Kunst en ontroering, een verkenning

Rik Wouters, Portret van Rik [zonder hoed], [1911], olieverf op doek, 30 x 32 cm, Privéverzameling – Foto: Vincent Everarts Fotografie Brussel

Er is vooreerst de stad. Mechelen. Hendrik Wouters is er geboren. Op 21 augustus 1882.

Rik gaat op twaalfjarige leeftijd in de leer bij zijn vader, die meubelmaker is. Enkele jaren later trekt hij naar de academie van Mechelen. Van 1900 tot 1905 volgt hij de hogere artistieke opleiding aan de academie in Brussel. Hélène of Nel Duerinckx vertelt zelf, in haar “Memoires”, hoe zij op zestienjarige leeftijd de jonge academiestudent verleidt. Rik en Nel trouwen en gedurende meer dan 5 jaar leven zij in moeilijke omstandigheden in Bosvoorde aan de rand van het Brusselse Zoniënwoud. (erfgoedinzicht.be)
Rik Wouters, Dame in het blauw voor een spiegel, [1914], olieverf op doek, 121 x 123 cm Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel, legaat mevr. Delporte-Livrauw en dr. Franz Delporte, 1973-76, Foto: J. Geleyns-Ro scan

Er is zijn andere draden dan de naam van een stad: de innerlijkheid waarmee hij je aankijkt. Niet verwonderd, noch boos, eerder nieuwsgierig. Sinds 1911 heeft hij honderdduizenden aangekeken vanuit dat jaar dat in de nabijheid van de Grote Oorlog in 1914 zijn mobilisatie nodig maakte. Zijn wanhopige brieven aan Nel. Schilderen of beeldhouwen had op dat moment nog weinig betekenis. En de hoofdpijn, de steeds terugkerende hoofdpijn. Hij wordt uiteindelijk in Nederland geïnterneerd.

In het najaar van 1915 werd de oorzaak van zijn fatale ziekte duidelijk geworden: kanker in het bovenkaakbeen. Hij kreeg een - naar hij dacht - 'gratis operatie' aangeboden (betaald door kunstverzamelaar Eppe Roelfs Harkema), op 4 oktober uitgevoerd door de toen beroemde chirurg Prof. Rotgans; een maand later schilderde hij met slechts één oog zijn bekende Zelfportret met de zwarte ooglap, waarin de focus lag op de niet-verminkte kant van zijn gezicht (Wikipedia)
Rik Wouters, Rik met de zwarte ooglap, 1915, KMSKA, olieverf op doek, 102 cm x 85 cm – CC0, beeld artinflanders.be, foto Hugo Maertens

Neen, het wordt geen aflevering rond leven en werk van Rik Wouters al kan ik je lectuur en exploratie rond zijn persoon, liefde voor Nel en werk ten zeerste aanraden. Ik wilde graag op zoek gaan naar mogelijke verbindingen met de vraag: welke onzichtbare draden verbinden de kunstenaar met de kijker-lezer-luisteraar? Wat veroorzaakt die verbinding? Waar en waarom kan hij/zij ons beroeren, vervoeren en ontroeren? En laat ons spaarzaam zijn met moeilijke woorden, we hebben onze lesjes intussen wel geleerd (zie vorige aflevering, de tekst van Verschaffel) Er is dus niet één juist antwoord, maar elke aandachtige kijker zal op zijn (haar) manier die mogelijke verbinding, of de afwezigheid ervan, al dan niet kunnen aanvoelen, zonder woorden. En of het nu om schilderkunst, muziek, of literatuur gaat, bekijk-beluister ze onder dezelfde noemer. Daarom geen wegwijzer maar een verzameling mogelijkheden. Een (voorlopige) verkenning.

Rik Wouters, Zittende vrouw bij het venster / Portret van Nel Duerinckx, de vrouw van de kunstenaar, 1915, MSK Gent, olieverf op doek, 96,2 cm x 74,6 cm – CC0, foto Michel Burez
‘Ontroering heeft iets buitengewoon intrigerends. Wat is het toch dat een grap, een vondst, een gebaar, een foto, een schilderij, een paar regels, dat die iets teweeg kunnen brengen, iets onverhoeds kunnen laten gebeuren dat lijkt op het losspringen van een slot. Een op het eerste gezicht onbetekenende sleutel past op een slot waarvan je niet wist dat je dat in je omdroeg. Ik ben al lang nieuwsgierig naar die sleutels en die sloten, dat mechaniek van de klik.’

