Verhalen van ‘man-met-de-schaar’: Julian

farp,small,wall_texture,product,750x1000.u2

Man-met-de-schaar zei dat hij spoken wel kon wegknippen uit het leven van Julian, maar dat er een ‘maar’ was.
Welke ‘maar’ wilde Julian weten.
‘Ik zal ook wat ‘leegte’ moeten wegknippen. Spoken hangen vast in onze leegte.’
‘Wat ben je nu met leegte, man-met-de-schaar?’
‘Dat zou je aan kathedraalbouwers moeten vragen. Elke kathedraal is een poging geweest om een grote leegte te vangen. Leegte voor licht. Laat je niet afleiden door spitsbogen en brandglas. Alleen leegte kan licht zichtbaar maken.’

P1010245
‘Ik ben eerder een kroeg,’ zei Julian. ‘Die moet het van donkerte hebben. Dat beetje licht zou alleen maar een dronkelap zichtbaar maken, toch? Leegte genoeg als de drank op is.’

Man-met-de-schaar legde de zeven scharen op tafel.
‘Kijk, Julian. Dit is het lege etui. Plaats voor zeven scharen. Omdat het nu leeg is, kan ik er ook zeven dagen van de week in kwijt, of zeven wensen of zeven spreuken voor een goede dood en laat me de zeven kleuren van de regenboog niet vergeten. Dat kan omdat het etui nu leeg is. Eens mijn zeven scharen weer op hun plaats zitten wordt het gewoon een etui voor zeven scharen.
Knip ik dus je spoken weg dan verlies je de leegte waarin ze vastzaten, leegte die net zo goed voor wonderlijke dingen kon gebruikt worden.’

Julian begreep het verlies.
Man-met-de-schaar kocht voor hem ook een mooi etui met zeven scharen.

Hij leerde Julian prachtige vormen knippen. Wat je wegknipte maakte het blijvende betoverend mooi. Dat was een goed evenwicht.

‘Je zou het een schimmenspel kunnen noemen,’ zei man-met-de-schaar.

Book-carving-by-Alexander-Korzer-Robinson-7

De verhalen van man-met-de-schaar kun je ook voorlezen, daar zijn ze voor gemaakt zeker nu de nachten kouder worden en de lente nog ver. 228aa91692a8667aad85e36207200b1a

zie ook: https://viola.bz/art-of-papercut-and-book-carving/

De onzichtbare tijd: fotografe Gay Block

alisonf

In het fragiele fotografische beeld waar meestal in onderdelen van minuten en seconden  wordt gerekend vond fotografe Gay Block, Houston 1942, telkens weer nieuwe mogelijkheden om de wordings-geschiedenis van mensen in beeld te brengen. Meestal begon ze niet ver van huis, portretten van haar eigen Joodse community in Houston, later volgden portretten van ‘The jews of the South Beach in Miami’ (1982-1985)
Haar meest prestigieuze werk: ‘Rescuers: Portraits of Moral Courage in the Holocaust—(with writer Malka Drucker) waarin ze Christenen portretteerde in Europa die met gevaar van hun leven Joodse kinderen hadden opgevangen tijdens de laatste wereldoorlog.

Defarges 001

Adele Defarges, France

In deze bijdrage echter wil ik vooral het project uit 1981 belichten:

In 1981 I returned to the summer camp I had attended in the fifties to visit my daughter during her last of seven summers there. Curious to see what the girls were like, I got permission to stay a week to photograph the campers. Who were these girls? What did they talk about? Had it been a mistake to send Alison to a camp of privileged girls? What values had she learned there?

ishot-3

As I looked at the girls through my lens, however, none of these questions entered my mind. Instead, I became fascinated with what they looked like. I loved the innocence and promise in their faces. I saw in them what I imagined as their future selves, the wives and mothers they would become. Or would they?

alysons

All I wanted to do was photograph! I saw them as totally beautiful – all of them! I printed the images, had exhibits, but continued to need to know who they were.

janies

In 2006, 25 years later I decided to look for them – my daughter Alison did the research – and visited 65 of these women all over the country, asking, as usual, about their values, what was important to them. They were 33-40-year-olds. Telling you what I learned would make this very long indeed! I did do a 50-minute film about this work called Camp Girls.

ishot-5

cover_2

I had a new set of unspoken questions because my own life had changed so dramatically three years earlier: I had left my marriage and begun my life as a lesbian. As I looked into the girls’ eyes I wondered about their future choices, but I never asked any questions.

In de confrontaties van foto’s tussen 15 en 33-40 jaar ligt de wording waarover ze in de film vertellen. Maar ook zonder hun commentaren zijn de beeldenkoppels met de tijdssprong een aanvulling van elkaar, vormen ze bij de kijker een serie onzichtbare beelden waarin het jonge meisje een volwassen vrouw wordt, een parcours dat niet zonder brokken wordt gereden zoals uit de film blijkt. De onzichtbare wording met alleen het vertrek- en het voorlopige eindpunt heffen het statische van een snapshot op, laten ons de volwassen vrouwen bekijken met de verwondering waarin verschillen en gelijkenissen een belangrijk bestanddeel vormen. De eigenlijke wording volgen we in hun verhalen.

Het volledige werk van Gay Block vind je op haar website hier vermeld. Bezoek ten zeerste aangeraden. Bekijk daar de foto’s in groot formaat.

https://www.gayblock.com/

block_2

ishot-6

“Portraiture for me has always been so personal. I never felt that I was out to advance the medium. It wasn’t about photography for me; it has always been about the people.”

ishot-7

Twee gedichten van Abdulla Pashew

landscape-with-rain-wassily-kandinsky

Wil je dat
de kussens van je kinderen
roze openbloeien,
wens je wiegen
met zijdezachte dromen te omringen, wit als sneeuw,
wens je dat hun wikkeldoeken
van regenboog gemaakt zijn en
dat ze pop mogen spelen met
het hart van de messias,
wens je
je wijngaarden vol vruchten,
wens je dat de zon drinkt
van de stortvloed van je vreugde,
wens je dat  de zware wolken
boodschappen van groen naar je velden sturen
en je van lentes slaperige oogleden openen,
dan verlos-
verlos de vogel die nestelt
op mijn tong.

Kandinsky07

If you wish
your children’s pillows
to bloom pinks,
if you wish to surround cradles
in silky dreams white as snow,
if you wish their swaddling clothes
made of rainbows and
that they might play doll with
the heart of the messiah,
if you wish
your vineyards full of fruit,
if you wish the sun to drink
from the floods of your joy,
if you wish the heavy clouds
to send messages of green to your fields
and to raise the drowsy eyelids of springs,
then liberate—
liberate
the bird that nests
on my tongue.

4.6.1972
Kurdistan
*

kandinsky-compositie-iv-ASH

Voor ik je kende ,
was ik egoïstisch, een kind.
Ik dacht
de open hemel was een tent
alleen voor mij opgezet,
de Aarde was een eiland na overstromingen achtergelaten
om door niemend dan door mij bewoond te worden.

Plotseling arriveerde je liefde
en verwoestte mijn citadel, haar muren,
alle kleuren verwisseld
en kieperde alle wetten om.
Ze veranderde de grote wereld in een kooi
voor mijn eenzaamheid.
Ze leerde mij tevreden zijn
met het halve kussen.

Vassily_Kandinsky,_1926_-_Several_Circles,_Gugg_0910_25

Before I knew you,
I was self-centered, a child.
I thought
the wide sky was a tent
set up just for me,
the Earth was an island the floods left behind
to be inhabited by no one but me.

All of a sudden your love arrived
and devastated my citadel, its walls,
altered all colors
and upended all laws.
It turned the vast world into a cage
for my solitude.
It taught me to be content
with half the pillow.

1.12.1973
Voronezh

dictionaryofmidnight600x600-01

From ‘Dictionary of Midnight’. Deep Vellum. Copyright © by Abdulla Pashew. Translation copyright © by Alana Marie Levinson-LaBrosse. Nederlandse vertaling: Gmt

With a foreword by National Book Award-winning author William T. Vollmann
Dictionary of Midnight collects almost 50 years of poetry by Abdulla Pashew, the most influential Kurdish poet alive today. Pashew’s poems chart a personal cartography of exile, recounting the recent political history of Kurdistan and its struggle for independence. Poet-translator Alana Marie Levinson-LaBrosse worked with the poet to select and translate his most iconic poems, balancing well-known, politically engaged contemporary Kurdish classics like “12 Lessons for Children” with the concise love lyrics that have always punctuated his work.

Vassily_Kandinsky,_1936_-_Composition_IX

Abdulla Pashew, or (Kurdish: Ebdulla Peşêw), is a contemporary Kurdish poet. He was born in 1946 in Hewlêr, Iraqi Kurdistan. He studied at the Teachers’ Training Institute in Hewlêr (Erbil), and participated in the Foundation Congress of the Kurdish Writers’ Union in Baghdad in 1970. In 1973 he went to the former Soviet Union, and in 1979 he received an M.A. in pedagogy with a specialisation in foreign languages. In 1984 he was granted a PhD in Philology from the Institute of Oriental Studies of the USSR Academy of Sciences. For the next five years he was a professor at al-Fatih University in Tripoli, Libya. He has lived in Finland since 1995.

He published his first poem in 1963 and his first collection in 1967. Since then he has published eight collections. The latest, Berew Zerdeper (Towards the Twilight), was published in Sweden in 2001. He is fluent in English and Russian and has translated the works of Walt Whitman and Alexandr Pushkin into Kurdish.

Sky_Blue

Schilderijen van Wassily Kandinsky (1866-1944)
https://lithub.com/author/abdullapashew/

Bewaarde begrippen uit de kindertijd: ‘VEELHEID’

Collage_Fotorcombveelheid

Het zou mooi zijn om een woordenboek van je bewaarde kinderlijke begrippen samen te stellen. Vandaag over ‘de veelheid’.

In het gratis woordenboek van Van Daele staat er een dubbele verklaring bij ‘veelheid’ (d;v) 1 menigte, 2 groot aantal.
In mijn kinderlijke begrippen was ‘veelheid’ eerder ‘van-alles-iets(iemand) maar tegelijkertijd waargenomen’.
In een menigte nam je zelden iemand apart waar, en een groot aantal duidt op veelvuldig hetzelfde. Ook rommel komt niet in aanmerking, rommel is gewoon een ‘hoop’, een rommelhoop. Veelheid zou je best kunnen omschrijven als variaties op een thema.

