Gaten in de donkere dagen(5): Het kijken bekeken

Zelfportret Franz von Lenbach (1836-1904) met tweede vrouw Lolo (Charlotte) en dochters Marion en Gabriele, 1903

Op de rand van 2025 kijkt schilder Franz von Lenbach met tweede vrouw Lolo (Charlotte) von Hornstein en dochters Marion en Gabriele ons aan. Zijn huwelijk met Magdalena gravin Moltke en zijn tweede huwelijk met Lolo von Hornstein waren belangrijke tekenen van zijn sociale vooruitgang. Zijn familie, en vooral zijn dochters Marion en Gabriele, die hij vastlegde in verfijnde portretten die in grote aantallen werden gereproduceerd, zouden later publieke figuren zijn. Tot Lenbachs grote vriendenkring behoorden de schilders Hans Makart en Friedrich August von Kaulbach, Richard Wagner en zijn vrouw Cosima, zijn leraar Carl Theodor von Piloty, de schrijver en Nobelprijswinnaar Paul Heyse en de beeldhouwers Lorenz Gedon en Reinhold Begas. Met zijn zorgvuldig verzorgde levensstijl werd Lenbach zelf het toonbeeld van de prins der schilders, een positie waar veel van zijn collega’s in München eveneens naar streefden. Het nieuwe medium, de fotografie, was hem niet onbekend. Kijk maar naar de foto die het schilderij voorafging en hij voor de compositie zou gebruiken.

We zijn dan in het jaar 1903. Er is volop sprake van een nieuwe schilderkunst. Groepen als ‘Die Brücke’ ( 1905) en daarna ‘Die Blaue Reiter’ (1911) beginnen zich te roeren. Het Duitse expressionisme dat later naar stromingen als ‘De Nieuwe Zakelijkheid’ zal leiden, komt langzaam op de voorgrond. Enkele maanden na het familieportret zal Franz von Lenbach op 6 mei 1904 overlijden. Kijk met dit besef opnieuw naar het schilderij en het prachtige doek hieronder waarop Hanz von Marées zichzelf (links) met Lenbach (rechts) heeft verbeeld. (Ze maakten samen een reis naar Rome.)

Hans von Marées, Dubbelportret: Hans von Marées (links) tijdens zijn jeugd in München met Lenbach (rechts), tableau de 1863 Neue Pinakothek

Dat Hans van Marées een dromer was mag je wellicht al afleiden uit zijn geboortedatum, kerstavond 1837. Er is een mooi kijkboek over hem dat ‘Hans von Marées, ‘Sehnsucht nach gemeinsschaft’‘ is getiteld. (Heimwee naar gezelschap) En dat moet je ook als heimwee naar de antieke leefwereld beschouwen. Hij is dan ook begraven op het protestants kerkhof in Rome, nauwelijks negenenveertig jaar geworden. (1837-1887) Er is duidelijk ook een ‘innerlijk blik’ als je het ‘kijken’ voor bekeken moet houden.

Margaret Bernadine Hall was een Engelse schilderes, geboren in 1863 in Wavertree, Liverpool. Haar vader was Bernard Hall, een koopman, lokaal politicus en filantroop, die in 1879 tot burgemeester van Liverpool werd gekozen. Haar moeder was Margaret Calrow uit Preston, de tweede vrouw van Bernard Hall. Margaret was hun tweede kind en hun oudste dochter. In 1882 verhuisde het gezin naar Londen, maar aan het eind van dat jaar ging de negentienjarige Margaret in Parijs wonen en studeren. Tussen 1888 en 1894 reisde ze veel naar landen als Japan, China, Australië, Noord-Amerika en Noord-Afrika, waarna ze in 1894 terugkeerde naar de Franse hoofdstad. In 1907 verhuisde ze terug naar Engeland, waar ze drie jaar later overleed.

Zij is vooral bekend door dat ene schilderij ‘Fantine’. Margaret Bernadine Hall voltooide haar schilderij getiteld Fantine in 1886. Het stelt het personage Fantine voor uit de roman Les Misérables van Victor Hugo. Fantine werd ontslagen vanwege haar buitenechtelijke kind en moest zich prostitueren om zichzelf en haar dochter te kunnen onderhouden. Op het schilderij zien we hoe Fantine beschermend over haar slapende dochter waakt. Ze kijkt ons aan. Vraag ze: ‘waarom?’ of vindt zij de woorden niet en spreken haar ogen wat met woorden niet te zeggen is?

Fantine (1886) door Margaret Bernadine Hall

Ja, ze noemden hem, Anton Raphael Mengs, ‘de Duitse Raphael’. Begon enkele trapjes lager als zoon van Deense schilder, Ismael Mengs die zich in Dresden vestigde. Neemt je vader je dan mee naar Rome…Zelfs als hofschilder in Saksen tref je hem vaak in Rome aan. Huwde met zijn model, bekeerde zich tot het katholicisme en werd tot directeur van de Vaticaanse schilderschool benoemd. Vermelden wij nog dat hij in Madrid het plafond van de gala- en eetzaal prachtig decoreerde waarna hij terugkeerde naar Rome en daar in wat ’triestige omstandigheden’ heet overleed. Wel liet hij twintig kinderen na waarvan zeven steun kregen van de Spaanse koning. Vermeld ik nog de innige band met Joachim Winckelman wiens belangstelling voor de klassieke oudheid hij deelde. Je vindt hem in de geschiedenis als tijdgenoot van schilder Batoni en als vriend van Giacamo Casanova die hem en zijn reputatie in zijn ‘Histoire de Ma Vie’ beschreef. Een bezig, kundig en gevoelig mens dus.


Mengs' afbeeldingen van prominente modellen vallen op door hun verfijning, maar zijn afbeeldingen van zichzelf zijn compromisloos en direct. Hij schilderde dit zelfportret, een van de drie bekende versies, in Madrid in 1776, toen zijn gezondheid al achteruit begon te gaan. Een symptoom van zijn ziekte is te zien aan de verkleurde zwelling op zijn voorhoofd

Anton Raphael Mengs Self Portrait 1774

zie uitvoerige beschrijving en voorbeelden in het Museo del Prado

https://www.museodelprado.es/en/the-collection/artist/mengs-anton-raphael/bcd5ee4e-bcc3-472b-a832-a4800279e0e0

En kijk, dertig jaar eerder, 1744

Anton Raphael MengsStaatliche Kunstsammlungen Dresden, online collection 1744

En heel vroeg, een zelfportret toen hij 12-13 was.

Self-Portrait at Twelve Years Old, 1740
Black and red chalk
Kupferstich-Kabinett, Staatliche Kunstsammlungen Dresden, INV. NO. C 2464
Wat betekende het in 1740 om een twaalfjarige tekenaar te zijn die met gekleurde krijtjes zijn eigen gelijkenis kon vastleggen? Dit zelfportret is een ongewoon volwassen jeugdwerk, en zelden hebben we dateerbare werken uit deze vroege fase van een kunstenaarscarrière. De Duitse traditie is echter opvallend sterk in dergelijke werken: een van de meest memorabele is een opvallend zelfportret dat in 1484 werd gemaakt door de 13-jarige Albrecht Dürer. Toen Mengs dit blad maakte, stond hij onder begeleiding van zijn vader en maakte hij de overstap van het maken van kopieën naar het tekenen naar het leven. We zien een van zijn eerste pogingen tot tekenen met behulp van een spiegel, waarbij hij zichzelf als model gebruikt. Op een oud stukje papier dat ooit aan de achterkant van de tekening was bevestigd, staat vermeld dat Mengs het blad aan een klasgenoot gaf voordat de kunstenaar en zijn familie naar Italië vertrokken. Deze gewoonte om tekeningen te geven en uit te wisselen zou in de negentiende eeuw onder jonge Duitse kunstenaars hoogtij vieren.  

Jennifer Tonkovich, Eugene and Clare Thaw Curator of Drawings and Prints The Morgan Library & Museum

https://www.themorgan.org/exhibitions/online/van-eyck-to-mondrian/anton-raphael-mengs

Waar raken wij elkaar?
Jaren gestapeld met namen.
Een mens bekeken,
uitgeknipt met scherpe schaar:
kunnen we elkander spreken?
Of is het met een ver, teder gebaar,
wuivend achter ontelbare ramen?
Voorzichtig uit het voorbije breken
en zeggen wat wij toen ontweken?

Gmt
Black chalk on tan wove paper, circa 1750. 200×190 mm; 7 7/8×7 1/2 inches. Signed in chalk, lower left recto. Circa 1750

Provenance: Elizabeth Hamilton-Jeffrey Wortman, Inc., New York; sold to private collection, New York, October 1989.

Op de tekening hierboven is hij 20-22 jaar.

Zijn graf in de Friezen-kerk te Rome

Gaten in de donkere dagen(4): ‘Coba Ritsema'(1878-1961) een intro

De Volkskrant schreef: “Coba Ritsema’s schilderijen komen op je af als een oase.” Dat is een vrij dreigende gewaarwording; schilderijen doordringen je; het ‘op-je-afkomen’ kun je door het begrip ‘doordringen je’ vervangen; daarin zit de geleidelijkheid. Het oase-gevoel vraagt geleidelijkheid. Door-dringen. Dat doen ze vooral als je dus tijd en vaak ook afstand neemt. Het impressionisme en zijn uitlopers choqueerde niet door zijn onderwerpen, maar omdat kijkers gewend waren een doek in één oogopslag waar te nemen en het tegelijkertijd te taxeren lazen zij het als een opeenstapeling van vlekken. Met even achteruit te gaan staan, de ruimte toe te laten, word je deelgenoot. De vlekken zijn licht-accenten of schaduwtinten geworden.

Coba Ritsema ‘Liggende vrouw op een bank. 58 x 77cm olieverf op doek.
Het Frans Hals Museum zet de Haarlemse kunstenares Coba Ritsema (Haarlem 1876 - Amsterdam 1961) in de schijnwerpers. In een tijd waarin gemiddeld maar één op de vijf kunstenaars vrouw is, heeft Coba Ritsema met haar schilderijen en pasteltekeningen groot succes in binnen- en buitenland.
Rond 1900 werd ze geprezen om haar portretten en stillevens, in het bijzonder vanwege de mooie en harmonieuze kleuren. Vooral haar verstilde voorstellingen van meisjes die je op de rug ziet vielen in de smaak. Ze ontving lovende kunstkritieken en won belangrijke prijzen in binnen- en buitenland, zoals een stimuleringsprijs in 1900 bij kunstenaarsvereniging Arti et Amicitiae in Amsterdam. Ook haar stillevens schilderde ze met opvallend vrije penseelstreken die schetsmatig leken maar zorgvuldig waren uitgedacht. (Frans Hals Museum Haarlem)
Coba Ritsema. Atelier. Zittend meisje Olieverf op doek. 74cm X 50. Kunstmuseum Den Haag

“Het is hoog tijd om het werk van Ritsema weer onder de aandacht te brengen,” aldus Maaike Rikhof, conservator moderne kunst van het Frans Hals Museum, die eerder de tentoonstellingen De Nieuwe Vrouw (Singer Laren, 2022-2023) en The Art of Drag (Frans Hals Museum, 2024) samenstelde. Ze noemde zichzelf weliswaar geen feminist, maar voer wel haar eigen koers, en maakte op die manier de weg vrij voor vele vrouwelijke kunstenaars na haar. Ze brak niet met de heersende conventies, maar zette die naar haar eigen hand. Binnen de vastomlijnde kaders van wat voor vrouwen in haar tijd in Nederland mogelijk was, blonk ze uit en behaalde ze het hoogst haalbare. Omdat ze in haar werk altijd trouw bleef aan de zichtbare werkelijkheid, werd ze na haar dood als een vrij traditionele schilder gezien, terwijl ze juist liet zien hoe je modern kunt zijn zonder abstracte kunst te maken.” (Frans Halsmuseum Haarlem)

https://franshalsmuseum.nl/nl/nieuws/eerste-solotentoonstelling-van-coba-ritsema

Coba Ritsema, Voor den spiegel, ca. 1902 © Particuliere collectie, voorheen Kunstgalerij Albricht, Oosterbeek

Van Ritsema zijn weinig uitspraken bekend, maar in 1940 zei zij (in dit blad) dat zij als studente werk van Renoir, Degas, Delacroix, Sisley en Manet zag, en dat vooral die laatste diepe indruk maakte; ook noemde ze Velázquez. Die referenties zijn hier goed te herkennen. De tentoonstelling wil per se memoreren dat ze níet bij Breitner in de leer ging, maar het is onmiddellijk duidelijk dat zij diens eigengereide, half-abstracte manier van schilderen van nabij heeft gezien en ook eigen heeft gemaakt. De witte jurk van het Meisje met kat is puur breitneriaans, wild en virtuoos geschilderd, net als het fantastische Stilleven met parasol.

(Koen Kleijn. 'Vrouw Alleen. De Groene Amsterdammer. 1 oktober 2025)

Coba Ritsema, Stilleven met roze parasol, 1918 © Frans Halsmuseum, Haarlem

Het boek ‘Coba Ritsema, Oog voor kleur‘ biedt je een inkijk in de toenmalige opleiding van jonge vrouwen die schilderen als beroep kozen. Ook na hun opleiding bleven zij elkaar opzoeken zoals in de groep die ‘ de Amsterdamse Joffers’ werd genoemd.

Tot de Amsterdamse Joffers behoorden Lizzy Ansingh, Marie van Regteren Altena, Coba Ritsema, Ans van den Berg, Jacoba Surie, Nelly Bodenheim, Betsy Westendorp-Osieck en Jo Bauer-Stumpff. Een aantal van hen had les van professor August Allebé die hen ook wel eens ‘de paletvriendinnen’ noemde.

September 1926. Amsterdamse Joffers

Vrouwelijke kunstenaars van eind 19e, begin 20e eeuw, hadden het niet makkelijk. Vrouwen uit de betere standen werden in die tijd niet geacht buitenshuis te werken of geld te verdienen. Eropuit trekken om landschappen te schilderen gold als ongepast. De leden van de Amsterdamse Joffers waren zodoende aangewezen op het atelier en zij muntten dan ook uit in onderwerpen die binnenshuis te vinden zijn: stillevens, portretten, interieurs en genrevoorstellingen. Charley Toorop (geboren in 1891) was in Nederland een van de eerste vrouwelijke kunstenaars die hiermee brak en zich waagde aan “mannelijke” onderwerpen. (Wikipedia)

Kijk naar het fraaie portret van Lizzy Ansingh door haar tante Thérèse Schwartze gemaakt.

Lizzy (Maria Elisabeth Georgina) Ansingh (1875-1959) .*oil on canvas .*78 × 62 cm .*signed t.r.: Th. Schwartze 1902
Coba Ritsema (1876 – 1961) – De blauwe boeken – Collectie Stichting de Kunsttunnel

Coba Ritsema, oog voor kleur tentoonstelling in het Frans Hals Museum in Haarlem tot 1 maart 2026

https://franshalsmuseum.nl/nl/zien-en-doen/coba-ritsema

Het boek Coba Ritsma Oog voor kleur (112 p) is uitgegeven door Wanders uitgevers. Hier boven enkele pagina’s.

