Het kind in een kribbe, een visioen van Hugo van der Goes (ca 1480)

Zoek je naar een naam om Hugo van der Goes onder te brengen dan kan hij schuilen onder de luifel van de Vlaamse Primitieven of net zo goed bij de eerste pogingen van de noordelijke renaissance een plaats vinden. Een kwestie van naam, geschiedenis en pogingen om het ongrijpbare in de kunstgeschiedenis te ankeren. Er is dan ook nog de labiliteit van zijn innerlijk om zijn vermeende depressieve aard te belichten en daarrond allerlei verhalen te fingeren iets waar bijvoorbeeld de negentiende eeuw graag aan meedeed, maar kijken we ook naar de verwondering die hij al bijna vijf eeuwen zichtbaar maakt? De engel hierboven, uit ‘de aanbidding van de herders‘ die je nu in de Gemäldegalerie in Berlijn kunt bekijken, oppervlakte bijna twee meter en half op één meter breedte, zweeft teder boven de ezel en vier van zijn reikhalzende knielende engel-soortgenoten. Kijk:

centrumfragment

Mooi en grappig die hoofdjes bij elkaar, os en ezel inbegrepen. De gouden engel is de enige hoog zwevende, hij houdt zijn handjes niet vroom samen maar maakt een gebaartje van: moet je dit nu zien! De knielende soortgenoten bekijken met een beetje ongeloof het wurmpje op het linnen boven op de voederbak. Links, bij het gekroonde even-boven-de-grond-zwevend paar, zie je twee blikrichtingen: eentje naar beneden, de achterste naar boven. Achter Jozef’s rug knielt er nog een groen geklede engel, de handen uit elkaar. Boven de knielende engelen kijken os en ezel net zo aandachtig naar het kind, al zou je kunnen opmerken dat de os stiekem naar de kijker loert. Maria en Jozef zijn jonge mensen, de combinatie van blauwe en rode tinten van hun kledij mag rijkelijk ogen, de eenvoud van de drapage blijft de aandacht voor het naakte kindje in het centrum van het gebeuren beklemtonen. Alle prachtige kleuren benadrukken de tegenstelling: het Jezuskind is naakt en hulpeloos.

Maar er is ook aards bezoek! Twee herders komen bijna letterlijk binnen gevallen. De staande schuift nog vlug de kap van zijn hoofd terwijl de al bijna knielende een en al oog is voor het kindje. Op de achtergrond speelt een herder op de fluit terwijl zijn maatje een liedje zingt en met zijn handen het ritme klapt.. Kijk naar hun gezichtsuitdrukkingen. Mensen zijn het, geen figuranten. Niet dadelijk moeders mooisten brengen ze op hun manier het alledaagse in dit heilige tafereel. Vroeg expressionisme? Was Hugo Van der Goes een tijdreiziger?

Dit innig levende tafereel wordt aan de linker- en de rechter zijkant gepresenteerd door twee personages, links een edelman, rechts een bebaarde wijze ouderling. Zij schuiven aan iedere kant van het gebeuren een groen fluwelen doek opzij alsof het gebeuren een theatervoorstelling is. Ook dat is heel nieuw: de epifanie vanuit het menselijke.

En tenslotte: ‘De aanbidding van de herders’, minder bekend dan het Portinari-drieluik, met hetzelfde onderwerp, te bewonderen in Florence (Uffizi) maar kom je in Berlijn dan is er in de Gemäldegalerie naast de diptiek van de kleine kruisafneming, en het Monforteretabel, ook deze aanbidding van de herders te zien en te bewonderen. Het werk van een kunstenaar die gepijnigd door het bestaan visioenen voor ons aller genezing creëerde. Klik op de tekst onderaan om te vergroten.

Kijk naar grotere afbeelding door op deze tekst te klikken
Meer achtergrond?  Een diepgaand artikel:Hugo van der Goes's Adoration of the shepperds:  Between Ascetic Idealism and Urban Networks in Late Medieval Flanders, Jessica Buskirk.

Toch nog iets vergeten? Kijk maar eens helemaal rechtsboven. De zwartblauwe vleugels van de engel aldaar wijzen naar een buitenruimte waar je een gebeurtenis ziet die de oorzaak was van dit bezoek: het bezoek van de engelen aan de herders. Zij riepen de herders op om het kind te gaan bezoeken.