Boskapel,_Lille_(1)
Wandelde je in de zomermaanden van 1954 van het buitenhuis met boomgaard naar de holle weg dan kwam je eerst langs ‘de boskapel’ met daarachter aansluitend een rondgang van zeven gietijzeren staanders met op elk één van ‘de vreugden en smarten van Sint Jozef‘. Dat was een veelheid en toch gecentreerd rond één thema. De heilige Jozef.

2014757Master
Of je liep in het naburige dorp langs de zeven pijlerkapelletjes die de zeven weeën van Onze-Lieve-Vrouw voorstellen en op één lange rij onder de lindebomen schuilen.

1280px-Pijlerkapelletjes_De_zeven_weeën_van_Onze-Lieve-Vrouw_in_Poederlee_02

Als kind stond je niet stil bij de inhoud. Het waren merktekens in een vertrouwd vakantielandschap. De boskapel was er gekomen dank zij een wonder, de pijlerkapelletjes waren een geschenk van een rijke boerenfamilie.
Het wonder sprak je wel aan: een kapelletje dat aan een boom hangt, daar ter beveiliging wordt weggehaald en er de volgende dag terughangt -en niet door mensenhanden gemanipuleerd- tot het vervangen is door een stenen exemplaar (1875) terwijl de kapelletjes onder de bomen in het naburige dorp  als geschenk bijna vanzelfsprekend bij de verworven rijkdom hoorden. (1911)

Als tienjarige heb je een heidens aanvoelen daaromtrent, nog niet aangetast door theologische of morele correcties. Kapelletjes waren immers huisjes. niet alleen voor de heilige hier vernoemden maar voor wezens uit je verbeelding die niet altijd concrete vormen aannamen maar zich bewogen tussen kabouters en betoverde hazen. (Ik was tenslotte een kleinkind van de voor mij onbekende grootvader Modest. Na een middagslaapje waren zijn urenlange vertellingen over zijn droominhoud bekend bij de huisgenoten, vertelde mijn vader mij.)

haas lang

Opgezadeld dus met deze erfelijke drang tot verzinnen wat nu fantaseren heet en bij anderen als literatuur doorgaat, was de veelheid een geschikte bron voor een gedachten- en woordenstroom die een schimmige maar veilige wereld bevloeide waar tienjarigen zich uitstekend in thuis voelden en die ze slechts als ‘iets’ oudere mens konden visualiseren, een eigenschap die je als tienjarige niet nodig had. Er was immers een andere wereld in, onder en boven de gewone, eens je je ogen opendeed en nog lang nadat je ze weer had gesloten .
Dat het hier nog om de voedstervader en de moeder van Jezus ging doet weinig terzake. In een studie zou dat tijds- en cultuurgebonden heten. Het ervaren van de veelheid immers was geen afgesplitste ervaring, de figuratie was iedereen bekend en hoog gekwalificeerd op dat moment. Dat tienjarigen ze nog vrij in hun wereld konden integreren zou Carl Jung best begrepen hebben als hij het over ‘liber librum aperit’ had, het ene boek opent het andere. Wat in de kinderlijke fantasie nog magie heet zal zich waarschijnlijk daarna als religieuze inhoud of literiare vertelling aandienen en op zijn beurt de levenswandel van de volwassen mens beïnvloeden.
Veelheid is daar de som van. Je benadert die veelheid niet met een analytische blik maar je dringt in het mysterie binnen door dans, spel en kunst. Of je leeft in de zomer van 1954 en je bent tien.

326_001

Kwam je in de nu al lang verdwenen ‘holle weg’ dan liep je langs muren bruin zavelzand waarin je gesteente vond met afdrukken van voorhistorische schelpen.
‘Tot hier kwam dus de zee,’ zei mijn moeder op een van de zeldzame keren dat ze met ons de bossen introk. Meestal waren we elke dag alleen met vriendjes en vriendinnetjes op stap.
Voor kinderen uit een Kempisch grensstadje was ‘zee’ een begrip waar nog geen strand of dijk bijhoorde: woeste golven, walvissen en haaien echter bewogen er zich in grote getale terwijl wij uitkeken over de uitgestrekte gras- en heivlakte begrensd door de Galgenberg.
Was dat gras en al die wilde bloemen van iemand, wilde ik weten. In een film zou mijn moeder zachtjes, ja van ons allen zeggen, maar toen haalde ze haar schouders op, een beetje verbaasd door de vraag.

albrecht_duerer_das_grosse_rasenstueck_1503_c_albertina-_wien-1080x1410

Albrecht Dürer, “The Great Piece of Turf” (1503), watercolor, body color, heightened with opaque white (© The ALBERTINA Museum, Vienna)

Als ik nu de grote graspol van Dürer zie besef ik dadelijk de veelheid: de variëteit en toch de eenheid.
Kijk goed. Je moet wel oud genoeg zijn om je kindertijd nog in die (vermeende) ongereptheid te kunnen ervaren denk ik.
Een beetje verder, eens je de holle weg uit was, begonnen de bossen en zavelkuilen. In mijn kindertijd was ‘zavel’ niet dadelijk een bouwmateriaal maar een speelmaterie. Ik kende wel vier, vijf kleuren zavel waarin we speelden, kuilen en knikkerbanen maakten en languit gingen liggen om naar de heen- en weer wiegende dennenbomen te kijken als de avondwind opstak en je toch nog even naar de wolken keek voor het hongergevoel je naar huis dreef. Ook de veelheid van geluiden telde:  het hoorbaar wiegen van de kruinen, het roepen van vogels, het opstuiven van bosduiven.
De veelheid van een bos is me nog het diepste bijgebleven. Door die veelheid ontstond diepte, en diepte was schemer, en schemer… Juist. Betovering.

6c8a976a93f1d20530a0540742dd40ef

Ga op zoek -begin in je herinnering- naar de veelheid uit je kinderjaren. Kijk dan naar tekeningen, schilderijen, en luister naar muziek die volgens jou deze ‘veelheid’ benadert. Er is geen betere manier om weer ‘heel’ te worden, weer verbonden met het kind dat je nog altijd bent. Zonder betovering wordt veelheid een kapitalistisch begrip maar dat is een ander verhaal voor een andere auteur.

petrification-2573864_960_720

Van de holle weg heb ik slechts 1 oude postkaart-foto gevonden waarin hij gereduceerd wordt tot ‘zandkuil’. In mijn herinnering was hij langs beide zijden van de weg hoog opgetrokken en kwam je via die weg tot aan een zandhelling in de bossen, een schitterend speelterrein.

Toch nog een fotootje gevonden van die befaamde ‘holle weg’.  Hier zie je beide broertjes met emmertje en zandzeefje door moeders wonderbox gekiekt.

holle weg lille098

De inhoud van mijn tienjarige verhalen is gesmolten, maar belangrijker was de belevenis:  een maand lang een onderdeeltje zijn van een grote veelheid natuur die nu een bijklank heeft van verdwijnende schoonheid. De veelheid van dagen en mensen, het grote gezin van nonkel Lowie en tante Fannie, zus van mijn vader. De hartelijkheid van nonkel Michael, broer van vader en tante Julia, de sportiviteit van nonkel Gaby, jongste broer van vader, en tante Yvonne.  Zij hoorden bij  de wereld van twee zomers in Sint Pieters Lille.

img_6741-2

(foto’s van de Boskapel en Pijlerkapelletjes: Wikimedia funkyxian)

Deze mooie eerste vioolsonate opus 78 van Johannes Brahms wordt ook wel eens ‘de regensonate’ genoemd omdat Brahms in het derde gedeelte, het allegro molto moderato, quotes gebruikt uit zijn eigen liederen: ‘Regenlied’ opus 59 nr 3 en ‘Nachklang’ opus 59 nr 4 (1873)
Maar het is een zachte regen. Regen die de dorre grond van het vergeten weer vruchtbaar maakt. Het jongetje van bijna tien staat in de open deur van het tuinhuis terwijl de boomgaard lekt van een malse bui zomerregen na enkele hevige donderslagen. Gras- en loofgeuren vullen de opentrekkende lucht. Kom je niet binnen, vraagt zijn vader. Straks, pa, zegt hij. Straks. Het kostbare nu moet zo lang mogelijk duren.

depositphotos_236072546-stock-video-apples-with-water-drops-on

 

De jas, een kortverhaal

lucas-cranach-lancien-le-jardin-deden-xvie-sic3a8cle

Er wordt vrijwel nooit verteld wat er met Adam en Eva gebeurde toen ze uit het paradijs zijn verdreven. Jaja, hun kinderen Kaïn en Abel waren niet zo’n beste maatjes, maar wat is er met dat oer-ouderpaar geschied?
We weten dat ze niet meer in hun blootje rondliepen want ze hadden het eerste textiel uit twijgen en takken vervaardigd omdat ze, na de zondeval, blijkbaar beschaamd waren geworden. Nogal wat fatsoenrakkers, moralisten en andere engerds gebruiken deze passage om het verderfelijke van bloot en seks in beeld te brengen.
Als kind heb ik altijd gedacht dat deze val iets met slangen en appels had te maken, maar ouder geworden kreeg ik onder invloed van de boven genoemde specimen een vleselijker beeld van de slang en de appels. Daar zit het dus.