Coba Ritsma Zittend Meisje met slingerende benen 1899-1910. olie op doek
Coba Ritsma. Staand schoolmeisje 1905

Gaten in donkere dagen (2): Mabel Pryde (Nicholson) (1871-1918)

Mabel Pryde: Nancy with Rabbit. 1909

Mabel Pryde werd in 1871 in Edinburgh geboren als jongste van zes kinderen. Op 17-jarige leeftijd werd ze naar de Bushey Art School in Hertfordshire gestuurd, waar ze William Nicholson ontmoette, met wie ze in 1893 zou huwen..

Een mooie opening. William Nicholson was niet de eerste de beste, of wat schilderen betreft toch wel. Echt de eerste en de beste. Maar vandaag gaat het over ‘de vrouw in de schaduw’ zoals dat zo mooi heet. Die schaduw was bijzonder groot als je een beschrijving leest van de familie Nicholson:

"De familie Nicholson is al lang bekend in de wereld van de gecultiveerde middenklasse, met als belangrijkste figuren de kunstenaars William en (zijn zoon) Ben; Williams dochter Nancy, een fervent feministe, illustratrice en ontwerpster, die getrouwd was met de dichter en romanschrijver Robert Graves; een andere zoon van William, Kit, een succesvol architect; en de eerste en tweede vrouw van Ben, Winifred Nicholson en Barbara Hepworth."
(Anna McNay Studio International 2024)

'

Mabel Pryde Nicholson, The Red Jersey, c1912. Aberdeen Art Gallery.

Een beetje verontrustend zou je’ t kunnen noemen: Nicholson heeft haar gezicht op een aantal foto’s in familiealbums weggekrast. Op een pagina heeft William tamelijk grappig, geschreven: “uitgescheurd door Prydie”, alsof zoiets als een soort veel voorkomende familiegrap bekend was. Gelooft Davies dat Nicholson gewoon een hekel had aan haar uiterlijk? Ze was zeker verlegen en ongemakkelijk als ze werd afgebeeld, zowel op film als in schilderijen.

Uit het foto-album 1905, met potlood bijgescgreven ”What a shame!’

Vermeldingen door de jaren heen – bijvoorbeeld in biografieën van Ben – waren niet altijd even vriendelijk en gaven haar zelfs de schuld van de “onzekere persoonlijkheid” van haar oudste zoon, maar als trouwe zoon bleef hij altijd volhouden dat ze zijn “rots in de branding” was, gezegend met “doelgerichtheid en integriteit”. Haar karakter lijkt inderdaad veelzijdig te zijn geweest, en haar schoonzoon Graves beschreef haar in zijn autobiografie als “een mooie, eigenzinnige Schotse melancholische persoon”. (ibidem)

Mabel Pryde Nicholson, The Artist’s Daughter, Nancy as Harlequin, 1910

Aanvankelijk woonden ze in Eight Bells, Denham, Buckinghamshire, samen met Mabels broer James. De familie verhuisde later, in 1909, naar Rottingdean en werd daar onderdeel van de levendige kunstenaarskolonie. Deze omgeving bevorderde een voortdurende uitwisseling van ideeën en artistieke perspectieven en beïnvloedde hun eigen artistieke ontwikkeling aanzienlijk. Bijzonder belangrijk was de verbinding met andere kunstenaars zoals Walter Sickert en Charlotte Perkins Gilman, wiens werken Mabel inspireerden en haar begrip van sociale kwesties uitbreidden.

Orpen, William; A Bloomsbury Family; National Galleries of Scotland; http://www.artuk.org/artworks/a-bloomsbury-family-211556

‘A Bloomsbury Family’ van Sir William Orpen toont de kunstenaar William Nicholson en zijn gezin.
Nicholsons vrouw, de schilderes Mabel Pryde, staat bij de deur. Aan tafel zitten van links naar rechts de kinderen van Nicholson: Nancy, die schilderes en textielontwerpster werd; Tony, die in 1918 tijdens de oorlog omkwam; en Ben, die de belangrijkste abstracte kunstenaar van Groot-Brittannië zou worden. Op de voorgrond staat Christopher of ‘Kit’. Hij werd architect. Orpen zelf wordt weerspiegeld in de bolle spiegel (1907).

Mabel Pryde Nicholson, Ernesto, 1913. Pallant House Gallery.

The Grange. 1911 The Grange (around 1911) shows the artist’s children Kit and Nancy in their Sussex home
This painting depicts Pryde's children Nancy (1899-1977) and Kit (1904-1948). Nancy is shown seated and in profile, whilst Kit is seen through a door, wearing a Glengarry cap and standing in the black-and-white tiled hall. Behind him a door opens on to the dining room. The complex composition, at once interior and double-portrait, is lit from several sources. Shadow and reflection play a part in creating an atmosphere of contemplation and anticipation. Pryde frequently painted her four children and insisted on paying them a small fee to model.(national galleries)

Het was geen gemakkelijke taak om Mabel uit de schaduw van de mannen in haar leven te halen en een beeld van haar te schetsen om haar eigen artistieke prestaties te beschrijven. Van onbetrouwbare bronnen – zoals Williams partner op latere leeftijd, die haar lang geleden overleden rivale omschreef als nerveus, somber, lui en bekrompen – tot bewaard gebleven familiealbums waarin Mabel vaak haar eigen gezicht had gekrast of uitgescheurd, was Mabel Nicholson vrijwel verdwenen uit de geschiedenis van de moderne Britse kunst. Zelfs op foto’s van de kunstenares die intact zijn gebleven, kan haar uiterlijk van foto tot foto aanzienlijk verschillen, waarbij haar gezicht vaak van de camera is afgewend of in de schaduw ligt door de rand van een grote hoed. Zoals Lucy Davies, auteur van het nieuwe boek over de kunstenares, uitlegde: “Dit alles in elkaar puzzelen kan aanvoelen als het verzamelen van scherven van een gebroken spiegel en ontdekken dat ze niet helemaal in elkaar passen. (Lucy Davis)

Mabel Nicholson by. Lucy Davis. Eiderdown books 2024

Haar zoon Tony, die als tweede luitenant bij de Royal Field Artillery aan het front vocht in de Eerste Wereldoorlog en in 1918 stierf aan schotwonden was enkele weken daarvoor met verlof naar huis gekomen en had daar zonder het te weten zijn liefhebbende moeder besmet met de Spaanse griep. Tragisch genoeg overleefde zij dit niet en stierf op 47-jarige leeftijd – een verspilling van veel potentieel talent.


De laatste maand van het jaar. Met nu en dan, door de donkere gaten, een bericht, een prent, een verhaal, gedicht. 'Gaten in de donkere dagen'. Met inkijk in de lichtere wereld. Bij leven en welzijn. .

Aanvullende lectuur:

William Orpen als kind?

Gaten in donkere dagen (1): Heliotroop.

‘Heliotroop’. Neen, niet de steen, maar -ik mag dat oude Grieks toch nog eens citeren: ‘helios’ dat is zon en ’tropein’ dat betekent ‘draaien’, een bloem dus die met de zon zou meedraaien. ‘Heliotroop’. Zacht uitspreken, de aangeblazen ‘h’ niet vergeten, en geloof niet te vlug in sprookjes, want een heliotroop-bloem (Heliotropium) staat zo vast als buntgras en alleen de wind kan er zijn verhaal kwijt wat meestal enkel met licht buigen en wiegen wordt beantwoord, maar draaien? Een sprookje. Al riekt ze naar kersen en vanille, haar diepblauwe bloemen zijn giftig voor honden, katten en mensen, zegt AI, netjes gespiekt uit wat vroeger een encyclopedie heette. Maar, het is mij om de kleur te doen. Heliotroop is (ook) een kleur. Zoals de meeste kleuren, met een verhaal.

Heliotropium

Hoe beschrijf je een kleur? Digitaal met een code. De hex-code (#DF73FF) die de lichte paars-magenta tint vertegenwoordigt. Heliotroop. Hier is het lijstje van de purperen familie:

-Tyrisch purper
-Orchilla
-Magenta
-Mauve-
-Heliotroop
-Violet

Image palette Shades of Heliotrope color #DF73FF hex png

Dit zijn de verschillende palette shades, ongeveer middenin benadert deze balk de ‘heliotroop-kleur’

In het unieke gekartonneerde boek: ‘Het geheime leven van kleuren’ een Nederlandse vertaling van ‘The secret Life of Colour’ geschreven door Kassia St Clair, achttiende druk november 2022 en prachtig uitgegeven door Meuelenhoff A’dam. vind je voor elke kleur (elke pagina heeft een eigen kleurenbalk ) heel wat mooie wetenswaardigheden over geschiedenis, samenstelling en gebruik. Een graag gekregen geschenk!

Al deze verrassende verhalen lopen als een helderrode draad door de geschiedenis heen en Kassia St Clair heeft haar levenslange obsessie met kleuren en waar ze vandaan komen in een unieke studie van de menselijke beschaving gegoten. Het geheime leven van kleuren gaat over mode en politiek, kunst en oorlog, over Picasso’s blauwe periode, over het rood van Mondriaan en dat van Leicester-kaas. Dit kleurrijke verhaal geeft een ander zicht op onze geschiedenis en cultuur.  (Standaard Boekhandel)

De zoete kersengeur van de heliotropium had een voorouder die als ingrediënt voor een Egyptisch parfum diende, geëxporteerd naar Griekenland en Rome.

"Deze kleur beleefde zijn hoogtepunt tegen het eind van de negentiende eeuw, tijdens de snelle opkomst van veel tinten paars. Voor een deel dankte hij zijn aantrekkingskracht aan het feit dat hij nieuw was. Voor het mauve van William
 Perkin  was paars moeilijk geweest om te maken en had het nog de keizerlijke glans van zijn vroegere status, dus misschien moeten we het de victorianen maar vergeven dat er in het decennium daarna steeds meer combinaties met heliotroop opkwamen die pijn deden aan de ogen. In 1880 droeg men de kleur met lichtgroen of abrikoos; later met kanariegeel, eucalyptusgroen, bronsgroen of pauwblauw. ‘Geen kleur is blijkbaar te fel,’ schreef een recensent. ‘De combina
ties zijn soms nogal onthutsend.”

(Het geheime leven van kleuren p. 172)

Maar heliotroop duidde ook op ’toewijding. Het was dus een van de weinige kleuren die een vrouw na de dood van de geliefde mocht dragen. In een periode van halfrouw, schrijft Kassia St. Clair, moest je heliotroop en andere zachte tinten dragen. Maar ook personages die zich ‘onfatsoenlijk’ gedragen zijn vaak in deze kleur gekleed. (met voorbeelden uit de literatuur van toen en nu.)

Dichter bij huis, in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, vond ik een schilderij waarin heliotroop naast de andere paarsen uit de familie mee de atmosfeer bepaalt.

‘Maria Sèthe aan het harmonium’. Theo Van Rysselberghe. 1891

“De schilder plaatste op het doek min of meer zuivere kleuren in kleine stippen naast elkaar om ze, volgens destijds recente wetenschappelijke inzichten, in het oog van de toeschouwer te laten versmelten tot de gewenste tint. Dat intensiveert de luminositeit van het beeld. Hij gebruikte de techniek meesterlijk, maar was geen orthodoxe neo-impressionist. Om zijn modellen natuurgetrouw te portretteren gebruikte hij kleinere stippen voor het gelaat. Haarlokken en de contouren van de gelaatstrekken werden in dunne penseelstreken geaccentueerd. In dit werk maakte hij ook gebruik van een dynamisch patroon van kronkelende bewegingen van links onder tot in de rechter bovenhoek, die als het ware tot rust worden gebracht door de nagenoeg horizontale lijnen van het muziekinstrument. De paarse of violette kleur van Maria’s jurk en van het gordijn domineert het beeld. De kleurstof werd sedert midden 19de eeuw industrieel vervaardigd in vele varianten: mauve, magenta, heliotroop enz. De kleur was op een bepaald moment zozeer in de mode dat polemisten als Oscar Wilde het een kleur voor onbetrouwbare dames vonden. De voorkeur van de Franse impressionisten voor blauwe en violette schaduwen, indigomanie, werd van meet af aan bespot. Maar in weinig schilderijen krijgt paars zo demonstratief de hoofdrol als hier. Het portret kreeg in de huizen die Van de Velde voor zijn gezin liet bouwen in Ukkel, Weimar, Scheveningen en Tervuren steeds een ereplaats.”

(Vlaamsekunstcollectie.be)

Lees helemaal:

https://vlaamsekunstcollectie.be/collectie/2690

https://vlaamsekunstcollectie.be/nieuws/theo-van-rysselberghe-maria-sethe-kmska

LEGT ZIJ HAAR KOUDE WITTE MANTEL

Legt zij haar koude witte mantel
over rommel en rattenholen, het geblaas
en gemekker, zwijgend als een kind
dat zijn geheimen deelt voor het als een ster
de verglaasde hemel siert, ook over zoveel
ogen-blikken spreidt zij haar vlokkendeken,
verbergt zij wat te lang het licht zag en verbleekte
bij gereutel en geratel van de persen,
vernevelt zij vergeten in de zware traagheid
waarmee zij op de daken ligt,
de herinnering,
mijn witte fee.

De laatste maand van het jaar. Met nu en dan, door de donkere gaten, een bericht, een prent, een verhaal, gedicht.  'Gaten in de donkere dagen'. Met inkijk in de lichtere wereld. Bij leven en welzijn. .

https://indestilte.blog/2022/07/04/het-steeds-veranderend-licht/.

De sleutel vinden, joie de vivre in de kunst

wooden chair on water in shallow water
Photo by Clive Kim

Hij stond er. In het water. Gespiegeld. In het water van het meer. Duidelijk uitnodigend. Ga zitten en kijk. Kijk over het meer. Vanzelfsprekend. Geen engelen of de verdwaalde ziel van zijn oma. Het opluchtend ontwaken na koortsige kinderdromen.

Liep hij over de onzichtbare grens tussen leven en dood? Zou zijn voorbije leven hem voorbijtrekken? Schoenen en kousen uit; het voorbije leven bleef waar het was. Voorbij. Een man op een stoel in het water. Zeven spijlen in zijn rug. Zijn hoofd bevrijdend leeg. Het moment waarop je, na lang zoeken, een sleutel terugvindt.

old key hanging on wooden door
Photo by Alexander Grigorian on Pexels.com

Of kunst oog heeft voor ‘het gelukzalige” van alle formaten? Een van de grondleggers van het pointillisme (de andere is Georges Seurat) vindt dat geluk ook bij het water. Signac beschrijft het werk in een brief uit 1893 aan zijn collega neo-impressionist Henri-Edmond Cross:

“Goed nieuws! Op jouw advies ga ik een groot doek proberen! ... Op de voorgrond een groepje mensen die uitrusten ... man, vrouw, kind ... onder een grote dennenboom vertelt een oude man verhalen aan de jonge kinderen ... op een heuvel ... de oogst: de machines roken, werken, verlichten het zware werk: en rond de hooibergen ... een farandole van oogsters ... in het midden een jong stel: vrije liefde!”

