“Ich bin ein Musikus.”

Jean-Baptiste Greuze Mozart als kind
"Ich kann nicht Poetisch schreiben; ich bin kein Dichter. Ich kann
die redensarten nicht so künstlich eintheilen, daB sie schatten und
licht geben; ich bin kein mahler. ich kann sogar durchs deüten un
durch Pantomime meine gesinnungen und gedancken nicht aus-
drücken; ich bin kein tanzer. Ich kann es aber durch töne; ich bin
ein Musikus."  (Brief van de eenentwintigjarige Mozart aan zijn vader)

Voorzichtig probeer ik de zin ‘Ich bin ein Musikus’ te doorgronden. Hoe mooi hij ‘die redensarten’ niet zo ‘künstlich kan eintheilen’ zodat ze schaduwen en licht geven omdat hij geen schilder is. Hoe grappig hij toespraken (redensarten) verbindt met licht en schaduw en daardoor bij de schilderkunst terecht komt. Hoe hij vastbesloten zijn redenering besluit: ‘Ich bin ein Musikus.’

Dat klinkt allemaal heel mooi en overtuigend, maar ik neem je nu mee naar een brief aan Johann Michael von Puchberg een Weense koopman en vriend die optreedt als zijn ‘chief creditor’. Geschreven op 14 augustus van het jaar 1790, ruim één jaar voor zijn dood:

'beste Vriend en br.
Zo redelijk als ik me gisteren voelde, zo slecht gaat het me vandaag:  ik heb de hele nacht niet kunnnen slapen van de pijn; ik moet gisteren door het vele lopen verhit zijn geraakt en toen kou gevat hebben zonder dat ik het wist; stelt u zich mijn toestand voor -ziek en vol kommer en zorgen- een dergelijke toestand bevordert ook zeker de genezing niet. -Over 8 tot 14 dagen zal ik geholpen zijn -zeker- maar op het moment heb ik niets. -Zou u mij niet met een kleinigheid van dienst kunnen zijn?  Ik zou voor het ogenblik met alles geholpen zijn- U zou althans voor dit ogenblik geruststellen uw
                                                               ware vriend, dienaar en br.
                                                               W.A. Mozart

Puchberg stuurde tien gulden, natuurlijk te weinig, schrijft Wolfgang Hildesheimer in zijn biografie. ‘Hij wil dat jaar leerlingen aantrekken en probeert zijn schulden af te lossen; beide tevergeefs. Zijn vrouw Constanze kuurt in Baden. Rond die tijd ontstaan de strijkkwartetten in Bes-majeur (KV 589) en in F-majeur (KV 590)

Een miniatuur portret van de zestienjarige Mozart op ivoor.

Het strijkkwartet in Bes-majeur (KV 589) bekend als het tweede Pruisische, was een van de drie kwartetten besteld door de Pruisische Frederick William II, koning van Pruisen, toen Mozart er op 26 mei 1789 in zijn koninklijk paleis in Berlijn optrad. De koning was zelf een volleerd cellospeler en bestelde zes strijkkwartetten en tegelijkertijd zes piano-sonates voor zijn dochter Frederika. Mozart zou slechts drie van de Pruisische kwartetten componeren ( KV 575, KV 589 en KV 590) en één van de pianosonates. (K576) Of deze composities ooit de koning hebben bereikt is erg onzeker. De rechten ervan werden na Mozarts’ dood door zijn vrouw Constanze voor een appel en een ei verkocht. Denken we dat het voor iemand als Mozart muziek helemaal in de uiteindelijke vormgeving uit zijn brein sprong, toch zorgden de kwartetten voor de nodige zorgen zoals Misha Amory dat bij de uitvoering van het Brentano Quartet beschrijft:

"We are accustomed to thinking of Mozart as the effortless genius, from whose brain great works of music sprang fully formed. In reality, it is evident that his later quartets gave him a fair amount of trouble: the six great quartets that he dedicated to Haydn had their early drafts and their false starts, and the “Prussian” Quartets were a project of several months’ duration, which he at one point referred to as “that exhausting labor.”

Geheel onwetend van de onstaansgeschiedenis werd het kwartet in Bes-Majeur, het tweede Pruisische, een van mijn dierbaarste Mozart-creaties dat je blijft koesteren en waar je dus alles van wil te weten komen. Om je, ook als niet-muzikant, vertrouwd te maken met de fraaie constructie stel ik je hier de tweede beweging uit dat tweede Pruisische kwartet voor, het Larghetto, en als je daar zin in hebt kun je via de digitale illustratie je een beeld vormen van opbouw en klankcombinaties. Ik vermoed dat hij het te gek had gevonden.

