De boodschap in beeld gebracht

Aankondiging, paneelschildering – Meester van Seitenstetten, ca. 1490

Het fraaie woord voor het bezoek van een engel met meestal ‘een boodschap’ heet annunciatie. Boodschap of aankondiging. Vandaag, 25 maart, negen maanden voor kerstmis viert de Kerk zo’n bezoek. De aartsengel Gabriël visiteert het vrij jonge meisje Marie. Dat was voor kunstenaars een mooie gelegenheid om te ‘ver-beelden’.

Want, hoe moest dat?
In mijn kinderlijke verbeelding dacht ik eerder aan donder en bliksem, -bij menig onweer heb ik wel eens innerlijk geroepen: ‘Neen, neen, God, nu niet. Ik zal mijn leven beteren.’ (bliksem-bliksem). Aanrollende donder. Ogen openen. Mijn moeder in de deuropening die vroeg of ik iets mankeerde. ‘Slecht gedroomd, ma.’ was een bekend antwoord. Of de stem van mijn vader vanuit de slaapkamer die alle kwade dromen kon oplossen vanuit zijn half slapende gemummelde bezwering:

Heilige Petrus van Rome
bewaar onze (voornaam van de angstige) van al zijn kwade dromen.
Heilige Petrus in zijn graf
neem onze (voornaam van de angstige) al zijn kwade dromen af.”

Simone Martini en Lippo Memmi ‘Annunciatie’ 1333

Bekijk ik nu de talrijke ‘Boodschappen’ door de eeuwen heen dan begrijp ik best die kunstenaars die Maria duidelijk laten schrikken. Het bezoek vanuit een totaal andere dimensie is niet zo vanzelfsprekend. Daarom begint meestal de boodschapper met de tekst ‘Vrees niet.’ Of in mensentaal: ‘Niet bang zijn, meisje.’ Bekijk vanuit die angst de talrijke verbeelders. Hierboven draait de toekomstige moeder zich weg van de engel, de linkerhand aan haar hoofdsluier om zich te bedekken. Wegkruipen voor zoveel heilig licht.

Nederlanders proberen het met een hartelijke engel. Hij knielt voor haar, zij legt haar gebedenboekje op tafel, de andere hand klaar om beiden weldra te vouwen, al blijft haar blik toch aan beetje wantrouwen uitstralen bij het (al te) vriendelijk aanbod van de uitgestoken hand.

Annunciatie, Gijsbert van Veen, naar Federico Barocci, 1588. (Collectie Rijksmuseum Amsterdam)

Merkwaardig is zeker het werk van Antoniazzo Romano. Gabriël met lelie (maagdelijke geboorte-symbool) Het merkwaardige aan deze afbeelding is echter dat Maria zakjes overhandigt aan drie in het wit geklede meisjes die in gezelschap van de dominicaanse kardinaal Juan de Torquemada, ook bekend onder zijn Latijnse naam Johannes de Turrecremat (1388-1468) (de oom van de beruchte grootinquisiteur Tomás de Torquemada) voor haar neerknielen. De kardinaal heeft zijn kardinaalshoed tegen zijn geknielde been gezet.
Rond 1460 had deze kardinaal de Confraternita dell’Annunziata gesticht met als doel arme meisjes een maritagio, een soort bruidsschat, te geven om hen aan een man te helpen en te behoeden voor prostitutie.
De Broederschap deelde de bruidsschat uit tijdens een plechtige ceremonie op het feest van Maria Boodschap (25 maart) in aanwezigheid van de paus. De broederschap selecteerde arme meisjes vanaf 15 jaar via een lijst. Na drie jaar proeftijd kregen ze de bruidsschat als ze ‘verdienstelijk’ werden bevonden. (Paul Verheijen)

Antoniazzo Romano (1430/35-1508/12)
Annunziata (1499-1500)
Tempera op paneel, 130 x 185 cm
Rome – Santa Maria sopra Minerva

Toch iets verder van huis maar dichter bij onze tijd, werk van de Amerikaanse schilder George Hitchcock, 1887. ‘De annunciatie’ Vrij groot: 158,8 × 204,5 centimeter. Het zou, naar Wikipedia, een Hollands boerenmeisje zijn weergegeven als madonna in een bloementuin met lelies, in afwachting van de annunciatie. (collectie Art Institute of Chicago) Met de woorden van Wikipedia:
“Hiermee geeft Hitchcock uitdrukking aan zijn gevoel dat de Christelijke geloofsbeleving onder de eenvoudige Hollandse plattelandsbevolking veel vitaler en authentieker was dan in de grote steden, niet verdorven door afleidende modernite.”