In Lucas 2:8-15 wordt verteld dat in de omgeving van Bethlehem een groep herders hun kudde schapen aan het hoeden was, toen plots een engel verscheen, met het goede nieuws voor "het hele volk": "Vandaag in de stad van David, is jullie redder geboren, hij is de Messias, de Heer."

"En plotseling voegde zich bij de engel een groot hemels leger dat God prees met de woorden: 'Eer aan God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft'." De herders gingen hierna op weg en vonden Maria, Jozef en het kind aan zoals het was voorspeld. Wat volgde wordt de aanbidding der herders genoemd. 
Detail, Aanbidding van de herders

Wij publiceerden dit artikel op 16 december 2021 en herhalen het op deze kerstavond 24 december 2025.

Quinten Massijs (Matsijs) Schilder tussen gisteren en morgen

Portret van een groteske oude vrouw – Quinten Matsijs (detail)

‘Je moet wel weten dat hij, de schilder Quinten Matsijs, ook gerenommeerde vrienden had: Desiderius Erasmus, en Albrecht Dürer om er maar twee te noemen. En men vereerde hem later, in de zeventiende eeuw, terecht als ‘Vlaamse Michelangelo’.

De ‘kenner’ knikte langdurig alsof hij aan zijn eigen woorden twijfelde. Ik probeerde voorzichtig de stelling dat het afschrikwekkende portret best een reactie kon zijn op de overgangstijd waarin hij leefde als je weet dat Lewis Caroll deze dame tot de koningin van zijn Wonderland verhief en je beseft dat ze nog steeds ‘iets’ te zeggen heeft wat niet dadelijk in ieders kraam schijnt te passen.’

De ‘kenner’ probeerde te poneren dat dokters deze dame als draagster van een ziekte hadden herkend. ‘De ziekte van Piaget’ terwijl ‘grotesken’ toen ook erg in waren zelfs in vrij gezonde toestand. Mogelijk werd hij geïnspireerd door het boek De Lof der Zotheid van zijn vriend Erasmus, die daarin oude vrouwen beschrijft die ‘nog altijd koketteren’, ‘onafscheidelijk zijn van spiegels’ en ‘geen moment aarzelen om hun weerzinwekkend verlepte borsten uit te stallen’. (Erasmus MC)

Ecce Homo detail 1526


Schrijfwijzen van zijn naam:

Quinten (I) Massijs Quinten Massijs (I) Quentin Massys Quentin Metsy Quintinus Mesius Quinten Matsijs Quinten Matsys Quintino Messi Quinten I Massijs the Elder Quentin Massys Quentin Matzys Quinten Massys Quinten, I Metsys Quinto Massei Quintis Matsi Quentin Massys I Quinten I Metsys Quintin Matsys Quinte Metsys Quinten I Messys Quentin Messys Quinten I Matsys Quintin Matsey Quintin Matssis Quentin Metsijs Quentin, the Elder Massys Quinton Matzius Quintin Matsi Quentin Masiis Quentin Matzis Quintus Matsus Quintus Matzis Quintin Matzy Quentin Metzis Quentin Matsi Quentin Messis Quinten I Massys Quinten Massijs Quinten Massys (I) Quinten Matsijs (I) Quinten Matsys (I) Quinten Messijs Quinten Messijs (I) Quinten Messys Quinten Messys (I) Quinten Metsijs Quinten Metsijs (I) Quinten Metsys (I) Quinte Masey Quintus Mebzius Quinte Mathys
Q. Matzi Q. Messeus ou Le Marechal, d'Anvers Quintin Messis Metsys. Q.Matzius Q. Matzys Quinta Masseu Quintematsys Quintin de Smitt Quint.Messys Quint Messis Quintinus Messis Quintino Messis Q. Matzyz
Quintus Matreus Quinte Masseys Quintin Metsis Maestro quintino fiamengo
Quintino Quinte Massys Quinte Methsis Quintyn de Smit Quintin Smith
Quintin Messys Matzys Quentin Messius Maréchal Quintin Quintius Matzys
Quinte Mathsys Massys Quintin Messis Quinte Matzys Q. Massys
Quintin Melsüs Q. Mattzys Q Matzys Q. Metzus Quintyn Matsis
Quintus Matzius Quintin Metzius Q. Matsys Quintin Matys the Smith of Antwerp Quintus Matzys quinten massys Q. Messys
Quinte-Messis the Farrier of Antwerp Quintin Matsys Quinte-Mathsys
Q. Matsis Quentin Massays Quintus Matsys Quintus Matzus Quintine Smitt
Quintin Matsis of Antwerp Guento Masscis Quintin Mathsys
Quintin Mesius Matsys Quintin Quinton Matys Matzys Q
Quintin Matsy's genannt der Schmied Quintin Messis
Q. Messi or the Blacksmith Quintus Matrius Quintin Metsys
Quintyn Massyes Q. Metsys Messius Quintin Matseys Quintus Metzius
Quinte Matys Quintin Mattyis Quintus Metzus
Q. Metzis or the Blacksmith Quintus Metzius
Q. Messis Quentin Massys the Elder Quentin Matsys

