Friedrich von Amerling, tussen thuis en de wereld

wood carving close up photo

Er zit een glimlach achter het woord ‘Biedermeier’. Maar zoals vrijwel elke periode was de Biedermeier-periode een reactie op de vorige, de overladen empire-stijl, Romeinse ornamenten. Er leefde bij de burgerij een groot verlangen naar huiselijkheid. Zwaarden ingewisseld voor zwanen. Lichte houtsoorten en geen verguldsel. En in de muziek wijkt het classicisme voor de 18de eeuwse romantiek ook. ‘An die Musik.’

Du holde Kunst, in wieviel grauen Stunden,
Wo mich des Lebens wilder Kreis umstrickt,
Hast du mein Herz zu warmer Lieb' entzunden,
Hast mich in eine beßre Welt entrückt!

Oft hat ein Seufzer, deiner Harf' entflossen,
Ein süßer, heiliger Akkord von dir
Den Himmel beßrer Zeiten mir erschlossen,
Du holde Kunst, ich danke dir dafür!

Friedrich von Amerling ‘In Träumen versunken (1835)

Je zou het Congres van Wenen 1815 kunnen nemen als begin, en het revolutiejaar 1848 als overgang waarin weer de neostijlen populair werden zoals de neo-gotiek. Was de Biedermeier typisch Oostenrijks-Duits, de Neo’s bloeiden op in de Engelse gebieden. Bleef Biedermeier beperkt, de Neo-stijlen kenden een langere sympathie tot het overvloeien in de Jugendstil begin twintigste eeuw. De samenloop met de waardering voor het gezinsleven,, de kleine thuis-wereld gaf Biedermeier vaak ten onrechte zijn muffe bijklank in een wereld waar ‘grootse’ daden met talrijke slachtvelden als consequentie ook een technische expansie kende waarin het huis en zijn bewoners een schuilplaats werd, een wereld apart waarin het goede leven voor meer (gegoede) burgers bereikbaar werd.

Biedermeier-Zimmer MitteMosel-Museum Barockvilla Böcking (klik op onderschrift om te vergroten)

“De naam ‘Biedermaier’ werd voor het eerst gebruikt door Ludwig Eichrodt (1827-1892) die in de Münchener Fliegende Blätter gedichten parodieerde van een schoolmeester uit Schwaben die hij Biedermaier noemde en die in 1869 verschenen als Biedermaiers Liederlust. De aard van deze geparodieerde poëzie was vriendelijk en naïef, waarbij onderwerpen gekozen waren uit het alledaagse gezinsleven. De naam ‘Biedermaier’ werd tot de term ‘biedermeier’ om er de typische bourgeoiscultuur mee aan te duiden van de periode 1815-1870. Meestal wordt de term gebruikt ter aanduiding van de meubelstijl die op de empire-stijl volgde, maar ook wordt er de levensopvatting mee aangegeven die in die tijd getuigde van liefde voor orde, aandacht voor het kleine en concrete, en voorliefde voor het vriendelijke en ‘gezonde’ of normale. Dit alles dan vaak overgoten met een sausje romantiek. Het is de wereld van de bourgeoismoraal, de ‘huiselijkheid’, waarin uitersten vooral vermeden dienen te worden. Voor de kunst in het algemeen geldt dat ze moet voldoen aan de eisen van de geldende moraal, het lagere niet mag weergeven en dat ze ‘waarheidsgetrouw’ moet zijn; in de kritiek telkens terug te vinden in de trits ‘goed-schoon-waar’.”

(Algemeen letterkundig lexicon (2012-…)

Friedrich Amerling 1834. Radierung (ets)Franz Xaver Stöber nach Joseph Danhauser

Studies in Wenen daarna naar Praag(1824) naar zijn oom Heinrich om zich verder te bekwamen in Londen, Parijs en Rome om in 1828 terug naar Wenen te keren waar hij – opdrachten van het Oostenrijkse keizerhuis, de adel en de bourgeoisie uitvoerde. Amerling ondernam uitgebreide studiereizen tijdens zijn leven: in 1836 en 1838 naar Italië, 1838 naar Nederland, 1839 naar München, 1840-1843 naar Rome, 1882 naar Spanje, 1883 naar Engeland, 1884 naar Griekenland, 1885 naar Scandinavië naar de Noordkaap en in 1886 naar Egypte en Palestina. Zijn schilderij, tentoongesteld in Wenen in 1838, De jonge oosterse vrouw veroorzaakte opschudding en in de daaropvolgende maanden leidde tot een stortvloed aan gedichten (waaronder van Levitsching) in de Oostenrijkse pers, die het schilderij en zijn onderwerp prees..

