Friedrich von Amerling, tussen thuis en de wereld

wood carving close up photo

Er zit een glimlach achter het woord ‘Biedermeier’. Maar zoals vrijwel elke periode was de Biedermeier-periode een reactie op de vorige, de overladen empire-stijl, Romeinse ornamenten. Er leefde bij de burgerij een groot verlangen naar huiselijkheid. Zwaarden ingewisseld voor zwanen. Lichte houtsoorten en geen verguldsel. En in de muziek wijkt het classicisme voor de 18de eeuwse romantiek ook. ‘An die Musik.’

Du holde Kunst, in wieviel grauen Stunden,
Wo mich des Lebens wilder Kreis umstrickt,
Hast du mein Herz zu warmer Lieb' entzunden,
Hast mich in eine beßre Welt entrückt!

Oft hat ein Seufzer, deiner Harf' entflossen,
Ein süßer, heiliger Akkord von dir
Den Himmel beßrer Zeiten mir erschlossen,
Du holde Kunst, ich danke dir dafür!

Friedrich von Amerling ‘In Träumen versunken (1835)

Je zou het Congres van Wenen 1815 kunnen nemen als begin, en het revolutiejaar 1848 als overgang waarin weer de neostijlen populair werden zoals de neo-gotiek. Was de Biedermeier typisch Oostenrijks-Duits, de Neo’s bloeiden op in de Engelse gebieden. Bleef Biedermeier beperkt, de Neo-stijlen kenden een langere sympathie tot het overvloeien in de Jugendstil begin twintigste eeuw. De samenloop met de waardering voor het gezinsleven,, de kleine thuis-wereld gaf Biedermeier vaak ten onrechte zijn muffe bijklank in een wereld waar ‘grootse’ daden met talrijke slachtvelden als consequentie ook een technische expansie kende waarin het huis en zijn bewoners een schuilplaats werd, een wereld apart waarin het goede leven voor meer (gegoede) burgers bereikbaar werd.

Biedermeier-Zimmer MitteMosel-Museum Barockvilla Böcking (klik op onderschrift om te vergroten)

“De naam ‘Biedermaier’ werd voor het eerst gebruikt door Ludwig Eichrodt (1827-1892) die in de Münchener Fliegende Blätter gedichten parodieerde van een schoolmeester uit Schwaben die hij Biedermaier noemde en die in 1869 verschenen als Biedermaiers Liederlust. De aard van deze geparodieerde poëzie was vriendelijk en naïef, waarbij onderwerpen gekozen waren uit het alledaagse gezinsleven. De naam ‘Biedermaier’ werd tot de term ‘biedermeier’ om er de typische bourgeoiscultuur mee aan te duiden van de periode 1815-1870. Meestal wordt de term gebruikt ter aanduiding van de meubelstijl die op de empire-stijl volgde, maar ook wordt er de levensopvatting mee aangegeven die in die tijd getuigde van liefde voor orde, aandacht voor het kleine en concrete, en voorliefde voor het vriendelijke en ‘gezonde’ of normale. Dit alles dan vaak overgoten met een sausje romantiek. Het is de wereld van de bourgeoismoraal, de ‘huiselijkheid’, waarin uitersten vooral vermeden dienen te worden. Voor de kunst in het algemeen geldt dat ze moet voldoen aan de eisen van de geldende moraal, het lagere niet mag weergeven en dat ze ‘waarheidsgetrouw’ moet zijn; in de kritiek telkens terug te vinden in de trits ‘goed-schoon-waar’.”

(Algemeen letterkundig lexicon (2012-…)

Friedrich Amerling 1834. Radierung (ets)Franz Xaver Stöber nach Joseph Danhauser

Studies in Wenen daarna naar Praag(1824) naar zijn oom Heinrich om zich verder te bekwamen in Londen, Parijs en Rome om in 1828 terug naar Wenen te keren waar hij – opdrachten van het Oostenrijkse keizerhuis, de adel en de bourgeoisie uitvoerde. Amerling ondernam uitgebreide studiereizen tijdens zijn leven: in 1836 en 1838 naar Italië, 1838 naar Nederland, 1839 naar München, 1840-1843 naar Rome, 1882 naar Spanje, 1883 naar Engeland, 1884 naar Griekenland, 1885 naar Scandinavië naar de Noordkaap en in 1886 naar Egypte en Palestina. Zijn schilderij, tentoongesteld in Wenen in 1838, De jonge oosterse vrouw veroorzaakte opschudding en in de daaropvolgende maanden leidde tot een stortvloed aan gedichten (waaronder van Levitsching) in de Oostenrijkse pers, die het schilderij en zijn onderwerp prees..

Friedrich Amerling ‘De jonge Oosterse Vrouw’. 1838

Hoewel de kunstenaar dit schilderij de provocerende titel ‘Jonge Oosterse vrouw’ heeft gegeven, is het duidelijk dat het model niet Aziatisch is, maar slechts een Turks kostuum draagt. De weelderige stoffen en het stralende licht creëren een exotische sfeer, die de westerse fascinatie voor ‘oosterse’ beelden en thema’s duidelijk maakt. Maar als hij zijn broertje ‘Andreas (1821-1879) schildert in 1829, het jongetje is dan acht jaar, kiest hij een heel gewone houding van een achtjarig kind, dromend, verveeld en een beetje droevig. Een jaartje later schildert hij ook broertje Joseph die hij dan weer laat opkijken en je weet dat hij elk ogenblik kan weglopen, of…?

Portret van Andreas Amerling, broer van de kunstenaar. 1829
Portret van broertje Joseph. 1830

Amerling was vier keer getrouwd: in 1832 tot haar dood in 1843 met Antonie Kaltenthaler, 1844 tot de scheiding in 1845 met Katharina Heißler, in 1857 tot haar dood in 1880 met Emilie Heinrich, en in 1881 met Maria Nemetschke, voorheen getrouwd met Paterno. In 1878 werd Amerling verheven tot de adel en sindsdien werd Friedrich benoemd tot Ridder von Amerling. Als een van de meest gerespecteerde kunstenaars in Wenen ontving hij tal van belangrijke schrijvers en muzikanten (zoals Franz Liszt) bij hem thuis.

Portret van Franz Listz 9 mei 1838

Een lijst met 130 werken kun je vinden

https://www.wikidata.org/wiki/Wikidata:WikiProject_sum_of_all_paintings/Creator/Friedrich_von_Amerling

Zelfportret. 1834 (50,5 x 41,5 cm)

Het zelfportret uit 1834, met een krappe halslijn en het hoofd naar links gedraaid, is de eerste van vijf profielafbeeldingen. Elegantie en een even ernstige als zelfbewuste gelaatsuitdrukking kenmerken het portret van de 31-jarige kunstenaar met geknipte bakkebaarden. Kunstenaarsattributen ontbreken.
De witte opstaande kraag en het rood van de nonchalant geknoopte halsdoek vormen opvallende kleuraccenten die contrasteren met het fluweel van de donkere jas. In tegenstelling tot zijn doorgaans geïdealiseerde vrouwenportretten wordt hier, net als in andere mannelijke portretten van zijn hand, duidelijk het streven naar het vastleggen van de persoonlijkheid zichtbaar. Tot op hoge leeftijd ontstonden er “karakterportretten” van hemzelf, die dienden als studies in schildertechniek. Dat verklaart waarschijnlijk de grotendeels onbewerkte achtergrond, waarin de linnen structuur zichtbaar is, in dit werk dat afkomstig is uit de nalatenschap van het atelier. (DOM Quartier Salzburg. Sammlung Online)

Friedrich von Amerling. Jong slapend meisje

De invloed van Friedrich Ritter von Amerling reikte verder dan zijn eigen oeuvre; hij heeft de artistieke gevoeligheid van volgende generaties gevormd en de positie van de academische traditie binnen de Weense kunst versterkt. Zijn onwankelbare toewijding aan klassieke idealen vormde een tegenwicht voor de opkomende impressionistische tendensen, waardoor realisme en geïdealiseerde schoonheid nog decennia lang de boventoon bleven voeren in de Oostenrijkse schilderkunst. Tegenwoordig bevinden Amerlings werken zich voornamelijk in musea in heel Europa – waaronder het Musée Maurice Denis in Parijs – waar ze nog steeds bewondering oogsten vanwege hun technische briljantheid en expressieve kracht.

(Wahoo Art)

Dat hij ook oog had voor grappige taferelen bewijst dit mooie doek: ‘In de (ver)kleedkamer van het theater. De Theater-garderobe.

der Theater Garderobe

Wist uit ervaring wat het missen van een ’thuis’ was en schilderde in bijzonder zacht licht: vader, Rudolf von Arthaber met kinderen Rudolf, Emilie en Gustav. (1837) De schilder heeft hen geportretteerd terwijl ze naar het portret van de pas overleden vrouw van Rudolf von Arthaber kijken. Kijk naar de blik van de man, naar het dromerige van het zittende jongetje in tegenstelling met de onschuldige zorgeloosheid van de kleinste kinderen. Overal ligt nog het speelgoed van de bende.
Tot in de rechtse uithoek onderaan van het doek.
Op de zetel achteraan ligt achteloos een kledingstuk en open boeken.
Het theestel staat ordeloos op het tafeltje.
De afwezige is duidelijk afwezig.

Maar ook de machteloosheid als zijn zoon met zijn voornaam Friedrich (Fritz) ziek is en sterft (1850); hij zal slechts zeventien worden; net zoals zijn moeder Antonie en tante overleden aan een longziekte.

Bekijk een mooie collectie:

https://artvee.com/artist/friedrich-von-amerling/page/1

Friedrich von Amerling Zelfportret. 1846

Dit mooie zelfportret van 1846, hij is dan 43 jaar. Met bijna evenveel toekomst als verleden. Het is een dromend portret. Ik denk aan de Oostenrijkse vrouwelijke dichter Marie von Ebner-Eschenbach ‘Der Gedanke an die Vergänglichkeit’:

"Der Gedanke an die Vergänglichkeit
aller irdischen Dinge
ist ein Quell unendlichen Leids -
und ein Quell unendlichen Trostes."

"De gedachte aan de vergankelijkheid
van alle aardse dingen
is een bron van oneindig leed -
en een bron van oneindige troost."

Friedrich von Amerling Meisjesportret 1830

De boodschap in beeld gebracht

Aankondiging, paneelschildering – Meester van Seitenstetten, ca. 1490

Het fraaie woord voor het bezoek van een engel met meestal ‘een boodschap’ heet annunciatie. Boodschap of aankondiging. Vandaag, 25 maart, negen maanden voor kerstmis viert de Kerk zo’n bezoek. De aartsengel Gabriël visiteert het vrij jonge meisje Marie. Dat was voor kunstenaars een mooie gelegenheid om te ‘ver-beelden’.

Want, hoe moest dat?
In mijn kinderlijke verbeelding dacht ik eerder aan donder en bliksem, -bij menig onweer heb ik wel eens innerlijk geroepen: ‘Neen, neen, God, nu niet. Ik zal mijn leven beteren.’ (bliksem-bliksem). Aanrollende donder. Ogen openen. Mijn moeder in de deuropening die vroeg of ik iets mankeerde. ‘Slecht gedroomd, ma.’ was een bekend antwoord. Of de stem van mijn vader vanuit de slaapkamer die alle kwade dromen kon oplossen vanuit zijn half slapende gemummelde bezwering:

Heilige Petrus van Rome
bewaar onze (voornaam van de angstige) van al zijn kwade dromen.
Heilige Petrus in zijn graf
neem onze (voornaam van de angstige) al zijn kwade dromen af.”

Simone Martini en Lippo Memmi ‘Annunciatie’ 1333

Bekijk ik nu de talrijke ‘Boodschappen’ door de eeuwen heen dan begrijp ik best die kunstenaars die Maria duidelijk laten schrikken. Het bezoek vanuit een totaal andere dimensie is niet zo vanzelfsprekend. Daarom begint meestal de boodschapper met de tekst ‘Vrees niet.’ Of in mensentaal: ‘Niet bang zijn, meisje.’ Bekijk vanuit die angst de talrijke verbeelders. Hierboven draait de toekomstige moeder zich weg van de engel, de linkerhand aan haar hoofdsluier om zich te bedekken. Wegkruipen voor zoveel heilig licht.

Nederlanders proberen het met een hartelijke engel. Hij knielt voor haar, zij legt haar gebedenboekje op tafel, de andere hand klaar om beiden weldra te vouwen, al blijft haar blik toch aan beetje wantrouwen uitstralen bij het (al te) vriendelijk aanbod van de uitgestoken hand.

Annunciatie, Gijsbert van Veen, naar Federico Barocci, 1588. (Collectie Rijksmuseum Amsterdam)

Merkwaardig is zeker het werk van Antoniazzo Romano. Gabriël met lelie (maagdelijke geboorte-symbool) Het merkwaardige aan deze afbeelding is echter dat Maria zakjes overhandigt aan drie in het wit geklede meisjes die in gezelschap van de dominicaanse kardinaal Juan de Torquemada, ook bekend onder zijn Latijnse naam Johannes de Turrecremat (1388-1468) (de oom van de beruchte grootinquisiteur Tomás de Torquemada) voor haar neerknielen. De kardinaal heeft zijn kardinaalshoed tegen zijn geknielde been gezet.
Rond 1460 had deze kardinaal de Confraternita dell’Annunziata gesticht met als doel arme meisjes een maritagio, een soort bruidsschat, te geven om hen aan een man te helpen en te behoeden voor prostitutie.
De Broederschap deelde de bruidsschat uit tijdens een plechtige ceremonie op het feest van Maria Boodschap (25 maart) in aanwezigheid van de paus. De broederschap selecteerde arme meisjes vanaf 15 jaar via een lijst. Na drie jaar proeftijd kregen ze de bruidsschat als ze ‘verdienstelijk’ werden bevonden. (Paul Verheijen)

Antoniazzo Romano (1430/35-1508/12)
Annunziata (1499-1500)
Tempera op paneel, 130 x 185 cm
Rome – Santa Maria sopra Minerva

Toch iets verder van huis maar dichter bij onze tijd, werk van de Amerikaanse schilder George Hitchcock, 1887. ‘De annunciatie’ Vrij groot: 158,8 × 204,5 centimeter. Het zou, naar Wikipedia, een Hollands boerenmeisje zijn weergegeven als madonna in een bloementuin met lelies, in afwachting van de annunciatie. (collectie Art Institute of Chicago) Met de woorden van Wikipedia:
“Hiermee geeft Hitchcock uitdrukking aan zijn gevoel dat de Christelijke geloofsbeleving onder de eenvoudige Hollandse plattelandsbevolking veel vitaler en authentieker was dan in de grote steden, niet verdorven door afleidende modernite.”

