Schrikken, of ontroerd zijn, of het loslaten van meningen, bedoel je misschien ‘het stellen van vragen, of moet je de gedachte loslaten dat je iets zou vinden? Het is nog iets anders dan nieuwsgierigheid en verbazing. Even filosoof Cornelis Verhoeven erbij halen: ‘
‘In de verwondering ervaren wij ons zelf op grond van een ontmoeting met een werkelijkheid.’
‘Het is een avontuur waarvan hij [de mens] de afloop niet kan voorzien, een oefening in de vrije val.’
Deze drie wonderen a) dat ik denk b) te begrijpen c) wat ik zie kan ik niet verklaren.
Waarom is het ware wonder dan wat we ervaren zonder een van die drie?
Leo Vroman
Door de eigenzinnige kijk op het menselijk leven waar de dood vanzelfsprekend toe behoort en de heldere en indringende formulering van het wonder van het menselijk bestaan dat niet gereduceerd wordt tot zijn fysieke verschijning en verdwijning, bezit Vromans poëzie een filosofische diepgang die humor en taalplezier echter nooit uitsluit. (Joris Gerits Streven 2015)
‘De verwondering brengt een moment van stilstand in het denken. Trefzeker zegt onze taal dat iemand verwonderd ‘staat’. Dat is veelbetekenend. Het staan als stil-staan is het ophouden met bewegen, ontwerpen, ingrijpen. De uitdrukking ‘verwonderd staan’ veronderstelt dus een actief leven, dat plotseling wordt onderbroken en afgeremd. De verwondering wordt gesitueerd temidden van een beweging. Voor en na de bewondering is er de beweging, die de ‘gewone’ toestand is. Mensen zijn, zo lijkt het dus, op de eerste plaats bewegers en werkers. Het stilstaan is ook ophouden met spreken; in de stilte komt het anders-zijn van de dingen aan. Het moet worden beluisterd om te worden vernomen en er bestaat dus een mogelijkheid om het niet te vernemen door het zelf te overstemmen. Zonder een minimum aan aandacht heeft het gebeuren van de verwondering niet plaats. Zij heeft dat gemeen met elke openbaring.’
Dr. Cornelis Verhoeven. Inleiding tot de verwondering (1967)
Omzien in verwondering is de titel van de autobiografie die de historica Annie Romein-Verschoor (1895-1972) schreef na de voltooiing – met haar man Jan Romein – van historische meesterwerken als De lage landen bij de zee, Erflaters van onze beschaving en Op het breukvlak van twee eeuwen. Het boek verscheen in twee delen, in 1970 en 1971. De titel van de autobiografie van Annie Romein-Verschoor sprak kennelijk tot de verbeelding, want omzien in verwondering wortelde zich al snel in onze taal in de betekenis van ‘verbaasd terugblikken’. (Ton den Boon 31 dec. 2016 in 'Taalbank)
In "Nederduitsche synonymen" (1836), band 1, blz. 126: verslagenheid, ontzetting, ontsteltenis, ontroering, verbazing, bevreemding, verwondering, verbijstering
Zeg niets, maar kun je een aantal situaties uit je eigen leven oproepen waar de ‘Nederduitsche synonymen’ van toepassing waren.? Een aantal beelden als intro, of het kan ook muziek zijn die herinneringen losmaakt uit het bevroren ’toen’. Je kunt op die manier ’tinten van herinneren’ oproepen en overdenken. Het zal nooit één beeld zijn, maar een dynamiek al dan niet met nawerking.
Evenwicht tussen lucht, aarde en water net voor de dag eindigde of begon. Cirkels.
En dan opeens Staat alles stil Terwijl de wereld verder draait Opeens… staat alles stil Luister:
Je raapt jezelf weer bij elkaar Staat op en gaat weer door Niet bang om te vallen Ook al dans je op een koord
De bel gaat voor een nieuwe ronde Je staat nog altijd in de ring Vechtend met een tegenstander Die zich meestal niet laat zien
Want opeens Staat alles stil Terwijl de wereld verder draait Opeens… staat alles stil
Op draden waarmee mensen met elkaar communiceren, of licht en warmte mogelijk maken zit het vol duiven, dat notenschrift van vrede en vriendschap voor diegenen die van goede wille zijn.
Anna Maria Maiolino. Black Hole (Buraco Preto) uit de serie Gaten/Tekenobjecten (Os Buracos/Desenhos Objetos). (Anna Maria Maiolino is a Brazilian artist. She started off really as a painter and sculptor, also doing printmaking.)