– Dimanche au Bord de la Mer), Paul Signac, 1895-96.

Matisse doet dat op zijn manier.

Bonheur de Vivre, Henri Matisse, 1905-1906. 1,74m x 2,38m

Dit immense doek, waarvan de personages geïnspireerd zijn op Les Baigneuses van Cézanne, wordt slecht ontvangen door de critici. Felix Feneon vindt dat “Matisse de plank misslaat … nutteloos, niet te volgen” en bekritiseert hem om zijn kleuren die niets met de werkelijkheid te maken hebben, en zijn witte, lege figuren. Het schilderij wordt gekocht door Léo Stein, maar vanaf 1913 is het niet meer te zien. Het komt terecht in privécollecties, totdat de Barnes Foundation het verbiedt te reproduceren (alleen in zwart-wit tot voor kort, voor dat financiële problemen hen liberaler maakten). Maar dit schilderij, dat bij de familie Stein tentoongesteld werd, werd vaak door Picasso bekeken. Hij zag het als een uitdaging, aangezien hij zich niet op zijn gemak voelde met grote formaten. La famille de saltimbanques (1905, National Gallery of Art, Washington) is een ontroerend schilderij waar Rilke en Apollinaire dol op waren. La Joie de vivre van Matisse is de eerste van twee mijlpalen die aanleiding waren voor de uitdaging van Les Demoiselles d’Avignon. Paul Delvaux zag het intiemer in 1937.

La Joie de Vivre, Paul Delvaux, 1937.

In het kunstwerk toont Delvaux een vrouw die een man omhelst. Het paar, dat dicht bij elkaar staat in een slecht verlichte kamer, roept een gevoel van intimiteit en surrealisme op. De intense blik van de vrouw contrasteert met de verder alledaagse omgeving. Een open raam op de achtergrond onthult een weelderige tuin met hoge planten, waardoor een intrigerende tegenstelling ontstaat tussen het interieur en de levendige buitenwereld. Dit bijzondere landschap draagt bij aan de surrealistische sfeer die kenmerkend is voor het werk van Delvaux. Bovendien is er een eenzame figuur te zien in de tuin, zittend te midden van de vegetatie, wat verder bijdraagt aan het raadselachtige en dromerige karakter van het werk. De doordachte compositie en de nauwgezette aandacht voor detail tonen Delvaux’s meesterschap in het samenbrengen van het gewone met het buitengewone. (Artchive)

Pierre Bonnard. De eetkamer op het platteland 1913

In 1912 kocht Pierre Bonnard een landhuis genaamd Ma Roulotte (‘Mijn Caravan’) in Vernonnet, een klein stadje aan de Seine. Dit schilderij toont de eetkamer van het huis, met katten die op de stoelen zitten en Marthe de Méligny, de vrouw van de kunstenaar, die op de vensterbank leunt. Bonnard, die zichzelf beschouwde als ‘de laatste impressionist’, benadrukte in dit schilderij de expressieve kwaliteiten van heldere kleuren en losse penseelstreken. Hij verbond het interieur met het exterieur door de open ramen en deuren, en bracht de vormen met elkaar in verband door ze in verwante tinten te baden. In tegenstelling tot de impressionisten schilderde Bonnard echter volledig uit zijn geheugen. En net als de symbolisten wilde hij dat zijn werken zijn subjectieve reactie op het onderwerp weerspiegelden.”

Van Gogh Opengeslagen Bijbel 1884

Stilleven met open bijbel, voltooid in 1885, enkele maanden na de dood van zijn vader, met wie hij een stormachtige relatie had. Op een gedekte tafel ligt een grote familiebijbel open bij Jesaja 53, hoewel de tekst onleesbaar is. Rechts van de bijbel staat een kandelaar waarvan de vlam is gedoofd, terwijl op de voorgrond een exemplaar ligt van Emile Zola’s roman ‘Joie de Vivre’ (“Vreugde van het leven”) uit 1884. De opgebrande kaars werpt geen licht op de bladzijden van de bijbel, maar vanuit een andere bron schijnt een gloed op en vanuit de hedendaagse roman. (ArtWay 8.8.21)

Pablo Picasso, Visage de femme (Woman’s Face) (A.R. 220), 1953. 

Naarmate Picasso meer vertrouwd raakte met het medium, begon hij een esthetiek te ontwikkelen die het midden hield tussen schilderkunst en beeldhouwkunst. Hij creëerde originele beelden in droge kleimallen, waarna hij het ontwerp overbracht naar verse klei. Deze werken dragen het merkteken ‘Empriente Originale de Picasso’ of ‘Edition Picasso’, dat keramiek identificeert dat is gemaakt met een geheel nieuwe techniek die uniek is voor Picasso. Deze uitvinding getuigt van de open houding van de kunstenaar ten opzichte van experimenteren, waarbij hij traditionele methoden volledig onderuit haalde en een persoonlijke dimensie aan zijn keramische werken toevoegde. (Philips Auctions LLC)

Ernst Josephson (1851-1906) Zweden, Livsglaeden, 1887 (Levensvreugde)

⁤In het laatste deel van zijn leven leed Ernst Josephson aan een psychische aandoening, zijn artistieke stijl beïnvloedde en bijdroeg aan wat later zou worden aangeduid als “sjukdomskonst” (of “ziektekunst”). ⁤⁤In deze periode vond een verschuiving plaats naar een meer spontane, minder beperkte vorm van expressie, wat leidde tot werken die rauw, krachtig en zeer persoonlijk waren. ⁤⁤Deze kunstwerken geven inzicht in de innerlijke worstelingen van de kunstenaar en worden beschouwd als belangrijk in de context van de moderne Zweedse kunst. ⁤⁤Josephsons nalatenschap ligt niet alleen in zijn thematische en stilistische bijdragen, maar ook in de manier waarop zijn persoonlijke uitdagingen zijn artistieke visie hebben beïnvloed en hervormd. (seum.se)

silhouette of keys
Photo by Ismaeel Zakariya

De deur op een kier? Elkaar binnen laten in de geschiedenis waar het onderwerp ‘joie de vivre’ zijn weg zocht tussen dromen en kwellingen. Wij zijn niet alleen, dat ervaar je wel in de dromen van de kunstenaars die met hun werk ons troosten, sterken en met de tijd blijven verbinden.

Lees ook:

Het verlangen verbeeld en geletterd (2): “The shadow of Desire”

Louis Ducis, The Invention of Painting, ca. 1808.

De minnaar is dus een kunstenaar; en [haar] wereld is in feite een omgekeerde wereld, aangezien elk beeld daarin een doel op zich is.
— Roland Barthes, A Lover’s Discourse

 In zijn Naturalis Historia vertelt Plinius de Oudere het verhaal van Butades, een pottenbakker uit Sicyon, wiens dochter verliefd wordt op een naamloze jongeman aan de vooravond van zijn verblijf in het buitenland. De diepte van haar passie heeft haar overrompeld, en de dreigende scheiding nog meer. Kora (ook wel Butades, Dibutades of De Korinthische Maagd genoemd) wil een spoor bewaren van de mooie gelaatstrekken van haar geliefde, die zulke gevoelens bij haar opwekt. Ze tekent het silhouet van zijn schaduw,  door het warme licht van een olielamp op de muur geworpen. Hij vertrekt zoals voorzien en laat Kora achter, zo leeg als die omtrek op de muur. Haar vader grijpt in. Met behulp van de klei waarmee hij zijn potten maakt, vormt Butades een gezicht uit de contouren, dat hij hard maakt “door het samen met de rest van zijn aardewerk aan vuur bloot te stellen”.  
En in dit ontwerp, zegt Plinius, vinden we het begin van de beeldende kunst die de oorsprong van tekenen en schilderen kruist. Alles komt voort uit de schaduwen van het leven.

(Hunter Dukes The Public Domain Review)

Joseph Wright, The Corinthian Maid, ca. 1782–84.

Het is op zijn zachtst gezegd een vreemd verhaal. Zit hier een moraal in met betrekking tot verlangen en verdriet? Een proto-psychoanalytische parabel over hoe de contouren van onze geliefden worden ingevuld – en verhard – met modellen die door onze ouders zijn vastgesteld? Of is dit een verhaal over eros en kunst, de manier waarop verlangen klei en schaduw transformeert in een weelderige esthetische ervaring? Om Rousseau’s bewering in het Essay over de oorsprong van de talen uit te breiden: liefde was niet alleen ‘de uitvinder van het tekenen’, maar ook onze drijfveer voor mimesis (imitatie) in drie dimensies.‘ Het verhaal van Plinius presenteert dat mythische moment waarop dreigend verlies de impuls om vast te leggen en te onthouden aanwakkert’, schrijft Liza Saltzman. (ibidem)


Joseph Benoît Suvée, The Invention of the Art of Drawing, ca. 1791.
En misschien is er nog een andere betekenis van het hiernamaals en overleven achter de schermen aan het werk. George Didi-Huberman heeft aangetoond hoe deze seculiere afbeeldingen een voorganger hebben in christelijke iconen die bekend staan als acheiropoieton (zonder handen gemaakt), zoals het Manoppelo-beeld en de Heilige Lijkwade van Turijn, waarop op miraculeuze wijze het gezicht van Jezus Christus is afgebeeld, alsof zijn schaduw een vlek achterliet. 

“Wat de god heeft aangeraakt, wordt vaak bij uitstek onaanraakbaar”, schrijft hij, “ het trekt zich terug in de schaduw van het mysterie (en wordt voor altijd een object van verlangen).”

Een soortgelijk proces lijkt zich af te spelen in de hier verzamelde beelden, die zelf bestaan uit wat Aby Warburg ‘overblijfselen’ noemde: de “knoop van anachronismen” die voortleven in beelden en hun heterogene schulden aan oude culturele werelden. De mannelijke minnaar ziet misschien een voorgevoel van zijn eigen schimmige lot op de muur geworpen, maar hij is ook getuige van de creatie van een beeld dat hem niet langer zal volgen, zoals zijn schaduw dat doet, maar een uniek eigen leven zal leiden.

(Volgens Plinius werd het kleimodel van Butades eeuwenlang bewaard in een nymphaeum in Korinthe, totdat het in de tweede eeuw v.Chr. tijdens een oorlog werd vernietigd.)

Basistekst: Hunter Dukes

Jean-Baptiste Regnault, Butades or the Origin of Painting, ca. 1785–86 .Château de Versailles, salon des nobles (Wikipedia)

Het geheel: ‘The Public Domain Review-The shadow of Desire: Painting the Origins of Art (ca. 1625-1850)

https://publicdomainreview.org/collection/origins-of-painting

Die Erfindung der Zeichenkunst Jean Erdmann Hummel ca 1834 Credit: Staatliche Museen zu Berlin, Kupferstichkabinett / Dietmar Katz
1834

‘De mannelijke minnaar ziet misschien een voorgevoel van zijn eigen schimmige lot op de muur geworpen, maar hij is ook getuige van de creatie van een beeld dat hem niet langer zal volgen, zoals zijn schaduw dat doet, maar een uniek eigen leven zal leiden. ‘

En hoe waar dat werd!
Want in de uitlopers van deze mooie odes aan Plinius de Oudere verschenen de eerste proeven van de fotografie: De eerste was Joseph Nicephore Niépce, een Fransman. In 1826 smeerde hij een koperen plaat in met lichtgevoelig Syrisch asfalt (bitumen), stak die in een camera obscura en liet het licht uit zijn zonnige achtertuin acht uur lang op de plaat schijnen. (nieuwe bronnen spreken van ‘verschillende dagen’) Het resultaat was de eerste foto.

De eerste foto van Nicéphore Niépce

Tussen deze poging en wat de meeste zelfs zeer jeugdige fotografen in een onderdeel van een seconde vastleggen ligt een wereld van verschil. Maar kijk je naar de oudere mens die terugkijkt naar zijn jonge jaren foto’s dan voel je weer de onmacht van de schaduw op de muur die wel figuratiever geworden is, maar eens te meer de afwezigheid van het toenmalige kind duidelijk maakt.

DE kunst denkt dat zij die schaduw van het verleden en ja, zelfs van de toekomst verduidelijkt (vernieuwt?) door telkens weer de afbeelding of het volume te abstraheren maar iedere nieuwe ‘spraak’-kunst van het beeld komt bij het missen van de geliefde terecht, al dan niet een mens maar net zo goed een levenswijze of houding. Heimwee naar een werkelijkheid, een gedroomde, vergane of toekomstige?

“De schaduw bewijst dat ze ‘al liefheeft in nostalgie’, schrijft Jacques Derrida, want ‘los van het heden van de waarneming, gevallen van het ding zelf – dat zo verdeeld is – is een schaduw tegelijkertijd herinnering, en [haar] stok (waarmee ze tekent) is een stok voor blinden” (zie het bovenste schilderij van Jean-Baptiste Regnault)

Alexander Runciman, The Origin of Painting, ca. 1773.


Misschien wel het eerste werk uit deze periode dat dit thema oppikte, was Alexander Runcimans The Origin of Painting (1773). Hier schildert Kora de schaduw van haar geliefde met een hand die door Cupido wordt geleid. De man knikt in slaap of kijkt met samengeknepen ogen naar de cherubijn; Kora is verdiept in een wederzijdse uitwisseling met haar kunstwerk, dat tot stand komt waar schaduw en licht elkaar ontmoeten. De geliefden lijken elkaar, hoewel ze elkaar bijna kunnen aanraken, volledig te missen, omdat kunst en verlangen, weergegeven in goddelijke vorm, tussenbeide komen.

Cupido draagt niet zijn traditionele blinddoek, maar toch lijkt het paar verblind. Kora's geliefde is al een herinnering, ook al zit hij daar vlak voor haar. De schaduw bewijst dat ze “al liefheeft in nostalgie”, schrijft Jacques Derrida, want “los van het heden van de waarneming, gevallen van het ding zelf – dat dus verdeeld is – is een schaduw tegelijkertijd herinnering, en [haar] stok is een stok van de blinde.” (Hunter Dukes)

Marie-Pauline Soyer after Jeanne-Élisabeth Chaudet, Dibutade Coming to Visit Her Lover’s Portrait, ca. 1810.
Jeanne-Élisabeth Chaudets interpretatie van Plinius' verhaal uit 1810. Hierboven is de minnaar al vertrokken en is de vader nergens te bekennen. In plaats daarvan is er alleen een vage schets, geschilderd op een muur die meer op een grafsteen dan op een doek lijkt. Kora is zalig tevreden. Ze staart naar haar oogloze afbeelding en lijkt zich voorover te buigen voor een kus. De bron van haar verlangen zal nooit meer weggaan. (Hunter Dukes)

Verzameling beelden ook bij:

‘De schaduw van verlangen’ Een thema uit de 18de-19de eeuwse minder bekende schilderkunst waarbij de historische achtergrond ons hielp bij het hedendaags denken over kunst en haar mogelijke functies. ‘Het verlangen’ was er duidelijk aanwezig en bleef ook voor de 21-eeuwse kijker het overdenken waard.. We maakten een redactie van bestaande studies met verwijzingen naar de oorspronkelijke bronnen. Het is duidelijk dat de oorsprong van de kunst een vrouwelijk initiatief was. Meneer liet zich graag ‘aftekenen’. Hoe hij de beminde zou herinneren eens hij op reis was, vertelt Plinius niet.

