3x2_68_13_GT_M_ARCHANGEL-GABRIEL_03.jpg

Telkens als jij opduikt, Gabriël, valt het woord angst.
Je probeert bij het begin van je aanwezigheid ons gerust te stellen met de uitdrukking: ’Vrees(t) niet.’
Ik probeer het beter te omschrijven want wellicht is dus vrees inderdaad  een beter woord, vrees voor het onbekende, het totaal andere.
Ik heb je in ‘Anderland’ heel vriendelijk als een soort lijfwacht getekend maar ‘Anderland’ is dan ook een kinderboek.
Een boodschapper die iemand angst aanjaagt -ik zie in een flits mensen weglopen voor de postbode- daar kun je geen kant mee uit. Echter: het nieuws dat je brengt kan zo onbegrijpelijk zijn dat enige vlucht ervoor best te begrijpen is. Soms denk ik dat jij ‘besef’ bijbrengt. Vraag me niet welk ‘besef’ -mijn ervaring met jou beperkt zich tot het oproepen van je wezen-, de onmacht van een oude schrijver- ik citeer maar de bronnen van mensen die naar men beweert met jouw wezen in contact zouden geweest zijn.

De kortsluiting die jouw komst veroorzaakt past beter bij de omschrijving die achter het werkwoord ‘overweldigen’ schuilgaat.
Overweldigen niet in de agressieve zin, in de aanvallende betekenis, maar gewoon door je aanwezigheid: je wezen is zo groot, of beter ‘diep’ dat het net daardoor ons als totaal vreemd overkomt.  Je hebt al de dimensies in je aanwezigheid, de tijd, de beweging, de aantrekkingskracht. Aanwezigheid.

unknown-artist-st-gabriel-the-archangel-mid-12th-century-duomo-di-cefalc3b9-cefalc3b9-province-of-palermo-sicilian-autonomous-region-italy.jpg


Dat heeft niets met ons begrip ‘omvang’ te maken in de materiële betekenis dan, want de schoonheid van een grasveldje, de magerte van een dun berkenboompje is tot vormen van dit ‘overweldigen’ in staat.
Je zou het bij het ‘numineuze’ kunnen klasseren, maar daar zal de neurowetenschap best een verklaring voor hebben. Er zijn genoeg neurotransmitters in onze hersenen aanwezig om allerlei numineuze of hoog verheven stemmingen te creëeren naast  emoties die diepe dalen en peilloze afgronden met zich meebrengen.

Toch wordt jouw wezen in verband gebracht met het meest kwetsbare: het ongeboren of pas geboren leven. Ook de materniteit waarin ik zelfstandig schepsel werd, droeg jouw naam.
Het gleufje tussen de neus en de lippen van de baby wordt wel eens het straatje van Gabriël genoemd. Je zou er de baby aanraken om hem het stilzwijgen over het heilige op te leggen. Op aarde zal hij alleen het mysterie kunnen vermoeden, het bevechten of het in het beste geval ondergaan zoals de droge aarde regen verwelkomt. Ik heb als kind al graag naar regen geluisterd. Maar let wel, het mysterieuze kan best in een wiskundige formule schuilen. Het moet een (voor mij ongekende) zaligheid zijn te ervaren hoe de abstractie van het materiële inzicht over het wordende en verglijdende kan bijbrengen. Nergens zijn grenzen zo mooi als in de wiskunde vermoed ik.
Geef me de tijd om je te benaderen en zie mijn schroom als het besef dat mijn armoede in jouw naam geborgen is. Dat is al wat.

marc eemans.jpeg