Er zitten gaten in de weg
Er zitten gaten in de weg. Er zitten gaten in de aarde. Als ik een stap vooruit zet, merk ik dat er gaten in mijn laarzen zitten. Waar gaten zitten, zijn mijn sokken zichtbaar. Ik kan ze zien, ik weet dit omdat er gaten in mijn schedel zijn.
Als regen in water valt, zitten er gaten in het water. Als de druppels vallen, hoor ik ze omdat er gaten zijn in mijn oren: ik sta en adem omdat er gaten zijn in mijn neus. ik ga vooruit en denk na. Ja, er zijn gaten in mijn gedachten.
Er zijn gaten in mijn woorden. Lao-zi dacht dat alles wat nodig was uit leegte kwam – maar vertel me eens, vriend, wat zou leegte voor nut hebben als zij niet bestond uit gaten naast gaten? Grote gaten. Kleine gaten.
Gaten bestaan. Geboorte en dood zijn gaten. Er zijn zwarte gaten in het universum – misschien zijn er uitgangen naar een andere plek gemaakt uit gaten. Uitgangen zijn gaten. De mond, het hart, de darmen zijn gaten.
There are holes in the road. There are holes in the earth. Stepping forward I notice: there are holes in my boots. Where there are holes, my socks show through, I can see them, I know this because there are holes in my skull.
When rain falls into water, there are holes in the water. As the droplets fall, I hear them because there are holes in my ears: I stand and breathe because there are holes in my nose, I move forward and think. Yes, there are holes in my thoughts.
There are holes in my words. Lao-zi thought everything necessary came from emptiness—but tell me, friend, what use would emptiness be if it wasn’t made of holes beside holes? Large holes. Small holes.
Holes exist. Birth and death are holes. There are black holes in the universe—maybe there are exits to another place made of holes. Exits are holes. The mouth, the heart, the intestines are holes.
Je kunt symbolisch in een zwart gat vallen of de donkerte van je gemoed oplichten na het lezen van een brief of gedicht. Of hebben wij het over ‘de zwarte gaten’ in de diepte van het heelal? Gaten in je geheugen of een beeld van wanhoop? De leegte in al haar betekenissen?
In een klein park langs het Meer van Genève kan je hem vinden: een majestueuze bronzen figuur op een bank. Het grote gat op de plek waar zich normaal de romp van een mens bevindt, valt onmiddellijk op en beklijft. Het werk Mélancolie dateert uit 2012 en is van de hand van Albert György, een Roemeense kunstenaar die lange tijd in Zwitserland woonde. (Otheo)
In een beeldhouwwerk kun je de open ruimte als ‘negatieve ruimte’ benoemen, niet als sentiment, eerder wiskundig, waardoor je bewust wordt van het volume of de aanwezigheid van de ruimte, of hier in het beeld van Ossip Zadkine, de verwoeste stad, er ook de pijn mee accentueert.
Deze ‘gaten’, openingen dus, vergemakkelijken ook de dialoog met de omgeving. Er ontstaat een werkelijke interactie, een dynamiek zoals hieronder het beeld ‘vierkant met gat’ van Henry Moore in een tentoonstelling in het museum ‘Beelden aan Zee’ gelegen aan de kust van Scheveningen.
De korte video (1:24) maakt dat nog duidelijker.
Dichter en bioloog Leo Vroman beschreef die ‘gaatjes’ op zijn eigen tedere manier:
Mens is een zachte machine, een buigbaar zuiltje met gaatjes, propvol tengere draadjes en slangetjes die dienen voor niets dan tederheid en om warmer te zijn dan lucht.
"La simplicité n'est pas le but final de l'art, mais on arrive à la simplicité malgré soi en découvrant le sens réel des choses. La simplicité est elle=même complexe et il faut être nourri de son essence pour comprendre ce qu'elle vaut." Constantin Brancusi
Fish, bronze, metal and wood sculpture by Constantin Brâncuşi, 1926, Tate Modern
De. nieuwe generatie beeldende kunstenaars(essen) heeft die nadrukkelijkheid van de lege ruimte omgezet in het hanteren van nieuwe materialen en alledaagse expressievormen. Plexiglas, magneten, hout, papier en metaal zijn elementen waarmee ‘Italian Race Bar’ (2024) van Hazel Ver Moesen (25) is samengesteld. Haar gebruik van vormen en kleur is geïnspireerd door een collectieve nostalgie, architectuur en alledaagse voorwerpen en gereedschappen..
