Schaduw, stootkussen van de werkelijkheid

Foto door Stacey Koenitz R op Pexels.com

Twee benaderingen van het begrip ‘schaduw’: Ton Lemaire en Carl Jung.
De schaduw in de kunst als intermezzo.
Aan een kortverhaal daaromtrent wordt nog gewerkt.

“Het is nu precies deze tijdelijk voltooide identiteit van de dingen en van de wereld, die een beproeving is voor het bewustzijn van de mens. Hij die zich ’s middags buitenshuis begeeft, waagt het de dingen in hun volstrektheid te ontmoeten, zonder het stootkussen van hun schaduwen. Alles is zoals het is, want schijn en zijn vallen met elkaar samen. De psychische opluchting die de avond brengt, bestaat er juist in dat de dingen weer anders worden dan ze schijnen en dat hun betekenis, samen met die van andere, zich in het halfdonker van de schaduw verbergt. Schaduw blijkt heilzaam te zijn, niet allen omdat ze verkoeling brengt en het organisme beschermt tegen al te felle zon, maar vooral ook omdat ze het beschermt tegen de absolute identiteit van de wereld.”

Ton Lemaire: De filosofie van het landschap

Eigen Foto Gmt

“De schaduw is eigenlijk de ‘ziel’ van het ding, zoals in veel culturen de ziel van de mens in zijn schaduw wordt geacht te verblijven. Alles wat bestaat werpt schaduw, allen – althans in verschillende sagen en mythen – geesten en tovenaars en dergelijke griezelige wezens hebben geen schaduw. Onze schaduw begeleidt ons overal; zij is de dubbelganger van zowel de mens als van de dingen. Zoals de horizon de structuur van de wereld – namelijk verwijzend naar elders te zijn, niet met zichzelf samenvallend te zijn – voor het oog onmiddellijk zichtbaar maakt, zo betekent de schaduw van iets zijn niet-identiteit met zichzelf, de reserve aan betekenis die het ding zichzelf voorbehoudt.” (ibidem)

The rounded world is fair to see,
 Nine times folded in mystery;
 Though baffled seers cannot impart
 The secret of its labouring heart,
 Throb Thine with Nature's throbtbing breast,
 And all is clear from east to west.

(R.W. Emmerson)

De geronde wereld is eerlijk om te zien,
 Negen keer gevouwen in mysterie;
 Hoewel verbijsterde zieners niet kunnen vertellen
 Het geheim van haar arbeidende hart,
 Droom met de kloppende borst van de natuur,
 En alles is duidelijk van oost naar west.
Foto door Quang Nguyen Vinh

Waarom de schaduw zijn ereplaats weer mag innemen en niet het stralend licht nog maar eens zichzelf in het eigen spreekwoordelijke zonnetje zet? Tom Lemaire neemt hem als de basis van het bestaan, een reserve aan betekenis die het ding zichzelf voorbehoudt. Een niet identiteit met zichzelf terwijl wij blijkbaar in onze paradijselijke verlangens met alles en iedereen willen samenvallen. De eerste was hij die mij leerde vertellen toen ik, als kind, wijs- en middenvinger gestrekt, duimt opgericht, het toehappende monster op de muren liet verschijnen. En daarna met beide handen, een eland. Schaduw, mijn vroegste speelkameraad.

En wil je zijn beeldende mogelijkheden leren kennen dan besef je dat er niet eens enige vorm van dergelijke kunst had bestaan zonder hem, de schaduw. Drie minuten praktijk vertellen meer dan ik in woorden kan neerzetten.



BETWEEN THE SHADOW AND THE SOUL

I do not love you as if you were salt-rose, or topaz,
or the arrow of carnations the fire shoots off.
I love you as certain dark things are to be loved,
in secret, between the shadow and the soul.

I love you as the plant that never blooms
but carries in itself the light of hidden flowers;
thanks to your love a certain solid fragrance,
risen from the earth, lives darkly in my body.

I love you without knowing how, or when, or from where.
I love you straightforwardly, without complexities or pride;
so I love you because I know no other way

than this: where I does not exist, nor you,
so close that your hand on my chest is my hand,
so close that your eyes close as I fall asleep.

Pablo Neruda

Bogdanov-Belsky, Nikolai (1868-1945) – 1910 Symphony (Private Collection)
Tussen de schaduw en de ziel

Ik hou niet van je alsof je zoutroos bent, of topaas,
of de pijl van anjers die het vuur afschiet.
Ik hou van je zoals van bepaalde duistere dingen moet gehouden worden,
in het geheim, tussen de schaduw en de ziel.

Ik hou van je als de plant die nooit bloeit
maar het licht van verborgen bloemen in zich draagt;
dankzij jouw liefde een zekere vaste geur,
opgestaan uit de aarde, duister in mijn lichaam.

Ik hou van je zonder te weten hoe, of wanneer, of van waar.
Ik hou van je zonder omwegen, zonder ingewikkeldheden of trots;
dus ik hou van je omdat ik geen andere manier ken

dan deze: waar ik niet besta, noch jij,
zo dichtbij dat jouw hand op mijn borst mijn hand is,
zo dichtbij dat je ogen dichtvallen als ik in slaap val

Tussen de schaduw en de ziel.

