Hazen en klokken, een paasbrief (met geluid en gelui)

Grote Haas met mandje. 38cm. Atelier Rosa

Het is duidelijk. Anno 2025 hebben de hazen het gehaald. Niet alleen een zinnetje om de aangeblazen H te leren uitspreken, maar tevens een zachte zegekreet uit het land van de zalig zoete Paasverbeelding. Nog maar een leven-lang geleden waren ‘de klokken’ aan de macht. In één geldige uitdrukking te benoemen: de-klokken-van-Rome. De reeds vernoemde haas hoorde toen nog bij het heidense of -minder erg- bij de protestantse drang om de opstanding van Jezus en de natuur te vieren terwijl de Roomsen al op paaszaterdag-morgen de luchten afspeurden om het gevleugelde brons te ontdekken. Vind je nog een chocoladen klok dan lees je tot je verbazing: ‘Kerstklok-uitverkocht-‘. Of: ‘Easter Bells Milk’. ‘This Product is too fragile to ship.’ Maar toch nog dichtbij (2024) deze mooie rij gedecoreerde PAASklokken. Klokken-van-Rome!

2O24. SKWinkel in Sint)Katelijne Waver. ‘Paasklokken Rij’

Ja, in Parijs, Cheval Blanc Paris kun je “La Cloche de Pâques” van Maxime Frédéric, geïnspireerd op de kathedraal Notre-Dame en de Art Nouveau-motieven van het gebouw’ aanschaffen. Ze belt zelfs. Maar is deze afbeelding niet een smartelijk beeld van een ‘ingekapselde’ klok? De-klokken-van-Rome zijn gevleugelde klokken! Ze vertrekken samen met een horde duiven op het Sint-Pietersplein.

Maxime Frédéric. Cheval Blanc. Paris. 2025

"De bel, volledig gemaakt van pure chocolade versierd met arabesken, kan worden geproefd als een verdeler met gedroogd en gekonfijt fruit: sinaasappels, amandelen, hazelnoten en pistachenoten vormen deze elegante, gastronomische finale. Het is een speels, poëtisch eerbetoon aan het Parijse erfgoed, dat herinneringen oproept aan de kindertijd."

De paasklok-van-Rome uit mijn kindertijd kon je ophangen met een lintje. In de klok zat er wel eens parelsnoep (zoals in elk ouderwets paasei) zodat je met enige verbeelding (in ruime mate aanwezig) nog de grote Romeinse moederklok hoorde als je ermee rammelde. Puur hemels handwerk was het!

Uit: Pallieter, Felix Timmermans:

Een eenden-driehoek keerde hoog in de lucht terug uit de warme landen! En ineens sprongen overal, in stad, dorp en begijnenhof, de paaschklokken los en galmden en jubelden over de wereld de Verrijzenis van God en van het leven! Christus is opgestaan!
De klokken kwamen van Rome terug, en ze zwierden een regen van eieren over de wereld. Het land rook van een nieuwe ziel, de jonge Lente stond gereed in de boomen! Alles had knop en bot, het Leven jubelde over den Dood. ’t Was de Verrijzenis, de levengevende Verrijzenis!
En toen, smeltend van ontroering, kuste Pallieter den grond.

Foto door Ehaan Deva op Pexels.com

Het geheim van de lengende dagen. Hoe je als kind het verschuiven van de donkerte ervaarde naar het lichtende van de nieuwe dag. Beetje bij beetje wakker worden met meer morgenlicht. Maar ook naar bed moeten als het nog niet donker zal zijn. Je ervaart de lente omdat je zelf in de lentejaren van je leven woont. Je begint de ritmes van de natuur te herkennen. Pasen is verrijzen uit de kleine kindertijd. Eerst als schoolkind, daarna als jongen die de melodie al herkent en probeert mee te deinen of zich te verzetten tegen de voorbij glijdende kindertijd, of halsreikend uitkijkt naar morgen. Kijken en ook luisteren naar wat je omringt. Luister mee. Bij een beekje, vroeg in de morgen. Toen er nog stilte was.

natuurgeluiden met beekje op achtergrond, begin van de lente (lang geleden)

Foto door Johanna op Pexels.com
‘K EN HORE U NOG NIET

‘k En hore u nog niet,
o nachtegale, en
de paaszunne zit
in ‘t oosten;
waar blijft gij zo lange,
of hebt gij misschien
vergeten van ons
te troosten?

‘t En zomert, ‘t is waar,
‘t en lovert, ‘t en lijdt
geen bladtje nog uit
de hagen;
‘t zit ijs in de wind,
‘t zit sneeuw in de lucht,
‘t is stormen, dat ‘t doet,
en vlagen.

