Waar de wind waait? Een collectie

“De wind voert ieders lot mee”, luidt de korte samenvatting van de kortfilm getiteld “Jour de Vent”, oftewel “Winderige dag”. Deze indrukwekkende animatiefilm werd in 2024 gemaakt door een team van zes afgestudeerden – Martin Chailloux, Ai Kim Crespin, Élise Golfouse, Chloé Lab, Hugo Taillez en Camille Truding – van de École des Nouvelles Images in Avignon, Frankrijk. En zoals blijkt: eind goed enz. Maar eer het zo ver was, bekijk (op groot scherm) het winderige avontuur ‘boven de wolken!’

Vierhoog in de wolken, ja daar leefden wij
In een stad die niemand beter kende dan wij
Met planten en een kat die 't behangpapier opkroop
En achter vliegen joeg, de muizen waren lang dood

't Was een steile trap die leidde naar vierhoog
'k Beklaag nog de verhuizers, maar het was er zo mooi
Een parasol uit China, een poster van James Dean
Een venster van waaruit je over daken kon zien

Vierhoog in de wolken, ja daar woonden wij
Onder ons de wereld heel ver maar dichtbij
Met een kast vol platen die weemoed binnenhoudt
En een bed dat danste zoveel als je wou

Leven van de liefde, leven van de dauw
Een sprookje dat niet duurt begint met ik hou van jou
Dag parasol uit China, dag poster van James Dean
waarop staat te lezen "Boulevard of Broken Dreams"

Johan Verminnen

Keer ik terug naar ‘de vroegste dagen’ dan hoor ik

‘Hoor de wind waait door de bomen.
Makkers staakt uw wild geraas!’

En meteen was het stil om ‘het heerlijk avondje’ waardig te worden. ‘’t Avondje van Sinterklaas!’
‘Het wild geraas’ is momenteel langs alle kanten waarneembaar. En het prachtige gedicht van Adriaan Roland Holst ‘Zwerversliefde’ een poging tot troost.

fallen maple leaves on the ground
Photo by Brendan Rühli on Pexels.com
Zwerversliefde

.Laten wij zacht zijn voor elkander, kind –
want o, de maatloze verlatenheden,
die over onze moegezworven leden
onder de sterren waaie’ in de oude wind.
.
O, laten wij maar zacht zijn, en maar niet
het trotse hoge woord van liefde spreken,
want hoeveel harten moesten daarom breken
onder den wind in hulpeloos verdriet.
.
Wij zijn maar als de blaren in den wind
ritselend langs de zoom van oude wouden,
en alles is onzeker, en hoe zouden
wij weten wat alleen de wind weet, kind –
.
En laten wij omdat wij eenzaam zijn
nu onze hoofden bij elkander neigen,
en wijl wij same’ in ’t oude waaien zwijgen
binnen één laatste droom gemeenzaam zijn.
.
Veel liefde ging verloren in de wind,
en wat de wind wil zullen wij nooit weten;
en daarom – voor we elkander weer vergeten –
laten wij zacht zijn voor elkander, kind.


Adriaan Roland Holst (Verzamelde Gedichten 1948)
wind sculpted sand dunes on norderney beach
Photo by Dirk Pothen on Pexels.com
‘Als je tegen de storm in moet trappen, als je tent is weggefladderd,
als de vrachtwagen is gekanteld en je baas je uitfoetert aan de
telefoon, als je nu al weet dat je te laat zult komen voor het enige
sollicitatiegesprek waar je dit jaar voor bent uitgenodigd omdat
de bovenleiding geknapt is, als je oogst geknakt is, als je dak is
opgestegen in één enorme vogelvleugelslag, als je naast je motor
ligt op een verlaten landweg terwijl het hard regent, het tot je
doordringt dat je je geliefden nooit mee zult zien, dan ben ik
bij je, ik blijf bij je, ik strijk zacht door je haar, verkoel je bezwete
voorhoofd, wees niet bang, ik ben hier.’

Hanz Mirck (2025. Labberkoeltje. Uitgeverij Magonia, 118 blz. € 22,95. ISBN 9789492241856

“Een labberkoelte is een flauwe wind, waarbij de zeilen van een schip niet gespannen staan, maar zachtjes heen en weer bewegen, of zoals Mirck het zelf noemt: ‘een aarzelaar die eraan twijfelt of hij het waard is om onderwerp van twijfel te zijn’. Hij legt deze woorden in de mond van de wind, want in deze bundel is de wind aan het woord”
(Meander Literair E-magazine voor Nederlandstalige Poëzie)

sailboat against cityscape at dusk
Photo by Bráulio jardim on Pexels.com
De wind om het huis

Waar heeft rondom het huis de wind het over?
Achter geloken oogen gaat het huis teloor
en wandel ik weer langs een oever
van het verleden, en er is geruis
van water en van riet, vooral van water.
Een blij kind roept mijn naam – werd ik ooit oud?
Ver van de kudde staat een schaap te blaten
als vele jaren her, en ik werd oud.
De wind gaat liggen en de lucht betrekken:
sterven brengt ander weer, ik wist het wel.
Weldra kan ook geen blij kind mij meer wekken.
Dan gaat de dood sneeuwen, en het wordt stil.

A. Roland Holst (1888-1976)
serene winter sunrise with snow covered landscape
Photo by Johanna on Pexels.com

Bioloog Andreas Weber: ‘Zelfs de wind heeft een innerlijk’


Volgens filosoof en bioloog Andreas Weber schiet de moderne wetenschap tekort om leven te beschrijven. ‘We begrijpen het leven poëtisch.’
“Ik zie de realiteit als een ervaring, een web van relaties dat steeds op zichzelf reageert. Dat gaat in tegen de gangbare wetenschappelijk opvatting, die de te onderzoeken werkelijkheid tot materie reduceert. Deze wetenschap ziet de wereld, elk organisme, zelfs ons eigen lichaam, als een object, een ding, een soort machine. Maar machines zijn statisch, en leven is dat allerminst. Terwijl ik dit zeg hebben er tienduizenden DNA-defecten in mijn cellen plaatsgevonden, die ook alweer gerepareerd zijn. Levende wezens zijn continu bezig met uit elkaar vallen en zichzelf weer genezen. De wens te blijven bestaan verraadt het bestaan van een zelf, een innerlijk dat zichzelf in zekere zin waarneemt en keuzes maakt. Zo’n zelf heeft een eigen lichaam, met eigen gevoelens, en een eigen perspectief, maar valt niet te herleiden tot pure materie.’


Maar iets levenloos zoals de wind is toch geen individu?
‘Ook de wind, die we als een levenloos element zien, is relationeel en wordt waargenomen. Bijvoorbeeld wanneer een briesje zacht langs onze huid strijkt. De wind neemt zichzelf misschien niet waar zoals een kikker dat doet – die lijkt daarin veel meer op ons – maar zelfs de wind heeft een zekere innerlijke ervaring.’
‘Elke innerlijke ervaring uit zichzelf op een zintuigelijke manier. Denk bijvoorbeeld aan de katjes van de hazelaar: die zijn een uiting van leven. Ze roepen: “We zitten barstensvol leven en de vreugde van de voortplanting!” Ze zeggen dat niet in een talige formulering – ze doen het gewoon. En wij begrijpen dat vanuit onze eigen belichaamde ervaring, als een poëtische gewaarwording. Alles in de werkelijkheid staat in een dergelijke poëtische verhouding tot elkaar: alles praat over zichzelf, maar niet op een rationele, beschrijvende wijze.’

Eén van de lessen die we als maatschappij kunnen leren is dat we niet zo zwaar moeten tillen aan de dood. Ik zie de dood als een transformatie, van een individueel perspectief naar het perspectief van het geheel. Als je denkt dat de dood een definitief einde is, legt dat enorme druk op onze korte levensduur. Met zoveel druk kun je geen tedere relatie met de wereld opbouwen. Je verliest jezelf in de dreiging van het einde.’


(Filosofie Magazine Robin Atia 13 maart 2024)
https://www.filosofie.nl/bioloog-andreas-weber-zelfs-de-wind-heeft-een-innerlijk/

close up of yellow and white pussy willow buds
Photo by Roman Biernacki on Pexels.com

Kleine en grote geschiedenis? Een paasbrief.

bright yellow daffodils under blue sky
daffodil close up
Photo by Mariya Muschard on Pexels.com

Om drie uur begon de sirene op het stadhuis luid te loeien. Dat was dus het uur. Meestal nog op school kon meester of broeder ons wijzen op dat heilig moment waarop Jezus aan het kruis was gestorven. Wij waren enkele minuten werkelijk stil.
Goede Vrijdag 1952. Ik was dat jaar in februari acht geworden. En overmorgen zou het Pasen zijn, de dertiende april. Was dat geen ongeluksgetal, die dertien? Churchill liet op de radio horen dat zij, de Engelsen, ook een atoombom hadden. En de Russen al een tijdje daarvoor hun atoomwapen, ‘Eerste Bliksem’ gedoopt. Pasen 1952 bleef de wereld stil. De gekruisigde was verrezen. Op stille zaterdag waren de klokken terug uit Rome. Mijn broertje en ik vonden kleine en enkele grote chocolade eieren in de tuin. Het was helemaal geen ongeluksdag. Half bewolkt was het en het bleef droog.

bright yellow daffodils under blue sky
Photo by Michael on Pexels.com

Het dagelijks gebeuren heeft -soms weinig zichtbaar- de geschiedenis in of achter de rug. De betekenis van ‘achter de rug’ lijkt op het voorbije te duiden, maar al wordt geschiedenis meestal na afloop zichtbaar, haar aanwezigheid in het heden, al dan niet verdrongen, is, vooral na afloop, zichtbaar te maken door de verhalen van getuigen, documenten en beeld- en klankmateriaal.
De verteller herinnert zich zijn eigen kleine maar ook elementen van de wezenlijke geschiedenis. Geboren in de uitlopers van de tweede wereldoorlog is hij als baby, peuter en kleuter aanwezig in de weinig ordelijke natijd van de tweede wereldoorlog. Het jaar na de beschreven paastijd zal ook de televisie een rol gaan spelen in het dagelijks leven.(1953)

Zo zal het tot 1963 duren, het begin van de Frankfürter-Auschwitz processen, de gruwelmachine van de kampen door getuigenissen zal doordringen tot in de huiskamer al was tijdens het Eichmann proces in Jerusalem 1961 al een beklemmend beeld ontstaan van het mechanisme, de banaliteit van het kwaad, om Hanna Arendt te citeren. Toch moet je die banaliteit niet als excuus beschouwen, de misdaden van Eichmann vloeiden rechtstreeks voort uit de extremistische ideeën van het nationaal-socialisme, waar hij vol overtuiging in geloofde. Arendt heeft van een extreme SS’er een gehoorzame ambtenaar gemaakt.’ (ik citeer Tom Bouwmeester in ‘Het kwaad: banaal of demonisch?’ in Filosofie Magazine 4 december 2012). Een middenweg?

Michelangelo Buonarroti (Caprese 1475-Rome 1564) Archers Shooting at a Herm c.1530
Red chalk (two shades) | 21.9 x 32.3 cm (sheet of paper)
(vergroot door op onderschrift te klikken.)

Steeds gedwongen tot ‘verlaten’ is heimwee niet uit te sluiten.
Wil je leven dan komt er een moment dat je je moeder ‘letterlijk’ verlaat. Je wordt geboren. Je blijft mogelijk levenslang in haar innerlijk, maar het uitstappen hoort bij het wezenlijke. Op stap naar/met de anderen. Het verlaten of verlaten worden door geliefden, denkbeelden of het tekort aan inzichten, elementen die een mens tot mens maken. Begrijp dus de ontroering en de wanhoop bij de woorden van een liefhebbend mens op het slavenkruis: “Mijn God waarom heb je mij verlaten?”

Het is een fragment uit psalm 22:

Mijn God, mijn God
waarom hebt U mij verlaten?
U blijft ver weg en redt mij niet,
ook al schreeuw ik het uit.

In het Hebreeuws klinkt de eerste regel ongeveer als dit: ‘Eli, Eli, lama sabachtani?’ 

Een wondermooie uitvoering Psalm 22 Felix Mendelssohn ‘Mein Gott, warum hast du mich verlassen SWR Vokalensemble



Mendelssohn schreef het werk “Mein Gott, warum hast du mich verlassen” (opus 78 nr 3) in een turbulente fase van zijn leven. Een van de beroemdste musici van die tijd 1843-1844 maar verscheurd tussen verschillende verantwoordelijkheden.

-Conflict met Berlijn: Mendelssohn was door de Pruisische koning Friedrich Wilhelm IV aangesteld als Generalmusikdirektor voor kerkmuziek. Hoewel hij deze psalm specifiek voor het koor van de Berliner Dom schreef, was hij diep gefrustreerd door de bureaucratie en de starre houding van de geestelijkheid in Berlijn.
-In 1843 en 1844 pendelde hij voortdurend tussen Berlijn (voor zijn koninklijke verplichtingen) en Leipzig (waar hij het Gewandhausorchester leidde en het conservatorium had opgericht). Deze periode was fysiek en mentaal uitputtend voor hem.

