Leonora Carrington: geen tijd om iemands muze te zijn (1917-2011)

Leonora Carrington. And Then We Saw the Daughter of the Minotaur. 1953. Oil on canvas, 23 5/8 × 27 9/16″ (60 × 70 cm).

Zie of lees je het woord “surrealisme’ dan is ‘oorlog’ dichtbij of net voorbij. Wellicht verklaart het ook , als oorlogskind, mijn eigen belangstelling, niet alleen voor het absurdistische maar vooral voor de vaak ongerijmde visuele combinaties alsof je droomt terwijl je wakker bent.

“Ik had geen tijd om iemands 
muze te zijn...
Ik had het te druk met rebelleren tegen mijn familie
en met het leren kunstenaar te zijn.”

Leonora Carrington



During World War II, after the imprisonment of her then partner Max Ernst, Carrington fled France and sought asylum in Spain. There, she experienced a series of psychological crises. Her family placed her in a sanatorium against her will, where she was subjected to severe treatments. Carrington eventually moved to New York, where André Breton encouraged her to write about her experiences in the Surrealist journal VVV. Shortly thereafter she made Green Tea, which is possibly a meditation on her confinement. At left there is a figure, often interpreted as the artist, clad in a restrictive cowhide-like straitjacket. A white horse, another one of Carrington’s autobiographical symbols, is chained to a tree nearby. (Moma)
Green Tea, 1942
Oil on canvas
24 x 30 inches (61 x 76.2 cm)
Museum of Modern Art, New York. Gift of the Drue Heinz Trust (by exchange). © 2024 Leonora Carrington/ Artists Rights Society (ARS), New York

Carrington kwam in opstand tegen de maatschappelijke verwachtingen die ze ervaarde als een jonge vrouw uit de hogere klasse geboren in Lancashire, Engeland. Ze baalde van de regels van haar rooms-katholieke kostscholen, verveeld door de schijnbaar eindeloze reeks debutanten-ballen. Haar interesses lagen in plaats daarvan bij Ierse fabels en Engelse schrijvers zoals Lewis Carroll, Jonathan Swift en Beatrix Potter. Zoals kunsthistoricus Susan Aberth zich herinnert: “Carrington, wiens jeugd doordrenkt was van sprookjes en fantasieliteratuur, verloor nooit die jeugdige denkwijze en zou in haar negentiger jaren lange passages van Lewis Carroll reciteren met een levendige glans in haar oog.” 


 In And Then We Saw the Daughter of the Minotaur (1953) (zie bovenaan), she depicts her two small children—Gabriel and Pablo—among mystical creatures and crystal balls, possibly awaiting an act of divination. Over the course of her eight-decade career, Carrington continued to explore the mystery of the world around her, claiming at the end of her life, “The only thing I know, is that I don’t know.”(Moma)


Leonora Carrington
La cuna (The Cradle), c. 1945 (de wieg)
Carved and painted wood, rope, and fabric
54 3/10 x 50 4/5 x 26 inches (137.9 x 129 x 66 cm)
Surrealism’s attitude toward women was ambivalent. André Breton, the founder of the movement and a key impresario, was fascinated by the Freudian idea that the female psyche was unrestrained, mystical, and erotic. And some female artists associated with the movement, such as Carrington, were framed as the femme enfant (woman child) who served as muse to the male artist. But as Carrington once said, “I didn’t have time to be anyone’s muse…I was too busy rebelling against my family and learning to be an artist.”
(Moma)



Equinoxio, 1958
Oil on canvas
28 3/4 x 36 1/2 inches (73 x 93 cm)

De surrealistische beweging worstelde met de politiek door stormachtige allianties aan te gaan met de Communistische Partij en baande zich een kronkelige weg door de nachtmerrie van de wereldgebeurtenissen van het midden van de 20e eeuw, totdat de Duitse bezetting van Parijs in 1940 de meeste dichters en kunstenaars dwong de stad te ontvluchten die het epicentrum was geweest. (Ondanks zijn Parijse oorsprong had het surrealisme, zoals bleek uit een prachtige tentoonstelling in het Metropolitan Museum in 2021, zich tegen die tijd al over de hele wereld verspreid.)

(NY Times Arthur Lubow. 24/12/2025)

Leonora Carrington’s “The Pleasures of Dagobert” (1945), features fantastical creatures and set an auction record for her work last year.Credit…Estate of Leonora Carrington/Artists Rights Society (ARS), New York; via Philadelphia Art Museum

In 1944 schrijft ze in ‘Down Below’ haar memoires, als oproep tot de lezers:

“Exactly three years ago, I was interned in Dr. Morales’s sanatorium in Santander, Spain, Dr. Pardo, of Madrid, and the British Consul having pronounced me incurably insane. Since I fortuitously met you, whom I consider the most clear-sighted of all, I began gathering a week ago the threads which might have led me across the initial border of Knowledge. I must live through that experience all over again, because, by doing so, I believe that I may be of use to you, just as I believe that you will be of help in my journey beyond that frontier by keeping me lucid and by enabling me to put on and to take off at will the mask which will be my shield against the hostility of Conformism.”