George Hitchcock-Annunciation

Artemissia Gentilleschi verbeeldde de boodschap alsof ze ‘nachts had plaats gevonden. waarbij er nog wel een straal hemels licht binnenvalt. Rechts op de voorgrond ligt een brief met daarop de naam van de kunstenaar en “F[acit]: 1630”. Het was haar eerste betaalde opdracht waarschijnlijk voor een kerk in Napels. De aartsengel vertelt haar dat ze weldra moeder zou worden, de manier waarop wordt gesymboliseerd door de duif, symbool van de Heilige Geest.

Nog even terug naar de stilte van de late middeleeuwen. Toegeschreven aan Rogier van der Weyden is het werk waarschijnlijk door zijn atelier gemaakt als middenpaneel van een drieluik.
“Kenners maken dat op uit de rommelige compositie van het middenpaneel en de minder sterke detaillering van bijvoorbeeld de gouden mantel van de engel.” (Bijbelse Kunst)
Zou dit tafereel zich dus rond de dag van vandaag hebben afgespeeld, 25 maart, dan zie je al dat de haard uit is en het is blijkbaar warm genoeg om met open luikjes een boek te lezen. De lelies vooraan staan voor de puurheid van de Maagd.

Rogier van der Weyden 1399/1400 – 1464
Annunciatie

Laat ik deze mooie keuze afronden met een hedendaags beeld. Een meisje met een schort voor, op haar knieën met emmer en dweil bezig de vloer schoon te maken. Bezig. En in die bezigheid kijkt ze op, heel gewoon. De deur in de kamer staat open. Er is een minieme aanduiding van de heilige Geest achter haar door het geopende raam. Ze luistert en kijkt aandachtig.

Beate Heinen, Annunciatie, 1987, Maria Laach, Duitsland.

Beate Heinen werd op in 1944 in Essen geboren en heeft tegenwoordig haar grafische werkplaats in Wassenbach vlakbij de Laacher See. Zij is zowel actief als schilderes als grafica en ontwerpster van kunst voor kerken. Beate voelt zich sterk met het katholieke geloof verbonden. Zelf trad zij ooit in als Benediktijner non in de Abdij St. Hildegard als zuster Felicitas, maar na 10 jaar verliet ze op dertigjarige leeftijd de orde weer. In het klooster studeerde zij kunst. Daarna ging zij aan de slag als professioneel kunstenaar. Ze maakt schilderijen met bijbelse thema’s en ontvangt veel opdrachten van kerken. In 2020 huwde zij een voormalige monnik, die uittrad om met haar te kunnen trouwen. (Artway )

Annunciation / Botticelli / 1489

Aangeraakt door de schoonheid? Een moeilijk begrip in deze rumoerige tijden. Het mooie verhaal van een mogelijke menswording waar zachtheid en moed zich mogen verenigen.

er is niet meer bij weinig
noch is er minder
nog is onzeker wat er was
wat wordt wordt willoos
eerst als het is is het ernst
het herinnert zich heilloos
en blijft ijlings

alles van waarde is weerloos
wordt van aanraakbaarheid rijk
en aan alles gelijk

als het hart van de tijd
als het hart van de tijd

Lucebert (uit het gedicht ‘De zeer oude zingt” (1974)

colorful light reflections on wooden floor
Photo by Recep Tayyip Çelik on Pexels.com

Kijken en bekeken (2) Louise Glück gedichten

green trees during golden hour

Bij de herdenking van de aanslagen tien jaar geleden, met de moeilijke tijden wereldwijd dezer dagen, het gedicht ‘Vita Nova’ en andere gedichten van de Amerikaanse dichteres, Nobelprijs-winnares(2020) Louise Glück (1943-2023) met verwijzingen naar haar leven en werk.

close up shot of pink cherry blossoms in bloom
Photo by Ralph on Pexels.com

Vita Nova
Louise Glück

Je hebt me gered, je zou me moeten herinneren.

Het voorjaar; jonge mannen die kaartjes kopen voor de veerboten.
Gelach, omdat de lucht vol appelbloesem hangt.