Hoewel Mendelssohn lutheraan was gedoopt, bleef hij trots op zijn joodse afkomst. Zijn werk met de psalmen was een poging om de protestantse liturgie te vernieuwen door terug te grijpen naar de wortels van de bijbelteksten en de polyfonie van Johann Sebastian Bach.
Een mengeling van succes en tragiek, zo zou je deze periode tot aan zijn dood in 1847 kunnen noemen. Succes in 1846 met zijn oratorium ‘Elijah’ in 1846, (premiere in Birmingham Engeland) maar als het jaar daarop in 1847 zijn geliefde zus Fanny sterft zal hij niet lang daarna een beroerte krijgen en datzelfde jaar overlijden. Zijn laatste grote werk, het Strijkkwartet nr. 6 in f-mineur, schreef hij als een rauw en emotioneel eerbetoon aan zijn zus.

(samengesteld met hulp van AI Google)

Christusdoorn

De Christusdoorn



In mijn toren van vergaan ivoor

Staat een oude Christusdoorn; hij bouwt

Met zijn stekels bars een wenteltrap

Naar de hemel; daaglijks, voet voor voet,

Volg ik hem, soms met het blote oog

Bijna rakend aan zijn pantsertuig:

Zwaarden worden dan zijn stekeldoornen,

Zwaardviszwaarden, lemmeten van wilden,

Messen van nomaden, Moorse dolken;

Maar naarmate, hoger in de hemel,

Klimmend, kleiner wordend, klauterende

Ik hem volg, verschraalt geheel, verschrompelt

't Wapenarsenaal en 'k zie de bloem

Als een spijker in de top geslagen,

Als een rode spijker die hij kleurt

Met zijn bloed: o raadsel der genade.




Bertus Aafjes (1914-1993)
monochrome stairs leading to sky
Photo by Rino Adamo on Pexels.com

Ik ben omdat wij zijn’
Dat is een gezegde van de Zuid Afrikaanse filosoof Mogebe Ramose.(1950)
Denk je vanuit het wij dan komt het ik pas echt tot zijn recht.
Dat klinkt wonderlijk zo:
Umuntu ngmuntu ngabantu: Ik ben omdat wij zijn.

umuntu = een persoon
umuntu ngmuntu = een persoon is een persoon
ngbantu = door mensen

Luidop kun je er makkelijk een vinnig ritme van maken.
Met begeleiding allerhande. Vanuit het hart.
Zalige paasdagen gewenst.

Kijken en bekeken (1)

Lavery, John; Daylight Raid from My Studio Window, 7 July 1917; National Museums Northern Ireland; http://www.artuk.org/artworks/daylight-raid-from-my-studio-window-7-july-1917-122334

Een jonge vrouw, met haar rug naar ons toe, leunt met één knie op een bank die tegen het grote, halfopen raam van een Londens herenhuis staat. Ze staart naar buiten, haar handen gespreid over de rugleuning van de bank, en ze baadt in een zacht, vroeg avondlicht dat de schoorstenen van de gebouwen rechts van het raam een krijtachtig grijze tint geeft, en die aan de linkerkant een lichtroze.

Kijk je naar de datum van het schilderij, 1917 dan begin je te beseffen dat de stipjes hoog in de lucht geen vogels zijn maar zoals de titel zegt, een raid van vliegtuigen net voor het donker wordt. Zij bekijkt vanuit het schildersatelier de avondlucht.

Het licht valt op voorwerpen in de kamer: flessen op de diepe vensterbank en een pot vol met penselen. Deze pot staat tegen een kleine, ronde spiegel die tegen bleke houten luiken leunt, opgevouwen aan één kant van de vensterbank. De spiegel is helderwit waar het licht erop valt. Het licht valt ook op het rode, krullende haar van de vrouw, dat tot aan haar kaak reikt, en op de kanten rok van haar geel-crèmekleurige jurk, die lange, strakke mouwen heeft, een nauwsluitend bovenstuk en een smalle, crèmekleurige sjerp in haar taille. Haar roze satijnen schoenen nemen de dieproze, rode en oranje kleuren over van het dikke tapijt waarop één voet rust. Het roze sluit ook aan bij de kleuren van de bank en een groot fluwelen kussen rechts, waaronder een opgevouwen krant tevoorschijn komt, wat zorgt voor nog een witte accenten.

Bekijk ook:

Banksy de ware

“Verhalen geven het leven niet alleen een mate van bestendigheid, ze zijn ook helend. ‘Al het leed wordt draaglijk als je het inpast in een verhaal, of er een verhaal over vertelt’, aldus het motto dat Hannah Arendt aan een van haar hoofdstukken in The Human Condition meegeeft. De pijn die is ingebed in een verhaal krijgt de kans zich te hechten aan een specifieke levensgang. Dat maakt de pijn niet minder, maar kan er op z’n minst voor zorgen dat zij niet sprakeloos blijft en dus zonder betekenis. Sprakeloos leed zal het individu blijvend verteren als een ‘niets zonder einde’, verhalend leed heeft een begin en een einde.

Zodra we de kindertijd achter ons laten, een tijd waarin we nog op onmiddellijke wijze konden samensmelten met de wereld en nog geen weet hadden van onze sterfelijkheid, worden we melancholische wezens. Het verlies van deze oorspronkelijke eenheid is, tezamen met het besef van vergankelijkheid, een traumatische gebeurtenis. Oftewel: de mens hoeft geen persoonlijk verlies te ervaren of oorlog te ondergaan om pijn te lijden. We zijn van huis uit getraumatiseerde dieren; verhalen verzachten onze existentiële pijn.

Het is aan de kunst om ons hieraan blijvend te herinneren en ons thuis te laten komen in het trauma dat leven heet.”

Hans Schnitzler ‘Melancholische wezens’ verschenen in A Tale of Hidden Histories (De Groene Amsterdammer 12 maart 2019)

Alberto Giacometti, The Walking Man I, 1960. Bronze, 72” high. Guggenheim, Bilbao.

The sculptures of Swiss artist Alberto Giacometti (1901-1966) perhaps best express the existentialist spirit. Although Giacometti never claimed that he pursued existentialist ideas in his art, his works brilliantly capture the spirit of that philosophy. Indeed, Sartre, Giacometti’s friend, saw the artist’s figurative sculptures as the personification of existentialist humanity – alienated, solitary, and lost in the world’s immensity. Giacometti’s sculptures of the 1940s are thin, nearly featureless figures with rough, agitated surfaces. Rather than conveying the solidity and mass of conventional bronze sculpture, these thin and elongated figures seem swallowed up by the space surrounding them, imparting a sense of isolation and fragility. Giacometti’s evocative sculptures spoke to the pervasive despair that emerged in the aftermath of world war.

Fred S. Kleiner, Gardner’s Art Through the Ages: The Western Perspective, vol. 1, 15th ed., (Boston: Cengage Learning, 2010), 831.

Alberto Giacometti, Drei schreitende Männer (kleines Quadrat), 1948, Bronze, 72 x 32,7 x 34,1 cm, Fondation Giacometti, Paris © Succession Alberto Giacometti / ADAGP, Paris, 2025

“De sculpturen van de Zwitserse kunstenaar Alberto Giacometti (1901-1966) geven misschien wel het beste uitdrukking aan de existentialistische geest. Hoewel Giacometti nooit heeft beweerd dat hij in zijn kunst existentialistische ideeën nastreefde, geven zijn werken op briljante wijze de geest van die filosofie weer. Sartre, een vriend van Giacometti, zag de figuratieve sculpturen van de kunstenaar zelfs als de personificatie van de existentialistische mensheid – vervreemd, eenzaam en verloren in de onmetelijkheid van de wereld. Giacometti’s sculpturen uit de jaren 40 zijn dunne, bijna karakterloze figuren met ruwe, onrustige oppervlakken. In plaats van de stevigheid en massa van conventionele bronzen sculpturen uit te stralen, lijken deze dunne en langgerekte figuren opgeslokt te worden door de ruimte om hen heen, wat een gevoel van isolatie en kwetsbaarheid geeft. Giacometti’s suggestieve sculpturen spraken de alomtegenwoordige wanhoop aan die ontstond in de nasleep van de wereldoorlog.”

Fred S. Kleiner, Gardner’s Art Through the Ages: The Western Perspective, vol. 1, 15th ed., (Boston: Cengage Learning, 2010), 831.

The Dog, 1951 © Medium

We begonnen het ‘kijken en bekeken’ met de niet zo bekende schilderij van de Ierse schilder John Lavery, 1917: ‘Daylight raid from my studio window’. Je zou een gelijklopend slotbeeld kunnen vinden tussen de talrijke foto’s van de aan gang zijnde oorlogen, maart 2026. Bekeken vanuit de oorlog zelf. Onze machteloosheid. Of schiet zelfs onze verbeelding tekort bij een ruim overschot aan dagelijkse werkelijkheid?

Alexandr Gera – “Laatste adem #5”, 2024. Acryl op canvas. 80 x 80 cm.

Daylight Raid from my Studio Window records the afternoon of 7 July 1917, when twenty-one German biplanes appeared in the skies above London and were engaged by British aircraft. The ensuing combat could be seen from the large window of Lavery’s studio in Cromwell Place, London. The artist’s wife Hazel, her head outlined against a blackout curtain, is watching the scene, worry evident in the tension of her body. Lavery seems to have originally painted a statuette of the Virgin Mary, in front of which Hazel kneeled. Before he donated the painting to Belfast, he painted it out, possibly to erase the memory of his wife’s worry. (Ulster Museum)

Lavery, John; Daylight Raid from My Studio Window, 7 July 1917; National Museums Northern Ireland; http://www.artuk.org/artworks/daylight-raid-from-my-studio-window-7-july-1917-122334


Lavery On Location (John Lavery), galerietrap in de National Gallery of Ireland

De beweging bewogen: optical arts, een vervolg.

De eerste 'De beweging bewogen' . verscheen op 22 maart 2025 en kun je onderaan raadplegen.  Beide afleveringen kun je ook zelfstandig lezen.  Er zijn ook nog enkele zelfstandige kleinere afleveringen met die naam, die vind je onderaan de aflevering.

Een collage van kleurrijke abstracte sculpturen met grote ogen in een galerij, met verschillende vormen en texturen, waaronder een roze en groene sculptuur en een groen object met een gele bol.
Artwork courtesy of Lucas Zanotto Blender Studio

Je kunt de wereld achter jou laten. Zoals de tekst van deze song ‘Impuls Purchase’ begint. Een boodschap (?) in een merkwaardige vormgeving.

After we're gone

Now, as a practical matter
It's pointless to address you directly here
Any probabilistic adjustments
Will dissolve in the sea
Of the everything-everyone-everywhere-ever-has-done
That you swallowed before
OK GO — Impulse Purchase. (Official Animated Video)

But let me sing with you
Daughters of the Anthropocene
Let me sing with you
Scions of it all
Will you lace up your shoes
And come dancing with me?
Let me sing with you
After we're gone

Still, no stochastic parrot
Has yet called on his nation
To knock back bleach
And if mermaids still linger at all here
They sing each to each
While your everything-everyone-ever-has-done
Blows the hinges from the Chinese room door
Oh, let me sing with you 
Daughters of the Anthropocene 
Let me sing with you
 Scions of it all 
Will you lace up your shoes 
And come dancing with me? 
Let me sing with you 
After we're gone, gone 
Gone, gone, gone, gone, gone 

Infinite and gone
Do you hear the people sing?
Gone, gone, gone
Singularity

Impulse Purchase” © 2025 OK Go Publishing BMI ℗ 2025 Paracadute Written by Damian Kulash, Jr. and Timothy Nordwind Performed by OK Go

Een singulariteit is in het algemeen een ongewoonheid, iets waar de normale regels of wetten niet meer geldig zijn of niet meer toegepast kunnen worden.

Mee-spelen? Begin hier:

https://www.itsnicethat.com/articles/ok-go-will-anderson-digital-film-project-150925

Een grote menigte van kleurrijke, cartoonachtige figuren met grote ogen en verschillende vormen, die in een chaotische opstelling staan.

Website:

https://studio.blender.org/projects/impulse-purchase

En voor beginnelingen:

Een illustratie van schaduwpoppen met verschillende dierenvormen zoals een olifant, vlinder, hert, hond, paard, konijn en slak, vergezeld van hun respectieve symbolen.