Rutger Kopland ‘Het mechaniek van de ontroering’


IK BEN JE VRIEND

Mors nog wat wijn op tafel, veeg de kruimels samen,
steek de tandenstoker in het kaarsvet van de kaars
die flakkert tussen ons. We zijn nog eens bijeen,
je bent nog steeds een vriend en ik verraad je niet.

Je hebt gelijk, elk jaar is minder licht en moeizamer
ontwaken, we drinken minder dan voorheen,
we praten zachter als de nacht ons insluit
in het heden. Maar je bent nog steeds
een vriend voor heel het leven en
vergeet je niet - ik niet.

Luister naar het kraken van de klimboom
in de tuin, grijp het rafeltouw
tussen de takken met beide handen vast
en zwaai over de vijver naar de overkant.

Ik ben je vriend. Ik zal je vangen.

Marc Reugebrink uit 'Om honing gaat het niet' (2023)

Après-midi à Amsterdam. (1915)

De literatuur is niet bij machte ons te verlossen uit ons lijden. Ze is niet bij machte van ons iemand anders te maken, om de wereld te veranderen, om datgene te doen wat schrijvers in het verleden allemaal hebben beweerd dat literatuur zou kunnen doen. Maar literatuur is wél bij machte ons te laten zien wie we zijn, zelfs als we dat niet willen zijn. Ze laat ons de paradox ervaren waarbij we ieder voor zich bestaan. Ze geeft vorm aan het menselijk tekort en stelt zo scherp wat we in onze alledaagse beslommeringen gewoonlijk vergeten.

Uit: Marc Reugebrink, Het geluk van de kunst (2012)
Bezoek:

Poëzie & tranen

Foto door Pixabay op Pexels.com

Sprekend over de directheid, de ‘onmiddellijkheid’ van sommige schilderijen zegt Francis Bacon:

‘One of the things I’ve always tried to analyze is why it is that, if the formation of the image that you want is done irrationally, it seems to come onto the nervous system much more strongly than if you know how you could do it. Why it is possible to make the reality of an appearance more violently in this way than by doing it rationally? Perhaps it’s that, if the making is more instinctive, the image is more immediate.’

Nieuwsgierig om het artikel te lezen?

https://www.dbnl.org/tekst/_tir001199001_01/_tir001199001_01_0047.php

Left: Study after Velazquez’s Portrait of Pope Innocent X, by Bacon 1953. Right: Portrait of Pope Innocent X, by Velazquez 1650
 
WAT ZIJ BEDOELEN

Schilders schilderen wanneer zij
't kunnen 
't engelgezicht van wie zij beminnen

maar ik die niet schilder
wat moet ik beginnen

In lied in muziek klinken tonen van liefde

die 't luisterend oor van beminden bekoren

maar ik die niet speel

kan mij niet laten horen

Anderen zijn er die fijn kunnen spreken

en schalks en levendig wat zij bedoelen

kunnen vertellen

ik kan 't alleen voelen

Want mij werd tot nu toe het lot slechts beschoren
om ver van je weg en in somber verlangen

met onzichtbare draden

aan je beeltenis te hangen

Jan Hanlo (1912-1969)
Foto door pedro18 op Pexels.com

Ook dichter en auteur J. Bernlef schreef in Tirade, jaargang 34 1990, over ‘Ontroeringen’. Je kunt het artikel zelf lezen via de wegwijzer hieronder. Het eindigt zoals het begon, helemaal in stijl:

