteld met duimschroeven om haar verklaringen te verifiëren.’ (Wikipedia)

fragment GENTILESCHI_Judith

Agostino Carracci maakt rond 1590-1595 een portret waarin de dame, Olimpia Luna als Judit wordt afgebeeld en het hoofd van Holofernes als Melchiorre Zoppio, bijkbaar haar man. Deze interpretatie wordt sterk in twijfel getrokken. Leuk zou het wel zijn dat je kon poseren als moedige Judit en Holofernes de trekken van je aartsvijand kon krijgen. Ik merk dat er ook al handtassen en dito bestaan met deze afbeelding.
Nog een mogelijkheid:
En effet, le fait que Agostino Carracci a fait un portrait de Olimpia Luna est documentée par des sources et surtout de prière récitée par Lucio Faberi funérailles (ou Faberio), le notaire Société des peintres à Bologne, lors de la commémoration solennelle qui a été accordé Agostino Carracci en Janvier 1603, environ un an après sa mort.

portrait-of-olimpia-luna-and-melchiorre-zoppio-as-judith-and-holofernes-agostino-carracci-

Il a dit dans cette prière – joué par Carlo Cesare Malvasia dans le chapitre sur les funérailles d’Augustin Felsina Peintre (1678) – qui à Olimpia Luna était un portrait à titre posthume. Considérez le fait que Faberi “bien que beaucoup se fait en présence bien dépeindre le naturel, si le plus à même dans absenza; grand et merveilleux, il est sans doute de le faire par la peinture personne déjà morte, enterrée, jamais vu sans dessein ou impronto, mais pour une relation simple des autres. […] Donc, pour le rapport de mari [Agostino Carracci] il a fait le portrait de sa femme Olimpia Luna, qui était la plus excellente femme Melchiorre Zoppio». (Bookwiki: Portrait d’une dame que Judith)

http://boowiki.info/art/peintures-par-agostino-carracci/portrait-d-une-dame-que-judith.html

detail portrait-of-olimpia-luna-and-melchiorre-zoppio-as-judith-and-holofernes-agostino-carracci-

Uit een vers van Melchiorre Zoppio zou je kunnen uitmaken dat hij terugdacht aan zijn gestorven vrouw Olimpia die hem op een nacht in een visioen een bezoek bracht. Hij beschrijft haar kledij in dit vers, een beschrijving die in hoge mate overeenkomt met het schilderij. Of hij zichzelf als Holofernes zag vermelden de bronnen niet.
Ik zie dat het portret bij Christie’s recent voor $869.000 verkocht is. Je zou van minder je hoofd verliezen.

Terug naar het midden van de zestiende eeuw voor de versie van Giorgio Vasari (1511-1574)

Giorgo_Vasari_-_Judith_and_Holofernes
Giorgio Vasari, perhaps best known as the author of the Lives of the Artists, painted an extraordinary image of Judith and Holofernes in ca. 1554 (Fig. 18.4).18 A student of Michelangelo and an admirer of Donatello, Vasari combined visual quotations from both masters’ works with his own special ”twist” in the presentation and meaning of Judith’s ”ornaments.” Dressed in a garment composed of a pale pink cuirass with gold trim at the neck, shoulders, and sleeves, Vasari’s Judith sports a multi-tiered, high-waisted, pale green skirt clasped with an extraordinary girdle. My initial attention is given over to the elegant girdle studded with cameos and the partially unhooked high-waisted skirt. The former is, of course, new in Judith iconography. I believe that Vasari is the first artist to incorporate the cameo so prominently in this theme, while Artemisia Gentileschi transports this ornament to its highest artistic presentation. ( Diane Apostolos-Cappadona)

Alsof ze krullen van Kronos vastheeft vormt haar gestrekte houding een dwarsdiagonaal bovenaan gerond door het blinkend zwaard. Alles is compositie in dit beeld.

Dat hij een student van Michelangelo is geweest kun je zien door de vergelijking te maken met de houding van de Libische Sibille in de Sixtijnse kapel

libische sybille

This classical prophetess sits across the ceiling from her Hebraic counterpart, Jeremiah, as they frame the center episode of the Separation of the Light from the Dark. This is an appropriate partnership as the Libyan Sibyl prophesied the ”Coming of the day when that which is hidden shall be revealed.” Initially interpreted as a reference to Alexander the Great as the conqueror and ruler of Egypt, the Church Fathers understood it as foretelling Christ as the ”Light of the World.” (ibidem)

sybille groot

Michelangelo’s sibyl – clearly inspired by the powerful movement and dimensionality of Hellenistic sculptures, such as the Belvedere torso – is seated, like Vasari’s Judith, with her back turned toward the audience. Further, both women have naked shoulders and upper backs to emphasize their muscularity and their freedom of movement. Similarly, both wear that high-waisted skirt which is unhooked above the girdle, thereby drawing attention to this section of the painting. The elegant coiffures of braided and bound blonde hair provide another visual connector between the Christian Judith and the classical world. (ibidem)

Lucas_Cranach_d._Ä._-_Judith_Victorious_-_WGA05720

De zegevierende Judith van Lucas Cranach de Oudere (1472-1553) bevindt zich in het Grunewald Jagdschloss in Berlijn terwijl een andere versie in Kassel verblijft. De Berlijnse is coquetter, ze draait meer naar links en bekijkt ons vanuit haar ooghoeken. De Kasselse is meer naar het midden gedraaid, lijkt eenvoudiger en beter uitgelicht. In het Kunsthistorisch Museum in Wenen kun je de derde versie bekijken, een combinatie van de Berlijnse en de Kasselse met Judith gekleed naar de mode van 1530. In het Metropolitan Museum of Art in New York hangt er nog een versie. Blijkbaar was hij zeer begaan met het thema want in zijn werk is er nog een maaltijd en een scene van het gebeuren zelf. De vraag naar het onderwerp was duidelijk aanwezig!

2judith1 de kasselse
We hebben meteen een brug gemaakt vanuit de late middeleeuwen naar de rennaissance. De mythologische figuren en heiligen zijn duidelijk herkenbare (welstellende) wereldse vrouwen geworden. (hieronder: Vincent Sellaer, late 16de eeuw)

Vincent-Sellaer-Judith-with-the-head-of-Holofernes-late-16th-century-Oil-on-panel-Long-term-loan

In een volgende bijlage onderzoeken we achtergronden en de allegorische in- en uitgangen van dit verhaal in de beeldende kunst van rennaissance en barok. Het gedicht hieronder belicht een van de vele hedendaagse benaderingen.

john-graham-judith-beheading-holofernes-by-john-graham-after-caravaggio-bluethumb-d8a1

https://www.bbc.co.uk/sounds/play/m0002hl7

Like Judith Slaying Holofernes

Paul Tran

I know better than to leave the house
without my good dress, my good knife

like Excalibur between my stone breasts.
Mother would have me whipped,

would have me kneeling on rice until
I shrilled so loud I rang the church

bells. Didn’t I tell you that elegance is our revenge,
that there are neither victims nor victors

but the bitch we envy in the end? I am that bitch.
I am dogged. I am so damned

not even Death wanted me. He sent me back
after you sacked my body

the way your armies sacked my village, stacked
our headless idols in the river

where our children impaled themselves
on rocks. I exit night and enter your tent

gilded in a bolt of stubborn sunlight. My sleeves
already rolled up. I know they will say

I am a slut for showing this much skin, this
irreverence for what is seen

when I ask to be seen. Look at me now: my thighs
lift from your thighs, my mouth

spits poison into your mouth. You nasty beauty.
I am no beast, but my blade

sliding clean through your thick neck
while my maid keeps your blood off

me and my good dress will be a song
the parish sings for centuries. Tell Mary.

Tell Eve. Tell Salome and David about me.
Watch their faces, like yours, turn green.

Judith-and-Holofernes-Ambrosius-Benson-Oil-Painting-510x703

(Ambrosius Benson Lombardije1495- Brugge 1550)

botticelli_judith_holo2_grt

Sandro Botticelli, de terugkeer van Judith

Ivon Hitchens, painted to be listened to

Hitchens_FlowerPiece43_Sheffield-670x1024

Flower Piece 43 Sheffield 670 x 1024

Hij woont in de stad. Hij koopt een stuk land op het platteland. Daarop zet hij een primitieve caravan. Daarna bouwt hij er een atelier, gevolgd door een huis. Hij woont er er met vrouw en zoon en werkt er.
De geschiedenis van Ivon Hitchens (1893-1979) schilder die door het (te) vele werk dat hij produceerde het beste van zijn oeuvre camoufleerde.
Zeventig van zijn doeken worden nu in de Pallant House Gallery in Chicester UK tentoongesteld met ‘Space through colour’ als motto.

Ivon-Hitchens-Mixed-Poppies-web

Mixed Poppies

Bekijk het filmpje: zijn naaste medewerker vertelt er over de werkwijze van de schilder terwijl enkele van zijn merkwaardige doeken worden belicht.
Je kunt heel moeilijke woorden gaan zoeken om compositie, kleurgebruik, inzicht en uitzicht te omschrijven. Je kunt hem linken of op zoek gaan naar multiple verschijningsvormen van het abstracte.

De schilder zelf: ‘My pictures are painted to be listened to and its dance plays off depth against width.’
Beter kan ik het niet omschrijven.
Schilderwerk om ook te beluisteren en de beweging er in speelt diepte en breedte tegen elkaar uit.

page_1

A Standing Jar of Flowers 64.8 x 88.3 cm

Natuurlijk is er de ruimte door het licht van zijn penseel: niet alleen de kleuren die op zichzelf en hun vormelijkheid aanwezig zijn, maar door hun onderlinge wisselwerking voor tonaliteiten zorgen waarin de structuur  gaat meespelen.

ivon-hitchens_cloud-study_c1948oil-on-canvas_41x87cm

Cloud study c1948 oil on canvas 14×87 cm

De liefde voor het licht laat je  geluiden vermoeden, tussen het bewegen van de wind in de bomen en muziek die de verte met het heel nabije verzoent. Het intieme met het wijdse van het landschap.

Studio-with-Open-Doors-c.1942-by-Ivon-Hitchens-Private-Collection-©-The-Estate-of-Ivon-Hitchens.-All-rights-reserved-DACS-2019

Studio-with-open-door c.1942

Ivon Hitchens (1893 – 1979) is much-loved for his landscape paintings featuring swathes of bright colour, many painted in the open air surrounding his secluded Sussex home. Yet there is more to the artist than the post-war work for which he is best known. This exhibition, the largest on Hitchens since 1989, considers the whole scope of the British painter’s career, which spanned a remarkable six decades.

Hitchens_Flowers_Pallant-940x1024

Flowers Pallant 940 x 1024

Hitchens was a progressive artist in the 1920s and ‘30s. He was one of the earliest members of the experimental Seven and Five Society alongside Ben Nicholson, Henry Moore and Barbara Hepworth. He also tapped into what was happening on the continent, particularly in France. Whilst looking to Cèzanne and Matisse in particular, Hitchens chose to focus on the subject matter right in front of him – the landscapes of Sussex, as well as flower paintings, interiors and studies of the nude and of family members.

