Waar leg je de tijd?

Foto door Alena Darmel op Pexels.com

Luxe van een leeg rek waar, lang geleden, een foto stond van iemand die voor niemand nog iemand was: moeilijk te zeggen, jongen of meisje, meneer of mevrouw, een foto met kijken. Aankijken. En tegelijkertijd je blinddoeken terwijl je dat intense Andante Maestoso tot in je vingertoppen kon reconstrueren. (nu met YouTube onmiddellijk uit de vergetelheid te halen.)

‘Waar leg je de tijd?’ Wakker gemaakt door een verdwenen foto, hoorbaar zelfs en toch onbereikbaar. Samen te zijn zoals we toen waren?


Luxury of an empty shelf where, long ago, there was a picture of someone who was not yet someone to anyone: hard to say, boy or girl, Mr or Mrs, a picture with looking. Looking at. And simultaneously blindfolding you while you could reconstruct that intense Andante Maestoso to your fingertips. (Now with YouTube instantly retrievable from oblivion.)

‘Where do you put the time?’ Awakened by a vanished picture, audible even and yet unattainable. To be together as we were then?
Double Virginal
Lodewijck Grouwels Flemish, active The Netherlands 1600

‘Elk lichaam is een verzamelaar van tijd. Het telt de tijd met verschillende klokken en verwerkt de loop van al die tijden door het hele systeem. De lichamelijke tijd tikt niet overal en altijd hetzelfde. Het hart dat snel of langzaam klopt, de circulatie van het bloed, het ritme van het in- en uitademen, cellen die groeien en afsterven, het knipperen van de ogen. En het geheugen verzamelt tijd in de vorm van herinneringen en beelden, vermaalt ze en vervormt ze, en slaat fragmenten op
 in spiegelzalen en magazijnen tot ze in toevallige constructies in het heden opduiken.
Volgens de alwetende verteller in Virginia Woolfs roman Orlando functioneert de herinnering ‘als verstelnaaister en dan nog een zeer nukkige bovendien. De Herinnering hanteert de naald, stikt op en neer, heen en weer, van achteren
naar voren en van voren naar achteren. […] Zo kan de simpelste beweging die men maar bedenken kan, zoals het gaan zitten aan een tafel en het naar zich toe trekken van een inktpot, duizend vreemde, onsamenhangende fragmenten in be-
weging brengen […]. In plaats van een eenvoudig, eerlijk, gaaf stuk werk te leveren, waarvoor geen mens zich hoeft te schamen, is alles wat wij doen, zelfs het gewoonste, omgeven door het geklapwiek en en gefladder van vleugels, het glanzen en het doven van het licht.”

“De alchemie van de tijd”, Greet Van Thienen p 31-32 (Letterwerk, Borgerhout 2024)

Greet Van Thienen vraagt zich af hoe we vrijheid kunnen vinden in de snellende tijd. Wat is de alchemie van tijd en mens? Want hoewel tijd niet tastbaar is, drukt hij zich uit in alle levende wezens. Hoe werkt de tijd door ons heen? Wat kunnen wij ermee doen? Van Thienen onderneemt deze tijdreis samen met filosofen, schrijvers en wetenschappers die iets van het fenomeen tijd blootleggen. Denkers die aan bod komen zijn onder meer: Hannah Arendt, Simone Weil, Virginia Woolf, Einstein, Blaise Pascal, Jean-Paul Sartre en Byung-Chul Han. Zijn we tovenaarsleerlingen die, gebukt onder het vluchtige en snelle, toch het eeuwige blijven zoeken? 

Greet Van Thienen is auteur. In 2021 publiceerde ze ‘De stuntelende mens’, genomineerd voor de Socratesbeker en voor de Hypatiaprijs. Tot 2022 was ze radiomaker bij VRT Klara, waar ze reeksen en podcasts maakte over filosofen en schrijvers. (Letterwerk.be)
KLEINE MILDE KLAAGZANG

O, tuin bij regen
o, gulzige.
Wat kruipt en vliegt verbergt zich
onder oude varens.
Hoorbaar drinkt de grond.

O, duif bij regen,
o, onzichtbare.
Op weg naar huis, geringd, geroepen
vergeet ze haar beminde.
De katten wachten geduldig.

