Rondreizend volkskunstenaar Ammi Phillips (1788-1865)

Ammi Phillips, Girl in Red Dress with Cat and Dog, 1830-1835 American Folkart Museum

Hij, Ammi Phillips maakte er misschien een duizendtal, begin negentiende eeuw, actief midden 1810 tot in de vroege jaren 1860, in Connecticut Massachusetts en New York. Geduid als ‘primitive art’, folk art, ‘provincial art’ en ‘itinerant art’. Zonder opleiding, direct naar het leven. Slechts elf werken zijn gesigneerd.

De herontdekking van Phillips begon in 1924, toen een reeks portretten van vrouwen – die voorovergebogen in driekwart-profiel waren afgebeeld en donkere jurken droegen – te zien waren op een antiekbeurs in Kent, Connecticut. De anonieme schilder van deze kleurrijke werken, die uit de jaren 1830 dateren, werd bekend als de „Kent Limner“, naar de plaats waar ze aan het licht waren gekomen. Het duurde nog tot in 1958 om verschillend geduide kunstenaars tot één naam te herleiden. Rond 1976 waren er ongeveer 400 schilderijen aan Ammi Phillips toegeschreven.

Wilbur Sherman, 1815, Yale University Art Gallery. Ammi Phillips

Phillips werd op 24 april 1788 in Colebrook, Connecticut, geboren als zoon van Samuel Phillips (1760–1842), een boer van beroep en veteraan uit de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog, en zijn vrouw Millea Phillips (1763–1861). Hij was een van elf kinderen en leidde een leven dat zich uitstrekte van het presidentschap van George Washington tot de Amerikaanse Burgeroorlog.

De naam “Ammi” (volledig “Ammiruhamah”) is bijbels. Deze naam werd in de 17e en 18e eeuw veel gebruikt door congregationalisten. Andere dragers van deze naam zijn onder meer Ammi Ruhamah Cutter en Ammi Ruhamah Mitchell.

Phillips verliet zijn ouderlijk huis ergens vóór 1810, en de eerste gesigneerde portretten van Phillips dateren uit 1811, wat betekent dat hij toen zijn carrière als portretschilder begon.

(Wkipedia)

Henrietta Door, 1814, Princeton University Art Museum, an example of Phillips’s earlier work

Phillips verliet het ouderlijk huis ergens vóór 1810 en trouwde op 18 maart 1813 in Nassau, New York, met Laura Brockway. De familie van Laura Brockway had wortels in Sharon, Connecticut. Na de dood van zijn eerste vrouw trouwde Phillips opnieuw, woonde een tijdje in Amenia, New York, en vestigde zich vervolgens in 1836 in Kent en Sharon, Connecticut. Zijn portretten uit de ‘Kent-periode’ worden gekenmerkt door donkerdere composities, vaak met heldere kleurvlakken, en elegante, gracieuze houdingen en gezichtsuitdrukkingen.

Boy in red. (ca. 1832). Amni Phillips.

Aan zelfvertrouwen ontbrak het Phillips niet. Hij profileerde zich als een modieuze portretschilder en richtte zich vooral op middenklas-handelaars, artsen en vooraanstaande figuren uit de gemeenschap. Net als veel andere rondreizende kunstenaars ontwikkelde Phillips een werkwijze die zowel artistiek als winstgevend was.

“We hebben de neiging om het beeld van de volksschilder in de 19e eeuw te romantiseren, terwijl de volksschilder in feite in alle opzichten een rondtrekkende zakenman was,” zei Robert Bishop, voormalig directeur van het Museum of American Folk Art, in 1985 over het werk van Phillips. “Hij kwam in de stad aan, maakte reclame, regelde zijn klanten, schilderde zijn portretten zo snel mogelijk, liet zich zo goed mogelijk betalen en trok verder. Dus bijna al deze mannen ontwikkelden een formule waarmee ze snel en gemakkelijk konden schilderen.” (AuctionDaily)

Ammi Phillips Mrs. Mayer and Daughter. (96.2 x 87 cm) 1835-40. The Met
‘Henry Teller’ ca 1835 Ammi Phillips.

