Simplifier n’ est pas simple: Jacqueline Marval 1866-1932

Jacqueline Marval, Plage Rose, la Côte des Basques, c 1923.
Huile sur toile, 96 cm x 146 cm. Collection particulière, France.

Plage rose, la côte des Basques. en duidelijk onderaan rechts, de blik van een vrouw over de zomerse werkelijkheid. Jacqueline Marval, bij de burgerlijke stand gekend als Marie-Joséphine Vallet, ‘…dont les premières syllabes du prénom et du nom donneront plus tard Marval.’



Jacqueline Marval nait à Quaix, près de Grenoble. Elle s’appelle d’abord Marie-Joséphine Vallet, dont les premières syllabes du prénom et du nom donneront plus tard Marval. Deuxième enfant d’une famille d’instituteurs, elle poursuit sans grande conviction des études qui la destinent à l’enseignement et à une carrière d’institutrice. Elle se marie, mais la perte de son fils provoque le tournant décisif de son existence. Jacqueline Marval ne veut plus de sa vie d’épouse. Elle quitte son mari et doit alors s’assumer seule. Sa créativité, ainsi que son assurance lui permettent d’acquérir une certaine renommée en tant que giletière. C’est en exerçant ce métier, dans un premier temps à Grenoble puis à son arrivée à Paris, qu’elle pourra subvenir à ses besoins. Plusieurs de ses amis racontent qu’elle prenait ses draps en guise de toile pour compléter les châssis de ses tableaux. (website Jacqueline Marval)
Autoportrait d’après photo, 1900

‘Kind van twee onderwijzenden’ was alvast een eerste uitnodiging om deze zeldzaam ‘kunst-genoteerde’ voor mijn bescheiden voetlicht te brengen. Je eerste kind verliezen en daarna met kunstschilder François Girot naar Parijs trekken, niet dadelijk een vanzelfsprekende reactie het noodlot te bezweren. Eens in Parijs werd Girot bedankt en besloot ze met zijn collega Jules Flandrin in Montparnasse samen te wonen en zelf te schilderen als ‘Jacqueline Marval’.

Les Coquettes, 1903


Jacqueline Marval leaves her native countryside for Paris, settling in the neighborhood of Montparnasse (9 rue Campagne-Première), which will become the heart of the artistic scene. She meets the painter Jules Flandrin (1871 - 1947, with whom she’ll live a thirty years love story), as well as Matisse, Van Dongen, Marquet, Picasso, Manguin, Camoin… Lots of them, impressed by her strong character and her outstanding personality, will become her friends. Jacqueline Marval starts painting spontaneously. Lively, she brushes out landscapes on cigar-box lids to show her friends, Gustave Moreau’s atelier students (including Marquet, Matisse and Flandrin), a direct painting, without any embellishment. (Bio)
Hier aanwezig op gekostumeerd bal bij Kees Van Dongen 1914

Jacqueline Marval en haar vrienden Henri Matisse, Albert Marquet en haar metgezel Jules Flandrin tonen hun werk voor het eerst in een galerie bij Berthe Weill, een unieke vrouwelijke galerist bij het begin van de eeuw. In die tijd was zij, samen met Ambroise Vollard, een van de weinige galeries die jonge hedendaagse kunstenaars aanboden. Het begin van de jaren 1900 is zeer succesvol voor Jacqueline Marval, met tentoonstellingen, in Parijs (Galerie Druet, Salon des Indépendants, Salon d’Automne), maar ook in Europa (Cercle de l’Art Moderne, Grafton Galleries Londen, Palais Youssoupoff, Gent, Galerie Crès Zürich, Praag, French Art Exhibition), U. S.A. (Armory Show, Metropolitan Museum, Pittsburgh, San Francisco), of in Azië (Tokyo National Museum, Ohara Museum).

Jacqueline Marval, Odalisque au Guépard, 1900 ( 110 cm x 220 cm)

Marval’s first participation at the Salon des Indépendants (Paris) marks the beginning of her career as a painter. Ambroise Vollard buys ten paintings from her, including Odalisque au Guépard (1900), her nude self-portrait (perhaps the very first feminine nude self portrait of art history?). The famous art dealer will buy and sell Jacqueline Marval’s works for about ten years, succeeded by Eugène Druet and Berthe Weill.
Jacqueline Marval, Les Odalisques (1902-1903), 200 cm x 220 cm
© Ville de Grenoble / Musée de Grenoble-J.L. Lacroix

Het is op het Salon des Indépendants in 1903 dat Jacqueline Marval haar meesterwerk, Les Odalisques (1902-1903), vandaag in het Musée de Grenoble, laat zien. Het stelt duidelijk een bordeelscène voor, niet zo dadelijk een onderwerp voor een vrouwelijke kunstenaar, jezelf vijf keer als prostituee te verbeelden. Of zijn het vijf zelfportretten? Collegae kunstenaars als Apollinaire, Elie Faire, zien en erkennen het als representatief voor Jacqueline Marval. Het wordt uitvoerig in de pers besproken. En heeft Picasso het voor ogen gehad toen hij ‘les demoiselles d’ Avignon’ schilderde? En kijkt de persoon rechts met opzet naar buiten, daar waar wij als kijker het schilderij aanvullen?

