Een heel kleine vogel op de schouder van een engel: Henri Rousseau (1844-1910)

Henri Rousseau, “Carnival Evening,” 1886, at the Barnes Foundation in Philadelphia.Credit…via Philadelphia Art Museum
Un tout petit oiseau
Sur l'épaule d'un ange
Ils chantent la louange.
Du gentil Rousseau.
 
 Guillaume Apollinaire.

His breakout dreamscape for that show, “Carnival Evening,” is here, starring a clown and a distant, half-painted house of real, stumping enigma. Its hundreds of needle-fine tree branches silhouetted black against a winter sky gradient foretell the day-night conjurings of Magritte. (Aside from color behavior, Rousseau knew how the eye adjusted to the absence of light.).   (Walker Mimmss NY Times 16 jan 2026)

Bio’s van schilders hebben de neiging om vanuit het schilderij meteen de werkelijke levensloop te integreren. Mijn verste bron echter, de Nederlandse kunstcriticus en schilder Kasper Niehaus is nog in dezelfde eeuw als Henri Rousseau geboren en zijn artikel in ‘Elseviers Geïllustreerd Maandschrift jaargang 42 verscheen in 1932 waarin hij zijn kennismaking met het werk van deze eenling uit de letterlijke doeken doet.

"IN Juni 1912 schreef een vriend mij uit Parijs, dat hij bij Uhde geweest was, een kunsthandelaar en fijn schilderijenkenner, die ook over kunst schreef en die naast een prachtcollectie Picassos en Braques en ook zeer fijn werk van Marie Laurencin, vooral een mooie verzameling werk van Henri Rousseau had: ‘een schilder wiens naam je waarschijnlijk nog nooit gehoord hebt. Toch is hij al twee jaar dood en niet jong gestorven. " 

De slapende Bohémienne La Bohémienne endormie (klik op beeld om te vergroten)

Met de woorden van Kasper Niehaus (1932):

"In een geel, rood en groen gestreept kleed, slaapt de Bohemienne, met den eenen arm onder het hoofd in een evenwijdig geplooide, amethyst-paarse doek, op een oranje en groen gestreept kussen, in het alles als doorschijnend makende licht van de maan. In de rechterhand houdt zij een stok. En toch is de Bohemienne daar niet gekomen! Zooals Cocteau zeer juist heeft opgemerkt, liet de schilder, die nooit een détail vergat, geen enkel spoor na in het zand om de slapende voeten. De nagels van voeten en vingers liggen als schelpjes aan den oever van dezen stroom der vergetelheid. De mandoline met het donkere, rood-omzoomde klankgat, de snaren als besneeuwde draden van een interasterale telegraaf en de schroefjes als maansteentjes, de roode kruik, loopen volgens Uhde tien jaar vooruit op de heele komende Fransche schilderkunst welke zij doen voorvoelen; (ibidem)

Zelfportret 1890


Daarentegen gaf hij elken Zondag een soirée, waar hij z'n vrienden uit de voorsteden, winkeliers, schoenmakers, kleermakers uitnoodigde en z'n schilderijen aan hun critiek onderwierp. Hij zei eens: ‘Ik heb veel van deze menschen geleerd, veel meer dan van alle critieken, die men tegen mij schreef. Bijvoorbeeld, m'n ‘Leeuw in het oerwoud’ was op de expositie en niemand had bemerkt, dat ik vergeten had den leeuw oogen te schilderen. Daar kwam een oude vriend van mij, een douanier van den Pont de la Tournelle en lachte: ‘Oude vriend, gij hebt immers vergeten den leeuw oogen te geven.’
Rousseau liet zich dus door het volk corrigeeren! (ibidem)

De oevers van de Bièvre nabij Bicêtre 1908-1909

Rousseau identificeerde het onderwerp van dit schilderij in een handgeschreven notitie, bevestigd aan het spanraam, gedateerd 1909, het jaar waarin hij het ter verkoop aanbood aan de kunsthandelaar Ambroise Vollard. De scène toont het landschap rond Bicêtre, een arbeiderswijk aan de zuidelijke rand van Parijs, vlakbij de rivier de Bièvre (die nu ondergronds door de stad stroomt). In de tijd van Rousseau was de waterweg zwaar vervuild, maar op bepaalde plekken was het uitzicht nog steeds schilderachtig, zoals blijkt uit de figuren in boerenkleding op het met bomen omzoomde pad links en het glimpje van het zeventiende-eeuwse aqueduc d’Arcueil op de achtergrond. (The Met)

