Een mens ten voeten uit: Jean-François Millet (1814-1875) schilder

Le Moissonneur (De Maaier) – Jean-François Millet (1866-1867)
pastel op karton – 96 cm x 68 cm
Hiroshima Museum of Art

een GEÏNSPIREERDE of VAN ALLE MARKTEN THUIS?

Jean-François Millet stierf een jaar na de eerste tentoonstelling van de impressionisten, die veel te danken hadden aan het meesterschap van de schilder op het gebied van licht en sfeer. Millet, vooral bekend om zijn werken die hij eind jaren 1840-1850 in Parijs en Barbizon maakte en waarin hij het zware werk van landarbeiders met gratie en waardigheid weergeeft, werd vereerd door kunstenaars als Camille Pissarro, wiens stralende schilderijen van landarbeiders zijn invloed laten zien; Vincent van Gogh, die tot laat in de nacht Millett’s biografie bestudeerde en exacte kopieën van zijn werk maakte; en Salvador Dalí, die een boek publiceerde over Millet’s L’ Angélus (1859) en in 1933 zijn eigen eerbetoon aan het schilderij voltooide.

Diverse werken van ‘De Maaier’ van Millet
door (v.l.n.r.) Vincent van Gogh, Paul Cezanne, John Singer Sargent en Jacques Adrien Lavieille
Salvador Dali Angelus. 1933

Salvador Dalí was especially fascinated by this work and wrote a whole book on it in 1938, entitled The Tragic Myth of the Angelus by Millet.

Tegen het einde van de jaren twintig kwam Salvador Dalí, uitgaande van de theorieën van de Franse psychoanalyticus Jacques Lacan, tot de ontdekking van de paranoïde-kritische methode, een onderzoekssysteem dat de schilder omschreef als een “spontane methode van irrationele kennis, gebaseerd op de kritische en systematische objectiviteit van de associaties en interpretaties van delirante verschijnselen”. Een van de iconografische varianten in Dalí’s paranoïde-kritische repertoire zijn de zogenaamde ‘caprices’, of willekeurig gekozen onderwerpen. Een daarvan was Millet’s L’ Angélus (Het Angelus), een schilderij dat volgens de kunstenaar de christelijke moraal van de 19e eeuw illustreert en dat Dalí enorm bewonderde.

Het Angelus. 1857-59 (klik op schilderij om te vergroten)

L' Angélus, een tedere afbeelding van een man en een vrouw die aan het einde van een dag aardappelen oogsten en opgeroepen door het kleppen van het angelusklokje samen het voorgeschreven gebed bidden.

In onderstaande video van 5' te zien in het Dali museum in St. Petersburg (surrealistischer kan niet) beleef je een verdroomd bezoek aan zijn schilderij in een soort virtuele realiteit (360°) Een bezoek aan de wereld die dat Angelus bij Dali heeft nagelaten.

Naar de werkelijkheid, een schildersleven

Jean-François Millet werd op 4 oktober 1814 geboren in Gruchy, nabij Cherbourg, in een hecht gezin van bescheiden, maar niet arme boeren. Het gezin bestond uit een weduwe, haar zoon en zijn vrouw en acht kinderen. Ze hielden van lezen en hadden respect voor kennis. Hij kreeg er een gedegen opleiding en zijn cultuur zou zijn hele leven lang bewondering oogsten bij zijn vrienden en bezoekers. Zijn vader besefte dat zijn zoon een uitgesproken talent had voor tekenen:

"Mon pauvre François, je vois bien que tu es tourmenté de cette idée-là; j'aurais bien voulu t'envoyer te faire instruire dans ce métier de peintre qu'on dit si beau, mais je ne le pouvais; tu es l'aîné des garçons et j'avais trop besoin de toi; maintenant tes frères grandissent et je ne veux pas t'empêcher d'apprendre ce que tu as tant envie de savoir."

Cette période de la vie de Millet reste fortement restée ancrée dans son coeur :
 
"Paysan je suis né, paysan je resterai".