Les Odalisques, 1902-03 Ontwerpstudie

C’est au Salon des Indépendants de 1903 que Jacqueline Marval présente son chef d’oeuvre, Les Odalisques (1902-1903), aujourd’hui conservé au Musée de Grenoble.

Marval se distingue en présentant ce grand tableau avant-gardiste bien particulier, d’une part par son sujet - une scène de bordel - et d’autre part car le peintre de cette scène est une femme, qui a eu l’audace de se représenter en prostituée cinq fois sur cette toile, audace que ses pairs n’ont pas manqué de relever. Parmi eux, Apollinaire, Matisse, Elie Faure, remarquent le tableau qui deviendra représentatif de l’artiste.
La Danse Bleue, 1913

In 1913 nam Jacqueline Marval deel aan het grote architectonische project van het Théâtre des Champs-Élysées in Parijs.
Dit historische gebouw, dat beschouwd wordt als een van de eerste in de Art Deco stijl, was het eerste dat gebouwd werd in beton door de architecten Auguste en Gustave Perret. De keuze van dit materiaal maakte van het Théâtre des Champs-Élysées een avant-gardistisch gebouw, lang voordat anderen zoals Le Corbusier het gebruik van beton opnamen.

Omringd door Bourdelle, Maurice Denis, Vuillard en Ker-Xavier Roussel kreeg Jacqueline Marval de opdracht om de acht panelen te maken die het decor zouden vormen van de foyer de la danse. De panelen tonen verschillende scènes uit het Russische ballet Daphnis et Chloé, een duidelijke verwijzing naar dans, maar ook naar een paar oude heren die misschien te lang in de foyer blijven hangen, waar jonge dansers repeteren en hun tijd doorbrengen. (J.M. Une fauve au Théatre)

Daphnis et Chloé, 1913
Vadim Nijinski et Tamara Karsavina, c 1910

Vaak wordt haar werk en persoonlijkheid samengevat in deze drie begrippen: ‘Fauvisme’, ‘Feminisme’, ‘Flamboyance’, titel van de mooie kortfilm waarmee we onze bijdrage afsluiten. Kijk naar de indringende schets van tijd en persoonlijkheden in een tijd waarin ‘het nieuwe’, ‘het vrouwelijke’ , ‘het essentiële’ in menige bespreking thuishoorde. Essenties en versimpelen zitten elkaar wel eens in de weg. Ook in de vormgeving waarmee slordigheden en een tekort aan kennis kunnen weggemoffeld worden. Het opnieuw ontdekken van deze vergeten kunstenares mag niet blind zijn voor een overschot aan goede bedoelingen en zichtbare technische tekorten. De middenweg blijft in hoge mate bewandelbaar voor een merkwaardige vrouw die door haar bijzondere levenskunst en haar niet aflatende zoektochten naar essenties niet alleen een getuige maar ook een levenskunstenares zal blijven.

Bezoek:

https://www.jacqueline-marval.com/

La Toilette du Printemps

Brieven aan Cecilia: Beetje moe na het gedoe?

Lieve Cecilia,

Verkiezingen overleefd? Ja. Er komt nog een bedrijf. Tranen, gejuich en gejammer. Tegelijkertijd de schoonheid dat iedereen voor zijn/haar eigen gelijk of eerlijk verlangen kan opkomen. De traagheid van de democratie verkiezen boven de snelheid van de oekaze. De vaak nutteloze energie vanuit innerlijke tegenstellingen, om van de verwarrende besluitvorming nog te zwijgen, tegenover de drukkende dwang van één handtekening, al kan de democratie ook traag worden leeg gelepeld, om een uitdrukking van Henri Heymans , dr. in de wijsbegeerte, te citeren. Met die drukte in mijn hoofd kwam ik bij de Engelse filmmaker Duncan Parker terecht. Hij maakte een kortfilm, iets meer dan elf minuten, over ‘de theepotmaker’. Vanuit zijn eeuwenoude werkplaats in de bergachtige Indiase regio Ladakh maakt de 83-jarige Namgail sierlijke metaalwerken met dezelfde technieken als zijn voorouders – tot aan zijn geitenleren balg toe. Hij is niet alleen een meester in zijn vak, maar ook een van de laatste ambachtslieden van zijn soort op aarde. Kijk. Gebruik groot scherm indien mogelijk. Kijk bij:

https://aeon.co/videos/trek-to-a-remote-himalayan-village-where-artisans-craft-teapots-fit-for-kings

of rechtstreeks indien mogelijk:



Ishey Namgail has dedicated his entire life to an art form that’s been in his family for generations. Working out of his centuries-old workshop in India’s mountainous Ladakh region, the 83-year-old Namgail crafts ornate metalworks using the same techniques as his ancestors – right down to his goatskin bellow. More than just a master of his trade, he’s one of the last artisans of his kind on the planet. For his short film The Teapot Maker, the UK director Duncan Parker travelled to Namgail’s remote village of Chilling to capture his intricate process, as well as its exquisite results. This includes the creation of a copper teapot with a dragon-shaped handle traditionally used to serve kings or high-ranking monks. And, as Parker documents, even though Namgail’s craft is very much endangered, its flame will likely burn for at least two more generations, as his son and grandson have taken up the family trade. (Use big screen if possible.)
Macgillivray, James Pittendrigh; The Tea Table; City of Edinburgh Council;
    Bij Tochon thuis, waar hij Zen beoefent en op zijn gemak is,
wordt de geest afstandelijk en gaan de dagen langzaam voorbij.
Een pad leidt naar stenen treden rond verborgen orchideeën;
een poort kijkt uit op rotsachtige pieken achter een ronde vijver.
Hij neemt een kruidenmedicijn om vermoeidheid te verdrijven,
hij drinkt thee om de slaap te verminderen.
Een vroegere belofte met rooskleurige wolken te leven
wordt vanzelf waar in de heldere herfst.

