‘De natuurlijke standen der Troniën’

Willem Goeree, Jan Luyken, Maet-redige tronie-stellingh, (Drawing heads according measuring), Four Natural positions of Heads.1682.
In Goeree’s General Art of Painting the importance of philosophers, mathematics, geometry, symmetry,Liberal Arts and Cesare Ripa’s Iconologia is mentioned, in the Art of Drawing, the use of ovals, of a grid, diagonals and a lead-line as an axis of symmetry while drawing after plaster statue, is recommended. This practice is in the 18 th century also used by artists, like Gerard De Laraisse and Abraham Bosse. (The hart of Rembrandt Symbolism and geometry in the Dutch 17th century. by Theo Elsing)

In 1670 publiceerde Willem Goeree (1635-1711) een kleine verhandeling getiteld: Inleyding tot de practijck der algemeene schilder-konst Acht jaar later publiceerde Samuel van Hoogstraten (1627-1678) zijn langere Inleyding tot de hooge schoole der schilderkonst . Hun interesses waren zeker niet beperkt tot de beeldende kunst. Na het publiceren van verschillende titels over kunst, richtte Goeree zijn aandacht op andere kennisgebieden, zoals theologie en wereldgeschiedenis. Van Hoogstraten schreef, naast zijn verhandeling over schilderkunst, als ondertitel: De zichtbaere werelt, een pendant getiteld: De onzichtbare werelt.
De exacte inhoud blijft onbekend, omdat het boek nooit gepubliceerd is, maar experts vermoeden dat het over filosofische zaken ging.

Uit: ‘Willem Goeree versus Samuel van Hoogstraten ‘ (Gijsbert M. van de Roemer)

Dit om duidelijk te maken dat de theorieën die beide heren kunstenaars verspreidden niet alleen over maten en gewichten handelden, kennis omtrent het in beeld brengen van de werkelijkheid, (de natuurlijke uitzichten van de tronies) maar de werkelijkheid zelf in haar filosofische en technische gedaantes als onderwerp kreeg.

"As a prolific author, publisher and bookseller operating between Middelburg and Amsterdam, Goeree represents a remarkable case study through which to investigate the processes of producing, printing and publishing knowledge in the Dutch Republic. As his early biographer David van Hoogstraten remarked, Goeree demonstrated “eene grote genegenheit voor allerhande kunsten en wetenschappen” – an affection for knowledge in the widest sense, as understood at a time when disciplinary boundaries were still in flux. Goeree’s diverse interests and vast erudition are reflected in his own books, in which he discusses topics ranging from the art of painting to the history of the Jews, from cosmological theories to the ideas of Descartes. Similarly, his library suggests a learned owner conversant with natural history and ancient civilisations, curious about the latest philosophical debates and recent developments in the field of medicine." (Workshop Willem Goeree and the production of knowledge in the early Modern Netherlands)
Syrian Sheep Or Ram, Jan Luyken, Willem Goeree is a drawing by Jan Luyken And Willem Goeree

Als productieve auteur, uitgever en boekverkoper die opereerde tussen Middelburg en Amsterdam, vormt Goeree een opmerkelijke casestudy aan de hand waarvan de processen van het produceren, drukken en uitgeven van kennis in de Nederlandse Republiek kunnen worden onderzocht. Zoals zijn vroege biograaf David van Hoogstraten opmerkte, gaf Goeree blijk van “eene grote genegenheit voor allerhande kunsten en wetenschappen” – een genegenheid voor kennis in de breedste zin van het woord, zoals begrepen in een tijd waarin disciplinaire grenzen nog in beweging waren. Goeree’s uiteenlopende interesses en enorme eruditie worden weerspiegeld in zijn eigen boeken, waarin hij onderwerpen bespreekt die variëren van schilderkunst tot de geschiedenis van de Joden, van kosmologische theorieën tot de ideeën van Descartes. Ook zijn bibliotheek suggereert een geleerde eigenaar die vertrouwd is met natuurlijke historie en oude beschavingen, nieuwsgierig naar de laatste filosofische debatten en recente ontwikkelingen op het gebied van geneeskunde.” (Werkplaats Willem Goeree en de productie van kennis in de vroegmoderne Nederlanden)