Toch spreeuwt het en vinkt
het luide, overal;
de merelaan lacht
en tatelt;
het must en het meest,
het koekoet, in ‘t hout;
het zwaluwt en ‘t zwiert
en ‘t swatelt.

Waar blijft hij zo lang,
de nachtegale; en
vergeet hij van ons
te troosten?
‘t En zomert nog niet,
maar zomeren zal ‘t:
de Paaschzunne zit
in ‘t oosten.

Guido Gezelle
Foto door Ayyeee Ayyeee op Pexels.com

En hier zijn zij: twee nachtegalen..

Twee nachegalen, een wonderbaar mooie BBC-opname

En jawel, ‘klokken luiden’ in de letterlijke betekenis; de uitvoering van het woord is niet zo eenvoudig als het zou blijken. “Campanalogia or ‘The art of ringing” is een omvangrijk boek dat in Londen verschijnt anno 1677, Improved.
 With plain and easie Rules to guide the Practitioner in the Ringing all kinds of Changes.
to
 Which is added, great variety of
 NEW PEALS.

Je kunt zelfs met enkele klokken een meer dan behoorlijk aantal variaties bereiken zoals blijkt uit de wiskundige berekeningen uit dit boek. Te raadplegen: .

https://www.gutenberg.org/cache/epub/73423/pg73423-images.html

Zo kun je, volgens de auteurs van ‘Campanalogia’ met zes klokken en evenveel luiders makkelijk 124.635 variaties hoorbaar maken! Met ‘The Nightingall’ instelling zijn er 523.641 variaties mogelijk. In ons voorbeeld hierboven: de klokken van de Kapucijnerkerk H. Drievuldigheid in Meersel-Dreef, wordt een aantal variaties hoorbaar. Lees de boeiende geschiedenis van deze klokken onder de YouTube. Met dank aan Leander Schoormans.

In Utrecht is er een heuse klokkenluidersgilde. Bezoek hun boeiende en klankrijke website. Vakwerk!

https://www.klokkenluiders.nl/

En Jesse aan het werk!

Geheim

De lach is heilig en een onverdund geheim,
zij is de vreemde vreugde van de binnenkant,
de kinderlijke moed die ondanks alles danst,
de sterren die in al dat donker helder zijn.

Men zegt dat hij niet lachte, hij die eenzaam stierf
de man die ons gered heeft ooit, op Golgotha,
dat hij voor arm Jeruzalem in zijn verdriet
bepaald niet bang was om een traan te laten.

Verdriet schiet op als gras: zijn pijn was niet gespeeld,
hij was oprecht door de ellende aangedaan –
de dood schuift overal zo duidelijk in beeld,
een man mag net zo vaak zijn tranen laten gaan.

Maar vreugde, die is heilig. Soms ging hij alleen
de berg op om te bidden: misschien klonk daar ’s nachts
alleen onder de strenge sterrenbeelden
daar op die hoge top zijn hartelijke lach.

• G.K. Chesterton, ‘Secrecy’, in de bundel Wayfarer’s Love – Contributions from Living Poets (1904); vertaling Menno van der Beek, juni 2024
Foto door Pixabay op Pexels.com

Massamensen en mensen in de massa: een lijdensverhaal (3)

Doodstrijd in de tuin van Olijven. Francisco Goya 1819

De schilder maakte dit paneel voor 'de vrome scholen' in Madrid, een instelling van de Orde der Piaristen, een orde die als doel had onderwijs en opvoeding te bieden aan de zgn. 'onderkant' van de samenleving.

De omgeving is zwart. Duisternis in alle betekenissen van het woord. Na hun laatste avondmaal waren ze met zijn allen naar de tuin bij de Olijfberg gegaan. (hof van Gethsemane) De leerlingen legden zich neer en vielen in slaap. Hij kende het vervolg van de nacht en de volgende dag. Door diepe angsten aangegrepen vraagt hij : Wilt ge deze drinkbeker van mij wegnemen, maar niet mijn maar uw wil geschiede.

Andrea Mantegna. Gebed op de Olijfberg circa 1455
In veel van Mantegna's werk komen harde, kale rotspartijen voor. Hier lijkt hij het 'godverlaten' en woeste karakter van het stenige landschap te gebruiken om de eenzaamheid en angst van Jezus te benadrukken.