O, man achter het raam,
o, ouderling.
Duizend regenbuien uit het verleden,
een modderstroom verwoest de tuin
in zijn hoofd..
Geuren  hangen als kinderen in de takken.

Gmt
SMALL GENTLE LAMENT

O, garden by rain
O, greedy one.
What crawls and flies hides
Under old ferns.
Audibly drinks the ground.

O, dove by rain,
O, invisible one.
On her way home, ringed, called
she forgets her lover.
The cats wait patiently.

O, man behind the window,
oh, elder.
A thousand rains from the past,
a mudslide ravages the garden
in his mind.
Scents hang like children in the branches.

Gmt
Foto door Anthony ud83dude42 op Pexels.com

Meermaals hebben wij de Poolse dichter Adam Zagajewski belicht. Greet Van Thienen geeft hem ook een plaats in haar boek. Onder de titel ‘Tijdscapsules in zwart wit’ schrijft zij over de momentele conflicten in de wereld die voor de betrokkenen voor een zekere ’tijdloosheid’ zorgen.

“Het is niet dat ik door de tijd reis — naar het verleden of de toekomst — maar het verleden komt naar mij toe via de objecten. De draden die de punten verbinden, lichten op. Dis 1945 plotseling niet zo ver verwijderd van 2024 en is het vernietigde Berlijn verbonden met Kiev of Bachmoet van nu. Met de verschrikkingen in Israël en de ruïnes van Gaza. Zelfs met de ervaring van mijn moeder als tiener, die aan het begin van de oorlog op een kostschool moest blijven terwijl haar ouders, broers en zussen op de vlucht sloegen voor de Duitsers. Ze werd later op de fiets opgepikt door haar broer. Zij achterop en vermoedelijk een koffer met kleren en schoolboeken tussen hen in geklemd. De Poolse dichter Adam Zagajewski beschrijft in ‘Vluchtelingen’, een gedicht uit 1994, de tijdloosheid van vluchtende mensen, op zoek naar een onbekende bestemming — ‘naar het land van nergens, de stad van niemand’. Ze dragen rugzakken, bundels, praktische spullen en allerlei dingen die ‘thuis’ vertegenwoordigen. ‘Oude vrouwen met gerimpelde gezichten, die iets vasthouden — een zuigeling, een lamp — als herinnering — of een laatste homp brood.’ Waarom zou je een lamp meenemen? Omdat het een erfstuk is of een souvenir van een gelukkige reis. Omdat je hem nog snel van het dressoir kon grissen, en het licht van de lamp een thuis zal scheppen. Ooit, ergens, misschien. Omdat je wordt afgesneden van je verleden en het voorwerp toch enigszins dat verleden symboliseert.”

(Greet Van Thienen, De alchemie van de tijd, p.56-57)

Ramon van Flymen ANP-Foto
Probeer de verminkte wereld te bezingen.


Probeer de verminkte wereld te bezingen.
Denk weer aan de lange junidagen,

aan de rozijnen, de druppels van de rosé.

Aan de distels die de verlaten erven

van ontheemden stelselmatig overwoekerden.

Je moet de verminkte wereld bezingen.

Je hebt sierlijke zeiljachten en schepen gezien;

een ervan had een lange reis voor de boeg, 

een ander wachtte slechts het zoute niets.
Je hebt vluchtelingen gezien die nergens heen gingen, 

beulen gehoord die een lied van vreugde zongen.

Je moet de verminkte wereld bezingen.

Denk aan de momenten waarop jullie samen

in de witte kamer waren en de vitrage bewoog.

Keer terug naar dat concert, toen de muziek losbrak.

In de herfst verzamelde je eikels in het park

en de bladeren wervelden boven de littekens

van de aarde. Bezing de verminkte wereld

en het grijze veertje, dat een lijster heeft verloren,

en het zachte licht dat dwaalt en verdwijnt

en steeds terugkomt.

Try to praise the mutilated world’ , Adam Zagajewski.
 Vertaling Gerard Rasch, in Mystiek voor Beginners, Meulenhoff



Try to Praise the Mutilated World
By Adam Zagajewski
Translated by Clare Cavanagh

Try to praise the mutilated world.
Remember June's long days,
and wild strawberries, drops of rosé wine.
The nettles that methodically overgrow
the abandoned homesteads of exiles.