The second movement opens with a lovely cantilena for the cello, with a simple accompaniment; it is hard to imagine a more perfect showcase for this instrument’s lyrical upper register. After this melody is echoed by the first violin, swirling sixteenth-note figurations carry the music to a different key and to the other melodic idea of the movement, a grave and elegant statement passed between first violin and cello. The movement as a whole evokes the composer’s finest love arias from Figaro and The Magic Flute. (Misha Amory)

Het tweede deel opent met een mooie cantilena voor de cello, met een eenvoudige begeleiding; een perfectere etalage voor het lyrische bovenregister van dit instrument is nauwelijks denkbaar. Nadat deze melodie is herhaald door de eerste viool, brengen wervelende zestiende-noot-figuraties de muziek naar een andere toonsoort en naar het andere melodische idee van het deel, een ernstig en elegant statement dat wordt doorgegeven tussen eerste viool en cello. Het geheel doet denken aan de mooiste liefdesaria’s van de componist uit Figaro en De Toverfluit. (Misha Amory)

Vanuit dit veel besproken leven en werk kun je alle kanten uit zoals menig boek en film al hebben bewezen. Maar wie was die man die op zijn bijna vijfendertigste een verzameling muziek achterliet die steeds weer opnieuw -in het verloop van zo’n 230 jaar, je blijft verbazen en ontroeren door de vanzelfsprekendheid van het wondere in zijn muzikaal werk. Stel je voor dat hij tachtig was mogen worden? De jaren van zijn aards verblijf waren geen hemel op aarde, integendeel. Ik verbeeld me hem in deze vreemde en onrustige tijd te kunnen ontmoeten en hem te vragen: wie ben je, Wolfgang? En hem met dat Salzburger accent te horen antwoorden: ‘Ich bin ein Musikus.’

Geboren bij het begin van de Zevenjarige Oorlog en gestorven op de rand van de Franse Revolutie overleefde zijn muziek al dit onmenselijk oorlogsgeluid en kun je hieronder zijn tweede Pruisische met alle onderdelen beluisteren (met dank aan het Alban Berg Quartet) hopend dat het de oorlogszuchtigen van deze tijd mag bedaren.

Kleine recepten omtrent de leegte, een aanloop(2)

eigen foto 2022 3030168 Gmt

Gewend als wij zijn aan het zichtbare, -in bredere betekenis ‘het waarneembare’- is de bron van het zichtbare, het lentelicht, wel te situeren in zijn oorsprong, maar in wezen (mama, waar is licht van gemaakt?) niet dadelijk te ervaren.

Schept het de aanwezigheid van een ruimte waarin je deze tekst leest, het landschap waar je zo dadelijk naar kunt kijken, of de herinneringen aan de gestalte van een geliefd wezen, hoe minder het licht zelf in evidentie komt. In een lege, nachtelijke kamer echter is het kleinste kaarsvlammetje het centrum. De leegte als noodzakelijkheid om essenties waar te nemen zou je met dit beeld kunnen omschrijven. Lao-tse zei het zo:

De leegte

De band van een wiel wordt vastgehouden door de spaken,
maar de leegte tussen hen is wat zin geeft voor het gebruik.
Vaten worden gevormd uit natte klei,
maar de leegte binnenin maakt het mogelijk om de kruiken te vullen.
Hout wordt gebruikt om deuren en ramen te maken,
maar de leegte tussen hen maakt het huis bewoonbaar.
Dus het zichtbare is van nut,
maar het essentiële blijft onzichtbaar.

Lao-tse
Rene Magritte The human Condition
The void

The tyre of a wheel is held by the spokes,
but the emptiness between them is what makes sense in use.
Vessels are formed from wet clay,
but the emptiness within them makes it possible to fill the jars.
Wood is used to make doors and windows,
but the emptiness in them makes the house habitable.
Thus the visible is of use,
but the essential remains invisible.

Lao-tse

We zijn vlug geneigd om die ‘leegte’ tot iets mysterieus of zelfs heiligs te verheffen, maar ze is gewoon de (denk)ruimte waarin we waarnemingen en ideeën tot hun recht laten komen. Luister maar naar deze kleine BBC-soundscape waarin een bezige koekoek hoorbaar is. Sluit je ogen en je bent 1’39” in een landschap waar de roep van de vogel de diepte hoorbaar maakt. Met je volumeknop je kun je dichterbij of verder weg zijn.