Italian Race Bar. Hazel Ver Moesen (*1925)
Beste Sebastian,
Ik denk hoop ik op de gewone manier met een hoop elektronen al weet ik niet waar of onwaar ze wonen, zo open dicht bij in de synapsen van mijn brein.
Quantum mechanisch denken wij en denken als alle dieren geloof ik op twee manieren die gelijktijdig kunnen zijn.
Zo zie ik dat prentje van twee vrouwen als van een jonge en een ouwe met ooroog, halskin en wangneus; als ik ze als twee herken/zie dan wisselen ze heus met oneindig hoge frequentie.
Ik heb eenvoudig tegelijkertijd geen moeite met tweevoudigheid, woon buiten en binnen een zwart gat en beschik over alle feiten, de komende en de kwijte die ik dacht dat ik had.
Leo Vroman (1915-2014) was bioloog, dichter en schrijver. Zijn laatste bundel verscheen in november 2013, getiteld Die vleugels.
3e-eeuws reliëf van Prometheus die de mens schept (Louvre, Parijs)
“Dat ik geboren ben en niet gemaakt”, zei Mens. “Verwekt. Hoor je het ‘kwekkende’ in dat woord, -zie je ons bezig- Verwekt om geboren te moeten worden na negen maanden mogelijk gesukkel. Kijk naar de glanzende machines die mij omringen. Ontworpen, geoptimaliseerd, afgewerkt. Mama, het spijt mij. Maar wij zijn achterhaald door ons eigen technische kunnen. Als mens zijn wij kleiner dan onszelf. Draai de ratelaars, haal de klokken uit de lucht. ” (Gmt)
In een dagboeknotitie beschreef de Duits-Joodse filosoof Günther Anders (1902-1992) hoe hij in 1942 in Californië met een vriend een tentoonstelling van technologische apparaten bezocht. Het viel hem op dat zijn vriend zich vreemd gedroeg. Hij keek niet naar de apparaten, maar sloeg zijn ogen neer, viel stil. Zijn handen verborg hij achter zijn rug, alsof hij zich schaamde dat hij zich met zulke ‘zware, lompe en verouderde instrumenten in het gezelschap bevond van machines die juist zo nauwkeurig en verfijnd te werk gingen’. (De Groene A'dammer. Tom Grosfeld)
In zijn dagboek zou hij het ‘Prometheïsche schaamte’ noemen. (Über prometheische Scham) onderdeel van zijn filosofisch hoofdwerk Die Antiquiertheit des Menschen (De gedateerdheid van mensen), dat verscheen in 1956.
“Laat je broer nooit een opdracht van de glorierijke Zeus uitvoeren. Mijn broer Epimetheus moest voor elk levend wezen een vermogen bedenken. Ga je gang, zei ik vriendelijk. De antilope gaf hij snelheid, een dikke huid voor de olifant, ogen als een verrekijker voor de arend, scherpe klauwen voor de tijger, enz. Tenslotte bij de mens aangekomen…Inderdaad zijn mandje was leeg.’
Wat nu? Het idee was dat elke soort zich zou kunnen redden op aarde, niet in zijn geheel vernietigd zou worden. Maar daar stond de mens: naakt, ongeschoeid, onbedekt, ongewapend, onaangepast, onaf. Het was, in de woorden van een andere Duitse filosoof uit de twintigste eeuw, Arnold Gehlen, een nauwelijks levensvatbaar biologisch misbaksel. (Tom Grosfeld DGA)
Een bekend verhaal. Prometheus steelt het vuur van de goden en dank zij dat vuur zou de mens zelf dingen kunnen creëren. Een wezen dus dat zichzelf moet maken. En juist nu, in deze ‘moderne’ tijden wil de mens gemaakt zijn, een product worden. Trots is zelfverachting geworden. De mens wordt vernederd door de machine.
Door AI gemaakte afbeelding
‘De triomf van Prometheus is in zekere zin te overweldigend geweest. De trots begint om te slaan in minderwaardigheid en zelfverachting. De wens van vandaag is om een product te worden. De mens wil gemaakt zijn.’
Is de werkelijkheid in data te vatten? In hoeverre zijn we met het internet, smartphone, laptop, diensten als ChatGPT vergroeid vraagt de auteur Tom Grosfeld zich af in ‘Een miezerig, gebrekkig omhulsel’.
(Een profiel van Günther Anders) De Groene Amsterdammer. 3 september 2025 nr 36) Aan te raden!