La Guerre. circa 1894. musée d’ Orsay Klik op titel om te vergroten

Een keuze uit zijn werk vind je onderaan de Franse Wikipedia gegroepeerd per onderwerp:

https://fr.wikipedia.org/wiki/La_Guerre_%28Rousseau%29

Henri Rousseau. Zelfportret van de kunstenaar met een lamp 1903

Henri Julien Rousseau werd geboren in Laval in de Loirevallei in het gezin van een loodgieter. Hij ging naar de middelbare school in Laval, eerst als dagleerling en daarna als kostschoolleerling, nadat zijn vader schulden had gemaakt en zijn ouders de stad moesten verlaten omdat hun huis in beslag was genomen. Op de middelbare school was hij middelmatig in sommige vakken, maar hij won prijzen voor tekenen en muziek. Hij werkte voor een advocaat en studeerde rechten, maar “probeerde een kleine meineed te plegen en zocht zijn toevlucht in het leger”, waar hij vanaf 1863 vier jaar dienst deed. Na de dood van zijn vader verhuisde Rousseau in 1868 naar Parijs om als ambtenaar zijn moeder, die weduwe was geworden, te onderhouden. Met zijn nieuwe baan begon hij in 1869 een relatie met de dochter van een meubelmaker, Clemence Boitard, die zijn eerste vrouw werd en voor wie hij een wals schreef met haar naam. Ze kregen negen kinderen, maar tuberculose was in die tijd wijdverbreid en zeven van hen stierven op jonge leeftijd. In 1871 werd hij gepromoveerd tot belastinginner bij het tolkantoor in Parijs. Hij begon serieus te schilderen toen hij begin veertig was en op 49-jarige leeftijd nam hij ontslag om zich volledig aan zijn kunst te wijden. Zijn vrouw stierf in 1888 en hij hertrouwde later.

Rousseau beweerde dat hij “geen andere leraar had dan de natuur”, hoewel hij toegaf dat hij “enig advies” had gekregen van twee gevestigde academische schilders, Felix Auguste-Clement en Jean-Leon Gerome. In wezen was hij autodidact en wordt hij beschouwd als een naïeve of primitieve schilder.

Henri Rousseau, “Portrait of Madame M.”Credit…via Musée d’Orsay

Het oorspronkelijk artikel door Kasper Niehaus in Elseviers Geïllustreerd Maandschrift. kun je raadplegen:

https://www.dbnl.org/tekst/_els001193201_01/_els001193201_01_0096.php

https://www.dbnl.org/tekst/_els001191301_01/_els001191301_01_0042.php

‘De droom’ (klik op ondertitel om te vergroten)
Gedicht bij Le Rêve (De Droom):

Yadwigha dans un beau rêve
S'étant endormie doucement
Entendait les sons d'une musette
Dont jouait un charmeur bienpensant

Henri Rousseau

Hommage à Eric Satie

Madame Henri Rousseau
monte en ballon captif
Elle tient un arbrisseau
Et le douanier Rousseau
prend son apéritif

L'aloès gonflé de lune
Et l'arbre à fauteuils
Et ce beau costume
Et la belle lune
Sur les belles feuilles

Le lion d'Afrique
Son ventre gros comme un sac
Au pied de la République
Le lion d'Afrique
Dévore le cheval de fiacre

La lune entre dans la flûte
Du charmeur noir
Yadwigha endormie écoute
Et il sort de la douce flûte
Un morceau en forme de poire.

Jean Cocteau (1889-1963)
Muse Inspiring the Poet (Portrait of Guillaume Apollinaire and Marie Laurencin), 1909, Kunstmuseum Basel, Switzerland

Het machteloze machtig zijn: Pietro Perugino (1446-1523)

:Pietro Perugino – Assumption of the Virgin with Four Saints (detail) – De heilige Michaël WGA17282.jpg

Je kunt de titel ‘Het machteloze machtig zijn’ meervoudig interpreteren: Het beheersen van de kunst ‘het machteloze gestalte te kunnen geven of “het machtig zijn ervaren als machteloosheid” (machteloos is dan een bijvoeglijk naamwoord.). Die dubbelzinnigheid past helemaal bij de tijd waarin het schilderij door Pietro Perugino (Pietro Vannucci) gemaakt is: het jaar 1500, geboortejaar van de latere Keizer Karel V.

De voorstelling van de aartsengel Michael (rechts onderaan) hoort bij het grote tafereel als altaarstuk, Pala di Vallombrosa, in opdracht van de Vallombrosaanse monniken, met klooster gelegen in de ‘schaduwvallei’ (30 km van de hoofdstad van Toscane) (vall-ombrosa): olie op paneel (en dat is nieuw!) meer dan 4 meter hoog en 2,48m breed en stelt de ten hemelopneming van Maria met vier heiligen voor, een kijkstuk. Hieronder een kleine afbeelding waarvan je de drie onderdelen of het geheel kunt vergroten door de afbeelding op de gewenste plaats aan te klikken. (wikimedia)

