Kunst in koude dagen (3) 2 Poems of John Koethe (1945)

Eigen foto Gmt
"A Romantic Poem"
by John Koethe (from the collection 'Beyond Belief')

It’s supposed to be solemn and settled
And in celebration of the individual human life,
Whatever it is. It’s each of us of course,
And yet the view we have of it is so oblique
It might as well be one of nobody at all,
Or of a vague interior with a figure in a room
Who could be anyone. This sense that it’s so close
It must be you: what do we really know of it,
And how could anything that simple be that real?
We would be kings of our domains, alone in majesty
“Above this Frame of things,” but those are idle thoughts,
As idle as the vacant pleasures of a summer afternoon.
The truth is much more down to earth: we make things up
And celebrate dejection when we see they can’t be real.
Instead of clarity, self-knowledge is a study in confusion,
Driven by the need to see what isn’t there. Begun
In gladness, something carries you away until you’re
Everyone and no one, for no matter where you are
Or what your name is, it’s the same styles
Of thought, the same habits of contemplation
That carry you along to the inevitable conclusion
That life is either ludicrous or not worth living
Or both. But why does it have to be worth anything?
It’s just there, the way we’re all just there, moving
And needing to be moved, without knowing why.

Excerpted from Beyond Belief: Poems by John Koethe. Copyright © 2022. Available from Farrar, Straus and Giroux, an imprint of Macmillan.
"Een romantisch gedicht"
John Koethe

(From the collection Beyond Belief)

Het zou plechtig en geregeld moeten zijn…
En in het vieren van het individuele menselijk leven,
Wat het ook is. Het is ieder van ons natuurlijk,
En toch is het beeld dat we ervan hebben zo scheef...
Dat het net zo goed van niemand kan zijn,
Of van een vaag interieur met een figuur in een kamer...
Die iedereen kan zijn. Dit gevoel dat het zo dichtbij is
Jij moet het zijn: wat weten we er eigenlijk van,
En hoe kan zoiets simpels zo echt zijn?
We zouden koningen van onze domeinen zijn, alleen in majesteit...
"Boven dit Raamwerk van dingen," maar dat zijn ijdele gedachten,
Net zo ijdel als de lege genoegens van een zomermiddag.
De waarheid is veel simpeler: we verzinnen dingen...
En vieren verslagenheid als we zien dat ze niet echt kunnen zijn.
In plaats van helderheid, is zelfkennis een studie in verwarring,
Gedreven door de behoefte om te zien wat er niet is. Begonnen 
In blijdschap, iets voert je mee tot je...
Iedereen en niemand bent, want het maakt niet uit waar je bent...
Of wat je naam is, het zijn dezelfde stijlen
Van gedachten, dezelfde gewoonten van contemplatie
Die je meevoeren naar de onvermijdelijke conclusie
Dat het leven ofwel belachelijk is of niet de moeite waard om te leven...
Of beide. Maar waarom moet het iets waard zijn?
Het is er gewoon, zoals we er allemaal zijn, in beweging...
En bewogen moeten worden, zonder te weten waarom.
“Koethe’s poetry is ultimately lyrical, and its claim on us comes not from philosophy’s dream of precision but from the common human dream that our lives make some kind of sense. What Koethe offers is not ideas but a weave of reflection, emotion, and music; what he creates is art—a bleak, harrowing art in all it chooses to confront, but one whose rituals and repetitions contain the hope of renewal.” (Robert Hahn)
Eigen foto Gmt
Clouds

I love the insulation of strange cities:
Living in your head, the routines of home
Becoming more and more remote,
Alone and floating through the streets
As through the sky, anonymous and languageless
Here at the epicenter of three wars. Yesterday
I took the S-Bahn into town again
To see the Kiefer in the Neue Nationalgalerie,
A burned out field with smoke still rising from the furrows
In a landscape scarred with traces of humanity
At its most brutal, and yet for all that, traces of humanity.
What makes this world so frightening? In the end
What terrifies me isn’t its brutality, its violent hostility,
But its indifference, like a towering sky of clouds
Filled with the wonder of the absolutely meaningless.
I went back to the Alte Nationalgalerie
For one last look at its enchanting show of clouds -
Constable’s and Turner’s, Ruskin’s clouds and Goethe’s
Clouds so faint they’re barely clouds at all, just lines.
There was a small glass case which held a panel
Painted by the author of a book I’d read when I was twenty-five -
Adalbert Stifter, Limestone - but hadn’t thought about in years.
Yet there were Stifter’s clouds, a pale yellow sky
Behind some shapes already indistinct (and this was yesterday),
As even the most vivid words and hours turn faint,
Turn into memories, and disappear. Is that so frightening?
Evanescence is a way of seeming free, free to disappear
Into the background of the city, of the sky,
Into a vast surround indifferent to these secret lives
That come and go without a second thought
Beyond whatever lingers in some incidental lines,
Hanging for a while in the air like clouds
Almost too faint to see, like Goethe’s clouds.
Adalbert Stifter Wolkenstudie 1840 (klik voor vergroting hier)
Wolken

Ik hou van de isolatie van vreemde steden:
Leven in je hoofd, de routines van thuis
Meer en meer afgelegen worden,
Alleen en zwevend door de straten
Als door de lucht, anoniem en taalloos
Hier in het epicentrum van drie oorlogen. Gisteren
Nam ik weer de S-Bahn naar de stad
Om de Kiefer in de Neue Nationalgalerie te zien,
Een uitgebrand veld met rook die nog steeds uit de groeven opstijgt...
In een landschap met littekens van de mensheid...
Op zijn brutaalst, en toch, sporen van menselijkheid.
Wat maakt deze wereld zo beangstigend? Uiteindelijk
Wat mij beangstigt is niet haar brutaliteit, haar gewelddadige vijandigheid,
Maar haar onverschilligheid, als een torenhoge wolkenlucht...
Gevuld met het wonder van het absoluut zinloze.
Ik ging terug naar de Alte Nationalgalerie
voor een laatste blik op de betoverende wolkenluchten...
Constable's en Turner's, Ruskin's wolken en Goethe's...
Wolken zo vaag dat het nauwelijks wolken zijn, alleen lijnen.
Er was een kleine glazen kast met een paneel...
geschilderd door de auteur van een boek dat ik las toen ik vijfentwintig was.
Adalbert Stifter, Limestone, maar ik had er al jaren niet meer aan gedacht.
Toch waren er Stifter's wolken, een lichtgele lucht
Achter sommige vormen die al onduidelijk waren (en dit was gisteren),
Zoals zelfs de meest levendige woorden en uren vaag worden,
veranderen in herinneringen, en verdwijnen. Is dat zo beangstigend?
Evanescence is een manier om vrij te lijken, vrij om te verdwijnen
In de achtergrond van de stad, van de lucht,
In een uitgestrekte omgeving onverschillig voor deze geheime levens...
die komen en gaan zonder een tweede gedachte
Voorbij wat blijft hangen in enkele incidentele lijnen,
die een tijdje in de lucht hangen als wolken
Bijna te zwak om te zien, zoals Goethe's wolken.

John Koethe, philosophy professor and poet, lives on the East Side of Milwaukee, but he grew up in San Diego. A self-described "science whiz kid" who loved fiction, Koethe left the West Coast to attend Princeton University where he started to write poetry in 1964.

Koethe attended graduate school at Harvard, and later landed a teaching job at UWM, located in the neighborhood that inspired multiple poem titles. 
Wolkenstudie (ca. 1840)
Adalbert Stifter (Austrian, 1805-1868)

Kunst in koude dagen (1)

Venus Frigida PP Rubens 1614

Net vandaag beschrijft Geert van der Speeten in de Standaard dit fraaie schilderij van Pieter P. Rubens waarop de verkilde liefde te zien is , Venus Frigida, weldra te bekijken in het vernieuwde KMSKA. Het zou een mooi uithangbord zijn bij een artistieke reactie op de huidige waanzinnige tarieven voor gas en elektriciteit. Vertrekpunt immers voor dit beeld waarin de koukleumende Venus en kleine Amor, pijlen doelloos op grond, zichtbaar zijn, is een vers van de Romeinse comedian Terentius (195-185) dat later een spreekwoord werd in de moderne tijd: ‘Sine Cerere et Libero friget Venus.’ Of in duidelijk Duits: ‘Ohne Wein und Brot ist Venus Tod.’ Zonder wijn en brood is Venus niet in goede doen. Je vindt de uitdrukking terug tot in de Adagia van Erasmus. Hoe het dan wel kan (of zou kunnen) zien we op een ‘pen-painting’ van Hendrick Goltzius uit 1600-1603. Uitleg lees je in ons blog van 1 juli 2005: het tekort aan menselijk.

    ... some good lessons
    Are also learnt from Ceres and from Bacchus
    Without whom Venus will not long attack us.
    While Venus fills the heart (without heart really
    Love, though good always, is not quite so good),
    Ceres presents a plate of vermicelli, –
    For love must be sustain'd like flesh and blood, –
    While Bacchus pours out wine, or hands a jelly.
    
Lord Byron— Don Juan Canto II, sections 169–170

Het kan dus net zo goed een bord vermicelli zijn of een lekkere gelei.

Helemaal gerust moet Pieter Pauwel niet geweest zijn want in datzelfde jaar 1613 of een jaartje eerder schilderde hij twee andere versies, nu te zien in Staatliche Museen Kassel. en een versie nu in de Gemäldegalerie der Akademie der Bildende Kunst Wien.

 Rubens employed the motif repeatedly in different ways, including the visibly freezing Venus Frigida, a version with Amor who desperately attempts to start a fire, and one with Venus at the Moment maßvollen Erwärmens und ruhigen Erwachens ('Moment of modestly warming and quietly waking') in which she hesitantly accepts a wine cup from Bacchus. (Wikipedia Article)

Dat het bij Paul Cézanne in de winter van 1865 niet warmer was mag dit schilderijtje duidelijk maken.

Paul Cezanne Stoof in de studio ca 1865

En die kachel speelt dan weer een rol in het mooie liedje van Don Quishocking: De oude school. Tekst van Willem Wilmink.

Ach zou die school er nog wel zijn,
kastanjebomen op het plein;
de zware deur.
Platen van ridders met een kruis
en van Goejanverwellesluis;
Geheel in kleur

Die mooie school daar stond je met
een pas gejatte sigaret
in 't fietsenrek.
Daar nam je bibberig en scheel
en van ellende groen en geel,
opnieuw een trek.

En als de meester jarig was
werd het rumoerig in de klas;
en zat je daar.
En je verwachte zo direct
een uiterst boeiend knaleffect:
de klapsigaar

Je speelde in het schooltoernooi
en het begin was wondermooi;
fijn voetbalweer.
Je kreeg met 10-1 op je smoel
de kleine keeper in zijn doel:
hij weende zeer

De najaarsblaren op de grond
daar stapte je zo fijn in 't rond;
de school voorbij.
En 's winters was de kachel heet
en als je daar dan sneeuw in smeet,
dan siste hij.

Het moet er allemaal nog zijn:
de deur, de bomen en het plein;
de grote heg.
Alleen die mooie lichte plaat,
waarop een kleine desa staat,
is misschien weg.

Bali, Lombok, Soemba, Soembawa,
Flores, Timor enzovoort

Bron: https://muzikum.eu/nl/don-quishocking/de-oude-school-songtekst

Weet je wel, oudje? Later meer hartverwarmende vondsten van ver en dichtbij.

In de stilte van de mooie leegte

Zo stil, zo in zichzelf gekeerd, 
spiegelend zich in eigen eenzaamheid. 
Schaduwen glijden door haar heen. 
Er is avond op til. 

Uh Chin 'Vuurdoorn'
Maanzilvernetten over zee.
Bladgouden glinsteringen
-de door de wind verstrooide-
blinkende aan het strand.
Brengt deze golf
-van alle golven de ene-
brengt deze golf je het ene
van alle bladeren alleen
voor jou bestemde blad.