In het biografisch woordenboek der Nederlanden deel 7 wil ik je graag de samenvatting van zijn bio meegeven:

GOEREE (Willem), zoon van den voorgaande, werd te Middelburg den 11den December 1635 geboren. Hij toonde van zijne jeugd af aan eene groote neiging voor de beoefening van kunsten en wetenschappen, en vond, meer tot jaren gekomen, zijn grootste vermaak in den omgang met geleerde mannen. Tot zijn ongeluk verloor hij vroeg zijn vader, en geraakte daardoor onder de tucht van een onkundigen en strengen stiefvader, die hem, niet willende toestaan dat hij zich aan de studie toewijdde, noodzaakte eene andere werkkring te zoeken. Hij koos hierop den boekhandel, doch vergat daarbij echter de kunsten en wetenschappen niet

A.J. Van der Aa. 1862

In 2004 schrijft Inger Leemans in ‘Nederlandse Letterkunde Jaargang 9: “De weg naar de hel is geplaveid met boeken over de bijbel
Vrijgeest en veelschrijver Willem Goeree (1635-1711)”.

Of hoe je ook nog in deze eeuw op de brandstapel kunt belanden. Vandaar de aandacht van universiteiten om geschiedenis, wetenschap en letterkunde vanuit de tijd waarin ze ontstonden te onderzoeken zoals Weststeijn, T dat deed in 2013 met “The universal art of Samuel van Hoogstraten (1627-1678): painter, writer, and courtier. (University of Amsterdam) en te raadplegen:

Samuel van Hoogstraten
Self-Portrait
c. 1643 and 1650
170 x 135 mm
Pen and brush in brown with red and black chalk
Institut Néerlandais, Frits Lugt Collection, Paris

En bezoek ook:

Hanneke Grootenboer schrijft in ‘De Witte Raaf’, editie 217 van mei-juni 2022 een heel mooie tekst over een ook door mezelf gekoesterd schilderijtje van Rembrandt. ‘Inrtieme ruimtes. Denken in de zeventiende-eeuwse kunst.’ Een fragment.

Rembrandt. ‘De filosoof mediterend’ Klik op onderschrift om te vergroten

“Rembrandt is een schilder van denkers. In 1632 maakte hij een paneeltje van een filosoof die met de handen over de buik gevouwen in een kamer zit. Goud licht valt door het raam. Met het hoofd iets naar voren geleund neemt hij een typerend peinzende pose aan. Het grote folio dat opengeslagen op tafel ligt is wellicht de aanzet geweest tot de mijmeringen waaraan hij ten prooi is gevallen. Terwijl hij niets doet dan denken, als het vleesgeworden vita contemplativa, staat rechtsonder de tegenhanger: de vrouwelijke belichaming van het vita activa, het actieve leven, die met een pook het vuur onder een kookpot opstookt. De twee figuren, hun rol en de verschillende ruimtes rondom hen (de private ruimte van het huishouden en de intieme ruimte van het innerlijk) worden gescheiden door een opvallende s-vormige wenteltrap die beschouwers al kijkend kunnen betreden, tot ze blijven steken in de duistere bocht halverwege, en hun ogen de spiraal naar boven afronden via de onderkant van de trap. De binnen- en buitenzijde van de trap zijn als een DNA-streng helemaal verwikkeld geraakt. Moeten vita contemplativa en vita activa als twee gescheiden leefwijzen gezien worden, of vormen ze samen een wenteltrap, als twee in elkaar gedraaide vormen die elkaar volledig aanvullen?”