Cho-ui
1786-1866
Cho-ui was een boeddhistische monnik die verantwoordelijk was voor de 19e-eeuwse opleving van de Koreaanse thee.
At Tochon's place, where he practices Zen and takes his ease,
the mind becomes distant, and days go slowly.
A path leads to stone steps around hidden orchids;
a gate faces rocky peaks beyond a curved pond.
He decocts herb medicine to disperse ennui,
he drinks tea to reduce sleep.
A past promise to live with rosy clouds
comes true naturally in the clear autumn.

Cho-ui
1786-1866
Cho-ui was a Buddhist monk who was responsible for the 19th-century Korean tea revival.
Chanoyu hibigusa (Daily practice of the tea ceremony) 茶の湯日々草
Woodblock Print-
1896-7 (published) Mizuno Toshikata Tokyo

Was de losse thee eerder in West Vlaanderen aanwezig dan in de Kempen? In mijn vroege jeugd, ik denk aan de vijftiger jaren, was losse thee alleen te koop (Van Nelle ‘Gebroken thee’) in kleine pakjes, afdeling koloniale waren. Ook al lag het kleine thuisstadje dichtbij de Nederlandse grens, we zouden toch nog een tijdje op de nationale doorbraak van deze drank moeten wachten. Kwamen vrienden uit Tilburg op bezoek dan haastte mijn moeder zich enkele pakjes ‘Van Nelle’ s Thee’ aan te schaffen en werd voor aankomst van de gasten een ‘proef’ klaargemaakt en algemeen gekeurd. Met of zonder citroen. Meestal met veel suiker. Soms met melk!

Besluit:
‘Thee dronk men massaal in Nederland en in het Verenigd Koninkrijk, elders in Europa moest je bij de elite horen. Ook maagzieke mensen werd thee aangeraden.” De negenjarige vond thee best fijn. Een beetje ritueel inbegrepen. Hoe ging dat in jouw jonge jaren?


De dag dat ik Lu Yu zag vertrekken om thee te plukken

"Duizend bergen zullen mijn vertrekkende vriend begroeten,
wanneer in de lente weer theebloesems bloeien.
Met zo'n diepte en wijsheid
om rustig thee te kunnen plukken,
in ochtendnevel of karmijnrode avondwolken.
Zijn eenzame reis, afgunstig ben ik wel.
Rendez-vous bij een afgelegen tempel in de bergen,
waar we picknickten
bij een heldere fontein van kiezelstenen.
In die stille nacht
alleen verlicht door kaarslicht
sloeg ik op een marmeren bel.
Door het klokkenspel gedragen,

een verborgen man,
diep in gedachten van voorbije eeuwen."

Huangfu Zeng, opgedragen aan vriend dichter Lu Yu.
Eigen foto

Op de onderkant van de unieke theepot is hij getekend door “D. Ferguson, Pigeon Forge Pottery.
 En dan begon mijn zoektocht.
 Ik neem je mee naar Tenesee, Pine Road in Norris, USA.
 In 1935 ontstaat daar het nu bijna vergeten “The Ceramics Research Laboratory”. Op zoek gaan naar de natuurlijke grondstoffen van de vallei was de opdracht, en inderdaad, de klei ter plekke bleek wonderwel geschikt om er porselein en keramiek van te maken. (een vindplaats van een goede soort kaoline, de basisstof van porselein.)

Maar zoals het vaak gaat worden goede projecten om allerlei duistere redenen stop gezet.
 Er was echter Douglas Ferguson die in het laboratorium had gewerkt.
 Hij huwde de dochter van een pottenbakker en samen begonnen ze in 1946 “The Pigeon Forge Pottery”, in Pigeon Forge, Tenessee, in de nabijheid van “the great Smoky Mountains” met de rode klei van naast de deur. Het werd een van de eerste toeristische attracties in een streek die weldra een welig vakantie-oord zou worden.
Doug Ferguson verwierf nationale bekendheid en zijn werk kreeg waardering, en ik citeer, voor “the exquisite texture of its fine clay and the richness of its multicolored glazes.”
In 2000 overleed Doug Ferguson en werd de Pottery gesloten.

Deze theepot, een unicaat, getekend is zo’n prachtig stuk.
 Kijk naar de mooie glazuren die hij in elkaar laat vloeien en waar water en vuur elkaar schijnen te ontmoeten. Weet je nog? Om te geven en weer door te geven.

Eigen foto
On the bottom of the unique teapot, it is signed by "D. Ferguson, Pigeon Forge Pottery.
And then my search began.
I take you to Tenesee, Pine Road in Norris, USA.
 In 1935, the now almost forgotten "The Ceramics Research Laboratory" is created there. Searching for the natural raw materials of the valley was the mission, and indeed, the clay of the place turned out to be wonderfully suitable for making porcelain and ceramics.(a very good kind of kaolin, the basic material of porcelain was found there).