Quinten Matsys De verkoopovereenkomst.

De man dus met de duizendvoudige schrijfwijze van zijn naam en net zo duizendvoudig aanwezig in de Europese kunstgeschiedenis in een overgangstijd tussen de Vlaamse Primitieven (?) en de schilders van de Renaissance.


Zijn zonen Jan Matsijs en Cornelis Matsijs, kinderen uit zijn tweede huwelijk met Catharina Heyns, met wie hij nog acht andere kinderen had, waren ook kunstschilders, evenals zijn kleinzoon Quinten Matsijs de Jongere, die naar hem werd genoemd. (Wikipedia)
De Maagd op de troon. 1525. Olie op hout.

"De religieuze schilderijen van Matsys worden tegenwoordig niet meer zo gewaardeerd als tijdens zijn leven. De aanstellerij en sentimentaliteit die jarenlang garant stonden voor hun populariteit worden nu tegen hen gebruikt. Sommigen vinden dat Matsys te veel in de ban was geraakt van da Vinci, zoals in zijn Maagd, die duidelijk is gekopieerd van Leonardo's Sint-Anna. De overdrijving van het sentiment van de schilder in de Maagd Ten voeten uit in Berlijn wordt nu gezien als een overschrijding van de grenzen van de goede smaak." (Web Gallery of Art)

Maagd en Kind. ca 1495 (MSK Br)
 "Hoewel de Brusselse Madonna met kind laat zien hoezeer de schilder deel uitmaakte van de Vlaamse traditie, voordat hij onder invloed van de Renaissance kwam, bevat het al de nieuwe elementen die van Matsys de boeiende en zeer innovatieve kunstenaar zouden maken wiens talent in zijn latere werken volledig tot zijn recht zou komen. Met zijn uitzonderlijk ruime volumes, zijn soepele vormen die gestreeld worden door een sterk maar zacht licht, en het virtuoze doorschijnende van zijn kleurtechniek, voert hij de drapagekunde naar nieuwe hoogten." (WGA)


Je voelt in de bijgaande besprekingen de ‘verwachtingen’ waarin wat geweest is (de zgn. primitiviteit) eerder zal gehonoreerd worden dan wat zijn weg naar het zogenaamde nieuwe (renaissance) zoekt, en wie daarbij ‘de grenzen van de goede smaak’ bepaalt blijft inderdaad een open vraag. Ook die zgn. grenzen zijn afhankelijk van een tijdperk en wat in dat tijdperk de ‘goede’ smaak zou bepalen. Kijk naar een mogelijke synthese: ‘Maagd met Jezus-kind en Elisabeth met kleine Jan de Doper.

Maagd met kind en Elisabeth met St Jan de Doper. 1520-25

Elizabeth en  Maria lijken beiden het hoofd van Johannes de Doper omhoog te draaien, alsof ze het aanbieden aan het kindje Jezus voor zijn zegen. Deze scène is tegelijkertijd een voorstelling van moeders die teder omgaan met hun kinderen en een toespeling op het martelaarschap van Johannes door onthoofding. Het sfeervolle landschap plaatst de Bijbelse figuren niet in het Heilige Land, maar in het zestiende-eeuwse Vlaanderen. Gezien het kleine formaat was het paneel waarschijnlijk bedoeld als devotiestuk voor een privéwoning.