Dit kleine paneeltje van 28 bij 34 centimeter – de afmetingen van een iPad – zit vol met gedachten, die zich niet alleen in het hoofd van de oude man afspelen, maar ook de binnenruimte lijken te vullen. Als dit vertrek een metafoor is voor zijn denkruimte, dan speelt de opvallende wenteltrap een grote rol, als een denkfiguur waarmee de filosoof hoger of dieper in zichzelf kan spiralen. Wenteltrappen werden vaker afgebeeld in combinatie met filosofen, zoals in een tafereel van Salomon Koninck – ongeveer een decennium later gemaakt, en met bijna dezelfde afmetingen – dat lang als een pendant is gezien van Rembrandts paneel.

Hanneke Grootenboer “Intieme Ruimtes. Denken in de zeventiende-eeuwse kunst” (fragment) De witte raaf. editie 217. mei-juni 2022

Een versie van deze tekst is uitgesproken op 13 mei als oratie van de auteur als hoogleraar kunstgeschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Lees:

Rembrandt. De filosoof mediterend. Klik op afbeelding om te vergroten

Er is dus meer dan ‘de natuurlijke stand der troniën’. Er is nieuwsgierigheid. Aanvoelen. Kiezen. Nieuwsgierig zijn en blijven. Soms vragen stellen, twijfel uitdrukken, vooral: waar-nemen. Je toont niet alleen het denken, je zet aan tot denken. Nog even Hanneke aan het woord:

“Rembrandts paneeltje kan bekeken worden met de definities van Van Hoogstraten of Goeree in het achterhoofd, maar het roept, als verbeelding van het denken, ook de fundamentele vraag op die door Hannah Arendt zo helder is geformuleerd in haar meesterwerk The Life of the Mind uit 1971. Ze vraagt zich af wat we precies doen als we denken. Wat is het dat ons aanzet tot denken, en waar en wanneer grijpt het denken plaats? Arendt laat zien dat we ons moeten afsluiten van de wereld om ons heen vooraleer een denkproces te kunnen starten. We moeten ons terugtrekken uit de publieke sfeer en de private sfeer betreden – of juister nog: een domein binnen die private sfeer, een intieme ruimte waarin een denker slechts van gedachten vergezeld wordt, en zo met zichzelf in gesprek kan gaan. Denken valt altijd buiten de gewone bezigheden en staat daarmee in contrast, schrijft Arendt:
‘Het onderbreekt telkens weer de gewone levensprocessen, juist zoals het gewone leven telkens weer het denken onderbreekt.’
Een denker heeft altijd een object nodig: hij of zij denkt niet ‘iets’, maar denkt na over iets. Zo’n object noemt Arendt een thought-object, een ‘denkding’. Kunstwerken zijn voor Arendt denkdingen bij uitstek, en betrokkenheid bij kunstwerken leidt niet zozeer tot kennis (of tot waarheid), maar gaat juist voorbij aan de grenzen van kennis en leidt tot betekenisgeving. “(ibidem)

In het zeventiende eeuwse Parijs werd Aristoteles’ filosofie op onderstaande manier verbeeld. Het zal dus eerder bij tuinieren dan bij diep zuchten te zoeken zijn.

Meurisse and Gaultier’s Artificiosa totius logices descriptio, 1614 — Source.

Lees en bekijk:

https://publicdomainreview.org/essay/the-art-of-philosophy-visualising-aristotle-in-early-17th-century-paris/

De schone schijn van het bedrog

Domenico Remps, Scarabattolo, olie op doek, 99 × 136 cm,

"De Schilderkonst is een wetenschap, om alle ideen, ofte denkbeelden, die de gansche zichtbaere natuer kan geven, te verbeelden: en met omtrek en verwe het oog te bedriegen. (...) Want een volmaekte Schildery is als een spiegel van de Natuer, die de dingen, die niet en zijn, doet schijnen te zijn, en op een geoorlofde vermakelijke en prijslijke wijze bedriegt."

(Samuel van Hoogstraeten, Inleyding tot de Hooge Schoole der Schilderkonst: anders de Zichtbaere Werelt, 1678).