But as it often goes, good projects are discontinued for all sorts of obscure reasons.
 However, there was Douglas Ferguson who had worked in the laboratory.
 He married the daughter of a potter and together they started "The Pigeon Forge Pottery", in 1946, in Pigeon Forge, Tenessee, near "the great Smoky Mountains "with the red clay from next door.
It became one of the first tourist attractions in a region that would soon become a lush holiday resort.

Doug Ferguson achieved national fame and his work was appreciated, and I quote, for "the exquisite texture of its fine clay and the richness of its multicoloured glazes."
In 2000, Doug Ferguson died and the Pottery closed.

This teapot, a one-of-a-kind, signed is such a beautiful piece.
 Look at the beautiful glazes he blends together, where water and fire seem to meet. To give and pass on again. Remember?
Dure collectie theedozen

Wellicht is “toewijding’,een mooi begrip.
Of je nu smid, pottenbakker of woord en beeld liefhebt, telkens weer is ‘toewijding’ de essentie: ben je een toegewijd mens of gaat het om de schone schijn? Bekijk ik je leven waar ‘het oog’, bijvoorbeeld als camera je lief was, bij je werk als televisie-documentaire-maakster, zie ik je dagelijks bestaan waar je essenties met humor mengt en het essentiële opzoekt, dan mag het duidelijk zijn dat je het mooie en het ware bent toegewijd met overigens dezelfde zorgen en angsten die ons als oudere medemensen vaker zijn toebedeeld dan collegae met nog rijkelijk jaren op de teller. De zeven kopjes thee uit het gedicht van van Lu Tong mogen ons vergezellen.

De zeven kommen thee

Het eerste kommetje maakt de keel vochtig;
Het tweede verbrijzelt alle gevoelens van eenzaamheid;
Het derde kopje zuivert de spijsvertering,
heropent de vijfduizend boeken die ik bestudeerd heb
en brengt ze opnieuw voor de geest;
Het vierde kommetje wekt transpiratie op,
en verdampt alle beproevingen van het leven;
Bij het vijfde kopje wordt het lichaam scherper en frisser;
Het zesde schaaltje is de eerste stap op weg naar verlichting;
En het zevende kopje staat te dampen-
het hoeft niet gedronken te worden, want je wordt opgetild naar de woning van de onsterfelijken.
Pas tijdens de Tang-dynastie (618-907) werd theedrinken een activiteit van plezier en ontspanning. Door de politieke stabiliteit en economische voorspoed van de Tang-periode bloeide de Chinese cultuur. Dit leidde tot de opkomst van China's beroemdste dichters, Li bai, Du Fu en Lu Tong. De laatste was vooral beroemd om zijn theegedichten, zoals 'De zeven kommen thee'

The Seven Bowls of Tea’: (Lu Tong)

The first cup moistens the throat;
The second shatters all feelings of solitude;
The third cup purifies the digestion,
re-opening the five thousand volumes I’ve studied
and bringing them to mind afresh;
The fourth induces perspiration,
evaporating all of life’s trials and tribulations;
With the fifth cup, the body sharpens, crisp;
The sixth cup is the first step on the road to enlightenment;
And the seventh cup sits steaming—
it needn’t be drunk, as one is lifted to the abode of the immortals.
 It wasn’t until the Tang Dynasty (618-907 ) for tea drinking to become an activity of pleasure and relaxation. Due to political stability and economic prosperity of the Tang period, Chinese culture flourished. This let to the rise of China’s most famous poets, Li bai, Du Fu and Lu Tong. The latter being especially famous for it’s tea poems, such as ‘The Seven Bowls of Tea’.

Waar leg je de tijd?

Foto door Alena Darmel op Pexels.com

Luxe van een leeg rek waar, lang geleden, een foto stond van iemand die voor niemand nog iemand was: moeilijk te zeggen, jongen of meisje, meneer of mevrouw, een foto met kijken. Aankijken. En tegelijkertijd je blinddoeken terwijl je dat intense Andante Maestoso tot in je vingertoppen kon reconstrueren. (nu met YouTube onmiddellijk uit de vergetelheid te halen.)

‘Waar leg je de tijd?’ Wakker gemaakt door een verdwenen foto, hoorbaar zelfs en toch onbereikbaar. Samen te zijn zoals we toen waren?


Luxury of an empty shelf where, long ago, there was a picture of someone who was not yet someone to anyone: hard to say, boy or girl, Mr or Mrs, a picture with looking. Looking at. And simultaneously blindfolding you while you could reconstruct that intense Andante Maestoso to your fingertips. (Now with YouTube instantly retrievable from oblivion.)