Friedrich Amerling ‘De jonge Oosterse Vrouw’. 1838

Hoewel de kunstenaar dit schilderij de provocerende titel ‘Jonge Oosterse vrouw’ heeft gegeven, is het duidelijk dat het model niet Aziatisch is, maar slechts een Turks kostuum draagt. De weelderige stoffen en het stralende licht creëren een exotische sfeer, die de westerse fascinatie voor ‘oosterse’ beelden en thema’s duidelijk maakt. Maar als hij zijn broertje ‘Andreas (1821-1879) schildert in 1829, het jongetje is dan acht jaar, kiest hij een heel gewone houding van een achtjarig kind, dromend, verveeld en een beetje droevig. Een jaartje later schildert hij ook broertje Joseph die hij dan weer laat opkijken en je weet dat hij elk ogenblik kan weglopen, of…?

Portret van Andreas Amerling, broer van de kunstenaar. 1829
Portret van broertje Joseph. 1830

Amerling was vier keer getrouwd: in 1832 tot haar dood in 1843 met Antonie Kaltenthaler, 1844 tot de scheiding in 1845 met Katharina Heißler, in 1857 tot haar dood in 1880 met Emilie Heinrich, en in 1881 met Maria Nemetschke, voorheen getrouwd met Paterno. In 1878 werd Amerling verheven tot de adel en sindsdien werd Friedrich benoemd tot Ridder von Amerling. Als een van de meest gerespecteerde kunstenaars in Wenen ontving hij tal van belangrijke schrijvers en muzikanten (zoals Franz Liszt) bij hem thuis.

Portret van Franz Listz 9 mei 1838

Een lijst met 130 werken kun je vinden

https://www.wikidata.org/wiki/Wikidata:WikiProject_sum_of_all_paintings/Creator/Friedrich_von_Amerling

Zelfportret. 1834 (50,5 x 41,5 cm)

Het zelfportret uit 1834, met een krappe halslijn en het hoofd naar links gedraaid, is de eerste van vijf profielafbeeldingen. Elegantie en een even ernstige als zelfbewuste gelaatsuitdrukking kenmerken het portret van de 31-jarige kunstenaar met geknipte bakkebaarden. Kunstenaarsattributen ontbreken.
De witte opstaande kraag en het rood van de nonchalant geknoopte halsdoek vormen opvallende kleuraccenten die contrasteren met het fluweel van de donkere jas. In tegenstelling tot zijn doorgaans geïdealiseerde vrouwenportretten wordt hier, net als in andere mannelijke portretten van zijn hand, duidelijk het streven naar het vastleggen van de persoonlijkheid zichtbaar. Tot op hoge leeftijd ontstonden er “karakterportretten” van hemzelf, die dienden als studies in schildertechniek. Dat verklaart waarschijnlijk de grotendeels onbewerkte achtergrond, waarin de linnen structuur zichtbaar is, in dit werk dat afkomstig is uit de nalatenschap van het atelier. (DOM Quartier Salzburg. Sammlung Online)

Friedrich von Amerling. Jong slapend meisje

De invloed van Friedrich Ritter von Amerling reikte verder dan zijn eigen oeuvre; hij heeft de artistieke gevoeligheid van volgende generaties gevormd en de positie van de academische traditie binnen de Weense kunst versterkt. Zijn onwankelbare toewijding aan klassieke idealen vormde een tegenwicht voor de opkomende impressionistische tendensen, waardoor realisme en geïdealiseerde schoonheid nog decennia lang de boventoon bleven voeren in de Oostenrijkse schilderkunst. Tegenwoordig bevinden Amerlings werken zich voornamelijk in musea in heel Europa – waaronder het Musée Maurice Denis in Parijs – waar ze nog steeds bewondering oogsten vanwege hun technische briljantheid en expressieve kracht.