“Zowel aan de kant van de ontvanger als van de zender van ‘ontroeringen’ zijn de processen dus in neurologische nevelen gehuld.
Ik ben daar niet eens zo rouwig om. Want is ontroering wel het hoogste goed in de kunst? Zijn kunstwerken die in hun geheel een grote, gelijkmatig verdeelde gevoeligheid bij de ontvanger veroorzaken, zonder dat hij precies weet waar het hem nu in zit, niet eigenlijk te prefereren?
Ik weet niet goed waar het ontroerende in Vermeers of Saenredams schilderijen nu precies in schuilt. Als ik aan die schilderijen denk, denk ik aan hen als aan een geheel, nooit als aan een deel dat meer spreekt dan een ander deel. Het is juist deze geheimzinnige som der delen die meer is dan die delen afzonderlijk die het hem doet.
Ja, ik weet eigenlijk wel zeker dat die gelijkmatig verdeelde sensibiliteit het kenmerk van het ware, het misschien wel absolute is.
Ik sta op en zet Bach’s Wohltemperierte Klavier, gespeeld door Sjaroslav Richter, op en vergeet alles.”

https://www.dbnl.org/tekst/_tir001199001_01/_tir001199001_01_0047.php




Pieter Jansz Saenredam. Interior of St. Bavo Haarlem
Studie (Stefan Hertmans)
 
Haar horen spelen in het
 afnemend licht, bedenkend
 dat deze rijen en rijen
 dansende noten op het blad
 de meesters van haar vingers zijn,
 
en opgehouden.
 
Ik hield op - herhaling
is een opmaat voor verdwijnen.
 Alleen het luisteren biedt meer.
 
 Ze speelt. Een zich door muren
heen voortplantend hardop denken,
uitbreidende vlek welluidendheid.
 Haar jeugd gebogen boven
 zwart en wit,
 
 Mendelssohn en Ravel, en dan
steeds weer dat onbekende
dat mij kwelt.
Meisje aan de piano. 1879. Jacob Maris

Voor de fijnproevers: Herman Parret, filosoof, emeritus gewoon hoogleraar aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van Universiteit Leuven,, schreef in 2004 een mooie verhandeling: ‘Beroering en ontroering. Over de zinnelijkheid van het gemoed.’ Een fragment:

“Het gewone, alledaagse leven wordt gekenmerkt door redundantie, herhaling en eentonigheid. Tegen die achtergrond wordt de guizzo ervaren als een fractuur. De alledaagse tijdelijkheid wordt beleefd als een ongeritmeerde lijn waarop het nu-moment ononderbroken en als vanzelf naar een toekomst van verwachtingen toegaat. De guizzo onderbreekt deze tijdslijn en voert spanning en onverwachtheid in. De guizzo is breuk, fractuur: het sostenuto van de banale tijd wordt opgeheven, onrust en spanning kleuren het gemoed, een cataclysme dreigt. Het woord guizzo duidt op plotsheid (denk aan het spartelen van het visje dat uit het water wordt gehaald), op een schoksgewijze ritmering van het tijdsverloop, op een fractuur dus waarvan het momentane het hele zielenleven opslorpt. Het plotse van de guizzo schort de lineaire tijd op en doet de ruimte verstijven. Bij deze culminatie van aisthèsis wordt de blik verblind. Inderdaad, bij een intense esthetische ervaring sluit je de ogen. En die esthetische verblinding (éblouissement) activeert onze andere zintuigen: de geurende jasmijn, de vallende regendruppel, de fluwelen wang zijn niet langer figuren van de zichtbare wereld, maar sensibilia die zich richten op onze intieme zintuiglijkheid die ruikt, luistert, voelt.”

Zestien pagina’s voor fijnproevers vind je als pdf:

…met het mooie slot:

“De sleutel tot het geluk ligt in de ontroering en beroering van het zinnelijke gemoed, in het gegrepen worden door de schoonheid van de aisthèta, binnen de affectieve gemeenschap die ons aller deel is.”

“Een filosofie van het zinnelijke gevoel doet twee dingen: zij onttroont het oog om in dezelfde beweging de hand op te waarderen; zij relativeert de machten van het zien, die in de geschiedenis van de Westerse metafysica steeds bovenaan in het vaandel stonden, en herwaardeert het tactiele, het haptische met zijn rijke variëteit aan synesthesieën. ‘We moeten ons eraan gewennen’, zo schrijft Merleau-Ponty, ‘dat al het zichtbare gesneden is in het tastbare (tout visible est taillé dans le tangible)’. In dit perspectief heeft de hand meer verbeelding dan het oog. Aanwezigheid is dan in de eerste plaats tastbare aanwezigheid.” (Herman Paret, Beroering en ontroering. Over de zinnelijkheid van het gemoed.)

