JIM HARRISON (78) VOOR ALTIJD IN LETTERS LEVEND (1937-2016)

Jim-Harrison-Illustration-e1352143560814.jpg

 

Seven in the Woods

Am I as old as I am?
Maybe not. Time is a mystery
that can tip us upside down.
Yesterday I was seven in the woods,
a bandage covering my blind eye,
in a bedroll Mother made me
so I could sleep out in the woods
far from people. A garter snake glided by
without noticing me. A chickadee
landed on my bare toe, so light
she wasn’t believable. The night
had been long and the treetops
thick with a trillion stars. Who
was I, half-blind on the forest floor
who was I at age seven? Sixty-eight
years later I can still inhabit that boy’s
body without thinking of the time between.
It is the burden of life to be many ages
without seeing the end of time.

jim-harrison2.jpg

 

PAASBRIEF AAN CECILIA: DE MYTHE VAN HET TERRORISME (UMBERTO GALIMBERTI)

Princess-Tower.jpg

Lieve Cecilia,

Paaszaterdag was in mijn jeugd de dag van het paaseieren rapen na de hoorbare terugkeer van de klokken. Slechts later werd die terugkeer met de paasnacht verbonden en verloor deze zaterdag zijn oorspronkelijke blijheid en kwam hij terecht onder de wat voorspelbare noemer ‘stille zaterdag’.

Natuurlijk kun je de stilte van deze week als de stilte na de storm interpreteren. Menig goed mens is tussen het gedruis opgestaan om te roepen dat ze ons niet klein krijgen, dat we allleen in de solidariteit en de verbondenheid ons heil zouden vinden en menig geestelijke voorganger zal deze dagen het christelijke feest van de verrijzenis met de weder-opstanding uit de immense angsten die ons beklemmen gebruiken om een sprankel hoop toe te voegen aan de smaak van (Belgische) chocolade-eieren waar onze ouders het nog moesten doen met het vinden van kippeneieren die ofwel de klokken ofwel ‘de vos’ (Sint Pieters Lille) had gebracht omdat het uitgevaste lichaam eiwitten meer dan dringend nodig zou hebben.

Ik betwijfel de helende functie van dagen zonder vlees niet en zeker ook niet in onze overvloed het uitproberen van soberheid en tegengaan van verspilzucht, maar wat ons deze paasweek overkwam zindert nog boven al deze bedenkingen en met geen enkele formule kan ik de knallen in luchthaven en metro tot zwijgen brengen.
Natuurlijk heb ik ook alle mogelijke reacties van wijze en ervaren geesten verzameld en kon ik me enigszins verzoenen met de tweedeling tussen open en gesloten geesten, tussen het gebrek aan coördinatie en me verzetten tegen het gemakkelijke zoeken naar een schuldige of schuldigen.
Was het de afstand tussen mijn woonplaats en Zaventem (nauwelijks 20km denk ik) of het feit dat de kleindochter Brussel dagelijks als studente aandoet, was het een soort ontwaken uit de droom dat het hier toch niet kon gebeuren of de machteloosheid die bij het onvermijdelijke optreedt?
Ik blijf je tot op de dag van vandaag het antwoord schuldig.

Ook mijn begrip voor allerlei acties om en rond de beurs, of her en der op verschillende plaatsen in het land konden me -in tegenstelling met de vroegere gebeurtenissen in Parijs- niet bereiken, laat staan enigzins helpen om de gruwelijke knallen en hun gevolgen in mijn hoofd te verzachten.
De verschrikkelijke beelden en meer nog de geluiden zijn onuitwisbaar.

In dergelijke omstandigheden is het raadplegen van lectuur een mogelijke uitweg. Ver moest ik niet zoeken. Als verzamelaar van oude en nieuwere tweedehands boeken kwam ik bij een recente aanwinst uit, uitgegeven in het jaar van mijn geboorte (1944) ‘Moira, fate, Good, and Evil in Greek Thought’ van William Chase Greene (prof Greek and Latin in Harvard University) een boek dat ik uit een nalatenschap kocht en toch wel enige concentratie vraagt omdat je constant de teksten van auteurs moet raadplegen en het recentere vrijwel nieuwe boek nog van de Italiaanse (Venetiaanse) wijsgeer Umberto Galimberti  ‘Mythen van onze tijd’, de mens in het tijdperk van vooruitgang en techniek, een fraaie Ambo-uitgave 2009-2011.
En daarin op mijn wenken bediend het hoofdstuk ‘de mythe van het terrorisme’ geschreven naar aanleiding van de gebeurtenissen in New York in 2001.
Hij opent met een citaat van de Franse socioloog en filosoof Jean Baudrillard, L’ esprit du terrorisme’:

