Dreaming Oneself Awake: Eileen Angar (1899-1991)

Collective Unconscious 1977-78

Laten we dat nu eens anders doen.
Dat binnenkomen.
Entrez. Come in.

Niet langs een bio of een wijze quote.
Maar langs de dingen die achterblijven als je weg bent.
Niet even een boodschap doen.
Ik bedoel: echt weg.
Dood.

Soms worden ze bijgehouden.
De dingen waarmee je je elke dag omringde.
Zelfs door een museum.

De liefde van het bijhouden.
Om je niet helemaal te laten verdwijnen.
Kijk maar. Het duurt niet lang: 5’43”

'I have spent my whole life in revolt against convention, trying to bring colour and light and a sense of the mysterious to daily existence. One must have a hunger for new colour, new shapes, and new possibilities of discovery.’ 
The return of Nautilius
Algar, whose preferred working method was collage, often incorporated "found object" within her paintings, drawings and sculptural pieces physically and as represented motifs. Her Diploma work is composed of forms derived from molluscs, shells, sea-anemones, seaweed and fossils. While living in Paris in the late 1920s, Agar regularly visited the Jardin des Plantes where she became fascinated by.(Royal Academy Collection Art)
Marine Object (1939)

Zouden we het nu over het surrealisme hebben dan vind je dadelijk 30-40 youtubes daaromtrent. Met de bekende namen: André Breton, Salvador Dali, en wie weet, de enige vrouw in het rijtje: Eileen Angar, al durf ik dat betwijfelen. De heer Freud is een graag geziene verwijzing, even later weer danig door de behavioristen naar de fabelmand verwezen, en zachtjes uit het puin gehaald door hedendaagse specialisten van hersenen en bewustzijn als Antonio Damasio en tegenwoordig Mark Solms. Wat nemen wij waar, en of we daar nog iets bij voelen ook om het simplistisch te poneren. De droom waarin de werkelijkheid ontdaan is van haar vaak camouflerende of verzwijgende logica mag niet ontbreken.

Erotic Landscape 1942
Eileen Agar was born into a wealthy British family, her mother the heir to a biscuit company, her father the manager of a successful windmill and irrigation systems company, Agar Cross. It was his business that took the family to Buenos Aires, Argentina, where Agar spent her early years. She later characterized her childhood as privileged and eccentric - "full of balloons, hoops and St. Bernard dogs" - and claimed that whenever the family travelled back to Britain her mother insisted on bringing a cow for milk, and an orchestra so that they would be surrounded by music. At six years old, Eileen was sent to England to attend boarding school, where her artistic potential was recognized and encouraged by a teacher. At the outbreak of World War One in 1914 she was sent briefly to attend a more rurally located institution, before being moved on again to Paris, to attend finishing school.


Agar's formal artistic education began when she returned to London, but true to her independent spirit, she quickly rejected the formal approach of the Byam Shaw School of Art in Kensington (where her mother had enrolled her). Seeking a more progressive course of study, she enrolled at the Brook Green School in Hammersmith, and immediately met a group of like-minded students including Cecil Beaton and Henry Moore; in 1921, Agar began studies at the Slade. (The art story)
Agar, Eileen; Eileen Agar; National Portrait Gallery, London; http://www.artuk.org/artworks/eileen-agar-155108 1927

In deze periode ontmoette ze haar medestudent Robin Bartlett, met wie ze in 1924 naar Parijs reisde. Het paar trouwde in november van het volgende jaar, maar de relatie zou geen stand houden; Agar merkte later op dat “de band tussen ons voor mij – oningewijd als ik was in de mysteries van seks – slechts een verkenning was, hoewel ik jong was en net een romantische glamour over de liaison had geworpen”.

Rond de tijd dat haar huwelijk strandde, ontmoette Agar de Hongaarse schrijver Joseph Bard. Zeven jaar ouder dan zij, had hij een diepgaande invloed op de richting van haar kunst en op het verloop van haar persoonlijk leven, door haar te introduceren in een literaire en artistieke kring, waaronder Ezra Pound en W.B. Yeats. In 1927 maakte Bard een einde aan zijn huwelijk en werden hij en Agar een paar, het jaar daarop verhuisden ze naar Parijs. Agar vestigde zich in haar eigen atelierruimte en voelde zich “herboren”: het was in deze tijd dat ze in aanraking kwam met de stijlen en stromingen die haar werk het sterkst zouden beïnvloeden, waaronder het kubisme, de beeldhouwwerken van Constantin Brâncuşi, en, het belangrijkst, de surrealistische beweging die zich toen in Parijs centreerde, aangevoerd door André Breton en Paul Éluard. Agar’s kunst verwijderde zich snel van figuratieve representatie en ze begon de nadruk te leggen op het visualiseren van de producten van haar verbeelding, zoals blijkt uit werken uit deze periode zoals Three Symbols (1930). In deze periode werd Agars praktijk beheerst door de schilderkunst.

Three Symbols 1930 Eileen Agar 1899-1991 Purchased 1964 http://www.tate.org.uk/art/work/T00707
Agar's interest in Surrealism was consolidated after her and Bard's return to London around 1930, when she became involved with the short-lived literary magazine The Island, Bard serving as literary director while Agar financed the magazine and contributed artworks. In 1933, at the prompting of her friend Henry Moore, she joined the London Group, an artists' collective which had emerged partly out of the Vorticist movement in the 1910s, and was focused on furthering the cause of avant-garde art in Britain. Around this time, Agar held her first one-woman exhibition, with works showing the strong influence of Surrealism. That influence deepened following her meeting with the painter Paul Nash in 1935, during one of her and Bard's summer-holidays to Dorset. Nash and Agar become lovers despite her ongoing relationship with Bard (a fact which he unhappily tolerated), and Nash introduced Agar to the idea of the 'found object'; much of her work from this point on is collage and bricolage-based.(The art story)
Kunstenares met haar ‘hoed om bouillabaise te eten’.
Eileen Agar exhibited frequently with fellow Surrealists and was close friends with André Breton (the founder of Surrealism). Furthermore, Agar firmly believed that women are the true Surrealists. She once stated, "The importance of the unconscious in all forms of Literature and Art establishes the dominance of a feminine type of imagination over the classical and more masculine order.".(The art edge)
Angel of Mercy, 1934 (plaster with collage & w/c) by Agar, Eileen (1899-1991); height: 44.5 cm; The Sherwin Collection, Leeds, UK; (add.info.: Previously titled ‘The Politician’, with additional fur collage; from a cast portrait of Agar’s husband Joseph Bard (1882-1975)
In 1936, Roland Penrose, the English Surrealist painter, poet, collector and promoter of modern art and the writer Herbert Read - both of whom later (in 1946) co-founded of the Institute of Contemporary Art (London); selected five of Agar's works for their International Surrealist Exhibition which was held in June at the New Burlington Galleries, London. Agar's works were exhibited alongside work by Picasso, Miró and Ernst. Attendance for the exhibition was in excess of 20,000. That same year, the Museum of Modern Art, New York, included Agar's 'Quadriga' in their Fantastic Art, Dada & Surrealism exhibition. (Saunders, Fine Art)
Quadriga (1935), Eileen Agar. Courtesy of The Penrose Collection; © The estate of Eileen Agar
Eileen AGAR (b.1899)
Fish Circus, 1939
Collage, pen and ink and watercolour on paper, 18.50 x 25.00 cmBequeathed by Gabrielle Keiller 1995Collection: National Galleries of Scotland
© The Estate of Eileen Agar. All Rights Reserved 2017/ Bridgeman Images
(klik op tekst om te vergroten)

Hoewel ze zichzelf nooit expliciet als surrealist heeft beschreven, werd Agar in de ogen van zowel critici als het publiek met de beweging in verband gebracht. Ze maakte ook deel uit van de Engelse surrealistische groep die in 1936 werd opgericht – samen met Herbert Read, Henry Moore, Roland Penrose, David Gascoyne en anderen – en had de eer de enige Britse vrouw te zijn die vertegenwoordigd was op de beroemde Internationale Surrealistische Tentoonstelling van 1936 in Londen. Het is misschien verrassend dat deze tentoonstelling populairder was bij het grote publiek dan bij recensenten, van wie sommigen bijtend waren in hun beoordelingen. Als lid van de surrealistische groep hielp Agar in de daaropvolgende jaren het werk van kunstenaars in andere landen te steunen: tijdens de Tweede Wereldoorlog organiseerden zij en Bard bijvoorbeeld een diner ter ere van hun joodse kunstenaarsvrienden zoals Walter Gropius, Oskar Kokoschka en László Moholy-Nagy, die allen in de middenfase van hun vlucht van het Europese vasteland naar de Verenigde Staten waren. Ter voorbereiding van het diner creëerden Agar en Bard wat omschreven werd als een “surrealistische tafel”, met een middenstuk bestaande uit hangende bloemen, fruit en crackers. (The Art Story)

Dance of Peace 1940
“I’ve enjoyed life, and it shows through,” Agar once said. “Like a transparent skirt, or something like that.” There are photographs from the 1930s of her dancing in just such a skirt; and others, by Lord Snowdon, of her modelling Issey Miyake in her late 80s. She worked in her London studio right into her 90s, and never stopped experimenting, using paint like lipstick, pollen or bright liquid on the canvas, fashioning new sculptures from old objects.
The return of blues

Nog tot 28 augustus ‘Eileen Agar: Angel of Anarchie, een retrospective in Whitechapel Gallery 2021. 77-82 Whitechapel High St London E1 7QX Tube: Aldgate East/ Liverpool street

Butterfly Bride

Waarschijnlijk was een surrealistische levenshouding een reactie op de dromen uit de negentiende eeuw die echter via de confrontatie met het gruwelijke van de eerste wereldoorlog en de voorbereidingen van de tweede geen andere taal meer hadden om gevoelens en angsten uit te drukken dan met een surrealistisch beeldenalfabet. Als kunstenares heeft Eileen Agar de schakeringen en konsekwenties dieper aangevoeld, speelt ze meer op de inhoud dan op het vertoon. Alleen al daarvoor is haar lange aanwezigheid in de twintigste eeuw nog steeds een aanleidiging om het vrouwelijke zonder voorbehoud uit te bouwen temidden van het soms iets te simplistisch puur mannelijke alfabet.

Adam’s Apple
1949
Watercolour on paper
49 x 37 cm
Bequeathed by Charles Lindsay Sutherland © The Estate of Eileen Agar / Bridgeman Images. Photography Jerry Hardman-Jones
Here, a worm emerging from an apple recalls John Tenniel’s illustration of the caterpillar in Alice in Wonderland, a book which was inspirational to the Surrealists. The title offers another reading of the work, connecting it to questions of gender and sexuality.
Agar, Eileen; Figures in a Garden; Tate; http://www.artuk.org/artworks/figures-in-a-garden-197637

‘Des Menschen Seele gleicht dem Wasser’ a rain day collage .

Met Goethe’s woorden uit ‘Gesang der Geister über den Wassern’ open ik graag deze regenachtige collage opgevat als hulpmiddel om deze opstapeling van natte winderige dagen te overleven. De combinatie van Irving Berlin en Johann Wolfgang von Goethe is al dadelijk een aanwijzing dat het niet alleen ons is overkomen. Een vroege troost alvast. Het refrein meezingen mag!

Call me up some rainy afternoon
I'll arrange for a quiet little spoon
Think of all the joy and bliss
We can hug and we can talk about the weather
We can have a quiet little talk
I will see that my mother takes a walk
Mum's the word when we meet
Be a mason, don't repeat
Angel eyes, are you wise?

Goodbye

Een prent uit 1857 waarin de spot werd gedreven met de ‘crinoline’ mode van die dagen getekend door ene Hoops. De tekst van het wondermooie Gesang der Geister über den Wassern wil ik je niet onthouden.

Gesang der Geister über den Wassern

Johann Wolfgang von Goethe (1749 - 1832)

Des Menschen Seele
Gleicht dem Wasser:
Vom Himmel kommt es,
Zum Himmel steigt es,
Und wieder nieder
Zur Erde muss es,
Ewig wechselnd.

Strömt von der hohen,
Steilen Felswand
Der reine Strahl,
Dann stäubt er lieblich
In Wolkenwellen
Zum glatten Fels,
Und leicht empfangen
Wallt er verschleiernd,
Leisrauschend
Zur Tiefe nieder.

Ragen Klippen
Dem Sturz entgegen,
Schäumt er unmutig
Stufenweise
Zum Abgrund.

Im flachen Bette
Schleicht er das Wiesental hin,
Und in dem glatten See
Weiden ihr Antlitz
Alle Gestirne.

Wind ist der Welle
Lieblicher Buhler;
Wind mischt vom Grund aus
Schäumende Wogen.

Seele des Menschen,
Wie gleichst du dem Wasser!
Schicksal des Menschen,
Wie gleichst du dem Wind! 

En als je een prachtige uitvoering van dit lied wilt beluisteren op een stil moment dan is deze uitvoering getoonzet door Schubert met het Noorse Solistenkoor onder leiding van Grete Pedersen een must. Bijna 12 minuten schoonheid.

Hiroshiige Heavy rain on a pine tree

In 1914 verscheen de bundel ‘Verzen’ van J.H. Leopold. Zijn woorden volgen het ritme van de regen in wat hij zo mooi noemt: ‘…het verward beweeg van menschen, die naar buiten komen’. De bui is afgedreven maar het licht blijft schitteren ‘in dit klein trilkristal’.

Regen


De bui is afgedreven;
aan den gezonken horizont
trekt weg het opgestapelde, de rond-
gewelfde wolken; over is gebleven
het blauw, het kille blauw, waaruit gebannen
een elke kreuk, blank en opnieuw gespannen.

En hier nog aan het vensterglas
aan de bedroefde ruiten
beeft in wat nu weer buiten
van winderigs in opstand was
een druppel van den regen,
kleeft aangedrukt er tegen,
rilt in het kille licht...

en al de blinking en het vergezicht,
van hemel en van aarde, akkerzwart,
stralende waters, heggen, het verward
beweeg van menschen, die naar buiten komen,
ploegpaarden langs den weg, de oude boomen
voor huis en hof en over hen de glans
der daggeboort, de diepe hemeltrans
met schitterzon, wereld en ruim heelal:
het is bevat in dit klein trilkristal.
After the rain Gloucester Paul Cornoyer

Herinner je. Het jongetje. Stevig onder de indruk van het bijbelse verhaal waarin ‘de zondvloed’ wordt verteld: Noah die een ark bouwt waarin alle bestaande dieren in tweevoud een onderkomen vinden. Het tafereel kreeg met de grote watersnoodramp van 1953 in Nederland een concrete invulling voor het toenmalig negenjarig kind. Regende het drie dagen na elkaar dan begon hij zich ernstig vragen te stellen of zijn handige vader niet aan de constructie van een ark zou beginnen in de achtertuin. Een buurtproject.

Het laden van de ark, Edward Hicks

In 1675 schetste ene Athanasius Kircher oa. deze prent in zijn boek ‘Arca Noe’. Je kunt ze vergroten door op het onderschrift te klikken.

