In the bleak mid-winter

Foto door Eva Elijas op Pexels.com
In the bleak mid-winter
Frosty wind made moan,
Earth stood hard as iron,
Water like a stone;
Snow had fallen, snow on snow,
Snow on snow,
In the bleak mid-winter
Long ago.

What can I give Him,
Poor as I am?
If I were a shepherd
I would bring a lamb,
If I were a wise man
I would do my part,
Yet what I can I give Him,
Give my heart.

De eerste en de laatste strofe van dit mooie lied, geschreven door Christina Rosetti in 1872. En of de ‘Him’ in de laatste strofe nu goddelijk of een geliefd mens voorstelt, dat ‘hart’ is wel een gewaardeerd geschenk. In het tumult van de laatste maanden, het pro of contra van wie of wat dan ook waarin ‘the wise man would do their part’ blijft mij , poor as I am, ook niets anders over dan het met veel liefde aan te bieden aan zij die van goede wille zijn, om andere gevleugelden-met -dienst te citeren.

The first and last strophe of this beautiful song, written by Christina Rosetti in 1872.  And whether the 'Him' in the last strophe represents the divine or a beloved human being, that 'heart' is a valued gift.  In the tumult of the last few months, the pro or con of whoever or whatever in which 'the wise man would do their part', all that remains for me, poor as I am, is to offer it with much love to those who are of good will, to quote other winged men of service.   

Translated with www.DeepL.com/Translator (free version)

Hemelse hulp

Врубель_-_зішестя_святого_духа

Als kind al was ik gefascineerd door de vurige tongen boven het hoofd van de apostelen.
Niet door het verschijnsel zoals de heer Lucas het zou uitbeelden in een star-wars-film, maar door de mogelijkheden, de transformatie van bange wezens in ontstekers van allerlei andere heilige vuren, niet in het minst door het spreken van allerlei talen zonder avondschool te hebben gevolgd.

Er waren vooreerst de bange wezens die zich hadden opgesloten in het wonderlijke cenakel, een woord dat bij mij telkens ronde vormen opriep, waar je dus in geen hoekje kon wegkruipen, en ondanks dat hij aan hun vrienden in Emmaüs had duidelijk gemaakt dat hij bij hen was, ondanks Thomas en zijn anatomisch vingergepeuter in het lichaam van de Heer, zaten ze daar te rillen, want als er in mijn kinderlijke verbeelding angst optrad dan ging die gepaard met klappertanden en takketak van knikkende knieën en sidderende ledematen.

die_ausgiessung_des_heiligen_g

Daarbij kende ik mezelf als bang wezentje.
Wellicht is volwassenheid gewoon het genezen van de angsten die wij als klein wezen hebben gekend.
Als je geen voetballer bent, geen vechtjas (tenzij als kruisvaarder tegen de bende van de aangrenzende straat) geen brave hendrik of primus, maar een fantast die bij elke draai van de straat een draak verwacht, bij de schaduwen van de kastanjelaar de knoestige vingers om zijn kinderkeel voelt, een verhalenverteller kortom, dan ben je in het cenakel van de Boudewijn de Grote’s ‘o mijn kindertijd’ gevangen.

Ik kon mijzelf dus de luxe van een vurige tong boven mijn kinderhoofd best veroorloven, en toen de firma For You koude ijstongen op de markt bracht, frisco genoemd, werden in mijn verbeelding de vurige tongen werkelijk brandende frisco’ s waarvan het stokje zich in het hoofd van de apostel vast had gezet.
Ik vraag de heilige geest vergiffenis, maar ik was nog ver van de Pardes Rimonim* van de Kabalist Moses Cordovero waaruit mijn grootvader vaak vertelde, maar misschien ben ik nooit zo dichtbij heiligheid geweest als toen, want de zuiverheid van beelden laat zich niet door de esthetica of theologie bepalen, maar ontspruit uit de mooie zin dat de geest waait waar hij wil, een geliefde uitspraak van mijn grootmoeder als mijn grootvader dronken was thuis gekomen.

pardes rimomim

*(Pardes Rimomim: Rabbi Simon ben Jochai verbindt Malchut, het mannelijk element in de kosmos met Tifireth, het vrouwelijk element in de echt in de ‘Pardes Rimmmonim, in de granaatappelboomgaard, een verhaal van de Joodse mysticus Ben Jacob Cordovero een oertekst uit de Kabbalah 1548)

Hortus_Deliciarum_Pfingsten_und_die_Aussendung_des_Heiligen_Geistes_auf_die_Apostel
Als ik uit mijn slaapkamer klom, stond ik ook op een plat dak, net zoals de bangeriken met hun brandende tongen op het dak waren geklommen, maar hoe ik ook mijn best deed om in het Frans of Hebreeuws, het Engels of Jidisch te zeggen dat er mij iets goddelijks was overkomen, de woorden bleven in mijn mond steken toen ik mijn grootvader in zijn blootje in de grote witbuik-kerselaar zag zitten, waaronder mijn grootmoeder stond te roepen dat hij dringend naar beneden moest komen want dat de witbuiken van de kersen al genoeg aan de verbeelding overlieten zonder dat hij dat door zijn naakte transformatie moest benadrukken.