In een artikel uit ‘Streven’ jaargang 60 1993 vertelt auteur Jan Muylle ons over dit wonderbaar schilderij van ene Domenico Remps dat tot de collectie van grootprins Ferdinando dei Medici behoorde, een kabinetkast, een scarabattolo, een toonkast waarin kleinodiën zijn opgeborgen. Was deze schilder, tweede helft zeventiende eeuw, een geliefd kunstenaar van de prins de hedendaagse onderzoeker is hij onbekend gebleven.

'De bedrieglijke schijn van de scarabattolo verkrijgt zijn volle werking door de meesterlijke weergave van verschillende materialen, van kunstwerken in verschillende technieken en door de toepassing van allerlei kunstgrepen. Sommige daarvan zijn eigen aan elke trompe-l'oeil. Zo de weergave op natuurlijke grootte en het niet fragmenteren van de levenloze voorwerpen door de begrenzingen van het beschilderde oppervlak. Verder de beperkte diepte, zodat de kijker zich voldoende vrij voor het schilderij kan bewegen zonder het bedrog onmiddellijk te herkennen." 

(Jan Muylle)  Te raadplegen bij de digitale bibliotheek voor de Nederlandse Letteren:

https://www.dbnl.org/tekst/_str010199301_01/_str010199301_01_0004.php

"Deze trompe-l'oeil is er niet alleen voor het oog, maar ook voor het verstand en de moraal. Schilder en/of opdrachtgever moeten deze denkoefening, deze conceptuele benadering vooraf hebben opgezet. De scarabattolo reflecteert de universele kennis door hen vergaard. Kunst en wetenschap gaan hier samen, zoals in de humanistische kunsttheorie ook de schilderkunst als een wetenschap gold. De morele en ethische overwegingen getuigen van het vorstelijke streven deugdzaamheid of virtus te betrachten door de vergankelijkheid te overwegen. Het centraal stellen van de ars picturae in deze microcosmos stemt overeen met de gedachte dat de zintuiglijk waarneembare wereld, de mundus sensibilis, vooral met het oog kan worden kenbaar gemaakt." 

"Het belang van het concept, het encyclopedisch samenbrengen van alle fundamenten van de artistieke traditie en het radicaal doordenken ervan, rukt de scarabattolo onweerstaanbaar in de sfeer van de geestelijke vader van de conceptuele kunst, Marcel Duchamp.  De parallellen tussen de scarabattolo en het werk van Duchamp zouden wel eens onderzocht mogen worden."  (ibidem)

En wie a zegt laten we even ook de ‘D’ van Duchamps uitspreken. Hierbij dus één van zijn readymates als een soort ‘mini’ of draagbaar museum, net zoals de collectie uit de zeventiende eeuw in de scarabattolo.

Deze zeer discutabele readymade is vaak een "mini" of "draagbaar museum" genoemd. Het speelt met Duchamps belangstelling voor de commerciële wereld zoals die te zien is in de etalage en het verwante concept van de multiple als massaproduct. Varnedoe licht zijn theorie over dit verband toe, door te suggereren dat het "hoogstwaarschijnlijk gemodelleerd was naar de monsterkit van een verkoper en miniatuurreplica's van zijn hele 'lijn' bijhad." Anderen hebben soortgelijke interpretaties geopperd en vergelijken de 'Box in a Valise' met het draagbare theater of de koffer van een poppenspeler.
Leather valise containing miniature replicas, photographs, color
reproductions of works by Duchamp, and one “original” drawing
[Large Glass, collotype on celluloid, 7 1/2 x 9 1/2″ (19 x 23.5 cm)]

Een heldere beschrijving van dit werk vond ik bij de Nederlandse Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Alhier te raadplegen:

https://plastic.tool.cultureelerfgoed.nl/artwork/5

Een fragment:

La Boîte-en-valise simuleert de horizontale en verticale assen van een ruimte, weergegeven op schaal. Duchamps artistieke concepten en werken worden hier door de kunstenaar zelf gepresenteerd als een zorgvuldig geordend geheel. Het exemplaar van het Stedelijk Museum behoort tot de eerste serie, geassembleerd tussen 1941 en 1949. In de daaropvolgende jaren zijn nog zes series in elkaar gezet. Ieder serie is net iets anders dan de rest. De laatste twee series verschillen het meest omdat ze tachtig onderdelen bevatten.