Perugino, Pala di vallombrosa oliefverf op paneel 1500-

De jonge heilige engel Michaël is een edelman van zijn tijd: zijn hand op een sierlijk schild versierd met gouden patronen, mode-tinten blauw en grijs, in de rechterhand een stoere staf van een belangrijk genootschap. De sobere heilige Benedictus van Nursia naast hem (op blote voeten) en op diezelfde rij de stichter van het klooster St. Jan Gwalbert in donkergroene jas met rode riem. Op de hoek Sint St. Bernard (Bernardo degli Uberti) van Parma. De centrale figuren blikken vroom naar boven, de uitersten kijken naar de buitenkant van het gebeuren. Evenwicht. Zij staan voor een licht heuvelend landschap eigen aan de streek. (klik op tekening voor details)

De ten hemel-opneming van de moeder Gods is in volle gang. Twee zijwaartse engelen die -als je aandachtig kijkt- ‘zwanger’ zijn, althans om de vroegere zwangerschap van Marie aan te geven, wijzen dat het duidelijk bij haar is te doen (geweest). Zij kijkt naar de hemelse Schepper met wereldbolletje boven haar terwijl langs beide kanten de muzikanten spelen in uiterst fijne stoffen gekleed. Boven hen in een cirkel omringd door twee (schaatsende) engelen de hemelse vader met wereldbol. (klik op tekening voor details)

Kijk ook eens naar de talrijke hoofdjes van cherubsen, vooral hun blikrichting. Ook in het heilige bleek het grappige op zijn plaats. al wordt het, net zoals de zwangere engelen, bijna nooit vermeld in de talrijke beschrijvingen. (klik voor details)

Wij staan duidelijk op de drempel van een nieuwe tijd. Of bleef hij in het quatrocento steken, verlengd wegens succes?

Zelfportret, 1497-1500, fresco, Collegio del Cambio, Perugia

Perugino was a prolific artist. Over his lengthy career he produced hundreds of altarpieces and frescoes for Christian buildings in central Italy. A team of assistants aided him, and he oversaw two workshops of artists who would assimilate his style. Drawing played an important role in artistic training, and Perugino's pupils and assistants would copy the master's preparatory drawings and completed works. Using large drawings called 'cartoons', Perugino's workshop could repeat figures and even whole compositions designed by the master. (Victoria and Albert Museum)

Pieta olie op hout. Pietro Perugino 1488-1495

De scène is afgebeeld onder een portiek, waarachter zich een rustig landschap met lage bomen uitstrekt. Het lichaam van Jezus ligt horizontaal en vrij stijf en wordt aan de linkerkant vastgehouden door Johannes de Evangelist en aan de rechterkant door Maria Magdalena. Aan de zijkanten staan een jonge Nicodemus (links), met de handen gevouwen in gebed, en een bejaarde Johannes van Arimathea (rechts), die naar beneden kijkt. De onmacht om het dode lichaam rust te geven. En waar moet je naar kijken? Tenzij je zijn moeder bent en de gesloten ogen van haar zoon de enige uitweg zullen zijn.

En duidelijk terug naar de Griekse mythen dit werk dat Apollo en Daphnis (of Apollo en Marsyas) naar de rand van de zestiende eeuw haalt.

Apollo and Daphnis (also known as Apollo and Marsyas), oil on panel, by Pietro Perugino, ca. 1483 or ca. 1495, 39 x 29 cm (Musée du Louvre, Paris).

De identiteit van de jonge, zittende fluitspeler aan de linkerkant is omstreden. Hij is geïdentificeerd als Marsyas, maar dat personage werd meestal afgebeeld als een sater, dus wordt aangenomen dat het Daphnis is, een jonge herder die stierf uit liefde voor Apollo. Daphnis is de Griekse vorm van de naam Laurus, die mogelijk een verband legt met Lorenzo de’ Medici, de opdrachtgever. De houding van Daphnis is gebaseerd op een sculptuur van Hermes door Lysippus, beter bekend als de Zittende Hermes.

Een synthese is een van zijn mooiste werken, Christus die de sleutels van de hemel doorgeeft aan St. Petrus. Klik voor de mooie versie full page op het onderschrift.

Het doorgeven van de sleutels aan Petrus

Het machteloze machtig worden, het korte leven op aarde te (be)-leven met de mogelijkheid langs wegen van verstand en verbeelding, het menselijk lot te verlichten en in eigen handen te nemen, dat was een poging om de ‘wedergeboorte’, de renaissance via de herontdekking van de Oudheid te beleven. Wetenschappen en kunsten zijn geen vreemden meer voor elkaar. Het goddelijke wordt via het menselijke verbeeld.