Man met bril. c. 1520

Deze onbekende man, vijfhonderd en vijf jaar geleden door Massys geschilderd, kijkt even op van zijn boek. We zijn in 1520. Maarten Luther schrijft ‘Over de Vrijheid van een Christen’, Biccolo Machiavelli ‘Dell’arte della guerra’, De Kunst van het oorlogvoeren. Het geboortejaar ook van Christoffel Plantijn, drukker. Het sterfjaar van Rafaël. In Mechelen wordt de bouw van der Sint-Rombouts-toren gestaakt. Karel V. wordt tot koning gekroond, een jongeman van twintig.

Christus, Salvator Mundi. 1505

Schilderijen van Quinten Massijs te bekijken:

https://commons.wikimedia.org/wiki/Paintings_by_Quinten_Massijs_(I)

Niet bij elkaar passend koppel

Massijs werd wel eens ‘de Vlaamse Giotto‘ genaamd, weggelopen van huis (Leuven) om zich aan de kunst te wijden (Antwerpen), kunst die de twee schilderende zonen later niet evenaarden maar wel vaders naam gebruikten als handtekening onderaan een schilderij.

Een kwestie van geld dus. Zoals in ‘de debiteuren’. Je woont nu eenmaal in een metropool als Antwerpen en het is crisistijd.

De debiteuren

Een oud Nederlands gezegde uit die tijd luidt: “Een woekeraar, een molenaar, een geldwisselaar en een belastingontvanger zijn de vier evangelisten van Lucifer.”

Massys was al de eerste schilder die geldwisselaars afbeeldde, in het beroemde schilderij ‘De geldwisselaar en zijn vrouw” uit 1514 in het Louvre. Geldwisselaars vervulden volgens economisch historicus Raymond de Roover vaak dezelfde rol als bankiers. Bovendien werd de niet-afgebeelde vierde schurk, de molenaar, dikwijls gehekeld omdat graanprijzen een chronisch pijnpunt werden in tijden van fluctuerende grondstofprijzen, zoals juist in deze periode het geval was. In het schilderij ‘De debiteuren‘ laat de kunstenaar bijvoorbeeld de schaar boven de hoofden van de twee bankiers hangen (door veel critici de Schone en de Lelijke genoemd) om de onzekerheid van het leven aan te duiden; de open deur daarentegen verbeeldt volgens de experts van de Fontanelle-Geneva Kunstacademie de mogelijkheid van verlossing.
Maar kijk naar de chromatiek, het tegenlicht, de rijkdom aan details. Nog even en je hoort de pen krassen en…

Lees: https://jhna.org/articles/massys-money-tax-collectors-rediscovered/

De geld-uitlener en zijn vrouw

Herken je de spiegel?

Tesnlotte, als laatste keuze, kom ik bij zijn mooi portret van ‘Erasmus van Rotterdam’ (1517)


Erasmus is aandachtig aan het werk terwijl hij de brief van Paulus aan de Romeinen vertaalt. De tweede helft van het tweeluik, met het portret van Pierre Gillis, bevindt zich nu in de collectie van Lord Radnor in Longford Castle (Salisbury). Replica’s van het portret van Erasmus zijn te vinden in het Rijskmuseum in Amsterdam en in Hampton Court (Engeland), terwijl het Koninklijk Museum in Antwerpen een replica bezit van het portret van Pierre Gillis.

Dit schilderij getuigt van het hoge culturele klimaat in die tijd en is het bewijs van de banden tussen twee grote humanistische denkers: Erasmus van Rotterdam en Sir Thomas More, die beiden bijdroegen aan de publicatie van Utopia. Het portret is een van de twee panelen van een tweeluik dat Massys in 1517 schilderde, toen Erasmus in Antwerpen te gast was bij zijn vriend Pierre Gillis. In een brief aan More van 30 mei 1517 bevestigt Erasmus dat “ze mij en Pierre Gillis op hetzelfde paneel schilderen”. Het portret was voltooid op 9 september van datzelfde jaar en het tweeluik werd als geschenk naar Thomas More gestuurd. More uitte zijn dank voor het cadeau enthousiast in zijn brief van 6 oktober 1517, waarin hij schreef: “Ik ben geweldig getroffen door de portretten van de mannen die je me hebt gestuurd: zelfs als het slechts eenvoudige schetsen van houtskool of op gessetto (krijt) waren geweest, zouden ze iedereen betoveren behalve iemand die volkomen ongevoelig is voor literatuur of voor virtuositeit; en ze raken me meer dan ik mogelijk kan uitleggen, omdat het aandenkens zijn – nu tastbaar – van zulke goede vrienden”. (Web Gall of Arts)

Kijk, hier is de spiegel!