Marcel Duchamp (1887-1968) besloot aan het begin van de twintigste eeuw om niet langer op de traditionele manier kunst te maken. Hij ging zelfs bestaande gebruiksvoorwerpen signeren en tot kunst verklaren. Daarmee was de ready-made een feit, een gebeurtenis die van enorme invloed is geweest op de ontwikkeling van de moderne kunst; de betekenis van een ‘origineel’ kunstwerk kwam hiermee volop ter discussie te staan. Het koffertje vol reproducties, een draagbare tentoonstelling, voegt hier nog een laag aan toe. En...
William J. McCloskey Still Life Tangerines 1919

Eind jaren 1870 studeerde William McCloskey als jonge student aan de Pennsylvania Academy of the Fine Arts bij twee prominente figuren uit de kunstgemeenschap van Philadelphia, Christian Schussele en Thomas Eakins. Zij moedigden hun studenten aan om deel te nemen aan stillevens om hun vaardigheden in het schilderen van licht en textuur te ontwikkelen en te verbeteren. Eakins instrueerde zijn leerlingen: “Schilder een sinaasappel. Nadat je het gedaan hebt, introduceer je een wit ding… Neem een ei of een sinaasappel, een stuk zwarte stof en een stuk wit papier en probeer licht en kleur te krijgen”

(Maria Chamberlin-Hellman, “Thomas Eakins as Teacher,” Ph.D. diss., New York, 1981, p. 267).

Sinaasappels, naast citroenen en appels, bleken eindeloos fascinerend voor William McCloskey, die de onderwerpen meestal van dichtbij en in een ondiepe ruimte presenteerde. In Wrapped Oranges on a Tabletop rangschikt McCloskey sinaasappels op een gepolijst spiegelend oppervlak, waarvan de helderheid wordt benadrukt door een onzichtbare lichtbron tegen een donker Pruisisch-blauwe fluwelen achtergrond. Vier van de sinaasappels zijn gewikkeld of delicaat gedraaid in dun, fijn gedetailleerd vloeipapier, een gewoonte die in deze periode gewoonlijk werd gebruikt om fruit te bewaren tijdens het vervoer tussen de staten. Het trompe-l’oeil effect dat ontstaat door de voelbare textuur van het stralend witte vloeipapier, afwisselend dun waar gescheurd en dik waar gedraaid, voegt een laag complexiteit toe aan dit schijnbaar eenvoudige stilleven.

William McCloskey (1859-1941) en Alberta Binford McCloskey (1863-1911) waren een man en vrouw die bekend stonden om zowel hun individuele werk als hun gezamenlijk werk. Alberta Binford McCloskey was voornamelijk autodidact, maar wordt door sommigen beschouwd als de superieure kunstenaar van de twee. William en Alberta ontmoetten elkaar tijdens hun werk als kunstenaar in Denver, en zij trouwden in 1883. De volgende vijftien jaar reisde en schilderde het paar veel samen. Ze verhuisden in 1884 naar Los Angeles en deden zaken door open-huis-feesten te organiseren voor prominenten en plaatselijke kunstenaars. Alberta richtte haar werk op bloemstillevens en William op portretten.

Chrysanthemums in an Oriental Vase
Alberta Binford,McCloskey

Een uitgebreid bio van het schilderspaar kun je lezen in de American Art Gallery:

http://americanartgallery.org/artist/readmore/id/608

WILLIAM MCCLOSKEY (1859 – 1941) PORTRAIT OF ALBERTA BINFORD

‘Partners in Illusion’ was de titel van een tentoonstelling in mei 1996.