(Wahoo Art)

Dat hij ook oog had voor grappige taferelen bewijst dit mooie doek: ‘In de (ver)kleedkamer van het theater. De Theater-garderobe.

der Theater Garderobe

Wist uit ervaring wat het missen van een ’thuis’ was en schilderde in bijzonder zacht licht: vader, Rudolf von Arthaber met kinderen Rudolf, Emilie en Gustav. (1837) De schilder heeft hen geportretteerd terwijl ze naar het portret van de pas overleden vrouw van Rudolf von Arthaber kijken. Kijk naar de blik van de man, naar het dromerige van het zittende jongetje in tegenstelling met de onschuldige zorgeloosheid van de kleinste kinderen. Overal ligt nog het speelgoed van de bende.
Tot in de rechtse uithoek onderaan van het doek.
Op de zetel achteraan ligt achteloos een kledingstuk en open boeken.
Het theestel staat ordeloos op het tafeltje.
De afwezige is duidelijk afwezig.

Maar ook de machteloosheid als zijn zoon met zijn voornaam Friedrich (Fritz) ziek is en sterft (1850); hij zal slechts zeventien worden; net zoals zijn moeder Antonie en tante overleden aan een longziekte.

Bekijk een mooie collectie:

https://artvee.com/artist/friedrich-von-amerling/page/1

Friedrich von Amerling Zelfportret. 1846

Dit mooie zelfportret van 1846, hij is dan 43 jaar. Met bijna evenveel toekomst als verleden. Het is een dromend portret. Ik denk aan de Oostenrijkse vrouwelijke dichter Marie von Ebner-Eschenbach ‘Der Gedanke an die Vergänglichkeit’:

"Der Gedanke an die Vergänglichkeit
aller irdischen Dinge
ist ein Quell unendlichen Leids -
und ein Quell unendlichen Trostes."

"De gedachte aan de vergankelijkheid
van alle aardse dingen
is een bron van oneindig leed -
en een bron van oneindige troost."

Friedrich von Amerling Meisjesportret 1830

Waar de wind waait? Een collectie

“De wind voert ieders lot mee”, luidt de korte samenvatting van de kortfilm getiteld “Jour de Vent”, oftewel “Winderige dag”. Deze indrukwekkende animatiefilm werd in 2024 gemaakt door een team van zes afgestudeerden – Martin Chailloux, Ai Kim Crespin, Élise Golfouse, Chloé Lab, Hugo Taillez en Camille Truding – van de École des Nouvelles Images in Avignon, Frankrijk. En zoals blijkt: eind goed enz. Maar eer het zo ver was, bekijk (op groot scherm) het winderige avontuur ‘boven de wolken!’

Vierhoog in de wolken, ja daar leefden wij
In een stad die niemand beter kende dan wij
Met planten en een kat die 't behangpapier opkroop
En achter vliegen joeg, de muizen waren lang dood

't Was een steile trap die leidde naar vierhoog
'k Beklaag nog de verhuizers, maar het was er zo mooi
Een parasol uit China, een poster van James Dean
Een venster van waaruit je over daken kon zien

Vierhoog in de wolken, ja daar woonden wij
Onder ons de wereld heel ver maar dichtbij
Met een kast vol platen die weemoed binnenhoudt
En een bed dat danste zoveel als je wou

Leven van de liefde, leven van de dauw
Een sprookje dat niet duurt begint met ik hou van jou
Dag parasol uit China, dag poster van James Dean
waarop staat te lezen "Boulevard of Broken Dreams"

Johan Verminnen

Keer ik terug naar ‘de vroegste dagen’ dan hoor ik

‘Hoor de wind waait door de bomen.
Makkers staakt uw wild geraas!’

En meteen was het stil om ‘het heerlijk avondje’ waardig te worden. ‘’t Avondje van Sinterklaas!’
‘Het wild geraas’ is momenteel langs alle kanten waarneembaar. En het prachtige gedicht van Adriaan Roland Holst ‘Zwerversliefde’ een poging tot troost.

fallen maple leaves on the ground
Photo by Brendan Rühli on Pexels.com
Zwerversliefde

.Laten wij zacht zijn voor elkander, kind –
want o, de maatloze verlatenheden,
die over onze moegezworven leden
onder de sterren waaie’ in de oude wind.
.
O, laten wij maar zacht zijn, en maar niet
het trotse hoge woord van liefde spreken,
want hoeveel harten moesten daarom breken
onder den wind in hulpeloos verdriet.
.
Wij zijn maar als de blaren in den wind
ritselend langs de zoom van oude wouden,
en alles is onzeker, en hoe zouden
wij weten wat alleen de wind weet, kind –
.
En laten wij omdat wij eenzaam zijn
nu onze hoofden bij elkander neigen,
en wijl wij same’ in ’t oude waaien zwijgen
binnen één laatste droom gemeenzaam zijn.
.
Veel liefde ging verloren in de wind,
en wat de wind wil zullen wij nooit weten;
en daarom – voor we elkander weer vergeten –
laten wij zacht zijn voor elkander, kind.