Drie volgelingen liggen te slapen terwijl Jezus in doodsangst tot zijn vader bidt. Hij voelt zijn einde naderen. Dat naderen wordt ook letterlijk getoond door het groepje mannen rechts: Judas en de soldaten die Jezus zullen arresteren. Rechts is de lucht al lichter aan het worden; de nieuwe dag is aanstaande. (Bijbelse Kunst)

Giovanni Bellini. Gebed in de hof van Gethsemane 1465

Uit het lijdensverhaal volgens Marcus:

‘Zij kwamen nu aan een landgoed dat Getsemane heette. Daar zei Hij tot zijn leerlingen: ‘Blijft hier zitten terwijl Ik bid.’ Hij nam Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee en begon zich ontsteld en beangst te gevoelen. Hij sprak tot hen: ‘Ik ben bedroefd. tot stervens toe. Blijft hier en waakt.’ Nadat Hij een weinig verder was gegaan wierp Hij zich ter aarde en bad dat dit uur, als het mogelijk was,aan hem mocht voorbijgaan. ´Abba,Vader,’-zo bad Hij- ‘voor U is alles mogelijk; laat deze beker Mij voorbijgaan. Maar toch: niet wat Ik, maar wat Gij wilt.’ Toen ging Hij terug en vond hen in slaap; en Hij sprak tot Petrus: ‘Simon, slaapt ge? Ging het dan uw krachten te boven één uur te waken? Waakt en bidt dat gij niet op de bekoring ingaat. De geest is wel gewillig maar het vlees is zwak.’ Opnieuw verwijderde Hij zich en bad met dezelfde woorden. En teruggekomen vond Hij hen weer in slaap want hun oogleden waren zwaar; ze wisten niet wat ze Hem moesten antwoorden. Toen Hij voor de derde maal terugkwam sprak Hij tot hen: ‘Slaapt dan maar door en rust uit. Het is zover, het uur is gekomen; zie, de Mensenzoon wordt overgeleverd in de handen van de zondaars. Staat op, laten we gaan: mijn verrader is nabij.’

Paul Gaugain Christus in de Olijventuin. 1889
 Gij badt op eenen berg alleen,
en... Jesu, ik en vind er geen
waar 'k hoog genoeg kan klimmen
om U alleen te vinden
de wereld wilt mij achterna,
alwaar ik ga
of sta
of ooit mijn oogen sla;
en arm als ik en is er geen
geen een,
die nood hebbe en niet klagen kan;
die honger, en niet vragen kan;
die pijne, en niet gewagen kan
hoe zeer het doet!
o Leert mij, armen dwaas, hoe dat ik bidden moet!

Guido Gezelle
Christus op de Olijfberg. Sandro Botticelli. 1499

In het evangelie van Marcus dat, als dc oudste bron, gewoonlijk als het betrouwbaarst wordt beschouwd, wordt Jezus als een volstrekt normaal mens voorgesteld, met ouders en broers en zusters. Er waren geen engelen die zijn geboorte aankondigden of boven zijn kribbe zongen. In zijn jeugd of jongelingsjaren onderscheidde Hij zich in geen enkel opzicht van anderen.
Toen Hij zijn leer begon te verkondigen waren zijn Nazareense stadsgenoten stomverbaasd dat de zoon van de plaatselijke timmerman opeens zo’n wonderkind bleek te zijn. Marcus laat zijn verhaal direct bij Jezus’ loopbaan
beginnen. (Karen Armstrong 'Een geschiedenis van God, vierduizend jaar jodendom, christendom en islam)
De tuin van Getsemane (CC BY-SA 4.0 – Tango7174 – wiki)

“Net als de rabbijnen geloofde Jezus dat de Heilige Geest niet slechts voor een geprivilegieerde elite was weggelegd, maar voor alle mensen van goede wil; sommige bijbelpassages suggereren zelfs dat Jezus geloofde, opnieuw zoals enkele rabbijnen, dat zelfs de gojiem de Heilige Geest konden ontvangen. Als zijn discipelen ‘geloof” hadden, zouden ze zelfs opzienbarender dingen kunnen doen. Niet alleen zouden ze zonden kunnen vergeven en boze geesten kunnen uitdrijven, maar ze zouden zelfs een berg de zee in kunnen slingeren. Ze zouden merken dat hun broze, sterfelijke leven was getransfigureerd door de ‘krachten’ van God die in de wereld van het messiaanse koninkrijk aanwezig en werkzaam waren.
”

(Karen Armstrong ‘Een geschiedenis van God, vierduizend jaar jodendom, christendom en islam)

Antonie Wierix II Christus in de hof van Getsemane (Rijksmuseum)
Gethsemane
 
Zij gingen zóó zich in hun leed verdiepen,
Dat zij, schoon op hun elleboog geleund
Om Hem te zien, wel zeiden: hoe Hij kreunt,
Maar dan stil schreiden, snikten en weer sliepen.
 
Hij bad tot God, Wiens grimmigheid Hem trof.
Die zag in Hem den vuigen mensch der zonde.
En toen Hij nergens troost erlangen konde,
Kroop Hij, een worm, wanhopig in het stof.
 
