Het witte blad, een poging.

Karla Ortiz, of het ontstaan van een kunstwerk.

This video was filmed within a span of 3 days and a half. The piece is called "Second Omen", 5x8 graphite on paper.
Karla is an award winning artist who enjoys working on a diverse and wide variety of projects.

Karla loves good music, good stories, good laughs and good food. She paints her days away with her cat Keedy Bady , and that's how she likes it.


https://www.karlaortizart.com/about

‘Second Omen’. Karla Ortiz
'De angst voor het witte blad'.

Had ik de wereld geschreven, ik had haar
direct weer geschrapt. Niet uit hypochondrie

maar uit vakmanschap. De wereld is samen
te vatten in de witheid van één blad en dan
moet je dat doen ook, geen gezeur. Maar omdat
je daar niet van kunt leven, schrijf ik meestal
om het even wat en maak mijn lezers wijs
dat daarin de wereld ligt vervat. Ik schrijf

bijvoorbeeld: ‘Wit is waarheid. Woorden
bedrog.’ Of: ‘Zo is het toch?’ Of nog:

‘Maar ik hou niet van wat waar is! Geef
mij maar notaris Van der Leugen. Die
legt alles in een officieel geheugen vast
en, door de kracht van zijn pen, wordt
wat hij heeft beschreven voorgoed van
onbestaand naar onvergankelijk verheven.’

Is dat niet mooi
omschreven?

Tom Lanoye (1958). Uit: ‘De meeste gedichten’

Hagelwit. Zo zag het iconische Gentse Graffitistraatje er vandaag heel even uit. Het GUM (Gents Universiteitsmuseum) schildert samen met Gentse street art-kunstenaars dit straatje wit als ode aan het witte blad en kondigt zo ook een bijzonder boek aan: ‘Welkom in het hoofd van de wetenschapper’, een boek van Marjan Doom. Zij is directeur van het GUM. Dat nieuwe wetenschapsmuseum opende op 21 en 22 maart 2020 de deuren.  

Het boek van Marjan Doom is niet zomaar een boek: het is een leeg boek, met enkel een inleiding en het statement: “Soms moet je van een wit blad beginnen om tot nieuwe inzichten te komen.” (Gum: Gents Universiteits Museum en Plantentuin. 2020)

"Het 'GUM' is een museale vertaling van het Durf Denken-ideé.  Het is een wetenschapsmuseum dat de klemtoon legt op de zoektocht naar kennis.  Wetenschap geïllustreerd als een creatief, steeds evoluerend en pluralistisch concept.  De schoonheid van dat proces wilden we naar buiten brengen.  Het witte Graffitistraatje en de witte boeken leken ons de perfecte manier om dat te doen."   (Marjan Doom, directeur GUM. 

https://www.gum.gent/nl/nieuws/soms-moet-je-met-een-wit-blad-beginnen-om-tot-nieuwe-inzichten-te-komen

Foto door Lukas op Pexels.com

In de onderstaande video vertellen acht schrijvers hoe ze de confrontatie met het witte blad aangaan of doorstaan. Met: Jonathan Franzen, Lydia Davis, Joyce Carol Oates, Margaret Atwood en David Mitchell. Je kunt onderschriften activeren. (5’04”)

Margaret Atwood:

‘It’s a bit like skiing: if you’re skiing downhill and you stop in the middle to think ‘How am I doing this?’, you’ll fall over.’
Foto door Anna Nekrashevich op Pexels.com

Het witte blad klinkt vernieuwend, maar grijpt in feite terug naar een verleden dat nooit heeft bestaan. Het roept een wereld op waar belangen ondergeschikt zijn aan logische regels die iedereen erkent, ook als ze hem of haar niet goed uitkomen. Maar de mens heeft de politiek juist bedacht omdat zijn natuur anders in elkaar steekt. We hebben zelf het beste met de gemeenschap voor, maar we vermoeden dat anderen niet zo zijn. En dus stellen we grenzen aan ons altruïsme. Het gemeenschappelijke doel waarover we het eens moeten zijn voor we het witte blad bovenhalen, bestaat niet. We beweren van wel, maar we weten dat het niet zo is. En daarnaar gedragen we ons.