“Hoewel hij een autodidact was, verwierf Phillips bekendheid om zijn briljante composities en werd hij beschouwd als een meester in kleur en vormgeving. Juist dit kleurgebruik verbindt Phillips met de volkskunstbeweging, aangezien felle tinten door de traditionele portretschilders van die tijd doorgaans werden gemeden. Net als bij andere volkskunstenaars waren ook de schilderijen van Phillips zeer gedetailleerd, maar duidelijk naïef en niet fotorealistisch, hoe prachtig ze ook waren uitgevoerd. Je hoeft alleen maar naar de handen van zijn modellen te kijken om te beseffen dat Phillips inderdaad een autodidact was.” (Art Experts)

Maar…was hij misschien zijn tijd vooruit, zijn vormgeving zou in de 20-21ste eeuw ten zeerste ‘modern’ genoemd worden. Lichtinval, concentratie, en met die handen is er niet zoveel aan de hand als je dit prachtige portret bekijkt uit 1848-50. In 2008-2009 was er een expositie waarin Ammi Phillips samen met Mark Rothko (1903-1970) onder de titels ”The seduction of Light’ en ‘Compositions in Pink, Green, and Red’ werden samen gebracht.

mmi Phillips Untitledca. 1848-60oil on canvas33 1/2 x 27 1/2 in.gift of Shari Hubner2015.062

“Ammi Phillips (1788–1865) and Mark Rothko (1903–1970), two American masters disparate in time, place, and presentation, pursued the soul-thirsting creation of inner light through the “realm of the canvas,” as Rothko once termed it. For Rothko, the surface of a canvas presented limitless space to be explored with intrepidity into great distances and with mythic dramas enacted in each succeeding layer. Phillips did not penetrate the “mysterious recesses” of the canvas quite as deeply but worked closer to the surface in shimmering light-filled or velvety dark-filled spaces that seem to exist apart from the known world.” (Folkartmuseum.org.)

“Ammi Phillips (1788–1865) en Mark Rothko (1903–1970), twee Amerikaanse meesters die qua tijd, plaats en stijl mijlenver uit elkaar staan, streefden naar het scheppen van innerlijk licht dat de ziel doet smachten, via het ‘rijk van het doek’, zoals Rothko het ooit noemde. Voor Rothko bood het oppervlak van een doek een grenzeloze ruimte die onverschrokken kon worden verkend tot in de verte, met mythische drama’s die zich in elke opeenvolgende laag afspeelden. Phillips drong niet zo diep door in de ‘mysterieuze krochten’ van het doek, maar werkte dichter bij het oppervlak in glinsterende, met licht gevulde of fluweelzachte, met duisternis gevulde ruimtes die los lijken te staan van de bekende wereld.”

Nog tijdens Ammi Phillips’ leven kwam er een nieuwe vinding die de ver-beelding op een bijzondere manier zou aanspreken. De fotografie. Daguerrotypes en ambrotypes (1839-1869) waren voorlopers van foto’s op papier en karton. Sommige composities in zijn werk bewijzen dat Phillip’s al enige kennis van het nieuwe medium bezat. De Victoriaanse tijd zou de zichtbaarheid van de burger beetje bij beetje vergroten. Ook in de kunst.

Ammi Phillips, Portrait of a Woman (Double-Sided) (Circa 1810).

Kijk ook naar:

Massamensen en mensen in de massa: een lijdensverhaal (3)

Doodstrijd in de tuin van Olijven. Francisco Goya 1819

De schilder maakte dit paneel voor 'de vrome scholen' in Madrid, een instelling van de Orde der Piaristen, een orde die als doel had onderwijs en opvoeding te bieden aan de zgn. 'onderkant' van de samenleving.

De omgeving is zwart. Duisternis in alle betekenissen van het woord. Na hun laatste avondmaal waren ze met zijn allen naar de tuin bij de Olijfberg gegaan. (hof van Gethsemane) De leerlingen legden zich neer en vielen in slaap. Hij kende het vervolg van de nacht en de volgende dag. Door diepe angsten aangegrepen vraagt hij : Wilt ge deze drinkbeker van mij wegnemen, maar niet mijn maar uw wil geschiede.

Andrea Mantegna. Gebed op de Olijfberg circa 1455
In veel van Mantegna's werk komen harde, kale rotspartijen voor. Hier lijkt hij het 'godverlaten' en woeste karakter van het stenige landschap te gebruiken om de eenzaamheid en angst van Jezus te benadrukken.