the-expulsion-from-paradise-charles-joseph-natoire-1700-1777

Op een nacht verscheen God mij en zei:
‘Fout schrijver, helemaal ernaast! God kan toch niet tegen plezier zijn. God is plezier. Ik heb die twee uit het paradijs verjaagd omdat ze stiekem leerden schrijven en lezen.’
‘Is schrijven dan ook nog een zonde?’ vroeg ik geschrokken.
‘Schrijven niet, maar de gevolgen wel. Daardoor immers wilden ze nog eeuwiger dan God zijn. Hun verlangen dat er iets van hen overbleef eens ze weer van de aarde verdwenen waren.’
‘Maar in het paradijs was er toch geen ‘dood’, God?’
‘Elk pretpark kent zijn verzadigingspunt, dus ook mijn paradijs.’
‘Er was dus toch ‘dood’?’
‘Ik noemde het anders, hoor. Ik noemde het ‘lang-slapen’. En de eerste mensen wisten niet eens dat het zou gebeuren. Ze leefden van seconde naar seconde zonder zelfs te weten dat er seconden bestonden.’
‘Ik denk dat u dus jaloers werd toen u zag dat Adam en Eva leerden schrijven?’
‘Jaloers, jaloers, wat heet jaloers? Maar er is één God en als je ze een vinger geeft, nemen ze dadelijke je hele goddelijke arm.’
‘En die appels dan, en die slang?’
‘De slang leerde hen dat alles een naam heeft. Vroeger had niets en niemand een naam, net zoals ik, de onnoembare.’
‘Maar waarom wilde die slang hen daarvan overtuigen?’
‘Dat was mijn plan. Ik heb ze zelf opgedragen al het geschapene een naam te geven! Eens nagaan of ze aan zo’n woord als ‘appel’ bleven hangen. Of je hen met woorden kon vangen.’
‘En?’
‘Ze waren er gek van, de stuntels! Vroeger was een appel een smaak, een gedachteloos doorbrengen van tijd, een vergelijkbaar volume met wat ze beiden aan hun lichamen hadden hangen, een verbeelding van ‘lust’ dus, maar nu kreeg ze een naam, die lust: “appel”, en daardoor werd de appel aan zijn kortstondigheid onttrokken en verliet hij het tijdloze. Maar! Het bleef niet bij die naam geven! Het serpent leerde hen met zijn kronkels het woord schrijven -zo had ik het ook geprogrammeerd- en dat vonden ze nog leuker!
Eva schreef heel sierlijk de eerste ‘a’, en Adam herkende die klank uit zijn eigen naam. En jawel hoor, ze begonnen te schrijven met al de letters uit appel, slang, Adam en Eva. Dus kreeg je van die onzin als ‘pang, slap, pels, mals en vals’ en ga zo maar verder. De boom der kennis van goed en kwaad pikten ze van me weg. En toen was het uit! Ik riep mijn engel met zijn vlammend zwaard, ging op mijn wolk zitten en liet hem  JULLIE ZIJN BLOOT in vurige letters op de wolken schrijven. Voilà.

hb_1975.1.31
En nu pas zagen ze dat ze naakt waren, dat ze geen pels hadden zoals zovele andere schepsels. Ze waren niet beschaamd om die prettige dingen tussen schouders en benen, speelgoed dat weldra tot zaaigoed zou beperkt worden, neen: ze waren beschaamd omdat er een woord bestond voor hun pelsloze toestand, en daardoor kregen ze het eerst te warm maar daarna te koud en zochten ze takken en twijgen bij elkaar en maakten daarmee de allereerste jas en niet de eerste onderbroek zoals sommigen jullie willen laten geloven. Een jas dus, van hier tot daar.

the-exile-from-paradise-genesis-julius-schnoor-von-carolsfeld

Ze vlogen uit het paradijs maar de kunst van schrijven en lezen kon ik hen niet meer afpakken. Van woordenloos paradijs-gebroed werden ze woordenmakers op een onherbergzame planeet.
En de schrik had hen te pakken! Van het woord ‘bloot’ naar ‘dood’ is maar één stapje. Ze werden zich dus ook bewust van hun dood, en dat was de ergste straf die ik kon bedenken.
Maar nog altijd denken ze mij te kunnen vangen, he! Ze schrijven en roepen zich te pletter! Voor alles en niets hebben ze letters. Ze pompen zich op in hun verhaaltjes. Ze stapelen hun woorden in boeken bij elkaar, discussiëren daar dan over, houden er nachten en dagen van de poëzie mee, slaan er elkaar mee in de boeien, verkennen met die letters hemel en aarde en wat ertussen ligt. Gaan ze dood dan blijven die woorden achter zodat ze inderdaad een beetje blijven bestaan, de slimmerds! Ze zijn me dus toch ontsnapt en daarom heb ik een voorstel.’

Hij keek mij met tijdloze ogen aan, ik voelde hem op zijn goddelijke pantoffels dichterbij komen.
‘Als jij die woordenschrijverij opgeeft, schrijvertje, mag je weer bloot in mijn tuin rondlopen. Met de mooiste menselijke schepselen van allerlei kunne. Kortom, je weet wat ik bedoel. Je zult niet meer beseffen dat je lang gaat slapen, dat gebeurt dan in een droom, maar vergeet dat je kunt schrijven en lezen. Wel?’
‘Neen,’ zei ik. ‘Neen.’
‘Denk eraan, ik ga ’t u lastig maken met uw woordjes, hé! Je draait de gevangenis in, ze zullen u martelen, uw liefdes zullen je verlaten. Je zult de verkeerde woorden op ’t verkeerd moment gebruiken, struikelen zul je over je woorden. Je …’
‘Doe verder, God, zei ik. Laat u maar gaan!’ terwijl ik alles driftig noteerde. ‘Ik vang u in uw woorden. De w als een vogel, alle vogels zijn w’s. En dan de oo’s van verbazing of van het oor dat kan luisteren, of een den in een te warme kerstkamer: ‘w -oor- den’.
De w als een vogel, alle vogels zijn w’s en dan ikke, ja god, ikke en de lens van uw alziend oog maar zonder de s zodat het niet zo streng is: w – ikke – len: wikkelen. Woorden wikkelen.
De mooiste jas waarin ik mijn blootje kan wikkelen. Een jas van cliché’s, van uitroepen, verrassende wendingen, willekeurige zinnen, recepten en briefjes: ben even naar de post, kusje.
Boodschappen van hogere orde, een boel woorden die de stilte voelbaar maken als we beiden in ons blootje staan of liggen.’

arbol-de-letras

Toen bloosde God een beetje: ‘Ik weet het, ik ben de onnoembare, de woordeloze, al hebben ze mijn liefde in overvolle wetten en voorschriften versmacht, maar zelf ben ik…hum…analfabeet. Ik ben wel de alfa en de omega, maar ik weet bij god niet wat daartussen komt. Ik heb die schrijverij en leesdinges nooit nodig gehad. Ik schiep alles uit het hoofd.’
‘Waar wil je naar toe, God?’
‘Ook God heeft soms van die opwellende gevoelens en tot nu toe moest ik daarmee vulkanen laten uitbarsten of de halve wereld onder water zetten, of profeten huren die dan weer alles naar hun kant draaien eens ze een miljoen volgelingen hebben. Maar…zou je mij willen leren schrijven en lezen zodat ik zelf met letters kan uitdrukken wat ik bedoel?’
Ik keek hem geschrokken aan.
‘God, zei ik. Godverdomme…’
‘Jaja, ik heb niets gehoord.’
‘God, ik wil wel, maar ik ben niet waardig.’
‘Dat valt best mee,’ vleide hij.
‘Maar dat betekent dat ge uw doorluchtige eeuwigheid zult moeten verlaten, dat ge… maar alé, dat kan toch niet!’
‘Ventje, zei God, ik wil ver gaan.’
‘Wel, we zullen ’t zo zeggen: het woord is vlees geworden.’

En hij verloor zijn strenge blik, kreeg de ronde schouders van een kind. De avontuurlijke schittering met heimwee naar kampvuren en sterrenkijken was op zijn gladde huid geschreven.
Hij liep aan mijn hand tot aan de schoolpoort, draaide zich nog eens om en verdween dan in de klas waar ze vandaag de moeilijke letter G zouden leren schrijven.

kids-girl-pencil-drawing-159823

(Een tekst gebracht op poetry international in Rotterdam januari 1991, de dag daarna begon de Golfoorlog.)

8097959668_253d0f6d1d_b

DAS SEELENKIND, een tedere epifanie

jezus gekleed 01092

Op zoek naar het licht in de donkerste dagen kom je bij de verhalen van de evangenlist Lucas terecht. Hij vertelt dat de ouders van Jezus na de geboorte met het kind naar de tempel gingen ‘want ieder kind van het mannelijk geslacht dat de moederschoot opent moet de Heer worden toegewijd.’ Daar ontmoeten ze een oude man, Simeon die het kind in zijn armen neemt en zegt: ‘Nu laat gij Heer uw dienaar gaan in vrede naar uw woord, want mijn ogen hebben uw heil aanschouwd dat gij bereid hebt voor het oog van alle volkeren. Een licht tot verlichting van alle heidenen en tot luister van uw volk, Israel.’
En daarmee is de betekenis van de ‘epifanie’, het aan het licht brengen, het verschijnen van de godheid aan de wereld duidelijk.

moeder ensl kind093
Het is de basis van een aloude verering van het kleine kind in onze westerse religie, een verering die zich via verschillende uitingen ook in de kunst en talrijke tradities uitdrukt. Het is na de twaalf heilige nachten de dertiendag, het slot van de feesten rond de winterwende waarin de geboorte van het nieuwe licht het onderwerp was. Het wordt nu aan de wereld getoond.
De figuratie is het beeld van het kleine, vaak nog gebusselde kind in een innige eenheid met de moeder maar ook los, als zelfstandig wezen vindt het in de kunst talrijke uitdrukkingen vaak nauw met de devotie verweven. Naast de vele volwassen heiligen is er bij uitstek één heilig kind: het kindje Jezus.

802c1cb848d47c30ba5a28efa9566598
Zo was het in mijn jonge jaren een personage dat de heidense kerstman moest vervangen. Na Sinterklaas kwam ook op kerstmorgen het kindje Jezus lang met nog een klein (snoep)pakje dat pas na het zingen of voordragen van een kerstgedicht of kerstlied mocht geopend worden.

klooster01091

In de kunst vind je duidelijk ‘moeder en kind’-jes terwijl de aparte jezuskinderen in de volksverering zeldzamer zijn.
Langs een paar parachtige beeldjes van het kind Jezus uit de 14de-15de eeuw vond ik een boeiend boek, een begeleiding bij een tentoonstelling uit 2013: ‘
‘Seelenkind: Verehrt.Verwöhnt.Verklärt: Das Jesuskind in Frauenklöstern’ een fraai album overigens nog steeds via Amazon te kopen voor een miniem prijsje.(13-18 euro)

tafel096

‘Dat ‘Seelenkind’ -een mooi begrip overigens- meestal een houten of wassen beeldje van het Jezuskind, kreeg elke jonge novice bij haar in-het-klooster-gaan en werd door de ouders aan de nieuwelinge geschonken. De afbeelding van een eenjarig of daaromtrent Jezusjongetje. Dat beeldje zou haar afscheid uit haar vertrouwde omgeving en het begin van een nieuw leven als kloosterlinge verlichten. Dit Jezuskind werd door de novicen van kostbare kleertjes en manteltjes voorzien, aangevuld met een wiegje, of zelfs van allerlei onderdelen van speelgoed-serviesjes. Het werd levenslang vertroeteld, verzorgd en getroost. Bij de veelvuldige functies en het versmolten zijn met religieuze verering, diende het voor speels plezier en pijn tot een gans eigen en vaak zeer rustgevende spiritualiteit.’