Din San  'Perzikbloesem'
En zoveel mensen leefden aan dit water.Zie hoe zijn spiegel onbeschreven is.
Een schip gleed langs de groene oeverweide,
een vogel gleed de verre wolken binnen.
Zie hoe geen spoor van hen gebleven is.
Diep in het meer houdt zich de vis verscholen.
Geen zal de hengelaar ontkomen.
Onpeilbaar, onbestendig is alleen
de diepte van het menselijk hart
waarvan de dromen schaduwloos vergaan.

Chang Ta Ch' ien  'Hengelaar en oeverweide'
En het een zal worden tot het ander
en uit doornen zullen bloesems breken.

Uh Chin  'Het ongelijke bloeien'
Schoonheid onaangeraakt.
Tederheids adem alleen
zal haar volledig ontvouwen.

Xang Shi Tze  'Wilde narcis'
Regen.  De bloesems sluiten zich.
Ik wacht de vreugde van het ogenblik
waarop het leven, glanzend en gedrenkt,
opnieuw ontluikt.
En ik de tuin inga.

Chang Ta Ch' ien  'Abrikozentak'
Voorbij deze dingen
en de bergen voorbij
en de wegen voorbij,
ligt de plek
waar je rust zult vinden.

Fu Jü  'Landschap'

Waarschijnlijk zal ik niet de enige zijn die deze nachten moeilijk de slaap kon vatten: de warmte, de oorlog, de komende winter, de centen…Bij de oude bewaarde gekoesterde boeken en geschriften vond ik ‘Het bloeiend penseel’ Chinese pentekeningen in kleur, een uitgave van Kruseman Den Haag, oorspronkelijk ‘Chinesische Blüten’ Georg Westerman Verlag, Braunschweig. Nederlandse uitgave van Kruseman’s Uitgeversmij. n.v. 1967. De poëzievertaling is van Harriet Laurey, tekst van Walter Feng. De enkele voorbeelden hierbij hebben al die jaren vaak de stilte hoorbaar gemaakt waarin ondanks het rumoer de schoonheid de weg naar de kern der dingen blijft wijzen. Amen.

Chang Ta Ch’ ien Pioenroos
De Chinese schilderkunst is niet, zoals de Europese, bestemd om als wandversiering te dienen. De met inkt en penseel op papier of zijde geschilderde tekeningen worden gewoonlijk gevouwen of opgerold in kisten en kasten bewaard.
Slechts nu en dan, bijvoorbeeld bij feestelijke gelegenheden, wordt er een tevoorschijn gehaald, om met indringende aandacht beschouwd te worden. De op houtstaven horizontaal opgerolde prenten worden op tafel gelegd en geleidelijk ontrold en detail voor detail bekeken. Er zijn landschappen, die verschillende meters lang, maar slechts enkele centimeters hoog zijn, zodat oog en geest er geleidelijk in thuis raken en, langzaam vorderend, tot een dieper inzicht gedwongen worden. Het eigenlijke thema van de tekening ligt niet in het afgebeelde onderwerp. Het schuilt in de stemmingsinhoud, die evenzeer uit een weids landschap met bergen, wolken, meren en mensen voelbaar wordt als uit een enkele bloesemtak, een kleine vogel op een dunne twijg. 
Een van de bijzondere middelen, waarvan de Chinese schilder zich bij zijn kunst bedient, is de beheersing van de ruimte. Juist de ”leegte” van de tekening is zijn kracht. Men kent er zelfs een aan vaste regels gebonden éénhoeks-compositie, een vlakverdeling waarbij slechts enkele fijne penseelstreken de witte ruimte van het papier breken. Die uiterst beheerste, tot het minimale ingehouden wijze van uitdrukking vindt men bij tekening en vers  terug. Pruimen- en perzikbloesems, de meeste motieven van deze bladen, zijn zinnebeelden van de ontwakende natuur in de lente en van de overvloed in de volle zomer. Nevels, wolken en sneeuw tonen de mens zijn eigen kleinheid en zwakte en voeren hem tot inkeer in de eigen ziel, die een deel van de kosmos is.
Vogel die schreeuwt, waarom,
die zingt, waarom zing je, vogel?

Chi Pai Shih  'Kleine herfstvogel'

‘Uw Rijk kome…’ (met werk van Ori Gersht)

Ori Gersht, New Orders, Evertime 09, 2018. Archival pigment print, 23 5/8 x 35 1/2 inches. 

‘Het Rijk’ dat gevraagd wordt te komen is buiten ‘het rijk der vrouw’ op wat ik vriendelijk ‘vrij mannelijke principes’ noem, gebouwd, al mag ook ‘het rijk der zinnen’ wellicht aan deze tweedeling ontsnappen. Het Romeinse, Byzantijnse, Duitse of het gedroomde ‘Groot Russisch Rijk’ zijn in de loop van de geschiedenis tot en met het heden en blijkbaar ook in de toekomst, niet in Arcadische atmosferen te vinden. Het is een mannelijk terugkomend verschijnsel dat democratische waarden graag bij het begrip ‘verwording’ en ‘wanorde’ klasseert. De kuddeleider weet steeds waarom en waar naar toe, vaak door een religie of staatsideologie ondersteund.

In deze bijdrage meng ik enkele fragmenten uit de Groene Amsterdammer van vandaag: Yegór Osipov-Gipsh “Het geluid van een machinegeweer”, met het werk van de Israëlische fotograaf Ori Gersht. Mogelijke verbanden kunnen geheel toevallig zijn, of toch niet?

Ori Gersht, On Reflection, Material E23, After J. Brueghel the Elder, 2014, 84 5/8 x 70 7/8 inch archival pigment print
Israeli photographer and video artist Ori Gersht creates bodies of work that often poetically explore the relationships between history, memory, and landscape. Through metaphor, Gersht illuminates the difficulties of visually representing conflict and violent events or histories.

Themes such as Dutch still life painting, romantic landscapes, and Nazi-occupied territory escape routes in the Pyrenees are steeped in Gersht’s bodies of work. Gersht's imagery is uncannily beautiful; the viewer is visually seduced before being confronted with darker and more complex themes, presenting a compulsive tension between beauty and violence. This has included an exploration of his own family’s experiences during the Holocaust, a series of post-conflict landscapes in Bosnia and a celebrated trilogy of slow-motion films in which traditional still lives explode on screen. (Yancey Richardson Gallerie)
Ori Gersth, Iris Atropurpurea D01, 2018. Archival pigment print, 47 1/4 x 40 3/8 inches.

‘De laatste 105 jaar van de Russische geschiedenis wordt gekenmerkt door geweld, dood en de wijdverbreide aanvaarding van die twee. De centrale eenheidsmythe van het hedendaagse Rusland – de overwinning in de zogenoemde Grote Patriottische Oorlog – is gebaseerd op een zeer vertekende hervertelling van de werkelijkheid van die oorlog, waarin de Sovjet-Unie ongeveer 27 miljoen mensen verloor. Het sturen van tientallen ongewapende soldaten, zodat de vijand zou stikken in het sovjetbloed, was een gebruikelijke strategie. Soldaten als slaven behandelen – de beruchte bevelen 227 en 270, die desertie met de dood bestraften, spertroepen invoerden om terugtrekking te voorkomen en overgave gelijkstelden aan verraad – was een gebruikelijke strategie. Soldaten straffen omdat ze door kapitalisten waren bevrijd was een gebruikelijke strategie.’

(Yegór Osipov-Gipsh Het geluid van een machinegeweer, De Groene Amsterdammer 25 augustus 2022)

Floating World 01, from the series Floating World, 2016, 47 1/4 x 46 1/2 inch archival pigment print
Ori Gersth, photographer, approaches these topics not simply through his choice of imagery, but by pushing the technical limitations of photography, questioning its claim to truth.Gersht is perhaps best known for his work with slow-motion capture, wherein he produces images and video portraying fruits, flowers, and other material fracturing when stuck with high velocity gunfire.

Born in Tel Aviv, Israel in 1967, he earned his MFA in photography from the Royal College of Art in London, later gaining critical success with an exhibition at the Museum of Fine Arts in Boston and a professorship at the University for the Creative Arts in Rochester in Kent, England. (ibidem)

https://www.yanceyrichardson.com/artists/ori-gersht2

‘In 2019 noemde het Credit Suisse Research Institute Rusland, op zich al een arm land, de meest ongelijke economie ter wereld. De gecentraliseerde regering, die functioneert ten gunste van een kleine groep extreem rijken rondom Poetin, leeft van de winning van natuurlijke hulpbronnen in de afgelegen regio’s van het land. De regionale overheden – en dus ook de plaatselijke bevolking – beschikken niet over de bevoegdheden of de financiële middelen om de zaken in eigen hand te nemen, wat betekent dat voor mensen in de provincies de toetreding tot het leger of de staatsbureaucratie vaak de enige sociale lift is die beschikbaar is. Zij lopen ook de grootste kans om in de oorlog te sneuvelen: volgens de berekeningen die het onafhankelijke medium Mediazona in april maakte, zijn in Oekraïne 85 soldaten uit de afgelegen Siberische regio Boerjatië gesneuveld, tegen slechts drie soldaten uit Moskou. Mediazona baseerde de berekeningen op de officiële statistieken van het Russische ministerie van Defensie, die de werkelijke verliezen van Rusland schromelijk onderschatten, maar waarschijnlijk de regionale verhoudingen correct weergeven.’

(Yegór Osipov-Gipsh Het geluid van een machinegeweer, De Groene Amsterdammer 25 augustus 2022)

Untitled Talley Dunn Gallerie
At least now, my friend says
I know what the war is like.

Well, what's it like then?  I ask him.

Like...Nothing, he answers.

He says it with confidence
since he was captured, he can speak about most things
with confidence through that experience
in other words, with hate.

When he talks, better not to interrupt:
he won't let your words in, anyway.
He' s got his position, and that's that.
He considers it the greatest honor 
to hold one's position in times of war
To deny the sun, to deny
the currents of the ocean.

So that's that
the war is like...Nothing.
That is why we talk about it
without adjectives.

How did you feel?
Like...Nothing.
How did they treat you?
Like...Nothing.
How do you talk about all this?
Like...Nothing.
Now, how the hell do we live with all this?

Serhiy Zhadan
Translated from the Ukrainian by Virana Tkacz and Bob Holman
(Words for War, New Poems from Ukraine)
Tokyo Imperial Memories, Speck 04, from the series Chasing Good Fortune, 2010, 15 3/8 x 15 3/4 inch archival pigment  Yancey Richardson Gallerie

Lees de Groene Amsterdammer!

https://www.groene.nl
Ori Gersht
Flower 01 (Rijksmuseum), 2021 Archival pigment print
46 1/2 x 35 inches

SUMMER WIND/ZOMERWIND

Grant Wood (1891-1942) The birhtplace of Herbert Hoover ‘1931)
Summer Wind
William Cullen Bryant (1794-1878)

It is a sultry day; the sun has drunk
The dew that lay upon the morning grass;
There is no rustling in the lofty elm
That canopies my dwelling, and its shade
Scarce cools me. All is silent, save the faint
And interrupted murmur of the bee,
Settling on the sick flowers, and then again
Instantly on the wing. The plants around
Feel the too potent fervors: the tall maize
Rolls up its long green leaves; the clover droops
Its tender foliage, and declines its blooms.
But far in the fierce sunshine tower the hills,
With all their growth of woods, silent and stern,
As if the scorching heat and dazzling light
Were but an element they loved. Bright clouds,
Motionless pillars of the brazen heaven—
Their bases on the mountains—their white tops
Shining in the far ether—fire the air
With a reflected radiance, and make turn
The gazer’s eye away. For me, I lie
Languidly in the shade, where the thick turf,
Yet virgin from the kisses of the sun,
Retains some freshness, and I woo the wind
That still delays his coming. Why so slow,
Gentle and voluble spirit of the air?
Oh, come and breathe upon the fainting earth
Coolness and life! Is it that in his caves
He hears me? See, on yonder woody ridge,
The pine is bending his proud top, and now
Among the nearer groves, chestnut and oak
Are tossing their green boughs about. He comes;
Lo, where the grassy meadow runs in waves!
The deep distressful silence of the scene
Breaks up with mingling of unnumbered sounds
And universal motion. He is come,
Shaking a shower of blossoms from the shrubs,
And bearing on their fragrance; and he brings
Music of birds, and rustling of young boughs,
And sound of swaying branches, and the voice
Of distant waterfalls. All the green herbs
Are stirring in his breath; a thousand flowers,
By the road-side and the borders of the brook,
Nod gayly to each other; glossy leaves
Are twinkling in the sun, as if the dew
Were on them yet, and silver waters break
Into small waves and sparkle as he comes.
Grant Wood Haying, 1939
Zomerwind (vertaling nog in de steigers)
William Cullen Bryant - 1794-1878