Drie volgelingen liggen te slapen terwijl Jezus in doodsangst tot zijn vader bidt. Hij voelt zijn einde naderen. Dat naderen wordt ook letterlijk getoond door het groepje mannen rechts: Judas en de soldaten die Jezus zullen arresteren. Rechts is de lucht al lichter aan het worden; de nieuwe dag is aanstaande. (Bijbelse Kunst)

Giovanni Bellini. Gebed in de hof van Gethsemane 1465

Uit het lijdensverhaal volgens Marcus:

‘Zij kwamen nu aan een landgoed dat Getsemane heette. Daar zei Hij tot zijn leerlingen: ‘Blijft hier zitten terwijl Ik bid.’ Hij nam Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee en begon zich ontsteld en beangst te gevoelen. Hij sprak tot hen: ‘Ik ben bedroefd. tot stervens toe. Blijft hier en waakt.’ Nadat Hij een weinig verder was gegaan wierp Hij zich ter aarde en bad dat dit uur, als het mogelijk was,aan hem mocht voorbijgaan. ´Abba,Vader,’-zo bad Hij- ‘voor U is alles mogelijk; laat deze beker Mij voorbijgaan. Maar toch: niet wat Ik, maar wat Gij wilt.’ Toen ging Hij terug en vond hen in slaap; en Hij sprak tot Petrus: ‘Simon, slaapt ge? Ging het dan uw krachten te boven één uur te waken? Waakt en bidt dat gij niet op de bekoring ingaat. De geest is wel gewillig maar het vlees is zwak.’ Opnieuw verwijderde Hij zich en bad met dezelfde woorden. En teruggekomen vond Hij hen weer in slaap want hun oogleden waren zwaar; ze wisten niet wat ze Hem moesten antwoorden. Toen Hij voor de derde maal terugkwam sprak Hij tot hen: ‘Slaapt dan maar door en rust uit. Het is zover, het uur is gekomen; zie, de Mensenzoon wordt overgeleverd in de handen van de zondaars. Staat op, laten we gaan: mijn verrader is nabij.’

Paul Gaugain Christus in de Olijventuin. 1889
 Gij badt op eenen berg alleen,
en... Jesu, ik en vind er geen
waar 'k hoog genoeg kan klimmen
om U alleen te vinden
de wereld wilt mij achterna,
alwaar ik ga
of sta
of ooit mijn oogen sla;
en arm als ik en is er geen
geen een,
die nood hebbe en niet klagen kan;
die honger, en niet vragen kan;
die pijne, en niet gewagen kan
hoe zeer het doet!
o Leert mij, armen dwaas, hoe dat ik bidden moet!

Guido Gezelle
Christus op de Olijfberg. Sandro Botticelli. 1499

In het evangelie van Marcus dat, als dc oudste bron, gewoonlijk als het betrouwbaarst wordt beschouwd, wordt Jezus als een volstrekt normaal mens voorgesteld, met ouders en broers en zusters. Er waren geen engelen die zijn geboorte aankondigden of boven zijn kribbe zongen. In zijn jeugd of jongelingsjaren onderscheidde Hij zich in geen enkel opzicht van anderen.
Toen Hij zijn leer begon te verkondigen waren zijn Nazareense stadsgenoten stomverbaasd dat de zoon van de plaatselijke timmerman opeens zo’n wonderkind bleek te zijn. Marcus laat zijn verhaal direct bij Jezus’ loopbaan
beginnen. (Karen Armstrong 'Een geschiedenis van God, vierduizend jaar jodendom, christendom en islam)
De tuin van Getsemane (CC BY-SA 4.0 – Tango7174 – wiki)

“Net als de rabbijnen geloofde Jezus dat de Heilige Geest niet slechts voor een geprivilegieerde elite was weggelegd, maar voor alle mensen van goede wil; sommige bijbelpassages suggereren zelfs dat Jezus geloofde, opnieuw zoals enkele rabbijnen, dat zelfs de gojiem de Heilige Geest konden ontvangen. Als zijn discipelen ‘geloof” hadden, zouden ze zelfs opzienbarender dingen kunnen doen. Niet alleen zouden ze zonden kunnen vergeven en boze geesten kunnen uitdrijven, maar ze zouden zelfs een berg de zee in kunnen slingeren. Ze zouden merken dat hun broze, sterfelijke leven was getransfigureerd door de ‘krachten’ van God die in de wereld van het messiaanse koninkrijk aanwezig en werkzaam waren.
”

(Karen Armstrong ‘Een geschiedenis van God, vierduizend jaar jodendom, christendom en islam)

Antonie Wierix II Christus in de hof van Getsemane (Rijksmuseum)
Gethsemane
 
Zij gingen zóó zich in hun leed verdiepen,
Dat zij, schoon op hun elleboog geleund
Om Hem te zien, wel zeiden: hoe Hij kreunt,
Maar dan stil schreiden, snikten en weer sliepen.
 
Hij bad tot God, Wiens grimmigheid Hem trof.
Die zag in Hem den vuigen mensch der zonde.
En toen Hij nergens troost erlangen konde,
Kroop Hij, een worm, wanhopig in het stof.
 
Toen sterkte God Hem, dat Hij op kon staan.
Hij riep de jongren: Laat ons henengaan!
Reeds rinkelde het harnas der soldaten.
 