‘Zij hebben het gedaan, maar wij hebben het gewild.  Als we dat niet beseffen, verliest de gebeurtenis elke symbolische dimensie.  Dan blijft het een incident, een volkomen willekeurige daad, de moorddadige nachtmerrie van een gek die daarom moet worden gedood.  We weten heel goed dat het zo niet zit.  En dat verklaart het hele delirium van fobiebezweringen waarmee we het kwaad willen uitdrijven; het kwaad is hier, het is ons duister verlangen.  Zonder deze diepe medeplichtigheid zou de gebeurtenis minder weerklank hebben gehad.  Ongetwijfeld rekenen terroristen met hun symbolische strategie op onze beschemende medeplichtigheid.’

03mum4.jpg


Dat was 2 maanden na 11 september in Le Monde te lezen en werd naderhand een boek.
‘Wij hebben het gewild,’ schrijft Baudrillard, ‘omdat wij allen zonder uitzondering van deze gebeurtenis hebben gedroomd, omdat iedereen wel moet dromen van de vernietiging van elke macht die te overheersend wordt.’
Niet alleen hebben we het gedroomd maar ook verbeeld met verwijzing naar talrijke filmen met dit thema waarin  het almachtige en suïcidale Westen duidelijk meespeelde. En zo zou vanuit deze fantasie de terrorist in ons zijn wakker geschud die in ons sluimert en die zichtbaar wordt in de pathetische verbetenheid van alle betogen die dat proberen te ontkennen.

‘Zonder deze diepe medeplichtigheid zou de gebeurtenis veel minder weerklank hebben gehad. Ongetwijfeld rekenen terroristen met hun symbolische strategie op onze beschamende medeplichtigheid.  Dit gaat veel verder dan de haat die de dominante wereldmacht oproept bij misdeelde en uitgebuite mensen, bij degenen die aan de verkeerde kant van de wereldorde zijn terechtgekomen.  Want de allergie voor elke definitieve macht is gelukkig universeel en huist in het hart zelf van degenen die hun rijkdom niet met anderen delen.’

Dat een dergelijke uitspraak reacties opriep is duidelijk.  De term ‘verspilde spitsvondigheden’ van de Franse filosoof Adriano Sofri is meteen duidelijk.
Toch neem ik je nog even mee in zijn gedachtengang rond twee belangrijke begrippen:
-de triomferende globalisering die in de ban van zichzelf is geraakt.
-de macht van het symbolisch geweld die altijd sterker is geweest dan de macht van het echte geweld.

Baudrillard vindt dat we nu in de vierde wereldoorlog zijn beland.
De eerste maakte een einde aan de Europese suprematie van Europa en aan het koloniale tijdperk.
De tweede aan het nazisme. (ikzelf denk dat zij het symbolische totaal vervingen door het werkelijke geweld)
De derde was de Koude Oorlog die een einde bracht aan het communisme.
En van de ene naar de andere oorlog ging het steeds verder richting uniforme wereldorde.
‘Tegenwoordig botst deze orde, die bijna haar eindpunt heeft bereikt, met tegenkrachten die overal in het hart van het mondiale verspreid zijn, in alle actuele brandhaarden.’

De vierde wereldoorlog speelt zich niet in Afghanistan, Syrië of Irak af.
‘Het is een oorlog die elke wereldorde bedreigt, elke overheersende hegemonie, want als de islam de wereld zou overheesen dan zou het terrorisme gericht zijn tegen de islam.  Want het is de wereld zelf die zich verzet tegen de globalisering.’
Aldus Baudrillard.

