OVERLEVEN (1)

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Als ik zijn bronzen meisjesportret bekijk, denk ik aan ‘geduld’.

Beelden hebben geduld. Bronzen beelden zeker.

Sommigen verwarren geduld met een statische eigenschap van materiaal als marmer of brons.  Maar de soepelheid van de ware kunstenaar leid je al vlug naar de kern:  geduld.

Ik bezit zelf veel te weinig geduld om als ervaringsdeskundige te kunnen spreken, maar net daarom ben je bijna jaloers op mensen die aan zo’n deugd als geduld gestalte geven.

Hij, Carl Egler,  kwam zwaar gehavend uit de eerste wereldoorlog.  Dat verbindt hem met mijn eigen grootvader die als bijna dode op de Place Lambert in Luik lag, opgeraapt nadat Krupp zijn dikke Bertha’s op de forten had gericht en gelukkig nog door een Sannitäter uit de verhakkelde lichamen als ‘levende’ werd herkend.

Pas na zijn dood in 1956 ben ik beetje bij beetje zijn oorlogsverleden te weten gekomen. De oorzaak van zijn zwarte bril, de verminkte handen.  Geduld had hij ook. Als hij met mij als kleuter ging wandelen.  Hij zei niet veel, maar paste zich aan mijn tempo aan.

Zijn medailles heeft hij nooit gedragen.  Als het nationale feestdag was, bezocht hij de café’s om zijn walg weg te drinken.

Ik zie hem als dit kind in brons.  Door de tijd tot de essentie teruggebracht. Goedheid en lijden.  Vloeken en alles weggeven. Dat is het geduld dat de tijd met ons heeft.  De tijd houdt de kleine spartelende bewegingen niet bij, hij heeft oog voor de essenties. Niet dat hij de details vergeet.  Integendeel, maar hij plaatst ze in het juiste verband.  Hij blaast ze niet op, noch verslankt hij ze.

Hij verhit ze tot ze hun juiste betekenis krijgen in het geheel.En dan stollen ze tot dat mooie beeld waarin we de geheimen en de juiste toedracht vermoeden.