Toen ik wakker werd, besefte ik dat ik hetzelfde gevoel kon ervaren.

Ik herinner me zulke geluiden uit mijn kindertijd,
gelach zonder reden, simpelweg omdat de wereld mooi is,
zoiets.

Lugano. Tafels onder de appelbomen.
Matrozen die de gekleurde vlaggen hijsen en strijken.
En aan de oever van het meer gooit een jonge man zijn hoed in het water;
misschien heeft zijn geliefde hem aanvaard.

Cruciale
geluiden of gebaren als
een raamwerk dat is neergelegd vóór de grotere thema’s

en vervolgens ongebruikt, begraven.

Eilanden in de verte. Mijn moeder
die een schaal met kleine cakejes voorhoudt—

voor zover ik me herinner, onveranderd
tot in het kleinste detail, het moment
levendig, intact, nooit
aan het licht blootgesteld, zodat ik opgetogen wakker werd, op mijn leeftijd
hongerig naar het leven, volkomen zelfverzekerd—

Bij de tafels, plekken nieuw gras, het lichtgroen
dat zich in de donkere bestaande grond nestelt.

Lente is zeker naar mij teruggekeerd, deze keer
niet als een minnaar maar als een boodschapper van de dood,
toch is het nog steeds lente, is het nog steeds teder bedoeld.

(Vita Nova Ecco Press 1999)

cherry blossom flower on tree branch
Photo by Alexandru Taradaciuc on Pexels.com

Louise Glück, born on April 22, 1943, in New York City, is the author of numerous books of poetry, including Faithful and Virtuous Night (Farrar, Straus, and Giroux, 2014), which won the 2014 National Book Award in Poetry. Glück served as a Chancellor for the Academy of American Poets from 1999 to 2004. She was the recipient of the 2020 Nobel Prize in Literature, and was the Library of Congress’s twelfth poet laureate consultant in poetry. Glück died on October 13, 2023, in Cambridge, Massachusetts.

a close up shot of a white cherry blossom
Photo by Pexels User on Pexels.com
Vita Nova
Louise Glück


You saved me, you should remember me.

The spring of the year; young men buying tickets for the ferryboats.

Laughter, because the air is full of apple blossoms.

When I woke up, I realized I was capable of the same feeling.

I remember sounds like that from my childhood,   

laughter for no cause, simply because the world is beautiful,

something like that.

Lugano. Tables under the apple trees.

Deckhands raising and lowering the colored flags.

And by the lake’s edge, a young man throws his hat into the water;

perhaps his sweetheart has accepted him.

Crucial

sounds or gestures like

a rack laid down before the larger themes

and then unused, buried.

Islands in the distance. My mother   

holding out a plate of little cakes—

as far as I remember, changed

in no detail, the moment

vivid, intact, having never been

exposed to light, so that I woke elated, at my age   

hungry for life, utterly confident—

By the tables, patches of new grass, the pale green 
pieced into the dark existing ground.

Surely spring has been returned to me, this time   

not as a lover but a messenger of death,
yet   
it is still spring, it is still meant tenderly.
close up shot of pink cherry blossoms in bloom
Photo by Cosmin on Pexels.com

Lees over leven en werk van Louise Glück:


Afnemende wind

Toen ik jullie maakte, hield ik van jullie.
Nu heb ik medelijden met jullie.

Ik gaf jullie alles wat jullie nodig hadden:
bed van aarde, dek van blauwe lucht -

naarmate ik verder van jullie vandaan raak
zie ik jullie steeds duidelijker.

Jullie zielen hadden al lang immens moeten zijn,
niet wat ze bleven,
kleine kletsende dingen -

ik gaf jullie ieder geschenk,
blauw van de lenteochtend,
tijd waarvan jullie het gebruik niet begrepen -
jullie wilden meer, dat ene geschenk
bestemd voor een andere schepping.

Wat jullie ook hoopten,
jullie gaan jezelf niet vinden in de tuin,
tussen de groeiende planten.
Jullie levens zijn geen kringloop als die van hen:

jullie levens zijn een vogelvlucht
die begint en eindigt in stilte -
die begint en eindigt, een echo in vorm
van deze boog tussen de witte berk
en de appelboom.