Het is een zwoele dag; de zon heeft gedronken
van de dauw die op het ochtendgras lag;
Er is geen geritsel in de hoge iep
die mijn woning overkoepelt, en zijn schaduw
verkoelt me nauwelijks. Alles is stil, behalve het zwakke
en onderbroken gemurmel van de bij,
gezeten op de zieke bloemen, en dan weer
onmiddellijk het vleugelwerk. De planten rondom
voelen de te krachtige vurigheid: de hoge maïs
rolt zijn lange groene bladeren op; de klaver laat
zijn tere blaadjes hangen, en verliest zijn bloemen.
Maar ver in de felle zon torenen de heuvels
met al hun groei van bossen, stil en streng,
alsof de verzengende hitte en het verblindend licht
slechts een element waren waar ze van hielden. Heldere wolken,
onbeweeglijke pilaren van de koperen hemel.
Hun basis op de bergen - hun witte toppen
schijnend in de verre ether, branden de lucht
met een gereflecteerde gloed, en doen
de blik van de toeschouwer wegdraaien. Voor mij, ik lig
loom in de schaduw, waar de dikke zoden,
nog maagd van de kussen van de zon,
een beetje frisheid bewaren, en ik maak de wind het hof
die nog steeds zijn komst uitstelt. Waarom zo traag,
zachte en wispelturige geest van de lucht?
Oh, kom en adem op de verwelkende aarde
koelte en leven! Is het in zijn grotten
dat hij mij hoort? Kijk, op die beboste heuvelrug,
buigt de den zijn trotse top, en nu
onder de dichterbij gelegen bosjes, kastanje en eik
hun groene takken spreiden. Hij komt;
daar waar de grasweide in golven deint.
De diepe angstige stilte van dit gebeuren
breekt met het mengen van ontelbare geluiden en
 beweging overal. Hij is gekomen,
een regen van bloesems  van de struiken schuddend,
en draagt hun geur met zich mee; en hij brengt
muziek van vogels, en geritsel van jonge takken,
en geluid van zwiepende takken, en de stem
van verre watervallen. Al de groene kruiden
roeren zich in zijn adem, duizend bloemen,
aan de wegkant en de randen van de beek,
knikken vrolijk naar elkaar; glanzende bladeren
fonkelen in de zon, alsof de dauw
er nog op zat, en zilveren water breekt
in kleine golven en glinsteren als hij komt.
Oneindig heid, Stone City Iowa – Grant Wood
About This Poem

“Summer Wind” first appeared in the United States Literary Gazette, the editor of which solicited twenty-three poems from Bryant for publication in its first volume. The poem hinges on a personification of the wind, which the speaker implores to blow and make the hot day cooler. Poet and critic Richard Henry Stoddard writes, in his introduction to the Poetical Works of William Cullen Bryant (D. Appleton and Company, 1878), that, in the poem, “[a] new element appeared [. . .], and was always present afterward in Mr. Bryant’s meditative poetry—the association of humanity with nature—a calm but sympathetic recognition of the ways of man and his presence on the earth.” Contrastingly, in William Cullen Bryant (Sheldon and Company, 1879), scholar David Jayne Hill writes that the poem belongs to a “class of poems” in which “no higher effect is aimed at than to bring the mind face to face with the charms of Nature for the delight of mere contemplation.” (Poets.org Poems)
Grant Wood-New-Road-by-wood-1939
William Cullen Bryant, author of "Thanatopsis," was born in Cummington, Massachusetts on November 3, 1794. He is considered an American nature poet and journalist, who wrote poems, essays, and articles that championed the rights of workers and immigrants. (ibidem)
Young Korn Grant Wood

Schilderijen van Grant Wood USA, 1891-1942

‘Ut Pictura Poësis’, zowel in schilderkunst als in poëzie

‘Schilderkunst en Poëzie’ Francesco Furini (Florence 1604-1646) 1626 180 x 143cm

Je moet niet aanschuiven om in de Gallerie degli Uffizi, afdeling Pitti Palace, collectie Palatine Gallery binnen te geraken tijdens je verblijf in ‘Florence’. We nemen je graag bij de hand om dit merkwaardig schilderij van de toen tweeëntwintig-jarige Francesco Furini te bekijken waarop zowel de Poëzie als de Schilderkunst, een thema van Horatius in zijn Ars Poetica, in een tedere omhelzing te bewonderen zijn. Anna Bisceglia aldaar aan het woord:

The allegorical figures of Painting and Poetry represent the famous theme explored by Horace in Ars Poetica.  The concept of UT PICTURA POËSIS (“so in painting as in poetry”) is expressed by Furini in the Sapphic kiss and embrace of the two figures, arranged almost symmetrically, and in the interplay of gestures which visually represent the mutual relationship between the two sister arts.

Of je die ‘Sapphic kiss’ kunt verenigen met de ‘two sister arts’ mag een glimlach op de ernstige lippen van de kunstkijker toveren, ook de arm van ‘Pictura’ die haar zuster- kunst vasthoudt en uitloopt op een palet met een verzameling borstels terwijl ‘Poësis’ naar ons kijkt en op Pictura’s naakte schouder een liefelijk woord wil schrijven kan die glimlach verlengen en dat allemaal terwijl ze in een ‘Sapphic kiss’ verenigd zijn. In feite hebben wij ze, als kijker, verrast en kijkt Poësis onze kant uit terwijl ze de kus verbreekt.

Painting, depicted on the left, holds a palette and brushes in one hand, tools for art as the imitator of nature, and a mask in the other, a reference to the imitation of human actions. Poetry, on the right, holds a quill, while the inkwell sits atop the scroll signed with the motto CONCORDI LVMINE MAIOR.(Greater through united light.) This motto was coined by Furini himself and aims to emphasize the Horatian concept of unity between the two arts, serving as a reminder that both painting and poetry are of greater quality when seen in the same light.(Ibidem)

De schilderkunst, links afgebeeld, houdt in de ene hand een palet en penselen vast, werktuigen voor de kunst als imitator van de natuur, en in de andere een masker, een verwijzing naar de imitatie van menselijke handelingen. Rechts houdt de dichter een ganzenveer vast, terwijl de inktpot bovenop de rol staat met de spreuk CONCORDI LUMINE MAIOR. (Groter door het verenigde licht) Dit motto werd door Furini zelf bedacht en is bedoeld om het ‘Horatiaanse’ concept van eenheid tussen de twee kunsten te benadrukken, door eraan te herinneren dat zowel de schilderkunst als de dichtkunst van grotere kwaliteit zijn wanneer ze in hetzelfde licht worden gezien.

Francesco Furini De drie Gratiën
In de Griekse mythologie een drietal godinnen, die de lieflijkheid, de schoonheid en de charme van de natuur uitbeelden. De drie Gratiën. Met de Muzen dienen ze als bronnen van inspiratie voor dichtkunst en beeldende kunst. Hun namen waren Eufrosyne (vreugde), Thalia (overvloed) en Agaia (glans, schoonheid).

The National Gallery beschrijft dit schilderij als: influenced by Guido Reni, he was known for his rather morbidly sensual depictions of the female nude. Nou moe! Verklaart zo'n reactie het feit dat er nogal wat musea het werk van deze kunstenaar in depot houden? In de kunstrubriek 'Hisour' las ik deze bepaling:
Freedberg describes Furini’s style as filled with “morbid sensuality”. His frequent use of disrobed females is discordant with his excessive religious sentimentality, and his polished stylization and poses are at odds with his aim of expressing highly emotional states. His stylistic choices did not go unnoticed by more puritanical contemporary biographers like Baldinucci. Pignoni also mirrored this style in his works.
Francesco Furini St Agnes

Een degelijke Amerikaanse thesis voor de graad van Master of Arts University of Washington 2016 kun je hier raadplegen. ‘Francesco Furini: ‘Paintings of Exceeding Beauty’ in Seicento Florence door Jena Mayer.

Furini's werk weerspiegelt de spanning waarmee de conservatieve, maniëristische stijl van Florence geconfronteerd werd met de toen nieuwe barokke stijlen. Hij is een schilder van bijbelse en mythologische taferelen met een sterk gebruik van de nevelige sfumato techniek. In de jaren 1630 liep zijn stijl parallel met die van Guido Reni. Een belangrijk vroeg werk, Hylas en de Nimfen (1630-gebruikt als openingsbeeld), bevat zes vrouwelijke naakten die getuigen van het belang dat Furini hechtte aan het tekenen naar het leven.

Furini werd in 1633 priester voor de parochie van Sant'Ansano in Mugello.
Jong meisje toegeschreven aan Francesco Furini Olie op koper

De ‘Pictura’ straalt woordeloos: de schilderkunst tegenover de trage kunst van het woord, de Poësis, dat zich alleen al in zoveel verschillende talen kan verschuilen. Francesco Furini probeerde hen te verenigen naar oud Latijns model. Dat zij in hetzelfde licht kunnen stralen is inderdaad een vrome wens. Dat zij hoe dan ook vrouwelijk worden voorgesteld verwijst naar hun verbinding met de aarde. De emoties die zij opwekken gaan verder dan de onmiddellijke vervulling waarin het mannelijke zich spiegelt in begrippen als verovering tegenover bescherming. Dat dergelijke eigenschappen zich in verloop der tijden onafhankelijker tegenover hun bron hebben geuit -denk aan de tedere man, de sterke vrouw- ontkent hun kern niet. ‘Das ewig-weibliche zieht uns hinan.’ (Goethe, Faust II, slot.)

Een volgende opdracht, mix in deze collectie mannen, jongens met dezelfde uitstraling want das ewig weibliche is niet aan een gender gebonden.
Hoofd van jonge man met gesloten ogen Francesco Furini

‘A combination of insight and beauty’ Stephen Dunn-Poet(1939-2021)

Foto Guy Kokken ‘Clouden Aalst 30 March 2019’
Love Poem Near the End of the World

This is the world I’m tethered to:
clouds, lavender- tinged, and below them
russet- going- on- green hillsides.
Everywhere various aspiration
of transcendence, like my fickle heart
wishing to redefine itself
as an instrument of hope and generosity,
and flower bed
swith just enough rain water
to turn cracked soil into a vast blossoming.
Something keeps me holding on
to a future I didn’t think possible.
There’s sweetness and there’s squalor.
There are sad, almost empty towns
occasionally brightened by fireworks.
And there’s you, my love, once volcanic,
beautifully quiet now.