George Hitchcock-Annunciation

Artemissia Gentilleschi verbeeldde de boodschap alsof ze ‘nachts had plaats gevonden. waarbij er nog wel een straal hemels licht binnenvalt. Rechts op de voorgrond ligt een brief met daarop de naam van de kunstenaar en “F[acit]: 1630”. Het was haar eerste betaalde opdracht waarschijnlijk voor een kerk in Napels. De aartsengel vertelt haar dat ze weldra moeder zou worden, de manier waarop wordt gesymboliseerd door de duif, symbool van de Heilige Geest.

Nog even terug naar de stilte van de late middeleeuwen. Toegeschreven aan Rogier van der Weyden is het werk waarschijnlijk door zijn atelier gemaakt als middenpaneel van een drieluik.
“Kenners maken dat op uit de rommelige compositie van het middenpaneel en de minder sterke detaillering van bijvoorbeeld de gouden mantel van de engel.” (Bijbelse Kunst)
Zou dit tafereel zich dus rond de dag van vandaag hebben afgespeeld, 25 maart, dan zie je al dat de haard uit is en het is blijkbaar warm genoeg om met open luikjes een boek te lezen. De lelies vooraan staan voor de puurheid van de Maagd.

Rogier van der Weyden 1399/1400 – 1464
Annunciatie

Laat ik deze mooie keuze afronden met een hedendaags beeld. Een meisje met een schort voor, op haar knieën met emmer en dweil bezig de vloer schoon te maken. Bezig. En in die bezigheid kijkt ze op, heel gewoon. De deur in de kamer staat open. Er is een minieme aanduiding van de heilige Geest achter haar door het geopende raam. Ze luistert en kijkt aandachtig.

Beate Heinen, Annunciatie, 1987, Maria Laach, Duitsland.

Beate Heinen werd op in 1944 in Essen geboren en heeft tegenwoordig haar grafische werkplaats in Wassenbach vlakbij de Laacher See. Zij is zowel actief als schilderes als grafica en ontwerpster van kunst voor kerken. Beate voelt zich sterk met het katholieke geloof verbonden. Zelf trad zij ooit in als Benediktijner non in de Abdij St. Hildegard als zuster Felicitas, maar na 10 jaar verliet ze op dertigjarige leeftijd de orde weer. In het klooster studeerde zij kunst. Daarna ging zij aan de slag als professioneel kunstenaar. Ze maakt schilderijen met bijbelse thema’s en ontvangt veel opdrachten van kerken. In 2020 huwde zij een voormalige monnik, die uittrad om met haar te kunnen trouwen. (Artway )

Annunciation / Botticelli / 1489

Aangeraakt door de schoonheid? Een moeilijk begrip in deze rumoerige tijden. Het mooie verhaal van een mogelijke menswording waar zachtheid en moed zich mogen verenigen.

er is niet meer bij weinig
noch is er minder
nog is onzeker wat er was
wat wordt wordt willoos
eerst als het is is het ernst
het herinnert zich heilloos
en blijft ijlings

alles van waarde is weerloos
wordt van aanraakbaarheid rijk
en aan alles gelijk

als het hart van de tijd
als het hart van de tijd

Lucebert (uit het gedicht ‘De zeer oude zingt” (1974)

colorful light reflections on wooden floor
Photo by Recep Tayyip Çelik on Pexels.com

Kijken en bekeken (1)

Lavery, John; Daylight Raid from My Studio Window, 7 July 1917; National Museums Northern Ireland; http://www.artuk.org/artworks/daylight-raid-from-my-studio-window-7-july-1917-122334

Een jonge vrouw, met haar rug naar ons toe, leunt met één knie op een bank die tegen het grote, halfopen raam van een Londens herenhuis staat. Ze staart naar buiten, haar handen gespreid over de rugleuning van de bank, en ze baadt in een zacht, vroeg avondlicht dat de schoorstenen van de gebouwen rechts van het raam een krijtachtig grijze tint geeft, en die aan de linkerkant een lichtroze.

Kijk je naar de datum van het schilderij, 1917 dan begin je te beseffen dat de stipjes hoog in de lucht geen vogels zijn maar zoals de titel zegt, een raid van vliegtuigen net voor het donker wordt. Zij bekijkt vanuit het schildersatelier de avondlucht.

Het licht valt op voorwerpen in de kamer: flessen op de diepe vensterbank en een pot vol met penselen. Deze pot staat tegen een kleine, ronde spiegel die tegen bleke houten luiken leunt, opgevouwen aan één kant van de vensterbank. De spiegel is helderwit waar het licht erop valt. Het licht valt ook op het rode, krullende haar van de vrouw, dat tot aan haar kaak reikt, en op de kanten rok van haar geel-crèmekleurige jurk, die lange, strakke mouwen heeft, een nauwsluitend bovenstuk en een smalle, crèmekleurige sjerp in haar taille. Haar roze satijnen schoenen nemen de dieproze, rode en oranje kleuren over van het dikke tapijt waarop één voet rust. Het roze sluit ook aan bij de kleuren van de bank en een groot fluwelen kussen rechts, waaronder een opgevouwen krant tevoorschijn komt, wat zorgt voor nog een witte accenten.

Bekijk ook:

Banksy de ware

“Verhalen geven het leven niet alleen een mate van bestendigheid, ze zijn ook helend. ‘Al het leed wordt draaglijk als je het inpast in een verhaal, of er een verhaal over vertelt’, aldus het motto dat Hannah Arendt aan een van haar hoofdstukken in The Human Condition meegeeft. De pijn die is ingebed in een verhaal krijgt de kans zich te hechten aan een specifieke levensgang. Dat maakt de pijn niet minder, maar kan er op z’n minst voor zorgen dat zij niet sprakeloos blijft en dus zonder betekenis. Sprakeloos leed zal het individu blijvend verteren als een ‘niets zonder einde’, verhalend leed heeft een begin en een einde.

Zodra we de kindertijd achter ons laten, een tijd waarin we nog op onmiddellijke wijze konden samensmelten met de wereld en nog geen weet hadden van onze sterfelijkheid, worden we melancholische wezens. Het verlies van deze oorspronkelijke eenheid is, tezamen met het besef van vergankelijkheid, een traumatische gebeurtenis. Oftewel: de mens hoeft geen persoonlijk verlies te ervaren of oorlog te ondergaan om pijn te lijden. We zijn van huis uit getraumatiseerde dieren; verhalen verzachten onze existentiële pijn.

Het is aan de kunst om ons hieraan blijvend te herinneren en ons thuis te laten komen in het trauma dat leven heet.”

Hans Schnitzler ‘Melancholische wezens’ verschenen in A Tale of Hidden Histories (De Groene Amsterdammer 12 maart 2019)

Alberto Giacometti, The Walking Man I, 1960. Bronze, 72” high. Guggenheim, Bilbao.

The sculptures of Swiss artist Alberto Giacometti (1901-1966) perhaps best express the existentialist spirit. Although Giacometti never claimed that he pursued existentialist ideas in his art, his works brilliantly capture the spirit of that philosophy. Indeed, Sartre, Giacometti’s friend, saw the artist’s figurative sculptures as the personification of existentialist humanity – alienated, solitary, and lost in the world’s immensity. Giacometti’s sculptures of the 1940s are thin, nearly featureless figures with rough, agitated surfaces. Rather than conveying the solidity and mass of conventional bronze sculpture, these thin and elongated figures seem swallowed up by the space surrounding them, imparting a sense of isolation and fragility. Giacometti’s evocative sculptures spoke to the pervasive despair that emerged in the aftermath of world war.

Fred S. Kleiner, Gardner’s Art Through the Ages: The Western Perspective, vol. 1, 15th ed., (Boston: Cengage Learning, 2010), 831.

Alberto Giacometti, Drei schreitende Männer (kleines Quadrat), 1948, Bronze, 72 x 32,7 x 34,1 cm, Fondation Giacometti, Paris © Succession Alberto Giacometti / ADAGP, Paris, 2025

“De sculpturen van de Zwitserse kunstenaar Alberto Giacometti (1901-1966) geven misschien wel het beste uitdrukking aan de existentialistische geest. Hoewel Giacometti nooit heeft beweerd dat hij in zijn kunst existentialistische ideeën nastreefde, geven zijn werken op briljante wijze de geest van die filosofie weer. Sartre, een vriend van Giacometti, zag de figuratieve sculpturen van de kunstenaar zelfs als de personificatie van de existentialistische mensheid – vervreemd, eenzaam en verloren in de onmetelijkheid van de wereld. Giacometti’s sculpturen uit de jaren 40 zijn dunne, bijna karakterloze figuren met ruwe, onrustige oppervlakken. In plaats van de stevigheid en massa van conventionele bronzen sculpturen uit te stralen, lijken deze dunne en langgerekte figuren opgeslokt te worden door de ruimte om hen heen, wat een gevoel van isolatie en kwetsbaarheid geeft. Giacometti’s suggestieve sculpturen spraken de alomtegenwoordige wanhoop aan die ontstond in de nasleep van de wereldoorlog.”

Fred S. Kleiner, Gardner’s Art Through the Ages: The Western Perspective, vol. 1, 15th ed., (Boston: Cengage Learning, 2010), 831.

The Dog, 1951 © Medium

We begonnen het ‘kijken en bekeken’ met de niet zo bekende schilderij van de Ierse schilder John Lavery, 1917: ‘Daylight raid from my studio window’. Je zou een gelijklopend slotbeeld kunnen vinden tussen de talrijke foto’s van de aan gang zijnde oorlogen, maart 2026. Bekeken vanuit de oorlog zelf. Onze machteloosheid. Of schiet zelfs onze verbeelding tekort bij een ruim overschot aan dagelijkse werkelijkheid?

Alexandr Gera – “Laatste adem #5”, 2024. Acryl op canvas. 80 x 80 cm.

Daylight Raid from my Studio Window records the afternoon of 7 July 1917, when twenty-one German biplanes appeared in the skies above London and were engaged by British aircraft. The ensuing combat could be seen from the large window of Lavery’s studio in Cromwell Place, London. The artist’s wife Hazel, her head outlined against a blackout curtain, is watching the scene, worry evident in the tension of her body. Lavery seems to have originally painted a statuette of the Virgin Mary, in front of which Hazel kneeled. Before he donated the painting to Belfast, he painted it out, possibly to erase the memory of his wife’s worry. (Ulster Museum)

Lavery, John; Daylight Raid from My Studio Window, 7 July 1917; National Museums Northern Ireland; http://www.artuk.org/artworks/daylight-raid-from-my-studio-window-7-july-1917-122334


Lavery On Location (John Lavery), galerietrap in de National Gallery of Ireland

Omtrent verwondering (3). “Moonassi” (°1980)

Moonassi “Light we prepared” (2024), meok and acrylic on hanji, 93 x 119 centimeters

Moonassi (Kim Daehyun) is een illustrator uit Seoul, Korea. Hij maakt zwart-wit tekeningen die emotie, innerlijke dialoog en de menselijke psyche verkennen. Identiteit is een terugkerend thema; over illustratie, schilderkunst, beeldhouwkunst en nieuwe media; elk stuk vertegenwoordigt een emotie of een woord dat Moonassi kiest om zich door middel van eenvoudige personages uit te drukken, de kijker aan te moedigen om te pauzeren en het gewicht te overwegen dat een enkele gedachte kan dragen. (hugoandmarie.com)

“Light we found” (2024), meok and acrylic on hanji, 142 x 102 centimeters. All images © Moonassi,
In black-and-white ink and acrylic, the Seoul-based artist Kim Daehyun (Moonassi) cross-hatches figurative scenes onto Korean hanji paper, portraying deep contrasts, dualities, and tensions. Rich, black shadows reveal glowing hands and faces, exploring relationships between light and dark, awareness and the unconscious, presence and absence, and the known and unknown. (Colossal 23 febr 2026)

De tekeningen in zwarte inkt van Kim Daehyun (Moonassi) tonen twee personages met strakke silhouetten en precieze trekken. In een choreografie van vertrouwde maar raadselachtige gebaren bewegen ze zich door een leeg, maanachtig landschap, het stille decor van de persoonlijke mythologie van de kunstenaar/schepper.

Door de herhaling van de tekeningen en de terugkerende personages kan Kim Daehyun op een speelse en katharsische manier zijn diepste gedachten en emoties uitdrukken en tegelijkertijd een breed publiek aanspreken. Want net als de weergave van leegte in de oosterse schilderkunst (de oorspronkelijke opleiding van Kim Daehyun) biedt het ontbreken van referentiepunten in de tekeningen van moonassi de toeschouwers een ruimte die openstaat voor oneindig veel interpretaties. (cahier de seoul)

Remains When We Were Anybody
"In 2006 publiceerde ik een klein essay dat ik verkocht in een café dat ik op dat moment bezocht. De eigenaar van het café noemde me ‘Moonassi’. Sindsdien is het mijn bijnaam geworden. Oorspronkelijk komt ‘moona’ van het boeddhistische woord moo-a (wat betekent dat ik de ‘ik’ vergeet), maar het kan ook ‘amouna’ betekenen (wat ‘iedereen’ betekent in het Koreaans”). Mijn eerste tekenboek heette ook ‘amoudo’ (wat “persoon” betekent)."
(Seoul Notebook)
나의 탄생 / Birth of me
45.5 x 53, 종이에 잉크와 아크릴 ink and acrylic on p2021

bezoek website van de kunstenaar

https://www.moonassi.com

나는 너를 본다, I see you in the sea of you
June 2013
Lente

Daarentegen
legde het licht zijn zachtste vingers
over de voorbije winter;
zingt als een kind
nog met verdroogde lippen,
opgeborgen in zijn eenzaamheid,
-het roze in zijn stem schildert bloesems-
verdund verlangen, aquarel doorzichtig:
het land heet Felix en Wolfgang in één ademtocht.

