Bewegen en bewogen, een verkenning

De elementen: Duke Ellington’s compositie met diezelfde naam: Daybreak express als ruggegraat. Manhattan’s binnenkort verdwenen verhoogde treinlijn Third Avenue. Filmmaker D A Pennebaker. Goed en gedurfd monteren. Het jaar? 1953. Ja. Kijk nu naar deze vijf minuten mix van dat alles. Mogelijk met volledig scherm.

De Amerikaanse filmmaker D A Pennebaker - een pionier van de documentairevorm - is op 1 augustus 2019 op 94-jarige leeftijd overleden. Hij is misschien wel het bekendst om zijn speelfilms Don't Look Back (1967), een opmerkelijk portret van Bob Dylan tijdens een concerttournee op het hoogtepunt van zijn roem, en The War Room (1993), die de campagne en uiteindelijke verrassingsoverwinning van Bill Clinton tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 1992 volgde. Pennebaker, die volwassen werd in een tijd waarin draagbare 16mm-camera's met de mogelijkheid om on-the-fly sync-geluid op te nemen filmmakers een nieuwe mate van vrijheid gaven, was een van de eerste Amerikaanse documentairemakers die de instrumenten en de esthetiek van cinéma vérité (of directe film) gebruikte, waarbij de nadruk lag op het authentiek vastleggen van de werkelijkheid en het waarheidsgetrouw weergeven van verhalen.

Aeon DA Pennebaker. 13 aug 2019
David Tutwiler
September in de trein

oh, het is hier verboden te roken
verboden te roken? ja, verboden te roken,
ja, het is nu eenmaal verboden, hè,
er is anders elders nog plaats genoeg.
nou ja, ik zit nu eenmaal,
da 's waar.
als ik zit dan zit ik.

die?

  daar is het heel tragisch mee.
  die heeft z'n eigen aan de gaskraan gelegen.

je kan merken dat de vakanties afgelopen zijn,
ja, dat is geweest, niemand is meer met vakantie,
een paar nog hier en daar.
d'r zijn er nog een paar met vakantie, maar de meesten niet.
nee, voor de meesten is het afgelopen.
wat slingert dit rijtuig hè. -nou.
je kan merken dat het de laatste reis is. -ja.
ja, d'r zit niks meer achter? hè

Armando (1962)
In deze notatie van gesprekken wil Armando laten doorklinken, dat er in gewone zinnen een dreigende betekenis verborgen kan zijn. Door het annexeren van de gewone taal worden de zinnen geladen met een intense spanning. 

Als dertien-veertienjarige jongen speelde hij in de bossen om het kamp Amersfoort, een Polizeiliches Durchgangslager waar joodse en politieke gevangenen waren ondergebracht. In 1942 werden hier tientallen Russen vermoord en in een massagraf gesmeten. Een groep van 72 verzetsmensen werd er eveneens terecht gesteld. Dagelijks werden de afgebeulde gevangenen gemarteld met harde arbeid, onvoldoende rantsoenen en slopende appèls. Na de bevrijding werd op deze plek bovendien een politieschool gevestigd, zodat het knallen ook toen nog was te horen.

De herinnering aan de afschuwelijke gebeurtenissen waarmee de aan de andere kant van het prikkeldraad spelende kinderen vrijwel dagelijks werden geconfronteerd, heeft Armando nooit verlaten. (Erik Slagter  Ons erfdeel 1987)

Armando Zaun

Het thema van de Tweede Wereldoorlog en zijn ervaringen met Kamp Amersfoort waren zo prominent in zijn werk, dat Armando uiteindelijk zelfs een monument maakte om het Kamp te herinneren. Hij maakt een ladder die herinnerde aan de laders tegen de wachttorens, maar tegelijk een symbolische betekenis had. De ladder was een weg naar het onbereikbare en toont zo de hoop en de dromen van de gevangen in het kamp.

Armando was een creatieveling die zich niet liet belemmeren door de grenzen van zijn favoriete medium. Naast schilderen en beeldhouwen, dichtte hij en schreef hij boeken. Alles om het verhaal van de agressie en het lijden te kunnen vertellen. (Kunst Vensters Jeroen de Baaij 2018)

Affect versus effect
Het belangrijkste verschil tussen de woorden 'affect' en 'effect' is dat het woord 'affect' betekent handelen naar, veranderen of beïnvloeden. Het effect daarentegen is het resultaat van de verandering of impact die heeft plaatsgevonden. Hoewel het effect als zelfstandig naamwoord wordt gebruikt, wordt affect vaker als werkwoord gebruikt, hoewel uitzonderingen in beide gevallen de overhand hebben.

Je zou ook het effect als onderdeel van een poging tot affect kunnen zien: effecten ontstaan door compositie, montage, belichting, muzikale begeleiding, enz. Een overdaad aan effecten kan voor het affect (gevoelslagen) dodelijk zijn. De boodschap verdrinkt in de effecten zonder dat ze tot het aanvoelen van het kunstwerk bijdraagt, integendeel. Het affect wordt dan tot een steriele boodschap herleid. Er kan dus heel wat bewegen zonder bewogen te worden. Een mooi voorbeeld van weinig effecten en een ruim affect.

Sneeuw

De sneeuw als verfstreek witte
 sneeuw, nauwelijks.
 Ik doe de auto weg
 wordt het dan stiller?
 Leger. Sneeuw opgewaaid
 tegen het hek, voor de auto.
 Weggeveegd, opgeveegd
 met brede kwast. Geblokkeerd.

Remco Ekkers
Harry Callahan
"The difference between the casual impression and the intensified image is about as great as that separating the average business letter from a poem. If you choose your subject selectively – intuitively – the camera can write poetry."  
Harry Callahan

Eerder dan een wetenschap doet het affect beroep op intuïtie, aanvoelen, ervaring. En eenvoudig wil niet zeggen ‘simpel’.

Lezend meisje Peter Vilhelm Ilsted (1901)
Dichtbij het licht, ver van de beschouwer.
Een beetje zon tekent vierkanten op de vloer.
Het voorbije kan nooit meer dichterbij.

Straks kijk je deze kant uit.
Honderd tweeëntwintig jaar
kostbare stilte tussen ons beiden.
eigen foto Gmt

Kies je de woorden, schrap je, herbegin je, laat het blad wit, herbegin je, omschrijf je hoe de naden van de taal het onderwerp plooibaar maken, de verbindingen met veel wit ertussen, gooien hun ankers uit om in jou hoofd aan te meren. Het effect van de rangorde, het schrappen, voortdurend schrappen van overbodig gekronkel rond de eigen kruiwiel-as. Tot er in enkele woorden het ongezegde beetje bij beetje kan bovendrijven. Helderheid. De beweging lokt bewogenheid uit. Kan het nog met minder? Tot de letters alleen nog het beeld overlaten dat je meedraagt als de helderheid van het weinig. Het atelier.

Picking the words, deleting, restarting, leaving the page white, restarting, describing how the seams of language make the subject pliable, the connections with lots of white in between, throwing out their anchors to dock in your head. The effect of ranking, deleting, constantly deleting superfluous squirming around its own creeper axis. Until, in a few words, the unsaid can surface bit by bit. Clarity. Movement provokes movement.  Could it do with less? Until the letters leave only the image you carry with you as the clarity of the little. The studio. 

Tussen de woorden begint de droom

Night-Shining White ca. 750
Han Gan
A leading horse painter of the Tang dynasty, Han Gan was known for capturing not only the likeness of a horse but also its spirit. This painting, the most famous work attributed to the artist, is a portrait of a charger of Emperor Xuanzong (r. 712–56). With its burning eye, flaring nostrils, and dancing hoofs, the fiery-tempered horse epitomizes Chinese myths about Central Asian "celestial steeds" that "sweated blood" and were actually dragons in disguise. The seals and inscriptions added to the painting and its borders by later owners and appreciators are a distinctive feature of Chinese collecting and connoisseurship. The addition of more than one thousand years of seals and comments offers a vivid testimony of the work's transmission and its impact on later generations.(The Met Museum)
Dit 'nacht-schijnend wit':
-hier zijn vleugels overbodig-
in de leegte van het alles
kunnen alleen jouw ogen weten
 waar de eeuwige morgen begint.
Eens kom ik je achterna.

Als westerse waarnemer is het niet makkelijk de tekening van Han Gan naar haar oorspronkelijke betekenis te vatten ook al is haar benaming ‘Night-Shining White’ een gedicht op zichzelf. De museumtekst houdt het bij ‘.With its burning eye, flaring nostrils, and dancing hoofs, the fiery-tempered horse epitomizes Chinese myths about Central Asian “celestial steeds” that “sweated blood” and were actually dragons in disguise.

Met zijn brandende oog, uitwaaierende neusgaten en dansende hoeven staat het vurige paard symbool voor de Chinese mythen over Centraal-Aziatische "hemelse paarden" die "bloed zweetten" en eigenlijk vermomde draken waren.

Het zou een beschrijving van een serie op Netflix kunnen zijn. Mijn eigen vers mist waarschijnlijk de leegte waarin een transformatie van paard naar draak geheel vanzelfsprekend mag heten. De leegte. Er is alleen een paal op de achtergrond die een vertrek- of eindpunt kan zijn, maar tussen al die woorden draaft het tot het vandaag ook bij de lezer(es) thuis gekomen is. Ik probeer die leegte te specificeren in een gedicht van een Tang-dichter, Li Bai. ‘Gedachten aan een stille nacht’. Eerst de Engelse literaire vertaling:

Thoughts on a Silent Night

Moonlight falls at the foot of my bed,
Seeming like frost on the frozen ground.
I look up and see the bright moon,
And look down, reminded of my hometown.


Door onze gewenning aan lidwoorden is het net of de Chinese tekst alleen uit losse begrippen bestaat: Bed, beyond, bright moon shines. Belangrijker dan de ons gewende syntaxis worden de woorden hier gewone vaststellingen. Seems like on the ground is frost. I raise my head-see bright moon. I lower my head-think of home. Hun onderling verband, of het schijnbaar ontbreken daaraan schept net hun poëtische werking.

Let op het rijm. Let ook op het samenspel van de titel Jìng yè sī en de laatste drie karakters van het gedicht, sī gù xiāng, letterlijk: vergeet je geboorteplaats niet. Li Bai’s geboorteplaats was Jiangyou, vlakbij het moderne Chengdu, de hoofdstad van de Chinese provincie Sichuan.
(100 Tang-gedichten Geplaatst door traditionshome op 13 maart 2018)

Gedachten over een stille nacht

Maanlicht valt aan de voet van mijn bed,
als vorst op de bevroren grond.
Ik kijk omhoog en zie de heldere maan,
En naar beneden, herinnerend mijn geboortestad.

Original Chinese

静夜思
Jìng yè sī

床前明月光,
Chuáng qián míng yuè guāng,

疑是地上霜。
Yí shì dì shàng shuāng.

举头望明月,
Jǔ tóu wàng míng yuè,

低头思故乡。
Dī tóu sī gù xiāng.

Note the rhyme. Also note the interplay of the title Jìng yè sī and the last three characters of the poem, sī gù xiāng, literally, remember your hometown. Li Bai’s hometown was Jiangyou, near modern Chengdu, the capital of China’s Sichuan province.
(100 Tang Poems  Posted by traditionshome on March 13, 2018)
    Pensées sur un nuit silencieuse

    Le clair de lune tombe au pied de mon lit,
    Semblant comme le givre sur le sol gelé.
    Je lève les yeux et vois la lune brillante,
    Et regarde en bas, a rappelé de ma ville natale.

 
A painting of Li Bai (probably drunk) with his poetry (taken from Wikipedia).

Al heb ik zelf veel liefde voor maar weinig kennis van de Chinese taal, uit de hier samengebrachte ontleende vertalingen en besprekingen wordt het duidelijk dat de meeste gedichten uit deze periode de eenvoud van alledaagse vaststellingen gebruiken om net in hun onderling verband de niet uitgesproken gevoelens te duiden.. Wat ‘in de stilte’ gebeurt, het niet uitgesprokene vertelt woordeloos de essentie. Als we het bij de maan houden, dan deze mooie tekst van Zhang Jiu-Ling (678-740)

望月懷遠 (張九齡) 

海上生明月,
天涯共此時。
情人怨遙夜,
竟夕起相思。
滅燭憐光滿,
披衣覺露滋。
不堪盈手贈,
還寢夢佳期。
 
Viewing the Moon, Thinking of You (Zhang Jiu-Ling, 678-740 AD, China) 
                                                                                                 Ying Sun © 2008
As the bright moon shines over the sea, 
From far away you share this moment with me. 
For parted lovers lonely nights are the worst to be. 
All night long I think of no one but thee. 
To enjoy the moon I blow out the candle stick. 
Please put on your nightgown for the dew is thick. 
I try to offer you the moonlight so hard to pick,
Hoping a reunion in my dream will come quick.

Naar de maan kijken, aan jou denken (Zhang Jiu-Ling, 678-740 AD, China) 
                                                                                                
Terwijl de heldere maan over de zee schijnt, 
Van ver weg deel je dit moment met mij. 
Voor gescheiden geliefden zijn eenzame nachten de ergste. 
De hele nacht denk ik aan niemand anders dan aan jou. 
Om van de maan te genieten blaas ik de kandelaar uit. 
Trek je nachtjapon aan want de dauw is dik. 
Ik probeer je het maanlicht te schenken dat zo moeilijk te plukken is,
in de hoop vlug samen te zijn in mijn droom.
Tang Di Terugkerende vissers langs de ijzige oever

Net zoals in de beeldende werken is de eenvoud van het alledaagse vaak de weg naar de echte ontroering. Afscheid van een vriend. Li Bai, 701-762. Om weer bij de paarden waarmee we begonnen te eindigen.