En hij sprak wel alle talen ter wereld (volgens mijn weten toen) al bleef het in werkelijkheid beperkt tot een scheldtirade in slecht Duits, dat ze niet moesten denken dat nu de forten rond Namen gevallen waren ze het zouden opgeven, en dat hij de architect van die forten (terecht) een proces zou aandoen, hoe konden ze jongens van zijn leeftijd zoiets aandoen, enz.

El Greco, Ausgiessung des Hl.Geistes

Later las ik in de schrift dat de mensen zich beneden op de straat hadden afgevraagd of die vurige polyglotten misschien dronken waren, en jawel, ik begreep het dadelijk, de vurige tongen kregen een lucht van Kempisch gebrouwen (De Keersmaeker) bier en Gentse jenever (Hertekamp), inderdaad ontvlambare materies, zeker toen ik aan een broeder van Liefde die mij onderwijs verstrekte, zei dat ze inderdaad dronken waren geweest, die schijtlijsters, want ik hoorde ook mijn opa alle talen spreken toen hij in een gelijkaardige toestand verkeerde.
De brave broeder, die zelf graag een glaasje lustte, antwoordde dat Gods wegen wonderlijk waren maar dat voor ons, zondige mensen, een assimil-boekje een betere methode waarborgde om een vreemde taal te bemeesteren.

Botticelli, Sandro, 1444/1445-1510; The Descent of the Holy Ghost

Toch bleef Pinksteren zijn aantrekkingskracht behouden en de heilige Geest heb ik levenslang geëerd door alle duiven tegen gemeentebelangen in van graan en brokjes brood te voorzien.
Want de geest waait waar hij wil, en zijn bange kinderen kunnen er van meespreken al zijn ze intussen de zeventig voorbij.
Carl Jung noemde het ‘de geur van de Heilige Geest’, en met mijn dikke neus kan ik dat beamen.
De Heilige Geest mag dan al naar geestrijke drank hebben geroken, naar de witte drank uit de mooie Hertekamp-fles, hij troostte mij ook door me beetje bij beetje met woorden  te wapenen om het woordeloze voortdurend te belagen en te belegeren.
Hij verlokte mij tot het “hierosgamos”, letterlijk ‘het heilige spel’, mooier dan het mystieke huwelijk, met andere lagen van het denken en gewaarworden, en al vluchtte ik voortdurend, laf als we zijn, de walvis in, telkens weer was hij daar met zijn vurige For You en dreef hij mij, als verteller,  het schamele dak op om te stamelen in de talen die hij nodig achtte, liet hij me als heel klein zangertje meezingen in het verhalen-koor waarin tremendum et fasciosum, een element van het dagelijks bestaan ging uitmaken. (tremendum et faciosum:  bibberen en bewonderen!)

Hochfest-Pfingsten-Gottesdienste-und-besondere-Wallfahrten

Is het daarom dat er zich houtduiven in de atlasceder hebben genesteld?
Of weten ze gewoon dat de liefste hen van fruit en granen voorziet en op tijd de kat wegjaagt als ze het op de Pinkstervleugels heeft gemunt.

Laat het aardse zich voortdurend met het hemelse vermengen en vice versa, al dan niet in homeopatische verhoudingen.

2-3_Pfingsten_1906__780x500_

(De bovenste wandschildering van Mikhail Vrubel komt uit de St. Cyril-kerk (aan de buitenkant in mooie pistachekleuren geschilderd) uit Kiev, Oekraine. Niet alleen de fraaie compositie trof mij maar ook het menselijke: kijk hoe elke heilige figuur zijn voeten op een tapijtje mag warm houden!)

169a3027e254dd6676988c57af13efd2v1_max_755x425_b3535db83dc50e27c1bb1392364c95a2

MYSTERIUM MATRIS een apocriefe psalm

boodschap

Nu de dagen korten en de winkellichten vroeger de straten verzachten, duurt het geen weken meer of Kerstmis sluipt in onze oude verlangens binnen.
Onder dat dikke commerciële deken schuilt een verhaal dat mij tot vandaag is blijven ontroeren: de Alwetende stuurt zijn zoon naar de mensen via de meest menselijke weg: de moeder.
Als ik andere goddelijke geneses lees dan kan een bloem of een bliksem bijdragen tot het wonderlijke van de ontologie waarin het goddelijke zich met het menselijke verbindt. In dit oude verhaal is het de meest direkte weg, met inbegrip van wat dit bij de vrouw in kwestie zal teweeg brengen. Zij is geen draagmoeder, als is ze misschien als uitzendkracht begonnen. Zij blijft bij hem tot onder dat slavenkruis waar zij zijn liefste leerling als (pleeg)zoon krijgt toegewezen.
Natuurlijk hou ik van verschillende mythologische verhalen, zeker van de Griekse, maar daar bleven de goden op hun Olympus. Ze trokken zich niets van het menselijk bestaan aan en slechts als het volgens hen de spuigaten uitliep kwamen ze een handje toesteken.