Excerpted from The Not Yet Fallen World: New and Selected Poems. Copyright (c) 2022 by Stephen Dunn. Used with permission of the publisher, W. W. Norton & Company, Inc. All rights reserved.
eigen foto
Liefdesgedicht bij het einde van de wereld

Dit is de wereld waaraan ik ben vastgebonden:
wolken, lavendel getint, en onder hen
roodbruin-gaand-op-groene hellingen.
Overal verschillende aspiraties
van transcendentie, zoals mijn wispelturig hart
dat zichzelf wil herdefiniëren
als een instrument van hoop en vrijgevigheid,
en bloembedden
met net genoeg regenwater
om gebarsten aarde om te toveren in een enorme bloei.
Iets houdt me vast
aan een toekomst die ik niet voor mogelijk hield.
Er is lieflijkheid en er is verloedering.
Er zijn trieste, bijna lege steden
af en toe opgevrolijkt door vuurwerk.
En daar ben jij, mijn lief, ooit vulkanisch,
nu prachtig rustig.
Stephen Dunn (1939–2021) was the author of twenty poetry collections, including the Pulitzer Prize–winning Different Hours. He was a distinguished professor emeritus at Richard Stockton University. Over his six-decade career, he received fellowships from the Guggenheim Foundation and the National Endowment for the Arts, an Academy Award in Literature from the American Academy of Arts and Letters, and a Paterson Award for Sustained Literary Achievement, among many other honors.
Affirmation

The young boys roll down the hill, laughing
like crickets. The grass submits
to them. They take its color
on their white backs. At the bottom,
enthralled with their bodies and their dizziness,
they look up at their mother
who has imagined they have just tumbled
from her womb
into a world less dark. She applauds.
They play dead
as stones, then suddenly burst into boys
once more, running
up that long slope
to where they began.
Beneath a tree, stretched out with my dog,
I spread apart the grass
and kiss the earth.
Bevestiging

De jonge jongens rollen de heuvel af, lachend
als krekels. Het gras onderwerpt zich
aan hen. Ze krijgen zijn kleur
op hun witte ruggen. Op de bodem,
betoverd door hun lichaam en hun duizeligheid,
kijken ze omhoog naar hun moeder
die zich heeft verbeeld dat ze net uit haar baarmoeder zijn getuimeld
uit haar baarmoeder
in een minder donkere wereld. Zij applaudisseert.
Ze spelen dood
als stenen, en barsten dan plotseling in jongens uit
opnieuw, rennend
die lange helling op
naar waar ze begonnen.
Onder een boom, languit met mijn hond,
spreid ik het gras uit
en kus de aarde.

The poetry that ends up mattering speaks to things we half-know but are inarticulate about. It gives us language and the music of language for what we didn’t know we knew. So a combination of insight and beauty. I also liken the writing of it to basketball—you discover that you can be better than yourself for a little while. If you’re writing a good poem, it means you’re discovering things that you didn’t know you knew. In basketball, if you’re hitting your shots, you feel in the realm of the magical. (Stephen Dunn)

Eigen foto
The Man Who Never Loses His Balance

He walks the high wire in his sleep.
The tent is blue, it is perpetual
afternoon. He is walking between
the open legs of his mother
and the grave. Always. The audience knows this
is out of their hands. The audience
is fathers whose kites are lost, children
who want to be terrified into joy.
He is so high above them, so capable
(with a single, calculated move)
of making them care for him
that he’s sick of the risks
he never really takes.
The tent is blue: Outside is a world
that is blue. Inside him
a blueness that could crack
like china if he ever hit bottom.
Every performance, deep down,he tries one real plunge
off to the side, where the net ends.
But it never ends.

De man die nooit zijn evenwicht verliest

Hij loopt over de hoge koord in zijn slaap.
De tent is blauw, het is eeuwigdurend
middag. Hij loopt tussen
de open benen van zijn moeder
en het graf. Altijd. Het publiek weet dat dit
niet meer in hun handen is. Het publiek
zijn vaders wiens vliegers verloren zijn, kinderen
die bang willen worden van vreugde.
Hij is zo hoog boven hen, zo capabel
(met een enkele, berekende beweging)
hen om hem te laten geven
dat hij ziek wordt van de risico’s
die hij nooit echt neemt.
De tent is blauw: Buiten is een wereld
die blauw is. Binnen in hem
een blauwheid die zou kunnen barsten
als porselein als zij ooit de bodem raakt.
Elke voorstelling, diep van binnen,
probeert hij één echte duik
aan de kant, waar het net eindigt.
Maar het houdt nooit op.

De vroege morgen weerspiegelt op het dak Eigen foto
One of the things I always like about both sports and writing, too, is that, if I’m playing shortstop and the ball’s hit to my left, and I run and dive for it, then throw it to first, there’s no awareness that I even did that. It’s a cessation of consciousness, in a way. And writing is almost the same experience, you almost become unconscious of yourself as you’re doing it. A lot of people mention that in the notes that we’re getting for this issue.

Een dichter met beelden:

‘In de marge van het leven’ Marjana Savka Oekraïne, gedichten-

Stefaniia and Ihor Kaniuk mourned their son Yurii Kaniuk in Mykolaiv, Ukraine, on Saturday. The 27-year-old soldier was killed on Monday while fighting in the eastern region of Donetsk.Credit…Diego Ibarra Sanchez for The New York Times
On the eve of Ukrainian Orthodox Easter, the poet Marjana Savka posted a poem to her Facebook page about an army volunteer who has been struck down by missile fragments.
Ukrainian Orthodox Christians celebrate Holy Saturday, the day before Easter, as a time marked by the sadness over the tragedy of the crucifixion and the anticipation of the resurrection. It is a day of mourning and of delayed joy. (Litertary Hub)

Here lies the Lord. Slain in a coffin.
The Resurrection, it seems, is off schedule.
He was a volunteer in the last most terrible war.
Drove around the city so calm, unarmored
Delivered bread through the hellish traffic.
Told those around him: don’t live in anger.
After all even a horrible criminal has a chance of repenting.
But the sun was setting over the city, behind the hills’ black ridges
And the buildings were burning like dry masts. And the fight
Between the light and the dark might last a while.
He was struck down by a fragment of a missile to the chest.
Beside him lay twelve others, a child among them.
A good fifty people quickly surrounded them.
And they said, Herods spare no one, not even kids.
But they soon left. Because it was already curfew.
Here lies the Lord. He was kind. He divided the bread.
He came from somewhere—from Izyum, from Bucha, from Popasna.
He’s lying in a coffin. We’re awaiting the wonder of wonders.
He asked us not to kill. He walked here among us.
He will rise again. Casting off his cross and vulnerability.
He will rise again and will join our ranks,
Desperate,
Brave,
Familiar,
Alive.

Marjana Savka (vertaald door Amelia Glaser)
Hier ligt de Heer. Gesneuveld in een kist.
Het lijkt erop dat de wederopstanding niet volgens plan verloopt.
Hij was een vrijwilliger in de laatste meest verschrikkelijke oorlog.
Reed rond in de stad zo kalm, ongewapend.
Bezorgde brood door het helse verkeer.
Vertelde de mensen om hem heen: leef niet in woede.
Zelfs een afschuwelijke misdadiger heeft immers de kans om tot inkeer te komen.
Maar de zon ging onder boven de stad, achter de zwarte bergkammen.
En de gebouwen brandden als droge masten. En de strijd
tussen het licht en het donker zou nog wel even kunnen duren.
Hij werd neergeslagen door een fragment van een raket in de borst.
Naast hem lagen twaalf anderen, waarbij een kind.
Een vijftigtal mensen omringden hen snel.
En zij zeiden: Herodes spaart niemand, zelfs geen kinderen.
Maar ze vertrokken vlug. Want de avondklok was ingegaan.
Hier ligt de Heer. Hij was vriendelijk. Hij verdeelde het brood.
Hij kwam ergens vandaan, uit Izyum, uit Bucha, uit Popasna.
Hij ligt in een kist. We wachten op het wonder der wonderen.
Hij vroeg ons niet te doden. Hij wandelde hier onder ons.
Hij zal weer opstaan. Zijn kruis afwerpen en zijn kwetsbaarheid.
Hij zal herrijzen en zich bij ons voegen,
Wanhopig,
Dapper,
Vertrouwd,
Levend.

Marjana Savka
Marjana Savka is a Ukrainian poet, children’s writer, literary critic, essayist, and editor. She is also the co-founder of the publishing house “Vydavnytvo Starogo Leva.” She published her first poetry collection, Naked Riverbeds, at the age of twenty-one. Eight other books, for which she has received several awards, have appeared since then, including four poetry collections and three children’s books. A former actress and journalist, she edited We and She, an anthology of poems by female writers from Lviv, Ukraine. Savka’s poetry is distinguished by the intricate link between life and literature, resulting in a palimpsest of universal tropes and an intimate picture of love.
We wrote poems. . .

We wrote poems
about love and war,so long ago
we could have gone grey three times over—
in the days before we had war,
it seemed love would never burn out
and pain was in the offing
Yes, there were wounds there,
not just cracks in a chocolate heart,
but they managed to heal
and we went on living.It wasn’t mocking,
or some deliberate game.
We read the signs
on palimpsests of old posters,
on the walls of blackened buildings,
in coffee grounds.
What changed, my sister?
Our hot-air balloon
turned into a lead ball.
The metaphor — died. 

Translated from the Ukrainian by Sibelan Forrester and Mary Kalyna with Bohdan Pechenyak
(A palimpsest is a parchment that has been scratched off and written on again. -codex rescriptus-)
We schreven gedichten. . . .

We schreven gedichten 
over liefde en oorlog, 
zo lang geleden 
dat we wel drie keer grijs waren geworden. 
In de tijd voordat er oorlog was, 
leek het alsof de liefde nooit zou opbranden 
en er pijn op de loer lag. 
Ja, er waren wonden, 
niet alleen scheuren in een chocoladehart, 
maar ze konden genezen 
en we gingen door met leven.
Het was geen schimpscheut, 
of opgezet spel.
We lazen de tekens 
op palimpsests van oude posters, 
op de muren van zwartgeblakerde gebouwen, 
in koffiedik.
Wat is er veranderd, mijn zus?
Onze hete luchtballon 
veranderde in een loden bal.
De metafoor - stierf. 

Marjana Savka

(een palimpsest is een afgekrabd en weer beschreven perkament. -codex rescriptus-)

Somewhere on the shore of days
between yesterday and tomorrow
we strain our ears to hear
night is the time for listening
we let all the words out of our head—
let them fly
dark little angels
a strange trajectory
navigating between dreams and reality
it’s here somewhere
a stream pool of total silence
we step into it
naked and mute
and silence encroaches
first to the knees
then to the breast
consuming the shoulders
submerging you entirely
god what’s the word
from which everything was born?
… sometimes it’s enough to emerge from your own silence

Marjana Savka
Translated, from the Ukrainian, by Amelia Glaser and Yuliya Ilchu


Ergens aan de kust der dagen
tussen gisteren en morgen
spitsen wij onze oren om te horen
de nacht is de tijd om te luisteren
we laten alle woorden uit ons hoofd-
laat ze vliegen
donkere kleine engelen
een vreemd traject
laverend tussen dromen en werkelijkheid
 Hier is er ergens
een stromende poel van totale stilte
we stappen erin
naakt en met stomheid geslagen
en de stilte dringt binnen
eerst tot aan de knieën
dan naar de borst
en verteert de schouders
je helemaal onderdompelend
god wat is het woord
waaruit alles is geboren?
...soms is het genoeg om uit je eigen stilte tevoorschijn te komen

Marjana Savka
Forgive me, darling, I’m not a fighter. . .

Forgive me, darling, I’m not a fighter.
Every time you gaze into my face,
I tell you:
I have a knife to cut willow twigs —
I can weave you a basket —
If you like, I can weave you a bird,
And plant violets in its eyes.
I’m not a fighter, darling,
I have a knife to prune branches
On the young trees.
You haven’t come out to the garden for so long.
The cherries are coming in.
Darling, why have you gone so grey?


Vergeef me, schat, ik ben geen vechter. . . .

Vergeef me, schat, ik ben geen vechter.
Elke keer als je in mijn gezicht kijkt, zeg ik je:
Ik heb een mes om wilgentwijgen te snijden…
Ik kan een mand voor je weven.
Als je wilt, kan ik een vogel voor je weven,
En viooltjes in zijn ogen planten.
Ik ben geen vechter, schat,
Ik heb een mes om takken te snoeien
Van de jonge bomen.
Je bent al zo lang niet meer in de tuin geweest.
De kersen komen eraan.
Lieverd, waarom ben je zo grijs geworden?