Afscheid van een vriend (Li Bai, 701-762 AD, China) 

Groene heuvels achter de noordelijke stadsmuren.
Rondom de oostkant  witte watervallen. 
Tussen deze landschappen sta je op het punt te vertrekken, 
Als een tuimelend kruid dat duizenden kilometers ver reist. 
Drijvende wolken,  de geest van de reiziger. 
Maar onze vriendschap is eeuwig, zoals de zonsondergang. 
We zwaaien met onze handen eens je op weg bent. 
Onze paarden roepen elkaar zelfs van heel ver weg.
送友人 (李白) 

青山橫北郭,
白水繞東城。
此地一為別,
孤蓬萬里征。
浮雲遊子意,
落日故人情。
揮手自茲去,
蕭蕭班馬鳴。

Bezoek ‘Poems of Tang Dynasty with English Translations

http://musicated.com/syh/TangPoems.htm#LiQi01

Herinneringen
paars gekleed.
Ik verschuif verdwenen landschappen
naar zomers
waar het nooit regende overdag.
's Avonds telde je tussen bliksemflits en donder
hoe dichtbij het onweer kwam.
Niet bang zijn, mijn grootmoeder zei
dat het een rumoerig balspel
van jonge engelen was.
Elkaar
uit de donderluchten knikkeren.

Bij de eerste sterren
zochten we of we gevallen engelen vonden.
In het tuinhuis
lag grootvader, slapend
bij een fles hertekamp-jenever.

Hij was al vaker uit de lucht gedonderd.
In 1914  als jonge man.
Daarna bij elke herdenking van het krijgsgewoel.
Nu tenslotte een engel op jaren.

Tang Dynasty Scroll, Emperor Xuanzong -712-756- watching his favourite Yang Guifei a horse -right
Memories
purple-clad.
I shift vanished landscapes
to summers
where it never rained during the day.
At night you counted between lightning flash and thunder
how close the thunder came.
Not to be afraid, my grandmother said
that it was a noisy ball game
of young angels.
Each other
nodding off from the thunderous skies.

By the first stars
we looked for fallen angels.
In the garden house
grandfather lay asleep
by a bottle of Hertekamp gin.

He had thundered out of the sky before.
In 1914 as a young man.
Then at every commemoration of the war effort.
Now, finally, an angel at years.
Li Bai Strolling, by Liang Kai (1140–1210)

Het begon op de heide, en waar het zal eindigen weet ik niet…

Midden augustus begon het, een paarse zee.
Een zee van tijd.
Kindertijd.
De dennenbossen met een overvloed avontuur.
Debussy wist het ook toen hij 'Bruyères' schreef.
Luister naar zijn herinnering. 
Drie minuten paars geschilderd met muziek. 
Luisteren terwijl je leest.
Terwijl je meereist.

Bekijk je de partituur dan lees ik boven de noten de aanwijzingen als ‘calme, doucement, expressif, joyeux, en vier keer zelfs ‘doux’. Een kleine afstand naar een volgende ontdekking die zichzelf voorstelde met de sprookjesachtige titel: ‘Feeënvleugels planten’. Een Chinees gedicht van Liu Zongyuan waarschijnlijk geschreven in het jaar 809 of 810. De Engelse vertaling is van Nathaniel Dolton-Thornton en Yu Yuanyuan.

Liu Zongyuan (773 – 28 November 819) was a Chinese philosopher, poet, and politician who lived during the Tang Dynasty. Liu was born in present-day Yongji, Shanxi. Along with Han Yu, he was a founder of the Classical Prose Movement. 
Planting Fairy Wings


In this poor, shabby place, I barely keep well
as toxic airs trouble me to no end.
Midwinter here lacks hail or frost;
every evening, the south wind’s lukewarm.
Cane in hand, I descend to the courtyard’s edge
but my heels drag and I can hardly reach my gate.
At the gate is the Official of Cleared Lands
who comforts my drifting, withered spirit
when he tells me about a magic herb
nearby, in a field west of the Xiang River:
“Take the herb for no more than ten days
and your limps will become leaps and soars.”
I smile, clap, and hurry toward the official,
begging him to pull the plant at its roots for me.
Dense and lush, it soon fills my courtyard
with clusters of sudden, bright blossoms.
At dawn, I rise to pick and sun-dry them.
My pestle and mortar sound all through the night.
These mild fairy wings balance my insides—
the best place to treat an illness is at its source.
They scatter and oust my feverish mists
then, stretching, they cast off excess warmth.
If only I could prove this magic feat,
I wouldn’t need to keep buying sweet sedge.
I’ve heard of certain odd people’s skills,
how they can hold one breath half the night.
It requires them to breathe very deeply
while feeling the air flow up from their soles.
Self-indulgent, I’d have trouble with that,
so I’ll keep taking medicine instead.
Those who are paralyzed don’t forget to get up
and those who are poor say, “I must rise again,”
so come on, magic herb, help my feet,make me lucky enough to run like a child!
Feeënvleugels planten


In deze arme, armoedige plaats, houd ik me nauwelijks goed...
omdat de giftige lucht me niet kan verdragen.
Midwinter hier mist hagel of vorst;
elke avond is de zuidenwind lauw.
Stok in de hand, ik daal af naar de rand van de binnenplaats
maar mijn hielen slepen en ik kan nauwelijks mijn poort bereiken.
Bij de poort staat de ambtenaar van het ontruimde land...
die mijn drijvende, verdorde geest troost...
als hij me vertelt over een magisch kruid
dichtbij, in een veld ten westen van de Xiang Rivier:
"Neem het kruid niet langer dan tien dagen...
en je hinken zal veranderen in springen en stijgen."
Ik glimlach, klap, en haast me naar de ambtenaar,
hem smekend om de plant bij de wortels voor mij te trekken.
Dicht en weelderig, vullen ze spoedig mijn binnenplaats...
met clusters van plotselinge, heldere bloesems.
Bij zonsopgang sta ik op om ze te plukken en in de zon te drogen.
Mijn stamper en vijzel klinken de hele nacht door.
Deze milde feeënvleugels brengen mijn binnenste in balans.
de beste plaats om een ziekte te behandelen is bij de bron.
Ze verstrooien en verdrijven mijn koortsige nevels...
dan, strekkend, werpen ze overtollige warmte af.
Kon ik deze magische prestatie maar bewijzen,
hoefde ik niet steeds zoete zegge te kopen.
Ik heb gehoord over de vaardigheden van sommige vreemde mensen,
hoe ze de halve nacht hun adem kunnen inhouden.
Het vereist dat ze heel diep ademhalen
terwijl ze de lucht voelen stromen vanaf hun voetzolen.
Zelfingenomen, daar zou ik moeite mee hebben..,
dus blijf ik in plaats daarvan medicijnen nemen.
Zij die verlamd zijn vergeten niet op te staan...
en zij die arm zijn zeggen, "Ik moet weer opstaan,"
dus kom op, magisch kruid, help mijn voeten, 
maak me gelukkig genoeg om te rennen als een kind!
Liu zou dit gedicht in 809 of 810 gecomponeerd kunnen hebben. Fairy wings (Epimedium sp.) (het karakter [仙] in de naam betekent "fee" of "onsterfelijk"), ook bekend als "horny goat weed", verwijst naar een geslacht van rhizomatische vaste planten in de barbiefamilie (Berberidaceae). De meeste soorten komen oorspronkelijk uit China, waar de plant een lange geschiedenis van medicinaal gebruik kent. In de traditionele Chinese geneeskunde schrijven artsen vaak recepten voor die meerdere ingrediënten bevatten. Feevleugels wordt opgenomen in recepten om botten en spieren te versterken, energie te verhogen en erectiestoornissen op te lossen, naast andere voordelen.

Epimedium

De oorspronkelijke Chinese tekst vind je in het aan te bevelen LITERARY HUB magazine

En zo rolde ik via dit mooie gedicht de Tang-cultuurtijd binnen, nieuwsgierig naar de verschillende mogelijkheden waarmee de talrijke dichters uit dat tijdperk hun verlangens en ervaringen in verzen vertaalden.

De Tang-dynastie wordt met veel verschillende zaken geassocieerd, waaronder de poëzie.
De grootsheid van de Tang-poëzie is echter niet te danken aan zijn alomtegenwoordigheid, maar aan die kleine groep grote poëten, waartoe ook Li Bai en Du Fu behoorden. Met subtiliteit, ambiguïteit en allusies schreven deze Tang-poëten ondermeer over de pijn van afscheid nemen, maar ook over het plezier van de natuur, wijn of vriendschap.
Een verzameling waarin het merendeel van de Tang-gedichten bewaard is gebleven, is de―Quantangshi 全唐詩
( De volledige Tang-gedichten)
Deze compilatie van 49000 gedichten van 2200 auteurs kwam tot stand in de eerste jaren van de achttiende eeuw. (Jaden Wu Universiteit Gent Master-Verhandeling) Lees hier:  De verschijning van de komeet:
Wij staan gereed om te ontvangen diep in ons
onvoorstelbare wonderen,
in de lange maanden en jaren is daar plotseling
de verschijning van een komeet, een storm steekt op:

Ons leven is op dat ogenblik 
alsof in een eerste omhelzing
oude vreugden en smart plotseling voor ons oog
stollen tot kloeke roerloze vormen.

Wij prijzen die kleine insecten,
na één enkele paring
of eenmaal gevaar te hebben weerstaan,
eindigen zij hun wonderschoon bestaan.

Ons ganse leven ontvangt...
Een storm steekt op, de verschijning van een komeet.

Feng Zhi
“Returning Home in a Driving Rain”, an imitation of Xia Gui’s painting illustrating the “Xia’s One-Side” composition.

Je merkt dat gebeurtenissen beschreven in poëzie ook via schilder- en tekenkunst kunnen uitgevoerd worden. Er is een nauwe band tussen beiden. We zullen de lezer(es) in een volgende aflevering graag verder nieuwsgierig maken.

 Thinking of My Brothers on a Moonlit Night
Du Fu 

The army drums cut off human travel,
A lone goose sounds on the borderland in autumn.
Tonight we start the season of White Dew,
The moon is just as bright as in my homeland.
My brothers are spread all throughout the land,
No home to ask if they are living or dead.
The letters we send always go astray,
And still the fighting does not cease.
De legertrommels snijden menselijk verkeer af,
Een eenzame gans roept op de grens in de herfst.
Vanavond begint het seizoen van Witte Dauw,
De maan is net zo helder als in mijn thuisland.
Mijn broers zijn verspreid over het hele land,
Geen huis om te vragen of ze levend of dood zijn.
De brieven die we sturen gaan altijd verloren,
En nog steeds houden de gevechten niet op.
This poem dates from 759, perhaps written on the day of the Mid-Autumn Festival (Hawkes, p. 74). The goose is a symbol of autumn and letters from afar (Hawkes, p. 75). White Dew is a period in autumn following the Mid-Autumn festival (Hawkes, p. 74). 
月夜忆舍弟

戍鼓断人行
边秋一雁声
露从今夜白
月是故乡明
有弟皆分散
无家问死生
寄书长不达
况乃未休兵 

Het begon op de heide van mijn eigen kinderjaren, geen muur of macht kan je tegenhouden door de tijd te reizen en elkaar te herkennen als dezelfde reizigers die steeds weer hopen ook bij elkaar thuis te komen.

Excerpted from The Poetic Garden of Liu Zongyuan by Liu Zongyuan, translated by Nathaniel Dolton-Thornton and Yu Yuanyuan. Copyright © 2022. Available from Deep Vellum.

Diefje-met-verlos in de Scheldestad? Een brief aan Cecilia.

De zevende engel van de Apocalyps

Lieve Cecilia,

In de nagalm van het laatste voetbalgedruis vroeg ik me af of er wonderen nodig zouden zijn om jouw stad aan de Schelde nog te kunnen redden van de digitale piraten? Kun je iemands bezit eigen maken, erger nog de geslaagde poging om een stad te verlammen door haar digitale keuken af te sluiten. Kon de heerser in vroeger tijden genoegen nemen met een symbolische sleutel, nu volstaat een zwakke plaats in haar digitale werking te vinden en vandaar het doen en laten te verlammen zonder een greintje lijfelijke aanwezigheid.

Het dreigement persoonlijke gegevens van haar burgers op het net rond te strooien bij niet-betaling gijzelt elke bewoner. Inbreken in wat zo mooi ‘de persoonlijke leefsfeer’ wordt genoemd. De beeldende voorstelling van dergelijke grootscheepse diefstal waarbij elke burger op een of andere manier gehinderd kan worden een vrij mens te zijn, beperkt zich tot een duistere figuur achter een berg computerschermen, vaak gehuld in een soort monnikspij. Dat een ordinaire nerd in hemdsmouwen computer op de niet geruimde keukentafel een meer realistisch beeld is, dringt pas langzaam tot ons door. Stel, je nieuwe auto is gestolen. Je kunt hem terugkrijgen door hem nog eens te betalen.

By inserting subliminal images in the videogame, hackers were able to probe the player’s unconscious mental reaction to specific stimuli, such as postal addresses, bank details or human faces. This way, they were able to glean information including a credit card’s PIN number and a place of residence.

