…die van goede wille zijn?

Adolf Kaufmann (1848-1916) |

Hij was een Oostenrijkse landschapsschilder, Adolf Kaufmann en eens terug uit Parijs settelde hij zich in Wenen en opende daar in 1890 een ‘Kunstschule für Damen’, een gedurfd initiatief in het Wenen van eind negentiende eeuw. Maar het gaat niet over hem, mijn bijdrage gebruikt twee schilderijen uit zijn oeuvre met ongeveer hetzelfde onderwerp: een kudde schapen op weg naar huis in regenweer.

De triestigheid, de ellende van mens en dier is voelbaar. Ik isoleer even de kudde uit het bovenste schilderij. Kijk naar de schapen. Vooral het schaap achteraan helemaal links.

Staan er verschillende schapen per twee, koppen vooruit, deze achterblijver kijkt wellicht naar zichzelf in de plassen. De vraag: wat doe ik hier in dit rotweer ligt voor de hand. De vraag of ik blijf volgen of er stiekem van door ga klinkt geloofwaardig. Kijk je terug naar het totaal dan zie je rechts de bank onder de bomen, wellicht een herderlijke rustplaats in betere tijden, maar nu zonder enige betekenis. De uitdrukking ‘die van goede wille zijn’ is wellicht nodig?

Wat betekent van goede wil zijn?
Mensen van goede wil stellen niet hun eigenbelang voorop, maar vinden de zin van hun leven in het ten dienste staan van anderen. Niet hun Ik is het centrum van hun bestaan, maar de Ander. Hun motto is solidariteit. Als anderen beroep op hen doen, geven ze altijd gehoor.(Google)

Die ‘van goede wil zijn’ kwam uit mijn jeugdherinneringen. Na de boodschap dat er een kind was geboren zongen de engelen: ‘‘Glorie aan God in den hoge en vrede op aarde aan de mensen die van goede wil zijn.’ (Lukas 2:14)
Blijkbaar was dat een vertaling uit het Latijn: ‘Et in terra pax hominibus bonae voluntatis’ Vrede op aarde voor de mensen van goede wil. De evangelies echter zijn in het Grieks geschreven en daar heet die goede wil ‘eudokia’, of als genitief: eudokias, van goede wil.
Even in oude Griekse woordenboek opzoeken en dan lees ik: eudokia 1. welbehagen 2; goede bedoeling. 3. besluit. Met dus ‘welbehagen’ op de eerste plaats.

In een latere vertaling zijn dus de mensen van goede wil verdwenen, maar in plaats van het kale ‘van het welbehagen’ zoals het daar staat, heeft men voor een meer uitleggende verklaring gekozen, wat ook niet zo vriendelijk klonk. Later ging het over ‘…mensen die in Gods gunst staan’, of zoals in het Gloria: de mensen die God liefheeft. In de allernieuwste vertaling lees ik: ‘Eer aan God in de hoogste hemel, en vrede op aarde voor de mensen die hij liefheeft.’
En daarmee. verdween mijn jeugdherinnering: vrede aan de mensen die van goede wille zijn.
Jaap de Rooij, neerlandicus, Nijmegen legt dat allemaal haarfijn uit in Onze taal, Jaargang 73 (2004) toen de nieuwste vertaling nog niet bekend was. Te lezen :

https://www.dbnl.org/tekst/_taa014200401_01/_taa014200401_01_0193.php

Aankondiging aan de herders van Govert Flinck (1639), Louvre

Zo te zien was dat wel even schrikken, die ‘engelenvloed’. Hemels vuurwerk. En de mensen die van goede wille zijn, in wie God zijn welbehagen vindt, hoe moet je die bepalen want tenslotte is het maar behelpen als ik mezelf onder ogen neem. Via een artikel van Ilja Leonard Pfeiffer die het over het nut van de poëzie had kwam ik bij een wonderlijk vers van Nicolaas Beets terecht, niet dadelijk een nieuwlichter, maar onder de titel ‘Reciteren’ geeft hij de dichterlijken goede raad:

 Laat schoone verzen glad van effen lippen vloeien,
 Maar gil, noch galm, noch kwaak, noch bulder woest en luid;
 Weerhoud uw arm en hand van haamren, zwaaien, roeien;
 De molenwiekerij drukt geen verrukking uit.
 Des dichters hartstocht stijge als opgezette baren,
 Hij zij een storm, een stroom, die alles met zich voert:
 Gij, blijf uw kalmte, uw kracht, uw meesterschap bewaren,
 En daar ge een ander schokt, schijn zelf niet eens ontroerd.
 
