‘Un paysage est un état de l’âme.’ Notities bij de landschapsschilder Theodoor Verstraete (1850-1907)

Theodoor Verstraete ‘Zonnige namiddag in het park’

Er zijn kunstenaars van wie je gewoon het werk laat spreken, terwijl -door allerlei omstandigheden- het werk van Theodoor Verstraete een stevige aanvulling van biografische gegevens voor de nodige diepte in het landschap van een levensloop zorgt. Niet alleen het ontbreken van degelijk illustratiemateriaal maar meer nog de schaduwzijde van een mensenleven kan met woorden de weinige beelden kaderen. In een artikel uit Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift. Jaargang 5 van het jaar 1895 geeft auteur Pol de Mont een uitvoerige beschrijving van persoon en werk. Hij heeft de schilder persoonlijk ontmoet en portretteert hem in de taal van die tijd:

‘Een kloeke, ofschoon niet indrukwekkende verschijning.
Van middelbare gestalte, met stevig ontwikkelden thorax en opvallend breede schouders; ietwat zwaarlijvig en met een onmiskenbaren aanleg tot - zooals 't men 't heet - ‘dik-worden;’ met iets vermoeids, iets zwaars in de fermgekuite beenen, en - ondanks het zenuwachtige van handgebaar en gelaatstrekken - met iets in den gang als lood, - een gang van opvallende eigenaardigheid, een die onweerstaanbaar herinnert aan den gang onzer boeren, gewoon met groote, breede stappen heen te schrijden over den weeken kleigrond, bij elke schrede begevend onder den voet; overigens met niets-niemendal in kleedij of uiterlijk dat den kunstenaar verraadt of den idealist - ziedaar wel den eersten indruk, dunkt mij, welken, na een vluchtig ontmoeten, zeker wel de meesten van Theodoor Verstraete zullen meedragen.’
Het portret naar een oorspronkelijke koolteekening van Edgar Farazyn, te Antwerpen.

De beschrijving van zijn jonge jaren kan ik ook beter aan Pol de Mont overlaten:

Geboren te Gent in 1851, werd hij, nog geen jaar oud, burger van de Scheldestad, waar zijn vader de betrekking van tweeden orkestmeester bij het te dien tijde in den Schouwburg van Verscheidenheden gevestigd Nationaal Tooneel had aangenomen, terwijl zijn moeder, de thans nog terecht gevierde Mevr. Verstraete-Laquet, in hetzelfde gezelschap de jonge rollen speelde.
Ook was de ‘eerste’ roeping van Theodoor een muzikale: de jongen was een onverbeterlijk en overigens hartstochtelijk trommelslager, en toen de populaire Victor Driessens in de jaren 60-65 in Noord- en Zuid-Nederland rondreisde met meesterstukken als Generaal Boem en de Grande Duchesse, ‘mocht’ de kleine Door, als triangel-, pauken- en trommelvirtuoos drievoudig verdienstelijk, van de expeditie deel maken. (ibidem)
Huis van de Boswachter, het huis tussen de bomen in St Job in’t Goor.

Vanaf 1867 volgde hij schilderlessen aan de Antwerpse Academie onder leiding van Jacob Jacobs . Tot Verstraete’s klasgenoten behoorden Emile Claus , Jef Lambeaux , Edgard Farasyn en Henri Houben. Van 1873 tot 1878 bezocht Verstraete het vrije atelier van Jacobs dat verbonden was aan de Academie. In dat jaar trouwde hij. Hij was voor zijn financiën afhankelijk van de hulp van zijn moeder en van zijn werk als drummer en decoratieschilder in het theater.

In 1878 verliet Verstraete de Academie en ging het jaar daarop werken in een pittoresk huis in Brasschaat, bij Antwerpen. Zijn huis is gebouwd midden in de natuur in de Belgische Kempen. Van daaruit reisde hij met zijn caravan om de omringende landschappen te schilderen. Hij bezocht zijn familie, vermoedelijk nog in Brussel, alleen in het weekend. Verstraete werd de “Brasschaatschilder” genoemd en andere schilders die met hem samenwerkten of van hem les kregen, werden beschouwd als leden van de zogenaamde “Brasschaatschool” van de landschapsschilderkunst. Jan Frans Simons, Frans Van Ballaer en Jules Guiette werden tot deze school gerekend. Evert Pietersen Rosa Leigh worden ook beschouwd als leerlingen van Theodoor Verstraete.

Accordeonspeler in een lentetuin

Theodoor was een van de twintig stichtende leden van de kunstenaarsgroep ‘Les XX’, gesticht in Brussel in 1883, die verenigde ‘des artistes-avant garde, refusés dans les Salons officiels.’ Maar dat duurde niet lang. Ik laat hem zelf aan het woord:

«Vous n'êtes pas sans être au courant de l'attaque contre moi qu'avait organisée le cercle des XX, m'en étant déjà aperçu lors de l'emplacement pour la présente exposition j'avais donné ce jour-là même, en présence de tous les membres, ma démission.»

In 1883 was Verstraete daarna medeoprichter van de Antwerpse kunstenaarsgroep ‘Wees U Zelf’. Het manifest van de groep, geschreven door Piet Verhaert, pleitte voor het behoud van de traditie. Andere leden waren Frans Van Kuyck , Eugène Joors , Edgard Farasyn en Emile Claus . In 1891 werd Verstraete medeoprichter van de kunstenaarsvereniging ‘De XIII’ in Antwerpen, die de kunst wilde bevrijden van het heersende academisme. Hij was van plan jaarlijkse tentoonstellingen (salons) in Antwerpen en groepstentoonstellingen te organiseren. Tijdens haar bestaan organiseerde de vereniging, die in 1899 werd opgeheven, drie salons.

Schemering in april
De Voerman Vergroot door hier te klikken

Nadat Verstraete in de periode van 1886 tot 1890 in Zeeland en aan de kust ging werken, verloor zijn werk zijn vroegere somberheid. In plaats van avond- of wintertaferelen of verarmde figuren, schilderde hij zijn landschappen en figuren in een licht palet, in het volle zonlicht. De totaal verschillende sfeer weerspiegelt tot op zekere hoogte de verschillen tussen het Kempische en het Zeeuwse landschap.

De Garnaalvissers

Verstraete liet in zijn latere werk zijn sentimentele toets varen en gaf objectievere en neutralere voorstellingen van sommige onderwerpen die hij eerder had behandeld. Dit blijkt uit werken als ‘Bij de wake’ (1889-1890, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen). De compositie toont boeren en boerinnen die naar een boerderij lopen om te bidden voor iemand die daar is overleden. De afmetingen van dit schilderij zijn bijzonder groot: 172 cm hoog en 294 cm breed. (Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen)

Naar de wake Vergroot door hier te klikken

Theodoor Verstraete verbleef ook in Blankenberge aan de Belgische kust, waar mecenas Henri Van Cutsem een villa had. Kunstenaars waren er steeds welkom. Verstraete was gefascineerd door het bewegende schouwspel van water en lucht bij de zee. Uit een brief van zijn mecenas:

 « Ton œuvre est vraie comme observation de nature et le sentiment qui se dégage est intense et juste. Tu nous montres la bruyère avec sa végétation maigre et son horizon étendu ; tu as été impressionné par sa grandeur, son calme aux heures du crépuscule et tu nous fais partager ton sentiment. Quand en imagination, je me place devant ton tableau : que je me mets devant les yeux l’ensemble et le détail, j’en éprouve une satisfaction réelle. » (Correspondance d’Henri Van Cutsem à Théodore Verstraete, Blankenberghe, le 27 août 1883) 
De heide
De stronken Vergroot door hier te klikken

En er was en is de eeuwige beweging van de zee

Hoog tij

In 1893 wordt hij door een beroerte getroffen. Hij kan een lange tijd niet meer praten. Bepaalde bronnen vermelden dat hij later zou blind geworden zijn. Zijn mecenas, Henri van Cutsem zorgt ervoor dat hij een maandelijkse rente krijgt tot aan zijn dood in 1907. Hij schrijft hem in 1894:

« Quand vous recommencerez à peindre, soyez prudent et ne pensez d’abord au travail qu’à petites doses. Vous verrez, mon brave Door, la convalescence marchera vite et le rétablissement là, vous produirez de nouveau toute une série de chefs-d’œuvre. »

Hij zal later in het Antwerps stadspark een monument voor hem oprichten. Zijn motief als afsluiting: “Schilder niets wat gij niet gezien, wat gij niet gevoeld, wat gij niet beleefd hebt.”

Lente in Schoore Vergroot door hier te klikken

Het artikel uit Elsevier’s geïllustreerd Maandschrfit. Jaargang 5 (1895) kun je hier raadplegen:

https://www.dbnl.org/tekst/_els001189501_01/_els001189501_01_0043.php

Kunst in koude dagen (3) 2 Poems of John Koethe (1945)

Eigen foto Gmt
"A Romantic Poem"
by John Koethe (from the collection 'Beyond Belief')

It’s supposed to be solemn and settled
And in celebration of the individual human life,
Whatever it is. It’s each of us of course,
And yet the view we have of it is so oblique
It might as well be one of nobody at all,
Or of a vague interior with a figure in a room
Who could be anyone. This sense that it’s so close
It must be you: what do we really know of it,
And how could anything that simple be that real?
We would be kings of our domains, alone in majesty
“Above this Frame of things,” but those are idle thoughts,
As idle as the vacant pleasures of a summer afternoon.
The truth is much more down to earth: we make things up
And celebrate dejection when we see they can’t be real.
Instead of clarity, self-knowledge is a study in confusion,
Driven by the need to see what isn’t there. Begun
In gladness, something carries you away until you’re
Everyone and no one, for no matter where you are
Or what your name is, it’s the same styles
Of thought, the same habits of contemplation
That carry you along to the inevitable conclusion
That life is either ludicrous or not worth living
Or both. But why does it have to be worth anything?
It’s just there, the way we’re all just there, moving
And needing to be moved, without knowing why.

Excerpted from Beyond Belief: Poems by John Koethe. Copyright © 2022. Available from Farrar, Straus and Giroux, an imprint of Macmillan.
"Een romantisch gedicht"
John Koethe

(From the collection Beyond Belief)

Het zou plechtig en geregeld moeten zijn…
En in het vieren van het individuele menselijk leven,
Wat het ook is. Het is ieder van ons natuurlijk,
En toch is het beeld dat we ervan hebben zo scheef...
Dat het net zo goed van niemand kan zijn,
Of van een vaag interieur met een figuur in een kamer...
Die iedereen kan zijn. Dit gevoel dat het zo dichtbij is
Jij moet het zijn: wat weten we er eigenlijk van,
En hoe kan zoiets simpels zo echt zijn?
We zouden koningen van onze domeinen zijn, alleen in majesteit...
"Boven dit Raamwerk van dingen," maar dat zijn ijdele gedachten,
Net zo ijdel als de lege genoegens van een zomermiddag.
De waarheid is veel simpeler: we verzinnen dingen...
En vieren verslagenheid als we zien dat ze niet echt kunnen zijn.
In plaats van helderheid, is zelfkennis een studie in verwarring,
Gedreven door de behoefte om te zien wat er niet is. Begonnen 
In blijdschap, iets voert je mee tot je...
Iedereen en niemand bent, want het maakt niet uit waar je bent...
Of wat je naam is, het zijn dezelfde stijlen
Van gedachten, dezelfde gewoonten van contemplatie
Die je meevoeren naar de onvermijdelijke conclusie
Dat het leven ofwel belachelijk is of niet de moeite waard om te leven...
Of beide. Maar waarom moet het iets waard zijn?
Het is er gewoon, zoals we er allemaal zijn, in beweging...
En bewogen moeten worden, zonder te weten waarom.
“Koethe’s poetry is ultimately lyrical, and its claim on us comes not from philosophy’s dream of precision but from the common human dream that our lives make some kind of sense. What Koethe offers is not ideas but a weave of reflection, emotion, and music; what he creates is art—a bleak, harrowing art in all it chooses to confront, but one whose rituals and repetitions contain the hope of renewal.” (Robert Hahn)
Eigen foto Gmt
Clouds