Huisvesting van de dieren in de ark, Athanasius Kircher, Arca Noe 1675

Dat zag er allemaal heel mooi uit, netjes verdeeld met de nodige voorraad eten en drinken. Je kon naar eigen fantasie deze prent in de diepte uitwerken zodat de hele fauna aan bod zou komen. Wel vroeg hij zich luidop af of de tekst uit het verhaal waarin God zei dat hij spijt had van zijn schepping wel klopte. Hij , de Schepper, had het kunnen weten voor hij aan die schepping begon, gezien zijn alwetendheid.

“Ik zal de mensen die ik geschapen heb van de aarde wegvagen, dacht hij, en met de mensen ook het vee, de kruipende dieren en de vogels, want ik heb er spijt van dat ik ze heb gemaakt." 

Broeder Alexianus fronste bij die uitspraak het voorhoofd. ‘Ja, hoe is dat,’ zei de wijze man. Je kunt iets of iemand zo graag zien dat je dat idee over al die mogelijke slechtheid vergeet. ’t Zal wel meevallen’ had hij gedacht. ‘

Later, als het water weer gezakt is en er een regenboog verschijnt, wordt hij toch een beetje gerustgesteld, maar helemaal zeker kun je dat niet noemen.

“Deze belofte doe ik jullie: nooit weer zal alles wat leeft door het water van een vloed worden uitgeroeid, nooit weer zal er een zondvloed komen om de aarde te vernietigen. En dit,’ zei God, ‘zal voor alle komende generaties het teken zijn van het verbond tussen mij en jullie en alle levende wezens bij jullie: ik plaats mijn boog in de wolken; die zal het teken zijn van het verbond tussen mij en de aarde.”

Met die ogen bekeek hij nu de onophoudende regendagen. De regenboog kreeg later een heel andere betekenis in zijn leven, en of de god die het vatikaan zei te vertegenwoordigen daar gelukkig mee was bleek niet zijn grootste zorg. En ‘water’ bekeek hij liefst op veilige afstand.

Augsburger Wunderzeichenbuch Folio 1 (genesis 7, 11-14)
Regen regen

Regen regen
allerwegen
rechte stralen
water water
langs de muren
langs de palen
vallen vallen
langs de bomen
natte auto’s
gaan en komen
loodrecht op de
druppelzegen
Overal is regen regen

Jan Hanlo (1912-1969)
The bookshelf for boys and girls Little Journeys into Bookland 1912
La pluie

Pierre Louÿs    (1870-1925)

La pluie fine a mouillé toutes choses, très doucement, et en 
silence. Il pleut encore un peu. Je vais sortir sous les arbres. 
Pieds nus, pour ne pas tacher mes chaussures.

La pluie au printemps est délicieuse. Les branches chargées 
de fleurs mouillées ont un parfum qui m'étourdit. On voit briller 
au soleil la peau délicate des écorces.

Hélas ! que de fleurs sur la terre ! Ayez pitié des fleurs 
tombées. Il ne faut pas les balayer et les mêler dans la boue ; 
mais les conserver aux abeilles.

Les scarabées et les limaces traversent le chemin entre les 
flaques d'eau ; je ne veux pas marcher sur eux, ni effrayer ce 
lézard doré qui s'étire et cligne des paupières.
Regendag in de tuin (eigen foto)

En nu tijd voor muziek! Meezingen kan. Lyrics onder deze Youtube.

Someone told me long ago
There's a calm before the storm, I know
It's been coming for some time
When it's over so they say
It'll rain on a sunny day, I know
Shining down like water

I wanna know
Have you ever seen the rain?
I wanna know
Have you ever seen the rain?
Coming down on a sunny day

Yesterday and days before
Sun is cold and rain is hard, I know
It's been that way for all my time
Till forever on it goes
Through the circle fast and slow, I know
it can't stop,I wonder
Someone told me long ago
There's a calm before the storm, I know
It's been coming for some time
When it's over so they say
It'll rain on a sunny day, I know
Shining down like water

I wanna know
Have you ever seen the rain?
I wanna know
Have you ever seen the rain?
Coming down on a sunny day

Yesterday and days before
Sun is cold and rain is hard, I know
It's been that way for all my time
Till forever on it goes
Through the circle fast and slow, I know
it can't stop,I wonder.
Regendag in de tuin 2 Eigen foto
Souls And Rain-Drops

Sidney Lanier (1842 – 1881)

Light rain-drops fall and wrinkle the sea,
Then vanish, and die utterly.
One would not know that rain-drops fell
If the round sea-wrinkles did not tell.

So souls come down and wrinkle life
And vanish in the flesh-sea strife.
One might not know that souls had place
Were't not for the wrinkles in life's face.
Plaça del Nord Festa major de Gracia 2019

En toch nog even naar dat kleine jongetje in de wondermooie tekst ‘When that I was and a little tiny boy’ uit een van Shakespeare’ s meest populaire komedies, gezongen door het Clown- of Fool-personage Feste op het einde van de Twelfth Night. Sommige critici denken dat de tekst niet van Shakespeare is maar dat hij door Robert Armin zou geschreven zijn die meestal de ‘fool characters’ speelde in de origninele producties van de meeste Shakespeare-stukken.

It uses wind and rain as symbols of life’s hardships, and thus concludes the poem on a somewhat bittersweet note. All revels and festivities – such as those enjoyed at Twelfth Night – are short-lived intervals in life’s daily grind (‘the rain it raineth every day’, after all). The song is also the only good poem we know that features the word ‘toss-pots’.

Hier gebracht door Elvis Costello op een onnavolgbare wijze.

When that I was and a little tiny boy

William Shakespeare (1564-1616)

When that I was and a little tiny boy
With hey, ho, the wind and the rain,
A foolish thing was but a toy,
For the rain it raineth every day.

But when I came to man's estate,
With hey, ho, the wind and the rain,
'Gainst knaves and thieves men shut their gate,
For the rain it raineth every day.

But when I came, alas, to wive,
With hey, ho, the wind and the rain,
By swaggering could I never thrive,
For the rain it raineth every day.

But when I came unto my beds,
With hey, ho, the wind and the rain,
With toss-pots still 'had drunken heads,
For the rain it raineth every day.

A great while ago the world began,
With hey, ho, the wind and the rain,
But that's all one, our play is done,
And we'll strive to please you every day.
Heubner Spaziergang im Regen

Volop zon op dit ogenblik, alsof ik met mijn werk de regen heb verdreven. Alvast de regen in mijn hoofd. Robert Louis Stevenson (1850-1894) heeft het laatste woord met dit kleine versje. En voor wie nog meer wil…ga op zoek. Het net barst van rommel, roddel en dies meer, maar je vindt ook resonanties van de mooiste prenten en teksten en…Leg voor de donkere dagen lichtende collecties aan en geniet.

Rain

Robert Louis Stevenson (1850-1894)

The rain is raining all around,
It falls on field and tree,
It rains on the umbrellas here,
And on the ships at sea. 
Rain Imps, Grinding Up the Rain in April. 1863 by UNKNOWN, . Missouri History Museum Photograph and Prints collection. Prints, Genre and General Topics. Image number: 45867

Het landschap als personage: Isaak Levitan (1860-1900)

Levitan, Spring: Flood Waters 1897
De keuze van de schilder voor lichte, doorschijnende kleuren is ideaal om de transparantie van het water en de lucht, het lichte blauw van de lucht en de zachtheid van de voorjaarszon weer te geven. Er is ergens een dorp, net in het zicht; en de glanzend witte stammen van de berken, samen met hun reflecties in de gladde spiegel van het water, geven het effect van iets verschuivends, veranderlijks, vergankelijks. Alleen de sterke stam van een eenzame eik, die rechtop staat tussen de wiegende, trillende berken, en het bootje aan de rand van het water verbinden het beeld met het aardse, het materiële, en zinspelen op de mensen die temidden van deze prachtige, nog kalme en onbekommerde natuur leven. Een dergelijke "vermenselijking" van de natuur is heel kenmerkend voor Levitan's kunst; zij verbindt de subjectieve emotie van zijn landschappen met hun typisch Russische karakter en roept gedachten op aan het geboorteland.

The Tretyakov Gallery Moscow Russian Painting p. 200
Isaac Levitan Het meer detail (klik op onderschrift om te vergroten)

Met deze wonderlijke landschappen opent zich het korte leven van de Russische Joodse schilder Isaac Levitan die in nauwelijks veertig jaar -het schilderij hierboven werd enkele maanden voor zijn dood geschilderd- de ziel van het landschap zichtbaar maakte in een land dat met een overschot aan landschappen nog ontsnapte aan de overheersende invloed van de negentiende eeuwse industrialisering.

Het meer in zijn geheel, klik hier om te vergroten
Isaac Levitan werd geboren in de sjtetl Kibarty, in het gouvernement Augustów in Congres-Polen, een deel van het Russische Rijk (het huidige Litouwen) in een arme maar goed opgeleide Joodse familie. Zijn vader Elyashiv Levitan was de zoon van een rabbijn, voltooide een Yeshiva en was zelf opgeleid. Hij gaf Duitse en Franse les in Kowno en werkte later als vertaler bij de bouw van een spoorbrug voor een Frans bouwbedrijf. Begin 1870 verhuisde het gezin Levitan naar Moskou.

In september 1873 trad Isaac Levitan toe tot de Moskouse School voor Schilderkunst, Beeldhouwkunst en Bouwkunst, waar zijn oudere broer Avel reeds twee jaar had gestudeerd. Na een jaar in de kopieerklas stapte Isaac over naar een naturalistische klas, en spoedig daarna naar een landschapsklas. Levitans leraren waren de beroemde Alexei Savrasov, Vasilij Perov en Vasilij Polenov. In 1875 liet de school Nikolai Tsjechov toe, broer van de Russische schrijver Anton Tsjechov, die later Levitans beste vriend zou worden.
In 1875 overleed zijn moeder en zijn vader werd ernstig ziek en was niet meer in staat om vier kinderen te onderhouden; hij stierf in 1877. Het gezin verviel in bittere armoede. Als blijk van waardering voor Levitans talent en prestaties, zijn Joodse afkomst en om hem op de school te houden, kreeg hij een studiebeurs. (Wikipedia)
Berken 1889 Vergroot door hier te klikken
By the mid 1880s Levitan's friendship with Chekhov had deepened, and Levitan began spending time with the Chekhov family near Babkino where the Chekhovs had a house. During his first summer there he painted The River Istra (1885) and gave it to Chekhov. He also painted Twilight River Istra (1885) with a darker, more somber palette. Chekhov was fond of creating pantomimes for his guests, with Levitan often ridiculed for playing the villain, the victim and the alien Jew, ostensibly all in jest
Istra rivier 1886
Tjsechov”s portret door Isaac Levitan 1885-86

Vaak lees ik dat Levitan’s werk wordt weggezet als een ‘variant of the landscape of mood’, waarin de vorm en de toestand van de natuur vergeestelijkt wordt en dragers zijn van de ‘conditions of the human soul’. Anders dan het romantisch hanteren van het Duitse landschap wordt de Russische weemoed al te gemakkelijk als interpretatie gebruikt. Het wordt dan een bekend refrein waarin de natuur, het landschap, opdraaft als symbool voor onze zieleroerselen terwijl ik eerder landschappen in zijn werk als personages bekijk. Ze zijn zo overweldigend aanwezig tegenover het stipje rondtrekkende of neerhokkende mens dat ze betoverend kunnen werken, niet alleen in het vergroten van droombeelden maar in een naamloos gevoel van intense aan-of afwezigheid waarin seizoenen en weersomstandigheden dapper meewerken om als personage de rondtrekkenden of bewoners tegemoet te komen. Een aantal Russische sprookjes en legenden wijzen ook in die gepersonaliseerde richting. Kijk naar de omgeving van het Savvino-Storozehsky-klooster (1880)

In the vicinity of the Savvino-Storozhevsky-monastery 1880
De Vlademirka weg 1892 Klik om te vergroten
The Vladimir Highway (Russian: Влади́мирский тракт), familiarly known as the Vladimirka (Влади́мирка), was a road leading east from Moscow to Vladimir and Nizhny Novgorod. Its length was about 190 kilometers.

The road has been mentioned in documents since the Middle Ages, when it connected the political capital of Muscovy with the ancestral seat of the Grand Dukes of Vladimir-Suzdal. It was by this road that the Muscovite merchants travelled to the Makariev Fair. In connection with the ceremonial transfer of the Theotokos of Vladimir from Vladimir to Moscow in 1395, one Russian chronicler referred to the route as "the greatest of roads".

The Vladimir Highway was renovated in the mid-18th century when it became the westernmost section of the Great Siberian Road linking Siberia to Europe. There were a number of post stations with a ready supply of fresh horses. If one travelled post, it was possible to get from Moscow to Vladimir in less than 24 hours. (Wikipedia)
Above the eternal peace Klik om te vergroten op onderschrift
The picture “Above the Eternal Peace” is distinguished by a feeling of boundless expanse, as if the painter has been amazed by the very endlessness of the Earth. The grey Northern skies are reflected in the empty and cold waters of the lake with fluffy clouds hanging above it. Nature stands immobile in its primeval majesty. Time has stopped above the lake and the green promontory with the little church cemetery and the leaning crosses over the graves and only a twinkling light reminds one of how transitory human life is. Levitan’s refined palette is equally matched to the depiction of objectively observable and subjectively perceived nature.
Bridge. Savvinskaya Sloboda 1884 Klik op de titel om te vergroten.

Maar ook het kleine, het intieme zoals dit bruggetje uit 1884 krijgt zijn aandacht. Het brengt je veilig op het erf. Een erf waar je vooral hout in allerlei soorten en maten ziet liggen, zowel bouwmateriaal als brandstof voor de bitterkoude winters. Binnen is er plaats voor het vertellen van verhalen. Zomers hoor je buiten de avondklokken van het nabije klooster. Ook daar leven de verhalen van rondreizende monniken en geduldige ikonenschilders.

Avondklokken 1892 Vergroot door klikken op onderschrift

De avond als personage. Hij hoort bij een plaats en heeft verschillende gedaanten naarmate de seizoenen. Vriendelijk of dreigend zoals in het beeld ‘Voor de storm’ uit 1890. Komt er al eens een menselijke gestalte te voorschijn dan is ze klein, zonder details. Op zoek naar een veilig onderkomen. De figuren in de wolken lichten op tegen de zwarte hemel.

Voor de storm 1890 Klik om te vergroten op het onderschrift

Zou je het licht in dit post-impressionistisch tijdperk van de Europese tijdgenoten kunnen aanduiden, toch is er ook een helderheid waarin niet het momentele maar het heldere van het vaststaande telkens weer een andere invulling krijgt. De trage veranderingen, de lange seizoenen, de overvloed aan natuur, de stilte van het land. Ik vermoed dat de rimpelingen op het water niet zo belangrijk zijn als het vaste terugkomen van bloeien en vergaan. Ook Isaac Levitan schilderde zijn waterlelies.