(vertaling Erik Menkveld)
close up of white apple
Photo by Léa Crochard on Pexels.com

De beste typering van Glücks poëzie die ik hoorde, was dat ‘alles wat ze aanraakt, verandert in muziek en legende’. Inderdaad, Glück hoort bij die club van dichters van wie het werk uit zichzelf zingt, waar de nadrukken liggen waar zij ze heeft bedacht (haar afbrekingen! let maar op), en een verhaal te vertellen heeft: een verhaal van compassie, van verwondering, van afkeer, soms, ook – en van lyrische woede: haar trefzekere, vrij recente gedichten over Persephone, gevangen gehouden door Hades, kunnen worden gelezen als een directe aanval op het patriarchaat: ‘She does know the earth/ is run by mothers; this much/ is certain. She also knows/ she is not what is called/ a girl any longer. Regarding/ incarceration, she believes// she has been a prisoner since she has been a daughter.’

Philip Huff De Groene Amsterdammer 14 oktober 2020

Avondrood
 
Mijn grootste vreugde
 is het geluid van jouw stem
 als die me roept zelfs in wanhoop; mijn verdriet 
dat ik je niet kan antwoorden
 in een spraak die je als de mijne aanvaardt.
 
 Je hebt geen vertrouwen in je eigen taal.
 Dus hecht je
 gezag aan tekens
 die je niet nauwkeurig kunt lezen.
 
 En toch bereikt je stem me altijd.
 En ik antwoord aanhoudend,
 terwijl mijn woede luwt
 naarmate de winter vergaat. Mijn tederheid
 zou je duidelijk moeten zijn
 in de koelte van de zomeravond
 en in de woorden die uitgroeien
 tot je eigen antwoord.

(vertaling Erik Menkveld)
green trees during golden hour
Photo by Werner Redlich on Pexels.com
Ochtendgebed
 
Niet alleen de zon maar de aarde
 zelf schijnt, wit vuur
 danst van de opzichtige bergen
 en de vlakke weg
 schittert in de vroege ochtend: is dit
 alleen voor ons, om een reactie
 uit te lokken, of ben jij
 ook ontroerd, niet in staat
 je te bedwingen
 in bijzijn van de aarde - ik schaam me
 voor wat ik dacht dat je was,
 ver weg van ons, dat je ons zag
 als een experiment: het is bitter
 om het wegwerpdier te zijn,
 bitter. Lieve vriend,
 lieve, huiverende bondgenoot, wat
 verrast jou het meest in wat je voelt,
 het stralen van de aarde of je eigen gevoel van verrukking?
 Zelf blijf ik me verbazen
 over die verrukking.

vertaling: Liesbeth Goedbloed
village in front of the mountains
Photo by Quang Nguyen Vinh on Pexels.com

Kijken en bekeken (1)

Lavery, John; Daylight Raid from My Studio Window, 7 July 1917; National Museums Northern Ireland; http://www.artuk.org/artworks/daylight-raid-from-my-studio-window-7-july-1917-122334

Een jonge vrouw, met haar rug naar ons toe, leunt met één knie op een bank die tegen het grote, halfopen raam van een Londens herenhuis staat. Ze staart naar buiten, haar handen gespreid over de rugleuning van de bank, en ze baadt in een zacht, vroeg avondlicht dat de schoorstenen van de gebouwen rechts van het raam een krijtachtig grijze tint geeft, en die aan de linkerkant een lichtroze.

Kijk je naar de datum van het schilderij, 1917 dan begin je te beseffen dat de stipjes hoog in de lucht geen vogels zijn maar zoals de titel zegt, een raid van vliegtuigen net voor het donker wordt. Zij bekijkt vanuit het schildersatelier de avondlucht.

Het licht valt op voorwerpen in de kamer: flessen op de diepe vensterbank en een pot vol met penselen. Deze pot staat tegen een kleine, ronde spiegel die tegen bleke houten luiken leunt, opgevouwen aan één kant van de vensterbank. De spiegel is helderwit waar het licht erop valt. Het licht valt ook op het rode, krullende haar van de vrouw, dat tot aan haar kaak reikt, en op de kanten rok van haar geel-crèmekleurige jurk, die lange, strakke mouwen heeft, een nauwsluitend bovenstuk en een smalle, crèmekleurige sjerp in haar taille. Haar roze satijnen schoenen nemen de dieproze, rode en oranje kleuren over van het dikke tapijt waarop één voet rust. Het roze sluit ook aan bij de kleuren van de bank en een groot fluwelen kussen rechts, waaronder een opgevouwen krant tevoorschijn komt, wat zorgt voor nog een witte accenten.