‘Where do you put the time?’ Awakened by a vanished picture, audible even and yet unattainable. To be together as we were then?
Double Virginal
Lodewijck Grouwels Flemish, active The Netherlands 1600

‘Elk lichaam is een verzamelaar van tijd. Het telt de tijd met verschillende klokken en verwerkt de loop van al die tijden door het hele systeem. De lichamelijke tijd tikt niet overal en altijd hetzelfde. Het hart dat snel of langzaam klopt, de circulatie van het bloed, het ritme van het in- en uitademen, cellen die groeien en afsterven, het knipperen van de ogen. En het geheugen verzamelt tijd in de vorm van herinneringen en beelden, vermaalt ze en vervormt ze, en slaat fragmenten op
 in spiegelzalen en magazijnen tot ze in toevallige constructies in het heden opduiken.
Volgens de alwetende verteller in Virginia Woolfs roman Orlando functioneert de herinnering ‘als verstelnaaister en dan nog een zeer nukkige bovendien. De Herinnering hanteert de naald, stikt op en neer, heen en weer, van achteren
naar voren en van voren naar achteren. […] Zo kan de simpelste beweging die men maar bedenken kan, zoals het gaan zitten aan een tafel en het naar zich toe trekken van een inktpot, duizend vreemde, onsamenhangende fragmenten in be-
weging brengen […]. In plaats van een eenvoudig, eerlijk, gaaf stuk werk te leveren, waarvoor geen mens zich hoeft te schamen, is alles wat wij doen, zelfs het gewoonste, omgeven door het geklapwiek en en gefladder van vleugels, het glanzen en het doven van het licht.”

“De alchemie van de tijd”, Greet Van Thienen p 31-32 (Letterwerk, Borgerhout 2024)

Greet Van Thienen vraagt zich af hoe we vrijheid kunnen vinden in de snellende tijd. Wat is de alchemie van tijd en mens? Want hoewel tijd niet tastbaar is, drukt hij zich uit in alle levende wezens. Hoe werkt de tijd door ons heen? Wat kunnen wij ermee doen? Van Thienen onderneemt deze tijdreis samen met filosofen, schrijvers en wetenschappers die iets van het fenomeen tijd blootleggen. Denkers die aan bod komen zijn onder meer: Hannah Arendt, Simone Weil, Virginia Woolf, Einstein, Blaise Pascal, Jean-Paul Sartre en Byung-Chul Han. Zijn we tovenaarsleerlingen die, gebukt onder het vluchtige en snelle, toch het eeuwige blijven zoeken? 

Greet Van Thienen is auteur. In 2021 publiceerde ze ‘De stuntelende mens’, genomineerd voor de Socratesbeker en voor de Hypatiaprijs. Tot 2022 was ze radiomaker bij VRT Klara, waar ze reeksen en podcasts maakte over filosofen en schrijvers. (Letterwerk.be)
KLEINE MILDE KLAAGZANG

O, tuin bij regen
o, gulzige.
Wat kruipt en vliegt verbergt zich
onder oude varens.
Hoorbaar drinkt de grond.

O, duif bij regen,
o, onzichtbare.
Op weg naar huis, geringd, geroepen
vergeet ze haar beminde.
De katten wachten geduldig.

O, man achter het raam,
o, ouderling.
Duizend regenbuien uit het verleden,
een modderstroom verwoest de tuin
in zijn hoofd..
Geuren  hangen als kinderen in de takken.

Gmt
SMALL GENTLE LAMENT

O, garden by rain
O, greedy one.
What crawls and flies hides
Under old ferns.
Audibly drinks the ground.

O, dove by rain,
O, invisible one.
On her way home, ringed, called
she forgets her lover.
The cats wait patiently.

O, man behind the window,
oh, elder.
A thousand rains from the past,
a mudslide ravages the garden
in his mind.
Scents hang like children in the branches.

Gmt
Foto door Anthony ud83dude42 op Pexels.com

Meermaals hebben wij de Poolse dichter Adam Zagajewski belicht. Greet Van Thienen geeft hem ook een plaats in haar boek. Onder de titel ‘Tijdscapsules in zwart wit’ schrijft zij over de momentele conflicten in de wereld die voor de betrokkenen voor een zekere ’tijdloosheid’ zorgen.

“Het is niet dat ik door de tijd reis — naar het verleden of de toekomst — maar het verleden komt naar mij toe via de objecten. De draden die de punten verbinden, lichten op. Dis 1945 plotseling niet zo ver verwijderd van 2024 en is het vernietigde Berlijn verbonden met Kiev of Bachmoet van nu. Met de verschrikkingen in Israël en de ruïnes van Gaza. Zelfs met de ervaring van mijn moeder als tiener, die aan het begin van de oorlog op een kostschool moest blijven terwijl haar ouders, broers en zussen op de vlucht sloegen voor de Duitsers. Ze werd later op de fiets opgepikt door haar broer. Zij achterop en vermoedelijk een koffer met kleren en schoolboeken tussen hen in geklemd. De Poolse dichter Adam Zagajewski beschrijft in ‘Vluchtelingen’, een gedicht uit 1994, de tijdloosheid van vluchtende mensen, op zoek naar een onbekende bestemming — ‘naar het land van nergens, de stad van niemand’. Ze dragen rugzakken, bundels, praktische spullen en allerlei dingen die ‘thuis’ vertegenwoordigen. ‘Oude vrouwen met gerimpelde gezichten, die iets vasthouden — een zuigeling, een lamp — als herinnering — of een laatste homp brood.’ Waarom zou je een lamp meenemen? Omdat het een erfstuk is of een souvenir van een gelukkige reis. Omdat je hem nog snel van het dressoir kon grissen, en het licht van de lamp een thuis zal scheppen. Ooit, ergens, misschien. Omdat je wordt afgesneden van je verleden en het voorwerp toch enigszins dat verleden symboliseert.”

(Greet Van Thienen, De alchemie van de tijd, p.56-57)

Ramon van Flymen ANP-Foto
Probeer de verminkte wereld te bezingen.