(Uit: De paradox van het witte blad, Bart Sturtewagen in ‘De Standaard’ van 12 juni 2015)

Foto door Eva Bronzini op Pexels.com

‘Ik wilde het eindelijk weleens weten. Hoe vals, hoe bescheiden of hoogmoedig, hoe nederig of hovaardig ben ik? Kortom, wie denk ik eigenlijk dat ik ben? Uiteraard kwam ik er niet uit. Nog nooit ben ik al denkend ergens uitgekomen.’ (Bernard Dewulf)

René Magritte, La Page blanche (Het onbeschreven blad), 1967, olie op doek, 54 x 65 cm

Volgens Georgette Magritte is dit het laatste werk van de kunstenaar voor zijn overlijden in augustus 1967. Enkele weken eerder had Magritte aan een bezoekend journalist gevraagd om het werk te beschrijven. Toen de journalist een halve maan achter bladeren zag, veranderde Magritte het werk: het werd een volle maan op het gebladerte. Daarna zagen nog twee andere bezoekers het werk en telkens hield Magritte rekening met hun commentaar en paste het aan.

Syndrome de la page blanche

Sneeuw

Wij hebben niets meer dan het witte blad van noode,
waar – zooals zuiver sneeuwen op de aarde dwaalt
de overluchtsche vlucht van de gedachte daalt,
door ééne wenk der wimpers tot dit uur ontboden.

Wij waagden éénmaal ons, het overvele ontvloden,
in ’t hart der stilte, wit van een volstrekt gemis.
Waar aanvang nam wat thans dit levend sneeuwen is,
hebben wij niets meer dan het witte blad van noode.

Ida Gerhardt (ca. 1950)
‘Sneeuw’, een ongepubliceerd gedicht van Ida Gerhardt, is op 31 januari 2002 verschenen in het eerste nummer van het poëzietijdschrift Awater

Foto door Brad op Pexels.com
DE VOGELS

De vogels in het stedelijk luchtruim schrijven
een winterbrief aan de mensen in de straten.

Cirkelend op het witte blad van de hemel
zijn zij hun eigen letters, veren en kraakbeen.

Al hun zinnen beginnen met uitroeptekens.
De taal der vogels is vol gevleugelde woorden.

Weinigen kunnen hun kraaienpoten lezen.
Weinigen worden wijs uit hun verhaal.

Maar de kinderen spellen het spelenderwijze
en de dichters schrijven het blindelings na.

uit: Gedichten 1950-1980 van Bert Voeten (1918-1992)

Foto door Soner Arkan op Pexels.com

Verdampt, verdwenen, gesmolten, uitgeveegd?
Eens woorden of kleuren in hoofden en in open zielen zijn gaan wonen beginnen ze hun eigen levens te leiden.
Ze vermengen zich met dromen van de ontvanger, worden wel eens fluisterend herhaald of schieten wortel in een zoekende ziel.

Het volgende witte veld wacht als een moeder op de thuiskomst van haar kinderen.

(Gmt)

Foto door Pixabay op Pexels.com

Oorlog, het steeds ontstaan van nodeloze leegte

Michelangelo Buonarroti (Caprese 1475-Rome 1564) Archers Shooting at a Herm c.1530
Red chalk (two shades) | 21.9 x 32.3 cm (sheet of paper) | RCIN 912778
(vergroot door op onderschrift te klikken.)

De scène is een onbepaald rotsachtig platform waarop een groep figuren, mannen en vrouwen, staan alsof ze pijlen afvuren op een schild dat aan een kariatide (een vrijstaande zuil met de bovenste helft in menselijke vorm) is bevestigd. Sommige figuren, het duidelijkst de vrouw achterin de groep, staan in de lucht en de meesten dragen geen boog, hoewel er pijlen te zien zijn die in het doel en elders op de kariatide zijn gestoken.
Rechts op de voorgrond slaapt een gevleugelde Cupido, god van de liefde, met zijn boog en pijlen, terwijl helemaal links twee kinderen op een vuur blazen (met pijlen die uit de basis steken) en het voeden met bundels stokken.