Waterlelies 1895 Klik op onderschrift omt e vergroten

Maar de lente trilt zo hevig dat alle achterliggende vormen vervangen. Best te begrijpen na een lange winter.

Dacha in spring

Er wordt nogal vlug of ‘lyriek’ of ‘mystiek’ gepraat als emoties via de natuur hun weg vinden naar de hongerige eenzame ziel. Vanuit de landschappen, gevormd door ontelbare levende wezens die ons omringen, soms voeden, verwarmen, bedreigen of onderdak verschaffen, kan er ook een verbroedering (verzustering) ontstaan waarin wij elkaar aanvullen: onze zorg voor het levende, en de vruchten van het veld, de schaduw van het gebladerte, de geur van de aarde, het tijdstip van de dag of nacht. Ons verschijnen en verdwijnen is niet zoveel anders als de wisseling van de seizoenen. Wij zijn elkaar nabij. Een collega, Valentin Serov schilderde een mooi portret van Isaac Levitan. Hij kijkt ons aan zoals hij ons via zijn werk blijft aankijken. Dit korte of soms iets langere leven blijft ons verbinden.

Hierbij 36 minuten in stilte werk van Isaac Levitan.  Je kunt er zelf muziek bij zoeken mocht dat nodig zijn.  Gebruik groot scherm, 4K afbeeldingen, alsof gisteren en eergisteren niet bestaan, zo dichtbij blijft zijn werk. Hij zou het geweldig vinden.

De uitbraak: schilderijen op de loop!

Kijk, dat was wat conservator AH uit B op een late avond aantrof: lege lijsten en enkele achtergebleven schoenen en verder dit akelige beeld:

Een leeg museum!

Een leeg museum! Nu met de Covid-dreiging al maanden het museum geen bezoekers mocht ontvangen, was het duidelijk: komen zij niet naar ons dan gaan wij hen opzoeken! Zeker bij het lezen van deze ode van Horatius ‘Nunc est Bibendum!’ (Nu moet er gedronken worden!) achteloos achtergelaten in zijn kantoor:

'Nu moet er gedronken worden, nu bevrijd
worden rondgedanst, nu is't de hoogste tijd
om goden spijzen voor te zetten,
vrienden, als bij Salische banketten!'

De geschrokken conservator AH uit B haastte zich naar de nachtwinkel om de hoek en jawel!

Was deze dame nog bij zinnen, een andere uitgebroken persoonlijkheid vertoonde duidelijk kenmerken van overvloedige sterke-drank-consumptie. Gelukkig was hij met een anders vers van dezelfde Horatius tot terugkeer te bewegen:

'Bachus zal jou en, als Venus zich laat zien,
ook haar Gratiën met losse gordelriem
en felle fakkels begeleiden
tot de Zon de sterren laat verglijden.'

Deze felle conservator kende zijn pappenheimers! Bovenstaand vers immers kon ook dadelijk dienen voor de losgeslagen schare schaars geklede dames die een oude sater naar een late kroeg wilden begeleiden. Opgekropte eenzaamheid, hij wist best wat dat met een mens kon doen.

Bij het busstation werd Mercurius een drankje aangeboden. Wist hij dat hij als boodschapper van de goden nuchter moest blijven, de maandenlange eenzaamheid echter kon best met deze beker Salernische wijn geheeld worden. Horatius’ goede raad mag hier best als leidraad dienen:

'...Terwijl wij staan te spreken, vlucht vol spijt
het leven.  Pluk de dag, verwacht maar weinig van de morgentijd.'

En blijkbaar was het niet iedereen van dit kunstzinnig gezelschap gegeven om op een rustige manier zich een kadootje of een souvenir voor het thuisfront aan te schaffen. Een sterke vrouw met fakkel maakt hem duidelijk dat zijn brute mannenkracht niet volstaat om zich van zilver te voorzien.

Is ‘stijl’ niet iedereen gegeven, mooi als Venus maakt zij graag voor conservator AH uit B een lekker kopje cappuccino klaar. Met een mooi vers van Horatius kon hij haar zeker bewegen terug te keren naar haar schilderij.

Venus, die in Cnodos en Paphos regeert,
geeft uw uitverkoren Cyprus op en ga
naar het heerlijk huisaltaar waar Glycera
u met wierook eert.

Voer uw vurig zoontje met u mee en maak
met uw naakte Gratiën en nimfen voort,
samen met de Jeugd, die altijd bij u hoort
en de god der Spraak. (=Mercurius)

En terug in de metro kijkt conservator AH uit B vertederd naar dat late kersttafereel. Kind en moeder blijken ingedut, laat dus die engelenmuziek zachtjes voor zoete dromen zorgen. (De engel met de banjo moet nog even stiekem naar het notenblad gluren, het is nog vroeg!)

Wie vroeg naar zijn werk moet, heeft misschien nog deze fraaie engel gezien. Zij kijkt de vroege reiziger aan met een liefelijke glimlach terwijl ze het blad van haar boek omdraait. Je dag kan niet stuk! Probeer haar maar eens terug te vinden op haar schilderij. Zo’n glimlach mag beloond worden met (h)erkenning, toch?

Niet iedereen wilde spontaan weer naar huis. Bidden en smeken mocht niet baten in dit geval. Kom meid, even op de tanden bijten. Straks moet ik weer op kruistocht en kun jij je gangen gaan. Horatius spreekt zijn ‘Lydia’ aan die blijkbaar nog een ander liefje heeft:

'Zoals mijn zelfbeheersing wijkt
de kleur op mijn gelaat, er rolt een stille traan
over mijn wang, nu eensklaps blijkt
hoe smeulend liefdesvuur me langzaam laat vergaan.'

En dan heb je van die laat Grieks-Romeinse geesten die geen filmstalletje kunnen voorbijgaan zonder het grondig door elkaar te hebben gehaald en luidop commentaar leveren als ze 25 roebel moeten dokken voor een tweedehandse versie van ‘Caligula’.

Voor ze weer mee naar het museum gaan toch nog een even een bloemenkrans met de ijdele hoop deze kunstzinnige plaats enigszins te verfraaien. Voorzichtig, lief. Ik weet je dat je hoogtevrees hebt, dus…

Nog even naar die vierdehandse aankoop kijken voor we weer worden ingelijst. Te weinig wind! Vroeger in de zeilen nu in de banden van dit voertuig. En o ja, Lydia, nog een onsje verse kersen mag je voor ons afwegen. Nu en dan een pitje spuwen naar een bezoeker, ’t zit in de kleine dingen hoor ik mijn vader zeggen.

De prenten zijn digitale bewerkingen van de Oekraïnische kunstenaar Alexy Kondakov. Op instagram te bekijken via zijn website

https://www.instagram.com/alksko/

Ukrainian artist Alexey Kondakov (previously) lifts figures out of classical paintings and drops them into modern-day photographs. Elegantly posed in dynamic lighting, his figures commute on public transit, dance in nightclubs, and peek around corners in otherwise mundane digital collages. The juxtaposition of the two worlds is humorous and at times seamless in its execution.

Through placement and shadows, Kondakov’s images sell the idea that the classical figures are three-dimensional objects photographed in a three-dimensional world. An image from an upcoming nightlife series depicts a mostly nude woman in a unique pose that, in context, can be read as dancing. Other images from his ongoing “Daily Life of Gods” use architecture and landscapes to ground the painted figures in an alternate reality. (Thisis collosal 2019)
De vertaalde verzen van Horatius'oden komen uit:
'Pluk de dag, Vijftig oden, Vertaald, ingeleid en toegelicht door Paul Claes Athenaeum-Polak & Van Gennep Amsterdam 2015  19,99 euro.

De onvoltooide tegenwoordige tijd in het werk van Zinaida Serebriakova (1884-1967)

In de veranda 1919

Helemaal boven zijn ze er alle vier, in de veranda ontbreekt de oudste. Haar kinderen: Yevgeny (Eugene), Alexander, Tatiana, Ekaterina, Geschilderd in het rampenjaar 1919, verwijzend naar de mooiste tijd uit haar leven: haar huwelijk in 1905 met de spoorwegingenieur Boris Serebriakov (1880-1919), hun zomers op hun landgoed in Neskuchnoye, het huidige Charkiv, Oekraïne, waar ze landschappen en landelijke taferelen schilderde, eenentwintig jaar jong. Hier te zien, enkele jaren later, op het vluchtig geschetste familieportret uit 1910.

Zinaida Jevgenjevna Serebriakova werd in 1884 geboren op het landgoed Neskuchnoye in het huidige Charkov, Oekraïne, in de kunstenaarsdynastie Benois-Lanceray. De familie Benois was gevlucht voor de Franse Revolutie en werd naar Rusland gelokt door verhalen over het kunstmecenaat van Catharina de Grote. Serebriakova's oom, Alexandre Benois (1871-1960), werd een invloedrijk Russisch kunstenaar, een stichtend lid van de kunstgroep Mir Iskusstva, en zou een aantal belangrijke publicaties over Russische kunstenaars gaan schrijven. Haar moeder, Jekaterina, eveneens een begaafd kunstenares, was de zus van Alexandre. Serebriakova's vader, Jevgeni Lanceray (1848-86), was een gerenommeerd beeldhouwer. Toen zij amper twee jaar oud was, stierf haar vader aan tuberculose en was het gezin gedwongen in te trekken in het appartement van haar grootvader in Sint-Petersburg. Haar grootvader, Nikolas Benois (1813-98), was een beroemd architect en zijn appartement bevond zich vlakbij het al even beroemde Mariinsky Theater - dat was ontworpen door architect Alberto Cavos (1800-63), de vader van Serebriakova's grootmoeder Camilla. 

Serebriakova werd omringd door kunstenaars van allerlei slag, van wie ze schilderen, muziek en dans kon leren. In 1900 schreef ze zich in aan de privé-kunstschool van prinses Tenisjeva, waar ze Ilya Repin (1844-1930) ontmoette, die beschouwd werd als de Rembrandt van Rusland en die een van haar vroege mentors werd. In 1903 ging Serebriakova werken in het atelier van Osip Braz (1873-1936), een Russische realistische schilder en mede-lid van Mir Iskusstva. 

Zelfportret in witte blouse

Medio oktober 1905 heerste er in Rusland massale onrust: stakingen van meer dan 2 miljoen arbeiders, stakingen bij de meeste spoorwegen. De situatie was zo slecht dat de familie in november naar Parijs vertrok waar Serebriakova had gehoopt haar opleiding te kunnen voortzetten aan de zijde van haar oom Alexandre Benois.

In Parijs studeerden Serebriakova en haar moeder aan de Academie de la Grande Chaumiere. Buiten het klaslokaal vonden zij inspiratie in het Louvre en het Palais du Luxembourg. In april 1906 keerde het gezin terug naar St. Petersburg, waar een maand later haar eerste kind, Jevgeni, werd geboren. Voor de kunstenares brak de gelukkigste tijd van haar leven aan. Toen de tweede zoon van het echtpaar, Alexander, in 1907 werd geboren, besloten zij Neskuchnoye tot hun hoofdverblijfplaats te maken.

Zicht vanuit het raam landgoed in Neskuchnoye

Op een wintermorgen in 1909 begon Serebriakova aan een van haar best gekende zelfportretten te werken: ‘Aan de kaptafel’. Een intiem portret van een jonge moeder. Ze schildert zichzelf zoals ze zichzelf zag in de spiegel zodat het frame ervan ook het kader van het schilderij werd. Dit werk, samen met twaalf andere schilderijen, stuurde ze in voor de Mir Iskusstva-tentoonstelling van 1910, met als thema ‘Hedendaagse Russische Vrouwenportretten’. De kunstkritiek was laaiend enthousiast. De Tretyakov Gallerie, een van de meest bekende kunsthuizen, kocht het portret aan met nog twee andere schilderijen.

Between 1911 and 1913 Serebriakova worked on her most critically acclaimed group of paintings, known as her Bath Series. During this time that her daughters Tatiana and Ekaterina were born, and Serebriakova started focusing on females and their work. For more complicated pieces, such as The Bath (1913), Serebriakova would ask the same model to pose for multiple positions on the canvas. With this series the artist embraced a style known as Neoclassical Revival, which was a return to classical painting with a conceptual twist. The role of color was reduced to a monochromatic palette, which allowed the form within the painting to become more austere and stylized. Serebriakova painted on a larger-than-life scale and placed her figures inside a small environment to make them seem even larger. Although she was using classical painting techniques, their importance was secondary to the concept. This genre marked a noted shift in the world of art, to which Serebriakova was a key contributor. (Cathy Locke in Musing on Art)
Het badhuis (klik op ondertitel om te vergroten)

In 1917, op het hoogtepunt van haar carrière, werd ze door de Keizerlijke Academie in Sint-Petersburg voorgedragen voor de rang van academicus.Maar de Bolsjewistische revolutie gooit letterlijk en figuurlijk roet in het eten. Ze moet vluchten en zal in het nabijglegen Charkiv een onverwarmd driekamerappartement huren.

In 1918 werd haar geliefde Neskuchnoye geplunderd en tot de grond toe afgebrand. In 1919 werd haar man gearresteerd in Moskou tijdens de Rode Terreur en stierf hij aan tyfus in een bolsjewistische gevangenis. Als weduwe, met vier kleine kinderen en een ouder wordende zieke moeder, keerde Serebriakova terug naar Sint-Petersburg. Petersburg. Dit was een keerpunt in haar carrière: zonder Boris’ salaris was er geen geld voor olieverf of tijd om meer afgewerkte schilderijen te maken. Serebriakova zocht elk werk dat ze kon krijgen om te voorkomen dat haar familie honger zou lijden. In deze periode maakte ze haar meest sombere werk, House of Cards (1920), met haar vier kinderen die een spelletje spelen. Als we dit vergelijken met haar eerdere schilderij At Breakfast (1914), zien we een schril contrast met een veel meer afgewerkt werk dat haar gelukkige jonge gezin afbeeldt.

House of Cards 1919
Bij het ontbijt 1914

Zij verhuisde met haar kinderen terug naar het huis waar zij was opgegroeid: het huis van haar grootvader Nikolai Benois, dat op dat moment niet alleen hem en zijn gezin huisvestte, maar ook talrijke andere leden van de families Lanceray en Benois en vrienden, die eveneens in grote nood waren geraakt.

In 1922 publiceerde de schrijver Sergei Ernst, een oude vriend, een biopic over haar leven. Desondanks en het succes op tentoonstellingen van haar serie schilderijen van ballerina’s uit het Mariinsky Theater, was het moeilijk om rond te komen in een Rusland, nu de USSR, verarmd door oorlog en revolutie. In 1924 vertrok Serebriakova naar Parijs, tijdelijk, dacht ze, om te onderzoeken of ze in het buitenland wat geld kon verdienen. Tijdens haar korte verblijf werd het reizen van en naar de USSR echter aan banden gelegd en werd het de schilderes verboden terug te keren. Uiteindelijk stonden de Sovjetautoriteiten toe dat twee van haar vier kinderen naar Frankrijk reisden om haar te vergezellen: Alexander en Catherine. Tatjana en Jevgeni (Eugene) mochten niet vertrekken. Ze zal hen 36 jaar moeten missen!