In 1833 schreef zijn vader hem in Cherbourg in bij het atelier van Mouchel, een schilder naar de school van David. Na de dood van zijn vader ging hij naar het atelier van Langlois, een leerling van Gros. Maar Langlois voelde dat hij Millet niets meer kon leren, dus wendde hij zich tot de gemeenteraad van Cherbourg die hem in 1837 een beurs toekende zodat hij beeldende kunst kon studeren in Parijs.

De houtzagers. 1848

"Ce fut un samedi de janvier que j'arrivai le soir à Paris, par la neige; la lueur des réverbères presque éteints par le brouillard, la quantité immense de chevaux et de voitures qui se heurtaient ou s'entrecroisaient, les rues étroites, l'odeur et l'air de Paris, me portèrent à la tête et au coeur, au point de me suffoquer.... 
C'est ainsi que j'accostai Paris; sans le maudire, avec la terreur de ne rien comprendre à sa vie matérielle et spirituelle, et aussi avec l'envie et la volonté de voir ces fameux maîtres dont on m'avait tant parlé et dont j'avais entrevu quelques bribes au musée de Cherbourg.”

januari 1837
Zelfportret 1845-46

In het jaar 1839 eindigde zijn beurs en werd zijn eerste bijdrage voor het Parijse Salon afgekeurd. In 1840 werd zijn werk wel geaccepteerd. Hij pendelde heen en weer tussen Parijs en Cherbourg, waar hij zich thuis voelde. Hij schilderde daar portretten, zelfportretten en mythologische afbeeldingen. Maar…In 1849 verlaat Millet Parijs om zich te vestigen in Barbizon, een klein gehucht aan de rand van het bos van Fontainebleau. Hij sluit zich aan bij een groep kunstenaars die beïnvloed zijn door het landschap en het licht van deze regio, waaronder Théodore Rousseau, Camille Corot en Charles-François Daubigny. Samen richten ze de École de Barbizon op, een artistieke beweging die het schilderen in de open lucht en een meer spontane benadering van het landschap promoot.

Man met de hak. 1860-62

En Van Gogh als bewonderaar? Een fragment uit ‘Het Heilig land’ van Koen Kleijn De Groene Amsterdammer nr 43 2019

“Van Gogh had Het angelus nooit zelf gezien, maar er waren reproducties in omloop, en het had in die tijd de kranten gehaald omdat het in 1872 voor 38.000 franc aan de Brusselse verzamelaar John Wilson was verkocht – een bijzonder hoog bedrag voor een levende kunstenaar. Als Van Gogh in 1882 de biografie van Millet door Sensier in handen krijgt, schrijft hij aan Theo: ‘Zeg Theo wat was die Millet een kerel! (…) Het interesseert mij zoo dat ik ’s nachts er van wakker wordt en de lamp aansteek en blijf lezen. Want overdag moet ik werken.’

Jean-François Millet (4th Oct, 1814 – 20th Jan, 1875)
Faucheur, vu par derrière
Credit: 
Photo (C) RMN-Grand Palais (musée d’Orsay) / Thierry Le Mage
Paris, musée d’Orsay, conservé au musée du Louvre

In de ontwikkeling van Van Gogh tot kunstenaar is Millet een permanente stem, bijna een obsessie, en de verbinding is in een tentoonstelling dus gauw gelegd, en toch is dat in dit geval eigenlijk niet meer dan aan de aanleiding. Van Goghs werk is hier zelfs een beetje bijzaak, een voetnoot, bijna, omdat hij zich als kunstenaar immers pas manifesteerde toen Millets invloed zich al decennialang over de kunstwereld had verbreid. Van Gogh was een nakomertje, maar wel een fanatiek nakomertje; boven alles bewonderde hij in Millet diens radicale en diepgevoelde engagement met de verworpenen der aarde.”

Vanuit Londen schrijft hij bijvoorbeeld al in 1874 naar Theo: ‘Uit je brief zag ik dat je hart hebt voor kunst, & dat is een goed ding, kerel. Ik ben blij je van Millet, Jacque, Schreijer, Lambinet, Frans Hals &c. houdt, want, zoo als Mauve zegt “dat is het”. Ja, dat (schilderij) van Millet, L’angelus du soir, “dat is het” – dat is rijk, dat is poesie.’ (ibidem)
Jean-François Millet, Rustende oogsters (Ruth en Boaz), 1850-1853. Olieverf op doek, 67,3 x 119,7 cm. Legaat van mevrouw Martin Brimmer © Museum of Fine Art, Boston Klik op onderschrift om te vergroten.