Zo zou een immorele reactie van het terrorisme zich verzetten tegen het immorele van bijvoorbeeld het globalisme.
Benjamin Barber, adviseur van Clinton voorzag al een mogelijk conflict tussen economische globalisering en het religieus fundamentalisme.
‘De jihad zou buitenproportioneel kunnen toenemen, een pathologisch gezwel als weerspiegeling van de terechte ontevredenheid over de gevolgen van een arrogant seculier materialisme dat de integriteit van de inheemse culturele tradities die zelf niet goed zijn toegerust om zich te verdedigen tegen de agressiviteit van de wereldwijde vrijhandelsmarkt.’

We laten Barber zelf verder aan het woord:

‘Zal de Aziatische thee en de bijbehorende religie en familiecultuur de aanval van mondiale commercialisering door Coca-Cola kunnen overleven?  Zal de gezinsmaaltijd blijven bestaan tussen het fastfood als brandstofvoorziening? Overleven de nationale filmculturen van de armste landen de spektakelfilms van Hollywood die helemaal zijn afgestemd op de universele teenagersmaak van geweld en gemakzuchtig sentimentalisme?  Waar is de ruimte voor gebed, voor gezamenlijke religieuze rituelen, voor spirituele zaken? (-)
Als we maar één keuze hebben, namelijk die tussen de moellah en winkelcentrum, tussen de hegemonie van het religieuze absolutisme en die van het determinisme van de markt, dan kunnen noch de vrijheid, noch de menselijke geest gedijen.’

En Galimberti besluit deze redenering:
‘De concusie van Barber is: zouden we ons misschien niet moeten gaan afvragen hoe het kan dat wij over theocratie spreken en de stank van tirannie ruiken als we zien dat religie een of ander nieuw gebied van het menselijk leven koloniseert, dat wij over absolutisme spreken en bang zijn bij het vooruitzicht van totalitarisme als we zien dat de politiek elk ander menselijk levensgebied koloniseert, terwijl wij, als we zien dat marktrelaties en commercieel consumentisme elk ander menselijk levensgebied proberen te koloniseren, over vrijheid spreken en de overwinning van de vrijheid verheerlijken?’

tallest-building-in-India-Vivarea.jpg

Je kunt hier niet spreken van een onderscheid tussen goed en kwaad, tussen juist en onjuist, tussen vriend en vijand, zegt Galimberti.
Het gaat erom dat we beseffen dat een macht die heel asymetrisch wordt haar almacht verliest en volledig machteloos staat tegenover de uitdaging van terroristen.
De uitdaging ligt niet op het vlak van de werkelijkheid waar machtsverhoudingen in het spel zijn, maar op een symbolisch vlak waar hun dood op het spel staat:  een absoluut wapen tegenover een ‘systeem dat bestaat van het uitsluiten van de dood’.
Daarover heeft Baudrillard het al in 1976 in ‘L’ échange symbolique et la mort’:

‘Elke dood is makkelijk te berekenen binnen het systeem, ook de slachtpartijen van een oorlog, maar niet de uitdagingsdood, de symbolische dood, want die heeft geen berekenbaar equivalant meer: de symbolische dood leidt tot verhoging van de inzet en die kan slechts worden verzoend met een nieuwe dood.  Er is geen ander antwoord op de dood dan de dood.  En dat is wat in dit geval gebeurt:  het systeem wordt opgeroepen om op zijn beurt zelfmoord te plegen.  Iets wat overduidelijk blijkt uit de onmacht en de mislukking ervan.’

Als zichtbare macht kun je niets beginnen tegen de lage maar symbolische dood van een paar mensen want zij brengen de enige vorm van geweld in het spel die het Westen niet in praktijk kan brengen, ‘die van de eigen dood.’
Baudrillard benadrukt dat dit niet genoeg is want ‘het oudere zelfmoordterrorisme was een terrorisme van de armen, terwijl het nieuwe een terrorisme van de rijken is.  En dat is wat ons bijzonder bang maakt.  Ze zijn rijk geworden (en hebben alle bijbehorende middelen) en ze willen ons nog steeds vernietigen.
Ons waardesysteem noemt zoiets ‘valsspelen’

‘Uiterst sluw hebben de terroristen de banaliteit van ons dagelijks leven gebruikt en daarmee hun dubbelspel gemaskeerd.  Ze hebben geslapen in appartementen in de buitenwijken, ze hebben gelezen en gestudeerd, ze woonden bij hun gezinnen, om van de ene op de andere dag wakker te worden als tijdbom. Dat ze hun clandestiniteit zo perfect onder controle hadden is even terroristisch als hun spectaculaire daad van 11 september. Want dat werpt een verdachte schaduw over elk willekeurig individu:  is elk goedaardig wezen niet in potentie een terrorist? Als terroristen onopgemerkt konden blijven, dan is iedereen van ons een crimineel incognito.’