Common Cuckoo (Cuculus Canorus) – territorial calls with reed warbler, etc

Camille Saint Saëns heeft er in zijn dierencarnaval een muzikale aanwezigheid van gemaakt. De diepte van het woud laat zijn roep ver weg klinken en schept een onzichtbare maar hoorbare ruimte. Je kunt zelfs de twee klankbeelden proberen samen af te spelen, dat zorgt hier en daar voor wonderlijke combinaties.

Het zou mooi zijn al die landschappen die je je als luisteraar verbeeld hebt bij elkaar te brengen en ze met je eigen ervaringen te verbinden. Het mag duidelijk zijn dat je de leegte nodig hebt om de wereld van anderen toe te laten. Leegte schept ruimte voor het andere en anderen. Dat kan ook met letters. Zijn brieven voor velen al verschijnselen uit een ver verleden, dan blijven verhalen en gedichten een andere mogelijkheid om bv. vanuit het jaar 1837 een juni-nacht te proeven. Nuits de juin. Geschreven door Victor Hugo. Beetje zachtjes luidop meelezen maakt de muzikaliteit hoorbaarder, inderdaad. Daaronder kun je Jupiter volgen bij zijn reis door de zomernacht terwijl een heuse nachtegaal zijn mooiste muziek maakt voor degenen die wakker zijn gebleven. Les yeux fermés, l’ oreille aux rumeurs entrouverte.

Nuits de juin

L’été, lorsque le jour a fui, de fleurs couverte
La plaine verse au loin un parfum enivrant ;
Les yeux fermés, l’oreille aux rumeurs entrouverte,
On ne dort qu’à demi d’un sommeil transparent.

Les astres sont plus purs, l’ombre paraît meilleure ;
Un vague demi-jour teint le dôme éternel ;
Et l’aube douce et pâle, en attendant son heure,
Semble toute la nuit errer au bas du ciel.

Victor Hugo 28 septembre 1837

En terwijl ik deze reis uitstippel hoor ik dat auteur Jeroen Brouwers is overleden. Laat de diepte van de sterrennachten een waardige slaapplaats zijn terwijl wij, achterblijvers, zijn woorden lezen en herlezen voorbij de langste nacht in de geduldige duur van de ons gegunde dagen in geheime kamers en bezonken rood. On ne dort qu’a demi d’un sommeil transparant.

After “song of songs”, een hedendaagse foto-collage

Onder het lawaai van sirenes en gedreun van vliegtuigeskaders heb ik onbewust de eerste jaren op deze planeet doorgebracht. Mijn jonge ouders hadden een kist klaarstaan die in het dagelijkse leven voor schoolboeken was bestemd, en daarin werd de baby kelderwaarts een verdieping lager in vermeende veiligheid gebracht. Eens de jaren van het biografisch geheugen begonnen, was die oorlog al even voorbij en alleen waarneembaar in de schaarse verhalen van volwassenen, vooral bij gezeur wanneer de jochies een duidelijke afkeer voor een bepaald gerecht lieten horen.

In de zogenoemde laatste levensfase (wie bepaalt waar die begint?) beleef ik die taferelen in de dagelijkse berichten helemaal niet onbewust en zie ik mezelf aan de hand van mijn moeder op de vlucht gaan. Dagelijks.

Opgroeiend dacht je dat zo’n oorlog nooit meer zou plaatsvinden. Op schoolreis naar Aken stonden we als knaapjes te gapen naar de anti-tank-bouwsels, de laatste ruïnes, en de begeleidende onderwijzende zei ons: ‘…alsof zo’n dingen de oorlog konden tegenhouden.’ Dat er weinig was dat een oorlog kon tegenhouden kon ik dagelijks bij mijn grootvader observeren. Waren de forten rond Namen bedoeld om de vijand op enige afstand te houden, een stevige obus van dezelfde makers als de wapens waarmee die forten waren uitgerust liet de boel ontploffen. Zijn zwarte bril verborg zijn voor altijd beschadigde ogen en zijn kromme hand met stramme vingers was voor mij een warme vertrouwde hand als we samen naar het stadspark wandelden waar een helikopter van Sabena de post kwam ophalen. Maar als we thuiskwamen waren onze huizen er nog. Binnen brandde een gezellig licht.