I love the insulation of strange cities:
Living in your head, the routines of home
Becoming more and more remote,
Alone and floating through the streets
As through the sky, anonymous and languageless
Here at the epicenter of three wars. Yesterday
I took the S-Bahn into town again
To see the Kiefer in the Neue Nationalgalerie,
A burned out field with smoke still rising from the furrows
In a landscape scarred with traces of humanity
At its most brutal, and yet for all that, traces of humanity.
What makes this world so frightening? In the end
What terrifies me isn’t its brutality, its violent hostility,
But its indifference, like a towering sky of clouds
Filled with the wonder of the absolutely meaningless.
I went back to the Alte Nationalgalerie
For one last look at its enchanting show of clouds -
Constable’s and Turner’s, Ruskin’s clouds and Goethe’s
Clouds so faint they’re barely clouds at all, just lines.
There was a small glass case which held a panel
Painted by the author of a book I’d read when I was twenty-five -
Adalbert Stifter, Limestone - but hadn’t thought about in years.
Yet there were Stifter’s clouds, a pale yellow sky
Behind some shapes already indistinct (and this was yesterday),
As even the most vivid words and hours turn faint,
Turn into memories, and disappear. Is that so frightening?
Evanescence is a way of seeming free, free to disappear
Into the background of the city, of the sky,
Into a vast surround indifferent to these secret lives
That come and go without a second thought
Beyond whatever lingers in some incidental lines,
Hanging for a while in the air like clouds
Almost too faint to see, like Goethe’s clouds.
Adalbert Stifter Wolkenstudie 1840 (klik voor vergroting hier)
Wolken

Ik hou van de isolatie van vreemde steden:
Leven in je hoofd, de routines van thuis
Meer en meer afgelegen worden,
Alleen en zwevend door de straten
Als door de lucht, anoniem en taalloos
Hier in het epicentrum van drie oorlogen. Gisteren
Nam ik weer de S-Bahn naar de stad
Om de Kiefer in de Neue Nationalgalerie te zien,
Een uitgebrand veld met rook die nog steeds uit de groeven opstijgt...
In een landschap met littekens van de mensheid...
Op zijn brutaalst, en toch, sporen van menselijkheid.
Wat maakt deze wereld zo beangstigend? Uiteindelijk
Wat mij beangstigt is niet haar brutaliteit, haar gewelddadige vijandigheid,
Maar haar onverschilligheid, als een torenhoge wolkenlucht...
Gevuld met het wonder van het absoluut zinloze.
Ik ging terug naar de Alte Nationalgalerie
voor een laatste blik op de betoverende wolkenluchten...
Constable's en Turner's, Ruskin's wolken en Goethe's...
Wolken zo vaag dat het nauwelijks wolken zijn, alleen lijnen.
Er was een kleine glazen kast met een paneel...
geschilderd door de auteur van een boek dat ik las toen ik vijfentwintig was.
Adalbert Stifter, Limestone, maar ik had er al jaren niet meer aan gedacht.
Toch waren er Stifter's wolken, een lichtgele lucht
Achter sommige vormen die al onduidelijk waren (en dit was gisteren),
Zoals zelfs de meest levendige woorden en uren vaag worden,
veranderen in herinneringen, en verdwijnen. Is dat zo beangstigend?
Evanescence is een manier om vrij te lijken, vrij om te verdwijnen
In de achtergrond van de stad, van de lucht,
In een uitgestrekte omgeving onverschillig voor deze geheime levens...
die komen en gaan zonder een tweede gedachte
Voorbij wat blijft hangen in enkele incidentele lijnen,
die een tijdje in de lucht hangen als wolken
Bijna te zwak om te zien, zoals Goethe's wolken.

John Koethe, philosophy professor and poet, lives on the East Side of Milwaukee, but he grew up in San Diego. A self-described "science whiz kid" who loved fiction, Koethe left the West Coast to attend Princeton University where he started to write poetry in 1964.

Koethe attended graduate school at Harvard, and later landed a teaching job at UWM, located in the neighborhood that inspired multiple poem titles. 
Wolkenstudie (ca. 1840)
Adalbert Stifter (Austrian, 1805-1868)

Kunst in koude dagen (2): ‘The Cool and the Cold’

‘Ik sta voor twee portretten ten voeten uit, elk iets langer dan 200 centimeter. Het linker is een zeefdruk in grijstinten; een man in een wijd overhemd met een opstaande kraag, een spijkerbroek en cowboylaarzen komt uit de leegte tevoorschijn om een revolver uit zijn heupholster te trekken, die hij op de kijker richt. Het rechter schilderij is geschilderd in dikke, donkere olieverf; het toont een man in een zwart driedelig pak en met zijn handen in zijn broekzakken, staande in zijn werkkamer, voor kamerbrede boekenkasten en een bureau bedekt met een rood tafelkleed met kwastjes, waarop de kijker twee kandelaars en diverse papieren kan onderscheiden. Het onderwerp van het eerste schilderij is Elvis Presley. Het onderwerp van het tweede: Vladimir Lenin.’ (Ryan Ruby art-agenda review)

Het idee is eenvoudig: door kunstwerken van rivaliserende landen die twee vermeend tegengestelde ideologische systemen aanhangen in “dialoog” (dat wil zeggen in ruimtelijke nabijheid) te plaatsen, kunnen we overeenkomsten tussen en omkeringen van de ontvangen wijsheid over de systemen zelf ontdekken. De juxtaposities zijn georganiseerd volgens subthema’s zoals Oorlog (waar het machinegeweer in Roy Lichtensteins Takka Takka, 1962, in dialoog is met de lijken in Boris Nemenskiy’s On The Nameless Height, 1961)’ (ibidem) enz.

Dat was althans de tentoonstelling 'The Cool and the Cold in ons geliefd Berlijn in de Gropius Bau van 24 september 2021 tot 9 januari 2022, en even later...? Juist 'De zo genoemde 'Cold' viel Oekraïne binnen.  De genaamde groep 'Cool' werd onmiddellijk bij die oorlog betrokken. De tekst van Ryan Ruby geeft ons een interessante overdenking mee enkele maanden voor het conflict werkelijkheid werd..
Robert Indiana, USA 666 (Eat, Die, Err, Hug) II, 1966/67. Acrylic on canvas, 5 panels, each 91.5 x 91.5 cm. © Morgan Art Foundation / ARS, New York / VG Bild-Kunst, Bonn 2020. Image courtesy of Museum Ludwig Köln. Photo by Rheinisches Bildarchiv Köln, Sabrina Walz. 
Toch was het initiatief dermate belangrijk omdat de poging tot onderzoek van elkaars rolverdeling in 'de schone kunsten' ons duidelijk maakte dat de tweedeling vrij westers gekleurd was.  Ik laat je daarom even meelopen in dit mooie filmpje zodat je een idee krijgt van inhoud en atmosfeer.

‘The Cool and the Cold” moet echter rekening houden met een paar simpele feiten: de VS bestaat, terwijl de USSR niet meer bestaat; het bestaan van de tentoonstelling wordt ondersteund door een partnerschap tussen de instellingen van het museum, het kapitaal en de staat; en de veronderstelde toeschouwer is nog steeds iemand, zoals ik, wiens blik is gesocialiseerd door westerse in plaats van sovjet esthetische normen. De bestudeerde neutraliteit die het woord “dialoog” met zich meebrengt, valt een paar keer in het voordeel van de VS uit. Allereerst in de naam van de tentoonstelling zelf: als met Cool alleen de schilderijen uit de VS worden bedoeld, verwijst Cold naar de geopolitieke situatie waarin zowel Amerikaanse als Sovjet-kunstenaars zich bevonden. De tegenstelling is dus slechts schijn, en in deze onevenwichtigheid hoort men sotto voce wat werkelijk bedoeld wordt: het koele en de kitsch. Evenzo lijkt de erkenning dat de Amerikaanse staat kunst ook gebruikte om propaganda te bedrijven haar op gelijke voet te plaatsen met de USSR, maar de identificatie van “vrijheid” als de inhoud van die propaganda in de tentoonstellingscatalogus is misleidend, zoals we straks zullen zien.’ (ibidem)

Natalya Nesterova, Singers, 1969. Oil on canvas, 150 x 120 cm. © VG Bild-Kunst, Bonn 2020. Image courtesy of Ludwig Forum für Internationale Kunst Aachen. Photo by Carl Brunn.

‘Toen ik door de tentoonstelling liep, moest ik denken aan het beroemde essay “De macht van de machtelozen” uit 1978 van de dissidente toneelschrijver Vaclav Havel. Havel beschouwt het leven van een groenteboer onder het communisme in Tsjecho-Slowakije, die in zijn winkel een bord ophangt met de tekst “Arbeiders van de wereld, verenigt u! De groenteboer, schrijft Havel, gelooft de woorden op het bord vrijwel zeker niet letterlijk, en steunt misschien niet eens de partij waarvan het de slogan is, maar een reeks zachte dwangmiddelen – de angst om zijn baan te verliezen, sociale druk, ideologie, persoonlijk gemak – dwingt hem het bord toch op te hangen. Op deze manier disciplineert het “post-totalitaire systeem” zijn onderdanen tot een dubbelleven: ideologie voor werkelijkheid aannemen omdat het onontkoombaar lijkt, een speler worden in een spel dat ze liever niet spelen, en, bovenal, gewend raken het tegenovergestelde te zeggen van wat ze bedoelen. Het is niet de inhoud van de officiële propaganda, die toch niemand gelooft, waardoor het systeem zich verzekert van gehoorzaamheid; het doet dat door mensen te trainen om hun dagelijkse bezigheden te verrichten “levend in een leugen”. Dit dubbele leven was echter niet specifiek voor het Oostblok. De Verenigde Staten ontwikkelden er een versie van tijdens de Koude Oorlog, die nog steeds actueel is. Het heet ironie. En ironie, niet vrijheid, zoals de officiële propaganda wil doen geloven, is de essentie van cool.’ (ibidem)

Ralph Goings, Airstream, 1970. Oil on canvas, 152 x 214 cm. © Ralph Goings. Image courtesy of mumok – Museum moderner Kunst Stiftung Ludwig Wien.  

‘Denk aan Lenin van Nalbandyan. (zie boven) Tweevoudig winnaar van de Stalinprijs, lid van de Kunstacademie van de USSR, Volkskunstenaar van de Sovjet-Unie, Held van de Socialistische Arbeid, Nalbandyan was zo’n systeemkunstenaar als men zich maar kan voorstellen, en het officieel goedgekeurde onderwerp van zijn schilderij uit 1980-82, de agressief verouderde stijl waarin het werd uitgevoerd, en de normatieve, huiselijke, zelfs burgerlijke mise-en-scène weerspiegelen allemaal deze status. Westerse kijkers zullen geen moeite hebben het als kitsch te identificeren. Maar voor zover de “kritische nevenschikking” van de tentoonstelling tot doel heeft aan te tonen dat Warhols Single Elvis ook kitsch is, gaat ze niet ver genoeg. Iedereen weet dat Single Elvis kitsch is. Het genie van Warhol was om twee notioneel antagonistische sectoren van de Amerikaanse cultuurindustrie – massaal geproduceerde populaire cultuur en gesanctioneerde hoge cultuur – tegen elkaar uit te spelen om te laten zien hoe telkens wanneer een beeld van context verandert, er meer waarde aan kan worden ontleend.’

Jury Korolyov, Cosmonauts, 1982. Oil on canvas, 195 x 315 cm. Image courtesy of Ludwig Forum für Internationale Kunst Aachen. Photo by Carl Brunn. 