Zelfs mijn ogen luisteren.

Gmt
불구 / Crippled
Op. 0041P – 42 x 29.7 cm, 종이에 펜, 마커 / Pigment liner and marker on paper, 2010
Spring

In contrast,
the light laid its softest fingers
over the past winter;
singing like a child
still with parched lips,
tucked away in its solitude,
-the pink in its voice paints blossoms-
diluted intensity, watercolour transparent:
the land is called Felix and Wolfgang in one breath.

Even my eyes are listening
자연스러움 / Natural, 2009
Op. 0022P – 42 x 29.7 cm, 종이에 펜, 마커 / Pigment liner and marker on paper, 2009

Moonassi gebruikt meok, een soort traditionele Koreaanse inktstaaf die met water tegen een steen wordt gewreven om een vloeibaar medium te verkrijgen. Het meditatieve proces van het bereiden van de inkt helpt de kunstenaar zich te concentreren op de taak die hij moet uitvoeren en zich op elke stap te focussen.

Moonassi omschrijft zijn werk als ‘mind illustration’ en richt zich in zijn werken op paren of tweelingen in vreemde situaties, zoals het verzorgen van een vlam in een van hun hoofden, staren in een leegte of hun armen aan elkaar binden met touw. Zijn onderwerpen vertegenwoordigen psychologische en spirituele dichotomieën die zowel binnen individuen als in relaties bestaan, waardoor een droomachtige wereld ontstaat die tot talloze interpretaties uitnodigt. (Colossal 23 fbr 2026)

(Een dichotomie is een strikte tweedeling of splitsing van een begrip, groep of structuur in twee uitsluitende, niet-overlappende delen (bijv. goed/fout, ja/nee, man/vrouw). Het komt van het Griekse dichotomia (halvering) en wordt gebruikt in filosofie, wetenschap en statistiek om complexe zaken te versimpelen tot twee tegengestelde polen.). Wikipedia

시간의 직면 / Face the whole (Martini)

Lees ook:

A stammerer. (Een Stotteraar) Pigment liner, market, and ink on paper, 2012

Een heel kleine vogel op de schouder van een engel: Henri Rousseau (1844-1910)

Henri Rousseau, “Carnival Evening,” 1886, at the Barnes Foundation in Philadelphia.Credit…via Philadelphia Art Museum
Un tout petit oiseau
Sur l'épaule d'un ange
Ils chantent la louange.
Du gentil Rousseau.
 
 Guillaume Apollinaire.

His breakout dreamscape for that show, “Carnival Evening,” is here, starring a clown and a distant, half-painted house of real, stumping enigma. Its hundreds of needle-fine tree branches silhouetted black against a winter sky gradient foretell the day-night conjurings of Magritte. (Aside from color behavior, Rousseau knew how the eye adjusted to the absence of light.).   (Walker Mimmss NY Times 16 jan 2026)

Bio’s van schilders hebben de neiging om vanuit het schilderij meteen de werkelijke levensloop te integreren. Mijn verste bron echter, de Nederlandse kunstcriticus en schilder Kasper Niehaus is nog in dezelfde eeuw als Henri Rousseau geboren en zijn artikel in ‘Elseviers Geïllustreerd Maandschrift jaargang 42 verscheen in 1932 waarin hij zijn kennismaking met het werk van deze eenling uit de letterlijke doeken doet.

"IN Juni 1912 schreef een vriend mij uit Parijs, dat hij bij Uhde geweest was, een kunsthandelaar en fijn schilderijenkenner, die ook over kunst schreef en die naast een prachtcollectie Picassos en Braques en ook zeer fijn werk van Marie Laurencin, vooral een mooie verzameling werk van Henri Rousseau had: ‘een schilder wiens naam je waarschijnlijk nog nooit gehoord hebt. Toch is hij al twee jaar dood en niet jong gestorven. " 

De slapende Bohémienne La Bohémienne endormie (klik op beeld om te vergroten)

Met de woorden van Kasper Niehaus (1932):

"In een geel, rood en groen gestreept kleed, slaapt de Bohemienne, met den eenen arm onder het hoofd in een evenwijdig geplooide, amethyst-paarse doek, op een oranje en groen gestreept kussen, in het alles als doorschijnend makende licht van de maan. In de rechterhand houdt zij een stok. En toch is de Bohemienne daar niet gekomen! Zooals Cocteau zeer juist heeft opgemerkt, liet de schilder, die nooit een détail vergat, geen enkel spoor na in het zand om de slapende voeten. De nagels van voeten en vingers liggen als schelpjes aan den oever van dezen stroom der vergetelheid. De mandoline met het donkere, rood-omzoomde klankgat, de snaren als besneeuwde draden van een interasterale telegraaf en de schroefjes als maansteentjes, de roode kruik, loopen volgens Uhde tien jaar vooruit op de heele komende Fransche schilderkunst welke zij doen voorvoelen; (ibidem)

Zelfportret 1890


Daarentegen gaf hij elken Zondag een soirée, waar hij z'n vrienden uit de voorsteden, winkeliers, schoenmakers, kleermakers uitnoodigde en z'n schilderijen aan hun critiek onderwierp. Hij zei eens: ‘Ik heb veel van deze menschen geleerd, veel meer dan van alle critieken, die men tegen mij schreef. Bijvoorbeeld, m'n ‘Leeuw in het oerwoud’ was op de expositie en niemand had bemerkt, dat ik vergeten had den leeuw oogen te schilderen. Daar kwam een oude vriend van mij, een douanier van den Pont de la Tournelle en lachte: ‘Oude vriend, gij hebt immers vergeten den leeuw oogen te geven.’
Rousseau liet zich dus door het volk corrigeeren! (ibidem)

De oevers van de Bièvre nabij Bicêtre 1908-1909

Rousseau identificeerde het onderwerp van dit schilderij in een handgeschreven notitie, bevestigd aan het spanraam, gedateerd 1909, het jaar waarin hij het ter verkoop aanbood aan de kunsthandelaar Ambroise Vollard. De scène toont het landschap rond Bicêtre, een arbeiderswijk aan de zuidelijke rand van Parijs, vlakbij de rivier de Bièvre (die nu ondergronds door de stad stroomt). In de tijd van Rousseau was de waterweg zwaar vervuild, maar op bepaalde plekken was het uitzicht nog steeds schilderachtig, zoals blijkt uit de figuren in boerenkleding op het met bomen omzoomde pad links en het glimpje van het zeventiende-eeuwse aqueduc d’Arcueil op de achtergrond. (The Met)

La Guerre. circa 1894. musée d’ Orsay Klik op titel om te vergroten

Een keuze uit zijn werk vind je onderaan de Franse Wikipedia gegroepeerd per onderwerp:

https://fr.wikipedia.org/wiki/La_Guerre_%28Rousseau%29

Henri Rousseau. Zelfportret van de kunstenaar met een lamp 1903

Henri Julien Rousseau werd geboren in Laval in de Loirevallei in het gezin van een loodgieter. Hij ging naar de middelbare school in Laval, eerst als dagleerling en daarna als kostschoolleerling, nadat zijn vader schulden had gemaakt en zijn ouders de stad moesten verlaten omdat hun huis in beslag was genomen. Op de middelbare school was hij middelmatig in sommige vakken, maar hij won prijzen voor tekenen en muziek. Hij werkte voor een advocaat en studeerde rechten, maar “probeerde een kleine meineed te plegen en zocht zijn toevlucht in het leger”, waar hij vanaf 1863 vier jaar dienst deed. Na de dood van zijn vader verhuisde Rousseau in 1868 naar Parijs om als ambtenaar zijn moeder, die weduwe was geworden, te onderhouden. Met zijn nieuwe baan begon hij in 1869 een relatie met de dochter van een meubelmaker, Clemence Boitard, die zijn eerste vrouw werd en voor wie hij een wals schreef met haar naam. Ze kregen negen kinderen, maar tuberculose was in die tijd wijdverbreid en zeven van hen stierven op jonge leeftijd. In 1871 werd hij gepromoveerd tot belastinginner bij het tolkantoor in Parijs. Hij begon serieus te schilderen toen hij begin veertig was en op 49-jarige leeftijd nam hij ontslag om zich volledig aan zijn kunst te wijden. Zijn vrouw stierf in 1888 en hij hertrouwde later.

Rousseau beweerde dat hij “geen andere leraar had dan de natuur”, hoewel hij toegaf dat hij “enig advies” had gekregen van twee gevestigde academische schilders, Felix Auguste-Clement en Jean-Leon Gerome. In wezen was hij autodidact en wordt hij beschouwd als een naïeve of primitieve schilder.

Henri Rousseau, “Portrait of Madame M.”Credit…via Musée d’Orsay

Het oorspronkelijk artikel door Kasper Niehaus in Elseviers Geïllustreerd Maandschrift. kun je raadplegen:

https://www.dbnl.org/tekst/_els001193201_01/_els001193201_01_0096.php

https://www.dbnl.org/tekst/_els001191301_01/_els001191301_01_0042.php

‘De droom’ (klik op ondertitel om te vergroten)
Gedicht bij Le Rêve (De Droom):

Yadwigha dans un beau rêve
S'étant endormie doucement
Entendait les sons d'une musette
Dont jouait un charmeur bienpensant

Henri Rousseau

Hommage à Eric Satie

Madame Henri Rousseau
monte en ballon captif
Elle tient un arbrisseau
Et le douanier Rousseau
prend son apéritif

L'aloès gonflé de lune
Et l'arbre à fauteuils
Et ce beau costume
Et la belle lune
Sur les belles feuilles

Le lion d'Afrique
Son ventre gros comme un sac
Au pied de la République
Le lion d'Afrique
Dévore le cheval de fiacre

La lune entre dans la flûte
Du charmeur noir
Yadwigha endormie écoute
Et il sort de la douce flûte
Un morceau en forme de poire.

Jean Cocteau (1889-1963)
Muse Inspiring the Poet (Portrait of Guillaume Apollinaire and Marie Laurencin), 1909, Kunstmuseum Basel, Switzerland

Het machteloze machtig zijn: Pietro Perugino (1446-1523)

:Pietro Perugino – Assumption of the Virgin with Four Saints (detail) – De heilige Michaël WGA17282.jpg

Je kunt de titel ‘Het machteloze machtig zijn’ meervoudig interpreteren: Het beheersen van de kunst ‘het machteloze gestalte te kunnen geven of “het machtig zijn ervaren als machteloosheid” (machteloos is dan een bijvoeglijk naamwoord.). Die dubbelzinnigheid past helemaal bij de tijd waarin het schilderij door Pietro Perugino (Pietro Vannucci) gemaakt is: het jaar 1500, geboortejaar van de latere Keizer Karel V.

De voorstelling van de aartsengel Michael (rechts onderaan) hoort bij het grote tafereel als altaarstuk, Pala di Vallombrosa, in opdracht van de Vallombrosaanse monniken, met klooster gelegen in de ‘schaduwvallei’ (30 km van de hoofdstad van Toscane) (vall-ombrosa): olie op paneel (en dat is nieuw!) meer dan 4 meter hoog en 2,48m breed en stelt de ten hemelopneming van Maria met vier heiligen voor, een kijkstuk. Hieronder een kleine afbeelding waarvan je de drie onderdelen of het geheel kunt vergroten door de afbeelding op de gewenste plaats aan te klikken. (wikimedia)

Perugino, Pala di vallombrosa oliefverf op paneel 1500-

De jonge heilige engel Michaël is een edelman van zijn tijd: zijn hand op een sierlijk schild versierd met gouden patronen, mode-tinten blauw en grijs, in de rechterhand een stoere staf van een belangrijk genootschap. De sobere heilige Benedictus van Nursia naast hem (op blote voeten) en op diezelfde rij de stichter van het klooster St. Jan Gwalbert in donkergroene jas met rode riem. Op de hoek Sint St. Bernard (Bernardo degli Uberti) van Parma. De centrale figuren blikken vroom naar boven, de uitersten kijken naar de buitenkant van het gebeuren. Evenwicht. Zij staan voor een licht heuvelend landschap eigen aan de streek. (klik op tekening voor details)

De ten hemel-opneming van de moeder Gods is in volle gang. Twee zijwaartse engelen die -als je aandachtig kijkt- ‘zwanger’ zijn, althans om de vroegere zwangerschap van Marie aan te geven, wijzen dat het duidelijk bij haar is te doen (geweest). Zij kijkt naar de hemelse Schepper met wereldbolletje boven haar terwijl langs beide kanten de muzikanten spelen in uiterst fijne stoffen gekleed. Boven hen in een cirkel omringd door twee (schaatsende) engelen de hemelse vader met wereldbol. (klik op tekening voor details)

Kijk ook eens naar de talrijke hoofdjes van cherubsen, vooral hun blikrichting. Ook in het heilige bleek het grappige op zijn plaats. al wordt het, net zoals de zwangere engelen, bijna nooit vermeld in de talrijke beschrijvingen. (klik voor details)

Wij staan duidelijk op de drempel van een nieuwe tijd. Of bleef hij in het quatrocento steken, verlengd wegens succes?