Leonardo Cremonini (1925-2010) ‘Gelaagdheid en contemplatie’

Zijn naam, Leonardo Cremonini was mij onbekend. Zijn werk intrigeerde mij. Dus ging ik op zoek. Met teksten en illustraties probeerde ik te ontdekken waarom zijn beelden mij aanspraken, emoties losmaakten die ik niet dadelijk kon verklaren. Ziehier dus mijn redactie waarin ik u als bezoek(st)er meeneem naar zijn kijk op de eeuw achter ons die in de 21ste uitliep. Een proeftuin voor nieuwe en gelaagde beelden die ons blijven inspireren, hoop ik, veertien jaar na zijn verdwijnen.

Leonardo Cremonini ‘De indiscrete zon.’

He studied at the Academy of Fine Arts in Bologna and at the end of the war, in 1945, he moved to Milan where he attended Brera Academy and met important figures in the Italian cultural scene. In 1951 he moves to Paris thanks to a bursary, where he installs his main residency. He lived for long periods abroad, in New York, where he exhibited extensively from 1952 to 1960, Florence, Andalusia, Normandy, and the isle of Panarea in Sicily. (Richard Saltoun)

Cremonini kan niet worden gedefinieerd als een impressionist, een surrealist, een metafysicus en andere categorieën van esthetische interpretatie die de late negentiende en het midden van de twintigste eeuw domineerden. Afgezien van de tactiek van de criticus, wiens belangrijkste vaardigheid over het algemeen is dat hij alles en het tegenovergestelde van alles weet te zeggen, was Cremonini juist in de jaren zestig en zeventig, waarin de neo-avant-gardes en hun derivaten woedden, een proeftuin voor interpretatie geworden. Een proeftuin vooral voor schrijvers, academici, filosofen, dichters, die in de picturale “tekst” de mogelijkheid vonden om zijn expressieve technieken opnieuw te evalueren, ver van installaties, deconstructieve experimentalismen, waarvan men in feite alles en het tegenovergestelde van alles kon zeggen. (Zechhi)


'Cremonini cannot be defined as an impressionist, a surrealist, a metaphysician and other categories of aesthetic interpretation that dominated the late nineteenth and mid-twentieth centuries. Beyond critics' tactics, whose main skill is generally knowing how to say everything and the opposite of everything, Cremonini had become a testing ground for interpretation precisely in those sixties and seventies in which the neo-avant-gardes and their derivatives raged. A testing ground especially for writers, academics, philosophers, poets, who in the pictorial "text" found the possibility of re-evaluating his expressive techniques, far from installations, deconstructive experimentalisms, of which, in fact, one could say everything and the opposite of everything.' (Prof. Zecchi)
DONNE ADDORMENTATE ALLA LUNA (Vrouwen ingeslapen bij de maan). 1955-56

Net als die van de Chirico hebben de scènes van Cremonini een zekere surrealistische kwaliteit. Maar waar de Chirico anachronisme en proto-postmodernistische combinaties van kunsthistorische beelden gebruikte om een gevoel van droomachtige plaatsloosheid te creëren, gebruikt Cremonini extreme, bijna perverse banaliteit om te suggereren dat er in zijn taferelen iets meer moet zijn, iets verborgen.