Ballarín, who is a telecommunications engineer and a cybersecurity expert, has tested a few devices himself. He hacked a brand-name EEG headset and managed to intercept the neural data sent by the device to a paired cell phone. “If you can process these signals, you can get information regarding disease, cognitive capabilities or even a user’s tastes and preferences, which may be something quite personal, like sexual preferences that you wouldn’t even discuss with a partner,” he warns.(Bruno Martin BBVA Open Mind)
'Eventjes een foto maken', zei de dokter.
Koptelefoon op je hoofd, want zo'n ding maakt hels lawaai.
Commerciële radio als troost?
'Je kunt je goed ontspannen.  Doe de groeten aan je vriend.'
Brain implants known as implantable pulse generators (IPGs) are already used to treat brain disorders such as Parkinson’s disease and depression. They use electrical signals to stimulate or block nerve impulses in the body.

The latest versions of these devices come with management software for both patients and clinicians to access on a smartphone or tablet via Bluetooth.

Research by cybersecurity company Kaspersky Lab and the University of Oxford Functional Neurosurgery Group explored vulnerabilities in these implanted devices and found a number of potential risks, such as an unencrypted data transfer between the implant, software and network.

The Russian company warns that in serious cases this type of brain hacking could be used to inflict pain or paralysis, as well as the theft of personal data.
Kaspersky researchers also note that these devices have weak password security, with physicians needing access to the password in case of an emergency. (Robert Scammel Verdict)

https://www.verdict.co.uk/brain-hacking-memories-safe/

‘De dief’ als dramatis persona kon meestal op bijval rekenen. Dat begint met ‘het stelen van de rijken’, gaat over naar het stelen als personaliteit(en) met het hart al dan niet op de rechte plaats en wordt pas gemeen als het personage kan dienen als aantasting van de volkse levensstandaard.( Robin Hood, Bonny and Clide, en tenslotte een anonieme ‘gemene’ paardendief.)

Hun criminele 'zegetocht' duurde niet lang: op 23 mei 1934 vonden ze de dood, nadat ze door de politie in een hinderlaag waren gelokt. Hoewel ze tot de tanden toe bewapend waren, werden Bonnie en Clyde zodanig overrompeld dat ze niet de kans kregen naar de wapens te grijpen en werden ze volgens de geschiedschrijvers "door een regen van duizend geweerschoten" geveld. Op dat moment werden ze verdacht van 13 moorden en diverse overvallen en inbraken. (Wikipedia)
Boys put on a production of ‘Hanging a Horse Thief’ in Falls Mill.

Kunstdieven zijn een geval apart. We citeren graag het begin van een justitiële publicatie van Boom over dit onderwerp.

Het specifieke karakter van kunstdiefstal, hoe het in elkaar zit, de betrokkenheid van de georganiseerde misdaad, de motieven van de dieven, hun zeer beperkte of zelfs volledig ontbrekende kennis van kunst – het zijn allemaal onderwerpen waarover weinig diepgaande kennis beschikbaar is, zelfs bij de politie. Spannende films over spectaculaire kunstroven spreken enorm tot de publieke verbeelding, maar echte kennis over dit type criminaliteit ontbreekt vaak. Fantasie wordt zelfs vaker voor waar aangenomen dan de echte feiten. Zoals ook in The museum of lost art te lezen valt, is kunstcriminaliteit een van de weinige misdaadtakken waarbij criminelen hun vak ‘leren’ uit boeken en films (Charney 2018)

Het toe-eigenen is een ander verhaal. Jij als maker van fraaie televisiedocumentaires eigende jou de levensverhalen van een aantal mensen en/of plaatsen toe met de bedoeling ze op zo’n intense manier vorm te geven dat er een betrokkenheid ontstond tussen het onderwerp en de kijkers. Je gaf ze dus terug in een vorm eigen aan het medium. Het is een niet makkelijk ingrijpen want jij als eindregisseur bepaalt de teneur van je onderwerp. Diefje-met-verlos?

Ofschoon het onduidelijk is waar het vandaan komt, is ‘Diefje met verlos’ een spel dat al eeuwenlang voor de nodige opwinding gezorgd heeft. Tijdens zijn regering (1327-1377) zag Edward 3e zich genoodzaakt het spel te verbannen uit de tuinen van het Westminster Palace, aangezien de dames en heren met hun gejoel de parlementaire besprekingen verstoorden. Dit decreet deed echter niets af aan de populariteit van het spel en het wordt sindsdien nog steeds met veel plezier door jong en oud gespeeld, zowel in zijn originele vorm als in zijn veel mildere vormen zoals ‘quatre coins’(Kinderwereld NL museum)

De eenvoudigste vorm zoals ik hem mij herinner uit mijn internaatswereld waar je ’s avonds eindelijk niet meer moest voetballen op de speelplaats maar ‘ketting’ mocht spelen, een variatie van diefje-met-verlos. Jagers tikken je, je moet naar de plaats waar alle ‘getikten’ een ketting vormen. Kun je nog als vrije jongen door die ketting lopen dan verlos je meteen alle gevangenen. Heerlijk! Je kunt het dus met dat ‘boeien’ door een ‘kunstproduct’ vergelijken en doordat jij de creatie en dus presentatie ‘boeiend’ hebt gemaakt, ontstaat er een verlossend moment van herkenning! Je bent dus diefje en verlosser samen als kunstenaar(es).

Couple aux têtes pleines de nuages Savador Dali

En er is het personage dat komt ‘als een dief in de nacht’. Dichter Luuk Gruwez schrijft in ‘Advies aan een dief’ dat hij welkom is.

Komt u maar binnen door mijn achterdeur, 
die doe ik bijna nooit op slot. 
Gaat u toch zitten, doe mijn sloffen aan; 
er staat een borrel in de kast. 
Mijn allerliefste dief bent u. 
U zult waarschijnlijk zenuwachtig zijn.
Dit huis is mijn museum. Kijk. De gekste dingen heb ik hier bijeen, 

En na een opsomming van zijn bezit, komt de bezoeker bij een kamer.

Ten slotte komt u bij een kamer. 
Die is potdicht, waarvoor excuus. 
Hier houd ik mijn vriendin gevangen 
in touwen, ketting om de voet. 
Geen mens kent de bezitter van haar lijf.
Of toch: wilt u het waarlijk weten? 
Ik lig al naast haar, twintig jaar. 
Wij zijn er trots op dat wij ouder worden, 
de laatsten die geloven in elkaar. 
En als zij slaapt hou ik haar dromen vast, 
en als zij zucht of kucht haar keel, 
en telkens als zij lacht haar lach 
en telkens als zij weent haar tranen. 
Er is maar één dief die ik vrees: 
de dief die harten steelt.

U moet geweldig van mij houden
dat u mij zozeer wilt beroven. 
Maar ook al neemt u alles mee, 
laat haar bij mij, en mij bij haar.

Uit Dieven en geliefden, De Arbeiderspers 2000

Misschien zie je vanuit je raam boven de Schelde de zevende engel voorbijkomen. Johannes, de leerling die Jezus liefhad beschrijft hem als:

"En de zevende engel blies op de bazuin, en er klonken luide stemmen in de hemel, die zeiden: De koninkrijken van deze wereld zijn van onze Heere en van Zijn Jezus Christus geworden, en Hij zal Koning zijn in alle eeuwigheid." (Openbaring 11:15)

Het afsluiten van de tijd. Al die ‘rijken’ (in meervoudige betekenis) zijn overbodig geworden. Als ‘dieven van de tijd’ is onze buit overbodig. Schud leeg die herinneringen en verwachtingen. Gooi ze niet weg, maar laat ze als sterren in de eeuwige hemel schitteren. We zullen er niet alleen naar kunnen kijken, maar, de mooiste vorm van waarnemen, er als kinderen mee spelen. Zoals de foto’s van die ons voorgingen uit hun kader stappen en ons tijdloos omarmen. De diefjes zijn verlost van gisteren en morgen. Mijn innige kerstwens voor jou en degenen die dit blog hebben mee gelezen. Het mooie nu van elk ogenblik.

Eigen foto
Theft
(Esther Popel)

The moon
Was an old, old woman, tonight,
Hurrying home;
Calling pitifully to her children,
The stars,
Begging them to go home with her
For she was afraid,
But they would not.
They only laughed
While she crept along
Huddling against the dark blue wall of the Night
Stooping low,
Her old black hood wrapped close about her ears,
And only the pale curve of her yellow cheek
With a tear in the hollow of it
Showing through.
And the wind laughed too,
For he was teasing the old woman,
Pelting her with snowballs,
Filling her old eyes with the flakes of them,
Making her cold.
She stumbled along, shivering,
And once she fell,
And the snow buried her;
And all her jewels
Slid from the old bag
Under her arm
And fell to earth,
And the tall trees seized them,
And hung them about their necks,
And filled their bony arms with them.
All their nakedness was covered by her jewels,
And they would not give them back to her.
The old moon-woman moaned piteously, 
Hurrying home;
And the wild wind laughed at her
And her children laughed too,
And the tall trees taunted her
With their glittering plunder.
Esther Popel Shaw, born on July 16, 1896, in Harrisburg, Pennsylvania, was a poet and critic from the Harlem Renaissance. She is the author of Thoughtless Thinks by a Thinkless Thaughter, a volume of poetry that she self-published in 1915 while she was still in high school, as well as A Forest Pool, a collection privately printed in 1934. Her writing also appeared frequently in periodicals such as Opportunity, The Crisis, and The Journal of Negro Education. She died on January 28, 1958.

Schuilplaatsen voor een ziel?

Ba – vogel uit het Oude Egypte

Een van zijn talrijke grootmoeders benoemde de lijdende medemens met de uitdrukking ‘Arme Ziel…’, uitspraak door zacht hoofdschudden begeleid. Als klein kind werd het begrip ‘ziel’ daardoor met pijn of tegenslag verbonden. Kon hij zijn klein kinderhart nog waarnemen, de plaats waar de ziel zou huizen was waarschijnlijk het hoofd, tenzij ze zo volatiel was dat ze zich naar eigen inzicht en vermogen kon verplaatsen, ja tot zelfs buiten zijn aards omhulsel, en zoals de kleine Egyptische Ba-vogel eventueel op zijn schouder zou neerstrijken of -onzichtbaar natuurlijk- boven zijn hoofd zwevend hem op weg naar school begeleidde. Wislawa Szymborska beschreef die ziel met deze wondere woorden:

Enige woorden over de ziel – 

Een ziel heb je nu en dan.
Niemand heeft haar ononderbroken 
en voor altijd.

Dagen en dagen,
jaren en jaren
kunnen zonder haar voorbij gaan.

Soms verwijlt ze alleen in het vuur
en de vrees van de kinderjaren
wat langer bij ons.
Soms alleen in de verbazing
dat we oud zijn.

Zelden staat ze ons bij
tijdens slopende bezigheden
als meubels verplaatsen
en koffers tillen
of een weg afleggen op knellende schoenen.

Bij het invullen van formulieren
en het hakken van vlees
heeft ze doorgaans vrij.

Aan een op de duizend gesprekken
neemt ze deel,
maar zelfs dat is niet zeker,
want ze zwijgt liever.

Wanneer ons lichaam begint te lijden en lijden,
verlaat ze stilletjes haar post.

Ze is kieskeurig:
ze ziet ons liever niet in de massa,
walgt van onze strijd om maar te winnen
en van ons wapengekletter.

Vreugde en verdriet
zijn voor haar geen twee verschillende gevoelens.
Alleen als die twee zijn verbonden,
is ze bij ons.

We kunnen op haar rekenen
wanneer we nergens zeker van zijn,
maar alles willen weten.

Wat materiële zaken betreft
houdt ze van klokken met een slinger
en van spiegels, die vlijtig hun werk doen,
ook wanneer niemand kijkt.

Ze vertelt niet waar ze vandaan komt
en wanneer ze weer van ons verdwijnt,
maar lijkt zulke vragen beslist te verwachten.

Het ziet er naar uit
dat net als wij haar
zij ons ook
ergens voor nodig heeft.
 