Leonora Carrington, „The house opposite“, 1945 (klik op titel voor bio waarin ook vergroting van dit werk)

“Precies drie jaar geleden werd ik opgenomen in het sanatorium van Dr. Morales in Santander, Spanje, nadat Dr. Pardo uit Madrid en de Britse consul mij ongeneeslijk krankzinnig hadden verklaard. Sinds ik u toevallig heb ontmoet, die ik beschouw als de meest scherpzinnige van allen, ben ik een week geleden begonnen met het verzamelen van de draden die mij over de eerste grens van Kennis hadden kunnen leiden. Ik moet die ervaring opnieuw beleven, omdat ik geloof dat ik u daarmee van nut kan zijn, net zoals ik geloof dat u mij kunt helpen bij mijn reis voorbij die grens door mij helder te houden en mij in staat te stellen naar believen het masker op te zetten en af te nemen dat mijn schild zal zijn tegen de vijandigheid van het conformisme.”

Een helder verteld (Engels) bio. Engelse onderschriften mogelijk.

“Vrijdag de dertiende’

Een grote collectie werken kun je bekijken via:

https://archive.org/details/TempleWordABMB/100_001.jpg

Met 63 originele sculpturen, tekeningen, lithografieën, foto’s, wandtapijten en maskers van fantastische wezens die nog nooit eerder te zien waren, opende het Leonora Carrington Museum in Xilitla in 2018 zijn deuren.

Beschouw deze bijdrage als vertrekpunt. Ik probeerde de lezer een keuze aan te bieden van verschillende bronnen die meestal kriskras her en der te vinden zijn en als uitgangspunt of toelichting kunnen dienen ieder naar eigen wil en vermogen. Er zijn ook verwijzingen naar beeldmateriaal die best tot hun recht komen op een groot scherm. De bepalingen uit de kunstgeschiedenis heb ik zoveel mogelijk vermeden omdat ik veronderstel dat een lezer(es) die ofwel kent ofwel weet dat het van kunst genieten nog iets anders is dan een leergang kunstgeschiedenis die als aanvulling echter een synthese maken kan bevoordelen. Vooral ‘de verwondering’ is een eigenschap die we ten zeerste willen behouden, een te koesteren eigenschap uit de kindertijd.

Leonora Carrington. ‘The Gibbet Birds’. 1974. Inkt en aquarel op papier
Leonora Carrington. ‘De Kat’
Tegen het einde van haar leven werd ze bevraagd over haar favoriete moment in de geschiedenis. Haar antwoord was helder: “The one that has not happened yet – the fall of patriarchy that will take place in the 21st century.” Hiermee was Carrington haar tijd ver vooruit -heel ver, gezien de omgekeerde beweging die we in de huidige context lijken te maken. Maar ze geldt nog steeds als lichtend voorbeeld in de manier waarop ze haar eigen patriarchale systeem ten val gebracht. Ze koos haar eigen wegen, ten koste van de mensen die haar na aan het hart lagen.

“I always did my running away alone,” zei ze later. Geen pose, maar een levenshouding. En misschien ook wel haar grootste kunstwerk.
(Art Couch Frederic De Meyer)

Meer dan de moeite waard om te bekijken deze aflevering van Great Art Explained: Lenora Carrington: Self-Portrait (Inn of the Dawn Horse) ondanks de onderbrekingen voor vernederende publiciteit. (Onbedoeld surrealistisch)

Self-Portrait: Inn of the Dawn Horse by Leonora Carrington, 1937-8.

Kwam de mail-aankondiging nogal op vreemd formaat? Wij proberen de oorzaak daarvan te ontdekken. Meld het ons als dat zo was. Dank.

Lees ook:

Robert Desnos: J’ ai tant rêvé de toi

Met de nasmaak van Valentijn? Of toch, eerlijk, geënt op hetzelfde verlangen -maar in de diepte of de hoogte, deze klassieker, dit surrealistisch doorvoelen van wat vrijwel niet in taal of beeld is uit te drukken, geschreven door een man die in 1945 in het concentratiekamp van Terezin, Theresienstadt aan tyfus sterft: dichter, schrijver Robert Desnos. (1900-1945)

'Ainsi Robert Desnos sortait-il de l'anonymat d'un simple numéro de matricule tatoué sur son bras. À peine la nouvelle de sa mort était-elle connue qu'une légende prit naissance. D'un poème qu'il avait écrit en 1926 J'ai tant rêvé de toi, la dernière strophe, à travers des traductions en tchèque et en français, devint pour la conscience collective l'ultime message du poète à la femme aimée sous le titre Le Dernier Poème. La voix de Robert Desnos résonne désormais dans un poème qui a cessé de lui appartenir pour devenir la voix de tous.' (Robert Desnos Association)

'J' ai tant rêvé de toi.'