Hitchens_Spring-Mood33_JonathanClark-1024x721

Hitchens Spring Mood 33 Joanthan Clarck 1024 x 721

His retreat from London to Sussex at the outset of the Second World War gave rise to an extraordinary body of paintings that were international in spirit despite being rooted in the English landscape. During this time he painted repeatedly at his home near Petworth, and at surrounding locations in the South Downs – Heyshott, Didling and Iping Common in particular. The last decade of his life saw a heightening of his palette, as he spent more and more time at his holiday coastal cottage at Selsey.

https://pallant.org.uk/whats-on/ivon-hitchens-space-through-colour/

Hitchens_BorderDay25_Ashmolean-1024x917

Border Days 25 Ashmolean 1024 x 917

“The constant transition of natural light provided him with endless inspiration; subtle tonal divisions contrasting with white areas of the canvas that allow the eye to rest. They are works defined by an astonishing structural integrity.” (Lambirth)

113

Woodland Walk and Farm Fields 1972  42 x105,5 cm

“When you look at Hitchens’ landscapes, you’re also looking at rhythm and different divisions going through the image. That’s why he favoured working on long, thin canvases, because they could be split up into three or four sections that played out visually like movements in a symphony.” (Lambirth)

Hitchens, Ivon, 1893-1979; River Scene at Holbrook and Molly in a Boat

River scene at Hoolbrook and Molly in a Boat

“What I see and feel, I try to reduce to patches and lines of pigment, which have an effect on our aesthetic consciousness, independent of (though interpreting) the facts of nature in terms of a relationship of all the parts.”

Autumn Composition, Flowers on a Table 1932 by Ivon Hitchens 1893-1979

Autumn Composition, Flowers on a table 1932

In art historical terms, the biggest influence felt in Hitchens’ work is that of Cezanne. Not only did he find Cezanne’s approach to deconstructing the motif helpful to his own work but in the same way that Cezanne was able to paint his own artistic vision of Provence, Hitchens dedicated much of his career to depicting his beloved East Sussex. His approach to painting is enormously indebted, as with the majority of twentieth century artists to Cezanne’s insistence on conveying the underlying structure of his motif. The viewer is always aware of the backbone of the subject matter and how all components fit together. (Charlotte Riordan)

BV154-980x1200

Woman playing the piano, ca 1932 (57 x 46cm)

In a conscious effort to distract the viewer from immediately and instinctively seeking a recognizable figurative pattern, a conventional three dimensional object, Hitchens paints in a way which first demands that we explore the two dimensional canvas: the juxtaposition of cool and warm shades, light and dark tones, a variety of edges, textures and organic lines. Then and only then do we identify the flowers bowing their heads towards the viewer, perhaps the blue sky seen through a window on the left. It is not three-dimensional shading that conveys the presence of the flowers in conventional perspective but rather the layering of fields of colour one on top of each other that implies recession into space. The compositional elements in this flower piece take on a general structural role, and Hitchens, not unlike Cezanne, blurs the lines between still life and landscape, the area on the left becomes a general sign for the sky whereas the dark linear shape on the right could be a wall by a country lane or a fence.
(Charlotte Riordan)

422 - Ivor Hitchins

Still Life 1932 (sold for £79.250)

“I love flowers for painting. One can read into a good flower picture the same problems that one faces with a landscape, near and far, meaning and movements of shapes and brush strokes. You keep playing with the object.” 

Hitchens_CurvedBarn22_Pallant-1024x689

Curved Barn 22 Pallant 1024 x 689

1.-Garland-N37768-Foamex-outside-doors

De vreemde tuin, geschilderd door Jozef Mehoffer

Józef_Mehoffer_-_Dziwny_ogród

‘De vreemde tuin’ kreeg het werk als naam. (217 x 208cm) Geschilderd door de Poolse kunstenaar Jozef Mehoffer. (1869-1946) Goede vriend van Stanislaw Wyspianski, die een mooi portret van hem tekende, zie onze bijdrage: https://indestilte.blog/2018/01/11/prentjes-kijken9-onsterfelijk/

Józef_Mehoffer_by_Wyspiański,_1898

Het werd geschilderd tijdens de zomervakantie in 1902 in Siedlec, een dorpje in de omgeving van Krakow waar hij verbleef met zijn familie. Hij voltooide het in 1903 zoals je bij de handtekening kunt lezen. De volgende drie jaar werd het tentoongesteld in Wenen, St. Louis, Chicago en München, waar het erg geapprecieerd werd door bezoekers en jurie’s. Nu te zien in het Nationaal Museum, Warchau.

3 personages

Je ziet er drie personages: de vrouw van de schilder, zijn zoon en de nannie.
De aslijn van de composite wordt gevormd door de diagonaal die ontstaat door de passage die door de tuin loopt.
De figuren komen uit de boomgaard tevoorschijn, een gang beschaduwd door de kruinen van appelbomen en komen ons tegemoet, stappend in een open door een verblindende zon overgoten ruimte.

kind alleen
Op de gulden snede zie je het gouden bijna overbelichte naakte kind met lange stelen van rozerode stokrozen in de hand. Het is duidelijk de gids van de stoet.
Houding en belichting benadrukken zijn charme en onschuld.

vrouw alleen
Hij wordt gevolgd door de moeder in een elegant saffierkleurig kleed met dito hoed. In de diepe lommerd lijkt ze eerder uit een portretstudie te komen. Het onderste gedeelte van haar kleed is nog zon belicht, de stoflagen glanzen. Terwijl ze het gebladerte van een appelaar aanraakt kijkt ze naar ons of naar haar man, de schilder.. Op de achtergrond de nannie in traditionele kledij van de Krakow-streek.
Het is duidelijke volle zomer. Het overdadig groen van de bomen en het gras, de kleurrijke bloemen, de volle zon, takken die doorwegen onder het rijpend fruit.
Het kleurenpalet loopt van groen met bruin doorweven met dunne tinten van de stammen en kleuren van weidegrond tot grotere vlekken van bloemenkleuren door het kind gedragen naar lichtende guirlandes aan de bomen opgehangen. De verschillende kleuren die elke figuur omgeven breken de frisse en vrolijke natuurtonen terwijl het geheel van het schilderwerk samengehouden wordt door een heel eigen bijzondere gloed.

Heel eigen aan de compositie is het gelimiteerde gezichtsveld. De kijker kijkt in de tuin van dichtbij en heeft geen zicht op de begrenzing ervan. Het schilderij toont enkel een fragment van de ruimte die dicht begroeid is met overvloedige beplantingen.
De figuren worden van bovenuit bekeken en de verheven invalshoek komt in tegenbalans met de verhoging van het landschap op de achtergrond. Het werk bezit een vredevol innerlijk ritme dat de kijker meeneemt van de figuren op de voorgrond naar het beschaduwde tuinpad. Deze beweging door de diagonale as wordt nog verhevigd bij de bloemenguirlandes langs beide zijden opgehangen en het ritme van de boomstammen in de verte.

insect alleen

Zijn we de reusachtige libelle vergeten die blijkbaar moeilijk met de opgeroepen vrede te harmoniëren is? Noch naar schaal noch naar perspectief van het schilderij kun je de aanwezigheid ervan verklaren. Al is haar verschijning in de tuin natuurlijk toch lijkt ze een vreemd lichaam, niet in overeenstemming te brengen bij het decor en de figuren die haar niet eens lijken op te merken.
Is het de schilder zelf, die reageert op het idyllische waarin hij zijn vrouw en kind heeft afgebeeld?
Een commentator:
‘The dragonfly could also be considered an element denuding the conventionality of the depiction. The insect is completely flat and doesn’t fit the painting’s space, which seems to negate the rules of its construction.’ (Magdalena Wroblewska Culture PL.)
Een andere bron citeert de schilder in een brief aan zijn vrouw:
“Now, you are to me practically synonymous with the colour of sapphire, and holding you close, though across such a distance, I immerse myself in that colour.”
De libelle als behoeder van de familie?
In zijn dagboek noteert hij:
“I can’t say that I know what to paint, the idea is a general one: an idea of life, delight, pleasure, joy, light, sunshine and warmth.”
Een perfect schilderij dus om de zomer te vieren.

Bron: Mooie tekst van Zuzanna Stanska (2017):
(https://www.dailyartmagazine.com/jozef-mehoffer-strange-garden/)

Autoportret_Jozefa_Mehoffera
Een kleine collectie van zijn werken:
http://thewomangallery.com/jozef-mehoffer-1869-1946/

Op zoek naar meer betekenissen voor de reusachtige libelle, nog deze bemerkingen.

De Poolse naam ważki różnoskrzydłe slaat op de vleugels en betekent vrij vertaald ‘echte andersvleugeligen’.
De larven worden nimfen genoemd.(naiaden, najaden)

Libellen duiken op vele verschillende manieren op in de cultuur. In Egypte zijn libellen sinds het Middenrijk (2040 tot 1783 voor Christus) bekend als onderdeel van amuletten.

In West-Europa werden libellen vroeger gezien als vertegenwoordigers van de godin voor de vruchtbaarheid Freya. Toen het christendom zijn intrede deed werden heidense goden en symbolen -waaronder libellen- als duivels beschouwd en dit komt tot vandaag de dag terug in de naamgeving van libellen in verschillende talen. In het Duits werd wel de naam teuffelsnadeln (duivelsnaalden) gebruikt. De Zweedse naam trollsländor (trollenvliegen) slaat op de folklore in het land waarin libellen als een instrument van de Duivel werden gezien om de ziel te wegen door over iemand heen te vliegen.

Libellen worden echter ook wel aangeduid met enkele meer liefkozende benamingen vanwege hun opvallende verschijning. De Duitse dichter en zoöloog Hermann Löns beschreef ze eens als ‘boden van de zomer’ en ‘herauten van de zon’.

SONY DSC

(foto Ron Poot)

Libellen spelen een belangrijke rol in de Japanse cultuur, waar ze worden aangeduid met tombo. De oude naam van Japan is Akitsushima, dit betekent letterlijk vertaald libellen (akitsu) -eiland (shima). Afbeeldingen van libellen duiken op in oude Japanse kunst, zoals tekeningen en in haiku, een Japanse dichtvorm. Libellen worden gezien als een symbool voor de herfst. Van de eerste Japanse Keizer Jinmu wordt vermeld dat hij, staand op een hoge berg, de vorm van Japan erg op een libel vond lijken.
Een andere mythe betreft de 21e keizer van Japan Yuryaku die eens gebeten werd door een steekvlieg. Een libel kwam echter tevoorschijn die de keizer bevrijdde van het insect door het te doden.
Een bekend en populair Japans kinderliedje is Aka Tombo, wat vertaald kan worden als ‘rode libel’. Het werd geschreven als een gedicht door Rofu Miki in 1921 en werd in 1927 door Kosaka Yamada bewerkt tot een lied. (Wikipedia en dergelijken)

deva-darshan-458931-unsplash-1170x780

Bij naderend onweer, een herinnering met geluiden

JAPANESE-VILLAGE-and-Villagers-Rain-Storm-Art-Postcard

6’32”

(Zet bovenstaande BBC-geluidsopname op voor je aan de tekst begint, en luister een minuutje.)

Herinner je
de zomer in je kindertijd.

Warme dagen in overvloed
en bij het donker worden
de eerste druppels
met in de verte
aankomend gedreun in de dreigende lucht.

Luister.
Het komt dichterbij, papa.

Je telt de afstand in seonden
tussen bliksem
en de rollende wolkentrein.

De boomgaard lekt,
wordt hevig opgelicht:
je dacht een geest te zien.

Iemand tilt je op
en laat je veilig landen
op zijn schoot.

Luister naar de regen, zegt hij.
Alles vertelt hij
als je zijn letters kunt horen.

(en luister dan naar de regen en herinner je de letters)

6’24”

76.2553.63_ph_web-1

Met dank aan het BBC-geluidsarchief. Bij de geluiden kun je ook je eigen herinneringen schrijven of schilderen of…

De mooie regensonate van Brahms als voorbeeld.