Toch duurde het lang eer de voorbije tweede wereldoorlog tot de werkelijkheid van het dagelijks leven, begon door te dringen. Eerst na de Frankfürter Auschwitz-processen tussen 1963-1965 begonnen de ware verschikkingen zichtbaar te worden. De processtukken die Peter Weiss in zijn toneelstuk ‘Die Ermittlung’ gebruikte waren duidelijk. Ze zijn mij levenslang bijgebleven. Dit zou nooit meer gebeuren!

Het verhaal vertelt zichzelf deze dagen. Wij zien ze voor onze eigen ogen gebeuren of horen hun verhaal vertellen. Ik verzamelde foto’s van grote internationale nieuwsagentschappen en de foto’s die eerder in dit blog verschenen, foto’s van Nadia Sablin en Lida Suchy, fotografen geboren in Rusland en Oekraine en later uitgeweken naar de Verenigde Staten. Daar woont en werkt ook fotografe Sarah Blesener die Russisch leerde om foto’s te maken in jeugdkampen in Rusland en Oekraine en ook in eigen land, USA waar het patriotisme een leidraad was. Te herlezen en te bekijken in dit blog. Met die foto’s, aangevuld met landschappen uit Oekraine, heb ik een week gewerkt, ze geschikt en herschikt om ze als collage te gebruiken op de bezwerende muziek en tekst van David Lang (USA) naar de Song of Songs, het Hooglied, te vinden in het Oude Testament waarin op een erg zinnelijke wijze de liefde tussen een man een vrouw wordt beschreven.

Song of Songs Marc Chagall
De Hebreeuwse naam שִׁיר הַשִּׁירִים, Sjir ha-Sjirim betekent letterlijk "lied der liederen". De uitdrukking is een voorbeeld van een Hebreeuwse genitief, waarmee een overtreffende trap aangeduid wordt: 'het mooiste van alle liederen'. Deze betekenis zette zich voort in de Griekse Septuaginta Ἄσμα Ἀσμάτων, ásma asmátōn en in de Latijnse Vulgaat Canticum canticorum, wat beide ook "lied der liederen" betekent.

Maarten Luther vertaalde de titel als Hohes Lied en daaruit ontstond de gebruikelijke Nederlandse naam "Hooglied". 

Met die tekst ging Lang aan het werk. Zijn compositie duurt ongeveer 12″, ik heb er de eerste acht minuten en enkele seconden van gebruikt. De betekenis echter van de woorden ‘beloved one’ en andere tedere benamingen verandert duidelijk door ze te mengen met de beelden waarover ik hierboven sprak. De woorden krijgen iets bezwerend, ze roepen herinneringen op, zoeken naar het duiden van verlangens, naar onzegbaar spijt, pijn en verlangen.Verlatenheid. Op YouTube is de beeldkwaliteit natuurlijk een stuk minder dan de hoge resolutie van de computermontage, maar die was praktisch in een blog niet te gebruiken om niet in één klap al mijn geheugen-reserves te verliezen. Ik hoop dat ze nog even blijft staan en zichtbaar is. Hier vind je ze, ook via kijken op You Tube zelf in iets groter formaat nog kwalitatief te bekijken.

"Just (After Song of Songs)" is a 2014 song written by composer David Lang. The song was performed by the Norwegian vocal group Trio Mediaeval, violist Garth Knox, cellist Agnes Vèsterman, percussionist Sylvain Lemêtre. In 2015, it was adapted for use in the soundtrack for the comedy-drama film Youth, directed by Paolo Sorrentino.

The song is based on language from the Song of Songs in the Old Testament. It has received widespread acclaim from various news sources and music review websites, including The New York Times, The Guardian, and New York Public Radio.

Bij Apple music te koop voor…1,49 euro!

In the bleak mid-winter

Foto door Eva Elijas op Pexels.com
In the bleak mid-winter
Frosty wind made moan,
Earth stood hard as iron,
Water like a stone;
Snow had fallen, snow on snow,
Snow on snow,
In the bleak mid-winter
Long ago.

What can I give Him,
Poor as I am?
If I were a shepherd
I would bring a lamb,
If I were a wise man
I would do my part,
Yet what I can I give Him,
Give my heart.

