Verhalen van man-met-de-schaar: Knippen op maat…

De neef van man-met-de-schaar, neef-met-de-schaar, was al jaren in dienst bij het bestuur van het K.O.M. (Knippen Op Maat) Het ging hier niet om een gespecialiseerd programma dat patronen voor de kledingsindustrie naar gewenste modellen kon uitvoeren, maar wel degelijk het hoog gespecialiseerd knippen in het menselijk brein.

Het begon eerder onschuldig en uiterst goed bedoeld: het verwijderen van dwangmatige ideeën eventueel door handelingen gevolgd, die zowel voor de uitvoerder als voor de omringenden als ‘storend’ werden ervaren.
Het K.O.M. wilde, nu de mogelijkheden voorhanden waren, lijdende mensen verlossen van hun storend gedrag.
De al wat oudere man die bij elke paniek-aanval de 15 strofen van het Wilhelmus, begon te zingen en pas bij de laatste strofe enigzins bedaarde, was wat blij dat hij het, bij een dergelijke aanval, in de armen van zijn geliefde, bij het zingen van een kinderversje kon houden:

‘Rijen rijen rijen in een wagentje
en als je dan niet rijen wil
dan draag ik je.

Volledigheidshalve wil ik de aandachtige lezer erop wijzen dat de K.O.M. bij diep gewortelde gedragspatronen nog net zo machteloos stond als wij nu staan, maar er was hoop dat ook verslaafden en verdorvenen aan de beurt zouden komen.
Eerdere proeven bij liefhebbers van alcoholische snoeperijen verschoven immers het probleem. De drinker werd een toegewijde snoeper en omgekeerd, de gokker veranderde in een exuberante collectioneur van uiterst dure kunstwerken terwijl een scherm-addict in een wapenverzamelaar transformeerde.

Achter de schemen van het K.O.M. werd neef-met-de-schaar echter al vlug ingezet bij de actie van het N.I.R. (Neuzen in dezelfde Richting)
Het begon als een vrij onschuldig experiment waarin fervente politieke tegenstanders na het eten van een geïnjecteerd persconferentie-hapje zich openlijk afwendden van hun partij en ofwel de wens uitten om een kloosterleven te beginnen ofwel zich aansloten bij de partij van de tegenstander. Dat eerste wekte ten zeerste verbazing, het tweede kwam ook wel eens voor zonder een knip van neef-met-de-schaar.

De woordvoerder van het N.I.R. probeerde zaak te vergoeilijken door hun onderzoek als ‘groepsvorming’ te verkopen, en de ‘sterkte van binnenlandse overtuigingen’ kracht bij te zetten tot meerdere eer en glorie van het vaderland.
‘Uiteraard zijn natuurlijke overtuigingen omtrent vaderlandsliefde te verkiezen, maar eens men beseft wat ouderwetse verscheidenheid aan meningen kost, is het vanzelfsprekend duidelijk dat wij in het algemeen belang ons inzetten om ‘met alle middelen’ de neuzen in dezelfde vaderlandse richting te stuwen.’ aldus een bericht van de voorzitter.

Een voorstel om ongehoorzamen een openbare knip in de neus toe te dienen haalde het bijna maar dank zij de partij voor de dieren die het ook voor de menselijke soort als dier opnamen, werd deze maatregel niet doorgevoerd. Wel moesten opstandige elementen twee weken lang een kartonnen neus opzetten waarop de latijnse tekst ‘Communis opinio’ (de publieke opinie) stond afgedrukt.
Het nieuwe lied: ‘Het is niet mijn maat, ook de jouwe niet maar wel de onze’ werd bij alle commerciële en nationale radio- en televisie-omroepen voortdurend uitgezonden.

Het ‘bij-knippen’ tot die ene nationale maat kwam ook in de lessen burgeropvoeding aan bod. Er waren zelfs speelse programma’s waarin de lookalikes van de grote leider het opnamen tegen die van zijn fervente tegenstander. Ook in dat programma moest neef-met-de-schaar aardig wat bijknippen! (uiteraard in het algemeen belang)

Dat een zekere weerstand niet te vermijden was bleek al vlug door het verspreiden van kleine schaartjes waaraan een kaartje hing: ‘Geen knip voor de neus waard? Doe waarvoor je geknipt bent!’ Dat was een beetje dubbelzinnig, zoals alle goed bedoelde initiatieven.
Neef-met-de-schaar nam ontslag bij de K.O.M. en begon een kapperssalon. Met succes.