Interieur met spiegel , Tata en Katia in 1917 Boertje in de verte.
Tot 1940 bleef Serebriakova een staatsburger van de USSR en hoopte zij met haar familie te worden herenigd, maar tijdens de bezetting van Frankrijk door de nazi's werd zij bedreigd met een verbljf in een concentratiekamp wegens haar band met de USSR. Bijgevolg moest zij, om een internationaal identiteitsbewijs voor vluchtelingen, een Nansen-paspoort, te krijgen, afstand doen van haar Sovjetburgerschap.
In 1957, Serebriakova finally got a proposal from the Soviet government to return home. But illness and old age got in the way – she was already over 70, and she practically did not paint. Therefore, the artist did not dare to move.

In 1965, thanks to the effort of Zinaida’s daughter, Tatyana, three of the artist’s exhibitions finally opened at once -– in Moscow, Kiev and Leningrad; preparation for them took five years. Zinaida Serebriakova was already over 80, and she was waiting for news of the public’s reaction to the paintings. The success was deafening. Finally, Serebriakova’s paintings were seen by those who had only heard of her, and the emigrant artist was finally relieved: her art had at last returned home.(Elizaveta Ermakova Dailyartmagazine)

In 1928 nam Serebriakova deel aan een retrospectieve van Russische kunst in Brussel. Daar ontmoette zij de Belgische industrieel Baron Jean de Brouwer (1872-1951). Hij gaf haar de opdracht twee sets van vier decoratieve panelen te maken voor zijn landhuis: het eerste, liggende naakten die de seizoenen uitbeelden; het tweede, staande naakten die de Brouwer’s belangrijkste interesses vertegenwoordigen: rechtvaardigheid, natuur, kunst en licht. Het was meer dan tien jaar geleden dat ze de financiële middelen had gehad om een dergelijk werk te maken. Ook hier wendde Serebriakova zich tot de stijl van de Neoklassieke Revival om haar staande godinnen te creëren. Ze gebruikte haar dochter Ekaterina als model en draaide haar houding op elk paneel een beetje. Trouw aan het genre van de neoclassicistische renaissance, verminderde Serebriakova het belang van kleur en werkte ze voornamelijk met een monochroom palet. Ze versterkte het monolithische effect door een worm-oog standpunt in te nemen en naar haar model op te kijken terwijl ze schilderde. (Cathy Locke Musing on Art, A platform for Women artists)

-De baron sponserde daarna haar reizen naar Marokko (waar de baron ‘dispose d’ importants intérets, notamment dans le domaine immobilier et dans le domaine agricole -wikipedia-) en waar zij in 1928-1930 talrijke schetsen en schilderijen maakte van bewoners.-

-Dat landhuis, ‘Manoir du Relais’ in Pommeroeul in de omgeving van Bergen zou door de tweede wereldoorlog verwoest zijn, maar naar laatste gegevens nog altijd bestaan. Het werd nadat de baron-advokaat het verkocht een weeshuis, boekenwinkel…Verdere gegevens ontbreken. Ga op zoek!-

Ontwerpen voor muurschilderingen in de villa Jean de Brouwer, Art en Iurisprudence

Als eerste belangrijke Russische vrouwelijke schilder heeft ze levensnoodzakelijk werk geleverd waarin omvang wel eens de kwaliteit schaadde. In Parijs bleken de toenmalige trends haar niet erg te interesseren. Zij wilde de mensen van haar omgeving weergeven zoals ze op dat moment overkwamen vanuit haar vrouwelijk aanvoelen van de tijd waarin ze al dan niet gewild was terechtgekomen. De onvoltooid tegenwoordige tijd. Haar prachtige (zelf-) portretten tonen ons kwetsbare mensen van alle leeftijden. De kinderen poseren nooit, zij tonen ons hun dagelijks doen en laten, hun verbinding met degenen die hen lief zijn.

In de keuken. Portret van Katie.

Het dagelijks voedsel en het samen aan tafel zitten zijn belangrijke onderwerpen. Daar wacht de onvoltooide tijd. Hij wacht op het proeven en smaken. Op het samenzitten, het vertellen aan elkaar. De vaak vragende ogen naar het vervolg. Wat voltooid is wordt weer met vragen ontmanteld of intens gekoesterd. Kijk naar dit wondermooie portret. Ons onvolkomen-zijn in de stilte van het elkaar aankijken zonder vrees of vraag. We kijken door het onvoltooide heen en in dat ‘raken’ smelt de eenzaamheid. Traag maar zeker. Samen in de onvoltooide tegenwoordige tijd.

Portrait of S.N; Andronikovoy-Halpem, 1924

Bronnen:

http://artanablog.com/en/art/zinaida-serebriakova-facts/
https://museumstudiesabroad.org/zinaida-serebriakova/

Op weg naar de teruggevonden tijd (2)

De wolken
 
Ik droeg nog kleine kleeren, en ik lag
 Lang-uit met moeder in de warme hei,
 De wolken schoven boven ons voorbij
 En moeder vroeg wat 'k in de wolken zag.
 
 En ik riep: Scandinavië, en: eenden,
 Daar gaat een dame, schapen met een herder -
 De wond'ren werden woord en dreven verder,
 Maar 'k zag dat moeder met een glimlach weende.

Toen kwam de tijd dat 'k niet naar boven keek,
 Ofschoon de hemel vol van wolken hing,
 Ik greep niet naar de vlucht van 't vreemde ding
 Dat met zijn schaduw langs mijn leven streek.
 
 - Nu ligt mijn jongen naast mij in de heide
 En wijst me wat hij in de wolken ziet,
 Nu schrei ik zelf, en zie in het verschiet
 De verre wolken waarom moeder schreide -

Martinus Nijhoff (1894-1953)
in Vormen (1924)

De tijd waarin ik ‘in kleine kleren’ naar de wolken keek, strekt zich al twee generaties uit nu het kleinkind, wel eens aanwezig in dit blog, vandaag 21 wordt en op haar beurt dat kijken kan doorgeven aan de volgende kleine-klerendrager. Kun je in kind en kleinkind het terugvinden van je eigen kindertijd vergemakkelijken, toch zal iedere ‘iets oudere’ lezer(es) ook de vervreemding begrijpen die er met die steeds groter wordende afstand is ontstaan. De tijd terugvinden wordt er niet makkelijker om. De droom opgeven? Marcel Proust denkt daar anders over:

Si un peu de rêve est dangereux, ce qui en guérit, ce n'est pas moins de rêve, mais plus de rêve, mais tout le rêve. Il importe qu'on connaisse entièrement ses rêves pour n'en plus souffrir ; il y a une certaine séparation du rêve et de la vie qu'il est si souvent utile de faire que je me demande si on ne devrait pas à tout hasard la pratiquer préventivement comme certains chirurgiens prétendent qu'il faudrait, pour éviter la possibilité d'une appendicite future, enlever l'appendice chez tous les enfants. » (Marcel Proust A la recherche du temps perdu)
Ekaterina Panikanova

Zijn onze eigen herinneringen beperkt door de werking van ons autobiografisch geheugen dat rond het 3de-4de levensjaar in werking treedt, toch blijven er verhalen van de eerste kinderjaren meespelen, vaak menigmaal verteld door zeer nabije betrokkenen. Hoe hij als eenjarige van een Canadese soldaat (zijn eenheid logeeerde in de school waar zijn moeder les gaf) een reep chocolade cadeu kreeg en die na enige studie met een zekere walg op de grond smeet, totaal onbekend met het luxe-product ‘chocolade’. Die houding veranderde toen die luxe even later bereikbaar werd en in allerlei merken werd aangeprezen. Herinner je!

De klassieke benaming ‘Minerva’ van het merk ‘Martougin’ werd in Antwerpen geproduceerd in verschillende smaken. Hij herinnert zich dat een dergelijke reep bij uitzonderlijke gebeurtenissen hoorde: na een moedig doktersbezoek, de vooravond van een verjaardag, of als geschenk van een tante ‘voor wie het beste niet goed genoeg was’. (de uitspraak was van zijn moeder) Democratischer was een reepje ‘Meurisse-chocolade’ of de meer gekende Jacques-repen.

Bij deze repen hoorde een chromo, netjes op de binnenwikkel van de reep geplooid. Daarmee kon je diverse albums vullen: treinen, koninklijke familie, Congo om er enkele te noemen. Het leven van kinderen uit de vijftiger jaren was gevuld met het verzamelen van punten allerlei. Historia-prenten, Artis-afbeeldingen in prachtige boeken te verzamelen, Liebig-kaarten met fraaie grafiek, Soubry-punten voor mooi verzorgde kunst-reproducties, Historia-punten voor illustraties bij de vaderlandse geschiedenis, Kwatta-soldaatjes, Havermout-lettertjes die je als je de juiste letters bij elkaar kreeg een heuse lederen voetbal opleverden, Fort-bonnen voor speelgoed (dank u sinterklaasje) In elk gezin was er wel een lade waarin die punten en prentjes een onderkomen vonden en nu en dan in dikke omslagen naar diverse adressen werden verzonden om daarna regendagen-lang prentjes te kleven. (Hij heeft met La vache qui rit een heus Congolees dorp verzameld of hoe smeerkaas eten de koloniale ‘verdiensten’ kon verduidelijken.) De opbrengsten van zijn ‘missie-tentoonstelling’ werden tot de laatste centiem aan lepra-bestrijding overgemaakt.

Ekaterina Panikanova
 Quand je m'éveillai, de mon lit par ces matins tôt levés du printemps, j'entendais les tramways cheminer, à travers les parfums, dans l'air auquel la chaleur se mélangeait de plus en plus jusqu'à ce qu'il arrivât à la solidification et à la densité de midi. Plus frais au contraire dans ma chambre, quand l'air onctueux avait achevé d'y vernir et d'y isoler l'odeur du lavabo, l'odeur de l'armoire, l'odeur du canapé, rien qu'à la netteté avec laquelle, verticales et debout, elles se tenaient en tranches juxtaposées et distinctes, dans un clair-obscur nacré qui ajoutait un glacé plus doux au reflet des rideaux et des fauteuils de satin bleu, je me voyais, non par un simple caprice de mon imagination, mais parce que c'était effectivement possible, suivant dans quelque quartier neuf de la banlieue, pareil à celui où à Balbec habitait Bloch, les rues aveuglées de soleil, et voyant non les fades boucheries et la blanche pierre de taille, mais la salle à manger de campagne où je pourrais arriver tout à l'heure, et les odeurs que j'y trouverais en arrivant, l'odeur du compotier de cerises et d'abricots, du cidre, du fromage de gruyère, tenues en suspens dans la lumineuse congélation de l'ombre qu'elles veinent délicatement comme l'intérieur d'une agate, tandis que les porte-couteaux en verre prismatique y irisent des arcs-en-ciel ou piquent çà et là sur la toile cirée des ocellures de paon. (ibidem)
Clara Peeters
Still Life with Cheeses, Artichoke, and Cherries, ca. 1625
Los Angeles County Museum of Art

O, de geuren. Herinner je. Dit oude zo verwaarloosde waarnemen waar je als kind bijna vanzelfsprekend mee omging. Nog voor je de eetkamer binnenkwam kende je het avondmenu, de eenden en kippen die je van ei-rond tot volwassen dieren opvoedde. Van het zachte dons naar de harde pluimen, ieder met hun eigen geur. De geur van groene zeep, Singer-machine-olie, vers gebakken brood, de tuin-bij-avond, de andere mens, eens het dichtbije bij de verlangens ging horen. Maar ook de geuren van bederf en vergaan. Hoe mooi broeder Alexianus kon vertellen over de opwekking van Jezus’ vriend Lazarus. Al enkele dagen dood werd zijn graf geopend en verscheen hij even later nog met de lijkwindels ingepakt. De schilder was niet beschroomd om de reactie op de geur van vergaan op de gezichten van de toeschouwers, rechts in beeld, te tonen. De zeer heiligen en deftige opdrachtgevers toonden iets meer karakter. Maar wie in het verloren land wil binnendringen mag ‘het boeket’ niet ontwijken.

Picardie ou Bourgogne, seconde partie du XVe siècle La Résurrection de Lazare, avec un donateurHuile sur panneau de chêne, trois planches, parqueté(Restaurations et soulèvements) 60,50 x 80 cm
Allerzielen
Soms loopt er door een drukke straat
ineens een oude kameraad
of reisgenoot.
Je weet zodra je hem begroet:
het kan niet dat ik hem ontmoet,
want hij is dood.
Eerst ben je nog een tijd verbaasd
omdat die levende toch haast
die dode was.
Heb je de zaak dan afgedaan,
dan komt er weer zo`n dode aan,
met flinke pas.
Thuis van het dodencarnaval
zie je de spiegel in de hal,
je schrik is groot:
die man daar in het spiegelglas,
met die bekende regenjas,
was die niet dood?
 
Willem Wilmink (1936-2003)
Gepubliceerd in:
Het kind is vader van de man
Bert Bakker (1989)
En moi aussi bien des choses ont été détruites que je croyais devoir durer toujours et de nouvelles se sont édifiées donnant naissance à des peines et à des joies nouvelles que je n’aurais pu prévoir alors, de même que les anciennes me sont devenues difficiles à comprendre. Il y a bien longtemps aussi que mon père a cessé de pouvoir dire à maman : « Va avec le petit. » La possibilité de telles heures ne renaîtra jamais pour moi. Mais depuis peu de temps, je recommence à très bien percevoir si je prête l’oreille, les sanglots que j’eus la force de contenir devant mon père et qui n’éclatèrent que quand je me retrouvai seul avec maman. En réalité ils n’ont jamais cessé ; et c’est seulement parce que la vie se tait maintenant davantage autour de moi que je les entends de nouveau, comme ces cloches de couvents que couvrent si bien les bruits de la ville pendant le jour qu’on les croirait arrêtées mais qui se remettent à sonner dans le silence du soir. (ibidem)
Ekaterina Panikanova
(wordt vervolgd)
Du musst das Leben nicht verstehen

Du musst das Leben nicht verstehen,
dann wird es werden wie ein Fest.
Und lass dir jeden Tag geschehen
so wie ein Kind im Weitergehen von jedem Wehen
sich viele Blüten schenken lässt.

Sie aufzusammeln und zu sparen,
das kommt dem Kind nicht in den Sinn.
Es löst sie leise aus den Haaren,
drin sie so gern gefangen waren,
und hält den lieben jungen Jahren
nach neuen seine Hände hin.


Rainer Maria Rilke, 8.1.1898, Berlin-Wilmersdorf 

Op weg naar de teruggevonden tijd (1)

De goochelaar

De goochelaar zegt:
neem één dag in je gedachten,
het geeft niet welke

en ik neem één dag in mijn gedachten,
een willekeurige dag,
geen wereldschokkende dag,
en ook geen zwaarwichtige of lichtzinnige dag,
zomaar een dag

ik knijp mijn ogen dicht
en herinner me die dag,
de zon schijnt,
ik bel aan

en de goochelaar noemt die dag, 
beschrijft hem, elke minuut er van.