Probeer de verminkte wereld te bezingen.
Denk weer aan de lange junidagen,

aan de rozijnen, de druppels van de rosé.

Aan de distels die de verlaten erven

van ontheemden stelselmatig overwoekerden.

Je moet de verminkte wereld bezingen.

Je hebt sierlijke zeiljachten en schepen gezien;

een ervan had een lange reis voor de boeg, 

een ander wachtte slechts het zoute niets.
Je hebt vluchtelingen gezien die nergens heen gingen, 

beulen gehoord die een lied van vreugde zongen.

Je moet de verminkte wereld bezingen.

Denk aan de momenten waarop jullie samen

in de witte kamer waren en de vitrage bewoog.

Keer terug naar dat concert, toen de muziek losbrak.

In de herfst verzamelde je eikels in het park

en de bladeren wervelden boven de littekens

van de aarde. Bezing de verminkte wereld

en het grijze veertje, dat een lijster heeft verloren,

en het zachte licht dat dwaalt en verdwijnt

en steeds terugkomt.

Try to praise the mutilated world’ , Adam Zagajewski.
 Vertaling Gerard Rasch, in Mystiek voor Beginners, Meulenhoff



Try to Praise the Mutilated World
By Adam Zagajewski
Translated by Clare Cavanagh

Try to praise the mutilated world.
Remember June's long days,
and wild strawberries, drops of rosé wine.
The nettles that methodically overgrow
the abandoned homesteads of exiles.

You must praise the mutilated world.
You watched the stylish yachts and ships;
one of them had a long trip ahead of it,
while salty oblivion awaited others.
You've seen the refugees going nowhere,
you've heard the executioners sing joyfully.
You should praise the mutilated world.

Remember the moments when we were together
in a white room and the curtain fluttered.
Return in thought to the concert where music flared.

You gathered acorns in the park in autumn
and leaves eddied over the earth's scars.
Praise the mutilated world
and the gray feather a thrush lost,
and the gentle light that strays and vanishes
and returns.
 

Leg hem in je handen
de tijd
schrijven kan hij:
uitzweten ook,
of de dagen aftellen
of, terwijl je kind
je ogen bedekt
zalig blind
'Ah, vous dirais-je maman'
voor haar (hem) spelen.
12 variaties.
Twaalf prachtige vindplaatsen
voor voorbije
momentele
en toekomende
tijd.


Put it in your hands
the time
he can write:
sweat it out too,
or counting down the days
or, while your child
covers your eyes
blissfully blind
'Ah, vous dirais-je maman'
playing for her. (him)
12 variations.
Twelve beautiful finds
for past
present
and future
time.

Met de Ziel(s)-genoten



Landschap met vader
 
Languit ben je de heuvels
 geworden hier, de bruine
 hellingen met stoppels van struiken,
 de gladgewaaide breuken
 in je voorhoofd van grijze steen.
 Een okeren dorp in je wang.
 De olijfgaard in je handpalm
 groeit over je vingers heen.
 
 Nu is het een warm seizoen
 boven je voeten. Pluizige
 wolken dragen koelte
 aan voor de avond. Koerend
 verbergen slaperige duiven
 zich in de rand van je haar.
 
 Als de regen komt deze winter
 gaat je oog langzaam open:
 een klare vijver in de droge
 kom van de zomer. Kinderen
 spelend voorovergebogen
 kijken in je binnen.
 
 Wat een verbaasd landschap. Vast
 had je zelf ook niet gedacht
 dat je zo stil was.

Willem van Toorn
Twee Toscaanse gedichten
Afgelopen vrijdag, 31 mei 2024,  is schrijver, dichter en vertaler Willem van Toorn overleden. Hij werd 88 jaar. Dat meldt zijn uitgeverij Querido. Van Toorn, in 1935 geboren in Amsterdam, schreef in totaal ruim veertig romans, verhalenbundels, dichtbundels en essays.

Van Toorn vertaalde ook poëzie van Franco Loi en Cesare Pavese, en proza van Klaus Mann, Franz Kafka, Stefan Zweig, Christopher Isherwood, John Updike en E.L. Doctorow. Zijn eigen werk werd onder meer in het Italiaans, Duits, Engels en Afrikaans vertaald. (De Standaard)
Foto door Vlado Paunovic op Pexels.com

Ook wat niet ademt of wortelt, de zgn. ‘levenloze’ dingen een ziel toekennen, een eigenschap die (sommige) kinderen nog hebben, het bezielen van je knuffel, een gesprek met een stoel, een voor ons onzichtbaar speelkameraadje. Keer even terug naar je kleine kindertijd, probeer je te herinneren.

Van het Latijn 'animus', dat 'geest', of 'ziel', of 'leven' kan betekenen. De term werd verzonnen door Edward Burnett Tylor in 'Primitive Culture', uitgegeven in 1871. Animisme is het idee of de overtuiging dat alles ziel heeft. Een animist gelooft zowel in het bestaan van goede als in die van kwade geesten; geesten, die onder meer in bomen, dieren en gebruiksvoorwerpen kunnen huizen.


Animisme is geen religie op zich, maar maakt deel uit van bijna alle religies ter wereld. Elke religie gebruikt zijn eigen ritueel om de zielen, of geesten, gunstig te stemmen zoals het brengen van offers, een rituele dans of strikte (gemeenschaps)regels. Vooral in het sjamanisme komt animisme sterk aan bod.

