Robert Desnos: J’ ai tant rêvé de toi

Met de nasmaak van Valentijn? Of toch, eerlijk, geënt op hetzelfde verlangen -maar in de diepte of de hoogte, deze klassieker, dit surrealistisch doorvoelen van wat vrijwel niet in taal of beeld is uit te drukken, geschreven door een man die in 1945 in het concentratiekamp van Terezin, Theresienstadt aan tyfus sterft: dichter, schrijver Robert Desnos. (1900-1945)

'Ainsi Robert Desnos sortait-il de l'anonymat d'un simple numéro de matricule tatoué sur son bras. À peine la nouvelle de sa mort était-elle connue qu'une légende prit naissance. D'un poème qu'il avait écrit en 1926 J'ai tant rêvé de toi, la dernière strophe, à travers des traductions en tchèque et en français, devint pour la conscience collective l'ultime message du poète à la femme aimée sous le titre Le Dernier Poème. La voix de Robert Desnos résonne désormais dans un poème qui a cessé de lui appartenir pour devenir la voix de tous.' (Robert Desnos Association)

'J' ai tant rêvé de toi.'



J’ai tant rêvé de toi que tu perds ta réalité.
Est-il encore temps d’atteindre ce corps vivant
et de baiser sur cette bouche la naissance
de la voix qui m’est chère ?
J’ai tant rêvé de toi que mes bras habitués en étreignant ton ombre
à se croiser sur ma poitrine ne se plieraient pas
au contour de ton corps, peut-être.
Et que, devant l’apparence réelle de ce qui me hante
et me gouverne depuis des jours et des années
je deviendrais une ombre sans doute,
Ô balances sentimentales.

J’ai tant rêvé de toi qu’il n’est plus temps sans doute que je m’éveille.
Je dors debout, le corps exposé à toutes les apparences de la vie
et de l’amour et toi, la seule qui compte aujourd’hui pour moi,
je pourrais moins toucher ton front et tes lèvres que les premières lèvres
et le premier front venu.

J’ai tant rêvé de toi, tant marché, parlé, couché avec ton fantôme
qu’il ne me reste plus peut-être, et pourtant,
qu’à être fantôme parmi les fantômes et plus ombre cent fois
que l’ombre qui se promène et se promènera allègrement
sur le cadran solaire de ta vie.

Robert Desnos “A la mystérieuse”, in Corps et Biens, 1930

Kijk naar de geanimeerde kortfilm, groot scherm aangeraden:


Ik heb zoveel van je gedroomd dat je je realiteit aan het verliezen bent.
Is er nog tijd om dit levende lichaam te bereiken
en op deze mond de geboorte te kussen
van de stem die mij dierbaar is?
Ik heb zoveel van je gedroomd dat mijn armen, gewend om je schaduw te omarmen
te kruisen over mijn borst, niet wilden buigen
naar de contouren van je lichaam, misschien.
En dat, geconfronteerd met de echte verschijning van wat me heeft achtervolgd
en me al dagen en jaren beheerst
Ik ongetwijfeld een schaduw zou worden,
Oh sentimentele weegschaal.

Ik heb zoveel van je gedroomd dat er waarschijnlijk geen tijd meer voor me is om wakker te worden.
Ik slaap rechtop, mijn lichaam blootgesteld aan alle verschijningen van het leven
en van de liefde en jij, de enige die er vandaag voor mij toe doet,
Ik zal je voorhoofd en lippen minder snel aanraken dan de eerste lippen
en het eerste voorhoofd dat voorbij komt.

Ik heb zoveel van je gedroomd, zoveel met je geest gelopen, gepraat en geslapen
dat er voor mij misschien niets anders overblijft, en toch
maar om een geest onder de geesten te zijn en honderd keer meer een schaduw
dan de schaduw die dwaalt en gelukkig zal dwalen
op de zonnewijzer van je leven.

Robert Desnos (1900-1945)
Marc Chagall, Around Her, 1945. Oil on canvas, 131 × 109.5 cm. Centre Pompidou, Paris, Musée national d’art moderne
I’ve dreamed of you so much

I’ve dreamed of you so much that you are losing your reality.
Is there still time to touch this living body
And to plant on this mouth the birth
Of the voice that I hold dear?

I’ve dreamed of you so much that my arms accustomed
In embracing your shadow to crossing over my chest would not reach
Around your body, perhaps.
And that, before the real semblance of what has haunted
And governed me for days and years,
I would become a shadow, doubtless.
Oh sentimental hesitations.

I’ve dreamed of you so much that there is
Doubtless not time for me to wake up now.
I sleep standing up, my body exposed
To all semblance of life
And love and you, the only one
Who matters to me now,
I would be less able to touch your forehead
And your lips than the first lips
And first forehead to come my way.

