Kleine recepten voor de kortste dagen (1): “Winterwende”

Eigen foto

En alle goede werken worden wakker, haasten zich naar die van goede wille zijn terwijl het in de straten lichtjes regent en elk marktplein de zwervenden van drank en drukte wil voorzien. Winterwende. En met dat woord hoor ik het, lees ik het uitgesproken en beschreven door de dichter Albert Verwey in de bundel: ‘De figuren van de sarkofaag’. (1930) Het derde deeltje in Winterwende: ‘Een nieuw patroon’. (pagina 23)

 Temidden van de drift, de jacht, de woeling,
 Stil in de wereld staan, gevoelloos voor
 De vormen die bekoorden, die ontroerden:
 Een stilstaand oogenblik, volkomen nieuw,
 Maar dat opmerkzaam is op de ongesproken
 Inwendig ritselende wil. Daarna
 De daad, het grijpen, of een snel gebaar,
 Waarmee ge u invlecht in het weefwerk van
 De Tijd, als een patroon naast andre, tevens
 Saam met die andere in een vast verband.
 De Tijd weeft voort. Hij is die raadselgeest
 Die in u werkte en naar u greep: uw greep
 Was toch de zijne: en zijn voorteekening
 Bepaalde alreeds de vorm naar u genoemd.
(foto Metaal Kathedraal)

Dat is mijn eerste receptje, terugkeren, of het ontdekken van de dichter-schrijver Albert Verwey (15 mei 1865 – 8 maart 1937) We hebben al eens bij de bespreking van de schilder Jan Veth Verwey’s prachtig jeugdig portret getoond.( 19 augustus 1922) Hier met graagte bij deze winterwende:

Jan Veth. Portret van Albert Verwey. 1885

Dit portret om niet te vergeten dat, hoe ver terug ook, er steeds weer jonge mensen waren en zijn met hun eigen ideeën en eigen schriftuur, zichtbaar in hun werk, aanwezig ook in deze rumoerige tijden.

Een mooi memento met een overzicht van dit boeiende leven vind je in de tekst van Onno Blom die op 5 oktober 2011 op de Algemene Begraafplaats in Noordwijk bij de onthulling van het gerestaureerde graf van Albert Verwey deze mooie rede uitsprak. Neem je tijd. Lees ze in de stilte van de winterwende en ga op ontdekking. Hier alvast de inleiding:

‘De dood zat in u en ge wist het niet’

Als voorjaarswinden blazen / Bloeien uw tuinen / Als najaarsstormen razen / Schutten uw duinen,’ dichtte Albert Verwey over Noordwijk aan Zee, het dorp waar hij de laatste zevenenveertig jaar van zijn leven woonde. In 1890 betrok de jonge dichter samen met zijn echtgenote Kitty van Vloten Villa Nova, op de helling van een duin op de hoek van de Nieuwe Zeeweg. Het statige huis lag aan de rand van het destijds nog allerminst mondaine vissersdorpje. Er heerste volmaakte rust. Met aan de ene zijde uitzicht op de duinen en aan de andere zijde op ‘de toegedekte landen’, in de lente een waar bloementapijt. Het enige wat er te horen viel, was het fluiten van de zeewind om het huis en het knarsen en piepen van het stoomtrammetje naar Leiden, dat onder het duin doorreed.

En verder dan:

https://www.textualscholarship.nl/?p=10042

Jan Toorop. Portret van Stefan George en Albert Verwey. 1896

En een jongere versie van Chopin’s winter Wind!

‘De figuren van de Sarkofaag’, dichtbundel (1930) kun je volledig raadplegen in de digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren:

https://www.dbnl.org/tekst/verw008figu01_01/verw008figu01_01_0005.php