Voorlezen en verbeelding (Reading aloud and imagination)

Jales Jebusa Shannon (1862-1923) ‘Jungle Tales’ 1895

Shannon studied in London during the 1880s and remained there, enjoying success as a society portraitist and figure painter. (In 1922 he renounced his United States citizenship in order to accept a knighthood.)
"Jungle Tales" portrays the artist’s wife reading to their daughter, Kitty, shown in profile, and another child. The painting’s title and date and its London origin suggest that the little group is captivated by Rudyard Kipling’s Jungle Book, which had appeared in 1894. The intensely realistic faces contrast with the decorative patterns of the dottedmuslin and lace costumes and the elaborate design on the brilliant blue backdrop.

Mother and Child (Lady Shannon and Kitty)-1929

And Yet the Books

And yet the books will be there on the shelves, separate beings,
That appeared once, still wet
As shining chestnuts under a tree in autumn,
And, touched, coddled, began to live
In spite of fires on the horizon, castles blown up,
Tribes on the march, planets in motion.
“We are,” they said, even as their pages
Were being torn out, or a buzzing flame
Licked away their letters. So much more durable
Than we are, whose frail warmth
Cools down with memory, disperses, perishes.
I imagine the earth when I am no more:
Nothing happens, no loss, it’s still a strange pageant,
Women’s dresses, dewy lilacs, a song in the valley.
Yet the books will be there on the shelves, well born,
Derived from people, but also from radiance, heights.
Berkeley, 1986
Czeslaw Milosz, translated by Czeslaw Milosz and Robert Haas

Reading Aloud by Hanna Hirsch-Pauli, public domain

En toch de boeken


En toch zullen de boeken daar op de planken staan, aparte wezens,
Die ooit verschenen, nog nat
Als glanzende kastanjes onder een boom in de herfst,
En, aangeraakt, vertroeteld, begonnen te leven
Ondanks branden aan de horizon, opgeblazen kastelen,
Stammen in opmars, planeten in beweging.
"Wij zijn," zeiden ze, zelfs als hun pagina's
werden uitgescheurd, of een zoemende vlam
hun letters weglikte, zoveel duurzamer
Dan wij, wiens broze warmte
Afkoelt met de herinnering, zich verspreidt, vergaat.
Ik stel me de aarde voor als ik er niet meer ben:
Er gebeurt niets, geen verlies, het blijft een vreemd schouwspel,
Vrouwenjurken, bedauwde seringen, een lied in de vallei.
Toch zullen de boeken daar op de planken staan, welgeboren,
Van mensen afgeleid, maar ook van uitstraling, hoogten.
William Oliphant Hutchison. (1889-1970). Reading Aloud, Margery and the Boys (The Fleming Collection)

En neen, er moeten niet altijd ‘prentjes’ in, hoe fraai en inspirerend ook. Kijk maar. De begeleidende tovenaar echter..

“Reading aloud recaptures the physicality of words. To read with your lungs and diaphragm, with your tongue and lips, is very different than reading with your eyes alone. The language becomes a part of the body, which is why there is always a curious tenderness, almost an erotic quality, in those 18th- and 19th-century literary scenes where a book is being read aloud in mixed company. The words are not mere words. They are the breath and mind, perhaps even the soul, of the person who is reading.

No one understood this better than Jane Austen. One of the late turning points in “Mansfield Park” comes when Henry Crawford picks up a volume of Shakespeare, “which had the air of being very recently closed,” and begins to read aloud to the young Bertrams and their cousin, Fanny Price. Fanny discovers in Crawford’s reading “a variety of excellence beyond what she had ever met with.” And yet his ability to do every part “with equal beauty” is a clear sign to us, if not entirely to Fanny, of his superficiality.”

Verlyn Klinkenborg. The New York Times. May 16, 2009

Albert Anker Voorlezen voor opa

Hardop lezen brengt de lichamelijkheid van woorden terug. Lezen met je longen en middenrif, met je tong en lippen, is heel anders dan lezen met je ogen alleen. De taal wordt een deel van het lichaam en daarom is er altijd een merkwaardige tederheid, bijna een erotische kwaliteit, in die 18e- en 19e-eeuwse literaire scènes waarin een boek wordt voorgelezen in gemengd gezelschap. De woorden zijn niet louter woorden. Ze zijn de adem en de geest, misschien zelfs de ziel, van de persoon die aan het lezen is.

Niemand begreep dit beter dan Jane Austen. Een van de late keerpunten in Mansfield Park is wanneer Henry Crawford een boek van Shakespeare oppakt, “dat eruit zag alsof het zeer recentelijk was gesloten”, en hardop begint voor te lezen aan de jonge Bertrams en hun nichtje Fanny Price. Fanny ontdekt in Crawfords voordracht “een variëteit van uitmuntendheid die ze nog nooit had gezien”. En toch is zijn vermogen om elk deel “met gelijke schoonheid” te doen voor ons een duidelijk teken, zo niet helemaal voor Fanny, van zijn oppervlakkigheid.

