De sleutel vinden, joie de vivre in de kunst

wooden chair on water in shallow water
Photo by Clive Kim

Hij stond er. In het water. Gespiegeld. In het water van het meer. Duidelijk uitnodigend. Ga zitten en kijk. Kijk over het meer. Vanzelfsprekend. Geen engelen of de verdwaalde ziel van zijn oma. Het opluchtend ontwaken na koortsige kinderdromen.

Liep hij over de onzichtbare grens tussen leven en dood? Zou zijn voorbije leven hem voorbijtrekken? Schoenen en kousen uit; het voorbije leven bleef waar het was. Voorbij. Een man op een stoel in het water. Zeven spijlen in zijn rug. Zijn hoofd bevrijdend leeg. Het moment waarop je, na lang zoeken, een sleutel terugvindt.

old key hanging on wooden door
Photo by Alexander Grigorian on Pexels.com

Of kunst oog heeft voor ‘het gelukzalige” van alle formaten? Een van de grondleggers van het pointillisme (de andere is Georges Seurat) vindt dat geluk ook bij het water. Signac beschrijft het werk in een brief uit 1893 aan zijn collega neo-impressionist Henri-Edmond Cross:

“Goed nieuws! Op jouw advies ga ik een groot doek proberen! ... Op de voorgrond een groepje mensen die uitrusten ... man, vrouw, kind ... onder een grote dennenboom vertelt een oude man verhalen aan de jonge kinderen ... op een heuvel ... de oogst: de machines roken, werken, verlichten het zware werk: en rond de hooibergen ... een farandole van oogsters ... in het midden een jong stel: vrije liefde!”

– Dimanche au Bord de la Mer), Paul Signac, 1895-96.

Matisse doet dat op zijn manier.

Bonheur de Vivre, Henri Matisse, 1905-1906. 1,74m x 2,38m

Dit immense doek, waarvan de personages geïnspireerd zijn op Les Baigneuses van Cézanne, wordt slecht ontvangen door de critici. Felix Feneon vindt dat “Matisse de plank misslaat … nutteloos, niet te volgen” en bekritiseert hem om zijn kleuren die niets met de werkelijkheid te maken hebben, en zijn witte, lege figuren. Het schilderij wordt gekocht door Léo Stein, maar vanaf 1913 is het niet meer te zien. Het komt terecht in privécollecties, totdat de Barnes Foundation het verbiedt te reproduceren (alleen in zwart-wit tot voor kort, voor dat financiële problemen hen liberaler maakten). Maar dit schilderij, dat bij de familie Stein tentoongesteld werd, werd vaak door Picasso bekeken. Hij zag het als een uitdaging, aangezien hij zich niet op zijn gemak voelde met grote formaten. La famille de saltimbanques (1905, National Gallery of Art, Washington) is een ontroerend schilderij waar Rilke en Apollinaire dol op waren. La Joie de vivre van Matisse is de eerste van twee mijlpalen die aanleiding waren voor de uitdaging van Les Demoiselles d’Avignon. Paul Delvaux zag het intiemer in 1937.

La Joie de Vivre, Paul Delvaux, 1937.

In het kunstwerk toont Delvaux een vrouw die een man omhelst. Het paar, dat dicht bij elkaar staat in een slecht verlichte kamer, roept een gevoel van intimiteit en surrealisme op. De intense blik van de vrouw contrasteert met de verder alledaagse omgeving. Een open raam op de achtergrond onthult een weelderige tuin met hoge planten, waardoor een intrigerende tegenstelling ontstaat tussen het interieur en de levendige buitenwereld. Dit bijzondere landschap draagt bij aan de surrealistische sfeer die kenmerkend is voor het werk van Delvaux. Bovendien is er een eenzame figuur te zien in de tuin, zittend te midden van de vegetatie, wat verder bijdraagt aan het raadselachtige en dromerige karakter van het werk. De doordachte compositie en de nauwgezette aandacht voor detail tonen Delvaux’s meesterschap in het samenbrengen van het gewone met het buitengewone. (Artchive)

Pierre Bonnard. De eetkamer op het platteland 1913

In 1912 kocht Pierre Bonnard een landhuis genaamd Ma Roulotte (‘Mijn Caravan’) in Vernonnet, een klein stadje aan de Seine. Dit schilderij toont de eetkamer van het huis, met katten die op de stoelen zitten en Marthe de Méligny, de vrouw van de kunstenaar, die op de vensterbank leunt. Bonnard, die zichzelf beschouwde als ‘de laatste impressionist’, benadrukte in dit schilderij de expressieve kwaliteiten van heldere kleuren en losse penseelstreken. Hij verbond het interieur met het exterieur door de open ramen en deuren, en bracht de vormen met elkaar in verband door ze in verwante tinten te baden. In tegenstelling tot de impressionisten schilderde Bonnard echter volledig uit zijn geheugen. En net als de symbolisten wilde hij dat zijn werken zijn subjectieve reactie op het onderwerp weerspiegelden.”