Toon Tellegen uit 'Hemels en vergeefs', 2008

Het hoeft niet altijd een koekje à la madeleine te zijn, een uitstekend middel voor de heer Proust om terug te keren naar de schijnbaar verloren tijd, het kan ook via de onuitputtelijke beeldbanken van het net, een hedendaagse manier om bij het zien van beelden het kind terug te vinden van weleer. Zo maar een dag, of een avond van zo’n dag, een late namiddag in de zomer, een sneeuwmorgen of een slapeloze nacht. ‘Het geeft niet welke.’ Het is even zoeken, dat wel. Maar je zult ze vinden, de beeldende magie die het vergeten verdwijnen laat. Wees geduldig. Verzamel ze, ook als je nog niet dadelijk weet waarom een beeld je aanspreekt. Ook teksten, poëzie, verloren zinnen, zullen je helpen om het analytische denken waarin we zijn opgevoed te ontwijken en het wondere associëren te ervaren zoals het briesje dat de gorijnen doet wijken, de zachte avondwind binnenlaat met de eerste uitlopers van het donker.

'Mais c'est quelquefois au moment où tout nous semble perdu que l'avertissement arrive qui peut nous sauver, on a frappé à toutes les portes qui ne donnent sur rien, et la seule par où on peut entrer et qu'on aurait cherchée en vain pendant cent ans, on y heurte sans le savoir, et elle s'ouvre.' (Marcel Proust A la recherche du temps perdu)
Gus Fine Arts World of Puppets
Rien qu'un moment du passé ? Beaucoup plus, peut-être ; quelque chose qui, commun à la fois au passé et au présent, est beaucoup plus essentiel qu'eux deux. Tant de fois, au cours de ma vie, la réalité m'avait déçu parce qu'au moment où je la percevais mon imagination, qui était mon seul organe pour jouir de la beauté, ne pouvait s'appliquer à elle, en vertu de la loi inévitable qui veut qu'on ne puisse imaginer que ce qui est absent. (ibidem)

‘Ze lagen te netjes op een rij zoals appelen zelf nooit zouden liggen. Anderzijds werd hij aangetrokken door het geordende van een verzameling: een kistje sigaren, een half pak chocolade dat met zo’n twaalf dezelfde reepjes onuitputtelijk leek, de tegels op de speelplaats, het ritme van een bakstenen muur. een doosje lucifers. Wel kon je van deze verboden vruchten winterfruit proeven en ze netjes met de aangebeten kant naar achter schijnbaar ongeschonden achterlaten. De herinnering zou met de vervlogen beelden uit zijn vroege kindertijd verdampt zijn als hij ze niet na zijn namiddagslaapje met een nog ongecontroleerde beweging had aangestoten en de wet van actie en reactie ervoor zorgde dat het netjes gerangschikte fruit naar alle richtingen van zijn slaapkamertje rolde. Deze misdaad was niet meer te camoufleren voor de vadermens verscheen en met een ‘maar-jongen-toch’ als een teleurgesteld opperhoofd het prutswerk van zijn driejarige nakomeling trachtte te verwerken.’

Maar als hij later, hij was negen, tien jaar met diezelfde vader appelen recht uit de boomgaard ging kopen op de boerderij en ze in die prachtige koperen schaal werden gewogen met aan de andere kant de stevige sierlijke gewichten en hij, nog voor hij achter op de fiets kroop, al een avant-première mocht proeven, combineeerde hij de smaak van appelen met het intense genoegen van het boeken-lezen in de grote sofa. Hij betreurde dat in het verhaal van het aards paradijs een appel voor de noodlottige afloop zorgde, maar gezien zijn eigen vroege zwakheid daaromtrent wilde hij Eva onmiddellijk de zondeval vergeven. Bij Judas lag dat anders. Hij verried zijn meester met een kus. Stel dat hij zijn vader met een kus zou overleveren aan het gespuis? Hem die ik zal kussen is de appelen-dief zou hij de soldaten zeggen.

Neen. Het verhaal was te droevig om er lang over te piekeren. Tenslotte moest iemand het doen. Toen Judas een jongetje was, wist god al dat hij Jezus zou verraden. Hij hoorde bij het verhaal. Heel eerlijk was dat niet. Hij bekeek alle afbeeldingen waarin Judas ‘zijn werk deed’. Hij had zijn broertje niet verraden toen ze op de pistolees hadden geplast als wraak omdat ze niet bij de grote mensen aan tafel mochten zitten. ‘Ik heb het gedaan! Helemaal alleen.’ Straf uitzitten in het kippenhok was best te doen. Niemand begreep beter wat onrechtvaardigheid was dan een kip. Het begrip ‘vrije wil’ had toen al een aardige deuk gekregen.

Nord de la France, probablement seconde moitié du XIVe siècle L’ Arrestation du Christ Relief en applique en bois de noyer avec traces de polychromie ; élément probable d’un retable figurant la Passion du Christ 47,50 x 43,50 cm
'Certes nous sommes obligé de revivre notre souffrance particulière avec le courage du médecin qui recommence sur lui-même la dangereuse piqûre. Mais en même temps il nous faut la penser sous une forme générale qui nous fait dans une certaine mesure échapper à son étreinte, qui fait de tous les copartageants de notre peine, et qui n'est même pas exempte d'une certaine joie. Là où la vie emmure, l'intelligence perce une issue, car s'il n'est pas de remède à un amour non partagé, on sort de la constatation d'une souffrance, ne fût-ce qu'en en tirant les conséquences qu'elle comporte. L'intelligence ne connaît pas ces situations fermées de la vie sans issue.'(ibidem)
Foto Alain Nogues
Weet je nog
hoe we allemaal dansten en lachten
op dat grote feest in die tuin
die geurde naar pas gewassen gras
het was een heldere sterrennacht
simpel, zoals je het zegt
we waren jong als de muziek
even bestonden we voor eeuwig

Remco Campert

‘Maybe, we are all mythological: Pamela Mei Yee Leung (1967-2011)

Negen hoofden. Van mythologische katten. In het fraaie korte filmpje hieronder vertelt keramiste Pamela Mei Yee Leung dat zij elke dag, naargelang haar stemming, één hoofd maakte. Als je ze bekijkt, kun je zelf vermoeden dat het leven haar niet voortdurend toelachte. Beter dan woorden vertelt het filmpje van ‘The Guardian’ met haar woorden als getuigenis, wat haar bezielde en wat haar overkwam. (6′ 50″)

Pamela Mei Yee Leung was born in Hong Kong and lived there until she was sent to a boarding school in England at the age of fourteen.  Language difficulties swayed her towards the visual arts as a means of self-expression.  She continued her education in London, studying 3-D Design at Middlesex Polytechnic before taking a post-graduate diploma in ceramics at Goldsmiths College.  Leung worked in London for 15 years, making ceramic sculpture, which was exhibited extensively in Britain and abroad.  After a long period of illness, which prevented her from working, she moved her studio to Whitstable in Kent. In one of her last interviews before her death in October 2011 after an 11-year battle with cancer, she reflects on how her work has formed a diary of her struggle with the disease 

The Carp
Niet alleen bestaande dieren hadden een plaats in de Chinese mythologie, er werden ook mythische dieren aanbeden of gevreesd. De verbondenheid met het dier was in China ooit zo intens dat de scheiding tussen mens en dier er niet als permanent en onveranderlijk gezien werd. In de zichtbare wereld was immers alles voortdurend in beweging, alles onderging veranderingen. Zonder verandering was er geen leven. Voor de Chinezen bestonden er dan ook kruisingen tussen dieren van verschillende soorten, naast wezens die het midden hielden tussen mens en dier, transformaties. Het was precies vanuit de idee van de voortdurende verandering dat de Chinezen ertoe kwamen aan dieren symbolische en bovennatuurlijke eigenschappen toe te schrijven. (De Tijd, 8 juni 2004, naar aanleding van de tentoonstelling 'Het Rijk van de Draak in de Kunsthal Sint-Pietersabdij))
Leung, Pamela; Drunken Fish; York Museums Trust; http://www.artuk.org/artworks/drunken-fish-272452
De dieren waren voor de Chinezen een voorteken van een lang leven, van geluk of genezing. Zo stond het varken symbool voor overvloed, een zorgeloos leven, zo niet luiheid, en viriliteit. De hond had, omdat hij waakte aan de drempel van het huis, te maken met het begrip grensgebied. Er werd een hond geofferd wanneer een vorst zijn eigen staat verliet. Bij de schildpad dachten de Chinezen zowel aan verandering als aan bestendigheid. Veranderde de schildpad niet van kleur volgens de seizoenen, en leefde het dier niet veel langer dan de mens?(ibidem)
Crouching Fox
Crouching Pam 1960, als bron voor de houding van enkele van haar creaties.
The Chinese influences in Leung’s sculpture are very much apparent, the decoration and bold use of colour are inspired by traditional Chinese arts and some of her references are taken directly from Chinese mythology.  However, her artistic training and education are wholly Western and consequently her approach is informal, personalised and expressive.  The result is an intriguing combination, which defies easy classification.

Sitting Bird, unglazed
In her figurative work, Leung uses human forms to express an attitude or emotion, but these creatures have animal heads or limbs giving them a character, which is both symbolic and surreal.  The symbolism may come from Eastern mythology or Western folk tales, but it is also deeply personal and carries meanings which are domestically autobiographical but psychologically universal.
Elixir of Life
Leung also makes functional pieces such as jugs, fountains, doorknockers, incense burners and, more recently, birdcages.  These pieces are often large, elaborate and highly decorative.  They are unusual objects that are intended to be fun rather than practical.  This aspect of Leung’s work shows her refreshing lack of esotericism.  She expresses herself immediately and spontaneously and has little time for painstaking techniques or calculated conceptualism, but at the same time, her construction is technically audacious and she challenges the stereotypes of craft ceramics and kitsch ethnicity.

Abacus Testpiece
Leung’s work is hand-built from crank mixture clay, mainly using the coiling method. Stains and oxides are mixed into a basic matt white or shiny transparent glaze.  These coloured glazes are then painted onto the sculpture after biscuit firing.  The work is then fired to between 1160°C and 1200°C, which makes it suitable for external sites.  The glaze process is often repeated several times to achieve greater depth.

Unloading biscuit fired work with fork lift

De bovenstaande teksten heb ik overgenomen uit haar achtergelaten website die zo’n beetje staat te verkommeren. In dit blog haal ik graag de voorbije of vergeten tijd naar boven, ontsnapt aan de mode van het moment. Haar uitspraak: Maybe, we are all mythological bleef mij bij. Zoals haar dieren ook menselijke kentrekken hebben en vice versa trof mij het samenvloeien van het levende. Het levende dat ook na het verdwijnen van de maker in allerlei vormen weer kan opduiken. De mythe waaruit onze filosofische en literaire creaties ontstonden leeft ook nu nog in het zoeken naar het ‘samensmelten’ van het voorbije met het komende in de dag van vandaag. Haar aanwezigheid daarin wilde ik graag eren.

The Travelling Cat, circa 1986

Het samenvloeien van Chinese en westerse invloeden zou een waarborg moeten zijn om de rijkdom van deze culturen niet op te offeren aan ideologische vereenzaming maar kan een levend teken worden van ons gemeenschappelijk streven naar een menselijk samenwonen op dit planeetje waarin de mythes door herkenning van hetgeen ons verbindt de tegenstellingen minstens begrijpelijk kunnen maken en wie weet vredevoller.

Patron (Stefanie Hering collection)
Mei Yee Leung, who lived in London, created her own unique cosmos of mythical creatures, with human figures bearing the heads of bears, foxes, lions, and eagles, to tackle subjects such as her marriage and her cancer. Stefanie Hering has translated a selection of these sculptures into expressive figures in bisque porcelain. They can be set up as standalone objects or table decorations and have an even more other-worldly, magical aura than their glazed clay counterparts. (Heringberlin)
Boat unfired

I’m nobody! Who are you? Emily Dickinson (1830-1886)

Ik ben niemand! Wie ben jij?
ben jij ook - niemand-?
dan zijn er een paar van ons!
Zeg het niet! Ze zouden ons verbannen-weet je!

Hoe saai - om iemand- te zijn!
Hoe openbaar - als een Kikker -
Je naam te vertellen - de levenslange dag -
Aan een bewonderend Moeras!

Als trouwe bezoeker van The Morgan Library & Museum in New York wil ik graag hun tentoonstelling met de bovenstaande titel en aangevuld met ‘The Life and Poetry of Emily Dickinson’ gebruiken om vooral met enkele van de gedichten uit hun tentoongestelde handschrift-collectie belangstelling voor deze wonderbare vrouw te wekken.

One of the most popular and enigmatic American writers of the nineteenth century, Emily Dickinson (1830–1886) wrote almost 1,800 poems. Nevertheless, her work was essentially unknown to contemporary readers since only a handful of poems were published during her lifetime and a vast trove of her manuscripts was not discovered until after her death in 1886. 
Otis Allen Bullard (1816–1853), Emily Elizabeth, Austin, and Lavinia Dickinson, Oil on canvas, ca. 1840. Houghton Library, Harvard University.

Dit zijn de drie kinderen uit een Amerikaans welstellend advocaten-gezin. Emily links laat niet vermoeden dat ze een erg teruggetrokken leven zou leiden dat zich in de laatste jaren zou beperken tot de leefruimte in haar slaapkamer waarvan hierboven het fraaie rozen-behang dat ook in de tentoonstelling als achtergrond dient. Vergis je niet, ook dat teruggetrokken leven betekende niet dat ze geen contacten had met de buitenwereld. Integendeel. Ze correspondeerde met talrijke vrienden en vriendinnen, besprak open en direct wat er in de toenmalige wereld gebeurde maar mengde zich steeds minder in het openbare leven.

She was a deeply sensitive woman who questioned the puritanical background of her Calvinist family and soulfully explored her own spirituality, often in poignant, deeply personal poetry. She admired the works of John Keats and Elizabeth Barrett Browning, but avoided the florid and romantic style of her time, creating poems of pure and concise imagery, at times witty and sardonic, often boldly frank and illuminating the keen insight she had into the human condition. At times characterised as a semi-invalid, a hermit, a heartbroken introvert, or a neurotic agoraphobic, her poetry is sometimes brooding and sometimes joyous and celebratory. Her sophistication and profound intellect has been lauded by laymen and scholars alike and influenced many other authors and poets into the 21st Century.(Online-literature.com/dickinson)
Emily Dickinson, Daguerreotype, ca. 1847. Amherst College Archives & Special Collections. Gift of Millicent Todd Bingham, 1956, 1956.002.
I heard a Fly buzz – when I died –
The Stillness in the Room
Was like the Stillness in the Air –
Between the Heaves of Storm –

The Eyes around – had wrung them dry –
And Breaths were gathering firm
For that last Onset – when the King
Be witnessed – in the Room –

I willed my Keepsakes – Signed away
What portion of me be
Assignable – and then it was
There interposed a Fly –

With Blue – uncertain – stumbling Buzz –
Between the light – and me –
And then the Windows failed – and then
I could not see to see –
This poem—one of Dickinson’s most famous—exists in no other drafts; it is included in a in a fascicle, or hand-sewn manuscript booklet, which she probably began in the summer of 1863 and which was not discovered until after her death.
Blazing in Gold – and
Quenching – in Purple!
Leaping – like Leopards the sky –
Then – at the feet of the old Horizon –
Laying it's spotted face – to die!

