
Ook hier is een toevallige vondst, een schilderij: ‘The Boy with the Arrow’ van de Amerikaanse schilder Douglas Volk (1856-1935) een aanleiding om het over een aspect van de ‘tijd’ te hebben. Laten we maar meteen de meester citeren: ‘Devouring Time’, of het negentiende sonnet van William Shakespeare:
19 Devouring Time, blunt thou the lion's paws And make the earth devour her own sweet brood, Pluck the keen teeth from the fierce tiger's jaws And burn the long-lived phoenix in her blood, Make glad and sorry seasons as thou fleet'st, And do whate'er thou wilt, swift-footed Time, To the wide world and all her fading sweets. But I forbid thee one most heinous crime: O carve not with thy hours my love's fair brow Nor draw no lines there with thine antique pen. Him in thy course untainted do allow, For beauty's pattern to succeeding men. Yet do thy worst, old Time. Despite thy wrong My love shall in my verse ever live young
Tijd, veelvraat, leg de leeuwenklauw aan banden,
Voer aarde op wat ze heeft uitgebroed,
Ontdoe de tijger van zijn rotte tanden,
Bereid de oude fenix in zijn bloed,
Maak de seizoenen goed of laat ze kwijnen,
Doe wat je wilt, jij gluiper Tijd, je ziet
Al wat de wereld mooi maakt weer verdwijnen.
Maar er is één ding dat ik je verbied.
Kerf niet je uren in mijn liefs gezicht,
En trek daar met je oude pen geen sporen,
Spaar hem, een nieuwe generatie richt
Zich op zijn schoonheid, die mag niet verloren.
Ach, oude Tijd, doe maar je kwade werk.
Mijn vers houdt mijn lief levend, jong en sterk.
vertaling: Willem van der Vegt 2008

The boy in the painting is Volk’s own son Leonard during that time in a boy’s life where he is no longer a boy yet not quite a man either. This painting was displayed around the time that Peter Pan was first introduced to the public. It’s thought that Peter Pan had many thinking about this time in a boy’s life called adolescence and might have influenced how popular this painting was at the time.
The painting depicts young Leo sitting in the woods on a large rock while holding an arrow and looking into the distance as if contemplating some major decision. He is dressed as a typical American boy of the period and sits in the shade of a large tree.
Je moet al een beetje verder gaan zoeken naar de biografische achtergrond. Leo, eerste zoon van schilder en kunst-pedagoog Douglas Volk is heel jong gestorven. Nauwelijks acht jaar geworden. De dromerige jongen hierboven een voorloper van de geciteerde Peter Pan is een poging van de schilder de ‘devouring Time’ toch nog even te verschalken, of is de toewijzing gewoon een fout in het biografisch materiaal? Maar ook dan blijft het een poging om het snel voorbijgaan van de tijd te isoleren in een portret dat voor altijd het jeugdige bevriest. Er zijn immers talrijke vormen van aanwezigheid. Het beeld. Een gedicht. Zoals je de woorden uitspreekt, hun melodie hoort en de betekenis weer op een heel andere manier tot je doordringt. Luister. Een minuut veertien seconden.
Soms komt er een woord op bezoek. Een vermoeid woord. Vragen om onderdak.
Woord op bezoek
Gewoon een vermoeid woord was het,
-of het enkele weken mocht logeren
in de stille hoeken van het huis –
er zijn als ik naar de rood verkleurende
wingerd keek achter in de tuin, of naast de kat
mocht slapen die zacht kreunend droomde,
vier witte voetjes bij elkaar, kussentjes als
uitstekende rustplaats voor een vermoeid woord.
Ook in het strijklicht van de late middag in de veranda
zou het zich ontrollen, zijn letters loslaten
in de spiegeling van het vijverwater op de zoldering.
Onuitgesproken kon het zijn klanken
met de vroege avond laten vallen.
In het donker van mijn ogen slapen
was veel gevraagd, maar het kon.
Van de boeken bleef het ver vandaan,
het was maar een eenvoudig woord, zei het,
wars van literaire pretenties,
maar niet zo simpel of zo slaafs als een lidwoord,
wel te lui voor dubbelzinnigheid.
Graag ontdaan van zijn betekenis zou het
doorzichtig en onzichtbaar zijn,
-ik dacht aan het volle maanlicht in het trappenhuis-
maar in haar sluimerslaap schrok de poes
toen het smartelijk om verloren letters riep.
Die nacht, in het donker van mijn ogen,
droomde ik zijn verlangen om bij het ander woord te zijn.
Met enkele krullen en wat streepjes meer
zou het van zijn woordblindheid genezen.
Een woordspeling hoefde niet,
gewoon samen in het woordenboek wonen
zoals ‚gaandeweg’ of ‚pepermunt’.
We werden heel vroeg wakker,
droevig om elkaars tekort.
'On' en 'af', twee vermoeide woorden in een winternacht.
Wie ons verenigde, herkende wel
het eigen heimwee naar verloren letters en dies meer.
Onaf maar onafscheidelijk.
Gmt