 

Ludwig von Hofmann, heimwee naar Arcadië

Ludwig_von_Hofmann,_Die_Quelle_(1913)

In het zesde hoofdstuk van Thomas Mann’s ‘Toverberg’ verdwaalt Hans Castorp bij een wandeling in een sneeuwstorm.
Aan de beschuttende kant van een hooi-opper valt hij in slaap.
Terwijl de storm woedt, ziet hij in zijn droom een landschap „in wachsender Verklärung“, een zee-inham „von tiefer Himmelsreinheit“ waar edele jongemannen en mooie meisjes in „verständiger Frömmigkeit“ volop in de weer zijn, sommigen met het mennen van paarden, anderen met boogschieten, om fraaie reidansenden niet te vergeten.
Een visioen van een wereld die baadt in onschuld, geschilderd door Ludwig von Hofmann.(1861-1945)
De schrijver uit Lübeck had de schilder uit Darmstadt op het hoogtepunt van de Jugendstil-beweging voor de eerste wereldoorlog ontdekt. Hofmann’s schilderij ‘Die Quelle’  (zie hierboven) aangekocht in 1914 hing tot aan Thomas Mann’s dood boven zijn schrijftafel; en behoort nu bij het Mann-archief ETH Zürich.
Twintig jaar daarvoor kwam de toen 28-jarige schilder in Berlijn in contact met een breder publiek. (Andreas Kilb F.A.Z.)

3 mädchen am waldbach

Auf der zweiten Gruppenausstellung der Vereinigung der XI im Palais Redern – an dessen Stelle heute das Hotel Adlon steht – waren Hofmanns zartfarbene Frühlingsphantasien das Tagesgespräch. Ein Jahr später, als die Ausstellung der Elfergruppe in der Berliner Kunstszene fest etabliert war, zeigte Hofmann mit „Frühlingserwachen“ und „Drei Mädchen am Waldbach“ zwei seiner Hauptwerke. Zarte, skizzenhaft umrissene Mädchen- und Jungenkörper lagern an Wiesenbächen oder pflücken Blumen am Teich. Die Reaktion auf die Ankunft des Jugendstils in der kaiserlichen Metropole war gespalten: Während ein Kunstkritiker den Maler als „Genie ohne Arme“ verspottete, pries Walter Leistikow, der Sprecher der elf, Hofmann als den eigentlichen Neuerer der Gruppe. (Andreas Kilb F.A.Z.)
In het ons geliefde Berlijn kun je nu in het Bröhan- museum gaan kijken naar een verzameling van de toenmalige ‘Vereinigung der XI’.

15076771725_8351bd7115_b

‘Der Elferbund’ gesticht in de lente van 1892 als tegenbeweging op de reactionaire koers van de Pruisische Kunstacademie en de vereniging van de Berlijnse kunstenaars, was een kort leven beschoren. Al in 1899 loste hij op in de stichting van de Berliner Secession. Toch waren de elf belangrijk als weg-bereiders van de Duitse kunstbewegingen uit de twintigste eeuw.
Toen de eerste groepstentoonstelling in de zalen van van de Galerie Schülte op de Pariser Platz werd geopend, waren er vier van de belangrijkste latere Secessionisten bij – Leistikow, Hofmann, Skarbina en Max Liebermann.
Geen van hen was tot dan in de hoofdstad bekend geworden. Het impressionisme was in de hoofdstad nog slechts een gerucht, het symbolisme slechts een ver gefluister. Daarom had ieder van de vier de opmerkzaamheid van de media nodig ‘für einen marktgerechten Auftrit’. (ibidem)

Ludwig_von_Hofmann_-_Narcyz

Graag bespreek ik in deze bijdrage werk van Ludwig von Hofmann en in een volgende  werk van Max Liebermann. (In bijdrages uit 2006 hebben we reeds een benadering beschreven. Ook uit die artikelen citeren we hier.)
Ludwig von Hofmann’s kunst heeft bronnen van het symbolisme gemengd met Jugendstil-invloeden (o.a. beïnvloed door Pierre Puvis de Chavannes en Maurice Denis) , werd daarna wel eens geduid met de term ‘with an Uranian inclination in his art’ wegens de aanwezigheid van vooral naakte mannen- en jongensfiguren, maar naarmate het doel dat de bespreker voor ogen had zou je hem net zo goed als paardenliefhebber of sportfanaat naar voren kunnen schuiven. (ze worden in die werelden ook decoratief gebruikt overigens)

the-athenaeum-adam-and-eve-ludwig-von-hofmann-1465675817_org

Ik denk dat hij vooral zijn bewondering voor de Klassieken als bron gebruikte -hij verbracht het meeste van zijn tijd in Rome en in zijn villa bij Fiesole- , en de creatie van een nieuw Arcadië voor ogen had waarin spelers en speelsters het meer van ritme en beweging en het ideële landschap moesten hebben dan van een bestaande werkelijkheid. Ze drukken een idee van ‘onschuld’ uit en ontsnappen daardoor aan een bepaalde tijdsinvulling. Ze worden een decor, beter nog een atmosfeer. Het verbeelden van een gemoed, een reactie op de versteedsing in Duitsland einde 19de eeuw. (jenseits von Eisenwalzwerk und Salon.)
Een ander element, het decoratieve, vind je door zijn tijd in Weimar te bekijken waar hij samenwerkte met Harry Graf Kessler en Henry van de Velde en waar zijn kunst ten dienste stond van een architectonische ruimte, en er inderdaad ook een decoratieve functie vervulde . (zoals zijn tekeningen in het tijdschrift Pan waarvan hij mede-beheerder was.)

pan
Bij zijn leerlingen aan de Grossherzogliche Kunstschule in Weimar hoorden Hans Arp en Ivo Hauptmann. (zoon van literatuur-Nobelprijswinnaar Gerhart Hauptman, waarmee hij zeer bevriend was.)

Je zou belangstelling voor dergelijke ideële figuratie ten dele ook bij de nazi-kunst kunnen terugvinden, maar dan zijn de jongemannen en dito vrouwen stoer en stevig, ver van Arcadië. De droomwereld echter, nauw aansluitend bij vertellingen, sprookjes en mythes, kreeg daar nog een grotere a-seksuele en vooral strijdvaardige invulling waar ze bij von Hofmann toch nog het frele, speelse en vooral het kwetsbare toont, eigen aan elke schoonheid van betekenis. Ze is gemakkelijk te vernietigen.
(Toch vind je ook bij Thomas Mann bij het einde van het Hans Castorps droombeelden een scène uit de heksenkeuken waarbij twee ‘zottelhaarige Weiber’ boven het open vuur een zuigeling braden. Uit schrik begint de dromer over dat visioen na te denken en ontsnapt zo aan de ondergangsfantasieën van zijn tijd.)

L. v. Hofmann, Frühling

In der Kunstkritik schon der 1920er und 1930er Jahre – und erst recht der Nachkriegszeit ab 1945 – wurde Hofmann wie viele Jugendstilkünstler kaum beachtet, sein Wirken geriet immer mehr in Vergessenheit. Seit den 1990er Jahren ist eine vermehrte Auseinandersetzung mit seinem Werk durch die kunsthistorische Wissenschaft und durch Ausstellungen zu verzeichnen. Der bisherige Höhepunkt dieser Renaissance ist die große Hofmann-Ausstellung „Arkadische Utopien in der Moderne“ in seiner Geburtsstadt Darmstadt 2005, deren umfangreicher Katalog in zahlreichen Aufsätzen verschiedenste Aspekte von Hofmanns Werk beleuchtet. (Wikipedia)

Weimar,_Schlossmuseum,_Ludwig_von_Hofmann,_Musik_und_Tanz

Anders dan zijn filosofische tijdgenoten Gottfried Benn, Walter Benjamin en Martin Heidegger nam hij een standpunt in waarin juist dat kwetsbare de waarde uitmaakte: ‘Tegenover de natuur voel ik me nederig, ik wil hem niet vernietigen.’ (bij zijn werk Lente-storm, zie hieronder.) „Ich fühle mich der Natur gegenüber demütig, will sie nicht vergewaltigen“

Ludwig von Hofmann traf den Nerv seiner Zeit. Denn die saturierte wilhelminische Welt sehnte sich immer stärker auch nach dem Anderen, jenseits von prosperierender Industrialisierung im Machtstaat, jenseits von Eisenwalzwerk und Salon. Im „Frühlingssturm“ konnte Hofmann da wie niemand sonst die Herzen Gleichgesinnter erobern: die der grossen Dichter und Autoren seiner Zeit. Er brachte die Wortkünstler dazu, in Bildern zu empfinden und regte deren visuelle Phantasie an wie kein anderer zeitgenössischer Maler. (Alexander Cammann)

4038303_1

Immerhin gehörte er um 1900 zur künstlerischen Avantgarde und zählte neben Walter Leistikow, Max Liebermann oder Lovis Corinth zu den bedeutendsten Akteuren der Berliner Kunstszene. Einer, für den sich die Dichter begeisterten: Hugo von Hofmannsthal, Thomas Mann, Rainer Maria Rilke; mit Gerhart Hauptmann verband ihn eine lebenslange Freundschaft. Als Mitherausgeber der Kunstzeitschrift “Pan” schuf er den bekannten Einband mit dem Motiv des geflügelten Götterboten Hermes und als Mitglied der Gruppe der “Elf” lehnte er sich gegen die zur Schau getragene Prüderie der Wilhelminischen Epoche auf. (Marion Zipfel, Die Welt)

L. v. Hofmann, Felsenufer mit Jünglingen

Figuren zoals Van de Velde, Ludwig von Hofmann, Hugo von Hofmannsthal zullen de kunst als een soort innerlijk theater vorm geven en daarom naast schilderijen, tekeningen, ook interieurs, meubels, boekillustraties en wandschilderingen maken.
Enerzijds willen ze de afstand tussen kunst en kunstgenieter verkleinen door de kunst in het dagelijks leven te integreren, anderzijds zoeken ze naar een verloren gegane eenheid tussen natuur en mens, en wordt de organische natuur ook in de kunst verder gezet, gekopieerd, of dient de natuur als inspiratiebron.

800px-Ludwig_von_Hofmann_-_Bacchantenzug

In 1896 schrijft Walter Leistikow:

„Was uns zusammenführte, war allein der Wunsch, eine kleine gemeinsame Ausstellung zu arrangieren, in der jeder frei und ungeniert, ohne Rücksicht auf Wünsche und Liebhabereien des kaufenden Publikums, ohne ängstliches Schielen auf Paragraphen der Ausstellungsprogramme sich geben konnte. […] Von dieser Idee versprachen wir uns Vergnügen und der Kunst der Hauptstadt […] nun ja, vielleicht ein bisschen Erfrischung, ein bisschen Erregung – und damit: Leben.“(Walter Leistikow, 1896)

Leben dus. Leven.
En een bijna naïef geloof in het schone, in de zekerheid dat de psychische bevrijding tot een nieuwe wereld zal leiden, et in arcadia ego? De geschiedenis zorgt met twee wereldoorlogen voor een heel ander verhaal.

28070053297_48952b2ee4_b

“…Ludwig von Hofmann gilt als kreativer Schöpfer einer idealistischen, arkadischen Bildwelt, in der jene humanen Utopien und zivilisationskritischen Ausstiegssehnsüchte sichtbar erlebt werden können, die für die Epoche der Stilkunst um 1900 zielführend waren. Seine Bilder entfalten eine symbolistische, ästhetische Wirkung und künden von einer utopischen Vorstellung einer zum aktuellen Stand der Zivilisation alternativen Welt.”

Nu kan ik het woord “zivilisationskritischen” nog net uitspreken, maar probeer maar eens “Ausstiegssehnsüchte” daarbij te voegen, en als je op een vernissage deze uitdrukking hanteert dan vallen wellicht de bekken open, want het is een sleutel die op alle artistieke sloten past en anderzijds toch verklaart wat hij moet verklaren.
Maar je mag het woordje “idealistischen” niet vergeten.
Het is een woord dat na twee wereldoorlogen een verdachte bijsmaak heeft gekregen, maar het was in die tijd een woord dat een uitgang bood uit de grote Wilhelminische geïndustrialiseerde stadsculturen, de bevroren classici uit de vroeg 19de eeuw, de inleiding tot een nieuw tijdperk, een inleiding die nog slechts een nawoord zou verdienen in 1945 als Ludwig in Dresden (jawel!) sterft.