De eerste en de laatste strofe van dit mooie lied, geschreven door Christina Rosetti in 1872. En of de ‘Him’ in de laatste strofe nu goddelijk of een geliefd mens voorstelt, dat ‘hart’ is wel een gewaardeerd geschenk. In het tumult van de laatste maanden, het pro of contra van wie of wat dan ook waarin ‘the wise man would do their part’ blijft mij , poor as I am, ook niets anders over dan het met veel liefde aan te bieden aan zij die van goede wille zijn, om andere gevleugelden-met -dienst te citeren.

The first and last strophe of this beautiful song, written by Christina Rosetti in 1872.  And whether the 'Him' in the last strophe represents the divine or a beloved human being, that 'heart' is a valued gift.  In the tumult of the last few months, the pro or con of whoever or whatever in which 'the wise man would do their part', all that remains for me, poor as I am, is to offer it with much love to those who are of good will, to quote other winged men of service.   

Translated with www.DeepL.com/Translator (free version)

VANDAAG 176 JAAR GELEDEN WAS HET EEN BLIJE DAG

Hartmann_Paris_Catacombs.jpg

Laten we met een omweg beginnen vandaag: de schilderijen van meneer Viktor Hartmann, een kunstenaar die naast de kleur op het doek ook de ruimte van de architect en het volume van de beeldhouwer gebruikte om zich artistiek uit te drukken. Deze druk bezette man stierf jong, nauwelijks 39 in 1873. Zijn vrienden wilden hem met een tentoonstelling eren.  Eén van die vrienden was Modest Moessorgski, en het is deze man die vandaag 176 jaar geleden het levenslicht zag in Sint Petersburg als zoon van een verarmde grootgrondbezitter, een soort die in het Rusland van de negentiende eeuw goed vertegenwoordigd was.

460px-mussorgsky_repin.jpg

Dit portret is door de bekende Ilja Repin geschilderd, enkele dagen voor zijn dood in datzelfde Sint Petersburg toen de componist al in het ziekenhuis verbleef. Het is zelfs voor een leek niet moeilijk om bij het zien van dit portret te vermoeden dat een overmatig drankgebruik de voornaamste reden was voor zijn korte leven dat nauwelijks 42 jaar duurde. Een gebeurtenis die we zaterdag 28 maart kunnen herdenken want dat is, 134 jaar geleden, de sterfdag van componist Modest Moussorgski. (1881)

Bij leven en nog tamelijk welzijn was hij bevriend met Viktor Hartman en ter ere van deze ook vroeg heengegane artiest schreef Modest ‘Schilderijen van een tentoonstelling’, zestien pianostukken die telkens op een schilderij van de aflijvige waren geïnspireerd met tussendoor een promenade-melodie om ze met elkaar te verbinden.

Hartmann_Chicks_sketch_for_Trilby_ballet.jpg

Omstreeks 1958 was er een wereldtentoonstelling in dit kleine land, en in een groot jongensinternaat in de Kempen kon de zware poort toch al een beetje op een kier.  Een grote groep studenten uit de stad waarin deze tekst nu geschreven wordt en het stadje in de Kempen traden onder leiding van de kundige dictie-leraar Jaak Demol en medewerkers in Brussel op met een plezierige caleidoscoop  waarin taferelen uit het studentenbestaan geconfronteerd met kunst en wetenschap in woord en muziek werden verbeeld. De schrijver dezes was toen bijna veertien en zong mee in het samengestelde koor van de twee internaten.

Dat de stabiele vijftigerjaren-wereld begon te kraken in haar voegen is wellicht beter te beschrijven met de termen ‘scheurtjes’, een verschijnsel dat ons nu ook de wenkbrauwen doet fronsen. In het korps van het Kempische internaat waren er jonge leraren die ons niet alleen Latijn en Grieks wilden leren maar ons ook graag met de kunst en cultuur in aanraking wilden brengen. Ere dus aan Jan Verstraelen, toen muziekleraar aan die instelling, later onderpastoor en daarna deken in Essen, die op een dag met zijn zware bandrecorder de klas binnenkwam en ons ‘de schilderijententoonstelling’ liet horen in de orkestratie van Ravel.

De bandrecorder maakte deel uit van het ritueel.  Zijn glanzende crèmekleurige knoppen, het groene oog, de wielen, het gaas voor de luidspreker in gekoperde kleur, het ontrollen van de band die langs de koppen naar het lege spoel liep, ja we waren wel degelijk in 1958.

