Rubens, atelierleider en meester-schilder (1577-1640)

De val van Icarus Olie op hout 27,3 x 27cm

In het Koninklijke Museum voor Schone Kunsten in Brussel kun je naar deze mooie olieverfschets kijken, ‘de val van Icarus’ naar het overbekende verhaal uit Ovidius’ Metamorfosen. Het is niet groter dan 27,3cm x 27cm en duidelijk als schets bedoeld zodat het als uitgangspunt voor de schilders in zijn atelier kon dienen.

In 1636 stuurde Filips IV, koning van Spanje, aan zijn broeder Kardinaal-Infant Ferdinand, Stadhouder van de Zuidelijke Nederlanden, het bevel bij Rubens de bestelling te plaatsen van een groot aantal schilderijen, bestemd voor de versiering van de Torre de la Parada, een jachthuis van de koning in het domein van het Pardo, in de buurt van Madrid. De gehele reeks zou bestaan uit allegorische figuren en mythologische taferelen, voornamelijk ontleend aan de ’Metamorfosen’ van Ovidius.Nog in de loop van hetzelfde jaar 1636 begonnen Rubens en de medewerkers uit zijn atelier aan de uitvoering van deze bestelling. Zij zouden er nog het hele jaar 1637 aan werken. In januari 1638 waren alle schilderijen klaar. Zij werden in maart van hetzelfde jaar per schip, via Engeland, naar Madrid verstuurd waar zij einde april toekwamen. Hoeveel er juist waren weet men niet. De zending omvatte niet minder dan 112 schilderijen en hoewel enkele daarvan waren bestemd voor het kasteel Buen Retiro, blijkt toch voldoende van welke omvang de decoratie van de Torre de la Parada was. Dit wordt overigens bevestigd door de grote sommen — ons uit documenten bekend — die Rubens hiervoor als betaling ontving.(Prof. R. D'Hulst 1917-1996))

Droevig was het lot van het jachtslot. In 1710 zou het voor een groot gedeelte verwoest en geplunderd worden waarbij een groot aantal doeken van Rubens en zijn medewerkers verloren gingen. Wat we erover weten weten we vooral uit de gespaard gebleven schilderijen die in het Prado in Madrid zijn terechtgekomen en uit talrijke bewaard gebleven schetsen. Het was overigens zijn laatste grote opdracht, hij zou immers in 1640 overlijden en had toen al last van zware jichtaanvallen. Het aandeel van de medewerkers moet dus vrij groot zijn geweest. Enkele namen uit het atelier van toen: Erasmus Quilinus, Theodoor van Thulden, Cornelis de Vos, Jan van Eyck, Jacob-Pieter Gouwi (hij werkte vooral aan de val van Icarus), J.B. Borrekens, Jan Cosiers en Thomas Willeboirts. Een heuse firma Rubens & Co.

In een brief van 1621 gericht aan William Trumbull blijkt dat dergelijke gigantische opdrachten helemaal in Rubens’ lijn lagen.

'Chacun a sa grace; mon talent est tel que jamais entreprise encore quelle fust demuserée en quantité et diversité de suggest, a surmonté mon courage.

Prof. Dr. R. D’ Hulst, van wie ik het artikel uit Openbaar Kunstbezit 1965 gebruik in deze bijdrage, corrigeert dan ook dat heden ten dage (1965) de belangstelling eerder uitgaat niet naar de regisseur of de leider van een groot atelier, al is dat te bewonderen, maar wel naar de schilder, zoals hij zich manifesteert in de werken die hijzelf heeft uitgevoerd en waarin men zijn eigen hand kan herkennen.

In ‘De Val van Icarus’ wordt een episode uit de ‘Metamorfosen’ (VIII, verzen 183-235) in beeld gebracht met de vlucht van Daedalus en zijn zoon Icarus uit het eiland waarop zij gevangen zaten. Daedalus had een systeem bedacht van vleugels, uit pluimen met bijenwas aan elkaar gekleefd, die hij en zijn zoon zich aan de schouders zouden vastmaken zodat zij het eiland zouden kunnen ontvliegen. Voor één ding diende evenwel opgelet: men mocht niet te hoog stijgen daar men dan te zeer de zon zou naderen en de was zou smelten met alle gevolgen vandien. Zulks werd Icarus op het hart gedrukt. Doch, in plaats van redelijk te zijn en de woorden van zijn vader in acht te nemen, liet Icarus zich meeslepen door de vervoering en de heerlijkheid zich vrij als een vogel in de lucht te kunnen bewegen. Hij steeg te hoog en zijn vleugels kwamen los. Rubens toont het moment waarop de wanhopige Icarus, met een kreet, voor de ogen van zijn verschrikte en radeloze vader neerstort. (ibidem)