347b5cedeb258697d083acb3033e173b93e1a3bc_lvh

De art nouveau, De Stil, volgens sommigen een bevroren esthetische wereld maar in die tijd een wereld waarin mensen via de dans (de Aufdrückdans) jong en naakt (onschuldig) bleven in een teruggevonden paradijs.
Ritme is dus belangrijk, beweging ook.
De aanzet tot de wanstaltige kunst van de nazi’ s zit er helaas ook al in verborgen, maar in dit werk zijn de mensen nog volgens menselijke maatstaven geschilderd, hebben ze niets übermenschlich”, bewegen ze zich zoals ze ooit in de droomtijd waren gepland.

53c57d9c46528

Deze nieuwe kunst slaat aan, wordt erkend en herkend.
Al vlug stromen de bestellingen binnen, en dit is een kritiek uit 1893 bij een tentoonstelling in Praag:

„Hofmann hat sich auch hergewagt, als einziger von den Modernsten. Er schickte den schönen dekorativen Entwurf ‚Arkadien’, rechts und links von Traumesmeer begrenzt. (…) Wer klug ist, wird zugreifen, damit er nicht nach einigen Jahren bereut, die Gelegenheit verpasst zu haben.“

L. v. Hofmann, Sommer (Frauen am Teich)

Het warme zomerlicht ontdekken we graag in een volgende bijdrage over Max Liebermann.

9906_1127

Voor deze bijdrage vertaalden we enkele fragmenten uit een bijdrage van Andreas Kilb uit de Frankfürter Algemeine Zeitung. Te raadplegen:

https://www.faz.net/aktuell/feuilleton/kunst/ausstellung-der-vereinigung-der-xi-in-berlin-16217669.html

books-and-art-newspaper-reading-1890-1893-ludwig-von-hofmann-1465156794_b

( de lezende, ook een werk van Ludwig von Hofmann)

2 Gedichten uit ‘Psalmen’ Uwe Kolbe

PS1-Tree

Kleinen Mannes Psalm

Du musst es als Schmerz hinnehmen,
kein Vorwurf- Herr, gegen wen? -,
und schweigen davon, wie schön!

Du lernst das, mein Freund, dir bleibt,
verratener Verräter, die Stille im Block
mit Spuren vom Rauch der Spektakel.

Und für den Weg nach Hause
genügt eine Bahnsteigkarte.

Railway-Nocturne-IV-Marta-Zamarska

Kleine Man psalm

Je moet het als pijn aanvaarden,
geen verwijt – Heer, tegen wie? -,
en daarover zwijgen, hoe mooi!

Je leert dat, mijn vriend, jou rest,
verraden verrader, de stilte in blok
met sporen van spektakel-rook.

En voor de weg naar huis
volstaat een perronkaartje.

measuringpain2MatthewRichardsonhero

Das Nährende

Herr, deine Lust, dass eins zum anderen passe,
Lust, eine Form der anderen zuzuneigen:
Eichkaters Pfoten zu der Nuss, Schweins Zahn
zur Eichel, Spechts Hämmerklang zum Stamm
und alle Worte zu dem Schweigen.

silver-tumbler-and-lemon.72
Het voedzame

Heer, jouw wellust, dat het ene bij anderen past,
Wellust, een vorm bij anderen aan te leunen:
Eekhoorns poten bij de noot, varkens’ tand
bij eikel, spechts’ hamerklank bij stam
en alle woorden bij het zwijgen.

zewar_fadhil_03

Gefragt, was ihn als Lyriker am meisten an den biblischen Psalmen fasziniere, antwortete Uwe Kolbe: „Dass sie für Gläubige wie für Ungläubige sprechen. Dass ihre Grundlage eine Weise zu danken ist, die in der deutschsprachigen Tradition neben frommen Übersetzern nur Hölderlin versteht. Dass sie zu Zeitgenossen sprachen, wie sie das zu uns heute tun, nicht aus der Beengung einer bestimmten Konfession, eine Vorstellung von der Gottheit heraus, sondern aus Dankbarkeit für und auch Klage über die Anwesenheit auf Erden.“

1542295200048_SOUL_CONNECTION_4__16968.1542689936

(Uwe Kolbe: „Psalmen“. S. Fischer Verlag, Frankfurt am Main 2017. 80 S., geb., 16,– €.)

De muze, een kortverhaal

Emma banner - Jean Kislack Collection

Er was eens -en dat is nog niet zo lang geleden- een sprookjesschrijver. Nog voor de televisie goed en wel doorgebroken was, kende hij een leefbaar bestaan. De mensen bestelden soms een variatie op Hansje en Grietje, of ze wilden een actuele versie van Sneeuwwitje. De kinderen liepen na schooltijd gewoon even langs en vroegen dan om een griezel-sprookje. Dan verzamelde de sprookjesschrijver zijn draken, heksen en kobolden, en zonder enige medische of sociale begeleiding stormden ze op de kinderzielen af. Héhé, zegden ze na afloop, dat klonk lekker.
Maar toen kwam de televisie en de spoken, draken en dwergen kregen heel menselijke gezichten. De bestellingen liepen terug, en de kinderen bleven weg.

8eb0beb9c8503e7997ad88004a6d2919

Ze kocht net een kilo sinaasappelen op de markt toen hij haar voor de eerste keer zag. Hij herkende haar meteen.
Daag, zei de sprookjesschrijver. Jij bent het, hé?
Het meisje bekeek hem, trok haar lippen samen en haalde haar schouders op.
Ik mis je al een tijdje, zei de sprookjesschrijver. Vroeger kwam je nog wel eens langs, bij schemer-avond. Ik liet altijd het raam openstaan, speciaal voor jou. Weet je nog? En bij de eerste donkerte was je er. Mijn muze.
Wilt u ook een kilootje, vroeg de verkoper.
Neen, antwoordde de schrijver. Ik eet er wel eentje mee, met haar.
Daar moet je dan niet te lang mee wachten, zei de muze.
En dat deed hij ook niet. Ze dronken een afschuwelijke filterkoffie in het café op de hoek, -mensen van een zekere leeftijd weten nog wat dat voorstelde, de filterkoffie bedoel ik.- hielden elkaars hand vast, kusten elkaar, en keken dan een kwartiertje in elkaars ogen.
Toen ze dat zo’n drie maanden volhielden dachten ze dat ze best konden samenleven.
Dan kan ik mijn raam tenminste dichtlaten, zei de sprookjesschrijver.

C-a9BHQXoAQlsXg

Televisie of geen televisie, de verhalen kwamen weer opzetten.
Met zo’n muze in je nabijheid kan dat ook niet anders, zei de man.
De muze reageerde niet, keek eens in het stapeltje beschreven velletjes en ging dan neuriënd koffiezetten.
Ze klinken allemaal wel een beetje griezelig, hé? vroeg ze toen ze de cake sneed.
Griezelig? Hij wees naar de eerste pagina van het ochtendblad. Wat noem je griezelig?
Ik dacht maar, zei zijn muze, ik dacht maar dat je ze best iets ‘zachter’ kon serveren. Daar houden de mensen van. Een groot kasteel, een sjieke koets, hij-houdt-van-haar-maar-zij-niet-van-een ander, de andere sterft daarna vroegtijdig en dan…
En dan, zei de sprookjesschrijver, dan is er koffie.

Girl in Bed, 1952 (oil on canvas)

Op een dag lag er een briefje op tafel: Ben weg, voor een tijdje of misschien ietsje langer, las hij.
De sprookjesschrijver die net aan een verhaal van zestien afleveringen werkte, barstte in snikken uit.
Had ze een andere schrijver gevonden? Of was het een dichter? Met die kerels wist je immers nooit.
Hij liet het raam weer openstaan, maar buiten een flinke verkoudheid en aardig wat lawaai leverde dat verder niets op.
Zijn verhalen bleven in zijn pen. De uitgevers belden boos en zijn lezers zetten uit noodzaak weer de televisie aan.
Kom terug, zei de sprookjesschrijver, kom toch terug. Ik zal voortaan heel lieve en zachte sprookjes schrijven, met afspraakjes bij de ruïnes van een middeleeuws kasteel, blaffende honden in de ijle nacht, arme bloemenmeisjes die begrijpende heren als vader en geliefde vinden, kinderen met ogen zo helder als water vroeger helder kon zijn, kortom verhalen voor iedereen die houdt van een lach en een traan, maar kom toch terug asjeblief.

telling

En toen ze niet terugkwam, zijn muze, begon de schrijver een eigen zaak. Eerst verkocht hij makrobiotische groenten en fruit, en toen hij daar een aardige cent mee verdiende, opende hij een restaurant. Tenslotte kon hij in tien verschillende steden eethuizen beheren, en na enige tijd kreeg hij ook nog vaste voet in een internationale zaak voor diepgevroren natuurlijke landbouwproducten.
Zijn ramen liet hij nooit meer openstaan. Een perfecte alarminstallatie zorgde voor identificatie van ieder vreemd wezen in en om zijn bureel en woning.
Muze, muze, muze…Iedereen is wel eens jong geweest, zei hij dan.

Storyteller-full

Rikkie, zei de chef-kellner van zijn grootste restaurant, Rikkie dat is best een aardige jongen. Maar dromen dat hij kan, dromen! U heeft er geen idee van hoe dat ventje kan dromen, meneer.
Zo, zei de sprookjesschrijver die net bezig was met bezuinigingsplannen, dromers kunnen we in een restaurant van deze klasse niet gebruiken.
Hij is nog erg jong, zei de chef-kellner. nauwelijks zestien als ik het goed heb.
Dat is sentiment, zei de oud-sprookjesschrijver, ik wil rendement.
En vertellen dat hij kan, meneer, vertellen! Je kunt het zo gek niet verzinnen of hij vertelt het alsof hij het zelf heeft meegemaakt. Verleden week nog waren er enkele kinderen van zo’n deftige lui die absoluut gezond maar toch duur wilden eten – u vergeeft mij de uitdrukking- , en ik moet u niet vertellen hoe lastig kinderen kunnen zijn op plaatsen waar rust en stilte gewaardeerd wordt. Net toen was Rikkie van dienst, en hij begon die krengetjes iets te vertellen waar ze na enkele ogenblikken met open monden naar zaten te luisteren. Draken, spoken en wolven, in feite niets voor kinderen maar slim als hij was hield hij net voor het einde van zijn verhaal op en beloofde het slot te vertellen als ze rustig met de volwassenen zouden maaltijden. Voorbeelden werden het. Hun ouders wisten niet wat ze zagen. En zoals beloofd vertelde hij hen bij het dessert het slot en zag ik de meest verbaasde gezichten die ik in mijn leven heb gezien. Had je dat gedacht! riep de oudste ex-rumoermaker. Ze wilden absoluut terug komen dineren als Rikkie dan weer een verhaal zou vertellen met uitgesteld slot.
Draken, spoken en wolven,’ zei de oud-sprookjesschrijver. Ik denk dat ik eens even met hem ga praten.

50086367_10155866472501440_4835459260567519232_o

En ’s avonds klopte hij aan bij zijn jongste bediende. Waarschijnlijk was hij net even weg. Op zijn schrijftafeltje lag er een berg papieren en sinaasappelen, en door het open raam kon je de stad horen, en nu en dan een mus.

