De avonden (van Sinterklaas)

De ketel van het rode treintje bestond uit een blikken talkpoeder-bus. Daaraan was een houten stuurhutje gebouwd met daarachter plaats voor denkbeeldige kolen -de eerste maal een chocolade figuurtje in gekleurd zilverpapier-, het geheel op zes ronde wieltjes. Sinterklaas 1947.
Het beeld van het rode treintje hoort nog niet bij een kamer. Het treintje heeft zich losgemaakt uit de vergeten gebeurtenissen. Het is bijna vijfenzeventig jaar lang in een lege ruimte blijven rijden. Ik kan het van boven- en onderaan bekijken, maar het helaas niet in mijn handen houden.
Nu koop je voor geen geld houten treintjes, pedagogisch verantwoord met toebehoren in alle maten en gewichten, maar mijn eerste trein met de gelakte blikken ketel is met de maker voor altijd in het onbereikbare van de kindertijd verdwenen.

Paul Delvaux (1897-1994), Le vicinal, 1959

De glazen trein, in toenmalige kleutertaal ‘glassen-trein’, is nog steeds in talrijke maten en vormen op het net te bekijken en eventueel aan te schaffen. In de najaren van de tweede wereldoorlog echter bleek dat niet zo eenvoudig, maar als ik nu de foto’s uit eBay en aanverwanten bekijk dan voel ik een duidelijke verwantschap met mijn glazen machine waarin inderdaad ook snoepjes (even) werden bewaard.

De volgende trein, een blikken model met metalen rails, kon je met een sleuteltje opwinden en een tijdje in een cirkel laten rondrijden. De spoorweg uitbreiden (rechte rails onder de kerstboom) en aanvullen met allerlei soorten wagonnetjes was duidelijk op de doos uitgebeeld.
Bij deze trein hoort al het nieuwe huis en een broertje. Net te jong om zo’n locomotief netjes op de sporen te zetten en te oud om hem met een houten speelgoedje af te wimpelen. Het was hoe dan ook samen het treinnet uitbouwen en je leerde snel hoe je hem als kaartjesknipper het vertreksein kon laten geven terwijl jij het spoorwegnet beheerde.

A.L. Reid https://www.1stdibs.com/art/paintings/portrait-paintings/agnes-l-reid-train-set-british-20s-art-interior-oil-portrait-boy-playing-female-artist/id-a_8989892/

Bij deze treinen hoort de maand december. Met lange aanloop. Met het broertje speelde je elke avond in bed heuse dialogen waarin het verlangde speelgoed de hoofdrol kreeg. Ouder geworden, bracht de heilige man voor het broertje een prachtige paardenmolen die net als in de rups op de kermis op en neer gaand ronddraaide en waarop allerlei autootjes en paardjes met kermisklanten bemand konden worden. Uren handwerk om via een onderliggende fietsketting met een metalen zwengel de molen te laten draaien. Omdat ik het geheim al kende was er, na raadpleging, een mooi aquarium met verwarmingselement voor mij, net zoals er eentje in de klas ons liet dromen om nu en dan een visje te zijn terwijl wij met vraagstukken het debiet van pompen en kranen moesten berekenen.
De elektrische trein bleef een droom wegens te duur. Dus heb ik veel tijd doorgebracht voor de ramen van de sjieke confiserie achter de Sint Pieterskerk waar tussen al het lekkers een heus elektrisch treinnet was opgebouwd. Kijk, de koplampjes van de locomotiefjes, de op en neergaande ‘barelen’ als de trein voorbijkwam, kijk, kijk, kijk. En droom. En dat deden we.

David Lindsley

Na de stilte van Allerheiligen kwam het boekje van de Fort-bonnetjes.

Fort Producten werd opgestart door Karel Govaerts in 1928. Hij was oorspronkelijk handelaar in zuivelproducten maar breidde zijn assortiment uit, om nadien met het eigen merk Fort op de markt te komen. Hij richtte zich – met zijn voedingsproducten – vooral op kruidenierswinkels in heel België. Op die manier bouwde hij een eigen Fort-keten uit dat werd gevormd door zelfstandige winkeliers.
Tijdens de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog konden trouwe consumenten via spaarpunten en Fort-zegeltjes allerlei geschenken verzamelen. 

Dat speelgoedboekje werd grondig uitgekamd en van notities voorzien. Voor vele (vooral grote) gezinnen waren fortzegels een spaarpot voor sinterklaas-aankopen, naast de uren eigen werk eens het grut in bed lag. Tijdens de maanden oktober en november bloeide de geheime huisindustrie.
De etalages van de ‘Grand Bazar Nationale’, de speelgoedwinkels in de Gasthuisstraat waar ook de grote magazijnen hun best deden om met bewegende lichtende creaties volk te lokken, het kon niet vlug genoeg donker zijn. Nu en dan mocht je al een ‘sloef’ zetten met daarin een briefje beloften en een wortel voor het paard. Zie de maan schijnt door de bomen. En vooral: makkers staakt uw wild geraas want het heerlijk avondje is gekomen..