kleedje blauw090

Dat werd in 2013 het onderwerp van een prachtige tentoonstelling met een begeleidend boek uitgegeven door het Kuratorium des Diozesanmuseum Freising.
De geschiedenis en de theologische grondslagen brengen je bij allerlei kunstvormen: beeldjes, textiel, schilderijen en tekeningen rond dit zo menselijke thema.

seelenkind7-2

‘Die Ausstellung „Seelenkind“ zeichnet die bedeutungsvolle Beziehung einer Nonne zu „ihrem“ Jesuskind nach – von der Aufnahme als Novizin bis zu den alltäglichen kleinen Ritualen der Jesuskindverehrung im andächtigen und oft arbeitsreichen klösterlichen Leben. Damit widmet sich das Diözesanmuseum nun ganz der Inszenierung und Verehrung des neugeborenen Christus in unseren Frauenklöstern. Es zeigt zahlreiche Christkindl, Trösterlein, Himmlische Bräutigame und Fatschenkindl zusammen mit Gemälden und Andachtsgraphiken, Klosterfrauenarbeiten und zeitgenössischer Erbauungsliteratur erstmals in der Öffentlichkeit. Wir laden Sie ein zu einer Reise in eine verborgene und stille Welt, wo sich uns eine vielschichtige und facettenreiche Geschichte von Sehnsucht, Liebe und Glauben auftut.’

jezus met hertje 02085

Das Buch erschließt die theologischen und geschichtlichen Wurzeln dieser Frömmigkeitsform und zeigt erstmals die daraus entstandene Vielfalt von Skulpturen, Textilien, Gemälden und Klosterfrauenarbeiten. Diese geben Einblicke in die verborgene und stille Welt der Klöster und erzählen eine vielschichtige und facettenreichen Geschichte von Sehnsucht, Liebe und Glaube.

jezus met hertje 01082

Er zijn dan ook prachtige stukken bij zoals het Jezuskind met de jonge ree. (Schwaben rond 1500, lindenhout, hoogte 30,5 cm.)
Bevond zich oorspronkelijk in de verzameling van de Münchener kunsthandelaar Siegfried Lämmle, die in 1938 ‘onteigend’ werd, in 1941 door het Bayerische Nationalmuseum werd verworven en in 1950 terug aan de familie werd bezorgd. Nu in een Zwitserse privé-verzameling.
Kijk naar de het tedere pootje op het voetje van het kind terwijl zijn rechterhandje het hoofdje omvat. Zittende Jezuskinderen waren zelzamer dan de staanden. Kijk ook naar de fijne fysionomie van het kind, naar de details van ogen, mond, neusje en navel. De bijhorende tekst geeft een mooie uitleg over het ree-thema.

DP280524

Het christuskind met appel (wilghout) ca. 1470-1480 gemaakt door omgeving van Michel Erhart (actief in Ulm, Duitsland 1464-1522) Nu in het Metropolitan in NY. (38 x 19.1 x 12.1 cm)

DP283495

‘The engaging curly-haired Christ Child stands with welcoming open arms as he holds a red apple in his right hand. In the late Middle Ages, such images often were the focus of altar decoration at Christmas, and documents reveal that nuns frequently were given such sculptures by their families upon taking monastic vows. The painted flesh tones of this example are extraordinarily well preserved. The sculpture is carved from the same piece of willow; only the green turf on which the figure stands has been largely repainted, and the hair has lost its gilding.’ (Metropolitan NY)

Jezus scharnier 087

(dit ‘Laufende Jesuskind’, circa 1500 62cm draagt de mooie rode mantel hieronder 20ste eeuw.)

kleedje089

De verwijzingen bij het kunstwerk met het reetje brachten mij op ht spoor van de vroegere tentoonstelling.

kind bol094

(Jesuskind, Zuid Duitsland, 17de eeuw (?) Kleedje: Frankrijk rond 1740 h: 53 cm)

Ik verwijs je dus graag naar het spotgoedkope boek waarin deskundige commentaar en vaak prachtig gemaakte foto’s een ware aanwinst zijn voor kunst- en geschiedenisliefhebbers, met boeiende perspectieven op religieus en beeldend terrein.

art-16334-1

 

Sarah Blesener: ‘…how beliefs are formed.’

ToySoldiers_10

Meer nog dan letters zijn beelden onderhevig aan eenzijdige, of zeggen we beter ‘enkelvoudige’ interpretaties. Zo zou je met enkele beelden van deze vrij jonge documentaire-fotografe Sarah Blesener, geboren in Minneapolis Minnesota USA, kunnen denken aan een activiste die het over de kwalijke gevolgen van ‘nationalisme’ zou kunnen hebben, terwijl zij met haar werk meer geïntresseerd is in het ontstaan van wat mensen geloven en hoe ze via hun families, jongerenjaren en toekomstmogelijkheden met allerlei geloofsvormen en overtuigingen in contact komen, gebonden aan het tijdperk waarin zij (wij) leven.

The Historical War Camp in Borodino, Russia.

Sarah Blesener is a documentary photographer based in New York City. Born in Minneapolis, Minnesota, she studied Linguistics and Youth Development. While in University, she worked as a photographer for the organization Healing Haiti based in Port au Prince, Haiti, covering events surrounding the 2010 earthquake. Upon graduation, she studied at Bookvar Russian Academy in Minneapolis, concentrating on the Russian language. She is a graduate of the Visual Journalism and Documentary Practice program at the International Center of Photography in New York. Her latest work revolves around ideologies amongst youth in Russia, Eastern Europe, and the United States. She was recipient of the Alexia Foundation grant for her 2017 work in the United States, and was also a 2017 fellow with Catchlight, working with Reveal from The Center for Investigative Reporting. In 2018, she was a recipient of the Eugene Smith Fellowship. In 2019, her personal project, Beckon Us From Home, received a first place prize in the Long-Term Project category of World Press Photo.

Students in the south Bronx of the Mott Haven neighbourhood, New York City.

‘I am interested in how beliefs are formed at a young age, how young people identify in their political atmosphere, and how it shapes them as individuals. On a different note, this also has to do with militarization of youth and the thin line between patriotism and nationalism. While issues affecting youth and youth culture are underreported, I find the same to be true with women and warfare. The reason I decided to photograph women soldiers in Ukraine had to do with the same themes I mentioned: identity, belief, and tradition. However, I also wanted to see a perspective of the story I had not witnessed before – how women were fighting not only in the war, but also for equal treatment as soldiers and for the right to fight on the front line of combat.’

The Historical War Camp in Borodino, Russia.

My interest in “nationalism” as an ideology rather than “Russian nationalism” in particular is what led me to work on this project. I had spent a few years studying the Russian language, and a few years living in Eastern Europe and Russia. At the time when I was studying at the ICP, in the United States we were going through what I would call an historical election year. Rhetoric of patriotism, border protection, xenophobia, and immigration filled the news not only in the United States but also across the globe. I saw a lot of similarities in Russia, and decided to try to photograph, or at least understand, patriotism amongst youth in Russia.

Students at the Inspection of Singing and Marching competition in Dmitrov, Russia.

A few of my Russian friends were very active in politics, and mentioned to me that they had a large number of young friends who were growing increasingly interested in patriotism and the military. In April of 2016, I happened to witness a cadet class that taught students to dismantle AK47s and to quickly dress and undress in biohazard suits. This became the first photograph I took for what would become a long-term project about patriotic education.

School #7

There is nothing inherently wrong with patriotism. However, these two terms (nationalism and patriotism) easily blur, and patriotic rhetoric can lead to nationalistic thinking. This is why I decided to focus on patriotic education, starting with patriotic clubs, patriotic classes and patriotic camps throughout the year. Access was difficult, but I had the advantage of speaking Russian, of having prior experience living in the country, and also I was a student at the time. Being young and a student in New York opened many doors for me. The individuals I met were curious about my life, why I spoke their language, and how I ended up in the middle of patriotic and historical war camps.

Firearm Drill

My aim is to continue along the same theme of my prior project in Russia, but here in the United States, focusing on patriotism among youth. While I was photographing and working in Russia, I saw many parallels to my own country. I think the phenomenon I see happening in Russia is not unique to itself, but it is global and widespread, and something that Americans can relate to. While we do not have the same style of patriotic camps or club, on an ideological level, the rhetoric is very similar, which is why I am dedicating this year and next to work on these themes and topics.

Utah Patriot Camp takes place in Herriman, Utah.

I want to continue to explore motivations and issues surrounding nationalism and patriotic fervor. I want to focus on how youth are taught these ideologies. Personally, I think this year in particular is an incredibly interesting to time to have a conversation about what it means to be patriotic, and how young people are responding to their political atmosphere.

Young Marines in Hanover, PA.

I also believe that in order to create significant media and photographs that create change, it is necessary to engage in long-term research and commitment to a region and topic, and this is my goal in photography – to commit myself to long-term projects and work. This fellowship with Reveal allows for the freedom to do just that.

Blesener_Anastasia_0016

I grew up fascinated by communication – linguistics and music in particular. Incredibly introverted, I was always interested in listening to those around me, and I think I realized early on in life how easily verbal communication fails. I found what I was looking for immediately with music and literature. As a teenager, I had a friend give me a camera and introduce me to photography. And photography became a different form of listening to those around me, a more private form. Unlike my experience with instruments, my camera became something I used in solitude as more of an escape. I began to experiment with photographing those closest to me, starting with my siblings. My older sister had been struggling with an eating disorder for a few years, and had begun to open up to me about her experiences. I decided to photograph her while she shared her feelings with me, something I was incredibly nervous to do. I was unsure how she would respond, how it would affect our relationship, and how the images would feel. However, the experience of seeing my sister through my camera, the vulnerability on both ends, was monumental for me. It was an experience that allowed me to hear her in a different volume. I could expand on this for a long time – but this, really, is how I became truly fascinated with photography.

The dual messages of “America first” and “Americanism” can be found not only at the forefront of current political movements, but in the pages of literature and education taught at camps and clubs across the United States. Here, in this microcosm of a changing nation, youth straddle the vulnerability of adolescence and simultaneous stripping of individuality. In these settings, around 400,000 American youth are taught annually, often with military subtext, what it means to be an American. Photographed in twelve different states across a divided country, Beckon Us From Home is an ongoing photography project investigating the ideology of patriotism.