Asamblea-Bodas de Psyche y Eros_1517_RAFFAELLO_Sanzio-VillaFarnesina

Ik hou me dus ver van de theologische consequenties. Ik ben maar een verhalen-verteller. Net zoals ik dat deed bij het radiodrama ‘de schepping volgens Jonas’ zoek ik alleen verhalende elementen die misschien de overbekende inhoud meer vermenselijken.
In het verhaal is er plaats voor verschillende werkelijkheden. Je moet je echter ontdoen van elk vooroordeel. Het is maar een verhaal. Met het nodige respect voor de materie maar ook zonder angst om de cliché’s uit te kleden of een niet voor de hand liggende wending toe te laten.
De logica van het verhaal wijkt voor de suggestie. Oproepen. Niet om iets te doen, maar het voor de geest halen van werkelijkheden die niet onmiddellijk beschikbaar zijn voor de redeneringen van alledag. Zoals je een gestorven geliefde kunt oproepen in de stilte van de nacht. Traagzaam denken, tijd geven aan de opkomende beelden.
Ik hoef geen digitale kijker op te zetten want het woord heeft in zijn mogelijkheden onvoorziene krachten met uitlopers in de muziek.

c6c57-389412184

Daarom wil ik, indien het lukt, enkele kerst-psalmen vertellen. Ik weet het, je kunt met ‘reciteren’ ook dieptebeelden oproepen, maar mijn beelden hoeven niet de herhaling al zal ik ze niet uit de weg gaan.
Het zijn beelden waarin de gewelven van een godsgebouw tot de onze menselijke binnenkamer zijn herleid maar ook van daaruit een eigen diepten kunnen oproepen. Met inbegrip van een glimlach, de mooiste beloning voor een verteld verhaal. al mag in slaap vallen ook voor wie het dromen niet vergeet.
Mysterium Matris, het mysterie van de moeder wil de deur openen.

The_Virgin_with_the_Sleeping_Christ_Child_-_Orazio_Gentileschi_-_orazio gentileschi

MYSTERIUM MATRIS

O moeder van ons, kuddedieren,
seismogram der mensenkaravanen,
bij wie zelfs de God van Abraham
beschutting zocht.

Een zeldzaam woord
schreef hij op portieken,
gaandeweg vervallen
door zijn donderpreken.

Geen ‘mene tekel’ was het,
maar iets op kladpapier
waar Adams naam
bij ‘spraakgebreken’ had gestaan.

Een woord, dun als eierschaal,
een woord
waar engelenzwermen voor weken.

mother-and-child helene schjerfbeck

‘Moeder’,
het spreken kan alleen langs jou,
-God zijn is een hondenbaan-
achter een resem heelallen
was het woord
als hartenkreet bij mij.

Gabriël zei:
‘Het woord was bij God’,
schrijf op, Johan.

Gods goesting kennend
riepen de serafijnen:
‘crêpes suzette’,
‘dierenriemen’,
‘kringgesprek’,
‘ontkiemen’!’

Mooie woorden
uit Gods achtertuin, dat wel,
maar ‘lederwaren’
en ‘kroonjuwelen’
zijn dat ook.

Of ‘rinkelbel’ en
‘luizenkam’.

moeder en kind klimt

‘Moeder’,
sprak hij nu luidop,
sprak
zijn verzwegen vrouwelijk wezen.

En uit de diepten
van zijn rekwisieten
uit zijn eigen keizersnee
kwam een jongen
zachtjes
als een offerlam.

Het sneeuwde kindermeel.

Gods ouderpaar
zond een engel
voor een uitzendkracht.

Zelfs al op weg
zei Gabriël:
‘mens’ zal het woord worden
en wonen onder hen.

Hoofdschuddend.

Als Gods vrouwelijke kant
spreekt
kan men het ergste vrezen.

käthe kollwitz

Voor een wezen met zijn allure
een omweg
die kan tellen.
Voor iemand die een kind
met een vingerknip
uit het niets kon scheppen
een vreemde droom
waarin hij door haar zachte stem gesust,
ontdekt hoe zoet het bij haar
slapen is,
onaangeraakt nog
door het weten
wat hem te wachten staat.

Niets menselijk bleek God vreemd te zijn.
Al zag hij in zijn alwetendheid
niet alleen het geschrokken prille meisje
maar hoorde hij
het Stabat Mater bij haar angstig kijken.

Toch liet hij Gabriël vertrekken.

boodschap2