Zelfportret, 1497-1500, fresco, Collegio del Cambio, Perugia

Perugino was a prolific artist. Over his lengthy career he produced hundreds of altarpieces and frescoes for Christian buildings in central Italy. A team of assistants aided him, and he oversaw two workshops of artists who would assimilate his style. Drawing played an important role in artistic training, and Perugino's pupils and assistants would copy the master's preparatory drawings and completed works. Using large drawings called 'cartoons', Perugino's workshop could repeat figures and even whole compositions designed by the master. (Victoria and Albert Museum)

Pieta olie op hout. Pietro Perugino 1488-1495

De scène is afgebeeld onder een portiek, waarachter zich een rustig landschap met lage bomen uitstrekt. Het lichaam van Jezus ligt horizontaal en vrij stijf en wordt aan de linkerkant vastgehouden door Johannes de Evangelist en aan de rechterkant door Maria Magdalena. Aan de zijkanten staan een jonge Nicodemus (links), met de handen gevouwen in gebed, en een bejaarde Johannes van Arimathea (rechts), die naar beneden kijkt. De onmacht om het dode lichaam rust te geven. En waar moet je naar kijken? Tenzij je zijn moeder bent en de gesloten ogen van haar zoon de enige uitweg zullen zijn.

En duidelijk terug naar de Griekse mythen dit werk dat Apollo en Daphnis (of Apollo en Marsyas) naar de rand van de zestiende eeuw haalt.

Apollo and Daphnis (also known as Apollo and Marsyas), oil on panel, by Pietro Perugino, ca. 1483 or ca. 1495, 39 x 29 cm (Musée du Louvre, Paris).

De identiteit van de jonge, zittende fluitspeler aan de linkerkant is omstreden. Hij is geïdentificeerd als Marsyas, maar dat personage werd meestal afgebeeld als een sater, dus wordt aangenomen dat het Daphnis is, een jonge herder die stierf uit liefde voor Apollo. Daphnis is de Griekse vorm van de naam Laurus, die mogelijk een verband legt met Lorenzo de’ Medici, de opdrachtgever. De houding van Daphnis is gebaseerd op een sculptuur van Hermes door Lysippus, beter bekend als de Zittende Hermes.

Een synthese is een van zijn mooiste werken, Christus die de sleutels van de hemel doorgeeft aan St. Petrus. Klik voor de mooie versie full page op het onderschrift.

Het doorgeven van de sleutels aan Petrus

Het machteloze machtig worden, het korte leven op aarde te (be)-leven met de mogelijkheid langs wegen van verstand en verbeelding, het menselijk lot te verlichten en in eigen handen te nemen, dat was een poging om de ‘wedergeboorte’, de renaissance via de herontdekking van de Oudheid te beleven. Wetenschappen en kunsten zijn geen vreemden meer voor elkaar. Het goddelijke wordt via het menselijke verbeeld.

Christus met de Sarcofaag. 1513
Van ca. 1500 tot ca. 1504 was Rafaël leerling in zijn atelier en heeft hij mogelijk meegewerkt aan de fresco's in de Sala del Cambio in Perugia, het grootste (maar niet het beste) fresco van Perugino. Rafaëls eigen vroege werk in San Severo in Perugia werd later - na zijn dood in 1520 - voltooid door zijn meester. In 1506 trok Perugino zich terug in Perugia, omdat zijn stijl inmiddels hopeloos achterhaald was in Florence, waar deze echter had gediend als tegenwicht voor de verwarring van de late Quattrocento-stijl. Het zou de voorbode zijn van de hoogrenaissance.  (Web Gallery of Art)

Maria Magdalena. 1500



Vroeger werd het werk toegeschreven aan Leonardo, maar nu wordt de naam van Perugino unaniem aanvaard. Het is een schilderij van grote schoonheid, dat zowel qua concept als uitvoering bijzonder geslaagd is, met zijn fijn gearceerde, gevoelige kleuren, lage toon en warme bruintinten. Het komt heel dicht in de buurt van Rafaël. Perugino's Magdalena is kenmerkend voor zijn favoriete type, met een ovaal, lichtgevuld gezicht dat wordt omlijnd door delicate, kleine gelaatstrekken. Toch zou het bijna een portret kunnen zijn, en misschien was het dat ook wel. Perugino was namelijk bedreven in dat groeiende genre, waarin hij met zijn strakke penseelvoering gelijkenissen wist vast te leggen. (Web Gallery of Art)

Wikidata: wikiproject of all paintings/Pietro Perugino:

https://www.wikidata.org/wiki/Wikidata:WikiProject_sum_of_all_paintings/Creator/Pietro_Perugino

Madonna met kind. circa 1470


Kijk met de trage ogen, het geopende hart en de nieuwsgierigheid van een kind, of aanvaard de traagheid die een oudere mens voor deze mooie machteloosheid kan gebruiken. Een schuilplaats, ogentroost of medicijn?

“Het schijnt dat kunst als kenact en herinnering in sterke mate afhankelijk is van de esthetische macht van de stilte: de stilte van het schilderij en van het beeldhouwwerk; de stilte die de tragedie doordringt; de stilte waarin muziek wordt gehoord. Stilte als een medium van communicatie, de breuk met het vertrouwde; stilte, niet slechts op een voor beschouwing gereserveerde plaats of tijd, maar als een hele dimensie die aanwezig is zonder te worden gebruikt. Lawaai is overal de begeleider van georganiseerde agressie. De narcistische Eros, oorspronkelijk stadium van alle erotische en esthetische energie, zoekt vooral rust. De rust waarin de zintuigen kunnen waarnemen en beluisteren wat in het dagelijks leven en in het dagelijks amusement wordt verdrongen, waarin we werkelijk kunnen zien en horen en voelen wat we zijn en wat dingen zijn.”

Herbert Marcuse, de kunst in de één-dimensionele maatschappij, Jacq Firmin Vogelaar ‘Kunst als kritiek’. DBNL. 1972 Vertaling: Karel van der Leeuw.p. 336

https://www.dbnl.org/tekst/voge008kuns01_01/voge008kuns01_01_0027.php

Pietro Perugino (1448–1523), Portrait of a Boy, Alessandro Braccesi (c 1480), oil on panel, 37 x 26 cm, Galleria degli Uffizi, Florence, Italy. Wikimedia Commons.
Madonna met Kind in gezelschap van St Catherina en St. Rosa. 1493

Bekijk ook:

Perugino, portret van een jongeman, ca. 1494, uit de garderobe van de Medici .jpg(UffiziGallery)

Leonora Carrington: geen tijd om iemands muze te zijn (1917-2011)

Leonora Carrington. And Then We Saw the Daughter of the Minotaur. 1953. Oil on canvas, 23 5/8 × 27 9/16″ (60 × 70 cm).

Zie of lees je het woord “surrealisme’ dan is ‘oorlog’ dichtbij of net voorbij. Wellicht verklaart het ook , als oorlogskind, mijn eigen belangstelling, niet alleen voor het absurdistische maar vooral voor de vaak ongerijmde visuele combinaties alsof je droomt terwijl je wakker bent.

“Ik had geen tijd om iemands 
muze te zijn...
Ik had het te druk met rebelleren tegen mijn familie
en met het leren kunstenaar te zijn.”

Leonora Carrington



During World War II, after the imprisonment of her then partner Max Ernst, Carrington fled France and sought asylum in Spain. There, she experienced a series of psychological crises. Her family placed her in a sanatorium against her will, where she was subjected to severe treatments. Carrington eventually moved to New York, where André Breton encouraged her to write about her experiences in the Surrealist journal VVV. Shortly thereafter she made Green Tea, which is possibly a meditation on her confinement. At left there is a figure, often interpreted as the artist, clad in a restrictive cowhide-like straitjacket. A white horse, another one of Carrington’s autobiographical symbols, is chained to a tree nearby. (Moma)
Green Tea, 1942
Oil on canvas
24 x 30 inches (61 x 76.2 cm)
Museum of Modern Art, New York. Gift of the Drue Heinz Trust (by exchange). © 2024 Leonora Carrington/ Artists Rights Society (ARS), New York

Carrington kwam in opstand tegen de maatschappelijke verwachtingen die ze ervaarde als een jonge vrouw uit de hogere klasse geboren in Lancashire, Engeland. Ze baalde van de regels van haar rooms-katholieke kostscholen, verveeld door de schijnbaar eindeloze reeks debutanten-ballen. Haar interesses lagen in plaats daarvan bij Ierse fabels en Engelse schrijvers zoals Lewis Carroll, Jonathan Swift en Beatrix Potter. Zoals kunsthistoricus Susan Aberth zich herinnert: “Carrington, wiens jeugd doordrenkt was van sprookjes en fantasieliteratuur, verloor nooit die jeugdige denkwijze en zou in haar negentiger jaren lange passages van Lewis Carroll reciteren met een levendige glans in haar oog.” 


 In And Then We Saw the Daughter of the Minotaur (1953) (zie bovenaan), she depicts her two small children—Gabriel and Pablo—among mystical creatures and crystal balls, possibly awaiting an act of divination. Over the course of her eight-decade career, Carrington continued to explore the mystery of the world around her, claiming at the end of her life, “The only thing I know, is that I don’t know.”(Moma)


Leonora Carrington
La cuna (The Cradle), c. 1945 (de wieg)
Carved and painted wood, rope, and fabric
54 3/10 x 50 4/5 x 26 inches (137.9 x 129 x 66 cm)
Surrealism’s attitude toward women was ambivalent. André Breton, the founder of the movement and a key impresario, was fascinated by the Freudian idea that the female psyche was unrestrained, mystical, and erotic. And some female artists associated with the movement, such as Carrington, were framed as the femme enfant (woman child) who served as muse to the male artist. But as Carrington once said, “I didn’t have time to be anyone’s muse…I was too busy rebelling against my family and learning to be an artist.”
(Moma)



Equinoxio, 1958
Oil on canvas
28 3/4 x 36 1/2 inches (73 x 93 cm)

De surrealistische beweging worstelde met de politiek door stormachtige allianties aan te gaan met de Communistische Partij en baande zich een kronkelige weg door de nachtmerrie van de wereldgebeurtenissen van het midden van de 20e eeuw, totdat de Duitse bezetting van Parijs in 1940 de meeste dichters en kunstenaars dwong de stad te ontvluchten die het epicentrum was geweest. (Ondanks zijn Parijse oorsprong had het surrealisme, zoals bleek uit een prachtige tentoonstelling in het Metropolitan Museum in 2021, zich tegen die tijd al over de hele wereld verspreid.)

(NY Times Arthur Lubow. 24/12/2025)

Leonora Carrington’s “The Pleasures of Dagobert” (1945), features fantastical creatures and set an auction record for her work last year.Credit…Estate of Leonora Carrington/Artists Rights Society (ARS), New York; via Philadelphia Art Museum

In 1944 schrijft ze in ‘Down Below’ haar memoires, als oproep tot de lezers:

“Exactly three years ago, I was interned in Dr. Morales’s sanatorium in Santander, Spain, Dr. Pardo, of Madrid, and the British Consul having pronounced me incurably insane. Since I fortuitously met you, whom I consider the most clear-sighted of all, I began gathering a week ago the threads which might have led me across the initial border of Knowledge. I must live through that experience all over again, because, by doing so, I believe that I may be of use to you, just as I believe that you will be of help in my journey beyond that frontier by keeping me lucid and by enabling me to put on and to take off at will the mask which will be my shield against the hostility of Conformism.”

Leonora Carrington, „The house opposite“, 1945 (klik op titel voor bio waarin ook vergroting van dit werk)

“Precies drie jaar geleden werd ik opgenomen in het sanatorium van Dr. Morales in Santander, Spanje, nadat Dr. Pardo uit Madrid en de Britse consul mij ongeneeslijk krankzinnig hadden verklaard. Sinds ik u toevallig heb ontmoet, die ik beschouw als de meest scherpzinnige van allen, ben ik een week geleden begonnen met het verzamelen van de draden die mij over de eerste grens van Kennis hadden kunnen leiden. Ik moet die ervaring opnieuw beleven, omdat ik geloof dat ik u daarmee van nut kan zijn, net zoals ik geloof dat u mij kunt helpen bij mijn reis voorbij die grens door mij helder te houden en mij in staat te stellen naar believen het masker op te zetten en af te nemen dat mijn schild zal zijn tegen de vijandigheid van het conformisme.”

Een helder verteld (Engels) bio. Engelse onderschriften mogelijk.

“Vrijdag de dertiende’

Een grote collectie werken kun je bekijken via:

https://archive.org/details/TempleWordABMB/100_001.jpg

Met 63 originele sculpturen, tekeningen, lithografieën, foto’s, wandtapijten en maskers van fantastische wezens die nog nooit eerder te zien waren, opende het Leonora Carrington Museum in Xilitla in 2018 zijn deuren.

Beschouw deze bijdrage als vertrekpunt. Ik probeerde de lezer een keuze aan te bieden van verschillende bronnen die meestal kriskras her en der te vinden zijn en als uitgangspunt of toelichting kunnen dienen ieder naar eigen wil en vermogen. Er zijn ook verwijzingen naar beeldmateriaal die best tot hun recht komen op een groot scherm. De bepalingen uit de kunstgeschiedenis heb ik zoveel mogelijk vermeden omdat ik veronderstel dat een lezer(es) die ofwel kent ofwel weet dat het van kunst genieten nog iets anders is dan een leergang kunstgeschiedenis die als aanvulling echter een synthese maken kan bevoordelen. Vooral ‘de verwondering’ is een eigenschap die we ten zeerste willen behouden, een te koesteren eigenschap uit de kindertijd.

Leonora Carrington. ‘The Gibbet Birds’. 1974. Inkt en aquarel op papier
Leonora Carrington. ‘De Kat’
Tegen het einde van haar leven werd ze bevraagd over haar favoriete moment in de geschiedenis. Haar antwoord was helder: “The one that has not happened yet – the fall of patriarchy that will take place in the 21st century.” Hiermee was Carrington haar tijd ver vooruit -heel ver, gezien de omgekeerde beweging die we in de huidige context lijken te maken. Maar ze geldt nog steeds als lichtend voorbeeld in de manier waarop ze haar eigen patriarchale systeem ten val gebracht. Ze koos haar eigen wegen, ten koste van de mensen die haar na aan het hart lagen.