OK GO. (Official Video) 2025
Animatie is volgens het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands voor het eerst in 1657 vastgelegd. Animatie betekent in die tijd iets totaal anders: het staat dan voor het animeren of aanmoediging. Twee eeuwen later stond het zelfs voor bezieling, levendigheid of drukte. Het duurt nog tot 1984 totdat de Van Dale schrijft over de animatiefilm; een klei-, poppen-, of tekenfilm. In 1992 komt hier ook computeranimatie en het tegenwoordige animatie bij. (Woordhistorie 12 april 2024)

Een etsen van 'Humilis Animus', waarin een vrouw op een stoel zit met een herdersstaf en een hart, omringd door een kind met een olijftak, een schaap en een landelijke achtergrond.
Maarten de Vos Jan II Collaert. Antwerpen 1570 ‘Nederigheid brengt vrede voort’. 1610-1676 Burijngravure

De personificatie van Nederigheid (Humilis Animus) zit op een stoel, een herdersstaf en een gekliefd hart in haar handen. Aan haar voeten ligt een schaap en zit Vrede (Pax): een meisje met een olijftak in de handen. Op de achtergrond het boerenleven en herders op het veld. De prent heeft een Latijns onderschrift en is deel van een serie over het menselijk handelen. (Museum Schone Kunsten Gent)

Abstracte begrippen kregen al vroeg de hulp van kunstenaars (essen) die ze verduidelijkten met een beeld. ‘Humilis Animus’ hierboven is daar een mooi voorbeeld van. Het was in de zeventiende eeuw ook al tamelijk ingewikkeld om je ‘de nederige ziel’ voor te stellen., samengevat in het begrip ‘Humilis Animus’. De kunstenaar maakte er een vrouw van omgeven met voorwerpen, mensen of dieren die de nederigheid beklemtonen. De abstractie personifiëren is een mooi begin van animatie -het woord zegt het zelf- verpersoonlijken, een ziel geven. Dat is niet zo vreemd als je je eigen kinderjaren herinnert waarin je, laten we hopen, je meermaals voorwerpen als levende wezens behandelde. Niet allen je knuffel, maar ook een stoel kon stout zijn als je onvoorzien tegen hem aanbotste. Kunstenaars hebben het talent, vermoed ik, om dat ook op latere leeftijd te doen. De alledaagse dingen laten leven. Of je abstraheert zodat de kern van je werk ‘het levende’ overbrengt naar de kijker. Abstracte kunstbegrippen kunnen zelfs levende personages en gebeurtenissen worden.

Je kunt het getekende laten bewegen, het stilstaande in gang zetten, een voorwerp bezielen enz. Maar zoals begin jaren 1930 de eerste geluidsfilm vooral de stilte liet herontdekken is er met de hulp van AI vaak een overdaad aan ritmiek en combinaties maar een armoede bij storytelling of het zichzelf beperken bij de verhaalontwikkeling. Alles heeft zijn tijd. En…er is nog altijd de verbeelding vanuit de verteller zelf. ‘Er was eens. Wat er gebeurde toen ik op een avond…’ Het wonder van het gesproken en geschreven woord in de onmiddellijke nabijheid van muziek. En in tijden van Covid was de muziek ook zonder prentjes een welgekomen verbinding.

Kijk ook nog eens naar:

Kleine en grote bezieling voor donkere dagen (1)

Nauwelijks vijf minuutjes het filmpje hierboven bekijken en je bespaart mij een woordenboek-uitleg omtrent bezieling.

    “Tegenwoordig zijn we gewend dat stilstaande objecten de suggestie van beweging kunnen wekken. De oude Grieken waren in de zesde eeuw voor Christus pioniers op dit gebied, de eersten die in schilderingen en beeldhouwkunst beweging konden suggereren. Dit deden ze bijvoorbeeld door het weergeven van actielijnen bij wapperende gewaden en het inspelen op de verwachting en voorkennis van de kijker: iets gaat bewegen omdat de kijker het afgebeelde verhaal herkent.”  (Historiek 2015)
Panatheneïsche Prijsamfoor met hardlopers

Bekijk je het werk uit ‘Der Blaue Reiter-periode in 1911 opgericht door Wassily Kandinsky, Franz Marc, Gabriël Münter en August Macke dan merk je vaak diezelfde drang naar bewegen in hun werk dat je onder de term ‘expressionisme’ kunt thuisbrengen.

Franz Marc: Die gelbe Kuh, 1911,

De beweging kan ook door de vormgeving ontstaan, je zou dan van een ‘innerlijke’ beweging kunnen spreken, zelfs in die mate dat ze de voorstelling in vlakke en ruimtelijke stukken samenstelt.

Juan Gris: Portret van Picasso, 1912

De concentratie van de innerlijke beweging, dat wat je gemoed laat bewegen, kun je natuurlijk ook via de concentratie van het personage weergeven omgeven door een atmosfeer die zijn innerlijk naar voren brengt. Het claire-obscure vervult hier die rol.

Michelangelo Merisi da Caravaggio, Johannes de Doper in de woestijn (1603-06). Olieverf op doek, 97 x 131 cm © Rome, Galleria Corsini

Zijn blik is grotendeels verborgen onder zijn haar, je ziet niet wat hij denkt, of waar hij naar kijkt, maar er is duidelijk iets in aantocht, iets wat hem heeft opgewekt. Daar gaat het om. Net als in de extase van de Magdalena, die door goddelijk licht wordt verlost van haar zondige verleden, ontstaat er iets in deze Johannes, een beweging in zijn geest, die door de beweging van het lichaam wordt vertaald: een ontwaken, een alertheid voor iets wat op hem afkomt. Johannes herkende Jezus niet direct als de verlosser – hij liet twee hulpjes aan hem vragen of Jezus wel ‘de Komende’ was, degene die werd verwacht. Je ervaart de gewaarwording in zijn geest, in de aarzelende beweging van dat aardse lijf: er komt iets aan.

(Koen Kleijn, De beweging van de ziel, 11 maart 1920. De Groene Amsterdammer)

Het andere uiterste van de beweging vind je in dit beeld van Hammershoi uit 1900.

Dust Motes Dancing in the Sunbeams, 1900, Statens Museum for KunsT


"Een van zijn mooiste werken noemt hij Stofdeeltjes die dansen in zonnestralen (1900). We zien vermoedelijk laat-middaglicht, dat door een raam op de vloer van een lege kamer valt. Meer is er niet te zien. Maar wat een samenzang van vreugde en weemoed. Wat een ode aan de schittering van het heden en tegelijk de vluchtigheid ervan in één schijnbaar eenvoudig beeld.

In dit beeld figureren tevens twee andere voorname spelers in Hammershois wereld: ramen en deuren. Meestal zijn de eerste dicht en staan de laatste open. Natuurlijk spreken ze over een wereld binnen en de wereld buiten. En soms staan er zoveel deuren open na elkaar in de uiteenlopende kamers dat het de kijker duizelt: hoeveel werelden zijn er wel in dit labyrint van twee mensen bij elkaar, jarenlang samenwonend in het even wisselende als eendere licht van de dagen?"

Bernard Dewulf over het raadsel Hammershoi. 'In het licht van elkaar' (De Standaard )
Harriet Backer Rest, 1905, Bridgeman art

Beweging. Je weegt het beeld in je hoofd. Dat heet be-zieling. Lijnen, vlakken, kleur, diepte verlaten hun enkelvoudigheid en houden het niet alleen bij een mogelijke uiterlijke beweging maar brengen innerlijk een proces te weeg. Misschien wordt hun ‘animus’ (ziel) zichtbaar. Het samenspel tussen kunstenaar en kijker.

Harriet Backer-Ved lampelys.-1890

Mij lezen bij het lamplicht, lief,
de dagen, de dief
die ons van elkander dreef
en ik je ook bij lamplicht, lief,
wat niet te schrijven was toch schreef.

Gmt
Harriet Backer. Avond-interieur 1890

Het ‘panta rei’, alles beweegt, zal hoe dan ook in de grote verstilling verdwijnen. Er zijn dagen waarin het zo donker blijft dat het geloof in nieuw licht, zelfs niet in het kleinste kaarsenvlammetje of de hoop op een vlekje maan verlichting brengt. Ik wil je niet in die duisternis achterlaten, en probeer met een onbeschrijfbaar vleugje muziek vaarwel te zeggen, tot weldra.



Loop met mij door alle zalen
In 't museum van weemoed en gemis
Je hoeft geen toegang te betalen
Omdat hier niks van waarde is
Rechts van u hangt alle schaamte
Dan door de gang van spijt en zelfverwijt
Links liggen vergeten dromen
Dan een grote zaal verloren tijd

Zie de onbegane paden
En de uitgestelde daden
Vervolgens een collectie oud verdriet
Kijk naar mijn mislukte dagen
En schuldgevoel dat door blijft knagen
Hier ligt de verspilde energie
En kijk daar staat mijn prijzenkast
Neem maar mee want hij was alleen tot last
Hier hangt pech op ware grootte
Naast de ijdelheid met grove kwast

Langs de overtreden regels
Komt u bij het restaurant
Op de kaart alleen gebakken lucht
Kijk ook even in de winkel
Soms heeft men een doos geluk
Maar pas op want het valt gemakkelijk stuk
Nee wordt niet droef van al dit falen
Hiernaast ligt het museum "de goede hoop"
Daar valt vast wel wat te halen
Maar het is er niet goedkoop

(Wij missen jou!)

’Espérance et la douleur, Armand Point, après 1891

En helemaal aansluitend dit prachtige blog van mijn medestander. Deze aflevering heet niet toevallig ‘De mantel der Liefde’.

“Kanevas”? Het eeuwig onvoltooide.

Weinig waarschijnlijk portret van de jonge Schubert Josef Abel 1814

Nog geboren op de rand van de 18de eeuw (1797), op de rand van de januari-maand, 31ste dus, en op de rand van een dozijn kinderen, het twaalfde van Franz Theodor en Maria Elisabeth Katherina Vietz, en dat in een buitenwijk, rand van de hoofdstad Wenen. De bescheiden woonst diende ook als klaslokaal waar zijn vader nauwelijks de kost verdiende met zijn job als muziekleraar.

Bekijk je het fraaie portret geschilderd door Josef Abel en lees je getuigenissen van eigentijdsen die hem gekend hebben, dan is zijn gezette gedrongen gestalte, 1m 52cm, met korte nek en korte dikke vingers (die voor een schitterend pianospel zorgden, dat alvast) en zijn bijnaam ‘Zwammetje ‘(Schwammerl) niet onmiddellijk te rijmen met het portret van een dromerige best wat wereldvreemde, maar uiterst verfijnde jongeman dat je hierboven kunt bekijken. En…dan moet je zijn muziek horen, zoals het trio op. 100, Andante con moto.

Bekijk je dan nog zijn uiterst korte leven, hij stierf op 19 november 1828, werd dus niet eens 32 jaar, met deze zin op zijn grafsteen: “Hier begroef de dood een rijke schat, maar nog mooiere beloften.”

‘Een onvoltooid leven’, Franz Schubert Schmerz en de schaduw van Beethoven, een boek geschreven door Robert Joost Willink.

Dit boek volgt Schubert op de weg naar zijn eigen Kunstmusik, zoals hij deze in zijn strijkkwartetten, pianowerk en symfonieën gestalte gaf, waarbij hij bij alles wat hij schreef onvermijdelijk Beethovens schaduw voelde. Beethoven haalde bij hem het beste naar boven. De jonge componist werd zo door Beethoven geïnspireerd dat hij al zijn “leed” inzette bij het componeren van een nieuwe Kunstmusik. Zonder Beethovens compromisloze opvattingen over muziek was de “Schubert” zoals wij die kennen er niet geweest. (Eburon, Academic Publishers)

Leuk menselijk detail: Bijzondere inspiratie kwam van zijn koffiemolen. Al draaiend om de bonen te vermalen kwam hij onder meer op de thema’s voor het strijkkwartet ‘Der Tod und das Mädchen’. ‘Dagenlang zoek je naar een idee, en dit kleine machientje vindt het in een mum van tijd.’ (Website Het Concert Gebouw)

Schuberts bril (Schubert Geburtshaus Wien) Foto: Graham Fellows

En dan waren er de “Schubertiades”. Op een rij gezet :

De term ontstond begin 19e eeuw naar aanleiding van de bijeenkomsten waarop Franz Schubert met zijn vriendenkring van collega-componisten en -musici samenkwam. Het waren salonavonden met een huisconcert-achtige opzet.[2]

Deze bijeenkomsten waren soms aan huis bij een van de deelnemers, maar ook in de koffiehuizen van Wenen. De Schubertiades – ook gekscherend "Kanevas"-avonden genoemd (welke hun naam ontleenden aan Schuberts stereotiepe vraag "Kann er was?" bij het voorstellen van een kennis van een van zijn vrienden) – kenmerkten zich doordat er uitbundig werd voorgelezen en gemusiceerd, en soms ook gedanst en gefeest.

Bekende bezoekers van de Schubertiades waren Josef von Spaun, Franz Lachner, Moritz von Schwind, Wilhelm August Rieder, Leopold Kupelwieser, Eduard von Bauernfeld, Franz von Schober, Franz Grillparzer en andere vrienden van Schubert zoals de zanger Johann Michael Vogl, voor wie Schubert talrijke van zijn liederen componeerde. Veel van Schuberts composities (niet enkel liederen) werden tijdens de Schubertiades ten doop gedragen.