Van 1850 tot 1853 werkte Millet aan Oogsters die rusten (Ruth en Boaz), een schilderij dat hij als zijn belangrijkste beschouwde en waaraan hij het langst werkte. Het was bedoeld als concurrentie voor zijn helden Michelangelo en Poussin, en het was ook het schilderij dat zijn overgang markeerde van de weergave van symbolische beelden van het boerenleven naar die van de hedendaagse sociale omstandigheden. Het was het enige schilderij dat hij ooit dateerde, en het was het eerste werk dat hem officiële erkenning opleverde, een tweedeklas medaille op de Salon van 1853.

Jean-François Millet Des glanseuses 1857. De arenlezers. Klik op beeld om te vergroten.

Dat zo’n ingetogen schilderij als De arenlezers op de Salon van 1857 als schandalig en verontrustend werd onthaald is begrijpelijk. Dit is een afbeelding van onderhorig werk door boerenvrouwen aan de rand van het bestaan. Er is geen vals sentiment, geen schijn van ‘nobele armoede’. Millets vrouwen zijn toonbeelden van uitputting en honger, ze bevinden zich in een vernederende, hulpeloze positie, net als de uitgemergelde landarbeider in Man met hak, die in een staat van rauwe wanhoop verkeert. Daarin zijn ze verontrustend. Frankrijk was mid-negentiende eeuw nog voor het overgrote deel een agrarische samenleving, en de massa doodarme dagloners op het land was veel en veel groter dan het industrieel proletariaat in de steden. Die groep werd grondig uitgebuit – het arenlezen, wat sinds mensenheugenis een vorm van liefdadigheid was, werd in 1850 commercieel uitgebuit – en dus herkende de bourgeoisie in Millets werk niet meer de idylle ‘des gerusten landmans’, die ‘zijn zalig lot/ voor geen koningskroon zou geven’, maar de paukenroffel van een ontwakende reus. (DGA Koen Kleijn ibidem)

Jean-François Millet, Deux hommes labourant, 1866, crayon pastel et noir sur papier tissé, 69,9 x 94 cm, Musée des Beaux-Arts de Boston, Etats-Unis © Musée des Beaux-Arts de Boston

Félix Feuardent
Le peintre Jean-François Millet et sa famille
1854
daguerréotype
© Musée d’Orsay, Dist. RMN-Grand Palais / Patrice Schmidt
Félix Feuardent (1819 – 1907)

In 1841: Hij trouwt met Pauline-Virginie Ono, dochter van een kleermaker, met wie hij naar Parijs vertrekt om zijn geluk te beproeven. Hij leeft van gelegenheidswerken, wat hij zijn “bloemrijke stijl” noemt, met een min of meer ‘losbandige’ inslag, in de stijl van Watteau en Boucher.
In 1844: Na de dood van Pauline-Virginie in april keert hij terug naar Cherbourg.
Met zijn nieuwe partner, Catherine Lemaire, een meisje van zeventien, vertrekt hij eerst naar Le Havre en vervolgens naar Parijs, waar hij zich mengt in de artistieke kringen en bevriend raakt met Troyon, Diaz de la Pena, Honoré Daumier, enz.
In 1846: geboorte van Marie, zijn eerste dochter (er volgen nog acht andere)

Millet, Jean-Francois; A Woman Adjusting Her Stocking; Glasgow Museums; http://www.artuk.org/artworks/a-woman-adjusting-her-stocking-85344

Een chronologische lijst met zijn werken kun je hier raadplegen:

https://fr.wikipedia.org/wiki/Liste_de_peintures_de_Jean-Fran%C3%A7ois_Millet

Jean-François Millet – Fishing Boat – 17.1530 – Museum of Fine Arts
Jean-François Millethttps://www.mfa.org/collections/object/fishing-boat-31646