De fakkels vlamden over schild en kling.
Toen Hij zich overgaf en medeging,
Had zelfs Johannes Hem verschrikt verlaten.


Willem de Merode

Gethsemane, 1944 by Mark Rothko



The Old and New Testaments also became a rich source of inspiration, as seen in Gethsemane. The title refers to the garden near Jerusalem that was the scene of the agony and betrayal of Christ.

In a radio broadcast Rothko responded thoughtfully to the question:

Are not these pictures really abstract paintings with literary titles? If our titles recall the known myths of antiquity, we have used them again because they are the eternal symbols upon which we must fall back to express basic psychological ideas. They are the symbols of man’s primitive fears and motivations, no matter in which land or what time, changing only in detail but never in substance….Our presentation of these myths, however, must be in our own terms which are at once more primitive and more modern than the myths themselves–more primitive because we seek the primeval and atavistic roots of the ideas rather than their graceful classical version; more modern than the myths themselves because we must redescribe their implications through our own experience….The myth holds us, therefore, not through its romantic flavor, not the remembrance of beauty of some bygone age, not through the possibilities of fantasy, but because it expresses to us something real and existing in ourselves, as it was to those who first stumbled upon the symbols to give them life.

(Masterpieces by Mark Rothko)

Number 14, by Mark Rothko

Zijn deze schilderijen niet eigenlijk abstracte schilderijen met literaire titels? Als onze titels herinneren aan de bekende mythen uit de oudheid, dan hebben we die opnieuw gebruikt omdat het de eeuwige symbolen zijn waarop we moeten terugvallen om fundamentele psychologische ideeën uit te drukken. Het zijn de symbolen van de primitieve angsten en drijfveren van de mens, ongeacht in welk land of welke tijd, alleen in detail veranderend maar nooit in substantie….Onze presentatie van deze mythen moet echter in onze eigen termen zijn, die tegelijkertijd primitiever en moderner zijn dan de mythen zelf – primitiever omdat we op zoek zijn naar de oeroude en atavistische wortels van de ideeën in plaats van naar hun sierlijke klassieke versie; moderner dan de mythen zelf omdat we hun implicaties opnieuw moeten beschrijven aan de hand van onze eigen ervaring…. De mythe houdt ons daarom vast, niet door haar romantische smaak, niet door de herinnering aan schoonheid van een vervlogen tijdperk, niet door de mogelijkheden van fantasie, maar omdat ze voor ons iets wezenlijks en bestaands in onszelf uitdrukt, zoals het was voor degenen die voor het eerst op de symbolen stuitten om ze leven te geven.

Blue, Green, and Brown (1952) by Mark Rothko

In Blue, Green, and Brown (1952), color and structure are inseparable: the forms themselves consist of color alone, and their translucency establishes a layered depth that complements and vastly enriches the vertical architecture of the composition. Variations in saturation and tone as well as hue evoke an elusive yet almost palpable realm of shallow space. Color, structure, and space combine to create a unique presence. In this respect, Rothko stated that the large scale of these canvases was intended to contain or envelop the viewer--not to be "grandiose," but "intimate and human."



Misschien kon ik geen betere week uitkiezen dan deze die nu net voorbij is. Gebeurtenissen in een gevangenis en legereenheid sluiten zonder veel omwegen bij mijn onderwerp aan.
Vernederingen, lijfelijk leed, aanslagen op je geestelijk welzijn.
De stilte van de mensentuin wordt door het lawaai van het naderend geweld teniet gedaan.
Een van de twaalf zal hem verraden met een kus.
Een andere van de twaalf zal weldra verklaren dat hij niets met deze man heeft uit te staan.
De andere tien slaan op de vlucht en alleen Johannes keert terug tot onder het kruis.
Als een misdadiger zal hij voor de geestelijken van het Sanhedrin verschijnen, voor de plaatselijke autoriteit Herodes en voor de vertegenwoordiger van het Romeinse gezag, Pilatus.
Hij is dan tussen dertig en drieëndertig. Het volk dat hem enkele dagen geleden toejuichte, schreeuwt dat hij gekruisigd moet worden.
Met het gevoel van de totale verlatenheid tot diep in zijn ziel.

Mark Rothko, Reds no. 5, 1961, Staatliche Museen zu Berlin, Neue Nationalgalerie / Giotto di Bondone, Kreuzigung Christi, ca. 1315, Staatliche Museen zu Berlin, Gemäldegalerie © VG Bildkunst Bonn, 2008, Foto: Volker-H. Schneider / © Staatliche Museen zu Berlin, Gemäldegalerie Foto: Jörg P. Anders