De avonden werden financieel vaak gedragen door Schuberts rijkere vrienden, en kenden bezoekersaantallen van een handjevol tot meer dan honderd man. (Wikipedia)
Schubertiade, met Schubert achter het klavier. (fragment) Julius Schmidt 1897

‘In Schuberts tijd heerste bij regeringspersonen een grote angst voor herhaling van de revolutie. De Franse revolutie had, naast chaos en gigantische oorlogen, ook de traditionele standensamenleving in het ongerede gebracht. Schubert maakte mee dat er, net als overal in Europa, een regime opkwam van spionnen die geheime genootschappen moesten melden aan de politie. Daarnaast was er een grote censuur. In de gezelschapjes van Schubert probeerde men de vrije geest hoog te houden, tegen de verdrukking in. Dat was niet zonder gevaar.’

‘Schubert gold in zijn eigen tijd als een soort Geheimtipp. Hij was bekend in beperkte kring, terwijl hij het overgrote deel van zijn muziek – symfonieën en opera’s – niet kreeg uitgevoerd. Hij was vooral geliefd om zijn liederen en zijn kamermuziek. Schubert stierf jong – op zijn 31ste in 1828 – en pas halverwege de 19e eeuw werd zijn grote talent echt onderkend. Pas toen nam zijn populariteit een enorme vlucht. 
Schubert groeide uit tot een soort cultfiguur, maar werd ook geclaimd door de Weners van de late negentiende eeuw. Ze omhulden hem met nostalgie, maakten een Weense troetelcomponist van hem, als een porseleinen poppetje in kitscherige Biedermeierstijl. Het is een beeldvorming die nog steeds sterk aan hem kleeft, maar die de lading van de man en zijn muziek totaal niet dekt. Luister naar Schuberts lied “Der Doppelgänger”, en dan hoor je meteen wat we bedoelen.’


Uit: ‘Uit: ‘Der Döppelgänger-Schuberts verhaal volgens twee kenners, Amare met musicologe Saskia Törnqvist en muziekhistoricus Luc Panhuysen


Der Doppelgänger (Heinrich Heine 1823, publ. 1824)

Still ist die Nacht, es ruhen die Gassen,
In diesem Hause wohnte mein Schatz,
Sie hat schon längst die Stadt verlassen,
Doch steht noch das Haus auf demselben Platz.

Da steht auch ein Mensch und starrt in die Höhe
Und ringt die Hände vor Schmerzensgewalt;
Mir graust es, wenn ich sein Antlitz sehe,
Der Mond zeigt mir meine eigne Gestalt.

Du Doppelgänger, du bleicher Geselle,
Was äffst du nach mein Liebesleid,
Das mich gequält auf dieser Stelle
So manche Nacht, in alter Zeit?

Hedendaagse prent The Masters Music School London

The doppelgänger

Part of 13 Lieder nach Gedichten von Rellstab und Heine (“Schwanengesang”), D 957 

The night is quiet, the alleyways are at rest,
My treasure used to live in this house;
She left the town long ago,
But the house is still standing in the same place.

There is a man standing there too and he is staring up high,
And he is wringing his hands as a result of overwhelming pain;
I feel terrified when I see his face, –
The moon shows me my own form.

You doppelgänger, you pale guy!
Why are you aping my love agony,
The pain that tormented me on this spot,
So many nights in the old days?
Hedendaagse prent TMMS London

	

De stilte als vindplaats (3)

Eigen foto Gmt
Wat is een gedicht?
 Een verstekeling in
 de stilte,
 op woorden betrapt.

(G. van der Graft)

De vindplaats een naam geven. Zeggen we: een gedicht. Het hoort perfect thuis in de stilte, maar…het blijft een ‘verstekeling’. Het ver-breekt de stilte. De woorden ervan verbergen zich in de stilte. Ze horen bij de stilte, zijn wellicht uit haar ontstaan maar verraden haar ook, doorbreken haar.

Toch kunnen ze niet zonder elkaar. Wellicht is het de bedoeling om met die woorden de essentie van de innerlijke stilte te benaderen, haar als water of vruchtbare aarde te beschouwen waaruit de woorden naar hun innigste betekenis zoeken, alle overbodigheid vermijden, om na hun verschijnen opnieuw in de stilte te verdwijnen

Maar…ze blijven ‘verstekelingen’. Blinde passagiers. Eens ontscheept (gelezen dus) bestaat de kans dat ze voor lange tijd bij jou blijven wonen.

Echter…eens het gedicht, of…de muziek in jouw wezen thuis is gekomen, verandert de wereld. De Zweedse dichter Lars Gustavson beschijft dat proces in ‘De stilte van de wereld voor Bach’. De muziek die zelfs het woord overstijgt.

"Er moet een wereld bestaan hebben voor
de Triosonate in D, een wereld voor de partita in A mineur,
maar hoe zag die wereld er uit?"

Hier kun je naar die prachtige triosonate luisteren:

DE STILTE VAN DE WERELD VOOR BACH
 
Er moet een wereld bestaan hebben voor
de Triosonate in D, een wereld voor de partita in A mineur,
maar hoe zag die wereld er uit?
Een Europa van grote lege vertrekken zonder weerklank,
overal onwetende instrumenten
waar Musikalisches Opfer en Das Wohltemperierte Klavier
nooit over een claviatuur waren gegaan.
Eenzaam gelegen kerken
waar de sopraanstem uit de Johannes Passion
zich nimmer in hulpeloze liefde slingerde
rond de mildere windingen van de fluit,
weidse zachtmoedige landschappen
waar alleen oude houthakkers met hun bijlen te horen zijn
het gezonde geluid van sterke honden in de winter
en - als een slingerklok - schaatsen klauwend in glansijs;
zwaluwen schermend in de zomerlucht
schelp waar het kind aan luistert
en nergens Bach, nergens Bach
schaatsstilte van de wereld voor Bach.
 
(uit De stilte van de wereld voor Bach, Lars Gustavson, vertaling en samenstelling  J, Bernlef, 1988)

De aria 'Zerfließe, mein Herze' uit de Johannes-Passion, hier uitgevoerd door de Nederlandse Bachvereniging voor All of Bach. De Johannes-Passion was de eerste passiemuziek die Bach als cantor in Leipzig schreef. Het passieverhaal zoals dat wordt verteld in het evangelie van Johannes, verschilt van dat in de drie andere evangeliën – die van Matteüs, Lucas en Marcus. De nadruk ligt bij Johannes op de goddelijke afkomst van Jezus. Door het lijden heen blijft die goddelijke afkomst steeds een rol spelen, Jezus wordt nergens zo menselijk als in de andere evangeliën. 
Poetry of silence from Jaume Plensa i Suñé

Uit ‘The Aesthetics of Silence’ van Susan Sontag (1933-2004)

“De keuze van de voorbeeldige moderne kunstenaar voor stilte wordt zelden doorgevoerd tot dit punt van uiteindelijke vereenvoudiging, zodat hij letterlijk stil wordt. Typischer is dat hij blijft spreken, maar op een manier die zijn publiek niet kan horen…”

“De chronische gewoonte van de moderne kunst om haar publiek te ontstemmen, provoceren of frustreren kan worden gezien als een beperkte, plaatsvervangende deelname aan het zwijgideaal dat in de hedendaagse esthetiek is verheven tot een belangrijke norm voor “ernst”.

“Maar het is ook een tegenstrijdige vorm van deelname aan het zwijgideaal. Het is niet alleen tegenstrijdig omdat de kunstenaar kunstwerken blijft maken, maar ook omdat de afzondering van het werk van zijn publiek nooit duurt… Goethe beschuldigde Kleist ervan dat hij zijn toneelstukken had geschreven voor een “onzichtbaar theater”. Maar uiteindelijk wordt het onzichtbare theater “zichtbaar”. Het lelijke, disharmonische en zinloze wordt “mooi”. De geschiedenis van de kunst is een aaneenschakeling van succesvolle overtredingen.”

Illustration by John Vernon Lord from a rare edition of Through the Looking-Glass and What Alice Found There.

The exemplary modern artist’s choice of silence is rarely carried to this point of final simplification, so that he becomes literally silent. More typically, he continues speaking, but in a manner that his audience can’t hear…

Modern art’s chronic habit of displeasing, provoking, or frustrating its audience can be regarded as a limited, vicarious participation in the ideal of silence which has been elevated as a major standard of “seriousness” in contemporary aesthetics.

But it is also a contradictory form of participation in the ideal of silence. It is contradictory not only because the artist continues making works of art, but also because the isolation of the work from its audience never lasts… Goethe accused Kleist of having written his plays for an “invisible theatre.” But eventually the invisible theatre becomes “visible.” The ugly and discordant and senseless become “beautiful.” The history of art is a sequence of successful transgressions.

‘The Aesthetics of Silence’ van Susan Sontag (1933-2004)

“Stilte” houdt nooit op haar tegendeel te impliceren en afhankelijk te zijn van haar aanwezigheid: net zoals er geen ‘op’ kan zijn zonder ‘neer’ of ‘links’ zonder ‘rechts’, zo moet men een omringende omgeving van geluid of taal erkennen om stilte te herkennen…

“Een echte leegte, een pure stilte is niet haalbaar – niet conceptueel en niet feitelijk. Alleen al omdat het kunstwerk bestaat in een wereld die is ingericht met vele andere dingen, moet de kunstenaar die stilte of leegte creëert iets dialectisch produceren: een volle leegte, een verrijkende leegte, een resonerende of welsprekende stilte. Stilte blijft, onontkoombaar, een vorm van spreken (in veel gevallen van klagen of aanklagen) en een element in een dialoog.” (ibidem)

A binaural torso for spatial recording inside the anechoic chamber at Orfield Laboratories.Credit…Alec Soth/Magnum, for The New York Times

De ’totale’ stilte maakt je inderdaad gek. De ervaringen in ‘de dode ruimte’ van een studio, een plaats met 0,0 echo-waarden, zijn geen waarborg voor een prettige verblijfplaats.


“You’ll hear your heart beating,” Orfield was quoted as saying. And: “In the anechoic chamber, you become the sound.” The experience was so “disconcerting,” The Daily Mail reported, that no one had ever “survived” a visit of longer than 45 minutes. (NY Times Could I survive the quietest place on earth?)

De geluiden van het dagelijks leven zijn dus niet altijd onmiddellijk storend, al verkies ik graag de stilte van het bos boven de ritmes van voorbijflitsende wagens op een autoweg. En luister naar deze opname:

De ‘drukke’ wereld blijft aanwezig, maar de rust van het kabbelend water zal je zonder veel moeite naar een bucolisch landschap voeren. Stilte is ook je van de drukte en haar geluiden kunnen ontdoen door je te concentreren op je al dan niet scheppend werk, om je innerlijke wereld vanuit de verworven stiltes ook te kunnen wapenen tegen het alledaagse geweld. De stilte van je innerlijk bestaan.

Johan Christian Dahl, Noors landschap met regenboog, 1821, Statens Museum for kunst, Kopenhagen

“Wanneer hij eenmaal is begonnen met praten, is het lastig Zwagerman te onderbreken. Voorbeelden van stilte in de literatuur, in zijn eigen werk of dat van Gerard Reve, en stilte en verdwijning in de kunst, zoals bij perfomance-kunstenaar Marina Abramovic, omschrijft hij kleurrijk.
‘Door zielsverhuizing weet je pas wat stilte is. Luister maar naar Prince, een volbloed romanticus. In een nummer dat If I was your girlfriend heet, eindigt hij met de zin ‘Now I know what silence looks like’. Kortom: de ik-figuur probeert door de stilte en in de stilte zijn geliefde te bereiken. En niet door zijn geliefde te bezitten en haar te willen, maar door de ander te willen zijn.’ Zelf hoopt hij nu een aanstekelijk beeld voor de lezer te hebben beschreven van deze zoektocht naar de stilte.”

(Het Parool: Laatste gesprek met Joost Zwagerman: over stilte en zelfverdwijning. Aimée Plukker en Kim Visbeen 10 sept. 2015)





Later wordt het, maar nooit te laat(?) (3) ‘Devouring Time’

The Boy with the Arrow (Portrait of the Artist’s Son) (1903), Douglas Volk -Smithsonian American Art Museum-

Ook hier is een toevallige vondst, een schilderij: ‘The Boy with the Arrow’ van de Amerikaanse schilder Douglas Volk (1856-1935) een aanleiding om het over een aspect van de ‘tijd’ te hebben. Laten we maar meteen de meester citeren: ‘Devouring Time’, of het negentiende sonnet van William Shakespeare:

19

Devouring Time, blunt thou the lion's paws
And make the earth devour her own sweet brood,
Pluck the keen teeth from the fierce tiger's jaws
And burn the long-lived phoenix in her blood,
Make glad and sorry seasons as thou fleet'st,
And do whate'er thou wilt, swift-footed Time,
To the wide world and all her fading sweets.
But I forbid thee one most heinous crime:
O carve not with thy hours my love's fair brow
Nor draw no lines there with thine antique pen.
Him in thy course untainted do allow,
For beauty's pattern to succeeding men.
   Yet do thy worst, old Time. Despite thy wrong
   My love shall in my verse ever live young

Tijd, veelvraat, leg de leeuwenklauw aan banden,

Voer aarde op wat ze heeft uitgebroed,

Ontdoe de tijger van zijn rotte tanden,

Bereid de oude fenix in zijn bloed,

Maak de seizoenen goed of laat ze kwijnen,

Doe wat je wilt, jij gluiper Tijd, je ziet

Al wat de wereld mooi maakt weer verdwijnen.