640px-Hartmann_--_Plan_for_a_City_Gate.jpg

En met de trompetstoot waarmee de eerste promenade opende duurde het niet lang of deze jongen verhuisde naar het Rusland van Moussorgski. Hij zag de kreupele gnoom dansen, de reusachtige letterlijke notenkraker die de componist voor ogen had. Hij verbleef op ‘il vecchio castello’, het oude kasteel waar een minstreel ’s nachts een lied zingt en de saxofoon een voorname plaats krijgt in het oude symfonie-orkest. Eén van de kinderen in de Tuilerieën’ was hij, en hij zag de ossenwagen voorbijkomen om daarna de dans van de kuikens in de dop mee te maken. Hoorde hij niet de ruzie tussen de rijke en de arme Jood, en het getwist van de marktvrouwen op de markt in Limoges? Hij daalde mee af in de catacomben van Parijs zoals door de schilder hierboven uitgewerkt. Cum mortuis in lingua mortua en de Baba-Yaga brachten hem in die schrikwekkende sprookjeswereld om dan langs de grote poort van Kiev (een architectonisch ontwerp van Hartmann) binnen te komen in een wereld die hij nooit meer zou verlaten.

bydlo.jpg

De prentjes -weinig echte beelden van Hartmann hebben de geschiedenis overleefd- waren totaal overbodig. Ik heb ze wel gezien. In mijn verbeelding. Telkens weer in andere samenstellingen. In drie of vier dimensies. Muziek had de grote poort opengeduwd en ik wist dat ik er nooit nog zou van genezen. Er werd wel eens smalend over ‘programma-muziek’ gesproken, maar het ging hier niet over een bepaalde gebeurtenis of een verloop, maar elke beeld van deze tentoonstelling stond voor duizenden andere. Vergeten beelden uit je kinderjaren, beelden van een nog niet uitgegroeid verlangen, beelden die hun eigen werkelijkheid al lang achter zich hadden gelaten.

In dat intussen al lang verdwenen klaslokaal, met de klanken van de eveneens al lang verdwenen recorder en de woorden van de veel te vroeg verdwenen gids openden zich vergezichten die geen enkele wereldtentoonstelling had kunnen bieden.

 

een brief aan Gustav (452)

405_e2fe0f221b6e33de6be9ad3f96ef6d57

Zeer geliefde Gustav,
Ich bins, der Friedrich.
Mijn pa wilde dat ik zoals hem jurist werd, en wat doe je met vaders?
Je volgt hun raad op om diezelfde raad daarna met alle heftigheid in de wind te slagen.
De enig juiste plaats voor goede raad.

Ik zag het levenslicht zoals dat zo mooi heet op 16 mei in 1788, in een dorp bij Coburg.(Schweinfurt!)
En je kunt die pastoors verketteren en al dan niet vals beschuldigen maar het was dank zij de pastoor van Oberlauringen dat ik de liefde voor de taal meekreeg.

Net zeventien was ik, Friedrich Rückert, toen ik in Würzburg aan de jura studie begon, maar al vlug meer interesse kreeg voor filologie en mooie mythologische verhalen.

Ik moet jou niets vertellen over sterven want toen mijn jongste zus Marie geboren werd hadden mijn ouders al drie kleine meisjes aan diezelfde dood afgegeven.
Ik schreef voor Marie in 1813 “Fünf Märlein zum Einschlafen” nadat ik intussen naar Heidelberg was verhuisd om er bij Creuzer me in de filologie te verdiepen.

Vergeet mijn thesis (de ideae philologiae) waarin ik het Duits als taal voor vertalingen uit de wereldliteratuur en eigen literaire scheppingen voorstelde.
Tenslotte waren dat ideeën die ik voorbeeldig van de heren Goethe en Herder heb ontvreemd.

We waren volop bezig met het verzet tegen Napoleon, en ik met mijn arme gezondheid had als enige wapen de pen die ik in mijn “Geharnischte Sonette” in het vreemde jaar 1812 publiceerde.
Jeugdzonden!

Net zo goed schreef ik dat jaar voor mijn gestorven zestienjarige vriendin Agnes Müller “Agnes’ Totenfeier” om de 75 sonnetten niet te vergeten die ik aan Marie Elisabeth opdroeg, de dochter van de herbergier.
Jeugdzonden! Maar stukken sterker dan het wapengekletter hierboven!

(ik heb ook nog een aantal woorden aan de vermoorde Abe Lincoln gewidmet!)