Joachim Uytewael 1566 Verkondiging aan de herders (klik op deze titel om te vergroten)

Die stroom, die storm die alles met zich voert, drukte alom. Er viel wel wat te bekijken door de vrij sierlijk aangeklede herders. De 19de eeuwse visie van de Amerikaan Thomas Cole (1801-1848) heeft zo’n 2,50m x 4,70m doek nodig om zijn verstilde visie weer te geven. Licht en donker. Maar wel cinemascope.

Thomas Coole Verschijning van de engel aan de herders 1834 Vergroot door op de onderschriften te klikken

Een van de mooiste verbeeldingen is een ets van Rembrandt uit 1634. De reactie van herders en hun omgeving is dodelijke angst. Iedereen en alles vlucht weg. Denk eraan dat telkens een engel aan mensen verschijnt de uitdrukking ‘Wees niet bang, schrik niet!’ moet gehanteerd worden. De meeste kunstenaars blijven in dezelfde menselijke dimensie terwijl engelen als boodschappers van het goddelijke een totaal andere dimensie voorstellen. Geruststellen is dus ten zeerste nodig.

Rembrandt Een engel verschijnt aan de herders 1634

En de Afrikaans-Amerikaanse schilder Henry Ossawa Tanner (1859-1937) schildert in 1910 een bijna abstracte versie van het gebeuren. De wazige boodschapper vervloeit in het landschap. De herders moet je onderaan rechts gaan zoeken. Het nachtelijke landschap vergroot de atmosfeer.

Henry Ossawa Tanner Engelen verschijnen aan de herders circa 1910

Van de vele wonderlijke mensen die ik mocht ontmoeten blijft Willem Wilmink mij heel dichtbij. Met hem sluit ik weer bij de tijd van nu aan: ‘Kerstlied van de supporters’.

Kerstlied van de supporters
We waren van 't voetbal teruggekeerd,
we hadden een treinstel verruïneerd
en we liepen nog wat door de angstige stad
en toen riep er eenje: Hé! Zie je dat!
Daar is verdomme
een ster gekomme!

 Toen riep er een ander: 'Heremejee,
dat is een nieuw geintje van de ME:
nu jagen ze ons weer op de vlucht
met helicopters, hoog in de lucht,
en er zijn honden
aan vastgebonden.'

Maar je hoorde geen motor, het bleef zo stil,
en min of meer tegen onze wil
liepen we mee met die zwervende ster
en Japie zei nog: ik zie al van ver
waar die ster heengaat:
'Tweede Jan Steenstraat.'

 Een dronken kerel zong er een lied:
'Driehoog achter is het geschied.'
En hij had gelijk in zijn dronkenschap,
dus wij liepen over een donkere trap
zachter en zachter
naar driehoog achter.

Willem Wilmink 
uit: 'We zien wel wat het wordt', 1985.
Ik loop met mama in de tuin.
Zozo, zegt ze, eindelijk ben je thuis.
We gaan kersen plukken en paaseieren rapen.
Elke dag komt sinterklaas.
Elke nacht zal het kerstnacht zijn.
Ik loop met mama in de tuin.
Zozo, zegt ze, eindelijk ben je thuis.

(uit 'Triangel, documenten bij een afscheid)

Mooie en innige feestdagen gewenst.

I walk with Mum in the garden.
So she says, finally you're home.
We are going to pick cherries and collect Easter eggs.
Every day St Nicholas will come.
Every night will be Christmas night.
I walk with Mum in the garden.
So, she says, finally you're home.

(from 'Triangle, documents at a farewell)