Marjana Savka
Translated from the Ukrainian by Sibelan Forrester and Mary Kalyna with Bohdan Pechenyak
The armed conflict in the east of Ukraine brought about an emergence of a distinctive trend in contemporary Ukrainian poetry: the poetry of war. Directly and indirectly, the poems collected in this volume engage with the events and experiences of war, reflecting on the themes of alienation, loss, dislocation, and disability; as well as justice, heroism, courage, resilience, generosity, and forgiveness. In addressing these themes, the poems also raise questions about art, politics, citizenship, and moral responsibility. The anthology brings together some of the most compelling poetic voices from different regions of Ukraine. Young and old, female and male, somber and ironic, tragic and playful, filled with extraordinary terror and ordinary human delights, the voices recreate the human sounds of war in its tragic complexity.

https://www.wordsforwar.com/
Published by Academic Studies Press (Boston, MA) and Harvard Ukrainian Research Institute (Cambridge, MA), Words for War: New Poems from Ukraine is available in hardback, paperback, and digital ebook formats. We highly recommend purchasing the book directly from your local, independent bookstore or through bookshop.org, an online bookstore with a mission to financially support local, independent bookstores.

Kleine recepten omtrent de leegte, een aanloop (4)

Sumi-e- werk van Marjon de Jong

Een eerste stap:

Een gedachte die ik onthou uit de film, hieronder met een simpel klikje te bereiken, is dat het niet-tekenen belangrijker kan zijn dan wat je met inkt (Sumi = inkt) aanbrengt, het respect voor de leegte. Het wit.

Marjon de Jong ontdekte Sumi-e, een oorspronkelijk Chinese, traditionele schilderkunst die rond 1200 naar Japan was overgewaaid. Sumi-e betekent letterlijk: met zwarte inkt schilderen. In deze traditie worden voorstellingen als landschappen met enkele penseelstreken tot de essentie teruggebracht. Bij het aanbrengen van de streek moet je nergens naar streven. De streek zelf is de essentie, de weg naar het uiteindelijke werk. We spreken haar over haar leven. Hoe haar jeugd haar leven heeft bepaald en hoe het schilderen haar helpt om met haar verleden om te gaan.

En dat zie je in deze mooie, ontroerende documentaire (33:00) waarin kunst en het niet zo rooskleurige leven elkaar raken. Bekijk hem op een stil moment waarin je niet gestoord kunt worden.  Hij, de documentaire en zij, de kunstenares zullen je lang bijblijven. Kijk hier:

https://www.npostart.nl/de-boeddhistische-blik/24-10-2021/KN_1727631

Zen- en Sumi-e meester Beppe Mokuza

In de documentaire ervaar je het ongemakkelijke, pijnlijke leven van de kunstenares en hoe haar werk, haar kunst haar hielp, bijna als therapie. Het wondere, maar vooral het reële. De leegte als een voortdurend zoeken naar de essentie.

Haar website:

https://www.marjondejong.eu/nl/

Marjon de Jong Acryl op doek, The quantum leap

Vervolgens:

Probeer wat je gezien hebt te toetsen aan jezelf, aan je omgeving. Dus wandel je, fototoestel in de hand, op deze woensdagnamiddag door het huis, net voor het feest van hemelvaart, en je kijkt naar onbedoelde combinaties die je iets van dezelfde tegenstelling ‘verlies en essentie’ meegeven.

eigen foto

Niet gerangschikt, gewoon een hoekje uit een werkkamer. Gevuld met foto’s en herinneringen aan geliefde wezens waarvan de meesten helaas voor altijd lijfelijk afwezig, met uitzondering van mijn twee beminde vrouwen. Een klein hemeltje, een ‘blijf bij ons want het wordt het al donker buiten.’

eigen foto

De zelf gekweekte Kaapse viooltjes, kwetsbaar en kortstondig. Niet te veel in de zon, zeker niet in de regen. De rug van de dame uit de Jugendstil-tijd. De veranda spiegelt in het glas van de eetkamer. Niet van marmer helaas voelen we ons ook verbonden met de viooltjes. Niet te veel van dit maar ook niet te weinig van dat. Je herkent het gezochte evenwicht. Essences en essenties in handbereik.

eigen foto

De gedroogde granaatappelen. Punica Granatum. Deze vruchten hebben talloze referenties in de literatuur en de kunst geïnspireerd, en de vrucht van de granaatappel wordt al lang beschouwd als een symbool van schoonheid en vruchtbaarheid. Alleen de pitten van de vrucht zijn eetbaar en bevinden zich in kamertjes in het vruchtvlees. De pitten zijn sappig en zitten boordevol vitaminen. Als een rijpe vrucht op de grond valt en opengaat springen de zaden alle kanten op, vandaar de naam granaatappel.

De kleur van granaatappels: Sobere, symbolische film over de  legendarische dichter-musicus Sayat Nova (1712-1795) uit Armenië. Kort na het uitbrengen ervan in 1969 werd de film door de Russische autoriteiten in beslag genomen. Paradjanov kwam na jaren van gedwongen werkloosheid uiteindelijk in een werkkamp terecht. Sinds 1981 is de film vrijgegeven, hoewel het naar alle waarschijnlijkheid om een bewerkte versie gaat. Scenario van de regisseur. Camerawerk van Suren Schachbasjan. Een fragment.(11:20) 
Gerrit Achterberg - Merel

De morgenmerel gorgelt

bekers bittere wijn:

droom, die tot pijn verkorrelt

In vogelkelen

omdat het dag moet zijn;

omdat het grote hele

donker niet langer dicht kan zijn.

(Uit: Verzamelde gedichten (1979)

Het lieve grote hele donker, als het heimwee van een merel, of hoe de vormeloosheid van de nacht ons naar de scherpte van de dag dwingt. Maar dan is er zijn troostend gezang. Wij zorgen ervoor dat hij zijn dagelijkse appel krijgt die hij vaak met ekster en kauwen moet delen. Maar zijn prachtig gezang versiert de tuinen tot het donker wordt en bij het eerste licht hoor je hem al. (tot begin juli als de rui begint). Voor degenen die ver van de open natuur wonen hebben we nog een uur lang merelgezang en bosgeluiden in het allermooiste van wat natuur heet, nu overal te kijk. Een prachtige video als troost voor wie moet thuisblijven.

Nog later ontdekt, een mooi gedicht over de granaatappel van Kahlil Gibran. (1883-1931) Het mocht hier nog graag een schuilplaats vinden.

Eens, toen ik in het hart van een granaatappel woonde, hoorde ik een zaadje
zeggen: "Op een dag zal ik een boom worden, en de wind zal zingen in
mijn takken, en de zon zal dansen op mijn bladeren, en ik zal
sterk en mooi zijn door alle seizoenen heen."
 
Toen sprak een ander zaadje en zei: "Toen ik zo jong was als jij 
dacht ik dat ook, maar nu ik de dingen kan wegen en meten,
zie ik dat mijn hoop ijdel was."
 
En een derde zaadje sprak ook: "Ik zie in ons niets dat zo'n
grote toekomst belooft."
 
En een vierde zei: "Maar wat een aanfluiting zou ons leven zijn, zonder
een grotere toekomst!"
 
Een vijfde zei: "Waarom zouden we twisten over wat we zullen worden, als we niet eens weten wat we zijn."
 
Maar een zesde antwoordde: "Wat we ook zijn,
dat zullen we blijven zijn."
 
En een zevende zei: "Ik heb zo'n duidelijk idee hoe alles zal zijn, 
maar ik kan het niet onder woorden brengen."
 
Toen sprak een achtste, en een negende, en een tiende, en toen vele, 
totdat allen spraken, en ik de vele stemmen niet uit elkaar kon houden. 

En zo verhuisde ik nog diezelfde dag naar het hart van een kweepeer, waar de
zaden schaars zijn en bijna altijd stil. 
Madonna of the Pomegranate Alessandro Botticelli 1445-1510
Daar zit je dan vol jaloezie in die kweepeer terwijl de 'zagers' het toch maar voor elkaar hebben gekregen bij Botticelli. Abonneren kan ook hier, geheel gratis en naar eigen 'goesting' wat de duur betreft.

 

Kleine recepten omtrent de leegte, een aanloop (3)

Johannes Hevelius (left) and an assistant observe a partial solar eclipse in 1673.

Die mooie observatie van een gedeeltelijke zonsverduistering in 1673 had blijkbaar al heel wat voeten in de aarde als ik de uitgestalde onderdelen van de kijker bestudeer. Maar deze Duits-Poolse geleerde, Johannes Hevelius, tevens uitstekend bierbrouwer, deinsde ook niet terug om een privé observatorium met de mooie naam Sternenburg boven zijn drie gekoppelde huizen te bouwen met daarbij een zelf ontworpen en uitgevoerde Kepler-telescoop die zo maar eventjes een brandpuntafstand had van 46 meter.

The Large Astronomical Telescope Of Johannes Hevelius 1611-1687 Illustration From Machina Coelestis

Wil je in een klassieke notendop kennismaken met zijn boeiend leven dan verwijs ik je graag o.a. naar:

https://stringfixer.com/nl/Johannes_Hevelius

Hevelius en tweede vrouw Elisabeth observeren de hemel met een koperen sextant (1673)

Hij was mijn vertrekpunt bij mijn kleine zoektochten naar ideeën rondom de leegte. Het leven van een hemelkundige immers maakt gebruik van de grote leegte, en zelfs zijn onderzoek naar de nabije zon vindt best plaats als dit hemellichaam door onderlinge combinaties met bv. de maan onzichtbaar werd. (in feite is het niet de zon maar wel een gedeelte van de aarde dat verduisterd wordt!)

Een ander aspect van dit kijken naar een zogenaamde leegte is het feit dat door uitdijing er steeds ruimte wordt bijgemaakt. Tegelijkertijd kunnen wij in die vroegere ruimte , het verleden, terugkijken. Ruimte en tijd. Dat zijn vier dimensies. Wij staan stil maar de ruimte deint uit in de tijd. (en steeds sneller!)

Het feit dat we in waarnemingen ook het verleden kunnen blijven zien vond ik een boeiende idee om de werkelijkheid te onderzoeken, net zoals de nieuwe ruimte die door uitdijing ontstaat.

De aanwezigheid zoals wij ze ervaren is duidelijk door merkstenen van geboorte en dood afgeboord, wij ervaren onszelf als tijdelijk terwijl wij via voorouders en nazaten in de tijd zijn, die dimensie waarin we het begrip verlies naar het begrip stroming kunnen vertalen.

'Bergson maakt een onderscheid tussen een bewust binnen de kloktijd handelend ‘ik’ en een in de innerlijke tijd ingebed ‘dieper gelegen zelf’. In dit moi profond ligt onze grotendeels vergeten geraakte geschiedenis opgeslagen, inclusief onze pretalige, vroege kindertijd. Want niets van de innerlijk beleefde tijd gaat verloren. Juist omdat het verleden altijd mee blijft resoneren, is geen enkel ogenblik ooit gelijk aan het voorgaande. We stappen dus nooit tweemaal in dezelfde rivier, zoals Heraclitus schreef. Elk nieuw moment komt voort uit alle voorgaande keren en voegt er het specifieke van de nieuwe ervaring aan toe. Tijd baart tijd.' 

(uit: Als het pijn doet gaan we terug naar zekere rivieren  Joke J. Hermsen)
'Ja, de tijd is stromend water, dacht ze, maar haar herinneringen vormden de bodem, met de kleine en grote kiezels, waarlangs het water zijn weg zocht. Elke druppel die aan haar voorbijschoot, had over de bodem van dat verleden geschraapt, over de zachte en de scherp uitstekende stenen en had daar iets losgewoeld en opgenomen in zijn stroom: een stukje mos, een korrel zand, en dit alles bepaalde het moment waarin ze zich nu bevond.' (ibidem)
Geen afloop

nu praat ik tegen u, bij uw bron
in een uithoek van het eiland.

nu ziet u mij tekeergaan met mijn vuisten
tegen de patrijspoort van mijn isolement
en ik roep iets.

nu ziet u mijn behuizing
door de liederlijke uitgestrektheid tollen.
een dobbelsteentje, al hoe kleiner

en nu ziet u mij niet langer maar u weet
dat ik nog altijd op datzelfde raampje bons.

mooi hoor, al dat oude sterrenlicht en geen
planeten, zo ver weg, zo dichtbij.
Alfred Schaffer (1973) is dichter en werkzaam als docent aan de vakgroep Afrikaans en Nederlands van de Universiteit Stellenbosch in Zuid-Afrika. In 2021 ontving hij de P.C. Hooft-prijs voor poëzie en verscheen, zo heb ik u lief. alle gedichten tot nu.

https://www.de-gids.nl/artikelen/ik-sprak-met-de-rivier-en-de-rivier-die-sprak-terug

De bedding. De leegte waardoor de rivier haar weg naar zee vindt. Bestaan er ook beddingen voor begrippen? Of voor ideeën-stromingen? Heb je een ‘stevige bedding’ nodig om je in deze wereld recht te houden? Zit een te nauwe of te brede bedding de durf om je in vraag te stellen in de weg? En in hoeverre vormt het zoeken naar het uiteindelijke doel, de zee, de bedding? Enkele stenen in het water gooien.