Dit mozaïek in de scheppingskoepel (ca. 1220) van de San Marco laat zien dat voorstelling van de ziel met vlindervleugels in de 13de eeuw nog niet was vergeten. God schept een op hem gelijkend beeld uit klei. Daarna bezielt hij het beeld door het levensadem in te blazen. Dat wordt in beeld gebracht door hem een kleine menselijke gestalte met vlindervleugels aan te reiken. (Paul Bröker De menselijke ziel verbeeld)
‘Meer dan eens vergelijkt Aristoteles de verstrengeling van ziel en lichaam met die van de ambachtsman en zijn werktuig: de eerste bedenkt iets en wil iets, maar heeft een zaag nodig om het hout te snijden, een hamer om het ijzer te pletten, een tang om het ijzer in het vuur te houden. Uiteindelijk ontstaat er dan iets moois, dat structuur heeft omdat er een plan achter schuilgaat. Het lichaam heet ‘werktuiglijk’ ten opzichte van de ziel, omdat de ziel zich ervan bedient zodat ze dat wat ze met dat lichaam (eigenlijk met het geheel dat zij met het lichaam vormt) voorheeft, te realiseren. Of liever: te verwerkelijken.’ (BS) Ben Schomakers, Aristoteles, de ziel)

Maar, zegt Schomakers, dit is niet allemaal de ziel van Aristoteles: in het Grieks is ‘psuchè’ dus op de allereerste plaats datgene waarvan de aanwezigheid een lichaam levend maakt.
‘Vandaar zweeft de ziel van Aristoteles, keurig in overeenstemming met het Griekse taalgebruik, ook in het ‘domein van de innerlijkheid’, die actief en passief is, vluchtend en verlangend, waarnemend en initiatief nemend, voelend en verward rakend, denkend en beslissend.’ (BS)
Prometheus modelleert een mensen en Athena wekt het beeld tot leven en geeft het een ziel, overgeleverd detail van een Romeinse Sarcofaag, marmer: hoogte: 60 cm, lengte: 104 cm, 185 n.Chr. Museo Nacional del Prado, Madrid

Volgens de Griekse filosoof Aristoteles (384-322 voor Christus) en zijn leermeester Plato (427-347 voor Christus) bestonden er drie soorten ziel. Planten hadden alleen een vegetatieve ziel. Deze zorgde dat het organisme zichzelf voedde en voortplantte. Dieren hadden naast een vegetatieve ziel ook een sensitieve ziel. Die maakte dat ze konden voelen, bewegen en waarnemen. De laatste ziel was alleen weggelegd voor mensen. Dit was de zogeheten rationele ziel, verantwoordelijk voor al het hogere denkwerk van de mens.
De rationele ziel zat volgens Aristoteles niet in de hersenen, zoals Plato hem had doen geloven, maar in het hart. Dat was immers ons belangrijkste orgaan. Het had een centrale plek in het lichaam, en het was het eerste orgaan dat tijdens de embryonale fase zijn vorm aannam, zo had Aristoteles ontdekt. Destijds werd ook geloofd dat alle lichaamswarmte door het hart werd opgewekt. En Aristoteles zag een verband tussen de ‘hoeveelheid’ ziel die een dier bezat en zijn warmte. Vissen en salamanders hadden bijvoorbeeld minder ziel dan konijnen of herten, en waren ook een stuk minder warm.
De hersenen maakten destijds weinig indruk. Zonder conserveringstechnieken, zoals vriezers en formaldehyde, zakken ze in als een pudding. Geen orgaan waar je het hoge denkwerk aan toeschrijft. (Ben Schomakers, Aristoteles, de ziel)

Plato vergelijkt de ziel met een gevleugeld span paarden en zijn menner. (FOTO MUSEO ARCHEOLOGICO TARQUINIA)
De ziel

De ziel is in diepste wezen zielig. Op ieders lip slaagt zij
er maar niet in substantie te verwerven.
Begrensd door ene begrip dat loos is, zonder materie
is zij niet meer dan het woord dat haar benoemt
zielsveel, met hart en ziel, zieltogend: niets dan taal.

Daarom raakt dit gedicht aan niets en
slaat bij iedere regel de plank steeds verder mis.
Toch wil ik haar niet missen: meer dan
de som der delen waaruit zij bestaat
verspreid in de oplichtende banen van het brein

Op de monitor van de intensive care
zien wij haar ten slotte wegvluchten in een punt.
Wat achterblijft: het zielloos lichaam
en de zekerheid dat iets verdwenen is
dat niet bestaan kon maar er toch was.

J. Bernlef (pseudoniem van Hendrik Jan Marsman 1937-2012)
De heilige Liudger geneest de blinde zanger Bernlef (afbeelding uit ‘Neerlands heiligen in vroeger eeuwen’ van J.A.F. Kronenburg, 1904)

En dus gebruikte dichter Hendrik Jan Marsman (1937-2012) later het pseudoniem J. Bernlef, naam van de blinde zanger die door de heilige Liudger werd genezen. Marsman is in de literatuurgeschiedenis bekend als auteur van onder meer de roman Hersenschimmen (1984), die in 2017 zijn 61e druk beleefde. Deze roman beschrijft het proces van dementering vanuit het perspectief van een dementerende man. In 2008 schreef Marsman het Boekenweekgeschenk, getiteld De pianoman.

Zwervend tussen beelden in taal en kunstwerken, op zoek naar allerlei bepalingen van ons “aller-zielen” kwam ik bij een fraai gezegde uit een rede van prof. dr. Frans AJ. de Haas bij zijn aanvaarding van het ambt van hoogleraar op het gebied van de Antieke en Middeleeuwse wijsbegeerte (Universiteit Leiden) november 2003:

'Geen mens is intelligent genoeg om zijn eigen domheid te begrijpen.' (maar dat valt bij nader inzien wel mee en kan een nieuwe stelling gelanceerd worden:  Geen mens is dom genoeg om zijn eigen intelligentie over het hoofd te zien'. - en er zal nog een hoop filosofie de revue passeren voor we daarmee in het reine zijn gekomen.'
Noordbrabants Museum in ’s-Hertogenbosch:Bezoekers bij een replica in leer van een Sovjettank door He Xiangyu. Foto Joep Jacobs

Vanuit het Chinese kunstwerk hierboven is het maar een klein stapje naar de werkelijkheid in Oekraïne. In een klein gedicht verwondert de Oekraïense dichteres Lyuba Yakimchuk zich over de productie van huisraad en wordt een haarborstel uit Kharkiv een herkenning, een verlangen naar het voorbije dagelijkse leven. Ook daar huist de ziel.

The Making of Tenderness

at the shelf of hair products
I grab a hairbrush, marked
“Made in Kharkiv”
this one ought to last awhile
as “Kharkiv” means “enduring”
some might say: “eternal”


Het maken van tederheid

bij het schap met haarproducten
Ik pak een haarborstel, gemarkeerd
"Made in Kharkiv"
deze zou een tijdje mee moeten gaan
want "Kharkiv" betekent "duurzaam".
sommigen zouden zeggen: "eeuwig".
Створення ніжності

біля полиці з засобами для волосся
Беру гребінець для волосся з написом
"Зроблено в Харкові".
ця має прослужити довго.
адже "харківський" означає "витривалий".
Хтось скаже: "вічний".
Verschuilt ze zich in bloemen, hoe thuis is zij in muziek, de ziel.
Refrain:
Sous le dôme épais
Où le blanc jasmin
À la rose s'assemble
Sur la rive en fleurs,
Riant au matin
Viens, descendons ensemble.

Ordinary Things?

Eigen foto Gmt

“This is what I love, the differentness, the uniqueness of all things and the importance of life….I see the divineness in ordinary things.”

—Diane Arbus, age sixteen, in a high school essay on Chaucer
Untitled (49), 1970-1971.Diane Arbus/Estate of Diane Arbus

‘De gewone dingen’. Boven een schrift op haar werktafel met daarin de muziekstukken die zij bij een beeldmontage wil gebruiken. Daaronder een foto van fotografe Diane Arbus, 1970 daaromtrent: ‘gemaskerde en verklede sterrendragers’, niet gekaderd, -integendeel- brutaal afgesneden. Tussenin uit haar dagboek toen ze zestien was en een opstel over Chaucer had gelezen een statement. En hieronder?

Monika Banks ‘Windows’ 2021 glazed english porcelain
4″ x 5 1/2″ x 3 7/8″
Monica Banks is a sculptor who has worked in many mediums, from large-scale steel public works to fine wire and found objects. Inspired by the earthquake in Haiti in 2010, she started working in porcelain to form one-inch long human corpses and writhing figures, as a tribute to the anonymous victims of this and other natural and man made disasters.(Kathryn Markel Fine Arts)
Monika Banks Pulchritude
Pulchritude

Things are always more complex than they seem. A word that sounds ugly can mean beauty. A celebratory cake can reflect ambivalent feelings. The best day of your life occurs in a world that is sick with mass shootings, racism, and corruption. The stark beauty of a winter's day is a reminder of the finality of death. This is the untidiness of "Pulchritude," the confounding richness of every day. (Monica Banks)
Clara Peeters, Stilleven met kazen, amandelen en krakelingen, ca. 1615, Mauritshuis, Den Haag
Twee koorddansers.
Zonder publiek.
Onder een blauwe hemel, over een afgrond heen.
Zwaluwen, springerig gras, hier en daar
iets geels.
De een zegt, bijna jubelend, met vuurrode wangen:
‘Niemand zal kunnen zeggen dat wij…’
Een vleugje wind, een rafelig wolkje, een krekel. Niets
bijzonders.
De ander zegt:’…niet diep gevallen zijn.’

Veel later pas gevonden, spreeuwen, modder.

Toon Tellegen
Uit: Alleen liefde,
Querido Amsterdam 2002
Giraffe met balancerende kikker Eugène Peters https://eugenepeters.com

Vaak zijn ‘ordinary things’ de inspiratie voor allerlei gebruiksvoorwerpen: meubels, lampen, rekken, zitjes: ‘huisraad’, om een oud maar mooi woord te gebruiken. ‘Design’ als een hedendaags eerder koel begrip. Het ritme als leidraad. De strijd tussen esthetica en utiliteit. Het ordinaire verbergt zich in ritme, kleur, materiaal. Ze worden extraordinary. Hebben ze na een tijd hun plaats verdiend in je huis dan doen ze ‘ordinary’ aan, in de mooie betekenis van het woord: ‘doe maar gewoon.’

Humans have made functional objects since prehistoric times: furnishings to sit or lay upon, vessels to store or drink water, devices to illuminate the darkness or mark the passage of time. Carnegie Museum of Art’s exhibition features more than 300 objects—including some 150 recent acquisitions—from the museum’s expansive decorative arts and design collection.

Extraordinary Ordinary Things invites visitors to imagine themselves in the roles of problem-solvers, designers, and makers. The show also helps visitors better understand the worlds in which designers and craftspeople work. As many people’s relationships to their homes and the objects within them take on increased relevance and deeper meaning, this timely and dynamic exhibition showcases all facets of material and product design, from traditional techniques to innovative technologies.
Pretzel wall clock, 1952, designed by George Nelson, manufactured by Howard Miller Clock Company, model no. 4774, Carnegie Museum of Art, Gift from the George R. Kravis II Collection

Dichtbij. In je eigen woonst loop je langs de vertrouwde werkkamers, langs de dingen die je hebt bijgehouden, herinneringen, foto’s, tekeningen, mapjes, boeken. Wat bleef. Wat overbleef. Ik heb er twee uitgelicht.

Eigen foto

Fragment van moeder met kleinkind (intussen tweeëntwintig) en het mooie boekje links: ‘Het kind en ik’ van Hans van Mierlo (Ik denk iedere dag aan de oorlog) ingeleid door Connie Palmen. Toevallig twee kinderen bij elkaar.

'Ook op kostschool ging de oorlog gewoon door.  Iets onzichtbaarder.  Behalve op die middag, toen wij tijdens de wandeling in de verte gedonder hoorden op klaarlichte dag.  Het werd mijn tweede bombardement op afstand.  Boven Nijmegen hingen donkere rookwolken.  Er waren veel jongens uit Nijmegen op kostschool.' (P. 80)
Eigen foto

Geliefd katje Sia (ja, juist een Siamees) die bijna twintig jaar ons leven deelde. Eindeloos geduldig met mensen. Woordeloze verbinding. Filosofische zwijgzame zoals wezens die weten wat wij pas na jaren te weten komen. Uit een vers van lang geleden:

Leg ons in elkaar te slapen
als we in staat zijn sprakeloos te spreken,
de geboorteschreeuw waarin onze namen
in de eindeloosheid van de uwe vervloeien,
zodat gij ons zoals de siamees kunt noemen
met een naam waarin wij eeuwig spinnen.

Zo zijn de vertrouwde gewone dingen uit je omgeving een mooie aanleiding voor de kostbare momenten van herinnering en hoop, deze zusters van de weemoed.

Karl Ludwig Kaaz (22 January 1773, Karlsruhe – 14 July 1810, Dresden),
Karl Ludwig Kaaz (22 January 1773, Karlsruhe - 14 July 1810, Dresden), German painter best known for his landscape paintings.  Born poor, he began his career as a bookbinder, but during a trip to Switzerland, he found an opportunity to follow his artistic inclinations.  He trained as an engraver and later finished his studies at the academy in Stuttgart.  He traveled in Italy for some years, and later married the daughter of portrait painter Anton Graff. 

We wensen je een mooie reis vanuit de ‘ordinary things’ die je omringen. Koester ze. Ze zijn niet alleen een weg naar je herinneringen maar brengen je vaak op pad naar nieuwe nu nog onbekende horizonten.

Kunst in koude dagen (3) 2 Poems of John Koethe (1945)

Eigen foto Gmt
"A Romantic Poem"
by John Koethe (from the collection 'Beyond Belief')

It’s supposed to be solemn and settled
And in celebration of the individual human life,
Whatever it is. It’s each of us of course,
And yet the view we have of it is so oblique
It might as well be one of nobody at all,
Or of a vague interior with a figure in a room
Who could be anyone. This sense that it’s so close
It must be you: what do we really know of it,
And how could anything that simple be that real?
We would be kings of our domains, alone in majesty
“Above this Frame of things,” but those are idle thoughts,
As idle as the vacant pleasures of a summer afternoon.
The truth is much more down to earth: we make things up
And celebrate dejection when we see they can’t be real.
Instead of clarity, self-knowledge is a study in confusion,
Driven by the need to see what isn’t there. Begun
In gladness, something carries you away until you’re
Everyone and no one, for no matter where you are
Or what your name is, it’s the same styles
Of thought, the same habits of contemplation
That carry you along to the inevitable conclusion
That life is either ludicrous or not worth living
Or both. But why does it have to be worth anything?
It’s just there, the way we’re all just there, moving
And needing to be moved, without knowing why.