J’ai tant rêvé de toi que tu perds ta réalité.
Est-il encore temps d’atteindre ce corps vivant
et de baiser sur cette bouche la naissance
de la voix qui m’est chère ?
J’ai tant rêvé de toi que mes bras habitués en étreignant ton ombre
à se croiser sur ma poitrine ne se plieraient pas
au contour de ton corps, peut-être.
Et que, devant l’apparence réelle de ce qui me hante
et me gouverne depuis des jours et des années
je deviendrais une ombre sans doute,
Ô balances sentimentales.

J’ai tant rêvé de toi qu’il n’est plus temps sans doute que je m’éveille.
Je dors debout, le corps exposé à toutes les apparences de la vie
et de l’amour et toi, la seule qui compte aujourd’hui pour moi,
je pourrais moins toucher ton front et tes lèvres que les premières lèvres
et le premier front venu.

J’ai tant rêvé de toi, tant marché, parlé, couché avec ton fantôme
qu’il ne me reste plus peut-être, et pourtant,
qu’à être fantôme parmi les fantômes et plus ombre cent fois
que l’ombre qui se promène et se promènera allègrement
sur le cadran solaire de ta vie.

Robert Desnos “A la mystérieuse”, in Corps et Biens, 1930

Kijk naar de geanimeerde kortfilm, groot scherm aangeraden:


Ik heb zoveel van je gedroomd dat je je realiteit aan het verliezen bent.
Is er nog tijd om dit levende lichaam te bereiken
en op deze mond de geboorte te kussen
van de stem die mij dierbaar is?
Ik heb zoveel van je gedroomd dat mijn armen, gewend om je schaduw te omarmen
te kruisen over mijn borst, niet wilden buigen
naar de contouren van je lichaam, misschien.
En dat, geconfronteerd met de echte verschijning van wat me heeft achtervolgd
en me al dagen en jaren beheerst
Ik ongetwijfeld een schaduw zou worden,
Oh sentimentele weegschaal.

Ik heb zoveel van je gedroomd dat er waarschijnlijk geen tijd meer voor me is om wakker te worden.
Ik slaap rechtop, mijn lichaam blootgesteld aan alle verschijningen van het leven
en van de liefde en jij, de enige die er vandaag voor mij toe doet,
Ik zal je voorhoofd en lippen minder snel aanraken dan de eerste lippen
en het eerste voorhoofd dat voorbij komt.

Ik heb zoveel van je gedroomd, zoveel met je geest gelopen, gepraat en geslapen
dat er voor mij misschien niets anders overblijft, en toch
maar om een geest onder de geesten te zijn en honderd keer meer een schaduw
dan de schaduw die dwaalt en gelukkig zal dwalen
op de zonnewijzer van je leven.

Robert Desnos (1900-1945)
Marc Chagall, Around Her, 1945. Oil on canvas, 131 × 109.5 cm. Centre Pompidou, Paris, Musée national d’art moderne
I’ve dreamed of you so much

I’ve dreamed of you so much that you are losing your reality.
Is there still time to touch this living body
And to plant on this mouth the birth
Of the voice that I hold dear?

I’ve dreamed of you so much that my arms accustomed
In embracing your shadow to crossing over my chest would not reach
Around your body, perhaps.
And that, before the real semblance of what has haunted
And governed me for days and years,
I would become a shadow, doubtless.
Oh sentimental hesitations.

I’ve dreamed of you so much that there is
Doubtless not time for me to wake up now.
I sleep standing up, my body exposed
To all semblance of life
And love and you, the only one
Who matters to me now,
I would be less able to touch your forehead
And your lips than the first lips
And first forehead to come my way.

I’ve dreamed of you so much, walked, spoken,
Slept with your ghost so much
That all that remains for me to do perhaps,
And yet, is to be a ghost
Among the ghosts and a hundred times
More shadow than the shadow which strolls
And will stroll blithely
On the sundial of your life.
Les comptes du poète (crayon sur papier). Robert Desnos



De eerste gedichten van Desnos (onder invloed van Rimbaud) verschenen al in 1917 in La Tribune des Jeunes. Door Benjamin Péret werd hij vervolgens geïntroduceerd in het dadaïstische en surrealistische milieu van Parijs (André Breton, Louis Aragon, Paul Eluard). Het resulteert in de poëziebundel Rose Sélavy (1922-1923), waarin hij een lans breekt voor de ‘écriture automatique’ en de droomwereld gebruikt als sleutel naar het onderbewuste. Ook Corps et Biens (1930) bevat veel van dergelijke experimenten en kan gelden als typisch voor wat de surrealisten in de jaren 1920-1930 zochten en beproefden. In 1930 brak Desnos echter met Breton en zijn medestanders, stellende dat hij zich niet meer kon vinden in het tot systeem gevonden surrealisme. (Wikipedia)


De dichter Robert Desnos schreef op 8 februari 1944 in zijn dagboek: ‘Wat ik hier of elders schrijf zal in de toekomst zonder enige twijfel maar een paar nieuwsgierigen, verspreid over de jaren, interesseren.