De ontdekking van de Renaissance in Italië verliep vroeger en weer heel anders. We hebben al een tijdje geleden daar een blog aan gewijd. Hier weer te raadplegen. En waar blijft nu dat ‘nieuw tijdperk’? Neen, niet met ‘hem’ die weldra alle schermen bevolkt. Maar gewoon met ons, met iedereen die op zoek gaat naar zijn/haar tijdperk en er graag de anderen in verwelkomt.


Canzone, io t’ammonisco

 Che tua ragion cortesemente dica;
 Perchè fra gente altera ir ti convene;
 E le voglie son piene
 Già de l'usanza pessima ed antica,
 Del ver sempre inimica
 Proverai tua ventura
 Fra magnanimi pochi a chi 'l ben piace:
 Dî lor, chi m’assicura

Petrarca

Bilderdijk voorzag de verzen van een vrije vertaling:
 
Wees gewaarschouwd, ô mijn lied!
 Spreek beleefd, op heusche tonen,
 Dat men d'inhoud moog verschoonen
 Dien gy aan uw lezers biedt.
 Denk, voor wie gy op gaat treden:
 Lieden op hun wijsheid stout,
 In den waarheidshaat veroud,
 Die geen oorsprong nam van heden.
 Zwak is 't hoopjen, klein 't getal,
 (Maar van d'echten geest gedreven,
 Laat u dit vertrouwen geven!)
 Dat u wel ontfangen zal.

De Nederlandse dichter weet, dat zijn poëzie bij velen gehaat moet zijn: ‘fra gente altera ir ti convene.’ Hij heeft het oog op zijn landgenoten, die de ‘tijdgeest’ dienen. De verzen van Petrarca worden dus met een bepaalde tendens en pro domo geciteerd.
Een nar met zotskolf Quinten Massijs. An Allegory of Folly. 1510?

Begin van de zestiende eeuw, toen Quentin Matsys zijn Allegorie op de Zotheid schilderde, waarschijnlijk rond 1510, waren zotten nog veel te zien aan het hof of op carnavalsoptredens in moraliteitsstukken. Soms was een dwaas geestelijk gehandicapt, om bespot te worden voor het vermaak van het grote publiek. Matsys heeft ervoor gekozen om zijn dwaas voor te stellen met een wen, een bult op het voorhoofd, waarvan men geloofde dat deze een “steen der dwaasheid” bevatte die verantwoordelijk was voor domheid of mentale handicap. In andere gevallen was de nar echter een slimme en scherpzinnige waarnemer van de menselijke natuur, een komiek die de gewaden van de nar gebruikte als voorwendsel voor satire en spot. De nar van Matsys was bijna een exacte tijdgenoot van Erasmus' Lof der Zotheid, waarin het personage van de Zotheid in feite een wijze en scherpzinnige commentator is op de dwaasheid van anderen. Dwazen waren een populair onderwerp in zowel de kunst als de literatuur van deze tijd en het werk van Erasmus was vooral belangrijk voor de zestiende-eeuwse humanistische kringen in Antwerpen.

Het kind in een kribbe, een visioen van Hugo van der Goes (ca 1480)

Zoek je naar een naam om Hugo van der Goes onder te brengen dan kan hij schuilen onder de luifel van de Vlaamse Primitieven of net zo goed bij de eerste pogingen van de noordelijke renaissance een plaats vinden. Een kwestie van naam, geschiedenis en pogingen om het ongrijpbare in de kunstgeschiedenis te ankeren. Er is dan ook nog de labiliteit van zijn innerlijk om zijn vermeende depressieve aard te belichten en daarrond allerlei verhalen te fingeren iets waar bijvoorbeeld de negentiende eeuw graag aan meedeed, maar kijken we ook naar de verwondering die hij al bijna vijf eeuwen zichtbaar maakt? De engel hierboven, uit ‘de aanbidding van de herders‘ die je nu in de Gemäldegalerie in Berlijn kunt bekijken, oppervlakte bijna twee meter en half op één meter breedte, zweeft teder boven de ezel en vier van zijn halsreikende knielende engel-soortgenoten. Kijk:

centrumfragment

Mooi en grappig die hoofdjes bij elkaar, os en ezel inbegrepen. De gouden engel is de enige hoog zwevende, hij houdt zijn handjes niet vroom samen maar maakt een gebaartje van: moet je dit nu zien! De knielende soortgenoten bekijken met een beetje ongeloof het wurmpje op het linnen boven op de voederbak. Links, bij het gekroonde even-boven-de grond-zwevende paar, zie je twee blikrichtingen: eentje naar beneden, de achterste naar boven. Achter Jozef’s rug knielt er nog een groen geklede engel, de handen uit elkaar. Boven de knielende engelen kijken os en ezel net zo aandachtig naar het kind, al zou je kunnen opmerken dat de os stiekem naar de kijker loert. Maria en Jozef zijn jonge mensen, de combinatie van blauwe en rode tinten van hun kledij mag rijkelijk ogen, de eenvoud van de drapage blijft de aandacht voor het naakte kindje in het centrum van het gebeuren beklemtonen. Alle prachtige kleuren benadrukken de tegenstelling: het Jezuskind is naakt en hulpeloos.

Maar er is ook aards bezoek! Twee herders komen bijna letterlijk binnen gevallen. De staande schuift nog vlug de kap van zijn hoofd terwijl de al bijna knielende een en al oog is voor het kindje. Op de achtergrond speelt een herder op de fluit terwijl zijn maatje een liedje zingt en met zijn handen het ritme klapt.. Kijk naar hun gezichtsuitdrukkingen. Mensen zijn het, geen figuranten. Niet dadelijk moeders mooisten brengen ze op hun manier het alledaagse in dit heilige tafereel. Vroeg expressionisme? Was Hugo Van der Goes een tijdreiziger?

Dit innig levende tafereel wordt aan de linker- en de rechter zijkant gepresenteerd door twee personages, links een edelman, rechts een bebaarde wijze ouderling. Zij schuiven aan iedere kant van het gebeuren een groen fluwelen doek opzij alsof het gebeuren een theatervoorstelling is. Ook dat is heel nieuw: de epifanie vanuit het menselijke.

En tenslotte: ‘De aanbidding van de herders’, minder bekend dan het Portinari-drieluik, met hetzelfde onderwerp, te bewonderen in Florence (Uffizi) maar kom je in Berlijn dan is er in de Gemäldegalerie naast de diptiek van de kleine kruisafneming, en het Monforteretabel, ook deze aanbidding van de herders te zien en te bewonderen. Het werk van een kunstenaar die gepijnigd door het bestaan visioenen voor ons aller genezing creëerde. Klik op de tekst onderaan om te vergroten.

Kijk naar grotere afbeelding door op deze tekst te klikken
Meer achtergrond?  Een diepgaand artikel:Hugo van der Goes's Adoration of the shepperds:  Between Ascetic Idealism and Urban Networks in Late Medieval Flanders, Jessica Buskirk.

Toch nog iets vergeten? Kijk maar eens helemaal rechtsboven. De zwartblauwe vleugels van de engel aldaar wijzen naar een buitenruimte waar je een gebeurtenis ziet die de oorzaak was van dit bezoek: het bezoek van de engelen aan de herders. Zij riepen de herders op om het kind te gaan bezoeken.

In Lucas 2:8-15 wordt verteld dat in de omgeving van Bethlehem een groep herders hun kudde schapen aan het hoeden was, toen plots een engel verscheen, met het goede nieuws voor "het hele volk": "Vandaag in de stad van David, is jullie redder geboren, hij is de Messias, de Heer."

"En plotseling voegde zich bij de engel een groot hemels leger dat God prees met de woorden: 'Eer aan God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft'." De herders gingen hierna op weg en vonden Maria, Jozef en het kind aan zoals het was voorspeld. Wat volgde wordt de aanbidding der herders genoemd. 
Detail, Aanbidding van de herders

Mooie grote en kwaliteitsafbeeldingen van zijn werk vind je in ‘Museumportal Berlin’ waar ze van 31.03.23 tot 19.07.23 te zien zullen zijn. Aanklikken op website hieronder aangegeven en daar op beeld om te vergroten. Een feest voor het oog en het hart.

https://www.museumsportal-berlin.de/en/exhibitions/hugo-van-der-goes/