Wat dit op zijn beurt mogelijk maakt, is de koele, ironische blik die ons in staat stelt ons privé in te zetten voor het idee dat kitsch negatief is, terwijl we ons anders gedragen, omdat ons uiteindelijk niet wordt gevraagd dit of dat beeld te bewonderen, maar het ideologische principe dat werkelijk de kern vormt van het Amerikaanse systeem: geen vrijheid, maar commodificatie. In termen van systeemerkenning was Warhol niet onbelangrijk: hij is de Amerikaanse kunstenaar die het vaakst voorkomt op de lijst van duurst verkochte schilderijen ooit, een veel patriottischer onderscheiding dan bijvoorbeeld de Presidential Medal of Freedom. Wat zegt zijn Elvis met een knipoog tegen Nalbandyans Lenin wanneer de twee in “dialoog” zijn geplaatst in de Gropius Bau? Hetzelfde als Havel’s groentenboer: “Arbeiders van de wereld, verenigt u!”.

Ryan Ruby is the author of The Zero and the One: A Novel (Twelve Books, 2017) and Context Collapse, which was a finalist for the 2020 National Poetry Series Competition. 


Takka Takka by Roy Lichtenstein

En wat als die ironie plotseling de brutaliteit van een Europese oorlog krijgt? Hanna Komornitzyk schreef in Art-in-Berlin begin 2022 nog voor het uitbreken van de oorlog:

De mate waarin culturele fenomenen en kunst wederzijds afhankelijk zijn, wordt op indrukwekkende wijze duidelijk in The Cool and The Cold. Elk afzonderlijk beeld verwijst naar een veelheid van citaten en komt door de receptie in het esthetische begrip van zijn sociale context, die op zijn beurt wordt gebruikt om nieuwe beelden te creëren. Deze loop gaat door en versnelt tot hij uiteindelijk niet meer als zodanig herkenbaar is in de digitale ruimte van de jaren 2020. In zekere zin doet de tentoonstelling een stap terug: via de schilderkunst van voorbije decennia wordt de huidige beeldproductie zodanig vertraagd dat de afzonderlijke stappen van receptie en reproductie weer zichtbaar worden. 

In dit opzicht is het niet verwonderlijk dat de kamers de foto's vrijwel ongerubriceerd laten - iets wat in het digitale begeleidende boekje ruimschoots wordt goedgemaakt. En misschien kunnen de jongere generaties, verslaafd aan beeldconsumptie en communicatie via beelden, alleen via het beeld zelf een spiegel worden voorgehouden. Maar vooral met het oog op een politiek spanningsveld zoals de Koude Oorlog dat biedt - als uitgangspunt voor hedendaagse discoursen over consumentenkritiek, oorlogspropaganda of artistieke vrijheid - zou meer context wenselijk zijn geweest. Wat overblijft is een onderkoeld beeld van een samenleving van individualisten die visuele esthetiek volledig los van hun politieke potentieel kunnen consumeren.
Boris Nemensky ‘It’s Us, Lord’ 1960

Kunst in koude dagen (1)

Venus Frigida PP Rubens 1614

Net vandaag beschrijft Geert van der Speeten in de Standaard dit fraaie schilderij van Pieter P. Rubens waarop de verkilde liefde te zien is , Venus Frigida, weldra te bekijken in het vernieuwde KMSKA. Het zou een mooi uithangbord zijn bij een artistieke reactie op de huidige waanzinnige tarieven voor gas en elektriciteit. Vertrekpunt immers voor dit beeld waarin de koukleumende Venus en kleine Amor, pijlen doelloos op grond, zichtbaar zijn, is een vers van de Romeinse comedian Terentius (195-185) dat later een spreekwoord werd in de moderne tijd: ‘Sine Cerere et Libero friget Venus.’ Of in duidelijk Duits: ‘Ohne Wein und Brot ist Venus Tod.’ Zonder wijn en brood is Venus niet in goede doen. Je vindt de uitdrukking terug tot in de Adagia van Erasmus. Hoe het dan wel kan (of zou kunnen) zien we op een ‘pen-painting’ van Hendrick Goltzius uit 1600-1603. Uitleg lees je in ons blog van 1 juli 2005: het tekort aan menselijk.

    ... some good lessons
    Are also learnt from Ceres and from Bacchus
    Without whom Venus will not long attack us.
    While Venus fills the heart (without heart really
    Love, though good always, is not quite so good),
    Ceres presents a plate of vermicelli, –
    For love must be sustain'd like flesh and blood, –
    While Bacchus pours out wine, or hands a jelly.
    
Lord Byron— Don Juan Canto II, sections 169–170

Het kan dus net zo goed een bord vermicelli zijn of een lekkere gelei.

Helemaal gerust moet Pieter Pauwel niet geweest zijn want in datzelfde jaar 1613 of een jaartje eerder schilderde hij twee andere versies, nu te zien in Staatliche Museen Kassel. en een versie nu in de Gemäldegalerie der Akademie der Bildende Kunst Wien.

 Rubens employed the motif repeatedly in different ways, including the visibly freezing Venus Frigida, a version with Amor who desperately attempts to start a fire, and one with Venus at the Moment maßvollen Erwärmens und ruhigen Erwachens ('Moment of modestly warming and quietly waking') in which she hesitantly accepts a wine cup from Bacchus. (Wikipedia Article)

Dat het bij Paul Cézanne in de winter van 1865 niet warmer was mag dit schilderijtje duidelijk maken.

Paul Cezanne Stoof in de studio ca 1865

En die kachel speelt dan weer een rol in het mooie liedje van Don Quishocking: De oude school. Tekst van Willem Wilmink.

Ach zou die school er nog wel zijn,
kastanjebomen op het plein;
de zware deur.
Platen van ridders met een kruis
en van Goejanverwellesluis;
Geheel in kleur

Die mooie school daar stond je met
een pas gejatte sigaret
in 't fietsenrek.
Daar nam je bibberig en scheel
en van ellende groen en geel,
opnieuw een trek.

En als de meester jarig was
werd het rumoerig in de klas;
en zat je daar.
En je verwachte zo direct
een uiterst boeiend knaleffect:
de klapsigaar

Je speelde in het schooltoernooi
en het begin was wondermooi;
fijn voetbalweer.
Je kreeg met 10-1 op je smoel
de kleine keeper in zijn doel:
hij weende zeer

De najaarsblaren op de grond
daar stapte je zo fijn in 't rond;
de school voorbij.
En 's winters was de kachel heet
en als je daar dan sneeuw in smeet,
dan siste hij.

Het moet er allemaal nog zijn:
de deur, de bomen en het plein;
de grote heg.
Alleen die mooie lichte plaat,
waarop een kleine desa staat,
is misschien weg.

Bali, Lombok, Soemba, Soembawa,
Flores, Timor enzovoort

Bron: https://muzikum.eu/nl/don-quishocking/de-oude-school-songtekst

Weet je wel, oudje? Later meer hartverwarmende vondsten van ver en dichtbij.

Achille Laugé: (1861-1944) Le Neo-Impressionnisme dans la lumière du sud

Les Amandiers en fleur sur la route de Cailhou 1909

In 2018 hebben we in de bijdrage: ‘Moment en tijdloosheid: In de boomgaard van Theo van Rysselberghe ‘het pointillisme’ of het ‘divisionisme’ belicht, en met één klik ben je daar terug wil je even je geheugen opfrissen om daarna met des te meer smaak het eigene van schilder Achille Laugé te ontdekken. Lees en kijk dus in ons blog:

Achille Laugé ‘Autoportrait au bonnet blanc ‘ 1895

Achille Laugé, een kunstenaar die sterk gehecht is aan zijn geboortestreek in Occitanië, fascineert door zijn eigenzinnige weg binnen de neo-impressionistische beweging. De momentele tentoonstelling in Lausanne, die bijna tachtig werken omvat en de hele carrière van Laugé bestrijkt, belicht de specifieke originaliteit van deze schilder van het dagelijks leven, gedreven door een uitzonderlijke gevoeligheid. Verfijnd en eenvoudig tegelijk, schildert hij bij voorkeur onderwerpen die deel uitmaken van zijn directe omgeving – de omgeving van zijn huis in Cailhau, de bloemen in zijn tuin, de portretten van zijn familieleden. Zijn zeer zuivere techniek, gekenmerkt door de drie primaire kleuren naast elkaar in kleine stippen of rasters, volgt de divisionistische methode maar langs een zeer persoonlijke benadering.(cataloog van recente Zwitserse tentoonstelling)

Issu d’une famille paysanne, Laugé abandonne ses études en pharmacie au profit de l’École des beaux-arts de Toulouse, où il se lie avec Antoine Bourdelle, avant de poursuivre son apprentissage à Paris et de partager l’atelier d’Aristide Maillol. En 1886, au Salon des Indépendants, Laugé découvre le tableau manifeste de Georges Seurat, Un dimanche à l’Île de la Grande-Jatte, véritable révélation pour lui. En 1892, de retour à Carcassonne, il se convertit à la couleur pure divisée.
Portrait d’ enfant 1890

In het verblindende zuidelijke licht, eigende Laugé al experimenterend zich de kleurentheorie van Seurat en Signac toe. Vanuit een zeer origineel karakter dat getuigt van zijn intuïtie voor kleur, schilderde hij weelderige stillevens waarin boeketten klaprozen en margrieten zij aan zij staan met rijp fruit en takken van bloeiende amandelbomen. Achille Laugé hanteert een “kunst van bewogen gevoeligheid” zoals zijn vriend beeldhouwer Bourdelle opmerkte. (ibidem)

L’ arbre en fleur’ 1893

Zoals Monet voor zijn kathedralen, werkt Laugé aan series, onvermoeibaar de wegen van Cailhau voorstellend. In deze rigoureus geconstrueerde landschappen streeft hij ernaar de nuances van het licht en het verloop van de seizoenen in hun meest minieme variaties weer te geven. Op deze wegen, die hij aflegt met zijn mobiel atelier (roulotte-atelier) dat hij heeft ontworpen om ter plaatse aan het motief te werken, creëert de kunstenaar composities in een geraffineerde stijl waaruit een zacht gevoel van rust, een zeer geometrisch gevoel voor compositie en een uitgesproken smaak voor leegte zichtbaar worden.

Achille Laugé Arbres en fleur
La route -au-lieu-dit-Hort
En 1890, de retour à Carcassonne, Laugé se convertit à la couleur pure divisée. Un artiste d'une rare sensibilité Seul devant l'éblouissante lumière méridionale, Laugé s'approprie, au gré de nombreuses expérimentations, la théorie des couleurs de Seurat et de Signac. Combinant les teintes de manière très personnelle, il réalise de somptueuses natures mortes où les bouquets de coquelicots et de marguerites voisinent avec les fruits mûrs et les branches d'amandiers en fleurs. 

Achille Laugé exprime cet " art de sensibilité émue " que relève son ami Bourdelle. Géométrie, perspective et lumière Tel Monet devant la cathédrale de Rouen, Laugé travaille sur des séries, représentant inlassablement la route qui mène à Cailhau, le village dans lequel il s'installe en 1895. Dans ces paysages rigoureusement construits, il s'attache à rendre les nuances de la lumière, le passage des saisons dans leurs plus infimes variations. 
L’ Alouette Woonst en atelier

Na de dood van zijn vader vestigde Achille Laugé zich in Cailhau, in de streek van de Razes waarvan hij de bremstruiken zo vaak zou schilderen. Hij koos voor een eenvoudig leven en hielp de dorpsmetselaar met het bouwen van een bescheiden huis (L’ -Alouette). Het was rond en in dit huis dat hij de beste bron van zijn inspiratie vond. Zoals Monet een atelierboot had, bouwde hij een rollend atelier waarmee hij naar het motief reed, waarin hij buiten schilderde, soms in olieverf, soms in pastel, alvorens wat hij gezien had mee terug te nemen naar het atelier.