The scene is an indeterminate rocky platform upon which a group of figures, male and female, are posed as if firing arrows at a shield fixed to a herm (a freestanding column with the upper half in human form). Some of the figures, most clearly the woman at the back of the group, are airborne, and most do not bear bows, though arrows are seen stuck into the target and elsewhere on the herm – their aim has been conspicuously awry. At the front of the group two figures sprawl on the ground, and two infants can be seen among the main group. In the right foreground a winged Cupid, god of love, is sleeping with his bow and arrows, while to the far left two children blow on a fire (with arrows protruding from its base) and feed it with bundles of sticks. Michelangelo plays with the contrast between the high polish of the central group and the looser finish of the sleeping Cupid and the herm. (Royal Trust Collection)

Deze prachtige tekening van Michelangelo koos ik als tijdsbeeld. De menselijke meute die met de onzichtbare bogen op een doel schieten dat aan de vrouwelijke kariatide is bevestigd. Gemaakt rond 1530 en voor mij helemaal actueel in 2024. Mannen en alvast één zichtbare vrouw op hetzelfde doel terwijl beneden Cupido, zijn boog in zijn armen, in slaap is gevallen en twee vurige soortgenootjes het strijdvuurtje aanblazen.
Plaats in de hedendaagse armen moderne wapens, vermenselijk het doel. En begrijp de diepe slaap van de liefdesgod.


I chose this beautiful drawing by Michelangelo as a period image. The human mob shooting with the invisible bows at a target attached to the female caryatid. Made around 1530 and for me entirely relevant in 2024. Men and at least one visible woman on the same target while below Cupid, his bow in his arms, has fallen asleep and two fiery peers are fanning the fires of battle.
Place in today's arms modern weapons, humanise the target. And understand the love god's deep sleep.

Een mij onbekende straatartiest in Lyon drukt het, ‘Place de la Paix (!)’ op zijn hedendaagse manier zo uit:

Zelf nog in de tweede wereldoorlog geboren, een grootvader als jongeman verminkt thuisgekomen na de ontploffing van het Naamse fort dat hij moest verdedigen, augustus 1914. en bij het einde van de reis, zijn kind en kleinkind, door oorlogen omringd en bedreigd. Een kring van vuur op de wereldkaart. Waarin komen je eigen kind en kleinkind met hun leeftijdsgenoten terecht?

Still born in the war himself, a grandfather as a young man maimed coming home after the explosion of the Namur fort he had to defend, August 1914. and at the end of the journey, his grandchild, surrounded and threatened by wars. A circle of fire on the world map. Where does that leave your own child and grandchild with their peers?
Self-portrait as a Prisoner of War by Otto Dix, 1947, via Otto Dix organization
 

Dix was conscripted into Volkssturm, the last resort of the Nazi party to halt the refraction of coalition troops on the territory of Germany. Men from  16 to 60 years old were forced to join the German Army. Otto Dix was captured by French troops as the Reich collapsed and imprisoned in a camp. Eventually, he was released in February 1946 and returned to Dresden.
 
His own contribution to highlighting the horrors of the war, along with those of other artists who had also lived through it, did not prevent the outbreak of World War II, unfortunately. After WWII, Dix gained recognition in both East and West Germany. His works act as a poignant reminder about the importance of artistic expression through hard times in history. Otto Dix continued to work until his death in 1969.

Otto Dix. De oorlog (1932)


Brian Turner's (1967-) gedicht " The Hurt Locker " beschrijft huiveringwekkende lessen uit Irak:

Niets dan pijn bleef hier over.
Niets dan kogels en pijn...
Geloof het als je het ziet.
Geloof het als een twaalfjarige
een granaat de kamer in rolt.
Henri Rousseau ‘La Guerre’. 1894 Klik op titel om te vergroten

'Dacht niet'
“Ik dacht niet aan mijn moeder toen ik de stengun plaatste in het open raam
Ik dacht ook niet aan haar toen ik vermoedde dat aan de overkant iemand geraakt was
Ik dacht pas weer aan haar toen ik die avond het geweer naar binnenhaalde
hoe zij met de hoek van haar schort de tafel veegde als ik weer had gemorst
en hoe ze dan zei: Pas op, de vensterbank is net geverfd, dat daar geen kras op komt. “

- Judith Herzberg
Wat is hybride oorlog?