13692997_10154387907504540_5110365207526932932_o

This work examines themes surrounding the interplay of statehood and adolescent identity, looking at topics such as the anxiety surrounding high school shootings, the role of social media and empathy, and the impact of coming of age in a polarized nation. The aim is to open dialogue around the nuanced and complicated ideas instilled in future generations of Americans. How are young people responding to our contemporary society, with all of its changes in belief systems?

http://www.sarah-blesener.com/

Haar geloof in ‘long term research’ houdt ons van gemakkelijke krantenkreten en social-media-getwieter verwijderd.  Ze is nu volop Duits aan ’t studeren dus mogen we zeker nieuw werk van haar in die richting verwachten.  Ook in dit kleine landje hebben wij het voortdurend over deze termen en beschieten we elkaar al dan niet met de nodige en vooral onnodige culturele canons terwijl er waarschijnlijk meer verbindingen bestaan dan wij vermoeden. Maar ook dat is long term werk waard.   Misschien wordt het tijd om oudere lijnen die ons verwijderen in meer gemeenschappelijke speel- en werkvelden op te lossen en elkaar beter te leren kennen in allerlei projecten waarvan dit blog hoopt een miniem onderdeel te mogen zijn.

Homeschool family living in Watford, ND.
Curtis, Kate and Jude, siblings, lay in their backyard in Watford, North Dakota. 6 July 2017. The Long family has five children whom they homeschool. Western North Dakota attracted families from across the nation during the recent oil boom. Watford, like other rural towns in the region, is now facing unemployment and overdevelopment since the decline of the oil industry.

Here, in this microcosm of a changing nation, youth straddle the vulnerability of adolescence and the simultaneous stripping of individuality.

Het ‘gebruiken’ van de typische eigenschappen eigen aan de adolescentenjaren is niet nieuw.  We zullen in een van de volgende bijlages het hebben over ‘soldaten’ van 13-17 jaar in de Eerste Wereldoorlog, een bijzondere studie die nauw bij dit onderzoek aansluit.  ‘L’ appel de la guerre, des adolescent au combat, 1914-1918, Manon Pignot, editions Anamosa, 2019.  Het boek opent met een citaat van Victor Hugo uit ‘Les Orientales’:

‘Veux tu, pour me sourire, un bel oiseau des bois,
Qui chante avec un chant plus doux que le hautbois,
Plus éclatants que les cymbales?
Que veux-tu? Fleur, beau fruit, ou l’ oiseau merveilleux?
-Ami, dit l’ enfant grec, dit l’ enfant aux yeux bleus,
Je veux de la poudre et des balles.’

Young Survivalist
Artyom Baklashkin (17), a student of the local secondary school in the village of Diveevo, stands guard in an abandoned building with a group known as the “Survivalists”, 6 Apr 2016, Russia. Survivalists train young adults to survive future wars and post-apocolyptic life and meet weekly for tactical drills. They are using air-soft guns for the practice and competition. Air-soft is a sport that replicates military action, but fires non-metallic pellets

 At the beginning of this project, I was looking for a standard definition of patriotism and nationalism to measure against. In the end, I found a myriad of contradicting perspectives and definitions that greatly differed from one another. I learned that these contradicting viewpoints contribute to a uniquely American perspective on patriotism, and also shows our divide, but at the same time allows room for the many counter-narratives across the country. These counter-narratives directly contradict and complicate the classic binary that is presented in the media. The classic binary of left vs. right /good vs. bad has been further elevated by the use of click-bait and easily digestible social media platforms, as well as the media organizations that have to adjust to ideas of likes, shares, and social redistribution. All of this has, in my opinion, reduced rather than expanded our content creation. This younger generation is incredibly mistrustful of media, questions every source, and is more fluid in their perceptions of politics. In general, they are far less polarized as the adults, and I hope it remains this way.

Marine Military Academy summer camp in Harlingen, TX.
Marine Military Academy, an all-boys institution, hosts a summer camp on their academic campus in Harlingen, Texas, 17 July 2017. The camp hosts boys from around the world, ages 12-18, with around 300 cadets in attendance.

I learned the kinds of questions I am interested in asking, and the kinds of questions I believe are important to be asking, rather than these strictly left vs. right dichotomies that we are often presenting: are we as societies fracturing? Where are we at in terms of empathy? How are youth responding to our contemporary society, with all of its changes in belief systems? The purpose is not to provide answers or to lay out a narrative that can be easily digested. I hope the images and stories are complex enough for my audience to struggle with them. I hope these stories will bridge black and white thinking around these issues, and to bring nuanced to many subjects that remain cloaked in stereotype and presuppositions. I want to encourage dialogue about larger issues at hand and to push back against trends of nationalism and xenophobia. And I want these images to encourage critical self-reflection. I want these images to pose tough questions to our own identities, our own ideas of nationhood, our own childhood and experiences of coming of age, and our own struggles with all of these themes.

Orthodox Warrior Camp, Diveevo, Russia.
A group from Stavropol escapes the heat at a lake in Diveevo during an afternoon off. 2 August 2016. “Orthodox Warrior” camp takes place in Diveevo, the center of pilgrimage for Orthodox Christians in Russia. The relics of one of the most revered saints, St. Seraphim, are celebrated on the 1 of August, attracting pilgrims from all across the country. The participants of the camp train not only in martial arts and tactical training, but unite under their Orthodox faith.

Letterlichtjes voor de kerstboom in het hoofd (11)

Neujahrskarte

Nog voor ‘de Druivelaar’ onze huiskamers binnendrong was er in onze jeugd ‘de (kleine) huisvriend’ als enige scheurkalender, al dan niet vastgekleefd op een stuk (publicitair getint) karton.

kalenderblok_2018_dagblokken_de_kleine_huisvriend
Je herkent hem ook nu nog door de afbeelding van een harpje op het schutblad. De Franse versie verkoos ‘ Petit farceur’ als naam, een duidelijke verwijzing naar de ‘moppen’ op de achterkant. Van de Westvlaamse ‘druivelaar’ was pas veel later sprake.
Heden ten dage worden we overspoeld door scheurkalenders van ‘Make That The Cat Wise’, ‘Positieve spreuken’, Wetenschap-scheurkalender, Peter’s Zeurkalender (aan te raden), en dan noem ik er slechts enkele van de talloze mogelijkheden om de dagen van 2020 door te komen.
‘De kleine huisvriend’ echter was een stevig dichtgelijmd blokje. Geen mogelijkheid om even te doorbladeren en stiekem alle grapjes ‘en avant’ te lezen.
Bij avondstond moest je dus eerst heel voorzichtig die ene dag die bijna tot het verleden behoorde, lospeuteren om niet terzelfdertijd een hele week los te maken. Je scheurde het blaadje van de dag werkelijk van het blokje los terwijl de toekomst zich beperkte tot de komende dag. Bedrog werd onmiddellijk ontmaskerd.
De voorbij dagen bewaarde ik een een lege pralinedoosje van Cote d’ Or.

image-934570-860_poster_16x9-yibp-934570

Dat ging goed in januari maar in februari moest ik al wel eens een dag of twee inhalen terwijl de maanden april-mei soms wel een week achterliepen. De grote vakantie werd helemaal een ramp voor de kleine huisvriend, al was het lospulken van drie weken ook een soort oefening in het leren herinneren van wat voor altijd achter jou lag: de geboorte van het historisch besef!
Eens de school begon probeerde ik weer bij de tijd te blijven en sinterklaas en kerstmis werden met ongeduld afgewacht, het laatste feest bijgestaan door een (zelf gemaakte) adventskalender.

Nürnberger-Christkindlesmarkt-Paul-Pittius-Berlin-um-19301

Het blokje was dan zo magertjes geworden dat je de steunende zijkanten kon afscheuren zonder de laatste weken uit elkaar te laten vallen.
De meestal flauwe grapjes kenden we meestal al van enkele jaren voordien, de heilige-namen en zonsopgangen en maanstanden lieten we voor wat ze waren. In de hemel.
Maar vandaag, 31 december, lag het nieuwe blokje klaar. Overtuigd dat het een wonderjaar zou worden zou je ’s morgens vroeg voorzichtig het eerste blaadje losmaken met de eerbied van het ongekende dat in dat dikke blokje lag te sluimeren.
Maakten we eerst nog vliegertjes van het voorbije jaar, later kleefde ik de blaadjes wel eens in mijn dagboek dat bij de paasvakantie ophield omdat ik ’s avonds te moe was om filosofische bedenkingen te formuleren. Een kinderleven en een kalenderleven spoorden niet zo goed samen.

Neujahrskarte

Stel dat je toen elk jaar dubbel had aangeschaft: eentje om te gebruiken en een kleine huisvriend voor later. Dan had je nu je kinderjaren in blokjes kunnen vasthouden denkend dat het wondere zich zou blijven tonen als je maar genoeg geduld en geloof had. Het geloof in het wonder is er nog steeds maar het geduld is altijd al een moeilijke zaak geweest.

AG_TW_Vintage_NY_1900

Ook dat nieuwe jaar wilde wel eens tegenvallen. Het begon al met de op school geschreven nieuwjaarsbrieven. Kreeg mijn broertje nog iets leuk van zijn peter en meter, mijn peter was duidelijk het huis uit en leefde nu in vrouwelijk gezelschap op enige afstand van de familie. Mijn nieuwjaarsbrief ging met de post naar die totaal onbekende man die ook nog mijn grootvader zou zijn. Antwoord kwam er nooit. Hij had het te druk, zei mijn vader. Mijn arme meter had al vroeg Parkinson op bezoek maar bleef glimlachen en ik herinner me nog steeds haar bevende handen die mij een ‘centje’ toestaken. Ik wilde dat onmiddellijk teruggeven en haar handen vasthouden en een liedje voor haar zingen. Ik wilde haar iets geven, dat had ze meer dan ik nodig vond ik.

kollerautographenmanuskripte-180304191607-thumbnail-4

En met dat nieuwe van het nieuwjaar had ik ook moeite. Ik herinner me dat ik als tienjarige de eerste januari de straat opliep benieuwd wat er allemaal nieuw zou zijn. Straat in, straat uit in dat kleine grensstadje. Bij elke draai of elk pleintje zou er wel iets nieuws te zien zijn. Neen. Alles was hetzelfde gebleven.
Gelukkig kwamen er familieleden met hun kinderen op bezoek omdat moeders’ ouders naast ons woonden.
Terwijl zij honderduit babbelden en een borreltje dronken liepen wij de tuin in en speelden wij zoals alleen kinderen dat kunnen, met overgave en plezier. Daarna nam ik ze mee naar de grote parochiekerk om er, na de rondgang, gezellig rond de grote kachel verhalen te vertellen, atmosfeer in overvloed. Daar vlogen we buiten nadat de kwezel van dienst ons meedeelde dat Gods huis diende om te bidden.
Het kon niet spannender. We liepen lachend weer naar huis waar de pistolé’s en sandwiches voortreffelijk smaakten. Het nieuwe jaar! Het kon de pot op!