You must praise the mutilated world.
You watched the stylish yachts and ships;
one of them had a long trip ahead of it,
while salty oblivion awaited others.
You've seen the refugees going nowhere,
you've heard the executioners sing joyfully.
You should praise the mutilated world.

Remember the moments when we were together
in a white room and the curtain fluttered.
Return in thought to the concert where music flared.

You gathered acorns in the park in autumn
and leaves eddied over the earth's scars.
Praise the mutilated world
and the gray feather a thrush lost,
and the gentle light that strays and vanishes
and returns.
 

Leg hem in je handen
de tijd
schrijven kan hij:
uitzweten ook,
of de dagen aftellen
of, terwijl je kind
je ogen bedekt
zalig blind
'Ah, vous dirais-je maman'
voor haar (hem) spelen.
12 variaties.
Twaalf prachtige vindplaatsen
voor voorbije
momentele
en toekomende
tijd.


Put it in your hands
the time
he can write:
sweat it out too,
or counting down the days
or, while your child
covers your eyes
blissfully blind
'Ah, vous dirais-je maman'
playing for her. (him)
12 variations.
Twelve beautiful finds
for past
present
and future
time.

Het zelfportret geportretteerd (2):


God hath given you one face and you make yourselves another.’

William Shakespeare, Hamlet.

De beschrijving van ‘het Zelf’ zou je langs kronkelige (pseudo) filosofische paden kunnen leiden, een euvel dat beeldende kunstenaars aardig wisten te vermijden door zichzelf woordeloos te verbeelden zodat toeschouwers alle mogelijke wegen ter interpretatie kunnen debiteren. 
Richten we ons met deze bijdrage tot de letteren als materiaal voor het zelfbeeld, dan versmallen de wegen tot paadjes naar wat als ‘innerlijk’ kan doorgaan. Het wezen van ‘het Zelf’ beletteren vraagt alleszins meer wikken en wegen al blijft de schone schijn en het paadje van zelfbeklag ook letterkundig te bewandelen. 

Wil je als intro een combinatie, dan vond ik een fraai gedicht van Ann Van Dessel die met fotograaf Joost Bataille op stap ging. Haar gedicht: ‘fotograaf zoekt sanseveria’ mag van beide betrokkenen een zelfbeeld geven. Elk portret is een zelfportret, althans volgens ‘Meander’ waar de tekst gepubliceerd werd in 2014 zonder echter de naam van de dichteres te vermelden.


fotograaf zoekt sanseveria

of hij mij op een ijskoude zondag in maart
honderd keer mag nemen want ik rijm zo mooi
met de troosteloze straat waarin ik woon

en inderdaad; de huizen staren uit hun ramen
gordijnen vriezen in hun vouwen vast
een bloempot beeldt een orchidee uit

ik mag niet lachen. hij wel. zijn ogen spreken
de straat aan en af. hij lacht naar de lantaarnpaal
en onder zijn blik staan de beukenhagen te blozen

hij kleeft mij midden op het kruispunt. ik versteen,
verkleed als een koud meisje met te veel armen
om ergens te laten en een gezicht dat pret verbijt

we ontdooien in een warm huis, snijden rug aan rug
groenten en trekken een fles wijn later
een ijzige lentenacht over ons heen

Ann Van Dessel. (Uit de bundel: Ik voel me verf samengesteld door fotograaf Joost Bataille) (2014)

Vijftig portretfoto’s van Nederlandse en Vlaamse stadsdichters. En hun gedichten over het maken ervan.

Te doorbladeren: (de eerste foto is Ann Van Dessel, ikzelf vond nergens een betere afdruk, excuses daarvoor.)


Ann Van Dessel (1961) is dichter en schrijfdocent aan de SchrijversAcademie in Antwerpen. In 2012 verscheen haar poëziedebuut ‘Een kei in duren’ (2012), daarna de bundels ‘Toverstroming’ (2017) en ‘Als de lucht valt’ (2021). Samen met enkele bevriende dichters schreef ze ook ‘Een kier in het rumoer: gedichten over stilte' (2015) en ‘Lopen op los zand: gedichten om kanker neer te schrijven’ (2017). Samen met Hans Claus en Nicole Van Overstraeten is zij samensteller van 'Het was de achtste dag: gedichten bij de Verklaring van 30 november' (2022). Alle uitgaven werden verzorgd door Uitgeverij P in Leuven.

https://annvandessel.com

http://www.joostbataille.nl

Self Portrait, Cat Graffam, Oil on Panel, 2016.