Verlyn Klinkenborg. The New York Times. May 16, 2009

Moritz Unna Denemarken ‘A Schoolmaster Reading Aloud a Letter to an Old Couple from Their Son Abroad

De voortreffelijke voorlezer-verteller is bijna uitgestorven. Lezers nemen gretig bezit van een verhaal, je hoort ze gniffelen of zuchten, ze schudden wel eens het moeë hoofd, maar de zeldzame voorlezer-verteller is als een volleerde schenker bereid tot meedelen. Een goede voorlezer houdt van stilte. Hij of zij begint met een leeg theater waar niet alleen de personages maar ook de luisteraar(s) thuis horen. De voorlezer wacht geduldig, kijkt over het boek naar de luisteraars en geeft dan enkele zinnen prijs en zwijgt nog ietsje langer. Dat is een techniek die ‘in de lucht hangen’ heet. Er hangt bijvoorbeeld spanning in de lucht of een raadsel, ook een niet gehouden belofte of een afgesproken handeling. Hij bundelt die onzekerheid met een slecht karakter, een nog onduidelijk gevaar en zwijgt weer even. Tijd voor de mengeling van ingrediënten. Bekwame voorlezers kiezen dan voor de onverwachte hoek, ongeschoolden doen het door met de deur in huis te vallen of moeten het van bliksemschichten en monstergegrol hebben.

Volleerde voorlezers slagen er zelfs in het middelmatige boek te verlaten en het eerder flauwe verhaal tot een heus raadselachtig sprookje om te bouwen.
Toen ik als kind mijn voorleesboeken terugvond, leken het onbekende slappe aftreksels van wat diep in mijn geheugen door de vertellende opa geborgen was.

De voortreffelijke voorlezer laat zich leiden. Niet dat hij op de verwachtingen en goedkope voorstellen van de luisterenden ingaat. Integendeel. Je laten leiden is net het tegenovergestelde van het verwachte debiteren. Op het juiste moment. Voorlezers die dat doen zijn later in menig politiek halfrond terug te vinden. Diep in elke luisteraar is het gemene knulletje thuis. Het ventje denkt op voorhand de afloop van elk verhaal te kennen, en na driehonderd sessies is dat ook niet verwonderlijk. Maar de goede voorlezer geeft er telkens een ferme draai aan. Niet te bruut, integendeel. Het gemene is meestal erg verzorgd. De voorlezer mag dus best zijn afkeuring laten horen maar een grammetje of tien gegniffel om de held die met de smoel in het vervuilde slotwater valt kan zeker nog door de spreekwoordelijke beugel.

Het zal je dus niet verwonderen dat ik na de dood van de heerlijke vertellende opa jaargangen van de Kempische Kippenkweker heb gevonden waar hij prachtige verhalen van had gemaakt die voortdurend van inhoud waren veranderd. De kennis van de succesvolle rassen, de Leghorn en Blue de Landes, heb ik pas op latere leeftijd ontdekt. Net op tijd om een kippenhokje te bouwen en mij van voedzame eieren en vlees te voorzien. Stel je voor dat het oorlog zou worden.

Padua-hen (kun je als schrijver niet bedenken!)

The exquisite read-aloud narrator is almost extinct. Readers eagerly take possession of a story, you can hear them chuckle or sigh, they sometimes shake their tired heads, but the rare pre-reader-teller is ready to share like a consummate giver. A good pre-reader loves silence. He or she starts with an empty theatre where not only the characters but also the listener(s) belong. The pre-reader waits patiently, looks across the book at the listeners and then reveals a few sentences and remains silent a little longer. This is a technique called ‘hanging in the air’. There is tension in the air, for example, or a riddle, also an unkept promise or an agreed action. He bundles that uncertainty with a bad character, a still unclear danger and shuts up again for a while. Time for the mixture of ingredients. Skilled readers then opt for the unexpected angle, unskilled ones do it by being straightforward or have to make do with lightning bolts and monster snarls.

Perfect read-alouds even manage to leave the mediocre book and turn the rather bland story into a real enigmatic fairy tale.
When I retrieved my read-aloud books as a child, they seemed to be unfamiliar bland excerpts of what had been salvaged deep in my memory by the narrating grandfather. Therefore, hide the children’s books you read aloud to avoid trauma and today’s abundant backpacks.

The exquisite pre-reader allows himself to be guided. Not that he acts on the expectations and cheap suggestions of the listeners. On the contrary. Being led is just the opposite of expected debating. At the right time. Readers who do that can later be found in many political arenas. Deep inside every listener is the mean little lad at home. The little guy thinks he knows the outcome of every story in advance, and after three hundred sessions, this is not surprising. But the good pre-reader gives it a firm twist every time. Not too brutal, on the contrary. The nastiness is usually very neat. So the reader may well voice his disapproval but an ounce or ten of chuckle at the hero falling with his mug in the polluted final water can certainly still pass the proverbial test.

So it won’t surprise you to learn that after the death of the delightful storytelling grandfather, I found annual issues of the ‘Kempische Kippenkweker'(Kempen chicken grower) from which he had produced wonderful stories that had constantly changed content. I only discovered the knowledge of the successful breeds, the Leghorn and Blue de Landes, later in life. Just in time to build a chicken coop and provide me with nutritious eggs and meat. Imagine if it went to war.

Gmt (Thank you DeepL)

‘Cautiously Optistic’ (or Chicken|Man) Ron Mueck