OVERLEVEN (4)

 

De wat vreemde boventitel ‘OVERLEVEN’ moet je heel letterlijk opvatten.  Kunst is in mijn ogen het enige middel om te overleven. Natuurlijk verval je met zo’n uitspraak in de oeverloze discussies wat dan ‘kunst’ wel mag zijn. Ik zou je daarvoor moeten meenemen naar de Tao, de oosterse -maar in diezelfde ogen- ook heel westerse denkwijze, als je bijvoorbeeld kijkt naar de mystici, een boeiend man als psycho-analyticus Jung die de volstrekte gelijkwaardigheid en uiteindelijke eenheid in alles al voorvoelden.

De Tao heeft het over ‘de moederlijke oergrond van alles: ongemanifesteerd én het Al doortrekkend.  Andreas Burnier zaliger schreef het zo: ‘Wij en alle andere wezens onder en boven het menselijk zijnsniveau zijn als rimpelingen op de oppervlakte van de Tao.’ (‘De rondgang der gevangenen, een essay over goed en kwaad, Querido, A’dam 1987)

Die rimpelingen maakt kunst zichtbaar, het krachtenspel tussen wat de Chinezen Yin en Yang noemen. Voor vroegere oosterlingen was het ideaaltypische manlijke principe het hemelse, het vrouwelijke het aardse (Westerlingen denken vaak andersom)

In onze cultuur (Burnier spreekt van het christendom der mannenkerken) is de Materia verdacht, zondig en de Spiritus, de geest, het heilige, of het afschrikwekkende, maar ik sprak daarstraks over de volstrekte gelijkwaardigheid en de uiteindelijke eenheid.  Dat is een typische opdracht van de kunst, deze eenheid zichtbaar maken ook al is het de utopie ervan.

 kamertje

Nu naar een heel mooi als eenvoudig voorbeeld: een zolderkamertje van de Belgische schilder Fernand Pauwels:

Geboren met het koninkrijk België in Ekeren,1830, studeerde Ferdinand Pauwels aan de academie van Antwerpen van 1842-1850, bij o.a. Gustaaf Wappers en Nicaise De Keyser.
Hij vertrok naar Dresden, was daarna in Antwerpen en werd professor in de historieschilderkunst in Weimar. Hij werd er later ook door een Vlaming opgevolgd: Karel Verlat.
Even terug in België en in 1876 vertrekt hij naar Duitsland waar hij later directeur werd aan de kunstacademie van Dresden.
Net zoals hij al in Meissen had gedaan schilderde hij in het stadhuis in Ieper 11 muurschilderingen en in de lakenhalle een cyclus van 12 schilderijen.
Tijdens de eerste wereldoorlog gingen die werken verloren. Hij stierf in Dresden in 1904.
In het jaar 2000 kocht de Ieperse gemeenteraad zes schilderijen van Pauwels voor 80.565 euro! (3.250.000 Bfr)

Wel van die befaamde man wiens gedetailleerd leven je in Wikipedia kunt terugvinden, deze kleine prachtige aquarel op tekenpapier, niet gekaderd.
Een hoekkamertje, met naaimachine.
Achteraan heeft een onbekende hand naam en levensdata opgeschreven, geboorteplaats Ekeren en plaats van overlijden Dresden.
Rechtsonder achteraan getekend.
Links stempel M.B.
Ik kocht ze in Leipzig, niet zo ver dus van de plaatsen waar hij gewerkt en geleefd heeft. (31,5 x 24,6 cm)

Ik hou van dit kleine werkje omdat het een inkijk geeft in het dagelijkse, los van de historische taferelen, de heldendaden.  De ruimte en haar eenvoudige inhoud, het blijkbare niets en toch het alles voor wie er schuilt, slaapt en werkt. Er overleven.