
“Luisteren, daar komt het toch allemaal op neer, als je moedertaal wil horen.
Mijn moeder zat aan mijn bed als ik niet kon slapen. Elke maandagochtend mocht iedereen iets vertellen over hoe het weekend was geweest, maar omdat ik nooit wat meemaakte in de Vinex-wijk waar we woonden, zei ik nooit de waarheid. Soms had er een begrafenis plaatsgevonden, een reis naar Spanje, een erge ziekte die we in het weekend ternauwernood hadden overleefd. Ik geloof dat ik mezelf in de nesten had gewerkt, dat ik daarom wakker lag. Mijn moeder schreef met een pen, ‘nooit meer liegen’ op de muur, dat stelde me gerust, denk ik, want ik weet dat ik in slaap viel. Ik geloof dat ik er wel vrede mee heb dat dit grandioos is mislukt, op het lachwekkende af. Die nacht, zij en ik samen, een toestand waarin je de waarheid over al je verzinsels kan vertellen, dat zie ik, dat voel ik geloof ik zelfs, als ik het woord moedertaal hoor.”
Rebekka de Wit. De Groene Amsterdammer. 22 april 2026. We zijn gezien (fragment)

Misschien slaapt er nog iets diep in je hoofd
iets van de taal van je moeder
want taal kan slapen – je probeert te bedenken
wat je droomde terwijl de droom alweer verdwijnt
in een steeds donkerder wordende schemer nog
voor je de woorden ervoor terugvindt
bij het woord moedertaal zie ik een oude foto
een schemerdonkere slaapkamer en in het bed
een jonge vrouw met in haar schoot
een pasgeboren kind – mijn moeder en ik
ze buigt zich over mij en haar gezicht is
nadenkend alsof ze zich afvraagt wie ik ben
mij zoekt en zoekt naar woorden voor mij
ik herinner mij niets van wat ze zei maar
dat is misschien de taal van je moeder
slapende geluiden in je hoofd
Moedertaal Rutger Kopland
Uit: Over het verlangen naar een sigaret (2001)

In “Hedendaags Fetisjisme” schrijft Carry van Bruggen:
“Tegen de collectiviteitsgeest der middeleeuwen, die aan allen dezelfde uniformiteit wilde opdringen, weerde zich het humanistisch individualisme. Tot die uniforme gebruiken behoorde ook het algemeen (“katholiek”) gebruik van het Latijn. De humanist nu wilde noch het algemene dogma, noch de algemene zienswijze, noch de algemene zede, noch de algemene taal. Tegen zede, dogma, zienswijze stelde hij zijn persoonlijke levensbeschouwing en tegenover de gangbare taal zijn persoonlijke taal. Nu kan het individu, althans in eigen schatting, eigen zede, dogma en zienswijze hebben maar geen eigen taal. De taal, die hem als “eigen” aandoet, is uiteraard de taal van zijn eigen omgeving, stam, land. Zo krijgt de strijd voor eigen taal ten onrechte het aanzien van een strijd voor de landstaal en kan aldus door het nationalisme worden uitgebuit. Doch de strijd der humanisten voor het Italiaans en tegen het Latijn was nimmer de strijd tegenover een overheersend Latijns ras – dat immers niet bestond – maar tegen een opgedrongen geestelijke uniformiteit”.
Literatuur: Carry van Bruggen: Hedendaags Fetisjisme, derde druk 1980.
Lees:
https://www.dbnl.org/tekst/_for004198101_01/_for004198101_01_0026.php
https://www.dbnl.org/titels/titel.php?id=brug004hede01 (Hedendaags fetischisme)

Anthonius Leemans – http://www.rijksmuseum.nl/collecti
ABN 1
Het woord is vlees. Zo was het vroeger:
ik liep verloren, zij haalde mij in
aan een draad die de hele wereld snoerde.
Ik hing aan de moedertaal, ik sprak blind.
Nu ben ik alleen. Ik spreek voorzichtig,
leef in een taal die ik zwijgend niet ken.
De draad trekt strak, ik schrijf gedichten,
bewijzen die ik naar de hoofdstad zend,
op zoek naar het oog van de wereld,
waarin ik zwijgend niet kan bestaan.
Het woord is vlees, maar niet vanzelfsprekend.
Ik hang als een teek aan de taal.
© Charles Ducal, 1994/2014

Grieks en Latijn, een mooie basis voor kunst en wetenschap en daarnaast Frans en in poësis en retorica twee uurtjes Duits per week. Eerlijkheid gebied te zeggen dat het, eens in het volle leven, vooral de praktijk was, werk in het buitenland, nieuwsgierigheid naar literatuur die je aanzette om meertaligheid te ervaren.
“Meertaligheid is ook een zegen. Alle talen drukken de werkelijkheid op een andere manier uit en leveren dus een bijdrage tot echte diversiteit, waar pluralisme. Als een taal sterft, verschraalt de wereld. Wie meerdere talen spreekt of begrijpt, leeft meer levens, ontwikkelt meer perspectieven op de werkelijkheid, dringt meer door tot andere culturen en mensen, wordt misschien empathischer.” (Luc Devoldere Knack 2021)
Mijn taalmoeders, ik ervaar hen eerder als oma’s, voelden zich de laatste tijd miskend nu vlotte vertaalprogramma’s de klus al vrij behoorlijk klaren. Die van het territorium krijgt het gevraagde respect maar de wederkerigheid ontbreekt wel eens. Of moet je in je eigen hoofdstad de Britse granny als aanvaardbare middenweg verwelkomen? Ik citeer nog eens Luc Devoldere:
“Fransen hebben het concept van het “Néerlandais de courtoisie“geïntroduceerd: met een set van enkele tientallen woorden en wendingen kun je het ijs breken, zijn goede wil bewijzen. Ik onderschat deze strategie, deze captatio benevolentiae niet, maar het democratisch deficit blijft, en de strategie is hoogstens een opstap.”
Laten we de oma’s even terzijde babbelen, het principe van ‘luistertaal’ -ik begrijp de vreemde taal van een ander maar spreek ze niet- zal door de vergevorderde automatische vertaaltechnieken elke andere taal dan de mijne herleiden tot ‘om te zetten taal’ waardoor het taaldenken, eigen aan elke taal, terra incognita blijft.
De oma’s knikken en schudden daarna het oude hoofd.

Boomgaard
Woorden weten van zichzelf niet waarvoor ze
gemaakt zijn - en zo is het met alles in de wereld
niets weet waarvoor het er is
en ook wij weten het niet
ik kijk door het raam de boomgaard in en zie hoe
woorden voor vogels bomen gras, voor wat er is daar
daar niets betekenen en ook de boomgaard zelf
heeft geen betekenis
in mijn hoofd zoekt iemand naar woorden voor
iets dat nog geen gevoel is en nog geen gedachte
en langzaam begin ik te voelen en te denken
dat ook de boomgaard daarnaar zoekt - dat wij
hetzelfde zoeken, de boomgaard en ik.
Rutger Kopland