High-Rise-Buildings-Architecture-Modern-Mississaug-9371.jpg


Onze reactie, ons repressief handelen doorloopt dezelfde onvoorspelbare spiraal als terroristisch handelen.  Niemand weet wat het zal ophouden of wat de gevolgen ervan zullen zijn.

‘Niet alleen de directe, economische, politieke, beursgenoteerde en financiële recessie die er het resultaat van is, de ondergang van het waardesysteem, van de hele ideologie van vrijheid en vrij handelsverkeer die de trots was van de westerse wereld en de rechtvaardiging om de westerse heerschappij op te leggen aan de rest van de wereld.
Het is zelfs zo dat het idee van vrijheid, toch een nieuw en recent idee, alweer verdwijnt uit onze gebruiken en ons bewustzijn.  De liberale globalisering, van totale controle, van angst die wordt aangewakkerd door de behoefte aan veiligheid.  Uiteindelijk  eindigt deregulering in een maximum aan gebondenheid en beperkingen, precies zoals in een fundamentalistische samenleving.’

Daaruit concludeert Galimberti dat het bij een symbolische uitdaging hoort om de uitgedaagde op hetzelfde niveau te brengen als de uitdager, door de eerste te dwingen tot zaken die hij een dag tevoren verafschuwde zoals het opschorten van mensenrechten. (denk aan de gevangenissen van Guantanamo Bay of Abu Ghraib.)

De symbolische dimensie ligt ons niet, gewend als we zijn aan het Amerikaanse realitische denken. We zouden dus beter geen partij kiezen voor de motieven van het terrorisme of voor de motieven van het westerse antwoord.
‘Het is beter om te proberen opgewassen te zijn tegen die nieuwe, nog niet eerder voorgekomen gebeurtenis: de globalisering.
Vanuit het symbolische denken is een verzet eerder denkbaar terwijl dit voor het realistisch denken totaal onbekend is.
‘Dit denken antwoordt op een unieke en onvoorspelbare gebeurtenis, met die zich alsmaar herhalende pseudogebeurtenis, namelijk oorlog.  Alsof de wereld na de globalisering nog steeds in tweeën is verdeeld.’

En tenslotte is er de angst voor het onvoorspelbare.
Terroristische acties hebben niet alleen verwoestingen aangebracht aan luchthavens, metrostations en mensenlevens maar zij hebben ook de basisvoorwaarde van het dagelijkse leven van ons westerlingen aangetast, namelijk de voorspelbaarheid van morgen.

‘Zonder die voorwaarde komt geen enkel initiatief van de grond en vallen de handelingen die ons gewoonlijk bezighouden terug op zichzelf. Ze verliezen hun belangrijkheid, diepgang, zin en waarde en in plaats daarvan komt de subtiele en diepe mentale toestand, de primitieve angst waartegen de westerse mens zich heeft beschermd door zijn eigen geschiedenis uit te vinden. De angst voor het onvoorspelbare.’

Het is inderdaad beter van een angstgevoel te spreken dan van angst want angst is bij zichtbaar en bepaald gevaar een uitstekend verdedigingsmechanisme met de aanval of de vlucht als strategisch antwoord. Het angstgevoel daarentegen is een verlammend gevoel bij een onzictbaar en onbepaald gevaar waarbij aanval of vlucht ons niet kan verdedigen omdat het gevaar overal en nergens is.

1.The-Princess-Tower-located-in-the-Marina-district-of-Dubai-UAE-is-the-world’s-tallest-residential-building-at-a-height-of-414-m-1358-ft-with-101-floors..jpg


‘De mensheid is zo weer teruggekeerd naar haar oorsprong, toen een geluid de stam aan het schrikken bracht en bliksem haar de stuipen op het lijf joeg.’