Self-Portrait in the Bathroom Mirror

Some days, everything is a machine, by which I mean remove any outer covering, and you will most likely find component parts: cogs and wheels that whirr just like an artificial heart, a girl in a red cap redacting the sky, fish that look like blimps and fish-like blimps, an indifferent lighthouse that sweeps the horizon. I wasn’t a child for long and after I wasn’t, I was something else. I was this. And that. A blast furnace, a steel maze inside, the low-level engine room of an ocean liner. My eye repeats horizontally what I by this time already know: there is no turning back to be someone I might have been. Now there will only ever be multiples of me.

Mary Jo Bang (1946-)

From A Doll for Throwing by Mary Jo Bang. Copyright © 2017 by Mary Jo Bang. Used by permission of The Permissions Company, Inc., on behalf of Graywolf Press, www.graywolfpress.org.

Zelfportret in de Badkamer-Spiegel

Op sommige dagen is alles een machine, en dan bedoel ik dat je alle buitenste bedekkingen moet verwijderen en dan zul je waarschijnlijk onderdelen vinden: radertjes en wieltjes die zoemen als een kunsthart, een meisje met een rode pet die de lucht bewerkt, vissen die eruitzien als blimps en visachtige blimps, een onverschillige vuurtoren die de horizon schoonveegt. Ik was niet lang een kind en toen ik dat niet meer was, was ik iets anders. Ik was dit. En dat. Een hoogoven, een stalen doolhof binnenin, de lage machinekamer van een oceaanstomer. Mijn oog herhaalt horizontaal wat ik nu al weet: er is geen weg terug om iemand te zijn die ik had kunnen zijn. Nu zullen er alleen maar veelvouden van mij zijn.

Mary Jo Bang (1946-)

Mary Jo Bang was born on October 22, 1946, in Waynesville, Missouri, and grew up in Ferguson, which is now a suburb of St. Louis. She received a BA and an MA in sociology from Northwestern University, a BA in photography from the Polytechnic of Central London, and an MFA in creative writing from Columbia University.
David Hockney

En graag wil ik nog een voorbeeld van de Poolse dichter Adam Zagajewski meegeven, dichter die in ons blog meermaals aan het fraai en dichterlijke woord kwam, zie verwijzingen onderaan.

Self-Portrait

Adam Zagajewski
1945 –
2021

Between the computer, a pencil, and a typewriter
half my day passes. One day it will be half a century.
I live in strange cities and sometimes talk
with strangers about matters strange to me.
I listen to music a lot: Bach, Mahler, Chopin, Shostakovich.
I see three elements in music: weakness, power, and pain.
The fourth has no name.
I read poets, living and dead, who teach me
tenacity, faith, and pride. I try to understand
the great philosophers—but usually catch just
scraps of their precious thoughts.
I like to take long walks on Paris streets
and watch my fellow creatures, quickened by envy,
anger, desire; to trace a silver coin
passing from hand to hand as it slowly
loses its round shape (the emperor’s profile is erased).
Beside me trees expressing nothing
but a green, indifferent perfection.
Black birds pace the fields,
waiting patiently like Spanish widows.
I’m no longer young, but someone else is always older.
I like deep sleep, when I cease to exist,
and fast bike rides on country roads when poplars and houses
dissolve like cumuli on sunny days.
Sometimes in museums the paintings speak to me
and irony suddenly vanishes.
I love gazing at my wife’s face.
Every Sunday I call my father.
Every other week I meet with friends,
thus proving my fidelity.
My country freed itself from one evil. I wish
another liberation would follow.
Could I help in this? I don’t know.
I’m truly not a child of the ocean,
as Antonio Machado wrote about himself,
but a child of air, mint and cello
and not all the ways of the high world
cross paths with the life that—so far—
belongs to me.