2006AV4036-Cole-card-REPLACE-2560

Greetings card, John Callcott Horsley, 1843, England. Museum no. MSL.3293-1987. © Victoria and Albert Museum, London.

Henry Cole (1808 – 1882) was a prominent civil-servant, educator, inventor and the first director of the V&A. In the 1840s, he was instrumental in reforming the British postal system, helping to set up the Uniform Penny Post which encouraged the sending of seasonal greetings on decorated letterheads and visiting cards. Christmas was a busy time in the Cole household and with unanswered mail piling up, a timesaving solution was needed. Henry turned to his friend, artist John Callcott Horsley to illustrate his idea. (En zo werd de kaart hierboven de allereerste kerstkaart!)

072af45a2b270395b439eebec52da467

Letterlichtjes voor de kerstboom in het hoofd (10)

tafel vanboven

Achtentwintig december, feest van de onschuldige kinderen die ook wel eens onnozele kinderen worden genoemd.
Met mijn first class engel op weg naar de boekenwinkel omgeven door winterfrisse luchten en een rondslenterende, winkelende menigte keken we plotseling op de rug van een telefonerende dame, middelbare leeftijd nog een beetje in kerstkleuren gekleed, maar luid roepend. Van de wereld.
‘…maar ik heb zo mijn best gedaan!’
Ze wachtte even.
‘Ik zal volgend jaar een traiteur laten komen, ja!’
En dan waren we haar voorbij.
Het was een mélange van woede, spijt, teleurstelling, kortom: vernietigende onmacht.
Haar uitroepen werden begeleid door een hevig zwierende arm, ze draaide naar links, dan weer naar rechts, liep even vooruit, dan weer terug. Gsm stevig tegen het oor gedrukt.
Mijn engel zei: ‘Zullen we haar vragen om even een koffietje mee te gaan drinken dan kan ze ’t misschien vertellen?’
Omkijken bevestigde dat zo’n barmhartig plan onuitvoerbaar was, zo diep zat de woede met spijt en onmacht in haar ziel gespijkerd. Het eerste uur niet naar converserende taal terug te draaien.
We probeerden ons voor te stellen welke rampen op dat kerstfeest hadden plaats gevonden. De naam ‘traiteur’ liet een culinaire vergissing vermoeden.
Het zinnetje dat ons het meest trof was: ‘Ik heb zo mijn best gedaan!’.
Het klonk zo smartelijk, zo overtuigend dat niemand zelfs één ogenblikje zou durven twijfelen aan haar inspanningen om een lekkere maaltijd voor te zetten.
De kortstondige ontmoeting bleef voor en na de boekenwinkel ons voornaamste gespreksonderwerp.

Feature-1

Ja, dan mocht de kardinaal het hebben over het ‘terugplooien op de eigen kring’ maar weten kardinalen wel wat zo’n eigen kring, in casu gezin of familie in deze tijden voorstelt?
Wijzelf hadden met kind, kleinkind, zus en bijhorenden een heerlijke kerstdag beleefd met lange gesprekken, grappen en herinneringen, een zalig koud buffet, in een regie van mijn 1ste klas gevleugelde, en daarom trof het beeld van de roepende in de winkelwoestijn ons zo zeer. Wij waren heerlijk terugplooiend blij elkaar te zien en te horen en was dat niet de kern om sterk genoeg te zijn ook de buitenwereld tegemoet te treden en net zo zalig met onze Indische en Nederlandse, Japanse vrienden te maaltijden en honderuit te spreken en te luisteren?
De kardinaal bedoelde natuurlijk met zijn terug geplooi dat we ons zouden opsluiten in dat kringetje maar hij vergeet dat het net in die omgeving is dat we ons sterken en opladen om ook daarbuiten luisterend oor en alziend oog te zijn? Wij wensen hem van harte zo’n terugplooi-kring(etje) toe dat verruimt de blik op de wereld, scio expertum.

christmas-traditions-around-the-world-gettyimages-460213185

En die stem aan de andere kant van de telefoon?
Oordelen mogen we niet, kunnen we niet.
Maar de smartelijke stem die het uitriep dat ze zo goed haar best had gedaan, overtuigde ons.
Tot aan de grens van een geplande voedselvergiftiging zijn wij in dat geval bereid alle culinaire pogingen te blijven waarderen, zeker met kerstmis.
Zie je, beste kardinaal, het begint wel iets vroeger: elkaar weer in de armen vallen, weer mogen terugplooien na onnozelheden en vergissingen, dat is toch het begin voor we de wereld intrekken om ‘goed’ te doen en het ‘kwaad’ te vermijden?

800px-Charles_Green01

En in één van onze nieuwe boeken ‘De vrolijke wetenschap’ van de bekende Friedrich Nietzsche staat deze fraaie stelling:
(269) Waar geloof je in?
Dat het gewicht van alle dingen opnieuw moet worden vastgesteld. (p. 187, vertaling Hans Driessen Uitgave Vantilt 2018)

Dat denken wij ook voortdurend. Wat als zwaar doorgaat, blijkt je vleugels te geven.
Of: terugplooien kan voor uitstekend ontplooien zorgen. (mijn first class engel) Dat is wetenschappelijk zelfs bewezen met wetten rond actie en reactie en dies meer.
Nog  gelukkige feestdagen gewenst die zich ook verder dan de 28ste mogen uitstrekken.

Denk eraan het gewicht van de dingen voortdurend opnieuw vast te stellen. (in onderling overleg indien nodig) Dank u.

61ac782639c7310ec71f0bd09bb9c5e2

Mary Ruefle: 3 gedichten

Naar de monnik verzonden

Nacht valt
en de lege intimiteit van de hele wereld
vult mijn hart met schuim.
Het verleden is tot op deze ene plaats
samen gesukkeld
met een zaklamp in zijn mond
en valt in de stroom.
Oude tranen onder het oppervlak
stijgen en verspreiden zich als karper,
terwijl een ivoren haarspeld wegdrijft
zoals een verloren tand terugkerend in tijd.

Sent to the monk

Night falls
and the empty intimacy of the whole world
fills my heart to frothing.
The past has trudged to this one spot
with a flashlight in its mouth
and falls into the stream.
Ancient tears beneath the surface
rise and scatter like carp,
while an ivory hairpin floats away
like a loose tooth going back in time.

“Sent to the Monk“ from Dunce. Copyright © 2019 by Mary Ruefle.

Geen uur kan ik rustig zijn

Ik begin
te spreken met viooltjes.
Tranen vallen in mijn soep
en ik drink ze.
Vroeger of later
geeft iedereen wel iets.
Ik draag hout, steen en
hooi in mijn hoofd.
De ogen van de viooltjes
worden veel groter.
Bij het einde van de dag
herlijm ik ook de gebroken voet
van de porseleinen herder
die bij mij logeert.
De volgende deur, in het huis
van de klokkenhersteller
tikken er een honderd klokken
tegelijkertijd. Hij en zijn vrouw
als het over hun handel gaat
slapen ’s nachts vredevol.

I cannot be quit an hour

I begin
to talk to violets.
Tears fall into my soup
and I drink them.
Sooner or later
everyone donates something.
I carry wood, stone, and
hay in my head.
The eyes of the violets
grow very wide.
At the end of the day
I reglue the broken foot
of the china shepherd
who has put up with me.
Next door, in the house
of the clock-repairer,
a hundred clocks tick
at once. He and his wife
go about their business
sleeping peacefully at night.

Copyright © 2018 by Mary Ruefle. Originally published in Poem-a-Day on January 31, 2018, by the Academy of American Poets.

De hand

De leraar stelt een vraag.
Jij kent het antwoord, je vermoedt
dat je de enige bent in de klas
die het antwoord kent, want de persoon
in kwestie ben jijzelf, en daarover
ben jij de grootste levende autoriteit,
maar je steekt je hand niet op.
Je klapt het deksel van je lessenaar open
en neemt er een appel uit.
Je kijkt door het venster.
Je steekt je hand niet op en er is
een essentiële schoonheid in je vingers,
die zelfs niet even tokkelen, maar stil
en vredevol liggen.
De leraar herhaalt de vraag.
Buiten het venster, op een overhangende tak
schudt een roodborstje zijn pluimpjes
en lente hangt in de lucht.

The hand

The teacher asks a question.
You know the answer, you suspect
you are the only one in the classroom
who knows the answer, because the person
in question is yourself, and on that
you are the greatest living authority,
but you don’t raise your hand.
You raise the top of your desk
and take out an apple.
You look out the window.
You don’t raise your hand and there is
some essential beauty in your fingers,
which aren’t even drumming, but lie
flat and peaceful.
The teacher repeats the question.
Outside the window, on an overhanging branch,
a robin is ruffling its feathers
and spring is in the air.

Mary Ruefle was born in Pennsylvania in 1952. Her father was a military officer, and she spent her early life traveling throughout the United States and Europe. She graduated from Bennington College in 1974 with a degree in literature.

Mary Ruefle(1952) is the author of many books, including Dunce (Wave Books, forthcoming 2019), My Private Property (Wave Books, 2016), Trances of the Blast (Wave Books, 2013), Madness, Rack, and Honey: Collected Lectures (Wave Books, 2012), a finalist for the National Book Critics Circle Award in Criticism, and Selected Poems (Wave Books, 2010), winner of the William Carlos Williams Award from the Poetry Society of America. She has also published a comic book, Go Home and Go to Bed! (Pilot Books/Orange Table Comics, 2007), and is an erasure artist, whose treatments of 19th century texts have been exhibited in museums and galleries and published in A Little White Shadow (Wave Books, 2006). Ruefle is the recipient of numerous honors, including the Robert Creeley Award, an Award in Literature from the American Academy of Arts and Letters, a Guggenheim fellowship, a National Endowment for the Arts fellowship, and a Whiting Award. She lives in Bennington, Vermont.

Writing has been a constant for as long as I can remember. The experience of moving around simply means I have no roots the way others might, I only saw my grandparents and cousins every three or four years, that kind of thing, and I don’t write many poems that are centred on the family; I have friends who have very large, close-knit families and it always amazes me, I can’t imagine what that would be like, despite the fact that I have a formidable imagination.

About Ruefle’s poems, the poet Tony Hoagland has said, “Her work combines the spiritual desperation of Dickinson with the rhetorical virtuosity of Wallace Stevens. The result (for those with ears to hear) is a poetry at once ornate and intense; linguistically marvelous, yes, but also as visceral as anything you are likely to encounter.”

