Licht en lommerte (1)

serene morning in a sunlit park landscape
Photo by wal_ 172619

Lommerte is een sfeervol en voornamelijk Zuid-Nederlands en Vlaams dialectwoord voor ‘schaduw’, vaak specifiek verwijzend naar de koele schaduw die bladeren en bomen werpen (ook wel lommer genoemd). Het wordt gebruikt om een aangename, beschutte en schaduwrijke plek aan te duiden.’ (Vlaams Woordenboek)

Tommi Viitale uit ‘Hunting Shadows)

“Met schaduw staat er veel op het spel : de effekten binnen het beeld zijn enorm, maar ook de affekten die schaduw in de gedachten en het gemoed van de toeschouwer teweegbrengt zijn complex. De schaduw is tegelijk het schijnbeeld (de grot-parabel van Plato) maar ook de onmisbare begeleider van het bestaan (het verhaal van de man die zijn schaduw verliest : hij bestaat niet meer, want het licht ondervindt geen hinder van hem).”

Dirk Lauwaert. Knack 1996

closeup photography of street sign
Photo by Matthias Groeneveld on Pexels.com

“Wat in de luwte gebeurt, is vaak het belangrijkste. Voor een denker is dat niet anders. De mooiste dagen zijn heel gewoon: lezen, schrijven, rondlopen zonder dat iemand weet waar je bent. Als ik spreek in de publieke ruimte, dan denk ik daarover na. Ik vraag me af: Wat zijn mijn motieven? Wat wil ik zeggen? En heb ik wel iets te zeggen? Zwijgen is altijd een optie. Alleen al daarvoor is Socrates zo’n geschenk: zeggen ‘ik weet het niet’ is soms inderdaad het verstandigst.

Pijn is fascinerend – hoe je daarmee omgaat, zegt veel over hoe je met het leven zelf omgaat. Vandaag de dag staat verdoving centraal. En dat begrijp ik natuurlijk. Ik pleit niet voor méér pijn. Alleen moet je opletten: dat je om geen pijn meer te voelen, uiteindelijk niets meer wil voelen, zodat je niets meer kan voelen. Dat je afgesneden bent, verdoofd. Depressieve gevoelens lijken me zo’n ervaring. Daarom moet je ook de negativiteit kunnen ervaren. Luisteren naar je lichaam als het ‘neen’ zegt. Ruimte maken voor het niet-kunnen, het niet-zijn en het niet-weten. Je beleeft niet alleen maar positieve, leuke gevoelens. En dat is geen nederlaag.”

Tineke Beeckman. in gesprek met Jeroen De Preter over haar boek ‘Ken Jezelf. Focus 2024

Renée Demeester, Walsende elementen, 1972

Alles is ver weg en tegelijk dichtbij. Alles beweegt, en alles is immobiel. Dit is geen paradox, het is het mysterie waarmee we moeten leven.” (Renée Demeester 1973)

bezoek:

https://www.okv.be/tentoonstelling/renee-demeester-abstracte-landschappen

Renée Demeester, Compositie, 1971. Olieverf op doek, 130 x 97 cm
© Foto Pascal Demeester
In de loemmerte van 't bos
tusse kreupelout en mos
zedde veilig vör de nijd
van de mediocriteit
onder varen en jasmijn
kunde zelf ne schaduw zijn
lak de giêsten iêwenoud
in de stilte van et woud

Wannes Van de Velde

Hemelse hulp verbeeld en beletterd

Врубель_-_зішестя_святого_духа

Als kind al was ik gefascineerd door de vurige tongen boven het hoofd van de apostelen.

Niet door het verschijnsel zoals de heer Lucas het zou uitbeelden in een starwars-film, maar door de mogelijkheden, de transformatie van bange wezens in ontstekers van allerlei andere heilige vuren, niet in het minst door het spreken van allerlei talen zonder avondschool te hebben gevolgd.

