Four Putti flying Anonymus ? Volger van Cambiaso, Luca) XVI century Museo del Prado
Zwaartekracht schijnt voor deze vliegende putti onbestaand. Hun dartele manier van bewegen is eerder tuimelen. Onbevreesd in de diepte vallen waar op aarde Wassily Kandinsky met tinten blauw en groen omgeven, de vrucht- of bloemen dragende boom borstelde, herfst in Murnau. Kijk.
Gravity seems non-existent for these flying putti. Their frisky way of moving is rather tumbling. Falling fearlessly into the depths where on earth Wassily Kandinsky surrounded with shades of blue and green, brushed the fruit- or flower-bearing tree, autumn in Murnau. See.
The falling leaves drift by the window The autumn leaves of red and gold I see your lips, the summer kisses The sun-burned hands I used to hold
Since you went away the days grow long And soon I'll hear old winter's song But I miss you most of all my darling When autumn leaves start to fall
Het gevoel van dat noodzakelijke schoolopstel, een wandeling in de herfst, en dan vanuit je kamer dromen verzinnen -buiten is het nog te nat of gevaarlijk- en hoe zeere vallen z’af, de zieke zomerblaren van Gezelle daarna met puberstem op tape achterlaten want ik moet naar het zangkoor, ma- terwijl de lente in je lijf niet weet waar eerst uit te barsten, maar ook verloren lopen in weemoed, het wentelt onder ’t vallen en tenslotte voor levenslang sonnet 73 van de grote meester lezen en het jaren later begrijpen vanaf de eerste zin: ‘Dat jaargetij brengt mij in beeld voor jou.’
Dat jaargetij brengt mij in beeld voor jou, als een of twee, of geen, geel blad nog hangt aan takken die zich schudden in de kou- naakt koorskelet, eens zoet van vogelzang. Jij ziet in mij de schemer van de dag, wanneer, ver west, het laatst, veeg licht vertrekt, al haast vertreden door de zwarte nacht, Doods schaduwbeeld, die 't al in doodsrust dekt. Jij ziet in mij het gloeien van de gloed die jeugdig vuur nog aanhoudt op zijn as als op het doodsbed waar het sterven moet, verteerd met dat wat eens zijn voedsel was. Het sterkt je liefde, zou je daarvan leren te minnen wat jou weldra zal mankeren.
(vertaling H.J.de Roy van Zuydewijn)
Denk je aan de titel van deze bijdrage: ‘Herfst, de kunst van het vallen’, dan gaat het de opsteller eerder over de diepte dan over het oplopen van kwetsuren. Denk aan Alice in Wonderland, zij valt in een konijnenpijp en komt daardoor in een absurde wereld terecht. Vallen is nieuwe evenwichten verkennen, jezelf bevragen, loslaten dus. De schrik voor de diepte overwinnen.
Wie ben jij?’ vroeg de rups.
Dat was geen bemoedigend begin voor een eerste gesprek. Alice antwoordde, nogal verlegen: ‘Ik… Ik heb geen idee, meneer, wie ik nu ben. Ik wist wie ik was toen ik vanochtend wakker werd, maar ik moet tenminste al wel zes keer veranderd zijn sindsdien.’ ‘Wat bedoel je daarmee?’ vroeg de rups streng. ‘Leg eens uit!’
‘Ik ben bang dat ik het niet zo goed uit kan leggen, meneer…’ stamelde Alice. ‘Omdat ik niet mezelf ben, ziet u.’
Het is maar één voorbeeld, maar in de kortende dagen, het vroege donker, de herdenking van wie ons voorgingen, de innigheid van de kersttijd, de hoop op het nieuwe jaar, spreekt het raadsel van wat, wie en waarom ons voortdurend aan. Je in de diepte toelaten kan voor wonderlijke dagen zorgen.