“I always did my running away alone,” zei ze later. Geen pose, maar een levenshouding. En misschien ook wel haar grootste kunstwerk.
(Art Couch Frederic De Meyer)

Meer dan de moeite waard om te bekijken deze aflevering van Great Art Explained: Lenora Carrington: Self-Portrait (Inn of the Dawn Horse) ondanks de onderbrekingen voor vernederende publiciteit. (Onbedoeld surrealistisch)

Self-Portrait: Inn of the Dawn Horse by Leonora Carrington, 1937-8.

Kwam de mail-aankondiging nogal op vreemd formaat? Wij proberen de oorzaak daarvan te ontdekken. Meld het ons als dat zo was. Dank.

Lees ook:

De stilte zichtbaar maken, Helene Schjerfbeck (1862-1946)

Helene Schjerfbeck, “Self-Portrait,” 1884-1885, at the Metropolitan Museum of Art.Credit…Artists Rights Society (ARS), New York; Finnish National Gallery, via the Metropolitan Museum of Art; Photo by Henri Tuomi
If you dislike the shortened daylight of winter, please know that you are luckier than Helene Schjerfbeck. A Finnish painter of copious gifts, she spent most of her life in or around Helsinki, contemplating cold skies and winters that lasted for more than half the year. On the other hand, she found an alternate light source through her paintings, many of which are portraits and self-portraits whose warm internal glow rescues their forms from surrounding darkness.  (NY Times 30-31 december 2025)

De korte dagen in de winter zijn mij lief, dat deel ik alvast met de Finse Helene Schjerfbeck, al heb ik mijn winterdagen meestal in de lage landen, een eindje van de zee, doorgebracht; nu en dan, o mooie herinnering, in de Waalse winters die best met de Finse mogen vergeleken worden. De alternatieve lichtbronnen kwamen dan als een hedendaagse foto het geheugen helpen, de weemoed vergroten, de herinnering sterken.

Met het prachtige zelfportret hierboven kijkt ze vanuit 140 jaar geleden tot op de drempel van deze woelige jaren waarvan er net eentje in al zijn prilheid al met sneeuw is gedecoreerd.

Achtentwintig jaar later dan het bovenste zelfportret blijft Helene ons aankijken in dit zoekende, bijna vragende zelfportret uit 1917.

Helene Schjerfbeck, Self-portrait, 1912, oil on canvas, 43.5 x 42 cm

“Seeing Silence: The Paintings of Helene Schjerfbeck” is de titel van een mooie tentoonstelling in New York, klik even op de titel voor meer info. We schreven al een tijdje geleden (2007) over haar, kijk:

Schjerfbeck’s The Convalescent,” 1888.Credit…Artists Rights Society (ARS), New York; Finnish National Gallery, via the Metropolitan Museum of Art; Photo by Jenni Nurminen

Another early work she sent to the Salon, “The Convalescent” (1888) is reportedly the single most famous painting in Finland. Sometimes referred to as a “hidden self-portrait,” it shows a young girl with feverish cheeks perched at the edge of a battered rattan chair. She’s transfixed by the sight of a budding branch, with its promise of growth and recovery. (NY Times ibidem)

De NY Times benoemt haar tinten, ook in portretten, met de term ‘Her Nordic Noir’, de tint(en) van haar niets ontziende eerlijkheid , zoals in ‘de zijden sjaal’ gemaakt in 1920. Het is een klein vrij verticaal doek waarin ze haar huisbazin toont.

‘Het is een goed voorbeeld van Schjerfbecks voorliefde voor het aanbrengen van verf met een paletmes en het vervolgens afschrapen ervan om de structuur van het doek te onthullen, een techniek waarmee ze een scala aan stemmingen en effecten wist te creëren. In dit geval versterkt de geschuurde, schrale textuur van het schilderij het gevoel van het ruige leven van de hospita. Ze kijkt zijdelings naar niemand in het bijzonder. Schjerfbeck beschreef het schilderij als een uitdrukking van zowel schoonheid als “innerlijk verdriet en leegte”. De stijl van de kunstenaar leverde haar een reputatie op als een van de belangrijkste modernistische schilders van Finland. Dit is haar eerste werk dat door een museum in de Verenigde Staten is aangekocht.(NY Times)

Helene Schjerfbeck, “The Lace Shawl,” 1920, acquired by the Metropolitan Museum of Art.Credit…Artists Rights Society (ARS), New York; via the Metropolitan Museum of Art

Maar net zo goed kan haar onderwerp het drogend wasgoed zijn; kledij en huislinnen gespreid over het gras , oplichtend, bloemen op de achtergrond. en de fijnmazigheid van een net aan de zijkant. Vergroot het beeld door op de voettekst te klikken en geniet.

taiteilija: Schjerfbeck, Helene.Inventaarionro TA-2005-3.teosnimi: Vaatteita kuivumassa.haltija: AT.ajoitus: 1883.tekniikkateksti: öljy kankaalle.pääluokka: maalaus..mitat: 39 cm x 54,5 cm..(1883)

Stel je het leven van Frida Kahlo verbonden met de blik van Edvard Munch voor en je begint de omvang van dit oeuvre te begrijpen’ (The Independent, Londen, ‘03) 
 

Helene Schjerfbeck, Zelfportret, Licht en Schaduw (1945). Collectie van Villa Gyllenberg, Signe en Ane Gyllenberg Foundation, Helsinki.

Maar zij versiert het leven niet, gaat de uiteindelijke aftakeling niet uit de weg. Dit ‘zelfportret’, een jaar voor haar dood, doet geen beroep meer op het uiterlijk, maar de synthese is duidelijk: Licht en Schaduw. Hier is ‘de stilte’ ook ‘de machteloosheid’, het verbeelden van wat rest. Kijk naar ‘de deur’ onder deze tekst, een veel vroeger werk uit 1884. Het licht achter de deur zal langs kieren en gaten binnen dringen. Maar wanneer? Of toch niet?

‘De deur’. 1884

Er is ook het detail, bijna een snapshot: een meisje maakt zich klaar om te dansen. Zij zit op een vouwstoeltje achter de scene. Ze concentreert zich op het vastmaken van haar dansschoentje, het tweede wacht in de hoek van het doek. Ze beperkt de kleuren, de omtrekken van een theaterdoek, enkele planten. het tapijt. Haar witte kleedje en schoenen zijn de oplichtende elementen.

Helene Schjerfbeck, Dancing Shoes, oil on canvas, 1882 (klik op beeld om grotere versie te bekijken)
"Als Rembrandt was gebleven zoals hij was, met Saskia op zijn knie, zou hij een doorsnee schilder zijn geweest, maar verdriet kwam op hem af en daardoor werd hij Rembrandt’, schreef Helene Schjerfbeck - naar aanleiding van het befaamde doek van de Hollandse meester uit 1635 te Dresden - een jaar vóór haar dood aan Einar Reuter, een kunstenaar en schrijver met wie zij sinds 1915 bevriend was. 
Het was niet de eerste keer dat zij verwees naar het verdriet van anderen, om daarmee haar eigen smart uit te zeggen. Enkele jaren tevoren had zij naar aanleiding van de roman Der Zauberberg van Thomas Mann haar leven als volgt gekarakteriseerd: ‘De Toverberg is een leven van vrijheid via ziekte... Mijn leven zou armer zijn zonder het verdriet, ik zou nooit bereikt hebben wat ik gedaan heb; ik zou dan alleen maar routine gekend hebben’. (P.J. Begheyn in Streven Jrg 50. 1991)

Lees:

https://www.dbnl.org/tekst/_str010199101_01/_str010199101_01_0131.php

Self Portrait
1942, oil on board by Helene Schjerfbeck (1862–1946), private collection
Helene Schjerfbeck, Zelfportret, zwarte achtergrond, 1915, Finnish National Gallery, Ateneum Art Museum, Helsinki, The Hallonblad Collection. Photo: Finnish National Gallery / Hannu Aaltonen

“Schjerfbeck kende Whistler persoonlijk en bewonderde zijn werk enorm, met zijn grijze mist die bruggen en solide gebouwen deed oplossen in een veld van onbestemde vlekken. Whistler, een apostel van kunst omwille van de kunst, was tegen het idee dat schilderijen een verhaal moesten vertellen. Schjerfbeck daarentegen lijkt haar kunst te hebben gezien als een middel om spiritualiteit uit te drukken. In ‘Silence’ (1907), een schilderij dat zo zacht en wazig is dat het voor een pastel zou kunnen worden aangezien, is een bleke vrouw in een lavendelkleurige jurk met hoge hals afgetekend tegen een zwarte achtergrond. In plaats van een kaars of een andere externe lichtbron lijkt het licht op haar gezicht ergens onder haar huid vandaan te komen.”

(NY Times Deborah Solomon. 30-31 december 2025 Her Nordic Noir is belatedly capturing New York )

“Silence,” 1907. Tempera and oil on canvas.Credit…Artists Rights Society (ARS), New York; Nordea Art Foundation Finland Collection Helsinki, via the Metropolitan Museum of Art; Photo by Seppo Hilpo

Seeing Silence: The Paintings of Helene Schjerfbeck

Through April 5, 2026, the Metropolitan Museum of Art, 1000 Fifth Avenue, 212-535-7710, metmuseum.org.

Bekijk op groot scherm deze uitzonderlijk mooi samengestelde ‘exhibition tour’ van Seeing Silence. Alsof je zelf door de verschillende expositie-gangen loopt met de samenstelster als gids, en dat kan nog in het echt tot en met Pasen 2026. (5 april)


De stilte
de ogen gesloten
de weg geschraapte kleuren
openen het onzegbare woord
op het doek
waarin verkleden overbodig is.
Het licht
hijst zich over de rand
en weet bij wie het thuis
mag zijn.
The Tapestry,” 1914-1916, oil on canvas.Credit…Artists Rights Society (ARS), New York; via the Metropolitan Museum of Art; Photo by Per Myrehed

‘Voorspellen, verzetten en verbinden’

125 years ago, did Jean-Marc Côté predict cell phones?

Het wilde wel eens lukken, voorspellen. De bekende prenten van Jean-Marie Côté hoe de wereld er in het jaar 2000 zou uitzien, gemaakt tussen 1899-1910, werden in dat bewuste jaar 2000 graag herbekeken. Het opstellen van een begroting berust ook op die meerduidige activiteit maar ook daar zorgt het wenskarakter (wat je graag zou zien gebeuren) enerzijds en de werkelijke afloop anderzijds (wat er werkelijk gebeurde) zelden voor een symmetrie tussen wens en werkelijkheid. Er wordt met de glazen bol ook wel eens geknikkerd, met de bekende gevolgen die je als ‘scherven rapen’ kunt definiëren.

De toekomst voorspellen door koffiedik te lezen. Charles William Sharpe (1818-1899)

AI laat mij weten dat volgens Pablo Picasso en René Magritte kunst een ‘leugen’ is die ons helpt de waarheid te begrijpen. “Ceci n ‘est pas une pipe” tekst op schilderij van Magritte maakt duidelijk dat een representatie niet het object zelf is. Nu kun je zeggen met Nietzsche ‘We hebben de kunst om niet te sterven aan de waarheid’, maar misschien leren we door de kunst de waarheid begrijpen en kunnen we toch onze illusies behouden? Hoor je het vraagteken?

Kunst. (1) Belangeloos. (2) Houdt de wereld een spiegel voor. “Kunst biedt een andere kijk op de schijnbaar bekende wereld.” – “Ware kunst is agressief.” (3) “Kunst is wat we niet weten, waarover we vragen stellen en waarin we geheimen laten bestaan.” (4) Helend. “Kunst transformeert het schrikwekkende van het bestaan.”  (Het woordenboek van pasklare ideeën. Over kunst en maatschappij). Eddy Bettens. 1999. De Witte Raaf)




Kreuzende Linien, 1923
(Intersecting Lines, 1923) Wassily Kandinsky

Als abstract kunstenaar werden de tijden voor hem echter niet gemakkelijker. Nadat het Bauhaus, waar Kandinsky doceerde, in 1933 de deuren moest sluiten, verhuisde hij naar Frankrijk. In 1938 nodigde Willem Sandberg hem uit voor de tentoonstelling Abstracte Kunst in het Stedelijk. Kandinsky stond Sandberg bij met advies, in de overtuiging dat er op dat moment internationaal een afkeer tegen abstracte kunst bestond. De tentoonstelling bevatte werk van veel emigranten, van wie het werk in Duitsland inmiddels als ‘ontaard’ was verklaard. (Gregor Langfeld 2024. De Witte Raaf)

Het draaien van de aarde, het draaien van de tijd, de om-wentelingen in het voelen en denken. Beweging. Niet alleen in de ruimte maar het verbinden van diverse kunsten en kunstenaars vaak tegen de heersende politieke en esthetische opvattingen. Ook dat is een voorspellende eigenschap: ver-beelden van gevolgen, commentaren vanuit verzet door het bundelen van krachten en ondersteunen van diversiteit. Het innerlijk van toekomstdromen.