Excerpted from Beyond Belief: Poems by John Koethe. Copyright © 2022. Available from Farrar, Straus and Giroux, an imprint of Macmillan.
"Een romantisch gedicht"
John Koethe

(From the collection Beyond Belief)

Het zou plechtig en geregeld moeten zijn…
En in het vieren van het individuele menselijk leven,
Wat het ook is. Het is ieder van ons natuurlijk,
En toch is het beeld dat we ervan hebben zo scheef...
Dat het net zo goed van niemand kan zijn,
Of van een vaag interieur met een figuur in een kamer...
Die iedereen kan zijn. Dit gevoel dat het zo dichtbij is
Jij moet het zijn: wat weten we er eigenlijk van,
En hoe kan zoiets simpels zo echt zijn?
We zouden koningen van onze domeinen zijn, alleen in majesteit...
"Boven dit Raamwerk van dingen," maar dat zijn ijdele gedachten,
Net zo ijdel als de lege genoegens van een zomermiddag.
De waarheid is veel simpeler: we verzinnen dingen...
En vieren verslagenheid als we zien dat ze niet echt kunnen zijn.
In plaats van helderheid, is zelfkennis een studie in verwarring,
Gedreven door de behoefte om te zien wat er niet is. Begonnen 
In blijdschap, iets voert je mee tot je...
Iedereen en niemand bent, want het maakt niet uit waar je bent...
Of wat je naam is, het zijn dezelfde stijlen
Van gedachten, dezelfde gewoonten van contemplatie
Die je meevoeren naar de onvermijdelijke conclusie
Dat het leven ofwel belachelijk is of niet de moeite waard om te leven...
Of beide. Maar waarom moet het iets waard zijn?
Het is er gewoon, zoals we er allemaal zijn, in beweging...
En bewogen moeten worden, zonder te weten waarom.
“Koethe’s poetry is ultimately lyrical, and its claim on us comes not from philosophy’s dream of precision but from the common human dream that our lives make some kind of sense. What Koethe offers is not ideas but a weave of reflection, emotion, and music; what he creates is art—a bleak, harrowing art in all it chooses to confront, but one whose rituals and repetitions contain the hope of renewal.” (Robert Hahn)
Eigen foto Gmt
Clouds

I love the insulation of strange cities:
Living in your head, the routines of home
Becoming more and more remote,
Alone and floating through the streets
As through the sky, anonymous and languageless
Here at the epicenter of three wars. Yesterday
I took the S-Bahn into town again
To see the Kiefer in the Neue Nationalgalerie,
A burned out field with smoke still rising from the furrows
In a landscape scarred with traces of humanity
At its most brutal, and yet for all that, traces of humanity.
What makes this world so frightening? In the end
What terrifies me isn’t its brutality, its violent hostility,
But its indifference, like a towering sky of clouds
Filled with the wonder of the absolutely meaningless.
I went back to the Alte Nationalgalerie
For one last look at its enchanting show of clouds -
Constable’s and Turner’s, Ruskin’s clouds and Goethe’s
Clouds so faint they’re barely clouds at all, just lines.
There was a small glass case which held a panel
Painted by the author of a book I’d read when I was twenty-five -
Adalbert Stifter, Limestone - but hadn’t thought about in years.
Yet there were Stifter’s clouds, a pale yellow sky
Behind some shapes already indistinct (and this was yesterday),
As even the most vivid words and hours turn faint,
Turn into memories, and disappear. Is that so frightening?
Evanescence is a way of seeming free, free to disappear
Into the background of the city, of the sky,
Into a vast surround indifferent to these secret lives
That come and go without a second thought
Beyond whatever lingers in some incidental lines,
Hanging for a while in the air like clouds
Almost too faint to see, like Goethe’s clouds.
Adalbert Stifter Wolkenstudie 1840 (klik voor vergroting hier)
Wolken

Ik hou van de isolatie van vreemde steden:
Leven in je hoofd, de routines van thuis
Meer en meer afgelegen worden,
Alleen en zwevend door de straten
Als door de lucht, anoniem en taalloos
Hier in het epicentrum van drie oorlogen. Gisteren
Nam ik weer de S-Bahn naar de stad
Om de Kiefer in de Neue Nationalgalerie te zien,
Een uitgebrand veld met rook die nog steeds uit de groeven opstijgt...
In een landschap met littekens van de mensheid...
Op zijn brutaalst, en toch, sporen van menselijkheid.
Wat maakt deze wereld zo beangstigend? Uiteindelijk
Wat mij beangstigt is niet haar brutaliteit, haar gewelddadige vijandigheid,
Maar haar onverschilligheid, als een torenhoge wolkenlucht...
Gevuld met het wonder van het absoluut zinloze.
Ik ging terug naar de Alte Nationalgalerie
voor een laatste blik op de betoverende wolkenluchten...
Constable's en Turner's, Ruskin's wolken en Goethe's...
Wolken zo vaag dat het nauwelijks wolken zijn, alleen lijnen.
Er was een kleine glazen kast met een paneel...
geschilderd door de auteur van een boek dat ik las toen ik vijfentwintig was.
Adalbert Stifter, Limestone, maar ik had er al jaren niet meer aan gedacht.
Toch waren er Stifter's wolken, een lichtgele lucht
Achter sommige vormen die al onduidelijk waren (en dit was gisteren),
Zoals zelfs de meest levendige woorden en uren vaag worden,
veranderen in herinneringen, en verdwijnen. Is dat zo beangstigend?
Evanescence is een manier om vrij te lijken, vrij om te verdwijnen
In de achtergrond van de stad, van de lucht,
In een uitgestrekte omgeving onverschillig voor deze geheime levens...
die komen en gaan zonder een tweede gedachte
Voorbij wat blijft hangen in enkele incidentele lijnen,
die een tijdje in de lucht hangen als wolken
Bijna te zwak om te zien, zoals Goethe's wolken.

John Koethe, philosophy professor and poet, lives on the East Side of Milwaukee, but he grew up in San Diego. A self-described "science whiz kid" who loved fiction, Koethe left the West Coast to attend Princeton University where he started to write poetry in 1964.

Koethe attended graduate school at Harvard, and later landed a teaching job at UWM, located in the neighborhood that inspired multiple poem titles. 
Wolkenstudie (ca. 1840)
Adalbert Stifter (Austrian, 1805-1868)

Kunst in koude dagen (1)

Venus Frigida PP Rubens 1614

Net vandaag beschrijft Geert van der Speeten in de Standaard dit fraaie schilderij van Pieter P. Rubens waarop de verkilde liefde te zien is , Venus Frigida, weldra te bekijken in het vernieuwde KMSKA. Het zou een mooi uithangbord zijn bij een artistieke reactie op de huidige waanzinnige tarieven voor gas en elektriciteit. Vertrekpunt immers voor dit beeld waarin de koukleumende Venus en kleine Amor, pijlen doelloos op grond, zichtbaar zijn, is een vers van de Romeinse comedian Terentius (195-185) dat later een spreekwoord werd in de moderne tijd: ‘Sine Cerere et Libero friget Venus.’ Of in duidelijk Duits: ‘Ohne Wein und Brot ist Venus Tod.’ Zonder wijn en brood is Venus niet in goede doen. Je vindt de uitdrukking terug tot in de Adagia van Erasmus. Hoe het dan wel kan (of zou kunnen) zien we op een ‘pen-painting’ van Hendrick Goltzius uit 1600-1603. Uitleg lees je in ons blog van 1 juli 2005: het tekort aan menselijk.

    ... some good lessons
    Are also learnt from Ceres and from Bacchus
    Without whom Venus will not long attack us.
    While Venus fills the heart (without heart really
    Love, though good always, is not quite so good),
    Ceres presents a plate of vermicelli, –
    For love must be sustain'd like flesh and blood, –
    While Bacchus pours out wine, or hands a jelly.
    
Lord Byron— Don Juan Canto II, sections 169–170

Het kan dus net zo goed een bord vermicelli zijn of een lekkere gelei.

Helemaal gerust moet Pieter Pauwel niet geweest zijn want in datzelfde jaar 1613 of een jaartje eerder schilderde hij twee andere versies, nu te zien in Staatliche Museen Kassel. en een versie nu in de Gemäldegalerie der Akademie der Bildende Kunst Wien.

 Rubens employed the motif repeatedly in different ways, including the visibly freezing Venus Frigida, a version with Amor who desperately attempts to start a fire, and one with Venus at the Moment maßvollen Erwärmens und ruhigen Erwachens ('Moment of modestly warming and quietly waking') in which she hesitantly accepts a wine cup from Bacchus. (Wikipedia Article)

Dat het bij Paul Cézanne in de winter van 1865 niet warmer was mag dit schilderijtje duidelijk maken.

Paul Cezanne Stoof in de studio ca 1865

En die kachel speelt dan weer een rol in het mooie liedje van Don Quishocking: De oude school. Tekst van Willem Wilmink.

Ach zou die school er nog wel zijn,
kastanjebomen op het plein;
de zware deur.
Platen van ridders met een kruis
en van Goejanverwellesluis;
Geheel in kleur

Die mooie school daar stond je met
een pas gejatte sigaret
in 't fietsenrek.
Daar nam je bibberig en scheel
en van ellende groen en geel,
opnieuw een trek.

En als de meester jarig was
werd het rumoerig in de klas;
en zat je daar.
En je verwachte zo direct
een uiterst boeiend knaleffect:
de klapsigaar

Je speelde in het schooltoernooi
en het begin was wondermooi;
fijn voetbalweer.
Je kreeg met 10-1 op je smoel
de kleine keeper in zijn doel:
hij weende zeer

De najaarsblaren op de grond
daar stapte je zo fijn in 't rond;
de school voorbij.
En 's winters was de kachel heet
en als je daar dan sneeuw in smeet,
dan siste hij.

Het moet er allemaal nog zijn:
de deur, de bomen en het plein;
de grote heg.
Alleen die mooie lichte plaat,
waarop een kleine desa staat,
is misschien weg.

Bali, Lombok, Soemba, Soembawa,
Flores, Timor enzovoort

Bron: https://muzikum.eu/nl/don-quishocking/de-oude-school-songtekst

Weet je wel, oudje? Later meer hartverwarmende vondsten van ver en dichtbij.

In de stilte van de mooie leegte

Zo stil, zo in zichzelf gekeerd, 
spiegelend zich in eigen eenzaamheid. 
Schaduwen glijden door haar heen. 
Er is avond op til. 

Uh Chin 'Vuurdoorn'
Maanzilvernetten over zee.
Bladgouden glinsteringen
-de door de wind verstrooide-
blinkende aan het strand.
Brengt deze golf
-van alle golven de ene-
brengt deze golf je het ene
van alle bladeren alleen
voor jou bestemde blad.

Din San  'Perzikbloesem'
En zoveel mensen leefden aan dit water.Zie hoe zijn spiegel onbeschreven is.
Een schip gleed langs de groene oeverweide,
een vogel gleed de verre wolken binnen.
Zie hoe geen spoor van hen gebleven is.
Diep in het meer houdt zich de vis verscholen.
Geen zal de hengelaar ontkomen.
Onpeilbaar, onbestendig is alleen
de diepte van het menselijk hart
waarvan de dromen schaduwloos vergaan.

Chang Ta Ch' ien  'Hengelaar en oeverweide'
En het een zal worden tot het ander
en uit doornen zullen bloesems breken.

Uh Chin  'Het ongelijke bloeien'
Schoonheid onaangeraakt.
Tederheids adem alleen
zal haar volledig ontvouwen.

Xang Shi Tze  'Wilde narcis'
Regen.  De bloesems sluiten zich.
Ik wacht de vreugde van het ogenblik
waarop het leven, glanzend en gedrenkt,
opnieuw ontluikt.
En ik de tuin inga.

Chang Ta Ch' ien  'Abrikozentak'
Voorbij deze dingen
en de bergen voorbij
en de wegen voorbij,
ligt de plek
waar je rust zult vinden.

Fu Jü  'Landschap'

Waarschijnlijk zal ik niet de enige zijn die deze nachten moeilijk de slaap kon vatten: de warmte, de oorlog, de komende winter, de centen…Bij de oude bewaarde gekoesterde boeken en geschriften vond ik ‘Het bloeiend penseel’ Chinese pentekeningen in kleur, een uitgave van Kruseman Den Haag, oorspronkelijk ‘Chinesische Blüten’ Georg Westerman Verlag, Braunschweig. Nederlandse uitgave van Kruseman’s Uitgeversmij. n.v. 1967. De poëzievertaling is van Harriet Laurey, tekst van Walter Feng. De enkele voorbeelden hierbij hebben al die jaren vaak de stilte hoorbaar gemaakt waarin ondanks het rumoer de schoonheid de weg naar de kern der dingen blijft wijzen. Amen.

Chang Ta Ch’ ien Pioenroos
De Chinese schilderkunst is niet, zoals de Europese, bestemd om als wandversiering te dienen. De met inkt en penseel op papier of zijde geschilderde tekeningen worden gewoonlijk gevouwen of opgerold in kisten en kasten bewaard.
Slechts nu en dan, bijvoorbeeld bij feestelijke gelegenheden, wordt er een tevoorschijn gehaald, om met indringende aandacht beschouwd te worden. De op houtstaven horizontaal opgerolde prenten worden op tafel gelegd en geleidelijk ontrold en detail voor detail bekeken. Er zijn landschappen, die verschillende meters lang, maar slechts enkele centimeters hoog zijn, zodat oog en geest er geleidelijk in thuis raken en, langzaam vorderend, tot een dieper inzicht gedwongen worden. Het eigenlijke thema van de tekening ligt niet in het afgebeelde onderwerp. Het schuilt in de stemmingsinhoud, die evenzeer uit een weids landschap met bergen, wolken, meren en mensen voelbaar wordt als uit een enkele bloesemtak, een kleine vogel op een dunne twijg. 
Een van de bijzondere middelen, waarvan de Chinese schilder zich bij zijn kunst bedient, is de beheersing van de ruimte. Juist de ”leegte” van de tekening is zijn kracht. Men kent er zelfs een aan vaste regels gebonden éénhoeks-compositie, een vlakverdeling waarbij slechts enkele fijne penseelstreken de witte ruimte van het papier breken. Die uiterst beheerste, tot het minimale ingehouden wijze van uitdrukking vindt men bij tekening en vers  terug. Pruimen- en perzikbloesems, de meeste motieven van deze bladen, zijn zinnebeelden van de ontwakende natuur in de lente en van de overvloed in de volle zomer. Nevels, wolken en sneeuw tonen de mens zijn eigen kleinheid en zwakte en voeren hem tot inkeer in de eigen ziel, die een deel van de kosmos is.
Vogel die schreeuwt, waarom,
die zingt, waarom zing je, vogel?