Een militaire strategie die de conventionele oorlogsvoering mengt met niet-militaire middelen zoals desinformatie, propaganda en politieke intimidatie.

Kathe Kollwitz. De wachtende ouders

Oorlog is ontbinding. Hij maakt
van vrolijke mensen bange mensen
van sportvelden begraafplaatsen. Hij maakt
van benzinetanks gevangenissen. Van granaathulzen
vazen. Van voedsel stront, en van stront voedsel
Hij maakt van parket kachelhout, van een badkuip
een moestuin. Hij maakt van kinderwagens karretjes
om water mee te zeulen. Niets blijft wat het is,
of waar het voor bedoeld is
Oorlogen zijn de maden in het vlees
van de beschaving

(Van Duijnhoven 1996)
Oekraïne

Het is voor het Westen even wennen dat in deze multipolaire wereld niet meer iedereen achter ons aanloopt. Als je die relaties goed wilt krijgen, moet je je echt minder moralistisch opstellen.

Rob de Wijk: Europa heeft niet de capaciteiten om een oorlog te voeren. (The Hague Centre for Strategic Studies)

Geconfronteerd met wat hij typeert als ‘een Europese oorlog’ stelt de Franse filosoof Étienne Balibar zich voor wat Poetin zou kunnen doen terugdeinzen. Steun aan het verzet van het Oekraïense volk. Maar ook steun aan de Russische dissidente bevolking. Het is, denkt hij, de enige manier om een ‘wederopbouw van de blokken’ te vermijden. Als voorvechter van een Europees federalisme op democratische grondslagen, zoals ooit gedefinieerd door de Italiaanse communist en verzetsstrijder Altiero Spinelli, had hij niet voorzien dat Europa zich nog eens op het hellende vlak van militarisering zou bevinden – iets wat nu opeens onontkoombaar lijkt. Hij pleit voor een internationalisme dat tot stand komt via steun aan het verzet van het Oekraïense volk maar ook aan dat van het dissidente Russische volk. Want, zo denkt hij, het gaat hier uiteindelijk om een Europese oorlog. En in dat opzicht moet tegen elke prijs worden voorkomen dat er ‘een moreel ijzeren gordijn tussen “hen” en “ons” wordt opgetrokken’.

(Mathieu Dejan in De Groene Amsterdammer 11 maart 2022)


Faced with what he characterises as ‘a European war’, French philosopher Étienne Balibar imagines what might make Putin recoil. Support for the resistance of the Ukrainian people. But also support for the Russian dissident population. It is, he believes, the only way to avoid a ‘reconstruction of the blocs’. As an advocate of a European federalism on democratic foundations, as once defined by Italian communist and resistance fighter Altiero Spinelli, he did not foresee that Europe would once again find itself on the slippery slope of militarisation - something that now suddenly seems inescapable. He advocates an internationalism achieved through support not only for the resistance of the Ukrainian people but also for that of the dissident Russian people. Because, he believes, this is ultimately a European war. And in that respect, ‘a moral iron curtain between “them” and “us” must be avoided at all costs’.

Mei 1940
 
De geur van as en van seringen
 komt in de warme nacht van Mei
 beklemmend door het venster dringen,
 krimpt terug, en golft opnieuw nabij.
 
 In 't donker staat achter de ogen
 het beeld: seringen in een tuin,
 naast dode vensters, wreed verbogen
 binten van staal en walmend puin.
 
 Alles wat men geen naam kan geven,
 het meest het denken, wrang en zoet,
 aan wie ons lief zijn, schijnt te leven
 in deze geur: een smaak van roet
 
 ligt op de lippen. Hoeveel jaren
 gaan langs ons in dit machteloos uur?
 Men peilt vertwijfeld wat zij waren
 en keert zich dichter naar de muur.
 
 
 Ida Gerhardt Rotterdam 1940
Oekraine

Lees:



Voor de verdwenen jongens in Flanders Fields

Nog in augustuszon zo onbezorgd gevlogen
prikt u de minnaar in zijn kleurenkast
de schoonheid telkens weer bedrogen
heeft uw naam in steen gekrast.

