‘De liefde door het zien, die doet de voeten gaan.’

GettyImages-709117557-5c4ea02b46e0fb00018deb16

Onze ‘zienigheid’, de regulator van het zien in zijn breedste betekenis, blijft in het woordenboek beperkt tot de ‘voorzienigheid’.
Een weinig menselijke eigenschap want volgens de geschriften is het een goddelijke werkwijze die ervoor zorgt dat alles gebeurt zoals het gebeurt. Een mooi begrip waarmee ingrijpen in het eigen lot zo goed als overbodig zou zijn. Je hoeft daarvoor geen zichtbaar bewijs te hebben, geloof en vertrouwen is voldoende.

Het feit dat de term ‘zienigheid’ het niet heeft gehaald in het dagelijks taalgebruik, zou kunnen betekenen dat het regulerende zien, kijken, wel eens op de te-wantrouwen-lijst van de menselijke mogelijkheden tot waarnemen zou staan, zoals ik een mooi voorblad heb gevonden van: ‘Zedelijcke Voldoeningen der Vijf Sinnen, veroorzaect uyt des selfs. Voorworpsels beweginghe ende ghevolghen, in welckers gebruyck beslaet de ware Deught: vermaeckelyck voorgestelt en verciert met copere plaeten: Tot kenisse ende Oeffeninghe van de Wel-leventheydt’. (1722)

3282bde6-c09c-469a-aec8-fb815f935336Een zekere ‘zedelijcke voldoening’ blijkt nodig om bij de deugdzamen te blijven horen.
Want:

‘Die aen de Ooghen geeft te grote liberteyt
Die houdt in geenen dwanck fijne genegentheyt.
En een onsuyver Oogh’ die kan te kennen geven
Dat is den Mensch gewoon onsuyverlijck te leven.’

De auteur besluit zijn bespreking van ‘het ghesicht’ met onderandere deze fraaie zin:

‘De liefde door het sien, die doet de voeten gaen.’

FS_22078

Het wantrouwen voor het reguleren der eigen zinnen is duidelijk, want vaak blijken de ogen hongeriger dan de rede en kunnen zij naast kijken ook ‘onsuyver’ kijken. (iemand met de ogen verslinden?)
Maar wie ‘gezien heeft’ wil meer zien, en dat doet dus de voeten gaan, als is zelf-bespiegeling in deze tijden van selfies niet dadelijk een activiteit die je in beweging zal zetten, eerder een bevestiging van ‘ik was er bij!’. (een soort extra-bevestiging: het oog alleen, de foto in dit geval, volstaat niet.)

in bootje bruin056

In de beperking van de voorbije tijden was de foto ook een bewijs. Een bewijs dat er buiten het dorp, stad en provincie ook nog leven was, of dat het leven van alledag er in de meeste nabije streken er net zo uitzag als hetgene we kenden terwijl de verre reizigers thuiskwamen met een heel ander verhaal.

De zelf-herkenning, het vertrouwen dat er nog wezens waren met een levensloop, dat landschappen en steden door de ogen van de fotograaf een zekere nabijheid kregen, opgenomen werden in de collectie ‘ons bestaan’, waren ook een bewijs voor het ‘echt gebeurde’.
Je kon ook je eigen leven documenteren, al deden dat in je jonge jaren, een tijdje geleden, vooral de volwassenen.
De verhalen over de tijd van toen kregen een gezicht in het foto-album, later bewogen ze als echt op film, tape en via digitalisering op schermen allerlei.

Vintage-Beach-Coney-Island-1-LIFEBW0616

Onze ‘zienigheid’ bestrijkt op dit ogenblik een groot domein aan mogelijkheden en/of hulpmiddelen. zodat we de indruk hebben ook wel zonder voorzienigheid van hogere machten te kunnen leven daar wij menen zelf de regulator te zijn. We hebben immers controle-camera’s in overvloed om het goddelijke oog te vervangen.

We beheren de tijd, we beheren de ruimte waarin die tijd verloopt, en we zijn in staat deelgenoot te kunnen worden van mensen uit een andere tijd en andere ruimte.
Naast de documenterende functie kunnen we als regulator van onze zienigheid onze beelden manipuleren door ze te vervormen, te focussen, ze een duidelijke stempel van ons persoonlijk ‘zien’ mee te geven, een mooi terrein voor de fotografie als kunst.

article-0-1DA9F5ED00000578-92_634x406

De echte toevoeging’ was het oog zelf.
Dat oog dat op stap was geweest in de wereld en van die wereld een ‘gekaderd’ fragment had gekozen als onderwerp waarin het spel van licht en schaduw en allerlei visuele elementen de compositie gingen bepalen.
De fotograaf verdween, zoals alle kunstenaars verdwijnen, maar wat hij/zij heeft gezien schept toch weer een intense aanwezigheid, letters van licht zou je kunnen zeggen, leesbaar voor het oog in verbinding met hart en hersenen. Een poging om het voorbije toch te bestendigen, het achteloze onder ogen te brengen, het zien te verlengen, het te bewaren en te koppelen aan ons eigen eerder beperkt dieptezicht.

‘Hoe veerder van de Oogh is eene saeck gelegen
Hoe minder dat het hert zal zijn daar toe genegen,
De Liefde door het sien, die doet de voeten gaen,
En die geen Oogen heeft die siet men ledigh staen.’

Met die eigen ogen en ‘het oog in de hand’ wacht de wereld ongeduldig op de zieners.

e17c53022454e12d711e128c9e5a4890

https://books.google.be/books?id=WQ1iAAAAcAAJ&pg=PA1&dq=voorworpsels+beweginghe+1722&hl=nl&sa=X&ved=0ahUKEwja-OqA9IvhAhUEKFAKHWH2CW4Q6AEIKzAA#v=onepage&q=voorworpsels%20beweginghe%201722&f=false

raykmetzker2-900x609

Met deze drie foto’s van Ray K. Metzker (1931-2014) neem ik je weldra mee naar zijn boeiend werk.

‘He once said his goal was “a unique way of seeing,” one in which “new eyes replaced the old.” To critics, it was a goal achieved. ‘

81-da-2-from-city-whispers-1981-by-ray-k-metzker-BHC3295