Maar er is één ding dat ik je verbied.

Kerf niet je uren in mijn liefs gezicht,

En trek daar met je oude pen geen sporen,

Spaar hem, een nieuwe generatie richt 

Zich op zijn schoonheid, die mag niet verloren.
   
Ach, oude Tijd, doe maar je kwade werk.
   
Mijn vers houdt mijn lief levend, jong en sterk.

vertaling: Willem van der Vegt 2008

The boy in the painting is Volk’s own son Leonard during that time in a boy’s life where he is no longer a boy yet not quite a man either. This painting was displayed around the time that Peter Pan was first introduced to the public. It’s thought that Peter Pan had many thinking about this time in a boy’s life called adolescence and might have influenced how popular this painting was at the time.
The painting depicts young Leo sitting in the woods on a large rock while holding an arrow and looking into the distance as if contemplating some major decision. He is dressed as a typical American boy of the period and sits in the shade of a large tree.

Je moet al een beetje verder gaan zoeken naar de biografische achtergrond. Leo, eerste zoon van schilder en kunst-pedagoog Douglas Volk is heel jong gestorven. Nauwelijks acht jaar geworden. De dromerige jongen hierboven een voorloper van de geciteerde Peter Pan is een poging van de schilder de ‘devouring Time’ toch nog even te verschalken, of is de toewijzing gewoon een fout in het biografisch materiaal? Maar ook dan blijft het een poging om het snel voorbijgaan van de tijd te isoleren in een portret dat voor altijd het jeugdige bevriest. Er zijn immers talrijke vormen van aanwezigheid. Het beeld. Een gedicht. Zoals je de woorden uitspreekt, hun melodie hoort en de betekenis weer op een heel andere manier tot je doordringt. Luister. Een minuut veertien seconden.

Soms komt er een woord op bezoek. Een vermoeid woord. Vragen om onderdak.

Woord op bezoek

Gewoon een vermoeid woord was het,
-of het enkele weken mocht logeren
 in de stille hoeken van het huis –
er zijn als ik naar de rood verkleurende
wingerd keek achter in de tuin, of naast de kat
mocht slapen die zacht kreunend droomde,
vier witte voetjes bij elkaar, kussentjes als
uitstekende rustplaats voor een vermoeid woord.
Ook in het strijklicht van de late middag in de veranda
zou het zich ontrollen, zijn letters loslaten
in de spiegeling van het vijverwater op de zoldering.

Onuitgesproken kon het zijn klanken 
met de vroege avond laten vallen.
In het donker van mijn ogen slapen
was veel gevraagd, maar het kon.

Van de boeken bleef het ver vandaan,
het was maar een eenvoudig woord, zei het,
wars van literaire pretenties,
maar niet zo simpel of zo slaafs als een lidwoord,
wel te lui  voor dubbelzinnigheid.

Graag ontdaan van zijn betekenis zou het
doorzichtig en onzichtbaar zijn,
-ik dacht aan het volle maanlicht in het trappenhuis-
maar in haar sluimerslaap schrok de poes
toen het smartelijk om verloren letters riep.

Die nacht, in het donker van mijn ogen,
droomde ik zijn verlangen om bij het ander woord te zijn.
Met enkele krullen en wat streepjes meer
zou het van zijn woordblindheid genezen.
Een woordspeling hoefde niet,
gewoon samen in het woordenboek wonen
zoals ‚gaandeweg’ of ‚pepermunt’.

We werden heel vroeg wakker,
droevig om elkaars tekort.

'On' en 'af', twee vermoeide woorden in een winternacht.
Wie ons verenigde, herkende wel
het eigen heimwee naar verloren letters en dies meer.

Onaf maar onafscheidelijk.

Gmt
Man in Hammock Albert Gleizes, 1913



Word on visit

Just a tired word it was,
-whether it could stay for a few weeks
in the quiet corners of the house -
being there when I looked at the red discoloured
vine at the back of the garden, or next to the cat
was allowed to sleep groaning softly dreaming,
four white feet together, cushioned as an
excellent resting place for a weary word.
Even in the floodlight of late afternoon in the veranda
it would unfurl, releasing its letters
in the reflection of the pond water on the ceiling.

Unspoken it could let its sounds
drop with the early evening.
Sleeping in the darkness of my eyes
was asking a lot, but it could.

From the books it stayed far away,
it was just a simple word, it said,
averse to literary pretensions,
but not as simple or as slavish as an article,
too lazy for ambiguity, though.

Gladly stripped of its meaning, it would
transparent and invisible.
-I thought of the full moonlight in the stairwell-
but in its slumber the cat was startled
as it cried out grievously for lost letters.

That night, in the darkness of my eyes,
I dreamed its desire to be with the other word.
With a few more curls and a few more dashes
would cure it of its word blindness.
There was no need for a pun,
just live in the dictionary together
like 'ongoing' or ‘peppermint'.

'On' and 'off', two tired words on a winter night.
Those who united us did recognise
their own nostalgia for lost letters and the like.

Undone but inseparable.

Gmt
Slapende vrouw met Kat Władysław Ślewiński, 1896

Er is het beeld, de poëzie om jou uit de muil van de verslindende tijd terug te halen, hoe tevergeefs ook. Maar ook de muziek. ‘Come again, sweet love doth now invite.’ van John Dowland naar een anonieme tekst. Uitvoering Konstantin Mizkevitch en ensemble. Full page is de tekst goed leesbaar.

Come again
Sweet love doth now invite
Thy graces that refrain
To do me due delight
To see, to hear
To touch, to kiss
To die with thee again
In sweetest sympathy
Come again
That I may cease to mourn
Through thy unkind disdain
For now left and forlorn
I sit, I sigh
I weep, I faint
I die, in deadly pain
And endless misery
Gentle love
Draw forth thy wounding dart:
Thou canst not pierce her heart;
For I that do approve
By sighs an d tears
More hot than are
Thy shafts, did tempt while she
For scanty tryumphs laughs

Het beeldtype stelde Hypnos voor als een adolescent of, in sommige varianten, als een nog jonger kind. Hij werd voorwaarts rennend afgebeeld, met klaprozen in zijn rechterhand en een drinkhoorn in zijn linker, waaruit hij vermoedelijk een slaapdrankje goot. Op dit hoofd is te zien hoe vleugels uit zijn slapen ontsprongen en zijn haar was uitvoerig gerangschikt in een reeks weelderige lokken, sommige vielen vrij, andere waren vastgebonden in een knoop achter op het hoofd.
Hypnos duikt voor het eerst op in de mythologie in het werk van een van de vroegste Griekse dichters, Hesiod (leefde rond 700 voor Christus), waar Hypnos (Slaap) en Thanatos (Dood) de verschrikkelijke zonen van Nyx (Nacht) waren. Hypnos werd echter over het algemeen gezien als goedaardig voor de mensheid. De god werd vaak genoemd in literaire bronnen en werd geassocieerd met klaprozen en slaapmiddelen. De vleugels van Hypnos stelden hem in staat om zich snel over land en zee te verplaatsen en om het voorhoofd van de vermoeiden te wapperen tot ze in slaap vielen. Zijn zoon was Morpheus, de personificatie van dromen.




Wisteria’s weemoedig blauw in mij en mei verzameld.

Eigen foto Gmt

De spiegeling van de metalen voordeur met zicht op de winterse binnenkant van het huis. Naar buiten. Naar de tuin als bewijs: de maand mei est arrivé! ‘Ce moys de may’. De Blauwe Regen (Wisteria) overvloediger dan alle vorige jaren zal je verwelkomen.

eigen foto Gmt

Ce moys de may,
ma verte cotte je vestiray.
De bon matin me lèveray,
ce joly moys de may.
Un sault, deux saults, trois saults,
en rue je feray,
Pour voir si mon amy verray.
Je luy diray qu'il me descotte;
Me descottant le baiseray.
This month of May
my green skirt I'll wear
early in the morning, I'll rise
in this lovely month of May
one hop, two hops, three hops
into the street I'll make
to see if I'll see my friend
I'll tell him to remove my skirt
while he removes it, I'll kiss him.
Eerste Editie - Clément Janequin: 	1529 in 31 Chansons musicales a quatre parties (No.21) 
Uit de tijd toen wij nog waren opgehokt:

eigen foto Gmt
Eigen foto Gmt

It Is a Small Plant

William Carlos Williams. (USA 1883-1963)

It is a small plant	
delicately branched and
tapering conically
to a point, each branch
and the peak a wire for
green pods, blind lanterns
starting upward from
the stalk each way to
a pair of prickly edged blue
flowerets: it is her regard,
a little plant without leaves,
a finished thing guarding
its secret. Blue eyes—
but there are twenty looks
in one, alike as forty flowers
on twenty stems—Blue eyes
a little closed upon a wish
achieved and half lost again,
stemming back, garlanded
with green sacks of
satisfaction gone to seed,
back to a straight stem—if
one looks into you, trumpets—!
No. It is the pale hollow of
desire itself counting
over and over the moneys of
a stale achievement. Three
small lavender imploring tips
below and above them two
slender colored arrows
of disdain with anthers
between them and
at the edge of the goblet
a white lip, to drink from—!
And summer lifts her look
forty times over, forty times
over—namelessly.
eigen foto Gmt
Het is een kleine plant	
delicaat vertakt en
conisch toelopend
naar een punt, elke tak
en de top een draad voor
groene peulen, blinde lantaarns
die vanaf
de stengel in elke richting naar
een paar blauwe
bloemetjes: het is haar aanzien,
een plantje zonder bladeren,
een afgewerkt ding dat
haar geheim bewaart. Blauwe ogen-
maar er zijn twintig blikken
in één, zoals veertig bloemen
op twintig stelen. -Blauwe ogen
een beetje gesloten bij een wens
bereikt en weer half verloren,
terugkrabbelend, omkranst
met groene zakken van
tot zaad geworden tevredenheid,
terug naar een rechte stengel - alsof
iemand in je kijkt, trompetten!
Neen. Het is de bleke holte van
het verlangen zelf dat telt
steeds maar weer het geld van
een oudbakken prestatie. Drie
kleine lavendel smekende punten
daaronder en daarboven twee
slanke gekleurde pijlen
van minachting met helmknoppen
ertussen en
aan de rand van de bokaal
een witte lip, om van te drinken!
En de zomer verheft haar blik
veertig keer, veertig keer
opnieuw - naamloos.

William Carlos Williams. (USA 1883-1963)


In Eastern cultures, wisteria is a symbol of longevity and immortality. It is often associated with virtues like persistence and endurance. In Chinese folklore, wisteria is linked to the legend of the ‘White Snake,’ which tells the tale of a love that transcends time and earthly boundaries.

In the Western world, wisteria is a symbol of romance, poetry, and the beauty of love. Its delicate, cascading flowers evoke a sense of nostalgia and dreaminess, often found in romantic novels and literature.

Wisteria (right screen) by Maruyama Ōkyo 1733-1795– Ink and color on gold-foiled paper – 18th century, Edo Period, Japan [NEZU Museum, Tokyo]

Ōkyo, geboren in Kyoto, werd sterk beïnvloed door zowel Chinese als Nederlandse artistieke tradities en nam de technieken daarvan over in zijn creaties. Hij ontwikkelde het megane-e perspectief om schilderijen of prenten te maken. Wanneer deze schilderijen bekeken werden door een kijkdoos (nozori karakuri in het Japans) of een Nederlandse bril (Oranda megane in het Japans), een lens en spiegel, creëerden ze een driedimensionaal effect. Misschien raakte Ōkyo wel gecharmeerd van dit ingenieuze Europese apparaat in de tijd dat hij in een speelgoedwinkel in Kyoto werkte. In die tijd, tijdens de sakoku, oftewel het bewuste isolement van Japan ten opzichte van de rest van de wereld, was de enige officiële verbinding die Japan had met de buitenwereld de Nederlandse VOC, oftewel de Verenigde Oost-Indische Compagnie, gevestigd op het eiland Dejima in de baai van Nagasaki. (CCDA)

Utagawa Hiroshige Swallows and Wisteria, from the series Japanese and Chinese Poems for Recitation (Wakan rôeishû) 1842-43

Wisteria by Philip Levine (USA 1928-2015)


The first purple wisteria
I recall from boyhood hung
on a wire outside the windows
of the breakfast room next door
at the home of Steve Pisaris.
I loved his tall, skinny daughter,
or so I thought, and I would wait
beside the back door, prostrate,
begging to be taken in. Perhaps
it was only the flowers of spring
with their sickening perfumes
that had infected me. When Steve
and Sophie and the three children
packed up and made the move west,
I went on spring after spring,
leaden with desire, half-asleep,
praying to die. Now I know
those prayers were answered.
That boy died, the brick houses
deepened and darkened with rain,
age, use, and finally closed
their eyes and dreamed the sleep
of California. I learned this
only today. Wakened early
in an empty house not lately
battered by storms, I looked
for nothing. On the surface
of the rain barrel, the paled,
shredded blossoms floated.
Eigen foto Gmt
Wisteria
door Philip Levine (1928-2015)

De eerste paarse blauwe regen
die ik me herinner uit mijn jeugd hing
aan een draad buiten de ramen
van de ontbijtkamer ernaast
bij Steve Pisaris thuis.
Ik hield van zijn lange, magere dochter,
dat dacht ik tenminste, en ik zou wachten
naast de achterdeur, onderdanig,
smekend om aangenomen te worden. Misschien
waren het alleen de bloemen van de lente
met hun misselijkmakende geuren
die me besmet hadden. Toen Steve
en Sophie en de drie kinderen
inpakten en naar het westen verhuisden,
ging ik lente na lente door,
leeg van verlangen, half slapend,
biddend om te sterven. Nu weet ik
dat die gebeden werden verhoord.
Die jongen stierf, de stenen huizen
werden donkerder en donkerder door de regen,
ouderdom, gebruik, en sloten uiteindelijk
hun ogen en droomden de slaap
van Californië. Ik leerde dit
pas vandaag. Vroeg wakker
in een leeg huis dat de laatste tijd niet
gehavend door stormen, zocht ik
naar niets. Op het oppervlak
van de regenton, verbleekte,
versnipperde bloesems.
Eigen foto Gmt

Het geheimschrift
van dit blauw
verenigt
vergift en vergeven:
tranen en de dauw
met zuiderwind
geschreven.