Bekijk ook:

Banksy de ware

“Verhalen geven het leven niet alleen een mate van bestendigheid, ze zijn ook helend. ‘Al het leed wordt draaglijk als je het inpast in een verhaal, of er een verhaal over vertelt’, aldus het motto dat Hannah Arendt aan een van haar hoofdstukken in The Human Condition meegeeft. De pijn die is ingebed in een verhaal krijgt de kans zich te hechten aan een specifieke levensgang. Dat maakt de pijn niet minder, maar kan er op z’n minst voor zorgen dat zij niet sprakeloos blijft en dus zonder betekenis. Sprakeloos leed zal het individu blijvend verteren als een ‘niets zonder einde’, verhalend leed heeft een begin en een einde.

Zodra we de kindertijd achter ons laten, een tijd waarin we nog op onmiddellijke wijze konden samensmelten met de wereld en nog geen weet hadden van onze sterfelijkheid, worden we melancholische wezens. Het verlies van deze oorspronkelijke eenheid is, tezamen met het besef van vergankelijkheid, een traumatische gebeurtenis. Oftewel: de mens hoeft geen persoonlijk verlies te ervaren of oorlog te ondergaan om pijn te lijden. We zijn van huis uit getraumatiseerde dieren; verhalen verzachten onze existentiële pijn.

Het is aan de kunst om ons hieraan blijvend te herinneren en ons thuis te laten komen in het trauma dat leven heet.”

Hans Schnitzler ‘Melancholische wezens’ verschenen in A Tale of Hidden Histories (De Groene Amsterdammer 12 maart 2019)

Alberto Giacometti, The Walking Man I, 1960. Bronze, 72” high. Guggenheim, Bilbao.

The sculptures of Swiss artist Alberto Giacometti (1901-1966) perhaps best express the existentialist spirit. Although Giacometti never claimed that he pursued existentialist ideas in his art, his works brilliantly capture the spirit of that philosophy. Indeed, Sartre, Giacometti’s friend, saw the artist’s figurative sculptures as the personification of existentialist humanity – alienated, solitary, and lost in the world’s immensity. Giacometti’s sculptures of the 1940s are thin, nearly featureless figures with rough, agitated surfaces. Rather than conveying the solidity and mass of conventional bronze sculpture, these thin and elongated figures seem swallowed up by the space surrounding them, imparting a sense of isolation and fragility. Giacometti’s evocative sculptures spoke to the pervasive despair that emerged in the aftermath of world war.

Fred S. Kleiner, Gardner’s Art Through the Ages: The Western Perspective, vol. 1, 15th ed., (Boston: Cengage Learning, 2010), 831.

Alberto Giacometti, Drei schreitende Männer (kleines Quadrat), 1948, Bronze, 72 x 32,7 x 34,1 cm, Fondation Giacometti, Paris © Succession Alberto Giacometti / ADAGP, Paris, 2025

“De sculpturen van de Zwitserse kunstenaar Alberto Giacometti (1901-1966) geven misschien wel het beste uitdrukking aan de existentialistische geest. Hoewel Giacometti nooit heeft beweerd dat hij in zijn kunst existentialistische ideeën nastreefde, geven zijn werken op briljante wijze de geest van die filosofie weer. Sartre, een vriend van Giacometti, zag de figuratieve sculpturen van de kunstenaar zelfs als de personificatie van de existentialistische mensheid – vervreemd, eenzaam en verloren in de onmetelijkheid van de wereld. Giacometti’s sculpturen uit de jaren 40 zijn dunne, bijna karakterloze figuren met ruwe, onrustige oppervlakken. In plaats van de stevigheid en massa van conventionele bronzen sculpturen uit te stralen, lijken deze dunne en langgerekte figuren opgeslokt te worden door de ruimte om hen heen, wat een gevoel van isolatie en kwetsbaarheid geeft. Giacometti’s suggestieve sculpturen spraken de alomtegenwoordige wanhoop aan die ontstond in de nasleep van de wereldoorlog.”

Fred S. Kleiner, Gardner’s Art Through the Ages: The Western Perspective, vol. 1, 15th ed., (Boston: Cengage Learning, 2010), 831.