Jean Raoux, The Origin of Painting, ca. 1714–17. –

Om bij de kortende dagen nog eens te bekijken:

Het verlangen verbeeld en geletterd (1) Desire depicted and lettered (1)

Omslag van een schrijftablet Frankrijk. 1325-1350 Olifant-ivoor. Met museum NY

Onder klaverblad-bogen zijn er langs beide zijden van dit ivoorkunstwerk scènes te zien die ‘het hof maken’ als thema hebben. Hierboven heeft een man met een roofvogel in de hand -een symbool van zijn status- een kroontje ontvangen van een vrouw en kroont hij haar op zijn beurt (op keerzijde) waarmee hij aangeeft dat zij zijn liefde heeft gewonnen..

Omslag van een schrijftablet Frankrijk. 1325-1350 Olifant-ivoor. Met museum NY
Intended to cover writing tablets, such plaques were among the deluxe products of Paris during the fourteenth century and were possibly made on the rue de la Tabletterie, a name indicating their special use. Poems or messages would have been written on smooth sheets of ivory that had recessed areas filled with wax for the text. Perfect economy of technique and purity of style are clearly evident in these amorous images. In their elegance of form and gesture the courtly couples seem also to convey a moral and spiritual life that appears both mannered and artificial but is infused with joie de vivre.  
(Metmuseum NY. Exhibition: Spectrum of Desire Love, sex, and Gender in the Middle Ages)

Te bezoeken: (tot 29 maart 2026):

https://www.metmuseum.org/exhibitions/spectrum-of-desire-love-sex-and-gender-in-the-middle-ages/exhibition-objects

The Garden of Eden’. British. laatste kwart 16de eeuw The Met Collection Klik op onderschrift om bij bronafbeelding nog eens te klikken om te vergroten. Mooi!

Dieper dan de diepste krocht zou je met letters alleen al ‘het verlangen’ in bestaande en vergane talen kunnen opvullen. Vaak is het achter die letters te doen, in de herberg ‘de be-tekenis’ is het goed toeven, maar bij de deur naar de tuin zou je onderstaand gedicht van Rutger Kopland kunnen vinden:

XIV. Ga nu maar liggen liefste 

Ga nu maar liggen liefste in de tuin,
de lege plekken in het hoge gras, ik heb
altijd gewild dat ik dat was, een lege
plek voor iemand, om te blijven.

Rutger Kopland
In: Een lege plek om te blijven, 1975.
‘The Garden of Eden’. British. laatste kwart 16de eeuw The Met Collection Detail


'De taal geeft niet simpelweg ‘namen’ aan de dingen; ze doet de dingen bestaan, ze geeft ze vaste grenzen en maakt ze tot ‘dingen’. Benoemen is niet dopen (een naam geven aan wat er al is), maar verwekken (een nieuw wezen doen ontstaan). Wat we ‘zien’, zowel fysisch als mentaal, is van meet af aan door woorden gestructureerd. De taal bepaalt ons beeld van de werkelijkheid.' (Philosophische Untersuchungen 371, 373) [pagina 29]

Patricia de Martelaere. 'Een verlangen naar ontroostbaarheid'


Jonge man met boog en grote pijlenkoker en vriend met schild Goivanni Battista Tiepolo ca 1730-50

‘Een ontroostbaar verlangen?’ Sehnsucht? ‘ “Inniges, schmerzliches Verlangen nach jemandem, etwas” (diep, pijnlijk verlangen naar iemand, iets.)

Volgens velen is het eerste deel van het woord ‘sehnsucht’ afgeleid van het Duitse werkwoord ‘sehnen’, wat zoveel betekent als ‘snakken’ of ‘verlangen’. De Duitse Benedictijnerpater Anselm Grün komt met een andere verklaring. Hij stelt dat het woord een samenvoeging is van ‘sehne’ (pees) en ‘sucht’ (zucht of ziekelijke neiging). Dit laatste component van het woord komt dus niet, zoals soms gedacht, van het werkwoord ‘suchen’ (zoeken). De pees zou herinneren aan de pees die gespannen is wanneer iemand zich klaarmaakt om te springen of aan de boogpees voordat een pijl wordt afgeschoten.

“Verlangen heeft dus met innerlijke spanning, met innerlijke concentratie te maken. Met al zijn energie wacht iemand op de sprong om datgene te pakken waar zijn verlangen op is gericht, of op het schot dat doel treft.”

(History: Germany Language History February 2023)

De Boogschutter Henry Moore. 1965 KNSTDWLNGN
De schrijver is de beeldhouwer van het niets, wat hij wil beschrijven is de volle pracht en praal van de nieuwe kleren van de keizer. Hij zegt: Ze zijn van donkerrood fluweel, met gouddraad doorstikt. Hij zegt: Ze zijn met parels en diamanten bezet. Hij zegt: Als het zonlicht erop schijnt geeft het een oogverblindend licht. Zodat je ze werkelijk voor je ziet, die schitterende kleren, zoals hij ze beschrijft. Maar dan, op het eind, zegt hij, met de ontwapenende oprechtheid van een kind: Ze zijn er niet, wat je ziet is er niet.

(Patricia de Martelaere. 'Een verlangen naar ontroostbaarheid'. p.20)

Albrecht Dürer, Vleugel van een scharrelaar, ca. 1512 © Albertina-museum, Wenen

Net zoals auteur Wytske Versteeg die over ‘verlangen naar de verte schreef’ in De Groene Amsterdammer van 7 april 2021 kende ik ‘de scharrelaar’ niet. Deze vogel was ooit wijdverspreid in Europa en broedde tot in Zweden, schreef de auteur. Inmiddels…Je kent het verhaal.

"Albrecht Dürer had geen last van al te grote afstand toen hij de scharrelaar schilderde, hij moet een pas gestorven vogel hebben meegenomen naar zijn atelier. Een ander werk beeldt het hele lichaam af, en dat is vele malen treuriger dan deze losse vleugel. De gevouwen vleugels van de dode scharrelaar zullen nooit meer vliegen, de ogen zullen zich nooit meer openen, de min of meer gestrekte nek is overduidelijk niet meer in staat zich op te richten. Dat schilderij gaat minder over de vogel dan over de dood zelf: de verslagenheid van plotseling gestopte eindeloosheid, dat wat er achterblijft wanneer een leven breekt. ‘Wij zijn niet met de aarde één’, schreef Rilke in zijn vierde elegie, ‘zijn niet als trekvogels begaafd’. Wij mensen stijgen te laat op, begeven ons op ongetemde wind, storten in onverschillige vijvers neer, maar de scharrelaar vliegt zo tienduizend kilometer naar het zuiden. Dürers vogel is waarschijnlijk met een net gevangen, heeft verwoed met zijn vleugels geslagen om te ontkomen aan de lucht die plotseling vijandig was geworden en hem vasthield aan de grond, heeft gevochten tot de uitputting het van hem won. De vlek bij de vleugelaanhechting rechts boven moet bijna wel bloed zijn, een net iets feller, wreder rood dan dat van de vogel zelf. In de afbeelding van de dode scharrelaar ging de tijd vooruit: daar was een leven geëindigd met de dood."

Wytske Versteeg. 'Verlangen naar de verte'. De Groene A'dammer april 2021

In het Duits is deze vogel een Blauracke. Er bestaat ook een schilderij: ‘Tote Blauracke, als ‘Tierstudie Federn.

Joachim Patinir. 1480-1524 ‘Christoffel. ‘Museum Catharijneconvent (onvoltooid)

"Zelden was blauw mooier dan op de schilderijen uit Dürers tijd. Kostbaar ultramarijn – gemaakt van lapis lazuli, ultramarijn betekent overzees – voor de gewaden van Maria, goedkoper pigment voor zeeën en luchten. Het landschap als zelfstandig thema begon zich in Dürers tijd net te ontwikkelen. Joachim Patinir, een van de pioniers in het genre, was een van zijn vrienden. Diens schilderijen fascineren me al sinds ik als kind een boek las waarin de hedendaagse hoofdpersoon zichzelf terugvindt in Patinirs Landschap met de heilige Christoffel. (ibidem)
zegenend kind op Kr’ schouder

De auteur vergelijkt het blauw van de vleugel met het blauw op Patinirs schilderij. “De ‘Vleugel’ bevat precies de tinten die ook Patinirs wereld zo magisch maken,” schrijft zij. Kijk ook naar details, het kindje Jezus op de schouder van Christoffel. Aan de linkerzijde aan de overkant van de rivier is een oude kluizenaar weergegeven die Christoffel het geloof onderwees. Het schilderij bleef onvoltooid.

de oude kluizenaar
"Het is alsof het water, het licht en de lucht zelf hun indruk hebben nagelaten op de vleugels van de scharrelaar, die moeiteloos vloog waar wij nooit zouden komen, onze wereld gracieus ontsteeg. Die stierf, waarschijnlijk door toedoen van mensen, en op Dürers tafel geëindigd is. Maar die in het leven dat daaraan voorafging als een acrobaat door de lucht heeft geduikeld, zich als een blad heeft laten vallen om een vrouwtje te imponeren, want dat is wat scharrelaars doen tijdens de balts.

Opnieuw moet ik denken aan Rilke, die zich afvroeg of de vogels het zouden merken als je de leegte uit je armen weg zou werpen, of zij in hun vlucht zouden voelen dat de lucht om hen heen was verruimd. ‘En wij, die denken aan stijgend/ geluk, ervoeren misschien de ontroering,/ die ons bijna verbijstert,/ als iets wat geluk is, valt’." (Wytske Versteeg)

Wytske Versteeg is politicoloog, schrijver en essayist en kreeg diverse prijzen. In 2020 verscheen bij Querido haar non-fictiewerk Verdwijnpunt, over incest en eenzaamheid

Bezoek haar website:

https://wytskeversteeg.nl

Een collectie van Patinirs werken vind je op:

Een eerste aflevering van ‘het verlangen is uitgewaaierd tot in de prachtige tinten ultramarijn van Dürer en Patinir. Ogentroost en naar wij hopen nieuwsgierigheid.

Om af te sluiten nog een fragment uit “Een verlangen naar ontroostbaarheid” van Patricia de Martelaere waarin een zekere synthese ons genoegzaam denken blijft ondermijnen.

"Doel van de literaire taal is dan geen begrippenapparaat meer te zijn, maar het kleurenpalet van een schilder. Wat de schrijver eigenlijk zou willen is dus niet schrijven, maar schilderen; hij is domweg degene met het verkeerde talent.

(Hoewel: wat de schilder wil is dan weer schrijven, of beeldhouwen, of componeren. Van schilders hoor je vaak dat ze uitgerekend iets zouden willen zeggen in verf. Misschien is de kunstenaar altijd degene met het verkeerde talent. Of misschien is dat het wezen - een van de wezens - van kunst: dat je iets probeert te doen met, voor alles, de verkeerde middelen.)

Hoe dan ook: penseelstreken verwijzen niet, ze betekenen niets. Het schilderij berust niet (of althans niet geheel) op de afwezigheid, het vormt zélf een zelfgenoegzaam ding, het is zelf de slapende poes. De schilder zegt niets, hij toont; schilderkunst is het gebaar.
Wat de schrijver ‘eigenlijk’ zou willen is zwijgen, maar dan in woorden. Datgene waarover niet kan gesproken worden, het naamloze niets onder de taal, dát is zijn eigenlijke object. Het ligt voor de hand er nog maar eens Wittgensteins beroemde (maar stilaan tot de draad versleten) Tractatus 7 bij te halen: ‘Waarover men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen.’

(pagina 22-23)

fragment uit ‘Landschap langs de Styx-rivier. Joachim Patinit 1480 (Dinant) – 1524 Antwerpen

Het is duidelijk dat de tocht over de Styx een verbeeldende benadering is net zoals de filosofische wegen nieuwe vragen blijven oproepen. Bij leven en welzijn zullen we in een volgende bijdrage de lezer(es) meenemen naar vroeger, nu en morgen waar wij telkens dat ‘verlangen’ zien of zagen verschijnen. Wees ook daar weer onze gezel(lin).

“Kaïn en Abel”, de eerste dood(slag)? Verkenningen.

Cain and Abel, Ivory, c.1084
Louvre OA 4052
Photo: Wikimedia Commons
Click here to enlarge image
Kaïn zei tegen zijn broer Abel: “Laten we naar het veld gaan.” En toen ze op het veld waren, stond Kaïn op tegen zijn broer Abel en doodde hem.  Toen zei de Heer tegen Kaïn: “Waar is je broer Abel?” Hij zei: “Ik weet het niet; ben ik de hoeder van mijn broer?”  En de Heer zei: "Wat heb je gedaan? Het bloed van je broer roept vanuit de aarde tot mij. Nu ben je vervloekt door de aarde, die haar mond heeft opengesteld om het bloed van je broer uit jouw hand te ontvangen.  Wanneer je de aarde bewerkt, zal zij je niet langer haar kracht geven; je zult een vluchteling en een zwerver op aarde zijn."  

Uit het boek Genesis

Kaïn en Abel waren zonen van Adam en Eva. De Bijbel noemt nog een derde zoon: Seth. Kaïn was een landbouwer, Abel een herder. Op een dag brachten ze beiden offers aan God: Abel de eerstgeborenen van zijn vee, Kaïn vruchten van zijn grond. Toen God alleen aandacht had voor Abel, ontstak Kaïn in woede en sloeg hij zijn broer dood.

Kaïn kreeg daarop een merk (het Kaïnsteken) op zijn hoofd en werd veroordeeld tot ronddwalen over de aarde. God wilde met dat teken Kaïn voor iedereen herkenbaar maken, om te voorkomen dat hij uit wraak ook gedood zou worden.

De broedermoord wordt gepresenteerd als het vervolg op de oerzonde van Adam en Eva, de Zondeval. Daarbij aten ze van de boom van goed en kwaad; Kaïn gaf daar een vervolg aan door zelf te oordelen over goed en kwaad.