Herbsttag
Herr: es ist Zeit. Der Sommer war sehr gross. Leg deinen Schatten auf die Sonnenuhren, und auf den Fluren lass die Winde los. Befiehl den letzten Früchten voll zu sein;
gib ihnen noch zwei südlichere Tage, dränge sie zur Vollendung hin und jage die letzte Süsse in den schweren Wein. Wer jetzt kein Haus hat, baut sich keines mehr.
Wer jetzt allein ist, wird es lange bleiben, wird wachen, lesen, lange Briefe schreiben und wird in den Alleeen hin und her unruhig wandern, wenn die Blätter treiben.
Rainer Maria Rilke
Herfstdag
Heer: het is tijd. De zomer was zeer groots. Leg op de zonnewijzers thans uw schaduw, en stel de velden aan de winden bloot. Beveel de laatste vruchten rijp te zijn;
verleen hun nog twee zuidelijker dagen, stuw hen naar de voleinding, Heer, en jaag de laatste zoetheid in de zware wijn. Wie nu geen huis heeft, bouwt het ook niet meer.
Wie nu alleen is, zal het nog lang blijven, zal waken, lezen, lange brieven schrijven, in lanen rusteloos dwalen, telkens weer, als op de wind de blaren zullen drijven.
Doodstrijd in de tuin van Olijven. Francisco Goya 1819
De schilder maakte dit paneel voor 'de vrome scholen' in Madrid, een instelling van de Orde der Piaristen, een orde die als doel had onderwijs en opvoeding te bieden aan de zgn. 'onderkant' van de samenleving.
De omgeving is zwart. Duisternis in alle betekenissen van het woord. Na hun laatste avondmaal waren ze met zijn allen naar de tuin bij de Olijfberg gegaan. (hof van Gethsemane) De leerlingen legden zich neer en vielen in slaap. Hij kende het vervolg van de nacht en de volgende dag. Door diepe angsten aangegrepen vraagt hij : Wilt ge deze drinkbeker van mij wegnemen, maar niet mijn maar uw wil geschiede.
Andrea Mantegna. Gebed op de Olijfberg circa 1455
In veel van Mantegna's werk komen harde, kale rotspartijen voor. Hier lijkt hij het 'godverlaten' en woeste karakter van het stenige landschap te gebruiken om de eenzaamheid en angst van Jezus te benadrukken.
Drie volgelingen liggen te slapen terwijl Jezus in doodsangst tot zijn vader bidt. Hij voelt zijn einde naderen. Dat naderen wordt ook letterlijk getoond door het groepje mannen rechts: Judas en de soldaten die Jezus zullen arresteren. Rechts is de lucht al lichter aan het worden; de nieuwe dag is aanstaande. (Bijbelse Kunst)
Giovanni Bellini. Gebed in de hof van Gethsemane 1465
Uit het lijdensverhaal volgens Marcus:
‘Zij kwamen nu aan een landgoed dat Getsemane heette. Daar zei Hij tot zijn leerlingen: ‘Blijft hier zitten terwijl Ik bid.’ Hij nam Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee en begon zich ontsteld en beangst te gevoelen. Hij sprak tot hen: ‘Ik ben bedroefd. tot stervens toe. Blijft hier en waakt.’ Nadat Hij een weinig verder was gegaan wierp Hij zich ter aarde en bad dat dit uur, als het mogelijk was,aan hem mocht voorbijgaan. ´Abba,Vader,’-zo bad Hij- ‘voor U is alles mogelijk; laat deze beker Mij voorbijgaan. Maar toch: niet wat Ik, maar wat Gij wilt.’ Toen ging Hij terug en vond hen in slaap; en Hij sprak tot Petrus: ‘Simon, slaapt ge? Ging het dan uw krachten te boven één uur te waken? Waakt en bidt dat gij niet op de bekoring ingaat. De geest is wel gewillig maar het vlees is zwak.’ Opnieuw verwijderde Hij zich en bad met dezelfde woorden. En teruggekomen vond Hij hen weer in slaap want hun oogleden waren zwaar; ze wisten niet wat ze Hem moesten antwoorden. Toen Hij voor de derde maal terugkwam sprak Hij tot hen: ‘Slaapt dan maar door en rust uit. Het is zover, het uur is gekomen; zie, de Mensenzoon wordt overgeleverd in de handen van de zondaars. Staat op, laten we gaan: mijn verrader is nabij.’
