Omtrent verwondering (1)

water droplets on spider web
Photo by Pixabay on Pexels.com

Filosoof Helen De Cruz schreef in 2024 Wonderstruck: een boek over de manier waarop verwondering en ontzag onze manier van denken vormgeven. Ze omschrijft hedendaagse wetenschappelijke feiten accuraat en mooi. Over de infraroodbeelden van de Webb-telescoop uit 2022, waarop sterrenstelsels te zien zijn van dertien miljard jaar geleden, zegt ze bijvoorbeeld dat deze beelden een deel van ons gezichtsveld beslaan dat correspondeert met een zandkorrel op armlengte. Andere voorbeelden van verwondering zijn een insect onder een microscoop, een ongewoon fossiel of een vreemdvormig kristal.
(Sylvia Wenmackers Eos Wetenschap. 23 juni 2025)

Het Kwintet van Stephan, een groep sterrenstelsels in het sterrenbeeld Pegasus. (c) JWST [grote versie | diverse formaten] Astronomie. nl (afstand ongeveer 30-39 miljoen lichtjaar)


Spinoza

Ik, Benedictus de Spinoza,
wil op geometrische wijze
de natuur of God bewijzen
en licht in duister laten blozen.

Eens openbaart de naamloze
Substantie zich mystieksgewijze
in het bewustzijn van de wijze
en bloeit, de roos van alle rozen.

Behoedzaam, daar iets wonderbaars
al zo onbegrijpbaar is als schaars,
omschrijf ik u godzalig gloren.

dat in het licht der eeuwigheid
mijn liefde tot de waarheid leidt,
o enige roos zonder doorn.

Paul Claes, Ziel van mijn ziel, Elegieën
De Bezige Bij 2015

Het wonderbare noemt de dichter ongrijpbaar en schaars. Als twee nevenstaande eigenschappen te lezen: en ongrijpbaar en schaars. Met de liefde als weg tot de waarheid.

Zowel de nabijheid van het microscopische (Leibniz en Newton spraken over ‘infinitesmaal’) als de onbereikbaarheid van beschreven sterrenstelsels, intussen zichtbaar gemaakt, vergroten de bewondering.

Als je één deelt door duizend dan krijg je een duizendste. De uitgang -ste geeft in het Nederlands aan dat je de stambreuk neemt. In het middeleeuwse Latijn gebruik je daarvoor de uitgang -esimalis. Ons woord ‘decimaal’ komt bijvoorbeeld van het Latijnse woord voor ‘tiende’ (decimalis). Leibniz plakte deze uitgang aan het Latijnse woord voor oneindig (infinitus) en verkreeg zo: infinitesimalis. In diverse talen werd dit woord overgenomen, met een lichtjes aangepaste uitgang. In het Nederlands werd het infinitesimaal. Een infinitesimaal is dus letterlijk ‘een oneindigste’. (Eos wetenschap. Sylvia Wenmackers 22 augustus 2019)

Hanneke De Munck. ‘De gegeven tijd’ lindenhout, perehout, bladgoud, kistje
ABK thema expositie in Sijpesteijn (Moderne Altaarstukken)
2007
Zij neemt de maat niet, 
de verwondering, zij komt op meisjesvoeten dichterbij;
boven je hoofd, onder je voeten
vergroot en verkleint zij wat 'gegeven' is
en verlicht het verborgene,
speelt met het onverwachte,
ontbladert camouflage,
verliest niet vlug het onbelangrijke,
weerloos als zij is bij opengevallen monden
en dicht geklapte 'ja-maar's.'
hoor je 'de wonde' in haar hart dat bloedt
wanneer zij vergeten wordt,
(of voor 30 zilverlingen verkocht, kus inbegrepen).
de verwondering.

-psalm in voorbereiding-

7th-century representation of consciousness by Robert Fludd, an English Paracelsian physician

Robert Fludd, Utriusque cosmi maioris scilicet et minoris […] historia, tomus II (1619), tractatus I, sectio I, liber X, De triplici animae in corpore visione.