Het droevige van voorlopers is dat zij de essenties aangeven zonder daar zelf de verdiensten van te hebben geoogst.
Millet schilderde zelden in de natuur, hij maakte daar tekeningen, schetsen die hij daarna in zijn atelier als basis voor een schilderij zou gebruiken. Dichtbij de mensen, weten wat handenarbeid is, de honger herkennen en oog hebben voor het feestelijke van het licht en de seizoenen, maar ook voor de onmacht, de sociale ongelijkheid, de jaren voor en na 1848, de moeilijke weg naar een meer democratisch bestel tijdens een eeuw waarin de afstanden verkleinden maar slechts een beperkte middenklasse van het nieuwe comfort kon genieten.
Millet stierf een jaar nadat de impressionisten hun eerste tentoonstelling lanceerden en spot en gejoel voor hun werk kranten en tijdschriften vulden.
Vincent van Gogh herkende het wel en heeft dat duidelijk gemaakt in geschriften maar vooral met zijn werk.
En of ook hun werk vandaag niet alleen commercieel in de belangstelling komt maar naar zijn ware betekenis wordt geschat mag in deze opnieuw onrustige tijden meer dan een vrome wens zijn.

Boer die een ent plaatst op een boom 1855

De beweging bewogen: optical arts

Giuseppi Arcimboldo De Seizoenen. 1573


In formele termen maken Op Art werken, die voor het grootste deel gebruik maken van een geometrisch vocabulaire, deel uit van de 20e-eeuwse traditie van abstracte concrete kunst, waartoe ook de Minimal Art behoort die in de jaren 1960 (en dus laat) opkwam. Op Art onderscheidt zich echter van deze andere vormen door het uitgesproken verlaten van de comfortzone van harmonieuze gematigdheid ten gunste van dramatische effecten, vervormingen en andere vormen van zintuiglijke overbelasting.

Deze werken illustreren hoe een engagement met vibrerende patronen, pulserende en vluchtige nabeelden, paradoxale ruimtelijke illusies, anamorfoses, moiré en verschuivende effecten, evenals andere methoden van optische illusie en fysieke invloeden, al in vroegere tijdperken te vinden zijn als tegenwicht voor meer “klassieke” artistieke benaderingen.

(Alain R. Truong. Canalblog)

Guido Reni, Umkreis, Jesus und Maria, first half of 17th century. Oil on wood, 33,5 x 26,5 cm © Sammlung Werner Nekes.
In formal terms, Op Art works, which for the most part make use of a geometric vocabulary, are part of the 20th-century tradition of abstract concrete art, which also includes the Minimal Art that came onto the scene in the 1960s (and thus at a late date). Op Art is distinguished from these other forms, however, in its pronounced departure from the comfort zone of harmonious moderation in favor of dramatic effects, distortions, and other forms of sensory overload. 
(ibidem)
Aleksandar Srnec, Luminoplastics, 1967. Photo: Markus Wörgötter © Marinko Sudac Collection, Zagreb

Theoretische grondslagen voor deze benadering zijn bijvoorbeeld te vinden in Umberto Eco’s boek Opera Aperta (1962), waarin de auteur de toeschouwers erkent als actieve deelnemers aan de totstandkoming van de kunstwerken – ja, zelfs als een noodzakelijke voorwaarde voor hun volledigheid. Gebaseerd op dit concept werden Eco als denker en Op Art als artistieke beweging vroege protagonisten in de participatieve kunst van de tweede helft van de twintigste eeuw en het postmoderne denken in het algemeen. Umberto Eco werd met name ook een vroege Op Art-theoreticus met zijn tekst. (ibidem)

Francesco Mazzola gen. / known as Parmigianino, Self-portrait in a Convex Mirror, 1523/1524. Oil on wood. Diameter 24,5 cm © KHM-Museumsverband