Christus met de Sarcofaag. 1513
Van ca. 1500 tot ca. 1504 was Rafaël leerling in zijn atelier en heeft hij mogelijk meegewerkt aan de fresco's in de Sala del Cambio in Perugia, het grootste (maar niet het beste) fresco van Perugino. Rafaëls eigen vroege werk in San Severo in Perugia werd later - na zijn dood in 1520 - voltooid door zijn meester. In 1506 trok Perugino zich terug in Perugia, omdat zijn stijl inmiddels hopeloos achterhaald was in Florence, waar deze echter had gediend als tegenwicht voor de verwarring van de late Quattrocento-stijl. Het zou de voorbode zijn van de hoogrenaissance.  (Web Gallery of Art)

Maria Magdalena. 1500



Vroeger werd het werk toegeschreven aan Leonardo, maar nu wordt de naam van Perugino unaniem aanvaard. Het is een schilderij van grote schoonheid, dat zowel qua concept als uitvoering bijzonder geslaagd is, met zijn fijn gearceerde, gevoelige kleuren, lage toon en warme bruintinten. Het komt heel dicht in de buurt van Rafaël. Perugino's Magdalena is kenmerkend voor zijn favoriete type, met een ovaal, lichtgevuld gezicht dat wordt omlijnd door delicate, kleine gelaatstrekken. Toch zou het bijna een portret kunnen zijn, en misschien was het dat ook wel. Perugino was namelijk bedreven in dat groeiende genre, waarin hij met zijn strakke penseelvoering gelijkenissen wist vast te leggen. (Web Gallery of Art)

Wikidata: wikiproject of all paintings/Pietro Perugino:

https://www.wikidata.org/wiki/Wikidata:WikiProject_sum_of_all_paintings/Creator/Pietro_Perugino

Madonna met kind. circa 1470


Kijk met de trage ogen, het geopende hart en de nieuwsgierigheid van een kind, of aanvaard de traagheid die een oudere mens voor deze mooie machteloosheid kan gebruiken. Een schuilplaats, ogentroost of medicijn?

“Het schijnt dat kunst als kenact en herinnering in sterke mate afhankelijk is van de esthetische macht van de stilte: de stilte van het schilderij en van het beeldhouwwerk; de stilte die de tragedie doordringt; de stilte waarin muziek wordt gehoord. Stilte als een medium van communicatie, de breuk met het vertrouwde; stilte, niet slechts op een voor beschouwing gereserveerde plaats of tijd, maar als een hele dimensie die aanwezig is zonder te worden gebruikt. Lawaai is overal de begeleider van georganiseerde agressie. De narcistische Eros, oorspronkelijk stadium van alle erotische en esthetische energie, zoekt vooral rust. De rust waarin de zintuigen kunnen waarnemen en beluisteren wat in het dagelijks leven en in het dagelijks amusement wordt verdrongen, waarin we werkelijk kunnen zien en horen en voelen wat we zijn en wat dingen zijn.”

Herbert Marcuse, de kunst in de één-dimensionele maatschappij, Jacq Firmin Vogelaar ‘Kunst als kritiek’. DBNL. 1972 Vertaling: Karel van der Leeuw.p. 336

https://www.dbnl.org/tekst/voge008kuns01_01/voge008kuns01_01_0027.php

Pietro Perugino (1448–1523), Portrait of a Boy, Alessandro Braccesi (c 1480), oil on panel, 37 x 26 cm, Galleria degli Uffizi, Florence, Italy. Wikimedia Commons.
Madonna met Kind in gezelschap van St Catherina en St. Rosa. 1493

Bekijk ook:

Perugino, portret van een jongeman, ca. 1494, uit de garderobe van de Medici .jpg(UffiziGallery)

Vleugel-wisseling, een kleine psalm voor de tijd van het jaar

Angelo Caduto. Igor Mitoraj 2012
Raziël, aartsengel van de Cherubijnen 
en Gabriël, chef van engelen die gewoon engel zijn,
spraken dezelfde taal over de spreekwoordelijke diepte
van het oneindige
en de benamingen voor de 72 heilige ademtochten
uit de grote naam van God.
Maar kijkend over de aarde
waar Rachel
weende over haar kinderen
verkrampten
hun vleugels
en zochten zij hun toevlucht
in de verste lege plaatsen van het heelal.
bij de donkerste stilte van de vroegste tijden.

Wie oorlogen begint verminkt de ziel.
Verbrandt de hemel. Beledigt de aarde. Bezwaart het geweten.
Verscheurt engelenvleugels.
Openbaart het bestaan van de hel.

Wie wil wonen in de verlaten mens?




Ooievaar
Cicogne
Cigüeña
Cegonha
Cigüeña

コウノトリ
Ciconia ciconia
white storks standing on the nest
Photo by Natalia García Prieto on Pexels.com
Niet zo hoog als engelen, maar vertrouwd met vluchten 
boven aarde en water en toch graag thuis
de hoogte behouden, de luchten als gewelf.

Brachten zielen van de doden
naar het hiernamaals
en in verbeelding kinderen naar
nieuwe ouders.

Hun terugkeer elk jaar
is de terugkeer
van een ziel.
storks in a nest
Photo by Denitsa Kireva
Pythagoras schrijft
dat elke ooievaar
de ziel van een dode dichter draagt.
Het laatste kind dat hij brengt
kan die dichtersziel
als extra krijgen.