En 1900, il envoya au Salon de la Nationale un très beau tableau pointilliste "Devant la fenêtre", où se trouvaient, comme trois aspects de son talent, deux figures, des fleurs et un paysage qui est celui qu'il voyait de la fenêtre de son atelier et qu'il a reproduit dans le tableau printanier que possède le Musée national d'Art moderne. La toile fut refusée, comme en 1908 une autre toile présentée au Salon d'Automne. 
Devant la fenêtre 1899

Een zeldzame keer dat hij zijn personages in een herkenbare ruimte uitbeeldt, dit mooie ‘Devant la fenêtre’. Meestal moeten de personages het doen met een neutrale achtergrond, al dan niet met een zuinig decorstukje zoals in het mooie portret van mevrouw Astre uit 1892

Portrait de madame Astre 1892

De liefde voor het eenvoudige, de strengheid van het Katharen-land, de zin voor het detail in bloemen en vruchten, aanleunend bij het in zwang zijnde japonisme, de isolatie door de beperking maar ook door een intense liefde voor de omgeving waarin natuur en mensen bijna tijdloos aanwezig zijn, het zijn maar enkele kenmerken van dit mooie leven en werk. ‘L’ art de Laugé est à la fois de sensivité emue, et d’ une raison maîtrisée.’ zoals vriend beeldhouwer Antoine Bourdelle schreef in 1927, is een mooie samenvatting. Daarnaast volg ik graag het hoofdstuk uit de expositie-monografie waarin een artikel het heeft over ‘Epuré’: le goût du vide‘. De mooie leegte waarin essenties zichtbaar worden.

Branches de pommier
De titel van deze bijdrage is ook de titel van een fraaie uitgave Achille Laugé, Le neo-impressionisme dans la lumière du Sud, uitgegeven in de maand juni van dit jaar als cataloog  van de rétrospective in Lausanne, Zwitserland.(36, 50 euro) Bij diverse bronnen te bestellen. De tentoonstelling in Lausanne loopt nog tot 30 oktober 2022, Fondation de l' Hermitage, Route du Signal, 2  1018 Lausanne.
Achille Laugé – Editions Snoeck / Fondation de l’Hermitage – Ouvrage broché – 144 pages – Textes en Français – Publié en 2022

“Know the value of your work”: Anna Airy (1882-1964)

Autumn Treads Where Summer Ran 184.5 x 245.5cm (72 5/8 x 96 5/8in).

Je ziet hier de ‘entree’ van ‘de herfst’ terwijl achteraan ‘de zomer’ op alle mogelijke manieren wordt vastgehouden. Maar het mag niet baten, de linten breken en de plezierige chaos is compleet! Een mooi werk van de voor velen onbekende Engelse kunstenares Anna Airy wiens werk gelukkig weer in de belangstelling begint te komen.

Anna was een van de eerste vrouwen die een opdracht kreeg als oorlogskunstenaar tijdens de eerste wereldoorlog en zij werd de eerste vrouw die voorzitter werd van de Ipswich Art Society in 1945, een rol die zij 20 jaar zou blijven vervullen. Zij exposeerde regelmatig op de zomertentoonstelling van de Royal Academy of Arts en was in haar tijd zeer bekend als schilderes.

During World War I, Airy was given commissions in a number of factories and painted her canvases on site in often difficult and, sometimes, dangerous conditions.
For example, while working at great speed to paint A Shell Forge at a National Projectile Factory, Hackney Marshes, London in an extremely hot environment, "the ground became so hot that her shoes were burnt off her feet".
Anna Airy, Shop for Machining 15 inch Shells
Born to a wealthy family in 1882, it was her family’s wealth that allowed her to study art and to make a career out of it. Speaking of her father, Anna said “I can remember him saying to me that if I persisted in going in for art when I left school that he would give me the finest art education either in this country or on the Continent that could be had at the time, after which I must stand on my own two feet.” 
Anna studied at the Slade School of Fine Art in London and made a name for herself at the Royal Academy. Her work was often of “everyday” scenes, and she often made trips to less fancy haunts than she would normally reside in along the Thames, where she painted scenes from gambling games and boxing matches. (Laura Cloke)
Anna Airy Blackberry-Harvest 1937
Airy was born in Greenwich, London, the daughter of an engineer, Wilfrid Airy, and Anna née Listing, and the granddaughter of the Astronomer Royal George Biddell Airy.
Airy trained at the Slade School of Fine Art in London from 1899-1903, where she studied alongside William Orpen and Augustus John, and under Fred Brown, Henry Tonks and Philip Wilson Steer.
Anna Airy Mrs Monica Burnand 1916
Anna Airy Still-life with Toucan and Blue Vase

The Slade school was established by Felix Slade (lawyer and philanthropist) and notably granted women the same opportunities as men from as early as 1871; for instance, women were allowed to paint from live models rather than sculptures or casts. However, circumstances outside of school still made pursuing a career in art difficult, for example, women often had to stop work if they were married, they were excluded from certain groups and organisations that might further their career and different social responsibilities and expectations (to men) sometimes prevented them from submitting works for prizes and exhibitions.

Anna Airy ‘Message of May’ 1937

Dit mooie portret van het brieflezende meisje terwijl moeder verder de was ophangt, is een van mijn voorkeuren. De werelden van het dagelijks bestaan -kijk naar het slordige wasgoed in de mand en op de grond- en de wereld van de lezende, worden mooi gecombineerd in het opbollen van de lakens, het groen, de bloemen. De lente. De wasspelden vallen uit haar hand op de grond. ‘Message of May’, dat kan alleen maar goed nieuws zijn! Of kijk naar haar fijnzinnige portretten zoals het portretje van Greta, en een pastel uit 1951, ‘Trinkets’ Prularia. Spulletjes.

Airy, Anna; Greta; Colchester and Ipswich Museums Service; http://www.artuk.org/artworks/greta-11793
Anna Airy- Trinkets-pastel 1951

Het gaat niet om aantallen, en inderdaad het schilderend mannenvolk wordt duurder gequoteerd, noch om een soort ‘inhaligheid’ na lange periodes van vergeten, maar om werkelijke waarden die, indien weggedrukt, de kunst mutileren. Emotie. Dat moeilijke woord dat wij als venten vaak wegmoffelen of bij het puberale (en het vrouwelijke!) klasseren. Uit angst? Ja, en ondeskundigheid. Niet thuis in het wereldje van het vlug verketterde gevoel. Zoals de maand april. Begint de winter te vergeten, leunt aan bij mei, maar weet je wel, de grillen. In een portret uitgedrukt schilderde Anna Airy ‘Young April’. Het meisje van hierboven, niet meer bij de spulletjes, maar als model. Met daaronder ‘The tender hour’.

Anna Airy Young April
Anna Airy The tender hour

Een beetje toevallig dat kleur en schemer bij elkaar kwamen staan. Toch hebben ze, denk ik, dezelfde weemoed. Vrouwelijk? Ik vond ook dadelijk een ‘café weemoed’ bij het onderzoeken van het begrip, maar laten we het zonder twijfel bij de vrouwelijke kwaliteiten onderbrengen. Stef Bos kent het begrip ook:

Als de prins de draak verslaat
En de liefde overwint
Als de zoeker in de zanger
Ooit de woorden vindt

Dan vind ik een weg uit dit doohof
In m'n hoofd
En misschien zal ik zien
Wat ik nooit heb geloofd.

Wij mannen, willen zien en dan geloven, en het vrouwelijke gelooft om te kunnen zien om een boutade te gebruiken. The tender hour. Tussen licht en donker. Een beeld dat je makkelijk op deze tijd zou kunnen plakken.

The crawler
The Vantage Point

Heeft ze zelf geen kinderen, ze kent ze tot in het detail van hun mooie alledaagsheid. Hun zin voor beweging, het vieren van de jonge jaren. Maar ook de weemoed en de wreedheid. De mooie jongen die konijnen heeft gevangen en ze met de schilderes gewoon als ‘ongedierte’ bestempelt. Hun eigen wereld, met de oudste als strenge oppasster.

The Varmint
The Termagent

”Know the value of your work’, schreef ze in een brief. Ken de waarde van je werk. Met zin voor het detail en een zekere afkeer van uitpakkerij. Liefde voor het kleine, aandacht voor het innerlijke, noodzakelijk voor het portret. Zin voor humor. Respect voor het eenvoudige. Een schuur, de muizenval op een trede, appels op het stro, leave overs, onderaan haar kenmerk , de dubbele A van Anna Airy.

Anna Airy Leave-overs

In de stilte van de mooie leegte

Zo stil, zo in zichzelf gekeerd, 
spiegelend zich in eigen eenzaamheid. 
Schaduwen glijden door haar heen. 
Er is avond op til. 

Uh Chin 'Vuurdoorn'
Maanzilvernetten over zee.
Bladgouden glinsteringen
-de door de wind verstrooide-
blinkende aan het strand.
Brengt deze golf
-van alle golven de ene-
brengt deze golf je het ene
van alle bladeren alleen
voor jou bestemde blad.

Din San  'Perzikbloesem'
En zoveel mensen leefden aan dit water.Zie hoe zijn spiegel onbeschreven is.
Een schip gleed langs de groene oeverweide,
een vogel gleed de verre wolken binnen.
Zie hoe geen spoor van hen gebleven is.
Diep in het meer houdt zich de vis verscholen.
Geen zal de hengelaar ontkomen.
Onpeilbaar, onbestendig is alleen
de diepte van het menselijk hart
waarvan de dromen schaduwloos vergaan.

Chang Ta Ch' ien  'Hengelaar en oeverweide'
En het een zal worden tot het ander
en uit doornen zullen bloesems breken.

Uh Chin  'Het ongelijke bloeien'
Schoonheid onaangeraakt.
Tederheids adem alleen
zal haar volledig ontvouwen.

Xang Shi Tze  'Wilde narcis'
Regen.  De bloesems sluiten zich.
Ik wacht de vreugde van het ogenblik
waarop het leven, glanzend en gedrenkt,
opnieuw ontluikt.
En ik de tuin inga.

Chang Ta Ch' ien  'Abrikozentak'
Voorbij deze dingen
en de bergen voorbij
en de wegen voorbij,
ligt de plek
waar je rust zult vinden.

Fu Jü  'Landschap'

Waarschijnlijk zal ik niet de enige zijn die deze nachten moeilijk de slaap kon vatten: de warmte, de oorlog, de komende winter, de centen…Bij de oude bewaarde gekoesterde boeken en geschriften vond ik ‘Het bloeiend penseel’ Chinese pentekeningen in kleur, een uitgave van Kruseman Den Haag, oorspronkelijk ‘Chinesische Blüten’ Georg Westerman Verlag, Braunschweig. Nederlandse uitgave van Kruseman’s Uitgeversmij. n.v. 1967. De poëzievertaling is van Harriet Laurey, tekst van Walter Feng. De enkele voorbeelden hierbij hebben al die jaren vaak de stilte hoorbaar gemaakt waarin ondanks het rumoer de schoonheid de weg naar de kern der dingen blijft wijzen. Amen.