Carel Kneulman. ‘Moniment voor het kunstenaarsverzet 1973. Amsterdam


Het beeld van Carel Kneulman bestaat uit een abstracte ‘aan flarden gescheurde’, liggende figuur, waarbij de gebalde vuist de strijdbaarheid tot op het laatste moment lijkt uit te drukken. Op het voetstuk aan de lange kant staat links de tekst:
‘Kunstenaars verzet 1940-1945’
En rechts de tekst:
‘Wat doe jij, nu je land wordt getrapt en geknecht… Gerrit van der Veen’

De beeldhouwer Gerrit-Jan van der Veen (1902-1944) was een zeer actief verzetsstrijder. Hij was organisator van de aanslag die werd gepleegd op het bevolkingsregister dat zich naast Artis bevond. Een belangrijk doelwit omdat aan de hand van het register Joden werden opgeroepen zich te melden voor hun vertrek uit Amsterdam. Na een poging vrienden uit het huis van bewaring te bevrijden is hij opgepakt op zijn onderduikadres aan de Prinsengracht en door de Duitse bezetter in 1944 gefusilleerd in de duinen van Overveen. (kunstwacht nl)

Na een bijna fatale val door een glazen dak in 1912, besluit Marthe Donas dat niets haar nog zal weerhouden van haar droom om kunstenares te worden. Niet haar burgerlijke gezin, niet het aanbreken van de Eerste Wereldoorlog en al zeker niet de vooroordelen die er bestaan tegen vrouwelijke kunstenaars. Ze reist op eigen houtje van Dublin tot Parijs en schildert onder het mysterieuze, genderloze pseudoniem Tour Donas. Met succes: haar kleurrijke kubistische en abstracte schilderijen slaan internationaal aan. Ze zijn te zien op tal van tentoonstellingen doorheen Europa, tot in de Verenigde Staten en Japan toe. (KMSKA ) Te bekijken in het KMSKA te Antwerpen tot en met 11 januari 2026.

Kind met rozen’ (1917/1918) en ‘De tulpen’ (1920) van Marthe Donas
© Privécollecties – Foto’s Marthe Donas Foundation
‘Het prentenboek’ van Marthe Donas (1917/1919)
© Collectie Roberto Polo – Foto Marthe Donas Foundation

Website over Marthe Donas

http://www.marthedonas.be

Je kunt uit de tijd vallen, even vergeten worden, opduiken en beter dan ooit begrepen. Je bent immers niet tijdelijk, maar in de tijd. Je hoeft de tijd niet te volgen, zichtbaarheid kan tijdelijk zijn maar terugkeer omdat de tijd ‘rijper’ is voor je werk en wat je verbeeld hebt aan de tijdelijkheid ontsnapt. Je verbindt telkens weer nieuwe kijkers of inspireert jonge kunstenaars (essen) zonder je op te dringen.

Marthe Donas, Zelfportret, 1920, Marthe Donas Foundation. © Marthe Donas Foundation

Lees boeiend artikel van Ilse Dewever in GVA van 2 oktober 2025

https://www.gva.be/regio/antwerpen/regio-antwerpen/antwerpen/de-blitzcarriere-van-marthe-donas-deze-antwerpse-was-de-eerste-vrouwelijke-avant-gardiste-van-ons-land/89429668.html


Nieuwjaarsbrief

Gelukkig nieuwjaar, Zoet, en dank voor het oude.
Mijn jaren duren lang en die van ons zijn kort.
Je kerstboom staat zijn groen nog in het rond te neuriën
Van de bossen ginder, allemaal zijn zij gekomen
Naar de Daenenstraat om ons hier toe te geuren.
Gelukkig nieuwjaar, Zoet, en dank je voor het oude.

Die dag in maart dat jij mij langzaam overkwam
Is ook vandaag mijn zon. Hij sneeuwt de kamer onder
Met herinneringen die wij worden, warm en koud
Zijn wij voortaan elkaars geheugen en vergetelheid.
Ook straks gaan wij gearmd en stil dit wit in daar.
Gelukkig nieuwjaar, Zoet, en dank voor het oude.

(uit: En verdwijn met mate, 1996)
Leonard Nolens (1947-2025)
Foto Letterenhuis

Een creatief jaar 2026 gewenst waarin de wankele vrede op aarde het aantal mensen die van goede wille zijn kan vergroten en de luidruchtigheid van enkele heersers verzachten terwijl ook ‘in de stilte’ het oude zich met het nieuwe mag vermengen tot een helderheid waarin wij graag elkaar ontmoeten.

Het kind in een kribbe, een visioen van Hugo van der Goes (ca 1480)

Zoek je naar een naam om Hugo van der Goes onder te brengen dan kan hij schuilen onder de luifel van de Vlaamse Primitieven of net zo goed bij de eerste pogingen van de noordelijke renaissance een plaats vinden. Een kwestie van naam, geschiedenis en pogingen om het ongrijpbare in de kunstgeschiedenis te ankeren. Er is dan ook nog de labiliteit van zijn innerlijk om zijn vermeende depressieve aard te belichten en daarrond allerlei verhalen te fingeren iets waar bijvoorbeeld de negentiende eeuw graag aan meedeed, maar kijken we ook naar de verwondering die hij al bijna vijf eeuwen zichtbaar maakt? De engel hierboven, uit ‘de aanbidding van de herders‘ die je nu in de Gemäldegalerie in Berlijn kunt bekijken, oppervlakte bijna twee meter en half op één meter breedte, zweeft teder boven de ezel en vier van zijn reikhalzende knielende engel-soortgenoten. Kijk:

centrumfragment

Mooi en grappig die hoofdjes bij elkaar, os en ezel inbegrepen. De gouden engel is de enige hoog zwevende, hij houdt zijn handjes niet vroom samen maar maakt een gebaartje van: moet je dit nu zien! De knielende soortgenoten bekijken met een beetje ongeloof het wurmpje op het linnen boven op de voederbak. Links, bij het gekroonde even-boven-de-grond-zwevend paar, zie je twee blikrichtingen: eentje naar beneden, de achterste naar boven. Achter Jozef’s rug knielt er nog een groen geklede engel, de handen uit elkaar. Boven de knielende engelen kijken os en ezel net zo aandachtig naar het kind, al zou je kunnen opmerken dat de os stiekem naar de kijker loert. Maria en Jozef zijn jonge mensen, de combinatie van blauwe en rode tinten van hun kledij mag rijkelijk ogen, de eenvoud van de drapage blijft de aandacht voor het naakte kindje in het centrum van het gebeuren beklemtonen. Alle prachtige kleuren benadrukken de tegenstelling: het Jezuskind is naakt en hulpeloos.

Maar er is ook aards bezoek! Twee herders komen bijna letterlijk binnen gevallen. De staande schuift nog vlug de kap van zijn hoofd terwijl de al bijna knielende een en al oog is voor het kindje. Op de achtergrond speelt een herder op de fluit terwijl zijn maatje een liedje zingt en met zijn handen het ritme klapt.. Kijk naar hun gezichtsuitdrukkingen. Mensen zijn het, geen figuranten. Niet dadelijk moeders mooisten brengen ze op hun manier het alledaagse in dit heilige tafereel. Vroeg expressionisme? Was Hugo Van der Goes een tijdreiziger?

Dit innig levende tafereel wordt aan de linker- en de rechter zijkant gepresenteerd door twee personages, links een edelman, rechts een bebaarde wijze ouderling. Zij schuiven aan iedere kant van het gebeuren een groen fluwelen doek opzij alsof het gebeuren een theatervoorstelling is. Ook dat is heel nieuw: de epifanie vanuit het menselijke.

En tenslotte: ‘De aanbidding van de herders’, minder bekend dan het Portinari-drieluik, met hetzelfde onderwerp, te bewonderen in Florence (Uffizi) maar kom je in Berlijn dan is er in de Gemäldegalerie naast de diptiek van de kleine kruisafneming, en het Monforteretabel, ook deze aanbidding van de herders te zien en te bewonderen. Het werk van een kunstenaar die gepijnigd door het bestaan visioenen voor ons aller genezing creëerde. Klik op de tekst onderaan om te vergroten.

Kijk naar grotere afbeelding door op deze tekst te klikken
Meer achtergrond?  Een diepgaand artikel:Hugo van der Goes's Adoration of the shepperds:  Between Ascetic Idealism and Urban Networks in Late Medieval Flanders, Jessica Buskirk.

Toch nog iets vergeten? Kijk maar eens helemaal rechtsboven. De zwartblauwe vleugels van de engel aldaar wijzen naar een buitenruimte waar je een gebeurtenis ziet die de oorzaak was van dit bezoek: het bezoek van de engelen aan de herders. Zij riepen de herders op om het kind te gaan bezoeken.

In Lucas 2:8-15 wordt verteld dat in de omgeving van Bethlehem een groep herders hun kudde schapen aan het hoeden was, toen plots een engel verscheen, met het goede nieuws voor "het hele volk": "Vandaag in de stad van David, is jullie redder geboren, hij is de Messias, de Heer."

"En plotseling voegde zich bij de engel een groot hemels leger dat God prees met de woorden: 'Eer aan God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft'." De herders gingen hierna op weg en vonden Maria, Jozef en het kind aan zoals het was voorspeld. Wat volgde wordt de aanbidding der herders genoemd. 
Detail, Aanbidding van de herders

Wij publiceerden dit artikel op 16 december 2021 en herhalen het op deze kerstavond 24 december 2025.

Het heilige en het aardse in de verbeelding van ‘drie koningen’

Omgeving vanHieronymus Bosch. De aanbidding van de wijzen (circa 1450-1515)

De lege kasteelruimte bepaalt in hoge mate de atmosfeer van het tafereel.Je kijkt tot aan de opgehoogde horizon waar het dagelijkse leven gewoon zijn gangen gaat. Helemaal links op de linkse toren komt nog een engelenhoofdje piepen en zit er een duifje in het open raam terwijl een beetje verder een ander duifje net naar binnen is gegaan en je alleen nog de staart en uithangend nestgroen ziet.

Dit maar om aan te duiden dat het werk ook aandacht heeft voor details en niet alleen voor de mooi uitgedoste koningen. Kijk naar de twee binnen hangende herders door de ovale vensteropening, waar de ene zijn hand warmt en de andere nieuwsgierig de toestand bekijkt en een houlette bij heeft, een werktuig dat herders gebruiken om kleine kluiten aarde uit te graven en naar afdwalende schapen te gooien zodat ze zich weer bij de kudde aansluiten. Kijk je naar het heuvelend landschap dan is er een dansend koppel op de muziek van de gezeten doedelzakspeler onder een boom, een feestelijke stoet ruiters verschijnt, en aan de rechterkant pikken kraaien de laatste restjes van een reuze vis-geraamte om maar enkele dingen te noemen.

Je kunt de bovenste prent vergroten door op het onderschrift te klikken en daarna alle mogelijke details uit te vergroten. De koning met tulband en wierookschrijn kijkt je aan terwijl het kindje meer oog heeft voor de donkere koning. Ook één van de de engelen die een beschermend doek over de ruïne spannen kijkt naar iets dat buiten beeld gebeurt.


De wijzen of magiërs (mogelijk betreft het hier Perzisch-Babylonische astronomen, astrologen en natuurwetenschappers) zijn in de volksverhalen en bij Tertullianus koningen geworden omdat de tekst van Matteüs doet denken aan Jesaja 60,3.6: "Volkeren komen naar uw licht, konin­gen naar de glans van uw dageraad. … Een vloed van kamelen zal u over­dek­ken, dromedarissen van Midjan en Efa; alle bewoners komen uit Seba, met goud en wierook beladen." Onder invloed van deze tekst (en van Psalm 72:10, "(Mogen) de koningen van Tarsis en de kustlanden hem geschenken brengen, / de koningen van Scheba en Seba hem schatting offeren."; ‘hem’ = de koningszoon) zijn de wijzen koningen geworden, die reisden per kameel. (Wikipediaorg.)

‘Ze gingen het huis binnen en vonden het kind met Maria, zijn moeder. Ze wierpen zich neer om het eer te bewijzen. Daarna openden ze hun kistjes met kostbaarheden en boden het kind geschenken aan: goud, wierook en mirre.’

Evangelie volgens Matteüs 2:11

De 3 Wijzen zoeken koning Herodes op en vragen hem waar de pasgeboren koning is. Hij weet het niet maar vraagt het hem te komen zeggen als ze hem gevonden hebben. (© Musée de Cluny – Musée national du Moyen Âge/Jastrow)

De Amerikaanse priester-schrijver Henry van Dyke schreef “The Other Wise Man” over een vierde koning, die nooit aankomt in Betlehem, en al zijn geschenken onderweg aan de armen cadeau doet. In “Gaspard, Melchior et Balthasar” van de Franse schrijver Michel Tournier arriveert die vierde koning pas 33 jaar later in Jeruzalem …  net op tijd voor de kruisiging van Jezus.

Felix Timmermans schreef in 1924 “En waar de sterre bleef stille staan”. Cineast Gust Van den Berghe verfilmde dat toneelstuk in 2010 tot “Little Baby Jesus of Flandr”.

Van T. S. Eliot is het beroemde gedicht “De reis van de Drie Koningen”.

Het was een koude tocht, en de slechtste tijd van het jaar voor een reis, voor zulk een verre reis.

En, het verhaal van Dario Fo ‘Het eerste mirakel van het kindeke Jezus‘ mag hier in levende lijve vermeld worden. Jan Decleir vertelt het verhaal in een opname van Retro Vlaamse TV, 1987. Het begint bij de drie koningen. De beeldkwaliteit is ook nog van een tijdje terug maar door het prachtige spel van Jan Decleir let je daar niet op.





Het verhaal is ook vandaag te vertellen. Hierbij drie mogelijke koningen van vandaag. Of het verhaal vredevol eindigt blijft een open vraag ondanks hun Yalta-kledij.

New Yalta Mark Harris

‘Yalta’ herinnert aan de beroemde foto van Churchill, Roosevelt en Stalin, tijdens de conferentie van Jalta (1945). Twee maanden voor de dood van de Amerikaanse president.

Kijk ook:

Gaten in de donkere dagen(5): Het kijken bekeken

Zelfportret Franz von Lenbach (1836-1904) met tweede vrouw Lolo (Charlotte) en dochters Marion en Gabriele, 1903

Op de rand van 2025 kijkt schilder Franz von Lenbach met tweede vrouw Lolo (Charlotte) von Hornstein en dochters Marion en Gabriele ons aan. Zijn huwelijk met Magdalena gravin Moltke en zijn tweede huwelijk met Lolo von Hornstein waren belangrijke tekenen van zijn sociale vooruitgang. Zijn familie, en vooral zijn dochters Marion en Gabriele, die hij vastlegde in verfijnde portretten die in grote aantallen werden gereproduceerd, zouden later publieke figuren zijn. Tot Lenbachs grote vriendenkring behoorden de schilders Hans Makart en Friedrich August von Kaulbach, Richard Wagner en zijn vrouw Cosima, zijn leraar Carl Theodor von Piloty, de schrijver en Nobelprijswinnaar Paul Heyse en de beeldhouwers Lorenz Gedon en Reinhold Begas. Met zijn zorgvuldig verzorgde levensstijl werd Lenbach zelf het toonbeeld van de prins der schilders, een positie waar veel van zijn collega’s in München eveneens naar streefden. Het nieuwe medium, de fotografie, was hem niet onbekend. Kijk maar naar de foto die het schilderij voorafging en hij voor de compositie zou gebruiken.