From Mysticism for Beginners by Adam Zagajewski, translated by Claire Cavanaugh. Translation copyright © 1997 by Farrar, Straus & Giroux, LLC. Reprinted by permission. All rights reserved.

Zelfportret


Tussen de computer, een potlood en een typemachine
gaat de helft van mijn dag voorbij. Op een dag zal het een halve eeuw zijn.
Ik woon in vreemde steden en praat soms
met vreemden over zaken die mij vreemd zijn.
Ik luister veel naar muziek: Bach, Mahler, Chopin, Sjostakovitsj.
Ik zie drie elementen in muziek: zwakte, kracht en pijn.
Het vierde heeft geen naam.
Ik lees dichters, levende en dode, die me leren
vasthoudendheid, geloof en trots. Ik probeer
de grote filosofen te begrijpen -maar vang meestal slechts
flarden van hun kostbare gedachten op.
Ik maak graag lange wandelingen door de straten van Parijs
en kijk naar mijn medemensen, opgewonden door afgunst,
woede, verlangen; om een zilveren munt te volgen
dat van hand tot hand gaat terwijl het langzaam
zijn ronde vorm verliest (het profiel van de keizer wordt uitgewist).
Naast me bomen die niets anders uitdrukken
dan een groene, onverschillige perfectie.
Zwarte vogels lopen over de velden,
geduldig wachtend als Spaanse weduwen.
Ik ben niet meer jong, maar iemand anders is altijd ouder.
Ik hou van diepe slaap, wanneer ik ophoud te bestaan,
en snelle fietstochten over landwegen wanneer populieren en huizen
oplossen als cumuli op zonnige dagen.
Soms spreken de schilderijen in musea tot me
en is ironie plotseling verdwenen.
Ik kijk graag naar het gezicht van mijn vrouw.
Elke zondag bel ik mijn vader.
Om de week spreek ik af met vrienden,
en bewijs zo mijn trouw.
Mijn land heeft zich van een kwaad bevrijd. Ik wens
dat er nog een bevrijding zou volgen.
Zou ik daarbij kunnen helpen? Ik weet het niet.
Ik ben echt geen kind van de oceaan,
zoals Antonio Machado over zichzelf schreef,
maar een kind van lucht, munt en cello
en niet alle wegen van de hoge wereld
kruisen paden met het leven dat – tot nu toe –
mij toebehoort.

eigen foto

Lees ook:


Zelfportret



Je ziet een man in de tuin

hij lijkt verzonken in zichzelf

die man ben ik, ik weet het

maar als je lang kijkt naar een foto

van jezelf verval je in gepeins -

wie je bent en wie je bedoelt

als je ik zegt, enzovoort

ik kijk en kijk in dat gezicht

en inderdaad – ben ik dat?

over het ik is veel nagedacht

ook door mij, maar de meningen

lopen nog steeds ver uiteen

ook die van mij – zoals dat gaat

met woorden die niet kunnen

worden begrepen

niemand heeft ooit zichzelf gezien

maar het verlangen blijft

naar het onzichtbare ik

je zoekt in wat er van je

overbleef een man in de tuin

Rutger Kopland

Een kerk, 3 schilderijen en een gedicht

Neen, het is niet de bedoeling de lezer(es) een zijkapel van de San Luigi del Francesi-kerk in Rome voor te stellen om je dan mee te nemen naar de zogenaamde Contarelli-kapel en je te verbazen met drie reusachtige schilderijen van de overbekende Caravaggio, allen met de evangelist Matteüs als hoofdpersoon, daar gebruiken we liever de Poolse dichter Adam Zagajewski voor. (1945-2021) We hebben zijn persoon en werk het voorbije jaar voorgesteld in een bijdrage: ‘Maar de woorden zwijgen niet’. (zie onderaan) In een mooie net verschenen antologie vonden we de Engelse vertaling van zijn gedicht: ‘The calling of St. Matthew’, een ervaring bij zo’n bezoek aan het meesterwerk met die naam.

De roeping van de heilige Mattheüs Caraveggio
De roeping van Matteüs (Vocazione di san Matteo), circa 1599-1600, is een olieverfschilderij van Caravaggio. Samen met Matteüs en de Engel en Het martelaarschap van Matteüs vormt het één geheel in de Contarellikapel in de San Luigi dei Francesi in Rome.

