PLATO’S ATLANTIS IN DE MODE TERUG GEVONDEN (2)

13.McQueenSp2010Plato'sAtlantis.L.jpgUit dezelfde collectie van dezelfde ontwerper, Alexander Mc Queen dit ‘Jellyfish’ ensemble.

De dress, leggings en ‘Armadillo’ boots zijn met iriserende (regenboogkleurachtige) pailletten uit email afgezet.

Sarah Burton: ‘I think with Plato’s Atlantis, it was real perfection the way he executed every single piece. But knowing Lee, he would have probably gone somewhere completely different after Angels and Demons. He would always surprise you, and that was the joy of working with him, is he would always take it somewhere that was unexpected.

Every time he would take up a different theme or a different angle or a different technique and he would always push it forward, like, relentlessly pushing forward. And you could never really predict what he was going to do because he was so much his own person. His vision was so pure.

And he was really funny, and he was really good fun to work for. And, you know, he was incredibly loyal and incredibly inspiring.’SL.15.2011.9.108a–d_McQ1110_Rom_natur_SS10_Look45_034.AV0.jpg

In tegenstelling met het vorige Atlantis-ontwerp wordt er niet vanuit het lichaam maar met het lichaam gewerkt: de decoratie volgt -met uitzondering van de rokjesvorm- het lichaam, de suggestie van een tweede huid, een jellyfish-huid wordt het hoofdthema.  De paillettes zijn de schubben die op de boots doorlopen.

Andrew Bolton: McQueen once remarked, “I’m overly romantic,” but it was precisely his romantic yearnings that propelled his creativity and advanced fashion in directions previously considered unimaginable.

Ik denk dat net dat ‘romantische’ de durf uitdrukt om niet het mannelijke idee van de romantiek (het getormenteerde, het idyllische) te gebruiken maar het zeldzame vrouwelijke patroon: innigheid, de zuivere lijn, de bovenhand haalt.

SL.15.2011.9.108a–d_mcq.2130.AV1.jpgJe kunt overigens het verschil tussen ontwerp en uitvoering al dadelijk zien bij de foto van het werkelijke model waar de gestileerde vorm van het rokjes-gedeelte toch weer is losgelaten om ruimte te bieden aan het bewegen, om vanuit degene die de kleren draagt je idee bij te werken.

“There is no way back for me now. I am going to take you on journeys you’ve never dreamed were possible.”

Natuurlijk krijgen zijn woorden een dubbele betekenis als je weet dat hij enkele maanden na het tonen van deze ontwerpen overleden is.

Maar hij heeft ons inderdaad meegenomen naar een nieuwe dromen waarin Plato’s Atlantis de terugkeer naar het water, deze omgekeerde evolutie, centraal stond.

Zijn andere ontwerpen vind je terug op een site van het Metropolitan museum in New York waar onder de titel van ‘Savage Beauty’ een tentoonstelling van zijn werk wordt gehouden. (4 mei tot 7 augustus)

 

 

 

PLATO’S ATLANTIS IN DE MODE TERUG GEVONDEN

McQ.2086a–c.T.jpgEen zijden jaquard in een slangenpatroon, gedecoreerd met gele keramiek-paillettes in een honinggraat- patroon, een ontwerp van de onlangs overleden Engelse ontwerper Alexander mcQueen (1969-2010)

Plato’ s Atlantis, of de omgekeerde evolutie:  met het smelten van de ijskappen keert het leven terug naar het water

Sarah Burton: It was the idea of sort of the reversal of evolution, how life would evolve back into the water if the ice caps melted and we were being reclaimed by nature. We had all these engineered prints that he’d developed, sort of looking at the morphing of species, natural camouflages, and aerial views of the land.

McQ.2086a–c.L.jpgWe had research on the boards, and what he told us to do is he said, “I don’t want to look at any research. Turn all the boards around.” So he literally just worked from the fabric.

So what he would do is he would have an engineered print, and with that print he would place it on the form, and he would pin and construct these pieces that looked like they’d morphed out of the body themselves.

And only by taking the fabric and seeing how the fabric moved, you could come up with something new—by creating it on a body because clothes are to be worn; they’re not two-dimensional things. They are something that has to sit and mold onto a human being.

Werken vanuit de stof, niet vanuit een tekening of een patroon.  Kijken hoe de stof beweegt rond het lichaam want mode is niet tweedimensioneel, maar werkelijk gedacht in drie dimensies, in de ruimte dus.

McQ.2086a–c_mcq.2086.AV1.JPGHet lichaam als uitgangspunt, het lijkt zo vanzelsprekend maar de gezwollen ego’s van heel wat ontwerpers beschouwen het lijf als een soort ‘mannequin’, een pasvorm met een hoofd, en te zien aan de vreselijke blikken die modellen blijkbaar moeten opzetten zou je dat hoofd ook maar best vergeten.

Ook de stuntelpassen die volgens een of ander vreemd mode-geloof bij de catwalk zouden horen zijn heel a-lichamelijk.  Boos of neutraal kijkende wezens gaan met uitedraaide benen, licht verend de toechouwers langs.

Maar mode is lijf en leden, is aanvoelen hoe leuk geknipte en bewerkte stoffen je persoonlijkheid accentueren, hoe je lichaam verandert.  Mode is verandering, is ‘de gang van zaken’ beklemtonen, laten uitdeinen, zwieren, kortom heeft meer iets met dans dan met doorgeschminkte en gefotoshopte wezens te maken.

Kijk hoe kinderen zich verkleden, zelfs met een eenvoudige handdoek of laken.  Ze vertrekken vanuit de stof want hun wezen is beweging, is verandering-tonen, is bijna huppelen en dan weer heel geconcentreerd draperen en de nieuwe bewegingsmogelijkheden die daardoor ontstaan uittesten. Het is niet ver-kleden, maar aankleden, een relatie tussen het lichaam en de stof bespelen zodat de stof de mogelijkheden van de innerlijke denk- en voelwereld vergroot.

Kleren moeten inderdaad gedragen worden en niet alleen geshowd.

 

REPLIEKEN IN DE OPENBARE RUIMTE

imwithstupid.jpgDe States houden van boodschappen.  Onze passieve verdraagzaamheid wordt vaak geprezen en in schril contrast gezet met de aartsconservatieve opvattingen die er in de USA zouden heersen.

Wij zwijgen.  Wij wachten op de stilte in het stemhokje om verraderlijk uit de hoek te komen.  In het beste geval schelden we elkaar de huid vol in de replieken op een krantenartikel of in de anonimiteit van het net.

Dat is anders in de States waar boodschappen met bijhorende actievoerders langs de drukke invalswegen van de steden zijn te vinden.

tumblr_lf0wxbhltk1qbpkq7o1_500.jpgReplieken.  Iemand van antwoord dienen in de stijl van het stripverhaal dat diep in de cultuur van dat land is geworteld.

De direkte actie op de straat mag dus ook op een directe repliek rekenen.  Meestal komt het niet tot een handgemeen want de free speech geldt voor iedereen, en wie A zegt mag B verwachten.

Ik hou van straatliteratuur, of literatuur in de openbare ruimteIk lees elk opschriftje, van ‘ben even weg’ tot ‘gesloten wegens omstandigheden’, van ‘een stad om te zoenen’ (waar staan al die zoeners?) tot ‘als jij mijn plaats neemt, neem dan ook mijn handicap’.

tumblr_lhm7y5yz8c1qcwbe5o1_500.jpgWe zouden dergelijke uitingen moeten aanmoedigen, mits vindingrijk, geestig en to the point.

In 2012 zullen we allerlei slechte voorbeelden van dergelijke opschriften zien ter gelegenheid van de plaatselijke verkiezingen. Ik stel voor dat we replieken aanmoedigen en ons niet beperken tot snorren en brillen te tekenen op het hoofd van de kandidaat. Op elk bord moest er een verplichte ‘free space’ aanwezig zijn waar een repliek kan worden aangebracht. Verboden voor scheldpartijen en verdachtmakingen, maar heel open en ‘to the point’.

fagsonthemoon.jpgNatuurlijk kunnen we prijzen uitreiken -dat doen we graag en veel- voor de meest gevatte repliek.

Maak de verkiezingen tot kunstwerk.  We hebben in dit land drama en tragedie in overvloed.  We kunnen Nederlandstalige slogans met Franstalige zinnen replikeren en vice versa.

Kunstscholen zullen je graag assisteren want de publieke ruimte is in dit land een voorbeeld van doodse nuttigheid en menselijke afwezigheid.  Geen Antwerpse torens maar direkte manifestatie op de straat.

Natuurlijk vraagt dat een hoge graad van verdraagzaamheid. Misschien dat daar het klassieke schoentje zal wringen, maar als we nu beginnen te onderhandelen over artistieke verkiezingspropaganda dan bestaat de kans dat we in 2015 een stapje voorwaarts kunnen.

faggotsign.jpgWaar blijven al die kunsthumaniora’s en hogere kunstopleidingen?  Kom eens uit jullie artistieke koten.

Hier heb je al enkele inspiratieve voorbeelden.

Of verdienen we alleen maar kerk- en andere torens waarin we ons verleden koesteren en de toekomst met somber grijnzen begroeten?

 

THE END OF A PERFECT DAY

franse porto dec 5 gl.jpegDe warme avonden. Nog een schaaltje aardbeien met of zonder room naargelang de cholesterol of de voorliefde voor het pure. (geen suiker, geen room, maar van ’t veld)

Drink hierbij een glaasje porto.  Oude porto. Met de vrienden(innen) bij het einde van de maaltijd, want heuse port is een digistief, een smaakafronder.

De gierzwaluwen zijn druk in de weer, de vlier bloeit (hij riekt bijzonder lekker als het avond wordt) de merel van dienst concerteert -niet te vergelijken met welk Koningin Elisabet-strottenhoofd dan ook- en het duister klom.

Schenk de oude porto uit deze prachtige decanter. Kijk naar de klokvorm, en luister naar het zachte klokken als je de glaasjes vult.  The end of a perfect day.

Proef hem samen, knik na elk slokje, en bevochtig je lippen met het puntje van je tong. Naproeven heet dat.

Handzame glaasjes zijn het.  Bekijk ze net voor je drinkt, laaf ook je dorst naar schoonheid.

Enkele noten, of een droog koekje vullen de smaak op.  De maan komt rond aan de hemel staan.

 

DE AANWEZIGHEID VAN HET ONZICHTBARE

$(KGrHqYOKm8E1SmcW-,wBNcRLLbTIQ~~0_1.JPGIn de omgeving van München en in München zelf is er tijdens de woelige jaren 1930-1940 heel wat gebeurd. Je kunt die feiten 70 jaar later op een rij zetten, je kunt er boeken op naslaan, feiten, meningen en veronderstellingen met elkaar vergelijken, maar het blijven kunstmatige constructies, ze missen de adem van hetgene met ons op dit ogenblik gebeurt, wij, die bij dit schrijven of lezen in dat onderdeel van het nu leven dat zich naar de toekomst uitrekt en in de diepte van het verleden verdwijnt.

Wat overblijft is geschiedenis of verwachtingen.  De schilder Fritz Hass is in 1930 nauwelijks 28 jaar.  Zijn ‘stilleven met anjers’ kun je nu nog altijd bekijken.  Ik rechtstreeks op het origineel, jullie via de reproductie hierbij gevoegd.

FRITZ HASS leefde en werkte in de omgeving van München. (1902-1994)
Zijn impressionistische stijl heeft het meer voor het licht dan voor de afgelijnde werkelijkheid.

In dit mooie werkje: Stilleven met Anjers, vervagen de kleuren van de bloemen met de tinten van de vaas en de omgeving.
Ze worden opgenomen in de stilte van het licht en vormen de ware werkelijkheid waarmee wij ons verbonden voelen.
Een mooie donkere houten kader houdt het licht in het schilderij.

$(KGrHqV,!jkE1Iw6dKBJBNZl4tiFQg~~0_1.JPGBij het tweede stilleven van een ons onbekende schilder professer Rupprecht is de oorlog voorbij.  Duitsland in het jaar nul. Puin.  Omdat de schilder geen echte bloemen naar ‘een geliefde’ kan sturen, zendt hij dit prachtige schilderijtje met rozen. 

Het adres vind je op de achterkant. Naar de U.S.-zone.

De geliefde wordt er snel even bijgetekend want het is niet zeker of er op de plaats van bestemming nog huisnummers, ja nog huizen zijn.

Blijkbaar was er ook geen omslag, want het schilderijtje werd achteraan als een heus poststuk afgestempeld

Er zijn stillevens waarvan je de bloemen ruikt.  Dit is er zo eentje.  Ze overstijgen de sterfelijke bloemen want zelfs nu, in 2011, bloeien ze in onze timeless artcollection.

$(KGrHqMOKpYE0VbGTlnSBNZl4wtlgw~~0_1.JPGDe essentie van bloemen, zonder hun sterfelijkheid te ontkennen, kijk maar, er ligt al een blaadje tegen de blauwe vaas.

Hier raken we het onzichtbare.  Met de voorbije gebeurtenissen zijn de bloemen op doek of karton bij ons gebleven.  Ze plaatsen gewone mensen zoals wijzelf in de grote geschiedenis. Een mens valt uit Duitsland.Wij duiken er in.

Aanwezigheid begint bij een verhaal, een prent, een schilderij, maar daar waar het ons aanraakt is de draad onzichtbaar.

 

HET ‘ER IS’ EN HET ‘ER NIET IS’

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Dertig spaken verenigen zich tot één naaf;

maar de centrale leegte maken het rijtuig,bruikbaar.

We bakken klei en maken vazen;

maar de leegte van de vaas maakt hem bruikbaar.

We beitelen ramen en deuren uit;

maar de lege ruimten maken de bruikbaarheid van het huis.

Daarom schenkt het “er is” bezit,

terwijl het ” er niet is” bruikbaar is.

Die twee kernbegrippen uit de Tao: WU het ‘er niet is’ en YOU, het ‘er is’ maken duidelijk onderscheid tussen bezit (een mooi vaas bezitten) en de bruikbaarheid ervan, vooral dan in spirituele zin. (de vaas als teken van de leegte, of van de dienstbaarheid)

In zijn mooie vertaling en commentaar schrijft Phippe Verbeeck: ‘Deze gedachtengang is terug te vinden in alle Chinese kunstuitingen, zoals de schilderkunst, de calligrafie, de opera, de architectuur, de tuinaanleg. Het kunstwerk heeft een maximale werking via de rust in de muziek, de stilte tussen de woorden, de openheid van de penseelsteek, de ruimte zoals een plein tussen woonblokken.’

(Philippe Verbeeck, Het Taoïstisch denken van Lao Tzu, 1. Het boek van de Tao, Acco Leuven, Voorburg, 2007)

Zo zijn de mooie voorwerpen uit onze collectie ook een weg naar het niet zichtbare, zoals de stilte of hetgeen niet gezegd wordt net zo belangrijk kan zijn als het woord of het hoorbare.

In wezen zijn het gedetermineerde en het ongedetermineerde aan elkaar gelijk en net zo waardevol terwijl wij vooral het ‘volle’, belangrijk vinden en het lege veronachtzamen.

In het lege is nog alles mogelijk.  De leegte zet aan tot scheppen.  Het resultaat is ook in eenvoudige dingen zichtbaar.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

 

HET GEHEIM VAN DE DOOS

Of het nu geschenken zijn, of schatten, herinneringen of nutteloze voorwerpen, ze kunnen allemaal bewaard worden in een doos, een pakje.

Als kind liet ik pakjes zo lang mogelijk dicht.  Het inpakken van zo’n pakje, met vaak een fraaie dubbele plooi over heel de lengte, het fréle touwtje of strikje, het zag er allemaal zo breekbaar mooi uit dat in mijn kinderogen het pakje belangrijker was dan de onbekende inhoud.

De mogelijkheid dat er in het pakje ‘alles’ kon zitten, kon ik niet laten verpesten door de uiteindelijke bepaling van ‘dit is het, en ook maar dit’, hoe mooi ‘dit’ dan ook mocht geweest zijn.

2594499232.2

Het wonder zit hem nog altijd in de mogelijkheid dat het ene een representatie is voor al het andere, dat het gedefinieerde nog net voor zijn ontdekking ook al het andere ongedefinieerde kan zijn.

Dat is ook de reden dat loterijen en kansspelen zo’n succes hebben.  Je kunt met de meest nuchtere logica voor iemand de kansen berekenen die vrijwel nul zijn, die 1 op 1 miljoen kunnen bedragen, of erger nog, maar door het feit dat het ongedefinieerde zijn magie blijft behouden, dat het kinderlijke ‘je weet maar nooit’ bovenkomt, is de ratio verloren.

Oosterlingen hebben daarin een stapje voor.  De leegte is op zichzelf een waardevolle plaats.  Zonder leegte kun je niets vullen, kun je geen nieuwe gedachten of emoties plaats geven. Wij passen de leegte toe op onze interieurs niet omdat we daardoor nieuwe dingen zouden ontdekken, maar uit angst de ordening te verstoren, het patroon te doorbreken. Leegte als statussymbool.

Laat je dus eens vullen met herinneringen die de brug tussen onze en de verleden tijd maken.

 

OVERLEVEN (5)

!B-vQcm!!Wk~$(KGrHqN,!hEEze90JR4lBM9lCbKVW!~~0_1.JPGDeze mooie visterrine komt uit Bohemen, de jaren twintig van de vorige eeuw, dichtbij de art deco, met de art nouveau nog in de rug.

Mooi hoe het handvatje tegelijkertijd de vin van de vis is.

Je kunt natuurlijk de verpakking mee op afel ‘smijten’, vlug-vlug, en daarna kieper je het blikje of de cellophaan in de juiste blauwe, groene of gestippelde zak, of je kunt er een punt van maken de tafel te dekken met mooie dingen zodat eten toch nog iets met cultuur te maken heeft.  In die zin hebben de Casa-Blokker en andere dito-ketens meer invloed gehad op onze leefgewoonten en cultuur dan Eric Anthonissen met zijn toren voor het volk, al zal ik het belang van zijn specifiek werk niet ontkennen.

!B-vQb-wEWk~$(KGrHqQOKiIEzS11)pB9BM9lCZq2iQ~~0_1.JPG

Vormgeving voor datzelfde volk is ook pure cultuur, iets wat de meeste meubelzaken nog altijd niet hebben begrepen in het presenteren van eenheidsworst die op dit ogenblik alleen nog Ikea als tegenpool heeft, en ook daar is de innovatie, het speelse soms ver te zoeken. (wetten van de functionaliteit of te kleine ruimte!)

Ouderen komen nog uit de tijd van één bord voor de hele maaltijd, met daarbijhorende vork, en als de pan in het midden van de tafel stond was zelfs dat bord overbodig.

Het zijn dus inderdaad allerlei organisaties zoals middenstandsgroepen, boerinnenbonden en allerlei andere vaak parochiale groeperingen die een belangrijk stuk cultuur hebben doorgegeven op het terrein van maaltijden, wonen, koken, theater, spreekbeurten, muziek en… Persoonlijk vind ik dat de rol van deze groeperingen onderbelicht is gebleven en dat bepaalde cultuurpausen nog altijd een minieme elite dienen zonder terug te kijken op de wortels van wat wij nu een culturele samenleving noemen.

Leven met het verleden kun je beter begrijpen als de voorwerpen uit dat verleden weer geïntegreerd worden in ons bestaan van elke dag.  Ze mogen best naast mooi design liggen, ze kunnen voor weinig geld een mooie brug maken tussen onze levens.

De schoonheid is er voor iedereen.  (zintuigen zijn echter wel noodzakelijk)

OVERLEVEN (4)

 

De wat vreemde boventitel ‘OVERLEVEN’ moet je heel letterlijk opvatten.  Kunst is in mijn ogen het enige middel om te overleven. Natuurlijk verval je met zo’n uitspraak in de oeverloze discussies wat dan ‘kunst’ wel mag zijn. Ik zou je daarvoor moeten meenemen naar de Tao, de oosterse -maar in diezelfde ogen- ook heel westerse denkwijze, als je bijvoorbeeld kijkt naar de mystici, een boeiend man als psycho-analyticus Jung die de volstrekte gelijkwaardigheid en uiteindelijke eenheid in alles al voorvoelden.

De Tao heeft het over ‘de moederlijke oergrond van alles: ongemanifesteerd én het Al doortrekkend.  Andreas Burnier zaliger schreef het zo: ‘Wij en alle andere wezens onder en boven het menselijk zijnsniveau zijn als rimpelingen op de oppervlakte van de Tao.’ (‘De rondgang der gevangenen, een essay over goed en kwaad, Querido, A’dam 1987)

Die rimpelingen maakt kunst zichtbaar, het krachtenspel tussen wat de Chinezen Yin en Yang noemen. Voor vroegere oosterlingen was het ideaaltypische manlijke principe het hemelse, het vrouwelijke het aardse (Westerlingen denken vaak andersom)

In onze cultuur (Burnier spreekt van het christendom der mannenkerken) is de Materia verdacht, zondig en de Spiritus, de geest, het heilige, of het afschrikwekkende, maar ik sprak daarstraks over de volstrekte gelijkwaardigheid en de uiteindelijke eenheid.  Dat is een typische opdracht van de kunst, deze eenheid zichtbaar maken ook al is het de utopie ervan.

 kamertje

Nu naar een heel mooi als eenvoudig voorbeeld: een zolderkamertje van de Belgische schilder Fernand Pauwels:

Geboren met het koninkrijk België in Ekeren,1830, studeerde Ferdinand Pauwels aan de academie van Antwerpen van 1842-1850, bij o.a. Gustaaf Wappers en Nicaise De Keyser.
Hij vertrok naar Dresden, was daarna in Antwerpen en werd professor in de historieschilderkunst in Weimar. Hij werd er later ook door een Vlaming opgevolgd: Karel Verlat.
Even terug in België en in 1876 vertrekt hij naar Duitsland waar hij later directeur werd aan de kunstacademie van Dresden.
Net zoals hij al in Meissen had gedaan schilderde hij in het stadhuis in Ieper 11 muurschilderingen en in de lakenhalle een cyclus van 12 schilderijen.
Tijdens de eerste wereldoorlog gingen die werken verloren. Hij stierf in Dresden in 1904.
In het jaar 2000 kocht de Ieperse gemeenteraad zes schilderijen van Pauwels voor 80.565 euro! (3.250.000 Bfr)

Wel van die befaamde man wiens gedetailleerd leven je in Wikipedia kunt terugvinden, deze kleine prachtige aquarel op tekenpapier, niet gekaderd.
Een hoekkamertje, met naaimachine.
Achteraan heeft een onbekende hand naam en levensdata opgeschreven, geboorteplaats Ekeren en plaats van overlijden Dresden.
Rechtsonder achteraan getekend.
Links stempel M.B.
Ik kocht ze in Leipzig, niet zo ver dus van de plaatsen waar hij gewerkt en geleefd heeft. (31,5 x 24,6 cm)

Ik hou van dit kleine werkje omdat het een inkijk geeft in het dagelijkse, los van de historische taferelen, de heldendaden.  De ruimte en haar eenvoudige inhoud, het blijkbare niets en toch het alles voor wie er schuilt, slaapt en werkt. Er overleven.


OVERLEVEN (3)

2 vazen.jpeg

Een andere betovering uit mijn kindertijd waren twee porseleinen beeldjes van zittende Chinese ouderlingen.  Ze zaten op een houten plankje in de etalage van de koffiewinkel die ik elke dag op weg naar school voorbij moest.

Natuurlijk kenden we de Chinese cultuur zij het dan via paters en nonnen die er werkten en nu en dan neerstreken om kunstig uitgewerkte ivoren ballen en torentjes aan de rijke westerling te verpatsen, maar op de fascinatie voor die twee beeldjes had die kennis (of net het gebrek eraan) geen invloed.

Pas veel later vernam ik dat het in feite ‘mud figurines’ waren, kleine beeldjes die gebruikt werden in de Tang dynastie om tussen de bonsai’s de indruk van menselijke aanwezigheid te suggeren in landschappen die de zinnen zouden strelen.  De echte mud beeldjes werden met de hand gemaakt, maar mijn zittende figuurtjes kwamen waarschijnlijk uit Hong Kong en waren zeker geen handwerk, want na enkele maanden sparen kon ik ze op een dag gaan halen en op mijn kamer zetten.

De fascinatie kan ik niet verklaren.  Was het de lokroep van de verte, hoorde het bij de ijver waarmee ik via La Vache Qui Rit het Congolese dorp verzamelde en tentoonstelde? Had ik daarna lange gesprekken met mijn zittende piepkleine beeldjes op hun beeldig gevernist plankje?  Helemaal niet.  Ze hoorden bij mijn wereldje.  Werd je ’s morgens wakker dan waren zij er, kwam je overdag je omkleden of speelgoed zoeken dan keken zij toe.  En ’s avonds hoorden ze bij de schemerige beelden waarmee de dag uit mijn bewustzijn verdween.

Dat erbij horen had ik ook toen ik de grote vazen hierboven afgebeeld voor mijn collectie inkocht. Niet eens prijzig, zonder enige aanduiding stonden ze tussen de rubriek varia mooi te wezen. Het zijn stevige knapen, 31 cm hoog, poreus aardewerk dat over de blauw-witte tekening geglazuurd werd. Natuurlijk is er de liefde voor flow blue, aardewerk in verlopende tinten van blauw zoals blijkt uit de verzameling, er is de ronding van het deksel  en de rondingen die de rechthoekige vlakken verzachten, maar zelfs al zouden ze seriewerk zijn, ze spraken mij aan bij de eerste aanblik en als ze hier vertrekken zal dat met de nodige weemoed gepaard gaan.

Hedendaagsen hebben blijkbaar geen horror vacui, integendeel, ze gaan er prat op dat hun leefruimtes een zekere kaalheid bezitten die ze verstoppen onder de naam ‘design’, een vrij dure vorm van binnenhuis-architectuur die soms eerder de dure kant van de zaak dan wel de esthetische moet beklemtonen. Ik begrijp de afschuw voor ‘postuurkes’, de eindeloze rij af te stoffen vazen, vaasjes, kaders en spiegeltjes, maar toch wil ik pleiten om het kind niet met het spreekwoordelijke badwater weg te kieperen.

Misschien is er een tekort aan fascinatie want vele stukken uit voorbije tijden laten zich perfect in moderne interieurs integreren. Met deze grote dekselvazen kun je dus wonderen doen.

Ik besef dat er in talrijke huizen mooie dingen zich dood staan te vervelen.  Een museum heeft zijn collectie en zijn kelders.  Berg dus geregeld dingen op en haal ze na een jaar weer boven, herschik ze, tover ander licht bij hun staanplaats, geef ze gezelschap, en als de fascinatie ontbreekt wend je tot ebay en andere digitale marktplaatsen.

Het zal inderdaad een kwestie van je kwetsbaar opstellen zijn.  Luister niet naar de boekjes of de dure blaadjes die je een koel interieur aansmeren als je zelf gefascineerd bent door objecten:  beelden, vazen, schalen, enz.

Ga aan het werk. Ik aanbid de ruimte en de leegte ook, maar ik schuw de aanwezigheid van mijn vrienden(innen) niet. Ze weten dat ik niet wil uitpakken met hun schoonheid, maar dat ik me door hen heb laten inpakken, en daar zijn ze blij om. We hebben met elkaar te maken.

Nu de eerste geut van de blauwe regen is uitgebloeid en de seringen in blauwe brokjes naar de grond dwarrelen kijk ik vaak naar hen want bij verdriet en treurnis bloeien hun blauwe bloemen zo maar voor me open, dag en nacht, seizoen na seizoen.