Er waren vooreerst de bange wezens die zich hadden opgesloten in het wonderlijke cenakel, een woord dat bij mij telkens ronde vormen opriep, waar je dus in geen hoekje kon wegkruipen, en ondanks dat hij aan hun vrienden in Emmaus had duidelijk gemaakt dat hij bij hen was, ondanks Thomas en zijn anatomisch vingergepeuter in het lichaam van de Heer, zaten ze daar te rillen, want als er in mijn kinderlijke verbeelding angst optrad dan ging die gepaard met klappertanden en takke-tak van knikkende knieën en sidderende ledematen.

die_ausgiessung_des_heiligen_g

Daarbij kende ik mezelf als bang wezentje.
Wellicht is volwassenheid gewoon het genezen van de angsten die wij als klein wezen hebben gekend.
Als je geen voetballer bent, geen vechtjas (tenzij als kruisvaarder tegen de bende van de aangrenzende straat) geen brave hendrik of primus, maar een fantast die bij elke draai van de straat een draak verwacht, bij de schaduwen van de kastanjelaar de knoestige vingers om zijn kinderkeel voelt, een verhalenverteller kortom, dan ben je in het cenakel van de Boudewijn de Grote’s ‘o mijn kindertijd’ gevangen.

Ik kon mijzelf dus de luxe van een vurige tong boven mijn kinderhoofd best veroorloven, en toen de firma For You koude ijstongen op de markt bracht, frisco genoemd, werden in mijn verbeelding de vurige tongen werkelijk brandende frisco’ s waarvan het stokje zich in het hoofd van de apostel vast had gezet.
Ik vraag de heilige Geest vergiffenis, maar ik was nog ver van de Pardes Rimonim* van de Kabalist Moses Cordovero waaruit mijn grootvader vaak vertelde, maar misschien ben ik nooit zo dichtbij heiligheid geweest als toen, want de zuiverheid van beelden laat zich niet door de esthetica of theologie bepalen, maar ontspruit uit de mooie zin dat de geest waait waar hij wil, een geliefde uitspraak van mijn grootmoeder als mijn grootvader dronken was thuis gekomen.

pardes rimomim

*(Pardes Rimomim: Rabbi Simon ben Jochai verbindt Malchut, het mannelijk element in de kosmos met Tifireth, het vrouwelijk element in de echt in de ‘Pardes Rimmmonim, in de granaatappelboomgaard, een verhaal van de Joodse mysticus Ben Jacob Cordovero een oertekst uit de Kabbalah 1548)

Hortus_Deliciarum_Pfingsten_und_die_Aussendung_des_Heiligen_Geistes_auf_die_Apostel

Als ik uit mijn slaapkamer klom, stond ik ook op een plat dak, net zoals de bangeriken met hun brandende tongen op het dak waren geklommen, maar hoe ik ook mijn best deed om in het Frans of Hebreeuws, het Engels of Jiddisch te zeggen dat er mij iets goddelijks was overkomen, de woorden bleven in mijn mond steken toen ik mijn grootvader in zijn blootje in de grote witbuik-kerselaar zag zitten, waaronder mijn grootmoeder stond te roepen dat hij dringend naar beneden moest komen want dat de witbuiken van de kersen al genoeg aan de verbeelding overlieten zonder dat hij dat door zijn naakte transformatie moest benadrukken.

En hij sprak wel alle talen ter wereld (volgens mijn weten toen) al bleef het in werkelijkheid beperkt tot een scheldtirade in slecht Duits, dat ze niet moesten denken dat nu de forten rond Namen gevallen waren ze het zouden opgeven, en dat hij de architect van die forten (terecht) een proces zou aandoen, hoe konden ze jongens van zijn leeftijd zoiets aandoen, enz.

El Greco, Ausgiessung des Hl.Geistes

Later las ik in de schrift dat de mensen zich beneden op de straat hadden afgevraagd of die vurige polyglotten misschien dronken waren, en jawel, ik begreep het dadelijk, de vurige tongen kregen een lucht van Kempisch gebrouwen (De Keersmaeker) bier en Gentse jenever (Hertekamp), inderdaad ontvlambare materies, zeker toen ik aan een broeder van Liefde die mij onderwijs verstrekte, zei dat ze inderdaad dronken waren geweest, die schijtlijsters, want ik hoorde ook mijn opa alle talen spreken toen hij in een gelijkaardige toestand verkeerde.

De brave broeder, die zelf graag een glaasje lustte, antwoordde dat Gods wegen wonderlijk waren maar dat voor ons, zondige mensen, een Assimil-boekje een betere methode waarborgde om een vreemde taal te bemeesteren.

Botticelli, Sandro, 1444/1445-1510; The Descent of the Holy Ghost

Toch bleef Pinksteren zijn aantrekkingskracht behouden en de heilige Geest heb ik levenslang geëerd door alle duiven tegen gemeentebelangen in van graan en brokjes brood te voorzien, een taak door de geliefde nog steeds in praktijk gebracht.