Stooping as low as the kitchen window –
Touching the Roof –
And tinting the Barn –
Kissing it's Bonnet to the Meadow –
And the Juggler of Day – is gone!


Vlammend in Goud - en
blakend - in paars!
Springend - als luipaarden de hemel -
Dan - aan de voeten van de oude Horizon -
Legt het zijn gevlekte gezicht - om te sterven!

Bukkend zo laag als het keukenraam -
Raakt het dak -
en de schuur kleurt...
Kust het zijn hoed naar de weide...
En de jongleur van de dag - is weg!
Of our deepest delights there is a solemn shyness
The appetite for silence is seldom an acquired taste

Van onze diepste genoegens is er een plechtige verlegenheid
De honger naar stilte is zelden een aangeleerde smaak

***

Hope is the Thing with Feathers

Hope is the thing with feathers
That perches in the soul,
And sings the tune without the words,
And never stops at all,

And sweetest in the gale is heard;
And sore must be the storm
That could abash the little bird
That kept so many warm.

I've heard it in the chillest land
And on the strangest sea;
Yet, never, in extremity,
It asked a crumb of me.
foto Ivan Sjögren
This is one of 295 poems Dickinson wrote in 1863, her most productive year. She kept this copy, along with a later draft from 1865.
Light is sufficient to itself –
If others want to see
It can be had on Window panes
Some hours of the day –

But not for Compensation –
It holds as large a Glow
To Squirrel in the Himmaleh
Precisely – as to me –

****


Dat haar leven ook de hedendaagse bewoner van deze planeet aanspreekt, bewijst de televisieserie op Apple-TV (Dickinson') die nu haar tweede jaar ingaat. 
 This Is My Letter To The World

    This is my letter to the world,
    That never wrote to me,--
    The simple news that Nature told,
    With tender majesty.
    Her message is committed
    To hands I cannot see;
    For love of her, sweet countrymen,
    Judge tenderly of me!

bezoek: https://www.themorgan.org/exhibitions/emily-dickinson

Some keep the Sabbath going to church,
I keep it staying at home,
With a bobolink for a chorister,
And an orchard for a dome.

Some keep the Sabbath in surplice,
I just wear my wings,
And instead of tolling the bell for church,
Our little sexton sings.

God preachesa noted clergyman,
And the sermon is never long;
So instead of going to heaven at last,
I'm going all along

Schrijven om thuis te komen: Ivana Bodrožić (1982)

Vukovar 1991-1992

In 1982 geboren in het Kroatische Vukovar dan weet je dat ze als kind de Servisch-Kroatische oorlog iheeft meegemaakt. Dat ze, naar eigen zeggen het verhaal van de displaced-persons wil vertellen maar dan vanuit de kinderen zelf. Haar vader is nog steeds ‘vermist’, een mooi woord om te weten dat hij een van de slachtoffers was, weggevoerd uit de stad door de Servische milities, en nooit meer thuisgekomen. Die ervaring blijft aanwezig in haar gedichten, is het onderwerp van haar roman ‘Tito Hotel’.

NOVEMBER 20th, every year, Vukovar)

 I particularly like imagining
the wreaths of flowers on the Danube…

 Sometimes you can even see them on television.

 What you will never see is,
how people throw those flowers;
from the banks, or they come to the middle of the river,
in wooden or motor-powered rowboats.

 For all those who lost their lives on the Danube.

 I don’t try to imagine how, but I nevertheless wonder…
Was it from the banks, or did they bring them to the middle of the river?
20 NOVEMBER, elk jaar, Vukovar)

 Ik hou er vooral van mij 
de bloemenkransen op de Donau
voor te stellen...
 
Soms zie je ze zelfs op de televisie.

 Wat je nooit zult zien is,
hoe mensen die bloemen gooien;
vanaf de oevers, of ze komen naar het midden van de rivier,
in houten of gemotoriseerde roeiboten.

 Voor al diegenen die hun leven verloren op de Donau.

Ik probeer me niet voor te stellen hoe, maar ik vraag me toch af...
Kwamen ze van de oevers, of brachten ze hen naar het midden van de rivier?
Foto Adam Bokor
Ivana Bodrožić (1982) lives in Zagreb, Croatia. In 2005, she published her first poetry collection, Prvi korak u tamu (The First Step Into Darkness) as part of the Goran Award for Young Poets. Her first novel Hotel Zagorje (Hotel Tito) was published in 2010 and went on to be a Croatian best-seller; the French edition won the prestigious Prix Ulysse for best debut novel. She has also published the poetry collection Prijelaz za divlje zivotinje (A Road for Wild Animals) and the short story collection 100% Pamuk (100% Cotton). Her novel The Pit was awarded the Balkan Noir Prize for best crime novel. Bodrozic's work has been translated into English, German, French, Czech, Danish, Slovenian, Hungarian, Spanish, Italian, and Macedonian. 

Her first novel Hotel Zagorje is a coming-of-age-novel. It's a book about the girl's life as a refugee, sharing a few squremetres with her mother and her brother, all of them waiting for a message of the lost father.
“Breath of Brief Syllables” 
(From Her Collection, In a Sentimental Mood)


Do that in language
Betray
Look long into the sky punctured by the tips of poplars

Give up on words
Retreat into self and remain so in silence
vibrate inside

Despise all versions,
stay indifferent to variants
do not decline, do not quarrel,
pack your mouth with sand

You don’t need it
Everything ends, anyway, in silence

The voice is simple, the verb imbalances,
usually it leads to violence,
the subject hopes it matters
and the period at the end seems naive

There is more, there is always more
and there will be more when I’m gone
Say it right, speak distinctly
speak in our language, take a stand

I walk through the cemetery with Mother,
plot no. IV, row III
her words split me in half
they always split me in half
—with me worked two women,
the last name of one was Mijatović, and the other Mijaaaatović
(and she leans on that “a” to the breaking point)
after a pause she adds,
—that’s not the same

Though none of them would know to ascertain
the position of the accent
the length, rising or falling,
or even whether this is a four-accent system
more than 900 of them fit in the pit

A totally minute mark above the letters
stands like that between life and death

Skip it, it’s not dignified
quiet
be quiet

–Translated by Ellen Elias-Bursać
Adem van korte lettergrepen
(Uit haar collectie, In a sentimental Mood.)


Doe dat in taal
Verraad
Kijk lang in de lucht doorboord door de toppen van populieren

Geef woorden op
Trek je terug in jezelf en blijf zo in stilte
trillen van binnen

Veracht alle versies
blijf onverschillig tegenover varianten
weiger niet, maak geen ruzie
pak je mond in met zand

Je hebt het niet nodig
Alles eindigt, hoe dan ook, in stilte

De stem is eenvoudig, het werkwoord uit balans,
meestal leidt het tot geweld,
het onderwerp hoopt dat het ertoe doet
en het punt aan het eind lijkt naïef

Er is meer, er is altijd meer
en er zal meer zijn als ik weg ben
Zeg het goed, spreek duidelijk
spreek in onze taal, neem een standpunt in

Ik loop over het kerkhof met moeder,
perceel nr. IV, rij III
haar woorden splijten me in tweeën
ze splitsen me altijd in tweeën
-met mij werkten twee vrouwen,
de achternaam van de ene was Mijatović, en de andere Mijaaaatović
(en ze leunt op die "a" tot het breekpunt)
na een pauze voegt ze eraan toe,
-dat is niet hetzelfde.

Hoewel geen van hen de plaats van het accent
zou weten te achterhalen
de lengte, stijgend of dalend,
of zelfs of dit een vier-accent systeem is
meer dan 900 van hen passen in de put

Een totaal miniem teken boven de letters
staat zo tussen leven en dood

sla het over, het is niet waardig
rustig
stil nu
REMIND ME

All I can do,
is to write about the night air.

When I take off my jacket in the hallway,
it seeps out of my sleeves and pockets…
So fragrant and Christmas Eve-like,
sticking to my hair and face,
and I quickly run over to you,
to press my cheek against yours,
so you can feel its coldness,
as you smile and duck,
pretending not to like it.

All I can do,
is to write about a snowball.

Or rather, write about one
before it’s formed, in the early morning,
when it suddenly appears and I contemplate
how to bring it to you,
without ruining it,
bring it to you, or you to it…

All I have left to do, is write about
the Danube in the summer
and the time when I thought everything was possible.

Because I was seven,
and had a blue pail,
with a fish on it,
that I would fill up and drag home,
to rinse it out under the faucet and drink.

These are the things worth remembering.

HERINNER MIJ 

 Alles wat ik kan doen,
is schrijven over de nachtlucht.

 Als ik mijn jas uittrek in de gang,
sijpelt het uit mijn mouwen en zakken...
Zo geurig en kerstavond-achtig,
kleeft aan mijn haar en gezicht,
en ik ren snel naar je toe,
om mijn wang tegen de jouwe te drukken,
zodat je de kou kunt  voelen,
terwijl je lacht en bukt,
en doet alsof je het niet leuk vindt.

 Het enige wat ik kan doen,
is schrijven over een sneeuwbal.

 Of liever, schrijven over een
voordat hij gevormd is, in de vroege ochtend,
wanneer hij plotseling verschijnt en ik overweeg
hoe ik hem naar jou kan brengen,
zonder het te verpesten,
hem naar jou te brengen, of jij naar hem...

 Het enige wat ik nog kan doen, is schrijven over
de Donau in de zomer
en de tijd dat ik dacht dat alles mogelijk was.

 Omdat ik zeven was,
en een blauwe emmer had,
met een vis erop,
die ik zou vullen en naar huis zou slepen,
om het onder de kraan uit te spoelen en te drinken.

 Dit zijn de dingen die het waard zijn om te onthouden.
Eigen foto GMT
I was born in 1982 in Vukovar, where I lived until the summer of 1991, when I went on a holiday with my brother, not knowing that we would never return because of the war. I finished elementary school in Kumrovec and high school in Zagreb. The news and the books that I borrowed and sometimes stole, were the constant of my life in exile. I attained a master’s degree in philosophy and Croatian studies at the Faculty of Humanities and Social Sciences in Zagreb. For the first collection of poetry First step into the darkness, published in 2005, I received the Goran Award for young poets and the Kvirin Award of Matica hrvatska for the best poet under 35 years of age. Five years later, I published my first novel, The Hotel Tito, which greatly marked my life and professional path, directing me exclusively towards literature. Shortly after the publication of the novel, I began to work in the status of an independent artist, within which I am still engaged in literary and cultural work.
Foto door Aleksey Kuprikov
I was ten thousand times dead
suffering all that pain that death brings.

 Here, words like “epiphany”, “miracles”, “messages”
have the meaning of all too human
testimonials.

 I don’t want to prejudice the judgment of the Church
to which here I absolutely submit.

 Wrote the author on the cover of the book
that the woman next to me was reading.

 Pope Urban VIII was also mentioned.

 I sat next to her reading a poem
by Charles Bukowski
about his first visit to a brothel.

 He mostly talked about whores
and some of his friends.

 At that time I started publishing poetry,
wanting to write something about life.

Ik was tienduizend keer dood
lijdend aan al die pijn die de dood meebrengt.

 Hier, woorden als "epifanie", "wonderen", "boodschappen"
hebben de betekenis van al te menselijke
getuigenissen.

 Ik wil niet vooruitlopen op het oordeel van de Kerk
waaraan ik me hier absoluut onderwerp.

 Schreef de auteur op de omslag van het boek
dat de vrouw naast mij las.

 Paus Urbanus VIII werd ook genoemd.

 Ik zat naast haar en las een gedicht
van Charles Bukowski
over zijn eerste bezoek aan een bordeel.

 Hij had het vooral over hoeren
en enkele van zijn vrienden.

 In die tijd begon ik poëzie te publiceren,
en wilde iets over het leven schrijven.
Foto door Matthias Groeneveld
Extension is God’s attribute,
or in other words, God is something extendable.

 I’m standing at that particular Zagreb public transport counter
where there’s never a queue.

The one for the children of those killed / imprisoned /
abducted / disappeared /
taken in an unknown direction /

Croatian defenders.

It’s all written on the application form
and I have a discount pass every year.
It’s two thousand and three,
you say that to yourself slowly,
and there are still those who think that
I’ve jumped the queue without reason
and that’s what bothers me the most.

Aside from that
I have no trauma.

 The more the spirit understands things as necessary,
the more power it has over emotions
and suffers less from them.

***
Verlenging is Gods attribuut,
of met andere woorden, God is iets verlengbaar.

 Ik sta bij dat bepaalde loket van het openbaar vervoer in Zagreb
waar nooit een rij staat.

De rij voor de kinderen van degenen die vermoord / gevangen /
ontvoerd / verdwenen /
meegenomen werden naar een onbekende richting /

Kroatische verdedigers.

Het staat allemaal geschreven op het aanvraagformulier
en ik heb elk jaar een kortingspas.
Het is tweeduizend en drie,
dat zeg je langzaam tegen jezelf,
en er zijn er nog steeds die denken dat
ik zonder reden ben voorgestoken
en dat is wat me het meest stoort.

Afgezien daarvan
heb ik geen trauma.

 Hoe meer de geest de dingen als noodzakelijk begrijpt,
hoe meer macht heeft hij over emoties
en daaronder minder lijdt.
The world is happening outside me.

I live in a hotel
and every day, on my way
to school I leave my key
in cubby-hole
number 325,
slightly smaller than
The room in which we live
my mother, my brother, and I,
and the television that will
maybe, one day
reveal where my father is.
Until then, everything in threes;
beds, cups, spoons,
the Father, the Son and the Holy Ghost,
and we cowardly buy
everything in threes
as if we’re not counting on him
anymore.
Even the pillow we sit on
is made out of the fur lining of his jacket
that Auntie saved from Vukovar,
and that's pretty much it,
but no one can save my mother,
no one.
She will spend years in the small
bathroom of room 325
writing letters to my father
who DISAPPEARED.

 That's the official term.


****

De wereld gebeurt buiten mij.

 Ik woon in een hotel
en elke dag, op weg
naar school laat ik mijn sleutel
in het hokje
nummer 325,
iets kleiner dan
de kamer waarin we wonen
mijn moeder, mijn broer en ik,
en de televisie die
misschien, op een dag
zal onthullen waar mijn vader is.
Tot dan, alles in drieën;
bedden, kopjes, lepels,
de Vader, de Zoon en de Heilige Geest,
en wij lafaards kopen
alles in drieën
alsof we niet meer op Hem rekenen
niet meer.
Zelfs het kussen waar we op zitten
is gemaakt van de bontvoering van zijn jas
die tante gered heeft uit Vukovar,
en dat is het zo'n beetje,
maar niemand kan mijn moeder redden,
niemand.
Ze zal jaren doorbrengen in de kleine
badkamer van kamer 325
brieven schrijven naar mijn vader
die VERMIST is.