In de beeldende kunst is vooral de doodslag vaak uitgebeeld. Andere thema’s zijn de aanbieding van de offers, en de rouwende Adam en Eva. (Statenvertaling.net Bijbel en Kunst)

William Blake 1757-1827. ‘Kaïn slaat op vlucht’. 1825 Genesis 4:13

Blake schreef in 1822 een kort verhaal waarin hij zich richtte tot de dichter Lord Byron, die vlak daarvoor een toneelstuk had gepubliceerd over Kaïn. Blake noemde het De geest van Abel. Een openbaring in de visioenen van Jehovah, zoals door William Blake gezien. De openingsscène wordt als volgt beschreven: “Een landschap met rotsen. Eva valt flauw over het dode lichaam van Abel dat naast een graf ligt. Adam knielt naast haar, Jehovah staat erboven.” (Statenvertaling.net Kunst)


Blake had een hekel aan olieverf. Voor dit mahoniehouten paneel gebruikte hij pen, inkt en zelfgemaakte tempera op een bladgouden achtergrond. Een dergelijke techniek was vóór de renaissance vrij gebruikelijk. Helaas bleken de kleuren van Blake snel te verbleken. In deze foto zijn ze digitaal gemanipuleerd. (ibidem)

Als oudste van twee broers maakte het Kaïn-verhaal op mij, als kind, een diepe indruk. En het gezegde ‘de hoeder van je broeder‘ werd meer dan één keer gebruikt als ik mijn plicht als oudste broer verwaarloosd zou hebben. Tenslotte was deze gebeurtenis ‘de eerste dood’ als je het scheppingsverhaal volgens de bijbel historisch ging interpreteren. Adam en Eva waren door God geschapen en nog volop in leven, zij het in een andere dan de vroegere paradijselijke toestand, maar met de moord op Abel kwam ook ‘de dood’ in de geschiedenis van de uit het paradijs-verdreven mens. En een tweede vraag: ‘Wat was er mis met het offer van Kaïn dat blijkbaar niet in Gods’ smaak viel?” Kaïn was een landbouwer, Abel een herder. Kaïn offerde vruchten van het veld, Abel de eerstgeborene van zijn vee. De Oppermachtige had het in mijn kinderogen niet voor de boeren, een status die bij meerdere van mijn voorouders terug te vinden is.

Mariotto Albertinelli, The Sacrifice of Cain and Abel, circa 1510 public domain via Wikimedia Commons

Hierboven het offer van beide broers met een duidelijke voorkeur voor Abel terwijl Kaïn wel even op adem moet komen. Anthonie Donker alias Nico Donkersloot (1902-1960) vroeg zich in De Vlaamse Gids jaargang 44 (1960) wat er nu in feite gebeurd was:

“Toch is de geschiedenis van Abels dood, met alle leemten en tegenspraken en geschreven zonder de minste literaire bedoeling, de geladenste short-story die men zich kan denken. Zo is zij blijven voortleven en inspireren, als het ‘eerste drama der mensheid’. De eerste moord, de eerste doodslag althans. Het oude strenge joodse rechtsbesef zal geen onderscheid daartussen gemaakt hebben. Kaïn was de eerste moordenaar, hij doodde Abel. Vroeg in de geschiedenis van het mensdom begon reeds het bloedvergieten, de eerste moord was een broedermoord, verkondigt het oude verhaal met schaamte en bedwongen ontzetting over dit lage uitvloeisel van het mens-zijn. Maar de vraag van de Heer aan Kaïn: ‘Wat hebt gij gedaan?’ laat ook de lezer niet los. Hij wil weten: hoe is het gekomen? Wat was het motief tot Kaïns daad? Onder welke omstandigheden gebeurde het? Geschiedde het in een opwelling of met voorbedachten rade? Wilde Kaïn Abel doden? Wist hij wat hij deed?”

Titiaan ‘Kain en Abel’.

Nico Donkersloot:
Aanvankelijk was zijn leeropdracht die van de Nederlandse letterkunde maar vanaf 1956 was hij hoogleraar in de algemene en vergelijkende literatuurwetenschap. Hij was tevens journalist, essayist, vertaler en dichter. In de oorlog schreef hij onder het pseudoniem Maarten de Rijk. Tijdens de oorlogsjaren was hij betrokken bij verzetsactiviteiten en werd door de Duitse bezetter ontslagen als hoogleraar en gearresteerd. Hij werd opgesloten in de gevangenis van Scheveningen (Oranjehotel) en zou na de oorlog een tekst schrijven voor de plaquette (naast de deur in de buitenmuur aan de Van Alkemadelaan) die daar in 1949 onthuld werd ter nagedachtenis aan de geëxecuteerden op de Waalsdorpervlakte. (Wikipedia)

“Maar toch verschilt hij van alle andere moordenaars, hij is de enige moordenaar op aarde bij wie de dood nog onbekend was. Zijn misdaad is reeds daarom tragisch, daar hij het gevolg ervan nog niet kennen kon. Achter de vraag, of Kaïn in een opwelling handelde, in woede en drift, of met opzet, Abel wilde doden, rijst voor zijn schuld de verder strekkende vraag, of Kaïn kon weten wat hij deed. Hij kon dit niet. Abel werd de eerste dode op aarde. Dat was iets ongekends. En ook uit het korte bijbelverhaal kan men toch opmaken, misschien al door zijn bruuske ontkenning maar zeker door zijn schuldbekentenis na de woorden van zijn Heer, dat Kaïn door de gevolgen van zijn daad diep geschokt en radeloos ontsteld is.” (Nico Donkersloot)

Lucas van Leyden (1494-1533) Kaïn doodt Abel gravure 1529. Rijksmuseum

Volgens Augustinus in de Twee Rijkenleer zijn er sinds de zondeval twee soorten menselijke gemeenschappen, belichaamd in de zonen van Adam, lees ik in het dossier Kain (Peter Hofstede De Groene Amsterdammer 31 juli 1996) De voornaam Abel kan best gebruikt worden, maar wie zou er Kaïn willen heten?

"HET SPOOR LEIDT vervolgens naar de Twee Rijkenleer van de invloedrijkste christelijke denker ooit, Aurelius Augustinus (354-430). Volgens deze katholieke kerkvader zijn er op aarde, sinds de zondeval, twee soorten menselijke gemeenschappen, belichaamd in de zonen van Adam. In Abel, een club van mensen die naar de geest, in Kain, een club van mensen die naar het vlees willen leven. Het rijk van God en het rijk van Satan. De antithese der beide rijken maakte de eeuwige orde tot een esthetisch geheel, een tot in de finesses doordacht kunstwerk, vervaardigd door de Grote Klokkenmaker, die alle dingen heeft gegrond in maat, getal en gewicht. Aan het einde der tijden manifesteert God zich als de ultieme Mondriaan, een mozaieklegger met de basiskleuren goed en kwaad. In de visie van Augustinus, een potentiële medeverdachte in ons dossier, is de zin der geschiedenis au fond een esthetische. 
Ook de god van het Derde Rijk, Adolf Hitler, heeft altijd de Grote Kunstenaar willen spelen. Voor een artistieke herschepping van de wereld lanceerde hij zijn eigen kijk op goed en kwaad, resulterend in nazitempels naast concentratiekampen. De Führer handelde naar bijbels voorbeeld. Door Abel te positioneren als een heilige en Kaïn als een crimineel schiep God de befaamde tweedeling van de samenleving die ook de maatschappelijke basis zou gaan vormen van het christendom en die nog heden ten dage de sociale verhoudingen in de wereld bepaalt." (Peter Hofstrede)
Het Lam Gods voor restauratie: Paneel Adam De broedermoord van Kaïn op zijn jongere broer Abel. St Baafskathedraal Gent. Jan van Eyck; Hubert van Eyck foto Hugo Maertens
“Het is zover, we hebben ons doel bereikt, jullie zijn het andere ras niet meer, het anti-ras, de grootste vijand van het Duizendjarige Rijk; jullie zijn het volk niet meer dat afgoden weigert. We hebben jullie omhelsd, verstikt, met ons mee in de diepte getrokken. Jullie zijn net als wij, jullie hoogmoedigen: net als wij, net als Kaïn, hebben jullie je broeder gedood. Kom maar, dan gaan we samen spelen.”

En deze tekst van Primo Levi is ook zonder benoeming van soort en tijd voor ons allen te gebruiken. Zet hier geen namen van volkeren bij, het gaat vaak gewoon over ons, waar ter wereld ook.

Bron: Primo Levi, De getuigenissen, vertaling Fida De Matteis-Vogel

Adam and Eve hold their dead son Abel. “The First Funeral,” 1878, by Louis-Ernest Barrias. Plaster. Museum of Fine Arts of Lyon. Public Domain

Afbeeldingen? Kijk bij:

https://commons.wikimedia.org/wiki/Category:Cain_and_Abel_in_art

zijn verharde hart
aangezet tot broedermoord
in zachte zandsteen
his hardened heart
roused tot fracticide
in soft sandstone

(Het Lam Gods in muziek en woord: Paneel VI bis: Kaïn en Abel)

Reliëf van Kaïn en Abel – Adolf von Hildebrand (CC0 – wiki)

Bij het vallen zachtjes zweven…

Foto door Designecologist op Pexels.com



De dagen korten
in juni (21-30) met 5min
in juli met 1u 17min
in augustus met 1u 58 min
in september met 1u 57min
in oktober met 1u 51min
in november met 1u 20min
in december (1-21) met 20min
De dagen lengen terug
in december (21-31) met 4 min

-Koninklijke Sterrenwacht van België-

Foto door brazil topno

Herbst

Die Blätter fallen, fallen wie von weit,

als welkten in den Himmeln ferne Gärten;

sie fallen mit verneinender Gebärde.

Und in den Nächten fällt die schwere Erde

aus allen Sternen in die Einsamkeit.
Wir alle fallen. Diese Hand da fällt.

Und sieh dir andre an: es ist in allen.

Und doch ist Einer welcher dieses Fallen

unendlich sanft in seinen Händen hält.

Rainer Maria Rilke
Eigen foto Gmt
Herfst
 
Er vallen, met afwerende gebaren,
en als van ver - of in de hemel verre
tuinen verwelken, zo vallen er blaren.
 
En in de nachten valt de zware aarde
de eenzaamheid in vanuit al die sterren.

We vallen allen. Deze hand hier valt.
En zie de andere: het geldt voor alle.
 
Toch is er Een, Een is er die dit vallen
oneindig zacht in bei zijn handen vat.

vertaling Peter Verstegen
Foto door Mike Bird op Pexels.com

Met acht uur en een beetje, krimpt het daglicht tussen 21 juni en 21 december. ‘Wij vallen allen.’ is het besluit vanuit de jaarlijkse bladval.

Er is die ene, al dan niet met hoofdletter aangeduid, die het vallen oneindig zacht in beide handen vat. Niet alleen het gevallene, maar vooral ‘het vallen’, de duur dus. Verwoording vanuit ervaring. Vertelling. Verbeelding. Door de eeuwen heen. Oneindig zacht. Plaats voor het ritueel. Door de tijden heen was ritueel vroeger kunst. Waarvoor dient (diende) kunst? Ellen Dissanayake, prof. School of Music van de Universiteit van Washington belicht die vraag en plaatst haar in de tijd. ( onderschriften mogelijk)

Ellen Dissanayake beschrijft hoe de kunsten en rituele ceremonies samen evolueerden gedurende honderdduizenden generaties. Dood gaan is een vorm van leven.

Lees en bekijk:

https://www.kunstlocbrabant.nl/kennis-inspiratie/kunst-en-rouw-spreken-over-de-dood-10669

Foto door Johannes Plenio op Pexels.com

In het Prado in Madrid ligt onder een dikke glasplaat het door velen aan Jheronimus Bosch toegeschreven Tafelblad met de Zeven Hoofdzonden. In de vier hoeken rond die Zeven zijn de quatuor novissima, de vier zogenaamde laatste dingen geschilderd: voorafgaand aan de hel en de hemel, zowel het Laatste Oordeel als een sterfkamer. Deze laatste sluit aan bij de Ars Moriendi.

(Ed Hoffman Jeroen Boschplazza) Klik hieronder op de titel Jheronimus Bosch en de Ars Moriendi voor meer info.

Het Tafelblad met de Zeven Hoofdzonden Bron: Prado, Madrid. Wikimedia commens.
Het moment, het allesbeslissende moment, nadert; direct daarna is het onherroepelijk en voor eeuwig ofwel de hel, ofwel via het vagevuur naar de hemel! En op dat laatste ogenblik wordt het lot van de man boven zijn hoofd bepaald in een duel tussen engel en duivel: het duiveltje gooit een zak geld en een flitsend zwaard in de strijd, terwijl het engeltje afwachtend bidt. (ibidem)

Foto door Pixabay op Pexels.com

Er zijn in deze tijden pogingen om nieuwe rituelen voor dit ‘vallen’ te ontwikkelen, aansluitend bij het voorbije leven en zin gevend voor zij die nakomen, of, anders gezegd, achterblijven. Ontwikkelen we onze intuïtie voldoende tijdens onze levensloop nu we vrijwel al op jonge leeftijd uitsluitend in ‘kennis’ moeten geloven? Verban je kunst uit de opvoeding dan sluit je een aantal essentiële wegen naar de kern van ervaring en expressie waarin bijvoorbeeld rituelen je helpen om emoties persoonlijk vorm te kunnen geven.

"Rituelen zijn waardevol omdat ze structuur, betekenis en verbinding bieden, zowel individueel als in groepen. Ze helpen bij het navigeren door belangrijke levensfasen, emoties en veranderingen, geven houvast en versterken sociale banden en gedeelde identiteiten."  (AI Google)

In de kortende dagen zijn er lange avonden waarin we op allerlei manieren, lezend, schrijvend, vertellend, tekenend, schilderend, musicerend of gewoon dromend, observerend, ons ‘vallen’ ook als ‘zweven’ zouden ontdekken. Een vertraging die een breder beeld op het levenslandschap zou kunnen bieden, vermoed ik.

Foto door Johannes Plenio
Fall, leaves, fall; die, flowers, away;
Lengthen night and shorten day;
Every leaf speaks bliss to me
Fluttering from the autumn tree.
I shall smile when wreaths of snow
Blossom where the rose should grow;
I shall sing when night’s decay
Ushers in a drearier day.

Emily Brontë

Het momentele als waan of essentie (2)

Julie Manet and Her Greyhound Laerte, 1893, painted by her mother, Berthe Morisot. © The Bridgeman Art Librarycreenshot

En ik begrijp ook heel goed de titel van een bijdrage van Koen Kleijn in De Groene Waterman van 26 februari 2025 met de uitdagende titel ‘Groen, geel, blauw en slordig’.

"De impressionisten die zich in de negentiende eeuw verzamelden in Parijs waren modern en rebels. Toch liepen ook conservatieven met hen weg. En hun revolte begon niet met één donderslag. " 

Of Morisot de meest bijzondere en radicale afbeeldingen van hedendaagse vrouwen schilderde lijkt eerder een kreet-recht-uit-het hart dan een nuchtere vaststelling, maar haar aanwezigheid was een duidelijk vrouwelijke présence in een wereld die hen meestal gewoon als ‘model’ gebruikte.