Adriaan Roland Holst (Verzamelde Gedichten 1948)
wind sculpted sand dunes on norderney beach
Photo by Dirk Pothen on Pexels.com
‘Als je tegen de storm in moet trappen, als je tent is weggefladderd,
als de vrachtwagen is gekanteld en je baas je uitfoetert aan de
telefoon, als je nu al weet dat je te laat zult komen voor het enige
sollicitatiegesprek waar je dit jaar voor bent uitgenodigd omdat
de bovenleiding geknapt is, als je oogst geknakt is, als je dak is
opgestegen in één enorme vogelvleugelslag, als je naast je motor
ligt op een verlaten landweg terwijl het hard regent, het tot je
doordringt dat je je geliefden nooit mee zult zien, dan ben ik
bij je, ik blijf bij je, ik strijk zacht door je haar, verkoel je bezwete
voorhoofd, wees niet bang, ik ben hier.’

Hanz Mirck (2025. Labberkoeltje. Uitgeverij Magonia, 118 blz. € 22,95. ISBN 9789492241856

“Een labberkoelte is een flauwe wind, waarbij de zeilen van een schip niet gespannen staan, maar zachtjes heen en weer bewegen, of zoals Mirck het zelf noemt: ‘een aarzelaar die eraan twijfelt of hij het waard is om onderwerp van twijfel te zijn’. Hij legt deze woorden in de mond van de wind, want in deze bundel is de wind aan het woord”
(Meander Literair E-magazine voor Nederlandstalige Poëzie)

sailboat against cityscape at dusk
Photo by Bráulio jardim on Pexels.com
De wind om het huis

Waar heeft rondom het huis de wind het over?
Achter geloken oogen gaat het huis teloor
en wandel ik weer langs een oever
van het verleden, en er is geruis
van water en van riet, vooral van water.
Een blij kind roept mijn naam – werd ik ooit oud?
Ver van de kudde staat een schaap te blaten
als vele jaren her, en ik werd oud.
De wind gaat liggen en de lucht betrekken:
sterven brengt ander weer, ik wist het wel.
Weldra kan ook geen blij kind mij meer wekken.
Dan gaat de dood sneeuwen, en het wordt stil.

A. Roland Holst (1888-1976)
serene winter sunrise with snow covered landscape
Photo by Johanna on Pexels.com

Bioloog Andreas Weber: ‘Zelfs de wind heeft een innerlijk’


Volgens filosoof en bioloog Andreas Weber schiet de moderne wetenschap tekort om leven te beschrijven. ‘We begrijpen het leven poëtisch.’
“Ik zie de realiteit als een ervaring, een web van relaties dat steeds op zichzelf reageert. Dat gaat in tegen de gangbare wetenschappelijk opvatting, die de te onderzoeken werkelijkheid tot materie reduceert. Deze wetenschap ziet de wereld, elk organisme, zelfs ons eigen lichaam, als een object, een ding, een soort machine. Maar machines zijn statisch, en leven is dat allerminst. Terwijl ik dit zeg hebben er tienduizenden DNA-defecten in mijn cellen plaatsgevonden, die ook alweer gerepareerd zijn. Levende wezens zijn continu bezig met uit elkaar vallen en zichzelf weer genezen. De wens te blijven bestaan verraadt het bestaan van een zelf, een innerlijk dat zichzelf in zekere zin waarneemt en keuzes maakt. Zo’n zelf heeft een eigen lichaam, met eigen gevoelens, en een eigen perspectief, maar valt niet te herleiden tot pure materie.’


Maar iets levenloos zoals de wind is toch geen individu?
‘Ook de wind, die we als een levenloos element zien, is relationeel en wordt waargenomen. Bijvoorbeeld wanneer een briesje zacht langs onze huid strijkt. De wind neemt zichzelf misschien niet waar zoals een kikker dat doet – die lijkt daarin veel meer op ons – maar zelfs de wind heeft een zekere innerlijke ervaring.’
‘Elke innerlijke ervaring uit zichzelf op een zintuigelijke manier. Denk bijvoorbeeld aan de katjes van de hazelaar: die zijn een uiting van leven. Ze roepen: “We zitten barstensvol leven en de vreugde van de voortplanting!” Ze zeggen dat niet in een talige formulering – ze doen het gewoon. En wij begrijpen dat vanuit onze eigen belichaamde ervaring, als een poëtische gewaarwording. Alles in de werkelijkheid staat in een dergelijke poëtische verhouding tot elkaar: alles praat over zichzelf, maar niet op een rationele, beschrijvende wijze.’

