Raziël, aartsengel van de Cherubijnen en Gabriël, chef van engelen die gewoon engel zijn, spraken dezelfde taal over de spreekwoordelijke diepte van het oneindige en de benamingen voor de 72 heilige ademtochten uit de grote naam van God. Maar kijkend over de aarde waar Rachel weende over haar kinderen verkrampten hun vleugels en zochten zij hun toevlucht in de verste lege plaatsen van het heelal. bij de donkerste stilte van de vroegste tijden.
Wie oorlogen begint verminkt de ziel. Verbrandt de hemel. Beledigt de aarde. Bezwaart het geweten. Verscheurt engelenvleugels. Openbaart het bestaan van de hel.
Niet zo hoog als engelen, maar vertrouwd met vluchten boven aarde en water en toch graag thuis de hoogte behouden, de luchten als gewelf.
Brachten zielen van de doden naar het hiernamaals en in verbeelding kinderen naar nieuwe ouders.
Hun terugkeer elk jaar is de terugkeer van een ziel.
Photo by Denitsa Kireva
Pythagoras schrijft dat elke ooievaar de ziel van een dode dichter draagt. Het laatste kind dat hij brengt kan die dichtersziel als extra krijgen.
Makkelijk op één poot (been) staan als surplus. (in feite om af te koelen)
Angelo Caduto. Igor Mitoraj 2012
Scherven in je naam, Oekraïne, Gaza, Soedan, Syrië, Jemen, Congo, Sahel, Myanmar, Iran. Heersers verkopen de aarde alsof zij de Schepper zelf zijn. Verzamelen kinderen; om voor hun hebzucht te sterven. Alsof rivieren bloed en tranen offers zijn.
Rachel is schor geschreeuwd.
Nu de ooievaars terugkeren kunnen engelen in onze bange zielen huizen, ook als de herfst de vogels weer naar verre landen roept. en wij in de luchten de kostbare stilte bewaren de mooiste wieg voor het nieuwe kind.
Angelo Caduto" (Fallen Angel) refers primarily to the famous sculpture by Igor Mitoraj in Pisa, Italy, depicting a broken, earthbound angel symbolizing loss, imperfection, and human struggle, often placed near the iconic Leaning Tower as a modern counterpoint to classical beauty, while also evoking broader themes of fallen angels in religion (like Lucifer/Satan) and art, seen in works by painters like Roberto Ferri.
Telkens als jij opduikt, Gabriël, valt het woord angst. Je probeert bij het begin van je aanwezigheid ons gerust te stellen met de uitdrukking: ’Vrees(t) niet.’ Ik probeer het beter te omschrijven want wellicht is dus vrees inderdaad een beter woord, vrees voor het onbekende, het totaal andere. Ik heb je in ‘Anderland’ heel vriendelijk als een soort lijfwacht getekend maar ‘Anderland’ is dan ook een kinderboek. Een boodschapper die iemand angst aanjaagt -ik zie in een flits mensen weglopen voor de postbode- daar kun je geen kant mee uit. Echter: het nieuws dat je brengt kan zo onbegrijpelijk zijn dat enige vlucht ervoor best te begrijpen is. Soms denk ik dat jij ‘besef’ bijbrengt. Vraag me niet welk ‘besef’ -mijn ervaring met jou beperkt zich tot het oproepen van je wezen-, de onmacht van een oude schrijver- ik citeer maar de bronnen van mensen die naar men beweert met jouw wezen in contact zouden geweest zijn.
De kortsluiting die jouw komst veroorzaakt past beter bij de omschrijving die achter het werkwoord ‘overweldigen’ schuilgaat. Overweldigen niet in de agressieve zin, in de aanvallende betekenis, maar gewoon door je aanwezigheid: je wezen is zo groot, of beter ‘diep’ dat het net daardoor ons als totaal vreemd overkomt. Je hebt al de dimensies in je aanwezigheid, de tijd, de beweging, de aantrekkingskracht. Aanwezigheid.
Dat heeft niets met ons begrip ‘omvang’ te maken in de materiële betekenis dan, want de schoonheid van een grasveldje, de magerte van een dun berkenboompje is tot vormen van dit ‘overweldigen’ in staat. Je zou het bij het ‘numineuze’ kunnen klasseren, maar daar zal de neurowetenschap best een verklaring voor hebben. Er zijn genoeg neurotransmitters in onze hersenen aanwezig om allerlei numineuze of hoog verheven stemmingen te creëren naast emoties die diepe dalen en peilloze afgronden met zich meebrengen.
Toch wordt jouw wezen in verband gebracht met het meest kwetsbare: het ongeboren of pas geboren leven. Ook de materniteit waarin ik zelfstandig schepsel werd, droeg jouw naam. Het gleufje tussen de neus en de lippen van de baby wordt wel eens het straatje van Gabriël genoemd. Je zou er de baby aanraken om hem het stilzwijgen over het heilige op te leggen. Op aarde zal hij alleen het mysterie kunnen vermoeden, het bevechten of het in het beste geval ondergaan zoals de droge aarde regen verwelkomt. Ik heb als kind al graag naar regen geluisterd. Maar let wel, het mysterieuze kan best in een wiskundige formule schuilen. Het moet een (voor mij ongekende) zaligheid zijn te ervaren hoe de abstractie van het materiële inzicht over het wordende en verglijdende kan bijbrengen. Nergens zijn grenzen zo mooi als in de wiskunde vermoed ik. Geef me de tijd om je te benaderen en zie mijn schroom als het besef dat mijn armoede in jouw naam geborgen is. Dat is al wat.