 Dat is de officiële term.
I knew I wanted to tell the story of the children who grew up in displaced-persons housing, but in such a way that the story would come from them, the story of a family which fell apart and how even though the war ended, nobody won. I had as my overall framework the six years I spent displaced, but many of the episodes surfaced as I went along, while I was writing. I knew I didn’t want to fall back on the wisdom of hindsight, I tried to set aside my adult perspective. I also didn’t want to spare anybody, including myself, in terms of treating with honesty the emotions I’d felt and my memories. What surprised me, and what I hadn’t been planning to write about, was the episode in which the protagonist, when she’s drunk, allows herself to imagine how her father, who disappeared during the siege of the city, was killed. I had to face that the narrative was taking me there. Sometimes there’s a subterranean logic to a novel which the writer should listen to, and there was a moment when I feared I might not be able to do it justice. The ferocity of such terrible events is sometimes difficult to convey on the page, but I’m glad now that I did.

Solidariteit uit nieuwsgierigheid geboren: Aliza Nisenbaum

Aliza Nisenbaum Kayhan 2016 Oil on Linen 195.5 x 160cm

Geboren in Mexico City en al dadelijk zou je haar werk kunnen associëren met de kleuren van de Mexicaanse muurschilderkunst, denk aan het werk van Diego Riviera dat je ook in New York City kon bekijken. Een relatie ook tussen het artistieke werk en de algemene arbeid, het werk van alledag. Vaak gaven die muurschilderingen een stem aan arbeiders en gemeenschappen. Je zou het een gevoel van solidariteit kunnen noemen, aandacht voor wat mensen in hun arbeid voor ons doen. Mensen in hun werkomgeving. Een stem geven ook aan degenen wiens stem niet wordt gehoord. Maar ook het persoonlijke lot van de eenling of de kleine groep is vaak een uitgangspunt.

Aliza Nisenbaum, Anya’s dancers, 2018 Oil on Linen (172.72 x 223.52 cm)
Aliza Nisenbaum was born in 1977 in Mexico City and grew up there with her Scandinavian American artist mother, her Russian Jewish father who ran a leather goods business, and her younger sister. The family travelled widely, including to the UK and New York, visiting sights and exhibitions. Nisenbaum found early artistic inspiration in London and decided she eventually wanted to live in New York City. She studied psychology for two years in Mexico before taking up a place at the Art Institute of Chicago. Following her time as a student there, she stayed on to teach before finally moving to New York. Now resident in Harlem, she is a professor at Columbia University’s School of the Arts. (Juliet Rix Studio International)
Aliza Nisenbaum, La Talaverita, Sunday Morning NY Times, 2016 oim on minen, 88 x 68 inches
My work has always been very much about sitting with people and painting them from life and, obviously, social distancing doesn’t permit that, so I’ve had to think differently and do more from memory and photographs. It’s really opened up my practice.   
Aliza Nisenbaum, Ximena and randy, Sunrise, 2019 Oil on Linen, (162 x 145 cm)
Since March 2020, I’ve been taking walks around Los Angeles drawing the flowers and plants which, unlike those in New York, are very similar to the vegetation I grew up with in Mexico City. My mother was a flower painter and one of my earliest artistic influences was the Marianne North Gallery in London’s Royal Botanic Gardens at Kew, which I visited as a child with my parents. It is one of my favourite museums in the world and still influences the drawings I’m doing now. I’ve been making large-scale drawings of the plants and then painting and pairing them with people I’m thinking of in New York, or friends, students or models I’ve painted before.
Aliza Nisenbaum, Bougainvillea & Iris, 2020 Gouache and watercolor on paper 76 x 56 cm right: 56 x 76 cm
Aliza Nisenbaum, Angel, Study & Succulents, LA Walk 2020 Gouache and watercolor on paper 56 x 76cm right: 76 x56 cm

De pandemie zette haar aan het denken over het maken van schilderijen van ‘keyworkers’ en wat zo mooi ‘first responders’ wordt genoemd in het engels. Ze wilde hen vermenselijken, een gezicht geven aan mensen die zo hard hebben gewerkt tijdens deze crisis. Het ‘essentiële werk’ denk bv. aan mensen die in supermarkten werken die vaak als laag geschoolde arbeiders beschouwd worden maar van cruciaal belang bleken voor ons aller leven-overleven. Zo ontstond ook de muurschildering ‘London Underground: Brixton Station and Victoria Line Staff, 2019 190cm x 361cm Hierboven al weergegeven maar ook hier onder (en in Tate Liverpool) en ook ter plaatse in Brixton Station in zijn geheel te zien:

In het filmpje van 12′ vertelt ze zelf heel overtuigend over haar onderwerpen en werkwijze. Ook haar ‘sitters’ komen aan het woord. Een tijdsdocument. Mooi gemaakt, maak er even tijd voor.

Aliza Nisenbaum, Team Time Storytelling, Steven Gerrard Garden, Alder Hey Children’s Hospital Emergency Department, Covid Pandemic 2020

Nurse Ann Taylor: zie film.
zie film
There are some similarities in terms of social enquiry running through Aliza’s works compared to artists such as Rembrandt and Van Gogh, who also drew attention to people and their work roles in their social context. I feel I should also mention that of my own father’s paintings, Robert Lenkiewicz’s portrait paintings of teachers, people in the medical profession, those who work in museums and the homeless, people from many walks of life. As with these artists, Aliza draws our attention to the person, not just creating a portrait of someone in general but looking deeper into the psyche and social issues surrounding that person’s relationships, thoughts and feelings as well as the effects experienced by their environment.  (Alice Lenkiewicz Artlyst.com)
Self-Portraits at Hamilton-Madison House, 2018
Aliza Nisenbaum, Nimo, Sumiya, and Bisharo harvesting flowers and vegetables at Hope Community Garden, oil on linen2017 223,52 x 172,72cm
I notice in her work there is also a focus on growing food in community groups, this sense of sharing, the coming together of people helping each other, linking in with human rights and stories that travel back through generations, concerning memory, travel, home, immigration, racial diversity, a sense of bringing people together to do positive things, to heal and to create a sense of well-being is lovely to see. In the past, Aliza was a volunteer at Immigrant Movement International, where she taught English around the subject of Art within the class of “ English through feminist art history”. It was during this time that she painted life portraits of many of the people in her class. She says “I’m interested in painting people who might not have entered the canon of Art historical portraiture in the past. “ (ibidem)
Aliza Nisenbaum, Karina and Christopher, 2016 Oil on Linen 168 x 129,5cm

Werk van haar wordt verdeeld bij Anton Kern gallery NY en is te bezoeken:

https://www.antonkerngallery.com/artists/aliza_nisenbaum

Aliza Nisenbaum, Self Portrait bouquet, 2020 Gouache and watercolor on paper, 76.2 x 55.9 cm
Usually, the models respond to me in real time as they see how I start painting their faces. I paint in a faceted way, small planes of colour next to each other showing the different temperature of skin. I think I’ll be able to capture that from photography as well. This is pretty much the crux of my work. The way I paint my sitters is quite intimate. You have to pay close attention to the subtle nuance of every little character in their face, and colour is something that is very contingent. Everyone perceives it differently and it’s a myth that even within a particular race there’s a seamless colour. To me, that’s like a metaphor of how nuanced identity is. We’re very multifaceted in terms of our identities. I’m Mexican, white, with parents from America and Russia. My father’s family fled the pogroms and ended up in Mexico City. I feel like my own identity is pretty complex.(Studio International 10/08/2020 Juliet Rix)
Aliza Nisenbaum Anton Kern Gallery Staff, 2019 Oil on linen 241 x 381cm
I’m much more interested in what it means to sit silently, in a relaxed setting, chatting with someone while you go through a very slow process of looking and paying attention, then translating that to paint. Only when you paint from life can you really see all the nuance of colour temperatures and hues that make a skin so complex. The process entails sitting with someone who I might not know very well, and who might be very different from me and, at times, spending three to six hours getting to know them. I try to do their image and character justice, and perhaps get a likeness. Most of the time these sittings are fun, but other times intimate, political or difficult conversations happen during the sitting. It’s a vulnerable thing for both me and the sitter. Yet, we often find common ground through the long process.(Ibidem)
Aliza Nisenbaum, Patricia 2019 Oil on linen 66 x 81,3cm
Aliza Nisenbaum, Loteria, Letters, and Masks: El Chapo, Clinton, Fox, Donkey and Devil, 2017 Oil on linen 109 x 145cm

De brug: met verbeelding verbonden (2)

Hij is al jaren van huis: met zijn vrouw naar Engeland getrokken om ‘de grote oorlog’ te ontlopen in zijn prachtige streek aan de Leie: schilder Emile Claus, ‘de geniale kerel die de zon op flessen trok’ zoals James Ensor beweerde. De Waterloo Bridge. Bij dag was het heimwee wellicht minder voelbaar, maar ver van huis blijft ze zelfs in het zonlicht nog koel en ongenaakbaar.

Heel anders, met weelderige wilde bloemen op de voorgrond ‘de ontmoeting op de brug’, met de rug naar de kijker, in een overvloed aan natuur waarin het nederige bruggetje zijn romantische rol vervult. Het leven op het land.

De brug schaft de grens af. De brugverbindt twee volkeren, culturen.  Ze maakt genezing, vrede, uitwisselingen, en handel mogelijk. Wanneer de brug de vorm heeft van een boog en in het bijzonder van een regenboog, markeert zij het verbond tussen de godheid Uran en de mensheid. In Genesis wordt boven de ark de regenboog geplaatst boven en beneden de ark van Noach, die al het leven bevat en vaart op de chtonische wateren. Het is een hierogamie tussen Hemel en Aarde die de schepping van de wereld vernieuwt. De Ark van Noach stelt de chtonische brug voor, omgekeerd ten opzichte van de hemelse brug. Het is de ontvanger, de matrix. De twee bogen boven elkaar zijn een beeld van het kosmische ei.
Ponst sur le canal de Saint-Denis Eduard Baltus (1813-1889)
Vieux Pont de Belcastel, dans l’Aveyron (France) Kajiimoto
Als doorgang heeft de brug twee karakters. Ze is een symbool van overgang en transformatie en markeert een breuk tussen de ene staat en de andere. Ze maakt de overgang naar het leven (incarnatie) mogelijk, maar ook de overgang naar het hiernamaals door de dood. De brug kan "gevaarlijk" zijn en zo smal dat het risico om hem over te steken groot is, vooral als hij de hel overspant zoals in vele godsdiensten en vooral in de islam het geval is. Toch is het de enige weg die naar het Paradijs leidt.
Joseph Mallord William Turner Liber Studiorum
In de Koran: Soera 19 vers 71 beschrijft de As-sirât-brug, een brug over de onderwereld waarlangs alle zielen moeten passeren om het hiernamaals te bereiken, en zij schijnt rechtstreeks afgeleid te zijn van de brug van Cinvat, van de Mazdeese godsdienst, die van 1000 jaar eerder dateert. 
Joseph Mallord William Turner Old London Bridge c 1794

Maar ze kan ook liefelijk zijn, zelfs als spoorbrug, weggemoffeld achter weelderige begroeiingen. Le pont du chemin de fer à Argenteuil Chatou. Zoals Pierre Auguste Renoir ze schilderde:

We hebben haar helemaal mee opgenomen in het dagelijkse moderne leven zoals dat al zichtbaar was bij schilder-ingenieur Gustave Caillebotte in zijn studie voor ‘Pont de l’ Europe’ waarop een man nieuwsgierig naar de drukte onder hem kijkt terwijl een koppel uit een andere tijd nog voorbijwandelt. De tijd van ijzer en staal die als een grote getraliede muur het beeld letterlijk in twee splijt. Duidelijke dienstbaarheid.

G. Caillebotte Le pont de l’ Europe à Paris

Ook dat is een functie: op de brug staan, de wereld bekijken vanuit de mogelijkheden om tegenstellingen met elkaar te verbinden, bruggen slaan zoals de uitdrukking luidt. De brug in Mostar is een levend bewijs dat heling en verbinding mogelijk blijven, ook na verschrikkelijke gebeurtenissen. Heropgebouwd duidt ze de wil tot samenleven aan. Tenslotte zijn onze verhalen pogingen om over de brug te komen.

De heropgebouwde brug in Mostar

Tenslotte een brug die mij levenslang is bijgebleven. Ik was ietsje jonger dan de acteurs in ‘Die Brücke’. toen ik de film voor het eerst zag.

Die Brücke is een Duitse anti-oorlogsfilm van Bernhard Wicki uit 1959, met in de hoofdrollen Fritz Wepper en Folker Bohne. De film is gebaseerd op de een jaar daarvoor verschenen roman van Manfred Gregor over diens belevenissen in de oorlog. Jonge jongens, schoolvrienden, moeten een brug verdedigen tegen de oprukkende Amerikanen. De film is in zijn geheel te bekijken op you tube. In een wereld waar het stoere alfamannetje weer op de voorgrond wil is deze film geen brug te ver.

Kurz vor Ende des Zweiten Weltkriegs erhalten die unbedarften Oberschüler Hans Scholten (Folker Bohnet), Albert Mutz (Fritz Wepper), Walter Forst (Michael Hinz), Jürgen Borchert (Frank Glaubrecht), Klaus Hager (Volker Lechtenbrink), Sigi Bernhard (Günther Hoffmann) und Karl Horber (Karl Michael Balzer) den militärisch sinnlosen Auftrag, eine Brücke in ihrem Heimatort zu verteidigen.

En om niet helemaal in het donkere van de passieweek te blijven, een voor ieder bekende brug over het troebel Covid-water. Mooie Paasdagen gewenst.

Bridge Over Troubled Water
Simon & Garfunkel

When you're weary
Feeling small
When tears are in your eyes
I'll dry them all
I'm on your side
Oh, when times get rough
And friends just can't be found

Like a bridge over troubled water
I will lay me down
Like a bridge over troubled water
I will lay me down

When you're down and out
When you're on the street
When evening falls so hard
I will comfort you
I'll take your part
Oh, when darkness comes
And pain is all around

Like a bridge over troubled water
I will lay me down
Like a bridge over troubled water
I will lay me down

Sail on silver girl
Sail on by…
Like a bridge over troubled water
I will ease your mind
Like a bridge over troubled water
I will ease your mind
Le pont Japonais vu du bassin des Nympheas

De brug: met verbeelding verbonden(1)

Zicht op de ingang van het Arsenaal Canaletto (vergroot klik hier)

Dat je met een schilderij van Canaletto uit 1732 nog altijd een kijk hebt op de ingang van het Venetiaanse Arsenaal spreekt tot de verbeelding. De praktische voetgangersbrug steekt in V-vorm boven het water zodat hoog bepakte boten er makkelijk onderdoor kunnen. Met de Westminster brug, geschilderd in 1746 telt de grote sier en het feestelijke. De brug verbindt maar is ook het decor voor The Lord Mayor’s Procession on the Thames. Een brug van een wereldstad.