Fundamenteel in Salvador Dalí’s werk uit deze periode is zijn interesse in nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen, met name kwantumfysica en kernfysica. In Confesiones inconfesables (Bruguera, 1975) herinnert hij zich dat “de atoomexplosie van 6 augustus 1945 mij seismisch had geschokt. Vanaf dat moment was het atoom mijn favoriete onderwerp van reflectie”. Naast deze nieuwe fascinatie kwam de kunstenaar in de jaren 1940 dichter bij de katholieke religie en keerde hij ook terug naar het academisme door middel van thema’s die geïnspireerd waren door de westerse traditie, zoals de Italiaanse Renaissance en de Spaanse Gouden Eeuw. De combinatie van beide invloeden zal leiden tot wat bekend staat als de “atomaire periode”, en tot de publicatie van het Mystieke Manifest (1951) waarin Dalí de symbiose uitlegt die hem tot de nucleaire mystiek heeft gebracht: “Elk kwartier en elke seconde bevindt de materie zich in een constant en versneld proces van dematerialisatie, van desintegratie, ontsnappend aan de handen van de wijzen en ons zo de spiritualiteit van alle materie tonend […]”. In Raphaels Madonna Maximum Speed leent de kunstenaar het beeld van een van de madonna’s van Raphael Sanzio, een van de grote renaissancemeesters die hij het meest bewonderde. Het werk synthetiseert de grote klassieke traditie via het religieuze thema, met de ontdekkingen en ervaringen van de moderne kunst, wat de kunstenaar de mogelijkheid geeft om een kunstwerk te creëren met een heel andere stijl.

Ruth Gallego Fernández

Maximum Speed of Raphael’s Madonna (Máxima velocidad de la Madonna de Rafael)
Salvador Dalí. 1954
Figueras, Girona, España, 1904 – 1989
"We must keep in mind that whatever we observe its not Nature itself but Nature as exposed to our way of framing questions."

Werner Heisenberg.
ROBERT SILVERS (1968- )
Migrant Mother. PhotoMosaic

Dorothea Lange, Migrant Mother, Nipomo, California (Destitute pea pickers in California. Mother of seven children. Age 32), silver print, 1936. Previously in the collection of Romana Javitz.

1968 New York. Robert Silvers works with the medium of photo-mosaics. Out of an infinite number of photographs he assembles motifs that often reproduces famous works of the history of art or represent personalities from te realms of politics and cinema. To do this he use a software which he developed himself, so that his works might be designated as a kind of high-tech pointillisme.

Giuseppe Arcimboldo, The Libarian, ca. 1566, oil on canvas. Wikimedia Commons

Maximiliaan II was gefascineerd door de natuurlijke wereld en deze interesse in biologie en andere gebieden lokte wetenschappers en filosofen naar zijn hof. Het is dan ook geen verrassing dat Arcimboldo’s eerste projecten voor Maximiliaan II – de series “De Vier Jaargetijden” (zie bovenaan deze bijdrage), waarmee hij in 1563 begon, en “De Elementen”, voltooid in 1566 – voortkwamen uit die liefde voor de wetenschap. “De vier seizoenen” bestaat uit vier profielportretten van figuren die zijn gemaakt van ingewikkelde arrangementen van natuurlijke materialen zoals fruit, groenten, bloemen en planten die specifiek zijn voor de zomer, herfst, winter of lente. Arcimboldo hanteerde een vergelijkbare benadering voor de vierdelige serie “De Elementen”, met spookachtige afbeeldingen van figuren die respectievelijk zijn samengesteld uit vuur en goud, veelvuldige zeedieren en parels, groepen vogels en diverse fauna.

Adam en Eva. Volger van Arcimbold. 1578

Tot zijn meest idiosyncratische schilderijen behoren De bibliothecaris (ca. 1566), dat volgens sommigen de Oostenrijkse humanist, historicus en arts Wolfgang Lazius voorstelt en een stoïcijnse, antropomorfe piramide van boeken toont; portretten van Adam en Eva uit 1578 die de gezichten van een vrouw en een man tonen die zijn samengesteld uit groepen menselijke lichamen; en De kok (ca. 1570), dat een serveerschaal toont die op een houten tafel wordt gepresenteerd die, wanneer deze ondersteboven wordt gekeerd, een dreigend gezicht onthult. (Claire Selvin. ARTnews 2020)

De Kok. Het schilderij omgekeerd en de juiste kant op. va 1570

Een heerlijke tocht wordt het als je Giuseppe Arcimbold intikt en de grote diversiteit van zijn werk en tijdgenoten bekijkt. Van een ‘follower’ is deze ‘Allegorie van Water’ circa 1560-70.