Want de geest waait waar hij wil, en zijn bange kinderen kunnen er van meespreken al zijn ze intussen de tachtig voorbij.

Carl Jung noemde het ‘de geur van de Heilige Geest’, en met mijn dikke neus kan ik dat beamen.

De Heilige Geest mag dan al naar geestrijke drank hebben geroken, naar de witte drank uit de mooie Hertekamp-fles, hij troostte mij ook door mij beetje bij beetje met woorden  te wapenen om het woordeloze voortdurend te belagen en te belegeren.

Hij verlokte mij tot het “hierosgamos”, letterlijk ‘het heilige spel’, mooier dan het mystieke huwelijk, met andere lagen van het denken en het gewaarworden, en al vluchtte ik voortdurend, laf als we zijn, de walvis in, telkens weer was hij daar met zijn vurige For You en dreef hij mij, als verteller,  het schamele dak op om te stamelen in de talen die hij nodig achtte, liet hij me als heel klein zangertje meezingen in het verhalen-koor waarin tremendum et fasciosum, een element van het dagelijks bestaan ging uitmaken. (tremendum et faciosum:  bibberen en bewonderen!)

Hochfest-Pfingsten-Gottesdienste-und-besondere-Wallfahrten

Is het daarom dat er zich houtduiven in de atlasceder hebben genesteld?

Of weten ze gewoon dat de liefste hen van fruit en granen voorziet en op tijd de katten weghoudt als ze het op de Pinkstervleugels hebben gemunt.

Laat het aardse zich voortdurend met het hemelse vermengen en vice versa, al dan niet in homeopatische verhoudingen.

2-3_Pfingsten_1906__780x500_

(De bovenste wandschildering van Mikhail Vrubel komt uit de St. Cyril-kerk (aan de buitenkant in mooie pistachekleuren geschilderd) uit Kiev, Oekraine. Niet alleen de fraaie compositie trof mij maar ook het menselijke: kijk hoe elke heilige figuur zijn voeten op een tapijtje mag warm houden!)

169a3027e254dd6676988c57af13efd2v1_max_755x425_b3535db83dc50e27c1bb1392364c95a2

De Bijbel illustratief verteld: The Holkham Bible (1330)

De Schepping van Adam en Eva The Holkham Bible Picture Book (ca 1330)

Op bovenstaande prent uit de Holkham Bible Picture Book (1330) is de goddelijke Schepper bezig met het ‘scheppen’ van het eerste mensenpaar. Het is in feite een dubbelprent. Bovenaan de schepping van Adam, onderaan, uit een rib van deze Adam wordt Eva, de eerste vrouw in het aards paradijs vorm gegeven. Een illustratie uit een bijbel-prentenboek uit 1330. Een boeiende ontstaansgeschiedenis.

In 1816 schreef William Roscoe – een bankier uit Liverpool met een scherp oog voor kunst – vol bewondering een brief aan Thomas William Coke, de eerste graaf van Leicester. De twee mannen kenden elkaar al lang. Veertig jaar eerder had Coke de bibliotheek van Holkham Hall geërfd, die een eeuw eerder was aangelegd door zijn oudoom Thomas Coke (1697–1759), wiens familie hem op zijn vijftiende naar het buitenland had gestuurd om hem van zijn vervelende gewoonte van hanengevechten af te helpen. Het werkte. Tegen de tijd dat deze oudere Coke eenentwintig was, had hij Padua, Lyon, Berlijn en de meeste plaatsen daartussen geplunderd, waarbij hij “voldoende manuscripten en vroeg gedrukte boeken had gekocht om een van de mooiste privébibliotheken in Engeland samen te stellen”. Nadat hij de bibliotheek in 1776 had geërfd, trof Thomas Coke deze in een erbarmelijke staat aan, met onschatbare boeken die beschimmeld en door wormen aangetast waren. Hij stuurde de bijna 750 delen naar Liverpool waar Roscoe ze liet reinigen en opnieuw inbinden. Nu, in 1816, hielp Roscoe Coke zijn collectie verder uit te breiden door zeldzame stukken uit het buitenland op te sporen. Te koop was “een zeer merkwaardig manuscript, dat zojuist van het vasteland is meegebracht… en dat ik beschouw als een van de grootste rariteiten die ik ooit heb gezien”.