In Flanders Fields de tuinen en ’t getoeter
dat het een vaderland was dat u als jongen at
en niet de wanhoop van een verre moeder
of een kind dat snel uw beeld vergat.

Uw honger naar de nieuwe tijd bekend
aan oude mannen in hun oorlogstooi
gooide u in ’t slijk en aan hun firmament
schitterde jouw jongensster als prooi.

In deze vlakten is geen plaats voor vredig slapen,
geen krans of heldensteen mag u bedekken.
Ook zal geen god de scherven van u samenrapen
slechts machteloze woorden proberen u te wekken.

En voetjes van al die ongeboren bleven, lopen
onder de Leoniden-sterrenregens naar u toe,
die door uw dood nooit naar buiten kropen
en willen dat ik even voor hen opendoe.

Zo scheur ik uit uw dood de niet-nakomelingen,
uw kinderen en zij die weer hun kinderen wilden zijn,
en daarvan weer de kinderen, en allen die ontspringen
maar zonder sprong stierven in uw levenslijn.

In Flanders Fields bevolken zij de nodeloze leegte,
de nooit gekusten, en zij die nooit zijn thuisgekomen.
Wie jou gedenkt, gedenkt meteen de uitgeveegden,
en droomt met hen de nooit gedroomde jongensdromen.

Gmt

De handpalm geopend naar het licht

Eigen foto Gmt

Zondagmorgen



Het licht begint te wandelen door het huis

en raakt de dingen aan. Wij eten

ons vroege brood gedoopt in zon.

Je hebt het witte kleed gespreid

en grassen in een glas gezet.

Dit is de dag waarop de arbeid rust.

De handpalm is geopend naar het licht.

Ida Gerhardt (1905-1997)
Eigen foto Gmt

DE WARE NACHT


Dieven, dichters en drinkebroers logeren in de nacht, geliefden
Trekken kroonkurken van de donkerte, baden zich met huurlingen
In een overschot aan trekkebekken en woordenpraal, kliefden zij
Jouw uitgegroeide stilte in gemakkelijke poëtische hebbedingen.

Dansers, dromers en dijenkletsers likken de hielen van de nacht,
Verknoeien toegangswegen tot het niemandsland met verzinnen
Van amoureus hartenzeer voor weinig kopergeld gratis thuisgebracht,
Op zilverschermen uitgesmeerd en eindeloos te herbeginnen.

Geen allegorie maar een alleenverkoop is de ware nacht, duisternis
Met een afschuwelijk gehalte aan gemis, jouw dood als nom de guerre.
Wat in de donkere kamer nog zichtbaar wordt, jouw opalen beeltenis
Verbrandt het heimwee niet.
Bloemetje uit het verdoemde vers van Baudelaire.

Gmt (naar onderstaand vers)

Un soir fait de rose et de bleu mystique,
Nous échangerons un éclair unique,
Comme un long sanglot, tout chargé d'adieux ;

Et plus tard un Ange, entr'ouvrant les portes,
Viendra ranimer, fidèle et joyeux,
Les miroirs ternis et les flammes mortes.

Uit: La morts des amants, Charles Baudelaire)

Weerspiegeling en Tuin in de beginnende herfst. Eigen foto Gmt

De ervaring van licht heeft dus alles met de donkerte te maken. Het licht immers is onzichtbaar. Het maakt zichtbaar maar blijft zelf onopgemerkt. Het is fraai om verschillende technieken te onderzoeken waarmee kunstenaars die zichtbaarheid realiseren: doorvallend licht, tegenlicht, strijklicht, glimlicht, verschillende schaduwsoorten, spiegeling, enz. Zo kan een schilder met bruine en groene omber beter schaduwen weergeven. Met licht en donker kun je ‘diepte’ weergeven.

Eigen foto Gmt


"Zelfs het witste wit is donkerder dan het licht.” Het is een uitspraak van kunstenaar Jan Andriesse, besproken door Joost Zwagerman in zijn laatste boek, De Stilte van het Licht. Andriesse probeerde het vormloze licht van de regenboog te schilderen, maar kwam tot de onvermijdelijke conclusie dat hij niet anders kon dan de regenboog donkerder te maken dan dat hij is. Want verf is nu eenmaal altijd donkerder dan licht, “zelfs het witste wit”.