Storytelling-

Tik bij het zoek-vergrootglas de term kortverhaal in en je vindt de verzameling van het voorbije jaar tot nu om na elkaar te lezen of te herlezen.

s-l640

Walter Benjamin: vertelling en genezing

Munch_Det_Syke_Barn_1896

Vanuit de Pinksterbijdrage waar het onderandere over ‘vertellen’ ging, of zeggen we ‘het woord bezielen’, las ik in ‘Denkbeelden’ van Walter Benjamin, meesterlijk vertaald door Michel van Nieuwstadt, een beschouwing waarin Benjamin bij de genezende kracht van het verhalen vertellen vertrekt vanuit de genezende kracht in de handen van een vrouw, het dan heeft over diezelfde genezende kracht van de vertelling bij het ziekbed van het kind, om te eindigen bij de streling als bedding voor de stroom naar de monding in de zee van gelukkige vergetelheid. Woorden en aanraking in het genezingsproces.

ob_518477_le-jour-de-la-visite-a-l-hopital-jpg

Vertelling en genezing

Het kind is ziek. Moeder brengt het naar bed en gaat aan het bed zitten. En dan begint zij het kind verhalen te vertellen. Hoe moet je dat begrijpen? Ik kreeg een vermoeden, toen N. het tegen mij over de vreemde genezende kracht had die in de handen van zijn vrouw gelegen zou zijn. Over deze handen zei hij evenwel: ‘Hun bewegingen waren hoogst expressief. Toch zou men de expressie ervan niet hebben kunnen beschrijven… Het was alsof zij een verhaal vertelden.’
De genezing door vertellen kennen wij al via de Merseburger toverspreuken*. Niet alleen herhalen zij de formule van Odin; eerder is het zo dat zij de toedracht vertellen op grond waarvan hij ze voor het eerst gebruikte. We weten immers ook, hoe het verhaal dat de zieke aan het begin van zijn behandeling tegen de arts doet, de aanvang kan worden van een genezingsproces. En zo ontstaat de vraag of misschien het verhaal niet het juiste klimaat en de gunstigste voorwaarde vormt voor menige genezing. Of niet zelfs elke ziekte te genezen zou zijn, als zij zich maar ver genoeg — tot aan de monding — op de stroom van het vertellen liet meedrijven? Als je bedenkt dat de pijn een stuwdam is, die zich tegen de stroming van het verhaal verzet, dan zie je ook helder voor je dat die doorbroken wordt waar het verval van die stroming sterk genoeg wordt om alles wat zij op deze weg tegenkomt, onder te spoelen in de zee der gelukkige vergetelheid. Het gebaar van het strelen tekent voor deze stroom een bedding.

Walter Benjamin: Denkbeelden, p. 151 – vertaling Michel van Nieuwstadt, uitgeverij Vantilt, Nijmegen 2017

*Merseburger toverspreuken:
De Merseburger toverspreuken zijn twee middeleeuwse toverspreuken. Het zijn de enige bewaard gebleven voorbeelden van Continentaal-Germaanse polytheïstische geloofsbeleving in het Oudhoogduits.

4fe99b1083ba880c3c000185

De spreuken zijn genoemd naar de plaats waar ze bewaard zijn gebleven, de Duitse stad Merseburg. Daar werden ze in 1841 door Georg Waitz in de bibliotheek van het Domkapittel ontdekt. Ze staan in een uit Fulda stammend theologisch manuscript uit de 9e/10e eeuw. Ze werden in 1842 voor het eerst gepubliceerd door Jacob Grimm.
Spreuk 1: Bevrijding van gevangen.
Spreuk 2: Genezing van een paard.
(Wikipedia)

Walter Benjamin (Berlijn, 15 juli 1892 – Portbou, 27 september 1940) was een Duits-joodse marxistische cultuurfilosoof. Zijn werk heeft betrekking op onder andere filosofie, theologie, literatuurkritiek en kunstgeschiedenis.

ange-collage

Angelus Novus is een door Walter Benjamin beroemd geworden aquarel van Paul Klee.
“Er bestaat een schilderij van Paul Klee, dat Angelus Novus heet. Er staat een engel op afgebeeld die zo te zien op het punt staat zich te verwijderen van iets waar het zijn blik strak op gericht houdt. Zijn ogen en zijn mond zijn opengesperd, hij heeft zijn vleugels gespreid. Zo moet de engel van de geschiedenis eruitzien. Zijn gelaat is naar het verleden gewend. Waar wij een reeks gebeurtenissen waarnemen, ziet hij één enkele catastrofe en daarin wordt zonder enig respijt puinhoop op puinhoop gestapeld, die hem voor de voeten geworpen wordt. De engel zou wel willen blijven, de doden tot leven wekken en de brokstukken weer tot een geheel maken. Maar zijn vleugels vangen de wind die uit het paradijs waait, een storm die zo hard is dat hij ze niet kan stuiten. Deze storm stuwt hem onweerstaanbaar voort, de toekomst in die hij de rug heeft toegekeerd, terwijl de stapel puin vóór hem tot aan de hemel groeit. Deze storm is wat wij vooruitgang noemen.”
— Walter Benjamin: Over het concept van de geschiedenis (1940), These IX[1]

main-image

Het beeld van de Angelus Novus, de nieuwe engel zou je als uitvergroting van de eerder beschreven intimiteit kunnen zien met de hoop dat de miljoenen verhalen van ons wedervaren de stapel puin mogen doordringen en in mindere of meerdere mate oplossen. Maar dan moet je de moed hebben om je ver genoeg te laten meedrijven op stroom van het vertellen.
Daar waar de ‘heling’ thuishoort.  Elke verteller heeft ook een luisteraar(ster) nodig. Zonder dat gewillig oor verliezen verhalen de helft van hun genezend vermogen. Het hoeft ook niet dadelijk over je eigen lot-gevallen te gaan.  Vertel je dromen, herhaal de oude nooit uitvertelde verhalen, verzin zonder vrees de nieuwste beelden en bewegingen van je scheppend vermogen. Wie kinderen heeft, weet wat ik bedoel. En zijn de woorden op en indien gewenst, heb je nog altijd je handen.

Chris-Oatley-Visual-Development-Portfolio-Tips-P1-Alice-Rackham-Cropped

Je kunt ook de luisteraar(ster) zijn. Luisteren en lezen opent vergezichten op je eigen landschappen zoals verteld in de landschapsfotograaf.  Vanuit dat luisteren doe je zeker inspiratie op voor je eigen verhalen.

narrative-794978_1920

 

Hemelse hulp

Врубель_-_зішестя_святого_духа

Als kind al was ik gefascineerd door de vurige tongen boven het hoofd van de apostelen.
Niet door het verschijnsel zoals de heer Lucas het zou uitbeelden in een star-wars-film, maar door de mogelijkheden, de transformatie van bange wezens in ontstekers van allerlei andere heilige vuren, niet in het minst door het spreken van allerlei talen zonder avondschool te hebben gevolgd.

Er waren vooreerst de bange wezens die zich hadden opgesloten in het wonderlijke cenakel, een woord dat bij mij telkens ronde vormen opriep, waar je dus in geen hoekje kon wegkruipen, en ondanks dat hij aan hun vrienden in Emmaüs had duidelijk gemaakt dat hij bij hen was, ondanks Thomas en zijn anatomisch vingergepeuter in het lichaam van de Heer, zaten ze daar te rillen, want als er in mijn kinderlijke verbeelding angst optrad dan ging die gepaard met klappertanden en takketak van knikkende knieën en sidderende ledematen.

die_ausgiessung_des_heiligen_g

Daarbij kende ik mezelf als bang wezentje.
Wellicht is volwassenheid gewoon het genezen van de angsten die wij als klein wezen hebben gekend.
Als je geen voetballer bent, geen vechtjas (tenzij als kruisvaarder tegen de bende van de aangrenzende straat) geen brave hendrik of primus, maar een fantast die bij elke draai van de straat een draak verwacht, bij de schaduwen van de kastanjelaar de knoestige vingers om zijn kinderkeel voelt, een verhalenverteller kortom, dan ben je in het cenakel van de Boudewijn de Grote’s ‘o mijn kindertijd’ gevangen.

Ik kon mijzelf dus de luxe van een vurige tong boven mijn kinderhoofd best veroorloven, en toen de firma For You koude ijstongen op de markt bracht, frisco genoemd, werden in mijn verbeelding de vurige tongen werkelijk brandende frisco’ s waarvan het stokje zich in het hoofd van de apostel vast had gezet.
Ik vraag de heilige geest vergiffenis, maar ik was nog ver van de Pardes Rimonim* van de Kabalist Moses Cordovero waaruit mijn grootvader vaak vertelde, maar misschien ben ik nooit zo dichtbij heiligheid geweest als toen, want de zuiverheid van beelden laat zich niet door de esthetica of theologie bepalen, maar ontspruit uit de mooie zin dat de geest waait waar hij wil, een geliefde uitspraak van mijn grootmoeder als mijn grootvader dronken was thuis gekomen.

pardes rimomim

*(Pardes Rimomim: Rabbi Simon ben Jochai verbindt Malchut, het mannelijk element in de kosmos met Tifireth, het vrouwelijk element in de echt in de ‘Pardes Rimmmonim, in de granaatappelboomgaard, een verhaal van de Joodse mysticus Ben Jacob Cordovero een oertekst uit de Kabbalah 1548)

Hortus_Deliciarum_Pfingsten_und_die_Aussendung_des_Heiligen_Geistes_auf_die_Apostel
Als ik uit mijn slaapkamer klom, stond ik ook op een plat dak, net zoals de bangeriken met hun brandende tongen op het dak waren geklommen, maar hoe ik ook mijn best deed om in het Frans of Hebreeuws, het Engels of Jidisch te zeggen dat er mij iets goddelijks was overkomen, de woorden bleven in mijn mond steken toen ik mijn grootvader in zijn blootje in de grote witbuik-kerselaar zag zitten, waaronder mijn grootmoeder stond te roepen dat hij dringend naar beneden moest komen want dat de witbuiken van de kersen al genoeg aan de verbeelding overlieten zonder dat hij dat door zijn naakte transformatie moest benadrukken.

En hij sprak wel alle talen ter wereld (volgens mijn weten toen) al bleef het in werkelijkheid beperkt tot een scheldtirade in slecht Duits, dat ze niet moesten denken dat nu de forten rond Namen gevallen waren ze het zouden opgeven, en dat hij de architect van die forten (terecht) een proces zou aandoen, hoe konden ze jongens van zijn leeftijd zoiets aandoen, enz.

El Greco, Ausgiessung des Hl.Geistes

Later las ik in de schrift dat de mensen zich beneden op de straat hadden afgevraagd of die vurige polyglotten misschien dronken waren, en jawel, ik begreep het dadelijk, de vurige tongen kregen een lucht van Kempisch gebrouwen (De Keersmaeker) bier en Gentse jenever (Hertekamp), inderdaad ontvlambare materies, zeker toen ik aan een broeder van Liefde die mij onderwijs verstrekte, zei dat ze inderdaad dronken waren geweest, die schijtlijsters, want ik hoorde ook mijn opa alle talen spreken toen hij in een gelijkaardige toestand verkeerde.
De brave broeder, die zelf graag een glaasje lustte, antwoordde dat Gods wegen wonderlijk waren maar dat voor ons, zondige mensen, een assimil-boekje een betere methode waarborgde om een vreemde taal te bemeesteren.

Botticelli, Sandro, 1444/1445-1510; The Descent of the Holy Ghost

Toch bleef Pinksteren zijn aantrekkingskracht behouden en de heilige Geest heb ik levenslang geëerd door alle duiven tegen gemeentebelangen in van graan en brokjes brood te voorzien.
Want de geest waait waar hij wil, en zijn bange kinderen kunnen er van meespreken al zijn ze intussen de zeventig voorbij.
Carl Jung noemde het ‘de geur van de Heilige Geest’, en met mijn dikke neus kan ik dat beamen.
De Heilige Geest mag dan al naar geestrijke drank hebben geroken, naar de witte drank uit de mooie Hertekamp-fles, hij troostte mij ook door me beetje bij beetje met woorden  te wapenen om het woordeloze voortdurend te belagen en te belegeren.
Hij verlokte mij tot het “hierosgamos”, letterlijk ‘het heilige spel’, mooier dan het mystieke huwelijk, met andere lagen van het denken en gewaarworden, en al vluchtte ik voortdurend, laf als we zijn, de walvis in, telkens weer was hij daar met zijn vurige For You en dreef hij mij, als verteller,  het schamele dak op om te stamelen in de talen die hij nodig achtte, liet hij me als heel klein zangertje meezingen in het verhalen-koor waarin tremendum et fasciosum, een element van het dagelijks bestaan ging uitmaken. (tremendum et faciosum:  bibberen en bewonderen!)