Ruefle’s free-verse poetry is at once funny and dark, domestic and wild. Reviewing Post Meridian (2000), critic Lisa Beskin of the Boston Review observed, “Like John Ashbery and James Tate, Mary Ruefle investigates the multiplicities and frailties of being with an associative inventiveness and a lightness of touch; the purposefulness of her enquiry never eclipses the remarkable beauty of her work.”

I love dolls—the idea of dolls, Rilke’s writing on dolls. They’re little, fake human beings. I’ve seen a picture of the earliest human form made of clay in the British Isles, but I’m thinking now of when they first began as something one gives to a child. They’re essential. They’re there when you’re learning how to relate to one another at a very young age. And when you’re playing, a profoundly important psychological interchange is going on. What’s important—and I write about this in Madness, Rack, and Honey—is not when the child first speaks to the doll but when the doll first speaks back. That’s an enormous leap, when the doll has a voice that answers, when it enters into conversation with the child, and they often do. That’s the great moment. So yes, I love the miniature. I’m not immune to the pleasures of small things and a shrunken world. Now, I’m in the process of moving into a new house, and I’m unpacking, and there are a lot of very, very big things I have to do. I have to put curtains up, I have to hang things, I have to construct shelves—I have to do all of that! And the whole time I’m doing it, what I really want to be doing is opening the boxes with all the tiny, tiny things, putting them out, and spending hours arranging them. That’s my dessert. (The Paris review)

http://www.maryruefle.com/menu.html

Ritual is repetition, and repetition always results in rhythm. So it has everything in the world to do with poetry. In your own life, you have rituals now. And they will change. Your rituals will change—drastically—when you go from living alone to living with another human being. They will change drastically if you have children. They will change drastically if you have no job and you get a job. My life is full of ritual. It just doesn’t happen to be writing ritual. In your own life, do you brush your teeth or make your coffee first? We create ritual even when it’s unnecessary. So I’m a great believer in ritual. I would fall apart without it.

Metaphor is not, and never has been, a mere literary term. It is an event. A poem must rival a physical experience and metaphor is, simply, an exchange of energy between two things. If you believe that metaphor is an event, and not just a literary term denoting comparison, then you must conclude that a certain philosophy arises: the philosophy that everything in the world is connected. I’ll go slowly here: if metaphor is not idle comparison, but an exchange of energy, an event, then it unites the world by its very premise — that things connect and exchange energy.

Kerstmis

800px-Lorenzo_Costa_-_Nativity_-_WGA5430

Dat je over je eigen kinderschouders mee kunt kijken?
Of wist je al als kind:
achter mij sta ik als man of vrouw.
Voor ons beiden ligt het tedere kerstekind

In het puurste licht van overkant, ook
die ons zijn voorgegaan,
en op dagen als de deze ons intens bewonen.

Zie ons staan, ontdaan nu wij verenigd zijn.
De deuren openen voor wie een rustplaats zoekt.
Het schamele en het schone in onze ziel bezingen:
‘Amor, amor, quam dulcis est amor.’

P3020317

Achter elke kerstmis schuilt het lentelicht.
De winter gaat voorbij.

engel 01km

(schilderij is van Lorenzo Costa, 1490, de engel hoort thuis in ons huis.)

Letterlichtjes voor de kerstboom in het hoofd (9)

“A happy Christmas to you” (1905) (via TuckDB Ephemera)

In mijn serie over de ‘Turn of the screw’, nu weer na elkaar te lezen tijdens de donkere dagen van de winterwende, hebben we het meer dan één keer over de wortels van allerlei volksgebruiken zoals de figuur van Sinterklaas, Kerstman, Zwarte Piet, enz. Door de discussies zijn we wel eens vergeten dat ze hun oorsprong vinden in oude tot zeer oude volksgebruiken waarin de zachtzinnigheid niet dadelijk een bekommernis was.
De spookverhalen, the christmas-pantomimes, de zwarte piet, Krampus, ze zijn uit vrij donkere gebruiken ontstaan waarin vaak afgesloten gemeenschappen de donkerte van de winter en de donkerte in ons aller zielen trachtten te benaderen al dan niet spelend te verwerken.

“May all jollity ‘lighten’ your Christmas hours” 

Bekijken we in onze kerstafleveringen enkele ”kerstkaarten” uit het Europese verleden dan is de mens-vriendelijke vredevolle atmosfeer wel eens ver te zoeken.
We willen er graag enkele meegeven om de wortels van deze feestdagen rond licht en donker ook eens vanuit hun oorsprong te benaderen.

“May yours be a Joyful Christmas” (via Tea Tree Gully Library)

Grossman shows us two Christmas cards from the 1880s which feature beautifully drawn images of dead birds and which wish their recipients “May yours be a Joyful Christmas” and “A Loving Christmas Greeting”. He says that a picture of a dead robin or wren (both bird species were beloved and considered sacred in British folklore) were “bound to elicit Victorian sympathy and may reference common stories of poor children freezing to death at Christmas”. Was this a genuine attempt to raise awareness of social injustice and change society or would the person who received such a card really just smugly consider themselves better off than a homeless orphan?

A Krampus Christmas card (via Tea Tree Gully Library)

Continental children were not spared the horror of Christmas. When Santa Claus comes to town we sing that he is going to “find out who’s naughty and nice”. In Europe during throughout the 19th and early 20th century, the holy St. Nicholas enlisted the devil to help with his deliveries. St. Nicholas gave out treats to well-behaved children, while the devil, who appeared in many guises, kidnapped the bad kids and beat them with a stick! Perhaps “Grub vom Krampus” (Greetings from Krampus) in Germanic Christmas tradition, served as a warning akin to “You better watch out!”

“A Happy Christmas” (1900) (via Missouri History Museum/Wikimedia)

The rise of Christmas in Victorian England is often cited as going back to Queen Victoria, who with her German-born husband Prince Albert celebrated their 1848 holidays by decorating an evergreen tree, something captured in an illustration widely shared by the Illustrated London News. According to the BBC, the first major Christmas card dates to 1843, with Henry Cole illustrating a happy family around a dinner table. It was a little expensive for the average citizen, still the tradition caught on, so in 1880 alone, the BBC states, the new industry “produced 11.5 million cards.” (Hyperallergic.com)

“So please excuse this impecunious card, As all I’m good for is a used up.” (via TuckDB Ephemera)
Every good wish for your Christmas,” with frogs! (via the Library of Birmingham)

As a counterpart to Saint Nicholas, the predecessor of the more approachable Santa Claus, Krampus was evoked in Central Europe for centuries as a warning to kids to be good. Costumed Krampuses caused havoc in the streets of Alpine villages during annual December 6 festivals. What’s interesting about his current image is how it carries all the visual culture he’s traveled through, from pagan god to Christian devil. Al Ridenour in his 2016 book The Krampus and the Old, Dark Christmas: Roots and Rebirth of the Folkloric Devil notes that the Krampuskarten (Krampus cards) started to appear in the late 1880s, and “introduced the notion of the Krampus to regions beyond the creature’s Alpine homeland.” However, since the artists making these cards were often based in cities, not participating in the more rural traditions, their interpretations tended into more “Catholic depictions of the devil or the pagan figure of Pan.”

An early 1900s Krampus card (via Wikimedia)

Gelukkig waren er ook heel fraaie kaarten, oogstrelend, echte esthetische objecten

“The House Beautiful was a concept of interior design within the Aesthetic Movement that sought to transform the Victorian home into a haven of beauty and good taste,” Zakreski said. “While the higher end of the market was supplied by the objects created by Arts and Crafts artists, cheaper versions were made available by manufacturers who mass-produced these objects, making them more affordable and therefore more widespread … the aesthetic Christmas card was one of these objects.” (Hyperallergic.com )

Thomas Crane, Interior of card (1880), published by Marcus Ward (all cards from the collection of Peter Wadham, courtesy Patricia Zakreski)

Multiple copies of these designs were then produced at low costs thanks to developments in industrial technology; factory workers would carve every line into steel, sending their engravings to the printing room where others colored and stamped the cards, tint by tint. Along with spreading messages of joy and good health to someone’s friends and family, the cards were also gifts of good taste, products of careful handcraft. They also educated the public on respected decorative aesthetics and visual trends: Zakreski references a 1881 article in the journal The Relinquary that notes, “Christmas Cards are decidedly to the fore as art educators of the people … [T]hey bring high art — really high art — along with loving words and friendly wishes to the poorest cottages … ” Often displayed in drawing rooms, these cards were often later preserved in albums, kept as objects cherished not only for the holiday sentiments they carried but also their detailed drawings and skilled coloring. (ibidem)

Early 1880s card by Thomas Crane, published by Marcus Ward

Letterlichtjes voor de kerstboom in het hoofd (8)

Winter-light-photography-sopo-titvinidze-2-800x534

Het wondere begon al midden november. Tot dan was het kleine grensstadje een stadje als een ander geweest, maar eens de elfde maand flink in de kalender vooruit was geschoten kwam er een wonderlijke sfeer over de straten die tot in de huiskamers, ja tot in de slaapkamers doordrong.
Waarschijnlijk moest je tussen de zeven en twaalf jaar oud zijn, dat was de eerste voorwaarde. Je mocht ook niet te veel familie hebben in wat toen nog ‘de Koekenstad’ (Antwerpen) werd genoemd -niet alleen vanwege de hen toegeschreven pretentie die zich via de beeldspraak ‘dikke nekken’ vertoonde, maar vooral wegens diezelfde sfeer in dit seizoen die echter daar (volgens onze ouders) ‘commercieel’ werd opgepompt en niet spontaan vanuit de mensen zou plaats vinden. Het woord ‘commercieel’ begrepen we niet maar was best plezierig om te onthouden.