"Prometheïsche schaamte heeft zich in de mens genesteld. En zo bezien is het te begrijpen dat we graag op algoritmen leunen die keuzes voor ons maken en bepalen wat onze ‘persoonlijke’ smaak is. Waarom we creatieve processen uitbesteden aan kunstmatige intelligentie en zo druk zijn met protocolleren, standaardiseren en kwantificeren. We zoeken voor elk maatschappelijk probleem een technologische oplossing. We zijn heilig gaan geloven dat we de werkelijkheid kunnen vangen in data en durven het niet meer op te nemen tegen de machine. We vertrouwen nauwelijks meer op onze menselijke kwaliteiten." (ibidem)
Gemaakt door Jean Tinguely. Cercle et carré éclates (Cirkel en ontploft plein), 1981. Pirelli HangarBicocca, Milaan, 2024. MAH, Musée d’art et d’histoire, Ville de Geneve. Met dank aan Pirelli HangarBicocca, Milaan. Jean Tinguely – SIAE, 2024. Foto van Agostino Osio.
Mens
Mens is een zachte machine, een buigbaar zuiltje met gaatjes, propvol tengere draadjes en slangetjes die dienen voor niets dan tederheid en om warmer te zijn dan lucht, Och, hij heeft ademzucht en hartarbeid.
Heeft hij een welvig lijfje, hier en daar wat vetjes, dan vindt hij iets niet netjes en noemt zichzelf een wijfje; bovenin zijn haarkleedje draait hij dan vaak springveren. Daar kan hij niet mee leren; ze dansen alleen een beetje.
Het leren gebeurt in een kastje; je mag dat niet openmaken, wel teder, teder aanraken, maar de rest van het zotte bastje blijft ingepakt en bewaard, want als het zich bepoedert, ontwatert en ontvoedert, ontroert, ontstemt, onthaart, dan kruipt het een hokje in. Een deurtje gaat op slot, en het loopt niet naar buiten tot het kleertjes heeft, kalmte en zin.
Maar soms voelt het zich zoet; het bekje prevelt: ‘trouwen’, het gladde buikje moet een klein machientje bouwen.
God behoede de mens en geve hem een zoen: er is verder niets met hem te doen. Streel zijn zoete pens, want mens is een zachte machine, een ingewikkeld liefje. Verzilver zijn statiefje, leidt hem in een vitrine, doe bij hem een lichtje aan.
Loop zachtjes om hem heen en ga elders om hem wenen, maar laat hem staan.
LEO VROMAN
Dat hij de ‘ziekte van de sterfelijkheid’, een ziekte waar we allemaal aan lijden, zo licht opvatte, had vast ook van doen met zijn wetenschappelijke nieuwsgierigheid. Leo Vroman was behalve dichter ook hematoloog; zijn ontdekking dat stollend bloed op een oppervlak telkens nieuwe eiwitten afzet leeft voort als het ‘Vroman-effect’. Hij had een fascinatie voor biologische processen, ook voor het mysterie van de dood. Van het leven begrijpen we nog maar een heel klein beetje, stelde hij vaak, maar van de dood niets.
(Xandra Schutte. DGA. 26 februari 2014
Ben Tolman Detail uit “Apartments’. Inkttekening
“Die gevoelens van schaamte zijn alleen maar geïntensiveerd in de 21ste eeuw, onder meer door de komst van het internet, de smartphone, de zelfrijdende auto en de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie. En zullen blijven intensiveren, aangezien we vastzitten in een vicieuze cirkel: hoe beter machines worden, hoe minder bekwaam mensen hoeven zijn en hoe minder ze zich dus zullen inspannen om bepaalde vaardigheden te verwerven. De mens zal aftakelen, steeds kleiner worden ten opzichte van de machine die grenzeloos lijkt in zijn mogelijkheden.” (Tom Grosfeld: Een miezerig, gebrekkig omhulsel)
Luister naar de oorspronkelijke tekst: Tom Grosfeld over de filosoof Günther Anders
Naar de Mozaïsche wet (Lev. 19 : 9) mochten de hoeken van het land door den eigenaar niet worden afgemaaid, maar moesten voor de armen blijven. Ook mochten de eigenaars de op het veld overblijvende aren niet verzamelen, want het nalezen bleef voor de armen ; zelfs de schoven, die door onachtzaamheid waren blijven liggen, behoorden hun; de eigenaar had het recht niet ze terug te halen.
fragment Jules A.A. Louis Breton. ‘The Gleaners’
The Old Testament of The Bible mandated Hebrew farmers to leave a portion of their crops unharvested, allowing poor neighbors and strangers to enter their land to pick what remained for themselves and their families.