We zijn dan in het jaar 1903. Er is volop sprake van een nieuwe schilderkunst. Groepen als ‘Die Brücke’ ( 1905) en daarna ‘Die Blaue Reiter’ (1911) beginnen zich te roeren. Het Duitse expressionisme dat later naar stromingen als ‘De Nieuwe Zakelijkheid’ zal leiden, komt langzaam op de voorgrond. Enkele maanden na het familieportret zal Franz von Lenbach op 6 mei 1904 overlijden. Kijk met dit besef opnieuw naar het schilderij en het prachtige doek hieronder waarop Hanz von Marées zichzelf (links) met Lenbach (rechts) heeft verbeeld. (Ze maakten samen een reis naar Rome.)

Hans von Marées, Dubbelportret: Hans von Marées (links) tijdens zijn jeugd in München met Lenbach (rechts), tableau de 1863 Neue Pinakothek

Dat Hans van Marées een dromer was mag je wellicht al afleiden uit zijn geboortedatum, kerstavond 1837. Er is een mooi kijkboek over hem dat ‘Hans von Marées, ‘Sehnsucht nach gemeinsschaft’‘ is getiteld. (Heimwee naar gezelschap) En dat moet je ook als heimwee naar de antieke leefwereld beschouwen. Hij is dan ook begraven op het protestants kerkhof in Rome, nauwelijks negenenveertig jaar geworden. (1837-1887) Er is duidelijk ook een ‘innerlijk blik’ als je het ‘kijken’ voor bekeken moet houden.

Margaret Bernadine Hall was een Engelse schilderes, geboren in 1863 in Wavertree, Liverpool. Haar vader was Bernard Hall, een koopman, lokaal politicus en filantroop, die in 1879 tot burgemeester van Liverpool werd gekozen. Haar moeder was Margaret Calrow uit Preston, de tweede vrouw van Bernard Hall. Margaret was hun tweede kind en hun oudste dochter. In 1882 verhuisde het gezin naar Londen, maar aan het eind van dat jaar ging de negentienjarige Margaret in Parijs wonen en studeren. Tussen 1888 en 1894 reisde ze veel naar landen als Japan, China, Australië, Noord-Amerika en Noord-Afrika, waarna ze in 1894 terugkeerde naar de Franse hoofdstad. In 1907 verhuisde ze terug naar Engeland, waar ze drie jaar later overleed.

Zij is vooral bekend door dat ene schilderij ‘Fantine’. Margaret Bernadine Hall voltooide haar schilderij getiteld Fantine in 1886. Het stelt het personage Fantine voor uit de roman Les Misérables van Victor Hugo. Fantine werd ontslagen vanwege haar buitenechtelijke kind en moest zich prostitueren om zichzelf en haar dochter te kunnen onderhouden. Op het schilderij zien we hoe Fantine beschermend over haar slapende dochter waakt. Ze kijkt ons aan. Vraag ze: ‘waarom?’ of vindt zij de woorden niet en spreken haar ogen wat met woorden niet te zeggen is?

Fantine (1886) door Margaret Bernadine Hall

Ja, ze noemden hem, Anton Raphael Mengs, ‘de Duitse Raphael’. Begon enkele trapjes lager als zoon van Deense schilder, Ismael Mengs die zich in Dresden vestigde. Neemt je vader je dan mee naar Rome…Zelfs als hofschilder in Saksen tref je hem vaak in Rome aan. Huwde met zijn model, bekeerde zich tot het katholicisme en werd tot directeur van de Vaticaanse schilderschool benoemd. Vermelden wij nog dat hij in Madrid het plafond van de gala- en eetzaal prachtig decoreerde waarna hij terugkeerde naar Rome en daar in wat ’triestige omstandigheden’ heet overleed. Wel liet hij twintig kinderen na waarvan zeven steun kregen van de Spaanse koning. Vermeld ik nog de innige band met Joachim Winckelman wiens belangstelling voor de klassieke oudheid hij deelde. Je vindt hem in de geschiedenis als tijdgenoot van schilder Batoni en als vriend van Giacamo Casanova die hem en zijn reputatie in zijn ‘Histoire de Ma Vie’ beschreef. Een bezig, kundig en gevoelig mens dus.


Mengs' afbeeldingen van prominente modellen vallen op door hun verfijning, maar zijn afbeeldingen van zichzelf zijn compromisloos en direct. Hij schilderde dit zelfportret, een van de drie bekende versies, in Madrid in 1776, toen zijn gezondheid al achteruit begon te gaan. Een symptoom van zijn ziekte is te zien aan de verkleurde zwelling op zijn voorhoofd

Anton Raphael Mengs Self Portrait 1774

zie uitvoerige beschrijving en voorbeelden in het Museo del Prado

https://www.museodelprado.es/en/the-collection/artist/mengs-anton-raphael/bcd5ee4e-bcc3-472b-a832-a4800279e0e0

En kijk, dertig jaar eerder, 1744

Anton Raphael MengsStaatliche Kunstsammlungen Dresden, online collection 1744

En heel vroeg, een zelfportret toen hij 12-13 was.

Self-Portrait at Twelve Years Old, 1740
Black and red chalk
Kupferstich-Kabinett, Staatliche Kunstsammlungen Dresden, INV. NO. C 2464
Wat betekende het in 1740 om een twaalfjarige tekenaar te zijn die met gekleurde krijtjes zijn eigen gelijkenis kon vastleggen? Dit zelfportret is een ongewoon volwassen jeugdwerk, en zelden hebben we dateerbare werken uit deze vroege fase van een kunstenaarscarrière. De Duitse traditie is echter opvallend sterk in dergelijke werken: een van de meest memorabele is een opvallend zelfportret dat in 1484 werd gemaakt door de 13-jarige Albrecht Dürer. Toen Mengs dit blad maakte, stond hij onder begeleiding van zijn vader en maakte hij de overstap van het maken van kopieën naar het tekenen naar het leven. We zien een van zijn eerste pogingen tot tekenen met behulp van een spiegel, waarbij hij zichzelf als model gebruikt. Op een oud stukje papier dat ooit aan de achterkant van de tekening was bevestigd, staat vermeld dat Mengs het blad aan een klasgenoot gaf voordat de kunstenaar en zijn familie naar Italië vertrokken. Deze gewoonte om tekeningen te geven en uit te wisselen zou in de negentiende eeuw onder jonge Duitse kunstenaars hoogtij vieren.  

Jennifer Tonkovich, Eugene and Clare Thaw Curator of Drawings and Prints The Morgan Library & Museum

https://www.themorgan.org/exhibitions/online/van-eyck-to-mondrian/anton-raphael-mengs

Waar raken wij elkaar?
Jaren gestapeld met namen.
Een mens bekeken,
uitgeknipt met scherpe schaar:
kunnen we elkander spreken?
Of is het met een ver, teder gebaar,
wuivend achter ontelbare ramen?
Voorzichtig uit het voorbije breken
en zeggen wat wij toen ontweken?

Gmt
Black chalk on tan wove paper, circa 1750. 200×190 mm; 7 7/8×7 1/2 inches. Signed in chalk, lower left recto. Circa 1750

Provenance: Elizabeth Hamilton-Jeffrey Wortman, Inc., New York; sold to private collection, New York, October 1989.

Op de tekening hierboven is hij 20-22 jaar.

Zijn graf in de Friezen-kerk te Rome

Gaten in de donkere dagen(4): ‘Coba Ritsema'(1878-1961) een intro

De Volkskrant schreef: “Coba Ritsema’s schilderijen komen op je af als een oase.” Dat is een vrij dreigende gewaarwording; schilderijen doordringen je; het ‘op-je-afkomen’ kun je door het begrip ‘doordringen je’ vervangen; daarin zit de geleidelijkheid. Het oase-gevoel vraagt geleidelijkheid. Door-dringen. Dat doen ze vooral als je dus tijd en vaak ook afstand neemt. Het impressionisme en zijn uitlopers choqueerde niet door zijn onderwerpen, maar omdat kijkers gewend waren een doek in één oogopslag waar te nemen en het tegelijkertijd te taxeren lazen zij het als een opeenstapeling van vlekken. Met even achteruit te gaan staan, de ruimte toe te laten, word je deelgenoot. De vlekken zijn licht-accenten of schaduwtinten geworden.

Coba Ritsema ‘Liggende vrouw op een bank. 58 x 77cm olieverf op doek.
Het Frans Hals Museum zet de Haarlemse kunstenares Coba Ritsema (Haarlem 1876 - Amsterdam 1961) in de schijnwerpers. In een tijd waarin gemiddeld maar één op de vijf kunstenaars vrouw is, heeft Coba Ritsema met haar schilderijen en pasteltekeningen groot succes in binnen- en buitenland.
Rond 1900 werd ze geprezen om haar portretten en stillevens, in het bijzonder vanwege de mooie en harmonieuze kleuren. Vooral haar verstilde voorstellingen van meisjes die je op de rug ziet vielen in de smaak. Ze ontving lovende kunstkritieken en won belangrijke prijzen in binnen- en buitenland, zoals een stimuleringsprijs in 1900 bij kunstenaarsvereniging Arti et Amicitiae in Amsterdam. Ook haar stillevens schilderde ze met opvallend vrije penseelstreken die schetsmatig leken maar zorgvuldig waren uitgedacht. (Frans Hals Museum Haarlem)
Coba Ritsema. Atelier. Zittend meisje Olieverf op doek. 74cm X 50. Kunstmuseum Den Haag

“Het is hoog tijd om het werk van Ritsema weer onder de aandacht te brengen,” aldus Maaike Rikhof, conservator moderne kunst van het Frans Hals Museum, die eerder de tentoonstellingen De Nieuwe Vrouw (Singer Laren, 2022-2023) en The Art of Drag (Frans Hals Museum, 2024) samenstelde. Ze noemde zichzelf weliswaar geen feminist, maar voer wel haar eigen koers, en maakte op die manier de weg vrij voor vele vrouwelijke kunstenaars na haar. Ze brak niet met de heersende conventies, maar zette die naar haar eigen hand. Binnen de vastomlijnde kaders van wat voor vrouwen in haar tijd in Nederland mogelijk was, blonk ze uit en behaalde ze het hoogst haalbare. Omdat ze in haar werk altijd trouw bleef aan de zichtbare werkelijkheid, werd ze na haar dood als een vrij traditionele schilder gezien, terwijl ze juist liet zien hoe je modern kunt zijn zonder abstracte kunst te maken.” (Frans Halsmuseum Haarlem)

https://franshalsmuseum.nl/nl/nieuws/eerste-solotentoonstelling-van-coba-ritsema

Coba Ritsema, Voor den spiegel, ca. 1902 © Particuliere collectie, voorheen Kunstgalerij Albricht, Oosterbeek

Van Ritsema zijn weinig uitspraken bekend, maar in 1940 zei zij (in dit blad) dat zij als studente werk van Renoir, Degas, Delacroix, Sisley en Manet zag, en dat vooral die laatste diepe indruk maakte; ook noemde ze Velázquez. Die referenties zijn hier goed te herkennen. De tentoonstelling wil per se memoreren dat ze níet bij Breitner in de leer ging, maar het is onmiddellijk duidelijk dat zij diens eigengereide, half-abstracte manier van schilderen van nabij heeft gezien en ook eigen heeft gemaakt. De witte jurk van het Meisje met kat is puur breitneriaans, wild en virtuoos geschilderd, net als het fantastische Stilleven met parasol.

(Koen Kleijn. 'Vrouw Alleen. De Groene Amsterdammer. 1 oktober 2025)

Coba Ritsema, Stilleven met roze parasol, 1918 © Frans Halsmuseum, Haarlem

Het boek ‘Coba Ritsema, Oog voor kleur‘ biedt je een inkijk in de toenmalige opleiding van jonge vrouwen die schilderen als beroep kozen. Ook na hun opleiding bleven zij elkaar opzoeken zoals in de groep die ‘ de Amsterdamse Joffers’ werd genoemd.

Tot de Amsterdamse Joffers behoorden Lizzy Ansingh, Marie van Regteren Altena, Coba Ritsema, Ans van den Berg, Jacoba Surie, Nelly Bodenheim, Betsy Westendorp-Osieck en Jo Bauer-Stumpff. Een aantal van hen had les van professor August Allebé die hen ook wel eens ‘de paletvriendinnen’ noemde.

September 1926. Amsterdamse Joffers

Vrouwelijke kunstenaars van eind 19e, begin 20e eeuw, hadden het niet makkelijk. Vrouwen uit de betere standen werden in die tijd niet geacht buitenshuis te werken of geld te verdienen. Eropuit trekken om landschappen te schilderen gold als ongepast. De leden van de Amsterdamse Joffers waren zodoende aangewezen op het atelier en zij muntten dan ook uit in onderwerpen die binnenshuis te vinden zijn: stillevens, portretten, interieurs en genrevoorstellingen. Charley Toorop (geboren in 1891) was in Nederland een van de eerste vrouwelijke kunstenaars die hiermee brak en zich waagde aan “mannelijke” onderwerpen. (Wikipedia)

Kijk naar het fraaie portret van Lizzy Ansingh door haar tante Thérèse Schwartze gemaakt.