Om de vijfentwintig of dertig jaar zal men in vertrouwelijke publicaties mijn naam en een paar fragmenten uit mijn werk, steeds dezelfde, naar voren brengen. De gedichten voor kinderen zullen iets langer overleven dan de rest. Ik behoor toe aan het hoofdstuk van de beperkte belangstelling. Maar dat zal langer duren dan veel van huidige schrijfsels’.

(Dick Broer, Robert Desnos, de onbekende)


 Zeg voor mij gedag aan het meisje van de brug
aan het kleine meisje dat van die mooie liedjes zingt
aan mijn boezemvriend die ik verwaarloosd heb
aan mijn eerste minnares
aan hen die haar je weet wel hebben gekend
aan mijn echte vrienden hen zal je gemakkelijk herkennen
aan mijn zwaard van glas
aan mijn sirene van was
aan de monsters aan mijn bed
Wat jou betreft waar ik meer dan wat ook ter wereld van hou
Ik zeg je nog geen gedag
Ik zal je weer zien
Maar ik ben bang dat ik je nog maar even kan zien

(fragment uit het lange gedicht Siramour uit 1942)


Twee kleine bijlagen (3:19″): ‘The description of a dream: ook in de radiostudio was hij thuis. In 1938 maakt hij er onder de algemene noemer ‘Fantomas’ ‘The house of hidden knowledge, of de geschiedenis van een droom, een verhaal met geluiden en muziekfragmenten. In een blog waar het ‘hoorspel’ in al zijn gedaanten thuis is mag dit niet ontbreken.


Desnos was een flamboyante verschijning in het Parijs van het interbellum. Niet alleen bewoog hij zich te midden van avant-gardistische schrijvers, maar ook schreef hij scenario’s voor experimentele films, zoals Emak Bakia (1927) en L’étoile de mer (1928) van Man Ray. Hij was veelvuldig te zien in het uitgaansleven, werd zwaar verliefd op chanteuse Yvonne George en trouwde met de extravagante Youki Foujita. In de jaren dertig had Desnos ook een spraakmakend radioprogramma op de nationale, genaamd ‘Fantomas’. Hij was bevriend met artistieke grootheden als Pablo Picasso, Ernest Hemingway en John Dos Passos. (wikipedia)

Bezoek de (tanende) website:

https://web.archive.org/web/20100702080246/http://www.robertdesnos.asso.fr

Een beetje frisser, hedendaagser:

https://www.robertdesnos.com/biographie

Achter de titel van deze bijdrage, foto van Youki en Robert Desnos



“Que ferai-je à l’avenir? Si tous les projets ne se mesuraient à la longueur de la vie, je voudrais reprendre des études mathématiques et physiques délaissées depuis un quart de siècle, rapprendre cette belle langue. J’aurais alors l’ambition de faire de la “Poétique” un chapitre des mathématiques. Projet démesuré certes, mais dont la réussite ne porterait préjudice ni à l’inspiration, ni à l’intuition, ni à la sensualité. La Poésie n’est-elle pas aussi science des nombres?»

Robert Desnos. (Fortunes, 1942, nu Collection Poésie/Gallimard (nr 42) 1969)

Dromen in de schuilkelder-Dreaming in the shelter

In tijden van oorlog is dromen moeilijk maar begrijpbaar. De ‘Surreal Photography’ van Erik Johansson inspireerde mij tot enkele teksten om even aan die oorlog te ontkomen. De Engelse vertalingen zijn voorlopige pogingen om deelname aan de inhoud te bevorderen.

Erik Johansson ‘Cumulus & Thunder 2017
Je vader,
de schapenwolken-scheerder
-cirrocumuli-
schoor het gekrulde schapenwit
de hoge hemel in.
'Het wordt kouder, kind.'
Zwart broertje 'Donder'
heeft zijn tijd gehad.

Voor het donker
moet de kudde de luchten leeg eten.
Je moeders manen
willen 
in heldere hemelnachten.
schitteren.
Erik Johansson Ful lMoon Service 2017
Your father,
the sheep-shearer
-cirrocumuli-
sheared the curly white sheep
into the high heavens.
'It is getting colder, child.'
Black brother 'Thunder'
has had his time.

Before dark
the herd must eat the skies dry.
Your mother's moons
want sparkle
in bright sky nights.
Erik Johansson The reset 2020 ‘Something that could just make things go back to normal
Reset.
Nog net voor hij zal drukken
vraagt hij haar
of het terug naar vroeger moet:
het rennen
tegen het rukken van de tijd.
Of spijt:
dat grijs normale
dat alle dromen
splijt.
Eerst betalen
voor enkele scherven gespiegelde
eeuwigheid.
Erik Johansson Impact 2016
Reset.
Just before he will press
he asks her
if it has to go back to the old days:
the running
against the tug of time.
Or regret:
that grey normal
that splits all dreams
First pay
for a few shards of mirrored
eternity.
Erik Johansson Second Attic 2021
Toch is er boven de zolder
nog een tweede 
zoals in het hoofd
het denken
een trapje hoger
zingen wordt
en nog een zolder daarboven
met onzegbare dromen
is gestapeld.

