Nauwelijks vijf minuutjes het filmpje hierboven bekijken en je bespaart mij een woordenboek-uitleg omtrent bezieling.

    “Tegenwoordig zijn we gewend dat stilstaande objecten de suggestie van beweging kunnen wekken. De oude Grieken waren in de zesde eeuw voor Christus pioniers op dit gebied, de eersten die in schilderingen en beeldhouwkunst beweging konden suggereren. Dit deden ze bijvoorbeeld door het weergeven van actielijnen bij wapperende gewaden en het inspelen op de verwachting en voorkennis van de kijker: iets gaat bewegen omdat de kijker het afgebeelde verhaal herkent.”  (Historiek 2015)
Panatheneïsche Prijsamfoor met hardlopers

Bekijk je het werk uit ‘Der Blaue Reiter-periode in 1911 opgericht door Wassily Kandinsky, Franz Marc, Gabriël Münter en August Macke dan merk je vaak diezelfde drang naar bewegen in hun werk dat je onder de term ‘expressionisme’ kunt thuisbrengen.

Franz Marc: Die gelbe Kuh, 1911,

De beweging kan ook door de vormgeving ontstaan, je zou dan van een ‘innerlijke’ beweging kunnen spreken, zelfs in die mate dat ze de voorstelling in vlakke en ruimtelijke stukken samenstelt.

Juan Gris: Portret van Picasso, 1912

De concentratie van de innerlijke beweging, dat wat je gemoed laat bewegen, kun je natuurlijk ook via de concentratie van het personage weergeven omgeven door een atmosfeer die zijn innerlijk naar voren brengt. Het claire-obscure vervult hier die rol.

Michelangelo Merisi da Caravaggio, Johannes de Doper in de woestijn (1603-06). Olieverf op doek, 97 x 131 cm © Rome, Galleria Corsini

Zijn blik is grotendeels verborgen onder zijn haar, je ziet niet wat hij denkt, of waar hij naar kijkt, maar er is duidelijk iets in aantocht, iets wat hem heeft opgewekt. Daar gaat het om. Net als in de extase van de Magdalena, die door goddelijk licht wordt verlost van haar zondige verleden, ontstaat er iets in deze Johannes, een beweging in zijn geest, die door de beweging van het lichaam wordt vertaald: een ontwaken, een alertheid voor iets wat op hem afkomt. Johannes herkende Jezus niet direct als de verlosser – hij liet twee hulpjes aan hem vragen of Jezus wel ‘de Komende’ was, degene die werd verwacht. Je ervaart de gewaarwording in zijn geest, in de aarzelende beweging van dat aardse lijf: er komt iets aan.

(Koen Kleijn, De beweging van de ziel, 11 maart 1920. De Groene Amsterdammer)

Het andere uiterste van de beweging vind je in dit beeld van Hammershoi uit 1900.

Dust Motes Dancing in the Sunbeams, 1900, Statens Museum for KunsT


"Een van zijn mooiste werken noemt hij Stofdeeltjes die dansen in zonnestralen (1900). We zien vermoedelijk laat-middaglicht, dat door een raam op de vloer van een lege kamer valt. Meer is er niet te zien. Maar wat een samenzang van vreugde en weemoed. Wat een ode aan de schittering van het heden en tegelijk de vluchtigheid ervan in één schijnbaar eenvoudig beeld.

In dit beeld figureren tevens twee andere voorname spelers in Hammershois wereld: ramen en deuren. Meestal zijn de eerste dicht en staan de laatste open. Natuurlijk spreken ze over een wereld binnen en de wereld buiten. En soms staan er zoveel deuren open na elkaar in de uiteenlopende kamers dat het de kijker duizelt: hoeveel werelden zijn er wel in dit labyrint van twee mensen bij elkaar, jarenlang samenwonend in het even wisselende als eendere licht van de dagen?"

Bernard Dewulf over het raadsel Hammershoi. 'In het licht van elkaar' (De Standaard )
Harriet Backer Rest, 1905, Bridgeman art

Beweging. Je weegt het beeld in je hoofd. Dat heet be-zieling. Lijnen, vlakken, kleur, diepte verlaten hun enkelvoudigheid en houden het niet alleen bij een mogelijke uiterlijke beweging maar brengen innerlijk een proces te weeg. Misschien wordt hun ‘animus’ (ziel) zichtbaar. Het samenspel tussen kunstenaar en kijker.

Harriet Backer-Ved lampelys.-1890

Mij lezen bij het lamplicht, lief,
de dagen, de dief
die ons van elkander dreef
en ik je ook bij lamplicht, lief,
wat niet te schrijven was toch schreef.

Gmt
Harriet Backer. Avond-interieur 1890

Het ‘panta rei’, alles beweegt, zal hoe dan ook in de grote verstilling verdwijnen. Er zijn dagen waarin het zo donker blijft dat het geloof in nieuw licht, zelfs niet in het kleinste kaarsenvlammetje of de hoop op een vlekje maan verlichting brengt. Ik wil je niet in die duisternis achterlaten, en probeer met een onbeschrijfbaar vleugje muziek vaarwel te zeggen, tot weldra.



Loop met mij door alle zalen
In 't museum van weemoed en gemis
Je hoeft geen toegang te betalen
Omdat hier niks van waarde is
Rechts van u hangt alle schaamte
Dan door de gang van spijt en zelfverwijt
Links liggen vergeten dromen
Dan een grote zaal verloren tijd

Zie de onbegane paden
En de uitgestelde daden
Vervolgens een collectie oud verdriet
Kijk naar mijn mislukte dagen
En schuldgevoel dat door blijft knagen
Hier ligt de verspilde energie
En kijk daar staat mijn prijzenkast
Neem maar mee want hij was alleen tot last
Hier hangt pech op ware grootte
Naast de ijdelheid met grove kwast

Langs de overtreden regels
Komt u bij het restaurant
Op de kaart alleen gebakken lucht
Kijk ook even in de winkel
Soms heeft men een doos geluk
Maar pas op want het valt gemakkelijk stuk
Nee wordt niet droef van al dit falen
Hiernaast ligt het museum "de goede hoop"
Daar valt vast wel wat te halen
Maar het is er niet goedkoop

(Wij missen jou!)

’Espérance et la douleur, Armand Point, après 1891

En helemaal aansluitend dit prachtige blog van mijn medestander. Deze aflevering heet niet toevallig ‘De mantel der Liefde’.


Ontdek meer van In de stilte

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

2 gedachten over “Kleine en grote bezieling voor donkere dagen (1)

  1. Heel graag gedaan. De meesters eren is een plezier. Met dank voor de waardering.

  2. .
    U bracht mij weer naar de andere wereld.
    Waar ik ook mijn Geliefde Zaliger Bernard Dewulf tegenkom.

    In de wereld die u schept, wil ik wonen.
    U helpt mij te dromen.

    Tot daar
    waar ik aan de deur sta. En klop.

    Ik groet u. Met ontroering.

    .

Reacties zijn gesloten.