The Dog, 1951 © Medium

We begonnen het ‘kijken en bekeken’ met de niet zo bekende schilderij van de Ierse schilder John Lavery, 1917: ‘Daylight raid from my studio window’. Je zou een gelijklopend slotbeeld kunnen vinden tussen de talrijke foto’s van de aan gang zijnde oorlogen, maart 2026. Bekeken vanuit de oorlog zelf. Onze machteloosheid. Of schiet zelfs onze verbeelding tekort bij een ruim overschot aan dagelijkse werkelijkheid?

Alexandr Gera – “Laatste adem #5”, 2024. Acryl op canvas. 80 x 80 cm.

Daylight Raid from my Studio Window records the afternoon of 7 July 1917, when twenty-one German biplanes appeared in the skies above London and were engaged by British aircraft. The ensuing combat could be seen from the large window of Lavery’s studio in Cromwell Place, London. The artist’s wife Hazel, her head outlined against a blackout curtain, is watching the scene, worry evident in the tension of her body. Lavery seems to have originally painted a statuette of the Virgin Mary, in front of which Hazel kneeled. Before he donated the painting to Belfast, he painted it out, possibly to erase the memory of his wife’s worry. (Ulster Museum)

Lavery, John; Daylight Raid from My Studio Window, 7 July 1917; National Museums Northern Ireland; http://www.artuk.org/artworks/daylight-raid-from-my-studio-window-7-july-1917-122334


Lavery On Location (John Lavery), galerietrap in de National Gallery of Ireland

Kunst, een speeltuin? Isamu Noguchi, een intro

Sun at Noon (1969)the noguchi museum, photo by nicholas knight © the isamu noguchi foundation and garden museum, new york / ARS

In 1933 stelde Isamu Noguchi voor om een heel blok in New York City te herontwikkelen tot “Play Mountain”, een enorm topografisch project dat ongestructureerd en open zou zijn. In plaats van schommels en snelle metalen glijbanen wilde Noguchi bijvoorbeeld aarden trappen, een muziektent en een grote heuvel om te sleeën en samen te komen. Het idee was dat het in de winter net zo leuk zou zijn als in de zomer en dat het de verbeelding van kinderen meer zou prikkelen dan de voorgeschreven speeltoestellen die typisch zijn voor stadsparken. De toenmalige commissaris voor parken, Robert Moses, verwierp het plan echter en ondanks pogingen om dit en andere ontwerpen van Noguchi in New York te realiseren, werd geen enkel project in de stad uitgevoerd. Maar wel nu, op film. Als eerbewijs aan Noguchi. Ter gelegenheid van de tentoonstelling ‘Noguchi’s New York’. Hoe het in de loop der jaren zou geweest zijn als..

Bekijk de ultra korte filmpjes die hier na elkaar zijn gemonteerd tot YouTube afrondt.

Een feest van beweging en ontdekkingen kon het geweest zijn.

“Ik beschouw speeltuinen als een basis voor vormen en functies; eenvoudig, mysterieus en suggestief; en dus leerzaam”, zei kunstenaar Isamu Noguchi ( in een pamflet over zijn Playscapes). De Japanse kunstenaar en ontwerper, misschien wel het meest bekend om zijn stenen sculpturen en Akari-lampen, had altijd oog voor de ruimtes die de kindertijd bepalen, met name openbare speeltuinen en hun invloed op de jonge geest. (Grace Ebert)

Een reeks korte animaties brengt deze minder bekende geschiedenis tot leven. Met behulp van handgeschilderd celluloid onder een Rostrum-camera verbeeldt Eastend Western hoe deze nooit gebouwde speeltuinen eruit zouden hebben gezien – en hoe telkens kinderen in de loop van jaren zouden hebben omgegaan met de veranderende onconventionele constructies. Er zijn betonnen heuvels met grotachtige openingen, labyrintische zandtuinen en asymmetrische toestellen die gebruikers zouden kunnen leren dat “de snelheid van de schommel wordt bepaald door de lengte van de slinger”, aldus de film. (ibidem). Tot 13 september 2026 in het Noguchi Museum NY USA.

isamu noguchi, ‘contoured playground’ (1941 – 1963), photo © the isamu noguchi foundation and garden museum, new york / ARS
 

https://www.noguchi.org/artworks/collection

Isamu Noguchi (1904–1988), een van de belangrijkste kunstenaars van de 20e eeuw, was een idealist wiens tijdloze werk oude en moderne ideeën combineerde. Als rondreizend cultureel synthesizer verwierp hij consequent categorisering en de valse opdelingen van zijn tijd, omarmde hij globalisme en liep hij enkele decennia vooruit op de sociale praktijk van kunst. Noguchi was in de eerste plaats beeldhouwer, maar zijn uitgebreide, interdisciplinaire praktijk omvatte ook openbare projecten, tuinen, speeltuinen, meubilair, verlichting en decorontwerp, allemaal gebaseerd op een diepgewortelde overtuiging dat de natuur van fundamenteel belang was voor de menselijke conditie en een vastberadenheid om werk te maken dat deze overtuiging aanmoedigde.