Door dat laatste zolderraam
ontsnap je,
vleugels overbodig.

Een beetje schrik voor het donker
vertraagt
het vallen.
Erik Johansson Falling Asleep 2018
Yet above the attic
another one 
as in the head
thinking
a step higher
becomes singing
and another attic above
with unspeakable dreams
is piled up.

Through that last attic window
you escape,
wings superfluous.

A little fear of the dark
slows down
the fall.
Erik Johansson Leap of Faith 2018

WHO IS ERIK JOHANSSON?

Erik Johansson (born 1985) is a photographer and visual artist from Sweden based in Prague, Czech Republic. His work can be described as surreal world created by combining photographs. Erik mainly works on personal projects and doing exhibitions around the world. In contrast to traditional photography he doesn’t capture moments, he captures ideas with the help of his camera and imagination. The goal is to capture a story in a single frame and to make it look as realistic as possible even if the scene itself contains impossible elements. In the end it all comes down to problem solving, finding a way to capture the impossible. (website)

Website:

https://www.erikjo.com/

Erik Johansson Office Escape 2019

Beeld en begrip: tweespalt of synthese (slot)

René Margritte De Overwinning

Bleek de bestudering van het vuur niet tot een begin van wetenschap te voeren, dan bracht ze ons wel naar de wortel van de verbeelding en naar de oorsprong van de poëzie. In zijn wetenschapsfilosofie ontdekte Gaston Bachelard opnieuw de kracht van de verbeelding.

De zienswijze van Bachelard moeten we plaatsen in de historische context, want met de Eerste Wereldoorlog was een tijdperk afgesloten. Niet alleen politieke omwentelingen, zoals het uiteenvallen van het oude Europa en de opkomst van het communisme, ook nieuwe wetenschappelijke theorieën verhinderden dat men zich kon herkennen in op de Verlichting teruggaande waarden. Deze ontwikkelingen vielen als schaduwen over het vertrouwde mens- en wereldbeeld en deden sommigen spreken van een cultuurcrisis. 

Bachelard begroette in deze vermeende crisis geen neergang of ondergang, maar een vernieuwende doorbraak.Hij kwam tot het inzicht dat noch de microfysica van Heisenberg, noch de relativiteitstheorie van Einstein kunnen zijn voortgekomen uit een studie van de waarnemingswereld en dat zij evenmin in overeenstemming zijn te brengen met de grondslagen van de klassieke fysica. Hij deelt de conclusie die Heisenberg uit de ontwikkeling van de microfysica trok: in de steeds verdergaande wetenschappelijke analyse is de voorstelling omtrent de objectieve realiteit van de werkelijkheid verloren gegaan. 

De bron van objectiviteit is niet meer een buiten de kennis gelegen object, maar de objectiverende methode.Dat heeft volgens Bachelard niet alleen consequenties voor de filosofische conceptie van realiteit, maar ook voor het begrip van rationaliteit. De wetenschappelijke acceleraties van onze eeuw maken duidelijk dat rationaliteit niet gebonden is aan een of andere menselijke natuur, maar aan de ontwikkeling van het kenvermogen in de wetenschap. Als de structuur van ruimte en tijd veranderen, dan verandert ook de structuur van de rede.
Kay Sage From Another Approach

De nieuwe wetenschap vond weerklank in een artistieke beweging: het surrealisme. Bachelard gebruikte hun vocabularium meermaals en herkende in zulke uiteenlopende persoonlijkheden als Nietszche, Freud, Leautrémont en Baudelaire maar ook in Einstein en Heisenberg verwante geesten.

In hun gedachtengoed vonden de surrealisten aanknopingspunten voor het streven de menselijke verbeelding te bevrijden uit de starre kaders van rationalisme, logica en een conservatieve sociale ordening, teneinde hem opnieuw bewust te maken van zijn oorspronkelijke creativiteit. Hierop lijkt Bachelard in te haken, wanneer hij in de 'surrationalistische' activiteit van de hedendaagse natuurwetenschap een parallelle ontwikkeling en een overeenkomstig effect gewaar wordt. Maar er is meer dat hij met het surrealisme deelt: ook de daarin getoonde belangstelling voor de psychoanalyse en het onderscheid dat deze maakt tussen een oppervlakte-structuur van het bewustzijn en de diepere lagen van het voor- en onbewuste spreekt hem aan. En daarmee komen we weer dichter bij het vuur, het vuur dat geen wetenschappelijk object is geworden, maar dat zowel vroeger als nu de menselijke verbeelding doet ontvlammen. 
Joan Miro El Jardin

Een wetenschappelijke waarheid verschijnt steeds tegen een achtergrond van dwalingen, beweert Bachelard.

De door Fresnel gepostuleerde ether, het materiële medium waardoor de golfbewegingen van het licht zich zouden voortplanten, is zo'n dwaalleer gebleken. Maar wel een vruchtbare, want het onbevredigende karakter van dit postulaat hield de geesten in beweging en droeg via het mislukte spiegelexperiment van Michelson en Morley bij aan de doorbraak van Einstein. 