(The Holkham Bible Picture Book (ca. 1330) The Public Domain Review Naar de Engelse tekst van Hunter Dukes)

‘De zondvloed’. The Holkham Bible Picture Book (ca 1330)

Dit ‘curiosum’, dat vermoedelijk rond 1330 in Londen is vervaardigd, staat tegenwoordig bekend als het Holkham Bible Picture Book, omdat het selectief het Oude en Nieuwe Testament illustreert en ons in een reeks van 231 prachtig uitgevoerde miniaturen meeneemt van Genesis tot Openbaring. Onder de vele schitterende afbeeldingen zien we: Adam en Eva aan de rand van het paradijs, terwijl een cherub de poorten van Eden bewaakt met een zwaard in de kleur van een karbonkel; de zondvloed, waarbij Noach een duif en een raaf uitzendt boven een woelige zee — weergegeven in golvende strepen van blauw en wit — terwijl de bleke lichamen van een man, een vrouw en een paard wegzakken in een eindeloze slaap; en het Laatste Avondmaal, waarin de gewaden van Christus en zijn apostelen op de pagina lijken te schitteren. De miniaturen van de Holkham-bijbel maken bewust gebruik van luminantie, een effect met zowel esthetische als theologische betekenis, door middel van de techniek die bekend staat als ‘getinte tekening’. Door praktisch gebruik te maken van de doorschijnende kwaliteit van perkament, werden deze afbeeldingen geproduceerd door verf in dunne lagen aan te brengen, waardoor de ondoorzichtigheid van het materiaal behouden bleef en het, in het juiste licht, deed gloeien als het glas-in-lood van een kathedraal.

Het Laatste Avondmaal The Holkham Bible Picture Book (ca 1330)

Lees en kijk: The Holkham Bible Pictures boek (met talrijke prenten onderaan):

https://publicdomainreview.org/collection/holkham-bible

https://pdimagearchive.org/images/10dc1d05-ef55-481f-8474-455b135bcf3d

De engel met het vlammende zwaard verdrijft de eerste mensen uit het paradijs

De Bijbel is mogelijk in opdracht van een dominicaanse monnik gemaakt, want het manuscript begint, wat ongebruikelijk is, met een monnik die zijn kunstenaar opdraagt “het goed en grondig te doen, want het zal aan belangrijke mensen worden getoond”. Hoewel het een Bijbel wordt genoemd, is de relatie tussen tekst en beeld in het geheel atypisch, aangezien de woorden vaak dienen als bijschrift bij de afgebeelde gebeurtenissen, in plaats van de heilige tekst weer te geven. In dit drietalige manuscript, dat grotendeels in het Anglo-Normandisch is geschreven, speelt het Engels een kleine maar belangrijke rol. De taal komt alleen voor in verband met herders. In een humoristische en cryptische miniatuur gaat de aankondiging verloren in de vertaling: “Gloria in excelsis”, zingt de engel, maar de herders spreken geen Latijn. “Glum glo. . .”, probeert een man, in een slordige en keelklinkende imitatie, voordat hij toegeeft dat hij onzin uitkraamt (“ceo ne est rien”).

Een engel verschijnt aan de herders/Op bezoek bij het kind

Een tweede scène op dezelfde pagina toont de herders die bij de kribbe aankomen (zie hierboven), waar ze Maria, Jozef en het kindje Jezus aanschouwen. Plotseling overstijgt hun spraak de grenzen van de taal: deze herdersfiguren zingen nu in perfect Latijn, vanuit boekrollen die zich van hun tong afrollen. “Dat herders aanvankelijk geen Latijn kunnen zingen, is te verwachten”, schrijft Richard K. Emmerson, “dat ze dat later wel kunnen, is wonderbaarlijk”. Nog wonderbaarlijker is dat het Middelengels afwisselt met Anglo-Normandisch in een stijl die doet denken aan macaronische liederen. “Songen alle wid one steuene / Also the angel song that cam fro heuene: [Middelengels] / ‘Te deum et Gloria.’ [Latijn] / La contenance veyez cha [Anglo-Normandisch]”. Zoals Christopher Baswell uitlegt, zou dit “muzikale, engelachtige Latijn wel eens de taal van de openbaring kunnen zijn” — wat het welgestelde, Anglo-Normandische lezerspubliek van deze bijbel zou verwachten — maar “de unieke en explosieve verschijning” van het Middelengels dient om de scène te authenticeren in een volkstaal die geleidelijk aan literair en kerkelijk prestige verwierf. “They all sang in one voice” (Songen alle wid one steuene) beschrijft het koorlied, maar lijkt ook vooruit te wijzen, naar de toekomst van het schrijven in Engeland. (Hunter Dukes The Public Domain Review)