(White Cube)

Noguchi Isamu Akari light sculpture (1960s)

Bekijk deze mooie concentratie van zijn werk en wezen in deze kortfilm (6:31):

“Alles is een sculptuur,” heeft Isamu Noguchi gezegd. “Elk materiaal, elk idee dat zonder grenzen is ontstaan in de ruimte, is voor mij een sculptuur.”

https://www.rijksmuseum.nl/nl/stories/10-dingen/story/tien-dingen-over-isamu-noguchi

Isamo Noguchi Black Slide Mantra 1966

Noguchi geloofde dat de taak van de beeldhouwer was om de ruimte vorm te geven, om het orde en betekenis te geven, en dat kunst zou moeten “verdwijnen”, of als één met haar omgeving moet zijn. Misschien was het zijn dubbele afkomst – zijn vader was een Japanse dichter, zijn moeder een Schots-Amerikaanse schrijver – die resulteerde in zijn manier om naar de wereld te kijken met oog voor ‘oneness’. Oguchi wilde en kon zich niet in een hokje laten plaatsen en creëerde sculpturen die zowel abstract konden zijn als die van Henri Moore, of realistisch als die van Leonardo. Hij gebruikte elk medium dat hij maar kon vinden: steen, metaal, hout, klei, bot, papier, of een combinatie daarvan. Hij sneed, giet, hakte, beitelde of blies stukken weg totdat elke vorm vorm kreeg.

“Als je jezelf beperkt tot een bepaalde stijl, word je misschien een expert in dat specifieke standpunt of die specifieke school, maar ik wil niet tot een bepaalde school behoren”, zei hij. “Ik ben altijd aan het leren, altijd aan het ontdekken.” (Herman Miller)

Isamu Noguchi – Red Cube Sculpture, 1968, 140 Broadway Between Cedar and Liberty Streets, Financial District in Lower Manhattan, New York

Heb je je ooit afgevraagd hoe kunstwerken in galeries terechtkomen? Bekijk de beproevingen, frustraties en unieke voldoening die gepaard gaan met het presenteren van kunst aan het publiek. Deze korte documentaire volgt de installatie van Isamu Noguchi’s geliefde sculptuur Water Stone (1986) in galerie 229, waar het nog steeds te zien is, en biedt een unieke kans om te zien hoe een levende kunstenaar met het personeel communiceert terwijl zijn werk wordt voorbereid voor tentoonstelling.

Tot slot neem ik je nog graag mee naar ‘The Noguchi Museum’ in Queens, New York. Het was er stil die dag, ook in de mooie binnentuin. Alsof je als volwassene nog even terug langs de ideale speeltuinen loopt die hij in de dertiger jaren zo graag had gerealiseerd. Maar het spelen met vormen en materialen, de projectie van het zonnelicht op muren en kunstwerken, de werkelijk spelende geest is er aanwezig gebleven en de wisselwerking tussen natuur en vormgever is zowel zacht als grappig maar de weemoed overheerst. Elk spreken in materiaal blijft nazinderen tot in de letterlijke lichtheid van de lampen, de stilte . Of zijn de kinderen naar de oorlogen getrokken?

Omtrent Verwondering (4) ‘Verkenningen’

pigeons on power lines

Schrikken, of ontroerd zijn, of het loslaten van meningen, bedoel je misschien ‘het stellen van vragen, of moet je de gedachte loslaten dat je iets zou vinden? Het is nog iets anders dan nieuwsgierigheid en verbazing. Even filosoof Cornelis Verhoeven erbij halen: ‘

‘In de verwondering ervaren wij ons zelf op grond van een ontmoeting met een werkelijkheid.’