In de vroege uren, bij het gelig lamplicht van december kwam al de geur van mandarijntjes en chocolade in de kamers hangen. Een buurman werd ingehuurd om niknakjes over de verbaasde kinderkoppen te gooien en zich dan vlug uit de voeten te maken. Ja, hij was dichtbij de heilige man. Zijn personeel lustte wel een borreltje dat bij de briefjes werd gezet.
En of je je bedrogen voelde? Waarom? Nu hoorde je bij de kant van Klaas. Je wist ‘het’. Ook dat was een levensfase waar duidelijk je leeftijd en ‘wijsheid’ werd erkend. Al zou het nooit meer zo betoverend zijn als tijdens de avonden van toen. Gelukkig wonen we dichtbij het station. Kun je langslopen als het heimwee te groot wordt.

Landschappen uit de ‘vleugeltijd’ (1)

Gezegende dagen waarin de ‘Bewaarschool’ om een of andere reden haar bewarende activiteiten niet kon uitoefenen en hij bij de juf van het eerste leerjaar, zijn moeder, werd ondergebracht. Hij, het kindje van de juffrouw, zat op de laatste bank en mocht in prentenboeken bladeren of de eendjes op het bord natekenen. Het water wilde nog wel lukken maar de zwemmende eendjes die zijn moeder met één ononderbroken lijn op het zwart van het bord tekende kon hij gelukkig dadelijk tot visjes herleiden terwijl vijfendertig kinderen in alle toonaarden het liedje ‘Alle eendjes zwemmen in het water’ ten gehore brachten.

Alle eendjes zwemmen in het water,
falderalderiere, falderalderare
Alle eendjes zwemmen in het water,
fal, fal, falderalderalderalde, ra, ra, ra

Dat het de visjes waren die IN het water zwommen terwijl eenden zich OP datzelfde water voortbewogen, bleek niet alleen een slimme opmerking te zijn maar ook een aantasting van het gezag. Kon hij thuis best zijn gelijk verdedigen, hier in de klas, was diezelfde vrouw een juffrouw, ja zelfs een mevrouw, titels die in zijn leven niets met de moederlijke verschijningsvormen hadden uit te staan. En omdat het een zonnige julidag was (-het schooljaar eindigde op 15 juli om op 15 september te herbeginnen-) mocht hij best alleen de grote lege speelplaats op en daar op een bankje wachten tot de juf weer in mama was veranderd.

Camera in een drone en je ziet het jongetje op die lege stenen vlakte aarzelen. Tot het aan het einde van de stenen de wilde bloemenweide ontdekte. In afwachting van nog meer tegels en plavuizen bleek die aarden overschot achteraan een verwilderd gras-en bloemenparadijs te zijn.

Hoe beschrijf je deze gevoelens uit je ‘vleugeltijd’? De indruk van veelheid en verscheidenheid waarin het verwilderde, het ongeplande en niet geplante zich baadde? Hoge pluisgrassen en stevige bodembedekkers met daartussen hevige tinten rood, blauw, groen en geel in al hun uitgewaaierde variaties. Een zacht zuidelijk windje beweegt de hoogste toppen en er ontstaat een deining op onhoorbare muziek. Maar het kind hoort hoe bloemen en kruiden spreken, de genade van enkele minuten het onzegbare in te ademen, een alfabet te kennen dat even maar zijn geheimen heeft prijs gegeven en daarna levenslang heimwee diep blijft uitademen in moeilijk beschrijfbare en onzegbare tedere verlangens naar eenheid tussen jezelf en de volkomenheid van het omringende.

De schriftuur van het bevangen worden door schoonheid heeft het moeilijk met letters. Maar ook kleuren en vormen waarin wij proberen schoonheid op te roepen kunnen nooit de intensiteit benaderen van enkele ogenblikken verbondenheid. Het begrip veelheid bezwijmt als het over bezit gaat terwijl je als kind beseft dat het een geschenk is dat je ongevraagd en onverdiend wordt aangeboden en waarin een zoekende ziel zich levenslang zal nestelen.

Een week later kwam de man met de zeis. Het volgend schooljaar lagen er rode tegels waarop kinderen met krijt hun hinkel-parcours tekenden met ‘hemel’ en ‘hel’ helemaal bovenaan.

'Vleugeltijd' is een verzameling indrukken uit de kindertijd. De indruk dat je kunt vliegen levert aardige perspectieven op al is landen ook wel eens pijnlijk. Het geloof dat je ondanks dat toch kunt blijven opstijgen schenkt je wel eens mooie vergezichten, al is klapperen met je vleugels soms al voldoende om minder bang te zijn.'
Volkskunde museum Brugge Vaste collectie