Chang Ta Ch’ ien Pioenroos
De Chinese schilderkunst is niet, zoals de Europese, bestemd om als wandversiering te dienen. De met inkt en penseel op papier of zijde geschilderde tekeningen worden gewoonlijk gevouwen of opgerold in kisten en kasten bewaard.
Slechts nu en dan, bijvoorbeeld bij feestelijke gelegenheden, wordt er een tevoorschijn gehaald, om met indringende aandacht beschouwd te worden. De op houtstaven horizontaal opgerolde prenten worden op tafel gelegd en geleidelijk ontrold en detail voor detail bekeken. Er zijn landschappen, die verschillende meters lang, maar slechts enkele centimeters hoog zijn, zodat oog en geest er geleidelijk in thuis raken en, langzaam vorderend, tot een dieper inzicht gedwongen worden. Het eigenlijke thema van de tekening ligt niet in het afgebeelde onderwerp. Het schuilt in de stemmingsinhoud, die evenzeer uit een weids landschap met bergen, wolken, meren en mensen voelbaar wordt als uit een enkele bloesemtak, een kleine vogel op een dunne twijg. 
Een van de bijzondere middelen, waarvan de Chinese schilder zich bij zijn kunst bedient, is de beheersing van de ruimte. Juist de ”leegte” van de tekening is zijn kracht. Men kent er zelfs een aan vaste regels gebonden éénhoeks-compositie, een vlakverdeling waarbij slechts enkele fijne penseelstreken de witte ruimte van het papier breken. Die uiterst beheerste, tot het minimale ingehouden wijze van uitdrukking vindt men bij tekening en vers  terug. Pruimen- en perzikbloesems, de meeste motieven van deze bladen, zijn zinnebeelden van de ontwakende natuur in de lente en van de overvloed in de volle zomer. Nevels, wolken en sneeuw tonen de mens zijn eigen kleinheid en zwakte en voeren hem tot inkeer in de eigen ziel, die een deel van de kosmos is.
Vogel die schreeuwt, waarom,
die zingt, waarom zing je, vogel?

Chi Pai Shih  'Kleine herfstvogel'

‘Uw Rijk kome…’ (met werk van Ori Gersht)

Ori Gersht, New Orders, Evertime 09, 2018. Archival pigment print, 23 5/8 x 35 1/2 inches. 

‘Het Rijk’ dat gevraagd wordt te komen is buiten ‘het rijk der vrouw’ op wat ik vriendelijk ‘vrij mannelijke principes’ noem, gebouwd, al mag ook ‘het rijk der zinnen’ wellicht aan deze tweedeling ontsnappen. Het Romeinse, Byzantijnse, Duitse of het gedroomde ‘Groot Russisch Rijk’ zijn in de loop van de geschiedenis tot en met het heden en blijkbaar ook in de toekomst, niet in Arcadische atmosferen te vinden. Het is een mannelijk terugkomend verschijnsel dat democratische waarden graag bij het begrip ‘verwording’ en ‘wanorde’ klasseert. De kuddeleider weet steeds waarom en waar naar toe, vaak door een religie of staatsideologie ondersteund.

In deze bijdrage meng ik enkele fragmenten uit de Groene Amsterdammer van vandaag: Yegór Osipov-Gipsh “Het geluid van een machinegeweer”, met het werk van de Israëlische fotograaf Ori Gersht. Mogelijke verbanden kunnen geheel toevallig zijn, of toch niet?

Ori Gersht, On Reflection, Material E23, After J. Brueghel the Elder, 2014, 84 5/8 x 70 7/8 inch archival pigment print
Israeli photographer and video artist Ori Gersht creates bodies of work that often poetically explore the relationships between history, memory, and landscape. Through metaphor, Gersht illuminates the difficulties of visually representing conflict and violent events or histories.

Themes such as Dutch still life painting, romantic landscapes, and Nazi-occupied territory escape routes in the Pyrenees are steeped in Gersht’s bodies of work. Gersht's imagery is uncannily beautiful; the viewer is visually seduced before being confronted with darker and more complex themes, presenting a compulsive tension between beauty and violence. This has included an exploration of his own family’s experiences during the Holocaust, a series of post-conflict landscapes in Bosnia and a celebrated trilogy of slow-motion films in which traditional still lives explode on screen. (Yancey Richardson Gallerie)
Ori Gersth, Iris Atropurpurea D01, 2018. Archival pigment print, 47 1/4 x 40 3/8 inches.

‘De laatste 105 jaar van de Russische geschiedenis wordt gekenmerkt door geweld, dood en de wijdverbreide aanvaarding van die twee. De centrale eenheidsmythe van het hedendaagse Rusland – de overwinning in de zogenoemde Grote Patriottische Oorlog – is gebaseerd op een zeer vertekende hervertelling van de werkelijkheid van die oorlog, waarin de Sovjet-Unie ongeveer 27 miljoen mensen verloor. Het sturen van tientallen ongewapende soldaten, zodat de vijand zou stikken in het sovjetbloed, was een gebruikelijke strategie. Soldaten als slaven behandelen – de beruchte bevelen 227 en 270, die desertie met de dood bestraften, spertroepen invoerden om terugtrekking te voorkomen en overgave gelijkstelden aan verraad – was een gebruikelijke strategie. Soldaten straffen omdat ze door kapitalisten waren bevrijd was een gebruikelijke strategie.’

(Yegór Osipov-Gipsh Het geluid van een machinegeweer, De Groene Amsterdammer 25 augustus 2022)

Floating World 01, from the series Floating World, 2016, 47 1/4 x 46 1/2 inch archival pigment print
Ori Gersth, photographer, approaches these topics not simply through his choice of imagery, but by pushing the technical limitations of photography, questioning its claim to truth.Gersht is perhaps best known for his work with slow-motion capture, wherein he produces images and video portraying fruits, flowers, and other material fracturing when stuck with high velocity gunfire.

Born in Tel Aviv, Israel in 1967, he earned his MFA in photography from the Royal College of Art in London, later gaining critical success with an exhibition at the Museum of Fine Arts in Boston and a professorship at the University for the Creative Arts in Rochester in Kent, England. (ibidem)

https://www.yanceyrichardson.com/artists/ori-gersht2

‘In 2019 noemde het Credit Suisse Research Institute Rusland, op zich al een arm land, de meest ongelijke economie ter wereld. De gecentraliseerde regering, die functioneert ten gunste van een kleine groep extreem rijken rondom Poetin, leeft van de winning van natuurlijke hulpbronnen in de afgelegen regio’s van het land. De regionale overheden – en dus ook de plaatselijke bevolking – beschikken niet over de bevoegdheden of de financiële middelen om de zaken in eigen hand te nemen, wat betekent dat voor mensen in de provincies de toetreding tot het leger of de staatsbureaucratie vaak de enige sociale lift is die beschikbaar is. Zij lopen ook de grootste kans om in de oorlog te sneuvelen: volgens de berekeningen die het onafhankelijke medium Mediazona in april maakte, zijn in Oekraïne 85 soldaten uit de afgelegen Siberische regio Boerjatië gesneuveld, tegen slechts drie soldaten uit Moskou. Mediazona baseerde de berekeningen op de officiële statistieken van het Russische ministerie van Defensie, die de werkelijke verliezen van Rusland schromelijk onderschatten, maar waarschijnlijk de regionale verhoudingen correct weergeven.’

(Yegór Osipov-Gipsh Het geluid van een machinegeweer, De Groene Amsterdammer 25 augustus 2022)

Untitled Talley Dunn Gallerie
At least now, my friend says
I know what the war is like.

Well, what's it like then?  I ask him.

Like...Nothing, he answers.

He says it with confidence
since he was captured, he can speak about most things
with confidence through that experience
in other words, with hate.

When he talks, better not to interrupt:
he won't let your words in, anyway.
He' s got his position, and that's that.
He considers it the greatest honor 
to hold one's position in times of war
To deny the sun, to deny
the currents of the ocean.

So that's that
the war is like...Nothing.
That is why we talk about it
without adjectives.

How did you feel?
Like...Nothing.
How did they treat you?
Like...Nothing.
How do you talk about all this?
Like...Nothing.
Now, how the hell do we live with all this?

Serhiy Zhadan
Translated from the Ukrainian by Virana Tkacz and Bob Holman
(Words for War, New Poems from Ukraine)
Tokyo Imperial Memories, Speck 04, from the series Chasing Good Fortune, 2010, 15 3/8 x 15 3/4 inch archival pigment  Yancey Richardson Gallerie

Lees de Groene Amsterdammer!

https://www.groene.nl
Ori Gersht
Flower 01 (Rijksmuseum), 2021 Archival pigment print
46 1/2 x 35 inches

Jan Veth (1864-1925): schrijven met penseel en schilderen met het woord

Zelfportret van Jan Pieter Veth (1864-1925)
Als portrettist van de intellectuele elite en redacteur van het kritische tijdschrift De Nieuwe Gids begaf Jan Veth zich in het hart van de Hollandse kunstwereld van het laatste kwart van de 19de eeuw. Precies in een periode waarin die wereld grote ontwikkelingen doormaakte, legde Jan Veth diens hoofdrolspelers vast. Veth schreef met zijn penseel en schilderde met zijn pen. In bevlogen kunstkritieken gaf hij zijn eigen fijnzinnige blik op de veranderingen in de kunst.

(Dordrechts Museum ‘Door het oog van Jan Veth.' Voorjaar 2023)
Portret van schrijver Aletrino (1858-1916) Jan Veth

‘Het zou geheel verkeerd zijn over een bundel proza van Jan Veth te schrijven, en de hoofdzaak buiten rekening te laten.
De hoofdzaak in deze is: Jan Veth is de bekende portret-schilder.
De wereld waarin hij verkeert is de maatschappij van tegenwoordig: en al haar leden, of tenminste van elke soort verscheidene, heeft hij geschilderd of uitgeteekend, aldoor met dezelfde geduldige genegenheid.
Die wereld is zeer wezenlijk, en de man die met haar geleerden en kunstenaars, haar bankiers, dominees, staatslieden, afgevaardigden, mevrouwen en bedrijfslieden dagelijks omgaat, heeft een vaster gang dan de droomer die zich af moet vragen wat ter wereld toch eigenlijk beantwoordt aan zijn voorstelling.
Hollandsch, door zijn aard: meer ontledend dan verbeeldend, – bleef hij het door zijn arbeid die in vaderlandsche schilderkunst zoo overvloedige voorbeelden vond, – werd hij het bij toeneming door die dagelijksche omgang met allerlei groepen van de samenleving, een omgang die te allen tijde de nuchtere nederlandsche geest door vergelijking heeft gescherpt.’

(Albert Verwey Proza 1904)

Portrait of Isaac de Bruijn (1872-1953) Bankier en kunstverzamelaar 1922 Rijksmuseum A’dam
'Als Jan Veth over schilderijen schrijft, schrijft hij niet als docent, maar als schilder. Hij schildert het werk nogmaals, in woorden; en hij doet dit niet met de uitdrukkelijke bedoeling om het kunstwerk te doen begrijpen of de oogen der lezers voor zijn schoonheden te openen maar uit een behoefte en aanleg tot karakteriseeren - evenals zijn eigen portretschilderingen gemaakt zijn als karakteristieken van de personen, die voor hem gezeten hebben. Veel zorg wordt besteed aan de beschrijving der voorstelling, de aanduiding van de kleuren en hunner waarde, de bepaling der figuren op het schilderij voorkomend naar hun houding en zielsgesteldheid, en aan den indruk dien het werk als geheel maakt. V. laat in zijn beschrijving het werk zien.'   

J.D. Bierens de Haan (filosoof en predikant) nav boek Jan Veth: Beelden en Groepen.  A’dam P.N. van Kampen & Zoon 
Portret van Josef Israels, schilder Lithografie Jan Veth 1895

‘In deze jaren raakte Veth bevriend met enige letterkundigen uit de kring van de Tachtigers, zoals Albert Verwey, Willem Kloos, Franc van der Goes en Frederik van Eeden, en werd hij een medewerker van De Nieuwe Gids, waarin hij sonnetten en kleine polemische artikelen onder diverse pseudoniemen (in het bijzonder onder het pseudoniem I.N. Stemming) publiceerde. Vanaf 1887 verschenen er in dit tijdschrift ook grotere kunstkritische bijdragen, onder andere over de Franse kunstenaar O. Redon (1887). In deze jaren werkte Veth ook als kunstcriticus voor De Amsterdammer. Weekblad voor Nederland. Tot zijn invloedrijkste publikaties behoren Derkinderens wandschildering in het Bossche stadhuis (Amsterdam, 1892), een belangrijke bijdrage tot de theorievorming van de Nieuwe Kunst in Nederland, en zijn Nederlandse bewerking van Walter Crane, Claims of decorative art, die verscheen onder de titel Kunst en samenleving (Amsterdam, 1894). Aan de ontwikkeling van de boekverzorging had Veth reeds enkele jaren eerder een belangrijke bijdrage geleverd door zijn bandontwerp van De Kleine Johannes van Frederik van Eeden (1887), dat beschouwd kan worden als de directe voorloper van de Nieuwe-Kunstboekverzorging in ons land.’