I’ve dreamed of you so much, walked, spoken,
Slept with your ghost so much
That all that remains for me to do perhaps,
And yet, is to be a ghost
Among the ghosts and a hundred times
More shadow than the shadow which strolls
And will stroll blithely
On the sundial of your life.
Les comptes du poète (crayon sur papier). Robert Desnos



De eerste gedichten van Desnos (onder invloed van Rimbaud) verschenen al in 1917 in La Tribune des Jeunes. Door Benjamin Péret werd hij vervolgens geïntroduceerd in het dadaïstische en surrealistische milieu van Parijs (André Breton, Louis Aragon, Paul Eluard). Het resulteert in de poëziebundel Rose Sélavy (1922-1923), waarin hij een lans breekt voor de ‘écriture automatique’ en de droomwereld gebruikt als sleutel naar het onderbewuste. Ook Corps et Biens (1930) bevat veel van dergelijke experimenten en kan gelden als typisch voor wat de surrealisten in de jaren 1920-1930 zochten en beproefden. In 1930 brak Desnos echter met Breton en zijn medestanders, stellende dat hij zich niet meer kon vinden in het tot systeem gevonden surrealisme. (Wikipedia)


De dichter Robert Desnos schreef op 8 februari 1944 in zijn dagboek: ‘Wat ik hier of elders schrijf zal in de toekomst zonder enige twijfel maar een paar nieuwsgierigen, verspreid over de jaren, interesseren.

Om de vijfentwintig of dertig jaar zal men in vertrouwelijke publicaties mijn naam en een paar fragmenten uit mijn werk, steeds dezelfde, naar voren brengen. De gedichten voor kinderen zullen iets langer overleven dan de rest. Ik behoor toe aan het hoofdstuk van de beperkte belangstelling. Maar dat zal langer duren dan veel van huidige schrijfsels’.

(Dick Broer, Robert Desnos, de onbekende)


 Zeg voor mij gedag aan het meisje van de brug
aan het kleine meisje dat van die mooie liedjes zingt
aan mijn boezemvriend die ik verwaarloosd heb
aan mijn eerste minnares
aan hen die haar je weet wel hebben gekend
aan mijn echte vrienden hen zal je gemakkelijk herkennen
aan mijn zwaard van glas
aan mijn sirene van was
aan de monsters aan mijn bed
Wat jou betreft waar ik meer dan wat ook ter wereld van hou
Ik zeg je nog geen gedag
Ik zal je weer zien
Maar ik ben bang dat ik je nog maar even kan zien

(fragment uit het lange gedicht Siramour uit 1942)


Twee kleine bijlagen (3:19″): ‘The description of a dream: ook in de radiostudio was hij thuis. In 1938 maakt hij er onder de algemene noemer ‘Fantomas’ ‘The house of hidden knowledge, of de geschiedenis van een droom, een verhaal met geluiden en muziekfragmenten. In een blog waar het ‘hoorspel’ in al zijn gedaanten thuis is mag dit niet ontbreken.


Desnos was een flamboyante verschijning in het Parijs van het interbellum. Niet alleen bewoog hij zich te midden van avant-gardistische schrijvers, maar ook schreef hij scenario’s voor experimentele films, zoals Emak Bakia (1927) en L’étoile de mer (1928) van Man Ray. Hij was veelvuldig te zien in het uitgaansleven, werd zwaar verliefd op chanteuse Yvonne George en trouwde met de extravagante Youki Foujita. In de jaren dertig had Desnos ook een spraakmakend radioprogramma op de nationale, genaamd ‘Fantomas’. Hij was bevriend met artistieke grootheden als Pablo Picasso, Ernest Hemingway en John Dos Passos. (wikipedia)

Bezoek de (tanende) website:

https://web.archive.org/web/20100702080246/http://www.robertdesnos.asso.fr

Een beetje frisser, hedendaagser:

https://www.robertdesnos.com/biographie

Achter de titel van deze bijdrage, foto van Youki en Robert Desnos



“Que ferai-je à l’avenir? Si tous les projets ne se mesuraient à la longueur de la vie, je voudrais reprendre des études mathématiques et physiques délaissées depuis un quart de siècle, rapprendre cette belle langue. J’aurais alors l’ambition de faire de la “Poétique” un chapitre des mathématiques. Projet démesuré certes, mais dont la réussite ne porterait préjudice ni à l’inspiration, ni à l’intuition, ni à la sensualité. La Poésie n’est-elle pas aussi science des nombres?»

Robert Desnos. (Fortunes, 1942, nu Collection Poésie/Gallimard (nr 42) 1969)