Dank zij belangrijke lieden kwam ik bij de Cotta uitgeverij in Stuttgart terecht, en toen mijn vriendschap met Ludwig Ühland was afgekoeld trok ik in oud Duitse klederdracht door Zwitserland, en Italië.
Jeugdzonden!

In Rome sloot ik vriendschap met de graveur Carl Barth (hij zou zich later in 1853 van het kostbare leven benemen) en naast deze innemende mens waren er ook de “Oktaven” en “Ritornelle”, de zingende vormen waarin de Italianen hun taal dichten.

Wie langs Wenen terugreist, weet dat hem iets vreemds zal overkomen.
Ik leerde er de Oriëntalist Hammer kennen (in feite Joseph von Hammer-Purgstall!) en die maakte ook bij mij de liefde voor de Oosterse literatuur los.
Ik bestudeerde Hafis, de grote Perzische dichter waaruit Goethe al had geput in zijn West-östlichter Divan”, en ikzelf schreef “Östliche Rosen”.

En waarde Gustav, met mijn liefde voor de Oosterse talen was het in één klap gedaan met mijn succes als Duitse nationalist.
Jaja, ze roemden mijn vertalingen, maar waarom zou een Duitser zich met die verre talen bemoeien?

Tegelijkertijd vertaalde ik “der Ghaselen” naar Dschelaladdin Rumi.
Deze in 1273 overleden Islamitische mystieker werd als de geestelijke vader van de dansende derwisjen aanzien.

Terug naar Coburg waar ik in de winter van 1820 de tien jaar jongere dochter van mijn huisbaas, Luise Wiethaus-Fischer ontmoette en…met haar trouwde, Kerstmis 1821.
Zij zal de moeder van mijn tien kinderen worden, de liefde van mijn leven.

De gedichten die ik voor haar schreef zal ik tot 1844 bijhouden en ze dan publiceren in “Liebesfrühling”.

Daarna heb ik verder in het Arabisch bekwaamd en grote stukken van de Koran vertaald.
Het allermoeilijkste werd “Makamen des Hariri”, een van de mooiste werken in het Arabisch.
Men verbaasde zich over mijn getrouwheid aan de tekst en aan de Islamitische cultuur die ik ten zeerste ben blijven bewonderen.

Met al dat volk in huis moest ik echter wel prof worden om hen te onderhouden.
In Erlangen werd ik dus hoogleraar voor Orientalische Sprachen.
Ik leerde mezelf Sanskriet, en zag mezelf als “abgedankte Poet und notgedrungene Orientalist”.

In 1838 (in dat kleine land België is intussen een Coburger koning geworden) verzamelde ik mijn jongste werk in “Haus-und Jahreslieder”.

Maar het was ook een droevige tijd.
Mijn twee jongste kinderen stierven, Ernst vijf jaar, Luise drie.
In mijn verdriet schreef ik voor hen meer dan 400 Kindertotenlieder.
Ook Marie voor wie ik ooit “Fünf Märlein” schreef, sterft in 1835.

In 1836 verschijnt mijn didactisch hoofdwerk: “Weisheit des Brahmanen” weg van alle dogmatiek van het Würtembergische protestantisme.
De roep naar Berlijn werd steeds maar groter.

Een eenzame tijd.
Ik besloot geen gedichten meer te publiceren en me toe te leggen op de Oosterse talen.

Ik bespaar je de rest.
Ik ben je dankbaar Gustav dat jij na je crisisjaar 1900 enkele van mijn teksten met muziek hebt vertaald. Je Rückert-liederen, je Kindertotenlieder zullen mijn werk lang overleven.

Ich bin der Welt abhanden gekommen,
mir der ich sonst viele Zeit verdorben,
sie hat so lange nichts von mir vernommen,
sie mag wohl glauben, ich sei gestorben !

Es ist mir auch gar nichts daran gelegen,
ob sie mich für gestorben hält,
ich kann auch gar nichts sagen dagegen,
denn wirklich bin ich gestorben der Welt.

Ich bin gestorben dem Weltgetümmel,
und ruh in einem stillen Gebiet.
Ich leb allein in meinem Himmel
in meinem Lieben, in meinem Lied.

De tekst van het prachtigste lied dat ik ooit heb gehoord, staat hierboven afgedrukt.
Als alles zwart is, de winter te lang duurt, de ziel verdrinkt in Weltgetümmel, beluister dan dit lied telkens weer.

Wij zullen dicht bij elkaar zijn.