Holkham Bible De Schepping
Zie je de Almachtige
scheppend tussen schoonheid
van wat wij gewoon gedierte noemen;
voel je dan ook
die aandrang
zachtjes te zeggen:
'Die mens, God, moest dat nu?'
Holkham Bible De Schepping. De Schepper

Rondreizend volkskunstenaar Ammi Phillips (1788-1865)

Ammi Phillips, Girl in Red Dress with Cat and Dog, 1830-1835 American Folkart Museum

Hij, Ammi Phillips maakte er misschien een duizendtal, begin negentiende eeuw, actief midden 1810 tot in de vroege jaren 1860, in Connecticut Massachusetts en New York. Geduid als ‘primitive art’, folk art, ‘provincial art’ en ‘itinerant art’. Zonder opleiding, direct naar het leven. Slechts elf werken zijn gesigneerd.

De herontdekking van Phillips begon in 1924, toen een reeks portretten van vrouwen – die voorovergebogen in driekwart-profiel waren afgebeeld en donkere jurken droegen – te zien waren op een antiekbeurs in Kent, Connecticut. De anonieme schilder van deze kleurrijke werken, die uit de jaren 1830 dateren, werd bekend als de „Kent Limner“, naar de plaats waar ze aan het licht waren gekomen. Het duurde nog tot in 1958 om verschillend geduide kunstenaars tot één naam te herleiden. Rond 1976 waren er ongeveer 400 schilderijen aan Ammi Phillips toegeschreven.

Wilbur Sherman, 1815, Yale University Art Gallery. Ammi Phillips

Phillips werd op 24 april 1788 in Colebrook, Connecticut, geboren als zoon van Samuel Phillips (1760–1842), een boer van beroep en veteraan uit de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog, en zijn vrouw Millea Phillips (1763–1861). Hij was een van elf kinderen en leidde een leven dat zich uitstrekte van het presidentschap van George Washington tot de Amerikaanse Burgeroorlog.

De naam “Ammi” (volledig “Ammiruhamah”) is bijbels. Deze naam werd in de 17e en 18e eeuw veel gebruikt door congregationalisten. Andere dragers van deze naam zijn onder meer Ammi Ruhamah Cutter en Ammi Ruhamah Mitchell.

Phillips verliet zijn ouderlijk huis ergens vóór 1810, en de eerste gesigneerde portretten van Phillips dateren uit 1811, wat betekent dat hij toen zijn carrière als portretschilder begon.

(Wkipedia)

Henrietta Door, 1814, Princeton University Art Museum, an example of Phillips’s earlier work

Phillips verliet het ouderlijk huis ergens vóór 1810 en trouwde op 18 maart 1813 in Nassau, New York, met Laura Brockway. De familie van Laura Brockway had wortels in Sharon, Connecticut. Na de dood van zijn eerste vrouw trouwde Phillips opnieuw, woonde een tijdje in Amenia, New York, en vestigde zich vervolgens in 1836 in Kent en Sharon, Connecticut. Zijn portretten uit de ‘Kent-periode’ worden gekenmerkt door donkerdere composities, vaak met heldere kleurvlakken, en elegante, gracieuze houdingen en gezichtsuitdrukkingen.

Boy in red. (ca. 1832). Amni Phillips.

Aan zelfvertrouwen ontbrak het Phillips niet. Hij profileerde zich als een modieuze portretschilder en richtte zich vooral op middenklas-handelaars, artsen en vooraanstaande figuren uit de gemeenschap. Net als veel andere rondreizende kunstenaars ontwikkelde Phillips een werkwijze die zowel artistiek als winstgevend was.