Throughout their joint and separate careers, the McCloskeys were extremely mobile, traveling throughout the United States and Europe to fulfill portrait commissions and to exhibit and promote their work. They spent periods of time in San Francisco, London, Paris, Salt Lake City, and New York, in addition to Los Angeles. When the couple separated in 1898, William remained in California, moving to Oregon in the mid-1920s. In the latter part of his career, he saw his traditional technique and style become outmoded. Both McCloskeys were relatively forgotten until 1996, when a major retrospective at the Bowers Museum of Cultural Art in Santa Ana, California, a repository for many of their works, reintroduced their once-celebrated art.
William McCloskeys still life with wrapped lemons

Uit de vergetelheid bleven talrijke fruit-stillevens bewaard waar telkens weer de inbreng van een verpakking het onderwerp bijzonder ‘voelbaar’ maakte. Dat ‘naderbij-effect’, de scheuren in het papier of de slordige plooien verbeterden niet alleen licht en textuur maar verbonden het onderwerp nauwer met de kijker. Zowel William’s als Alberta’s in papier verpakte citrusvruchten zijn zo opvallend door het gebruik van een ’trompe l’oeil’-techniek waarbij voorwerpen zo realistisch worden geschilderd dat kijkers de indruk krijgen dat ze echt zijn. Ook de bloemstukken van Alberta waarin de keramische of cloisonné – vazen net zo gedetailleerd worden geschilderd als de bloemen, overleefden de tijd waar haar kinderportretten vaak door hun Victoriaanse stijfheid in dat tijdperk achterbleven als persoonlijke herinneringen of tijdsdocumenten. ‘Partners in illusion’ zijn ze tot de dag van vandaag gebleven.

De aantrekkingskracht van die uiterst gedetailleerde werkelijkheid werd door de fotografie ingehaald, en de revolutie tegen die vorm van exact weergegeven werkelijkheid kreeg in het impressionisme gestalte en waaierde uit tot ver over de grenzen van de twintigste eeuw en meanderde in de talrijke stromingen waarin vragen rond ‘de echtheid’ net zo veel invullingen als weerstanden opriep. Tenslotte zijn we met zijn allen ‘partners in illusion’. Onder de mantel van schone schijn en van het bedrog waaronder ook de essenties huishouden.

Eigen foto

Is het tenslotte om het spektakel te doen?

Een moeilijk te overtreffen afwijzing van het spektakel is terug te vinden in La société du spectacle, het boek van Guy Debord uit 1967 dat op haast magische wijze – gedeeltelijk – actueel blijft, en waarvan in 2015 bij uitgeverij IJzer nog een gereviseerde Nederlandse vertaling verscheen. Debords uitgangspunt is eenvoudig: alles in het leven bevindt zich steeds verder weg, omdat het zich ‘in een voorstelling heeft verwijderd’. We kunnen de wereld niet meer kennen – we kennen, ook door de toegenomen aanwezigheid en diversiteit van media, enkel beelden van de wereld, in die mate dat deze voorstellingen, inderdaad als spektakels, belangrijker zijn geworden dan waarnaar ze verwijzen. Het komt er niet langer op aan of iets of iemand goed, waarachtig of echt is – het is zaak integer, doortastend en rechtschapen te lijken, om vervolgens op die manier te scoren. Image is everything, de werkelijkheid wordt door spindoctors bedacht en alleen wat spektakel veroorzaakt – en dus, vandaag de dag, clicks en likes genereert – is van belang. Dat is niet enkel een kwestie van economie of politiek: het is een logica die het gedrag van mensen bepaalt, door hen tot onbetrouwbare concurrenten te maken, of door hen van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat te verplichten aan een spektakel deel te nemen of het te produceren, al was het maar door een foto op Instagram te zetten.

 (De Groene Amsterdammer 15 janauari 2019  'Weg met de werkelijkheid' Christophe Van Gerrewey)
Guercino ? Seated Youth