Eén van de lessen die we als maatschappij kunnen leren is dat we niet zo zwaar moeten tillen aan de dood. Ik zie de dood als een transformatie, van een individueel perspectief naar het perspectief van het geheel. Als je denkt dat de dood een definitief einde is, legt dat enorme druk op onze korte levensduur. Met zoveel druk kun je geen tedere relatie met de wereld opbouwen. Je verliest jezelf in de dreiging van het einde.’


(Filosofie Magazine Robin Atia 13 maart 2024)
https://www.filosofie.nl/bioloog-andreas-weber-zelfs-de-wind-heeft-een-innerlijk/

close up of yellow and white pussy willow buds
Photo by Roman Biernacki on Pexels.com

Kleine en grote geschiedenis? Een paasbrief.

bright yellow daffodils under blue sky
daffodil close up
Photo by Mariya Muschard on Pexels.com

Om drie uur begon de sirene op het stadhuis luid te loeien. Dat was dus het uur. Meestal nog op school kon meester of broeder ons wijzen op dat heilig moment waarop Jezus aan het kruis was gestorven. Wij waren enkele minuten werkelijk stil.
Goede Vrijdag 1952. Ik was dat jaar in februari acht geworden. En overmorgen zou het Pasen zijn, de dertiende april. Was dat geen ongeluksgetal, die dertien? Churchill liet op de radio horen dat zij, de Engelsen, ook een atoombom hadden. En de Russen al een tijdje daarvoor hun atoomwapen, ‘Eerste Bliksem’ gedoopt. Pasen 1952 bleef de wereld stil. De gekruisigde was verrezen. Op stille zaterdag waren de klokken terug uit Rome. Mijn broertje en ik vonden kleine en enkele grote chocolade eieren in de tuin. Het was helemaal geen ongeluksdag. Half bewolkt was het en het bleef droog.

bright yellow daffodils under blue sky
Photo by Michael on Pexels.com

Het dagelijks gebeuren heeft -soms weinig zichtbaar- de geschiedenis in of achter de rug. De betekenis van ‘achter de rug’ lijkt op het voorbije te duiden, maar al wordt geschiedenis meestal na afloop zichtbaar, haar aanwezigheid in het heden, al dan niet verdrongen, is, vooral na afloop, zichtbaar te maken door de verhalen van getuigen, documenten en beeld- en klankmateriaal.
De verteller herinnert zich zijn eigen kleine maar ook elementen van de wezenlijke geschiedenis. Geboren in de uitlopers van de tweede wereldoorlog is hij als baby, peuter en kleuter aanwezig in de weinig ordelijke natijd van de tweede wereldoorlog. Het jaar na de beschreven paastijd zal ook de televisie een rol gaan spelen in het dagelijks leven.(1953)

Zo zal het tot 1963 duren, het begin van de Frankfürter-Auschwitz processen, de gruwelmachine van de kampen door getuigenissen zal doordringen tot in de huiskamer al was tijdens het Eichmann proces in Jerusalem 1961 al een beklemmend beeld ontstaan van het mechanisme, de banaliteit van het kwaad, om Hanna Arendt te citeren. Toch moet je die banaliteit niet als excuus beschouwen, de misdaden van Eichmann vloeiden rechtstreeks voort uit de extremistische ideeën van het nationaal-socialisme, waar hij vol overtuiging in geloofde. Arendt heeft van een extreme SS’er een gehoorzame ambtenaar gemaakt.’ (ik citeer Tom Bouwmeester in ‘Het kwaad: banaal of demonisch?’ in Filosofie Magazine 4 december 2012). Een middenweg?

Michelangelo Buonarroti (Caprese 1475-Rome 1564) Archers Shooting at a Herm c.1530
Red chalk (two shades) | 21.9 x 32.3 cm (sheet of paper)
(vergroot door op onderschrift te klikken.)