Word on visit
Just a tired word it was,
-whether it could stay for a few weeks
in the quiet corners of the house -
being there when I looked at the red discoloured
vine at the back of the garden, or next to the cat
was allowed to sleep groaning softly dreaming,
four white feet together, cushioned as an
excellent resting place for a weary word.
Even in the floodlight of late afternoon in the veranda
it would unfurl, releasing its letters
in the reflection of the pond water on the ceiling.
Unspoken it could let its sounds
drop with the early evening.
Sleeping in the darkness of my eyes
was asking a lot, but it could.
From the books it stayed far away,
it was just a simple word, it said,
averse to literary pretensions,
but not as simple or as slavish as an article,
too lazy for ambiguity, though.
Gladly stripped of its meaning, it would
transparent and invisible.
-I thought of the full moonlight in the stairwell-
but in its slumber the cat was startled
as it cried out grievously for lost letters.
That night, in the darkness of my eyes,
I dreamed its desire to be with the other word.
With a few more curls and a few more dashes
would cure it of its word blindness.
There was no need for a pun,
just live in the dictionary together
like 'ongoing' or ‘peppermint'.
'On' and 'off', two tired words on a winter night.
Those who united us did recognise
their own nostalgia for lost letters and the like.
Undone but inseparable.
Gmt

Er is het beeld, de poëzie om jou uit de muil van de verslindende tijd terug te halen, hoe tevergeefs ook. Maar ook de muziek. ‘Come again, sweet love doth now invite.’ van John Dowland naar een anonieme tekst. Uitvoering Konstantin Mizkevitch en ensemble. Full page is de tekst goed leesbaar.
Come again Sweet love doth now invite Thy graces that refrain To do me due delight To see, to hear To touch, to kiss To die with thee again In sweetest sympathy Come again That I may cease to mourn Through thy unkind disdain For now left and forlorn I sit, I sigh I weep, I faint I die, in deadly pain And endless misery Gentle love Draw forth thy wounding dart: Thou canst not pierce her heart; For I that do approve By sighs an d tears More hot than are Thy shafts, did tempt while she For scanty tryumphs laughs

Het beeldtype stelde Hypnos voor als een adolescent of, in sommige varianten, als een nog jonger kind. Hij werd voorwaarts rennend afgebeeld, met klaprozen in zijn rechterhand en een drinkhoorn in zijn linker, waaruit hij vermoedelijk een slaapdrankje goot. Op dit hoofd is te zien hoe vleugels uit zijn slapen ontsprongen en zijn haar was uitvoerig gerangschikt in een reeks weelderige lokken, sommige vielen vrij, andere waren vastgebonden in een knoop achter op het hoofd.
Hypnos duikt voor het eerst op in de mythologie in het werk van een van de vroegste Griekse dichters, Hesiod (leefde rond 700 voor Christus), waar Hypnos (Slaap) en Thanatos (Dood) de verschrikkelijke zonen van Nyx (Nacht) waren. Hypnos werd echter over het algemeen gezien als goedaardig voor de mensheid. De god werd vaak genoemd in literaire bronnen en werd geassocieerd met klaprozen en slaapmiddelen. De vleugels van Hypnos stelden hem in staat om zich snel over land en zee te verplaatsen en om het voorhoofd van de vermoeiden te wapperen tot ze in slaap vielen. Zijn zoon was Morpheus, de personificatie van dromen.