In England and France, the government safeguarded the rights of the rural poor to glean. This practice permitted gleaners to collect leftover crops and resources from the ground of nearby farmers' fields. Picking leftover crops for the local community was an integral part of farm life and the harvest process for hundreds of years, until new private property laws and farming technology began to restrict gleaners' rights. It was common to see people in fields picking leftover crops until after the end of World War II.
Geschreven werd en wordt er, geschilderd en gedicht, kortom pakhuizen gevuld met creaties. Eens de velden gemaaid zijn door de sikkels van de tijd, blijven er allerlei resten en fragmenten liggen. Anderen werden glanzend tot letteren- of beeldenvoedsel verwerkt maar daarna door de muizen van de vergetelheid weg geknabbeld. Ook in de schuren en de serres van het internet zijn er talrijke overblijfsels van vroegere oogsten weinig of nooit meer bezocht.
Aren lezen zal tussen de duizenden teksten en reproducties dwalen en schoonheid verzamelen die lang in het duister van de tijd is achtergebleven en best weer het licht in de ogen kan verdragen.
There was and is writing, painting and poetry, in short, warehouses filled with creations. Once the fields are mowed by the sickles of time, all sorts of remains and fragments remain. Others were glossily processed into literary or sculpture food but then nibbled away by the mice of oblivion. Even in the sheds and greenhouses of the internet, numerous remnants of past harvests are little or never visited again.
Gleaning will wander among the thousands of texts and reproductions and collect beauty long left behind in the darkness of time and best to bear the light in the eyes again.
Vincent van Gogh. Aren lezende boerin. 1885
Maar als een kip pik ik mijn eten hier en daar, mijn wetens- waardigheden bij elkaar, en o de spijt voor wie dit mist, al deze zeer diverse dingen
fragment Judith Herzberg (geniet van de de mooie binnenrijmen)
He was born Lawrence Monsanto Ferling in Yonkers, New York, to a French mother, Albertine Mendes-Monsanto, and an Italian father, Carlo Ferlinghetti, an auctioneer, who had shortened the family name to Ferling. His parents were unable to care for him, however (sometimes Ferlinghetti said his father had died before his birth, sometimes after), and he was rescued by an aunt, Emily Monsanto, who took him to France for his first six years. Returning to the US, Emily was employed as a governess by a family called Lawrence, a branch of the one that founded Sarah Lawrence College. “Then she left me there,” Ferlinghetti told an interviewer in 1978. “She just disappeared one day, and that family brought me up.”
Lawrence Ferlinghetti. before his bookstore in San Francisco
To the Oracle at Delphi
Lawrence Ferlinghetti (1919-2021)
Great Oracle, why are you staring at me, do I baffle you, do I make you despair? I, Americus, the American, wrought from the dark in my mother long ago, from the dark of ancient Europa— Why are you staring at me now in the dusk of our civilization— Why are you staring at me as if I were America itself the new Empire vaster than any in ancient days with its electronic highways carrying its corporate monoculture around the world And English the Latin of our days—
Great Oracle, sleeping through the centuries, Awaken now at last And tell us how to save us from ourselves and how to survive our own rulers who would make a plutocracy of our democracy in the Great Divide between the rich and the poor in whom Walt Whitman heard America singing
O long-silent Sybil, you of the winged dreams, Speak out from your temple of light as the serious constellations with Greek names still stare down on us as a lighthouse moves its megaphone over the sea Speak out and shine upon us the sea-light of Greece the diamond light of Greece
Far-seeing Sybil, forever hidden, Come out of your cave at last And speak to us in the poet's voice the voice of the fourth person singular the voice of the inscrutable future the voice of the people mixed with a wild soft laughter— And give us new dreams to dream, Give us new myths to live by!
Read at Delphi, Greece, on March 21, 2001 at the UNESCO World Poetry Day -Sybil was hem genadig. Hij overleed in 2021 en werd dus 101 jaar.-
"I really believe that art is capable of the total transformation of the world, and of life itself," Ferlinghetti said. "And nothing less is really acceptable. So if art is going to have any excuse ... beyond being a leisure-class plaything, it has to transform life itself."
“Ik geloof echt dat kunst in staat is om de wereld en het leven zelf totaal te veranderen,” zei Ferlinghetti. “En niets minder is echt acceptabel. Dus als kunst een excuus wil hebben... behalve een speeltje voor de vrijetijdsklasse te zijn, dan moet ze het leven zelf transformeren.”