Pablo Neruda

Westrn Gallery Nancy Holt Between Heaven and Earth

De schaduw betekent in de jungiaanse psychologie het deel van het onbewuste, bestaande uit verdrongen zwakheden, tekortkomingen en instincten. Het is een van de drie meest herkenbare archetypen, de andere zijn de anima en animus, en de persona.
De schaduw en creativiteit

"Iedereen draagt een schaduw", zei Jung, "en hoe minder hij is belichaamd in het bewuste leven van het individu, des te zwarter en dichter hij is."Het kan echter ook beschouwd worden als een verbinding met de primitieve dierlijke instincten, die tijdens de vroege kinderjaren door de bewuste geest vervangen zijn. Vandaar dat Jung de schaduw ook met creativiteit in verband brengt. Een beschaafd mens onderdrukt deze dierlijke neigingen, maar dit gaat ten koste van de spontaneïteit, creativiteit, gevoeligheid en inzicht. Dit reservoir van duisternis herbergt dus ook bronnen waaruit de scheppende kunstenaar zijn inspiratie haalt. Inspiraties zijn altijd het werk van de schaduw en een leven zonder schaduw zou saai en oppervlakkig zijn. (Wikipedia)
Foto door drmakete lab

Het ‘onmenselijke’ en ‘deprimerende’ van de wereld op haar climax van zichtbaarheid, waardoor ze zo onherbergzaam als een woestijn schijnt te worden, is hiervan het gevolg, dat ze haar schaduw en daarmee haar ‘ziel’, haar meerwaarde, heeft opgeslokt, waardoor het surplus aan betekenis dat zij aan de mens gewoonlijk te raden en te denken overlaat nu met haar eigen betekenis samenvalt. Het licht van de middag is dodend en verslindend, omdat het de dingen - en daarmee ook de mens, die hun bewustzijn is - absoluut met zichzelf identificeert, hun elke marge van onbepaaldheid ontneemt, hen belet hun betekenis in het ongewisse te houden. Het zonlicht van de zomerse zuidelijke middagen brengt een ‘essentialisatie’ teweeg bij de dingen: het voltooit hun beweging van verschijnen uit het donker van de nacht, maar werkt juist daardoor verstenend, immobiliserend, vereeuwigend.

Ton Lemaire: De filosofie van het landschap

Foto door Frank Cone


“There is no generally effective technique for assimilating the shadow. It is more like diplomacy or statesmanship and it is always an individual matter. First one has to accept and take seriously the existence of the shadow. Second, one has to become aware of its qualities and intentions. This happens through conscientious attention to moods, fantasies and impulses. Third, a long process of negotiation is unavoidable.” (Carl Jung)

“Er is geen algemeen effectieve techniek om de schaduw te assimileren. Het lijkt meer op diplomatie of staatsmanschap en het is altijd een individuele zaak. Eerst moet je het bestaan van de schaduw accepteren en serieus nemen. Ten tweede moet men zich bewust worden van zijn kwaliteiten en bedoelingen. Dit gebeurt door gewetensvolle aandacht voor stemmingen, fantasieën en impulsen. Ten derde is een lang proces van onderhandeling onvermijdelijk.” (Carl Jung)
Foto door Javier Gonzalez

Kleine recepten voor de kortste dagen (2): mistige mysterieuze maanden

Foto door Trace Hudson

‘We kunnen ons verbergen, Jonathan, en wachten tot de mist optrekt.’
‘Ben jij een ridder, Johan of een schijtluis?’
‘Liever een levende schijtluis dan een dode ridder!’
‘Bon. Dan ga ik alleen naar het kasteel.’
‘Grapje, Johan. Maar…je ziet geen hand voor je ogen!’
‘Ik hoef geen hand te zien. Dit zwaard wil een kop!’
‘Daar gaan we dan. Open de poort. Blaas de trompetten.’
‘Geen getoet. Dit is een geheime missie. Daar gaan we.’

Op de achtergrond roept iemand: vergeet je lunchdoos niet!


'We can hide, Jonathan, and wait for the fog to lift.'
'Are you a knight, Johan, or a shit louse?'
'Better a live shit louse than a dead knight!'
'Bon. Then I'll go to the castle alone.'
'Just kidding, Johan. But...you can't see a hand in front of your eyes!'
'I don't need to see a hand. This sword wants a head!'
'There we go, then. Open the gate. Blow the trumpets.'
'No tooting. This is a secret mission. Here we go.'

In the background, someone shouts: don't forget your lunch box!
Foto door Quang Nguyen Vinh

Herinner je.
De twee ridders zijn in dit tafereel tien, elf jaar, op weg naar hun school in een kleine provinciestad (1954). De school ligt (nog steeds) dichtbij een groot jachtslot van de Brabantse hertogen, door water omgeven. Het is december. Dikke morgenmist. Vrieskoud. Een schimmige wereld. Herinner je.

Remember.
In this scene, the two knights are 10-11 years old, on their way to their school in a small provincial town (1954). The school is (still) near a large hunting lodge of the dukes of Brabant, surrounded by water. It is December. Thick morning fog. Freezing cold. A shadowy world.
Remember.