Een van de bekendste “meesters van het licht” is misschien wel de 17e-eeuwse Italiaanse kunstschilder Caravaggio. Door extreem versterkte donker-lichtcontrasten die typisch zijn voor de chiaroscuro of clair-obscur, bereikt hij een groot dramatisch effect. Volgens Kieft is de duisternis op de achtergrond van Caravaggio's voorstellingen daarbij minstens zo belangrijk als het licht op de voorgrond.

Erwin Maas ‘Het onmogelijke licht in de kunst’

Caravaggio. Gevangenneming van Christus. 1602

Judas heeft Christus geïdentificeerd met een kus, terwijl de tempelwachters hem grijpen. De vluchtende discipel links is Johannes de Evangelist. Alleen de maan verlicht het tafereel. Hoewel de man uiterst rechts een lantaarn vasthoudt, is het in werkelijkheid een ondoeltreffende bron van verlichting. In de gelaatstrekken van die man portretteerde Caravaggio zichzelf, 31 jaar oud, als een waarnemer van de gebeurtenissen, een middel dat hij vaak gebruikte in zijn schilderijen. (ibidem)

“What if I could ride
a beam of light
across the universe ?”

Albert Einstein

In het Museum für Licht-Kunst in het Duitse Unna is een museum gewijd aan licht-kunst. Van Eliasson is er een waterval-installatie van zijn hand te zien, met stroboscopisch licht, waardoor de vallende waterdruppels in flitsen stil in de ruimte lijken te hangen. Een hallucinante ervaring.
Op YouTube hierboven is deze video te zien van de installatie “Notion Motion” van Elafur Eliasson. (Thijs van de Ven)

GERRIT ACHTERBERG (1905-1962)

November

De nederige dagen van november
zijn weer gekomen, grijze als een emmer;

tevreden met het licht dat minderde
op de gezichten van de kinderen.

De wereld heeft derde dimensie over.
Stakerig staan de bomen zonder lover.

Door iedereen van ver te onderkennen,
moeten wij aan het nieuwe platvlak wennen

en lopen groot voorbij de kale heg.
De fietsen rijden hoog over de weg.

Verwintering gaat zienderogen door.
De eerste kouwe handen komen voor.

Geslachte varkens hangen te besterven;
ontnuchteren de paarse boerenerven.

De protestantse dagen van november
dragen geen heiligen op de kalender.

Een rij weesjongens met gelijke trekken.
In ’t lege land opengebleven hekken.

Weduwen, terend op een schraal pensioen.
Gemeentewoningen die weinig doen;

Toon van november knalt het jagersschot.
Verder en verder valt een deur in ’t slot.

Eerlijke kerken houden voor ’t gewas
dankstonden achter dun, armoedig glas.

Alles wordt enkeling. Een eigen graf
wacht op het kerkhof zijn bewoner af.

Huizen verwijderen zich van elkaar.
Wij kijken in de gaten van het jaar.

Eigen foto Gmt

Niet alleen de bladeren, maar schrijft Rilke:

Herbst
Die Blätter fallen, fallen wie von weit,

als welkten in den Himmeln ferne Gärten;

sie fallen mit verneinender Gebärde.

Und in den Nächten fällt die schwere Erde

aus allen Sternen in die Einsamkeit.

Wir alle fallen. Diese Hand da fällt.

Und sieh dir andre an: es ist in allen.

Und doch ist Einer welcher dieses Fallen

unendlich sanft in seinen Händen hält.

Herfst
De bladeren vallen – als uit oneindigheid,

als dorden er verre hemelse gaarden;

ze vallen met afwerende gebaren.

En ’s nachts, dan valt de zware aarde,

weg van de sterren, in de eenzaamheid.

Wij allen vallen. Het geldt ook deze hand.

En zie nu toch de anderen: het is in allen.

Toch is er Iemand die dit algemene vallen

oneindig teder met zijn hand omvat.