Verhalen vertellen: ‘de hemelspanners’ (2)

Piet Mondriaan: De rode molen 1911

De vertelling-met-sprookjeskarakter kun je doorprikken: de twee windmolens, torenhoog met reusachtige wieken, dienen tenslotte om een gesloten koepel boven de beschreven wereld vast te houden en wat de luchten moest voorstellen was slechts één groot doorschijnend vlies dat inderdaad kon scheuren en hersteld werd met de glazige wol van de getelde nachtschapen, een alternatief voor de droom.

Piet Mondriaan Molen te Uden

Maar!
Met dit woord draait het sprookje naar een politiek geïnspireerd verhaal.
Immers, de families rond Arvid en Tarik vormen een eeuwenlange elite. Zij heersen over die zogenaamde sprookjeswereld. Wie met hen bevriend is, blijft trouw aan het ideaal van de rimpelloze luchten in de kunstmatige atmosfeer.
De rimpelloze koepel weghalen is je overgeven aan de onvoorspelbaarheid van de reële atmosfeer met daarboven de diepte van het heelal waarvan de koepelbewoners slechts de decoratieve waarde kennen.
Het zou als prentje van de centrale aarde kunnen dienen omgeven door de er rond wentelende planeten, inclusief de zon, een scheppingsbeeld, het geocentrisme, dat tot in de zestiende eeuw opgeld maakte.

Stelsel van Ptolemaeus: de aarde in het centrum

De hoge torens van de windmolens zijn uitkijkposten maar ze hebben tevens een controlerende functie: ze volgen het dagelijkse leven van de koepelbewoners en leggen hun gedragingen vast zodat elke vorm van twijfel of enige opstandigheid in de klassieke kiem kan gesmoord worden.
Voor de toekomstige vertellers ligt hier dus het terrein open en breekt de dag aan dat ‘een opstandige’ ook het leven buiten de koepel ontdekt en nieuwsgierig als hij, zij is de nodige vragen-zonder-antwoord begint te stellen. en: hoe moet dat, ontsnappen uit de rimpelloze wereld?

Foto door Pixabay op Pexels.com

We kennen de risico’s je bubbel te verlaten, maar dat gevoel was de heer Columbus ook niet onbekend en zal in de toekomst weer de nieuwsgierigen verdelen in moedigen, avonturiers en eenzame helden.
Zo is mijn vertelling die begon met ‘de luchtenspanners’ om te bouwen tot een boek, game, stripverhaal of scenario.
De vertellende motor kun je deze dagen volop zijn toerental opdrijven door elke week één aflevering te vertellen, leeftijd 0-101. Ik schuif deze wereld nog even naar de map van ‘uit te werken schetsen’ en kan fragmenten ervan aan mezelf vertellen, een methode waarrond een verhaal kan aandikken en daarna te drogen wordt gelegd om in sneetjes te worden geschreven en samengevoegd in de letterenwinkel(s) wordt aangeboden.

Foto door icon0.com op Pexels.com

Zo kunnen je vertelde vondsten het stremsel zijn waarin jouw verhalen een vastere structuur kunnen krijgen door ze geduldig aan jezelf of je kleinere en grotere omgeving te vertellen.
Het plezier van het vertellen kan niemand je nog ontnemen, het geduld daarna de beste vindingen naar een heus geleed verhaal over te brengen bevrijd je alvast van de gevreesde verveling. En las ik: geduld slaat niet terug maar leunt achterover. Voilà. Vertel de wereld door ze telkens weer opnieuw uit te vinden. Er was eens…

The Windmill at Wijk bij Duurstede
Jacob van Ruisdael 1628-29-1682)