Men spreekt over het geweld van de wassende rivier. Maar wie spreekt er over het geweld van de bedding die de rivier insluit?’ (Bertolt Brecht)
 “Het idee van autonoom functionerende individuen is simpelweg een illusie, met als de waanzinnige variant van het westelijke hokjesdenken, van aparte mentale stoornissen tot afzonderlijke gendercategorieën. Leven is versmelting. Dood is ontbinding”.(Uit: 'Intieme Vrienden, Paul Verhaege)
Oude Meander van de Durme (Vilda/Yves Adams)

“Het idee dat de mens maakbaar is, klopt. Maar dat we onszelf maken is een illusie.” “Het dwingende ideaal is steeds meer produceren en consumeren … ‘Als we erin slagen onze kinderen te laten excelleren, dan zal ons kapitaal nog exponentieel groeien’, zo lees ik in de recente Beleidsnota Onderwijs van de Vlaamse onderwijsminister. Wat er vooral groeit is het aantal kinderen én leerkrachten dat uitvalt. Groei is het laatste wat we nodig hebben en kinderen tot kapitaal reduceren is de hedendaagse versie van de negentiende-eeuwse kinderarbeid.” (Intieme Vrienden, Paul Verhaege)

Van Gogh Brug over de Seine in Asnieres
Ik kijk naar het water- en of het stil is
en zwart, of rimpelt, en glinstert, het doet maar
ik denk: zo is het, dit is hoe het moet

er drijven eenden tegen het riet, die eenden
daar, in dat riet, er staan wat wilgen en elzen
die daar, in de bocht van de rivier
alles heeft zijn eigen moment, zijn eigen plek

er waren oneindig veel mogelijkheden om
een landschap met een rivier te zijn
er is gekozen voor deze ene en deze is,goed

Rutger Kopland Verzamelde Gedichten. G.A. van Oorschot, 2006

Kleine recepten omtrent de leegte, een aanloop(2)

eigen foto 2022 3030168 Gmt

Gewend als wij zijn aan het zichtbare, -in bredere betekenis ‘het waarneembare’- is de bron van het zichtbare, het lentelicht, wel te situeren in zijn oorsprong, maar in wezen (mama, waar is licht van gemaakt?) niet dadelijk te ervaren.

Schept het de aanwezigheid van een ruimte waarin je deze tekst leest, het landschap waar je zo dadelijk naar kunt kijken, of de herinneringen aan de gestalte van een geliefd wezen, hoe minder het licht zelf in evidentie komt. In een lege, nachtelijke kamer echter is het kleinste kaarsvlammetje het centrum. De leegte als noodzakelijkheid om essenties waar te nemen zou je met dit beeld kunnen omschrijven. Lao-tse zei het zo:

De leegte

De band van een wiel wordt vastgehouden door de spaken,
maar de leegte tussen hen is wat zin geeft voor het gebruik.
Vaten worden gevormd uit natte klei,
maar de leegte binnenin maakt het mogelijk om de kruiken te vullen.
Hout wordt gebruikt om deuren en ramen te maken,
maar de leegte tussen hen maakt het huis bewoonbaar.
Dus het zichtbare is van nut,
maar het essentiële blijft onzichtbaar.

Lao-tse
Rene Magritte The human Condition
The void

The tyre of a wheel is held by the spokes,
but the emptiness between them is what makes sense in use.
Vessels are formed from wet clay,
but the emptiness within them makes it possible to fill the jars.
Wood is used to make doors and windows,
but the emptiness in them makes the house habitable.
Thus the visible is of use,
but the essential remains invisible.

Lao-tse

We zijn vlug geneigd om die ‘leegte’ tot iets mysterieus of zelfs heiligs te verheffen, maar ze is gewoon de (denk)ruimte waarin we waarnemingen en ideeën tot hun recht laten komen. Luister maar naar deze kleine BBC-soundscape waarin een bezige koekoek hoorbaar is. Sluit je ogen en je bent 1’39” in een landschap waar de roep van de vogel de diepte hoorbaar maakt. Met je volumeknop je kun je dichterbij of verder weg zijn.

Common Cuckoo (Cuculus Canorus) – territorial calls with reed warbler, etc

Camille Saint Saëns heeft er in zijn dierencarnaval een muzikale aanwezigheid van gemaakt. De diepte van het woud laat zijn roep ver weg klinken en schept een onzichtbare maar hoorbare ruimte. Je kunt zelfs de twee klankbeelden proberen samen af te spelen, dat zorgt hier en daar voor wonderlijke combinaties.

Het zou mooi zijn al die landschappen die je je als luisteraar verbeeld hebt bij elkaar te brengen en ze met je eigen ervaringen te verbinden. Het mag duidelijk zijn dat je de leegte nodig hebt om de wereld van anderen toe te laten. Leegte schept ruimte voor het andere en anderen. Dat kan ook met letters. Zijn brieven voor velen al verschijnselen uit een ver verleden, dan blijven verhalen en gedichten een andere mogelijkheid om bv. vanuit het jaar 1837 een juni-nacht te proeven. Nuits de juin. Geschreven door Victor Hugo. Beetje zachtjes luidop meelezen maakt de muzikaliteit hoorbaarder, inderdaad. Daaronder kun je Jupiter volgen bij zijn reis door de zomernacht terwijl een heuse nachtegaal zijn mooiste muziek maakt voor degenen die wakker zijn gebleven. Les yeux fermés, l’ oreille aux rumeurs entrouverte.

Nuits de juin

L’été, lorsque le jour a fui, de fleurs couverte
La plaine verse au loin un parfum enivrant ;
Les yeux fermés, l’oreille aux rumeurs entrouverte,
On ne dort qu’à demi d’un sommeil transparent.

Les astres sont plus purs, l’ombre paraît meilleure ;
Un vague demi-jour teint le dôme éternel ;
Et l’aube douce et pâle, en attendant son heure,
Semble toute la nuit errer au bas du ciel.

Victor Hugo 28 septembre 1837

En terwijl ik deze reis uitstippel hoor ik dat auteur Jeroen Brouwers is overleden. Laat de diepte van de sterrennachten een waardige slaapplaats zijn terwijl wij, achterblijvers, zijn woorden lezen en herlezen voorbij de langste nacht in de geduldige duur van de ons gegunde dagen in geheime kamers en bezonken rood. On ne dort qu’a demi d’un sommeil transparant.

De oorlog in Oekraïne is ook een taal-oorlog

Odessa Potemkin-Stairs

De oorlog in Oekraïne vecht ook tegen of voor een taal. Vladimir Poetin voerde de verdediging van de ‘Russisch sprekenden’ aan ter rechtvaardiging voor een campagne van culturele en politieke overheersing, aldus Amelia Glaser, Associate Professor for Russian and Comparative Literature aan U.C. San Diego USA. In een artikel op de Kremlin-website van vorig jaar juli vergeleek hij het institutionaliseren van de Oekraïense taal en cultuur zelfs met “massavernietigingswapens”. De metafoor uitbreidend, vervolgt hij: “Zo’n ruwe, kunstmatige tweedeling tussen Russen en Oekraïners kan de totale Russische bevolking met honderdduizenden, of zelfs miljoenen, hebben doen afnemen.”

In one very real sense, the current war in Ukraine is about language. Vladimir Putin has presented the defense of Russian-speakers in Ukraine as justification for a campaign of cultural and political domination. In an article posted to the Kremlin website last July, he went so far as to compare the institutionalizing of Ukrainian language and culture to “weapons of mass destruction.” Extending the metaphor, he continues: “Such a crude, artificial dichotomy between Russians and Ukrainians may have caused the total Russian population to decrease by hundreds of thousands, or even millions.”

This accusation is no less chilling for its absurdity: Ukraine, the argument goes, has robbed Russia of ethnic Russians by compelling them to speak Ukrainian. This cultural shift from Russian towards Ukrainian is what Putin seems to mean when he evokes the term genocide, as a perverse pretext for the mass killing of Ukrainian civilians. (Literary Hub April 8  2022)

‘Niets heeft het Oekraïense volk zo verenigd rond een enkele taal als de aanval van Rusland op zijn soevereiniteit. In een in 2017 gepubliceerd artikel stelde de politicoloog Volodymyr Kulyk vast dat na de annexatie van de Krim in 2014 en het uitbreken van de Donbas-oorlog meer mensen in heel Oekraïne “willen dat de staat helpt de Oekraïense taal op grotere schaal te gebruiken, in overeenstemming met zowel zijn wettelijke status als zijn symbolische rol als de nationale taal.” Afgelopen januari 2022, toen Russische troepen zich opmaakten voor een invasie, nam Oekraïne een taalwet aan die verplichtte Oekraïens te gebruiken in officiële contexten, waaronder scholen.’ (ibidem)

Aan het eind van de 19e eeuw was het vrijwel onmogelijk geworden Oekraïense literatuur te publiceren. De Valuev Doctrine van 1863 en de daaropvolgende Ems Ukase van 1873 verboden de publicatie van de meeste literatuur in het Oekraïens. Dichters als Lesia Ukrainka moesten in Galicië worden gepubliceerd, toen nog in het Habsburgse Rijk, en hun werk moest naar het tsaristische Rusland worden gesmokkeld. Veel schrijvers en geleerden in West-Oekraïne legden volksliederen en toespraken van boeren vast als een manier om de taal en cultuur te behouden.

Laten we de taal eren, zij het dan in vertaling, door op de mooie teksten van de dichteres Kateryna Kalytko in te zoemen. Haar teksten lezen vaak als liefdeslyriek aan de Oekraïense taal. Ongeneerd roepen ze de liefde op om de passie van het geheugen uit te leggen, het verkennen van de cultuur, aldus Amelia Glaser.

Kateryna Kalytko is a poet, prose writer, and translator. She has published nine collections of poetry and books of short stories. She has received many literary awards and fellowships, among them the Central European Initiative Fellowship for Writers in Residence, KulturKontakt Austria, Reading Balkans, Vilenica Crystal Award, Joseph Conrad-Korzeniowski Literary Prize, BBC Book of the year and Women in Arts Award from UN Women. Striking imagery emerges in her recent poetry like puzzle pieces that create a violent and shocking picture of war, conveying the loss and pain that is experienced during a search for safety and identity amidst the war.
To love in a time of war is
to wear earrings in spite of everything,
so the holes don’t close,
the ones you pierced with Grandma
at the old beauty parlor.

The darning needle punctures
the pink baby flesh still
untouched by trauma.
The sound with which the needle slowly
breaks through
is too soft to call
a crunch or a crack,
but it’s there.
Why isn’t she crying?—The hairdresser
looks at Grandma.
—She isn’t going to cry,—
Grandma answers
Liefhebben in een tijd van oorlog is
oorbellen te dragen ondanks alles,
zodat de gaatjes niet dichtgroeien,
die je met oma hebt gepierced
in het oude schoonheidssalon.