Toen sterkte God Hem, dat Hij op kon staan.
Hij riep de jongren: Laat ons henengaan!
Reeds rinkelde het harnas der soldaten.
 
De fakkels vlamden over schild en kling.
Toen Hij zich overgaf en medeging,
Had zelfs Johannes Hem verschrikt verlaten.


Willem de Merode

Gethsemane, 1944 by Mark Rothko



The Old and New Testaments also became a rich source of inspiration, as seen in Gethsemane. The title refers to the garden near Jerusalem that was the scene of the agony and betrayal of Christ.

In a radio broadcast Rothko responded thoughtfully to the question:

Are not these pictures really abstract paintings with literary titles? If our titles recall the known myths of antiquity, we have used them again because they are the eternal symbols upon which we must fall back to express basic psychological ideas. They are the symbols of man’s primitive fears and motivations, no matter in which land or what time, changing only in detail but never in substance….Our presentation of these myths, however, must be in our own terms which are at once more primitive and more modern than the myths themselves–more primitive because we seek the primeval and atavistic roots of the ideas rather than their graceful classical version; more modern than the myths themselves because we must redescribe their implications through our own experience….The myth holds us, therefore, not through its romantic flavor, not the remembrance of beauty of some bygone age, not through the possibilities of fantasy, but because it expresses to us something real and existing in ourselves, as it was to those who first stumbled upon the symbols to give them life.

(Masterpieces by Mark Rothko)

Number 14, by Mark Rothko

Zijn deze schilderijen niet eigenlijk abstracte schilderijen met literaire titels? Als onze titels herinneren aan de bekende mythen uit de oudheid, dan hebben we die opnieuw gebruikt omdat het de eeuwige symbolen zijn waarop we moeten terugvallen om fundamentele psychologische ideeën uit te drukken. Het zijn de symbolen van de primitieve angsten en drijfveren van de mens, ongeacht in welk land of welke tijd, alleen in detail veranderend maar nooit in substantie….Onze presentatie van deze mythen moet echter in onze eigen termen zijn, die tegelijkertijd primitiever en moderner zijn dan de mythen zelf – primitiever omdat we op zoek zijn naar de oeroude en atavistische wortels van de ideeën in plaats van naar hun sierlijke klassieke versie; moderner dan de mythen zelf omdat we hun implicaties opnieuw moeten beschrijven aan de hand van onze eigen ervaring…. De mythe houdt ons daarom vast, niet door haar romantische smaak, niet door de herinnering aan schoonheid van een vervlogen tijdperk, niet door de mogelijkheden van fantasie, maar omdat ze voor ons iets wezenlijks en bestaands in onszelf uitdrukt, zoals het was voor degenen die voor het eerst op de symbolen stuitten om ze leven te geven.

Blue, Green, and Brown (1952) by Mark Rothko

In Blue, Green, and Brown (1952), color and structure are inseparable: the forms themselves consist of color alone, and their translucency establishes a layered depth that complements and vastly enriches the vertical architecture of the composition. Variations in saturation and tone as well as hue evoke an elusive yet almost palpable realm of shallow space. Color, structure, and space combine to create a unique presence. In this respect, Rothko stated that the large scale of these canvases was intended to contain or envelop the viewer--not to be "grandiose," but "intimate and human."



Misschien kon ik geen betere week uitkiezen dan deze die nu net voorbij is. Gebeurtenissen in een gevangenis en legereenheid sluiten zonder veel omwegen bij mijn onderwerp aan.
Vernederingen, lijfelijk leed, aanslagen op je geestelijk welzijn.
De stilte van de mensentuin wordt door het lawaai van het naderend geweld teniet gedaan.
Een van de twaalf zal hem verraden met een kus.
Een andere van de twaalf zal weldra verklaren dat hij niets met deze man heeft uit te staan.
De andere tien slaan op de vlucht en alleen Johannes keert terug tot onder het kruis.
Als een misdadiger zal hij voor de geestelijken van het Sanhedrin verschijnen, voor de plaatselijke autoriteit Herodes en voor de vertegenwoordiger van het Romeinse gezag, Pilatus.
Hij is dan tussen dertig en drieëndertig. Het volk dat hem enkele dagen geleden toejuichte, schreeuwt dat hij gekruisigd moet worden.
Met het gevoel van de totale verlatenheid tot diep in zijn ziel.

Mark Rothko, Reds no. 5, 1961, Staatliche Museen zu Berlin, Neue Nationalgalerie / Giotto di Bondone, Kreuzigung Christi, ca. 1315, Staatliche Museen zu Berlin, Gemäldegalerie © VG Bildkunst Bonn, 2008, Foto: Volker-H. Schneider / © Staatliche Museen zu Berlin, Gemäldegalerie Foto: Jörg P. Anders