DSC_0093

Het begon in de klas met een heel gewone vraag rond half drie-drie uur in de namiddag. Vijftien uur was niet aan ons besteed.
‘Meester, mag het licht aan?’
‘Ja, doe maar, dat is gezelliger!’
De vragensteller liep bijna plechtig naar de schakelaar en daar verdween de vale aankomende donkerte in een boterachtig geel licht dat ons aan de latere avonduren thuis herinnerde.
Dit was niet meer het oord waar vijftig knaapjes en meer (babyboomers!) schoonschrift, rekenen en vaderlandse geschiedenis werd onderwezen, dit was Nemo’s duikboot die ons naar de diepten van het wonder bracht waarin veiligheid en gezelligheid broer en zus bleken te zijn.
Een fikse regenbui kon alleen maar dat gevoel versterken en als er een joch riep dat het begon te sneeuwen hoorde je (tot op de dag vandaag) ‘oooh’s’ van vewondering die net zo goed bij een prachtig kunstwerk hadden gepast als bij de verschijning van een kerstengel of een sprookjesfee.
Het harde witte buislampenlicht was toen gelukkig nog iets voor werkplaatsen en garages. Het zachte gelige bleef het gezegende.
Later in het internaat brandde op de grote speelplaatsen diezelfde gelige lampen zodat je niet meer moest voetballen maar ‘ketting’ mocht spelen, een heerlijke opwinding die je van je meester maakte als je de lange jongensketting van gevangenen kon bevrijden.

boy_silhouette_family_fun_child_night_fireworks_bonfire_family_outdoors-1223854.jpg!d

In het stadje echter had je nog een thuis die datzelfde licht beloofde als je door de schaars verlichte straten eindelijk de dag mocht achterlaten.
Natuurlijk waren er de etalages waarin geschenken, chocolade en sinaasappelen de ‘heilige dakenbeklimmers’ voorspelden. Achter de kerk in de sjieke snoepwinkel van de Victor Van Halstraat reed er zelfs een elektrische trein door een landschap van geschenken. In de dubbele etalages van de Grand Bazar National was er plaats tekort voor de dromen van deze eerste naoorlogse kinderbende. En na de komst van de Sint bleef het even stil om dan, met de toenmalige soberheid, de kerstlichtjes boven de straten te zien verschijnen en marsepein en speculaas vervangen werden door pralines en koekjes in blikken dozen. Wij zongen Susa Nina en Stille Nacht of met het knapenkoor ‘Amor, amor quam dulcis est amor’ in donkere kerken waarin het licht in de donkerste nacht werd gevierd.

Gamekeeper-Sinterklaas-etalage-2016-

Thuis begon mijn vader zijn jaarlijkse grot te bouwen met bruin inpakpapier dat wild mocht beschilderd worden en dan op een eenvoudige stellage van twee steunen en ijzerdraad werd geboetseerd. Er kwam een boom waarin ‘engelenhaar’ je fameus kon prikken of je laten jeuken en de lichtjes die hij zelf in alle kleuren had geschilderd werden door ons ma in dit heidense symbool gedecoreerd. De boom werd geduld omdat naast hem de grote kerststal oprees waarin we elke dag voor onszelf met de beelden (niet zo kristelijke) voorstellingen gaven tot de drie koningen tussen 3 en 6 januari het einde van het wondere aankondigden maar we toch nog eerst langs de straten zwierven in gekleurde koning gedecoreerd met eigen gemaakte sterren om wat bij te verdienen voor de ‘harde’ komende wintermaanden waarin de vasten als meesterproef diende.

Kerstmis-2016.1

Nu, na bijna zeventig jaar later begin ik te begrijpen dat die veiligheid en innige atmosfeer ook door onze volwassenen werd aangemoedigd met de net voorbije oorlog nog diep in het geheugen. Zij voerden wat graag de eerste naoorlogse kinderen mee in die nodige dromen na de nog nabije nachtmerrie waarover in alle talen werd gezwegen.
Maar januari-februari bleken vries- en sneeuwmaanden, dus buiten avonturen tot in het donker.

En dan was er begin maart die omgekeerde beweging. Iemand stak rond drie vier uur zijn vinger op.
‘Meester, mag het licht uit?’
‘Zou dat al waar kunnen zijn?’ vroeg de meester geheimzinnig.
We wachtten tot plotseling het gelige licht verdween en er jawel nieuw fris licht uit de eerste lentedagen de klas binnenkwam.
‘Waaaw,’ klonk het nog een beetje ingetogen.
Maar na de bel stormden we de speelplaats op en springen we als jonge kalveren de lucht in niet wetend waar en wat te beginnen met de lengende dagen van een eeuwige zomer.

DSC_5150Lam

foto Marius Visser

Letterlichtjes voor de kerstboom in het hoofd (7)

1d1aa3d5-5b05-11e9-abcc-02b7b76bf47f

De boodschap van een verdwaalde ster, short story

Natuurlijk zou ik je een brief schrijven. Er zijn er die ver vooruitlopen -je ziet dat ook bij kinderen op tocht door bossen en landerijen-, die nog voor de anderen een vermoeden zullen krijgen van het landschap, al opgewonden terugkomen en hun vrienden enthousiast over hun ontdekkingen vertellen met een ijver die je laat geloven dat zij daardoor het alleenrecht opeisen van hun waarnemingen door ze uit werkelijke vreugde of uit een beetje boosaardigheid, nog voor de anderen het nieuwe met eigen ogen kunnen waarnemen,  haar uitvoerig  onder woorden brengen met de oude overtuiging dat het nieuwe daardoor hun eigendom wordt.
Het is die oude drift die ik bewonder bij mijn collega’s maar tegelijkertijd wantrouw omdat in onze wetenschap elke ontdekking een eigenaar krijgt toegewezen die in overleg met de tragere geesten voor een uitgewerkte waarneming zal zorgen en daardoor een hemellichaam op zijn, haar naam mag schrijven.

M64_Blackeye_Galaxy_from_the_Mount_Lemmon_SkyCenter_Schulman_Telescope_courtesy_Adam_Block

Zo spreek je in de wiskunde over het magisch vierkant van Franklin ook al was de man zich niet helemaal bewust van de prachtige symmetrie die hij met zijn 8 x 8 veroorzaakte. Georges-Louis Leclerc gaf de naam van zijn graafschap Buffon aan de Monte Carlossimulatie door een naald op een vel papier met lijnen te laten vallen en door het aantal keren dat ze een lijn raakte een schatting verkreeg voor de waarde van de wiskundige constante pi (3,1415).
Wist hij veel dat zijn simulatie door Ferni zou gebruikt worden om eigenschappen van het neutron te bestuderen en bij de ontwikkeling van een atoombom tijdens de tweede Wereldoorlog er het Manhattan Project mee zou ontwikkelen. Maar het waren duidelijk vindingen die onder de naam van de ontdekker bekend zijn geworden.

Afbeelding bewaard met toegepaste instellingen.

Black eye-galaxie (M 64): Dit is een van de meest ongewone galaxieen aan de hemel. Ze lijkt op een gewoon spiraalstelsel met dichtgewonden armen, maar door een 100 tot 150mm telescoop zie je dat een kolossale stofwolk het centrum ervan domineert, waardoor ze er eruitziet als een zwart oog.

Het vreemde sterrenstelsel Zwarteoog werd door Pigott en Johan Elert Bode ontdekt, onafhankelijk van elkaar, maar dat zich daaruit een ster zou losmaken die een onduidelijke koers beschrijft is mijn ontdekking temeer daar ik die koers als een soort geschreven codes ben gaan lezen.
Te gek, of te hoge ouderdom? Ik weet wanneer ik een intellectuele structuur zie, en de boodschap van die verdwaalde ster is zo’n structuur!
Misschien is het de voorbode van een supernova maar het feit dat het stelsel ook wel eens ‘The Sleeping Beauty galaxy’ is gaan heten duidt eens te meer op een wonderlijke eigenschap van dit stelsel dat zich uitstrekt met een diameter van meer dan 50.000 lichtjaren op zo’n 14 tot 20 miljoen lichtjaren van ons.

Of het nu werkelijk een hemellichaam is dat zich uit dit stelsel losmaakt of we wellicht een door intellect gecodeerd signaal waarnemen in de bewegingen laat ik nog in het midden.
Waar de beweging lange tijd ophield begon ik een nieuwe codering. Zo verkreeg ik een aantal tekens die ook door hun herhaling op een code kunnen duiden.
De langste pauze was voor mij een aanwijzing om te denken aan een nieuwe boodschap.
De twee reeksen hebben zich gedurende enkele maanden in dezelfde zin herhaald.

Voor ik het dus aan de wereld bekend maak stuur ik jou wat ik denk voor ‘codes’ of ‘woordfragmenten’ te kunnen houden: de tekens, vectoren,  die ik kon afleiden uit de koersveranderingen van die losgekomen ster. Misschien een formule, een mededeling van een ver geëvolueerde beschaving? Voorlopig dus ten zeerste geheim! Zou jij me kunnen zeggen of hier iets uit af te leiden is?

Het zijn, denk ik twee losstaande constructies, zinnetjes, mededelingen of uitroepen. Hier en daar zijn dezelfde tekens een bewijs van gecodeerd taalgebruik.
Ik wil je best bij mijn ontdekking betrekken, dan kunnen we na de Kerst onze eerste bevindingen publiceren. Best mogelijk dat het nonsens zijn, dat ik me wat voorstel, maar je weet nooit waar het intellect zich verbergt! Hierbij een copie van de constructies die ik uit de baan van de verdwaalde ster heb afgleid. Mijn bijdragen over asymetrische cryptografie hebben dus toch een weg geopend, veronderstellen we.
Hopelijk was het geen dwaaltocht in de hyperruimte.

Ziehier:

jiddisch079

2048x1152

Waarde collega,

De twee zinnetjes zijn twee mededelingen in het Jiddisch met het Hebreeuwse alfabet:

איך האָב דיך אױך ליב!

איך װעל אײַך שרײַבן אַ בריװ

-Ikh hob dikh oykh lib.
-Ikh vel aykh shraybn a briv.

-Ik heb je ook lief.
-Ik wil je een briefje schrijven.

Dr. Barn Alexander
Felix Hausdorf-studies.
Geniet van rustige feestdagen.

Een gezegde van mijn Poolse grootmoeder: Zelfs achter de oneindigheid van de sterrenhemel ben je nog zichtbaar. Niet bang zijn, kind.  Ik blijf je koesteren.

b0504751-5969-11e9-abcc-02b7b76bf47f

Letterlichtjes voor de kerstboom in het hoofd (6)

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Kerstnacht – het woord is als een lafenis,
een koele sneeuw, glanzend onder het zachte
stralen der sterren – op de landen is
het weerloos stil, een ongerept verwachten.

Kerstnacht – het eenzaam zwerven der gedachten
rondom het oud verhaal, het nimmer uit te spreken
verlangen naar het helder zingen in de nacht en
het opgaan van de ster, een lichtend teken.

Kerstnacht – het sneeuwt op uw geschonden aarde,
dun en verstuivend dekt een huivering
van ijle val, een lichte zuivering
het vragen, dat wij stil bewaarden.

uit: ‘Verzamelde gedichten’, 2005. Ida Gerhardt

angel-wings-angels-art-carving-wings-Favim.com-348635