Makkelijk op één poot (been) staan
als surplus. (in feite om af te koelen)

Angelo Caduto. Igor Mitoraj 2012




Scherven in je naam, 
Oekraïne, Gaza, Soedan,
Syrië, Jemen, Congo, Sahel,
Myanmar, Iran.
Heersers verkopen de aarde
alsof zij de Schepper zelf zijn.
Verzamelen
kinderen;
om voor hun hebzucht te sterven.
Alsof rivieren bloed en tranen
offers zijn.

Rachel
is schor geschreeuwd.

Nu de ooievaars terugkeren
kunnen engelen
in onze bange zielen huizen,
ook als de herfst
de vogels weer naar verre landen roept.
en wij in de luchten
de kostbare stilte bewaren
de mooiste wieg
voor het nieuwe kind.


Angelo Caduto" (Fallen Angel) refers primarily to the famous sculpture by Igor Mitoraj in Pisa, Italy, depicting a broken, earthbound angel symbolizing loss, imperfection, and human struggle, often placed near the iconic Leaning Tower as a modern counterpoint to classical beauty, while also evoking broader themes of fallen angels in religion (like Lucifer/Satan) and art, seen in works by painters like Roberto Ferri.

Leonora Carrington: geen tijd om iemands muze te zijn (1917-2011)

Leonora Carrington. And Then We Saw the Daughter of the Minotaur. 1953. Oil on canvas, 23 5/8 × 27 9/16″ (60 × 70 cm).

Zie of lees je het woord “surrealisme’ dan is ‘oorlog’ dichtbij of net voorbij. Wellicht verklaart het ook , als oorlogskind, mijn eigen belangstelling, niet alleen voor het absurdistische maar vooral voor de vaak ongerijmde visuele combinaties alsof je droomt terwijl je wakker bent.

“Ik had geen tijd om iemands 
muze te zijn...
Ik had het te druk met rebelleren tegen mijn familie
en met het leren kunstenaar te zijn.”

Leonora Carrington



During World War II, after the imprisonment of her then partner Max Ernst, Carrington fled France and sought asylum in Spain. There, she experienced a series of psychological crises. Her family placed her in a sanatorium against her will, where she was subjected to severe treatments. Carrington eventually moved to New York, where André Breton encouraged her to write about her experiences in the Surrealist journal VVV. Shortly thereafter she made Green Tea, which is possibly a meditation on her confinement. At left there is a figure, often interpreted as the artist, clad in a restrictive cowhide-like straitjacket. A white horse, another one of Carrington’s autobiographical symbols, is chained to a tree nearby. (Moma)
Green Tea, 1942
Oil on canvas
24 x 30 inches (61 x 76.2 cm)
Museum of Modern Art, New York. Gift of the Drue Heinz Trust (by exchange). © 2024 Leonora Carrington/ Artists Rights Society (ARS), New York

Carrington kwam in opstand tegen de maatschappelijke verwachtingen die ze ervaarde als een jonge vrouw uit de hogere klasse geboren in Lancashire, Engeland. Ze baalde van de regels van haar rooms-katholieke kostscholen, verveeld door de schijnbaar eindeloze reeks debutanten-ballen. Haar interesses lagen in plaats daarvan bij Ierse fabels en Engelse schrijvers zoals Lewis Carroll, Jonathan Swift en Beatrix Potter. Zoals kunsthistoricus Susan Aberth zich herinnert: “Carrington, wiens jeugd doordrenkt was van sprookjes en fantasieliteratuur, verloor nooit die jeugdige denkwijze en zou in haar negentiger jaren lange passages van Lewis Carroll reciteren met een levendige glans in haar oog.” 


 In And Then We Saw the Daughter of the Minotaur (1953) (zie bovenaan), she depicts her two small children—Gabriel and Pablo—among mystical creatures and crystal balls, possibly awaiting an act of divination. Over the course of her eight-decade career, Carrington continued to explore the mystery of the world around her, claiming at the end of her life, “The only thing I know, is that I don’t know.”(Moma)


Leonora Carrington
La cuna (The Cradle), c. 1945 (de wieg)
Carved and painted wood, rope, and fabric
54 3/10 x 50 4/5 x 26 inches (137.9 x 129 x 66 cm)
Surrealism’s attitude toward women was ambivalent. André Breton, the founder of the movement and a key impresario, was fascinated by the Freudian idea that the female psyche was unrestrained, mystical, and erotic. And some female artists associated with the movement, such as Carrington, were framed as the femme enfant (woman child) who served as muse to the male artist. But as Carrington once said, “I didn’t have time to be anyone’s muse…I was too busy rebelling against my family and learning to be an artist.”
(Moma)



Equinoxio, 1958
Oil on canvas
28 3/4 x 36 1/2 inches (73 x 93 cm)

De surrealistische beweging worstelde met de politiek door stormachtige allianties aan te gaan met de Communistische Partij en baande zich een kronkelige weg door de nachtmerrie van de wereldgebeurtenissen van het midden van de 20e eeuw, totdat de Duitse bezetting van Parijs in 1940 de meeste dichters en kunstenaars dwong de stad te ontvluchten die het epicentrum was geweest. (Ondanks zijn Parijse oorsprong had het surrealisme, zoals bleek uit een prachtige tentoonstelling in het Metropolitan Museum in 2021, zich tegen die tijd al over de hele wereld verspreid.)

