Het kijken bekeken

Schreef Gerrit Komrij dat kijken bekeken worden is, -het werd de titel van een tentoonstelling in het Stedelijk Museum A’dam, waarin de smakelijke uitdrukking ‘de gulzigheid van de spiegel’ en de formulering van Komrij dat de meeste cultuurpessimisten alleen maar bezorgd ‘lijken’. In feite waren ze jaloers. ‘Wat ze jaloers maakt is de populariteit waarin het beeld zich mag verheugen ten koste van het woord.’

Tommi Viitale uit ‘Hunting Shadows)

Bezoek:

https://tommiviitala.com/images

Bekijk de prachtige foto’s van de Finse fotograaf Tommi Vititale waarin het licht de schaduw mogelijk maakt, of…omgekeerd. Bestaat het volle licht of het complete donker?

“Stel nu dat we weten te voorkomen dat het abstracte denken en de begrippen van de rede het bewustzijn in beslag gaan nemen, en dat we in plaats daarvan heel onze geesteskracht wijden aan de aanschouwing, dat we daar vervolgens helemaal in opgaan en ons hele bewustzijn laten vullen door de rustige contemplatie van het toevallig aanwezige natuurlijke object, zij het een landschap, een boom, een rots, een gebouw, of wat dan ook, zodat we ons, om een veelzeggende uitdrukking te gebruiken, helemaal in dit onderwerp verliezen, hetgeen betekent dat we onze individualiteit, onze wil, vergeten en alleen nog maar als zuiver subject, als een heldere spiegel van het object blijven bestaan, zodat de indruk ontstaat dat alleen het onderwerp existeert, zonder iemand die het waarneemt, en dat men dus de aanschouwer niet meer los kan maken van de aanschouwing, maar dat beide één zijn geworden, doordat het hele bewustzijn door één enkel aanschouwelijk beeld volledig is gevuld en in beslag genomen -gesteld dus dat het object zich, op die manier heeft ontdaan van elke mogelijke relatie tot iets buiten hem, dan is datgene wat aldus wordt gekend niet meer het afzonderlijke ding als zodanig, maar de Idee, de eeuwige vorm, [en dan ] is daardoor de in deze aanschouwing betrokkene ook geen individu meer, want het individu heeft zich in een dergelijke aanschouwing verloren: het is nu een zuiver, willoos, pijnloos, tijdloos subject van het kennen.” (Schopenhauer WWV1. Par. 34)
Tommi Viitale uit ‘Hunting Shadows)

‘Pour vivre heureux, vivons cachés’, luidt een gezegde dat zijn oorsprong zou hebben in een achttiende-eeuwse fabel van de Franse schrijver Jean-Pierre Claris de Florian. Het verhaal begint met een jaloerse krekel die ziet hoe een vlinder bewonderd wordt om zijn felle kleuren en elegante vlucht. De vlinder wordt achternagezeten door een groepje kinderen, gevangen en verbrand. De krekel is niet langer jaloers en bezingt nu de voordelen van een verborgen leven. Die voordelen zijn door eenzame denkers uitgebreid in de verf gezet, maar het verborgen leven dat zij verdedigen is doorgaans geen leven zonder circus. Het is een leven waarin men van tijd tot tijd de voorstellingen opschort om zich op te laden voor nieuwe. Verstoppertje spelen is alleen leuk als je gezocht en liefst ook ooit gevonden wordt. (Benjamin De Mesel, Schaamte: een circus van kijken en bekeken worden. Streven 4 december 2019)

Tommi Viitale uit ‘Hunting Shadows)

Soms wordt de kijker niet door een ander bekeken, maar door zichzelf: hij ziet zichzelf en schaamt zich. Misschien is dit wel de meest voorkomende vorm van schaamte. Hoewel we hier geen actuele ander hebben, kunnen we van een imaginaire of geïnternaliseerde ander spreken: we zijn zo verslaafd aan de blik van anderen dat we in hun afwezigheid iets soortgelijks creëren. Het gaat om een stukje van ons dat een standpunt inneemt ten opzichte van de rest, dat verwachtingen en idealen heeft (uiteraard vaak geïnspireerd op idealen die uit de buitenwereld komen) waaraan op straffe van schaamte moet worden voldaan. Bij gebrek aan publiek gaan we zelf in de tribune zitten, wat het risico om voor clown te worden aangezien niet altijd kleiner maakt. (Benjamin De Mesel)
Tommi Viitale uit ‘Hunting Shadows)


Dromen zijn waar omdat ze gebeuren,
onwaar omdat niemand ze ziet
behalve de eenzame dromer,
in zijn ogen alleen van hemzelf.


Niemand droomt ons terwijl wij het weten.
Het hart van de dromer blijft kloppen,
zijn ogen schrijven zijn droom, hij is nu
niet in de wereld. Hij slaapt binnen en buiten
de tijd.


De ziel heeft twee ogen, dat droomt hij.
Het ene kijkt naar de uren, het andere
ziet er doorheen,
tot waar de duur nooit meer ophoudt,
het kijken vergaat in het zien.


CeesNooteboom
Het gezicht van het oog
De Arbeiderspers,

Tommi Viitala Street Photography People and Places

Wat je ziet is niet wat je voelt: Matthias Weischer (1973)

‘Träpchen’ 2006 Matthias Weischer

Misschien is de onderstroom van de Duitse Democratische Republiek (DDR) nog steeds aanwezig: de werkelijkheid vervreemden als middel om (de toen verboden) kern zichtbaar te maken. Het werk van Matthias Weischer (1973) lid van de Leipziger Schule, een beweging die zich thuisvoelde in het opnieuw hanteren van het figuratieve in de schilderkunst. Weischer hanteert het interieur als decor van een stuk dat nog gespeeld zal worden al is de twijfel over de afloop duidelijk aanwezig.