‘De oninterpreteerbaarheid van de toekomst en de mogelijke terugkeer van de tijd vloeien voort uit een westelijke mentaliteit die de tijd slechts beschouwt in de categoriëen ‘ontwikkeling’ en ‘vooruitgang’, dus als absolute toekomst die het heden aantast zonder te beleven en het verleden zonder aarzelen opruimt als ‘achterhaald’.

En dan is er dat besef dat terroristen weten dat ze moeten sterven.  Toch voeren ze hun daad uit.  Daardoor halen ze in één klap de hele verdediging van de tegenstrever onderuit. Want die voorziet in alles, tot aan de grens, namelijk de overtuiging dat ook de vijand zijn leven wil behouden. De dimensie van zelfmoord ontneemt ons ook het laatste criterium van interpreteerbaarheid, het criterium dat tot nu toe als het meest zekere werd beschouwd omdat het verankerd ligt in de biologische basis van het menselijk leven.

En enkele vragen die daaruit voortspruiten:
-Als de geest gevangen is, hoe kan dan cultuur, kunst, wetenschap, muziek worden gemaakt?
-En welke taal moet het gevoel dan spreken:  liefde, hoop, plannenmakerij, verdriet?
-Vooral:  over welke instrumenten beschikt onze geest dan om te kunnen omgaan met de dimensie van het onvoorspelbare die als sinds de dageraad van onze geschiedenis in onbruik is geraakt?

Hebben we sinds 2001 geleerd met het onvoorspelbare om te gaan?
‘We moeten de rede terugroepen uit de verstrooidheid en verkwisting waarin we haar lang hebben laten rondzwerven. Het redelijke denken vraagt dat we begrijpen waarom de wereld zo bedreigend voor ons is geworden en de rede vraagt ons dat we tot aan de wortels van onze angst gaan om uit te vinden of het soms toch niet in onze macht is, de macht van ons westerlingen die zo buiten verhouding is vergeleken met de rest van de wereld, die ons zo stiekem angstig maakt.’

Onze mateloosheid zijn we misschien uit het oog verloren.
Mateloos als onze levensstijl eist dat we levensenergie uit de vier hoeken van de aarde halen om die weer terug te geven zodra ze niet meer van nut is.
Er is dus bezinnig nodig willen we met onze angst afrekenen.
Het terug ontdekken van onze grenzen brengt ons naar het Griekse ‘kata métron’ want wie zijn grenzen niet kent, moet het lot vrezen.

photo22.jpg


Weet ik nu meer?  Ben ik nu minder bang?  Kan ik de ontploffingen uit mijn geest bannen?
Ik adem dieper, ja.
Ik heb perspectief gekregen.

Ik besef ook dat de verschuiving van rekrutering een duidelijk feit is. De criminele achtergrond, frustraties vanuit een opvoeding waarin het mannelijke overbeklemtoond wordt,, het te lang dulden van wangedrag, het zijn enkele nieuwe kenmerken die het onberekenbare vergroten en het perspectief vervalsen. Er wordt met meer dan twee monden gesproken.
Toch  blijft ook dualiteit van de twee on-machten mij aanspreken.
Het aanzetten om de rede meer in ere te herstellen leidt ons naar een kern die me nauw aan het hart ligt:  het onderwijs.  Kan je van goede scholen spreken als ze alleen de prestatiedwang huldigen en het leren denken over zichzelf en de wereld verbannen naar de onnuttige dingen?
Kun je zonder filosofische inzichten een gelukkiger mens vormen?

Zijn we aan het einde van alle mogelijke onderhandelingen gekomen of is de confrontatie de enige uitweg?


Pasen 2016 heeft mij een beetje zacht licht gegeven:  beseffen dat er een derde weg kan zijn maar ik haast me te zeggen dat ik niet weet hoe we die met alle partijen moeten onderzoeken, want het is in dit geval samen de weg gaan of blijven herhalen wat menselijk gezien niet te herhalen is. Dachten we.
Of een tijdperk afsluiten. Hopen we.

De bloemen staan op de vensterbank en nu de nacht één uur krimpt zullen we lichtjes branden, als kleine oogjes van dat grote lichaam dat steeds weer het blinde verkiest.

 

 

 

how far.jpg

Esther Naor ‘How far would you run with a piece of lead in your heart (2014)

NACHT MET VOLLE MAAN

bm60.jpg

De laatste volle maan

voor hij uit de doden kwam

waart gij vannacht.