Leonardo Cremonini, I cavalli che urlano (Screaming Horses), 1954-1955, oil on canvas,

Er is een rauwheid, misschien zelfs gewelddadigheid, in de manier waarop voorwerpen worden rondgestrooid in Cremonini’s schilderijen, alsof ze surrogaten zijn die leven in plaats van de mensen die ze bezitten. Soms lijken schaduwen of handen van menselijke figuren die anders niet op de doeken te zien zijn op te doemen rond de objecten. In de heidense en christelijke tradities van Italië, en dus ook in de eeuwenlange kunst, kregen objecten de macht om een religieuze of individualistische betekenis over te brengen; in het werk van Cremonini worden ze gebruikt als een plaatshouder voor de menselijke geest en een dirigent die geladen is met het bizarre mysterie van het bestaan. (Sarah E. Fensom)

Terminus ante quem

Like de Chirico’s, Cremonini’s scenes bear a certain surrealistic quality. But where de Chirico used anachronism and proto-postmodernist combinations of art-historical imagery to create a sense of dreamlike placelessness, Cremonini uses extreme—almost perverse—banality to suggest that there must be something more, something hidden, within his tableaux. His scenes, which picture shirts draped on the backs of chairs, sheets rumpled on beds, pairs of glasses left on tables, showcase the detritus of everyday life. There is a crudeness, perhaps even a violence, to the way objects are strewn about in Cremonini’s paintings, as if they were surrogates living in place of the people who own them. At times shadows or hands of human figures that are otherwise unseen in the canvases seem to loom around the objects. In Italy’s pagan and Christian traditions, and thus in centuries’ worth of its art, objects were given power to communicate religious or individualistic significance; in Cremonini’s work they are used as a placeholder for the human spirit and a conductor charged with the bizarre mystery of existence. (Sarah E. Fensom)

Le Indiscretions d’ une chambre
Untitled

Leonardo Cremonini (1925-2010) was een van de belangrijkste Italiaanse kunstenaars van de late 20e eeuw. De Britse schilder Francis Bacon, een vroege en scherpzinnige bewonderaar, stelde voor de dichter W.H. Auden te vragen om over zijn werk te schrijven. Italiaanse filosoof en cultuurcritici Italo Calvino, Umberto Eco, Alberto Moravia, en Vittorio Sgarbi, en vele anderen, schreven lyrische waarderingen over het werk van de kunstenaar. De laatste waardering kreeg de vorm van een overlijdensbericht gepubliceerd in 2010. Hoewel Cremonini’s bekendheid op dat moment was afgenomen, noemde Sgarbi hem een van de grote figuren in de boog van de Italiaanse schilderkunst en die lofprijzing ging gepaard met een reprimande aan het adres van het establishment in de kunstwereld voor het niet toekennen aan Cremonini van de erkenning die hem toekwam, zowel in zijn latere leven als bij en na zijn dood.

De oervormen, versteende vormen (menselijk en geologisch), donkere, ongetemde beesten, en overdadig gebladerte die kenmerkend zijn voor zijn schilderijen uit de jaren 1950, en de etherische, verstrooide figuren in treinwagons, slaapkamers en terrassen onder een zwoel mediterrane licht die in de jaren 1960 beginnen te verschijnen zijn onmiddellijk herkenbaar. Hoewel zijn stilistische idioom deze diepgaande verschuiving ondergaat, is Cremonini’s meesterlijk en nauwgezet vakmanschap onwrikbaar, net als, vanaf de jaren 1960 de zorgvuldige gelaagdheid en het schrapen van verflagen, en de resulterende gladde, weefselachtige oppervlakken die de bewerkte techniek ontkennen. Contemplatie en overleg, eerder dan snelheid vormen de essentie van Cremonini’s techniek en voorstellingen. (Linda Wolk-Simon)

La Peau et la Pierre, 2005

Volgens Dino Buzzati had zijn schilderkunst het vermogen om die momenten te reconstrueren die in ieders leven, ondanks hun ogenschijnlijke alledaagsheid of banaliteit, de betekenis van een heel bestaan bevatten. Umberto Eco noemde hem “schilder van schrijvers”, waarmee hij het vermogen van de schilder onderstreepte om de werkelijkheid te epifaniseren en tegelijkertijd van de kijker de unieke protagonist van die epifanie te maken, haar als de zijne te maken, haar terug te brengen in de beslotenheid van zijn eigen geheugen, van zijn eigen ervaring.
Dingen, objecten, menselijke figuren die net zijn geschetst, segmenten en geometrische vlakken vormen de visuele tekst waarin Cremonini een ideale wereld uitdrukt waarin de herinnering wordt gevangen door de spiegels, de ruiten en de rechte lijnen van de lege muren.