Canaletto Westminster Bridge with the Lord Mayor’s Procession on the Thames (klik op de tekst om te vergroten)

Een jaar voor de Westminster Bridge schilderde hij de Rialto brug in Venetië. Capriccio of the Rialto Bridge with the Lagoon beyond. Deze brug was de eerste brug over het Canal Grande en vaak erg commercieel in beeld gebracht als ‘souvenir’ voor de welstellende bezoeker van de Dogestad.

Canaletto was a sophisticated and prolific Italian painter known primarily for his vivid topographies of Venice, Rome, and London. Much more than a formulaic guildsman, there is a unique quality to his work which can be attributed to the fact that he was able to seamlessly blend real and imagined words to beguiling effect. His 'tourist" paintings, which were much sought after by the traveling upper-classes, were meticulously prepared, with his chief concern being for compositional harmony rather than dogmatic geographic accuracy.
Canaletto – Capriccio of the Rialto Bridge with the Lagoon Klik op deze tekst om te vergroten

De brug als handelscentrum. Of hoe de praktische Venetiaanse handelsgeest elke plaats benutte waar handel kon gedreven worden. Het oorspronkelijk plan uit 1570 van Andrea Palladio zag er grondig anders uit. Het werd verworpen en Antonio da Ponte’s ontwerp kreeg de voorkeur.

Design for the Rialto Bridge. Page from Quattro libri dell’architettura di Andrea Palladio, originally published 1570. Engraving by Giovanni Silvestrini published Siena, Appresso Alessandro Mucci, 1790–91. The Getty Research Institute, 2893-965

Keren we terug in de tijd, we blijven in Italië. Een wonderbaar werk van Andrea Mantegna (1431-1506) Van de machtige en/of commerciële bruggen naar een bruggetje van niets. Je moet al goed kijken, links van de hoofdpersonen. Het is een fragment uit een triptychon, de linkse predella: ‘Christus op de olijfberg’, een thema helemaal aansluitend bij deze ‘goede week’. Klik op het onderschrift om het te vergroten.

Christus op de Olijfberg Andrea Mantegna 1495 klik om te vergroten

Er is vooreerst de mooie opbouw: de slapende leerlingen met de angstige, biddende Jezus als driehoek, verder door de massale berg als achtergrond uitgebouwd. Er is het prachtige Jerusalem als ommuurde stad boven links gedetailleerd opgetrokken. Maar kijk dan naar links: de twee armzalige bruggetjes over het beekje waar de verrader Judas in de verte de aankomende soldaten opwacht. Je zou de bruggetjes zonder moeite kunnen wegnemen en jezelf en je meester beveiligen, maar de getrouwen liggen zorgeloos te slapen terwijl hun meester doodsangsten uitstaat en daar kan de engel bovenaan weinig aan veranderen. Hier is het bruggetje in detail:

En kijk, er loopt een konijntje over het nabije bruggetje en je hoort bijna het water dat van linksboven komt, op de rotsen neerklateren. Kijk ook naar de houding van de verrader handen op de rug terwijl hij met de geharnaste aanvoerder praat. Zo dun is het verschil tussen verraad en verzet.

Ook zo’n kleine brug vind je op het mysterieuze schilderij van Giorgione: De storm, een verbeelding waar nog steeds allerlei interpretaties over bestaan.

De storm 1505 Giorgione rond 1505

Giorgone was de eerste grote schilder van het Cinquecento. Hier verbindt de brug niet maar ze sluit een wereld af. We kunnen alleen vermoeden wat de betekenis is van de vrouw en de soldaat terwijl in de verte het onweer losbarst. Achter de brug bliksemt het en wij weten niet of het onweer deze kant uitkomt, over de brug komt.

In een volgende aflevering komen we verder over de brug. Of ze verbindt, woonruimte biedt, verzamelplaats of uitkijkpunt is, ze bestaat in allerlei vormen ook in onze verbeelding. Vaak lopen we over de brug naar toen, dan weer naar morgen. Soms staan we stil. Vanop de brug bekeken of kijkend.

Meisjes op de brug Edvard Munch

Bruggen bekijken, een wandeling.

Zo ver zal Bommel niet zijn om er met Martinus Nijhoff naar de brug te gaan kijken, en twee overzijden te zien die elkaar schenen te vermijden maar buren werden, maar waar ik woon kun je ‘onder’ de bruggen lopen, op vaste grond voor degenen die aan wonderen dachten. Onder drie bruggen, eentje voor het autoverkeer, twee voor treinen. Je hebt dus duidelijk andere bedoelingen: je wilt niet dadelijk naar de overkant, maar onderduiken. De drukte speelt zich boven je hoofd af.

De weglopende lijnen naar een onzichtbaar verdwijnpunt worden door eens-witte palen gestut. Je ziet de dichtsbije rij als een soort hekken waarachter de volgenden steeds kleiner worden. De brug als dak boven je hoofd. De nabijheid van het water doorbreekt de strengheid van de constructie. Het stroomt de andere kant uit, draagt de binnenschepen, is dichtbij nu en dan hoorbaar. Onverstoorbaar ook.

Lege vlakken nodigen uit tot schriftuur. De mededeling dat van een met naam genoemde een onderdeel des mensen schijnt gezien te zijn wat in de wandeling niet zichtbaar is maar in dat zogenaamde ‘onbewaakte ogenblik’ toch aan een blik werd prijsgegeven. Een vaststelling die nog in ongeschoold taalgebruik is achtergelaten. Het water stroomt ongestoord verder. Boven razen de auto’s voorbij.

Als kind was ik bang van bruggen. Onze buren waren door de reling van de Wijnegemse voorlopige naoorlogse brug gereden en verdronken. Bij de koopdag waar hun nagelaten goederen openbaar verkocht werden kreeg het droevige verhaal een extra dimensie. Een vijfjarige begint de eindigheid van het bestaan gewaar te worden. In de donkere auto, op weg naar huis, was elke brug een marteling. Maar dat heb ik nooit iemand verteld toen.

Zie je de drie duiven op de verkeersplaat zitten? Het is er rustig. De fietsen vinder er ook onderdak. De oude treinbrug als gebuur. Daar dondert metaal op metaal voobij op vaste tijdstippen. Het licht als brug tussen twee donkere werelden.

Schuil je onder de spliksplinternieuwe treinbrug dat heb je een mooi uitzicht op de andere bruggen. Een wandelaar is bij het water gaan zitten. De zon trekt strepen langs de oever en in het water.

Een landschap met geschiedenis. De sjieke nieuwe brug als een soort uitgerokken damesschoen, daarboven de boog van de oude en de pijlers van de verkeersbrug. Zie je, het was een eerste lentedag. Veegjes wolk in de lucht en tinten groenblauw in het water. Foto genomen van op de kantelbare brug die zich geduldig kan opheffen om schepen vrije doorvaart te geven.

Een brug bedenken. De ongenaakbaarheid van het water verzoenen met de sierlijkheid van een verbinding. De oude angsten oplossen in het gedragen worden over de donkerte van het water.

Maar de woorden zwijgen niet: Adam Zagajewski (1945-2021)

Adam Zagajewski. Op 21 maart, dat is eergisteren overleden, deze Poolse dichter met internationale uitstraling. Zijn bio zul je veelvuldig aantreffen, dus dachten wij hem te eren met enkele gedichten waarin zijn moeder, vader en zijn levensdoel aan bod komen. Ook dichters hebben ouders. Dus ook een vader-moederland dat in hun werk uitgroeit tot ons allerland. Hijzelf vertelt zelf kort over elk onderwerp.

nu jij je geheugen kwijt bent

[Voor mijn vader]

Nu jij je geheugen kwijt bent
en enkel nog radeloos kunt glimlachen,
zou ik je willen helpen – ooit heb jij immers
als demiurg mijn verbeelding geopend. 
Ik herinner me onze trektochten, wolken van wol
die laag boven een zompig bos in de bergen voeren
(in dat bos kende je elk paadje), alsook
de zomerdag waarop we aan de Oostzee
de top van een hoge vuurtoren beklommen
en naar het eindeloze golven van de zee bleven kijken,
haar witte steken als rijgdraden aan flarden gereten.
Ik zal dat moment niet vergeten, ik denk dat ook jij toen
ontroerd was – het leek wel of we de hele wereld zagen,
grenzeloos, rustig ademend, blauw, volmaakt,
duidelijk en mistig tegelijk, nabij en ver;
we voelden de rondheid van deze planeet, we hoorden meeuwen
die zich loom zwevend vermaakten
in de warme en koele stromen van de lucht.
Ik kan je niet helpen, ik heb maar één geheugen.

Uit: Niewidzialna ręka (De onzichtbare hand), 2009

Vertaling: Kris van Heuckelom
over mijn moeder

Over mijn moeder zou ik niets kunnen zeggen –
hoe ze steeds weer herhaalde: ooit zal het je spijten
als ik er niet meer zal zijn, en hoe ik niet
geloofde in “niet” of “meer zal zijn”,
hoe ik graag toekeek als ze een hippe roman las
en meteen het laatste hoofdstuk opensloeg,
hoe ze in de keuken, een plek die haar
niet zinde, zondagse koffie maakte
of, erger nog, filet van kabeljauw,
hoe ze wachtend op gasten in de spiegel keek,
met een gezicht dat haar ervoor behoedde
haar ware zelf te zien (wat ik, schijnt het,
van haar geërfd heb, met nog enkele andere zwakheden),
hoe ze nadien vrijuit discussieerde over zaken
die niet haar forte waren en hoe ik haar flauw
bleef plagen, zoals toen ze zich
met de doof wordende Beethoven vergeleek,
en ik kwaadwillig zei: maar weet je, hij had
wel talent, en hoe ze me alles vergaf
en hoe ik me dat herinner, en hoe ik uit Houston naar
haar begrafenis vloog, en hoe ik niets kon zeggen,
en dat nog steeds niet kan.

Uit: Wiersze wybrane (Uitgelezen gedichten), 2010

Vertaling Kris van Heuckelom
On a basic level, like many writers I have my periods of silence. And I notice that music doesn’t speak to me during these periods, or it does but in a very diminished way. When I have my good periods of writing it’s like an opening of everything — also of music. I feel like music is a cousin in the world of imagination, and it’s also for me a proof that I’m alive again. I have this mystical notion that there’s this kind of energy in music and poetry and painting, and while this energy has totally different ramifications and methods of expressions, at bottom there’s something common. 

I’m not a philosopher so I don’t need to have a name for it, but there’s this commonality of art, this common denominator, this energy. You know, painting is very important too, but in my everyday work music is more important because it’s there, it’s in my room.  (hyperallegic)
Soprano: Isabel Bayrakdaraian, Sinfonietta Cracovia, conducted by John Axelrod.
Taken from “HOLOCAUST – A Music Memorial Film from Auschwitz”. For the first time since its liberation, permission was granted for music to be heard in Auschwitz and a number of leading musicians were brought there to perform music for the film.
Probeer de verminkte wereld te prijzen.
Denk aan de lange dagen van juni,
en wilde aardbeien, druppels wijn, de dauw.
De brandnetels die methodisch overwoekeren
de verlaten hofsteden van bannelingen.
Je moet de verminkte wereld prijzen.
Je keek naar de stijlvolle jachten en schepen;
een van hen had een lange reis voor de boeg,
terwijl de zilte vergetelheid op anderen wachtte.
Je hebt de vluchtelingen gezien die nergens heen gingen,
je hebt de beulen vrolijk horen zingen.
Je zou de verminkte wereld moeten prijzen.
Denk aan de momenten dat we samen waren
in een witte kamer en de vitrage bewoog.
Keer in gedachten terug naar het concert waar de muziek losbrak.
Je verzamelde eikels in het park in de herfst
en bladeren wervelden over de littekens van de aarde.
Prijs de verminkte wereld
en de grijze veer die een lijster verloor,
en het zachte licht dat afdwaalt en verdwijnt
en terugkeert.
In het eerste nummer van The New Yorker na 11 september 2001 stond op de achterpagina alleen dit gedicht van de Poolse dichter Zagajewski afgedrukt (Try to praise the mutilated world ), een gedicht dat een jaar eerder in het Pools was verschenen.
Self-Portrait

Between the computer, a pencil, and a typewriter
half my day passes. One day it will be half a century.
I live in strange cities and sometimes talk
with strangers about matters strange to me.
I listen to music a lot: Bach, Mahler, Chopin, Shostakovich.
I see three elements in music: weakness, power, and pain.
The fourth has no name.
I read poets, living and dead, who teach me
tenacity, faith, and pride. I try to understand
the great philosophers--but usually catch just
scraps of their precious thoughts.
I like to take long walks on Paris streets
and watch my fellow creatures, quickened by envy,
anger, desire; to trace a silver coin
passing from hand to hand as it slowly
loses its round shape (the emperor's profile is erased).
Beside me trees expressing nothing
but a green, indifferent perfection.
Black birds pace the fields,
waiting patiently like Spanish widows.
I'm no longer young, but someone else is always older.
I like deep sleep, when I cease to exist,
and fast bike rides on country roads when poplars and houses
dissolve like cumuli on sunny days.
Sometimes in museums the paintings speak to me
and irony suddenly vanishes.
I love gazing at my wife's face.
Every Sunday I call my father.
Every other week I meet with friends,
thus proving my fidelity.
My country freed itself from one evil. I wish
another liberation would follow. 
Could I help in this? I don't know.
I'm truly not a child of the ocean,
as Antonio Machado wrote about himself,
but a child of air, mint and cello
and not all the ways of the high world
cross paths with the life that—so far—
belongs to me.
He published his first poem in 1967. A year later he helped found Teraz, a poetry group inspired by the police suppression of protests against government anti-Semitism. He and Julian Kornhauser, another member of the group, wrote a manifesto for the so-called New Wave of avant garde poets in 1974 urging his generation to avoid allegories, embrace realism and “speak the truth you serve.”

Referring to his departures from Lvov and later Krakow, Mr. Zagajewski said: “I lost two homelands, but I sought a third: a space for the imagination.” (NY Times 25 mrt 2021)
In a 2017 essay titled “Slight Exaggeration,” Mr. Zagajewski recounted that one of his father’s callings was to comfort his mother. On Sept. 1, 1939, he wrote, when the Germans invaded Poland and the bombs began to burst everywhere, Tadeusz Zagajewski went so far as to assure his wife that the attacks were “‘just air force exercises. … Nothing to upset us. … There won’t be a war’ — these were my father’s historic words, by which he granted his wife, my mother, an extra 15 minutes of peace.”

“He prolonged the interwar era by a quarter of an hour especially for her.”

In retrospect, his father called his words a slight exaggeration, “a good definition of poetry,” Adam Zagajewski wrote, “until we make ourselves at home in it.”

“Then it becomes the truth,” he added. “But when we leave it again — since permanent residence is impossible — it becomes once more a slight exaggeration.” (ibidem 25 mrt 2021)
Adam Zagajewski, at his home in Krakow in 2017.LISBETH SALAS