Zie verder:

Portrait of Albert Verwey (1865-1937), 1885
Kunst en samenleving
'Kunst en samenleving' uit 1894 was een pleidooi voor samenwerking tussen alle kunstdisciplines om een betere wereld voor de arbeider te creëren. Dit boek over de vorming van de 'nieuwe mensch' werd het handboek voor de art nouveau of nieuwe kunst in Nederland. 'Kunst en samenleving' was een bewerking van 'Claims of decorative art' van Walter Crane, een van de grondleggers van de Arts-and-Craftsbeweging in Engeland. Het boek van Jan Veth werd een handboek niet alleen voor de boekvernieuwing, maar ook voor de Nieuwe kunst, de art nouveau, in Nederland.
Jan Veth: Portret van Cornelia, Clara en Johanna Veth (zussen van Jan) Klik op onderschrift om te vergroten.

Met enige schroom keer je als vroege ‘eenentwintig-eeuwer’ naar de kunde en de bevlogenheid van een man die als beeldend kunstenaar ook het woord hanteerde en op zoek was naar de combinatie van ‘kunst en samenleving’, schrijvend met het penseel en schilderend met het woord. Ook als hij over zichzelf schrijft in dit sonnet:

ZELFGEVOEL

Ik vier alleen mijn ziele-sabbathsrust,
Kalm in mijn kamer binnen blinde muren,
In 't gemelijk genot van ledige uren,
Waarin mijn wrevel langzaam wordt gesust.

Zo zit 'k eerst lijdzaam en maar vaag bewust
een ganse middag voor mij uit te turen,
En proef mijn luiheid, dat zij lang moog duren,
Bij korte teugen met verfijnde lust.

Maar als een trots man onder dwaze mensen,
Zo ben ik dan in 't eind met mijn gedachten,
Ik zie hen aan met koele, hoge blik.

En rondom daag ik mijn verdoolde wensen
Voor mijn gezicht, waar zij het vonnis wachten
Van mijn omhooggestreden, richtend Ik.
Zelfportret Jan Veth Tekening Rijksmuseum A’dam

In het voorjaar van 2023 organiseert het Dordrechts Museum de eerste grote overzichtstentoonstelling over de schilder en kunstcriticus Jan Veth.

 In de tentoonstelling is Jan Veth zelf de gastconservator. Zijn eigen woorden in brieven en kritieken vormen de rode draad. Met zijn kunst en geschriften, aangevuld met het werk van de kunstenaars waar hij over schreef en wie hij bewonderde en verzamelde, neemt Jan Veth ons mee naar een bewogen tijdperk. Een tijdperk waarin ideeën over kunst, het kunstenaarschap en het openbaar kunstbezit zijn gevestigd die tot vandaag de dag gelden. Jan Veth stond aan de oorsprong ervan. Hij is een van de belangrijkste figuren in de Nederlandse kunstgeschiedenis en vormgever van ons hedendaagse kunstbegrip.

Kijk:

https://www.dordrechtsmuseum.nl/nu-te-zien-en-te-doen/door-het-oog-van-jan-veth/

Portret van Pieter Lodewijk Tak, journalist, politicus Jan Veth
Louis Couperus door Jan Veth

Helemaal bovenaan: Uitzicht vanuit het atelier Keizersgracht 327, Amsterdam (View from the Studio at Keizersgracht 327)

SUMMER WIND/ZOMERWIND

Grant Wood (1891-1942) The birhtplace of Herbert Hoover ‘1931)
Summer Wind
William Cullen Bryant (1794-1878)

It is a sultry day; the sun has drunk
The dew that lay upon the morning grass;
There is no rustling in the lofty elm
That canopies my dwelling, and its shade
Scarce cools me. All is silent, save the faint
And interrupted murmur of the bee,
Settling on the sick flowers, and then again
Instantly on the wing. The plants around
Feel the too potent fervors: the tall maize
Rolls up its long green leaves; the clover droops
Its tender foliage, and declines its blooms.
But far in the fierce sunshine tower the hills,
With all their growth of woods, silent and stern,
As if the scorching heat and dazzling light
Were but an element they loved. Bright clouds,
Motionless pillars of the brazen heaven—
Their bases on the mountains—their white tops
Shining in the far ether—fire the air
With a reflected radiance, and make turn
The gazer’s eye away. For me, I lie
Languidly in the shade, where the thick turf,
Yet virgin from the kisses of the sun,
Retains some freshness, and I woo the wind
That still delays his coming. Why so slow,
Gentle and voluble spirit of the air?
Oh, come and breathe upon the fainting earth
Coolness and life! Is it that in his caves
He hears me? See, on yonder woody ridge,
The pine is bending his proud top, and now
Among the nearer groves, chestnut and oak
Are tossing their green boughs about. He comes;
Lo, where the grassy meadow runs in waves!
The deep distressful silence of the scene
Breaks up with mingling of unnumbered sounds
And universal motion. He is come,
Shaking a shower of blossoms from the shrubs,
And bearing on their fragrance; and he brings
Music of birds, and rustling of young boughs,
And sound of swaying branches, and the voice
Of distant waterfalls. All the green herbs
Are stirring in his breath; a thousand flowers,
By the road-side and the borders of the brook,
Nod gayly to each other; glossy leaves
Are twinkling in the sun, as if the dew
Were on them yet, and silver waters break
Into small waves and sparkle as he comes.
Grant Wood Haying, 1939
Zomerwind (vertaling nog in de steigers)
William Cullen Bryant - 1794-1878

Het is een zwoele dag; de zon heeft gedronken
van de dauw die op het ochtendgras lag;
Er is geen geritsel in de hoge iep
die mijn woning overkoepelt, en zijn schaduw
verkoelt me nauwelijks. Alles is stil, behalve het zwakke
en onderbroken gemurmel van de bij,
gezeten op de zieke bloemen, en dan weer
onmiddellijk het vleugelwerk. De planten rondom
voelen de te krachtige vurigheid: de hoge maïs
rolt zijn lange groene bladeren op; de klaver laat
zijn tere blaadjes hangen, en verliest zijn bloemen.
Maar ver in de felle zon torenen de heuvels
met al hun groei van bossen, stil en streng,
alsof de verzengende hitte en het verblindend licht
slechts een element waren waar ze van hielden. Heldere wolken,
onbeweeglijke pilaren van de koperen hemel.
Hun basis op de bergen - hun witte toppen
schijnend in de verre ether, branden de lucht
met een gereflecteerde gloed, en doen
de blik van de toeschouwer wegdraaien. Voor mij, ik lig
loom in de schaduw, waar de dikke zoden,
nog maagd van de kussen van de zon,
een beetje frisheid bewaren, en ik maak de wind het hof
die nog steeds zijn komst uitstelt. Waarom zo traag,
zachte en wispelturige geest van de lucht?
Oh, kom en adem op de verwelkende aarde
koelte en leven! Is het in zijn grotten
dat hij mij hoort? Kijk, op die beboste heuvelrug,
buigt de den zijn trotse top, en nu
onder de dichterbij gelegen bosjes, kastanje en eik
hun groene takken spreiden. Hij komt;
daar waar de grasweide in golven deint.
De diepe angstige stilte van dit gebeuren
breekt met het mengen van ontelbare geluiden en
 beweging overal. Hij is gekomen,
een regen van bloesems  van de struiken schuddend,
en draagt hun geur met zich mee; en hij brengt
muziek van vogels, en geritsel van jonge takken,
en geluid van zwiepende takken, en de stem
van verre watervallen. Al de groene kruiden
roeren zich in zijn adem, duizend bloemen,
aan de wegkant en de randen van de beek,
knikken vrolijk naar elkaar; glanzende bladeren
fonkelen in de zon, alsof de dauw
er nog op zat, en zilveren water breekt
in kleine golven en glinsteren als hij komt.
Oneindig heid, Stone City Iowa – Grant Wood
About This Poem

“Summer Wind” first appeared in the United States Literary Gazette, the editor of which solicited twenty-three poems from Bryant for publication in its first volume. The poem hinges on a personification of the wind, which the speaker implores to blow and make the hot day cooler. Poet and critic Richard Henry Stoddard writes, in his introduction to the Poetical Works of William Cullen Bryant (D. Appleton and Company, 1878), that, in the poem, “[a] new element appeared [. . .], and was always present afterward in Mr. Bryant’s meditative poetry—the association of humanity with nature—a calm but sympathetic recognition of the ways of man and his presence on the earth.” Contrastingly, in William Cullen Bryant (Sheldon and Company, 1879), scholar David Jayne Hill writes that the poem belongs to a “class of poems” in which “no higher effect is aimed at than to bring the mind face to face with the charms of Nature for the delight of mere contemplation.” (Poets.org Poems)
Grant Wood-New-Road-by-wood-1939
William Cullen Bryant, author of "Thanatopsis," was born in Cummington, Massachusetts on November 3, 1794. He is considered an American nature poet and journalist, who wrote poems, essays, and articles that championed the rights of workers and immigrants. (ibidem)
Young Korn Grant Wood

Schilderijen van Grant Wood USA, 1891-1942

Verkoeling/Cooling

August 1930: A water cart man turns the water main on a group of boys to help them cool off in a street in Westminster, London during a heatwave. (Photo by Fox Photos/Getty Images)
July 10, 1934. Three women on Blackpool promenade during a heatwave. One wears a divided skirt and the other a straight skirt, both over swimwear. The middle one has a ‘copy’ of the Letty Lynton dress made popular by Joan Crawford in the film of that name. Adapted for the mass market the triple row of frills at the hem are matched by frills at the shoulder forming cap sleeves. (Photo by E Dean/Getty Images)
August 1919: London schoolboys relax in the park during a heatwave. (Photo by Topical Press Agency/Getty Images)
9th August 1936: St John’s Ambulancemen handing out oatmeal drinks in the heat at the football match between West Ham United and Tottenham Hotspur at Upton Park. (Photo by E. Dean/Topical Press Agency/Getty Images)
27th July 1935: Pupils have a lesson in the open air in the shade of a tree at Winterbourne, Gloucestershire, during a spell of hot weather. (Photo by Fox Photos/Getty Images)

More in:

Silence and Enchantement: Frederick Cayley Robinson (1862-1927)

The close of the day (The Maas Gallery)
Drie jonge vrouwen verzamelen zich rond een tafel in een strak ingerichte kelderruimte in een gecomprimeerde ruimte, de tafel voor hen gedekt om te eten. De tafel wordt van drie kanten verlicht: griezelig vanachter een groen gordijn aan de achterkant, warm door twee kaarsen aan het uiteinde van de tafel, en schijnbaar door daglicht van voren en aan de linkerkant. Op de tafel op de voorgrond staat een muziekdoosje dat een van Mendelssohns 'Lieder ohne Worte' speelt. (Maas Gallery)
Het drieluik boven de tafel in Quattrocento-stijl is Robinsons 'heropvoering' van de Verrijzenis van Christus.
Het motief van de verrijzenis loopt als een rode draad door veel van Robinsons werk, en op dit schilderij vliegt rechtsboven achter het groene gordijn een mot de kamer binnen. De mot was een symbool van dood en transfiguratie, van kronkelende worm via inerte pop tot gevleugeld schepsel. De drie vrouwen op de afbeelding lijken geen interactie met elkaar te hebben, maar zijn verenigd door hun aandacht voor de muziek. 