Berthe Morisot. Jour d’ été. 1879. (klik op beeld om te vergroten)
Claude Monet Femmes au Jardin. 1866 vergroot door op onderschrift te klikken

De ontevredenheid met het academische en het academische systeem vond een mogelijke uitweg in het ‘Salon des Refusés‘ (tentoonstelling van de geweigerden) waar sinds 1863 afgewezen kunstenaars een eigen tentoonstelling kregen, een initiatief van keizer Napoleon III. Er was wel een verschil tussen de weigering van Manet en die van de latere impressionisten: Manet schilderde ‘plat’, en liet naakten ordinair tussen eigentijdse mensen zitten, de impressionisten schilderen in de ogen van de jury vooral slordig. Dankzij Charles-François Daubigny, jurylid maar ook een bevriende kunstenaar, waren de jonge kunstenaars met hun nieuwe onderwerpen vanaf 1868 alsnog welkom op de Salon.

"De tentoonstelling die de kunstenaars in 1874 organiseerden had dus niet als aanleiding dat ze nergens anders terecht konden. Bovendien was de kunst in Nadars ruimte niet per se revolutionair, zo is te zien in een voorzichtige reconstructie in de eerste twee zalen van de tentoonstelling in het Orsay. Er zijn geen foto’s bekend van de tentoonstelling, en ook de catalogus uit 1874 is niet altijd helder over welk werk er te zien was, laat staan hoe. Nadar had zijn fotostudio inmiddels verhuisd. Wel weten we dat Degas de ruimte omschreef als ‘une situation unique’, met zeven of acht zalen op twee verdiepingen, bereikbaar per lift en met volop licht. Nieuw was ook dat de tentoonstelling ’s avonds toegankelijk was, dankzij het gaslicht."

(citaten uit De Groene A’dammer ‘Waterlelies zonder naakt)

Claude Monet ‘Populieren in de zon’. 1887
Pierre Auguste Renoir. La Yole. 1875

Elementen bij het ontstaan van de nieuwe richting:

-Het mengen van drie primaire kleuren, rood, geel en blauw creëert de drie secundaire kleuren: groen, oranje en violet. Primaire en secundaire kleuren vormen het kleurengamma van de regenboog. (Je kunt ze ook waarnemen in natuurkundig experiment waarin kleuren door een prisma worden gebroken. Combinaties van dr zes regenboogkleuren reproduceerden het natuurlijke licht. Zie ook onze bijdrage:

Theo van Rysselberghe. de drie kinderen in blauw. 1901

En …je kon je verf in tubes meenemen, net zoals je schildersezel, op weg naar de Normandische kust waar schilders met comfortabele achtergrond een tweede (familie)verblijf hadden.

Monet trekt naar Londen maar beklaagt zich want de zo bekende ‘mist’ was voortdurend vervangen door heldere lucht waardoor de geliefde contourvervaging (zoals in Turners werk) blijkbaar uitbleef.





‘Wat mij het meest bevalt in Londen is de mist. Maar toen ik opstond, zag ik tot mijn schrik dat er geen mist was, zelfs geen flard. Ik was terneergeslagen en dacht dat ik het schilderen wel kon vergeten, maar geleidelijk aan werden de vuren aangestoken en kwamen de rook en de nevel terug.’

Die vage contouren van het Impressionisme, gewoon luchtvervuiling? Dat wordt hier handig ontweken. Kijk.

In een artikel van ‘De Standaard’ 2 februari 2023 schrijft Hilde Van den Eynde bij het zogenaamde veranderen van o.a. Claude Monet’s stijl (meer impressionistisch):

Claude Monet (1840 – 1926), London, Parliament. Sunlight in the fog, 1904, oil on canvas, Musée d’Orsay, Paris. Photo: Grand Palais RMN (Musée d’Orsay) / Hervé Lewandowski

Het is een misverstand, zegt Sterckx, dat impressionisten de realiteit niet wilden weergeven. ‘Ze verzetten zich wél tegen de idealisering ervan, tegen het oppoetsen van de werkelijkheid. En ze keken naar andere aspecten van die werkelijkheid, zoals hoe de constant veranderende atmosfeer – door de seizoenen, het moment van de dag, de weersomstandigheden, en dus ook mist en luchtvervuiling – ons zicht op de werkelijkheid voortdurend beïnvloedt. De nieuwe studie onderbouwt die visie, eerder dan ze tegen te spreken.’ (ibidem)

Ferdinand Hart Nibbrig, Op de duinen in Zandvoort, 1892, Olieverf op doek, 42 x 58 cm, Singer Laren, schenking P.J. Hart Nibbrig 1981

Een aanvulling over de figuratie-achtergronden:

Noch een wonder, noch een toeval, gewoon, denk ik, een evolutie zoals meerdere auteurs dat ‘Impressionisme’ benaderen. Voor mezelf was het, als jongen van vijftien, een ontdekking, een heuse revolutie. Niet alleen de vormgeving, maar het beeld van een deur die je open stoot waarachter nieuwe mogelijkheden waren te ontdekken omtrent het samenvloeien van menselijke ver-beelding met de zichtbare en onzichtbare werkelijkheden. Je hoefde niet zo goed mogelijk de werkelijkheid weer te geven (de term ‘aftekenen’) maar de verbeelding naar vorm en inhoud zichtbaar te maken in vormen die niet alleen jouw verhaal maar ook het verhaal van de kijker (luisteraar) impliceerden. Het alledaagse verbergt een schat aan bewoonbare verhalen. De eenvoud of de versleuteling , de spiegeling of droom, tot in het absurde of magische, het is de verteller die geduldig pogingen blijft ondernemen om te ‘vervoeren’ dat oude woord met zijn ontelbare betekenissen.

mooie aanvulling=

Het momentele als waan of essentie (1)

“Chemin montant dans les hautes herbes”_(1873)-Pierre_Auguste_Renoir (1841-1919) (klik op afbeelding om te vergroten)
“Chemin montant dans les hautes herbes”_(1873)-Pierre_Auguste_Renoir (1841-1919) (klik op afbeelding om te vergroten en nog eens eens je in d’ Orsay bent beland.

Inderdaad, samen zijn dit 5 digitale versies van een en hetzelfde schilderij, niet eens groot 60 x 74cm zonder kader, origineel te bewonderen in het Musée d’ Orsay, Paris. Bovenste foto is een versie van Wikipedia via Google, de laatste komt uit het museum zelf, en dan heb ik het nog niet over de diverse kopieën die in de zgn. ‘kunsthandel’ te koop zijn. We zullen moeten gaan kijken, inderdaad en dan zullen we nog een aantal andere versies moeten verwerken al blijkt bij het kleuren zien de hersenwerking bij elke waarnemer identiek. maar de persoonlijke ervaring ervan is weer een ander hoofdstuk.

Maak ik een schermafbeelding van Googles opzoekingen dan zie je ongeveer dit:

In een nog recentere versie , februari 2024 resultaat van een opname in de tentoonstelling Colour & Light – The legacy of impressionism, Atheneum, 20 October 2023 – 25 February 2024 kan je een sterke rood-beklemtonende opname bekijken:

https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Chemin_montant_dans_les_hautes_herbes.png

…en terwijl je daar bent, daarnaast onderaan een erg getrouwe kopie uit het museum, en dan zijn we terug bij een mengeling van de opnames bovenaan.

Maar…er is slechts één verhaal.. De plaats: Essoyes. Of niet? Gaat het eerder over een ‘impressie’? Herinneringen? Maak een keuze tussen de eerste twee doeken bij het begin van deze bijdrage.

Het verhaal van "Chemin montant dans les hautes herbes":

Twee silhouetten bijna in het midden van het doek, het kleinere silhouet is van een kind, het andere van een vrouw. Loopt het kind voorop, bloemen in een van zijn handen terwijl de vrouw een rode parasol draagt. Zij lopen beiden naar een houten poortje, rechtsonder het schilderij. Mogelijk heeft Renoir Jean, zoon en Camille, vrouw van zijn vriend Monet verbeeld.
Voel je de zomerwarmte? Hoor je de krekels? De wind brengt een zoete geur van wilde bloemen mee. In de verte, op het pad achter het kind en de vrouw met de rode parasol zie je nog een stel, een man en een vrouw, in het zwart gekleed. Ook die vrouw beschermt zich met haar parasol.
De tuin zal meermaals in zijn werk verschijnen.

Pierre-Auguste Renoir Femme avec parasol dans un jardin 1875

Is het een herinnering van de schilder P.A. Renoir in Essoyes en beschrijving van de route “Chemin montant dans les hautes herbes”?

Auguste Renoir en Aline Charigot, afkomstig uit Essoyes, ontmoetten elkaar in Parijs. In de Rue Saint Georges, in een crémerie waar men in die tijd ook kon eten, charmeerde de jonge naaister uit de provincie Renoir. Hij was onder de indruk van de charme van deze 21-jarige vrouw en vroeg haar om in zijn atelier te komen poseren. Aline stemt toe en zo vindt de kunstenaar, die zich niet op zijn gemak voelt in de salons van de Parijse bourgeoisie, maar zich aangetrokken voelt tot de natuur en het gezonde leven van de plattelandsbevolking, de weg naar Essoyes. Maar dan zijn we de rumoerige jaren 1872-1877 net voorbij.

Renoir a 39 ans. Il est alors dans une période critique. Et comme ses amis Monet, Pissarro et Sisley, il traverse une période où le mouvement impressionniste s’essouffle. Comme eux, il la résoudra à sa façon. Contrairement à Monet, Cézanne et Degas, il ne peut vivre que de sa peinture. Voilà pourquoi il s’est lancé dans le portrait et ainsi s’est acquis la bourgeoisie parisienne. Mais c’est à Essoyes qu’il va retrouver l’ambiance, le cadre, les couleurs et la lumière de sa peinture. “Essoyes avait vraiment tout ce qu’il faut pour enchanter un peintre et lui faire découvrir des motifs à chaque pas ; un village où les toits étaient d’une belle couleur raisin de Corinthe, une rivière coulant paresseusement au pied des bouquets de saules argentés, un sol d’un ton cuivré et au-delà une épaisse forêt” 

(François Fosca / Editions Aimery Somogy).

Renoir Grand Vent (Le coup de vent) 1872

Dit werk hing ook op de eerste tentoonstelling van ‘de impressionisten’ in 1874 en zorgde voor de nodige negatieve commentaar. Stel je voor, een schilderij zonder figuratie, met de wind als onderwerp. Wind ja! En rond dezelfde tijd 1874-1876 dit portret: ‘Femme à l’ ombrelle et enfant’

Pierre-Auguste Renoir – Femme à l’ombrelle et enfant.jpg. (1874-76)

En of dit niet Camille Monet was? Maar vooral de mooie belichting, licht en schaduw zijn belangrijker dan de details van het kleed en de zomerse omgeving. Zijn we hier bij personages van de ‘Chemin montant?’ Alvast in dezelfde innigheid en atmosfeer. Het moment. Even maar en het is voorbij. Kunstenaars als Claude Monet, Pierre August Renoir, Edgar Degas, Camille Pissaro, Berthe Morisot stelden voor de eerste maal hun (vaak geweigerde) werken tentoon in 1874. Het statische beeld verdampte in de pijnlijke schoonheid van ‘let op, het duurt maar even en het is voorbij…’ En of je die momenten kon vastleggen; was dat geen contradictio in terminis? Zelfs het reproduceren van hun werken is geen makkelijke opgave zoals duidelijk bleek bij het begin van deze bijdrage. Een museum is een oplossing, of met de feestdagen in het achterhoofd geef en krijg mooie geïllustreerde kunstboeken.

Berthe Morisot painting entitled: Eugène Manet and his Daughter in the Garden

Voor mij bestaat een landschap nauwelijks als landschap, omdat het voortdurend van uiterlijk verandert; maar het leeft dankzij zijn omgeving, de lucht en het licht, die voortdurend variëren.
Claude Monet

Het Klaprozenveld in Argenteuil, 1873. Claude Monet
Neen. Het moment
is geen bevroren onderdeel
van een beweging.
Het moment suggereert
wat zichtbaar was of wordt,
maar
zonder nu
bestaat er geen verleden
noch toekomst.

(wordt dus vervolgd)

Renoir. Vrouw in de tuin

Aanvullend:

Smakelijke Symbolen

Het Museum van Stillevens in de Villa van de Medici in Prato biedt kleurrijke afbeeldingen van 17e-eeuws Italiaans fruit, waaronder deze peren, geschilderd door Bartolomeo Bimbi. Alinari Archives, Florence / Bridgeman Images

Deze collectie Italiaanse peren zijn niet alleen een vroege agrarische publiciteit maar tegelijkertijd een symbool. De peer stond in de 17de eeuw aldaar bekend als symbool voor de kindertijd en het paradijs na de dood, terwijl perziken de ouderdom symboliseerden , kersen het bloed van Christus en druiven, u raad het al, het goede leven, en hier gewoon ook een publiciteitsstunt waren om de de variëteiten te promoten.

Bartolomeo Bimbi Druivensoorten (klik op onderschrift om te vergroten)

Het fruitstalletje van Frans Snyders (1579-1657) en Jan Wildens (1584-1653) leert ons ook soorten ontdekken die intussen vergeten waren. Want vergis je niet de vrucht onder de madonna met kind van Della Ragione is wel degelijk een (lang vergeten) perensoort.

Het fruitstalletje Ermitage Imperial (klik op onderschrift om te vergroten)

Della Ragione. Madonna met peer (pera verdacchia!)

In Albrecht Dürer’s ‘Madonna en kind met een peer’ ontdekten deskundigen dat deze vrucht een appel was.

Dalla Ragione found that the pear in Albrecht Dürer’s “Madonna and child with the pear” is actually an apple. Digital Image Library/Alamy

Het MSK, Museum voor Schone Kunsten in Gent heeft een mooi doek, ‘Stilleven met groenten en vruchten’ van barokschilder Jan Pauwel I Gillemans. (1618-1695). Je kunt het op allerlei manier bekijken en bestuderen. Fraai.

Bekijk en bestudeer:

https://www.mskgent.be/collectie/1901-a

 Tegen een donkere achtergrond staat centraal een Delfts blauwe kom met citrusvruchten. Ze wordt omringd met groenten en fruit uit verschillende seizoenen. Hieruit valt op te maken dat het stilleven geen momentopname is, maar een artificiële constructie. Dergelijke composities stonden symbool voor de vergankelijkheid. Over de symbolische betekenis van de afzonderlijke details bestaat er geen overeenstemming. (MSK)


Sinaasappel

In zijn wapenschild niet het hijgend hert,
en evenmin ’t gebrul van leeuwen,
zeker niet de gouden kroon
maar een sinaasappel in zijn citrusvel.

Reeds geplukt, al mag een twijgje
nog de boom herinneren, en een blaadje
dat hij zuiderluchten proefde.

De bittere schil geneest de krampen:
elixir aureant compositum.
Het vruchtvlees en een verborgen sappenschat
laten je bij het pellen watertanden.

Anders dan de slappe mandarijn
zit hij strak, weerbarstig in het vel
en bijt hij onder je nagelranden
voor hij zijn innigheid verkoopt
terwijl zoete tranen bij het breken
over je handen vloeien,
de mond hapklaar, de tong
een breed bed voor het geperste suikersap,
uren zon en tederheid van bijen
verheffen smaken tot een elfenlied.

In de tuin der hesperiden glom zijn vacht,
zijn geur vermengde zich met chocola
bij het liefelijk bedrog uit vroege kindertijd.