De stopnaald prikt
het roze baby-vlees nog steeds
onaangetast door trauma.
Het geluid waarmee de naald langzaam
doorbreekt
is te zacht om het een
een knak of een krak te noemen,
maar het is er.
Waarom huilt ze niet? De kapster
kijkt naar oma.
-Ze gaat niet huilen,-
antwoordt oma 

“Ondanks de hele prachtige erfenis van de Oekraïense literatuur, hebben we nog steeds niet genoeg woorden om te beschrijven wat er nu met ons gebeurt
In addition to her original poetry of war, Kalytko has translated Croatian and Bosnian poets of the Balkan war. At thirty-nine, she has published nine books of poetry of fiction, which have won prizes in Ukraine and internationally. The language of her poetry informs her prose. Her 2019 collection, Nobody knows us here and we are nobody, for example, combines poems and poetic vignettes, many of which describe the disorienting feeling of internal displacement.(Amelia Glaser)
Here, take this language, woman,
Use it to shoot.
Defend yourself to your last breath—and whatever you do
don’t let them near you. Use
the radio interception system
and the night vision riflescope.
These are included. And don’t pretend you don’t know how to use it.
Keep your eye trained
on the enemy’s location and on his slightest advance.
Let him come within shooting range—then strike the target and
don’t hesitate.
There are plenty of bullets, don’t spare them,
if they run out—
make new ones out of words,
only slender feminine fingers are suited to such maneuvers.
And come what may, don’t let them near
the old border, where father’s plums lie ripe and heavy.
When they cross it—you must confront them, hand to hand.
Then pierce them with your bayonet, slit them ear to ear,
slash, smash, and scalp them
until the light dims before your eyes.
When you wake up, you’ll stroke the prickly nape
of your recruit-son, hand your husband his crutches,
and then, you’ll start over.
Who said we left you to your fate?
We’ve armed you as best we could.

(–Translated from the Ukrainian by Amelia Glaser and Yuliya Ilchuk. )

But these things happen:
heroes have died, enemies survive,
and people, regular people, neither one nor the other,
string and scatter the beads of happiness—
celebrating love, somebody’s birthday,
A house-warming party,
while you’ve filled an earth pie with your flesh.
The planets haven’t ceased their orbit,
even the trams haven’t changed their schedules.
Outside the hospital window there’s a construction site,
hammering stakes, knocking like distant artillery,
and a boy, grasping a piece of rebar, hits it against the asphalt,
the way a night rail worker hits the wheels of the train,
that you ride in oblivion across the whole country,
falling hard, your belly sticking in the earth pie,
that’s been stuffed to the brim with people.

–Translated from the Ukrainian by Amelia Glaser and Yuliya Ilchuk. 
Maar deze dingen gebeuren:
helden zijn gestorven, vijanden overleven,
en mensen, gewone mensen, noch het een, noch het ander,
rijgen en strooien de kralen van geluk-
de liefde vieren, iemands verjaardag,
Een house-warming party,
terwijl je een aardse taart hebt gevuld met je vlees.
De planeten zijn niet gestopt met hun baan,
zelfs de trams hebben hun dienstregeling niet veranderd.
Buiten het ziekenhuis raam is er een bouwplaats,
hamerende palen, kloppend als verre artillerie,
en een jongen, grijpt een stuk betonijzer, slaat het tegen het asfalt,
zoals een nachtspoorwegwerker tegen de wielen van de trein slaat,
die je in vergetelheid door het hele land rijdt,
hard vallend, je buik stekend in de aarde-taart,
die tot de rand toe gevuld is met mensen
They asked Passiflora for her passport at the entrance to the garden,
but she didn’t have one.
What she had was a thorny and knotted stalk of sorrow,
and a flower with a full array of passions, nails in stigmata,
a crown of thorns, but no passport.
Where are you taking all this pain, it’s contraband,—
they ask with jeering smiles;
They’re probably mocking me,—she thinks quietly.
The fog lifts from the river channel, making it so homeless.
In the garden sturdy apple trees are weighed down, resting their branches on the earth,
like runners at the starting line.
You can hear the delicate peony dropping its flower, petal by petal, to the grass.
A bit further, an intrepid army of currants, raspberries,
And a stray ivy, having crept in through the backdoor, pushes them from the wall.
But she was seeking a gate that barred access to her alone.
Well what can I do, she says, I’m sorry, I’ll just wait here;
She clutched a stone and has held on for five years,
her blue eyes blossoming, bearing heart-shaped fruits.

–Translated, from the Ukrainian by Amelia Glaser and Yilia Ilchuk-
Ze vroegen Passiflora om haar paspoort bij de ingang van de tuin,
maar dat had ze niet.
Wat ze had was een doornige en geknoopte stengel van verdriet,
en een bloem met een hele reeks passies, nagels in stigmata,
een doornenkroon, maar geen paspoort.
Waar haal je al die pijn vandaan, het is smokkelwaar,-
vragen ze met een spottende glimlach;
Ze bespotten me waarschijnlijk,- denkt ze stilletjes.
De mist trekt op uit het rivierkanaal, waardoor het zo dakloos wordt.
In de tuin staan stevige appelbomen, hun takken rustend op de aarde,
als hardlopers aan de startlijn.
Je hoort de tere pioenroos haar bloem, bloemblaadje voor bloemblaadje, op het gras laten vallen.
Een beetje verder, een onverschrokken leger van aalbessen, frambozen,
En een verdwaalde klimop, die door de achterdeur naar binnen is geslopen, duwt ze van de muur.
Maar ze was op zoek naar een poort die alleen voor haar de toegang versperde.
Nu wat kan ik doen, zegt ze, het spijt me, ik zal hier gewoon wachten;
Ze greep een steen vast en heeft het vijf jaar volgehouden,
haar blauwe ogen bloeiden, hartvormige vruchten dragend.
Kateryna Kalytko is a poet, prose writer, and translator. She has published nine collections of poetry and books of short stories. She has received many literary awards and fellowships, among them the Central European Initiative Fellowship for Writers in Residence, KulturKontakt Austria, Reading Balkans, Vilenica Crystal Award, Joseph Conrad-Korzeniowski Literary Prize, BBC Book of the year and Women in Arts Award from UN Women. Striking imagery emerges in her recent poetry like puzzle pieces that create a violent and shocking picture of war, conveying the loss and pain that is experienced during a search for safety and identity amidst the war.

Amelia Glaser is Associate Professor of Russian and Comparative Literature at U.C. San Diego. She is the author of Jews and Ukrainians in Russia’s Literary Borderlands (2012) and Songs in Dark Times: Yiddish Poetry of Struggle from Scottsboro to Palestine (2020). She is currently a fellow at the Radcliffe Institute for Advanced Study.

Yuliya Ilchuk is Assistant Professor of Slavic Languages and Literatures at Stanford University. She is the author of Nikolai Gogol: Performing Hybrid Identity (2021). She is currently researching memory and identity in post-Soviet Russian and Ukrainian literature.

Oorspronkelijke versie in het boeiende magazine: Literary Hub, ten zeerste aan te raden.

“The Mushrooms of Donbas’ a poem by Serhiy Zhadan, Oekraïne

We publiceerden eerder gedichten van deze bekende Oekraïense dichter (1974) die ook al bij de eerste oorlogen in zijn land van zich liet horen. Tijdens de Oranje-revolutie van 2004 organiseerde hij een tentenstad in Kharkiv waar demonstranten twee maanden verbleven. Zhadan, die zichzelf beschouwt als een vreedzame anarchist, is trots op de Oekraïense anarchistische traditie, die zich uitstrekt van de Oekraïense Kozakken uit de zestiende en zeventiende eeuw tot Makhnovia, een semi-officiële anarchistische republiek die van 1918 tot 1921 bestond in een regio net ten noorden van de Krim. (Een van Zhadans reisverslagen, “Anarchie in de UKR”, documenteert een reis van Kharkiv naar Makhnovia).

“Donbass Mushrooms,” describes the regrets of a macho pump-factory worker (“We were the élite of the proletariat”) about his post-Communist career growing hallucinogenic mushrooms. “He sees himself as a voice of the underprivileged,” said Chernetsky.
THE MUSHROOMS OF DONBAS

In spring Donbas disappears in the fog, and the sun hides behind heaps of earth.
So you need to know where you’re going,
you need to know the man who can make the arrangements.

This man was a worker in the former pumping station
worn down by alcohol.
When we met, he said, “We, the workers of the pumping station,
were always considered the elite of the proletariat, yeah, the elite.
When everything fell the f___ apart, many
just put their hands down. But not the workers
of the pumping station, not us.
We organized an independent mining union,
we took over three buildings of the former plant
and started to grow mushrooms there.”

“Mushrooms?” I couldn’t believe it.
“Yes. Mushrooms. We wanted to grow cactus with mescaline, but
cactus won’t grow here in Donbas.

You know what’s important when you grow mushrooms?
It’s important to get high, that’s right, friend – it’s important to get high.
We get high, believe me, even now we have to get high, maybe it’s because
we are the elite of the proletariat.

And so – we take over three buildings and start our mushrooms.
Well, there’s – the joy of work, elbow grease,
you know – the heady feeling of work and accomplishment.
And what’s more important – everyone gets high! Everyone’s high even without mushrooms!

The problems began a few months later. This is gangland
territory, you know, recently a gas station was burnt down,
they were so eager to burn it down, they didn’t even manage to
fill up, so of course the police caught them.
And so, one gang decides to take us on, decides to take away
our mushrooms, can you believe it? I think in our place anyone else
would have bent over, that’s the way it is – everyone bends over here,
according to the social hierarchy.

But we get together and think – well, mushrooms – this is a good thing,
it’s not a matter of mushrooms, or elbow grease,
or even the pumping station, although this was one of the arguments.
We just thought – they are coming up, they will grow
our mushrooms will grow, you could say they’ll ripen to harvest
and what are we going to tell our children, how are we going to look them in the eye?
There are just things you have to answer for, things
you can’t just let go.
You are responsible for your penicillin,
and I am responsible for mine.

In a word, we just fought for our mushroom plantations. There we
beat them. And when they fell on the warm hearts of the mushrooms
we thought:

Everything that you make with your hands, works for you.
Everything that reaches your conscience beats
in rhythm with your heart.
We stayed on this land, so that it wouldn’t be far
for our children to visit our graves.
This is our island of freedom
our expanded
village consciousness.
Penicillin and Kalashnikovs – two symbols of struggle,
the Castro of Donbas leads the partisans
through the fog-covered mushroom plantations
to the Azov Sea.

“You know,” he told me, “at night, when everyone falls asleep
and the dark land sucks up the fog,
I feel how the earth moves around the sun, even in my dreams
I listen, listen to how they grow –

the mushrooms of Donbas, silent chimeras of the night,
emerging out of the emptiness, growing out of hard coal,
till hearts stand still, like elevators in buildings at night,
the mushrooms of Donbas grow and grow, never letting the discouraged
and condemned die of grief,
because, man, as long as we’re together,
there’s someone to dig up this earth,
and find in its warm innards
the black stuff of death
the black stuff of life.


© Translation: 2011, Virlana Tkacz and Wanda Phipps
Publisher: First published on PIW, , 2011
Bodies of civilians that Ukrainian authorities say were killed by Russian forces lay in a mass grave outside St. Andrew’s Church in Bucha on April 3. NY Times Daniel Berehulak
De paddenstoelen van Donbas

In de lente verdwijnt Donbas in de mist, en de zon verbergt zich achter hopen aarde.
Dus je moet weten waarheen je gaat,
je moet de man kennen die alles kan arrangeren.

Deze man was een arbeider in het voormalig pompstation
versleten door alcohol.
Toen we elkaar ontmoetten, zei hij: "Wij, de arbeiders van het pompstation,
werden altijd beschouwd als de elite van het proletariaat, ja, de elite.
Toen alles in duigen viel...
gewoon hun handen naar beneden. Maar niet de arbeiders...
van het pompstation, wij niet.
We organiseerden een onafhankelijke mijnwerkersvakbond,
we namen drie gebouwen van de voormalige fabriek over
en begonnen daar champignons te kweken."

"Paddenstoelen?" Ik kon het niet geloven.
"Ja. Paddenstoelen. We wilden cactussen met mescaline kweken, maar
 hier in Donbas groeien cactussen niet.