Paul Gaugain Christus in de Olijventuin. 1889
Gij badt op eenen berg alleen, en... Jesu, ik en vind er geen waar 'k hoog genoeg kan klimmen om U alleen te vinden de wereld wilt mij achterna, alwaar ik ga of sta of ooit mijn oogen sla; en arm als ik en is er geen geen een, die nood hebbe en niet klagen kan; die honger, en niet vragen kan; die pijne, en niet gewagen kan hoe zeer het doet! o Leert mij, armen dwaas, hoe dat ik bidden moet!
Guido Gezelle
Christus op de Olijfberg. Sandro Botticelli. 1499
In het evangelie van Marcus dat, als dc oudste bron, gewoonlijk als het betrouwbaarst wordt beschouwd, wordt Jezus als een volstrekt normaal mens voorgesteld, met ouders en broers en zusters. Er waren geen engelen die zijn geboorte aankondigden of boven zijn kribbe zongen. In zijn jeugd of jongelingsjaren onderscheidde Hij zich in geen enkel opzicht van anderen. Toen Hij zijn leer begon te verkondigen waren zijn Nazareense stadsgenoten stomverbaasd dat de zoon van de plaatselijke timmerman opeens zo’n wonderkind bleek te zijn. Marcus laat zijn verhaal direct bij Jezus’ loopbaan beginnen. (Karen Armstrong 'Een geschiedenis van God, vierduizend jaar jodendom, christendom en islam)
De tuin van Getsemane (CC BY-SA 4.0 – Tango7174 – wiki)
“Net als de rabbijnen geloofde Jezus dat de Heilige Geest niet slechts voor een geprivilegieerde elite was weggelegd, maar voor alle mensen van goede wil; sommige bijbelpassages suggereren zelfs dat Jezus geloofde, opnieuw zoals enkele rabbijnen, dat zelfs de gojiem de Heilige Geest konden ontvangen. Als zijn discipelen ‘geloof” hadden, zouden ze zelfs opzienbarender dingen kunnen doen. Niet alleen zouden ze zonden kunnen vergeven en boze geesten kunnen uitdrijven, maar ze zouden zelfs een berg de zee in kunnen slingeren. Ze zouden merken dat hun broze, sterfelijke leven was getransfigureerd door de ‘krachten’ van God die in de wereld van het messiaanse koninkrijk aanwezig en werkzaam waren. ”
(Karen Armstrong ‘Een geschiedenis van God, vierduizend jaar jodendom, christendom en islam)
Antonie Wierix II Christus in de hof van Getsemane (Rijksmuseum)
Gethsemane
Zij gingen zóó zich in hun leed verdiepen, Dat zij, schoon op hun elleboog geleund Om Hem te zien, wel zeiden: hoe Hij kreunt, Maar dan stil schreiden, snikten en weer sliepen.
Hij bad tot God, Wiens grimmigheid Hem trof. Die zag in Hem den vuigen mensch der zonde. En toen Hij nergens troost erlangen konde, Kroop Hij, een worm, wanhopig in het stof.
Toen sterkte God Hem, dat Hij op kon staan. Hij riep de jongren: Laat ons henengaan! Reeds rinkelde het harnas der soldaten.
De fakkels vlamden over schild en kling. Toen Hij zich overgaf en medeging, Had zelfs Johannes Hem verschrikt verlaten.