Het is dus niet het waarheidsstreven, maar het streven naar correctie van dwalingen dat volgens Bachelard de motor is van wetenschappelijke vooruitgang.

Maar het woord 'dwaling' is dubbelzinnig en het taalgebruik van Bachelard is dit evenzeer. De psychoanalyse laat zien, dat ook het menszijn dubbelzinnig is en dat onder de rationele motivering van een volgehouden dwaalleer vaak nog andere motieven werkzaam zijn. Onder andere heimelijke vooringenomenheden van een wetenschappelijk onbewuste, die als uitwerking op het oppervlakteniveau van het wetenschappelijk onderzoek leiden tot een immobilisering van het denken.
Max Ernst Castor and Pollution 1923
Bachelard toont hoe het denken van de wetenschapper bevangen door een gerichtheid op te concrete en fascinerende, bijna pittoreske fenomenen als bijvoorbeeld vuur en water, verlamd raakt door de verbeelding. 
Wil men dit vermijden dan kan dat alleen door de geest af te keren van een al te interessante realiteit en hem te richten op het artificiële. Hierbij verwijst hij naar de louterende werking van het mathematische denken dat leidt tot een uitdrijving van het wetenschappelijke onbewuste. De ontwikkeling van de natuurwetenschap brengt hij samen met de uitzonderlijke denkkracht van de wiskunde: ,,Geen nieuwe kennis zonder de beheersing van dit instrument.''

Met zijn psychoanalyse van de objectieve kennis wil Bachelard aantonen hoe de oude alchemist in de jonge ingenieur aanwezig is. Zo blijkt de bestudering van het vuur niet tot een begin van wetenschap te voeren; zij voert ons echter wel naar de wortel van de verbeelding en naar de oorsprong van de poëzie. We zouden kunnen zeggen dat hij als het ware in zijn wetenschapsfilosofie opnieuw de kracht van de verbeelding ontdekt.
‘La traversée difficile’ (de moeilijke kruising), René Magritte, versie uit 1963.

En welke visie van de dubbele wijsbegeerte past nu volgens Bachelard op het probleem van de twee culturen? Beeld en Begrip. Vermengt men het poëtische niet met het wetenschappelijke, dan komt Snow’s standpunt niet in aanmerking. Maar blijft dan toch niet de verscheurdheid bestaan die Monod poneert? Denkende en dromende houding lijken immers elkaar uit te sluiten als mannelijke en vrouwelijke kant, als de dag- en de nachtzijde van het menselijk bewustzijn.

Zo eenvoudig is het antwoord echter niet.De verbeelding werkt aan de oorsprong van de wetenschap. De wetenschap moet met haar breken om verder te komen, maar verder komen betekent, dat wetenschap ook niet helemaal zonder de verbeelding kan. De door Bachelard geschetste oppositie tussen beeld en begrip is misschien om polemische redenen soms wel al te scherp. Ook valt op dat er ondanks alle verschil toch ook overeenkomsten bestaan tussen zijn theorie van de verbeelding en zijn filosofie van de wetenschap. 
Zoals de literaire taal een vernieuwing van de psyche bewerkstelligt, zo betekent de mathematische denkvorm een vernieuwing van de ratio. De twee culturen zijn bij Bachelard volstrekt gelijkberechtigd en bijeen horend; de mens moet tweetalig zijn om, onder handhaving van het onderscheid, volledig mens te zijn. Elke poging tot synthese zou betekenen dat men zowel het beste in de dichter, als het beste in de wetenschapper opoffert.
René Magritte, La reproduction interdite (Verboden af te beelden), 1937.
Beeld Museum Boijmans Van Beuningen Rotterdam
Samenvatting van een lezing door Dr. Cees Hertogh over het werk van de wetenschapsfilosoof Gaston Bachelard (1884-1962) deel 2  Bewerking Mannus van der Laan en Gmt
" La manière dont on imagine est souvent plus instructive que ce qu'on imagine. "
Gaston Bachelard ; La psychanalyse du feu (1938)
Wie het boek wil lezen vindt hier een pdf:

Dreaming Oneself Awake: Eileen Angar (1899-1991)

Collective Unconscious 1977-78

Laten we dat nu eens anders doen.
Dat binnenkomen.
Entrez. Come in.

Niet langs een bio of een wijze quote.
Maar langs de dingen die achterblijven als je weg bent.
Niet even een boodschap doen.
Ik bedoel: echt weg.
Dood.

Soms worden ze bijgehouden.
De dingen waarmee je je elke dag omringde.
Zelfs door een museum.