(vervolgt)

Beluisteren op een stil moment:

Een beetje glans bij veel van ’t zelfde

eigen foto

In zijn fraai stevig gedocumenteerd boek ‘Echo’s echo’s, De kunst van de allusie, schrijft Paul Claes in de Proloog:

“In den beginne was het woord. Toen kwam de herhaling. De kinderen die hun ouders herhaalden, de vertellers die de verhalen van vroeger ophaalden, de schrijvers die de geschriften van de voorgangers aanhaalden.

De mythe is het woord van de oorsprong. Alleen in de herhaling blijft het bewaard, alleen in de verandering blijft het bestendig. Zonder herhaling is er geen mythe, zonder mythe geen begin. Daarom begint dit boek met een mythe, met de mythe van de herhaling zelf.

Poussin “Echo and Narcissus” 1625-1630

Er was eens een Griekse nimf. Telkens als Zeus een van haar vriendinnen opvrijde, leidde ze met haar praatjes de vrouw van de oppergod af. De godin Hera brak verbolgen haar stem, zodat de babbelaarster de woorden die tot haar gericht werden alleen nog kon herhalen. Toen werd de nimf verliefd op Narcissus. De knappe jongeman had geen oog voor haar. Zij kon enkel zijn afwijzingen nazeggen en vormde die om tot liefdesverklaringen. Narcissus werd verliefd op zijn spiegelbeeld in het water, wilde het omhelzen en verdronk. De nimf kwijnde weg en veranderde in een rots. Alleen haar stem bleef nog over. Ze kon alleen de woorden van anderen weergalmen. De nimf heette Echo. Haar woorden bereikten ons alleen als echo’s. Een van die echo’s is het verhaal zoals Ovidius dat in het derde boek van zijn Methamorphoses vertelt.

tekening van Harry Bliss

“De tragiek van de nimf Echo is die van alle sprekers, die van alle literatuur. Altijd en overal hebben dichters en vertellers andere dichters en vertellers herhaald. Dat kon niet anders, want als ze werkelijk origineel waren geweest, zou geen mens hen hebben begrepen. Het nieuwe is alleen te vatten als het door veel ouds is omringd. Zoals Narcissus is de literatuur op zichzelf verliefd. Het enige wat de literator kan doen, is de woorden die hij hoort tot eigen voordeel omvormen. Zoals Echo’s echo’s.”

(Paul Claes, Echo’s echo’s De kunst van de allusie Vantilt 2011)

eigen foto

Met die appel wordt de eeuwige echo van deze vrucht duidelijk, de appel van de appel, van de appel, enz. Net zoals wie wijzelf zijn, een mens van een mens, van een mens enz. De eeuwige herhaling als enige oplossing om de tijd te trotseren.

(...)
hij rimpelt en verkleurt,
het is een warme dag, niets grijpt om zich heen
en niets gebeurt
en een hand pakt hem op, draait hem rond
en gooit hem door het raam-
als hij zich zou kunnen verbazen zou die appel
zich verbazen en denken:
is dit nu ten einde raad,
of is dit nu de opperste verwarring?
De avond valt, wormen komen op hem af,
en hij zou denken:
als ik nog kon glanzen dan zou ik nu toch glanzen...
zijn laatste gedachte
zou dat zijn. 

(Toon Tellegen, Een langzame val  1991)
Eigen foto

Het herhalen en de moed om bij het einde te blijven glanzen, twee mooie ideeën in deze benadering van de zoektocht naar essenties. Intussen is de ‘appel-van-de-foto’ nog slechts een herinnering. Glans en smaak werden beiden zeer geapprecieerd.

Om alle Eva’s te troosten, de aanlokkelijke vrucht aan de boom van goed en kwaad die haar door de slang werd aangeboden bleek bij nader inzien geen appel. De ‘verboden vrucht’ kan het net zo goed een banaan, dadel, perzik, citroen of olijf zijn geweest. (In het oud-Engels werd het woord aeppel gebruikt als algemene benaming voor fruit.)

In teruggevonden werk van Griekse dichteres Sapho kunnen de appelplukkers de beste appel niet bereiken. Rond het teruggevonden fragment in het Grieks zijn heel wat vertaalpogingen ondernomen.