OBSTACLES, PARCOURS ET REFLETS
1975 -1976
TEMPERA AND OIL ON CANVAS

Alle spalle del desiderio (Behind the Desire), 1966



His father was a railway employee who had a tenacious penchant for painting. When Leonardo was 10, his father was transferred to Calabria, and the dazzling light of the south made a lasting impression on the boy.

In time he studied at the School of Fine Arts of his native Bologna and, at the age of 26 he obtained a grant that allowed him to go to Paris, where he settled and, much later, taught at the Académie des Beaux-Arts.

The view of the world proposed in Cremonini’s paintings is an oddly distanced one, as though everything were seen through the eyes of an observant but emotionally deprived child. It is this very remoteness that eliminates the familiar and merely picturesque connotations of the subject matter, and tends to turn each painting, no matter how innocuous its apparent theme, into a nagging but oddly seductive existential question.

(Michael Gibson. Internationa Herald Tribune April 1, 1995)

GIOCHI SENZA REGOLE 1964

De kijk op de wereld die Cremonini in zijn schilderijen voorstelt is een vreemde afstandelijkheid, alsof alles wordt gezien door de ogen van een oplettend maar emotioneel achtergesteld kind. Het is juist deze afstand die de vertrouwde en louter pittoreske connotaties van het onderwerp wegneemt en elk schilderij, hoe onschuldig het ogenschijnlijke thema ook is, tot een knagende maar vreemd genoeg verleidelijke existentiële vraag maakt.
Je zou kunnen veronderstellen dat de beslissing om alleen de locaties en bevolking van het vakantieseizoen weer te geven, is ingegeven door de wens om elke vorm van sociale indicator te elimineren en een beeld van ervaring te presenteren dat is gereduceerd – of verheven – tot zijn essentie door het enkele feit dat het wordt gepresenteerd in het aparte en quasi-heilige rijk van vakantie vieren. (ibidem)

Hierin bereikt Cremonini iets wat mindere kunstenaars hebben geprobeerd door een algemene stilering die hedendaagse referenties elimineert. Dit is iets wat hij vermijdt: auto’s, bikini’s en snorkels verschijnen in zijn schilderijen en ze zien er net zo hiëratisch en tijdloos uit als de gebouwen of de figuren.

De aanwezigheid van kinderen in deze setting suggereert dat de kijk van het kind op deze wereld de relevante is – en de vakantiescènes doen sommigen van ons misschien denken aan de eigenaardige, ritueel doelgerichte ordening van activiteiten tijdens de feestdagen, strikt geordend rond de verplichtingen van eten, slapen en baden. (ibidem)

Maar (een kind is altijd geneigd te denken) de echt belangrijke dingen zijn die dingen die op de een of andere manier tevoorschijn komen in de kleine spleten van de tijd tussen deze goed geregelde activiteiten. En het is in deze spleten dat hij voortdurend ontsnapt terwijl hij zich vergaapt aan de raadselachtige realiteit van volwassen lichamen, of de tijd en het licht die over de tijdloze zee gaan, of zelfs de vreemde en plechtige parafernalia die vakantiegangers meenemen naar het strand: duikmaskers, zwempakken, tassen en oliën en parasols. (Michael Gibson, International Herald Tribune)

Les temps libres 198°/82

Een mooie brochure in pdf met extra grote afbeeldingen kun je hier bezoeken:

I knew Cremonini well. He was a proud man, sure of himself and sure of what makes up quality in the art world. He had occasion to submit to the superficial envelopes which the art world espouses every now and again, but nothing which might not reflect his views and imagination was acceptable. Once, early in his career, he was solicited by a famous gallery owner in New York who had noticed his work in Italy and proposed to represent him in New York. Cremonini accepted, and the two were about to sign a contract when the gallery owner asked him how many paintings he could do each year. Cremonini explained that the maximum he could get done was five or six. “That won’t do at all,” said the gallery owner. “I need at least double that amount to make it worthwhile entering the marketplace.” Cremonini told me that story – exclaiming to the man that he should sell varieties of socks rather than art works.

bij de mooie muziek van Shostakovich, prelude en fugue nr 22

Il bagno tra gli scogli 1987

De koele kleuren, zorgvuldig aangebracht in brede, rechte banen, vlekken en druppels, creëren een op zichzelf staande, bijna abstracte ordening op het doek. Maar de hardnekkige continuïteit in de onderwerpen door de jaren heen rechtvaardigt de aangename notie die Régis Debray in de catalogus formuleert: schilderen, verklaart hij, is “un muet qui fait causer” – een stomme die anderen aanzet tot praten.