‘Het is een avontuur waarvan hij [de mens] de afloop niet kan voorzien, een oefening in de vrije val.’

scenic view of neretva river in mostar
Photo by Mario Zovko on Pexels.com
Uit de bundel: 'Gewone wonderen'

Deze drie
wonderen
a) dat ik denk
b) te begrijpen
c) wat ik zie
kan ik niet verklaren.

Waarom is het ware
wonder dan wat
we ervaren
zonder
een van die
drie?

Leo Vroman
Door de eigenzinnige kijk op het menselijk leven waar de dood vanzelfsprekend toe behoort en de heldere en indringende formulering van het wonder van het menselijk bestaan dat niet gereduceerd wordt tot zijn fysieke verschijning en verdwijning, bezit Vromans poëzie een filosofische diepgang die humor en taalplezier echter nooit uitsluit. (Joris Gerits Streven 2015)
photo of tent during evening
Photo by Suleyman Seykan on Pexels.com

‘De verwondering brengt een moment van stilstand in het denken. Trefzeker zegt onze taal dat iemand verwonderd ‘staat’. Dat is veelbetekenend. Het staan als stil-staan is het ophouden met bewegen, ontwerpen, ingrijpen. De uitdrukking ‘verwonderd staan’ veronderstelt dus een actief leven, dat plotseling wordt onderbroken en afgeremd. De verwondering wordt gesitueerd temidden van een beweging. Voor en na de bewondering is er de beweging, die de ‘gewone’ toestand is. Mensen zijn, zo lijkt het dus, op de eerste plaats bewegers en werkers. Het stilstaan is ook ophouden met spreken; in de stilte komt het anders-zijn van de dingen aan. Het moet worden beluisterd om te worden vernomen en er bestaat dus een mogelijkheid om het niet te vernemen door het zelf te overstemmen. Zonder een minimum aan aandacht heeft het gebeuren van de verwondering niet plaats. Zij heeft dat gemeen met elke openbaring.’

Dr. Cornelis Verhoeven. Inleiding tot de verwondering (1967)

https://www.dbnl.org/tekst/verh039inle01_01/verh039inle01_01_0002.php

water drop at the tip of a leaf
Photo by Pixabay on Pexels.com
Omzien in verwondering is de titel van de autobiografie die de historica Annie Romein-Verschoor (1895-1972) schreef na de voltooiing – met haar man Jan Romein – van historische meesterwerken als De lage landen bij de zee, Erflaters van onze beschaving en Op het breukvlak van twee eeuwen. Het boek verscheen in twee delen, in 1970 en 1971. De titel van de autobiografie van Annie Romein-Verschoor sprak kennelijk tot de verbeelding, want omzien in verwondering wortelde zich al snel in onze taal in de betekenis van ‘verbaasd terugblikken’.  (Ton den Boon 31 dec. 2016 in 'Taalbank)
In "Nederduitsche synonymen" (1836), band 1, blz. 126:
verslagenheid, ontzetting, ontsteltenis, ontroering, verbazing, bevreemding, verwondering, verbijstering

Zeg niets, maar kun je een aantal situaties uit je eigen leven oproepen waar de ‘Nederduitsche synonymen’ van toepassing waren.? Een aantal beelden als intro, of het kan ook muziek zijn die herinneringen losmaakt uit het bevroren ’toen’. Je kunt op die manier ’tinten van herinneren’ oproepen en overdenken. Het zal nooit één beeld zijn, maar een dynamiek al dan niet met nawerking.

reflection of silhouette trees in lake against sky at sunset
Evenwicht tussen lucht, aarde en water net voor de dag eindigde of begon. Cirkels.

En dan opeens
Staat alles stil
Terwijl de wereld verder draait
Opeens… staat alles stil
Luister:


Je raapt jezelf weer bij elkaar
Staat op en gaat weer door
Niet bang om te vallen
Ook al dans je op een koord

De bel gaat voor een nieuwe ronde
Je staat nog altijd in de ring
Vechtend met een tegenstander
Die zich meestal niet laat zien

Want opeens
Staat alles stil
Terwijl de wereld verder draait
Opeens… staat alles stil
silhouette of a person watching fish in an aquarium
Photo by Margarita on Pexels.com

Op draden waarmee mensen met elkaar communiceren,
of licht en warmte mogelijk maken
zit het vol duiven,
dat notenschrift van vrede en vriendschap
voor diegenen die van goede wille zijn.

pigeons on power lines
Photo by Thắng-Nhật Trần on Pexels.com

Lees ook: