DE VERGEETPUT, een kortverhaal

Staring-out

Hoe was het allemaal begonnen?
O ja, eerst: de verhuis. Van de ene flat naar de andere. Dezelfde onbekende mensen rondom hem. Een beetje wennen aan het nieuwe decor, maar voor de rest bleef zijn leven zoals het altijd geweest was: geruststellend eentonig.

1122-BKS-Rachman-articleLarge

Op een dag in december bemerkte hij dat er iets was dat die eentonigheid doorbrak. Iets wat hem dus lichtelijk verontrustte. Andere jaren kreeg hij rond deze tijd een kaart voor de autokeuring. Hij reed met een tweedehands autootje uit een-niet-te-herinneren-bouwjaar, en telkens als kerstmis in de lucht hing, kreeg hij een kaartje met een ambtelijke oproep zich met zijn voertuig te melden bij de inspectie.
‘Ach,’ dacht de man, ‘ze zullen het nieuwe adres nog niet doorgestuurd hebben.’ Plichtsgetrouw reed hij dus uit eigen beweging naar de keuring.
‘Tja, als u geen kaart hebt gekregen,’ zei de man achter het bureel, ‘dan zal u te vroeg zijn.’
Maar toen ze samen naar zijn groene kaart keken merkten zij dat hij eerder te laat was.
‘Zozo,’ begon de ambtenaar op een lichtelijk bestraffende wijze. ‘Zozo, u is dus te laat.’
‘U ook,’ antwoordde de man vriendelijk.
Men keek in alle mogelijke lijsten, telefoneerde naar de inspectie van zijn vroegere woonplaats, maar nergens werd er één spoor gevonden dat zijn voertuig enig recht op bestaan had.

alone

Ietsje meer werd de man verontrust toen hij tot zijn nog grotere verbazing vaststelde dat hij dat jaar nog steeds geen aanslagbiljet had ontvangen.
‘Zoiets vergeten ze nooit,’ dacht de man. ‘Als ze centen moeten krijgen, dan zullen ze die krijgen.’ Omdat de man grotere brokken wilde voorkomen, schreef hij een brief naar het belastingskantoor waarin hij voorzichtig vroeg om de toezending van een aanslagbiljet teneinde zijn persoonsbelasting van het voorbije jaar te kunnen betalen.
Twee dagen later kreeg hij het bezoek van een zenuwachtig mannetje.
‘We hebben uw brief ontvangen,’ zei het ventje, ‘en we hebben hem aandachtig gelezen.’
‘Zo,’ zei de man, gelaten wachtend op een vonnis.
De ambtenaar plukte aan zijn klein snorretje, kuchte en zei dan alsof hij over een jeugdzonde sprak: ‘Helaas, maar u heeft geen dossier bij ons. U bestaat eenvoudig niet.’
‘Jamaar, jamaar,’ zei de man en hij haalde zijn portefeuille boven, zocht zijn identiteitskaart, ‘kijk eens, wie is dat dan?’ vroeg hij streng.
De ambtenaar bekeek aandachtig het glanzende kaartje.
‘Misschien kunt u het lezen,’ zei hij. ‘Ik niet.’
De man keek naar zijn paspoort. De letters waren grijze strepen geworden en zijn foto toonde slechts een schimmige gestalte.
‘O,’ zei de man. ‘Te lang in de regen gelegen, denk ik. Met die verhuis…’

asidcheckpoint5-61290550378168

Helemaal verontrust werd de man toen hij bemerkte dat zijn poes niet meer thuiskwam en dat schoenen die hij had laten verzolen onvindbaar bleken te zijn.
‘Herinnert u mij niet meer?’ vroeg hij de schoenmaker. ‘Verleden week heb ik ze zelf binnengebracht. Zwarte schoenen.’
‘Ik kan me gewoonlijk elk gezicht herinneren,’ antwoordde de schoenmaker, maar eerlijk gezegd,’ -hij aarzelde en keek de man nog eens onderzoekend aan- ‘…eerlijk gezegd, ik denk niet dat ik u eerder heb gezien.’

Er kwam ook geen post meer en op zijn bureel sprak niemand nog met hem. Niet dat ze hem meden, dat ze achter zijn rug roddelpraatjes vertelden. Ze zagen hem gewoonweg niet meer.
Er bleek ook geen werk meer voor hem in het opdrachtenbakje te liggen, en zijn mailadres werd door geen enkele computer herkend.
Op een morgen zat hij een beetje wanhopig voor zich uit te staren tot hij plotseling een stem hoorde:
‘Pardon, u zit aan mijn bureel.’
‘O, neemt u mij niet kwalijk,’ stotterde de man.
Hij zocht zijn mantel, nam zijn boterhammetjes uit de bovenste lade en liep de stad in.

do_you_feel_alone__by_fifi797_d52qmnt-fullview

Even dacht de man dat hij het slachtoffer van een complot was geworden, maar hij voelde zich helder en nuchter genoeg om die ziekelijke gedachte van zich af te zetten.
‘Het is een toeval,’ dacht hij. ‘Een samenloop van omstandigheden.’
Toch wilde hij zeker zijn. Hij maakte een afspraak bij een dokter, vertelde hem iets over vage klachten in de maagstreek en wachtte geduldig op de uitspraak van de arts die hem van zijn angsten zou bevrijden: een soort aderverkalking, hersentumor, of iets psychisch, stressaanvallen of een ongekende fobie.
De dokter werd bleekjes, schudde met zijn stethoscoop alsof het ding niet naar behoren werkte, luisterde opnieuw, nam zijn bloeddruk, twee- driemaal en keek hem toen lijkbleek aan.
‘U heeft geen hartslag noch bloeddruk, meneer. U kunt met bankcontact betalen.’

shaun-tan-nobody-understands_grande

In paniek loopt er een man over straat. Neen, de mensen kijken hem niet na. Zelfs als hij iemand hardhandig wegduwt, hoort hij geen scheldwoorden. Dat verhoogt nog zijn paniek. Als hij een agent om hulp wil vragen, hoort de man zijn eigen stem niet meer. De agent kijkt gewoon door hem heen en wandelt verder.
‘Ik spring door het raam,’ denkt de man terwijl hij de trappen van zijn flatgebouw oprent omdat de lift geen teken van leven geeft. ‘Ik spring door het raam!’
Bijna één minuut moet hij aan zijn deur frutselen, dan stormt hij door de living op weg naar het raam dat op een binnenkoertje uitgeeft, voorbij de spiegel…
Hij keert langzaam terug. In één flits heeft hij het gezien. Hijgend staat hij voor de spiegel. Duidelijk zichtbaar ziet hij een dunne, lichtende nul op het spiegelglas, een levensgrote nul.

12728312175_fee90963fc_k

Post Scriptum:

Om niet dadelijk het nummer van een of andere preventiedienst te moeten vermelden, dit naschrift.
Of mijn hoofdpersoon wel of niet gesprongen is, of na een uurtje wenen bemerkte dat die nul ook een ‘o’ kon zijn, een uitroep van verbazing en hij daarna een nieuw leven verzon, laat ik in het midden.
Tussen ‘nul’ en ‘Oh…’ ligt er een duizelingwekkende diepte.
Een troostrijke gedachte.

12-18_PaaE_Nicolas-Moufarrege_7