Hochfest-Pfingsten-Gottesdienste-und-besondere-Wallfahrten

Is het daarom dat er zich houtduiven in de atlasceder hebben genesteld?
Of weten ze gewoon dat de liefste hen van fruit en granen voorziet en op tijd de kat wegjaagt als ze het op de Pinkstervleugels heeft gemunt.

Laat het aardse zich voortdurend met het hemelse vermengen en vice versa, al dan niet in homeopatische verhoudingen.

2-3_Pfingsten_1906__780x500_

(De bovenste wandschildering van Mikhail Vrubel komt uit de St. Cyril-kerk (aan de buitenkant in mooie pistachekleuren geschilderd) uit Kiev, Oekraine. Niet alleen de fraaie compositie trof mij maar ook het menselijke: kijk hoe elke heilige figuur zijn voeten op een tapijtje mag warm houden!)

169a3027e254dd6676988c57af13efd2v1_max_755x425_b3535db83dc50e27c1bb1392364c95a2

DE LANDSCHAPSFOTOGRAAF, radiodrama

monetpoplarsbankepte1892

In de late jaren zeventig van de vorige eeuw maakte ik kennis met het werk van de Canadese componist Murray Schafer, auteur van het boek ‘The tuning of the world’ en oprichter en bezieler van het World Scape Project dat tot doel had op te sporen waar en hoe klanklandschappen uit het verleden nog kunnen worden achterhaald en opnieuw vastgelegd.
‘De geschiedenis wordt aardrijkskunde wanneer je op zoek gaat naar de oorsprong van het geluidslandschap.’ was zijn gezegde.
In twee radiodocumentaires ontwikkelde ik de theorie van Schafer, het ontstaan, de ontwikkeling en de fysionomie van ‘soundscapes’.
In de derde productie, ‘de landschapsfotograaf’ maakte ik een montage bestaande uit een verhaaltekst, geïllustreerd met auditieve foto’ s: de landschapsfotograaf op zijn zoektocht naar echte, gedroomde, gewenste en verwenste geluidslandschappen.
Het werd een aparte productie die de toenmalige BRT (nu VRT) instuurde voor de Futura-prijs 1979 in Berlijn.
Het was een bijzonder spannend concours. Tot op het laatste ogenblik bleef ‘de landschapsfotograaf’ in de running voor een bekroning, maar omdat er slechts één prijs kon toegekend worden en de juries twee producties evenwaardig vonden werd er met een sixpence beslist wie de winnaar was.
Al was het lot voor een collega gunstiger, onze eervolle vermelding zorgde ervoor dat ik de volgende jaren verschillende producties mocht regisseren in Keulen, Frankfurt en Berlijn.
De landschapsfotograaf werd in verschillende talen vertaald en in Denemarken, Engeland, Australië enz. uitgezonden.

De produktie is nu veertig jaar oud.
Het thema leid je naar de landschappen die je niet met de ogen kunt waarnemen maar die daarom niet minder kostbaar zijn als weg naar de essentie.  L’ essentiel est invisible pour les yeux, zoals het in de Kleine Prins beschreven is , maar wat je ziet, waarneemt kan inderdaad een weg zijn.  Het geluid als medium om verder te kunnen kijken.

dream-landscape

De mooie stem die het verhaal vertelt is van Marc Van Poucke, de geluidsregie was in handen van Eric Strømberg en de produktie voerde Andries Poppe.
Ik heb de klankaanduidingen beperkt omdat je als luisteraar beter zonder voorgeschreven aanduidingen kunt luisteren. (Beter is het eerst zonder tekst te luisteren.) Een goede hoofdtelefoon of een stereo-opstelling van je klankinstallatie zorgen voor perfecte landschappen.
Hier gewoon starten:

42′

tavik_frantisek_simon_ca_1926-1936_fireworks_in_paris

DE LANDSCHAPSFOTOGRAAF, een radio-drama

Stem:

Dit is het verhaal van Jonathan, verteld in een aantal auditieve foto’s, zodat iedereen die naar dit verhaal luistert, zich Jonathan kan voorstellen zoals hij of zij dat zelf graag wil.

Het is laf weer, zei zijn moeder. Als het zo blijft, zal het straks gaan onweren.
Dan wordt hij geboren zoals prinsen en koningen, antwoordde zijn vader, de landschaps-fotograaf.
Het kan ook een prinses zijn zegde jonge vrouw op het bed.
Luister, zet het raam maar open.

Eindelijk regent het, zei de vader. Hopelijk is de droogte voorbij.
De landschapsfotograaf hield van de regen. Regen voorspelt een jongen, zei hij.
Heb je pijn ? Zal ik de dokter roepen ? Wat zeg je ?
Of zo’n kind nu al de donder kan horen ? Ik weet het niet. Ze beweren wel eens dat ongeboren kinderen heel goed kunnen horen.

Je moet niet bang zijn, kleintje. Het onweer doet je niks. Kom maar naar buiten.
Luisteren naar de regen.
Alles drinkt zich zat aan het water. Kom maar naar buiten kleintje. Jij mag ook drinken. Kom gulzig kleintje. Doe je moeder niet langer pijn.
Zo’n honderd jaar geleden, tijdens de zomer van 1878 schreef Brahms deze vioolsonate, de regensonate. Wat zeg je ? Huilt het kind ?
Ja, het kind huilt.

(muziek en spelende kinderen die verstoppertje spelen)

IMG_1219-2

De landschappen van de kinderjaren, dacht de landschapsfotograaf, ze worden mooier naarmate ze verder van me wegglijden. Ze verliezen de pijn. Alle kreten klinken er als hoera-geroep, alle bossen waren dieper dan de wouden uit de sprookjesboeken. Maar het is een leugen, Jonathan. Het is een goed bedoelde leugen, niks anders dan een leugen.

(Auto’ s en kindje zingt improviserend, daarover muziek, tenslotte een naderende remmende auto en een fietsbel die over de weg rolt. Stilte. Muziek)

Of het erg is alleen een herinnering van kleuren over te houden ?
Ja, Jonathan, het is erg.
Of het erg is alle mensen die je kende voor altijd te fixeren op de leeftijd dat je ze voor ’t laatst zag?
Ja, Jonathan, het is erg.
Of het erg is nooit meer de morgenmist te zien boven de velden ?
Nooit meer de dag geboren zien worden, en nooit weer waarnemen hoe de zon in het water verdrinkt ?
Ja, Jonathan, het is erg.
Jij, de zoon van de landschapsschilder, zonder ogen wandelend in de velden van mijn toekomst.
Jij, de minnaar van de hevige kleuren, de beschrijver van het ogenblikkelijke.
Kijk eens papa, een paard, en daarachter de bossen.
Net of het paard in het bos is gegroeid.
Kijk, kijk, kijk.

Er blijven herinneringen, Jonathan. Het voelen, en in bijzondere mate: het luisteren.
Je kijkt nu met de ogen van de binnenkant. Al voelend en luisterend beeldt en verbeeld je.
‘Les sons et les parfums tournent dans l’ air du soir’. (x2)
Al was Debussy niet blind, hij zag met jouw ogen, Jonathan.

DSC100173791

Toen Jonathan aan de piano zat -misschien heette hij toen wel Ludwig-
Toen Jonathan-Ludwig aan de piano zat, heeft hij de maan hoorbaar gemaakt.
Zoals ze glijdt door de wolkflarden, of ze zoals dode ster onder de miljoenen sterren toch het hevigst haar glans verspreidt.
Uitgestorven is ze voor de zon een geliefde, zei Jonathan-Ludwig.
Het vuur van de zon maakt de maan hoorbaar.

En achter de maan, de landschappen van de droom.

Niet zoet zijn ze, niet zuur.

De bomen wuiven er met meisjesarmen naar uitgerukte ogen. Het gras kijkt.

De landschapsfotograaf staat als een brandend braambos tegen een okeren hemel.
Jonathan roept hij, Jonathan.

Uit zijn handen ontsnappen de klanken als ongekamde kinderen. Ze zweven op de avondwind, scheuren hun vleugels aan de mensen die ze grijpen willen, en dan drijven ze naar het water.

Met al de dode kinderen drijven ze op roerloze meren.
Dromen verrotten hier, en het moerasgas steekt de lucht in een rode gloed.

photo-1534447677768-be436bb09401

(een roeiboot)

Jonathan. Het landschap aan het meer. Het meer Saiwa, zoals jij het noemde. Een blinde
jongen roeit het meer op. De zoon van de landschapsfotograaf.
Ik heb de foto’s van dit vreselijk landschap in mijn geheugen, Jonathan.
Telkens weer duiken ze op.

Zingen de vogels onder water, had je eens’ gevraagd. Zingen ze zoals nergens ter wereld?
Waarom verlaat de jongen de boot, denkt de man.
Hij zal verdrinken.

Ik wilde in de buik van het water zijn, zegde je later.
Ik wilde horen hoe het water klinkt.

Ik wilde m’n oren vol water laten lopen, want ze deden zo’n vreselijke pijn van alle donkere landschappen.
Onder het water wordt het stiller en stiller.
Net alsof je in een kerk binnenkomt.
Hier ben ik, water, zei ik.
Zuig me op. Zuig me op met je grote lippen.

Een man springt in het water. Jonathan denkt hij.
Een man duwt het water van het meer achteruit.
Ga weg, water, zegt de man.
Ga weg, man, zegt het water.
Een man grijpt naar zijn zoon.
Man en jongen keren terug met de boot.
De man slaat de jongen in het gezicht.
De jongen knikt.

Ik zal je de foto’s vertellen die mij pijn doen, zegt de landschapsfotograaf tegen
zijn zoon.
Het hangt er een beetje van af naar waar je kijkt : of je de bomen op de voorgrond wilt
zien, of de betonnen huizen waar de stad begint. Begrijp je dat ?
De jongen zweeg. Hij stak zijn armen voor zich uit, snoof diep de geuren in en zei
dan plots :
Het wordt morgen, papa.

(overgang naar klanklandschap)

fine-art-photography-ireland_0519-1080x702

Laten we wegrijden, zegde de zoon van de landschapsfotograaf. In deze drukte kan je mij niks vertellen.
De drukte zit daar niet, zei de vader, de drukte begint in je hoofd.
Laat ons toch maar weggaan. Ik ben benieuwd naar de landschappen waarover je gezwegen hebt.
Ze doen pijn, ik waarschuw je, ik wil ze best verzwijgen.
Ik wil alles horen, zei Jonathan.
Anders ben ik bang in he donker.

(klanklandschap)

photo-1549777929-761a7893998a

Het is stil hier, Jonathan. Majdanek.
Hier werden mensen uit vijftig verschillende landen opgehangen, doodgetrapt, doodgeschoten of vergast. Een kwart miljoen joden kwam hier om het leven, vooral kinderen.
Hoor je, Jonathan?
Hoor je ze roepen ?
Ik moet je over dit landschap vertellen.

Getuigeverslag: Een SS—er trok een klein kind bij de moeder weg en smeet het voor
haar ogen tegen de muur. Het kind bleef dood liggen.

Hoor de vrolijke muziek.
Ze verbergt een ander geluid. Het is 3 november l943.
Machinegeweren vermoorden 18.000 joden die dag.

Is het een landschap uit een verre tijd ? vroeg Jonathan.

Luister maar, antwoordde de landschapsfotograaf, en oordeel zelf.