Volger van Arcimboldo ‘Allegorie van Water’ 1569-70

Een zelfde composiet-techniek vind je bijvoorbeeld in de Indische vormgeving toegepast in de Deccan-school uit de eerste helft van de zeventiende eeuw. Kijk naar dit fraaie paard.

Anoniem. Deccan school India eerste helft 17de eeuw

Natuurlijk mag je Antwerpenaar Joos de Momper niet vergeten. (1564-1635) ook als Josse of Jan aangesproken. We willen de nieuwsgierige lezer-kijker zijn winter-allegorie niet onthouden. De andere seizoenen vind je in allerlei formaten op het net.

Joos de Momper. de Jongere uit een serie van vier seizoenen in antropomorfische landschappen: Allegorie van de winter
Liefelijke plaats
waar alleen het ware
zijn onverbloemde beweging
zingt in verre velden
traagzaamheid.
Geen wraak of wrevel
maar eindelijk
de tederste stilte
waarin belletjes
de aankomst van de nieuwe maan
verwelkomen.
O, liefste,
eindelijk ontdaan van woorden.


Gmt
Verschijning van een gezicht op het strand. Salvador Dali

Van canon naar praktijk

In Berthen, een klein dorpje in Frans-Vlaanderen, ontmoet Jeroen Meus vier oudere broers die nooit getrouwd zijn en nog steeds samen op de ouderlijke boerderij wonen. De Verbaeres pakken het huishouden aan zoals ze dat geleerd hebben in hun kindertijd. Tussen de soep en de aardappelen geven ze Meus hun unieke kijk op het leven mee. In deze aflevering komen ook de kippen op de boerderij ter sprake, in meer dan één betekenis.

‘De mooiste televisie uit mijn nochtans goed gevuld beeldrijk geheugen. Via DailyMotion vonden we nog enkele afleveringen. Bekijk rustig in groot beeld de tweede aflevering, en als je verder wil, de derde komt gewoon na nummertje twee. Het is dan ook televisie van het allerhoogste gehalte terecht met de prix Europe bekroond. Verwacht geen vervlogen heimwee naar vroegere tijden, integendeel. Actueler dan dit uniek verslag van het alledaagse nu kan haast niet. (Even zijn er enkele seconden zwart na enkele minuten, maar geen nood, de aflevering loopt gewoon verder. (Met dank aan de gene die deze afleveringen op DailyMotion heeft bijgehouden, ook een liefhebber van Blokken zoals blijkt.)

Bovendien is er het beeld, de muziek, het talent van Jeroen en zijn deze vier mannen er. Er zit zoveel meer in hen dan in dit stukje en we kunnen nooit beschrijven wie ze zijn, hoe ze zijn, wat ze zeggen en hoe ze dat zeggen. Etienne op sleffers, Ignace op Nikes en Daniël zie je in de kast op een foto bij zijn fiets: “Het was zo’n prachtige dag toen hij vorig jaar op een ochtend zei dat hij naar Santiago de Compostella vertrok”, zegt Etienne. “En toen hij later terugkeerde, hebben we de klok geluid.”  (De Morgen 4 april 2017)
Aurora Salvador Dali
 
 
Ode aan Salvador Dalí (fragment)
Federico Garcia Lorca

O, Salvador Dalí, met je olijfgroene stem!
Ik zeg wat jouw persoon en schilderijen me zeggen.
Ik prijs niet je onvolmaakte penseel van je jeugd,
maar bezing de trefzekerheid van je pijlen.
 
 Ik bezing je fraai gebruik van het Catalaanse licht,
 je liefde tot wat verklaard kan worden.
Ik bezing je astronomische en tedere hart,
als een Frans kaartspel geschud maar ongewond.
 
Ik bezing de standbeeldenzucht die je onverlet najaagt,
de angst voor emotie die je opwacht op straat.
Ik bezing de kleine sirene van de zee die jou bezingt
op haar rijwiel van koralen en schelpen.
 
Maar vooral bezing ik een gemeenschappelijk denken
dat ons in de donkere, gouden uren verbindt.
Het is niet de kunst die onze ogen verblindt.
Allereerst is het de liefde, de vriendschap, of het schermen.
 