De liefde van het bijhouden.
Om je niet helemaal te laten verdwijnen.
Kijk maar. Het duurt niet lang: 5’43”

'I have spent my whole life in revolt against convention, trying to bring colour and light and a sense of the mysterious to daily existence. One must have a hunger for new colour, new shapes, and new possibilities of discovery.’ 
The return of Nautilius
Algar, whose preferred working method was collage, often incorporated "found object" within her paintings, drawings and sculptural pieces physically and as represented motifs. Her Diploma work is composed of forms derived from molluscs, shells, sea-anemones, seaweed and fossils. While living in Paris in the late 1920s, Agar regularly visited the Jardin des Plantes where she became fascinated by.(Royal Academy Collection Art)
Marine Object (1939)

Zouden we het nu over het surrealisme hebben dan vind je dadelijk 30-40 youtubes daaromtrent. Met de bekende namen: André Breton, Salvador Dali, en wie weet, de enige vrouw in het rijtje: Eileen Angar, al durf ik dat betwijfelen. De heer Freud is een graag geziene verwijzing, even later weer danig door de behavioristen naar de fabelmand verwezen, en zachtjes uit het puin gehaald door hedendaagse specialisten van hersenen en bewustzijn als Antonio Damasio en tegenwoordig Mark Solms. Wat nemen wij waar, en of we daar nog iets bij voelen ook om het simplistisch te poneren. De droom waarin de werkelijkheid ontdaan is van haar vaak camouflerende of verzwijgende logica mag niet ontbreken.

Erotic Landscape 1942
Eileen Agar was born into a wealthy British family, her mother the heir to a biscuit company, her father the manager of a successful windmill and irrigation systems company, Agar Cross. It was his business that took the family to Buenos Aires, Argentina, where Agar spent her early years. She later characterized her childhood as privileged and eccentric - "full of balloons, hoops and St. Bernard dogs" - and claimed that whenever the family travelled back to Britain her mother insisted on bringing a cow for milk, and an orchestra so that they would be surrounded by music. At six years old, Eileen was sent to England to attend boarding school, where her artistic potential was recognized and encouraged by a teacher. At the outbreak of World War One in 1914 she was sent briefly to attend a more rurally located institution, before being moved on again to Paris, to attend finishing school.


Agar's formal artistic education began when she returned to London, but true to her independent spirit, she quickly rejected the formal approach of the Byam Shaw School of Art in Kensington (where her mother had enrolled her). Seeking a more progressive course of study, she enrolled at the Brook Green School in Hammersmith, and immediately met a group of like-minded students including Cecil Beaton and Henry Moore; in 1921, Agar began studies at the Slade. (The art story)
Agar, Eileen; Eileen Agar; National Portrait Gallery, London; http://www.artuk.org/artworks/eileen-agar-155108 1927

In deze periode ontmoette ze haar medestudent Robin Bartlett, met wie ze in 1924 naar Parijs reisde. Het paar trouwde in november van het volgende jaar, maar de relatie zou geen stand houden; Agar merkte later op dat “de band tussen ons voor mij – oningewijd als ik was in de mysteries van seks – slechts een verkenning was, hoewel ik jong was en net een romantische glamour over de liaison had geworpen”.

Rond de tijd dat haar huwelijk strandde, ontmoette Agar de Hongaarse schrijver Joseph Bard. Zeven jaar ouder dan zij, had hij een diepgaande invloed op de richting van haar kunst en op het verloop van haar persoonlijk leven, door haar te introduceren in een literaire en artistieke kring, waaronder Ezra Pound en W.B. Yeats. In 1927 maakte Bard een einde aan zijn huwelijk en werden hij en Agar een paar, het jaar daarop verhuisden ze naar Parijs. Agar vestigde zich in haar eigen atelierruimte en voelde zich “herboren”: het was in deze tijd dat ze in aanraking kwam met de stijlen en stromingen die haar werk het sterkst zouden beïnvloeden, waaronder het kubisme, de beeldhouwwerken van Constantin Brâncuşi, en, het belangrijkst, de surrealistische beweging die zich toen in Parijs centreerde, aangevoerd door André Breton en Paul Éluard. Agar’s kunst verwijderde zich snel van figuratieve representatie en ze begon de nadruk te leggen op het visualiseren van de producten van haar verbeelding, zoals blijkt uit werken uit deze periode zoals Three Symbols (1930). In deze periode werd Agars praktijk beheerst door de schilderkunst.