Chi Pai Shih  'Kleine herfstvogel'

‘Uw Rijk kome…’ (met werk van Ori Gersht)

Ori Gersht, New Orders, Evertime 09, 2018. Archival pigment print, 23 5/8 x 35 1/2 inches. 

‘Het Rijk’ dat gevraagd wordt te komen is buiten ‘het rijk der vrouw’ op wat ik vriendelijk ‘vrij mannelijke principes’ noem, gebouwd, al mag ook ‘het rijk der zinnen’ wellicht aan deze tweedeling ontsnappen. Het Romeinse, Byzantijnse, Duitse of het gedroomde ‘Groot Russisch Rijk’ zijn in de loop van de geschiedenis tot en met het heden en blijkbaar ook in de toekomst, niet in Arcadische atmosferen te vinden. Het is een mannelijk terugkomend verschijnsel dat democratische waarden graag bij het begrip ‘verwording’ en ‘wanorde’ klasseert. De kuddeleider weet steeds waarom en waar naar toe, vaak door een religie of staatsideologie ondersteund.

In deze bijdrage meng ik enkele fragmenten uit de Groene Amsterdammer van vandaag: Yegór Osipov-Gipsh “Het geluid van een machinegeweer”, met het werk van de Israëlische fotograaf Ori Gersht. Mogelijke verbanden kunnen geheel toevallig zijn, of toch niet?

Ori Gersht, On Reflection, Material E23, After J. Brueghel the Elder, 2014, 84 5/8 x 70 7/8 inch archival pigment print
Israeli photographer and video artist Ori Gersht creates bodies of work that often poetically explore the relationships between history, memory, and landscape. Through metaphor, Gersht illuminates the difficulties of visually representing conflict and violent events or histories.

Themes such as Dutch still life painting, romantic landscapes, and Nazi-occupied territory escape routes in the Pyrenees are steeped in Gersht’s bodies of work. Gersht's imagery is uncannily beautiful; the viewer is visually seduced before being confronted with darker and more complex themes, presenting a compulsive tension between beauty and violence. This has included an exploration of his own family’s experiences during the Holocaust, a series of post-conflict landscapes in Bosnia and a celebrated trilogy of slow-motion films in which traditional still lives explode on screen. (Yancey Richardson Gallerie)
Ori Gersth, Iris Atropurpurea D01, 2018. Archival pigment print, 47 1/4 x 40 3/8 inches.

‘De laatste 105 jaar van de Russische geschiedenis wordt gekenmerkt door geweld, dood en de wijdverbreide aanvaarding van die twee. De centrale eenheidsmythe van het hedendaagse Rusland – de overwinning in de zogenoemde Grote Patriottische Oorlog – is gebaseerd op een zeer vertekende hervertelling van de werkelijkheid van die oorlog, waarin de Sovjet-Unie ongeveer 27 miljoen mensen verloor. Het sturen van tientallen ongewapende soldaten, zodat de vijand zou stikken in het sovjetbloed, was een gebruikelijke strategie. Soldaten als slaven behandelen – de beruchte bevelen 227 en 270, die desertie met de dood bestraften, spertroepen invoerden om terugtrekking te voorkomen en overgave gelijkstelden aan verraad – was een gebruikelijke strategie. Soldaten straffen omdat ze door kapitalisten waren bevrijd was een gebruikelijke strategie.’

(Yegór Osipov-Gipsh Het geluid van een machinegeweer, De Groene Amsterdammer 25 augustus 2022)

Floating World 01, from the series Floating World, 2016, 47 1/4 x 46 1/2 inch archival pigment print
Ori Gersth, photographer, approaches these topics not simply through his choice of imagery, but by pushing the technical limitations of photography, questioning its claim to truth.Gersht is perhaps best known for his work with slow-motion capture, wherein he produces images and video portraying fruits, flowers, and other material fracturing when stuck with high velocity gunfire.

Born in Tel Aviv, Israel in 1967, he earned his MFA in photography from the Royal College of Art in London, later gaining critical success with an exhibition at the Museum of Fine Arts in Boston and a professorship at the University for the Creative Arts in Rochester in Kent, England. (ibidem)

https://www.yanceyrichardson.com/artists/ori-gersht2

‘In 2019 noemde het Credit Suisse Research Institute Rusland, op zich al een arm land, de meest ongelijke economie ter wereld. De gecentraliseerde regering, die functioneert ten gunste van een kleine groep extreem rijken rondom Poetin, leeft van de winning van natuurlijke hulpbronnen in de afgelegen regio’s van het land. De regionale overheden – en dus ook de plaatselijke bevolking – beschikken niet over de bevoegdheden of de financiële middelen om de zaken in eigen hand te nemen, wat betekent dat voor mensen in de provincies de toetreding tot het leger of de staatsbureaucratie vaak de enige sociale lift is die beschikbaar is. Zij lopen ook de grootste kans om in de oorlog te sneuvelen: volgens de berekeningen die het onafhankelijke medium Mediazona in april maakte, zijn in Oekraïne 85 soldaten uit de afgelegen Siberische regio Boerjatië gesneuveld, tegen slechts drie soldaten uit Moskou. Mediazona baseerde de berekeningen op de officiële statistieken van het Russische ministerie van Defensie, die de werkelijke verliezen van Rusland schromelijk onderschatten, maar waarschijnlijk de regionale verhoudingen correct weergeven.’

(Yegór Osipov-Gipsh Het geluid van een machinegeweer, De Groene Amsterdammer 25 augustus 2022)

Untitled Talley Dunn Gallerie
At least now, my friend says
I know what the war is like.

Well, what's it like then?  I ask him.

Like...Nothing, he answers.

He says it with confidence
since he was captured, he can speak about most things
with confidence through that experience
in other words, with hate.

When he talks, better not to interrupt:
he won't let your words in, anyway.
He' s got his position, and that's that.
He considers it the greatest honor 
to hold one's position in times of war
To deny the sun, to deny
the currents of the ocean.

So that's that
the war is like...Nothing.
That is why we talk about it
without adjectives.

How did you feel?
Like...Nothing.
How did they treat you?
Like...Nothing.
How do you talk about all this?
Like...Nothing.
Now, how the hell do we live with all this?

Serhiy Zhadan
Translated from the Ukrainian by Virana Tkacz and Bob Holman
(Words for War, New Poems from Ukraine)
Tokyo Imperial Memories, Speck 04, from the series Chasing Good Fortune, 2010, 15 3/8 x 15 3/4 inch archival pigment  Yancey Richardson Gallerie

Lees de Groene Amsterdammer!

https://www.groene.nl
Ori Gersht
Flower 01 (Rijksmuseum), 2021 Archival pigment print
46 1/2 x 35 inches

SUMMER WIND/ZOMERWIND

Grant Wood (1891-1942) The birhtplace of Herbert Hoover ‘1931)
Summer Wind
William Cullen Bryant (1794-1878)

It is a sultry day; the sun has drunk
The dew that lay upon the morning grass;
There is no rustling in the lofty elm
That canopies my dwelling, and its shade
Scarce cools me. All is silent, save the faint
And interrupted murmur of the bee,
Settling on the sick flowers, and then again
Instantly on the wing. The plants around
Feel the too potent fervors: the tall maize
Rolls up its long green leaves; the clover droops
Its tender foliage, and declines its blooms.
But far in the fierce sunshine tower the hills,
With all their growth of woods, silent and stern,
As if the scorching heat and dazzling light
Were but an element they loved. Bright clouds,
Motionless pillars of the brazen heaven—
Their bases on the mountains—their white tops
Shining in the far ether—fire the air
With a reflected radiance, and make turn
The gazer’s eye away. For me, I lie
Languidly in the shade, where the thick turf,
Yet virgin from the kisses of the sun,
Retains some freshness, and I woo the wind
That still delays his coming. Why so slow,
Gentle and voluble spirit of the air?
Oh, come and breathe upon the fainting earth
Coolness and life! Is it that in his caves
He hears me? See, on yonder woody ridge,
The pine is bending his proud top, and now
Among the nearer groves, chestnut and oak
Are tossing their green boughs about. He comes;
Lo, where the grassy meadow runs in waves!
The deep distressful silence of the scene
Breaks up with mingling of unnumbered sounds
And universal motion. He is come,
Shaking a shower of blossoms from the shrubs,
And bearing on their fragrance; and he brings
Music of birds, and rustling of young boughs,
And sound of swaying branches, and the voice
Of distant waterfalls. All the green herbs
Are stirring in his breath; a thousand flowers,
By the road-side and the borders of the brook,
Nod gayly to each other; glossy leaves
Are twinkling in the sun, as if the dew
Were on them yet, and silver waters break
Into small waves and sparkle as he comes.
Grant Wood Haying, 1939
Zomerwind (vertaling nog in de steigers)
William Cullen Bryant - 1794-1878

Het is een zwoele dag; de zon heeft gedronken
van de dauw die op het ochtendgras lag;
Er is geen geritsel in de hoge iep
die mijn woning overkoepelt, en zijn schaduw
verkoelt me nauwelijks. Alles is stil, behalve het zwakke
en onderbroken gemurmel van de bij,
gezeten op de zieke bloemen, en dan weer
onmiddellijk het vleugelwerk. De planten rondom
voelen de te krachtige vurigheid: de hoge maïs
rolt zijn lange groene bladeren op; de klaver laat
zijn tere blaadjes hangen, en verliest zijn bloemen.
Maar ver in de felle zon torenen de heuvels
met al hun groei van bossen, stil en streng,
alsof de verzengende hitte en het verblindend licht
slechts een element waren waar ze van hielden. Heldere wolken,
onbeweeglijke pilaren van de koperen hemel.
Hun basis op de bergen - hun witte toppen
schijnend in de verre ether, branden de lucht
met een gereflecteerde gloed, en doen
de blik van de toeschouwer wegdraaien. Voor mij, ik lig
loom in de schaduw, waar de dikke zoden,
nog maagd van de kussen van de zon,
een beetje frisheid bewaren, en ik maak de wind het hof
die nog steeds zijn komst uitstelt. Waarom zo traag,
zachte en wispelturige geest van de lucht?
Oh, kom en adem op de verwelkende aarde
koelte en leven! Is het in zijn grotten
dat hij mij hoort? Kijk, op die beboste heuvelrug,
buigt de den zijn trotse top, en nu
onder de dichterbij gelegen bosjes, kastanje en eik
hun groene takken spreiden. Hij komt;
daar waar de grasweide in golven deint.
De diepe angstige stilte van dit gebeuren
breekt met het mengen van ontelbare geluiden en
 beweging overal. Hij is gekomen,
een regen van bloesems  van de struiken schuddend,
en draagt hun geur met zich mee; en hij brengt
muziek van vogels, en geritsel van jonge takken,
en geluid van zwiepende takken, en de stem
van verre watervallen. Al de groene kruiden
roeren zich in zijn adem, duizend bloemen,
aan de wegkant en de randen van de beek,
knikken vrolijk naar elkaar; glanzende bladeren
fonkelen in de zon, alsof de dauw
er nog op zat, en zilveren water breekt
in kleine golven en glinsteren als hij komt.
Oneindig heid, Stone City Iowa – Grant Wood
About This Poem

“Summer Wind” first appeared in the United States Literary Gazette, the editor of which solicited twenty-three poems from Bryant for publication in its first volume. The poem hinges on a personification of the wind, which the speaker implores to blow and make the hot day cooler. Poet and critic Richard Henry Stoddard writes, in his introduction to the Poetical Works of William Cullen Bryant (D. Appleton and Company, 1878), that, in the poem, “[a] new element appeared [. . .], and was always present afterward in Mr. Bryant’s meditative poetry—the association of humanity with nature—a calm but sympathetic recognition of the ways of man and his presence on the earth.” Contrastingly, in William Cullen Bryant (Sheldon and Company, 1879), scholar David Jayne Hill writes that the poem belongs to a “class of poems” in which “no higher effect is aimed at than to bring the mind face to face with the charms of Nature for the delight of mere contemplation.” (Poets.org Poems)
Grant Wood-New-Road-by-wood-1939
William Cullen Bryant, author of "Thanatopsis," was born in Cummington, Massachusetts on November 3, 1794. He is considered an American nature poet and journalist, who wrote poems, essays, and articles that championed the rights of workers and immigrants. (ibidem)
Young Korn Grant Wood

Schilderijen van Grant Wood USA, 1891-1942

‘Ut Pictura Poësis’, zowel in schilderkunst als in poëzie

‘Schilderkunst en Poëzie’ Francesco Furini (Florence 1604-1646) 1626 180 x 143cm

Je moet niet aanschuiven om in de Gallerie degli Uffizi, afdeling Pitti Palace, collectie Palatine Gallery binnen te geraken tijdens je verblijf in ‘Florence’. We nemen je graag bij de hand om dit merkwaardig schilderij van de toen tweeëntwintig-jarige Francesco Furini te bekijken waarop zowel de Poëzie als de Schilderkunst, een thema van Horatius in zijn Ars Poetica, in een tedere omhelzing te bewonderen zijn. Anna Bisceglia aldaar aan het woord:

The allegorical figures of Painting and Poetry represent the famous theme explored by Horace in Ars Poetica.  The concept of UT PICTURA POËSIS (“so in painting as in poetry”) is expressed by Furini in the Sapphic kiss and embrace of the two figures, arranged almost symmetrically, and in the interplay of gestures which visually represent the mutual relationship between the two sister arts.