De donkere figuur met de lantaarn op het middenpaneel van het drieluik verwijst naar Johannes 11,9, een cryptische passage die tot op zekere hoogte het licht op het schilderij verklaart en Robinsons titel 'Het einde van de dag' geeft: 'Zijn er niet twaalf uren in de dag? Als iemand overdag wandelt, struikelt hij niet, want hij ziet het licht van deze wereld. Maar als iemand 's nachts loopt, struikelt hij, omdat het licht niet in hem is.(ibidem)
The picture was painted in 1898/9, and may be seen as an elegy on the death of Burne-Jones, who died in June 1898, from whom Cayley Robinson ‘undoubtedly learnt much' (Bate). When the painting was exhibited at the RSBA in 1899, it attracted many outstanding reviews. That from the Daily Telegraph and Courier, 25 March 1899, is representative: 

'Mr Cayley Robinson makes a welcome reappearance with a curious fantasy, "The Close of the Day," quite in his usual manner, which is at once ultra-modern and archaistic - partaking both of impressionism and of the pre-Raphaelitism of the Brotherhood. In a humble room, lighted from without through closed blinds, and from within by a glow of artificial light, three damsels, in different stages of fresh youth, appear, listening pensively to the sounds of a musical-box, which, as the deftly reproduced inscription on the cover tells us, is playing Mendelssohn's Lieder ohne Worte. (The Maas Gallery)

In de serie ‘‘We are unhappy: aspecten van de 19de eeuw’ vertelden we in 2007 uitvoerig over het vreemde einde van het Engelse Victoriaans tijdperk. De moderniteit had blijkbaar ook haar schaduwkanten. Ze zijn in dit blog nog steeds te raadplegen:

Het mooie, betoverend schilderij van de nu bijna onbekende kunstenaar Frederick Cayley Robinson sluit aan bij die bevindingen waarin begrippen als ‘betovering’ of ‘new idealism in art’ zeker thuishoren.

‘The Word’ klik op onderschrift om te vergroten
Frederick Cayley Robinson ARA (18 August 1862 – 4 January 1927) was an English artist, creating paintings and applied art including book illustrations and theatre set designs. Along with a number of other British artists, Cayley Robinson continued to paint striking Pre-Raphaelite and Victorian subjects well into the twentieth century despite this approach becoming deeply unfashionable. His work has been examined in a PhD thesis by Alice Eden and an exhibition Modern Pre-Raphaelite Visionaries at Leamington Spa Art Gallery & Museum. (2010)
Evening in London 1920 Tempera, Watercolour, Pencil on paper
In de trein

His series of large-scale mural paintings for the Middlesex Hospital entitled Acts of Mercy commissioned around 1915 and completed in 1920 are some of his most impressive works, along with Pastoral, 1923, (Tate, London), which was bought by the Chantrey Bequest for the nation. However his many smaller paintings, particularly of interiors featuring sombre women as well as the theme of departure, are significant works of modern British art.

Muurschilderingen Acts of Mercy

Maar het zal de intimiteit zijn, de betovering van de droom, de bijna eerbiedige stilte omdat woorden overbodig worden. Burne-Jones en zeker Puvis de Chavannes en Fra Angelico en enkele andere grote Italiaanse meesters worden zijn voorbeelden na een bezoek aan Florence in 1898.

After a visit to Florence in 1898, he took to studying the techniques of tempera painting and the work of Giotto, Mantegna and Michaelangelo. As a result much of Robinson’s paintings are characteristic of 15th century Italian works on tempera: symmetrically balanced, flattened images with much of the focus being drawn to foreground.
Evening
Pastorale 1923-4

The artist’s time studying at the Académie Julian in Paris from 1891-1894 had a critical influence on his entire artistic output which displays the influence of European Symbolism, especially the avant-garde group the Nabis and the cult revival of interest in Burne-Jones in Paris at this time. Like many of his peers, Cayley Robinson felt drawn to a new style of art, moving away from modern impressionism and appearing to emulate the visionary medievalism of the Pre-Raphaelites. (Tate)

The Foundling

Caley Robinson was a deeply spiritual man and illustrated books such as The Little Flowers of Saint Francis of Assisi, 1915 and A Book of Quaker Saints, 1922. Many of the illustrations he completed had haunted and mysterious qualities, the most celebrated series being 16 works he produced to illustrate Maurice Maeterlinck’s 1911 book The Blue Bird: a fairy extravaganza in six acts, which follows a young wood- cutters son on his allegorical journey towards the meaning of spiritual joy and the truth of human happiness. Two years previously he had designed and produced the costumes and stage sets for the theatrical production at the Haymarket Theatre, and as such they are indicative of what is seen as traditional theatrical scenery. (Fine Arts society ltd)
Boekillustratie

Er heerst een grote stilte tussen de personages. Soms kijkt één van hen ons aan, een opening om in hun verstilde wereld binnen te treden. Het is een droevige stilte waarin de onmogelijkheid elkaar te bereiken doorweegt maar de personages duidelijk berustend hun rol vervullen. Je zou ze ook ‘afwachtend’ kunnen noemen. Wachtend tot de kijker de symbolen begint te begrijpen. Tot het licht in ons is. Zoals de man in het roeibootje naar de verre zeereus kijkt, het kleine lampje aan de mast als enig teken van zijn aanwezigheid.

De kwetsbare kortstondigheid

Andries van Bochoven Zelfportret met familie 1629

De twintigjarige schilder Andries van Bochoven ( 1609-1634) zag zijn zelfportret liefst in familieverband. Zij poseren aan een gedekte tafel. Zijn vader Rutger houdt een bijbel vast, zijn dochters waarschijnlijk catechismusboekjes. Op het schilderij staan de namen en geboortedata van elke figuur. Binnen vier jaar na de voltooiing van dit werk waren Andries, zijn stiefmoeder, zijn broer Herman en zijn zus Josina allen overleden. Het portret bleef in het bezit van zijn vader tot aan zijn eigen dood, een herinnering aan gelukkiger tijden. (De schilder werd niet ouder dan vierendertig.)

Here the twenty-year-old Andries van Bochoven has shown himself as a painter surrounded by his family, all awaiting dinner at a laid table. His father Rutger holds a Bible; his daughters probably hold catechisms. The painting bears the names and date of birth of each figure. Within four years of the completion of this work, Andries, his stepmother, his brother Herman, and his sister Josina had all died. The portrait remained in his father’s possession until his own death (1644), a reminder of happier times. 

Je kunt allerlei dingen gaan opzoeken, stijl, betekenis, maar dat zijn gegevens, nuttig bij studie, hier echter niet zo belangrijk. Je bent als kijker verbonden met elf levens op een moment dat het hen allen goed gaat. Het kleine meisje rechts aan tafel gezeten, Petra, zal negentig worden, tweemaal huwen en tien kinderen krijgen. De anderen is een korter tot zeer kort leven toebedeeld. De schilder zelf zal het portret vijf jaar overleven. Hij zal, vijf jaar na dit portret, sterven aan ‘de plaag’, de pest die 15% van de inwoners van Utrecht zal opeisen. Maar hier in 1629 zijn ze een gezin. Bij elkaar horend. Even toch. Kortstondig.

Leon Wyczółkowski, Spring: The Interior of an Artist’s Atelier, 1933,  National Museum in Bydgoszcz, Bydgoszcz, Poland.

Dat prachtige ‘gouden uur’. Nog maar net vandaag ontdekt en tegelijkertijd groeiden met dit beeld allerlei reminiscenties naar tal van naamloze eigen ervaringen met licht en schaduw die op allerlei manieren ruimten binnendringen of de muren betoveren. Vaak kortstondig, soms in woorden gevangen zoals in dit gedicht waarin de in juni van dit jaar overleden dichter, Peter Scupham, het zonlicht uit zijn ogen wrijft. ‘Reflection’.

Reflection

Looking at blue, looking through blue,
he watched slow floaters rise and die;
flowers were talkative that high summer,
their fluid crimsons bedded on his retina
as he twisted sunlight from his eyes,

took a steady breath to ease the skin
soaped on a clay pipe bowl, watched
a perfect globe imprison his reflection:
his charmed soul, perfect in its wandering,

to float it all away: the trill of voices,
the dog’s gruff coat, the cradled branches,
and all that curvature of space and time
which held him briefly, as life holds him,
carried through iridescence to his vanishing.

Peter Scupham (1933-2022) from 'Invitation to View'
Wolk irisatie Wiki
Reflectie 

Kijkend naar blauw, kijkend door blauw,
keek hij hoe trage  drijvenden  opstegen en stierven;
bloemen waren spraakzaam die hoogzomer,
hun karmozijn vloeibare  rustend op zijn netvlies
terwijl hij het zonlicht uit zijn ogen wreef,

haalde rustig adem om de huid te kalmeren
gezeept op een kleipijp-kop, bekeken hoe
een perfecte bol zijn spiegelbeeld gevangen hield:
zijn betoverde ziel, perfect in haar omzwervingen,

om het allemaal weg te laten drijven: de trilling van stemmen,
de ruwe vacht van de hond, de wiegende takken,
en al die krommingen van ruimte en tijd
die hem kort vasthielden, zoals het leven hem vasthoudt,
gedragen door irisaties (kleurenspel) tot zijn verdwijnen.

Peter Scupham GB
https://stringfixer.com/nl/Iridescent

Thomas Couture (1815-1879) schilderde ca. 1859 zijn versie van dit geliefde thema. De uitleg van The Met museum, ook al is het werk voorlopig niet in de collectie te bekijken:

A schoolboy, identifiable by the books on the desk, contemplates soap bubbles, traditional symbols of the transience of life. A wilting laurel wreath on the wall behind him suggests the fleeting nature of praise and honors. The word "immortalité," inscribed on the paper inserted in the mirror, reinforces the painting’s allegorical content.
Couture was an influential teacher known for his opposition to strict academic instruction. Among his pupils was Manet, who in 1867 painted his own, more naturalistic, version of this subject (Museu Calouste Gulbenkian, Lisbon). 
Edouard Manet Le Garçon à la bulle de savon

Waarschijnlijk zijner weinigen die nooit de kunst van het bellenblazen hebben beoefend. Uiteraard een geliefkoosd onderwerp voor degenen die het over ‘kortstondigheid’ hebben. De versie van Rembrandt’s leerling, Gerrit of Gerard Dou (1613-1675) wil ik je niet onthouden. Met enig wantrouwen kijkt het kind naar de omgevallen zandloper, de omgekeerde schedel en de luit op, deze memento mori .

Stilleven met een bellenblazende jongen Gerrit Dou (Gerard Douw)
The soap-bubbles, skull, hourglass, feathered cap and gourd and other still-life elements shown in this work indicate that its subject is vanitas, the emptiness and ephemeral quality of man's existence. This work differs slightly from standard vanitas images as the boy blowing soap-bubbles has been fitted with the wings of angel. This motif indicates the layering of a religious theme over the standard vanitas imagery. 

Een boeiende YouTube omtrent dit onderwerp, met veel zorg en kennis gemaakt, neem je tijd!

    Al mijn vaarwels zijn gezegd.
  Zoveel keer vertrekken heeft mij langzaam
maar zeker gevormd sinds ik kind was.
Maar ik kom weer terug,
    ik begin opnieuw,
 mijn blik wordt bevrijd
 door de ongedwongen terugkeer.

       Wat mij rest is die blik te vervullen,
  en mijn vreugde
altijd zonder berouw
 te hebben gehouden van de dingen die
  lijken op de afwezigheden die ons
  tot handelen aanzetten. 