Koele moeder in het duister

waarin alleen de winter lispelt.

 

 Geen morzel lente geeft gij ons cadeau,

maar met bijzondere helderheid

zat gij in de hoogste takken

van de immer groene cederboom,

zuster van de triestigheid,

spiegel van de ploert

die ’s zomers weer de grond verpulvert,

vader van het al.

 

De slapelozen

zuiveren hun tekort aan dromen

bij uw kale-knikker-licht.

Ze zuchten bij het raam

en zien daken schemeren waaronder

oude kinderen op de zondag wachten,

-met open mond, of erger, snurkend,

en in een oud gebaar

de duim tussen verdroogde lippen,

-o, ’t verspilde helder boven de cederstam-.

 

Genadeloos schuif gij naar het midden van de tuin

waar we eertijds eieren zochten,

 zonder krimp

belicht uw kalme licht

 geknakte varens, kale bomen in de knop.

 

Achter enkele ramen

maken slapelozen een vuist.

Dit zijn nachten

om de maan te lezen.

23edweinsteinart-master675.jpg

 

DE MENSEN DIE HIER WONEN

04189-(BK).jpg

 

Een man kwam aan bij een gehucht en besloot om de soefi meester, die daar woonde, met een bezoek te vereren. Deze meester was de wijze oude man in het dorp.
 
De bezoeker zei: Ik weet niet of ik mij in deze contreien moet vestigen of niet. Ik vraag me af of dit een goede plek is. Kunt u mij vertellen wat voor een mensen hier wonen?
 
De Soefi meester antwoordde: “Vertel me wat voor een mensen wonen er op de plek waar u vandaan komt”.
 
De bezoeker zei: “O, alleen maar gespuis, struikrovers, oplichters en leugenaars, mensen die onze wereld donker maken”.
 
De oude meester vertrouwde hem toe: “Weet u, hier woont eigenlijk hetzelfde slag mensen”. De bezoeker vertrok spoorslags en liet zich niet meer zien.
 
Een halfuur later reed een andere man het gehucht binnen. Ook hij ging op bezoek bij de soefi meester en zei: “ik denk er over mij hier te vestigen. Kunt U zeggen wat voor een mensen hier wonen?
 
Opnieuw antwoordde de soefi meester: “vertel me wat voor een mensen wonen op de plek waar U vandaan komt”.
 
De bezoeker zei: “O dat waren werkelijk de vriendelijkste, aardigste, liefste en meest meelevende mensen die je je kunt voorstellen. Zij zorgen dat het duister in de wereld wordt omgezet in volop licht. Ik zal ze ontzettend missen”.
 
De Soefi meester zei: “zulke mensen wonen hier ook”.
 

0221-BKS-Thompson-superJumbo.jpg

PALMENZONDAG 1954

Entry into Jerusalem Van Dyck.jpg

Buskus. Een zot woord. Bus-kus. Van de dingen die nu niet te kussen zijn is een bus er zeker eentje. Te groot.  Meestal te vuil. En te triestig. Vooral ’s avonds als ze hun mistroostig binnenlicht aandoen.  Er is geen lelijker licht dan het licht in een bus.