Massamensen en mensen in de massa: een lijdensverhaal (2)

Pieter Pourbus 1548. Het Laatste Avondmaal Groeningemuseum Brugge
(klikken op onderschrift en dan op kleine afbeelding voor vergroting– op close om terug te keren)

Je hebt wel even tijd nodig om de verschillende handelingen van de personages te bekijken. Het is een vrij rumoerig ‘Laatste Avondmaal’. Vooral de gestalte rechts die slechts gedeeltelijk zichtbaar is. De dood. Hij, de duivel-dood, komt binnen als de centrale rechtstaande figuur buiten gaat. Dat is duidelijk, beurs in de linkerhand, Judas. Wij weten waarom hij het pand verlaat.
De apostel op de rug probeert hem, door zijn mantel te grijpen, tegen te houden terwijl het jongetje de gevallen stoel opraapt. Jezus zelf zegt iets tegen Petrus terwijl de geliefde Johannes dicht tegen de meester zich van de wereld heeft afgezondertd.



De vraag blijft waarom Pourbus hier koos voor een minder bekende iconografie. De aanwezigheid van de Duivel, de heftige beweging van Judas en de reacties van de andere aanwezigen geeft het geheel een theatraal karakter. Het is geweten dat Pieter Pourbus contacten had met de Brugse rederijkerskamer ‘De Heilige Geest’. Dit was een zeer actief gezelschap van (amateur)dichters, die ook vaak toneelstukken schreven. Deze rederijkers kwamen jaarlijks op Witte Donderdag bijeen om het Laatste Avondmaal te herdenken aan de hand van voorgelezen teksten. Daarin werd beschreven hoe de Duivel binnenwandelde op het ogenblik dat Judas het gezelschap ontvluchtte. Liet Pourbus zich voor dit schilderij inspireren door een dergelijke Witte Donderdag opvoering? Misschien is de figuur links in contemporaine kleding met de roze frygische muts, wel het bijhorende gedicht aan het voorlezen vanaf zijn blad!  (Musea Brugge)

Gustave Van de Woestyne. Laatste Avondmaal 1927 Musea Brugge


Terug uit Groot-Brittannië na de Eerste Wereldoorlog is Van De Woestyne een veelgevraagd portrettist. Hij wordt directeur van de Academie van Mechelen en geeft in Antwerpen en Ter Kameren les over monumentale kunst. In de bijzonder vruchtbare jaren 1920 zet hij ook monumentale nieuwtestamentische taferelen op doek. De gelovige kunstenaar streeft ernaar de christelijke boodschap te verzoenen met een moderne vormentaal. In het Laatste Avondmaal geeft hij Christus en zijn apostelen weer in verwrongen houdingen en met expressieve koppen en karikaturaal grote handen. Ze zitten dicht bijeen rond een tafel in een beklemmend kleine ruimte. Merkwaardig detail: Van de Woestyne beeldt zichzelf af als de derde apostel links.

Van de Woestyne kan beschouwd worden als een van de vernieuwers van de Belgische religieuze kunst. Maar bij zijn katholieke tijdgenoten lokt zijn religieuze werk vooral afkeuring uit. Zij noemen het ‘vulgair’, ‘macaber’ en zelfs ‘een gruwel’.

Recent werd het monumentale Laatste Avondmaal van Gustave Van de Woestyne bij Musea Brugge verplaatst. Een huzarenklus die door het technisch atelier en de afdeling collectie van Musea Brugge met expertise succesvol werd uitgevoerd. Bekijk hieronder de indrukwekkende beelden. (Vlaamse Kunstcollectie )

Veel vreugde mocht je niet dadelijk wensen als je naar de hoofden van de apostelen kijkt en hun ongemakkelijke houding in de lege kamer bestudeert. Het was nu eenmaal de tijd van de Nieuwe Zakelijkheid en dan, zoals dat wel eens meer gebeurde, haalde de vormgeving het op de essentie van de inhoud. De wet van de essentie: brood en wijn en de geknielde houding voor het heilig moment. Laten we maar enkele dagen terugkeren naar de intocht van Jezus in Jeruzalem, wat wij nu ‘palmen-zondag’ noemen.
Het geheiligde even terzijde. Een jonge dertiger dus. Op een ezelin gezeten en zijn volgelingen daar achteraan. Het volk troept samen, zwaaiend met lange palmbladeren; sommigen leggen hun mantels op de grond als teken van eerbied, anderen roepen luid. Een intro van een ware volksheld. Dat ‘roepend volk’ zullen we enkele dagen later nog eens horen, maar wel in een andere toonaard. Prachtig geschilderd als fresco in Assisi door Pietro Lorenzetti (1320). Een echt kijkplaatje waarop verleden en heden samen gebeuren.

Pietro Lorenzetti. 1320. De intocht van Jezus en gezelschap in Jeruzalem

Best mogelijk dat je in de volgende weken of maanden ‘Jesus Christ Superstar ziet langskomen, de musical van Tim Rice en componist Andrew Lloyd Webber in een nieuwe regie van Ivo van Hove. De ontwerpers gaven Judas de vertellersrol. En het is Judas die Jezus waarschuwt voor zijn volgelingen in zijn beginlied: ‘‘I am frightened by the crowd/ For we are getting much to loud’. Uitgerekend hij voorziet het fanatisme van zijn aanhangers: ‘All your followers are blind/ Too much heaven on their minds.’ In zijn bespreking legt Marijn van der Jagt (De Groene Amsterdammer 31 januari 2024) het accent op de gevolgen van dit fanatisme:

'Judas neemt afstand van het groepsgebeuren: pas maar op met die lui. Wat hij Jezus voorhoudt, geldt voor iedere leidersfiguur die wordt gezien als de ultieme redder van een volk, een natie of de mensheid. Jouw aanhang zal zich tegen je keren als jij hun verwachtingen niet waarmaakt. En Judas krijgt gelijk: het toegestroomde volk dat Jezus aanvankelijk juichend de stad binnenhaalt, eist later even fanatiek zijn dood. Op dit spanningsveld tussen de adoratie en de haat van de massa legt Ivo van Hove de focus.'

‘Judas’ is ook een boek van Amos Oz (2015, De Bezige Bij)

In Judas keert Amos Oz terug naar de omgeving van zijn meest succesvolle en geliefde boeken: het Jeruzalem van halverwege de twintigste eeuw. Judas is een liefdesverhaal en een coming of age-roman, waarin Oz op openhartige en moedige wijze het thema verraad verweeft.
Net als in Een verhaal van liefde en duisternis combineert Oz zijn persoonlijke visie op historie en heden van Israël met een meeslepende plot en een schitterende schrijfstijl. (De Bezige Bij)

Over de figuur van Judas zegt de auteur bij een bezoek aan Europa:

‘In het denken van miljoenen is Judas de personificatie van het lelijkste verraad denkbaar. Voor miljoenen is hij ook de ultieme Jood. De figuur van Judas is al duizenden jaren het Tsjernobyl van antisemitisme. Mijn protagonist in dit verhaal, Sjmoeël Asj, probeert dat personage te herlezen. Hij begint met een paar eenvoudige vragen over de beroemdste dertig zilverstukken uit de geschiedenis, over de bekendste kus, befaamder dan die van Romeo en Julia. Waarom zou deze welgestelde man zijn ­meester verkopen voor dertig zilverstukken? Omgerekend naar hedendaagse valuta zijn die zilverstukken samen ongeveer zeshonderd euro waard. Als hij zijn meester al verraadde, deze landeigenaar met bezittingen en slaven, waarom hing hij zich dan naderhand op? Nog zo’n vraag: wie had er dertig zilverstukken voor over, of zelfs maar vijftig cent, voor een kus die Jezus zou verraden zodat Hij opgepakt zou kunnen worden? Heel Jeruzalem kende Hem. (Nederlands Dagblad)

https://www.nd.nl/cultuur/boeken/602112/amos-oz-judas-maakte-jezus-juist-succesvol

De Judaskus Jakob Smits (1856-1928)

Op zoek naar de vijand? Het verhaal Saul en David

Een vrolijk begin is het niet, maar als einde van het verhaal door niemand te ontlopen. Händel componeerde het oratorium ‘Saul’ in de zomer van 1738. Nog geen jaar daarvoor was het door hem geleide en gefinancierde operagezelschap ten onder gegaan door de enorme concurrentie van rivaliserende operahuizen, werd hij door een beroerte getroffen, zodat hij door uitval van zijn rechterarm moeilijk kon componeren en er werd zelfs bijna luidop gefluisterd dat hij ze niet allemaal meer op een rijtje had. Een kuur in Aken zal hem echter deugd hebben gedaan want daarna zette de intussen 52-jarige Händel zich aan het componeren, ongeveer vier jaar voor hij zijn meesterwerk ‘Messiah’ zou creëren.

‘Saul’. Het is een verhaal over oorlog waarin de jonge herder David een reus van een tegenstander doodt en het leger van Saul de overwinning bezorgt. Het is een verhaal van Davids vriendschap met Jonathan, de oudste zoon van koning Saul. Was deze vorst ooit een wijze man, met de jaren verandert hij in een jaloerse gek die David naar het leven staat. In een gevecht met de de Filistijnen sneuvelt Saul en zijn drie zonen, Jonathan inbegrepen. Davids klaagzang eindigt met deze zinnen:

 Dochters van Israël, weent over Saul,
die u kleedde met scharlaken, met weelde,
die gouden sier bracht op uw gewaden.

Hoe zijn de helden gevallen in het heetst van de strijd !
Jonathan, op uw hoogten doorboord

Het beklemt mij om u, mijn broeder Jonathan, dierbare vriend !
Wonderbaarlijker was mij uw liefde
dan de liefde der vrouwen.

Hoe zijn de helden gevallen
verloren gegaan, het oorlogstuig.
Lucas van Leyden, David Playing the Harp before Saul, c. 1508

En wie is de vijand? Een herdersjongen – eerst een bondgenoot, schakelt de gevaarlijke reus Goliath uit en wordt ook nog de beste vriend van ’s konings oudste zoon Jonathan. Een gedroomde opvolger. Tokkelt aardig op de lier, noem het gitaar en bedwingt daarmee de ziekelijke melancholie van de oude Saul, maar krijgt als beloning bijna een speer door zijn nog jonge lijf. Wordt ook nog eens ’s konings oudste dochter verliefd op het joch en van die gelegenheid maakt Saul gebruik om hem haar hand en bijbehoren te schenken als hij de gevaarlijke reus doodt. De afloop van die ’tweekamp’ is bekend maar ’s konings dochter wordt aan een ander uitbesteed en David mag in dienst van de vorst ten oorlog trekken maar overleeft glansrijk die boosaardige missie en keert terug als een toegejuichte held met nijdig koninklijk tandengeknars op de achtergrond. Luister hoe Händel het muzikaal verwoordt, het machteloze gevoel van de jonge David met de liefdevolle vraag: ‘…heal his wounded soul.’ Medelijden dat in medevoelen verandert.