Lounge Matthias Weischer
Matthias Weischer is a German artist, regarded as one of the most important painters of his generation. He came to international attention in the early 21st Century as a member of the Leipzig School – a movement credited with spearheading the revival of figurative painting. Born in Elte, West Germany in 1973, Weischer moved east to study at Leipzig’s Academy of Visual Arts in Saxony. He received his MA in 2003 and was a co-founder of the artist-initiated gallery LIGA in Berlin, which was closed after two years of work. Today, Weischer is one of the best young artists coming from Eastern Germany, recognized both in Germany and in the world. Weischer has been the recipient of numerous awards and scholarships including the Scholarship of the Deutsche Akademie Rom, Villa Massimo in 2007 and Laureate of the Rolex Mentor and Master student initiative with David Hockney in 2004.
Bulb 2020

Weischer schuwt het experimenteren met nieuwe technieken en media in zijn schilderkunst niet en beschouwt de handeling van het tekenen als fundamenteel voor zijn praktijk. Dit is duidelijk te zien in Weischers vroege collageachtige interieurs, rijk aan textuur en detail, en landschappen die veel te danken hebben aan de invloed van Italiaanse en Japanse tuinen. Deze schilderijen stellen vaak de perceptie van de kijker in vraag door hun leegte die tegelijkertijd vol details is. Het ontbreken van menselijke aanwezigheid is de sleutel om dit element te bereiken. Het interieur in zijn werk is goed gedecoreerd en geconserveerd, waardoor de kijker tot de conclusie komt dat er iemand zou moeten wonen. Aan de andere kant zijn de kamers te steriel en schoon, waardoor de tegengestelde indruk ontstaat van een kamer die iemand onderhoudt, maar waar hij niet woont. Zijn eerste tentoonstellingen wekten al snel de belangstelling voor het werk van deze jonge kunstenaar. (Dea K. Widewalls 2015)

Egyptian Room 2001 Matthias Weischer
Living Room 2003

In hoeverer hebben ‘interieurs’ een verband met het ‘interior’ van degene die er woont of wil wonen? Tijdschriften hanteren dezelfde leegte bij het tonen van de ingerichte binnenkant van een woning of gebouw. Het ‘bewoonbare’ element is ook niet het onderwerp van interieur-tijdschriften, eerder het decoratieve. Je vraagt je wel eens af of in dergelijke ‘affe’ woningen ook nog te leven is. Ze worden tot decors herleid. De stukken die er zich afspelen tellen zeldzaam mee bij ontwerpers en binnenhuisarchitecten. Bij Matthias Weischers’ werk vind je eenzelfde gevoel. Wat je ziet is niet wat je voelt. Wat er zich heeft afgespeeld of nog zal afspelen mag zich ontwikkelen in het hoofd van de kijker.

Matthias Weischer, Alcove, oil on canvas, 2019, 235 x 193 cm
Weischer is bedreven in het creëren van consistent geloofwaardige werelden, maar veel van zijn interieurs zouden in werkelijkheid niet kunnen werken - de schaduwen zijn verkeerd, de architectuur ambitieus tot op het punt van onhaalbaar. Deze opzettelijke ondermijning van gevestigde regels schept een beeld van een universum dat uit balans is, waar de waarneming zelf in twijfel wordt getrokken. De ruimte tussen wat wordt gezien en wat wordt gevoeld is een nieuwe en vruchtbare bodem voor Weischer, en de oppervlakken van zijn schilderijen zijn merkbaar actiever en geanimeerder, waardoor de toeschouwer wordt ondergedompeld in een paradoxaal statische, maar geladen omgeving (Widewalls 2015)
Matthias Weichser, Monstera 2019 285 x 300cm

Je zou in andere werken naar muurschilderingen kunnen verwijzen, naar de invloed van de Italiaanse natuur en geschiedenis, herinneringen aan een verblijf in Rome waaruit natuurtekeningen en landschappen ontstonden. Maar er is de zachte tonaliteit, zeldzame personages of schimmen die verbindingen leggen met verre verleden tijden, de sfeer van collages, of grote eenkleurige vlakken in een hoek gebogen.

Kleines Wasser, 2009
Camp 2 2016

Je vindt mooi werk van hem in de Grimm gallery in A’dam en New York en je kunt de website van de kunstenaar bezoeken. Hij illustreerde de gedichtenbundel ‘Monniksoog’ van Cees Nooteboom, tweetalig bij Bibliothek Suhrkamp verschenen. In het Nederlands bij Karaat A’dam. En hoe kun je beter eindigen met deze eerste ontdekkingsreis met de woorden van de dichter uit deze bundel? Gedicht 5.

Wie hij was vroeg de kraai boven de berken,
maar hij wist geen antwoord, hij luisterde
naar de wind in de struiken, keek naar zijn gezicht
in het ven, een bewegende vlek.

Achter in zijn mond spraken de woorden
maar niet een kwam er uit, hij hoorde zijn naam
zich bewegen en ging verder naar zee
alsof hij op water kon lopen.

Om hem heen het gezang van een koor
wind als een instrument dat hem zou begeleiden.
Als hij omkeek zag hij het eiland zoals je een schip
ziet, een verdwijnende vorm in een mistbank

die alles verbergt.
Ha, 2020