(NY Times Arthur Lubow. 24/12/2025)

Leonora Carrington’s “The Pleasures of Dagobert” (1945), features fantastical creatures and set an auction record for her work last year.Credit…Estate of Leonora Carrington/Artists Rights Society (ARS), New York; via Philadelphia Art Museum

In 1944 schrijft ze in ‘Down Below’ haar memoires, als oproep tot de lezers:

“Exactly three years ago, I was interned in Dr. Morales’s sanatorium in Santander, Spain, Dr. Pardo, of Madrid, and the British Consul having pronounced me incurably insane. Since I fortuitously met you, whom I consider the most clear-sighted of all, I began gathering a week ago the threads which might have led me across the initial border of Knowledge. I must live through that experience all over again, because, by doing so, I believe that I may be of use to you, just as I believe that you will be of help in my journey beyond that frontier by keeping me lucid and by enabling me to put on and to take off at will the mask which will be my shield against the hostility of Conformism.”

Leonora Carrington, „The house opposite“, 1945 (klik op titel voor bio waarin ook vergroting van dit werk)

“Precies drie jaar geleden werd ik opgenomen in het sanatorium van Dr. Morales in Santander, Spanje, nadat Dr. Pardo uit Madrid en de Britse consul mij ongeneeslijk krankzinnig hadden verklaard. Sinds ik u toevallig heb ontmoet, die ik beschouw als de meest scherpzinnige van allen, ben ik een week geleden begonnen met het verzamelen van de draden die mij over de eerste grens van Kennis hadden kunnen leiden. Ik moet die ervaring opnieuw beleven, omdat ik geloof dat ik u daarmee van nut kan zijn, net zoals ik geloof dat u mij kunt helpen bij mijn reis voorbij die grens door mij helder te houden en mij in staat te stellen naar believen het masker op te zetten en af te nemen dat mijn schild zal zijn tegen de vijandigheid van het conformisme.”

Een helder verteld (Engels) bio. Engelse onderschriften mogelijk.

“Vrijdag de dertiende’

Een grote collectie werken kun je bekijken via:

https://archive.org/details/TempleWordABMB/100_001.jpg

Met 63 originele sculpturen, tekeningen, lithografieën, foto’s, wandtapijten en maskers van fantastische wezens die nog nooit eerder te zien waren, opende het Leonora Carrington Museum in Xilitla in 2018 zijn deuren.

Beschouw deze bijdrage als vertrekpunt. Ik probeerde de lezer een keuze aan te bieden van verschillende bronnen die meestal kriskras her en der te vinden zijn en als uitgangspunt of toelichting kunnen dienen ieder naar eigen wil en vermogen. Er zijn ook verwijzingen naar beeldmateriaal die best tot hun recht komen op een groot scherm. De bepalingen uit de kunstgeschiedenis heb ik zoveel mogelijk vermeden omdat ik veronderstel dat een lezer(es) die ofwel kent ofwel weet dat het van kunst genieten nog iets anders is dan een leergang kunstgeschiedenis die als aanvulling echter een synthese maken kan bevoordelen. Vooral ‘de verwondering’ is een eigenschap die we ten zeerste willen behouden, een te koesteren eigenschap uit de kindertijd.

Leonora Carrington. ‘The Gibbet Birds’. 1974. Inkt en aquarel op papier
Leonora Carrington. ‘De Kat’
Tegen het einde van haar leven werd ze bevraagd over haar favoriete moment in de geschiedenis. Haar antwoord was helder: “The one that has not happened yet – the fall of patriarchy that will take place in the 21st century.” Hiermee was Carrington haar tijd ver vooruit -heel ver, gezien de omgekeerde beweging die we in de huidige context lijken te maken. Maar ze geldt nog steeds als lichtend voorbeeld in de manier waarop ze haar eigen patriarchale systeem ten val gebracht. Ze koos haar eigen wegen, ten koste van de mensen die haar na aan het hart lagen.

“I always did my running away alone,” zei ze later. Geen pose, maar een levenshouding. En misschien ook wel haar grootste kunstwerk.
(Art Couch Frederic De Meyer)

Meer dan de moeite waard om te bekijken deze aflevering van Great Art Explained: Lenora Carrington: Self-Portrait (Inn of the Dawn Horse) ondanks de onderbrekingen voor vernederende publiciteit. (Onbedoeld surrealistisch)

Self-Portrait: Inn of the Dawn Horse by Leonora Carrington, 1937-8.