David:
O Lord, whose mercies numberless
O'er all thy works prevail:
Though daily man Thy law transgress,
Thy patience cannot fail.
If yet his sin be not too great,
The busy fiend control;
Yet longer for repentance wait,
And heal his wounded soul.
Saul en David Rembrandt

David:
O Heer, wiens barmhartigheden talloos
Over al Uw werken heersen:
Al overtreedt de mens dagelijks Uw wet,
Uw geduld kan niet falen.
Als zijn zonde niet te groot is,
De drukke duivel onder controle;
Wacht nog langer op berouw,
En genees zijn gewonde ziel.
Guercino Saul wil David doden 1646

Bij het verzameld werk deel 3 van auteur Arthur van Schendel (1874-1946) las ik ‘Saul en David’, (Bijbelse verhalen). Vergeten wij te vlug, zijn we alleen op het allernieuwste uit? Een fragment:

“Maar hij verdroeg niet dat zijn onderdaan meer bemind en meer geprezen werd dan hijzelf, de ijverzucht begon hem weer te steken en menig keer brak zijn woede razend uit. Eens, toen hij op zijn troon zat met gebogen hoofd vol grimmige gedachten, loerend naar David, die aan de wand tegenover op zijn citer speelde, greep hij plotseling zijn speer en wierp die met sterke hand om David aan de muur vast te steken. David week al spelend terzijde, de speer drong in de wand. Toch sprong hij ijlings de zaal uit voor de razernij en van dit ogenblik begreep hij dat de koning hem naar het leven stond.”

Lees 'Saul en David' en op de volgende pagina 'David en Jonathan'

https://www.dbnl.org/tekst/sche034verz04_01/sche034verz04_01_0077.php

Otto Dix Saul and David 1958 lithografie

De verhaallijnen blijven actueel: een machtige man (koning) heeft met de hulp van een aankomend talent allerlei bedreigingen overwonnen. Talent huwt met (tweede) dochter van de machtige en vindt bij de bewonderende oudste zoon innige vriendschap. Maar…De jaloezie. En ’s konings donkere gedachten.

"Hij begon hem te vrezen en te haten tegelijk en wanneer David in zijn zaal de citer voor hem speelde zag hij hem aan met ogen fel van wrok. Hij had hem gemakkelijk kunnen doodslaan, maar David was bemind bij het volk. Toen Saul bemerkte dat hij zich niet langer kon beheersen verwijderde hij hem uit het koningshuis door hem het bevel over een leger te geven en hem in de oorlogen te zenden." (Arthur van Schendel Saul en David)

Maar ook in het Engeland van toen waar het oratorium ‘Saul’ van Händel werd opgevoerd bleek het niet alleen om een bijbels gebeuren te gaan:

Het verhaal van Saul riep, zoals gezegd, overduidelijk vaderlandse associaties op. Ook in Engeland verdwenen officieel gezalfde koningen van het toneel.

In 1649 was Charles I door het Parlement afgezet en terechtgesteld. Elk jaar werd deze aanslag op een wettige koning op de dag van zijn executie in kerken over het hele land en in het Parlement herdacht met een plechtige dienst. De voorgeschreven Bijbellezing tijdens deze herdenkingsdienst was de klaagzang van David bij de dood van Saul en Jonathan uit het Oude Testament.

Tijdens de zogenaamde ‘Glorious Revolution’ werd in 1688 de katholieke koning James II, de tweede zoon van Charles I en de laatste Stuart (die in eigentijdse geschriften met Saul werd vergeleken), opzijgezet voor de gezagsgetrouwe Nederlandse stadhouder en protestant Willem III van Oranje (die gehuwd was met James’ dochter Mary), ter herstel van de ‘ware religie’.

In 1739, toen Haendels Saul in première ging, was Georges II koning van Engeland, de vroegere keurvorst van Hannover bij wie Haendel enige tijd in dienst was geweest. Georges was in feite slechts de 58ste in de rij van troonpretendenten! Het gevaar voor rebellie vanuit de in ballingschap verkerende Stuarts was dan ook reëel. Enkele jaren nadien sloegen die inderdaad toe: in 1745 leidde een van de verbannen Stuarts vanuit Schotland de katholieke Jakobitische opstand, die echter fataal afliep in de slag van Culloden. De overwinning inspireerde Handel in 1746 tot het patriottische oratorium Judas Maccabaeus.

(Kunstontmoetingen 28 januari 2021)

Saul eindigt echter niet zoals in de Bijbel met de klaagzang en de daaropvolgende burgeroorlog in Israël. Zoals in de opera was in het oratorium een happy end wenselijk – en verdedigbaar –  om te kunnen afsluiten met een positieve boodschap. Het slotkoor is een oproep tot de rechtmatige strijd om de natie in haar waardigheid te herstellen en te behouden. (ibidem)

Raadpleeg:

https://www.kunstontmoetingen.com/haendel-rembrandt-saul-david

David & Koning Saul ca 1891 John William Brown Glas in lood St Andrew’s Church, Ashburton, UK

Een mooie uitvoering met het Rias kamerkoor en Concerto Köln olv. Rene Jacobs. (1/46) Voor een innige avond.

Ook in het theater zichtbaar, en misschien helaas wel live in datzelfde land waar het ooit werd opgetekend, met dezelfde vragen en eerder twijfelachtige oplossingen, … voorlopig. 


Laat niemand nog in eigen zwaard
zijn einde vinden;
elkanders armen
zijn een beter plaats
om eens wij de laatste reis beginnen
het eeuwig licht
te delen,
zoals land en graan
van ons allen was
en wij kinderen
als broers en zussen
mogen achterlaten.

Saul’s zelfmoord, Engelse Bijbel 13de eeuw Angers Bibliotheque municipale

Woord zoekt onderkomen, een kortverhaal

Liquidnight: Duy Huynh Star Catcher – Acrylic on wood, 2009

‘Niet aan beginnen,’ zei het woord.
Ik zweeg, schudde het moeë hoofd en probeerde: ‘Sinister.’
Het bleef even stil. Er werden smalle schoudertjes opgehaald.
‘Je hoort toch dat er te veel “i’s” in zitten? ‘Stekelig. Riekt naar het Latijnse ‘sinister’ dat je met ‘links’ kunt vertalen. ‘Iemand links laten liggen.’ Als je onderweg bent en iets links laat liggen, ga je er niet naartoe . Links was de kant waar het ongelijk vandaan kwam, dus de kant die je moest mijden. Vergeet ‘sinister’.
‘Ik vond het wel mooi klinken.’
‘Maar ik moet erin rondlopen. ‘Daar heb je ‘Sinister’, hij wist er niets van te bakken, meneer de minister.’
‘…maar mist er geen moment van en vist er verborgen verzen uit, lieve sinister’.
‘Links lullen en rechts vullen.’
‘…maar ik wilde links en rechts net uit hun politieke hemdjes halen, lief woord.’
‘Sinister.’
Het woord legde zich tussen de woordenboeken, een plaats waar nog betekenisloze woorden graag toeven, en zuchtte.

Lisa Aisato

‘Besef je nog niet dat ik een vrij woord wil blijven. Morgen ben ik ‘angstzweet’, overmorgen ‘eindstreep’ en volgende week ‘notendop’.
‘Dat zijn drie woorden.’
‘Eens ik in jou geschrijf kom wonen is er geen ontsnappen aan. Je staat er als ‘qui-vive’ of ‘stroomversnelling’ te koop, voor eens en altijd. En dan heb ik het nog niet over ‘uitbrander’, ‘pappenheimer’ of ‘hoogvlieger’.’
‘Wacht even: er loopt een zwarte vogel die een boom draagt op zijn rug en boven op zijn takken staat er een huis met op het dak een ladder tot aan de maan waarop een andere zwarte vogel zit. Wel?’
‘Dat is een tekening! Ik ben maar een woord. Je hebt er een boel nodig om een tekening te vertellen, neem dus een potlood en ga naar een academie om er de stiel te leren.’

Toni De Muro

‘Ik kan een kroonprins van je maken, of een komeet, of wat denk je van ‘heelmeester’?’
‘Eens je mij neerschrijft en ik later gedrukt de wereld in ga, is het te laat. Ik wil een vrij woord blijven, een zwerfwoord.’
‘Wat denk je van ‘woordeloos’?
‘Wacht even. Zegt het nog eens.’
‘Woordeloos.’
‘Ik ben dan een woord zonder woord te zijn.’
‘Sinister, niet?’
‘Niet dadelijk de vriend van een schrijver, geef ik toe.’
‘Maar dan kan ik nooit nog een ander woord worden. Het verlossende woord, bijvoorbeeld? Of het laatste woord hebben?’
‘Je bent dan helemaal woordeloos.’
‘Het is een prachtig woord. Want wanneer ben je woordeloos?’
‘Op momenten dat je over je woorden zou struikelen, dat iets of iemand te groot voor woorden is, het laatste woord heeft gehad of het verlossende woord heeft gesproken of de daad bij het woord heeft gevoegd.’
‘Maak ‘woordeloos’ van mij.’
‘Het is niet zo’n leuk woord voor een schrijver.’
‘Maar we zullen elkaar dagelijks tegenkomen en als het echt niet lukt dan besef je dat ’woordeloos’ de geliefde van een woord is dat je terugvindt als je aan ‘muziek’ denkt. Familie zijn van ‘schoonheid’ is niet iedereen gegeven.
Zullen we samen ‘woordeloos’ zijn? Althans voor even?’
De schrijver knikte.
Hij begreep dat je best ‘woordeloos’ als goede vriend(in) kon hebben op momenten van gemis en genot waar woorden overbodig worden.
Om de daad bij het woord te voegen luisterden ze naar Schuberts ‘An die Musik’. Om samen woordeloos te zijn.


Je kunt het kortverhaal ook voorlezen of er zelfs een gespeelde dialoog van maken op deze en komende zalige zelfs heilige avonden. 
Wassily Kandinsky, Winterlandschap met kerk, ca 1910-1911

Nabijheid verbeeld — Proximity portrayed (1)

Eigen foto

En in de meanders van het internet -kiezels en lichtinval, het geschuurde licht- drie onbekende foto’s:

Beach – vintage snapshots Flashbak Beach Noir Robert E. Jackson (?)

Het onderschrift bij de collectie waarvan de foto’s hierboven en -onder een onderdeel waren: A hint of menace and corruption stalks these vintage photos of people on the beach.

Een zweem van dreiging en corruptie hangt rond deze vintage foto's van mensen op het strand.
Beach vintage snapshots 5 kopie
The ever-great Robert E. Jackson once again has opened his superb collection of snapshots and pulled together an album for our entertainment. He calls this gallery of images ‘Beach Noir – The Dark Side Of Summer’. There’s a witty hint of menace, love gone bad and peace in peril in what might be seaside idylls of tranquility and contentment. We wonder what mischief and melancholy lurks in the mind behind the eye behind the camera? The images are stylish and laced with expressionism. Don’t try to understand them; just imagine the stories behind them. (ibidem)

De altijd geweldige Robert E. Jackson heeft zijn prachtige collectie snapshots weer eens opengetrokken en een album voor ons vermaak samengesteld. Hij noemt deze beeldengalerij ‘Beach Noir – The Dark Side Of Summer’. Er is een geestig vleugje dreiging, liefde die verkeerd afliep en vrede in gevaar in wat idylles van rust en tevredenheid aan zee zouden kunnen zijn. Wij vragen ons af wat voor onheil en melancholie er schuilt in het hoofd achter het oog achter de camera? De beelden zijn stijlvol en doorspekt met expressionisme. Probeer ze niet te begrijpen; stel je gewoon de verhalen erachter voor.

ibidem

Vind je nog een paar schoenen, achteloos verlaten, net voor hij zijn werkkamer binnenstapte, de foto’s dan waarvan de eerste het aas was : een sterk beeld, de vrouw op de achtergrond die zich schoort tegen de wind, het kleine kind op de voorgrond, de enige aanwezige op de verlaten strandvlakte. Beweging van een jongen die door een hoepel springt en net hierboven vrouw in mantel tegenover de zee. Drama’s à volonté. Even de andere kant opkijken, ook een reeks snapshots en een intense nabijheid. Yo-Yo Ma, Bachs cello suite nr 1. Iets meer dan drie minuten.

Find another pair of shoes, carelessly abandoned, just before he entered his study, the photographs then of which the first was the bait : a strong image, the woman in the background bracing herself against the wind, the small child in the foreground, the only presence on the deserted beach plain. Movement of a boy jumping through a hoop and just above woman in cloak facing the sea. Dramas à volonté. Looking the other way for a moment, also a series of snapshots and intense closeness. Yo-Yo Ma, Bach's cello suite No 1. Just over three minutes.
Robert E. Jackson
Owns over 15,000 snapshots. The collection was featured in the 2007 exhibition at the National Gallery in D.C.: "The Art of the American Snapshot."

Tussen wat wij zouden weten en wat wij dwingend willen,
-borgtocht voor het exclusieve, chantage à l’ amour-
tussen verscheuren en elkanders honger stillen,
-lenigheid of telkens weer een heksentoer-
tussen schone schijn en wat de ziel laat trillen,
-de jungle in of eindeloos, ’t bekend parcours-
tussen weerloosheid en fraai verpakte grillen,
-de prinsenstoet en ik de schoppenboer-
tussen woordenvloed en het beklemmend stille
-het blijven botsen op de koude vloer-
gebroken glazen in een kast vol roze brillen.

(uit 'Gevallen Woorden')
Gmt

Spreek de wereld uit en verbeeld haar waar zichtbaarheid vervormd of opgeblazen was. Elk beeld heeft zijn zusjes en broertjes nodig, of ook zijn/haar (be)kijker die het zacht zijlicht over harde herinneringen duldt of fluitend de gekheid onderlijnt: er is een overschot aan plaats, er is altijd weer dat andere waar de zee ook na vijftig jaar gelukkig onder je vermoeide voeten het strand verzacht. Nabijheid neemt haar tijd.