Van Gogh Opengeslagen Bijbel 1884

Stilleven met open bijbel, voltooid in 1885, enkele maanden na de dood van zijn vader, met wie hij een stormachtige relatie had. Op een gedekte tafel ligt een grote familiebijbel open bij Jesaja 53, hoewel de tekst onleesbaar is. Rechts van de bijbel staat een kandelaar waarvan de vlam is gedoofd, terwijl op de voorgrond een exemplaar ligt van Emile Zola’s roman ‘Joie de Vivre’ (“Vreugde van het leven”) uit 1884. De opgebrande kaars werpt geen licht op de bladzijden van de bijbel, maar vanuit een andere bron schijnt een gloed op en vanuit de hedendaagse roman. (ArtWay 8.8.21)

Pablo Picasso, Visage de femme (Woman’s Face) (A.R. 220), 1953. 

Naarmate Picasso meer vertrouwd raakte met het medium, begon hij een esthetiek te ontwikkelen die het midden hield tussen schilderkunst en beeldhouwkunst. Hij creëerde originele beelden in droge kleimallen, waarna hij het ontwerp overbracht naar verse klei. Deze werken dragen het merkteken ‘Empriente Originale de Picasso’ of ‘Edition Picasso’, dat keramiek identificeert dat is gemaakt met een geheel nieuwe techniek die uniek is voor Picasso. Deze uitvinding getuigt van de open houding van de kunstenaar ten opzichte van experimenteren, waarbij hij traditionele methoden volledig onderuit haalde en een persoonlijke dimensie aan zijn keramische werken toevoegde. (Philips Auctions LLC)

Ernst Josephson (1851-1906) Zweden, Livsglaeden, 1887 (Levensvreugde)

⁤In het laatste deel van zijn leven leed Ernst Josephson aan een psychische aandoening, zijn artistieke stijl beïnvloedde en bijdroeg aan wat later zou worden aangeduid als “sjukdomskonst” (of “ziektekunst”). ⁤⁤In deze periode vond een verschuiving plaats naar een meer spontane, minder beperkte vorm van expressie, wat leidde tot werken die rauw, krachtig en zeer persoonlijk waren. ⁤⁤Deze kunstwerken geven inzicht in de innerlijke worstelingen van de kunstenaar en worden beschouwd als belangrijk in de context van de moderne Zweedse kunst. ⁤⁤Josephsons nalatenschap ligt niet alleen in zijn thematische en stilistische bijdragen, maar ook in de manier waarop zijn persoonlijke uitdagingen zijn artistieke visie hebben beïnvloed en hervormd. (seum.se)

silhouette of keys
Photo by Ismaeel Zakariya

De deur op een kier? Elkaar binnen laten in de geschiedenis waar het onderwerp ‘joie de vivre’ zijn weg zocht tussen dromen en kwellingen. Wij zijn niet alleen, dat ervaar je wel in de dromen van de kunstenaars die met hun werk ons troosten, sterken en met de tijd blijven verbinden.

Lees ook:

‘Henri Martin en Henri Le Sidaner, deux talents fraternels

Henri MartinL’ été ou les faucheurs (Summer or mowers) 1903 Klik op onderschrift om te vergroten

Henri Le Sidaner (Port Louis, Mauritius. 1862-Parijs 1939) en Henri Martin (Toulouse 1860-Labastide-du-Vert 1943) zou je volgens de titel van het mooie album, incluis catalogus, uitgegeven ter gelegenheid van een merkwaardige tentoonstelling in Parijs, volgend jaar in Nederland, deux talents fraternels kunnen noemen. Klinkt dat in hedendaagse kunst-oren een beetje vreemd, einde negentiende en nog een eind in de twintigste eeuw was een dergelijke ‘verbroedering’ niet zo ongewoon.