Three Symbols 1930 Eileen Agar 1899-1991 Purchased 1964 http://www.tate.org.uk/art/work/T00707
Agar's interest in Surrealism was consolidated after her and Bard's return to London around 1930, when she became involved with the short-lived literary magazine The Island, Bard serving as literary director while Agar financed the magazine and contributed artworks. In 1933, at the prompting of her friend Henry Moore, she joined the London Group, an artists' collective which had emerged partly out of the Vorticist movement in the 1910s, and was focused on furthering the cause of avant-garde art in Britain. Around this time, Agar held her first one-woman exhibition, with works showing the strong influence of Surrealism. That influence deepened following her meeting with the painter Paul Nash in 1935, during one of her and Bard's summer-holidays to Dorset. Nash and Agar become lovers despite her ongoing relationship with Bard (a fact which he unhappily tolerated), and Nash introduced Agar to the idea of the 'found object'; much of her work from this point on is collage and bricolage-based.(The art story)
Kunstenares met haar ‘hoed om bouillabaise te eten’.
Eileen Agar exhibited frequently with fellow Surrealists and was close friends with André Breton (the founder of Surrealism). Furthermore, Agar firmly believed that women are the true Surrealists. She once stated, "The importance of the unconscious in all forms of Literature and Art establishes the dominance of a feminine type of imagination over the classical and more masculine order.".(The art edge)
Angel of Mercy, 1934 (plaster with collage & w/c) by Agar, Eileen (1899-1991); height: 44.5 cm; The Sherwin Collection, Leeds, UK; (add.info.: Previously titled ‘The Politician’, with additional fur collage; from a cast portrait of Agar’s husband Joseph Bard (1882-1975)
In 1936, Roland Penrose, the English Surrealist painter, poet, collector and promoter of modern art and the writer Herbert Read - both of whom later (in 1946) co-founded of the Institute of Contemporary Art (London); selected five of Agar's works for their International Surrealist Exhibition which was held in June at the New Burlington Galleries, London. Agar's works were exhibited alongside work by Picasso, Miró and Ernst. Attendance for the exhibition was in excess of 20,000. That same year, the Museum of Modern Art, New York, included Agar's 'Quadriga' in their Fantastic Art, Dada & Surrealism exhibition. (Saunders, Fine Art)
Quadriga (1935), Eileen Agar. Courtesy of The Penrose Collection; © The estate of Eileen Agar
Eileen AGAR (b.1899)
Fish Circus, 1939
Collage, pen and ink and watercolour on paper, 18.50 x 25.00 cmBequeathed by Gabrielle Keiller 1995Collection: National Galleries of Scotland
© The Estate of Eileen Agar. All Rights Reserved 2017/ Bridgeman Images
(klik op tekst om te vergroten)

Hoewel ze zichzelf nooit expliciet als surrealist heeft beschreven, werd Agar in de ogen van zowel critici als het publiek met de beweging in verband gebracht. Ze maakte ook deel uit van de Engelse surrealistische groep die in 1936 werd opgericht – samen met Herbert Read, Henry Moore, Roland Penrose, David Gascoyne en anderen – en had de eer de enige Britse vrouw te zijn die vertegenwoordigd was op de beroemde Internationale Surrealistische Tentoonstelling van 1936 in Londen. Het is misschien verrassend dat deze tentoonstelling populairder was bij het grote publiek dan bij recensenten, van wie sommigen bijtend waren in hun beoordelingen. Als lid van de surrealistische groep hielp Agar in de daaropvolgende jaren het werk van kunstenaars in andere landen te steunen: tijdens de Tweede Wereldoorlog organiseerden zij en Bard bijvoorbeeld een diner ter ere van hun joodse kunstenaarsvrienden zoals Walter Gropius, Oskar Kokoschka en László Moholy-Nagy, die allen in de middenfase van hun vlucht van het Europese vasteland naar de Verenigde Staten waren. Ter voorbereiding van het diner creëerden Agar en Bard wat omschreven werd als een “surrealistische tafel”, met een middenstuk bestaande uit hangende bloemen, fruit en crackers. (The Art Story)

Dance of Peace 1940
“I’ve enjoyed life, and it shows through,” Agar once said. “Like a transparent skirt, or something like that.” There are photographs from the 1930s of her dancing in just such a skirt; and others, by Lord Snowdon, of her modelling Issey Miyake in her late 80s. She worked in her London studio right into her 90s, and never stopped experimenting, using paint like lipstick, pollen or bright liquid on the canvas, fashioning new sculptures from old objects.
The return of blues

Nog tot 28 augustus ‘Eileen Agar: Angel of Anarchie, een retrospective in Whitechapel Gallery 2021. 77-82 Whitechapel High St London E1 7QX Tube: Aldgate East/ Liverpool street

Butterfly Bride

Waarschijnlijk was een surrealistische levenshouding een reactie op de dromen uit de negentiende eeuw die echter via de confrontatie met het gruwelijke van de eerste wereldoorlog en de voorbereidingen van de tweede geen andere taal meer hadden om gevoelens en angsten uit te drukken dan met een surrealistisch beeldenalfabet. Als kunstenares heeft Eileen Agar de schakeringen en konsekwenties dieper aangevoeld, speelt ze meer op de inhoud dan op het vertoon. Alleen al daarvoor is haar lange aanwezigheid in de twintigste eeuw nog steeds een aanleidiging om het vrouwelijke zonder voorbehoud uit te bouwen temidden van het soms iets te simplistisch puur mannelijke alfabet.

Adam’s Apple
1949
Watercolour on paper
49 x 37 cm
Bequeathed by Charles Lindsay Sutherland © The Estate of Eileen Agar / Bridgeman Images. Photography Jerry Hardman-Jones
Here, a worm emerging from an apple recalls John Tenniel’s illustration of the caterpillar in Alice in Wonderland, a book which was inspirational to the Surrealists. The title offers another reading of the work, connecting it to questions of gender and sexuality.
Agar, Eileen; Figures in a Garden; Tate; http://www.artuk.org/artworks/figures-in-a-garden-197637