Of je die ‘Sapphic kiss’ kunt verenigen met de ‘two sister arts’ mag een glimlach op de ernstige lippen van de kunstkijker toveren, ook de arm van ‘Pictura’ die haar zuster- kunst vasthoudt en uitloopt op een palet met een verzameling borstels terwijl ‘Poësis’ naar ons kijkt en op Pictura’s naakte schouder een liefelijk woord wil schrijven kan die glimlach verlengen en dat allemaal terwijl ze in een ‘Sapphic kiss’ verenigd zijn. In feite hebben wij ze, als kijker, verrast en kijkt Poësis onze kant uit terwijl ze de kus verbreekt.

Painting, depicted on the left, holds a palette and brushes in one hand, tools for art as the imitator of nature, and a mask in the other, a reference to the imitation of human actions. Poetry, on the right, holds a quill, while the inkwell sits atop the scroll signed with the motto CONCORDI LVMINE MAIOR.(Greater through united light.) This motto was coined by Furini himself and aims to emphasize the Horatian concept of unity between the two arts, serving as a reminder that both painting and poetry are of greater quality when seen in the same light.(Ibidem)

De schilderkunst, links afgebeeld, houdt in de ene hand een palet en penselen vast, werktuigen voor de kunst als imitator van de natuur, en in de andere een masker, een verwijzing naar de imitatie van menselijke handelingen. Rechts houdt de dichter een ganzenveer vast, terwijl de inktpot bovenop de rol staat met de spreuk CONCORDI LUMINE MAIOR. (Groter door het verenigde licht) Dit motto werd door Furini zelf bedacht en is bedoeld om het ‘Horatiaanse’ concept van eenheid tussen de twee kunsten te benadrukken, door eraan te herinneren dat zowel de schilderkunst als de dichtkunst van grotere kwaliteit zijn wanneer ze in hetzelfde licht worden gezien.

Francesco Furini De drie Gratiën
In de Griekse mythologie een drietal godinnen, die de lieflijkheid, de schoonheid en de charme van de natuur uitbeelden. De drie Gratiën. Met de Muzen dienen ze als bronnen van inspiratie voor dichtkunst en beeldende kunst. Hun namen waren Eufrosyne (vreugde), Thalia (overvloed) en Agaia (glans, schoonheid).

The National Gallery beschrijft dit schilderij als: influenced by Guido Reni, he was known for his rather morbidly sensual depictions of the female nude. Nou moe! Verklaart zo'n reactie het feit dat er nogal wat musea het werk van deze kunstenaar in depot houden? In de kunstrubriek 'Hisour' las ik deze bepaling:
Freedberg describes Furini’s style as filled with “morbid sensuality”. His frequent use of disrobed females is discordant with his excessive religious sentimentality, and his polished stylization and poses are at odds with his aim of expressing highly emotional states. His stylistic choices did not go unnoticed by more puritanical contemporary biographers like Baldinucci. Pignoni also mirrored this style in his works.
Francesco Furini St Agnes

Een degelijke Amerikaanse thesis voor de graad van Master of Arts University of Washington 2016 kun je hier raadplegen. ‘Francesco Furini: ‘Paintings of Exceeding Beauty’ in Seicento Florence door Jena Mayer.

Furini's werk weerspiegelt de spanning waarmee de conservatieve, maniëristische stijl van Florence geconfronteerd werd met de toen nieuwe barokke stijlen. Hij is een schilder van bijbelse en mythologische taferelen met een sterk gebruik van de nevelige sfumato techniek. In de jaren 1630 liep zijn stijl parallel met die van Guido Reni. Een belangrijk vroeg werk, Hylas en de Nimfen (1630-gebruikt als openingsbeeld), bevat zes vrouwelijke naakten die getuigen van het belang dat Furini hechtte aan het tekenen naar het leven.

Furini werd in 1633 priester voor de parochie van Sant'Ansano in Mugello.
Jong meisje toegeschreven aan Francesco Furini Olie op koper

De ‘Pictura’ straalt woordeloos: de schilderkunst tegenover de trage kunst van het woord, de Poësis, dat zich alleen al in zoveel verschillende talen kan verschuilen. Francesco Furini probeerde hen te verenigen naar oud Latijns model. Dat zij in hetzelfde licht kunnen stralen is inderdaad een vrome wens. Dat zij hoe dan ook vrouwelijk worden voorgesteld verwijst naar hun verbinding met de aarde. De emoties die zij opwekken gaan verder dan de onmiddellijke vervulling waarin het mannelijke zich spiegelt in begrippen als verovering tegenover bescherming. Dat dergelijke eigenschappen zich in verloop der tijden onafhankelijker tegenover hun bron hebben geuit -denk aan de tedere man, de sterke vrouw- ontkent hun kern niet. ‘Das ewig-weibliche zieht uns hinan.’ (Goethe, Faust II, slot.)

Een volgende opdracht, mix in deze collectie mannen, jongens met dezelfde uitstraling want das ewig weibliche is niet aan een gender gebonden.
Hoofd van jonge man met gesloten ogen Francesco Furini

‘A combination of insight and beauty’ Stephen Dunn-Poet(1939-2021)

Foto Guy Kokken ‘Clouden Aalst 30 March 2019’
Love Poem Near the End of the World

This is the world I’m tethered to:
clouds, lavender- tinged, and below them
russet- going- on- green hillsides.
Everywhere various aspiration
of transcendence, like my fickle heart
wishing to redefine itself
as an instrument of hope and generosity,
and flower bed
swith just enough rain water
to turn cracked soil into a vast blossoming.
Something keeps me holding on
to a future I didn’t think possible.
There’s sweetness and there’s squalor.
There are sad, almost empty towns
occasionally brightened by fireworks.
And there’s you, my love, once volcanic,
beautifully quiet now.

Excerpted from The Not Yet Fallen World: New and Selected Poems. Copyright (c) 2022 by Stephen Dunn. Used with permission of the publisher, W. W. Norton & Company, Inc. All rights reserved.
eigen foto
Liefdesgedicht bij het einde van de wereld

Dit is de wereld waaraan ik ben vastgebonden:
wolken, lavendel getint, en onder hen
roodbruin-gaand-op-groene hellingen.
Overal verschillende aspiraties
van transcendentie, zoals mijn wispelturig hart
dat zichzelf wil herdefiniëren
als een instrument van hoop en vrijgevigheid,
en bloembedden
met net genoeg regenwater
om gebarsten aarde om te toveren in een enorme bloei.
Iets houdt me vast
aan een toekomst die ik niet voor mogelijk hield.
Er is lieflijkheid en er is verloedering.
Er zijn trieste, bijna lege steden
af en toe opgevrolijkt door vuurwerk.
En daar ben jij, mijn lief, ooit vulkanisch,
nu prachtig rustig.
Stephen Dunn (1939–2021) was the author of twenty poetry collections, including the Pulitzer Prize–winning Different Hours. He was a distinguished professor emeritus at Richard Stockton University. Over his six-decade career, he received fellowships from the Guggenheim Foundation and the National Endowment for the Arts, an Academy Award in Literature from the American Academy of Arts and Letters, and a Paterson Award for Sustained Literary Achievement, among many other honors.
Affirmation

The young boys roll down the hill, laughing
like crickets. The grass submits
to them. They take its color
on their white backs. At the bottom,
enthralled with their bodies and their dizziness,
they look up at their mother
who has imagined they have just tumbled
from her womb
into a world less dark. She applauds.
They play dead
as stones, then suddenly burst into boys
once more, running
up that long slope
to where they began.
Beneath a tree, stretched out with my dog,
I spread apart the grass
and kiss the earth.
Bevestiging

De jonge jongens rollen de heuvel af, lachend
als krekels. Het gras onderwerpt zich
aan hen. Ze krijgen zijn kleur
op hun witte ruggen. Op de bodem,
betoverd door hun lichaam en hun duizeligheid,
kijken ze omhoog naar hun moeder
die zich heeft verbeeld dat ze net uit haar baarmoeder zijn getuimeld
uit haar baarmoeder
in een minder donkere wereld. Zij applaudisseert.
Ze spelen dood
als stenen, en barsten dan plotseling in jongens uit
opnieuw, rennend
die lange helling op
naar waar ze begonnen.
Onder een boom, languit met mijn hond,
spreid ik het gras uit
en kus de aarde.

The poetry that ends up mattering speaks to things we half-know but are inarticulate about. It gives us language and the music of language for what we didn’t know we knew. So a combination of insight and beauty. I also liken the writing of it to basketball—you discover that you can be better than yourself for a little while. If you’re writing a good poem, it means you’re discovering things that you didn’t know you knew. In basketball, if you’re hitting your shots, you feel in the realm of the magical. (Stephen Dunn)

Eigen foto
The Man Who Never Loses His Balance

He walks the high wire in his sleep.
The tent is blue, it is perpetual
afternoon. He is walking between
the open legs of his mother
and the grave. Always. The audience knows this
is out of their hands. The audience
is fathers whose kites are lost, children
who want to be terrified into joy.
He is so high above them, so capable
(with a single, calculated move)
of making them care for him
that he’s sick of the risks
he never really takes.
The tent is blue: Outside is a world
that is blue. Inside him
a blueness that could crack
like china if he ever hit bottom.
Every performance, deep down,he tries one real plunge
off to the side, where the net ends.
But it never ends.

De man die nooit zijn evenwicht verliest

Hij loopt over de hoge koord in zijn slaap.
De tent is blauw, het is eeuwigdurend
middag. Hij loopt tussen
de open benen van zijn moeder
en het graf. Altijd. Het publiek weet dat dit
niet meer in hun handen is. Het publiek
zijn vaders wiens vliegers verloren zijn, kinderen
die bang willen worden van vreugde.
Hij is zo hoog boven hen, zo capabel
(met een enkele, berekende beweging)
hen om hem te laten geven
dat hij ziek wordt van de risico’s
die hij nooit echt neemt.
De tent is blauw: Buiten is een wereld
die blauw is. Binnen in hem
een blauwheid die zou kunnen barsten
als porselein als zij ooit de bodem raakt.
Elke voorstelling, diep van binnen,
probeert hij één echte duik
aan de kant, waar het net eindigt.
Maar het houdt nooit op.

De vroege morgen weerspiegelt op het dak Eigen foto
One of the things I always like about both sports and writing, too, is that, if I’m playing shortstop and the ball’s hit to my left, and I run and dive for it, then throw it to first, there’s no awareness that I even did that. It’s a cessation of consciousness, in a way. And writing is almost the same experience, you almost become unconscious of yourself as you’re doing it. A lot of people mention that in the notes that we’re getting for this issue.

Een dichter met beelden:

‘In de marge van het leven’ Marjana Savka Oekraïne, gedichten-

Stefaniia and Ihor Kaniuk mourned their son Yurii Kaniuk in Mykolaiv, Ukraine, on Saturday. The 27-year-old soldier was killed on Monday while fighting in the eastern region of Donetsk.Credit…Diego Ibarra Sanchez for The New York Times
On the eve of Ukrainian Orthodox Easter, the poet Marjana Savka posted a poem to her Facebook page about an army volunteer who has been struck down by missile fragments.
Ukrainian Orthodox Christians celebrate Holy Saturday, the day before Easter, as a time marked by the sadness over the tragedy of the crucifixion and the anticipation of the resurrection. It is a day of mourning and of delayed joy. (Litertary Hub)

Here lies the Lord. Slain in a coffin.
The Resurrection, it seems, is off schedule.
He was a volunteer in the last most terrible war.
Drove around the city so calm, unarmored
Delivered bread through the hellish traffic.
Told those around him: don’t live in anger.
After all even a horrible criminal has a chance of repenting.
But the sun was setting over the city, behind the hills’ black ridges
And the buildings were burning like dry masts. And the fight
Between the light and the dark might last a while.
He was struck down by a fragment of a missile to the chest.
Beside him lay twelve others, a child among them.
A good fifty people quickly surrounded them.
And they said, Herods spare no one, not even kids.
But they soon left. Because it was already curfew.
Here lies the Lord. He was kind. He divided the bread.
He came from somewhere—from Izyum, from Bucha, from Popasna.
He’s lying in a coffin. We’re awaiting the wonder of wonders.
He asked us not to kill. He walked here among us.
He will rise again. Casting off his cross and vulnerability.
He will rise again and will join our ranks,
Desperate,
Brave,
Familiar,
Alive.