Steeds gedwongen tot ‘verlaten’ is heimwee niet uit te sluiten.
Wil je leven dan komt er een moment dat je je moeder ‘letterlijk’ verlaat. Je wordt geboren. Je blijft mogelijk levenslang in haar innerlijk, maar het uitstappen hoort bij het wezenlijke. Op stap naar/met de anderen. Het verlaten of verlaten worden door geliefden, denkbeelden of het tekort aan inzichten, elementen die een mens tot mens maken. Begrijp dus de ontroering en de wanhoop bij de woorden van een liefhebbend mens op het slavenkruis: “Mijn God waarom heb je mij verlaten?”

Het is een fragment uit psalm 22:

Mijn God, mijn God
waarom hebt U mij verlaten?
U blijft ver weg en redt mij niet,
ook al schreeuw ik het uit.

In het Hebreeuws klinkt de eerste regel ongeveer als dit: ‘Eli, Eli, lama sabachtani?’ 

Een wondermooie uitvoering Psalm 22 Felix Mendelssohn ‘Mein Gott, warum hast du mich verlassen SWR Vokalensemble



Mendelssohn schreef het werk “Mein Gott, warum hast du mich verlassen” (opus 78 nr 3) in een turbulente fase van zijn leven. Een van de beroemdste musici van die tijd 1843-1844 maar verscheurd tussen verschillende verantwoordelijkheden.

-Conflict met Berlijn: Mendelssohn was door de Pruisische koning Friedrich Wilhelm IV aangesteld als Generalmusikdirektor voor kerkmuziek. Hoewel hij deze psalm specifiek voor het koor van de Berliner Dom schreef, was hij diep gefrustreerd door de bureaucratie en de starre houding van de geestelijkheid in Berlijn.
-In 1843 en 1844 pendelde hij voortdurend tussen Berlijn (voor zijn koninklijke verplichtingen) en Leipzig (waar hij het Gewandhausorchester leidde en het conservatorium had opgericht). Deze periode was fysiek en mentaal uitputtend voor hem.

Hoewel Mendelssohn lutheraan was gedoopt, bleef hij trots op zijn joodse afkomst. Zijn werk met de psalmen was een poging om de protestantse liturgie te vernieuwen door terug te grijpen naar de wortels van de bijbelteksten en de polyfonie van Johann Sebastian Bach.
Een mengeling van succes en tragiek, zo zou je deze periode tot aan zijn dood in 1847 kunnen noemen. Succes in 1846 met zijn oratorium ‘Elijah’ in 1846, (premiere in Birmingham Engeland) maar als het jaar daarop in 1847 zijn geliefde zus Fanny sterft zal hij niet lang daarna een beroerte krijgen en datzelfde jaar overlijden. Zijn laatste grote werk, het Strijkkwartet nr. 6 in f-mineur, schreef hij als een rauw en emotioneel eerbetoon aan zijn zus.

(samengesteld met hulp van AI Google)

Christusdoorn

De Christusdoorn



In mijn toren van vergaan ivoor

Staat een oude Christusdoorn; hij bouwt

Met zijn stekels bars een wenteltrap

Naar de hemel; daaglijks, voet voor voet,

Volg ik hem, soms met het blote oog

Bijna rakend aan zijn pantsertuig:

Zwaarden worden dan zijn stekeldoornen,

Zwaardviszwaarden, lemmeten van wilden,

Messen van nomaden, Moorse dolken;

Maar naarmate, hoger in de hemel,

Klimmend, kleiner wordend, klauterende

Ik hem volg, verschraalt geheel, verschrompelt

't Wapenarsenaal en 'k zie de bloem

Als een spijker in de top geslagen,

Als een rode spijker die hij kleurt

Met zijn bloed: o raadsel der genade.




Bertus Aafjes (1914-1993)
monochrome stairs leading to sky
Photo by Rino Adamo on Pexels.com

Ik ben omdat wij zijn’
Dat is een gezegde van de Zuid Afrikaanse filosoof Mogebe Ramose.(1950)
Denk je vanuit het wij dan komt het ik pas echt tot zijn recht.
Dat klinkt wonderlijk zo:
Umuntu ngmuntu ngabantu: Ik ben omdat wij zijn.

umuntu = een persoon
umuntu ngmuntu = een persoon is een persoon
ngbantu = door mensen

Luidop kun je er makkelijk een vinnig ritme van maken.
Met begeleiding allerhande. Vanuit het hart.
Zalige paasdagen gewenst.