Henri Martin et Henri Le Sidaner ont toujours été regardés comme deux talents fraternels. Si l’on évoquait l’un, c’était immédiatement à l’autre que l’on songeait. Appartenant à une génération symboliste éprise de musique et de poésie, les deux artistes étaient avant tout des mordus de la nature. Ils en ont incarné les deux versants : les clartés ensoleillées de la terre méridionale et les effets apaisés de l’âme septentrionale.Ils participèrent au courant intimiste qui régna sur la Belle Époque. En respectant la véracité…

Henri Martin ‘Les Chaumières au soir’

Henri Martin, geboren in Toulouse in 1860, volgde een opleiding aan de Beaux-Arts in zijn geboortestad en vervolgens aan de École Nationale des Beaux-Arts in Parijs, waar hij al snel een kenmerkende stijl ontwikkelde die beïnvloed werd door de pointillistische technieken van Georges Seurat en Paul Signac, terwijl hij een persoonlijke toets behield die gekenmerkt werd door symboliek en een niet aflatende zoektocht naar licht. Vandaag de dag is hij het meest bekend om zijn idyllische landschappen en scènes van het plattelandsleven die baden in zacht, dromerig licht. Zijn stijl wordt gekenmerkt door een subtiel gebruik van pointillisme, met vleugjes levendige kleur die zijn werken een bijna mystieke sfeer geven. Onder zijn iconische werken is een serie schilderijen gewijd aan de Lot regio, waar hij een huis bezat in Labastide-du-Vert. Deze werken weerspiegelen zijn diepe verbondenheid met de natuur en de rust van het plattelandsleven. (artactif)

Henri Martin. la Vieille maison aux derniers rayons 1875-1904 Klik om te vergroten

Henri Martin. ‘Vue de Labastide-d-Vert

Henri Le Sidaner werd geboren aan de kusten van Mauritius in 1862… voordat hij opgroeide in Duinkerken, studeerde aan de Beaux-Arts in Parijs en ging werken in het atelier van de schilder Alexandre Cabanel. Net als Henri Martin werd Le Sidaner beïnvloed door het impressionisme, maar hij ontwikkelde ook een meer persoonlijke en intieme benadering. Zijn werk wordt vaak geassocieerd met een sfeer van rust en sereniteit, met composities die spelen met de subtiele nuances van licht en kleur. Hij staat bekend om zijn schilderijen van tuinscènes, gedekte tafels en ramen die uitkomen op schemerlandschappen. Hij is ongeëvenaard in het creëren van momenten van stilte en contemplatie, vaak verstoken van menselijke figuren, waardoor een gevoel van mysterie en melancholie ontstaat. Le Sidaner werd ook vaak vergeleken met symbolistische kunstenaars vanwege zijn vermogen om een sfeer op te roepen in plaats van de werkelijkheid getrouw weer te geven. (artactif)

Kanaal in Brugge bij schemering ca 1898

Henri Le Sidaner ‘Petite table dans le crépuscule du soir. 1921
Comme l’écrit Ingrid Dubach-Lemainque, « le premier appartient au terroir lumineux du Sud-Ouest, lieu de ses retraites estivales près de Cahors : le second se nourrit des cieux de Normandie, établissant à Gerberoy, à la limite de la Picardie, un domaine où il a créé un jardin fleuri merveilleux. N’est-ce pas finalement merveilleux d’entretenir une amitié fidèle lorsqu’on vit aux antipodes d’un pays ? Sans compter qu’artistiquement, les influences deviennent ainsi infinies.

Onze karakters verschilden enigszins, maar onze visie op kunst kwam precies overeen (Henri Martin)

« Nos natures étaient un peu différentes, mais nos visions d’art étaient parallèles. » « Henri Martin est très timide, souligne Yann Farinaux-Le Sidaner, rugueux, batailleur, et Le Sidaner est très réservé sans être timide et s’exprime avec une infinie distinction. »
(Cahors) Autoportrait 1912 – Henri Martin – Dépot d’Orsay




Henri Martin et Henri Le Sidaner ont toujours été regardés comme deux talents fraternels. Si l’on évoquait l’un, c’était immédiatement à l’autre que l’on songeait. Appartenant à une génération symboliste éprise de musique et de poésie, les deux artistes étaient avant tout des mordus de la nature. Ils en ont incarné les deux versants : les clartés ensoleillées de la terre méridionale et les effets apaisés de l’âme septentrionale.
Ils participèrent au courant intimiste qui régna sur la Belle Époque. En respectant la véracité des apparences, nos artistes s’attachèrent à rendre la poésie, la tendresse, la dévotion de leurs sujets, « le sens intime des spectacles de la vie ». C’est ainsi qu’ils surent véritablement créer une connivence avec le spectateur et qu’ils furent qualifiés d’intimistes.

Auteurs: Yan Farrinaux-Le Sidaner en Marie-Anne Destrebecq Martin

Sommaire

Deux talents fraternels
Les succès précoces d’Henri Martin
Les débuts hésitants d’Henri Le Sidaner
Le Paris fin de siècle
Les expositions de la Belle Époque
Les compositions monumentales d’Henri Martin
Gerberoy
Labastide-du-Vert et Saint-Cirq-Lapopie
La Grande Guerre
Les Années folles
L’Académie des Beaux-Arts
Peintres et musiciens
La postérité

45 euro, aan te raden voor uren lees- en kijkplezier.