Speak out and depict the world where visibility was distorted or inflated. Every image needs its sisters and brothers, or also its (be)viewer who tolerates the soft sidelight over hard memories or whistles underlining the madness: there is a surplus of place, there is always that other where the sea softens the beach happily under your tired feet even after fifty years. Proximity takes its time.
Foto door Ray Bilcliff

Stilleven(s) met dingen van toen en nu

De Amerikaanse filmmaker Conner Griffith staat bekend om experimentele werken met perspectief verschuivende verkenningen van alledaagse taferelen en objecten. Voor Still Life verzamelde en choreografeerde hij een duizelingwekkende dans van meer dan 1000 gravures uit de 19de eeuw - van bloemen tot theepotten en amfibieën. De resulterende short verkent het filosofische idee dat, zoals Griffith het formuleert, "we leven in een wereld van objecten en een wereld van objecten leeft in ons". Het resultaat is een indrukwekkende en raadselachtige meditatie over het bewustzijn, zowel in beeld als geluid.  Opgelet rond 3'53" schijnt even het licht uit te gaan maar dat is niet zo, weldra komt 'het oog' in beeld.  Let ook op de prachtige klankband, meesterwerkje!

Regisseur: Conner Griffith (tekst: Aeon Video en Gmt)  Bezoek zijn website!

https://www.connergriffith.com/

Conner Griffith is an experimental filmmaker and editor living in Los Angeles. His process often involves working with collections to explore the universal stories that can emerge from visual choreography and the relationship between sound and image. Conner’s films have screened at Slamdance, GLAS animation festival, and Ottawa International animation festival, and have been featured in The Atlantic, National Geographic, and WIRED. (website Conner Griffith)

We hebben het duidelijk over ‘bewustzijn’ (consciousness), over ‘kijken (waarnemen in het algemeen) een geliefd onderwerp in dit blog waarin de nog kinderlijke ‘veelheid’ een weg zoekt naar de talrijke wegen van ons bewustzijn waarin we de werkelijkheid in al haar facetten kunnen ervaren en haar mee vorm geven of bevragen op de ons eigen manier. Geen theorie, de vele verschillenden zijn bekend en door iedereen te raadplegen, maar enkele beelden die makkelijk door de lezer(es)-kijker kunnen worden aangevuld of uitgeprobeerd. Uit eigen ervaring.

Laat herfstlicht achter glas Gmt
Jan Wolkers - Wintervitrines 

achter het gras
terwijl de herfst voor de deur stond
met deze hand
als een inktvlek
probeerde ik de zon stil te zetten
geen geluid brak meer door
van achter de glazen barrière
volière
van ijs en chroom
waar je witte hand in zweefde
als een meeuw die de kust verlaat
als een berijpte boom
zo hangen vanavond
mijn betraande ogen
in je afscheid


Laat herfstlicht in de tuin 2 Gmt

Zoals ook de aarzeling van de lente nu. Maar al leef je zelf niet buiten, het licht komt wel binnen. Het schrijft op de tegelmuur van de badkamer, verlicht de zachte zeep, blijft niet lang, rust nog even op het flesje handwas en schaduwt een prachtige vorm van een snel paaskonijn in de wastafel.

eigen foto Gmt

eigen foto Gmt

eigen foto Gmt

Ik heb ze niet verzonnen, net als Wolkers vertrok ik van een ervaring, al haak ik mijn beelden nog niet aan een emotie. Ze hebben immers geen verklaring nodig, maar het kan. Een schets, een aanzet, het kan nog allerlei richtingen uit

Schrijft namiddagzon
morsetekens op de tegelmuur:
in onschuld handen wassen kan niet meer,
maar met granaatappel-rood de paashaas
uit de lavabo lokken
en tot het donker wordt buiten spelen?

eigen foto Gmt

En ook dit mag misschien helpen.

Can you feel it
Now that spring has come
And it's time to live in the
Scattered sun
Waiting for the sun
Waiting for the sun
Waiting for the sun
Petra Reece ‘Summer in the city’
Petra Reece was born in Holland and emigrated to Australia with her family. Her father and brother both artists, worked making and restoring stained glass. Petra graduated with a B.A. and post graduate diploma at the Phillip Institute of Technology.
 
"I am not a single subject painter ... whatever moves me enough will eventually be translated onto canvas. An old photo, a glimpse in the street, a shape, a colour, clouds, the sea, a vague memory.'
Apple Tree I, 1912 (oil on canvas), Gustav Klimt (1862-1918) / Private Collection / Photo © Christie’s Images
LANG GELEDEN

Lang geleden, de hemel was nog hoog en leeg,
de dagen nog lang en oneindig

op een middag vielen er woorden naar beneden,
buitelden om me heen:
slakkengang, achterban, dwarsverband, handlanger,
handgemeen…

ik greep ze beet,
liet ze in mijn handen spartelen en kronkelen,
knoopte ze aan elkaar en maakte ze weer los,
liet ze friemelen en foezelen

en even plotseling als ze waren gekomen
waren ze weer verdwenen, was de hemel weer leeg

maar ik wist toen – ik weet het nog goed:
zo zal mijn leven zijn!

En mijn oorlog werd mijn vrede
en de zon, mijn zon, verscheen
    als ik hem dat vroeg.

Toon Tellegen (2023)  Langs een helling Querido, 51blz. € 18,99. ISBN 9789021476674

Zo. Dat was een greep uit onze collectie ‘objecten’, ‘still live’. Je kunt er alle kanten mee uit: verder zoeken, bundel aanschaffen, zelf beginnen met.. Het zal een kwestie van kijken en luisteren zijn. En de zon zal verschijnen, jouw zon, maar je moet het haar (hem in NL) vragen, dat wel. Ik neem je nog even mee naar een helling.

LANGS EEN HELLING
–
Ik glijd zo langzaam langs een helling naar beneden
dat het lijkt alsof ik stil sta,
zoals de kleine wijzer van mijn horloge lijkt stil te staan,
hoe goed ik ook kijk
–
soms denk ik zelfs dat ik weer terugglijd,
terug naar boven,
terug naar waar ik lang geleden was,
naar de donkere wolken die daar nog altijd hangen,
naar de zon die daar nog altijd schijnt.

Toon Tellegen 
Georges Seurat Port en Bessin, Normandy

Ook oren willen wel eens vol van kerstmis zijn…





Tussen brol en breekbaar zou je deze keuze kunnen noemen.  Wat bezielt ons om putje winter gevoelige en overgevoelige snaren te betokkelen, en elkander op te zoeken? 'Een diversiteit aan oplossingen om ons weer op het donkere pad naar wat toekomst heet te begeven. En toch ontloop je de oorlog niet.  En de hoop dat wij met zijn allen wijzer willen worden.  Luister, frons en geniet.

Het is nauwelijks het seizoen voor iets onheiligs, dus Sam Smith’s “Night Before Christmas”, een nieuw origineel voor de feestdagen geschreven met de vaste medewerker van de muzikant, Simon Aldred, is smaakvol, traditioneel en lieflijk soulvol.

“Nu alles gesloten is, kun je nergens heen”, zingt Smith over een spaarzaam gitaararrangement, maar de sfeer wordt al snel vrolijker door de toevoeging van piano, percussie en een vloot achtergrondzangeressen. “Baby, this time of year can make you feel old,” zingt Smith in het refrein. Maar gezelligheid is de remedie: “Maar als ik bij jou ben, voel ik de kou niet.” (Zoladz NY Times)Tekst hieronder

 Night Before Christmas
Liedje van Sam Smith

The treetops are leaning
They're covered in snow
The fire's burning
And you're nearly home
The bars are all empty
I can't hear a soul
With everything closed now
There's nowhere to go
Come rest your weary
Head on my chest
The year is behind us
We're still at our best
The magic of Christmas
Is what's coming next
So, lean in, kiss me
And all of the rest
Baby, this time of the year
Can make you feel old
But when I am with you
I don't feel the cold
So, let's dance in the kitchen
And climb up the stairs
I hope when we wake up
There's love everywhere
Mhmm
Mhmm
Hmm
Baby, this time of the year
Can make you feel old
But when I am with you
I don't feel the cold
Hold on to your lovers
Be good to your friends
Remember the people
Who are no longer there
Lean into the moment
The memories you share
And have a Merry Christmas
Everyone, everywhere

“Trim This Tree”, een origineel van de Americana stalwarts Old Crow Medicine Show, is een pittige, af en toe hilarische momentopname van Kerstmis in het moderne, overontwikkelde Nashville: Klotsende rendieren rijden voorbij op een pedaal, de ornamenten zijn uitsluitend van Dollar Tree, en, zoals frontman Ketch Secor het zegt in een Springsteeniaanse keelklank: “Voor deze Airbnb staan een Jozef en een Maria en Jezus, allemaal verlicht als een Walmart.” Maar zelfs in zo’n omgeving weet de groep met zijn opzwepende geluid een oprechte down-home cheer op te roepen. (ZOLADZ)

Well it’s December, it’s not even cold
I wake in a sweat, just counting on when I go home
And I bought a candle, it smells like the pines
But aside from the stands in the city,
There’s none here for miles

My god, it’s been the longest year
Just trying not to disappear
And I don’t know how, but I’m hoping
Christmas will work it out

Nostalgia’s my weakness, my easiest sell
But that movie we watch all season, it just hasn’t held up
I’m sentimental and resentful
Wish I’d just suck it up and turn cynical
But I keep the string lights on and a lookout for miracles

My god, it’s been the longest year
Just trying not to disappear
And I don’t know how, but I’m hoping
Christmas will work it out

And sat at the table, laid pretty,
It feels somehow wrong to complain
So I smile and drink my glass empty
I don’t want to have to explain
I just don’t want to have to explain

My god, it’s been the longest year
Sometimes I wish I wasn’t here
And I don’t know how, but I’m hoping
I'm hoping

My god, it’s been the longest year
Just trying not to disappear
And I don’t know how, but I’m hoping
Christmas will work it out
Christmas will work it out
Christmas will work it out

written & composed by Paola Bennet
produced & recorded by Adam Tilzer
mastered by Oscar Zambrano, Zampol Productions

Norah Jones heeft de tracklist voor de uitgebreide versie van haar album “I Dream of Christmas” uit 2021 bijna verdubbeld, vooral met bluesy, louche studiotracks en live remakes. Haar versie van het oude Tin Pan Alley-nummer “The Christmas Waltz” – geschreven door Sammy Cahn en Jule Styne, ooit opgenomen door Frank Sinatra – verruilt vrolijk een wals voor een shuffle, met een trillende harp en een insinuerende saxofoon, die met meters speelt maar toch fond klinkt. (PARELES NY Times)

Dit is hoe je het doet – een jubelende, surf-achtige rockjam over de kleine details van de vakantiekriebels, inclusief die welke nooit en te nimmer veranderen: “Elk jaar dezelfde afspeellijst/Mariah brengt de vrolijkheid/And pumpkin spice lattes are here.” De Linda Lindas blijven maximaal geluk halen uit elk beschikbaar moment, inclusief het kijken naar de kat die water van de kerstboomkraam oplikt. (CARAMANICA)

Laat je niet afleiden door het overbekende gezicht van de overbekende film, het gaat duidelijk om het prachtige liedje: Carol of the Bells, een liedje uit Oekraïne dat later in de score van ‘Home Alone’ terecht kwam.

Het begon als "Shchedryk", een liedje over een vogeltje dat in 1922 voor het eerst werd uitgevoerd in de Verenigde Staten. De betoverende melodie ervan wordt sindsdien gezongen door Beyoncé en Barenaked Ladies.
Jarenlang maakte componist John Williams van de twinkelende kerstfavoriet "Carol of the Bells" een vast onderdeel van zijn seizoensprogramma. Nu de naam van het Oekraïns kinderkoor 'Shchedryk'. 

As the original “Shchedryk” gained prominence in the late 1910s as a popular a cappella, it wound up providing a soundtrack to tumult. The country was embroiled in the Bolshevik Revolution, which would later pave the way for the Russian Civil War and the subsequent creation of the Soviet Union. Simultaneously, Leontovych’s reputation as a star of Ukrainian culture was on the rise. After fleeing Kyiv upon its capture by the White Army, he founded a music school in the western Ukrainian town of Tul’chyn. But on Jan. 23, 1921, he was targeted during a visit to his parents’ home, and an undercover Russian agent killed Leontovych in his sleep, part of a concerted effort to wipe away Ukrainian culture.

Then as now, Ukraine was under threat from Russia, a shadow of an anxious past that still extends over the country. “We started planning the 100th-anniversary show two years ago,” Filevska said in a phone interview the day after the concert. “Back then, we had something very positive and cheerful in mind. But when the invasion broke out, we at first doubted we’d even be able to complete this. It was really hard to have to organize something while there’s a full-scale invasion happening in your country.”(NY Times)