Zo kwamen ze weer bij elkaar. Maar het lekkers, dat was raar, dat was weg en als ik zeg: ze waren net twee helften van één zoet broodje op elkaar dan is dat niet waar; ze leefden kort en breekbaar als twee crackers.
Judith Herzberg, Dagrest. Tweede druk, Amsterdam 1984
Foto door Tim Mossholder
ZIEKENBEZOEK
Mijn vader had een lang uur zitten zwijgen bij mijn bed. Toen hij zijn hoed had opgezet zei ik, nou, dit gesprek is makkelijk te resumeren. Nee, zei hij, nee toch niet, je moet het maar eens proberen.
Oud jeugdhuis waarvan ik geen inhoud weet dan schaduw flakkerend in het olielicht, angst door het krijsen van katten in duisternis, nog bang zijn voor slangen als het gras beweegt.
Mijn moeder naaide, soms bakte zij brood. Maar wat speelden wij kinderen in het lege huis, de verwilderde tuin? Ik heb het ook nooit, voordat het te laat was, zelfs willen weten.
Losse momenten die evenveel leegte lieten, nooit samenvielen met het verslag van de foto's, tot aan de dag dat mijn vader zag dat hij mij had leren lezen. Toen bleven de vele
huizen waar wij eens woonden verder bevolkt door mensen, meubels en boeken, en toen begon mijn geschiedenis. Met wie kan ik die delen?
Tineke Sanders , geliefde van Leo Vroman
Leo Vroman en Tineke Sanders in september 1947 in de Verenigde Staten (Schrijversprentenboek 29, p. 89).
“Hoe is het dus met die ‘Nederlander in het Buitenland, of Nederlanders vanuit het Buitenland gezien’, want daar vroeg Ons Erfdeel naar. Het is vrij goed met hem, hij leeft buiten de oorlogen met een vrouw waar hij eigenlijk belachelijk veel van houdt, zoiets komt gewoon niet voor, en zij vindt hem ook niet zo gek gelooft hij. En hun kinderen: Geri zo bijna zonder lichaamsgewicht en toch zo schrikwekkend gevoelig en redelijk tegelijk, en Peggy zo vreselijk ziek geweest en die alles kan maken wat ze wil en guitaar en allergekst acteren, in haar kamer, met de rat en het konijn in hun kooien elkaar en de dingen lodderig en achterdochtig van onder allerlei rare wimpers bekijkend, lodder, knaagknaagknaag, lodder. Zo wonen wij. Soms komt een buurvrouw iets lenen, vaak komen de vrienden en vriendinnen van ons en van de kinderen binnen, praten, proberen vreemde spelletjes. Is dat Amerikaans? Hollands? Misschien wel Indonesisch.”
(Uit: Waar ben ik? Leo Vroman-New York-USA in ‘Ons Erfdeel Jaargang 12 1968-69)
Behalve dichter was Vroman bioloog, tekenaar, joods, eigenzinnig, nieuwsgierig, geestig. Zijn werk heeft een unieke speelse toon en fantasie, hij schrijft even onbekommerd over de dood als over zijn liefde voor het leven in het algemeen en voor zijn vrouw Tineke in het bijzonder. Zijn poëzie is onverschrokken: hij houdt zich aan geen enkele conventie en schuwt gruwelijkheid noch schoonheid.
In al zijn werk schrijft hij grotendeels direct vanuit en over zichzelf. Over zijn persoonlijke geschiedenis en zijn kijk op het leven. Over het grasveldje van zijn jeugd in Gouda, over de ‘hullende’ adem van zijn Tineke en het diepe gemis van haar tijdens de oorlog. Over de bloedplaatjes die hem fascineren, over wiskundige reeksen en ingewanden, over de kamers van zijn dochters, zijn reacties op wat er in de wereld gebeurt: aardbevingen, verkrachtingen, moord en geweld. Over zijn ouder wordende ledematen, zijn ingewanden, zijn aaiende vingers, zijn nieuwsgierigheid naar de dood. Hij schreef door tot enkele dagen voor zijn dood in februari 2014, het gedicht ‘Einde’:
Hij lijkt vast minder erg – die lief bijeengebrachte hoop spaanders van mijn gedachten – op mij dan op een berg.
Waar zal die laaiende gestalte van mij dan uit bestaan en waar kwam die al te late eerste vonk vandaan?