Het werk is een voorbeeld van clair-obscur. De scène, ontleend aan Matteüs 9:9, speelt zich af in een donkere kelder. Links zit de groep rond Matteüs, gekleed in barokke kledij. En rechts staan Jezus en Petrus. (Wikipedia)
fragment

Het is een prachtig doek. Sta je in de zijkapel dan hangt het links van het altaar, recht tegenover ‘het martelaarschap van de heilige Matteüs’ en centraal ‘Matteüs en de engel.’ De foto hieronder geeft een idee van plaatsing en omvang.

Het lijkt dat je bij daglicht de kunstwerken kunt bewonderen, maar dat is een illusie . Het is er donker. Je moet een 1 euro-stuk in een gleuf steken en…even flitst het licht aan zodat de drie schilderijen in hun volle pracht te bekijken zijn. Tijd voor de poezië van Adam Zagajewski vertaald door Clare Cavanagh.

"The Calling of St. Matthew"

that priest looks just like Belmondo–Wislawa  Szymborska, Funeral (II)

—Look at his hand, his palm. Like a pianist’s 
—But that old guy can’t see a thing
—What next, paying in a church
—Mom, my head aches
—Sharply individuated human figures
—Keep it down please, we can’t focus
—The coins on the table, how much are they worth
—His operation’s just three weeks away
—I’d say silver, definitely silver, but not pure
—Lord, how lovely—To adorn the Contarelli Chapel
—Which one is Matthew, the young guy or the old?
—We almost got robbed on the subway today
—Two generations of European artists took it as their model
—Look, there’s a cross in the window
—The light went out again
—The wall on the left is so black, like the world’s end 
—Have you got another euro or fifty cents?
—Can’t be the young guy
—They’re closing soon, hurry up
—He saw a man collecting taxes
—How much are these paintings insured for
—Jesus is in shadow but his face is light
—I’m leaving now, I’ll wait outside
—Why don’t they have a guard?
—They live in semi-darkness and suddenly there’s light 
—It’s going out
Excerpted from The FSG Poetry Anthology, Edited by Jonathan Galassi and Robyn Creswell. Published by Farrar, Straus and Giroux. Copyright © 2021 by Farrar, Straus and Giroux. All rights reserved.

Adam Zagajewski was born in Lvov in 1945. His previous books include Tremor; Canvas; Mysticism for Beginners; Without End; Solidarity, Solitude; Two Cities; Another Beauty; A Defense of Ardor; Eternal Enemies; and Unseen Hand—all published by FSG. Zagajewski died on 21 March 2021 at the age of 75 in Krakow, Poland.
De roeping van Sint-Matteüs

die priester lijkt precies op Belmondo -Wislawa Szymborska, Funeral (II)

-Kijk naar zijn hand, zijn handpalm.Net als die van een pianist. 
-Maar die oude man kan niets zien.
-Wat nu, betalen in een kerk?
-Mam, mijn hoofd doet pijn.
-Scherpe menselijke figuren.
-Doe rustig alsjeblieft, we kunnen ons niet concentreren.
-De munten op de tafel, hoeveel zijn ze waard?
-Zijn operatie is over drie weken.
-Ik zou zeggen zilver, zeker zilver, maar niet zuiver.
-Heer, wat mooi.
-Om de Contarelli kapel te versieren.
-Wie is Matteüs, de jonge of de oude?
-We werden vandaag bijna beroofd in de metro.
-Twee generaties Europese kunstenaars namen dit als model. 
-Kijk, er staat een kruis in het raam.
-Het licht ging weer uit.
-De muur aan de linkerkant is zo zwart, alsof de wereld vergaat. 
-Heb je nog een euro of vijftig cent?
-Dat kan de jongeman niet zijn. Ze gaan zo sluiten, schiet op.
-Hij zag een man belasting innen.
-Voor hoeveel zijn deze schilderijen verzekerd?
-Jezus is in de schaduw maar zijn gezicht is licht.
-Ik ga nu weg, ik wacht buiten.
-Waarom hebben ze geen bewaker?
-Ze leven in halfduister en plotseling is er licht. 
-Het gaat uit.

Bezoek onze bijdrage over leven en werk van Adam Zagajewski: ‘De woorden zwijgen niet.’