Zijn ronding roept ook ’t vrouwelijk zoete
voor de geest van hongerige mannen;
in de koele ziekenkamer geneest hij vaak
de bange eenzaamheid.

In mijn kaal geplukt wapenschild
glanst hij woordeloos.
Niet verwoest door vlijm of citruspers
vat hij de kern der dingen samen.

Gmt
Foto door Ryan Baker op Pexels.com

Het leven van Guillaume Apollinaire (1880–1918) is voor velen waarschijnlijk bekender dan zijn poëzie; zijn Poolse moeder en zijn nooit gekende Italiaanse vader, zijn vriendschappen met moderne schilders als Picasso, Matisse en Delaunay en zijn deelname aan het Franse leger in de Eerste Wereldoorlog, die hem bijna het leven kostte. Toen hij op zijn 38ste aan de Spaanse griep overleed, had hij twee baanbrekende dichtbundels gepubliceerd, Alcools en Calligrammes. Daarnaast liet hij honderden gedichten na. (Drukwerk in de Marge)
De mooie roodharige

Jullie wier mond naar Gods beeltenis is gemaakt
Mond die de orde zelf is
Wees mild wanneer jullie ons vergelijken
met degenen die de volmaakte orde waren
Terwijl wij overal het avontuur zochten
Wij zijn jullie vijanden niet
Wij willen jullie grootse en vreemde gebieden geven
Waar het mysterie zich in bloemen aanbiedt voor wie het wil plukken
Er zijn daar nieuwe vuren en nooit geziene kleuren
Duizend ongrijpbare fantasieën
Die werkelijkheid moeten worden

Vertaling: Kiki Coumans

Robert Delaunay, Fenêtres ouvertes simultanément _1912.jpg

Welke namen je ook aan het mooie fruit geeft, je zult het moeten proeven wil je zijn smaak leren kennen. Nu de herfst binnen drijft, open de ramen, pluk de vruchten van de voorbije zomers want de winter kan koud en lang zijn, maar de zolder van je ziel is ruim en geurend naar de vele voorbije zomers. En hoe oud je ook bent, er zal nog steeds een aantal lege planken blijven in de legkast voor het komende. Verlangens kunnen zich klein maken, wachtend om gesmaakt te worden en zich in jouw bestaan te ontplooien ook op winterse dagen.

Bartolomeo Bimbi. “Vijgen’ Klik op ondserschrift om te vergroten

Brieven aan Cecilia: ‘Het wiel belicht en beladen’

Het wiel van Rosmalen – Armando (Foto Historiek)

Je zou bij verjaardagen het beeld hierboven kunnen gebruiken, het wiel van Rosmalen. Ik lees in ‘Historiek’:

"Het Wiel van Rosmalen is een kunstwerk van Armando (pseudoniem van Herman Dirk van Dodeweerd), dat in 1992 vlakbij een zandverstuiving in de Noord-Brabantse plaats Rosmalen werd geplaatst. . Het zwartbronzen kunstwerk staat ook wel bekend als het Wiel van Armando. " 


Zelf schreef hij in 1992 over het karrenwiel:

Het wiel van Rosmalen zal geen gaaf wiel zijn
Een wiel dat ‘schuldig’ en ‘onschuldige’
voertuigen voortbewogen heeft.
Dat kanonnen moest voortslepen,
maar thans tot rust is gekomen.
Het wiel van het slagveld,
maar ook het wiel als rad der geschiedenis.
Overwonnen beweging. Gestolde kracht.
Een wiel dat wellicht tot inkeer is gekomen.

Deze tekst is ook op de sokkel van het kunstwerk te vinden. Het kunstwerk van Armando vertoont gelijkenissen met het kleinere sculptuur Feldzug dat sinds 1989 bij de ingang van de begraafplaats Rusthof in Leusden staat.

‘Feldzug’, kunstwerk van Armando te zien bij de begraafplaats Rusthof in Leusden (CC BY-SA 3.0 – Willemnabuurs – wiki)

‘Ik heb in mijn werk steeds een voorkeur gehad voor eenvoudige vormen en begrippen: landschap, boom, vlag, ladder, kop. En de laatste jaren het wiel. Maar ik stel me niet tevreden met de simpele, schone vorm.
Een kunstenaar put uit jeugdervaringen en die moeten de vorm lading geven. In mijn jeugd stond de wereld in brand. Er was een vijand en zijn strijdwagens denderden over ons land.”

(Armando)

Dus, lotgenote mag ik met jou de stad herinneren waarvan ‘de strijdwagens’ dachten dat het voor duizend jaar hun hoofdstad was? Berlijn. Wij hebben er geleefd en gewerkt. En het wonderlijk wiel dat herinneren heet, draait het voorbije naar de rand van ons leven . Geboren onder hun grootspraak, het jaar nul van Europa, hebben wij er later verbindingen gevonden waarin beelden, verhalen en vertellingen hoor- en zichtbaar werden terwijl de Muur nog de wielen blokkeerde, maar de gedachten hun gangen gingen en je daarna met alles wat wielen had Oost en West kon bereizen. Dachten we. Hoopten we.

Soviet troops at the eastern boundary of Berlin, Germany, near the end of World War II in Europe. Photograph, 22 April 1945.

En tot in de eurolotterij geëerd, al mag de kans tot ‘fortuin” vrijwel minder dan nul zijn, het zit in de genen dit ‘Rad van fortuin’, een vreselijk wiel waarvan het draaien zelfs de politiek kan bepalen. (naar men zegt…)

Uit: Des faits et dits mémorables. 1413 Valerius Maximus.
En dan wordt hij koning en zit op zijn troon,
de omwenteling verloopt zo schoon,
hoog op het rad der geschiedenis
droomt hij dat hij een godje is,
hij klapt in zijn handjes maar dat is dom
want dan draait het wieletje nog eens om.

(Uit .W. Schulte Nordholt, Contrafacten – gedichten op reis en thuis (Baarn, z.j.) p. 20-21 )
Fresco in Tingsted (Denemarken) – het ‘rad van fortuin’ of het ‘wiel des levens’. wikimedia. De teksten – met de wijzers van de klok mee: regnabo, regno, regnavi, sum sine regno. (ik zal heersen, ik heers, ik heb geheerst, ik ben zonder koninkrijk

Orffs muziekstuk viel goed in de smaak bij iedereen, ook bij de Duitse nazi’s. Dat was volgens sommige historici wellicht zijn redding, want Orff stond binnen nazikringen op dat moment niet erg goed bekend. Integendeel, hij stond bekend als links, en verschillende leden van de nazipartij vonden daarom dat zijn werk niet verder verspreid zou mogen worden. De Carmina Burana bracht daar verandering in: het werd een bekend stuk in de kringen van de nazi’s en ze behandelden het als een kenmerk van ‘jeugdcultuur’ in het Derde Rijk. De krant van de Nazi’s, de Völkischer Beobachter, noemde Orffs cantate ‘het soort heldere, stormachtige en toch altijd gedisciplineerde muziek die onze tijd nodig heeft’.  (IsGeschiedenis)

Hij werd na de oorlog wegens zgn. nazi-sympathië voor de rechtbank gebracht maar wist zich voldoende te verdedigen om in eer hersteld te worden.

Lees zijn bio in “Klassiek in de Kapel”

Carl Orff ten tijde van de Carmina Burana

Werken met film en geluid veranderde wezenlijk tijdens onze levensloop. Waren het eerst nog de ‘wielen’ waarrond pellicule (celluloid) of magneetband was gewikkeld, -monteren betekende vooral ‘knippen en plakken- weldra verschenen de digitale mogelijkheden met de CD als overgang- en daarna de harde schijven die de montage via computer mogelijk maakten waarbij het ‘bewaren’ voor weer andere problemen zorgde omdat programma’s snel verbeterden en nieuwe versies de toegang tot vroegere edities bemoeilijkten.

Bijna dertig jaar geleden (1996) schreef Marcel Cobussen in De Groene Amsterdammer een tekst: ‘De terreur van het oog’. Een fragment:

"De pianist die in de beginjaren van de film, toen nog zonder geluid, de beelden auditief ondersteunde, deed dit volgens de Duitse filosoof Theodor Adorno om de angst bij het publiek weg te nemen. De abnormale stilte - doorgaans associatief verbonden met onbeweeglijkheid - van de stomme film stond in een dreigend contrast met de weergegeven bewegende visuele werkelijkheid. Wanneer het oor niets hoort, lijkt het oog ten prooi aan angst en onzekerheid. De begeleidende (film)muziek diende om gerust te stellen, op dezelfde manier als een kind dat fluit in het donker. Op onderdanige wijze, zich terdege bewust van zijn ondergeschikte positie, is geluid hooguit een medicijn voor het beeld.
Ik heb besloten dit de terreur van het oog te noemen."

De terreur van het oog DGA 10 januari 1996 Marcel Cobussen

Titiaan “Cupido met het wiel van de Tijd.” 1515-1520

Die ‘strijd’ hebben wij, denk ik, heel anders aangevoeld. Zocht ik vaak ‘geluidslandschappen’ (soundscapes) op, naar inspiratie van de Canadese componist Murray Schafer, jouw beelden lieten kijkers luisteren en begrijpen naar wat andere mensen als levensbelangrijk hadden ervaren. Een fraaie kruisbestuiving. Vaak verbond muziek de werelden van zien- en luisteren. Tijd om geluid en beeld in een mooie vriendschap te verbinden en je hiermee een gelukkige verjaardag te wensen.

En ‘Helena, de cassettes en de kinderen’, een radioportret uit de vroege jaren tachtig, voor wie -nu het frisser en vroeger donker wordt- knus wil luisteren, de herfst tegemoet.

De Nacht voorbij? Ferdinand Hodler (1853-1918)

Ferdinand Hodler Bern 1853-Genève 1918 ‘De Nacht’. 1891 Klik op ondertitel om te vergroten.

Hodlers werk is vaak omstreden geweest. Zo werd het schilderij "De Nacht" geweigerd voor een expositie in Genève. Ferdinand Hodler huurde zelf een kamertje om het op te hangen. Hij vroeg 1 frank aan wie het wilde bekijken. Hiermee verdiende hij 1300 (Zwitserse) frank. Toen hij vervolgens met het schilderij naar Parijs reisde werd het daar meteen tentoongesteld. Zijn zakeninstinct bleek ook uit het feit dat hij vaak zijn voorstudies verkocht, soms zelfs in delen verknipt. Hodler was meer dan bemiddeld toen hij overleed.  (Wikipedia)

Hoor je de lezer-kijker begrijpend zuchten? Een Zwitser dus…? De aanvang is niet zo vrolijk. Begint je bio met: “.Ferdinand Hodler werd geboren in Bern in straatarme omstandigheden..” dan moet je deze bewering afronden : “Zijn moeder was kok in een gevangenis, en daar werd Hodler geboren.” Zijn zelfportret (met opengesperde ogen) oogt niet zo levensblij zoals de titel inderdaad laat vermoeden.

Zelfportret met opengesperde ogen (1912) (Klik op titel om te vergroten)

Was Hector Hodler, zijn zoon een van de grondleggers van de Esperanto-beweging, zijn eerste huwelijk met Bertha Stucki duurde nog geen twee jaar. In 1898 trouwde hij met Berthe Jacques en nadat hij in 1914, begin van de Eerste Wereldoorlog, de verwoesting van Reims door Duits artillerievuur had veroordeeld, was zijn werk niet meer welkom in Duitse kunstmusea. Dus kreeg hij vrijwel geen Duitse opdrachten. De maîtresse van Hodler, Valentine Godé-Darel, kreeg in 1914 te horen dat ze kanker had. De vele uren die Hodler aan haar bed doorbracht resulteerden in een serie schilderijen die haar aftakeling documenteren. Haar overlijden in 1915 greep Hodler zeer aan. Haar portretten vertellen meer dan woorden kunnen uitdrukken.

Portret van Valantine Godé-Darel (1913) Vergroot door op onderschrift te drukken)
Valantine Godé-Darel op haar ziekbed. 1914


Hodlers doorbraak kwam in 1891 met het schandaalschilderij La Nuit (1889-1890), volgens Hodler zelf zijn eerste kunstwerk. In Genève verboden door de burgemeester, behaalde het schilderij enig succes in Parijs, en daarna grote successen in Venetië, München en Wenen. La Nuit is het eerste monumentale schilderij waarin Hodler zijn nieuwe theorie van het ‘parallellisme’ uitwerkte: het idee dat kunst en natuur gehoorzamen aan een en hetzelfde, allesoverkoepelend principe, te weten dat van de symmetrie. Hodler dacht de orde in de natuur te kunnen onthullen en overbrengen in zijn schilderijen, door middel van ritmische ordening en symmetrie van compositie. In het vervolg zag hij overal symmetrie: in rotsen en bergtoppen, in boomstammen, in de wolkenhemel of in het menselijk lichaam, in het kapsel van zijn eerste vrouw Berthe of in een groep mensen. In La Nuit tilt Hodler autobiografische preoccupaties naar een universeel plan, door onder anderen zichzelf en de twee vrouwen in zijn leven in te zetten als acteurs in een groter drama van leven en dood, in een ritmische groepering van halfnaakte, slapende mensen in een onbestemd landschap.

(Merel van Tilburg. De Witte Raaf Editie 131 jan-feb 2008)

Lees verder:

Ferdinand Hodler ‘Die Lebensmüden’ (The Tireded of Life) Klik op ondersdchrift

The Consacrated One (1903) klikken op onderschrift en doorklikken

Maar, er zijn blijkbaar uitwegen uit de donkerte, betrokkenheid bij het levenslot. Tweemaal vind je het thema van de ‘Barmhartige Samaritaan’ in zijn werk. Bijna op ooghoogte van de hulp behoevende.

Ferdinand Hodler De Barmhartige Samaritaan 1883.

In een commerciële bijdrage vond ik een werk waarin opvarenden door een storm worden overvallen. Of het een beeld van het evangelische verhaal is waarin Jezus tenslotte het woeste water zal stillen?

Ferdinand Hodler Verrast door de storm. 1887

Hoe diep de nacht ook mag zijn, je merkt de stijlwisselingen naarmate het onderwerp, de woelige tijden einde 19de en begin 20ste eeuw, maar de tederheid van dit meisjesportret overstijgt de klasseringsdrang. In ‘lente’ uit 1901 zie je stijlverwantschap met het symbolisme en de art nouveau.

Portret van Louise-Delphine Duchosal, 1885
De Lente (1901)
Nooit enkelvoudig
of verdubbeld.
maar gespiegeld
om volmaakt
alleen te zijn.
Het Thunermeer met symmetrische weerspiegelingen (Ferdinand Hodler) Klik op onderchrift om te vergroten.
    "Kleur bestaat tegelijkertijd met vorm. Beide elementen zijn voortdurend met elkaar verbonden, maar kleur springt meer in het oog – bijvoorbeeld een roos – en soms ook vorm – het menselijk lichaam."