Landschap met de val van Icarus Pieter Brueghel 1595-1600 eerste versie klik op titel om te vergroten
De val van Icarus of Landschap met de val van Icarus is een schilderij van Pieter Bruegel de Oude dat is overgeleverd in twee laat-16e-eeuwse kopieën van anonieme meesters, bewaard te Brussel. Het origineel moet gemaakt zijn rond 1565, toen Bruegel als eerste monumentale werken over het dagelijks leven ging vervaardigen. De boodschap van het moraliserende werk is niet meer eenduidig te achterhalen. Vaak gehoorde thema's zijn overmoed en zelfbedrog, menselijke onverschilligheid, en nuchterheid boven fantasievol streven.(Wikipedia)
Icarus Van Buuren Klik op titel om te vergroten Tweede versie.

Je zou minsten van een zekere ‘onverschilligheid’ kunnen spreken, het citaat ‘en de boer, hij ploegde voort,’ is hier op zijn plaats. Een plons en twee benen die nog net boven het watervlak uitsteken. Bijna een zoekplaatje. Dat is bij het kleine juweeltje van Rubens heel anders. Prof. dr. Roger D’Hulst schrijft vol bewondering in zijn eigen schilderachtige taal:

'Rubens is een levensbeamend kunstenaar; steeds toont hij de mens in de volle heerlijkheid en glorie van zijn kracht en zijn instinct. Voor het drama blijft hij niet ongevoelig, doch nooit zal hij er het weerzinwekkende of het gruwelijke van weergeven. Zoals men in zijn 'Val van Icarus' kan waarnemen, zet hij dit drama om in een 'beweging', een 'gebeurtenis' die door de intensiteit van haar uitdrukkingskracht de toeschouwer niet onbewogen kan laten. Dit vermogen om ons te beroeren realiseert Rubens door zijn feilloos compositievermogen en evenzeer - en in het bijzonder in het kleine paneeltje dat wij hier bespreken - door zijn weergaloos koloriet en de verbazende virtuositeit van zijn toets. 

Op een doorlichtende ivoorkleurige grondlaag brengt hij met speels penseel en in de olie zeer verdunde verf, in licht doorschijnende paarlemoerachtige rozen, murwe roden en zonnige goudbruinen, figuren en landschap in beeld. Met welk een trefzekerheid, welke economie in de middelen! Nergens iets te veel, overal juist voldoende om het tafereel met een maximum aan suggestief vermogen op te roepen en daarbij nog voldoende plaats te laten aan de verbeelding van de toeschouwer. Hier en daar met wat drogere verf, in een zuivere toon, zet hij een accent waardoor aan het geheel meer kracht en aan bepaalde gedeelten meer reliëf wordt verleend.'
Dat Rubens Daedalus en Icarus naakt afbeeldt illustreert hetzelfde teruggrijpen naar de Renaissance en verraadt meteen zijn voorkeur voor de weergave van de schone lichamelijkheid. De beide ontvluchtende gevangenen dragen geen enkel fysisch spoor van het harde lot dat de gevangenschap voor hen had betekend. Het zijn flinkgespierde, krachtige mannen, zoals ook Christus er een is als Rubens hem afbeeldt aan het kruis of in een ander tafereel van de Passie. (ibidem)

De jongeman die met de zonnewagen verongelukte, Phaeton, maakt vrijwel eenzelfde ongelukkige buiteling op deze schets die hij in 1636 op een paneel zou aanbrengen als schilderij.
Peter Paul Rubens
The Fall of Phaeton
Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Brussels

Roger-A. d’Hulst (1917-1996), professor kunstgeschiedenis aan de Universiteit Gent, was mede-oprichter en een tijdlang voorzitter van het Centrum Rubenianum. De documentatie die hij voor zijn onderzoek verzamelde, is na zijn overlijden aan het Rubenianum geschonken.