“We hebben de neiging om het beeld van de volksschilder in de 19e eeuw te romantiseren, terwijl de volksschilder in feite in alle opzichten een rondtrekkende zakenman was,” zei Robert Bishop, voormalig directeur van het Museum of American Folk Art, in 1985 over het werk van Phillips. “Hij kwam in de stad aan, maakte reclame, regelde zijn klanten, schilderde zijn portretten zo snel mogelijk, liet zich zo goed mogelijk betalen en trok verder. Dus bijna al deze mannen ontwikkelden een formule waarmee ze snel en gemakkelijk konden schilderen.” (AuctionDaily)

Ammi Phillips Mrs. Mayer and Daughter. (96.2 x 87 cm) 1835-40. The Met
‘Henry Teller’ ca 1835 Ammi Phillips.

“Hoewel hij een autodidact was, verwierf Phillips bekendheid om zijn briljante composities en werd hij beschouwd als een meester in kleur en vormgeving. Juist dit kleurgebruik verbindt Phillips met de volkskunstbeweging, aangezien felle tinten door de traditionele portretschilders van die tijd doorgaans werden gemeden. Net als bij andere volkskunstenaars waren ook de schilderijen van Phillips zeer gedetailleerd, maar duidelijk naïef en niet fotorealistisch, hoe prachtig ze ook waren uitgevoerd. Je hoeft alleen maar naar de handen van zijn modellen te kijken om te beseffen dat Phillips inderdaad een autodidact was.” (Art Experts)

Maar…was hij misschien zijn tijd vooruit, zijn vormgeving zou in de 20-21ste eeuw ten zeerste ‘modern’ genoemd worden. Lichtinval, concentratie, en met die handen is er niet zoveel aan de hand als je dit prachtige portret bekijkt uit 1848-50. In 2008-2009 was er een expositie waarin Ammi Phillips samen met Mark Rothko (1903-1970) onder de titels ”The seduction of Light’ en ‘Compositions in Pink, Green, and Red’ werden samen gebracht.

mmi Phillips Untitledca. 1848-60oil on canvas33 1/2 x 27 1/2 in.gift of Shari Hubner2015.062

“Ammi Phillips (1788–1865) and Mark Rothko (1903–1970), two American masters disparate in time, place, and presentation, pursued the soul-thirsting creation of inner light through the “realm of the canvas,” as Rothko once termed it. For Rothko, the surface of a canvas presented limitless space to be explored with intrepidity into great distances and with mythic dramas enacted in each succeeding layer. Phillips did not penetrate the “mysterious recesses” of the canvas quite as deeply but worked closer to the surface in shimmering light-filled or velvety dark-filled spaces that seem to exist apart from the known world.” (Folkartmuseum.org.)

“Ammi Phillips (1788–1865) en Mark Rothko (1903–1970), twee Amerikaanse meesters die qua tijd, plaats en stijl mijlenver uit elkaar staan, streefden naar het scheppen van innerlijk licht dat de ziel doet smachten, via het ‘rijk van het doek’, zoals Rothko het ooit noemde. Voor Rothko bood het oppervlak van een doek een grenzeloze ruimte die onverschrokken kon worden verkend tot in de verte, met mythische drama’s die zich in elke opeenvolgende laag afspeelden. Phillips drong niet zo diep door in de ‘mysterieuze krochten’ van het doek, maar werkte dichter bij het oppervlak in glinsterende, met licht gevulde of fluweelzachte, met duisternis gevulde ruimtes die los lijken te staan van de bekende wereld.”

Nog tijdens Ammi Phillips’ leven kwam er een nieuwe vinding die de ver-beelding op een bijzondere manier zou aanspreken. De fotografie. Daguerrotypes en ambrotypes (1839-1869) waren voorlopers van foto’s op papier en karton. Sommige composities in zijn werk bewijzen dat Phillip’s al enige kennis van het nieuwe medium bezat. De Victoriaanse tijd zou de zichtbaarheid van de burger beetje bij beetje vergroten. Ook in de kunst.

Ammi Phillips, Portrait of a Woman (Double-Sided) (Circa 1810).

Kijk ook naar:

Klei en brons als teken van leven : Khaled Dawwa (°1985)

“Une cellule individuelle” (2016), terracotta and wood, 15 x 15 x 5 centimeters

Of ze nu in een doos zijn gevouwen, gebonden door koorden, of gefragmenteerd en gestapeld, deze reeksen naamloze figuren die door de in Parijs gevestigde Syrische kunstenaar Khaled DAWWA (°1985) zijn gemaakt, tonen duidelijk een vorm van opsluiting. Hun lichamen worden verwrongen in kooien of in elkaars armen geperst. Iedereen kijkt weg of naar beneden, een positie waardoor ze de macht missen om zich te bevrijden. Gegoten in dichte blokken, weerspiegelen de introspectieve sculpturen de voorkeur van de kunstenaar voor terracotta en brons. “Alles wat we uit de oude geschiedenis hebben ontvangen, is met deze twee materialen vorm gegeven.” verklaart hij.