Een groot aantal mythologische figuren zijn gebaseerd op animisme, zijnde: het geloof in zielen. In de moderne wereld komt een milde vorm van animisme voor in de filmindustrie, of in sprookjes, waar voorwerpen of dieren tot leven komen.

Kleuters hebben vaak een animistische houding ten opzichte van de wereld om hen heen, vooral in het geïndustrialiseerde deel van de wereld. Voor een kleuter kunnen bomen praten, wonen kabouters in paddenstoelen en kunnen dingen menselijke eigenschappen bezitten. Vanaf ongeveer 6 jaar krijgen kinderen een meer algemeen aanvaard beeld van hun leefwereld. (Spiritualia.be)
Foto door Karolina Grabowska op Pexels.com

Animisme is, binnen de kunstgeschiedenis, een stroming in de Vlaamse schilderkunst van de 20e eeuw

De animisten in de Vlaamse schilderkunst vormden geen echte school. De min of meer willekeurige benaming werd gebruikt door Paul Haesaerts, waarmee deze de houding en de esthetiek van enkele los van elkaar staande kunstenaars omschreef, die werkten tussen de twee wereldoorlogen.

Het ging daarbij onder meer om Henri-Victor WolvensAlbert Van DyckJozef Vinck. Deze kunstschilders reageerden op wat zij als een buitensporige ontwikkeling van het expressionisme aanvoelden, waarbij zij in opvatting en vorm het ‘menselijk-gevoelige’ voorop stelden. Deze kunstenaars richtten zich meer op het introspectieve dan het expressionisme. Poëtische gevoeligheid speelde daarbij een rol. (Wikipedia)

Twee kinderen in een landschap Albert Van Dyck ca 1944 Museum voor Schone Kunsten Gent

Kijk ook:

https://vlaamsekunstcollectie.be/makers/albert-van-dyck

TEAPOT WITH PERSIMMON FRUIT

Those afternoons when the phases of silence
grow longer than the shadows in winter,
that’s when we turn to the idea of still-life.   
 
The room becomes image, and everything in it,
through the open doors the onlooker fades away.
Light moves over the furniture, floors, and rests
on the teapot, the persimmon fruit on the plate,
fixes their contours flawlessly like glue.
It is writing a book about superfluous things.
 
In times when there was nothing going on, the old
Japanese masters would paint only the inanimate:
teacups and folding screens. That was enough.

Durs Grünbein
Paul Gaugain La Théière et les Fruits 1896


THEEPOT MET KAKIKLEURIG FRUIT

Die middagen waarop de fasen van stilte
langer worden dan de schaduwen in de winter,
dan grijpen we naar het idee van het stilleven.

De kamer wordt beeld, en alles wat zich erin bevindt,
door de open deuren vervaagt de toeschouwer.
Licht beweegt over de meubels, vloeren en rust
op de theepot, het kaki fruit op het bord,
en fixeert hun contouren feilloos als lijm.
Het is het schrijven van een boek over overbodige dingen.

In tijden dat er niets aan de hand was, schilderden de oude
Japanse meesters alleen het levenloze:
theekopjes en kamerschermen. Dat was genoeg.

Dürs Grunbein
One of Gauguin’s most treasured possessions was a painting by Cézanne, Still Life with Fruit Dish (1879–80, now Museum of Modern Art, New York ), which he emulates in this picture. Within a similarly compressed space, Gauguin substituted mangoes for Cézanne’s apples and a Tahitian-style printed cloth for a French floral wallpaper design. One significant departure is the human figure at the upper right, glimpsed through a door or window. The year after he completed this work, Gauguin’s finances were so dire that he arranged for the sale of his prized Cézanne.

Een van Gauguins dierbaarste bezittingen was een schilderij van Cézanne, Stilleven met fruitschaal (1879-80, nu Museum of Modern Art, New York), dat hij in dit schilderij heeft nagebootst. Binnen een vergelijkbaar gecomprimeerde ruimte verving Gauguin de appels van Cézanne door mango's en een bedrukte doek in Tahitiaanse stijl door een Frans bloemetjesbehang. Een belangrijke afwijking is de menselijke figuur rechtsboven, gezien door een deur of raam. Het jaar na voltooiing van dit werk waren Gauguin's financiën zo slecht dat hij zijn kostbare Cézanne liet verkopen.
Paul Cézanne Nature Morte au Compotier (MOMA)

Zielsgenoten’ zie je hier samenvloeien, geheel toevallig: het gedicht van Willem van Toorn over zijn overleden vader waarin de verstilling een resultaat is van een versmelting: vader en landschap vormen een ‘verbaasd’ landschap waarin de stilte duidelijk een teken is van die versmelting.
Een andere stilte ontstond door een groepje schilders, voornamelijk uit de Kempen die zich van het expressionisme afkeerden en met een eenvoud van portretteren hun stilte, hun innigheid wilden realiseren, een eenvoud die uitloopt in het schilderij van Gaugain, op zijn beurt een verwijzing naar Cézannes werk met gelijkaardige inhoud.