(klanklandschap)

tour_img-1587489-148

Het is maar een foto, zei de landschapsfotograaf. Er zijn er duizenden van die soort.
Net eendere landschappen.
Mensen fluisteren of gillen er, andere sterven voor een zaak of een idee. Er komt geen einde aan.
Muziek bezingt de overwinning. De doden zwijgen.
Tachtig miljoen mensen liggen onder de aarde van de twintigste eeuw.

Kom Jonathan, als vluchten niet meer kan, kom schuilen in mijn armen.

Hoor, het onweer is voorbij. Toen jij geboren werd, donderde en bliksemde het hevig.
Een prins, zei je moeder.
Voel je de zon op je huid?
Hoor je de vogels? Riek je het groen?
Misschien is het een droomlandschap, Ludwig-Jonathan, misschien zijn er nog
plekken waar je kan kijken.
He, Ludwig-Jonathan. Je weent.

(muziekblending)

Assistants_and_George_Frederic_Watts_-_Hope_-_Google_Art_Project

Het diepste landschap, is het landschap van het verhaal, zei Jonathan.
Het verhaal van Tamajowa.

Er was eens een prins die Tamajowa heette en die helemaal niet gesteld was op cijfers
of vijfjarenplannen. Hij had een kast met niks in zodat je er al je gedachten en je
wensen kon in verbergen. Hij luisterde graag naar de regen, en hij hield van de kleuren.
Hij is een dromer, zei zijn vader. En dromers kunnen geen land besturen.
Wat er ook geprobeerd werd, het mocht niet baten.
Tamajowa bleef altijd verhaaltjes verzinnen in plaats van zich toe te leggen op
de studie van buggetten, de volgorde van het ceremonieel en de geschiedenis van het
land.
Ten einde raad riep zijn vader Gailu bij zich.
Gailu was een bevriend staatshoofd, erg gekend om zijn tiraniek optreden.
Gailu, zegde de koning. Wat moet ik met Tamajowa beginnen ?
Gailu nam het kind mee, brandde hem de ogen uit en wierp hem in het woud.
Hier moet jij de bomen tellen, zei hij. Netjes op rijen van negentien, en dat zeshonderd hectare zonder ophouden. Nu je niet meer kunt kijken, zal je je teminste met essentiële zaken bezighouden.
En Tamajowa was droeviger dan degenen die sterven moeten. Hij begreep niks van de
zwartheid, hij miste de kleuren van de morgen, zag de kinderen niet meer die naar
hem zochten.
En de wereld hoorde geen verhaaltjes meer.
Ze verdronk in de cijfers.
Vanaf je geboorte tot aan je dood was je een cijfer.

Hoor je mij, landschapsfotograaf, zei Jonathan.
De betovering kon alleen verbroken worden als iemand in Tamajowa’s plaats zich
de ogen liet uitbranden. En dat is er met mij gebeurd. Ik ben gegaan. De lange weg naar
het donker. Maar Tamajowa is vrij. Hij komt naar je toe. Hij wil je landschappen laten
zien die je je niet eens kunt inbeelden.
En jij ? vroeg de landschapsfotograaf.
Ik leer kijken, zei de jongen. Ik leer kijken met de ogen van de binnenkant.
Je bent een moedige zoon van een eenvoudig landschapsfotograaf, zei de man.
Je bent de diepste kijker die ik ken.
Zelfs Tamajowa heb je gevonden.
Misschien is dit alles een sprookje, zei Jonathan. Misschien worden we morgen wakker in het donker. Ken je het landschap waarin alles donker is?
Ja, zei de landschapsfotograaf. Ik heb het gekend.
Ginder op het kruispunt, ik denk dat ik Tamajowa zie. ‘

Lacht hij ? Ben beetje.
Fluit hij misschien?
Een beetje, denk ik.
Loopt hij?
Hij danst een beetje.
Steekt hij zijn hand op?
Ja, hij steekt zijn hand op.
Loop naar hem toe.
Ik wil je niet alleen laten.
Loop naar hem toe, vlug, of hij verdwijnt.

Ik moet je helpen.
Beledig me niet langer.
Hij roept iets, maar ik kan het niet horen.
Loop naar hem. Vlug.
Kom, roept hij. Kom.
Vlug. Wat je moet doen, moet je doen.
Jonathan, ik kom dadelijk.
Vlug.

famous-landscape-paintings-1

En toen zei Jonathan, toen was de zoon van de landschapsfotograaf volwassen.
Hij was de ziener van de landschappen die zich niet door het oog laten kennen.
Hij draaide zich om, luisterde naar de stemmen van de stad en begon aan zijn reis als landschapsfotograaf.

02_Rainbow_Nature_photography_class-ArtClarity_Napa_

JULIE CURTISS, surrealisme vanuit het vrouwelijk bestaan

julie-curtiss-at-tail-end-art-itsnicethat-01

Juni opent duidelijk zomers.
En tik ik ‘summertime’ in om in talrijke collecties naar nagelaten impressies van dergelijke dagen te speuren dan bots ik zonder voorbedachte rade op het werk van de jonge Julie Curtiss (°1982) en merk ik al dadelijk dat de warme kleuren concorderen met een beetje breinhitte waardoor het koele, toegeschreven aan mannen, zich eerder uit in de zuinigheid van de uitwerking maar motiefkeuze en kleur het vrouwelijke en de wereld waarin het zich beweegt als onderwerp hebben.

lateafternoon-web_orig

Was het surrealisme in de kunstgeschiedenis een mannelijke zaak, sinds enige tijd hebben vrouwelijke kunstenaars -misschien door hun situatie- duidelijk daarin het voortouw genomen. Dit blog heeft daarvan reeds menig voorbeeld als onderwerp gehad, het vrouwelijke ter ere.
Het surreële hoef je echter hier niet te zoeken in vergrotingen of conglomeraten uit de ‘grote’ buitenwereld maar in het archetypisch vrouwelijke van het dagelijkse leven. Zij brengen het surrealisme thuis. Voedsel, mode, haartooi zijn hier de decorstukken of het artistieke speelgoed.
Er zijn nog werken waarin ze met deze achtergrond bekende werken uit de 19de en 20ste eeuw als inspiratiebron gebruikt, maar door ze anachronistisch in te voeren en ze naar het vrouwelijke leven van alledag te transponeren krijgen ze een heel originele en specifieke invulling.
Om met Goethe’s Faust te eindigen: ‘Das Ewig Weibliche zieht uns hinan’.
Geniet ervan.

witch

“If the Chicago Women were drawn to Surrealist values, to supposedly overthrow conventions, and the movement attracted many adventurous souls.” and the surrealists had a baby, I think it would look a little like my work,” says Brookyln-based painter Julie Curtiss of her style. Working with a vivid colour palette between oils, acrylics, vinyl and gouache on paper, she explores themes of culture, nature and female-focused art narratives.

CURTISS_visor+2

Growing up in Paris to a Vietnamese father and French mother, Julie filled her days with drawing. This pastime soon became a cathartic process she used to deal with the anxiety and fears of adolescence. “It may sound cliché but I really had a rough time during those years,” she tells ‘It’s Nice That’. However, her interest in the arts later became more than just a creative outlet for her emotions, as she decided to pursue a career in it. “I thought what I really wanted to do was illustration, but after a year of prep school I quickly understood that painting was for the best way for me to freely express my thoughts.” (It’s Nice That Daniel Milroy Mahler 2019)

julie-curtiss-beach-trip-art-itsnicethat-01

“I think my work has become more defined over the years; it use to be sprawled aesthetically, but I have refined my artistic vocabulary in the past few years to make it more specific and unique.”

1498397238259

“I understand there is a common effort to democratise the art world and shed light upon under-represented artists at the moment. However, for me, artists being labelled according to social groups could be more damaging than helpful.”

“I am fascinated by female archetypes and their representations throughout art history.”

JC064_The-Funeral_2018_40x30_LR

I enjoy associating humor with darkness, the uncanny and the mundane, grotesque shapes to vivid colors. I work from mental notes or imagination. With ideas of narration, I will utilize recurring elements from one painting to another, or leave some of the action outside the frame, thus creating a form of suspense.

apetizer-1024x738

My artworks are psychological. By omitting parts of an image or suggesting abnormal situations, I would like to contrast a feeling of familiarity with surrealism.

159262-1525462104-Curtiss_Julie

I am interested in the various aspects that female identity can take, especially through the opposite notions of Nature and Culture. I like to represent smoking teacups and cigarettes, objects that call to mind a domestic, tamed image of women. On the other side, organic, ambiguous body parts allude to the archetype of a woman fused with nature and her animalistic drive.

CURTISS_the_test

With faceless portraits of women, gnarled fingers and toes, and voluptuous bodies composed of hair, I would like to present the viewer with an enigmatic puzzle, an invitation to reflect on the idea of an unfixed, ever-changing self.

in_link-1400-104x215x2498x1664_q85

“Surrealism had a very high proportion of women members who were at the heart of the movement, but who often get cast as ‘muse of’ or ‘wife of… Women were drawn to Surrealist values, to supposedly overthrow conventions, and the movement attracted many adventurous souls. These artists engage with Surrealism not just aesthetically, but as a philosophy. Surrealism is about seeking the unconscious and jolting ourselves into new ways of seeing.” (Greeves -Izabella Scott)

3widows

After school, I worked as a security person at the Centre George Pompidou in Paris. There I was very impressed by a series of black and white drawings by Mike Kelley. A few months later in Japan, I started a series of works on paper with cartoon-like imagery, with big droopy eyed, depressed characters. This was the beginning of a more graphic style in my art. When I came back to France, I found out that my mother had cancer and the 3 years that followed were dark years. My art changed a lot and became a way for me to funnel my anxiety. I turned inward with my art, trying to make sense out of life.

julie-curtiss-piece-of-cake-art-itsnicethat-01

Finally, my art went through a new phase a few years after I settled in New York. I slowly healed from my mother’s death and my art became lighter and more in phase with new life challenges: affirming myself as a woman, embracing the multiple facets within myself, engaging more with the outer world.

1498397606913

I find a lot of my inspiration in French and European painters/sculptors from the 19th and 20th centuries… because a lot of these artworks are popular, I enjoy how they worked their way into people’s subconscious. They are iconic and therefore they work on several levels, subliminally but also overtly. People love drawing connections, and understanding an image within a frame of references. I like to use old masters and divert the meaning of their works, adding anachronistic elements or simply borrow parts that are timeless. My attachment to some images is also sentimental (Degas, Manet, Vuillard, Ingres…), they were the first to draw me in and work on my imagination as a child.

5-2

Hair evokes the primordial in my work. With nails, it’s a part of our bodies that grows of its own and that we can sever off without pain. It refers to the wild, the untamed, the beast in us. In the myth, the hair on Medusa’s head is made out of snakes. In our societies, hair is combed and braided and the nails manicured. Women transcend these physical attributes for social ends… As a woman, I am interested in the way we fashion our bodies, to be reflected through the other’s eyes.