Liberté” (2019), terracotta, 35 x 16 x 13 centimeters

Deze serie beelden noemde hij de Compressed serie. Ontstaan uit eigen ervaringen. In het Amerikaanse tijdschrift ‘Colossal vertelt hij: “Dit project werd geïnspireerd door mijn verblijf op verschillende plaatsen tijdens een korte periode: detentie en verplichte militaire dienst in Damascus voor vier maanden, dan naar Libanon voor een jaar en uiteindelijk aankomen in Parijs.

“Bij aankomst in Frankrijk voelde ik me in eerste instantie bevrijd van dit alles. Toen realiseerde ik me dat de Fransen hun leven leiden in een complex systeem dat hen verandert in “gecomprimeerde mensen” en dat we dit gemeen hadden. Dit is de eerste serie waarin ik kijk naar mensen buiten Syrië.” (Colossal)

Vorig jaar, 2025, presenteerde het museum ‘Beelden aan zee’ zijn installatie ‘Voici mon coeur!’ (Ziehier mijn hart.) Dit zes meter lange, hedendaagse oorlogsmonument uit de collectie van het Mucem heeft de vorm van een ruïneuze gevelwand in een door geweld geteisterd Damascus. Khaled Dawwa maakte het werk van ongebakken klei, waardoor het een extra kwetsbare uitstraling krijgt.

Je begint aan de ruïnes te wennen, maar stel je voor dat jouw woonplaats, jouw straat, jouw huis…

In onze bijdrages bespraken we meermaals gedichten van de Poolse dichter Adam Zagajewski. Dit gedicht verscheen in The New Yorker bij de aanslagen op de Twin Towers maar werd een jaar eerder geschreven. Een mooie vertaling van Gerard Rasch in Mystiek voor Beginners Meulenhoff 2003.

Probeer de verminkte wereld te bezingen

Probeer de verminkte wereld te bezingen
Denk weer aan die lange junidagen,
aan de rozijnen, de druppels van de rosé.
Aan de distels die de verlaten erven
van ontheemden stelselmatig overwoekerden.
Je moet de verminkte wereld bezingen.
Je hebt sierlijke zeiljachten en schepen gezien;
een ervan had een lange reis voor de boeg,
een ander wachtte slechts het zoute niets.
Je hebt vluchtelingen gezien die nergens heen gingen,
beulen gehoord die een lied van vreugde zongen.
Je moet de verminkte wereld bezingen.
Denk aan de momenten waarop jullie samen
in de witte kamer waren en de vitrage bewoog.
Keer terug naar dat concert, toen de muziek losbrak.
In de herfst verzamelde je eikels in het park
en de bladeren wervelden boven de littekens
van de aarde. Bezing de verminkte wereld
en het grijze veertje, dat een lijster heeft verloren,
en het zachte licht dat dwaalt en verdwijnt
en steeds terugkomt.

Conservator Dick van Broekhuizen van museum Beelden aan Zee, bezocht de kunstenaar in Parijs toen hij dit project bijna had voltooid. Een mooie documentaire door Studio Gerrit Schreurs, toont je opzet en uitvoering. Gebruik groot scherm.

Geboren in 1985 in Syrië, behaalde Khaled Dawwa in 2007 het diploma van de School voor Schone Kunsten in Damascus, beeldhouwsectie. Sindsdien verwees het werk van Khaled Dawwa naar een universum vol verwachting. Maar waar hij nog in miniatuur zijn gekwetste vaderland liet zien worden we nu dagelijks geconfronteerd met een levensgrote versie op diverse plaatsen; Gaza, Midden Oosten, Libanon, Oekraïne, Myanmar, Soedan, DR Congo, Jemen…Het werk van een kunstenaar verbindt die werelden en vraagt luidop naar het hoe en waarom. Het visualiseert deze wereld in een menselijk bevattelijk formaat en verbindt daardoor de grote wereld met ons dagelijks bestaan.

‘Uwe excellenties’. Khaled. Dawwa (Deborah Rakers)