Een stilleven hoeft zich dus niet te beperken tot een compositie van voorwerpen maar kan ook een landschap voorstellen waarin de concentratie van een nieuwe aanwezigheid duidelijk wordt. Het zichtbaar maken van een ‘animus’, (vrouwelijk; anima) een ziel, de meest directe ervaring van een totale aanwezigheid. (zonder ons in de psychiatrie en aanverwante werelden te storten, mijn beperktheid is groot.). Heel dichtbij kom je als je een klein kind kunt observeren in een gesprek of handeling met pop of knuffel. Het geloof in de aanwezigheid van een ziel, nodig overigens om de eigen ziel te ontdekken. Indien mogelijk: herinner je.

Eigen foto Gmt

Kijk naar de trailer van de video van Antje Van Wichelen ‘Lost and Found’



Animatie, hier de levenloze dingen een ‘animus’ (ziel) geven in zijn mooiste betekenis.

‘Dit is een heel concreet verhaaltje van handschoenen die verloren zijn en in de stad ronddwalen. Het is iets heel tactiels, dat je zo echt met die materies bezig bent, ook al doordat die handschoentjes met hun vingertopjes alle materialen beroeren. Door met die materies bezig te zijn, door het licht dat anders is, doordat  de passerende mensen en auto’s vervaagd zijn en we specifiek niet hebben gefocust op de lichtreclames, krijg je een andere blik op de stad. Terwijl het eigenlijk een heel concrete, reële blik op de stad is.’ (MO) Hieronder zie je hem helemaal: 9′. 34″



A cold winter night in Brussels. Behind a hole in a wall, a woman lies suffering from the cold. Her shivering sounds attract the attention of the lost gloves of the city. They start on an adventurous journey.
The film was entirely shot at night in the city with no extra light; each photo had an aperture time between 4 and 12 seconds, shot with a very small diaphragma.
Tamara de Lempicka (1898-1980). Girl with gloves


Anima/animus

Carl Jung merkt op dat we tijdens het sociale kneden van de persona bepaalde masculiene en feminiene eigenschappen onderdrukken of benadrukken, afhankelijk van onze identificatie als man of vrouw. De anima vertegenwoordigt het vrouwelijke deel, terwijl de animus de mannelijke kant representeert. Het valt Jung op dat we de tegenpool van het deel dat wij ontwikkelen vaak de rug toe keren. Toch blijft dit aanwezig in het onbewuste. Zowel anima als animus weerspiegelen traditionele ideeën die wij hebben geërfd van vorige generaties en die zich kunnen ontwikkelen met de tijd en cultuur, zegt Carl Jung. (Filosofie Magazine)
'Dat ik dan toch blijf wachten
hier bij het poppenspel, en zo volledig toezie,
dat, om ten slotte aan mijn toezien tegenspel
te bieden, een Engel op moet komen, die de poppen
omhoog rukt. Engel en pop: dan is er eindelijk schouwspel.
Dan pas komt samen wat wij steeds, in ons bestaan,
gescheiden houden. Dan pas ontstaat
de kringloop van het eeuwig vernieuwen
uit onze jaargetijden. Boven ons uit
speelt dan de Engel.'

Rainer Maria Rilke, uit 'de 4de Elegie', vertaling Jelema en Blok
‘Hand of Rodin with a Female Figure’ – Auguste Rodin (French, 1840 – 1917), The National Gallery of Art
‘When I feel
like waiting in front of the puppet theatre, no,
rather gazing at it, so intently, that at last,
to balance my gaze, an Angel must come
and take part, dragging the puppets on high.
Angel and Doll: then there’s a play at last.
Then what we endlessly separate,
merely by being, comes together. Then at last
from our seasons here, the orbit
of all change emerges. Over and above us,
then, the Angel plays.’

Rainer Maria Rilke. The fourth Elegy Translated by A.A. Kline
‘Memorial Relief (Hand of a Child)’ – Auguste Rodin (French, 1840 – 1917), The Los Angeles County Museum of Art

In de zomer van 1903 vertelt Rilke aan Salomé hoe hij dit afgrondelijke van de jeugd zelf heeft ervaren. ‘Ver in mijn kindertijd kwamen onbeschrijfelijk grote angsten op. Alles veranderde en ik voelde mij uit de vertrouwde zinvolle en nabije wereld geperst, in een andere, onzekere, naamloze en bange omgeving. Het leek net of ik niemand zou herkennen en ook niemand herkende.’

“De poppen waar het kind een moment daarvoor nog naar hartenlust mee speelde, werden nu kapotgemaakt of gedumpt. Volgens Salomé zijn het zelfs vaak de meest geliefde poppen die hier het slachtoffer van worden. ‘De haat is eigenlijk niet zozeer tegen de pop gericht maar komt uit de angst voor zichzelf voort: geboorteangst en angst om verlaten te worden.’ Kinderen leggen zich met andere woorden niet zomaar bij de afzondering van de wereld neer, maar proberen met geweld hun oude wereld te behouden.”

(Joke J. Hermsen, Heimwee naar de mens, De Arbeiderspers Antwerpen Amsterdam 2003. p.119-120)

Bronzino. Ritrato di ragazzo. 1540-45

En, zucht de auteur, laat hij/zij/wij het verlorene terugvinden in zijn/haar/onze creatieve mogelijkheden of…in de liefde, vult Salomé aan. Zij wist waarover zij sprak. ‘Heimwee naar de mens’ van Joke J. Hermsen, ten zeerste aangeraden. Laten we mooie dingen (s)maken.

Tintoretto Wedstrijd tussen Apollo en Marsyas. (1545)