ΟΙΟΝ ΤΟ ΓΛΥΚΥΜΑΛΟΝ ΕΡΕΥΘΕΤΑΙ ΑΚΡΩΙ ΕΠ’ ΥΣΔΩΙ 
ΑΚΡΟΝ ΕΠ’ ΑΚΡΟΤΑΤΩΙ, ΛΕΛΑΘΟΝΤΟ ΔΕ ΜΑΛΟΔΡΟΠΗΕΣ 
ΟΥ ΜΑΝ ΕΚΛΕΛΑΘΟΝΤ’ ΑΛΛ’ ΟΥΚ ΕΔΥΝΑΝΤ’ ΕΠΙΚΕΣΘΑΙ

En dat klonk ongeveer als volgt:

oion to glukumalon ereuthetai akrooi ep’usdooi
akron ep’akrotatooi, lelathonto de malodropèes
ou maan eklelathont’, all’ouk edunant’ epikesthai.

Het fragment is tot zeventien keer in het Nederlands vertaald, van Herman Gorter, P.C. Boutens, tot en met Willem Wilmink

Zoals de appel rood wordt, hoog in de boom,
hoog aan de hoogste tak. Maar de plukkers vergaten,
nee, vergaten hem niet. Hij hing te hoog voor hen. 

Vlaams classicus Johan Boonen houdt het kort

In Ter memorie. Oudheid dichten en vertalen (Leuven: Garant, 1997) condenseert hij de twintig woorden van het origineel tot dertien woorden.

de appel – hoog aan de hoogste tak – de plukkers konden er niet bij

(en waar blijft de pointe Johan: ‘het-niet-vergeten’?)

Paul Claes, want van hem is het artikel in tijdschrift over vertalen ‘Filter’ jaargang 2013, ondernam ook een poging:

Het spijt me nu ook dat ikzelf Sappho’s homerische vergelijking niet in klassieke hexameters heb vertaald. Daarom stel ik u een nieuwe metrische vertaling voor: een ultieme poging om Sappho’s asymptoot te bereiken.

DE BRUID

Zoals de zomerappel hoog op een tak hangt te blozen,
hoog op de hoogste top door de appelplukkers vergeten,
nee, niet vergeten, maar onmogelijk om te bereiken…

De bijdrage is te lezen door hier te klikken:

https://www.tijdschrift-filter.nl/jaargangen/2013/201/de-appel-van-sappho-3-8/

Nog deze aanvulling uit eigen bibliotheek:

(In haar prachtig boek ‘Eros, the bittersweet’ wijdt de Canadese Anne Carson, internationaal erkend auteur en dichteres, een hoofdstukje aan dit onderwerp. Ik probeer haar Engelse versie mee te geven:

As a sweet apple turns red on a high branch,
high on the highest branch and the applepickers forgot-
well, no they didn't forgot-were no able to reach 
...

(LP, fr. 105a)  (Vertaling gevolgd door boeiend opstel in 'Eros, the bittersweet, Anne Carson Dalkey Archive Press Dublin 7de druk 2019)
eigen foto

Al van in mijn kinderjaren is de appel mij lief. Mijn eerste conflict met mijn vader was een appel-dieverij van een mooi in rijen gelegde collectie winterappels. Door er eentje weg te nemen ging de hele collectie aan het rollen en verscheen even later het gezinshoofd met de gevreesde uitroep: Wat gebeurt er hier allemaal? Een overbodige vraag maar mijn schuldige blik kon hem vermurwen. In mijn herinnering hebben we toen samen de ontsnapte appel gedeeld en opgegeten. De herinnering aan de boomgaarden in Sint Pieters Lille, beelden van zomers die nooit meer zijn na te maken. Net na het onweer in een verse oogstappel bijten, ja er bestond een paradijs. Nu nog eentje waar oudere kinderen van bijna tachtig weer mogen glanzen, net voor de nacht over de eeuwige boomgaard schuift.

Familie in de boomgaard Theo van Rysselberghe