Weet je wat belangrijk is als je paddo's kweekt?
Het is belangrijk om high te worden, dat klopt, vriend - het is belangrijk om high te worden.
We worden high, geloof me, zelfs nu moeten we high worden, misschien is het omdat we de elite zijn van het proletariaat.

En dus - we nemen drie gebouwen over en beginnen met onze paddenstoelen.
Nou, er is - de vreugde van het werk, elleboogvet,
weet je - het bedwelmende gevoel van werk en prestatie.
En wat nog belangrijker is, iedereen wordt high! Iedereen high, zelfs zonder paddo's!

De problemen begonnen een paar maanden later. Dit is gangland-gebied
weet je, onlangs is er een benzinestation afgebrand,
ze wilden het zo graag platbranden dat ze niet eens konden tanken,
dus natuurlijk heeft de politie ze gepakt.
En dus besluit een bende om ons aan te pakken, besluit ze 
onze paddenstoelen af te pakken,
kun je dat geloven? Ik denk dat in onze plaats ieder ander
zou gebogen hebben, zo is het nu eenmaal - iedereen buigt hier,
volgens de sociale hiërarchie.

Maar we komen samen en denken, nou, champignons, dit is een goede zaak,
het is geen kwestie van champignons, of elleboog vet,
of zelfs van het pompstation, hoewel dat een van de argumenten was.
We dachten gewoon - ze komen op, ze zullen groeien,
onze champignons zullen groeien, je zou kunnen zeggen dat ze zullen rijpen om te geoogst te worden en wat gaan we onze kinderen vertellen, hoe gaan we ze in de ogen kijken?
Er zijn gewoon dingen die je moet verantwoorden, dingen
die je niet zomaar kunt laten gaan.
Jij bent verantwoordelijk voor jouw penicilline,
en ik ben verantwoordelijk voor de mijne.

In één woord, we hebben net gevochten voor onze champignonplantages. Daar nekken we hen.
En toen ze op de warme harten van de champignons vielen
dachten we:

Alles wat je met je handen maakt, werkt voor jou.
Alles wat je geweten bereikt, slaat
op het ritme van je hart.
We bleven in dit land, zodat het niet ver zou zijn
voor onze kinderen om onze graven te bezoeken.
Dit is ons eiland van vrijheid
ons uitgebreide
dorpsbewustzijn.
Penicilline en Kalashnikovs - twee symbolen van strijd,
de Castro van Donbas leidt de partizanen
door de met mist bedekte champignonplantages
naar de Azov Zee.


"Weet je," vertelde hij me, "'s nachts, als iedereen in slaap valt
en het donkere land de mist opzuigt,
voel ik hoe de aarde rond de zon beweegt, zelfs in mijn dromen
Ik luister, luister naar hoe ze groeien -

de paddenstoelen van Donbas, stille hersenschimmen van de nacht,
oprijzend uit de leegte, groeiend uit harde steenkool,
tot harten stilstaan, zoals liften in gebouwen 's nachts,
de paddenstoelen van Donbas groeien en groeien, laten nooit de ontmoedigden
en veroordeelden sterven van verdriet,
want, man, zolang we samen zijn,
is er iemand om deze aarde op te graven,
en in zijn warme ingewanden
het zwarte spul te vinden van de dood
het zwarte spul van het leven.
Four freshly dug graves, for an early-morning funeral, at a cemetery in Irpin on April 16. David Guttenfelder/The New York Times
Serhiy Zhadan’s poem ‘The Mushrooms of Donbas’ sounds so contemporary that it could have been written just yesterday. It tells the story of a worker at a former mining pumping station in Donbas (the coal-rich region in eastern Ukraine, which is now the center of armed hostilities), who starts to grow psychedelic mushrooms after the collapse of the Ukrainian economy post-1991. A local gang (Donbas was and still is notorious for its criminal networks) wants to take the protagonist’s new business away, but he fights back, because ‘There are just things you have to answer for, things / you can’t just let go’. This little mushroom enterprise, this little ‘island of freedom’, becomes the true homeland: not some theoretical nationalist idea of a country or an imagined community, but a specific plot of land that one owns and works daily. It is, to paraphrase John Locke, property that becomes private through one’s own investment of labor into it. And this property, this personal plot of land, is the only land worth fighting for.

Dichtbij een donker Paasfeest, een kleine kruisweg

Zie je deze foto's
dan is de moeder onder de vernederde gekruisigde dichtbij.
Goede-Vrijdag.
Mannen in Moskou en waar ook ter aarde,
de donkere hemel
als triomf?
In de nacht van dit bestaan
zie onze zielen:
bevende lichtjes .
Pasen
is door Vladimir opgeëist
Welke zaak ter wereld
kan dit ontelbare sterven
verdragen?
Nooit meer thuiskomen
terwijl een man met zijn gevolg
de passie preekt.

En de hemel werd donker
Na zijn dood
was er zelfs geen graf voor hem.
Kom vanavond met verhalen 
hoe de oorlog is verdwenen 
en herhaal ze honderd malen 
alle malen zal ik wenen..  

( uit Vrede van Leo Vroman)

'Kijk, zei Merkel,
ik begrijp waarom hij dit doen moest:
Om te bewijzen dat hij een man was.'

"I understand why he has to do this", Merkel said.  "To prove he's a man."

Bij een bezoek van Merkel bracht Putin zijn hond mee 
omdat hij wist dat zij het niet voor honden had.
During one of Merkel's visits, Putin brought his dog along 
because he knew she did not like dogs.
Elkanders jeugd dragen wij ten grave.
Nooit zal het voor ons nog Pasen zijn.

Only one thing remained reachable, close and secure amid all losses: language. Yes, language. In spite of everything, it remained secure against loss. But it had to go through its own lack of answers, through terrifying silence, through the thousand darknesses of murderous speech. It went through. It gave me no words for what was happening, but went through it. Went through and could resurface, “enriched” by it all.’
(Paul Celan)

Slechts één ding bleef bereikbaar, dichtbij en veilig te midden van alle verliezen: taal. Ja, taal. En ondanks alles, bleef het veilig tegen verlies. Maar het moest door zijn eigen gebrek aan antwoorden, door angstaanjagend zwijgen, door de duizend duisternissen van moorddadige spraak. Het ging… door. Het gaf me geen woorden voor wat er gebeurde, maar ging er doorheen. Ging er doorheen en kon weer opduiken, “verrijkt” door dit alles. (Paul Celan)

Dit citaat is een onderdeel van de speech die Paul Celan gaf bij het ontvangen van de Literature Prize of the Free Hanseatic City of Bremen, in 1958.

After “song of songs”, een hedendaagse foto-collage

Onder het lawaai van sirenes en gedreun van vliegtuigeskaders heb ik onbewust de eerste jaren op deze planeet doorgebracht. Mijn jonge ouders hadden een kist klaarstaan die in het dagelijkse leven voor schoolboeken was bestemd, en daarin werd de baby kelderwaarts een verdieping lager in vermeende veiligheid gebracht. Eens de jaren van het biografisch geheugen begonnen, was die oorlog al even voorbij en alleen waarneembaar in de schaarse verhalen van volwassenen, vooral bij gezeur wanneer de jochies een duidelijke afkeer voor een bepaald gerecht lieten horen.

In de zogenoemde laatste levensfase (wie bepaalt waar die begint?) beleef ik die taferelen in de dagelijkse berichten helemaal niet onbewust en zie ik mezelf aan de hand van mijn moeder op de vlucht gaan. Dagelijks.

Opgroeiend dacht je dat zo’n oorlog nooit meer zou plaatsvinden. Op schoolreis naar Aken stonden we als knaapjes te gapen naar de anti-tank-bouwsels, de laatste ruïnes, en de begeleidende onderwijzende zei ons: ‘…alsof zo’n dingen de oorlog konden tegenhouden.’ Dat er weinig was dat een oorlog kon tegenhouden kon ik dagelijks bij mijn grootvader observeren. Waren de forten rond Namen bedoeld om de vijand op enige afstand te houden, een stevige obus van dezelfde makers als de wapens waarmee die forten waren uitgerust liet de boel ontploffen. Zijn zwarte bril verborg zijn voor altijd beschadigde ogen en zijn kromme hand met stramme vingers was voor mij een warme vertrouwde hand als we samen naar het stadspark wandelden waar een helikopter van Sabena de post kwam ophalen. Maar als we thuiskwamen waren onze huizen er nog. Binnen brandde een gezellig licht.

Toch duurde het lang eer de voorbije tweede wereldoorlog tot de werkelijkheid van het dagelijks leven, begon door te dringen. Eerst na de Frankfürter Auschwitz-processen tussen 1963-1965 begonnen de ware verschikkingen zichtbaar te worden. De processtukken die Peter Weiss in zijn toneelstuk ‘Die Ermittlung’ gebruikte waren duidelijk. Ze zijn mij levenslang bijgebleven. Dit zou nooit meer gebeuren!

Het verhaal vertelt zichzelf deze dagen. Wij zien ze voor onze eigen ogen gebeuren of horen hun verhaal vertellen. Ik verzamelde foto’s van grote internationale nieuwsagentschappen en de foto’s die eerder in dit blog verschenen, foto’s van Nadia Sablin en Lida Suchy, fotografen geboren in Rusland en Oekraine en later uitgeweken naar de Verenigde Staten. Daar woont en werkt ook fotografe Sarah Blesener die Russisch leerde om foto’s te maken in jeugdkampen in Rusland en Oekraine en ook in eigen land, USA waar het patriotisme een leidraad was. Te herlezen en te bekijken in dit blog. Met die foto’s, aangevuld met landschappen uit Oekraine, heb ik een week gewerkt, ze geschikt en herschikt om ze als collage te gebruiken op de bezwerende muziek en tekst van David Lang (USA) naar de Song of Songs, het Hooglied, te vinden in het Oude Testament waarin op een erg zinnelijke wijze de liefde tussen een man een vrouw wordt beschreven.

Song of Songs Marc Chagall
De Hebreeuwse naam שִׁיר הַשִּׁירִים, Sjir ha-Sjirim betekent letterlijk "lied der liederen". De uitdrukking is een voorbeeld van een Hebreeuwse genitief, waarmee een overtreffende trap aangeduid wordt: 'het mooiste van alle liederen'. Deze betekenis zette zich voort in de Griekse Septuaginta Ἄσμα Ἀσμάτων, ásma asmátōn en in de Latijnse Vulgaat Canticum canticorum, wat beide ook "lied der liederen" betekent.

Maarten Luther vertaalde de titel als Hohes Lied en daaruit ontstond de gebruikelijke Nederlandse naam "Hooglied". 

Met die tekst ging Lang aan het werk. Zijn compositie duurt ongeveer 12″, ik heb er de eerste acht minuten en enkele seconden van gebruikt. De betekenis echter van de woorden ‘beloved one’ en andere tedere benamingen verandert duidelijk door ze te mengen met de beelden waarover ik hierboven sprak. De woorden krijgen iets bezwerend, ze roepen herinneringen op, zoeken naar het duiden van verlangens, naar onzegbaar spijt, pijn en verlangen.Verlatenheid. Op YouTube is de beeldkwaliteit natuurlijk een stuk minder dan de hoge resolutie van de computermontage, maar die was praktisch in een blog niet te gebruiken om niet in één klap al mijn geheugen-reserves te verliezen. Ik hoop dat ze nog even blijft staan en zichtbaar is. Hier vind je ze, ook via kijken op You Tube zelf in iets groter formaat nog kwalitatief te bekijken.

"Just (After Song of Songs)" is a 2014 song written by composer David Lang. The song was performed by the Norwegian vocal group Trio Mediaeval, violist Garth Knox, cellist Agnes Vèsterman, percussionist Sylvain Lemêtre. In 2015, it was adapted for use in the soundtrack for the comedy-drama film Youth, directed by Paolo Sorrentino.

The song is based on language from the Song of Songs in the Old Testament. It has received widespread acclaim from various news sources and music review websites, including The New York Times, The Guardian, and New York Public Radio.

Bij Apple music te koop voor…1,49 euro!