Willem de Merode
Gethsemane, 1944 by Mark Rothko
The Old and New Testaments also became a rich source of inspiration, as seen in Gethsemane. The title refers to the garden near Jerusalem that was the scene of the agony and betrayal of Christ.
In a radio broadcast Rothko responded thoughtfully to the question:
Are not these pictures really abstract paintings with literary titles? If our titles recall the known myths of antiquity, we have used them again because they are the eternal symbols upon which we must fall back to express basic psychological ideas. They are the symbols of man’s primitive fears and motivations, no matter in which land or what time, changing only in detail but never in substance….Our presentation of these myths, however, must be in our own terms which are at once more primitive and more modern than the myths themselves–more primitive because we seek the primeval and atavistic roots of the ideas rather than their graceful classical version; more modern than the myths themselves because we must redescribe their implications through our own experience….The myth holds us, therefore, not through its romantic flavor, not the remembrance of beauty of some bygone age, not through the possibilities of fantasy, but because it expresses to us something real and existing in ourselves, as it was to those who first stumbled upon the symbols to give them life.
(Masterpieces by Mark Rothko)
Number 14, by Mark Rothko
Zijn deze schilderijen niet eigenlijk abstracte schilderijen met literaire titels? Als onze titels herinneren aan de bekende mythen uit de oudheid, dan hebben we die opnieuw gebruikt omdat het de eeuwige symbolen zijn waarop we moeten terugvallen om fundamentele psychologische ideeën uit te drukken. Het zijn de symbolen van de primitieve angsten en drijfveren van de mens, ongeacht in welk land of welke tijd, alleen in detail veranderend maar nooit in substantie….Onze presentatie van deze mythen moet echter in onze eigen termen zijn, die tegelijkertijd primitiever en moderner zijn dan de mythen zelf – primitiever omdat we op zoek zijn naar de oeroude en atavistische wortels van de ideeën in plaats van naar hun sierlijke klassieke versie; moderner dan de mythen zelf omdat we hun implicaties opnieuw moeten beschrijven aan de hand van onze eigen ervaring…. De mythe houdt ons daarom vast, niet door haar romantische smaak, niet door de herinnering aan schoonheid van een vervlogen tijdperk, niet door de mogelijkheden van fantasie, maar omdat ze voor ons iets wezenlijks en bestaands in onszelf uitdrukt, zoals het was voor degenen die voor het eerst op de symbolen stuitten om ze leven te geven.
Blue, Green, and Brown (1952) by Mark Rothko
In Blue, Green, and Brown (1952), color and structure are inseparable: the forms themselves consist of color alone, and their translucency establishes a layered depth that complements and vastly enriches the vertical architecture of the composition. Variations in saturation and tone as well as hue evoke an elusive yet almost palpable realm of shallow space. Color, structure, and space combine to create a unique presence. In this respect, Rothko stated that the large scale of these canvases was intended to contain or envelop the viewer--not to be "grandiose," but "intimate and human."
Misschien kon ik geen betere week uitkiezen dan deze die nu net voorbij is. Gebeurtenissen in een gevangenis en legereenheid sluiten zonder veel omwegen bij mijn onderwerp aan. Vernederingen, lijfelijk leed, aanslagen op je geestelijk welzijn. De stilte van de mensentuin wordt door het lawaai van het naderend geweld teniet gedaan. Een van de twaalf zal hem verraden met een kus. Een andere van de twaalf zal weldra verklaren dat hij niets met deze man heeft uit te staan. De andere tien slaan op de vlucht en alleen Johannes keert terug tot onder het kruis. Als een misdadiger zal hij voor de geestelijken van het Sanhedrin verschijnen, voor de plaatselijke autoriteit Herodes en voor de vertegenwoordiger van het Romeinse gezag, Pilatus. Hij is dan tussen dertig en drieëndertig. Het volk dat hem enkele dagen geleden toejuichte, schreeuwt dat hij gekruisigd moet worden. Met het gevoel van de totale verlatenheid tot diep in zijn ziel.