1bb-1

Julie Curtiss creates illustrative and surreal paintings that address themes of femininity, identity, and the grotesque through investigations of the female body and abstracted forms. Looking at one of her paintings is like looking into the land of Oz — reality is present to a degree, but the surreal, fantastical, and absurd merge with our perception of narrative truth, causing a disruption In our perception of the very reality that we cling to. Working with both acrylic and oil on canvas and gouache on paper, Curtiss’ works blend graphic illustration with figurative abstraction, combining recognizable imagery with imagined spaces and figures.

hotel-web_orig

The resulting compositions are detailed paintings of surreal scenes; mysteriously enticing, haunting, and playful. Utilizing recurring motifs throughout her work — hair, nails, cigarettes — Curtiss draws attention to the power and implications of objects as symbols and their resulting visual effects. Her work most often explores notions of femininity and its relationship to both nature and social culture through archetypal images that signify context beyond their primary visual state. By obscuring her figures or altering the image perspective, the viewer becomes implicated as a voyeur in a narrative that extends beyond the confines of the canvas, leaving the content, narrative, and meaning open to a nonlinear interpretations and implied meanings.

ak15815_CUR_Dog_Days-1400-0x299x3000x1998_q85

https://www.antonkerngallery.com/artists/julie_curtiss

https://www.juliecurtiss.com/

https://www.artsy.net/article/artsy-editorial-women-surrealism-muses-masters

JULIE+CURTISS__78

CURTISS_hollowman

 

Bij een foto van August Sander

570435

Het is een mooie uitdrukking: getroffen zijn. Heel lichamelijk.
De vraag waarom is een vraag die je in menig opstel omtrent kunst en cultuur veelvuldig zult terugvinden. Het is een typische vraag die jonge kinderen op een bepaalde leeftijd beginnen te stellen, tot vervelens toe. Oudere mensenkinderen vergeten die vraag wel eens.
Het begon met deze treffende foto gemaakt in 1914 door de Duitse fotograaf August Sander (1876-1964) Titel: de weduwnaar.

Hij stelde zich met dit project geen geringer doel dan het in kaart brengen van de volledige maatschappelijke orde van zijn tijd. Het resultaat is zowel een sociologisch project, een historisch document als een fotografisch meesterwerk. Voor dit ambitieuze project hanteerde Sander zeven hoofdcategorieën: De Boer, de Handwerker, De Vrouw, de Standen, De Kunstenaars, De Grote Stad en De Laatste Mens. De portretfotografie van August Sander heeft grote invloed gehad op het werk van latere generaties fotografen.’
Aldus de introductie bij een tentoonstelling van zijn werk.

beitragsfoto-august-sander-preis-2018

„Das Wesen der gesamten Photographie ist dokumentarischer Art,“ so schrieb August Sander in einem seiner Vorträge, die er 1931 im Westdeutschen Rundfunk hielt und formulierte damit einen Kernsatz, der während seiner gesamten Laufbahn für die Arbeitsauffassung des Photographen maßgeblich war.

Het vreemde is dat ik nu net niet het documentaire terugvond in deze prachtige foto ‘de weduwnaar. Hij hoort althans voor mij niet thuis in de grote collectie ‘specimen’ die Sander heeft aangelegd. Foto’s die je als voorbeeld van een bepaalde soort kunt klasseren.

‘Facial features, body language and spatial relationships have changed over time. We are now accustomed to technology and carry evolved cameras in our pockets. Photographic documentation and portraiture now often defined as a ‘selfie’ was once a moment that appeared quite somber. In fact, none of the figures in August Sander’s photographs smile with parted lips. In a few, a slight grin can be detected but for the most part, the participant stares into the lens determined to be remembered. Well, August Sander has succeeded. His ‘Portfolio of Archetypes’ lives on in 2019, a glance into a moment that lasted as long as it took the shutter to snap closed. The life journey is real and while the mechanics of the archive may change over time, the assuredness of yesterday still has the power to reveal an estimation of truth today.’

SANDE13981

Natuurlijk ben ik geboeid door deze aanduiding van ‘soorten’ zoals ze in diverse tijdperken voorkomen, maar net die finaliteit haalt het ‘verhaal’ weg uit hun leven. Ze horen bij een onderdeel van de toenmalige samenleving alsof hun ‘persoonlijk’ bestaan er verder niet meer toe doet met inbegrip van hun emoties of het gebrek daaraan. Beetje oneerbiedig zou ik kunnen zeggen dat het in de eerste vijfenveertig jaar van de 20ste eeuw een Duitse ‘kwaliteit’ was waardoor een verschijnsel als eerste en tweede wereldoorlog meer een kwestie van aantallen en specimen werd dan het persoonlijke leed van enkelingen.

Bekijk het volgende filmpje dat gemaakt is naar aanleiding van de intussen beroemde prent ‘3 boeren op weg naar een dansavond’. Door degelijk speurwerk ontdekte de maker wel het ‘persoonlijk’ verhaal van de drie, en dat boeide mij meer dan de wetenschap dat rond 1914 deze drie een specimen waren van de afdeling ‘boeren’.

Het verhaal is al enkele keren tegengesproken, maar al vind ik de dressingcode ook wel boeiend, het levenslot ontdoet ons van uiterlijke kenmerken en dressingcodes zeker in tijden van oorlog. Toch blijft die code ook heden ten dage belangrijk!
Nadine Van der Linden schreef daarover in de Morgen van vandaag, 28/5, om de specimen dichter bij huis te ontdekken als ze het heeft over de kledingcode van de succesrijke jonge politici ter uiterste rechterzijde:

“Het is bijna een kledingcode”, legt cultuursocioloog Walter Weyns (UAntwerpen) uit. “Ze straalt solide waarden uit. Kwaliteit. Nostalgie. Daarmee zetten deze politici zich af tegen de bontheid die een kenmerk is van diversiteit. Metroseksuele mannen die make-up gebruiken of fuchsia dragen? Niet bij hen. Genderfluïditeit waarbij de grens tussen man en vrouw vervaagt? Neen, bedankt. Softe types op sandalen? Neen, net zoals de regenboogkleuren van de lgbt-gemeenschap. Niet te exuberant, dat is het motto. Het is de kledij die vroeger door autoverkopers werd gedragen, om vertrouwen uit te stralen.
(”de Morgen, Nadine Van Der Linden”)

Collage_Fotor4-manschap

Tenslotte terug naar de weduwnaar van August Sander.
Mocht je nu de titel niet kennen dan zou het net zo goed over een vader en zijn twee jonge zonen kunnen gaan. Hij helemaal in het pak, uitvoerige horlogeketting, zij, zoals ze ’s zondags thuis rondlopen maar ook met horloge in het bovenzakje van het zondagse hemd, een statussymbool, een letterlijk bij de tijd zijn.
Hij, de vader, kijkt niet naar de camera noch naar zijn kinderen die ons beiden in de ogen kijken. Zijn blik is nergens naar gericht. Hij is in een andere wereld dan degene die wij zien. Wij weten door de titel waarom maar zelfs zonder die wetenschap is de zachtheid van zijn kijken wellicht a-specifiek voor de welstellende burger van toen en daarom juist zo boeiend. Zo treffend.

618e248f-d7a8-4766-ac37-b29385c86a45

Von der großen Resonanz die Antlitz der Zeit erhielt, zeugen viele Besprechungen, so beispielsweise von Kurt Tucholsky oder Walter Benjamin, der besonders auch auf die aufklärerische Wirkung des Portraitwerks vor dem Hintergrund der drohenden nationalsozialistischen Herrschaft hinwies, was sich heute wie eine Vorahnung auf das Kommende liest. Fünf Jahre später wurden die Druckstöcke zu Sanders Antlitz der Zeit von den Nationalsozialisten zerstört und der weitere Vertrieb des Buches eingestellt; ein Berufsverbot – wie häufig zuvor vermutet – wurde jedoch nicht verhängt.

https://vimeo.com/72119568

Of om te eindigen: de tegenstelling. Vervolgde en vervolger. ‘Il n’y avait qu’ August Sander pour proposer dans son oeuvre une juxtaposition de la société allemande; persucutés d’ un côté, et nazis de l’autre. (Sophie Nagiscarde, commissaire de l’ exposition August Sander, persécuteurs des Hommes du XXe siècle, au memorial de la Soah à Paris 2018.)

Het kan ons allen overkomen en wie bepaalt bij welke kant we horen? Wijzelf?

838_bourreaux

 

The Unknown Citizen, W.H. Auden

8291573_f520

The Unknown Citizen

W.H. Auden 1907-1973

(To JS/07 M 378
This Marble Monument
Is Erected by the State)

He was found by the Bureau of Statistics to be
One against whom there was no official complaint,
And all the reports on his conduct agree
That, in the modern sense of an old-fashioned word, he was a
saint,
For in everything he did he served the Greater Community.
Except for the War till the day he retired
He worked in a factory and never got fired,
But satisfied his employers, Fudge Motors Inc.
Yet he wasn’t a scab or odd in his views,
For his Union reports that he paid his dues,
(Our report on his Union shows it was sound)
And our Social Psychology workers found
That he was popular with his mates and liked a drink.
The Press are convinced that he bought a paper every day
And that his reactions to advertisements were normal in every way.
Policies taken out in his name prove that he was fully insured,
And his Health-card shows he was once in hospital but left it cured.
Both Producers Research and High-Grade Living declare
He was fully sensible to the advantages of the Instalment Plan
And had everything necessary to the Modern Man,
A phonograph, a radio, a car and a frigidaire.
Our researchers into Public Opinion are content
That he held the proper opinions for the time of year;
When there was peace, he was for peace: when there was war, he went.
He was married and added five children to the population,
Which our Eugenist says was the right number for a parent of his
generation.
And our teachers report that he never interfered with their
education.
Was he free? Was he happy? The question is absurd:
Had anything been wrong, we should certainly have heard.
(From Another Time by W. H. Auden, published by Random House. Copyright © 1940 W. H. Auden, renewed by the Estate of W. H. Auden. Used by permission of Curtis Brown, Ltd.)

The Unknown Citizen, with its long rambling lines and full rhyming end words, has a bureaucrat as speaker paying tribute to a model individual, a person identified by numbers and letters only. It is delivered in, some might say, a boring monotonous tone, a reflection of the bureaucracy under which the citizen served. The poem is a powerful reminder to us all that the state, the government, the bureaucracy we all help create, can become a faceless, indifferent and often cruel machine. It raises the two important questions – Who is free? Who is happy?

3380746211_11b7d49c2c_b

Dat waren vragen van Andrew Spacey die het gedicht besprak in Owlocation
Auden schreef het gedicht in 1939, op een keerpunt in zijn leven toen hij Engeland verliet en uitweek naar de USA. Hij was gehuwd met Erika Mann, dochter van Thomas om haar uit de brutaliteit van de nazis te redden.

nussbaum-refugee

(Felix Nussbaum (Osnabrück 1904- Auschwitz-Birkenau 1944), The refugee, Brussels 1939)

Auden was a gifted craftsman as a poet, writing long, technically astute poems but he also embraced the move towards free verse, combining both modern and traditional elements. The human condition was his main focus, but he did say that:

“poetry is not concerned with telling people what to do, but with extending our knowledge of good and evil…”

Teacher, essayist and social commentator, but above all a poet, he continued to live in the USA, after becoming a citizen in 1946. New York city was his home for many years.

(https://owlcation.com/humanities/Analysis-of-Poem-The-Unknown-Citizen-by-WHAuden)

quote-in-the-nightmare-of-the-dark-all-the-dogs-of-europe-bark-and-the-living-nations-wait-each-w-h-auden-303066

tom lovellchrismas morning

(Tom Lovell Christmas Morning 1939)

felix-nussbaum

Felix Nussbaum studied art in Hamburg in 1922 and a year later continued his studies at the Lewin-Funcke Schule in Berlin. Between 1924 and 1929 he studied at the Vereinigten Staatsschulen für Freie und Angewandte Kunst. In 1932 he was awarded the Rome Prize and with it a scholarship to study at the Villa Massimo in Rome. Following the Nazi rise to power, he wandered through Europe and in 1935 sought refuge in Belgium for himself and his partner, the artist Felka Platek. Initially, the couple lived in Ostend; two years later, they moved to Brussels. Following the German occupation of Belgium in May 1940, Nussbaum was arrested and interned in the Saint Cyprien camp in southern France. Several months later, he escaped and returned to Brussels, where he went into hiding with his wife. He created dozens of artworks reflecting the anguish of the persecuted Jews. Only with the help of friends, who secretly safeguarded the works, did these survive the war. In June 1944 the couple was denounced, arrested, and transferred to the Mechelen camp. In July they were deported on the last transport from Belgium to Auschwitz-Birkenau, where they were murdered. (hieronder: Masquerade, 1939)

Nussbaum - Masquerade