De maan, mannen en de mode, tekst bij een schilderij van Casper David Friedrich

De maan, de mannen en de mode, ziedaar een klankrijke samenvatting van dit intussen overbekende schilderij van Friedrich gemaakt tussen 1825-1830 of samengevat:

The mood of pious contemplation relates to fascination with the moon as expressed in contemporary poetry, literature, philosophy, and music. Both figures are seen from the back so that the viewer can participate in their communion with nature, which the Romantics saw as a manifestation of the Sublime.
Although the landscape is imaginary, it is based on studies after nature that Friedrich had made in various regions at different times. Both men wear Old German dress, which had been adopted in 1815 by radical students as an expression of opposition to the ultraconservative policies then being enforced in the wake of the Napoleonic Wars. The staunchly patriotic Friedrich deliberately ignored the 1819 royal decree forbidding this practice and depicted figures in traditional costume until his death.

Hier staan  schilder Caspar David Friedrich
en zijn vriend-collega August Heinrich,
beiden in het maanlicht, een praktijk
die in romantische dagen nergens opzien baarde.

Maar dat zij kleren dragen als weleer de Duitsers deden
werd door ultra conservatieve heersers
streng verboden in Restauratie-tijden.
Radicale studenten tooiden zich bij voorkeur
in traditionele spullen, terwijl hier te lande een jeansbroek
nog luidop vloeken was, jaren na expo 58.

Twee dandy' s in het maanlicht.
Een protest tegen stijlloze gehoorzaamheid:
marsjeren vraagt een ander uniform.
De elegante Robert de Montesquiou zou juichen
als hij ons in pantalon, gilet en vest
de maan zag bekijken.

Voor wie de mannenvriendschap schuwt
blijft er nog een versie met een vrouw als gezellin
bij ’t nachtelijk mediteren.

Wie enig vermoeden heeft van andere zaken
kan een klacht indienen
of een ingezonden stuk lanceren.

https://www.tuttartpitturasculturapoesiamusica.com/2011/12/caspar-david-friedrich-1774-1840-german.html

‘Gebed’: gedicht van Laura Kasischke

't Vuil op de voorruit en 't sproeiers spul helemaal leeg, zo
rijden we samen verder in een zon-grijze ruit van vuil
en stof. Mijn zoon

zet de passagierszetel zo ver als mogelijk achteruit, sluit
zijn ogen. Ik draai mijn raampje open voor een beetje
frissere lucht. Het is zo

ongelofelijk fris daar buiten.

Regen, voorbij.
Plassen achtergebleven
in greppels. Zwarte spiegels als we passeren

er in weerspiegeld, meen ik, maar ik
moet daarvoor oversteken en knielen langs de kant
van de weg om het te weten.

Dag voor de boeg-

geen reden om hiervoor de radio
te laten spelen.
Het huis waarin wij gewoon waren te leven

bestaat nog
op een snapshot, waarop
het vergeelt in het plakboek van een andere familie.

En een man op de fiets
rijdt naast ons
al een lange tijd, heel gezwind, tot hij tenslotte

hij kan ons niet bijhouden-

maar voor hij wegglijdt
achter ons, groet hij ons
met zijn linkerhand-

een geheugensteuntje:

dat iedere aparte seconde-
dat iedere gevangene in de dodencel-
dat iedere naam op elke grafsteen-

dat overal waar wij gaan-
dat iedere dag, zoals de deze, mag
zijn zoals de deze, zal
zijn zoals elke andere, nog nooit geweest, nooit

eindigend. Zo
dank u. En, oh-
Ik vergat het bijna te zeggen: amen.

The windshield’s dirty, the squirter stuff’s all gone, so
we drive on together into a sun-gray pane of grime
and dust. My son

puts the passenger seat back as far as it will go, closes
his eyes. I crack my window open for a bit
of fresher air. It’s so

incredibly fresh out there.

Rain, over.
Puddles left
in ditches. Black mirrors with our passing

reflected in them, I suppose, but I’d
have to pull over and kneel down at the side
of the road to know.

The day ahead—

for this, the radio
doesn’t need to be played.
The house we used to live in

still exists
in a snapshot, in which
it yellows in another family’s scrapbook.

And a man on a bicycle
rides beside us
for a long time, very swiftly, until finally

he can’t keep up—

but before he slips
behind us, he salutes us
with his left hand—

a reminder:

that every single second—
that every prisoner on death row—
that every name on every tombstone—

that everywhere we go—
that every day, like this one, will
be like every other, having never been, never

ending. So
thank you. And, oh—
I almost forgot to say it: amen.

“This prayer of thanksgiving was inspired by exactly the things I put in the poem: the ordinary drive with my son beside me in the passenger seat; the man who rode his bike beside us and saluted us; the weather and the sense of stability and gratitude for stability I had at that moment; the sense that things were going to last and be preserved, if only in memories and snapshots, glimpses of recognition passed between strangers, or between human beings and what felt, at that moment to me, like a benevolent creator who deserved some acknowledgment, even if we are really, all of us, on death row, even if the immortality I felt I got a glimpse of might have been the kind of immortality one achieves having had her name chiseled onto a tombstone. But, I had a lovely glimpse of eternity there, for a minute.”
—Laura Kasischke (in ‘Poem-a-day)

Foto Léonard Misonne collectie

Laura Kasischke was born and raised in Grand Rapids, MI. She received an MFA from the University of Michigan in 1987.

In 1991, she published her first collection of poetry, Wild Brides (New York University Press). She is also the author of Where Now: New and Selected Poems (Copper Canyon Press, 2017), which was long-listed for the National Book Award; The Infinitesimals (Copper Canyon Press, 2014); Space, In Chains (Copper Canyon Press, 2011); Lillies Without (Copper Canyon Press, 2007); Gardening in the Dark (Ausable Press, 2004); Dance and Disappear (University of Massachusetts Press, 2002); What It Wasn’t (Carnegie Mellon University Press, 2002); Fire and Flower (Alice James Books, 1998); and Housekeeping In A Dream (Carnegie Mellon University Press, 1995).

She is the author of the short story collection If A Stranger Approaches You (Sarabande Books, 2013). She has also published ten novels, of which three have been made into feature films.

She has received fellowships from the Guggenheim Foundation, the National Endowment for the Arts, as well as several Pushcart Prizes and numerous poetry awards. She teaches at the University of Michigan, and lives in Chelsea, Michigan.

Bezoek:

https://poets.org/poem-a-day

https://www.poetryfoundation.org/poets/laura-kasischke

MAAK VAN DE NACHT EEN VLAGGETJE

Mayerson__The_Abduction_of_Ganymede_(Rescued_from_the_Eagles_Nest)_(email)__2006__oil_on_linen__48.5_x_61_in._123.19_x_154.94_cm.jpg

Maak van de nacht

een vlaggetje

en zwaai

als de koning der afwezigen

voorbijkomt.

Dag oud kind,

zegt de vorst van het kleinste land

waar de maan

over de bergen van gisteren rolt

zonder pijn te doen.

Dag koning,

zegt de jongen zacht.

Het beetje wind

dat ik maak

mag je koortsig hart verkoelen.

Maak van de nacht een vlaggetje.

3470401046.jpg

(piano sonate nr 13 in b flat major kv 333 andante cantabile van w.a.mozart)