In 1974 publiceerde d’Hulst een beredeneerde catalogus waarin hij het volledige getekende oeuvre van Jacob Jordaens opnam. Het werkarchief dat hij hiervoor heeft aangelegd bevat onder meer notities, correspondentie en beeldmateriaal met betrekking tot Jordaens. De collectie is thematisch geordend.
Bezoek:

https://www.rubenianum.be/nl

Het “vallen” heeft in de kunsten altijd al een warme belangstelling gekend. Daarom, ter afsluiting, even terug in de tijd naar ‘Zie de mannen vallen’, het openingslied van de voorstelling met die naam van Hauser Orkater. Tekst Alex van Warmerdam, muziek Thijs van der Poll

Zie de Mannen vallen

Zie de mannen vallen
Weten zij dan niet
Dat alleen een vrouw
Kan balanceren op de rand
Van een hoge houten wand

Tussen hemel en aarde
Haar hoofd in de ijle lucht
Denkt ze elke dag
Aan beide zijden van de wand
Spreekt men van de goede kant

Het evenwicht gevonden
En voorgoed bewaard
Alleen een aarzeling
Heeft ooit eens onverwacht
Haar lichaam uit balans gebracht

Soms huilt ze 's avonds
Huiverend van de kou
Als aan beide kanten
Belicht door een bleke maan
Alle mannen huiswaarts gaan

Niemand heeft haar ooit
Eens duidelijk horen praten
Zwijgzaam en neutraal
Leeft ze op de rand
Een smal stukje niemandsland
Daedalus en zijn zoon Icarus. Schilderij van Charles-Paul Landon, 1799.

Musée des Beaux Arts, een gedicht van W.H. Auden

Lorenzo di Credi De aanbidding
Musée des Beaux Arts
By W. H. Auden


About suffering they were never wrong,
The Old Masters: how well they understood
Its human position: how it takes place
While someone else is eating or opening a window or just walking dully along;
How, when the aged are reverently, passionately waiting
For the miraculous birth, there always must be
Children who did not specially want it to happen, skating
On a pond at the edge of the wood:
They never forgot
That even the dreadful martyrdom must run its course
Anyhow in a corner, some untidy spot
Where the dogs go on with their doggy life and the torturer’s horse
Scratches its innocent behind on a tree.
In Breughel’s Icarus, for instance: how everything turns away
Quite leisurely from the disaster; the ploughman may
Have heard the splash, the forsaken cry,
But for him it was not an important failure; the sun shone
As it had to on the white legs disappearing into the green
Water; and the expensive delicate ship that must have seen
Something amazing, a boy falling out of the sky,
Had somewhere to get to and sailed calmly on.
Lorenzo di Credi De onthoofding van Johannes de Doper
Musée des Beaux Arts
door W.H. Auden

Over het lijden hadden ze het nooit mis,
De oude meesters: hoe goed zij
De menselijke positie ervan begrepen: hoe het gebeurt
Terwijl iemand anders eet of een raam opent of gewoon duf langsloopt;
Hoe, wanneer de ouderen eerbiedig, hartstochtelijk wachten
Op de wonderbaarlijke geboorte, er altijd
Kinderen die niet speciaal wilden dat het gebeurde, schaatsen
op een vijver aan de rand van het bos:
Ze vergaten nooit
dat zelfs het vreselijkste martelaarschap zijn beloop moet hebben
Hoe dan ook in een hoek, een rommelige plek
Waar de honden verder gaan met hun hondenleven en het paard van de beul
zijn onschuldige achterste aan een boom schuurt.

In Breughels Icarus, bijvoorbeeld: hoe alles wegdraait
Rustig weg van de ramp; de ploeger kan
De plons gehoord hebben, de verlaten schreeuw,
Maar voor hem was het geen belangrijk falen; de zon scheen
Zoals het moest op de witte benen die verdwenen in het groene
Water; en het dure tere schip dat iets verbazingwekkends
Gezien moet hebben, een jongen die uit de lucht viel,
Had ergens naar toe te gaan en voer rustig verder.

Dit mooie gedicht van W.H. Auden verscheen gisteren in ‘The New York Times Magazine’. In de bijlage van Reginald Dwayne Betts lezen we dat Auden zelf het schilderij van Breughel ‘Icarus’val’ als zijn lievelingsschilderij beschouwde, en hij was blijkbaar niet alleen zoals hijzelf aanhaalt:

'A friend tells me he spent three weeks in college cleaning dorms to earn enough money to travel to Europe. Once he got there, he traveled to Belgium by train to see the painting that inspired this, Auden’s masterpiece. Wild — Nicky says he sat before that piece with wrinkled pages that he’d probably been carrying around from country to country. He had read and read and read, not stopping until he knew it all by heart. Carrying away the memory of more than suffering.' (W.H. Auden)
Oorlogsschip met val van Icarus, ca. 1561-1562 (gravure naar een tekening van Bruegel)