Famille a Lembarcatio

Rubin, standing at the beginning of the current of art criticism devoted to Cremonini’s work, articulated the fundamental idea that his canvases embody a “spirit of timeless monumentality.” Sgarbi, lamenting what he considered to be the confounding demise of that critical attention, anointed him “the painter of interior light.” Bracketing Cremonini’s career, those acute characterizations capture the ethos of his poetic style and haunting,  nigmatic imagery – his arid, light-filled, silent interiors, rendered according to careful perspectival grids; the anemic, psychologically distant and emotionally isolated, inscrutable figures;

Rubin, die aan het begin stond van de kunstkritiek die aan het werk van Cremonini was gewijd, verwoordde het fundamentele idee dat zijn doeken een “geest van tijdloze monumentaliteit” belichamen. Sgarbi, die betreurde wat hij beschouwde als de verwarrende teloorgang van die kritische aandacht, zalfde hem “de schilder van het binnenlicht”. Deze scherpe karakteriseringen, die Cremonini’s carrière omkaderen, vangen het ethos van zijn poëtische stijl en spookachtige, onduidelijke beeldtaal – zijn dorre, met licht gevulde, stille interieurs, weergegeven volgens zorgvuldige perspectivische rasters; de anemische, psychologisch verre en emotioneel geïsoleerde, ondoorgrondelijke figuren;

Het einde van het spelen bij avond

Leonardo Cremonini:

“De kijker maakt het schilderij, op voorwaarde dat het beeld niet overheerst. Als dat wel zo is, is het schilderij anekdotisch en doet de kijker niets; hij herkent het gewoon. Maar als het beeld geïntegreerd is in een psychische complexiteit, moet de kijker deel uitmaken van het schilderij. Zonder deze complexiteit van het lezen, blijven we in het rijk van de illustratie. Zolang de kijker niets te doen heeft, speelt zijn of haar verlangen geen rol. Het is net als met een tekst. Als je je krant leest, heeft de lezer er niets mee te maken.”

(Uit een interview met Régis Debray)

Bij ‘L’ Atelier du Contemporain verscheen dit jaar een fraai album als een bundel waarin schrijver Marc Le Bot de schilder bevraagt, verlucht met zeer mooie afbeeldingen van zijn werk. (334 pagina’s)

In deze bundel, die hem het eerste en het laatste woord geeft (drie teksten zijn van zijn hand, de andere drie zijn geschreven dialogen), begint de schrijver vanaf het begin aan een pad dat de schilder zelf terug lijkt te leiden naar het hart van zijn eigen schilderij van Cremonini. Hij roept beelden en concepten op die de ander opneemt, bijstelt en uitbreidt om ze vervolgens aan hem terug te geven en weer terug te krijgen, enzovoort, in een fusionele uitwisseling die grenst aan het gloeiende in “Les Parenthèses du regard”, een tekst die in 1979 voor het eerst in boekvorm verscheen.

De regels en het spel, het Apollinische en het Dionysische, strengheid en verlangen, het labyrint en de Minotaurus… zoveel dialectische elementen die uit de dialoog naar voren komen om de lezer niet een leessleutel te bieden, maar een middel om op zijn beurt deze schilderijen te ‘spelen’ die de schilder “een ruimte van tegenstrijdigheid en conflict” wilde laten zijn, “een risico dat genomen moet worden”. Het boek is verrijkt met een overvloed aan illustraties en opent met een voorwoord van Germain Viatte, die de ontwikkeling en de kritische ontvangst van Cremonini’s werk in perspectief plaatst. (35 euro verkrijgbaar bij Amazon Belgie)