Hodler over het belang van kleur

Herfstavond 1892

Je vindt 256 werken bij Wikiart

https://www.wikiart.org/en/ferdinand-hodler

Bomen in de tuin van zijn atelier

Contemporaries valued Hodler above all as a “master of human characterisation who could create the soul by painting the body,” as the artist Paul Klee noted in 1911. Hodler wanted to combine simplicity with grandeur. Even now, viewers are captivated by the timeless grace of his dancers and young men with their graceful postures and tender expressions. They seem archaic, often earnest, and yet spirited, full of life and lightness. Hodler drew for his art on nature, of which people were a part. His figures and mountains breathe a cold, clear air. The artist, as Hodler himself put it in a programmatic text, “reveals nature magnified and simplified, liberated from detail”. (Berlinische Galerie Museum of Modesrn Art)


Hodlers tijdgenoten waardeerden hem vooral als een ‘meester in het weergeven van menselijke karakters, die door het schilderen van het lichaam de ziel kon weergeven’, zoals kunstenaar Paul Klee in 1911 opmerkte. Hodler wilde eenvoud combineren met grootsheid. Ook nu nog worden kijkers betoverd door de tijdloze gratie van zijn dansers en jonge mannen met hun sierlijke houdingen en tedere uitdrukkingen. Ze lijken archaïsch, vaak ernstig, en toch levendig, vol leven en lichtheid. Hodler putte voor zijn kunst uit de natuur, waarvan mensen deel uitmaakten. Zijn figuren en bergen ademen een koude, heldere lucht. De kunstenaar, zoals Hodler zelf in een programmatische tekst schreef, “onthult de natuur vergroot en vereenvoudigd, bevrijd van details”. (Berlinische Galerie Museum of Modesrn Art)
Jenenser Student 1908

Te warm buiten? Dan in een koele kamer kijken naar een mooie collectie van zijn werk. Gebruik groot scherm en geniet. Verfrist de geest.

Een mens ten voeten uit: Jean-François Millet (1814-1875) schilder

Le Moissonneur (De Maaier) – Jean-François Millet (1866-1867)
pastel op karton – 96 cm x 68 cm
Hiroshima Museum of Art

een GEÏNSPIREERDE of VAN ALLE MARKTEN THUIS?

Jean-François Millet stierf een jaar na de eerste tentoonstelling van de impressionisten, die veel te danken hadden aan het meesterschap van de schilder op het gebied van licht en sfeer. Millet, vooral bekend om zijn werken die hij eind jaren 1840-1850 in Parijs en Barbizon maakte en waarin hij het zware werk van landarbeiders met gratie en waardigheid weergeeft, werd vereerd door kunstenaars als Camille Pissarro, wiens stralende schilderijen van landarbeiders zijn invloed laten zien; Vincent van Gogh, die tot laat in de nacht Millett’s biografie bestudeerde en exacte kopieën van zijn werk maakte; en Salvador Dalí, die een boek publiceerde over Millet’s L’ Angélus (1859) en in 1933 zijn eigen eerbetoon aan het schilderij voltooide.

Diverse werken van ‘De Maaier’ van Millet
door (v.l.n.r.) Vincent van Gogh, Paul Cezanne, John Singer Sargent en Jacques Adrien Lavieille
Salvador Dali Angelus. 1933

Salvador Dalí was especially fascinated by this work and wrote a whole book on it in 1938, entitled The Tragic Myth of the Angelus by Millet.

Tegen het einde van de jaren twintig kwam Salvador Dalí, uitgaande van de theorieën van de Franse psychoanalyticus Jacques Lacan, tot de ontdekking van de paranoïde-kritische methode, een onderzoekssysteem dat de schilder omschreef als een “spontane methode van irrationele kennis, gebaseerd op de kritische en systematische objectiviteit van de associaties en interpretaties van delirante verschijnselen”. Een van de iconografische varianten in Dalí’s paranoïde-kritische repertoire zijn de zogenaamde ‘caprices’, of willekeurig gekozen onderwerpen. Een daarvan was Millet’s L’ Angélus (Het Angelus), een schilderij dat volgens de kunstenaar de christelijke moraal van de 19e eeuw illustreert en dat Dalí enorm bewonderde.

Het Angelus. 1857-59 (klik op schilderij om te vergroten)

L' Angélus, een tedere afbeelding van een man en een vrouw die aan het einde van een dag aardappelen oogsten en opgeroepen door het kleppen van het angelusklokje samen het voorgeschreven gebed bidden.

In onderstaande video van 5' te zien in het Dali museum in St. Petersburg (surrealistischer kan niet) beleef je een verdroomd bezoek aan zijn schilderij in een soort virtuele realiteit (360°) Een bezoek aan de wereld die dat Angelus bij Dali heeft nagelaten.

Naar de werkelijkheid, een schildersleven

Jean-François Millet werd op 4 oktober 1814 geboren in Gruchy, nabij Cherbourg, in een hecht gezin van bescheiden, maar niet arme boeren. Het gezin bestond uit een weduwe, haar zoon en zijn vrouw en acht kinderen. Ze hielden van lezen en hadden respect voor kennis. Hij kreeg er een gedegen opleiding en zijn cultuur zou zijn hele leven lang bewondering oogsten bij zijn vrienden en bezoekers. Zijn vader besefte dat zijn zoon een uitgesproken talent had voor tekenen:

"Mon pauvre François, je vois bien que tu es tourmenté de cette idée-là; j'aurais bien voulu t'envoyer te faire instruire dans ce métier de peintre qu'on dit si beau, mais je ne le pouvais; tu es l'aîné des garçons et j'avais trop besoin de toi; maintenant tes frères grandissent et je ne veux pas t'empêcher d'apprendre ce que tu as tant envie de savoir."

Cette période de la vie de Millet reste fortement restée ancrée dans son coeur :
 
"Paysan je suis né, paysan je resterai".

In 1833 schreef zijn vader hem in Cherbourg in bij het atelier van Mouchel, een schilder naar de school van David. Na de dood van zijn vader ging hij naar het atelier van Langlois, een leerling van Gros. Maar Langlois voelde dat hij Millet niets meer kon leren, dus wendde hij zich tot de gemeenteraad van Cherbourg die hem in 1837 een beurs toekende zodat hij beeldende kunst kon studeren in Parijs.

De houtzagers. 1848

"Ce fut un samedi de janvier que j'arrivai le soir à Paris, par la neige; la lueur des réverbères presque éteints par le brouillard, la quantité immense de chevaux et de voitures qui se heurtaient ou s'entrecroisaient, les rues étroites, l'odeur et l'air de Paris, me portèrent à la tête et au coeur, au point de me suffoquer.... 
C'est ainsi que j'accostai Paris; sans le maudire, avec la terreur de ne rien comprendre à sa vie matérielle et spirituelle, et aussi avec l'envie et la volonté de voir ces fameux maîtres dont on m'avait tant parlé et dont j'avais entrevu quelques bribes au musée de Cherbourg.”

januari 1837
Zelfportret 1845-46

In het jaar 1839 eindigde zijn beurs en werd zijn eerste bijdrage voor het Parijse Salon afgekeurd. In 1840 werd zijn werk wel geaccepteerd. Hij pendelde heen en weer tussen Parijs en Cherbourg, waar hij zich thuis voelde. Hij schilderde daar portretten, zelfportretten en mythologische afbeeldingen. Maar…In 1849 verlaat Millet Parijs om zich te vestigen in Barbizon, een klein gehucht aan de rand van het bos van Fontainebleau. Hij sluit zich aan bij een groep kunstenaars die beïnvloed zijn door het landschap en het licht van deze regio, waaronder Théodore Rousseau, Camille Corot en Charles-François Daubigny. Samen richten ze de École de Barbizon op, een artistieke beweging die het schilderen in de open lucht en een meer spontane benadering van het landschap promoot.

Man met de hak. 1860-62

En Van Gogh als bewonderaar? Een fragment uit ‘Het Heilig land’ van Koen Kleijn De Groene Amsterdammer nr 43 2019

“Van Gogh had Het angelus nooit zelf gezien, maar er waren reproducties in omloop, en het had in die tijd de kranten gehaald omdat het in 1872 voor 38.000 franc aan de Brusselse verzamelaar John Wilson was verkocht – een bijzonder hoog bedrag voor een levende kunstenaar. Als Van Gogh in 1882 de biografie van Millet door Sensier in handen krijgt, schrijft hij aan Theo: ‘Zeg Theo wat was die Millet een kerel! (…) Het interesseert mij zoo dat ik ’s nachts er van wakker wordt en de lamp aansteek en blijf lezen. Want overdag moet ik werken.’

Jean-François Millet (4th Oct, 1814 – 20th Jan, 1875)
Faucheur, vu par derrière
Credit: 
Photo (C) RMN-Grand Palais (musée d’Orsay) / Thierry Le Mage
Paris, musée d’Orsay, conservé au musée du Louvre

In de ontwikkeling van Van Gogh tot kunstenaar is Millet een permanente stem, bijna een obsessie, en de verbinding is in een tentoonstelling dus gauw gelegd, en toch is dat in dit geval eigenlijk niet meer dan aan de aanleiding. Van Goghs werk is hier zelfs een beetje bijzaak, een voetnoot, bijna, omdat hij zich als kunstenaar immers pas manifesteerde toen Millets invloed zich al decennialang over de kunstwereld had verbreid. Van Gogh was een nakomertje, maar wel een fanatiek nakomertje; boven alles bewonderde hij in Millet diens radicale en diepgevoelde engagement met de verworpenen der aarde.”

Vanuit Londen schrijft hij bijvoorbeeld al in 1874 naar Theo: ‘Uit je brief zag ik dat je hart hebt voor kunst, & dat is een goed ding, kerel. Ik ben blij je van Millet, Jacque, Schreijer, Lambinet, Frans Hals &c. houdt, want, zoo als Mauve zegt “dat is het”. Ja, dat (schilderij) van Millet, L’angelus du soir, “dat is het” – dat is rijk, dat is poesie.’ (ibidem)
Jean-François Millet, Rustende oogsters (Ruth en Boaz), 1850-1853. Olieverf op doek, 67,3 x 119,7 cm. Legaat van mevrouw Martin Brimmer © Museum of Fine Art, Boston Klik op onderschrift om te vergroten.


Van 1850 tot 1853 werkte Millet aan Oogsters die rusten (Ruth en Boaz), een schilderij dat hij als zijn belangrijkste beschouwde en waaraan hij het langst werkte. Het was bedoeld als concurrentie voor zijn helden Michelangelo en Poussin, en het was ook het schilderij dat zijn overgang markeerde van de weergave van symbolische beelden van het boerenleven naar die van de hedendaagse sociale omstandigheden. Het was het enige schilderij dat hij ooit dateerde, en het was het eerste werk dat hem officiële erkenning opleverde, een tweedeklas medaille op de Salon van 1853.

Jean-François Millet Des glanseuses 1857. De arenlezers. Klik op beeld om te vergroten.

Dat zo’n ingetogen schilderij als De arenlezers op de Salon van 1857 als schandalig en verontrustend werd onthaald is begrijpelijk. Dit is een afbeelding van onderhorig werk door boerenvrouwen aan de rand van het bestaan. Er is geen vals sentiment, geen schijn van ‘nobele armoede’. Millets vrouwen zijn toonbeelden van uitputting en honger, ze bevinden zich in een vernederende, hulpeloze positie, net als de uitgemergelde landarbeider in Man met hak, die in een staat van rauwe wanhoop verkeert. Daarin zijn ze verontrustend. Frankrijk was mid-negentiende eeuw nog voor het overgrote deel een agrarische samenleving, en de massa doodarme dagloners op het land was veel en veel groter dan het industrieel proletariaat in de steden. Die groep werd grondig uitgebuit – het arenlezen, wat sinds mensenheugenis een vorm van liefdadigheid was, werd in 1850 commercieel uitgebuit – en dus herkende de bourgeoisie in Millets werk niet meer de idylle ‘des gerusten landmans’, die ‘zijn zalig lot/ voor geen koningskroon zou geven’, maar de paukenroffel van een ontwakende reus. (DGA Koen Kleijn ibidem)

Jean-François Millet, Deux hommes labourant, 1866, crayon pastel et noir sur papier tissé, 69,9 x 94 cm, Musée des Beaux-Arts de Boston, Etats-Unis © Musée des Beaux-Arts de Boston

Félix Feuardent
Le peintre Jean-François Millet et sa famille
1854
daguerréotype
© Musée d’Orsay, Dist. RMN-Grand Palais / Patrice Schmidt
Félix Feuardent (1819 – 1907)

In 1841: Hij trouwt met Pauline-Virginie Ono, dochter van een kleermaker, met wie hij naar Parijs vertrekt om zijn geluk te beproeven. Hij leeft van gelegenheidswerken, wat hij zijn “bloemrijke stijl” noemt, met een min of meer ‘losbandige’ inslag, in de stijl van Watteau en Boucher.
In 1844: Na de dood van Pauline-Virginie in april keert hij terug naar Cherbourg.
Met zijn nieuwe partner, Catherine Lemaire, een meisje van zeventien, vertrekt hij eerst naar Le Havre en vervolgens naar Parijs, waar hij zich mengt in de artistieke kringen en bevriend raakt met Troyon, Diaz de la Pena, Honoré Daumier, enz.
In 1846: geboorte van Marie, zijn eerste dochter (er volgen nog acht andere)

Millet, Jean-Francois; A Woman Adjusting Her Stocking; Glasgow Museums; http://www.artuk.org/artworks/a-woman-adjusting-her-stocking-85344

Een chronologische lijst met zijn werken kun je hier raadplegen:

https://fr.wikipedia.org/wiki/Liste_de_peintures_de_Jean-Fran%C3%A7ois_Millet

Jean-François Millet – Fishing Boat – 17.1530 – Museum of Fine Arts
Jean-François Millethttps://www.mfa.org/collections/object/fishing-boat-31646

Het droevige van voorlopers is dat zij de essenties aangeven zonder daar zelf de verdiensten van te hebben geoogst.
Millet schilderde zelden in de natuur, hij maakte daar tekeningen, schetsen die hij daarna in zijn atelier als basis voor een schilderij zou gebruiken. Dichtbij de mensen, weten wat handenarbeid is, de honger herkennen en oog hebben voor het feestelijke van het licht en de seizoenen, maar ook voor de onmacht, de sociale ongelijkheid, de jaren voor en na 1848, de moeilijke weg naar een meer democratisch bestel tijdens een eeuw waarin de afstanden verkleinden maar slechts een beperkte middenklasse van het nieuwe comfort kon genieten.
Millet stierf een jaar nadat de impressionisten hun eerste tentoonstelling lanceerden en spot en gejoel voor hun werk kranten en tijdschriften vulden.
Vincent van Gogh herkende het wel en heeft dat duidelijk gemaakt in geschriften maar vooral met zijn werk.
En of ook hun werk vandaag niet alleen commercieel in de belangstelling komt maar naar zijn ware betekenis wordt geschat mag in deze opnieuw onrustige tijden meer dan een vrome wens zijn.

Boer die een ent plaatst op een boom 1855