Kwam de mail-aankondiging nogal op vreemd formaat? Wij proberen de oorzaak daarvan te ontdekken. Meld het ons als dat zo was. Dank.

Lees ook:

De stilte zichtbaar maken, Helene Schjerfbeck (1862-1946)

Helene Schjerfbeck, “Self-Portrait,” 1884-1885, at the Metropolitan Museum of Art.Credit…Artists Rights Society (ARS), New York; Finnish National Gallery, via the Metropolitan Museum of Art; Photo by Henri Tuomi
If you dislike the shortened daylight of winter, please know that you are luckier than Helene Schjerfbeck. A Finnish painter of copious gifts, she spent most of her life in or around Helsinki, contemplating cold skies and winters that lasted for more than half the year. On the other hand, she found an alternate light source through her paintings, many of which are portraits and self-portraits whose warm internal glow rescues their forms from surrounding darkness.  (NY Times 30-31 december 2025)

De korte dagen in de winter zijn mij lief, dat deel ik alvast met de Finse Helene Schjerfbeck, al heb ik mijn winterdagen meestal in de lage landen, een eindje van de zee, doorgebracht; nu en dan, o mooie herinnering, in de Waalse winters die best met de Finse mogen vergeleken worden. De alternatieve lichtbronnen kwamen dan als een hedendaagse foto het geheugen helpen, de weemoed vergroten, de herinnering sterken.

Met het prachtige zelfportret hierboven kijkt ze vanuit 140 jaar geleden tot op de drempel van deze woelige jaren waarvan er net eentje in al zijn prilheid al met sneeuw is gedecoreerd.

Achtentwintig jaar later dan het bovenste zelfportret blijft Helene ons aankijken in dit zoekende, bijna vragende zelfportret uit 1917.

Helene Schjerfbeck, Self-portrait, 1912, oil on canvas, 43.5 x 42 cm

“Seeing Silence: The Paintings of Helene Schjerfbeck” is de titel van een mooie tentoonstelling in New York, klik even op de titel voor meer info. We schreven al een tijdje geleden (2007) over haar, kijk:

Schjerfbeck’s The Convalescent,” 1888.Credit…Artists Rights Society (ARS), New York; Finnish National Gallery, via the Metropolitan Museum of Art; Photo by Jenni Nurminen

Another early work she sent to the Salon, “The Convalescent” (1888) is reportedly the single most famous painting in Finland. Sometimes referred to as a “hidden self-portrait,” it shows a young girl with feverish cheeks perched at the edge of a battered rattan chair. She’s transfixed by the sight of a budding branch, with its promise of growth and recovery. (NY Times ibidem)

De NY Times benoemt haar tinten, ook in portretten, met de term ‘Her Nordic Noir’, de tint(en) van haar niets ontziende eerlijkheid , zoals in ‘de zijden sjaal’ gemaakt in 1920. Het is een klein vrij verticaal doek waarin ze haar huisbazin toont.

‘Het is een goed voorbeeld van Schjerfbecks voorliefde voor het aanbrengen van verf met een paletmes en het vervolgens afschrapen ervan om de structuur van het doek te onthullen, een techniek waarmee ze een scala aan stemmingen en effecten wist te creëren. In dit geval versterkt de geschuurde, schrale textuur van het schilderij het gevoel van het ruige leven van de hospita. Ze kijkt zijdelings naar niemand in het bijzonder. Schjerfbeck beschreef het schilderij als een uitdrukking van zowel schoonheid als “innerlijk verdriet en leegte”. De stijl van de kunstenaar leverde haar een reputatie op als een van de belangrijkste modernistische schilders van Finland. Dit is haar eerste werk dat door een museum in de Verenigde Staten is aangekocht.(NY Times)

Helene Schjerfbeck, “The Lace Shawl,” 1920, acquired by the Metropolitan Museum of Art.Credit…Artists Rights Society (ARS), New York; via the Metropolitan Museum of Art

Maar net zo goed kan haar onderwerp het drogend wasgoed zijn; kledij en huislinnen gespreid over het gras , oplichtend, bloemen op de achtergrond. en de fijnmazigheid van een net aan de zijkant. Vergroot het beeld door op de voettekst te klikken en geniet.

taiteilija: Schjerfbeck, Helene.Inventaarionro TA-2005-3.teosnimi: Vaatteita kuivumassa.haltija: AT.ajoitus: 1883.tekniikkateksti: öljy kankaalle.pääluokka: maalaus..mitat: 39 cm x 54,5 cm..(1883)

Stel je het leven van Frida Kahlo verbonden met de blik van Edvard Munch voor en je begint de omvang van dit oeuvre te begrijpen’ (The Independent, Londen, ‘03) 
 

Helene Schjerfbeck, Zelfportret, Licht en Schaduw (1945). Collectie van Villa Gyllenberg, Signe en Ane Gyllenberg Foundation, Helsinki.