Marjana Savka (vertaald door Amelia Glaser)
Hier ligt de Heer. Gesneuveld in een kist.
Het lijkt erop dat de wederopstanding niet volgens plan verloopt.
Hij was een vrijwilliger in de laatste meest verschrikkelijke oorlog.
Reed rond in de stad zo kalm, ongewapend.
Bezorgde brood door het helse verkeer.
Vertelde de mensen om hem heen: leef niet in woede.
Zelfs een afschuwelijke misdadiger heeft immers de kans om tot inkeer te komen.
Maar de zon ging onder boven de stad, achter de zwarte bergkammen.
En de gebouwen brandden als droge masten. En de strijd
tussen het licht en het donker zou nog wel even kunnen duren.
Hij werd neergeslagen door een fragment van een raket in de borst.
Naast hem lagen twaalf anderen, waarbij een kind.
Een vijftigtal mensen omringden hen snel.
En zij zeiden: Herodes spaart niemand, zelfs geen kinderen.
Maar ze vertrokken vlug. Want de avondklok was ingegaan.
Hier ligt de Heer. Hij was vriendelijk. Hij verdeelde het brood.
Hij kwam ergens vandaan, uit Izyum, uit Bucha, uit Popasna.
Hij ligt in een kist. We wachten op het wonder der wonderen.
Hij vroeg ons niet te doden. Hij wandelde hier onder ons.
Hij zal weer opstaan. Zijn kruis afwerpen en zijn kwetsbaarheid.
Hij zal herrijzen en zich bij ons voegen,
Wanhopig,
Dapper,
Vertrouwd,
Levend.

Marjana Savka
Marjana Savka is a Ukrainian poet, children’s writer, literary critic, essayist, and editor. She is also the co-founder of the publishing house “Vydavnytvo Starogo Leva.” She published her first poetry collection, Naked Riverbeds, at the age of twenty-one. Eight other books, for which she has received several awards, have appeared since then, including four poetry collections and three children’s books. A former actress and journalist, she edited We and She, an anthology of poems by female writers from Lviv, Ukraine. Savka’s poetry is distinguished by the intricate link between life and literature, resulting in a palimpsest of universal tropes and an intimate picture of love.
We wrote poems. . .

We wrote poems
about love and war,so long ago
we could have gone grey three times over—
in the days before we had war,
it seemed love would never burn out
and pain was in the offing
Yes, there were wounds there,
not just cracks in a chocolate heart,
but they managed to heal
and we went on living.It wasn’t mocking,
or some deliberate game.
We read the signs
on palimpsests of old posters,
on the walls of blackened buildings,
in coffee grounds.
What changed, my sister?
Our hot-air balloon
turned into a lead ball.
The metaphor — died. 

Translated from the Ukrainian by Sibelan Forrester and Mary Kalyna with Bohdan Pechenyak
(A palimpsest is a parchment that has been scratched off and written on again. -codex rescriptus-)
We schreven gedichten. . . .

We schreven gedichten 
over liefde en oorlog, 
zo lang geleden 
dat we wel drie keer grijs waren geworden. 
In de tijd voordat er oorlog was, 
leek het alsof de liefde nooit zou opbranden 
en er pijn op de loer lag. 
Ja, er waren wonden, 
niet alleen scheuren in een chocoladehart, 
maar ze konden genezen 
en we gingen door met leven.
Het was geen schimpscheut, 
of opgezet spel.
We lazen de tekens 
op palimpsests van oude posters, 
op de muren van zwartgeblakerde gebouwen, 
in koffiedik.
Wat is er veranderd, mijn zus?
Onze hete luchtballon 
veranderde in een loden bal.
De metafoor - stierf. 

Marjana Savka

(een palimpsest is een afgekrabd en weer beschreven perkament. -codex rescriptus-)

Somewhere on the shore of days
between yesterday and tomorrow
we strain our ears to hear
night is the time for listening
we let all the words out of our head—
let them fly
dark little angels
a strange trajectory
navigating between dreams and reality
it’s here somewhere
a stream pool of total silence
we step into it
naked and mute
and silence encroaches
first to the knees
then to the breast
consuming the shoulders
submerging you entirely
god what’s the word
from which everything was born?
… sometimes it’s enough to emerge from your own silence

Marjana Savka
Translated, from the Ukrainian, by Amelia Glaser and Yuliya Ilchu


Ergens aan de kust der dagen
tussen gisteren en morgen
spitsen wij onze oren om te horen
de nacht is de tijd om te luisteren
we laten alle woorden uit ons hoofd-
laat ze vliegen
donkere kleine engelen
een vreemd traject
laverend tussen dromen en werkelijkheid
 Hier is er ergens
een stromende poel van totale stilte
we stappen erin
naakt en met stomheid geslagen
en de stilte dringt binnen
eerst tot aan de knieën
dan naar de borst
en verteert de schouders
je helemaal onderdompelend
god wat is het woord
waaruit alles is geboren?
...soms is het genoeg om uit je eigen stilte tevoorschijn te komen

Marjana Savka
Forgive me, darling, I’m not a fighter. . .

Forgive me, darling, I’m not a fighter.
Every time you gaze into my face,
I tell you:
I have a knife to cut willow twigs —
I can weave you a basket —
If you like, I can weave you a bird,
And plant violets in its eyes.
I’m not a fighter, darling,
I have a knife to prune branches
On the young trees.
You haven’t come out to the garden for so long.
The cherries are coming in.
Darling, why have you gone so grey?


Vergeef me, schat, ik ben geen vechter. . . .

Vergeef me, schat, ik ben geen vechter.
Elke keer als je in mijn gezicht kijkt, zeg ik je:
Ik heb een mes om wilgentwijgen te snijden…
Ik kan een mand voor je weven.
Als je wilt, kan ik een vogel voor je weven,
En viooltjes in zijn ogen planten.
Ik ben geen vechter, schat,
Ik heb een mes om takken te snoeien
Van de jonge bomen.
Je bent al zo lang niet meer in de tuin geweest.
De kersen komen eraan.
Lieverd, waarom ben je zo grijs geworden?

Marjana Savka
Translated from the Ukrainian by Sibelan Forrester and Mary Kalyna with Bohdan Pechenyak
The armed conflict in the east of Ukraine brought about an emergence of a distinctive trend in contemporary Ukrainian poetry: the poetry of war. Directly and indirectly, the poems collected in this volume engage with the events and experiences of war, reflecting on the themes of alienation, loss, dislocation, and disability; as well as justice, heroism, courage, resilience, generosity, and forgiveness. In addressing these themes, the poems also raise questions about art, politics, citizenship, and moral responsibility. The anthology brings together some of the most compelling poetic voices from different regions of Ukraine. Young and old, female and male, somber and ironic, tragic and playful, filled with extraordinary terror and ordinary human delights, the voices recreate the human sounds of war in its tragic complexity.

https://www.wordsforwar.com/
Published by Academic Studies Press (Boston, MA) and Harvard Ukrainian Research Institute (Cambridge, MA), Words for War: New Poems from Ukraine is available in hardback, paperback, and digital ebook formats. We highly recommend purchasing the book directly from your local, independent bookstore or through bookshop.org, an online bookstore with a mission to financially support local, independent bookstores.

Kleine recepten omtrent de leegte, een aanloop (4)

Sumi-e- werk van Marjon de Jong

Een eerste stap:

Een gedachte die ik onthou uit de film, hieronder met een simpel klikje te bereiken, is dat het niet-tekenen belangrijker kan zijn dan wat je met inkt (Sumi = inkt) aanbrengt, het respect voor de leegte. Het wit.

Marjon de Jong ontdekte Sumi-e, een oorspronkelijk Chinese, traditionele schilderkunst die rond 1200 naar Japan was overgewaaid. Sumi-e betekent letterlijk: met zwarte inkt schilderen. In deze traditie worden voorstellingen als landschappen met enkele penseelstreken tot de essentie teruggebracht. Bij het aanbrengen van de streek moet je nergens naar streven. De streek zelf is de essentie, de weg naar het uiteindelijke werk. We spreken haar over haar leven. Hoe haar jeugd haar leven heeft bepaald en hoe het schilderen haar helpt om met haar verleden om te gaan.

En dat zie je in deze mooie, ontroerende documentaire (33:00) waarin kunst en het niet zo rooskleurige leven elkaar raken. Bekijk hem op een stil moment waarin je niet gestoord kunt worden.  Hij, de documentaire en zij, de kunstenares zullen je lang bijblijven. Kijk hier:

https://www.npostart.nl/de-boeddhistische-blik/24-10-2021/KN_1727631

Zen- en Sumi-e meester Beppe Mokuza

In de documentaire ervaar je het ongemakkelijke, pijnlijke leven van de kunstenares en hoe haar werk, haar kunst haar hielp, bijna als therapie. Het wondere, maar vooral het reële. De leegte als een voortdurend zoeken naar de essentie.

Haar website:

https://www.marjondejong.eu/nl/

Marjon de Jong Acryl op doek, The quantum leap

Vervolgens:

Probeer wat je gezien hebt te toetsen aan jezelf, aan je omgeving. Dus wandel je, fototoestel in de hand, op deze woensdagnamiddag door het huis, net voor het feest van hemelvaart, en je kijkt naar onbedoelde combinaties die je iets van dezelfde tegenstelling ‘verlies en essentie’ meegeven.

eigen foto

Niet gerangschikt, gewoon een hoekje uit een werkkamer. Gevuld met foto’s en herinneringen aan geliefde wezens waarvan de meesten helaas voor altijd lijfelijk afwezig, met uitzondering van mijn twee beminde vrouwen. Een klein hemeltje, een ‘blijf bij ons want het wordt het al donker buiten.’

eigen foto

De zelf gekweekte Kaapse viooltjes, kwetsbaar en kortstondig. Niet te veel in de zon, zeker niet in de regen. De rug van de dame uit de Jugendstil-tijd. De veranda spiegelt in het glas van de eetkamer. Niet van marmer helaas voelen we ons ook verbonden met de viooltjes. Niet te veel van dit maar ook niet te weinig van dat. Je herkent het gezochte evenwicht. Essences en essenties in handbereik.

eigen foto

De gedroogde granaatappelen. Punica Granatum. Deze vruchten hebben talloze referenties in de literatuur en de kunst geïnspireerd, en de vrucht van de granaatappel wordt al lang beschouwd als een symbool van schoonheid en vruchtbaarheid. Alleen de pitten van de vrucht zijn eetbaar en bevinden zich in kamertjes in het vruchtvlees. De pitten zijn sappig en zitten boordevol vitaminen. Als een rijpe vrucht op de grond valt en opengaat springen de zaden alle kanten op, vandaar de naam granaatappel.

De kleur van granaatappels: Sobere, symbolische film over de  legendarische dichter-musicus Sayat Nova (1712-1795) uit Armenië. Kort na het uitbrengen ervan in 1969 werd de film door de Russische autoriteiten in beslag genomen. Paradjanov kwam na jaren van gedwongen werkloosheid uiteindelijk in een werkkamp terecht. Sinds 1981 is de film vrijgegeven, hoewel het naar alle waarschijnlijkheid om een bewerkte versie gaat. Scenario van de regisseur. Camerawerk van Suren Schachbasjan. Een fragment.(11:20) 
Gerrit Achterberg - Merel

De morgenmerel gorgelt

bekers bittere wijn:

droom, die tot pijn verkorrelt

In vogelkelen

omdat het dag moet zijn;

omdat het grote hele

donker niet langer dicht kan zijn.

(Uit: Verzamelde gedichten (1979)

Het lieve grote hele donker, als het heimwee van een merel, of hoe de vormeloosheid van de nacht ons naar de scherpte van de dag dwingt. Maar dan is er zijn troostend gezang. Wij zorgen ervoor dat hij zijn dagelijkse appel krijgt die hij vaak met ekster en kauwen moet delen. Maar zijn prachtig gezang versiert de tuinen tot het donker wordt en bij het eerste licht hoor je hem al. (tot begin juli als de rui begint). Voor degenen die ver van de open natuur wonen hebben we nog een half uur lang merelzang en bosgeluiden in het allermooiste van wat natuur heet, nu overal te kijk. Een prachtige video als troost voor wie moet thuisblijven.

Nog later ontdekt, een mooi gedicht over de granaatappel van Kahlil Gibran. (1883-1931) Het mocht hier nog graag een schuilplaats vinden.

Eens, toen ik in het hart van een granaatappel woonde, hoorde ik een zaadje
zeggen: "Op een dag zal ik een boom worden, en de wind zal zingen in
mijn takken, en de zon zal dansen op mijn bladeren, en ik zal
sterk en mooi zijn door alle seizoenen heen."
 
Toen sprak een ander zaadje en zei: "Toen ik zo jong was als jij 
dacht ik dat ook, maar nu ik de dingen kan wegen en meten,
zie ik dat mijn hoop ijdel was."
 
En een derde zaadje sprak ook: "Ik zie in ons niets dat zo'n
grote toekomst belooft."
 
En een vierde zei: "Maar wat een aanfluiting zou ons leven zijn, zonder
een grotere toekomst!"
 
Een vijfde zei: "Waarom zouden we twisten over wat we zullen worden, als we niet eens weten wat we zijn."
 
Maar een zesde antwoordde: "Wat we ook zijn,
dat zullen we blijven zijn."
 
En een zevende zei: "Ik heb zo'n duidelijk idee hoe alles zal zijn, 
maar ik kan het niet onder woorden brengen."
 
Toen sprak een achtste, en een negende, en een tiende, en toen vele, 
totdat allen spraken, en ik de vele stemmen niet uit elkaar kon houden. 

En zo verhuisde ik nog diezelfde dag naar het hart van een kweepeer, waar de
zaden schaars zijn en bijna altijd stil. 
Madonna of the Pomegranate Alessandro Botticelli 1445-1510
Daar zit je dan vol jaloezie in die kweepeer terwijl de 'zagers' het toch maar voor elkaar hebben gekregen bij Botticelli. Abonneren kan ook hier, geheel gratis en naar eigen 'goesting' wat de duur betreft.