Eerst, voor het schilderij dat je geduldig schetst,
de borst van Teresa, met haar slapeloze huid,
de dikke haardos van de ondankbare Matilde,
staat onze vriendschap geschilderd als een ganzebordspel.
 
Mogen vingerafdrukken van bloed op het goud
het hart van het eeuwige Catalonië doorstralen.
Mogen sterren als valkloze vuisten je verlichten,
terwijl je schilderkunst en je leven floreren.
 
Kijk niet naar de waterklok met vliesdunne vleugels,
noch naar de hardnekkige zeis van de allegorieën.
Kleed en ontkleed steeds je penseel in de lucht,
gekeerd naar de zon vol zeelieden en schepen.
 
1926
vertaling E. de Vries-Boveé

The Disintegration of the Persistence of Memory

"We worden uitgedaagd omdat we geloven dat horloges prachtig gemaakte, precieze mechanische objecten moeten zijn die een betrouwbare en consistente tijd bijhouden, maar hier zien we ze verwelkt en verwrongen - hoe vreselijk om te denken dat je een mooie Patek Philippe ref. 1518 Perpetual Calendar Chronograph  ziet smelten in je eigen dromen! 
Tijd was een concept dat Dalí in 1954 opnieuw zou bekijken in zowel zijn 'Melting Watch' als 'The Disintegration of the Persistence of Memory', maar het is zijn originele werk uit 1931 dat is blijven bestaan als de meest aangrijpende en gedenkwaardige voorstelling van tijd in de kunstgeschiedenis. Misschien is de blijvende aantrekkingskracht van het meest herkenbare schilderij van de meest invloedrijke surrealist toe te schrijven aan de universele relatie die we allemaal delen met tijd - het verstrijken en bijhouden van tijd is natuurlijk iets dat ons allemaal verbindt. "(The Hour Glass  Patek Philippe Geneve  Cultural Perspectives • 16 Mar 2020)

De tijd waarin we samenleven. En de bewondering van de dichter Lorca voor de schilder Dali, -bezing ik een gemeenschappelijk denken dat ons in de donkere, gouden uren verbindt-. Meer nog dan door de kunst door vriendschap. verbonden. Hoe de broers uit ‘Goed Volk’ in hun dagelijkse leven ook filosofisch de tijd in de seizoenen beleven, terwijl de dure horloges hier met naam genoemd zeker de zorg voor de tijd willen doorgeven maar vooral een waarborg voor de (financiële) status van de nieuwe bezitter moeten zijn.

Naast kinderen zijn dieren een geliefkoosd onderwerp in de publiciteit. Je weet wat je moet doen als je je eenzaam voelt. De verbinding (generation) blijkt net zo belangrijk.

Filosofe Martha Nussbaum stelde een lijst op met tien universele vermogens waarover elk mens zou moeten beschikken. Is het een ambitieus plan voor sociale groei, of een wilde utopische fantasie?
De lijst verscheen voor het eerst in haar in 2000 verschenen ‘Women and Human Development’. Hij wordt uitvoeriger vermeld in ‘Gerechtigheid voor dieren’. ‘De 10 centrale menselijke vermogens zijn, in verkorte versie:

  1. leven en levensduur – in staat zijn een leven van normale lengte te leiden.
  2. lichamelijke gezondheid – in staat zijn een goede gezondheid te hebben, met adequate voeding en huisvesting.
  3. lichamelijk integriteit – in staat zijn vrij te bewegen, te leven zonder geweld.
  4. zintuigen, voorstellingsvermogen en gedachten – in staat zijn deze te gebruiken, in te zetten, onderwijs te genieten.
  5. emoties – in staat zijn te kunnen hechten aan dingen en mensen.
  6. praktische rede – in staat zijn tot een voorstelling van het goede en kritische reflectie over de eigen levensplanning.
  7. erbij horen – in staat zijn met anderen te leven en deel te nemen aan sociale interactie, en met waardigheid behandeld worden.
  8. andere wezens – in staat zijn met dieren, planten, natuur te leven en ervoor te zorgen.
  9. spelen – in staat zijn te lachen, spelen, recreëren.
  10. controle over je omgeving – in staat zijn tot politieke participatie, arbeid en bezit.

(uit: Social Research & Journalism)