(Rainer Maria Rilke)

Glenn Priestley (1955) Vertrouwen op het intuïtief bewustzijn

Glenn Priestley oil on canvas Yonge street 167 x 218cm
“Many people had not thought of using the suburbs as subject for art so it was all very new. When we moved to Fredericton I found the natural landscape ‘pretty’ and ‘picturesque’ and quite conventional for an artist. It was very beautiful… but it was not my subject."
Originally from Toronto, artist Glenn Priestley spent his formative years in Scarborough, Ontario, where he attended the Vocational Arts Program at Cedarbrae Collegiate Institute and graduated from the Ontario College of Fine Arts Programme. He has since taught drawing and painting at numerous institutions, most notably in the drawing and painting department at the Ontario College of Art (now OCAD) from 1989 through 1996, when he left Ontario and moved with his family to Fredericton, New Brunswick.
Glenn Priestley Midway
"I also did not realize how much of an emotional content was tied into what I wanted to paint. I had no experiences here (yet) and did not feel I could be ‘authentic’ in creating work about this region. It was all so new.
Having a young daughter I slowly found my voice. I was now a parent and it was a natural thing to see a child experience new things and brought me into the world of kid’s culture. Fairs, school, sports, family events etc. great gatherings of people and excellent subject matter for an artist interested in figurative composition. Over time I became familiar with the area and I now have emotional associations and experiences here, which allowed me to speak in what I feel is a natural and my “authentic” voice. I now feel part of the place, but this took time.” (Deanne Musgrave in The East 2017)
Georgia Glenn Priestley

Het bekijken van zijn werk kan vooral intrigerend zijn voor de maritieme kijker; bekende gezichten, nostalgische voorwerpen en plaatsen worden gepresenteerd met dezelfde beeldtaal als een vorstelijk portret uit de 17e – 19e eeuw of een goddelijk altaar uit de Middeleeuwen of de Renaissance. Door zijn meesterschap heeft hij het vermogen om de alledaagse aspecten van het leven te verheffen: tweedehands winkelen, een winkelcentrum afstruinen of eten bij Kentucky Fried Chicken worden verheven tot het sublieme niveau van barokke, klassieke of Romaanse schilderkunst. Elke figuur is zorgvuldig geplaatst om de blik rond het doek te leiden naar de betekenislagen die in elke spleet verborgen liggen. (ibidem)

Glenn Priestley Collector 2013
“It is important to trust your intuitive unconscious mind and let the drawing develop on its own. The key when starting a large figurative drawing is to be an explorer, do not go in with a fixed agenda. Interpret what is happening, take chances and make intuitive decisions as to where things are going, because… you really shouldn’t know. You should be ‘beyond thought’ when drawing. You must hand yourself over to the process. This is very, very important.”
‘Stardust’

Wat je ziet is geen kopie van een werkelijk tafereel maar een uitgekiende compositie waarin personages en dingen zoals allerlei speelgoed in elkaar overlopen. Je moet ‘voorbij het denken’ en zoals (kleine) kinderen vertrouwen op het magische. Bezoekers van het atelier kunnen als personage opduiken in latere werken, maar ook de bekende vaak commerciële speelgoed-figuratie krijgt toch een toverachtige glans door compositie en atmosfeer.

Balloon-man
Other than Priestley’s mastery of composition, he has a deep understanding colour. Often making comparisons to music, he understands that colours need to be placed in a sequence similar to pitches in a musical chord to create harmony. There is an inner glow created by this sequence that is undeniably Priestley and it is informed by many 19th landscape paintings, such as Frederic Church or Albert Bierstadt. In reviewing “Batman”, it is clear that the band of turquoise in the little girl’s hat, as well as, her pink jacket is carefully echoed on the opposite side of the painting by the colours of the cotton candy. There are many relationships like this if you look deeply into the painting.  The colours are carefully sequenced to create an inner glow. (Deanne Musgrave in The East 2017)
Batman

Uiteindelijk komt het allemaal neer op Priestley’s obsessie met verf, kleur en de taal van de beeldende kunst. Als een alchemist op zoek naar het recept voor goud, brengt hij uren door met het mengen van kleur. Hij benadrukt uitvoerig hoe belangrijk het is om de perfecte volgorde van kleuren voor een schilderij te vinden en dat een kunstenaar veel tijd moet besteden aan het mengen van kleuren voordat hij zelfs maar aan een werk begint. De kleurvolgordes die hij kiest grijpen ook terug op de 19de-eeuwse Romantische schilderkunst. Onbewust is de toeschouwer vertrouwd met deze kleursequenties omdat hij ze al vele malen eerder in musea heeft gezien, wat een extra gevoel van nostalgie creëert. (ibidem)

"Er is iets achter de verwarde ogen van zijn mensen die vastzitten in een bus, in de verveelde menigte op een kermis, in het schreeuwende publiek dat naar dwergworstelaars kijkt, dat bevrijding wil. De uitnodiging om fantasierijk rond te dwalen in een Priestley-film, om betrokken te raken bij het verhaal en het drama van de vertelling van een compositie, om gewoon nog een ziel te zijn in de kolkende stroom die op en neer door de straat beweegt, is gewoon te mooi om te laten schieten." - Tom Smart, schrijver, kunsthistoricus en directeur van de Beaverbrook Art Gallery-
Yardsale
There is something comforting in knowing that Priestley continues to work diligently to elevate New Brunswick culture to sublime and regal heights; that the memories of our childhood toys, Maritime Kitsch objects and other aspects of our visual culture are eternally elevated in his artwork. It gives you the positive sensation of reviewing a family photo album while simultaneously acting as a testament that the everyday suburban culture can be heroic and iconic.  (ibidem)

Maar soms ook de stilte, de uren waarin indrukken naar het moment van uitdrukken groeien. Het bezinken dus.

Website van Glenn Priestley:

https://www.glennpriestley.com

Come on, Glenn wake up!

‘Ut Pictura Poësis’, zowel in schilderkunst als in poëzie

‘Schilderkunst en Poëzie’ Francesco Furini (Florence 1604-1646) 1626 180 x 143cm

Je moet niet aanschuiven om in de Gallerie degli Uffizi, afdeling Pitti Palace, collectie Palatine Gallery binnen te geraken tijdens je verblijf in ‘Florence’. We nemen je graag bij de hand om dit merkwaardig schilderij van de toen tweeëntwintig-jarige Francesco Furini te bekijken waarop zowel de Poëzie als de Schilderkunst, een thema van Horatius in zijn Ars Poetica, in een tedere omhelzing te bewonderen zijn. Anna Bisceglia aldaar aan het woord:

The allegorical figures of Painting and Poetry represent the famous theme explored by Horace in Ars Poetica.  The concept of UT PICTURA POËSIS (“so in painting as in poetry”) is expressed by Furini in the Sapphic kiss and embrace of the two figures, arranged almost symmetrically, and in the interplay of gestures which visually represent the mutual relationship between the two sister arts.

Of je die ‘Sapphic kiss’ kunt verenigen met de ‘two sister arts’ mag een glimlach op de ernstige lippen van de kunstkijker toveren, ook de arm van ‘Pictura’ die haar zuster- kunst vasthoudt en uitloopt op een palet met een verzameling borstels terwijl ‘Poësis’ naar ons kijkt en op Pictura’s naakte schouder een liefelijk woord wil schrijven kan die glimlach verlengen en dat allemaal terwijl ze in een ‘Sapphic kiss’ verenigd zijn. In feite hebben wij ze, als kijker, verrast en kijkt Poësis onze kant uit terwijl ze de kus verbreekt.

Painting, depicted on the left, holds a palette and brushes in one hand, tools for art as the imitator of nature, and a mask in the other, a reference to the imitation of human actions. Poetry, on the right, holds a quill, while the inkwell sits atop the scroll signed with the motto CONCORDI LVMINE MAIOR.(Greater through united light.) This motto was coined by Furini himself and aims to emphasize the Horatian concept of unity between the two arts, serving as a reminder that both painting and poetry are of greater quality when seen in the same light.(Ibidem)

De schilderkunst, links afgebeeld, houdt in de ene hand een palet en penselen vast, werktuigen voor de kunst als imitator van de natuur, en in de andere een masker, een verwijzing naar de imitatie van menselijke handelingen. Rechts houdt de dichter een ganzenveer vast, terwijl de inktpot bovenop de rol staat met de spreuk CONCORDI LUMINE MAIOR. (Groter door het verenigde licht) Dit motto werd door Furini zelf bedacht en is bedoeld om het ‘Horatiaanse’ concept van eenheid tussen de twee kunsten te benadrukken, door eraan te herinneren dat zowel de schilderkunst als de dichtkunst van grotere kwaliteit zijn wanneer ze in hetzelfde licht worden gezien.

Francesco Furini De drie Gratiën
In de Griekse mythologie een drietal godinnen, die de lieflijkheid, de schoonheid en de charme van de natuur uitbeelden. De drie Gratiën. Met de Muzen dienen ze als bronnen van inspiratie voor dichtkunst en beeldende kunst. Hun namen waren Eufrosyne (vreugde), Thalia (overvloed) en Agaia (glans, schoonheid).

The National Gallery beschrijft dit schilderij als: influenced by Guido Reni, he was known for his rather morbidly sensual depictions of the female nude. Nou moe! Verklaart zo'n reactie het feit dat er nogal wat musea het werk van deze kunstenaar in depot houden? In de kunstrubriek 'Hisour' las ik deze bepaling:
Freedberg describes Furini’s style as filled with “morbid sensuality”. His frequent use of disrobed females is discordant with his excessive religious sentimentality, and his polished stylization and poses are at odds with his aim of expressing highly emotional states. His stylistic choices did not go unnoticed by more puritanical contemporary biographers like Baldinucci. Pignoni also mirrored this style in his works.
Francesco Furini St Agnes

Een degelijke Amerikaanse thesis voor de graad van Master of Arts University of Washington 2016 kun je hier raadplegen. ‘Francesco Furini: ‘Paintings of Exceeding Beauty’ in Seicento Florence door Jena Mayer.

Furini's werk weerspiegelt de spanning waarmee de conservatieve, maniëristische stijl van Florence geconfronteerd werd met de toen nieuwe barokke stijlen. Hij is een schilder van bijbelse en mythologische taferelen met een sterk gebruik van de nevelige sfumato techniek. In de jaren 1630 liep zijn stijl parallel met die van Guido Reni. Een belangrijk vroeg werk, Hylas en de Nimfen (1630-gebruikt als openingsbeeld), bevat zes vrouwelijke naakten die getuigen van het belang dat Furini hechtte aan het tekenen naar het leven.

Furini werd in 1633 priester voor de parochie van Sant'Ansano in Mugello.
Jong meisje toegeschreven aan Francesco Furini Olie op koper

De ‘Pictura’ straalt woordeloos: de schilderkunst tegenover de trage kunst van het woord, de Poësis, dat zich alleen al in zoveel verschillende talen kan verschuilen. Francesco Furini probeerde hen te verenigen naar oud Latijns model. Dat zij in hetzelfde licht kunnen stralen is inderdaad een vrome wens. Dat zij hoe dan ook vrouwelijk worden voorgesteld verwijst naar hun verbinding met de aarde. De emoties die zij opwekken gaan verder dan de onmiddellijke vervulling waarin het mannelijke zich spiegelt in begrippen als verovering tegenover bescherming. Dat dergelijke eigenschappen zich in verloop der tijden onafhankelijker tegenover hun bron hebben geuit -denk aan de tedere man, de sterke vrouw- ontkent hun kern niet. ‘Das ewig-weibliche zieht uns hinan.’ (Goethe, Faust II, slot.)

Een volgende opdracht, mix in deze collectie mannen, jongens met dezelfde uitstraling want das ewig weibliche is niet aan een gender gebonden.
Hoofd van jonge man met gesloten ogen Francesco Furini