Portrait de Jean Jaures. Henri Martin

Henri Le Sidaner. ‘L’eau morte’. (1901). Pastel on canvas

En een fragment uit het boek waarin de verwantschap met het Vlaamse (Belgische) hinterland wordt bezongen, deze tekst met als titel: ‘Les voyages d’ études.’

Un des traits marquants de cette fin de siècle fut l’ échange entre les artistes français et belges. Les symbolistes parisiens avaient ouvert leurs bras aux poètes flamands qui choisirent d’écrire en français. Ayant fini de grandir a deux pas de leur sol, Le Sidaner incarnera pleinement cette fraternité entre les deux pays. Sans doute grace à Gabriel Fabre qui, très tôt, s’était passionné pour la jeune école belge, le peintre admira profondément Maurice Maéterlinck, Charles Van Lerberghe, Max Elskamp ou Emile Verhaeren dont il deviendra l’ami.


Martin et Le Sidaner furent invites au Salon de la Libre Esthétique de Bruxelles, haut foyer de l’art indépendant qui conviait les plus grands noms de la peinture internationale à exposer aux côtés de l’avant-garde belge. Le premier, au début de l’année 1898, eut l’occasion de visiter Bruges qui ravit son coeur plus que son pinceau : “Ah mon ami, écrivit-il à Rivière, le beau petit voyage que je viens de faire a Dunkerque dans les dunes et dans la veille ville flamande de Bruges. Ah que c’ était beau, et triste, mon pauvre ami. Notre Midi n’ a pas cette intense poésie qui arrache des larmes, comme ces brouillards du Nord où certes je ne veux que passer.”


En revanche le séjour que fit, a l’été suivant, Le Sidaner en Flandre allait être une révélation qui transforma profondément son oeuvre“ : “ Veinard, lui écrivit Martin, tu es a Bruges.” Quoi de plus enchanteur pour un artiste septentrional que de contempler dans l’ enchevetrêment des canaux le souvenir presque intact d’une opulence passée ? Venu pour quelques jours, l’artiste restera en tout un an et demi à Bruges. C’est là véritablement, en s’ attachant à la poésie des cites somnolentes, qu’il trouva la direction de son art : “C’ est là, écrivit Mauclair, qu’il commença d’être tout a fait lui-même. »

Hneri Le Sidaner. ‘Le quai’. 1898

Een van de belangrijkste kenmerken van dit fin de siècle was de uitwisseling tussen Franse en Belgische kunstenaars. De Parijse symbolisten hadden hun armen geopend voor de Vlaamse dichters die ervoor kozen om in het Frans te schrijven. Le Sidaner, die opgroeide op een steenworp van hun grondgebied, zou deze broederschap tussen de twee landen volledig belichamen. Ongetwijfeld dankzij Gabriel Fabre, die van jongs af aan grote belangstelling had voor de jonge Belgische school, bewonderde hij de schilders Maurice Maéterlinck, Charles Van Lerberghe, Max Elskamp en Emile Verhaeren met wie hij bevriend werd.

Martin en Le Sidaner werden uitgenodigd voor de Salon de la Libre Esthétique in Brussel, een broeinest van onafhankelijke kunst waar de grootste namen uit de internationale schilderkunst werden uitgenodigd om samen met de Belgische avant-garde tentoon te stellen. De eerste, begin 1898, kreeg de gelegenheid om Brugge te bezoeken, wat zijn hart meer in verrukking bracht dan zijn penseel: “Ach mijn vriend,” schreef hij aan Rivière, “het mooie uitstapje dat ik zojuist heb gemaakt naar Duinkerken in de duinen en naar de oude Vlaamse stad Brugge. Ach, wat was het mooi en verdrietig, mijn arme vriend. Onze Midi heeft niet die intense poëzie die tranen doet opwellen, zoals die mist van het noorden waar ik zeker alleen maar doorheen wil.”


Aan de andere kant zou Le Sidaners verblijf in Vlaanderen de zomer daarop een openbaring zijn die zijn werk diepgaand zou veranderen: “Bofkont,” schreef Martin hem, “je bent in Brugge.” Wat is er meer betoverend voor een noordelijke kunstenaar dan in de wirwar van grachten de bijna ongeschonden herinnering aan een voorbije weelde te aanschouwen? Na een paar dagen bleef de kunstenaar anderhalf jaar in Brugge. Het was daar dat hij echt de richting voor zijn kunst vond, door zich te hechten aan de poëzie van de slaperige steden: “Het was daar,” schreef Mauclair, “dat hij volledig zichzelf begon te zijn.”
Huizen in Brugge

Hneri Martin ‘Les amoureux- 1935