Lizzy (Maria Elisabeth Georgina) Ansingh (1875-1959) .*oil on canvas .*78 × 62 cm .*signed t.r.: Th. Schwartze 1902
Coba Ritsema (1876 – 1961) – De blauwe boeken – Collectie Stichting de Kunsttunnel

Coba Ritsema, oog voor kleur tentoonstelling in het Frans Hals Museum in Haarlem tot 1 maart 2026

https://franshalsmuseum.nl/nl/zien-en-doen/coba-ritsema

Het boek Coba Ritsma Oog voor kleur (112 p) is uitgegeven door Wanders uitgevers. Hier boven enkele pagina’s.

Coba Ritsma Zittend Meisje met slingerende benen 1899-1910. olie op doek
Coba Ritsma. Staand schoolmeisje 1905

Gaten in donkere dagen (2): Mabel Pryde (Nicholson) (1871-1918)

Mabel Pryde: Nancy with Rabbit. 1909

Mabel Pryde werd in 1871 in Edinburgh geboren als jongste van zes kinderen. Op 17-jarige leeftijd werd ze naar de Bushey Art School in Hertfordshire gestuurd, waar ze William Nicholson ontmoette, met wie ze in 1893 zou huwen..

Een mooie opening. William Nicholson was niet de eerste de beste, of wat schilderen betreft toch wel. Echt de eerste en de beste. Maar vandaag gaat het over ‘de vrouw in de schaduw’ zoals dat zo mooi heet. Die schaduw was bijzonder groot als je een beschrijving leest van de familie Nicholson:

"De familie Nicholson is al lang bekend in de wereld van de gecultiveerde middenklasse, met als belangrijkste figuren de kunstenaars William en (zijn zoon) Ben; Williams dochter Nancy, een fervent feministe, illustratrice en ontwerpster, die getrouwd was met de dichter en romanschrijver Robert Graves; een andere zoon van William, Kit, een succesvol architect; en de eerste en tweede vrouw van Ben, Winifred Nicholson en Barbara Hepworth."
(Anna McNay Studio International 2024)

'

Mabel Pryde Nicholson, The Red Jersey, c1912. Aberdeen Art Gallery.

Een beetje verontrustend zou je’ t kunnen noemen: Nicholson heeft haar gezicht op een aantal foto’s in familiealbums weggekrast. Op een pagina heeft William tamelijk grappig, geschreven: “uitgescheurd door Prydie”, alsof zoiets als een soort veel voorkomende familiegrap bekend was. Gelooft Davies dat Nicholson gewoon een hekel had aan haar uiterlijk? Ze was zeker verlegen en ongemakkelijk als ze werd afgebeeld, zowel op film als in schilderijen.

Uit het foto-album 1905, met potlood bijgescgreven ”What a shame!’

Vermeldingen door de jaren heen – bijvoorbeeld in biografieën van Ben – waren niet altijd even vriendelijk en gaven haar zelfs de schuld van de “onzekere persoonlijkheid” van haar oudste zoon, maar als trouwe zoon bleef hij altijd volhouden dat ze zijn “rots in de branding” was, gezegend met “doelgerichtheid en integriteit”. Haar karakter lijkt inderdaad veelzijdig te zijn geweest, en haar schoonzoon Graves beschreef haar in zijn autobiografie als “een mooie, eigenzinnige Schotse melancholische persoon”. (ibidem)

Mabel Pryde Nicholson, The Artist’s Daughter, Nancy as Harlequin, 1910

Aanvankelijk woonden ze in Eight Bells, Denham, Buckinghamshire, samen met Mabels broer James. De familie verhuisde later, in 1909, naar Rottingdean en werd daar onderdeel van de levendige kunstenaarskolonie. Deze omgeving bevorderde een voortdurende uitwisseling van ideeën en artistieke perspectieven en beïnvloedde hun eigen artistieke ontwikkeling aanzienlijk. Bijzonder belangrijk was de verbinding met andere kunstenaars zoals Walter Sickert en Charlotte Perkins Gilman, wiens werken Mabel inspireerden en haar begrip van sociale kwesties uitbreidden.

Orpen, William; A Bloomsbury Family; National Galleries of Scotland; http://www.artuk.org/artworks/a-bloomsbury-family-211556

‘A Bloomsbury Family’ van Sir William Orpen toont de kunstenaar William Nicholson en zijn gezin.
Nicholsons vrouw, de schilderes Mabel Pryde, staat bij de deur. Aan tafel zitten van links naar rechts de kinderen van Nicholson: Nancy, die schilderes en textielontwerpster werd; Tony, die in 1918 tijdens de oorlog omkwam; en Ben, die de belangrijkste abstracte kunstenaar van Groot-Brittannië zou worden. Op de voorgrond staat Christopher of ‘Kit’. Hij werd architect. Orpen zelf wordt weerspiegeld in de bolle spiegel (1907).

Mabel Pryde Nicholson, Ernesto, 1913. Pallant House Gallery.

The Grange. 1911 The Grange (around 1911) shows the artist’s children Kit and Nancy in their Sussex home
This painting depicts Pryde's children Nancy (1899-1977) and Kit (1904-1948). Nancy is shown seated and in profile, whilst Kit is seen through a door, wearing a Glengarry cap and standing in the black-and-white tiled hall. Behind him a door opens on to the dining room. The complex composition, at once interior and double-portrait, is lit from several sources. Shadow and reflection play a part in creating an atmosphere of contemplation and anticipation. Pryde frequently painted her four children and insisted on paying them a small fee to model.(national galleries)

Het was geen gemakkelijke taak om Mabel uit de schaduw van de mannen in haar leven te halen en een beeld van haar te schetsen om haar eigen artistieke prestaties te beschrijven. Van onbetrouwbare bronnen – zoals Williams partner op latere leeftijd, die haar lang geleden overleden rivale omschreef als nerveus, somber, lui en bekrompen – tot bewaard gebleven familiealbums waarin Mabel vaak haar eigen gezicht had gekrast of uitgescheurd, was Mabel Nicholson vrijwel verdwenen uit de geschiedenis van de moderne Britse kunst. Zelfs op foto’s van de kunstenares die intact zijn gebleven, kan haar uiterlijk van foto tot foto aanzienlijk verschillen, waarbij haar gezicht vaak van de camera is afgewend of in de schaduw ligt door de rand van een grote hoed. Zoals Lucy Davies, auteur van het nieuwe boek over de kunstenares, uitlegde: “Dit alles in elkaar puzzelen kan aanvoelen als het verzamelen van scherven van een gebroken spiegel en ontdekken dat ze niet helemaal in elkaar passen. (Lucy Davis)

Mabel Nicholson by. Lucy Davis. Eiderdown books 2024

Haar zoon Tony, die als tweede luitenant bij de Royal Field Artillery aan het front vocht in de Eerste Wereldoorlog en in 1918 stierf aan schotwonden was enkele weken daarvoor met verlof naar huis gekomen en had daar zonder het te weten zijn liefhebbende moeder besmet met de Spaanse griep. Tragisch genoeg overleefde zij dit niet en stierf op 47-jarige leeftijd – een verspilling van veel potentieel talent.


De laatste maand van het jaar. Met nu en dan, door de donkere gaten, een bericht, een prent, een verhaal, gedicht. 'Gaten in de donkere dagen'. Met inkijk in de lichtere wereld. Bij leven en welzijn. .

Aanvullende lectuur:

William Orpen als kind?

Gaten in donkere dagen (1): Heliotroop.

‘Heliotroop’. Neen, niet de steen, maar -ik mag dat oude Grieks toch nog eens citeren: ‘helios’ dat is zon en ’tropein’ dat betekent ‘draaien’, een bloem dus die met de zon zou meedraaien. ‘Heliotroop’. Zacht uitspreken, de aangeblazen ‘h’ niet vergeten, en geloof niet te vlug in sprookjes, want een heliotroop-bloem (Heliotropium) staat zo vast als buntgras en alleen de wind kan er zijn verhaal kwijt wat meestal enkel met licht buigen en wiegen wordt beantwoord, maar draaien? Een sprookje. Al riekt ze naar kersen en vanille, haar diepblauwe bloemen zijn giftig voor honden, katten en mensen, zegt AI, netjes gespiekt uit wat vroeger een encyclopedie heette. Maar, het is mij om de kleur te doen. Heliotroop is (ook) een kleur. Zoals de meeste kleuren, met een verhaal.

Heliotropium

Hoe beschrijf je een kleur? Digitaal met een code. De hex-code (#DF73FF) die de lichte paars-magenta tint vertegenwoordigt. Heliotroop. Hier is het lijstje van de purperen familie:

-Tyrisch purper
-Orchilla
-Magenta
-Mauve-
-Heliotroop
-Violet

Image palette Shades of Heliotrope color #DF73FF hex png

Dit zijn de verschillende palette shades, ongeveer middenin benadert deze balk de ‘heliotroop-kleur’

In het unieke gekartonneerde boek: ‘Het geheime leven van kleuren’ een Nederlandse vertaling van ‘The secret Life of Colour’ geschreven door Kassia St Clair, achttiende druk november 2022 en prachtig uitgegeven door Meuelenhoff A’dam. vind je voor elke kleur (elke pagina heeft een eigen kleurenbalk ) heel wat mooie wetenswaardigheden over geschiedenis, samenstelling en gebruik. Een graag gekregen geschenk!

Al deze verrassende verhalen lopen als een helderrode draad door de geschiedenis heen en Kassia St Clair heeft haar levenslange obsessie met kleuren en waar ze vandaan komen in een unieke studie van de menselijke beschaving gegoten. Het geheime leven van kleuren gaat over mode en politiek, kunst en oorlog, over Picasso’s blauwe periode, over het rood van Mondriaan en dat van Leicester-kaas. Dit kleurrijke verhaal geeft een ander zicht op onze geschiedenis en cultuur.  (Standaard Boekhandel)

De zoete kersengeur van de heliotropium had een voorouder die als ingrediënt voor een Egyptisch parfum diende, geëxporteerd naar Griekenland en Rome.

"Deze kleur beleefde zijn hoogtepunt tegen het eind van de negentiende eeuw, tijdens de snelle opkomst van veel tinten paars. Voor een deel dankte hij zijn aantrekkingskracht aan het feit dat hij nieuw was. Voor het mauve van William
 Perkin  was paars moeilijk geweest om te maken en had het nog de keizerlijke glans van zijn vroegere status, dus misschien moeten we het de victorianen maar vergeven dat er in het decennium daarna steeds meer combinaties met heliotroop opkwamen die pijn deden aan de ogen. In 1880 droeg men de kleur met lichtgroen of abrikoos; later met kanariegeel, eucalyptusgroen, bronsgroen of pauwblauw. ‘Geen kleur is blijkbaar te fel,’ schreef een recensent. ‘De combina
ties zijn soms nogal onthutsend.”

(Het geheime leven van kleuren p. 172)

Maar heliotroop duidde ook op ’toewijding. Het was dus een van de weinige kleuren die een vrouw na de dood van de geliefde mocht dragen. In een periode van halfrouw, schrijft Kassia St. Clair, moest je heliotroop en andere zachte tinten dragen. Maar ook personages die zich ‘onfatsoenlijk’ gedragen zijn vaak in deze kleur gekleed. (met voorbeelden uit de literatuur van toen en nu.)

Dichter bij huis, in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, vond ik een schilderij waarin heliotroop naast de andere paarsen uit de familie mee de atmosfeer bepaalt.

‘Maria Sèthe aan het harmonium’. Theo Van Rysselberghe. 1891

“De schilder plaatste op het doek min of meer zuivere kleuren in kleine stippen naast elkaar om ze, volgens destijds recente wetenschappelijke inzichten, in het oog van de toeschouwer te laten versmelten tot de gewenste tint. Dat intensiveert de luminositeit van het beeld. Hij gebruikte de techniek meesterlijk, maar was geen orthodoxe neo-impressionist. Om zijn modellen natuurgetrouw te portretteren gebruikte hij kleinere stippen voor het gelaat. Haarlokken en de contouren van de gelaatstrekken werden in dunne penseelstreken geaccentueerd. In dit werk maakte hij ook gebruik van een dynamisch patroon van kronkelende bewegingen van links onder tot in de rechter bovenhoek, die als het ware tot rust worden gebracht door de nagenoeg horizontale lijnen van het muziekinstrument. De paarse of violette kleur van Maria’s jurk en van het gordijn domineert het beeld. De kleurstof werd sedert midden 19de eeuw industrieel vervaardigd in vele varianten: mauve, magenta, heliotroop enz. De kleur was op een bepaald moment zozeer in de mode dat polemisten als Oscar Wilde het een kleur voor onbetrouwbare dames vonden. De voorkeur van de Franse impressionisten voor blauwe en violette schaduwen, indigomanie, werd van meet af aan bespot. Maar in weinig schilderijen krijgt paars zo demonstratief de hoofdrol als hier. Het portret kreeg in de huizen die Van de Velde voor zijn gezin liet bouwen in Ukkel, Weimar, Scheveningen en Tervuren steeds een ereplaats.”

(Vlaamsekunstcollectie.be)

Lees helemaal:

https://vlaamsekunstcollectie.be/collectie/2690

https://vlaamsekunstcollectie.be/nieuws/theo-van-rysselberghe-maria-sethe-kmska

LEGT ZIJ HAAR KOUDE WITTE MANTEL

Legt zij haar koude witte mantel
over rommel en rattenholen, het geblaas
en gemekker, zwijgend als een kind
dat zijn geheimen deelt voor het als een ster
de verglaasde hemel siert, ook over zoveel
ogen-blikken spreidt zij haar vlokkendeken,
verbergt zij wat te lang het licht zag en verbleekte
bij gereutel en geratel van de persen,
vernevelt zij vergeten in de zware traagheid
waarmee zij op de daken ligt,
de herinnering,
mijn witte fee.

De laatste maand van het jaar. Met nu en dan, door de donkere gaten, een bericht, een prent, een verhaal, gedicht.  'Gaten in de donkere dagen'. Met inkijk in de lichtere wereld. Bij leven en welzijn. .

https://indestilte.blog/2022/07/04/het-steeds-veranderend-licht/.