Maar zij versiert het leven niet, gaat de uiteindelijke aftakeling niet uit de weg. Dit ‘zelfportret’, een jaar voor haar dood, doet geen beroep meer op het uiterlijk, maar de synthese is duidelijk: Licht en Schaduw. Hier is ‘de stilte’ ook ‘de machteloosheid’, het verbeelden van wat rest. Kijk naar ‘de deur’ onder deze tekst, een veel vroeger werk uit 1884. Het licht achter de deur zal langs kieren en gaten binnen dringen. Maar wanneer? Of toch niet?

‘De deur’. 1884

Er is ook het detail, bijna een snapshot: een meisje maakt zich klaar om te dansen. Zij zit op een vouwstoeltje achter de scene. Ze concentreert zich op het vastmaken van haar dansschoentje, het tweede wacht in de hoek van het doek. Ze beperkt de kleuren, de omtrekken van een theaterdoek, enkele planten. het tapijt. Haar witte kleedje en schoenen zijn de oplichtende elementen.

Helene Schjerfbeck, Dancing Shoes, oil on canvas, 1882 (klik op beeld om grotere versie te bekijken)
"Als Rembrandt was gebleven zoals hij was, met Saskia op zijn knie, zou hij een doorsnee schilder zijn geweest, maar verdriet kwam op hem af en daardoor werd hij Rembrandt’, schreef Helene Schjerfbeck - naar aanleiding van het befaamde doek van de Hollandse meester uit 1635 te Dresden - een jaar vóór haar dood aan Einar Reuter, een kunstenaar en schrijver met wie zij sinds 1915 bevriend was. 
Het was niet de eerste keer dat zij verwees naar het verdriet van anderen, om daarmee haar eigen smart uit te zeggen. Enkele jaren tevoren had zij naar aanleiding van de roman Der Zauberberg van Thomas Mann haar leven als volgt gekarakteriseerd: ‘De Toverberg is een leven van vrijheid via ziekte... Mijn leven zou armer zijn zonder het verdriet, ik zou nooit bereikt hebben wat ik gedaan heb; ik zou dan alleen maar routine gekend hebben’. (P.J. Begheyn in Streven Jrg 50. 1991)

Lees:

https://www.dbnl.org/tekst/_str010199101_01/_str010199101_01_0131.php

Self Portrait
1942, oil on board by Helene Schjerfbeck (1862–1946), private collection
Helene Schjerfbeck, Zelfportret, zwarte achtergrond, 1915, Finnish National Gallery, Ateneum Art Museum, Helsinki, The Hallonblad Collection. Photo: Finnish National Gallery / Hannu Aaltonen

“Schjerfbeck kende Whistler persoonlijk en bewonderde zijn werk enorm, met zijn grijze mist die bruggen en solide gebouwen deed oplossen in een veld van onbestemde vlekken. Whistler, een apostel van kunst omwille van de kunst, was tegen het idee dat schilderijen een verhaal moesten vertellen. Schjerfbeck daarentegen lijkt haar kunst te hebben gezien als een middel om spiritualiteit uit te drukken. In ‘Silence’ (1907), een schilderij dat zo zacht en wazig is dat het voor een pastel zou kunnen worden aangezien, is een bleke vrouw in een lavendelkleurige jurk met hoge hals afgetekend tegen een zwarte achtergrond. In plaats van een kaars of een andere externe lichtbron lijkt het licht op haar gezicht ergens onder haar huid vandaan te komen.”

(NY Times Deborah Solomon. 30-31 december 2025 Her Nordic Noir is belatedly capturing New York )

“Silence,” 1907. Tempera and oil on canvas.Credit…Artists Rights Society (ARS), New York; Nordea Art Foundation Finland Collection Helsinki, via the Metropolitan Museum of Art; Photo by Seppo Hilpo

Seeing Silence: The Paintings of Helene Schjerfbeck

Through April 5, 2026, the Metropolitan Museum of Art, 1000 Fifth Avenue, 212-535-7710, metmuseum.org.

Bekijk op groot scherm deze uitzonderlijk mooi samengestelde ‘exhibition tour’ van Seeing Silence. Alsof je zelf door de verschillende expositie-gangen loopt met de samenstelster als gids, en dat kan nog in het echt tot en met Pasen 2026. (5 april)


De stilte
de ogen gesloten
de weg geschraapte kleuren
openen het onzegbare woord
op het doek
waarin verkleden overbodig is.
Het licht
hijst zich over de rand
en weet bij wie het thuis
mag zijn.
The Tapestry,” 1914-1916, oil on canvas.Credit…Artists Rights Society (ARS), New York; via the Metropolitan Museum of Art; Photo by Per Myrehed