"Mistig. Plotseling zijn we de controle over onze wereld kwijt. Toen ik vanochtend voor zonsopgang naar buiten ging, was de november-duisternis vervangen door iets bijna tastbaars. De lucht was ingevallen. Het was alsof ik door een wolk fietste: een nevel van microregen, het weer manifest gemaakt. Hoe ongemakkelijk dit "weergebeuren" (zoals we het waarschijnlijk moeten noemen) ook is, er is iets heerlijks, wonderlijks transcendent aan het idee dat de elementen onze wereld zo volledig kunnen overnemen. Ik betwijfel of iemand die op het opstijgen van zijn vliegtuig staat te wachten het daarmee eens is, maar er schuilt schoonheid in dit ongeziene herfstbezoek, een gevoel van mysterie dat terugreikt tot in ons collectieve verleden."
(Philip Hoare The Guardian)

“Fog-bound. Suddenly, we have lost control of our world. This morning when I ventured out, before dawn, the November darkness had been replaced by something almost tangible. The sky had fallen in. Cycling was like riding through a cloud: a mist of micro-rain, weather made manifest. As inconvenient as this “weather event” (as I suppose we must call it) is, there is something gloriously, wondrously transcendent in the notion that the elements could so utterly take over our world. I doubt that anyone waiting for their plane to take off would agree, but there is beauty in this unseeing autumnal visitation, a sense of mystery which reaches back into our collective past.” (Philip Hoare. The Guardian)

Foto door Alex Fu

As a child and also as a slightly older child, I found and still find fog mysterious to use an obvious pun. You could recreate the environment in your imagination. The high walls of the Clarissen convent became an impregnable fortress, the streets escaped time, people disappeared in hasty shadows, bushes and hedges seemed to be on the loose, every depth hid dangers, every horizon was closed off from the whole by a light but impenetrable yet hazy curtain. Dimensions took on new meaning.

Als kind en ook als iets ouder kind vond en vind ik mist nog altijd mysterieus om een voor de hand liggende woordspeling te gebruiken. Je kon in je verbeelding de omgeving herscheppen. De hoge muren van het clarissenklooster werden een oninneembare vesting, de straten ontsnapten aan de tijd, de mensen verdwenen in haastige schimmen; struiken en hagen leken los te lopen, elke diepte verborg gevaren, elke einder was door een licht maar ondoordringbaar en toch wazig gordijn afgesloten van het geheel. Dimensies kregen een nieuwe invulling.

Foto door Chanita Sykes

Maybe not to be is to be without you being,
without you cutting through the midday
like a blue flower, without you walking
later through the fog and the bricks,

without that light you carry in your hand
that maybe others won't see golden,
that perhaps no one knew it grew
like the red origin of the rose,

without you being, in the end, without you coming
abrupt, inciting, to know my life,
a gust of rosebush, wheat of the wind,

and since then I am because you are,
and since then you are, I am and we are,
and for love I will be, you will be, we will be.


Pablo Neruda Soneto LXIX (Tal vez no ser es ser sin que tu seas)
Foto door Johannes Plenio

Misschien is er niet zijn zonder dat jij er bent,
zonder dat jij het middaglicht snijdt
als een blauwe bloem, zonder dat jij loopt
later door mist en stenen,

zonder het licht dat je in je hand draagt
dat anderen misschien niet als goud zien,
dat misschien niemand geloofde dat het groeide
als de rode oorsprong van de roos,

zonder dat jij bent, op het einde, zonder dat jij komt
abrupt, inspirerend, om mijn leven te kennen,
een vlaag van de rozenstruik, tarwe van de wind,

en sindsdien ben ik omdat jij bent,
en sindsdien ben jij, ben ik en zijn wij,
en uit liefde zal ik zijn, zal jij zijn, zullen wij zijn.

Pablo Neruda
Foto door Nici Gottstein

Het is tenslotte een mooi beeld: door het mistige kun je op zoek gaan naar de helderheid van het ware: het ontdoen van overbodigheid, valse schijn en verdorrende angsten. In de zachtheid van de mist is de kern van de helderheid aanwezig, worden wellicht essenties zichtbaar.

After all, it is a beautiful image: through the foggy you can look for the clarity of the true: stripping it of superfluity, false appearances and withering fears.  In the softness of the fog, the core of clarity is present, perhaps essences become visible.
Foto door Johannes Plenio

Tal vez no ser es ser sin que tú seas,
sin que vayas cortando el mediodía
como una flor azul, sin que camines
más tarde por la niebla y los ladrillos,

sin esa luz que llevas en la mano
que tal vez otros no verán dorada,
que tal vez nadie supo que crecía
como el origen rojo de la rosa,

sin que seas, en fin, sin que vinieras
brusca, incitante, a conocer mi vida,
ráfaga de rosal, trigo del viento,

y desde entonces soy porque tú eres,
y desde entonces eres, soy y somos,
y por amor seré, serás, seremos.

Pablo Neruda Soneto LXIX (Tal vez no ser es ser sin que tu seas)

Foto door Pixabay