Hij had wel eens van kikkers gehoord, toch ook niet de meest charmante dieren, en als ge daar het juiste exemplaar van zoudt kussen kon de kikker in een prinses veranderen.
‘Ma, sorry, maar ik heb…’
‘Ventje toch, zijt ge weer bezig geweest. Alé kom maar binnen juffrouw.’
En de twaalfde prinses zette zich bij de elf getransformeerden en maakte met de anderen verder ruzie of ze met pasen hun haar blauw of chocoladekleurig zouden verven.
‘Wat zit ge daar zo heimelijk te lachen?’
Hij legde haar zijn probleem met het woord ‘bus-kus’ uit.
‘Het is buks-sus ventje. Met een x geschreven. Buxus.’
De oudste van Mermans heette Sus. Lang en schriel. Nu hoorde hij zijn vader om de haverklap: ‘buk sus!’ roepen, en:
‘Zijn kop is blauw van overal tegenaan te lopen. Nu zult ge denken dat zo’n bonestaak toch beter dan wie ook uit zijn doppen kan kijken, maar…’
‘Hij zit met zijn hoofd in de wolken,’ zei hij luidop.
Zijn moeder keek hem onbegrijpend aan.
‘Ik bedoel…Niet op letten, ma. Ik zag weer van alles gebeuren.’
‘ ’t Is hier beneden te doen, jongen.  Niet in de wolken.’
‘Ik wist niet dat palm ‘buxus’ heette,’ probeerde hij haar te ontwijken.
‘In feite is dat geen echte palm, maar omdat wij in ons klimaat geen echte palm kunnen planten hebben wij buxus die ook in de winter groen blijft palm genoemd. En morgen, met palmen-zondag herdenken wij Jezus die Jerusalem binnenreed op een ezel terwijl de mensen hem toejuichten en met echte grote lange palmtakken zwaaiden.’
‘En een paar dagen later hangen ze hem aan het kruis?’
‘ Zo zijn de mensen, jongen.  Hebt ge uw handen gewassen want we gaan dadelijk eten.’

Van de nonnen hadden ze voor elk kind een struikje buxus gekregen. Om het zondags te laten wijden. Elk jaar stak zijn moeder een takje achter het kruis nadat ze de verdorde van vorig jaar in de kachel verbrandde. Weggooien mocht niet, dat was zonde.
Ze had hem verteld dat hun grootvader bij onweer rond de boerderij ging terwijl hij de muren met de hulp van palm besprenkelde met wijwater. Om de bliksem af te weren. En met aswoensdag diende de asse van oude palm om hen een zwart kruisje op het voorhoofd te drukken.
‘Gedenk mens dat gij stof zijt en tot stof zult wederkeren.’
‘Onder mijn bed ligt het vol dode mensen,’ had hij haar gezegd.

Gij stinkt naar pis,’ zei hij tegen het busseltje palm. ‘En ik weet waarom.  Gij hebt Jezus verraden. Eerst maar zwaaien en bravo-bravo roepen en een paar dagen later, waar waart ge toen? Ge had die Judas tegen zijne laffe kop kunnen kletsen en nu heeft god u laten stinken. Als straf. Ik laat u niet wijden. Gij kunt niks. Zelfs geen bliksems tegenhouden. Ge maakt de mensen bang met een zwart kruisje. Haha zegt ge, ik blijf altijd groen maar gij hé ventje, gij gaat eraan. En wat doen ze met uw stof? Wat maken ze van uw asse? Niks. Ze stoppen u in de grond. Dat kan, maar wees maar gerust dat mijn stof vergif voor buxus is. Groeit gij maar onder de kettingen van de nonnen op het kerkhof. Ik zal eerst een klein treurwilgje zijn vol vlinders en daarna komen er elk jaar paasbloemen uit mijn stof. Hebt ge die al eens geroken?’

Waar is uwe bosje palm, jongen?
‘Ik ben hem onderweg verloren denk ik. Maar och, we hebben toch nog genoeg.  Voor wel duizend zwarte kruisjes en tien boerderijen.’

jonquille_07.jpg

EEN HUIS IN HET HART

06.07_merholz_camera_color.jpg

Met een huis in het hart
-verguld, dat is waar-
vermengen wij de hete melk
met alledaagse koude brokken.
Hier was ik  thuis.
 
Waar ik een kind was,
waar de dagen zondag zijn
of school,
of vakantie zonder eind,
waar moeder zong en vader zweeg.
Daar was ik thuis.
 
Met uitzicht op nergens,
een tuin vol zure kriekenbomen,
maar ook de donkere dagen
voor de komst van een goedheilig man,
wonderen in het schaarse licht
van etalages en kerken
(puer natus est).
Was ik daar thuis?
 
Veel te vroeg in bed
want morgen was er weer een dag,
vlotten vlijt
op de trage rivier zonder verloop.
God zag alles, de familie ook,
en schuld kreeg je gratis
bij geheime pretjes zonder naam.
Hier ben je thuis.
 
Een kuise nacht heel dicht bij jou,
-de meisjes waren vroeg naar huis-
voor het ouderlijk vuur gezeten,
kusten wij elkaar,
en eindelijk, enkele seconden,
was ik thuis.
 

21gray-superJumbo-v2.jpg